BE1018728A3 - Vloerpaneel. - Google Patents

Vloerpaneel. Download PDF

Info

Publication number
BE1018728A3
BE1018728A3 BE200900252A BE200900252A BE1018728A3 BE 1018728 A3 BE1018728 A3 BE 1018728A3 BE 200900252 A BE200900252 A BE 200900252A BE 200900252 A BE200900252 A BE 200900252A BE 1018728 A3 BE1018728 A3 BE 1018728A3
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
floor panel
shaped material
plate
parts
characterized
Prior art date
Application number
BE200900252A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Flooring Ind Ltd Sarl
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Flooring Ind Ltd Sarl filed Critical Flooring Ind Ltd Sarl
Priority to BE200900252 priority Critical
Priority to BE200900252A priority patent/BE1018728A3/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1018728A3 publication Critical patent/BE1018728A3/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F15/00Flooring
    • E04F15/02Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/01Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship
    • E04F2201/0153Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by rotating the sheets, plates or panels around an axis which is parallel to the abutting edges, possibly combined with a sliding movement
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/04Other details of tongues or grooves
    • E04F2201/044Other details of tongues or grooves with tongues or grooves comprising elements which are not manufactured in one piece with the sheets, plates or panels but which are permanently fixedly connected to the sheets, plates or panels, e.g. at the factory
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/05Separate connectors or inserts, e.g. pegs, pins, keys or strips
    • E04F2201/0523Separate tongues; Interlocking keys, e.g. joining mouldings of circular, square or rectangular shape

Abstract

Vloerpaneel, voor het vormen van een vloerbedekking, waarbij dit vloerpaneel (1) rechthoekig en langwerpig is en ‚‚n paar tegenoverliggende korte zijden (2-3) en ‚‚n paar tegenoverliggende lange zijden (4-5) bevat; waarbij dit vloerpaneel (1) aan beide paren tegenoverliggende zijden (2-3-4-5) koppeldelen (6-7-8-9) bevat die toelaten dat het vloerpaneel (1) met gelijkaardige vloerpanelen kan worden gekoppeld; waarbij deze koppeldelen in gekoppelde toestand zowel een vergrendeling in verticale als horizontale richting opleveren, waarbij dit vloerpaneel (1) een kern (16) bezit die bestaat uit een houtvezelplaat (17), gevormd uit houtvezels die via een bindmiddel met elkaar verbonden zijn, waarbij deze houtvezelplaat (17) zich tot aan de zijden (2-3-4-5) van het vloerpaneel (1) uitstrekt; en waarbij minstens het koppeldeel van minstens ‚‚n van de korte zijden (2-3) minstens gedeeltelijk uit de houtvezelplaat (17) gevormd is; daardoor gekenmerkt dat voornoemd koppeldeel (6-7) van voornoemde korte zijde (2-3) voorzien is van een ter plaatse van de houtvezels aangebracht verstevigend middel (18), terwijl de koppeldelen (8-9) ...

Description

Vloerpaneel

Deze uitvinding heeft betrekking op vloerpanelen voor het vormen van een vloerbedekking.

Meer speciaal beoogt de uitvinding vloerpanelen van het type dat aan de zijden ervan is voorzien van koppeldelen die toelaten om meerdere van dergelijke panelen louter mechanisch aan elkaar te koppelen, waarbij door middel van deze koppeldelen zowel een vergrendeling in horizontale als verticale richting wordt geboden.

Het is bekend dat vloerpanelen voor het vormen van een vloerbedekking, dus vloerpanelen die bedoeld zijn op een bestaande dragende vloer te worden aangebracht, van verschillende aard kunnen zijn. Twee belangrijke categorieën bij dergelijke vloerpanelen zijn enerzijds de zogenaamde laminaatvloerpanelen en anderzijds de vloerpanelen die als samengesteld parketpaneel zijn opgebouwd, welke laatste ook “engineered wood”-panelen worden genoemd.

Laminaatvloerpanelen bestaan doorgaans voor het grootste gedeelte van hun dikte uit een substraat uit een eendelige houtvezelplaat, meer speciaal MDF (Medium Density Fibre board) of HDF (High Density Fibre board). Op het substraat is dan een toplaag aangebracht die dan hetzij gevormd is uit één of meer met hars geïmpregneerde vellen, hetzij gevormd is uit een bedrukking al dan niet nog gecombineerd met andere lagen. Wanneer de één of meer met hars geïmpregneerde vellen direct op het substraat worden verperst, wordt dit Direct Pressure Laminate (DPL) genoemd. Wanneer eerst een aantal geïmpregneerde vellen onderling verperst worden en het verkregen geheel dan op een substraat wordt bevestigd, wordt dit High Pressure Laminate (HPL) genoemd. Aan de onderzijde kan een tegenlaag worden toegepast, welke doorgaans bedoeld is een balancerend effect op te leveren om zodoende te verhinderen dat de vloerpanelen kromtrekken.

Samengestelde parketpanelen bevatten normalenwijze minstens een substraat, een erop bevestigde houtlaag en een houtgebaseerde tegenlaag aan de onderzijde van het substraat. De zich aan de bovenzijde bevindende houtlaag fungeert als top- en sierlaag en wordt doorgaans uit hardhout verwezenlijkt. Zij kan wel aan haar bovenzijde verder behandeld zijn, bijvoorbeeld om het uitzicht ervan te beïnvloeden en/of om de oppervlaktekwaliteit ervan te verbeteren, bijvoorbeeld via inkleuring, het aanbrengen van een slijtvaste en waterdichte doorzichtige lak, enzovoort. De houtgebaseerde tegenlaag bestaat doorgaans uit een eendelige dunne laag van een goedkope en doorgaans zachte houtsoort.

Het substraat van een samengesteld parketpaneel wordt traditioneel uit meerdere dwarsgerichte latjes uit hout samengesteld. Bij langwerpige panelen is het ook bekend om de latjes aan de korte zijden te vervangen door stroken uit een ander materiaal, zoals HDF (High Density Fibre board) of multiplex, om de stevigheid aan deze randen te vergroten. Voorbeelden hiervan zijn beschreven in DE 101 63 435 en WO 2007/141605. Ook zijn uitvoeringen van samengestelde parketpanelën bekend waarbij het volledige substraat door één doorlopendé hoütvézelplaat wordt vérvangen, bijvoorbeeld zoals beschreven in het DE 201 21 836.

Eventueel kunnen nog andere lagen, al dan niet uit hout, in zulk samengesteld parketpaneel geïntegreerd zijn.

Verder zijn er nog andere vloerpanelen bekend die niet direct ondér voornoemde twee categorieën vallen, welke zich doorgaans van voornoemde categorieën onderscheiden doordat bijzondere toplagen op het substraat worden aangewend/zoals fineer, kurk, vinyl, linoleum, steen, tapijt, enzovoort. Het' substraàt béstaat dan'doorgaans uit één plaat MDF (Medium Density Fibre board) of HDF (High Density Fibre board).

Ter toelichting wordt vermeld dat, zoals algemeen bekend, MDF én HDF bestaan uit houtvezels die samen met een bindmiddel onder de invloed van hitte en druk in plaatvorm worden geperst. De productie gebeurt door op bekende wijze een mat van beharste vezels samen te drukken tot een bepaalde densiteit bèreikt is, waarbij het hars wordt uitgehard zodat een binding tussen de vezels ontstaat. Afhankelijk van de graad waarmee de samendrukking wordt uitgevoerd wordt een eindplaat met een lagere of hogere densiteit verkregen. De densiteit is de waarde die'vergregën wórdt door 1 kubieke meter aan vervaardigd plaatmatenäal'te nemén en het'gewicht hiérvan' te bepalen, en dit dan uit te drukken in kg/kubièk- meter. Wannéér hiérbij 'gesproken wordt over densiteit, dan betreft het wel dé gemiddelde densiteit, aangezien de densiteit dwars doorheen de plaat een variërend densiteitsverloop kent. Doordat het een via samendrukking verkregen product betreft is de densiteit aan de buitenzijden van de plaat immers groter dan in het midden, en neemt deze densiteit van de buitenzijden naar binnen toe gradueel af.

Alhoewel de term MDF soms overkoepelend voor alle houtvezelplaat wordt aangewend die volgens het voornoemde principe is verwezenlijkt, bestaat in werkelijkheid wel een verschil tussen MDF en HDF, waarbij het duidelijk is dat HDF een plaat is van hogere densiteit dan MDF. In de literatuur worden soms verschillende waarden van densiteit voor de grens tussen MDF en HDF opgegeven, doch in het algemeen mag aangenomen worden dat deze gelegen is bij 800 kg/kubiek meter, hetgeen trouwens met de gebruikelijke normering hieromtrent overeenstemt. Specifiek voor de hierna volgende beschrijving en conclusies geldt dan ook dat onder MDFéen vezelplaat wordt verstaan met een densiteit van minder dan 800 kg/kubiek meter, terwijl onder HDF een vezelplaat wordt verstaan met een densiteit aldus gemiddelde densiteit, van minstens 800 kg/kubieke meter. In de praktijk heeft HDF doorgaans een densiteit van rond de 850 kg/kubiek meter. Vezelplaat onder de 600 kg/kubiek meter wordt betiteld als zijnde LDF (Low Density Fibre board).

Het is duidelijk dat MDF een economischer product is dan HDF, aangezien voor eenzelfde dikte van plaat minder basismateriaal, dus vooral houtvezels, wordt aangewend. Bovendien dient bij de productie de vezelmat minder krachtig te worden samengeperst, hetgeen bij de productie minder energie vergt.

Vroeger was het gebruikelijk om vloerpanelen aan hun randen te voorzien van een eenvoudige tand en groef, en werden zij bij het installeren ter plaatse van hun tand- en groefverbinding in elkaar gelijmd. Sinds de tweede helft van de jaren negentig is deze wijze van verbinden nagenoeg volledig verdrongen door het gebruik van louter mechanische koppelingen met koppeldelen die in de gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanel zowel een vergrendeling in verticale als horizontale richting opleveren. Het is duidelijk dat de integratie van koppeldelen die zowel een horizontale als verticale vergrendeling opleveren in de randen van de vloerpanelen vereist dat deze koppeldelen voldoende stevigheid moeten vertonen, waarbij de stevigheid van het materiaal zelf waarin de koppeldelen worden verwezenlijkt uiteraard een belangrijke rol speelt. Het is immers geweten dat dergelijk vloerpanelen onder invloed van temperatuur en vocht kunnen uitzetten en krimpen. Vooral bij het krimpen worden de vloerpanelen van de doorgaans zwevend verlegde vloerbedekking soms zwaar belast, bijvoorbeeld wanneer aan weerszijden van zulke vloerbedekking zware meubels hierop geplaatst zijn die dan bij het krimpen van de vloerbedekking als het ware moeten worden meegetrokken. Het zijn dan ook vooral de delen die een horizontale vergrendeling moeten opleveren welke tegen grote krachten moeten bestand zijn. Ook is het geweten dat bij langwerpige vloerpanelen de koppeldelen aan de korte zijden doorgaans grotere krachten per eenheid lengte moeten opnemen dan de koppeldelen aan de lange zijden.

