NL192240C - Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal. - Google Patents

Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal. Download PDF

Info

Publication number
NL192240C
NL192240C NL8300588A NL8300588A NL192240C NL 192240 C NL192240 C NL 192240C NL 8300588 A NL8300588 A NL 8300588A NL 8300588 A NL8300588 A NL 8300588A NL 192240 C NL192240 C NL 192240C
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
discharge openings
rotation
axis
discharge
sides
Prior art date
Application number
NL8300588A
Other languages
English (en)
Other versions
NL8300588A (nl
NL192240B (nl
Original Assignee
Lely Nv C Van Der
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Lely Nv C Van Der filed Critical Lely Nv C Van Der
Priority to NL8300588A priority Critical patent/NL192240C/nl
Priority to GB08403849A priority patent/GB2135164B/en
Priority to EP84200199A priority patent/EP0117005A3/en
Priority to EP87200790A priority patent/EP0238153B1/en
Priority to AT87200790T priority patent/ATE129848T1/de
Priority to DE19843405245 priority patent/DE3405245A1/de
Priority to FR8402268A priority patent/FR2540701B1/fr
Publication of NL8300588A publication Critical patent/NL8300588A/nl
Priority to GB08601615A priority patent/GB2174882B/en
Priority to FR888811171A priority patent/FR2617368B1/fr
Priority to NL9400653A priority patent/NL193302C/nl
Publication of NL192240B publication Critical patent/NL192240B/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL192240C publication Critical patent/NL192240C/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01CPLANTING; SOWING; FERTILISING
    • A01C17/00Fertilisers or seeders with centrifugal wheels
    • A01C17/006Regulating or dosing devices

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Soil Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Catching Or Destruction (AREA)
  • Fertilizing (AREA)
  • Sowing (AREA)
  • Pretreatment Of Seeds And Plants (AREA)
  • Crystals, And After-Treatments Of Crystals (AREA)
  • Load-Engaging Elements For Cranes (AREA)
  • Soil Working Implements (AREA)

