NL2013532B1 - Inrichting en werkwijze voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan. - Google Patents
Inrichting en werkwijze voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2013532B1 NL2013532B1 NL2013532A NL2013532A NL2013532B1 NL 2013532 B1 NL2013532 B1 NL 2013532B1 NL 2013532 A NL2013532 A NL 2013532A NL 2013532 A NL2013532 A NL 2013532A NL 2013532 B1 NL2013532 B1 NL 2013532B1
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- driven
- coupling element
- coupling
- transfer member
- normal operation
- Prior art date
Links
- 241001465754 Metazoa Species 0.000 title claims abstract description 20
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims abstract description 10
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims abstract description 124
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims abstract description 124
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims abstract description 124
- 244000144977 poultry Species 0.000 claims abstract description 13
- 241000287828 Gallus gallus Species 0.000 claims abstract description 8
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 claims abstract description 7
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 claims abstract description 5
- 238000003307 slaughter Methods 0.000 claims description 12
- 229910001105 martensitic stainless steel Inorganic materials 0.000 claims description 3
- 210000002784 stomach Anatomy 0.000 description 16
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 6
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 4
- 239000000969 carrier Substances 0.000 description 3
- 239000000463 material Substances 0.000 description 3
- 241000272525 Anas platyrhynchos Species 0.000 description 2
- 241000271566 Aves Species 0.000 description 2
- 241000282887 Suidae Species 0.000 description 2
- 230000009471 action Effects 0.000 description 2
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 description 2
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- JEIPFZHSYJVQDO-UHFFFAOYSA-N iron(III) oxide Inorganic materials O=[Fe]O[Fe]=O JEIPFZHSYJVQDO-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 description 2
- 230000001360 synchronised effect Effects 0.000 description 2
- 210000001835 viscera Anatomy 0.000 description 2
- 241000894006 Bacteria Species 0.000 description 1
- 238000009825 accumulation Methods 0.000 description 1
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 1
- 230000006835 compression Effects 0.000 description 1
- 238000007906 compression Methods 0.000 description 1
- 238000001816 cooling Methods 0.000 description 1
- 238000005520 cutting process Methods 0.000 description 1
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 1
- 230000003116 impacting effect Effects 0.000 description 1
- 230000008569 process Effects 0.000 description 1
- 230000009467 reduction Effects 0.000 description 1
- 229910001220 stainless steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 238000009827 uniform distribution Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A22—BUTCHERING; MEAT TREATMENT; PROCESSING POULTRY OR FISH
- A22C—PROCESSING MEAT, POULTRY, OR FISH
- A22C21/00—Processing poultry
- A22C21/0053—Transferring or conveying devices for poultry
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A22—BUTCHERING; MEAT TREATMENT; PROCESSING POULTRY OR FISH
- A22C—PROCESSING MEAT, POULTRY, OR FISH
- A22C21/00—Processing poultry
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16D—COUPLINGS FOR TRANSMITTING ROTATION; CLUTCHES; BRAKES
- F16D7/00—Slip couplings, e.g. slipping on overload, for absorbing shock
- F16D7/02—Slip couplings, e.g. slipping on overload, for absorbing shock of the friction type
- F16D7/024—Slip couplings, e.g. slipping on overload, for absorbing shock of the friction type with axially applied torque limiting friction surfaces
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16D—COUPLINGS FOR TRANSMITTING ROTATION; CLUTCHES; BRAKES
- F16D2300/00—Special features for couplings or clutches
- F16D2300/18—Sensors; Details or arrangements thereof
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16D—COUPLINGS FOR TRANSMITTING ROTATION; CLUTCHES; BRAKES
- F16D27/00—Magnetically- or electrically- actuated clutches; Control or electric circuits therefor
