NL192558C - Grondbewerkingsmachine. - Google Patents
Grondbewerkingsmachine. Download PDFInfo
- Publication number
- NL192558C NL192558C NL8401507A NL8401507A NL192558C NL 192558 C NL192558 C NL 192558C NL 8401507 A NL8401507 A NL 8401507A NL 8401507 A NL8401507 A NL 8401507A NL 192558 C NL192558 C NL 192558C
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- soil
- receiving member
- plates
- arm
- arms
- Prior art date
Links
- 239000002689 soil Substances 0.000 title claims description 37
- 238000003971 tillage Methods 0.000 claims description 22
- 238000010276 construction Methods 0.000 claims description 4
- 238000000034 method Methods 0.000 claims description 2
- 238000007373 indentation Methods 0.000 claims 1
- 238000012423 maintenance Methods 0.000 claims 1
- 230000007704 transition Effects 0.000 claims 1
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 description 2
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 2
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 2
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 2
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- 229910000746 Structural steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000000969 carrier Substances 0.000 description 1
- 238000005056 compaction Methods 0.000 description 1
- 230000003628 erosive effect Effects 0.000 description 1
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 1
- 230000001788 irregular Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01B—SOIL WORKING IN AGRICULTURE OR FORESTRY; PARTS, DETAILS, OR ACCESSORIES OF AGRICULTURAL MACHINES OR IMPLEMENTS, IN GENERAL
- A01B33/00—Tilling implements with rotary driven tools, e.g. in combination with fertiliser distributors or seeders, with grubbing chains, with sloping axles, with driven discs
- A01B33/16—Tilling implements with rotary driven tools, e.g. in combination with fertiliser distributors or seeders, with grubbing chains, with sloping axles, with driven discs with special additional arrangements
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01B—SOIL WORKING IN AGRICULTURE OR FORESTRY; PARTS, DETAILS, OR ACCESSORIES OF AGRICULTURAL MACHINES OR IMPLEMENTS, IN GENERAL
- A01B49/00—Combined machines
- A01B49/02—Combined machines with two or more soil-working tools of different kind
- A01B49/022—Combined machines with two or more soil-working tools of different kind at least one tool being actively driven
- A01B49/025—Combined machines with two or more soil-working tools of different kind at least one tool being actively driven about a substantially vertical axis
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Soil Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Soil Working Implements (AREA)
Description
1 192558
Grondbewerkingsmach i ne
De uitvinding heeft betrekking op een grondbewerkingsmachine, in het bijzonder voor de bereiding van een zaaibed, voorzien van een aantal grondbewerkingsorganen, die in een zich dwars op de voortbewegings-5 richting van de machine uitstrekkende rij in een gesteldeel zijn gelegerd en om althans nagenoeg verticale assen motorisch aandrijfbaar zijn, terwijl achter de rij grondbewerkingsorganen ter ondersteuning van het gestel een rol is opgesteld, die in meerdere standen ten opzichte van het gesteldeel brengbaar en vastzetbaar is, waarbij tussen de rol en de bewerkingsorganen een zich tijdens het bedrijf nabij de grond bevindend langwerpig vrij op en neer beweegbaar opvangorgaan is aangebracht, dat zich in de nabijheid 10 van de banen beschreven door de grondbewerkingsorganen en over althans nagenoeg de gehele werkbreedte van de machine uitstrekt, welk opvangorgaan door middel van twee opwaarts verlopende draagarmen met twee, op afstand van elkaar opgestelde, evenwijdig aan een zich in de voortbeweging uitstrekkend verticaal vlak verlopende scharnierbare stangenvierhoek is verbonden, die met het gesteldeel zijn verbonden in een punt dat zich, gerekend in de voortbewegingsrichting, vóór een verticaal vlak door de 15 hartlijn van de draaiingsassen van de grondbewerkingsorganen bevindt.
Een dergelijke machine is bekend uit de vóórgepubliceerde folder ’’Zaaiterra 200-20” van Lely Industries N.V. te Maasland.
Bij deze bekende constructie verlopen de twee draagarmen, die de stangenvierhoeken met het opvangorgaan verbinden verticaal. Dit kan in sommige gevallen problemen geven met de zelfinstelbaarheid, 20 omdat het opvangorgaan niet of te laat omhoog beweegt bij het opstuwen van aarde voor het opvangorgaan, zodat soms overbelasting of onregelmatige verdeling van aarde optreedt. De onderhavige uitvinding heeft tot doel de bekende machine te perfectioneren, althans het genoemde probleem te voorkomen.