Description

1 192240
Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal, voorzien van ten minste één reservoir voor de opname van het te verspreiden materiaal en ten 5 minste één om een opwaarts gerichte draaiingsas motorisch aandrijfbaar draaibaar verspreidorgaan, waarbij het reservoir aan het ondereinde is voorzien van ten minste twee afvoeropeningen voor het uit het reservoir afvoeren van het materiaal naar het verspreidorgaan, van welke afvoeropeningen de één gerekend in de draairichting van het verspreidorgaan op korte afstand achter de andere is gelegen en waarbij de afvoeropeningen elk door ten minste één afsluitorgaan gelijktijdig naar keuze meer of minder afsluitbaar zijn, 10 waarbij de naar elkaar toegekeerde en van elkaar afgekeerde zijden van de op afstand van de draaiingsas gelegen afvoeropeningen evenwijdig aan de draaiingsas gezien, althans in hoofdzaak recht zijn, zich althans nagenoeg radiaal uitstrekken en met hun naar de draaiingsas gerichte einden op althans ongeveer gelijke afstand van de draaiingsas zijn gelegen.
Een inrichting van deze soort is bekend uit de Nederlandse octrooiaanvrage 7810805.
15 Het doel van de uitvinding is de uitstrooiing van het materiaal op gunstige wijze te kunnen beïnvloeden om een gelijkmatige verdeling daarvan over het te bestrooien oppervlak te verkrijgen, onafhankelijk van de hoeveelheid materiaal die per oppervlakte-eenheid wordt uitgestrooid.
Volgens de uitvinding kan die worden bereikt wanneer de lengte van de naar elkaar toegekeerde zijden van de afvoeropeningen groter is dan de lengte van de van elkaar afgekeerde zijden van de afvoer-20 openingen, waarbij elke afvoeropening van een eigen afsluitorgaan is voorzien, welke afsluitorganen voor het meer of minder afsluiten of voor het meer of minder openen zodanig beweegbaar langs de afvoeropeningen zijn aangebracht in een richting naar, respectievelijk in een richting vanaf de draaiingsas, dat van de telkens ingestelde afvoeropening-configuratie de lengte van de naar elkaar toegekeerde zijden groter is dan de lengte van de van elkaar afgekeerde zijden.
25 Door deze afvoeropening-configuratie wordt het materiaal aan het verspreidorgaan toegevoerd, zodanig dat het strooibeeld naar beide zijden toe gelijkmatig vermindert, zodat een praktische, goed uitvoerbare overlap met strooibeelden van naast elkaar gelegen strooigangen kan worden verkregen voor het verkrijgen van een gelijkmatige verspreiding over het te bestrooien oppervlak. In het bijzonder kan de verdeling van het materiaal over de strooisectoren gunstig worden beïnvloed met de configuratie van de afvoeropeningen 30 volgens de uitvinding, wanneer grotere hoeveelheden materiaal uit het reservoir aan het verspreidorgaan per tijdseenheid worden toegevoerd. Het materiaal wordt in het bijzonder bij het afvoeren van grotere hoeveelheden materiaal per tijdseenheid vanuit het reservoir in het midden van de totale breedte, gerekend in een richting om de draaiingsas van het verspreidorgaan heen, van het trefvlak op het verspreidorgaan verdeeld in een richting van de omtrek van het verspreidorgaan. Aldus zal bij het uitstrooien van grotere 35 hoeveelheden per tijdseenheid een gunstige stroming van het materiaal over het verspreidorgaan worden verkregen om de verdeling op de gewenste wijze over de strooisector te bereiken.
Een gunstig uitvoeringsvoorbeeld van de inrichting volgens de uitvinding wordt verkregen, wanneer elk afsluitorgaan, evenwijdig aan de draaiingsas gezien, draaivast met een om een op afstand van de afvoeropening opgestelde en met de reservoirwand verbonden schamieras beweegbare draagarm is 40 verbonden, waarbij de scharnierassen, in bovenaanzicht gezien, althans nagenoeg diametraal ten opzichte van de draaiingsas zijn gelegen en welke draagarmen symmetrisch zijn gelegen ten opzichte van een vlak dat de draaiingsas van het verspreidorgaan bevat en midden tussen de afvoeropening is gelegen.
Opgemerkt wordt dat in de niet-voorgepubliceerde Nederlandse octrooiaanvrage 8200958 zwenkbaar met schamierbare draagarmen verbonden afsluitorganen beschreven zijn. In deze constructie zijn de schamier-45 assen van de draagarmen niet diametraal ten opzichte van de draaiingsas gelegen. De configuratie van de afvoeropeningen in deze constructie en de beweging van de afsluitorganen om de scharnierassen van de draagarmen is zodanig dat in elke stand van de afsluitorganen de lengte van de naar elkaar toegekeerde zijden van de afvoeropeningen praktisch even groot is als de lengte van de van elkaar afgekeerde zijden.
Volgens een verdere gunstige uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding hebben, bij geheel 50 geopende afvoeropeningen, de naar elkaar toegekeerde zijden van de afvoeropeningen een lengte die ongeveer gelijk is aan het dubbele van de lengte van de zijden van de afvoeropeningen die van elkaar af zijn gekeerd.
Volgens een verdere gunstige toevoeging aan de inrichting volgens de uitvinding kan een gunstige beïnvloeding van de gelijkmatige verspreiding van het materiaal over het oppervlak worden verkregen, 55 wanneer de van de draaiingsas afgerichte einden van de beide genoemde tegenover elkaar gelegen zijden van elke afvoeropening met elkaar zijn verbonden door een ten opzichte van de afvoeropening naar buiten gebogen zijde. Door deze naar buiten gebogen zijde wordt bij het geheel of nagenoeg geheel openen van 192240 2 de afvoeropeningen door de afsluitorganen de toenemende hoeveelheid materiaal in het midden van het trefvlak van het materiaal op het verspreidorgaan toegevoerd en dit heeft een gunstige Invloed op de juiste verspreiding van de grotere hoeveelheid materiaal in het midden van de strooisector.