Ook is het geweten dat houtvezelplaat in het algemeen, en meer speciaal MDF en HDF een anisotroop matriaal is, waarbij zich in vlakken parallel aan het oppervlak van de plaat gemakkelijk een afscheuring kan plaatsvinden. Bij koppeldelen uitgevoerd in zulk materiaal dient er dus op gelet te worden dat bepaalde delen hiervan tijdens het gebruik niet beschadigd worden, bijvoorbeeld door inscheuren, afscheuren, afbreken of dergelijke, wat uiteraard tot een minder goede vergrendeling kan leiden, of zelfs kan betekenen dat er geen vergrendeling meer bestaat. Het is dan ook bekend om koppeldelen uit houtvezelmateriaal te verstevigen door de houtvezelplaat en/of het oppervlak met een versterkend middel, zoals polyurethaan, te impregneren, of zulk middel op een andere wijze hierin aan te brengen. Een aantal voorbeelden waar modificaties in houtvezelplaat worden uitgevoerd op de plaats waar een koppeldeel moet worden gerealiseerd, of reeds een koppeldeel gerealiseerd is, zijn onder meer bekend uit WO 02/24421, DE 199 63 203, figuur 24e of WO 2008/060232. Zulke modificaties worden soms ook uitgevoerd om een dichting tegen vochtindringing aan het oppervlak van in houtvezelplaat gevormde koppeldelen te realiseren, bijvoorbeeld zoals bekend uit het WO 2008/078181.

De huidige uitvinding beoogt nu vloerpanelen, onder meer van de voornoemde twee categorieën, die zodanig zijn opgebouwd dat de keuze van bepaalde materiaaldelen van zulk vloerpaneel minder afhankelijk of zelfs onafhankelijk wordt van de stevigheid waarmee de koppeldelen moeten worden uitgevoerd. Dit laat toe om voor deze materiaaldelen goedkopere materialen aan te wenden of deze materiaaldelen in functie van bepaalde andere vereisten te optimaliseren.

Door volgens een aantal uitvoeringsvormen van de uitvinding zeer specifieke materiaalcombinaties te maken en/of een verstevigend middel alleen op welbepaalde zijden van vloerpanelen aan te wenden, is het mogelijk om dergelijk vloerpaneel bijzonder economisch te realiseren, terwijl dit weinig of geen invloed heeft op de stevigheid van de koppeldelen, althans toch niet aan de zijden waar een grote stevigheid vereist is.

Nog een doel van de uitvinding is de verwezenlijking van vloerpanelen die koppeldelen bezitten welke op een eenvoudige wijze extra versterkt zijn.

Teneinde één of meer van voornoemde doelen te realiseren zal een vloerpaneel volgens de uitvinding aan het hierna beschreven eerste aspect, tweede aspect of derde aspect beantwoorden. Het eerste aspect heeft betrekking op een vloerpaneel met een kern uit een houtvezelplaat, waarbij aan de zijden van het vloerpaneel koppeldelen zijn voorzien en waarbij doelgericht aan welbepaalde zijden een verstevigend middel aan de koppeldelen aanwezig is. Het tweede aspect beoogt het gebruik van houtvezelplaat in een vloerpaneel met een densiteit waarvan de waarde binnen een specifieke reikwijdte is gelegen, in combinatie met de aanwending van een verstevigend middel aan de koppeldelen. Het derde aspect houdt verband met een samengesteld parketpaneel, met een zeer specifieke combinatie van materialen voor de kern of het substraat van het paneel.

Volgens het eerste aspect heeft de uitvinding betrekking op een vloerpaneel, voor het vormen van een vloerbedekking, waarbij dit vloerpaneel· rechthoekig én langwerpig is en één paar tegenoverliggende korte zijden en één paar tegenoverliggende lange zijden bevat; waarbij dit vloerpanéel aan beidé paren tegenoverliggende zijden koppeldelen bevat die toelaten dat het vloerpaneel met gelijkaardige vioérpâhelén kan worden gekoppeld; waarbij deze koppeldelen in gekoppelde toestand zowel een vergrendeling in verticale als horizontale richting opleveren; waarbij dit vloerpaneel een kern bezit die bestaat uit een houtvezelplaat, gevormd uit houtvezels die via een bindmiddel met elkaar verbonden zijn; waarbij deze houtvezelplaat zich tot aan de zijden van het vloerpaneel uitstrekt; en waarbij minstens het koppeldeel van minstens één van de korte zijden minstens gedeeltelijk uit de houtvezelplaat gevormd is; met als kenmerk dat voornoemd koppeldeel van voornoemde korte zijde voorzien is van een ter plaatse van de houtvezels aangebracht verstevigend middel, terwijl de koppeldelen aan de lange zijden minstens over het merendeel van hun lengte vrij zijn van zulk verstevigend middel, of dit middel in mindere mate aanwezig is aan deze lange zijden. Met “in mindere mate aanwezig” wordt bedoeld dat de gemiddelde per lengte-eenheid aangewende hoeveelheid verstevigend product lager is dan aan de betreffende korte zijde.

Door het feit dat aan de korte zijden, aan minstens één van de koppeldelen ervan, een verstevigend middel wordt toegepast, terwijl dit aan de lange zijden in mindere mate wordt toegepast, of bij voorkeur niet, wordt eeri plaatselijke versteviging geboden op de meest cruciale plaats, terwijl de productiekost aan de lange zijden beperkt blijft.

Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm bestaat de voornoemde houtvezelplaat uit MDF (Medium Density Fibre board), en vertoont aldus een densiteit van minder dan 800 kg/kubiek meter. Door enerzijds MDF aan te wenden en anderzijds waar nodig verstevigend middel aan de koppeldelen toe te passen, wordt het voordeel verkregen dat het vloerpaneel goedkoper kan worden verwezenlijkt terwijl toch koppeldelen worden behouden waarvan de sterkte vergelijkbaar is met gelijkaardige koppeldelen die in het gebruikelijke HDF zouden zijn uitgevoerd.

Bij voorkeur zijn de koppeldelen aan beide korte zijden in aldaar aanwezige houtvezelplaat uitgevoerd en zijn deze koppeldelen aan beide korte zijden voorzien van een ter plaatse aan de houtvezels aangebracht verstevigend middel. Op deze wijze wordt een maximale stevigheid aan de korte zijden gewaarborgd.

Volgens een tweede onafhankelijk aspect heeft de uitvinding betrekking op een vloerpaneel, voor het vormen van een vloerbedekking, waarbij dit vloerpaneel rechthoekig, hetzij langwerpig, hetzij vierkant, is en twee paar tegenoverliggende zijden vertoont; waarbij dit vloerpaneel aan beide paren tegenoverliggende zijden koppeldelen bevat die toelaten dat het vloerpaneel met gelijkaardige vloerpanelen kan worden gekoppeld; waarbij deze koppeldelen in gekoppelde toestand zowel een vergrendeling in verticale als horizontale richting opleveren; waarbij de kern van dit vloerpaneel aan minstens één zijde van het vloerpaneel bestaat uit een houtvezelplaat, gevormd uit houtvezels die via een bindmiddel met elkaar verbonden zijn; en waarbij het koppeldeel aan voornoemde minstens één zijde minstens gedeeltelijk in de houtvezelplaat zelf gevormd is; met als kenmerk dat de voornoemde houtvezelplaat waarin het koppeldeel gevormd is, bestaat uit houtvezelplaat met een gemiddelde densiteit van minder dan 825 kg/kubiek meter en dat deze houtvezelplaat ter plaatse van het koppeldeel voorzien is van een via impregnatie aangebracht verstevigend middel. De houtvezelplaat is hierbij bij voorkeur van het type MDF of HDF, waarbij in het geval van HDF dan alleen HDF uit het lagere densiteitsgebied, namelijk 800 tot 825 kg/kubiek meter voor het tweede aspect in aanmerking komt.

In de klassieke bekende uitvoeringen van koppeldelen die in houtvezelplaat zijn uitgevoerd, wordt bij vloerpanelen steeds HDF aangewend met een densiteit van ongeveer 850 kg/kubiek meter. Door nu volgens de uitvinding verstevigend middel aan te wenden, en dit verder te combineren met houtvezelplaat van een geringere densiteit, is het duidelijk dat goedkopere vloerpanelen kunnen worden verwezenlijkt, terwijl toch nog sterke koppeldelen kunnen worden gewaarborgd.

Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van het tweede aspect van de uitvinding situeert de densiteit van de houtvezelplaat zich tussen 700 en 825 kg/kubiek meter. Densiteiten onder deze bovengrens garanderen een goedkopere productie, terwijl densiteiten boven de ondergrens in combinatie met het verstevigend middel een voldoende stevigheid van de koppeldelen waarborgen.

Beter nog wordt voor de betreffende houtvezelplaat materiaal aangewend met een densiteit lager dan 800 kg/kubiek meter en bestaat de houtvezelplaat aldus uit MDF. Nog beter wordt MDF aangewend met een densiteit van minder dan 775 kg/kubiek meter, en nog beter van minder dan 750 kg/kubiek meter, dit al dan niet in combinatie met de voornoemde ondergrens van 700 kg/kubiek meter.

In een bijzondere uitvoeringsvorm, waarbij een goed compromis tussen sterkte uit het houtvezelmateriaal zelf en sterkte geleverd via het verstevigend middel wordt verkregen, zal een ondergrens worden toegepast van minstens 725 kg/kubiek meter, dit in combinatie met één van de voornoemde bovengrenzen.

De vloerpanelen van zowel voornoemd eerste als tweede aspect kunnen zoals hierna beschreven, volgens verschillende voorkeurdragende uitvoeringsvormen, nog verschillende bijkomende kenmerken vertonen, die, indien niet tegenstrijdig, ook onderling kunnen worden gecombineerd.

Volgens een eerste voorkeurdragende uitvoeringsvorm is zulk vloerpaneel verder daardoor gekenmerkt dat ook aan de lange zijden van het vloerpaneel eendelig in de houtvezelplaat gevormde koppeldelen aanwezig zijn, doch dat deze zich aan de lange zijden bevindende koppeldelen volledig vrij zijn van voornoemd verstevigend middel, eventueel met uitzondering van de uiteinden van de lange zijden. Het is bekend dat de koppeldelen aan de lange zijden normalerwijze minder krachten per lengte-eenheid moeten opvangen. Door volgens de uitvinding het verstevigend middel alleen selectief aan de korte zijden toe te passen, is het duidelijk dat de aan te wenden hoeveelheid van zulk middel beperkt blijft. Het is evenwel niet uitgesloten dat aan de uiteinden van de lange zijden een geringe hoeveelheid van het verstevigend middel aanwezig is, doordat bij het aanbrengen van het middel aan de korte zijden, bij de uiteinden ervan ook een geringe hoeveelheid hiervan op één of meer koppeldelen van de lange zijden terecht komt.

Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm is het verstevigend middel een middel dat door impregnatie in het oppervlak van de koppeldelen is aangebracht.