- F16D27/01—Magnetically- or electrically- actuated clutches; Control or electric circuits therefor with permanent magnets
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Wood Science & Technology (AREA)
- Zoology (AREA)
- Food Science & Technology (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Processing Of Meat And Fish (AREA)
- Catching Or Destruction (AREA)
Abstract
De uitvinding verschaft een inrichting en werkwijze voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan, in het bijzonder geslacht gevogelte, zoals kip. De inrichting omvat een aandrijfsysteem voor het aandrijven van een aan te drijven orgaan van de inrichting. Het aandrijfsysteem omvat een aandrijforgaan, een overbrengorgaan dat in bedrijf door het aandrijforgaan wordt aangedreven en dat tijdens normaal bedrijf star is gekoppeld met het aan te drijven orgaan, alsmede overbelastingbeveiligingsmiddelen die zijn ingericht om tijdens normaal bedrijf het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan star met elkaar te koppelen en om bij overbelasting relatieve verplaatsing tussen het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan toe te staan wanneer een tussen het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan werkzame kracht een drempelwaarde overschrijdt. De overbelastingbeveiligingsmiddelen omvatten een van het overbrengorgaan of van het aan te drijven orgaan deel uitmakend eerste koppelelement en een van de ander van het overbrengorgaan en het aan te drijven orgaan deel uitmakend tweede koppelelement waarbij het eerste koppelelement als eerste magneetelement is uitgevoerd en het tweede koppelelement hetzij magnetiseerbaar is hetzij als tweede magneetelement is uitgevoerd. De eerste en tweede koppelelementen zijn ingericht om dusdanig samen te werken dat de starre koppeling tussen het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan tijdens normaal bedrijf via magnetische koppeling tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement wordt bewerkstelligd, en dat bij overbelasting de magnetische koppeling tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement vanwege de overbelasting wordt opgeheven.
Description
Korte aanduiding: Inrichting en werkwijze voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan.
Beschrijving
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan, zoals bijvoorbeeld varkens en gevogelte, zoals kip, kalkoen en/of eend, volgens de aanhef van conclusie 1.
Een dergelijke inrichting is op zich bekend, bijvoorbeeld in de vorm van een zogeheten overhanger, waarbij gevogelte wordt overgehangen van een eerste type haak naar een tweede type haak. Bij dergelijke inrichtingen kan overbelasting optreden. Overbelasting kan leiden tot schade bijvoorbeeld doordat de inrichting vast loopt en onderdelen breken of vervormen. Om dergelijke schade bij overbelasting te voorkomen is het bekend om inrichtingen volgens de aanhef te voorzien van overbelastingbeveiligingsmiddelen. Deze omvatten kogels die met behulp van drukveren in kogelkamers die in één van het aan te drijven orgaan of het overbrengorgaan zijn voorzien, worden gedrukt. Via deze kogels wordt tijdens normaal bedrijf een starre koppeling tussen het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan bewerkstelligd. Bij overbelasting worden de kogels tegen de veerwerking in uit de kogelkamers gedwongen waardoor de starre koppeling wordt opgeheven. Op deze manier kan (verdere) schade aan de inrichting worden voorkomen.
Het is een belangrijk nadeel van de bekende overbelastingbeveiligingsmiddelen dat deze relatief moeilijk schoon kunnen worden gemaakt, hetgeen vanuit een hygiënisch oogpunt nadelig is. Een verder nadeel is dat onderdelen van de diverse overbelastingbeveiligingsmiddelen in de praktijk, mede vanwege de relatief vochtige omgeving waarin deze worden toegepast, gaan roesten hetgeen uit hygiënisch oogpunt eveneens onwenselijk is. Bovendien kan roestvorming of vuilophoping in zijn algemeenheid, de werking van de overbelastingbeveiligingsmiddelen negatief beïnvloeden. Het is derhalve een doel van de onderhavige uitvinding om een inrichting volgens de aanhef te verschaffen met gunstigere hygiënische eigenschappen, waarbij bovendien een hoge mate van betrouwbaarheid van de werking van de inrichting kan worden verkregen.