5 De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van de tekening van een uitvoeringsvoorbeeld van een inrichting volgens de uitvinding.
Figuur 1 geeft in bovenaanzicht de inrichting volgens de uitvinding weer, waarbij het reservoir is weggelaten;
Figuur 2 geeft op grotere schaal een deel van het ondereinde van een afvoertuit van het reservoir en een 10 bovenaanzicht van een verspreidorgaan weer;
Figuur 3 is een aanzicht volgens pijl III op het gedeelte van figuur 2, waarbij een gedeelte in verticale doorsnede is weergegeven;
Figuur 4 geeft op grotere schaal een aanzicht op de afvoeropeningen van het afvoergedeelte van het reservoir weer, en 15 Figuur 5 geeft schematisch een strooibeeld weer.
Het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld van de inrichting volgens de uitvinding omvat een gestel 1, waaraan een reservoir 2 is aangebracht, dat twee afvoertuiten omvat, waaronder verspreidorganen 5 en 6 zijn aangebracht, een en ander zoals in figuur 3 nader voor het verspreidorgaan 5 en de afvoertuit 3 is 20 weergegeven.
Aan het gestel is een kokerbalk 43 aangebracht. De kokerbalk 43 omvat een in het midden van de machine gelegen wisseltandwielkast 45, die een koppelas 46 omvat. De koppelas 46 is aan de, ten opzichte van de normale voortbewegingsrichting, voorzijde van de tandwielkast aangebracht en strekt zich naar voren toe uit. Nabij de einden van de kokerbalk 43 zijn niet nader weergegeven tandwielkasten aange-25 bracht, waarin verticaal omhoog uitstrekkende assen 49 zijn gelegen. De tandwielen in de bak 45 zijn via assen in de kokerbalk 43 verbonden met tandwielen in de tandwielkasten.
Aan ieder van de assen 49 is, zoals nader voor één van de assen in figuur 3 is weergegeven, een bevestigingsring 56 vast bevestigd. Aan de ringen 56 zijn de betreffende verspreidorganen 5 en 6 aangebracht. Hierbij is in figuur 3 op de bovenzijde van de bevestigingsring 56 het middenvlak 58 van het 30 verspreidorgaan 5 aangebracht.
Het verspreidorgaan is voorzien van werpschoepen 67; in dit uitvoeringsvoorbeeld zijn vier schoepen 67 aangebracht. De verspreidorganen 5 en 6 zijn overeenkomstig uitgevoerd. De draairichting van de verspreidorganen 5 en 6 is echter tegengesteld, waarbij het verspreidorgaan 5 zodanig is gevormd dat het in de draairichting 91 kan roteren.
35 De verspreidorganen 5 en 6 liggen onder cilindrische ondereinden, zoals het ondereinde 87 (figuur 3) van de afvoertuit 3. De draaiingsassen 86 van de verspreidorganen 5 en 6 bevatten hierbij de hartlijnen van de ondereinden 87 van de betreffende afvoertuit 3, die boven de betreffende verspreidorganen 5, respectievelijk 6 zijn gelegen.
Op het middenvlak 58 van de verspreidorganen is een bodemstuk 96 aangebracht.
40 Tussen de afvoertuiten 3 en de daaronder gelegen verspreidorganen 5 en 6 zijn afvoerkommen 101 en 102 aangebracht, leder van de afvoerkommen 101 en 102 is voorzien van twee afvoeropeningen 103 en 104, respectievelijk 105 en 106. De constmctie van de afvoerkommen 101 en 102 is gelijk en is voor de afvoerkom 101 in het bijzonder in de figuren 2, 3 en 4 nader weergegeven.
De afvoerkom 101 omvat een gebogen wanddeel 107. Het wanddeel 107 is zodanig gebogen dat elk van 45 de punten op de binnenzijde van de wand 107 op een even grote afstand 108 van een middelpunt 109 is gelegen. Het middelpunt 109 is gelegen op de draaiingsas 86 van het verspreidorgaan 5. De bovenrand 110 van de afvoerkom 101 en de onderrand 111 zijn in evenwijdig aan elkaar gelegen vlakken 112 en 113 gelegen. De vlakken 112 en 113 strekken zich loodrecht op de draaiingsas 86 uit en zijn beide aan dezelfde zijde op afstand gelegen van het middelpunt 109. Het wanddeel 107 vormt als het ware een brede band uit 50 een bolvormig orgaan. De afvoerkom 101 heeft een hoogte 114 van, in dit uitvoeringsvoorbeeld, ongeveer 90 cm. De onderrand 111 vormt een rand van een ronde opening 100 van de afvoerkom 101 en is gelegen in een hoekvormige uitsparing 115 aan de bovenzijde van het bodemstuk 96. De bovenzijde 116 van het bodemstuk 96 ligt hierbij binnen de opening 100 en gelijk met de op de opening 100 aansluitende binnenzijde van de wand 107. Het bovenvlak 116 van het bodemstuk 96 vormt hierbij een bodem van de 55 afvoerkom 101. Aan de bovenzijde sluit de afvoerkom om de buitenzijde van het cilindervormige ondereinde 87 van de afvoertuit 3. De afvoerkom 101 rust vrij van het ondereinde 87 op het bodemstuk 96. De afvoerkom 101 is voorzien van een vastzetbeugel 119, die met het gestel 1 is verbonden.
3 192240
De afvoeropeningen 103 en 104 in de afvoeikom 101 liggen op een korte afstand 124 van elkaar. De afvoeropeningen 103 en 104 zijn symmetrisch gevormd ten opzichte van een vlak 125 dat de as 86 bevat en door het midden van de afstand 124 is gelegen. Hierom zal slechts voor de afvoeropening 103 de vorm nader worden weergegeven. De afvoeropeningen 103 en 104 zijn, in figuur 4 gezien, vanaf het punt 109 en 5 loodrecht op het midden tussen de openingen 103 en 104. De afvoeropening 103 heeft twee tegenover elkaar gelegen zijden 126 en 127, die in vlakken 128 en 129 zijn gelegen, die de draaiingsas 86 bevatten.