Volgens de uitvinding wordt dit bereikt wanneer de plaats van ten minste één van de schamierassen van elke scharnierbare stangenvierhoek zodanig wijzigbaar is, dat de langshartlijn van elke draagarm tezamen 25 met de voorzijde van het opvangorgaan vanuit een meer verticale stand een ten opzichte van de rijrichting meer slepende positie zal innemen. Wanneer de draagarmen voor het opvangorgaan tezamen met de voorzijde van het opvangorgaan in een slepende stand zijn gesteld, beweegt het opvangorgaan gemakkelijker naar boven bij een eventuele grondopstuwing voor het opvangorgaan. De maatregel volgens de uitvinding maakt het mogelijk, afhankelijk van de zwaarte van de grondsoort, de bewerkte grond vlot te doen 30 lossen.
Aan de hand van enkele in de tekening weergegeven uitvoeringsvoorbeelden zal de uitvinding hieronder nader uiteen worden gezet.
Figuur 1 geeft in bovenaanzicht een grondbewerkingsmachine, in het bijzonder voor de bereiding van 35 een zaaibed, weer, welke machine is voorzien van een constructie volgens de uitvinding;
Figuur 2 geeft op grotere schaal een aanzicht weer volgens de lijn ll-ll in figuur 1;
Figuur 3 geeft een aanzicht weer volgens figuur 2 met een tweede voorbeeld van een ondersteuning voor het langwerpig opvangorgaan en van een tweede uitvoering van dit orgaan zelf.
40 De grondbewerkingsmachine omvat een zich dwars op de voortbewegingsrichting A uitstrekkend kokervormig gesteldeel 1, waarin op onderling gelijke afstand van bij voorkeur 25 cm zich in opwaartse, bij voorkeur verticale richting, uitstrekkende assen 2 zijn gelegerd, die deel uitmaken van grondbewerkingsorganen 3.
Elk van de grondbewerkingsorganen 3 omvat een althans nagenoeg horizontale drager 4, die op een onder het gesteldeel 1 uitstekend einde van een as 2 is aangebrachte en aan de einden is voorzien van zich naar 45 beneden uitstrekkende grondbewerkingselementen 5 in de vorm van tanden. De zijden van het kokervormig gesteldeel 1 zijn afgesloten door zich in opwaartse richting en in de voortbewegingsrichting A uitstrekkende platen 6. De platen 6 reiken aan de achterzijde tot voorbij het gesteldeel 1 en strekken zich aan de bovenzijde tot boven het gesteldeel 1 uit over een afstand die ten minste de hoogte van het gesteldeel en bij voorkeur tweemaal deze hoogte bedraagt. Nabij de voorzijde is elk van de platen 6 op enige afstand 50 boven het gesteldeel 1 voorzien van een tap 7. Om de tap 7 is aan de binnenzijde van de plaat 6 een zich langs deze plaat naar achteren uitstrekkende arm 8 zwenkbaar aangebracht. Elk van de armen 8 is juist achter het gesteldeel 1 naar beneden afgebogen en vervolgens naar achteren omgezet, waarbij het zich naar achteren uitstrekkende deel is voorzien van een steunplaat 9, die zich schuin naar achteren en naar beneden uitstrekt. Tussen de respectieve steunplaten 9 is nabij de onderzijde daarvan vrij draaibaar een rol 55 10 aangebracht, welke rol zich dwars op de voortbewegingsrichting A van de machine uitstrekt en een draaiingsas heeft, die zich althans nagenoeg evenwijdig uitstrekt aan een verticaal vlak a-a door de draaiingsassen van de grondbewerkingsorganen 3. De rol 10 is aan de omtrek voorzien van zich in de 192558 2 tangsrichting daarvan uitstrekkende langselementen 11, die zijn gevormd door pijpen. Nabij de achterzijde is elk van de armen 8 verbonden met een schroefspindel 12, die aan de achterzijde van het kokervormig gesteldeel 1 is ondersteund en met behulp waarvan de stand van de rol 10 instelbaar is. Op deze wijze kan de rol 10 tevens dienst doen voor het instellen van de werkdiepte van de grondbewerkingsorganen 3. Aan 5 de voorzijde van het kokervormig gesteldeel 1 is ter hoogte van