De onderhavige uitvinding verschaft hiertoe een inrichting van de in de aanhef genoemde soort, welke gekenmerkt is door het kenmerkende deel van conclusie 1. Meer specifiek omvatten de overbelastingbeveiligingsmiddelen een van het overbrengorgaan of van het aan te drijven orgaan deel uitmakend eerste koppelelement en een van de ander van het overbrengorgaan en het aan te drijven orgaan deel uitmakend tweede koppelelement waarbij het eerste koppelelement als eerste magneetelement is uitgevoerd en het tweede koppelelement hetzij magnetiseerbaar is hetzij als tweede magneetelement is uitgevoerd, waarbij de eerste en tweede koppelelementen zijn ingericht om dusdanig samen te werken dat de starre koppeling tussen het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan tijdens normaal bedrijf via magnetische koppeling tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement wordt bewerkstelligd, en dat bij overbelasting de magnetische koppeling tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement vanwege de overbelasting wordt opgeheven. De toepassing van dergelijke overbelastingbeveiligingsmiddelen maken de toepassing van kogels, veren en kogelkamers overbodig, waardoor het oppervlak, de ruimte en naden en kieren waarin en waarop bacteriën zich kunnen afzetten in belangrijke mate afnemen. Bovendien kunnen de magnetische specificaties van het eerste koppelelement en het tweede koppelelement worden afgestemd op de grenswaarde voor de grootte van de externe kracht die tussen het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan werkzaam moet zijn, om de overbelastingbeveiligingsmiddelen in werking te laten treden door dan zorg te dragen voor de ontkoppeling tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement. De overbelastingbeveiligingsmiddelen volgens de uitvinding zijn daarbij functioneel doeltreffend. Het is mogelijk om de koppelelementen zodanig te voorzien, dat het zichtbare - of rechtstreeks toegankelijke - oppervlak van de inrichting relatief klein is, hetgeen met betrekking tot hygiënische aspecten van een inrichting voor het verwerken van slachtdieren bijzonder voordelig is. Daarmee is het doel van de onderhavige uitvinding bereikt. Als bijkomend voordeel wordt nog vermeld dat de overbelastingbeveiligingsmiddelen constructief gezien met relatief weinig onderdelen kunnen worden uitgevoerd hetgeen ook een gunstige invloed heeft op de kostprijs.
Voordelige uitvoeringsvormen van de inrichting volgens de onderhavige uitvinding zijn onderwerp van de afhankelijke conclusies 2 tot en met 16. Deze uitvoeringsvormen en hun voordelen zullen navolgend nader worden toegelicht.
In een uitvoeringsvorm die in bepaalde toepassingen gunstig kan zijn omvat de inrichting sensormiddelen die zijn ingericht voor het waarnemen van een relatieve verplaatsing tussen het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan en voor het afgeven van een signaal voor het stop zetten van het aandrijforgaan. Aldus kan kort nadat de overbelastingbeveiligingsmiddelen voor ontkoppeling tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement wordt opgeheven, het aandrijforgaan worden stopgezet om (verdere) schade te voorkomen.
In een mogelijke uitvoeringsvorm zijn het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan bij overbelasting zwenkbaar ten opzichte van elkaar. Een dergelijke beweging is constructief veelal relatief eenvoudig uitvoerbaar.
Volgens een verdere uitvoeringsvorm is de inrichting ingericht om naar elkaar gerichte vlakken van respectievelijk het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan die tijdens normaal bedrijf tegen elkaar liggen bij overbelasting langs elkaar te laten schuiven.
Alternatief kan de inrichting volgens de uitvinding ook zijn ingericht om naar elkaar gerichte vlakken van respectievelijk het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan die tijdens normaal bedrijf tegen elkaar liggen bij overbelasting van elkaar af te laten bewegen.
Het kan tevens voordelig zijn indien het tweede koppelelement van martensitisch roest vast staal is vervaardigd. Een dergelijk materiaal kent gunstige corrosieve eigenschappen en is bovendien magnetiseerbaar in tegenstelling tot bijvoorbeeld austenitische roestvast staal soorten.