De zijden 126 en 127 zijn met elkaar verbonden door een bovenzijde 130 van de afvoeropening. De zijde 130 is gebogen volgens een straal 131, waarbij de holle kant van de zijde 130 naarde opening 103 is gekeerd. De zijde 130 verloopt zodanig dat het einde 132, dat op de zijde 126 aansluit, lager is gelegen dan 10 het einde 133, dat aansluit op de zijde 127. De onderkant van de afvoeropening 103 wordt gevormd door twee delen 134 en 135, die een hoek 136 met elkaar insluiten van ongeveer 115°. De hoek 136 is afgekeerd van de afvoeropening 103. De delen 134 en 135 zijn zodanig gelegen dat de laagstgelegen randen 137 van deze delen, die via gebogen gedeelten aansluiten op de zijden 126 en 127 op een cirkellijn 138 rond de as 86 liggen. De delen 134 en 135 sluiten hierbij op elkaar aan via een gebogen gedeelte 141, 15 dat ongeveer op gelijke afstand ligt van de ondereinden van de tegenover elkaar gelegen zijden 126 en 127. Door de neerwaarts verlopende bovenzijde 130 en de op gelijke hoogte gelegen delen 137 is de zijde 126 met een lengte 139 ongeveer gelijk aan de helft van de lengte 140 van de zijde 127.
Voor elk van de afvoeropeningen 103,104, 105 en 106 is een doseerschuif 142, 143, 144, respectievelijk 145 aangebracht. De doseerschuiven zijn in wezen aan elkaar gelijk en zal voor de doseerschuif 142 van 20 de afvoeropening 103 nader worden weergegeven. De doseerschuif 142 heeft zijden 147 en 148 die ongeveer evenwijdig liggen aan de zijden 126 en 127 van de afvoeropening 103. De bovenzijde van de schuif wordt gevormd door een zijde 149, die, evenals de zijde 130 van de doseeropening, is gebogen. De schuif heeft een onderzijde 150 die is gebogen overeenkomstig de cirkellijn 138. De doseerschuif 142 is iels groter dan de afvoeropening 103, zodat de afvoeropening op de gewenste wijze door de doseerschuif kan 25 worden afgedekt. De doseerschuif 142 is gekoppeld met een draagarm 151 van verend strjpmateriaat. De doseerschuif is door middel van twee bouten 152 vast aan de draagarm 151 bevestigd. De draagarm 151 is verdraaibaar om een schamieras 153. De hartlijn van de schamieras 153 gaat door het middelpunt 109 van de straal 108 volgens welke het wanddeel 107 van de afvoerkom 101 is gevormd. De verende draagarm 151 is zodanig aan de schamieras 153 aangebracht, dat hij de schuif verend tegen de buitenzijde van de 30 wand 107 van de afvoerkom 101 drukt.
De draagarm 151 heeft een uitstekende lip 154 waaraan een verbindingsstang 155 schamierbaar is gekoppeld. Op gelijke wijze is de doseerschuif 143 gekoppeld met een draagarm 171 en een verbindingsstang 157. De verbindingsstangen 155 en 157 zijn schamierbaar gekoppeld met een verstelmechanisme 168. Het zal duidelijk zijn dat de doseerschuiven 142 en 143 met hun draagarmen 151 en 171, evenals de 35 openingen 103 en 104, symmetrisch zijn gevormd ten opzichte van het vlak 125.
Voor het gebruik van de inrichting wordt deze aan de hefarmen van de herinrichting van een trekker of dergelijk voertuig gekoppeld, waarvoor aan het gestel de bevestigingslippen 51 en 52 en de lippen 53 zijn aangebracht. De aftakas van de trekker wordt door middel van een tussenas gekoppeld met de koppelas 46 van de tandwielkast 45. De koppelas 46 is via tandwieloverbrengingen in de kast 45 met in de kokerbaik 43 40 gelegen aandrijfassen verbonden. Deze aandrijfassen zijn op hun beurt weer via tandwieloverbrengingen in de tandwielkasten met de assen 49 van de verspreidorganen 5 en 6 gekoppeld. Op deze wijze kunnen vanaf de aftakas van de trekker de verspreidorganen 5 en 6 in draaiing worden gebracht. De verschillende overbrengingsorganen zijn zodanig aangebracht dat de verspreidorganen tijdens bedrijf tegengesteld aan elkaar aandrijfbaar zijn.
45 Tijdens bedrijf wordt de inrichting voortbewogen in de richting 10 en wordt het te verspreiden materiaal vanuit het reservoir 2 via de afvoertuiten 3 aan de onder deze afvoertuiten gelegen verspreidorganen 5 en 6 toegevoerd. Het materiaal stroomt vanuit de afvoertuiten 3 via de cilindervormige ondereinden 87 aan de afvoerkommen 101 en 102 toe. Deze afvoerkommen zijn voorzien van afvoeropeningen 103 en 104, respectievelijk 105 en 106. Door deze afvoeropeningen stroomt het materiaal neerwaarts langs de omtrek 50 van het cilindervormige bodemstuk 96 en komt in hoofdzaak terecht op een conisch opvangdeel 59 van efk van de verspreidorganen 5 en 6. Het neerstromende en het op het deel 59 neerkomende materiaal wordt door de werpschoepen 67 aangevat en door deze verspreid.
De onderlinge ligging van de wand 107 met de daarin aangebrachte afvoeropeningen en het betreffende verspreidorgaan zijn zodanig gekozen, dat tijdens bedrijf het materiaal de verspreidorganen verlaat over een 55 omtrekshoek van deze verspreidorganen van ongeveer 180°. De verspreidorganen 5 en 6 verspreiden het materiaal over omtrekshoeken 242 en 243. Om het materiaal over een zo groot mogelijke breedte te verspreiden, liggen deze omtrekshoeken 242 en 243 bij voorkeur zodanig, dat aan de randen van deze 192240 4 uitstrooisectoren het materiaal uitgestrooid wordt in richtingen, die in hoofdzaak loodrecht op de rijrichting 10 van de inrichting zijn gelegen. In de randen van de uitstrooisectoren wordt het materiaal dan ook in richtingen 244 en 245 door het verspreidorgaan 5 en in de richtingen 246 en 247 door het verspreidorgaan 6 uitgestrooid. De verspreidorganen 5 en 6 strooien