de dragers 4 van de bewerkingsorganen 3 een afscherming 13 aanwezig, die zich over althans nagenoeg de gehele lengte van het gesteldeel 1 uitstrekt. De afscherming 13 heeft de vorm van een balk, die bij dit uitvoeringsvoorbeeld een hoekijzer is. Tijdens het bedrijf is de afscherming 13 om een nabij de voorzijde van het gesteldeel 1 gelegen as tegen veenwerking in naar voren zwenkbaar. Aan de einden van het gesteldeel zijn door middel van armen 14 10 platen 15 aangebracht, die elk om een zich althans nagenoeg in de voortbewegingsrichting A van de machine uitstrekkende as zwenkbaar zijn en tijdens het bedrijf met de buitenste grondbewerkingsorganen 3 kunnen samenwerken, waarbij zij een stand innemen zoals in figuur 1 is weergegeven. Op enige afstand van elk van de einden van het kokervormig gesteldeel 1 is althans nagenoeg ter hoogte van de draaiingsas van het, vanaf een einde van de rij bewerkingsorganen gerekend, derde bewerkingsorgaan 3 op de 15 bovenzijde van het gesteldeel 1 een trapeziumvormige plaat 16 bevestigd. De plaat 16, die zich in opwaartse richting en althans nagenoeg in de voortbewegingsrichting A van de machine uitstrekt is op enige afstand vóór het verticaal vlak a-a door de draaiingsassen van de grondbewerkingsorganen 3, welke afstand ongeveer een derde van de halve breedte van het gesteldeel 1 bedraagt, voorzien van twee op afstand recht boven elkaar gelegen pennen 17. De pennen 17 zijn althans nagenoeg horizontaal gelegen en 20 strekken zich dwars op de voortbewegingsrichting A van de machine uit. Om elk van de pennen 17 zijn aan weerszijden van de plaat gelegen armen 18, respectievelijk 19 zwenkbaar, welke armen zich langs de platen naar achteren uitstrekken en reiken tot voorbij de achterzijde van het gesteldeel 1. De achtereinden van de armen 18 en 19 zijn door middel van pennen 20, die zich althans nagenoeg evenwijdig aan de pennen 17 uitstrekken, zwenkbaar verbonden met een naar beneden gericht, althans nagenoeg verticaal, 25 deel 21 van een draagarm 22 voor een plaatvormig opvangorgaan 23, dat zich over althans nagenoeg de gehele werkbreedte van de machine uitstrekt en achter de rij grondbewerkingsorganen 3 is gelegen. De langshartlijn van het opvangorgaan 23 strekt zich althans nagenoeg evenwijdig aan het verticaal vlak a-a door de draaiingsassen van de grondbewerkingsorganen 3 uit. De langshartlijnen van de respectieve pennen 17 en 20 vormen de scharnierpunten van een scharnierbare stangenvierhoek 24, die in figuur 2 de 30 vorm heeft van een parallellogram. De stand van de armen 18 en 19 is hierbij althans nagenoeg horizontaal. De stand van de armen 18 en 19 en daarmede de stand van het opvangorgaan 23 ten opzichte van de bewerkingsorganen 3 kan hierbij worden ingesteld met behulp van een aanslag 25, die wordt gevormd door een pen. De aanslag 25 kan in één van een aantal boven elkaar gelegen gaten 26 worden aangebracht, welke gaten in de plaat 16 zijn aangebracht. Op de bovenzijde van elke plaat 16 is aan de achterzijde een 35 zich naar boven uitstrekkende steun 27 bevestigd. De steun 27 is boven het midden voorzien van een zich naar boven uitstrekkende rij gaten 28. In één van de gaten 28 is het ene einde gehaakt van een schroef-veer 29, die met zijn andere einde is gehaakt in één van een aantal gaten 30. De gaten 30 zijn in één van de bovenste armen 18 aangebracht en bevinden zich in een rij, die boven het midden van de betreffende arm althans nagenoeg evenwijdig aan de langshartlijn van de arm is gelegen. De schroefveer 29 vormt een 40 gewichtontlastingsmiddel waarvan men de aangrijpingspunten door middel van de gaten 28 en 30 kan wijzigen en daarmede het effect van zijn werking.