Het verstevigend middel kan bestaan uit ieder product dat tussen de vezels van een houtvezelplaat kan worden opgenomen en de hechting tussen de vezels vergroot, zulks doordat het ertussen uithardt

Meer speciaal nog geniet het de voorkeur dat het verstevigend middel polyurethaan is, of een middel op basis van polyurethaan. '

Volgens nog een voorkeurdragende uitvoeringsvorm is zulk vloerpaneel van het eerste of tweede aspect verder daardoor gekenmerkt dat de koppeldelen aan minstens één van voornoemde zijden waar een verstevigend middel is aangebracht een groef omvatten die naar onderen toe door een onderste lip is begrensd, waarbij aan de onderste lip tevens een vergrendeldeel aanwezig is dat bedoeld is om in de gekoppelde toestand met een gelijkaardig paneel een vergrendeling in horizontale richting te vormen, waarbij het verstevigend middel minstens op één van volgende plaatsen aan het betreffend koppeldeel is aangebracht: - aan de lateraal diepst gelegen zijde van de groef; - aan het vergrendeldeel, om te verhinderen dat dit afscheurt; - aan de overgangszone tussen het binnenste punt van de groef en de bovenzijde van de onderste lip; dit laatste is vooral nuttig in het geval van een onderste lip die zijdelings verder uitsteekt dan de bovenste lip omdat deze bij de installatie van de vloerpanelen soms ongewild als een hefboom naar onderen wórdt gedrukt, waardoor het vezelmateriaal kan gaan splitsen; - aan twee of meer van de hiervoor genoemde plaatsen, al dan niet op doorlopende wijze.

Volgens nog een voorkeurdragende uitvoeringsvorm is zulk vloerpaneel van het eerste of tweede aspect verder daardoor gekenmerkt dat de koppeldelen aan minstens één van voornoemde zijden waar een verstevigend middel is aangebracht een tand omvatten, met aan de onderzijde ervan een vergrendeldeel dat bedoeld is om in de gekoppelde toestand met een gelijkaardig paneel een vergrendeling in horizontale richting te vormen, waarbij het verstevigend middel minstens ter hoogte van het vergrendeldeel is toegepast.

Volgens nog een voorkeurdragend kenmerk wordt het verstevigend middel pas op een afstand onder de rand van het sieroppervlak van het vloerpaneel is toegepast, en vangt dus pas aan op een afstand onder de bovenrand van het vloerpaneel. Hierdoor ontstaat het voordeel dat de kans dat de sierzijde met voornoemd middel besmeurd wordt gering is, en dat bovendien minder accuraat moet worden gewerkt. Doordat geen accurate afwerking noodzakelijk is, met andere woorden de grens van de behandelde zone niet zeer accuraat moet zijn, kan met productietechnieken worden gewerkt die een hoge doorvoersnelheid toelaten, zodat de gebruikelijke productiesnelheid kan worden aangehouden. Het feit dat niet accuraat moet worden gewerkt laat ook toe dat een overvloed aan middel kan worden toegepast, zodat een degelijke impregnatie tot stand kan komen.

De hoeveelheid toe te passen verstevigend middel kan proefondervindelijk worden bepaald. Hierbij kan rekening worden gehouden met verschillende parameters, zoals de gewenste te bereiken sterkte, de grootte van de te behandelen zone, de doorvoersnelheid tijdens het aanbrengen, de viscositeit van het verstevigend middel, enzovoort.

De uitvinding zoals hiervoor beschreven is vooral nuttig bij laminaatvloerpanelen die hoofdzakelijk bestaan uit een kern of substraat uit een eendelige houtvezelplaat; een toplaag die hetzij gevormd is uit één of meer met hars geïmpregneerde vellen die op de houtvezelplaat bevestigd zijn, hetzij gevormd is uit een bedrukking al dan niet nog gecombineerd met andere lagen; en eventueel een tegenlaag aan de onderzijde van de kern of het substraat.

Volgens een derde onafhankelijk aspect heeft de uitvinding betrekking op een vloerpaneel, voor het vormen van een vloerbedekking, waarbij het vloerpaneel als een samengesteld parketpaneel is opgebouwd dat minstens een substraat, een erop bevestigde houtlaag en een bij voorkeur houtgebaseerde tegenlaag aan de onderzijde van het substraat bevat; waarbij dit vloerpaneel rechthoekig, hetzij langwerpig of vierkant is, en dus twee paar tegenoverliggende zijden bevat; waarbij het vloerpaneel aan beide paren tegenoverliggende zijden koppeldelen bevat die toelaten dat het vloerpaneel aan alle vier zijden met gelijkaardige vloerpanelen kan worden gekoppeld; waarbij deze koppeldelen in gekoppelde toestand zowel een vergrendeling in verticale als horizontale richting opleveren; met als kenmerk dat het voornoemde substraat minstens is samengesteld uit één of meer plaatvormige materiaaldelen en een aan minstens één rand aangebracht strookvormig materiaaldeel, waarbij minstens één van de voornoemde koppeldelen in het strookvormig materiaaldeel is verwezenlijkt en dit strookvormig materiaaldeel qua materiaalsamenstelling verschillend is uigevoerd van één of meer van de voornoemde plaatvormige materiaaldelen.

Doordat voor het substraat gebruik wordt gemaakt van plaatvormige materiaaldelen in de plaats van de courant aangewende latjes, ontstaat het voordeel dat de kans dat vervormingen in het bovenoppervlak van het vloerpaneel ontstaan geringer wordt, wat op zijn beurt als voordeel oplevert dat een houten toplaag van een geringere dikte kan worden aangewend, hetgeen tot een aanzienlijke kostenbesparing kan leiden, aangezien de zich bovenaan bevindende houtlaag het duurste bestanddeel vormt. Het is immers geweten dat bij de bekende uitvoeringen waarbij het substraat uit houten latjes is samengesteld, het bovenoppervlak van de erop verlijmde houtlaag soms oneffen is, meer speciaal geribbeld is. Deze oneffenheden zijn blijkbaar het gevolg van onregelmatigheden die zich vanuit het substraat tot aan het bovenoppervlak doorzetten, en die het gevolg zijn van het feit dat een groot aantal smalle latjes wordt aangewend. Vermoedelijk is dit te wijten aan het feit dat de latjes zich gezien hun geringe breedte niet altijd goed in het vlak van het vloerpaneel uitrichten en/of aan het feit dat de latjes onderlinge tolerantieverschillen vertonen en/of aan het feit dat verschillen in hardheid van het hout van de latjes bestaan wat bij het persen tijdens het verlijmen in verschillende diktes kan resulteren. Om dit effect bij vloerpanelen waarvan het substraat uit dergelijke latjes bestaat, uit te sluiten, of minstens binnen aanvaardbare grenzen te houden, zal de toplaag normalerwijze met een dikte van minimum 2,5 mm worden uitgevoerd.

Door nu bij het vloerpaneel volgens de uitvinding gebruik te maken van plaatvormige materiaaldelen in de plaats van de klassieke latjes, kan met een dunnere toplaag of dus houtlaag worden gewerkt. In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm heeft deze dan ook een dikte van minder dan 2,5 mm en beter nog van minder dan 2,2 mm. In de meest voorkeurdragende uitvoeringsvorm zal zij een dikte vertonen in de orde van grootte van 2 mm.

Door aan de randen strookvormige materiaaldelen aan te wenden die qua materiaalsamenstelling verschillend zijn uitgevoerd van één of meer van de voornoemde plaatvormige materiaaldelen, kan een kostenoptimalisatie worden doorgevoerd zonder dat de kwaliteit van het vloerpaneel daaronder lijdt. Voor het materiaal van de strookvormige materiaaldelen kan dan een materiaal gekozen worden dat goede eigenschappen oplevert voor wat betreft de vereisten waaraan de koppeldelen moeten voldoen, terwijl voor het plaatvormige materiaaldeel, respectievelijk de plaatvormige materiaaldelen, een materiaal kan worden aangewend dat aan minder stringente criteria moet voldoen.

Het hiervoor genoemde begrip “verschillende materiaalsamenstelling” dient volgens de uitvinding breed te worden geïnterpreteerd. Het kan hierbij handelen om materialen die op zich uit een verschillend basismateriaal bestaan, doch het kan ook handelen om materialen die uit dezelfde basismaterialen zijn vervaardigd, doch waarvan de materiaalsamenstelling uitsluitend verschilt doordat een verschillende densiteit is aangewend. Het is duidelijk dat het in het laatste geval moet handelen om een duidelijk gewild gecreëerd densiteitsverschil, en niet een verschil dat louter het resultaat is van tolerantie-afwijkingen die zich bij de productie van een materiaal voordoen. Een “verschillende materiaalsamenstelling” kan er ook in bestaan dat oorspronkelijk uitgegaan wordt van volledig hetzelfde materiaal, doch nadien een verschil wordt gecreëerd door voor één van de toepassingen, hetzij voor het plaatvormige materiaaldeel, hetzij voor het strookvormige materiaaldeel, het materiaal aan een behandeling te onderwerpen. Een vobrbéëld van een dergëlijke behandeling kan bestaan in een impregnatie die tot doel heeft verbeterde eigenschappen aän het betreffende materiaal toe te kennen.

Zo bijvoorbeeld kunnen zowel de één of meer plaatvormïge materiaaldelen als de één of meer strookvormige materiaaldelen uit 'eenzelfde houtvezèlplaat worden verwezenlijkt, bijvoorbeeld MDF, waarbij uitsluitend de één of meer strookvormige materiaaldelen worden geïmpregneerd met een verstevigend middel, zoals polyurethaan. Zodoende is de materiaalkost voor het substraat geringer dan in het geval dat voor alle samenstellende delen HDF wordt aangewend, terwijl ter plaatse van de strookvormige materiaaldelen dank zij de impregnatie toch een goede materiaalsterkte wordt behouden wat van belang is voor de daarin te verwezenlijken koppeldelen.

Het is duidelijk dat het algemeen de voorkeur geniet dat ieder betreffend strookvormig materiaaldeel uit een materiaal bestaat dat, ingevolge een “verschil in materiaalsamenstelling” zoals hiervoor gedefinieerd, sterker is dan het materiaal waaruit het plaatvormige materiaaldeel bestaat,0 respectievelijk de plaatvormige materiaaldelen bestaan. Zodoende kan voor de één of meer plaatvormige materiaaldelen een lichter en doorgaans goedkoper materiaal worden aangewend, terwijl voor de strookvormige materiaaldelen gebruik kan worden gemaakt van een materiaal met een meer stevige samenstelling, dat doorgaans dan ook van een hogere kostprijs is.

Het vloerpaneel van het derde aspect is verder bij voorkeur daardoor gekenmerkt dat het voornoemde plaatvormige materiaaldeel, of indien er meer dan één plaatvormig materiaaldeel wordt aangewend, minstens één van deze plaatvormige materiaaldelen, en bij voorkeur ieder plaatvormig materiaaldeel, in het geval van een vierkant vloerpaneel minstens afmetingen vertoont die groter zijn dan 20 x 20 cm, en in het geval van een langwerpig vloerpaneel minstens in de richting die parallel verloopt met de langsrichting van het vloerpaneel, een lengte heeft van meer dan 20 cm en beter nog van meer dan 30 cm. Deze afmetingen garanderen dat de nadelige effecten die zoals voornoemd kunnnen ontstaan bij het gebruik van een substraat dat is samengesteld uit smalle latjes, worden uitgesloten, zoniet worden geminimaliseerd.

Bij langwerpige vloerpanelen die in overeenstemming met het derde aspect van de uitvinding zijn uitgevoerd, geniet het de voorkeur dat aan beide korte zijden een strookvormig materiaaldeel zoals voornoemd aanwezig is, waarin dan de bijhorende koppeldelen zijn uitgevoerd. Zodoende wordt gewaarborgd dat de beide koppeldelen naar stevigte toe kunnen worden geoptimaliseerd, dit onafhankelijk van de materiaalkeuze voor de één of meer plaatvormige materiaaldelen.