het materiaal uit in strooi richtingen die, evenwijdig aan 5 de assen 86 gezien, symmetrisch ten opzichte van elkaar zijn gelegen ten opzichte van het symmetrieviak 89 dat ook de langshartlijn van de inrichting bevat. De ligging van de strooisectoren 242 en 243 wordt mede bepaald door de ligging van de afvoeropeningen om de draaiingsassen 86. De afvoeropeningen 103 en 104 en de afvoeropeningen 105 en 106 zijn hierom ook symmetrisch aangebracht ten opzichte van het symmetrieviak 89. Om het materiaal over de uitstrooisectoren 242 en 243 van 180° te kunnen uitstrooien, 10 wordt het materiaal over een bepaalde sector om en op een bepaalde afstand van de draaiingsassen 86 aan de verspreidorganen toegevoerd. Hierom liggen de afvoeropeningen 103 en 104, respectievelijk 105 en 106 over sectoren 248 om de assen 86 (figuur 2). In dit uitvoeringsvoorbeeld is deze hoek 248 ongeveer 100°. Deze hoek kan echter enigszins variëren in afhankelijkheid van de afstand van deze afvoeropeningen tot de draaiingsassen 86 en de vorm en grootte van de verspreidorganen. De hoek 248 zal echter bij 15 voorkeur niet groter zijn dan ongeveer 135° en niet kleiner dan ongeveer 65°.
Het materiaal wordt bij voorkeur door elk van de verspreidorganen 5 en 6 zodanig uitgestrooid, dat elk van deze verspreidorganen een strooibeeld 255 geeft, zoals in figuur 5 is weergegeven. Het strooibeeld is, in een vlak loodrecht op het te bestrooien oppervlak en in de voortbewegingsrichting 10 van de inrichting gezien, driehoekig en strekt zich ten opzichte van het symmetrieviak 89 naar beide zijden even ver uit over 20 afstanden 249. Hierbij heeft het strooibeeld 255 gelijkmatig aflopende zijden 250 en 251. Men kan dan het materiaal zeer gelijkmatig over het te bestrooien oppervlak verspreiden door naastgelegen strooigangen zodanig uit te voeren, dat dan het materiaal wordt uitgestrooid volgens in figuur 5 in gestippelde lijnen weergegeven strooibeelden 256 en 257. De symmetrievlakken van deze driehoekige strooi beelden 256 en 257 liggen in vlakken 253 en 254, die de uiteinden van het in volle lijnen getekend strooibeeld 255 van een 25 eerste strooigang bevatten. De strooibeelden 256 en 257 van naastgelegen strooigangen overtappen dan het strooibeeld 255 over de helft 249 van de totale breedte 252 van een strooibeeld. Hierbij wordt een gelijkmatig totaal strooibeeld verkregen dat in figuur 5 door de lijn 268 is weergegeven. Elk van de strooibeelden 255, 256 en 257 is op zichzelf zeer gelijkmatig, daar zij elk verkregen zijn door twee ten opzichte van het vlak 89 symmetrisch uitstrooiende verspreidorganen 5 en 6 die het materiaal over dezelfde 30 strook 252 volgens een strooibeeld 255 uitstrooien.
De afvoeropeningen in een afvoerkom zijn zodanig gevormd, dat de driehoekige strooibeelden 255 t/m 257 daardoor mede bepaald worden. Hierom zijn bijvoorbeeld de in de figuren 2 en 4 weergegeven uitstroomopeningen 103 en 104 aan de zijden 126 van de sector 248 kleiner, gemeten in de richting volgens de radialen, dan in de nabij elkaar gelegen grote zijden 127. De zijden 126 strekken zich hierbij over een 35 afstand 139 uit, die ongeveer gelijk is aan de helft van de afstand 140 waarover de zijden 127 zich uitstrekken. Het materiaal dat over de sector 248 uit het reservoir stroomt zal hierom in het midden van de sector 248 in grote hoeveelheden op het verspreidorgaan terecht komen en over een radiale afstand vanaf de as 86, die groter is dan nabij de vlakken 128. Hierom zal aan de zijden 244 en 245, respectievelijk 246 en 247 van de uitstrooiing via de sectoren 242 en 243 minder materiaal per tijdseenheid weggestrooid 40 worden dan in het midden van deze uitstrooisectoren 242 en 243. Hierdoor wordt het verkrijgen van de driehoekige strooibeelden 255, 256 en 257 op gunstige wijze beïnvloed. De uitstrooisectoren 242 en 243 hebben praktisch een constante ligging ongeacht de soort materiaal die uitgestrooid wordt. Dit is in het bijzonder van belang bij strooiinrichtingen die worden gebruikt als kunstmeststrooier. Kunstmeststrooiers worden op verschillende soorten grond gebruikt en in verschillende tijden van het jaar bij verschillende 45 gewassen. Hierdoor zal over het algemeen met kunstmeststrooiers verschillende soorten materiaal uitgestrooid moeten kunnen worden. De verschillende soorten materiaal kunnen dan ook alle praktisch in dezelfde richting door de verspreidorganen uitgestrooid worden.
Een vlotte uitstroming van materiaal door de afvoeropeningen en opname door het verspreidorgaan met de werpschoepen wordt mede gunstig beïnvloed doordat de wand 107 en het opnamevlak 59 divergerend 50 ten opzichte van elkaar verlopen in een richting vanaf de as 86.
De afvoeropeningen zijn ten opzichte van de rijrichting 10 voorde draaiingsassen van de verspreidorganen gelegen en daarmede voor een vlak dat de draaiingsassen van de beide verspreidorganen bevat.
De uitstroming van het materiaal door de afvoeropeningen wordt mede beïnvloed door de roterende bodem 116. Hierdoor zal het materiaal in het bijzonder bij het leegraken van het reservoir niet op de bodem 55 blijven liggen. Het in het reservoir aanwezige materiaal zal dan ook op gunstige wijze door de afvoeropeningen worden afgevoerd, waarbij het reservoir geheel leeggestrooid kan worden indien dit gewenst is. Verder houdt het roterende orgaan 96 het materiaal op goede wijze onder in het reservoir in beweging om