Het opvangorgaan 23 is aangebracht aan het einde van een zich schuin naar voren en naar beneden uitstrekkend deel 31 van de arm 22. Het deel 31 gaat ter hoogte van de onderzijde van het gesteldeel 1 in het zich althans nagenoeg in verticale richting uitstrekkend deel 21 van de arm 22 over. Het opvangorgaan 45 23 bestaat uit twee delen die althans nagenoeg dezelfde hoogte hebben (figuur 2). Het bovenste deel 32 is tijdens het bedrijf in hoofdzaak verticaal gelegen, terwijl het onderste deel 33 schuin naar beneden en naar achteren verloopt. Beide delen hebben - zoals uit figuur 2 blijkt - een recht verloop. De arm 22 is aan de achterzijde van het bovenste deel 32 bevestigd. De bovenste pen 20, waarmee de bovenste armen 18 van de scharnierbare stangenvierhoek 24 met het bovendeel 21 van de arm 22 is verbonden, kan in een aantal 50 boven elkaar gelegen gaten 34 in de arm 22 worden gebracht en tevens in een tweede gat 35 in de armen 18. In figuur 2 is de betreffende pen 20 in het middelste van drie boven elkaar gelegen gaten 34 aangebracht en in het achterste gat 35 in de armen 18. Indien de pen 20 in het meer naar voren gelegen gat 35 in de armen 18 wordt aangebracht, wordt een scharnierbare stangenvierhoek 24 verkregen, die kortere bovenarmen 18 heeft en niet langer een parallellogram vormt. Op deze wijze kan worden bereikt dat het 55 opvangorgaan 23 meer slepend wordt opgesteld, zodat tijdens het bedrijf dit opvangorgaan sneller naar boven kan uitwijken, hetgeen - indien bijvoorbeeld harde voorwerpen aanwezig zijn - schade kan voorkomen. Ook wordt hierdoor bij een bepaalde hoogte van het opvangorgaan 23 de stand van het 3 192558 opvangorgaan 23 ten opzichte van de van de bewerkingsorganen 3 komende aarde gewijzigd, waardoor de invloed van het opvangorgaan op de verkruimeling en verdeling van de opgevangen aarde anders wordt. Daarmee kan dus ook een teveel opstuwen van de verkruimelde aarde worden voorkomen. Variaties van een scharnierbare stangenvierhoek 24, die geen parallellogram vormt, kunnen verder worden verkregen 5 door de pen 20 in één van de andere gaten 34 in de arm 22 te brengen.
Binnen het kokervormig gesteideel 1 is op de assen 2 van elk bewerkingsorgaan 3 een tandwiel 36 met rechte vertanding aangebracht, een en ander zodanig dat twee naast elkaar gelegen tandwielen 36 met elkaar in aandrijvende verbinding zijn. Nabij het midden van de rij grondbewerkingsorganen 3 is de as van één grondbewerkingsorgaan naar boven toe verlengd, welke verlenging reikt tot in een tandwielkast 37. In 10 de tandwielkast 37 staat de verlenging via een conische tandwieloverbrenging in aandrijvende verbinding met een zich in de voortbewegingsrichting A van de machine uitstrekkende as, die via een aan de achterzijde van de tandwielkast 37 aanwezige toerenvariator 38 in aandrijvende verbinding staat met een daarboven geleyen, zich eveneens in de voortbewegingsrichting A uitstrekkende as 39, die aan de voorzijde buiten de tandwielkast uitsteekt. Het uit de tandwielkast 37 stekende einde van de as 39 kan door middel 15 van een tussenas 40 met de aftakas van een trekker worden gekoppeld. Nabij het midden is het kokervormige gesteideel 1 aan de voorzijde voorzien van een bok 41, die aankoppelpunten omvat voor aankoppeling aan de driepuntshefinrichting van een trekker.