Om een gelijkmatige verdeling van krachten die werkzaam zijn tussen het overbrengorgaan en het aan te drijven orgaan te verkrijgen kunnen de overbelastingbeveiligingsmiddelen een aantal van het overbrengorgaan of van het aan te drijven orgaan deel uitmakende eerste koppelelementen en een gelijk aantal van de ander van het overbrengorgaan en het aan te drijven orgaan deel uitmakende tweede koppelelementen omvatten. Dit aantal is bij voorkeur drie of meer.
Ter voorkoming dat het eerste koppelelement en het tweede koppelelement na ontkoppeling tegen elkaar botsen indien zij weer worden gekoppeld, kan het voordelig zijn indien in normaal bedrijf er sprake is van een spleet tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement welke spleet een breedte heeft minimaal ter grootte van 0,02 mm en bij voorkeur maximaal ter grootte van 5 mm. Het direct op elkaar botsen van het eerste koppelelement en het tweede koppelelement zou tot gevolg kunnen hebben dat de magnetische werking vermindert. Bovendien kan door te variëren met de grootte van de spleetbreedte ook de magnetische aantrekkingskracht tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement worden ingesteld. Daarmee wordt tevens ingesteld bij welke grootte van belasting tussen het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan de magnetische koppeling wordt opgeheven als beveiliging tegen overbelasting.
Volgens een mogelijk voordelige toepassing van de uitvinding kenmerkt de inrichting zich doordat het aan te drijven orgaan een bewerkingsorgaan is voor het uitvoeren van een bewerking op het te verwerken slachtdier en/of de delen daarvan en daartoe tijdens de bewerking contact maakt met het te verwerken slachtdier en/of de delen daarvan. Een dergelijke bewerkingsorgaan maakt dus tijdens normaal bedrijf een beweging om de bewerking op het te verwerken slachtdier en/of de delen uit te kunnen voeren. Als een dergelijke beweging onbedoeld wordt geblokkeerd kan de beweging worden onderbroken dankzij de werking van de overbelastingbeveiligingsmiddelen zonder dat dit tot schade leidt of zodat schade in ieder geval wordt beperkt. Voorbeelden van bewerkingen zijn snijbewerkingen, overhangbewerkingen en evisceratiebewerkingen.
In zijn algemeenheid geldt dat de uitvinding zich goed leent voor toepassing bij aandrijvingen die aan de orde zijn bij carrousel-opstellingen zoals die bij het verwerken van slachtvogels in allerlei uitvoeringsvormen bekend zijn. Binnen dit kader kenmerkt een mogelijke uitvoeringsvorm zich doordat de inrichting een carrousel omvat met een verticale rotatie-as en met een aantal in een cirkel opgestelde bewerkingsorganen die tijdens normaal bedrijf om de verticale rotatie-as roteren. De uitvinding kan dan zowel worden toegepast voor het aandrijven van de bewerkingsorganen ten behoeve van de uitvoering van de specifieke bewerking waarvoor de bewerkingsorganen bestemd zijn als voor het roterend aandrijven van de carrousel om de verticale rotatie-as of althans van de bewerkingsorganen die deel uitmaken van de carrousel.
Een zeer gunstige mogelijkheid om de uitvinding toe te passen is die van het overhangen van te verwerken slachtdieren en/of de delen daarvan, zoals dat aan de orde kan zijn tussen diverse typen lijnen, zoals een slachtlijn, evisceratielijn, koellijn, sorteerlijn of een delenlijn. Het bewerkingsorgaan omvat dan een haak voor het in normaal bedrijf tijdens verplaatsing van de haak van het overbrengorgaan overnemen van een slachtdier of althans van een deel daarvan.
Voor bepaalde toepassingen met name waarbij het aan te drijven orgaan, in normaal bedrijf roterend wordt aangedreven, zoals bijvoorbeeld voor het roterend aandrijven van een carrousel of voor het roterend aandrijven van een rol van een magenautomaat, kan het voordelig zijn indien het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan ieder een hartlijn omvatten welke hartlijnen samen vallen en waarbij het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan in normaal bedrijf concentrisch roteren om een rotatie-as die samenvalt met de hartlijnen van het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan.