Claims (4)

  1. 5 192240 een vlot doorstromen door de afvoeropeningen te bewerkstelligen. De doorstroomgrootte van de afvoeropeningen kan geregeld worden door de schuiven 142 t/m 145 ten opzichte van de afvoeropeningen te verschuiven zodanig dat deze afvoeropeningen 103 t/m 106 meer of minder door de doseerschuiven worden afgedekt. Hierdoor kan de hoeveelheid materiaal, die per tijdseen-5 heid door de afvoeropeningen kan uitstromen, worden geregeld. De doseerschuiven zijn zodanig aangebracht, dat zij bij het geheel vrijlaten van de afvoeropeningen boven deze afvoeropeningen zijn gelegen. Voor het meer of minder afsluiten van de afvoeropeningen kunnen de doseerschuiven verdraaien om de schamierassen 153. De ligging van de schamierassen van eik van de doseerschuiven is zodanig aangebracht, dat de doseerschuiven langs de afvoeropeningen beweegbaar zijn in een richting volgens de pijl 10 290. Elke doseerschuif wordt door de verende arm 151 zodanig tegen de buitenwand van de wanden 107 gedrukt, dat geen ongewenste kieren tussen deze doseerschuif en de wand 107 kan ontstaan. Hierdoor is een nauwkeurige dosering mogelijk door het meer of minder afdekken van de afvoeropeningen door de doseerschuiven. 15 Conclusies______ ______________ . ........ .............................. ..................................................... ........... 1. inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal, voorzien van ten minste één reservoir voor de opname van het te verspreiden materiaal en ten minste één om een opwaarts gerichte 20 draaiingsas motorisch aandrijfbaar draaibaar verspreidorgaan, waarbij het reservoir aan het ondereinde is voorzien van ten minste twee afvoeropeningen voor het uit het reservoir afvoeren van het materiaal naar het verspreidorgaan, van welke afvoeropeningen de één gerekend in de draairichting van het verspreidorgaan op korte afstand achter de andere is gelegen en waaibij de afvoeropeningen elk door ten minste één afsluitorgaan gelijktijdig naar keuze meer of minder afsluitbaar zijn, waarbij de naar elkaar toegekeerde en 25 van elkaar afgekeerde zijden van de op afstand van de draaiingsas gelegen afvoeropeningen, evenwijdig aan de draaiingsas gezien, althans in hoofdzaak recht zijn, zich althans nagenoeg radiaal uitstrekken en met hun naar de draaiingsas gerichte einden op althans ongeveer gelijke afstand van de draaiingsas zijn gelegen, met het kenmerk, dat de lengte van de naar elkaar toegekeerde zijden van de afvoeropeningen groter is dan de lengte van de van elkaar afgekeerde zijden van de afvoeropeningen, waarbij elke 30 afvoeropening van een eigen afsluitorgaan is voorzien, welke afsluitorganen voor het meer of minder afsluiten of voor het meer of minder openen zodanig beweegbaar langs de afvoeropeningen zijn aangebracht in een richting naar, respectievelijk in een richting vanaf de draaiingsas, dat van de telkens ingestelde afvoeropeningconfiguratie de lengte van de naar elkaar toegekeerde zijden groter is dan de lengte van de van elkaar afgekeerde zijden.
  2. 2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat elk afsluitorgaan, evenwijdig aan de draaiingsas gezien, draaivast met een om een op afstand van de afvoeropening opgestelde en met de reservoirwand verbonden schamieras beweegbare draagatm is verbonden, waarbij de schamierassen, evenwijdig aan de draaiingsas gezien, althans nagenoeg diametraal ten opzichte van de draaiingsas zijn gelegen en welke draagarmen symmetrisch zijn gelegen ten opzichte van een vlak dat de draaiingsas van het verspreidorgaan 40 bevat en midden tussen de afvoeropeningen is gelegen.
  3. 3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat bij geheel geopende afvoeropeningen de naar elkaar toegekeerde zijden van de afvoeropeningen een lengte hebben die ongeveer gelijk is aan het dubbele van de lengte van de zijden van de afvoeropeningen die van elkaar af zijn gekeerd.
  4. 4. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de van de draaiingsas 45 afgerichte einden van de beide genoemde tegenover elkaar gelegen zijden van elke afvoeropening met elkaar zijn verbonden door een ten opzichte van de afvoeropening naar buiten gebogen zijde. Hierbij 3 bladen tekening
NL8300588A 1983-02-16 1983-02-16 Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal. NL192240C (nl)