Tijdens het bedrijf is de machine door middel van de bok 41 met de driepuntshefinrichting van de trekker verbonden en kunnen de grondbewerkingsorganen 3 vanaf de aftakas van de trekker via de in het 20 voorgaande beschreven overbrenging worden aangedreven in richtingen die met pijlen in figuur 1 nader zijn weergegeven. Hierbij bewerken tijdens de voortbeweging van de machine, in een richting volgens de pijl A, de grondbewerkingsorganen 3 ten minste aan elkaar grenzende stroken grond. Alvorens met het werk te beginnen kan men - zoals reeds vermeld - door middel van de rol 10 de werkdiepte van de grondbewerkingsorganen 3 instellen. Hierna kan men de gewenste hoogte van het opvangorgaan 23 instellen met 25 behulp van de aanslag 25. In plaats van de getekende verstelmogelijkheid voor de aanslag 25, kan ook een traploze verstelling aanwezig zijn, hetgeen een grotere nauwkeurigheid mogelijk maakt. Het opvangorgaan 23 wordt zodanig ingesteld, dat de onderzijde zich boven de onderzijde van de rol .10 bevindt. De door de respectieve grondbewerkingsorganen 3 tijdens het bedrijf aangegrepen aarde wordt in afhankelijkheid van de rotatierichting van de bewerkingsorganen om en om tussen twee bewerkingsorganen naar voren, 30 respectievelijk naar achteren verplaatst. Het oorspronkelijke verband van de aarde wordt bij het naar voren bewegen van de grondbewerkingselementen van de grondbewerkingsorganen verbroken, waarna vervolgens door de grondbewerkingselementen tijdens de naar achteren gaande beweging de aarde verder wordt verkruimeld, waarbij zij waaiervormig naar achteren wordt verplaatst. Hierbij worden de grovere delen verder weggeworpen dan de kleinere, zodat de grovere delen in hoofdzaak met het althans nagenoeg verticale 35 deel 32 van het nabij de grondbewerkingsorganen gelegen opvangorgaan 23 in aanraking komen (figuur 2), waarbij zij verder verkruimelen en de verkruimelde aarde langs het opvangorgaan 23 wordt verdeeld, een en ander zodanig dat een homogeen verkruimelde laag aarde wordt gevormd, die geleidelijk via de onderzijde van het schuin naar achteren en naar beneden verlopende deel 33 van het opvangorgaan aan de rol 10 wordt toegevoerd. Met behulp van de langselementen 11 van de rol 10 kan eventueel een nog 40 verdere verkruimeling en tevens een plaatselijke verdichting van de laag aarde worden verkregen, waardoor deze meer erosie-resistent wordt.
Door middel van de rol 10 wordt tevens bereikt dat de stand van het opvangorgaan 23 zoveel mogelijk wordt gehandhaafd, waardoor de dikte van de aan de rol toegevoerde laag praktisch constant blijft. Zoals reeds vermeld kan tijdens het bedrijf het opvangorgaan 23 door het aanwezig zijn van het gewichts-45 ontlastingsmiddel in de vorm van de schroefveer 29 en de aanwezigheid van de scharnierbare stangenvierhoek 24 uitwijken, waarbij de wijze waarop dit uitwijken plaatsvindt kan worden beïnvloed met behulp van de gaten 34 en 35. Zo kan men - zoals reeds vermeld - een sneller uitwijken van het opvangorgaan initiëren door het voorste gat 35 in de armen 18 te gebruiken, waarbij men dan met behulp van de gaten 34 een verdere variatie kan verkrijgen. De door middel van de scharnierbare stangenvierhoek 24 en het 50 gewichtontlastingsmiddel 29 verkregen uitwijkmogelijkheid van het opvangorgaan draagt aanzienlijk bij tot een gelijkmatige afvoer van de door het opvangorgaan 23 opgevangen en verder bewerkte van de grondbewerkingsorganen komende aarde, zodat een maximaal affect van dit opvangorgaan 23 kan worden verkregen.
Alhoewel niet weergegeven, kan het opvangorgaan 23 ook zijn opgebouwd uit op afstand van elkaar 55 gelegen of aan elkaar grenzende platen.