Bij langwerpige vloerpanelen die in overeenstemming met het derde aspect van de uitvinding zijn uitgevoerd, geniet het ook de voorkeur dat het plaatvormige materiaaldeel, of indien er meer dan één plaatvormig materiaaldeel is aangewend, minstens één en bij voorkeur ieder van deze plaatvormige materiaaldelen, zich in de dwarsrichting van het vloerpaneel eendelig over de volledige breedte van het vloerpaneel uitstrekt.

Volgens een bijzondere uitvoeringsvorm van vloerpanelen van het derde aspect zijn deze aan alle vier zijden van een strookvormig materiaaldeel zoals voornoemd voorzien, waarin de betreffende koppeldelen verwezenlijkt zijn. Deze uitvoering laat toe om koppeldelen aan alle vier zijden te realiseren die onafhankelijk zijn van het materiaal waaruit de plaatvormige materiaaldelen bestaan. Ook kan dan voor de één of meer plaatvormige materiaaldelen gebruik worden gemaakt van materialen die op zich niet geëigend zijn om koppeldelen in uit te voeren, zoals holle platen, platen waarin holtes zijn aangebracht, of platen uit een soepel materiaal. Een voorbeeld is honigraatplaat uit karton of een ander materiaal.

In de meest voorkeurdragende uitvoeringsvorm bevat het substraat één doorlopend plaatvormig materiaaldeel dat zich over het volledig paneel uitstrekt, met uitzondering van de plaats of plaatsen waar een strookvormig materiaaldeel zoals voornoemd aanwezig is. Het gebruik van één doorlopend plaatvormig materiaaldeel draagt tot een betere stabiliteit bij.

In een praktische uitvoeringsvorm zijn de voornoemde één of meer strookvormige materiaaldelen uitgevoerd in HDF (High Density Fibre board), daar zulk materiaal een goede densiteit vertoont om er koppeldelen in te vormen.

In de meest voorkeurdragende uitvoeringsvorm vertonen de vloerpanelen volgens het derde aspect het kenmerk dat het voornoemde plaatvormige materiaaldeel, respectievelijk ieder van de voornoemde plaatvormige materiaaldelen, alsook de één of meer strookvormige materiaaldelen uit houtvezelplaat zijn verwezenlijkt, waarbij voor één of meer en bij voorkeur alle plaatvormige materiaaldelen houtvezelplaat van een geringere dichtheid wordt aangewend dan voor het strookvormige materiaaldeel, respectievelijk de strookvormige materiaaldelen. Meer speciaal nog geniet het de voorkeur dat de één of meer plaatvormige materiaaldelen bestaan uit MDF (Medium Density Fibre board) en de strookvormige materiaaldelen bestaan uit HDF (High Density Fibre board). Op deze wijze kan voor de één of meer plaatvormige materiaaldelen gebruik worden gemaakt van houtvezelplaat van een lagere kwaliteit, zoals MDF, dat op vele plaatsen ter wereld wordt geproduceerd en ter beschikking is, terwijl voor de strookvormige materiaaldelen kwalitatief betere houtvezelplaat, zoals HDF, kan worden aangewend. Dergelijke kwalitatief betere houtvezelplaat is niet overal beschikbaar en moet soms van verder worden aangevoerd. Doordat deze kwalitatief betere vezelplaat uitsluitend voor de strookvormige materiaaldelen benodigd is, blijft de benodigde hoeveelheid ervan en dus ook de transportkost voor de aanvoer echter gering.

Volgens een alternatief bestaan de voornoemde strookvormige materiaaldelen uit rubberhout.

Volgens een bijzondere uitvoeringsvorm van het derde aspect bestaan de plaatvormige materiaaldelen uit elementen gekozen uit volgende reeks: honigraatplaat; softboard vezelplaat; LDF (Low Density Fiber board); spaanplaat, hetzij op basis van hout, hetzij op basis van vlas; of karton.

Opgemerkt wordt dat in deze beschrijving de uitdrukking “strookvormig materiaaldeel” hoofdzakelijk bedoeld is om aan te geven dat het een materiaaldeel betreft dat zich aan de rand of zijde van het vloerpaneel bevindt en overigens breed dient te worden geïnterpreteerd. Bij voorkeur vertoont zulk strookvormig materiaaldeel wel een lengte, gemeten langs de rand waar het is aangebracht, die groter is dan de breëdte daarvan gemeten in het vlak van het vloerpaneel en loodrecht op de betreffende rand. Dit is evenwel niet noodzakelijk en in bepaalde toepassingen kan de voornoemde breedte zelfs groter zijn dan de voornoemde lengte. Ook kan een strookvormig materiaaldeel breder dan een plaatvormig materiaaldeel 32A worden uitgevoerd.

leder strookvormig materiaaldeel strekt zich bij voorkeur wel over de volledige hoogte van het substraat uit.om een eenvoudige verlijming tussen de toplaag, meer speciaal de voornoemde houtlaag, en de tegenlaag toe te laten. Meer speciaal zijn de strookvormige en plaatvormige materiaaldelen alle even dik.

Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan te tonen, zijn hierna als voorbeeld zonder enig beperkend karakter enkele voorkeurdragende uitvoeringsvormen beschreven, met verwijzing naar de bijgaande figuren, waarin: figuur 1 in perspectief een vloerpaneel volgens de uitvinding weergeeft; figuren 2 en 3 op een grotere schaal doorsneden weergegeven, respectievelijk volgens lijnen ll-ll en lll-lll in figuur 1; figuur 4 in een perspectiefzicht waarbij de onderdelen uit elkaar genomen zijn, nog een vloerpaneel volgens de uitvinding weergeeft, alvorens de koppeldelen aan de zijden zijn aangebracht; figuren 5 en 6 op een grotere schaal doorsneden weergegeven, respectievelijk volgens lijnen V-V en VI-VI in figuur 4, voor de normale geassembleerde toestand; figuur 7 in een perspectiefzicht waarbij de onderdelen uit elkaar genomen zijn, nog een vloerpaneel volgens de uitvinding weergeeft, alvorens de koppeldelen aan de zijden zijn aangebracht; figuren 8 en 9 op een grotere schaal doorsneden weergegeven, respectievelijk volgens lijnen VIII-VIII en IX-IX in figuur 7, voor de normale geassembleerde toestand; figuur 10 in een perspectiefzicht waarbij de onderdelen uit elkaar genomen zijn, nog een vloerpaneel volgens de uitvinding weergeeft, alvorens de koppeldelen aan de zijden zijn aangebracht; figuren 11 en 12 op een grotere schaal doorsneden weergegeven, respectievelijk volgens lijnen XI-XI en XII-XII in figuur 7, voor de normale geassembleerde toestand.

In de figuren 1 tot 3 is een vloerpaneel 1 weergegevèn dat aan het voornoemde eerste aspect van de uitvinding beantwoordt.

Het vloerpaneel 1 is rechthoekig en langwerpig en vertoont bijgevolg één paar tegenoverliggende korte zijden 2-3 en één paar tegenoverliggende lange zijden 4-5.

Zoals meer in detail in de figuren 2 en 3 is weergegeven bezit het vloerpaneel aan beide paren tegenoverliggende zijden 2-3 en 4-5 koppeldelen, respectievelijk 6-7 en 8-9, die toelaten dat het vloerpaneel 1 met gelijkaardige vloerpanelen kan worden gekoppeld, waarbij deze koppeldelen van het type zijn dat in gekoppelde toestand zowel een vergrendeling in verticale als horizontale richting oplevert. Hierbij zijn deze koppeldelen 6-7-8-9 minstens gedeeltelijk als profielen uitgevoerd die in de zijden 2-3-4-5 van de vloerpanelen 1 aangebracht zijn. Bij voorkeur strekken deze profielen zich continu over de volledige lengte van iedere betreffende zijde uit en zijn zij minstens gedeeltelijke en bij voorkeur volledig op machinale wijze in de zijden uitgewerkt, bijvoorbeeld door middel van één of meer freesprocessen.

In het weergegeven voorbeeld zijn de koppeldelen, zowel aan de korte zijden 2-3 als aan de lange zijden 4-5, hoofdzakelijk uitgevoerd in een vorm zoals bekend uit het WO 97/47834. Hierbij bestaan zij aan twee tegenoverliggende zijden respectievelijk uit een tand 10 en een groef 11. De groef 11 is hierbij bovenaan begrensd door een bovenste lip 12 en onderaan door een onderste lip 13, waarbij in het weergegeven voorbeeld de onderste lip 13 zijdelings verder reikt dan de bovenste lip 12. Verder zijn aan de onderzijde van de tand 10 en de bovenzijde van de onderste lip 13 vergrendeldelen, respectievelijk 14 en 15, voorzien die in de gekoppelde toestand op bekende wijze met elkaar samenwerken. In de gekoppelde toestand bewerken de tand 10 en groef 11 een verticale vergrendeling, terwijl de vergrendeldelen 14-15 doordat ze in gekoppelde toestand achter elkaar komen te zitten een vergrendeling in horizontale richting verzekeren. De weergegeven koppeldelen laten toe dat twee van dergelijke vloerpanëléhaanhünzijdennaarkèüie^dÓüfeëh'schMf-'ëh'shapbëwègihgbrdoóreen wëhtëlbewëging in ëlkëar önderrirfèëf bëWëh‘d: uit' hét

\/böfhÓëmdëJ\A^ 2!>’ aan twee tegenoverliggende zijden respectievetyk '-D

oen tand K) en oen groef 11. De groef 11 is hierbij bovenaan begrensd dooi eer,

Het is duidelijk daf de hief weergëgevén köppëldëlën loütër èën voorbeeld v/orhien en dët ahdërè vórmen vaft kó^p^Td:êlléin!irnb^tslU^^yBl^^!^BSVë?t''3ë^Ó|^i^ldéle^e^anréêh'1 paar tegenoverliggendé‘zijdën niét vàn dezëfee^b'rrtv7t^zijri/;àîs dé köppëldélen aan het andere paar tegenovërliggëndë zijden. ν--ύ:;-'ίπ c·^ i:- ne - oppeioo toosi :;r q vv.i-o >.'o.oro.crkuo. in de goKoppeicie ioestend beu-erken oo Un-d Zóals1 Zichtbaar in fdë figuren 2 én 31 bëzit-hëÏVIÓëipaólIëf T éën kerh 16' 'óf 'süb'stréat; dië bëstaaf Uit ëen hóutvezélplaat Ï7, ^gëvömid üif^Hóütvezëls^diëS/ïsTéerr bindmiddel mëf élkaar verbonden zijn en waèrbij déze hoütvieze’lpiäät 17}zieh 'tot ääh dé Zijden 2-^3-4-5 van het vloefpahëel l'uitstrekt; ën waafbij:%mstëhs hët 'köppëldëël van minstens éën van de korte zijdën 2-3 minsteris gëdèeitëlijk üit deZe-hÔùtvézelplaat gëvormd is. Meer spéciaal zijn in'dit voorbeeld zelfs de koppeldelen 6-7-8-9 van alle zijden 2-3-4-5 minstens gedeeltelijk, en in dit geval zelfs volledig, in de houtvezelplaat 17 uitgevoerd, doordat ze machinaal ’ daarin gevÓntidXtzijn,-: bijvóórbéëidü:doófi0middël van een freësproces. · ·'’ z-jd. ook noevèu -o . .. ..._,ό·.:ίo >' . ί ' o ,:i , O. ·,·„; vj :

Iri overeenstemming met het eerste aspect van de uitvinding is het koppeldeel aan minstens één van de korte zijden, en in dit geval ieder koppeldeel 6-7 van beide korte zijdën 2-3, vóórzien van een terpilaëtsër vaHiidë'cilôQt^:βίls, · >tërsfè\üjjehd· .....D; ί : * < ··. .

middel 18, zoals blijkt uit figuur 2, terwijl de koppeldelen 8-9 aan de lange zijden 4-5 minstens over het merendeel van hun lengte vrij zijn van zulk verstevigend middel, zoals blijkt uit figuur 3.

