NL192558C - Grondbewerkingsmachine. - Google Patents

Grondbewerkingsmachine. Download PDF

Info

Publication number
NL192558C
NL192558C NL8401507A NL8401507A NL192558C NL 192558 C NL192558 C NL 192558C NL 8401507 A NL8401507 A NL 8401507A NL 8401507 A NL8401507 A NL 8401507A NL 192558 C NL192558 C NL 192558C
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
soil
receiving member
plates
arm
arms
Prior art date
Application number
NL8401507A
Other languages
English (en)
Other versions
NL192558B (nl
NL8401507A (nl
Original Assignee
Lely Nv C Van Der
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Lely Nv C Van Der filed Critical Lely Nv C Van Der
Priority to NL8401507A priority Critical patent/NL192558C/nl
Priority to GB08415187A priority patent/GB2141611B/en
Priority to DE3448328A priority patent/DE3448328C2/de
Priority to DE19843422254 priority patent/DE3422254A1/de
Priority to CH2941/84A priority patent/CH665524A5/de
Priority to IT21485/84A priority patent/IT1174033B/it
Priority to AT0200084A priority patent/AT400275B/de
Priority to FR848409658A priority patent/FR2547972B1/fr
Publication of NL8401507A publication Critical patent/NL8401507A/nl
Priority to FR898905332A priority patent/FR2628929B1/fr
Publication of NL192558B publication Critical patent/NL192558B/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL192558C publication Critical patent/NL192558C/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01BSOIL WORKING IN AGRICULTURE OR FORESTRY; PARTS, DETAILS, OR ACCESSORIES OF AGRICULTURAL MACHINES OR IMPLEMENTS, IN GENERAL
    • A01B33/00Tilling implements with rotary driven tools, e.g. in combination with fertiliser distributors or seeders, with grubbing chains, with sloping axles, with driven discs
    • A01B33/16Tilling implements with rotary driven tools, e.g. in combination with fertiliser distributors or seeders, with grubbing chains, with sloping axles, with driven discs with special additional arrangements
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01BSOIL WORKING IN AGRICULTURE OR FORESTRY; PARTS, DETAILS, OR ACCESSORIES OF AGRICULTURAL MACHINES OR IMPLEMENTS, IN GENERAL
    • A01B49/00Combined machines
    • A01B49/02Combined machines with two or more soil-working tools of different kind
    • A01B49/022Combined machines with two or more soil-working tools of different kind at least one tool being actively driven
    • A01B49/025Combined machines with two or more soil-working tools of different kind at least one tool being actively driven about a substantially vertical axis

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Soil Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Soil Working Implements (AREA)