In figuur 3 is een uitvoeringsvoorbeeld weergegeven van een constructie volgens de uitvinding, waarbij met het voorgaande uitvoeringsvoorbeeld overeenstemmende onderdelen met dezelfde verwijzingscijfers
Claims (4)
1. Grondbewerkingsmachine, in het bijzonder voor de bereiding van een zaaibed, voorzien van een aantal grondbewerkingsorganen, die in een zich dwars op de voortbewegingsrichting van de machine uitstrekkende rij in een gesteldeel zijn gelegerd en om althans nagenoeg verticale assen motorisch aandrijfbaar zijn, terwijl 45 achter de rij grondbewerkingsorganen ter ondersteuning van het gestel een rol is opgesteld, die in meerdere standen ten opzichte van het gesteldeel brengbaar en vastzetbaar is, waarbij tussen de rol en de bewerkingsorganen een zich tijdens het bedrijf nabij de grond bevindend langwerpig vrij op en neer beweegbaar opvangorgaan is aangebracht, dat zich in de nabijheid van de banen beschreven door de grondbewerkingsorganen en over althans nagenoeg de gehele werkbreedte van de machine uitstrekt, welk 50 opvangorgaan door middel van twee opwaarts verlopende draagarmen met twee, op afstand van elkaar opgestelde evenwijdig aan een zich in de voortbewegingsrichting uitstrekkend verticaal vlak verlopende scharnierbare stangenvierhoeken is verbonden, die met het gesteldeel zijn verbonden in een punt dat zich, gerekend in de voortbewegingsrichting, vóór een verticaal vlak door de hartlijn van de draaiingsassen van de grondbewerkingsorganen bevindt, met het kenmerk, dat de plaats van ten minste één van de schamier-55 assen (17, 20) van elke scharnierbare stangenvierhoek (24, 48) zodanig wijzigbaar is, dat de langshartlijn van elke draagarm (22) tezamen met de voorzijde van het opvangorgaan (23, 52) vanuit een meer verticale stand een ten opzichte van de rijrichting (A) meer slepende stand zal innemen. 5 192558
2. Grondbewerkingsmachine volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de plaats van de scharnieras (20) tussen de bovenste arm (18, 43) en de betreffende draagarm (22) in de langsrichting van de bovenste arm (18, 43) verplaatsbaar is.
3. Grondbewerkingsmachine volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de plaats van de scharnieras (20) 5 tussen de bovenste arm (43) en de betreffende draagarm (22) tijdens bedrijf tegen veerwerking in traploos verplaatsbaar is.
4. Grondbewerkingsmachine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de plaats van de scharnieras (20) tussen de bovenste arm (18, 43) en de betreffende draagarm (22) in de langsrichting van de draagarm (22) verplaatsbaar is. Hierbij 2 bladen tekening
Priority Applications (9)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8401507A NL192558C (nl) | 1983-06-20 | 1984-05-10 | Grondbewerkingsmachine. |
| GB08415187A GB2141611B (en) | 1983-06-20 | 1984-06-14 | Soil cultivating implements |
| DE19843422254 DE3422254A1 (de) | 1983-06-20 | 1984-06-15 | Bodenbearbeitungsmaschine, insbesondere kreiselegge zur saatbettbereitung |
| DE3448328A DE3448328C2 (de) | 1983-06-20 | 1984-06-15 | Bodenbearbeitungsmaschine |
| CH2941/84A CH665524A5 (de) | 1983-06-20 | 1984-06-18 | Kreiselegge zur saatbettbereitung. |
| IT21485/84A IT1174033B (it) | 1983-06-20 | 1984-06-19 | Attrezzi per la coltivazione del terreno dotati di organo di intercettazione della terra snodato e regolabile |
| AT0200084A AT400275B (de) | 1983-06-20 | 1984-06-19 | Bodenbearbeitungsmaschine, insbesondere kreiselegge zur saatbettbereitung |
| FR848409658A FR2547972B1 (fr) | 1983-06-20 | 1984-06-20 | Machine pour travailler le sol, notamment pour la preparation d'un semis |