Ten einde aan het eerste aspect van de uitvinding te beantwoorden bestaat de houtvezelplaat 17 uit MDF (Medium Density Fibre board) en vertoont dan ook een gemiddelde densiteit van niet meer dan 800 kg/kubiek meter. Zoals uiteengezet in de inleiding is zulke vezelplaat goedkoper, doch kan dankzij het gebruik van het verstevigend middel 18 toch gegarandeerd worden dat de koppeldelen die het meest belast worden, namelijk deze aan de korte zijden 2-3, voldoende stevig zijn, terwijl de extra kost voor het verstevigend middel miniem blijft, aangezien het niet aan de lange zijden wordt toegepast.

Opgemerkt wordt dat ook wanneer in de lagéré densiteiten van HDF wordt gewerkt, nog nuttige besparingen mogelijk zijn, meer speciaal tot densiteiten van 825 kg/kubiek meter, zoals in de inleiding met betrekking tot het tweede aspect van de uitvinding is uiteengezet. Dit betekent dan ook dat wanneer in déMüitvöerihgsvörrh van figuren 1 tot 3 voor de houtvezelplaat 17 gebrüik Wordt gemaakt van houtvezelplaat met een gemiddelde densiteit van minder dan 825 kg/kubiek meter en dat deze houtvezelplaat minstens ter plaatse van één of meer van de koppéldelen 6-7-8-9 voorzien is van een via impregnatie aangebracht verstevigend middel, het weergegeven vloerpaneel eveneens aan het tweede aspect van de Uitvinding beantwoordt.

Het verstevigend middel 18 is een middel dat door impregnatie in het oppervlak van de koppeldelen 6-7 is aangebracht, dit volgens eender welke techniek. Zoals schematisch in figuur 2 is afgebeeld kan dit bijvoorbeeld worden verwezenlijkt door middel van spuitmondstukken 19. Andere technieken die hiertoe kunnen worden aangewend zijn onder meer het aanbrengen door middel van opdraag rolletjes of het aanbrengen door middel van vacuümkoppen, bijvoorbeéld vari de firma Schiele.

Uiteraard kan na het aanbrengen in een geforceerde droging en/of uitharding worden voorzien, bijvoorbeeld door middel van een luchtstroom, hittetoevoer of straling.

Het is ook niet uitgesloten om een behandeling herhaald uit te voeren of om met tweekomponenten-producten te werken.

Het verstevigende middel 18 bestaat zoals voornoemd bij voorkeur uit polyurethaan, of een middel op basis van polyurethaan, doch ook andere middelen die een extra binding tussen de vezels kunnen bewerken komen in aanmerking.

Het verstevigend middel 18 kan op verschillende plaatsen aan een koppeldeel worden aangebracht, dit in functie van de plaats of plaatsen waar de producent van de vloerpanelen een extra versteviging wenst te realiseren. Het kan hierbij bijvoorbeeld handelen om plaatsen waar men de kans groot acht dat beschadigingen optreden, bijvoorbeeld waar de kans het grootste is dat de houtvezelplaat zal splitten of waar een kans bestaat dat gedeelten afbreken. Het is echter duidelijk dat deze plaatsen ook proefondervindelijk kunnen worden vastgesteld door vloerpanelen zonder verstevigend middel 18 aan testen te onderwerpen om de zwakste plaatsen van de koppeldelen op te sporen en minstens aldaar het verstevigend middel toe te passen.

In het weergegeven voorbeeld van figuur 2 is aan nagenoeg het volledige oppervlak van de groef 11 verstevigend middel 18 aangebracht. De belangrijkste plaatsen zijn evenwel: - aan de lateraal diepst gelegen zijde of het diepst gelegen gedeelte 20 van de groef 11, met andere woorden de bocht van de groef 11, daar hier bij een ongewenste belasting kans op inscheuren van de groef 11 bestaat ; - aan de overgangszone 21 tussen het binnenste punt van de groef 11 en de bovenzijde van de onderste lip, hetgeen vooral nuttig is in het geval van een onderste lip die zijdelings verder uitsteekt dan de bovenste lip, zoals in figuur 2; - aan het vergrendeldeel 15, om de kans op afbreken te verminderen.

Het is dan ook duidelijk dat volgens niet afgebeelde varianten op figuur 2, niet de volledige binnenzijde van de groef 11 verstevigd zal worden, doch slechts bepaalde gedeelten ervan.

Figuur 2 illustreert ook dat aan de andere korte zijde 2, het verstevigend middel 18 bij voorkeur minstens wordt aangebracht ter plaatse van het vergrendeldeel 14.

Zoals weergegeven in het voorbeeld van figuur 2 geniet het de voorkeur dat het verstevigend middel 18 pas op een afstand onder de rand van de sierzijde 22 van het vloerpaneel 1 is toegepast, met andere woorden dat het verstevigend middel 18 verwijderd blijft van de betreffende bovenranden 23-24 van het vloerpaneel 1.

Zoals bij wijze van voorbeeld in de figuren 2 en 3 is weergegeven, is de uitvinding volgens het eerste en het tweede aspect vooral geëigend voor laminaatvloerpanelen die hoofdzakelijk bestaan uit een kern of substraat 16 uit een eendelige houtvezelplaat 17; een toplaag 25 die gevormd is uit één of meer met hars geïmpregneerde vellen, bijvoorbeeld papiervellen, in dit gevàl een bedrukte en geïmpfegheérdè dècörlaag 26 alsmede een zogenaamde overlay 27, 'diè':b'pydè'''hbutvézélplaat’M7'rvèrpèrst zijn en eventueel een tegenlaag 28 aan de onderzijde van de kern of het substraat. Volgens eën niet wéèrgegeveh alternatief bestaarde toplaag 25 uit eèn directe'bedrukking al dan niet nog gécombineerd met andere lagen/waarbij dóórgaans eerst een aantal grondlagen op het substraat aangebracht zijn, waaróp dan één motief door bedrukking is aangebracht en waarover dan minstens één transparante beschermende laag, zoals een doorzichtige lak, is aangebracht.

Figuren 4 tot 6 geven een vloerpaneel 1 weer dât aân het derde onafhankelijk aspect van de uitvinding beantwoordt. In overeenstemming met dit dérde aspect is dit vloerpaneel 1 als een samengesteld parketpäneel opgebouwd dat minstens een substraat 29, een erop bevestigde houtlaag 30 en een bij voorkeur houtgebaseerde tegenlaag 31 aan de onderzijde van het substraat 29 bevat. Het vloerpaneel 1 is rechthoekig, in dit geval langwerpig, en bevat eri dus twee paar tegenoverliggende zijden 2-3 en 4-5. Verder bevat het vloerpaneel 1 äan beide paren tegenoverliggende zijden 2-3 en 4-5 koppeldelen 6-7 en 8-9 die toelaten dat het vloerpaneel 1 aan alle vier zijden met gelijkaardige vloerpanelen kan wórden gekoppeld. De kóppeldelen zijn hierbij telkens van een type dat gekoppeldë toestand zowel een vergrendeling in verticale als horizontale richting oplevert.

Nog in overeenstemming met het derde aspect van de uitvinding is het voornoemde substraat 29 minstens samengesteld uit een plaatvormig materiaaldeel 32 en een aan minstens één rand, en in dit geval aan beide randen van de korte zijden 2-3, aangebracht strookvormig materiaaldeel 33, respectievelijk 34, waarbij minstens één van de voornoemde koppeldelen, in dit geval dus de koppeldelen 6-7 aan de korte zijden, in het betreffend strookvormig materiaaldeel is verwezenlijkt en zulk strookvormig materiaaldeel 33-34 qua materiaalsamenstelling verschillend is uitgevoerd van het voornoemde plaatvormige materiaaldeel 32.

In de in volle lijn weergegeven uitvoering bezit het substraat 29 één doorlopend plaatvormig materiaaldeel 32 dat zich over het volledige vloerpaneel 1 uitstrekt, met uitzondering van de plaatsen waar een strookvormig materiaaldeel 33-34 zoals voornoemd aanwezig is.

Zoals met streeplijnen 35 in figuur 4 is weergegeven kan in de plaats van één plaatvormig materiaaldeel 32 ook gebruik worden gemaakt van meerdere plaatvormige materiaaldelen, waarbij de streeplijnen 35 in het voorbeeld dan de randen van de respectievelijke plaatvormige materiaaldelen 32A weergeven.

Opgemerkt wordt dat de houtlaag 30, die als toplaag fungeert zowel uit een eendelige laag kan bestaan als uit een laag die uit meerdere delen is samengesteld. In het geval dat zij uit meerdere delen is samengesteld zal doorgaans gewerkt worden met afzonderlijke delen of latten die tezamen een meervoudig plankpatroon weergegeven, bijvoorbeeld zoals in figuur 5 met streeplijnen 36 is weergegeven. Het is duidelijk dat de voornoemde houtlaag aan de bovenzijde al dan niet nog verder afgewerkt kan zijn, bijvoorbeeld met producten om het houtdecor beter te doen uitkomen en/of met producten die een beschermende laag bieden, zoals een vernis, olie of dergelijke.

De uitvinding volgens het derde aspect komt vooral tot haar recht wanneer ieder betreffend strookvormig materiaaldeel 33-34 bestaat uit een materiaal dat sterker is dan het materiaal waaruit het plaatvormige materiaaldeel 32, respectievelijk de plaatvormige materiaaldelen 32A, bestaan.

Zoals in de inleiding uiteengezet geniet het de voorkeur dat in het geval dat het vloerpaneel 1 langwerpig is, zulk plaatvormig materiaaldeel 32, resectievelijk 32A, minstens in de richting die parallel loopt met de langsrichting van het vloerpaneel 1, een lengte heeft van meer dan 20 cm en beter nog meer dan 30 cm. In het weergegeven voorbeeld betekent dit dat de totale lengte L1, alsook ieder der lengtes L2, bij voorkeur groter is dan 20 cm en beter nog groter is dan 30 cm.

Figuren 4 en 6 geven ook weer dat het plaatvormige materiaaldeel 32, respectievelijk ieder van de plaatvormige materiaaldelen 32A, zich in de dwarsrichting van het vloerpaneel 1 eendelig over de volledige breedte van het vloerpaneel 1 uitstrekt, respectievelijk uitstrekken.