Description

1 192558
Grondbewerkingsmach i ne
De uitvinding heeft betrekking op een grondbewerkingsmachine, in het bijzonder voor de bereiding van een zaaibed, voorzien van een aantal grondbewerkingsorganen, die in een zich dwars op de voortbewegings-5 richting van de machine uitstrekkende rij in een gesteldeel zijn gelegerd en om althans nagenoeg verticale assen motorisch aandrijfbaar zijn, terwijl achter de rij grondbewerkingsorganen ter ondersteuning van het gestel een rol is opgesteld, die in meerdere standen ten opzichte van het gesteldeel brengbaar en vastzetbaar is, waarbij tussen de rol en de bewerkingsorganen een zich tijdens het bedrijf nabij de grond bevindend langwerpig vrij op en neer beweegbaar opvangorgaan is aangebracht, dat zich in de nabijheid 10 van de banen beschreven door de grondbewerkingsorganen en over althans nagenoeg de gehele werkbreedte van de machine uitstrekt, welk opvangorgaan door middel van twee opwaarts verlopende draagarmen met twee, op afstand van elkaar opgestelde, evenwijdig aan een zich in de voortbeweging uitstrekkend verticaal vlak verlopende scharnierbare stangenvierhoek is verbonden, die met het gesteldeel zijn verbonden in een punt dat zich, gerekend in de voortbewegingsrichting, vóór een verticaal vlak door de 15 hartlijn van de draaiingsassen van de grondbewerkingsorganen bevindt.
Een dergelijke machine is bekend uit de vóórgepubliceerde folder ’’Zaaiterra 200-20” van Lely Industries N.V. te Maasland.
Bij deze bekende constructie verlopen de twee draagarmen, die de stangenvierhoeken met het opvangorgaan verbinden verticaal. Dit kan in sommige gevallen problemen geven met de zelfinstelbaarheid, 20 omdat het opvangorgaan niet of te laat omhoog beweegt bij het opstuwen van aarde voor het opvangorgaan, zodat soms overbelasting of onregelmatige verdeling van aarde optreedt. De onderhavige uitvinding heeft tot doel de bekende machine te perfectioneren, althans het genoemde probleem te voorkomen.
Volgens de uitvinding wordt dit bereikt wanneer de plaats van ten minste één van de schamierassen van elke scharnierbare stangenvierhoek zodanig wijzigbaar is, dat de langshartlijn van elke draagarm tezamen 25 met de voorzijde van het opvangorgaan vanuit een meer verticale stand een ten opzichte van de rijrichting meer slepende positie zal innemen. Wanneer de draagarmen voor het opvangorgaan tezamen met de voorzijde van het opvangorgaan in een slepende stand zijn gesteld, beweegt het opvangorgaan gemakkelijker naar boven bij een eventuele grondopstuwing voor het opvangorgaan. De maatregel volgens de uitvinding maakt het mogelijk, afhankelijk van de zwaarte van de grondsoort, de bewerkte grond vlot te doen 30 lossen.
Aan de hand van enkele in de tekening weergegeven uitvoeringsvoorbeelden zal de uitvinding hieronder nader uiteen worden gezet.
Figuur 1 geeft in bovenaanzicht een grondbewerkingsmachine, in het bijzonder voor de bereiding van 35 een zaaibed, weer, welke machine is voorzien van een constructie volgens de uitvinding;
Figuur 2 geeft op grotere schaal een aanzicht weer volgens de lijn ll-ll in figuur 1;
Figuur 3 geeft een aanzicht weer volgens figuur 2 met een tweede voorbeeld van een ondersteuning voor het langwerpig opvangorgaan en van een tweede uitvoering van dit orgaan zelf.
40 De grondbewerkingsmachine omvat een zich dwars op de voortbewegingsrichting A uitstrekkend kokervormig gesteldeel 1, waarin op onderling gelijke afstand van bij voorkeur 25 cm zich in opwaartse, bij voorkeur verticale richting, uitstrekkende assen 2 zijn gelegerd, die deel uitmaken van grondbewerkingsorganen 3.
Elk van de grondbewerkingsorganen 3 omvat een althans nagenoeg horizontale drager 4, die op een onder het gesteldeel 1 uitstekend einde van een as 2 is aangebrachte en aan de einden is voorzien van zich naar 45 beneden uitstrekkende grondbewerkingselementen 5 in de vorm van tanden. De zijden van het kokervormig gesteldeel 1 zijn afgesloten door zich in opwaartse richting en in de voortbewegingsrichting A uitstrekkende platen 6. De platen 6 reiken aan de achterzijde tot voorbij het gesteldeel 1 en strekken zich aan de bovenzijde tot boven het gesteldeel 1 uit over een afstand die ten minste de hoogte van het gesteldeel en bij voorkeur tweemaal deze hoogte bedraagt. Nabij de voorzijde is elk van de platen 6 op enige afstand 50 boven het gesteldeel 1 voorzien van een tap 7. Om de tap 7 is aan de binnenzijde van de plaat 6 een zich langs deze plaat naar achteren uitstrekkende arm 8 zwenkbaar aangebracht. Elk van de armen 8 is juist achter het gesteldeel 1 naar beneden afgebogen en vervolgens naar achteren omgezet, waarbij het zich naar achteren uitstrekkende deel is voorzien van een steunplaat 9, die zich schuin naar achteren en naar beneden uitstrekt. Tussen de respectieve steunplaten 9 is nabij de onderzijde daarvan vrij draaibaar een rol 55 10 aangebracht, welke rol zich dwars op de voortbewegingsrichting A van de machine uitstrekt en een draaiingsas heeft, die zich althans nagenoeg evenwijdig uitstrekt aan een verticaal vlak a-a door de draaiingsassen van de grondbewerkingsorganen 3. De rol 10 is aan de omtrek voorzien van zich in de 192558 2 tangsrichting daarvan uitstrekkende langselementen 11, die zijn gevormd door pijpen. Nabij de achterzijde is elk van de armen 8 verbonden met een schroefspindel 12, die aan de achterzijde van het kokervormig gesteldeel 1 is ondersteund en met behulp waarvan de stand van de rol 10 instelbaar is. Op deze wijze kan de rol 10 tevens