Priority Applications (10)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8300588A NL192240C (nl) 1983-02-16 1983-02-16 Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal.
GB08403849A GB2135164B (en) 1983-02-16 1984-02-14 A spreader
EP87200790A EP0238153B1 (en) 1983-02-16 1984-02-15 A spreader for spreading granular and/or powdery matrial
AT87200790T ATE129848T1 (de) 1983-02-16 1984-02-15 Streuer für körniges gut oder für pulver.
EP84200199A EP0117005A3 (en) 1983-02-16 1984-02-15 A spreader
DE19843405245 DE3405245A1 (de) 1983-02-16 1984-02-15 Streugeraet fuer koerniges und/oder pulveriges streugut
FR8402268A FR2540701B1 (fr) 1983-02-16 1984-02-15 Dispositif pour epandre une matiere granuleuse et/ou pulverulente
GB08601615A GB2174882B (en) 1983-02-16 1986-01-23 A spreader
FR888811171A FR2617368B1 (fr) 1983-02-16 1988-08-24 Dispositif pour epandre une matiere granuleuse et/ou pulverulente
NL9400653A NL193302C (nl) 1983-02-16 1994-04-25 Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8300588A NL192240C (nl) 1983-02-16 1983-02-16 Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal.
NL8300588 1983-02-16

Publications (3)

Publication Number Publication Date
NL8300588A NL8300588A (nl) 1984-09-17
NL192240B NL192240B (nl) 1996-12-02
NL192240C true NL192240C (nl) 1997-04-03

Family

ID=19841428

Family Applications (2)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8300588A NL192240C (nl) 1983-02-16 1983-02-16 Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal.
NL9400653A NL193302C (nl) 1983-02-16 1994-04-25 Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal.

Family Applications After (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL9400653A NL193302C (nl) 1983-02-16 1994-04-25 Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal.

Country Status (6)

Country Link
EP (1) EP0117005A3 (nl)
AT (1) ATE129848T1 (nl)
DE (1) DE3405245A1 (nl)
FR (1) FR2617368B1 (nl)
GB (2) GB2135164B (nl)
NL (2) NL192240C (nl)

Families Citing this family (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL8403271A (nl) * 1984-10-29 1986-05-16 Lely Nv C Van Der Inrichting voor het verspreiden van materiaal.
EP0337069B1 (de) * 1985-02-06 1991-09-04 Amazonen-Werke H. Dreyer GmbH & Co. KG Schleuderstreuer
NL8701551A (nl) * 1987-07-02 1989-02-01 Lely Nv C Van Der Machine voor het strooien van materiaal, zoals kunstmest.
DE3924328A1 (de) * 1989-01-24 1991-01-31 Rauch Landmaschfab Gmbh Schleuderstreuer fuer rieselfaehiges streugut, insbesondere duenger
DE102006011197A1 (de) * 2006-03-10 2007-09-13 Rabe Agri Gmbh Sämaschine