| FR898905332A FR2628929B1 (fr) | 1983-06-20 | 1989-04-21 | Machine pour travailler le sol, notamment pour la preparation d'un semis |
Applications Claiming Priority (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8302187 | 1983-06-20 | ||
| NL8302187 | 1983-06-20 | ||
| NL8401507A NL192558C (nl) | 1983-06-20 | 1984-05-10 | Grondbewerkingsmachine. |
| NL8401507 | 1984-05-10 |
Publications (3)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8401507A NL8401507A (nl) | 1985-01-16 |
| NL192558B NL192558B (nl) | 1997-06-02 |
| NL192558C true NL192558C (nl) | 1997-10-03 |
Family
ID=26645869
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8401507A NL192558C (nl) | 1983-06-20 | 1984-05-10 | Grondbewerkingsmachine. |
Country Status (7)
| Country | Link |
|---|---|
| AT (1) | AT400275B (nl) |
| CH (1) | CH665524A5 (nl) |
| DE (1) | DE3422254A1 (nl) |
| FR (2) | FR2547972B1 (nl) |
| GB (1) | GB2141611B (nl) |
| IT (1) | IT1174033B (nl) |
| NL (1) | NL192558C (nl) |
Families Citing this family (14)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL8403369A (nl) * | 1984-11-06 | 1986-06-02 | Lely Nv C Van Der | Grondbewerkingsmachine. |
| DE3504684A1 (de) * | 1985-02-12 | 1986-08-14 | Fritz 7315 Weilheim Güttler | Planiereinrichtung zur einebnung bearbeiteten landwirtschaftlichen bodens |
| DE3704963A1 (de) * | 1987-02-17 | 1988-08-25 | Amazonen Werke Dreyer H | Kreiselegge |
| NL8701010A (nl) * | 1987-04-29 | 1988-11-16 | Lely Nv C Van Der | Grondbewerkingsmachine. |
| EP0305601B1 (en) * | 1987-09-03 | 1992-04-29 | C. van der Lely N.V. | A soil cultivating machine |
| EP0305600B2 (en) * | 1987-09-03 | 1996-07-03 | C. van der Lely N.V. | A soil cultivating machine |
| DE8714440U1 (de) * | 1987-10-30 | 1988-01-07 | Rabewerk Heinrich Clausing, 4515 Bad Essen | Prallplatte für eine Gerätekombination mit einer Bodenfräse |
| CZ293973B6 (cs) * | 1997-05-17 | 2004-09-15 | Lemken Gmbh & Co. Kg | Zemědělské nářadí na obdělávání půdy |
| ES2238194B1 (es) * | 2004-12-23 | 2006-11-16 | Howard Iberica S.A. | Maquina agricola. |
| DE202009009721U1 (de) * | 2009-07-16 | 2010-11-25 | Alois Pöttinger Maschinenfabrik Gmbh | Bodenbearbeitungsgerät |
| FR2987221B1 (fr) * | 2012-02-27 | 2014-12-12 | Kuhn Sa | Machine de travail du sol avec une planche niveleuse dont le reglage est centralise |
| IT201800006958A1 (it) * | 2018-07-05 | 2020-01-05 | Sistema e metodo di controllo e comando per macchine agricole | |
| DE102021107451A1 (de) | 2021-03-25 | 2022-09-29 | Pöttinger Landtechnik Gmbh | Landwirtschaftliches Bodenbearbeitungsgerät |
| DE202021104659U1 (de) * | 2021-08-30 | 2021-10-08 | Pöttinger Landtechnik Gmbh | Landwirtschaftliche Arbeitsmaschine |
Family Cites Families (17)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE7925367U1 (de) * | 1979-09-07 | 1980-01-03 | Rabewerk Heinrich Clausing, 4515 Bad Essen | Egge mit antreibbaren Zinken |
| US1343159A (en) * | 1919-07-12 | 1920-06-08 | Sandstrom Barney | Land-scraper or leveling-machine |
| GB992049A (en) * | 1962-11-02 | 1965-05-12 | Wilder Ltd John | A scraper suitable for use with an agricultural tractor |
| NL6704508A (nl) * | 1967-03-30 | 1968-10-01 | ||
| US3556228A (en) * | 1968-07-29 | 1971-01-19 | Orlan H Mork | Apparatus for leveling soil and the like |
| NL7409032A (nl) * | 1974-07-04 | 1976-01-06 | Lely Nv C Van Der | Grondbewerkingsmachine. |
| NL175251C (nl) * | 1975-09-19 | 1990-01-16 | Lely Nv C Van Der | Rotorkopeg. |
| NL7513961A (nl) * | 1975-12-01 | 1977-06-03 | Lely Nv C Van Der | Grondbewerkingsmachine. |