dienst doen voor het instellen van de werkdiepte van de grondbewerkingsorganen 3. Aan 5 de voorzijde van het kokervormig gesteldeel 1 is ter hoogte van de dragers 4 van de bewerkingsorganen 3 een afscherming 13 aanwezig, die zich over althans nagenoeg de gehele lengte van het gesteldeel 1 uitstrekt. De afscherming 13 heeft de vorm van een balk, die bij dit uitvoeringsvoorbeeld een hoekijzer is. Tijdens het bedrijf is de afscherming 13 om een nabij de voorzijde van het gesteldeel 1 gelegen as tegen veenwerking in naar voren zwenkbaar. Aan de einden van het gesteldeel zijn door middel van armen 14 10 platen 15 aangebracht, die elk om een zich althans nagenoeg in de voortbewegingsrichting A van de machine uitstrekkende as zwenkbaar zijn en tijdens het bedrijf met de buitenste grondbewerkingsorganen 3 kunnen samenwerken, waarbij zij een stand innemen zoals in figuur 1 is weergegeven. Op enige afstand van elk van de einden van het kokervormig gesteldeel 1 is althans nagenoeg ter hoogte van de draaiingsas van het, vanaf een einde van de rij bewerkingsorganen gerekend, derde bewerkingsorgaan 3 op de 15 bovenzijde van het gesteldeel 1 een trapeziumvormige plaat 16 bevestigd. De plaat 16, die zich in opwaartse richting en althans nagenoeg in de voortbewegingsrichting A van de machine uitstrekt is op enige afstand vóór het verticaal vlak a-a door de draaiingsassen van de grondbewerkingsorganen 3, welke afstand ongeveer een derde van de halve breedte van het gesteldeel 1 bedraagt, voorzien van twee op afstand recht boven elkaar gelegen pennen 17. De pennen 17 zijn althans nagenoeg horizontaal gelegen en 20 strekken zich dwars op de voortbewegingsrichting A van de machine uit. Om elk van de pennen 17 zijn aan weerszijden van de plaat gelegen armen 18, respectievelijk 19 zwenkbaar, welke armen zich langs de platen naar achteren uitstrekken en reiken tot voorbij de achterzijde van het gesteldeel 1. De achtereinden van de armen 18 en 19 zijn door middel van pennen 20, die zich althans nagenoeg evenwijdig aan de pennen 17 uitstrekken, zwenkbaar verbonden met een naar beneden gericht, althans nagenoeg verticaal, 25 deel 21 van een draagarm 22 voor een plaatvormig opvangorgaan 23, dat zich over althans nagenoeg de gehele werkbreedte van de machine uitstrekt en achter de rij grondbewerkingsorganen 3 is gelegen. De langshartlijn van het opvangorgaan 23 strekt zich althans nagenoeg evenwijdig aan het verticaal vlak a-a door de draaiingsassen van de grondbewerkingsorganen 3 uit. De langshartlijnen van de respectieve pennen 17 en 20 vormen de scharnierpunten van een scharnierbare stangenvierhoek 24, die in figuur 2 de 30 vorm heeft van een parallellogram. De stand van de armen 18 en 19 is hierbij althans nagenoeg horizontaal. De stand van de armen 18 en 19 en daarmede de stand van het opvangorgaan 23 ten opzichte van de bewerkingsorganen 3 kan hierbij worden ingesteld met behulp van een aanslag 25, die wordt gevormd door een pen. De aanslag 25 kan in één van een aantal boven elkaar gelegen gaten 26 worden aangebracht, welke gaten in de plaat 16 zijn aangebracht. Op de bovenzijde van elke plaat 16 is aan de achterzijde een 35 zich naar boven uitstrekkende steun 27 bevestigd. De steun 27 is boven het midden voorzien van een zich naar boven uitstrekkende rij gaten 28. In één van de gaten 28 is het ene einde gehaakt van een schroef-veer 29, die met zijn andere einde is gehaakt in één van een aantal gaten 30. De gaten 30 zijn in één van de bovenste armen 18 aangebracht en bevinden zich in een rij, die boven het midden van de betreffende arm althans nagenoeg evenwijdig aan de langshartlijn van de arm is gelegen. De schroefveer 29 vormt een 40 gewichtontlastingsmiddel waarvan men de aangrijpingspunten door middel van de gaten 28 en 30 kan wijzigen en daarmede het effect van zijn werking.
Het opvangorgaan 23 is aangebracht aan het einde van een zich schuin naar voren en naar beneden uitstrekkend deel 31 van de arm 22. Het deel 31 gaat ter hoogte van de onderzijde van het gesteldeel 1 in het zich althans nagenoeg in verticale richting uitstrekkend deel 21 van de arm 22 over. Het opvangorgaan 45 23 bestaat uit twee delen die althans nagenoeg dezelfde hoogte hebben (figuur 2). Het bovenste deel 32 is tijdens het bedrijf in hoofdzaak verticaal gelegen, terwijl het onderste deel 33 schuin naar beneden en naar achteren verloopt. Beide delen hebben - zoals uit figuur 2 blijkt - een recht verloop. De arm 22 is aan de achterzijde van het bovenste deel 32 bevestigd. De bovenste pen 20, waarmee de bovenste armen 18 van de scharnierbare stangenvierhoek 24 met het bovendeel 21 van de arm 22 is verbonden, kan in een aantal 50 boven elkaar gelegen gaten 34 in de arm 22 worden gebracht en tevens in een tweede gat 35 in de armen 18. In figuur 2 is de betreffende pen 20 in het middelste van drie boven elkaar gelegen gaten 34 aangebracht en in het achterste gat 35 in de armen 18. Indien de pen 20 in het meer naar voren gelegen gat 35 in de armen 18 wordt aangebracht, wordt een scharnierbare stangenvierhoek 24 verkregen, die kortere bovenarmen 18 heeft en niet langer een parallellogram vormt. Op deze wijze kan worden bereikt dat het 55 opvangorgaan 23 meer slepend wordt opgesteld, zodat tijdens het bedrijf dit opvangorgaan sneller naar boven kan uitwijken, hetgeen - indien bijvoorbeeld harde voorwerpen aanwezig zijn - schade kan voorkomen. Ook wordt hierdoor bij een bepaalde hoogte van het opvangorgaan 23 de stand van het 3 192558 opvangorgaan 23 ten opzichte van de van de bewerkingsorganen 3 komende aarde gewijzigd, waardoor de invloed van het opvangorgaan op de verkruimeling en verdeling van de opgevangen aarde anders wordt. Daarmee kan dus ook een teveel opstuwen van de verkruimelde aarde worden voorkomen. Variaties van een scharnierbare stangenvierhoek 24, die geen parallellogram vormt, kunnen verder worden verkregen 5 door de pen 20 in één van de andere gaten 34 in de arm 22 te brengen.