Zoals dat bijvoorbeeld bij een magenautomaat aan de orde kan zijn betreft het aan te drijven orgaan binnen het kader van de onderhavige uitvinding een omlooporgaan of is althans het aan te drijven orgaan star met een omlooporgaan verbonden om welk omlooporgaan een flexibele overbrengorgaan is geslagen en het overbrengorgaan een aslichaam betreft of althans star met een aslichaam is gekoppeld.
Volgens een mogelijkerwijs zeer voordelige uitvoeringsvorm is de inrichting ingericht om nadat de magnetische koppeling tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement vanwege overbelasting is opgeheven, automatisch de magnetische koppeling tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement te herstellen en daarmee het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan weer star met elkaar te koppelen. Hiertoe moeten het eerste koppelelement en het tweede koppelelement weer in eikaars magnetische invloedssfeer worden gebracht. Dit kan bijvoorbeeld onder invloed van de zwaartekracht geschieden.
Ten einde het proces van het herkoppelen van het eerste koppelelement en het tweede koppelelement beter te controleren kan het echter ook de voorkeur genieten dat de inrichting herkoppelmiddelen omvatten voor het na overbelasting automatisch herstellen van de magnetische koppeling tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement.
Een constructief gunstige uitvoeringsvorm kan daarbij worden verkregen indien de herkoppelmiddelen geleidingsmiddelen omvatten voor het met elkaar in contact brengen van het eerste koppelelement en het tweede koppelelement. Door toepassing van de geleidingsmiddelen kan worden voorkomen dat het weer koppelen van het eerste koppelelement en het tweede koppelelement (te) abrupt geschiedt.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een werkwijze voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan, in het bijzonder geslacht gevogelte, zoals kip, met behulp van een inrichting volgens de uitvinding zoals bovenstaand omschreven. De werkwijze omvat de stappen van het bij normaal bedrijf door middel van magnetische kracht die werkzaam is tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement star gekoppeld houden van het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan alsmede het bij overbelasting toestaan dat de magnetische koppeling tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement vanwege de overbelasting wordt opgeheven.
Voordelige uitvoeringsvormen van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding zijn onderwerp van de afhankelijke conclusies 18 en 19. De voordelen zijn bovenstaand reeds toegelicht bij de bespreking van bepaalde mogelijke uitvoeringsvormen van de inrichting volgens de uitvinding.
De onderhavige uitvinding zal navolgend worden toegelicht aan de hand van de omschrijving van enkele mogelijke uitvoeringsvormen onder verwijzing naar de bijgevoegde figuren. In de figuren tonen:
Figuur 1 een perspectivisch aanzicht in perspectief van een inrichting voor het verwerken, meer specifiek het overhangen, van slachtdieren, meer specifiek van slachtvogels. volgens de onderhavige uitvinding;
Figuren 2a en 2b perspectivische aanzichten respectievelijk in normaal bedrijf en in overbelaste toestand van een detail van een bewerkingseenheid die deel uitmaakt van de inrichting volgens fig 1;
Figuur 3 een verticale dwarsdoorsnede van het bewerkingsorgaan dat deel uitmaakt van de bewerkingseenheid volgens figuren 2a en 2b;
Figuur 4 een verticale dwarsdoorsnede van een omloopwiel als toegepast in een inrichting volgens figuur 1;
Figuren 5a en 5b perspectivische aanzichten respectievelijk in normaal bedrijf en in overbelaste toestand van het omloopwiel volgens figuur 4;
Figuur 6 een deels opengewerkt perspectivisch aanzicht van een inrichting voor het verwerken van magen van gevogelte;
Figuren 7a en 7b perspectivische aanzichten respectievelijk in normaal bedrijf en in overbelaste toestand van een deel van een overbrenging die deel uit maakt van de inrichting volgens figuur 6;
Figuur 8 een verticale dwarsdoorsnede van het deel van de overbrenging volgens figuren 7a en 7b.