In de figuren 7 tot 9 is een variante weergegeven waarbij aan alle vier zijden ervan een strookvormig materiaaldeel 33-34 en 37-38 zoals voornoemd aanwezig is, waarin de betreffende koppeldelen verwezenlijkt zijn. Het betreft hier materiaaldelen 33-34 aan de korte zijden en materiaaldelen 37-38 aan de lange zijden. In het weergegeven voorbeeld strekken de materiaaldelen 33-34 zich met hun uiteinden tot aan de lange zijden uit, terwijl de materiaaldelen 37-38 eindigen tegen de materiaaldelen 33-34. het is duidelijk dat dit ook omgekeerd het geval kan zijn.

De voornoemde strookvormige materiaaldelen 33-34 en/of 37-38 in de hiervoor beschreven uitvoeringen van figuren 4 tot 9, alsook in de nog hierna beschreven uitvoeringsvorm van figuren 10 tot 11, bestaan bij voorkeur uit HDF.(High Density Fibre board), dus met een densiteit van 800 kg/kubiek meter of hoger, en beter nog hoger dan 840 kg/kubiek meter.

Zoals uiteengezet in de inleiding geniet het bij uitvoeringen zoals weergegeven in de figuren 4 tot 9 de voorkeur dat zowel de plaatvormige materiaaldelen 32 of 32A als de strookvormige materiaaldelen 33-34 uit houtvezelplaat bestaan, doch waarbij voor één of meer en bij voorkeur alle plaatvormige materiaaldelen 32 of 32A houtvezelplaat van een geringere densiteit wordt aangewend dan voor de strookvormige materiaaldelen 33-34. In de meest voorkeurdragende uitvoeringsvorm bestaan de één of meer plaatvormige materiaaldelen 32-32A uit MDF (Medium Density Fibre board) en de strookvormige materiaaldelen 33-34 uit HDF (High Density Fibre board).

Volgens een variante zullen één of meer van de strookvormige materiaaldelen uit rubberhout bestaan, aangezien gebleken is dat hierin ook relatief stevige koppeldelen kunnen worden vervaardigd, terwijl de plaatvormige materiaaldelen dan bijvoorbeeld uit MDF bestaan.

In de figuren 10 tot 12 is een bijzondere uitvoeringsvorm weergegeven met een plaatvormig materiaaldeel 32 dat gevormd is uit een honigraatplaat, bijvoorbeeld uit karton.

Het is duidelijk dat de in eenzelfde vloerpaneel toegepaste strookvormige en plaatvormige materiaaldelen bij voorkeur even dik zijn, zodanig dat door ze eenvoudig naast elkaar te positioneren zij allen met hun bovenzijden in éénzelfde vlak gelegen zijn, alsook met al hun onderzijden in éénzelfde aridèf vlak gelegen zijn, hetgeen een éénvoudige verlijming toelaat volgens békende téchhiëkefi die bij dé vérvaardigirig vari: “engineered wood” worden aangewend. " : v :,r:t i-r· ,·;

Opgemerkt wordt dat de samengestelde parketpanelen volgens de uitvinding zowel ieder afzonderlijk kunnen worden samengesteld, vérlijmd en verperst, als bijvoorbeeld met meerdere tegelijk als één geheel kunnen worden verperst dat dan in meerdere afzonderlijke vloerpanelen wordt gezaagd die dan ieder op zich een structuuropbouw hebben van het type zoals afgebeeld in de figuren 4, 7 of 10.

Opgemerkt wordt dat de hiervoor beschreven én in de figuren weergegeven koppeldelen slechts voorbeelden vormen én dat'de uitvinding niet bepérkt is tot de weergegeven uitvoeringsvormen. Zo bijvoorbeeld kunnen onderling verschillende vormen van koppeldelen aan het eerste paar en tweede paar tegenoverliggende zijden worden toegepast, die eventueel een verschillende koppeltechniek vereisen. Ook kunnen volgens de uitvinding koppeldelen worden toegepast die slechts gedeeltelijk in de kern 16 of het materiaal van de strookvormige materiaaldelen zijn vérwezenlijkt. Voorbeelden hiervan zijn koppeldelen die gedeeltelijk uit een kunststofstrip zijn verwezenlijkt, bijvoorbeeld zoals beschreven in DE 20 2008 008 597.

De uitvinding komt evenwel vooral tot haar recht wanneer aan alle zijden koppeldelen worden aangewend die eendelig uit het substraat zijn verwijderd, dit om alle additionele kosten van afzonderlijke delen uit te sluiten.

Volgens een afwijkende variante van de uitvinding zullen de vloerpanelen aan één paar tegenoverliggende randen voorzien zijn van koppeldelen die bij het koppelen van twee van dergelijke panelen uitsluitend in een horizontale vergrendeling voorzien, met andere woorden koppeldelen die van het zogenoemde drop-in type zijn.

De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de als voorbeeld beschreven en in de figuren weergegeven uitvoeringsvormen, doch dergelijk vloerpaneel kan in verschillende vormen en afmetingen worden verwezenlijkt zonder buiten het kader van de uitvinding te treden.

Claims (17)

  1. 5. Vloerpaneel, voor het vormen van een vloerbedekking, waarbij dit vloerpaneel (1) rechthoekig, hetzij langwerpig, hetzij vierkant, is en twee paar tegenoverliggende zijden (2-3-4-5) vertoont; waarbij dit vloerpaneel (1) aan beide paren tegenoverliggende zijden (2-3-4-5) koppeldelen (6-7-8-9) bevat die toelaten dat het vloerpaneel (1) met gelijkaardige vloerpanelen kan worden gekoppeld; waarbij deze koppeldelen (6-7-8-9) in gekoppelde toestand zowel een vergrendeling in verticale als horizontale richting opleveren; waarbij de kern (16) van dit vloerpaneel (1) aan minstens één zijde van het vloerpaneel (1) bestaat uit een houtvezelplaat (17), gevormd uit houtvezels die via een bindmiddel met elkaar verbonden zijn; en waarbij het koppeldeel (6-7-8-9) aan voornoemde minstens één zijde minstens gedeeltelijk in de houtvezelplaat (17) zelf is gevormd; daardoor gekenmerkt dat de voornoemde houtvezelplaat (17) waarin het koppeldeel gevormd is, bestaat uit houtvezelplaat (17) met een gemiddelde densiteit van minder dan 825 kg/kubiek meter en dat deze houtvezelplaat (17) tér plaatse van het betreffend koppeldeel voorzien is van een via impregnatie aangebracht verstevigend middel (18). -··;· '·
  2. 6. Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat het verstevigend middel (18) een middel is dat door impregnatie in het oppervlak van de betreffende koppeldelen is aangebracht. .
  3. 7. Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat het verstevigend middel (18) polyurethaan is, of éeri middel op basis van polyürethaan.
  4. 8. Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekènmerkt dat de koppeldelen aan minsten één van voornoemde zijden waar een verstevigend'middel (18) is aangebracht een groef (11) omvatten die nàar onderen toe door een onderste lip (13) is begrensd, waarbij aan de onderste lip tevens een vergrendeldeel (15) aanwezig is dat bedoeld is om in de gekoppelde toestand met een gelijkaardig vloerpaneel (1) een vergrendeling in horizontale'richting te vormen, waarbij het verstevigend middel (18) minstens op één van volgende plaatsen aan hét betreffend koppeldeel is aangebracht: - aan de lateraal diepst gelegen zijde (20) van de groef (11); - aan het vergrendeldeel (15); . ^ - aan de overgangszone (21) tussen het binnenste punt van de groef (11) en de bovenzijde van de onderste lip; - aan twee of meer van de hiervoor genoemde plaatsen, al dan niet op doorlopende wijze.
  5. 9. Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de koppeldelen aan minsten één van voornoemde zijden waar een verstevigend middel (18) is aangebracht een tand (10) omvatten, met aan de onderzijde ervan een vergrendeldeel (14) dat bedoeld is om in de gekoppelde toestand met een gelijkaardig vloerpaneel een vergrendeling in horizontale richting te vormen, waarbij het verstevigend middel (18) minstens ter hoogte van het vergrendeldeel (14) is toegepast.
  6. 10. Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat het verstevigend middel (18) pas op een afstand onder de rand van de sierzijde (22) van het vloerpaneel (1) is toegepast.
  7. 11. Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat het een laminaatvloerpaneel betreft, hoofdzakelijk bestaande uit een kern of substraat (29) uit een eendelige houtvezelplaat (17); een toplaag (25) die hetzij gevormd is uit één of meer met hars geïmpregneerde vellen, hetzij gevormd is uit een bedrukking al dan niet nog gecombineerd met andere lagen; en eventueel een tegenlaag (31) aan de onderzijde van de kern of het substraat (29).
  8. 12. Vloerpaneel, voor het vormen van een vloerbedekking, waarbij het vloerpaneel (1) als een samengesteld parketpaneel is opgebouwd dat minstens een substraat (29), een erop bevestigde houtlaag (30) en een tegenlaag (31) aan de onderzijde van het substraat (29) bevat; waarbij dit vloerpaneel (1) rechthoekig, hetzij langwerpig of vierkant is, en dus twee paar tegenoverliggende zijden (2-3-4-5) bevat; waarbij het vloerpaneel (1) aan beide paren tegenoverliggende zijden (2-3-4-5) koppeldelen (6-7-8-9) bevat die toelaten dat het vloerpaneel (1) aan alle vier zijden (2-3-4-5) met gelijkaardige vloerpanelen kan worden gekoppeld; waarbij deze koppeldelen (6-7-8-9) in gekoppelde toestand zowel een vergrendeling in verticale als horizontale richting opleveren; daardoor gekenmerkt dat het voornoemde substraat (29) minstens is samengesteld uit één of meer plaatvormige materiaaldelen (32-32A) en een aan minstens één rand aangebracht strookvormig materiaaldeel (33-34), waarbij minstens één van de voornoemde koppeldelen (6-7-8-9) in het strookvormig materiaaldeel (33-34) is verwezenlijkt en dit strookvormig materiaaldeel (33-34) qua materiaalsamenstelling verschillend is uitgevoerd van één of meer van de voornoemde plaatvormige materiaaldelen (32-32A). 13, - Vloerpaneel volgens conclusie 12, daardoor gekenmerkt dat het strookvormig materiaaldeel (33-34) bestaat uit een materiaal dat door het verschil in materiaalsamenstelling sterker is dan het materiaal waaruit de één of meer plaatvormige materiaaldelen (32-32A) bestaan.
  9. 14. Vloerpaneel volgens conclusie 12 of 13, daardoor gekenmerkt dat het voornoemde plaatvormige materiaaldeel (32-32A), of indien er meer dan één plaatvormig materiaaldeel wordt aangewend, minstens één van deze plaatvormige materiaaldelen, en bij voorkeur ieder plaatvormig materiaaldeel, in het geval van een vierkant vloerpaneel (1) minstens afmetingen vertoont die groter zijn dan 20 x 20 cm, en in het geval van een langwerpig vloerpaneel (1) minstens in de richting die parallel verloopt met de langsrichting van het vloerpaneel (1), een lengte heeft van meer dan 20 cm en beter nog meer dan 30 cm.
  10. 15. Vloerpaneel volgens één van de conclusies 12 tot 14, daardoor gekenmerkt dat het vloerpaneel (1) langwerpig is, en een paar lange zijden (4-5) en een paar korte zijden (2-3) vertoont, waarbij aan beide korte zijden (2-3) een strookvormig materiaaldeel (33-34) zoals voornoemd aanwezig is, waarin de bijhorende koppeldelen (6-7) zijn uitgevoerd. 16, - Vloerpaneel volgens één van de conclusies 12 tot 15, daardoor gekenmerkt dat het vloerpaneel (1) langwerpig is en dat het plaatvormige materiaaldeel, of indien er meer dan één plaatvormig materiaaldeel is aangewend, minstens één en bij voorkeur ieder van deze plaatvormige materiaaldelen, zich in de dwarsrichting van het vloerpaneel (1) eendelig over de volledige breedte van het vloerpaneel (1) uitstrekt.
  11. 17. Vloerpaneel volgens één van de conclusies 12 tot 15, daardoor gekenmerkt dat aan alle vier zijden (2-3-4-5) ervan een strookvormig materiaaldeel (33-34-37-38) zoals voornoemd aanwezig is, waarin de betreffende koppeldelen (6-7-8-9) verwezenlijkt zijn.
  12. 18. Vloerpaneel volgens één van de conclusies 12 tot 17, daardoor gekenmerkt dat het substraat (29) één doorlopend plaatvormig materiaaldeel (32) bevat dat zich over het volledige vloerpaneel uitstrekt, met uitzondering van de plaats of plaatsen waar een strookvormig materiaaldeel (33-34) zoals voornoemd aanwezig is.
  13. 19. Vloerpaneel volgens één van de voorgaande conclusies 12 tot 18, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde één of meer strookvormige materiaaldelen (33-34-37-38) bestaan uit HDF.
  14. 20. Vloerpaneel volgens één van de conclusies 12 tot 19, daardoor gekenmerkt dat het voornoemde plaatvormige materiaaldeel (32), respectievelijk ieder van de voornoemde plaatvormige materiaaldelen (32A), alsook de één of meer strookvormige materiaaldelen (33-34-35-36) uit houtvezelplaat (17) zijn verwezenlijkt, waarbij voor één of meer en bij voorkeur alle plaatvormige materiaaldelen (32-32A) houtvezelplaat (17) van een geringere dichtheid wordt aangewend dan voor het strookvormige, respectievelijk de strookvormige materiaaldelen (33-34-35-36).
  15. 21. Vloerpaneel volgens conclusie 20, daardoor gekenmerkt dat de één of meer plaatvormige materiaaldelen (32-32A) bestaan uit MDF (Medium Density Fibre board) en de één of meer strookvormige materiaaldelen (33-34-37-38) bestaan uit HDF (High Density Fibre board).
  16. 22. Vloerpaneel volgens één van de conclusies 12 tot 19, daardoor gekenmerkt dat de één of meer plaatvormige materiaaldelen (32-32A) gevormd zijn uit plaatvormige materiaaldelen gekozen uit volgende reeks: honigraatplaat; softboard vezelplaat; LDF (Low Density Fiber board); spaanplaat, hetzij op basis van hout, hetzij op basis van vlas; of karton.
  17. 23.- Vloerpaneel volgens één van de conclusies 12 tot 22, daardoor gekenmerkt dat de als toplaag (25) fungerende houtlaag (30) een dikte heeft van minder dan 2,2 mm, en beter nog in de orde van grootte is van 2 mm.
BE200900252A 2009-04-22 2009-04-22 Vloerpaneel. BE1018728A3 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE200900252 2009-04-22
BE200900252A BE1018728A3 (nl) 2009-04-22 2009-04-22 Vloerpaneel.