Binnen het kokervormig gesteideel 1 is op de assen 2 van elk bewerkingsorgaan 3 een tandwiel 36 met rechte vertanding aangebracht, een en ander zodanig dat twee naast elkaar gelegen tandwielen 36 met elkaar in aandrijvende verbinding zijn. Nabij het midden van de rij grondbewerkingsorganen 3 is de as van één grondbewerkingsorgaan naar boven toe verlengd, welke verlenging reikt tot in een tandwielkast 37. In 10 de tandwielkast 37 staat de verlenging via een conische tandwieloverbrenging in aandrijvende verbinding met een zich in de voortbewegingsrichting A van de machine uitstrekkende as, die via een aan de achterzijde van de tandwielkast 37 aanwezige toerenvariator 38 in aandrijvende verbinding staat met een daarboven geleyen, zich eveneens in de voortbewegingsrichting A uitstrekkende as 39, die aan de voorzijde buiten de tandwielkast uitsteekt. Het uit de tandwielkast 37 stekende einde van de as 39 kan door middel 15 van een tussenas 40 met de aftakas van een trekker worden gekoppeld. Nabij het midden is het kokervormige gesteideel 1 aan de voorzijde voorzien van een bok 41, die aankoppelpunten omvat voor aankoppeling aan de driepuntshefinrichting van een trekker.
Tijdens het bedrijf is de machine door middel van de bok 41 met de driepuntshefinrichting van de trekker verbonden en kunnen de grondbewerkingsorganen 3 vanaf de aftakas van de trekker via de in het 20 voorgaande beschreven overbrenging worden aangedreven in richtingen die met pijlen in figuur 1 nader zijn weergegeven. Hierbij bewerken tijdens de voortbeweging van de machine, in een richting volgens de pijl A, de grondbewerkingsorganen 3 ten minste aan elkaar grenzende stroken grond. Alvorens met het werk te beginnen kan men - zoals reeds vermeld - door middel van de rol 10 de werkdiepte van de grondbewerkingsorganen 3 instellen. Hierna kan men de gewenste hoogte van het opvangorgaan 23 instellen met 25 behulp van de aanslag 25. In plaats van de getekende verstelmogelijkheid voor de aanslag 25, kan ook een traploze verstelling aanwezig zijn, hetgeen een grotere nauwkeurigheid mogelijk maakt. Het opvangorgaan 23 wordt zodanig ingesteld, dat de onderzijde zich boven de onderzijde van de rol .10 bevindt. De door de respectieve grondbewerkingsorganen 3 tijdens het bedrijf aangegrepen aarde wordt in afhankelijkheid van de rotatierichting van de bewerkingsorganen om en om tussen twee bewerkingsorganen naar voren, 30 respectievelijk naar achteren verplaatst. Het oorspronkelijke verband van de aarde wordt bij het naar voren bewegen van de grondbewerkingselementen van de grondbewerkingsorganen verbroken, waarna vervolgens door de grondbewerkingselementen tijdens de naar achteren gaande beweging de aarde verder wordt verkruimeld, waarbij zij waaiervormig naar achteren wordt verplaatst. Hierbij worden de grovere delen verder weggeworpen dan de kleinere, zodat de grovere delen in hoofdzaak met het althans nagenoeg verticale 35 deel 32 van het nabij de grondbewerkingsorganen gelegen opvangorgaan 23 in aanraking komen (figuur 2), waarbij zij verder verkruimelen en de verkruimelde aarde langs het opvangorgaan 23 wordt verdeeld, een en ander zodanig dat een homogeen verkruimelde laag aarde wordt gevormd, die geleidelijk via de onderzijde van het schuin naar achteren en naar beneden verlopende deel 33 van het opvangorgaan aan de rol 10 wordt toegevoerd. Met behulp van de langselementen 11 van de rol 10 kan eventueel een nog 40 verdere verkruimeling en tevens een plaatselijke verdichting van de laag aarde worden verkregen, waardoor deze meer erosie-resistent wordt.
Door middel van de rol 10 wordt tevens bereikt dat de stand van het opvangorgaan 23 zoveel mogelijk wordt gehandhaafd, waardoor de dikte van de aan de rol toegevoerde laag praktisch constant blijft. Zoals reeds vermeld kan tijdens het bedrijf het opvangorgaan 23 door het aanwezig zijn van het gewichts-45 ontlastingsmiddel in de vorm van de schroefveer 29 en de aanwezigheid van de scharnierbare stangenvierhoek 24 uitwijken, waarbij de wijze waarop dit uitwijken plaatsvindt kan worden beïnvloed met behulp van de gaten 34 en 35. Zo kan men - zoals reeds vermeld - een sneller uitwijken van het opvangorgaan initiëren door het voorste gat 35 in de armen 18 te gebruiken, waarbij men dan met behulp van de gaten 34 een verdere variatie kan verkrijgen. De door middel van de scharnierbare stangenvierhoek 24 en het 50 gewichtontlastingsmiddel 29 verkregen uitwijkmogelijkheid van het opvangorgaan draagt aanzienlijk bij tot een gelijkmatige afvoer van de door het opvangorgaan 23 opgevangen en verder bewerkte van de grondbewerkingsorganen komende aarde, zodat een maximaal affect van dit opvangorgaan 23 kan worden verkregen.
Alhoewel niet weergegeven, kan het opvangorgaan 23 ook zijn opgebouwd uit op afstand van elkaar 55 gelegen of aan elkaar grenzende platen.
In figuur 3 is een uitvoeringsvoorbeeld weergegeven van een constructie volgens de uitvinding, waarbij met het voorgaande uitvoeringsvoorbeeld overeenstemmende onderdelen met dezelfde verwijzingscijfers