Fig. 1 toont een inrichting 1 voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan. Meer specifiek betreft inrichting 1 een overhanger voor het overhangen van geslacht gevogelte, zoals kip. Overhanger 1 omvat een gestel 2, bestaande uit een aantal liggers 3a-3f en staanders 4a-4b.
Ten opzichte van het gestel 2 zijn op afstand van elkaar twee om respectievelijke verticale rotatieassen roteerbare omloopwielen 5 en 6 gelagerd. De omloopwielen 5, 6 zijn aan hun omtrek voorzien van vertandingen 7. In bedrijf is om een deel van de omtrek van omloopwiel 5 een niet nader getoonde eerste transportketting geslagen die aangrijpt op vertandingen 7 van omloopwiel 5. Om een deel van de omtrek van omloopwiel 7 is een tweede transportketting 8 geslagen die aangrijpt op de vertandingen 7 van omloopwiel 6. De tweede transportketting 8 maakt deel uit van een transportsysteem waarbij er op regelmatige afstand over de lengte van de eindloze tweede transportketting 8 trolleys 9 zijn voorzien, ieder met loopwielen 10 die in bedrijf rollen over zich volgens een transporttraject uitstrekkende geleiding 11. Onder iedere trolley 9 hangt een, als beugel uitgevoerde productdrager waarin gevogelte hangend aan hun poten kan worden opgehangen. Ook de (eindloze) eerste transportketting maakt deel uit van een transportsysteem voor het transporteren van gevogelte maar dan volgens een ander transporttraject. Overhanger 1 omvat verder een carrousel 21. Carrousel 21 omvat een cilindrisch deel 22 dat, althans in normaal bedrijf, star is gekoppeld met omloopwiel 7, zoals navolgend nog zal worden toegelicht aan de hand van de fig. 4, 5a en 5b, en langs de omtrek waarvan op regelmatige afstand van elkaar bewerkingseenheden 23 omvat. Verder omvat carrousel 21 aan de binnenzijde van het cilindrisch deel 22 een stationaire trommel 24 in, althans een deel van, de omtrek waarvan een niet nader getoonde nokkenbaan is voorzien.
Zoals in fig. 2a wordt getoond omvat iedere bewerkingseenheid 23 een frame 25 met twee poten 26a, 26b. Iedere bewerkingseenheid 23 omvat verder een als haakorgaan 27 uitgevoerd bewerkingsorgaan dat heen en weer zwenkbaar om zwenkas 128 bevestigd is aan poten 26a, 26b. Het haakorgaan 27 omvat een haaklichaam 28 met twee open groeven 29a, 29b, die zijn ingericht om de poten aan te grijpen van een slachtvogel, meer specifiek van een slachtvogel die in een beugel van het tweede transportsysteem is opgehangen om de betreffende vogel van die haak over te nemen op een wijze die de vakman op zich bekend is. Haakorgaan 27 omvat verder een zich vanaf zwenkas 128 althans in hoofdzaak neerwaarts uitstrekkende poot 30 aan de onderzijde waarvan het haaklichaam 28 star is bevestigd. Poot 30 en haaklichaam 28 vormen tezamen een eerste zwenklichaam 31 van haakorgaan 27.
Haakorgaan 27 omvat nog een tweede zwenklichaam 32 met een zich vanaf zwenkas 128 althans in hoofdzaak neerwaarts uitstrekkende poot 33 en een zich vanaf zwenkas 128, althans in hoofdzaak schuin omhoog binnenwaarts uitstrekkende poot 34. Poten 33 en 34 zijn star aan elkaar bevestigd. Poot 33 van het tweede zwenklichaam 32 strekt zich parallel uit aan poot 30 van het eerste zwenklichaam 31 en is, althans in normaal bedrijf, daar star mee gekoppeld via een nog nader te omschrijven magneetkoppeling. Aan het bovenste uiteinde is poot 34 voorzien van een noklichaam 35 dat is ingericht om samen te werken met de eerder vermelde nokkenbaan in de stationaire trommel 24.