Applications Claiming Priority (7)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE200900252A BE1018728A3 (nl) 2009-04-22 2009-04-22 Vloerpaneel.
BRPI1016171A BRPI1016171A2 (pt) 2009-04-22 2010-04-22 painel de assoalho
EP20100722411 EP2422027B1 (en) 2009-04-22 2010-04-22 Floor panel
PCT/IB2010/051770 WO2010122514A2 (en) 2009-04-22 2010-04-22 Floor panel
RU2011147221/03A RU2011147221A (ru) 2009-04-22 2010-04-22 Напольная панель
US13/265,705 US8950148B2 (en) 2009-04-22 2010-04-22 Floor panel
CN201080018095.XA CN102421973B (zh) 2009-04-22 2010-04-22 地板镶板

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1018728A3 true BE1018728A3 (nl) 2011-07-05

Family

ID=41508698

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE200900252A BE1018728A3 (nl) 2009-04-22 2009-04-22 Vloerpaneel.

Country Status (7)

Country Link
US (1) US8950148B2 (nl)
EP (1) EP2422027B1 (nl)
CN (1) CN102421973B (nl)
BE (1) BE1018728A3 (nl)
BR (1) BRPI1016171A2 (nl)
RU (1) RU2011147221A (nl)
WO (1) WO2010122514A2 (nl)

Families Citing this family (26)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
SE9500810D0 (sv) 1995-03-07 1995-03-07 Perstorp Flooring Ab Golvplatta
US7131242B2 (en) 1995-03-07 2006-11-07 Pergo (Europe) Ab Flooring panel or wall panel and use thereof
BE1010487A6 (nl) * 1996-06-11 1998-10-06 Unilin Beheer Bv Vloerbekleding bestaande uit harde vloerpanelen en werkwijze voor het vervaardigen van dergelijke vloerpanelen.
US7992358B2 (en) 1998-02-04 2011-08-09 Pergo AG Guiding means at a joint
SE514645C2 (sv) 1998-10-06 2001-03-26 Perstorp Flooring Ab Golvbeläggningsmaterial innefattande skivformiga golvelement avsedda att sammanfogas av separata sammanfogningsprofiler
SE518184C2 (sv) 2000-03-31 2002-09-03 Perstorp Flooring Ab Golvbeläggningsmaterial innefattande skivformiga golvelement vilka sammanfogas med hjälp av sammankopplingsorgan
BE1018600A5 (nl) 2007-11-23 2011-04-05 Flooring Ind Ltd Sarl Vloerpaneel.
BE1018627A5 (nl) 2009-01-16 2011-05-03 Flooring Ind Ltd Sarl Vloerpaneel.
DE102010004717A1 (de) 2010-01-15 2011-07-21 Pergo (Europe) Ab Set aus Paneelen umfassend Halteprofile mit einem separaten Clip sowie Verfahren zum Einbringen des Clips
CN104831904B (zh) 2010-05-10 2017-05-24 佩尔戈(欧洲)股份公司 地板组件
CN103180533B (zh) * 2010-10-20 2016-03-09 克诺那普雷斯技术股份公司 包括层压面板和外部锁定元件的表面覆盖物
SE535477C2 (sv) * 2011-03-25 2012-08-21 Lindberg Foervaltning Ab P Väggskiva med kantlist och metod för framställning därav
BE1020305A5 (nl) * 2011-12-05 2013-07-02 Unilin Bvba Verpakte set panelen.
US8935899B2 (en) * 2012-02-02 2015-01-20 Valinge Innovation Ab Lamella core and a method for producing it
US8875464B2 (en) 2012-04-26 2014-11-04 Valinge Innovation Ab Building panels of solid wood
US9140010B2 (en) 2012-07-02 2015-09-22 Valinge Flooring Technology Ab Panel forming
PL3038803T3 (pl) 2013-08-27 2019-04-30 Välinge Innovation AB Sposób wytwarzania rdzenia warstwowego
ES2551632B1 (es) * 2014-05-20 2016-09-08 Euro Trade Flooring, S.L. Placa de revestimiento multicapa para superficies de apoyo horizontales y procedimiento para su fabricación
CN104369234B (zh) * 2014-11-13 2016-04-27 邓州市新艺木业有限责任公司 高强度生态木工板及其制造方法
US9650792B2 (en) * 2014-12-23 2017-05-16 Afi Licensing Llc Interlocking floor panels and floor system
WO2016151435A1 (en) 2015-03-20 2016-09-29 Unilin, Bvba Method for manufacturing a decorative panel and decorative panel
PL3294969T3 (pl) 2015-05-12 2019-09-30 Unilin North America, Llc Deska podłogowa i sposób wytwarzania takich desek podłogowych
BE1023310A1 (nl) 2015-07-02 2017-01-31 Unilin Bvba Vloerpaneel en werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen.
US9976304B2 (en) * 2015-10-13 2018-05-22 City University Of Hong Kong Composite material based panel
WO2019135141A1 (en) 2018-01-08 2019-07-11 Unilin, Bvba Floor panel and methods for manufacturing floor panels
RU181694U1 (ru) * 2018-05-11 2018-07-26 Общество с ограниченной ответственностью "Мастер-Класс" Трехслойная паркетная доска

Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4449346A (en) * 1980-11-12 1984-05-22 Tremblay J Gerard Panel assembly
EP0974713A1 (en) * 1998-07-24 2000-01-26 Unilin Beheer B.V. Floor covering, floor panel for such covering and method for the realization of such floor panel
BE1012086A3 (nl) * 1998-07-24 2000-04-04 Unilin Beheer Bv Vloerbekleding en vloerpaneel daarvoor.
US20040250914A1 (en) * 2001-01-31 2004-12-16 Ola Olofsson Process for the manufacturing of joining profiles
DE102006048471A1 (de) * 2006-10-11 2008-04-17 Kronotec Ag Bodenpaneel
DE202008008597U1 (de) * 2007-11-23 2008-08-21 Flooring Industries Ltd. Fußbodenpaneel
DE202009004530U1 (de) * 2009-01-16 2009-06-18 Flooring Industries Ltd. Fußbodenpaneel