Claims (4)

192558 4 zijn aangegeven. Bij dit uitvoeringsvoorbeeld zijn de trapeziumvormige platen 16 vervangen door platen 42, die zich aan de voorzijde hoger uitstrekken dan aan de achterzijde; dit in verband met het feit dat de bovenste armen 18 van de scharnierbare stangenvierhoek zijn vervangen door een enkele arm 43, die wordt gevormd door een stang 44, die tegen veerwerking in beweegbaar is in een cilinder 45. Het vrije 5 einde van de stang 44 en de cilinder 45 zijn voorzien van een vork 46, respectievelijk 47, die door middel van de pen 20, respectievelijk 17 op dezelfde wijze als bij het voorgaande uitvoeringsvoorbeeld met de arm 22, respectievelijk de plaat 42 zwenkbaar zijn verbonden. In de in figuur 3 weergegeven stand vormt de scharnierbare stangenvierhoek 48 een parallellogram, waarbij de armen 19 en 43 althans nagenoeg horizontaal zijn gelegen. De bovenzijde van de cilinder 45 is voorzien van twee op afstand van elkaar 10 gelegen lippen 49, waartussen een einde is aangebracht van een gasveer 50, die met het andere einde aan de bovenzijde van de plaat 42 tussen twee lippen 51 scharnierbaar is aangebracht en een gewicht-ontlastingsmiddel vormt. Alhoewel niet weergegeven kan, evenals voor de schroefveer 29, een analoge verstelmogelijkheid voor de gasveer 50 aanwezig zijn. Het opvangorgaan 52 heeft bij dit uitvoeringsvoorbeeld eveneens een zich althans nagenoeg in verticale 15 richting uitstrekkend bovendeel 32 dat met de armen 22 is verbonden. Het onderste deel 53 is bij dit uitvoeringsvoorbeeld aan de onderzijde boogvormig over 180° afgebogen, waardoor het vrije einde zich tijdens het bedrijf op enige afstand boven de grond bevindt. Aan de zijden is het onderste deel 53 voorzien van zich in de voortbewegingsrichting A uitstrekkende platen 54. Elk van de platen 54 heeft een voorzijde die van boven naar beneden schuin naar voren verloopt en een achterzijde die van boven naar beneden 20 schuin naar achteren verloopt. Hierbij is de lengte van het schuin naar beneden gerichte verloop aan de achterzijde groter dan aan de voorzijde. De overgang van de opstaande zijden in de onderzijde van de platen 54 is, zoals uit figuur 3 blijkt, afgerond. Bij toepassing van de constructie volgens figuur 3 kan het opvangorgaan 52 op dezelfde wijze als bij het in het voorgaande beschreven uitvoeringsvoorbeeld de grovere, door de grondbewerkingsorganen naar achteren verplaatste, aarddelen opvangen en verder 25 verwerken. Hierbij heeft het naar boven omgezette ondereinde van het opvangorgaan 52 een groter aanrakingsvlak met de af te voeren aarde, waardoor de dichtheid van de naar de rol te voeren laag aarde geringer kan zijn. De aanwezigheid van de aan de einden van het opvangorgaan 52 aangebrachte platen 54 voorkomt dat bij het verwerken van grote hoeveelheden aarde, de aarde buiten de einden van het opvangorgaan komt, hetgeen onregelmatigheden in het gewenste zaaibed kan veroorzaken. Bij dit 30 uitvoeringsvoorbeeld kan, indien de druk op het opvangorgaan 52 een bepaalde waarde overschrijdt, de stang 44, die deel uitmaakt van de bovenste arm 43, tegen veerwerking in in de cilinder 45 worden gedrukt, waardoor de vorm van de scharnierbare stangenvierhoek 48 zich wijzigt en het opvangorgaan afhankelijk van de mate van indrukking sneller kan uitwijken. Dit uitwijken kan tevens nog worden beïnvloed door middel van het tweede gat 35, waarin op de wijze zoals beschreven in het voorgaande, de pen 20 kan 35 worden gebracht, teneinde de stangenvierhoek een van een parallellogram afwijkende uigangsvorm te geven. Door toepassing van de gasveer 50 wordt een effectief weinig onderhoud vragend, gewicht-ontlastingsmiddel voor het opvangorgaan verkregen. 40 Conclusies
1. Grondbewerkingsmachine, in het bijzonder voor de bereiding van een zaaibed, voorzien van een aantal grondbewerkingsorganen, die in een zich dwars op de voortbewegingsrichting van de machine uitstrekkende rij in een gesteldeel zijn gelegerd en om althans nagenoeg verticale assen motorisch aandrijfbaar zijn, terwijl 45 achter de rij grondbewerkingsorganen ter ondersteuning van het gestel een rol is opgesteld, die in meerdere standen ten opzichte van het gesteldeel brengbaar en vastzetbaar is, waarbij tussen de rol en de bewerkingsorganen een zich tijdens het bedrijf nabij de grond bevindend langwerpig vrij op en neer beweegbaar opvangorgaan is aangebracht, dat zich in de nabijheid van de banen beschreven door de grondbewerkingsorganen en over althans nagenoeg de gehele werkbreedte van de machine uitstrekt, welk 50 opvangorgaan door middel van twee opwaarts verlopende draagarmen met twee, op afstand van elkaar opgestelde evenwijdig aan een zich in de voortbewegingsrichting uitstrekkend verticaal vlak verlopende scharnierbare stangenvierhoeken is verbonden, die met het gesteldeel zijn verbonden in een punt dat zich, gerekend in de voortbewegingsrichting, vóór een verticaal vlak door de hartlijn van de draaiingsassen van de grondbewerkingsorganen bevindt, met het kenmerk, dat de plaats van ten minste één van de schamier-55 assen (17, 20) van elke scharnierbare stangenvierhoek (24, 48) zodanig wijzigbaar is, dat de langshartlijn van elke draagarm (22) tezamen met de voorzijde van het opvangorgaan (23, 52) vanuit een meer verticale stand een ten opzichte van de rijrichting (A) meer slepende stand zal innemen. 5 192558
2. Grondbewerkingsmachine volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de plaats van de scharnieras (20) tussen de bovenste arm (18, 43) en de betreffende draagarm (22) in de langsrichting van de bovenste arm (18, 43) verplaatsbaar is.
3. Grondbewerkingsmachine volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de plaats van de scharnieras (20) 5 tussen de bovenste arm (43) en de betreffende draagarm (22) tijdens bedrijf tegen veerwerking in traploos verplaatsbaar is.
4. Grondbewerkingsmachine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de plaats van de scharnieras (20) tussen de bovenste arm (18, 43) en de betreffende draagarm (22) in de langsrichting van de draagarm (22) verplaatsbaar is. Hierbij 2 bladen tekening
NL8401507A 1983-06-20 1984-05-10 Grondbewerkingsmachine. NL192558C (nl)