| NL7609603A (nl) | 1976-08-30 | 1978-03-02 | Lely Nv C Van Der | Combinatie van een grondbewerkingsmachine met een inrichting voor het in de grond brengen van materiaal. |
| US4088083A (en) * | 1976-11-05 | 1978-05-09 | C. Van Der Lely N.V. | Rotary harrow and attachments |
| FR2416634A1 (fr) | 1978-02-13 | 1979-09-07 | Crete Guerin | Dispositif de garde laterale pour appareil preparateur de sol |
| DK197079A (da) * | 1978-05-18 | 1979-11-19 | Patent Concern Nv | Jordbearbejdsningsmaskine |
| DE3020397A1 (de) * | 1980-05-29 | 1981-12-03 | Maschinenfabrik Rau Gmbh, 7315 Weilheim | Bodenbearbeitungsgeraet |
| US4368783A (en) * | 1980-08-26 | 1983-01-18 | Kent Manufacturing Co., Inc. | Universal auxiliary implement mount |
| NL188975C (nl) * | 1980-12-15 | 1992-12-01 | Lely Nv C Van Der | Grondbewerkingsmachine. |
| NL8201055A (nl) * | 1982-03-15 | 1983-10-03 | Lely Nv C Van Der | Grondbewerkingsmachine. |
| NL192287C (nl) * | 1982-12-01 | 1997-05-07 | Lely Nv C Van Der | Rotorkopeg. |
-
1984
- 1984-05-10 NL NL8401507A patent/NL192558C/nl not_active IP Right Cessation
- 1984-06-14 GB GB08415187A patent/GB2141611B/en not_active Expired
- 1984-06-15 DE DE19843422254 patent/DE3422254A1/de active Granted
- 1984-06-18 CH CH2941/84A patent/CH665524A5/de not_active IP Right Cessation
- 1984-06-19 IT IT21485/84A patent/IT1174033B/it active
- 1984-06-19 AT AT0200084A patent/AT400275B/de not_active IP Right Cessation
- 1984-06-20 FR FR848409658A patent/FR2547972B1/fr not_active Expired
-
1989
- 1989-04-21 FR FR898905332A patent/FR2628929B1/fr not_active Expired - Lifetime
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| DE3422254A1 (de) | 1984-12-20 |
| FR2628929B1 (fr) | 1992-01-10 |
| CH665524A5 (de) | 1988-05-31 |
| GB2141611B (en) | 1986-11-12 |
| IT8421485A0 (it) | 1984-06-19 |
| NL192558B (nl) | 1997-06-02 |
| GB8415187D0 (en) | 1984-07-18 |
| FR2547972A1 (fr) | 1985-01-04 |
| DE3422254C2 (nl) | 1990-02-01 |
| FR2547972B1 (fr) | 1989-11-17 |
| FR2628929A1 (fr) | 1989-09-29 |
| GB2141611A (en) | 1985-01-03 |
| IT1174033B (it) | 1987-06-24 |
| AT400275B (de) | 1995-11-27 |
| NL8401507A (nl) | 1985-01-16 |
| ATA200084A (de) | 1991-08-15 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL192558C (nl) | Grondbewerkingsmachine. | |
| NL8500396A (nl) | Grondbewerkingsinrichting. | |
| NL8203046A (nl) | Grondbewerkingsmachine. | |
| NL8003243A (nl) | Grondbewerkingsmachine. | |
| NL8204705A (nl) | Grondbewerkingsrol. | |
| NL192287C (nl) | Rotorkopeg. | |
| NL7906694A (nl) | Werkwijze voor het ploegen van een strook grond. | |
| NL8903162A (nl) | Grondbewerkingsmachine. | |
| NL8301302A (nl) | Inrichting voor het opbreken van de grond. | |
| NL8701344A (nl) | Grondbewerkingsinrichting voorzien van een rol. | |
| EP0850553B1 (en) | A soil supporting member | |
| NL193084C (nl) | Grondbewerkingsmachine. | |
| NL8500187A (nl) | Grondbewerkingsmachine. | |
| NL8403460A (nl) | Grondbewerkingsmachine. | |
| NL8201055A (nl) | Grondbewerkingsmachine. | |
| NL8801489A (nl) | Grondbewerkingsmachine. | |
| NL9101552A (nl) | Inrichting voor het maken van zaaivoren in een gazon. | |
| NL8602430A (nl) | Grondbewerkingsmachine. | |
| NL7907081A (nl) | Grondbewerkingsmachine. | |
| NL9400177A (nl) | Grondbewerkingsmachine. | |
| NL8602005A (nl) | Grondbewerkingsmachine. | |
| NL193966C (nl) | Inrichting voor het egaliseren van een grasmat, zoals in het bijzonder van een sportveld. | |
| NL192019C (nl) | Grondbewerkingsmachine, in het bijzonder voor de bewerking van een zaaibed. | |
| NL8403369A (nl) | Grondbewerkingsmachine. | |
| NL8203045A (nl) | Grondbewerkingsmachine. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20031201 |