Family Cites Families (66)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3579941A (en) * 1968-11-19 1971-05-25 Howard C Tibbals Wood parquet block flooring unit
US4543765A (en) * 1980-06-18 1985-10-01 Barrett Lawrence G Unitized floor panel and method of laying the same
SE9301595L (sv) * 1993-05-10 1994-10-17 Tony Pervan Fog för tunna flytande hårda golv
US5497589A (en) * 1994-07-12 1996-03-12 Porter; William H. Structural insulated panels with metal edges
US5502939A (en) * 1994-07-28 1996-04-02 Elite Panel Products Interlocking panels having flats for increased versatility
ES2196076T3 (es) * 1994-09-22 2003-12-16 Johannes Muller-Hartburg Baldosa y procedimiento para su fabricacion.
SE503917C2 (sv) * 1995-01-30 1996-09-30 Golvabia Ab Anordning för sammanfogning medelst not och spånt av angränsande stycken av golvbeläggningsmaterial samt ett golvbeläggningsmaterial sammansatt av ett antal mindre stycken
US6421970B1 (en) * 1995-03-07 2002-07-23 Perstorp Flooring Ab Flooring panel or wall panel and use thereof
US6588166B2 (en) * 1995-03-07 2003-07-08 Pergo (Europe) Ab Flooring panel or wall panel and use thereof
US7131242B2 (en) * 1995-03-07 2006-11-07 Pergo (Europe) Ab Flooring panel or wall panel and use thereof
SE9500810D0 (sv) * 1995-03-07 1995-03-07 Perstorp Flooring Ab Golvplatta
US5661937A (en) * 1995-04-17 1997-09-02 Johnson-Doppler Lumber Mezzanine floor panel
BE1010487A6 (nl) * 1996-06-11 1998-10-06 Unilin Beheer Bv Vloerbekleding bestaande uit harde vloerpanelen en werkwijze voor het vervaardigen van dergelijke vloerpanelen.
US6324809B1 (en) * 1997-11-25 2001-12-04 Premark Rwp Holdings, Inc. Article with interlocking edges and covering product prepared therefrom
US6345481B1 (en) * 1997-11-25 2002-02-12 Premark Rwp Holdings, Inc. Article with interlocking edges and covering product prepared therefrom
CO4870729A1 (es) * 1998-02-09 1999-12-27 Steven C Meyerson Paneles de construccion
SE512313E (sv) * 1998-06-03 2000-02-28 Valinge Aluminium Ab Låssystem samt golvskiva
DE19851200C1 (de) * 1998-11-06 2000-03-30 Kronotex Gmbh Holz Und Kunstha Fußbodenpaneele
FR2785633B1 (fr) * 1998-11-09 2001-02-09 Valerie Roy Panneau de recouvrement pour parquet, lambris ou analogue
ES2206205T3 (es) * 1999-12-27 2004-05-16 Kronospan Technical Company Ltd. Panel con perfil de enchufe.
DE19963203A1 (de) 1999-12-27 2001-09-20 Kunnemeyer Hornitex Verfahren zum Herstellen von plattenförmigen Holzwerkstoffen und Platte aus Holzwerkstoff
SE518184C2 (sv) * 2000-03-31 2002-09-03 Perstorp Flooring Ab Golvbeläggningsmaterial innefattande skivformiga golvelement vilka sammanfogas med hjälp av sammankopplingsorgan
AT411374B (de) * 2000-06-06 2003-12-29 Kaindl M Belag, verkleidung od.dgl., paneele für dessen bildung sowie verfahren und gerät zur herstellung der paneele
DE10032204C1 (de) * 2000-07-01 2001-07-19 Hw Ind Gmbh & Co Kg Fussbodenplatte
DE10047573B4 (de) 2000-09-22 2005-03-24 Fritz Egger Ges.m.b.H. & Co Verfahren zum Imprägnieren einer Seitenkante eines Werkstückes aus einem Holzwerkstoff sowie Werkstück aus einem Holzwerkstoff
DE10103505B4 (de) * 2001-01-26 2008-06-26 Pergo (Europe) Ab Boden- oder Wandpaneel
DE50107823D1 (de) * 2001-02-02 2005-12-01 Fritz Egger Gmbh & Co Unterrad Bauteil sowie Verfahren zur Herstellung eines solchen Bauteils
US8028486B2 (en) * 2001-07-27 2011-10-04 Valinge Innovation Ab Floor panel with sealing means
DE20121836U1 (de) 2001-12-21 2003-06-26 Schulte Johannes Parkettdiele
DE10163435C1 (de) 2001-12-21 2003-02-06 Johannes Schulte Parkettdiele
SE525661C2 (sv) * 2002-03-20 2005-03-29 Vaelinge Innovation Ab System för bildande av dekorativa fogpartier och golvskivor därför
US7617651B2 (en) * 2002-11-12 2009-11-17 Kronotec Ag Floor panel
ES2307840T3 (es) * 2002-11-15 2008-12-01 Flooring Technologies Ltd. Equipo compuesto por dos placas de construccion que pueden unirse entre si y una pieza insertada para enclavar estas placas de construccion.
US20040031225A1 (en) * 2002-08-14 2004-02-19 Gregory Fowler Water resistant tongue and groove flooring
US8375673B2 (en) * 2002-08-26 2013-02-19 John M. Evjen Method and apparatus for interconnecting paneling
DE10252866B3 (de) * 2002-11-12 2004-04-29 Kronotec Ag Paneel und Verfahren zur Herstellung eines Paneels
DE10262235B4 (de) * 2002-11-12 2010-05-12 Kronotec Ag Spanplatte, insbesondere Fußbodenpaneel oder Möbelplatte, und Verfahren zu ihrer Herstellung
PL191233B1 (en) * 2002-12-31 2006-04-28 BARLINEK Spółka Akcyjna Floor panel
DE10306118A1 (de) * 2003-02-14 2004-09-09 Kronotec Ag Bauplatte
SE0300642D0 (sv) * 2003-03-11 2003-03-11 Pergo Europ Ab Process for sealing a joint
DE20304761U1 (de) * 2003-03-24 2004-04-08 Kronotec Ag Einrichtung zum Verbinden von Bauplatten, insbesondere Bodenpaneele
DE20315676U1 (de) * 2003-10-11 2003-12-11 Kronotec Ag Paneel, insbesondere Bodenpaneel
US7886497B2 (en) * 2003-12-02 2011-02-15 Valinge Innovation Ab Floorboard, system and method for forming a flooring, and a flooring formed thereof
US7506481B2 (en) * 2003-12-17 2009-03-24 Kronotec Ag Building board for use in subfloors
DE102004005047B3 (de) * 2004-01-30 2005-10-20 Kronotec Ag Verfahren und Einrichtung zum Einbringen eines die Feder einer Platte bildenden Streifens
DE102004011931B4 (de) * 2004-03-11 2006-09-14 Kronotec Ag Dämmstoffplatte aus einem Holzwerkstoff-Bindemittelfaser-Gemisch
BE1016216A5 (nl) * 2004-09-24 2006-05-02 Flooring Ind Ltd Vloerpaneel en vloerbekleding samengesteld uit dergeljke vloerpanelen.
AT535660T (de) 2004-10-22 2011-12-15 Vaelinge Innovation Ab Verfahren zur anbringung eines mechanischen verriegelungssystems auf fussbodenpaneele
US8215078B2 (en) * 2005-02-15 2012-07-10 Välinge Innovation Belgium BVBA Building panel with compressed edges and method of making same
DE102005024366A1 (de) * 2005-05-27 2006-11-30 Kaindl Flooring Gmbh Verfahren zum Verlegen und mechanischen Verbinden von Paneelen
US8201600B2 (en) * 2005-06-08 2012-06-19 Ten Oaks Llc Dimensionally stable wood and method for making dimensionally stable wood
US7854986B2 (en) * 2005-09-08 2010-12-21 Flooring Technologies Ltd. Building board and method for production
DE102005063034B4 (de) * 2005-12-29 2007-10-31 Flooring Technologies Ltd. Paneel, insbesondere Bodenpaneel
US20070175144A1 (en) * 2006-01-11 2007-08-02 Valinge Innovation Ab V-groove
SE530653C2 (sv) * 2006-01-12 2008-07-29 Vaelinge Innovation Ab Fuktsäker golvskiva samt golv med ett elastiskt ytskikt omfattande ett dekorativt spår
SE529506C2 (sv) * 2006-02-03 2007-08-28 Pergo Europ Ab Ett fogskydd för paneler
DE102006006124A1 (de) * 2006-02-10 2007-08-23 Flooring Technologies Ltd. Einrichtung zum Verriegeln zweier Bauplatten
BE1017157A3 (nl) 2006-06-02 2008-03-04 Flooring Ind Ltd Vloerbekleding, vloerelement en werkwijze voor het vervaardigen van vloerelementen.
SE533410C2 (sv) * 2006-07-11 2010-09-14 Vaelinge Innovation Ab Golvpaneler med mekaniska låssystem med en flexibel och förskjutbar tunga samt tunga därför
US7654055B2 (en) * 2006-08-08 2010-02-02 Ricker Michael B Glueless panel locking system
US8323016B2 (en) * 2006-09-15 2012-12-04 Valinge Innovation Belgium Bvba Device and method for compressing an edge of a building panel and a building panel with compressed edges
WO2008060232A1 (en) 2006-11-15 2008-05-22 Välinge Innovation AB Mechanical locking of floor panels with vertical folding
WO2008078181A1 (en) 2006-12-22 2008-07-03 Flooring Industries Limited, Sarl Floor panel with a moisture sealed edge region and method for manufacturing the floor panels
US7726088B2 (en) * 2007-07-20 2010-06-01 Moritz Andre Muehlebach Flooring system
WO2010078822A1 (zh) 2009-01-06 2010-07-15 Wu Jiamin 复合金属蜂窝地板
US8365499B2 (en) * 2009-09-04 2013-02-05 Valinge Innovation Ab Resilient floor

Patent Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4449346A (en) * 1980-11-12 1984-05-22 Tremblay J Gerard Panel assembly
EP0974713A1 (en) * 1998-07-24 2000-01-26 Unilin Beheer B.V. Floor covering, floor panel for such covering and method for the realization of such floor panel
BE1012086A3 (nl) * 1998-07-24 2000-04-04 Unilin Beheer Bv Vloerbekleding en vloerpaneel daarvoor.
US20040250914A1 (en) * 2001-01-31 2004-12-16 Ola Olofsson Process for the manufacturing of joining profiles
DE102006048471A1 (de) * 2006-10-11 2008-04-17 Kronotec Ag Bodenpaneel
DE202008008597U1 (de) * 2007-11-23 2008-08-21 Flooring Industries Ltd. Fußbodenpaneel
DE202009004530U1 (de) * 2009-01-16 2009-06-18 Flooring Industries Ltd. Fußbodenpaneel

Also Published As

Publication number Publication date
CN102421973A (zh) 2012-04-18
BRPI1016171A2 (pt) 2016-04-19
EP2422027B1 (en) 2014-04-16
US20120042595A1 (en) 2012-02-23
EP2422027A2 (en) 2012-02-29
RU2011147221A (ru) 2013-05-27
WO2010122514A3 (en) 2011-12-29
WO2010122514A2 (en) 2010-10-28
CN102421973B (zh) 2015-08-26
US8950148B2 (en) 2015-02-10

Similar Documents

Publication Publication Date Title
ES2394744T3 (es) Acabado decorativo de una placa de compuesto de madera
DE102007015048B4 (de) Paneel, insbesondere Bodenpaneel
US6115975A (en) Stair system
ES2333647T3 (es) Panel rigido de suelo.
US7802415B2 (en) Floor panel with sealing means
US9556622B2 (en) Fibre based panels with a wear resistance surface
US7790293B2 (en) Process for finishing a wooden board and wooden board produced by the process
CN101909836B (zh) 具有耐磨表面的基于纤维的镶板
CN1117201C (zh) 可拆卸式互连的及垂直和水平式互连的铺地板系统
CN1205398C (zh) 层压的铺地板镶板的连接器及其制造方法
JP4884647B2 (ja) シール手段を持つフロアパネル
EP1290291B9 (en) Floor covering consisting of mechanically joinable laminate panels with a decorative imprinted upper layer
US9783995B2 (en) Floor panel
US20080000180A1 (en) Flooring systems and methods for installation
ES2693125T3 (es) Método de fabricación de un tablero de suelo basado en fibra de madera
US20080005989A1 (en) Laminate floor panels
US9695599B2 (en) Floor covering, floor element and method for manufacturing floor elements
RU2300612C2 (ru) Доски для пола с декоративными канавками
EP1559850B1 (de) Paneel, insbesondere Fussbodenpaneel
CN100447361C (zh) 用于地板的地板块
US7003924B2 (en) Parquet board
EP1229183B1 (en) Direct laminated flooring product
ES2467674T3 (es) Elemento compuesto, tablero de múltiples capas y elemento con forma de panel para formar este elemento compuesto
EP1574634A1 (de) Holzwerkstoffplatte, insbesondere Füssbodenpaneel
US20010032432A1 (en) Decorative skirting (base) board or crown molding