Priority Applications (9)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8401507A NL192558C (nl) 1983-06-20 1984-05-10 Grondbewerkingsmachine.
GB08415187A GB2141611B (en) 1983-06-20 1984-06-14 Soil cultivating implements
DE19843422254 DE3422254A1 (de) 1983-06-20 1984-06-15 Bodenbearbeitungsmaschine, insbesondere kreiselegge zur saatbettbereitung
DE3448328A DE3448328C2 (de) 1983-06-20 1984-06-15 Bodenbearbeitungsmaschine
CH2941/84A CH665524A5 (de) 1983-06-20 1984-06-18 Kreiselegge zur saatbettbereitung.
IT21485/84A IT1174033B (it) 1983-06-20 1984-06-19 Attrezzi per la coltivazione del terreno dotati di organo di intercettazione della terra snodato e regolabile
AT0200084A AT400275B (de) 1983-06-20 1984-06-19 Bodenbearbeitungsmaschine, insbesondere kreiselegge zur saatbettbereitung
FR848409658A FR2547972B1 (fr) 1983-06-20 1984-06-20 Machine pour travailler le sol, notamment pour la preparation d'un semis
FR898905332A FR2628929B1 (fr) 1983-06-20 1989-04-21 Machine pour travailler le sol, notamment pour la preparation d'un semis