Family Cites Families (23)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB1052204A (nl) *
DE465760C (de) * 1926-02-21 1928-09-26 Wilhelm Heinrich Mit einem Bodenbearbeitungsgeraet verbundene Kopfduenger-Reihenstreu-Vorrichtung
US2293977A (en) * 1941-07-07 1942-08-25 George O Hoffstetter Material spreading device
CH396493A (de) * 1959-06-25 1965-07-31 Lely Nv C Van Der Vorrichtung zum Verbreiten streubarer Stoffe
DE1457773B1 (de) * 1965-07-16 1970-04-23 Amazonen Werke Dreyer H Zentrifugalstreuer zum Verteilen von Düngemitteln
US3374956A (en) * 1965-07-19 1968-03-26 Lilliston Implement Company Fertilizer spreader
NL6702499A (nl) * 1967-02-20 1968-08-21
NL6708370A (nl) * 1967-06-16 1968-12-17
DE2046551B2 (de) * 1970-09-22 1977-10-06 Josef Steib Spezialfabrik für Landmaschinen, 8500 Nürnberg Streu-vorrichtung fuer koerniges oder pulvriges gut
AT301923B (de) * 1970-10-13 1972-09-25 Vogel & Noot Ag Schleuderstreuer
DE2209197C3 (de) * 1972-02-26 1974-07-04 Amazonen-Werke H. Dreyer, 4501 Hasbergen-Gaste Zentrifugalstreuer
DE2210207C3 (de) * 1972-03-03 1974-08-29 Amazonen-Werke H. Dreyer, 4501 Hasbergen Zentrifugaldüngerstreuer
US3964681A (en) * 1975-09-04 1976-06-22 Herd Elmer R Agricultural broadcasting apparatus
NL7613260A (nl) * 1976-11-29 1978-05-31 Texas Industries Inc Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal.
NL190570C (nl) * 1978-05-05 1994-05-02 Lely Nv C Van Der Inrichting voor het strooien van korrel- en/of poedervormig materiaal.
NL7810805A (nl) * 1978-10-31 1980-05-02 Lely Nv C Van Der Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal.
NL8103896A (nl) * 1981-08-21 1983-03-16 Lely Nv C Van Der Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal.
NL8105285A (nl) * 1981-11-23 1983-06-16 Lely Nv C Van Der Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal.
NL8200958A (nl) * 1982-03-09 1983-10-03 Lely Nv C Van Der Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal.
NL8603042A (nl) * 1986-11-28 1988-06-16 Lely Nv C Van Der Inrichting voor het verspreiden van materiaal.
DK168185B1 (da) * 1988-02-15 1994-02-28 Laursen As A P Maskine af centrifugalspredertypen til udstrøning af korn- og pulverformet materiale
DE3911584A1 (de) * 1989-04-08 1990-10-11 Amazonen Werke Dreyer H Schleuderduengerstreuer
NL9001380A (nl) * 1990-06-18 1992-01-16 Lely Nv C Van Der Inrichting voor het doseren van materiaal.

Also Published As

Publication number Publication date
NL193302B (nl) 1999-02-01
NL9400653A (nl) 1994-12-01
DE3405245A1 (de) 1984-08-16
GB2174882B (en) 1987-06-10
GB8601615D0 (en) 1986-02-26
ATE129848T1 (de) 1995-11-15
GB2135164A (en) 1984-08-30
FR2617368B1 (fr) 1994-08-05
NL8300588A (nl) 1984-09-17
DE3405245C2 (nl) 1988-03-31
EP0117005A2 (en) 1984-08-29
GB8403849D0 (en) 1984-03-21
GB2135164B (en) 1987-06-17
NL193302C (nl) 1999-06-02
FR2617368A1 (fr) 1989-01-06
EP0117005A3 (en) 1984-12-19
NL192240B (nl) 1996-12-02
GB2174882A (en) 1986-11-19

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US7174846B2 (en) Method and device for preparing a layer of coating material, and coating device
NL8701870A (nl) Machine voor het verspreiden van materiaal.
CN113348281B (zh) 用于旋转式撒布机的分流器
NL8200958A (nl) Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal.
US4836456A (en) Agricultural spreader having multiple distribution members broadcasting material simultaneously to generally the same area
US5203510A (en) Dual rotary impeller broadcast spreaders
SE438419B (sv) Spridare for korn och/eller pulverformigt gods
NL8601629A (nl) Inrichting voor het verspreiden van een korrel- of poedervormige stof.
NL192240C (nl) Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal.
NL7810805A (nl) Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal.
NL8901903A (nl) Machine voor het verspreiden van materiaal.
US6116526A (en) Implement for spreading granular and/or pulverulent material
NL8304183A (nl) Inrichting voor het over een oppervlak verspreiden van materiaal.
EP0176117B1 (en) Device for spreading granular and/or powdery material
NL8403183A (nl) Werkwijze voor het strooien van meststoffen.
IE47573B1 (en) Mobile spreader
NL8601148A (nl) Inrichting voor het verspreiden van korrel en/of poedervormig materiaal.
NL8600868A (nl) Inrichting voor het verspreiden van materiaal en werkwijze voor het opvangen van materiaal.
NL1004118C1 (nl) Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal.
EP0438823A1 (en) Device and method for spreading granular or powdered material
NL7907396A (nl) Inrichting voor het uitstrooien van materiaal.
NL8500759A (nl) Inrichting voor het verspreiden van korrelen/of poedervormig materiaal.
NL8105284A (nl) Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal.
NL9201689A (nl) Inrichting voor het verspreiden van materiaal.
NL9002317A (nl) Inrichting voor het strooien van korrel- en/of poedervormig materiaal.

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
A85 Still pending on 85-01-01
BC A request for examination has been filed
V4 Discontinued because of reaching the maximum lifetime of a patent

Effective date: 20030216