Applications Claiming Priority (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8302187 1983-06-20
NL8302187 1983-06-20
NL8401507A NL192558C (nl) 1983-06-20 1984-05-10 Grondbewerkingsmachine.
NL8401507 1984-05-10

Publications (3)

Publication Number Publication Date
NL8401507A NL8401507A (nl) 1985-01-16
NL192558B NL192558B (nl) 1997-06-02
NL192558C true NL192558C (nl) 1997-10-03

Family

ID=26645869

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8401507A NL192558C (nl) 1983-06-20 1984-05-10 Grondbewerkingsmachine.

Country Status (7)

Country Link
AT (1) AT400275B (nl)
CH (1) CH665524A5 (nl)
DE (1) DE3422254A1 (nl)
FR (2) FR2547972B1 (nl)
GB (1) GB2141611B (nl)
IT (1) IT1174033B (nl)
NL (1) NL192558C (nl)

Families Citing this family (14)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL8403369A (nl) * 1984-11-06 1986-06-02 Lely Nv C Van Der Grondbewerkingsmachine.
DE3504684A1 (de) * 1985-02-12 1986-08-14 Fritz 7315 Weilheim Güttler Planiereinrichtung zur einebnung bearbeiteten landwirtschaftlichen bodens
DE3704963A1 (de) * 1987-02-17 1988-08-25 Amazonen Werke Dreyer H Kreiselegge
NL8701010A (nl) * 1987-04-29 1988-11-16 Lely Nv C Van Der Grondbewerkingsmachine.
EP0305601B1 (en) * 1987-09-03 1992-04-29 C. van der Lely N.V. A soil cultivating machine
EP0305600B2 (en) * 1987-09-03 1996-07-03 C. van der Lely N.V. A soil cultivating machine
DE8714440U1 (de) * 1987-10-30 1988-01-07 Rabewerk Heinrich Clausing, 4515 Bad Essen Prallplatte für eine Gerätekombination mit einer Bodenfräse
CZ293973B6 (cs) * 1997-05-17 2004-09-15 Lemken Gmbh & Co. Kg Zemědělské nářadí na obdělávání půdy
ES2238194B1 (es) * 2004-12-23 2006-11-16 Howard Iberica S.A. Maquina agricola.
DE202009009721U1 (de) * 2009-07-16 2010-11-25 Alois Pöttinger Maschinenfabrik Gmbh Bodenbearbeitungsgerät
FR2987221B1 (fr) * 2012-02-27 2014-12-12 Kuhn Sa Machine de travail du sol avec une planche niveleuse dont le reglage est centralise
IT201800006958A1 (it) * 2018-07-05 2020-01-05 Sistema e metodo di controllo e comando per macchine agricole
DE102021107451A1 (de) 2021-03-25 2022-09-29 Pöttinger Landtechnik Gmbh Landwirtschaftliches Bodenbearbeitungsgerät
DE202021104659U1 (de) * 2021-08-30 2021-10-08 Pöttinger Landtechnik Gmbh Landwirtschaftliche Arbeitsmaschine

Family Cites Families (17)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE7925367U1 (de) * 1979-09-07 1980-01-03 Rabewerk Heinrich Clausing, 4515 Bad Essen Egge mit antreibbaren Zinken
US1343159A (en) * 1919-07-12 1920-06-08 Sandstrom Barney Land-scraper or leveling-machine
GB992049A (en) * 1962-11-02 1965-05-12 Wilder Ltd John A scraper suitable for use with an agricultural tractor
NL6704508A (nl) * 1967-03-30 1968-10-01
US3556228A (en) * 1968-07-29 1971-01-19 Orlan H Mork Apparatus for leveling soil and the like
NL7409032A (nl) * 1974-07-04 1976-01-06 Lely Nv C Van Der Grondbewerkingsmachine.
NL175251C (nl) * 1975-09-19 1990-01-16 Lely Nv C Van Der Rotorkopeg.
NL7513961A (nl) * 1975-12-01 1977-06-03 Lely Nv C Van Der Grondbewerkingsmachine.
NL7609603A (nl) 1976-08-30 1978-03-02 Lely Nv C Van Der Combinatie van een grondbewerkingsmachine met een inrichting voor het in de grond brengen van materiaal.
US4088083A (en) * 1976-11-05 1978-05-09 C. Van Der Lely N.V. Rotary harrow and attachments
FR2416634A1 (fr) 1978-02-13 1979-09-07 Crete Guerin Dispositif de garde laterale pour appareil preparateur de sol
DK197079A (da) * 1978-05-18 1979-11-19 Patent Concern Nv Jordbearbejdsningsmaskine
DE3020397A1 (de) * 1980-05-29 1981-12-03 Maschinenfabrik Rau Gmbh, 7315 Weilheim Bodenbearbeitungsgeraet
US4368783A (en) * 1980-08-26 1983-01-18 Kent Manufacturing Co., Inc. Universal auxiliary implement mount
NL188975C (nl) * 1980-12-15 1992-12-01 Lely Nv C Van Der Grondbewerkingsmachine.
NL8201055A (nl) * 1982-03-15 1983-10-03 Lely Nv C Van Der Grondbewerkingsmachine.
NL192287C (nl) * 1982-12-01 1997-05-07 Lely Nv C Van Der Rotorkopeg.

Also Published As

Publication number Publication date
DE3422254A1 (de) 1984-12-20
FR2628929B1 (fr) 1992-01-10
CH665524A5 (de) 1988-05-31
GB2141611B (en) 1986-11-12
IT8421485A0 (it) 1984-06-19
NL192558B (nl) 1997-06-02
GB8415187D0 (en) 1984-07-18
FR2547972A1 (fr) 1985-01-04
DE3422254C2 (nl) 1990-02-01
FR2547972B1 (fr) 1989-11-17
FR2628929A1 (fr) 1989-09-29
GB2141611A (en) 1985-01-03
IT1174033B (it) 1987-06-24
AT400275B (de) 1995-11-27
NL8401507A (nl) 1985-01-16
ATA200084A (de) 1991-08-15

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL192558C (nl) Grondbewerkingsmachine.
NL8500396A (nl) Grondbewerkingsinrichting.
NL8203046A (nl) Grondbewerkingsmachine.
NL8003243A (nl) Grondbewerkingsmachine.
NL8204705A (nl) Grondbewerkingsrol.
NL192287C (nl) Rotorkopeg.
NL7906694A (nl) Werkwijze voor het ploegen van een strook grond.
NL8903162A (nl) Grondbewerkingsmachine.
NL8301302A (nl) Inrichting voor het opbreken van de grond.
NL8701344A (nl) Grondbewerkingsinrichting voorzien van een rol.
EP0850553B1 (en) A soil supporting member
NL193084C (nl) Grondbewerkingsmachine.
NL8500187A (nl) Grondbewerkingsmachine.
NL8403460A (nl) Grondbewerkingsmachine.
NL8201055A (nl) Grondbewerkingsmachine.
NL8801489A (nl) Grondbewerkingsmachine.
NL9101552A (nl) Inrichting voor het maken van zaaivoren in een gazon.
NL8602430A (nl) Grondbewerkingsmachine.
NL7907081A (nl) Grondbewerkingsmachine.
NL9400177A (nl) Grondbewerkingsmachine.
NL8602005A (nl) Grondbewerkingsmachine.
NL193966C (nl) Inrichting voor het egaliseren van een grasmat, zoals in het bijzonder van een sportveld.
NL192019C (nl) Grondbewerkingsmachine, in het bijzonder voor de bewerking van een zaaibed.
NL8403369A (nl) Grondbewerkingsmachine.
NL8203045A (nl) Grondbewerkingsmachine.

Legal Events

Date Code Title Description
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20031201