Ten behoeve van de magnetische koppeling omvat poot 30 een cilindervormige permanente magneet 36 die met een perspassing is opgenomen in een cilindrische uitsparing 37 in poot 30. De diepte van de uitsparing 37 is groter dan de hoogte van de permanente magneet 36 waardoor poot 30 aan de zijde die is gericht naar poot 33 en in de omgeving die de permanente magneet 36 direct omgeeft, iets uitsteekt voorbij de permanente magneet 36. Poot 33 van het tweede zwenklichaam 32 omvat een schijf 38 van magnetiseerbaar materiaal. Bij voorkeur betreft dit materiaal martensitisch roestvast staal, bijvoorbeeld van het 420-type. De magnetiseerbare schijf 38 is opgenomen in een cilindrische uitsparing 39 in poot 33. De naar de permanente magneet 36 gekeerde zijde van de magnetiseerbare schijf 38 ligt in lijn met de naar poot 30 gekeerde zijde van poot 33, althans voor zover die de magnetiseerbare schijf 38 direct omgeeft. Vanwege de voorgaand omschreven opbouw is er in de magnetisch gekoppelde toestand volgens fig. 2a en 3 sprake van een smalle spleet 40, typisch ter grootte van 0,1 mm. De permanente magneet 36 trekt de magnetiseerbare schijf 38 dusdanig sterk aan dat in normaal bedrijf er sprake is van een starre koppeling tussen het eerste zwenklichaam 31 en het tweede zwenklichaam 32 en zal het haakorgaan 27 als geheel om zwenkas 128 zwenken indien een dergelijke zwenking wordt opgelegd doordat noklichaam 35 om de nokkenbaan in de stationaire trommel 24 loopt.
In een overbelastings-situatie zal de magnetische koppeling tussen de permanente magneet 36 en de magnetiseerbare schijf 38 worden opgeheven zoals is weergegeven in fig. 2b. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als de zwenkbeweging van haaklichaam 28 vanuit de situatie volgens fig. 2a wordt geblokkeerd de externe krachten die dan tussen het eerste zwenklichaam 31 en het tweede zwenklichaam 32 werkzaam zijn worden dan zo groot dat de magnetische koppeling wordt opgeheven en uitsluitend het tweede zwenklichaam 32 om zwenkas 128 zal zwenken terwijl het eerste zwenklichaam 31 niet zwenkt of althans in mindere mate zwenkt.
Vanwege het verloop van de nokkenbaan zal het tweede zwenklichaam 32 weer gecontroleerd terug zwenken naar de stand volgens fig. 2a waarbij de magnetische koppeling tussen het tweede zwenklichaam 32 en het eerste zwenklichaam 31 weer wordt hersteld. Vanwege de spleet 40 tussen de permanente magneet 36 en de magnetiseerbare schijf 38 zal er bij het herstel van de magnetische koppeling geen direct contact plaatsvinden van de magnetiseerbare schijf 38 of van een ander deel tegen de permanente magneet 36 hetgeen de werking van de permanente magneet 36 ten goede komt.
Overhanger 1 omvat verder een rondgaande geleiding 51 die star is verbonden met het gestel 2. Langs de geleiding 51 zijn productdragers 52 los verplaatsbaar. De geleiding 51 heeft twee tegen over elkaar gelegen halfcirkelvormige geleidingsdelen 53a, 53b die met elkaar zijn verbonden via rechtlijnige geleidingsdelen 54a, 54b van geleiding 51. De halfcirkelvormige geleidingsdelen 53a, 53b zijn concentrisch respectievelijk ten opzichte van omloopwiel 5 en omloopwiel 6. Gezien de concentriciteit van omloopwiel 6 en carrousel 21 is het halfcirkelvormige geleidingsdeel 53b eveneens concentrisch met carrousel 21.
In normaal bedrijf bewegen productdragers 52 gesynchroniseerd met carrousel 21 en gesynchroniseerd met omloopwiel 5. De productdragers 52 bevinden zich tijdens die gesynchroniseerde beweging recht tegenover een bewerkingseenheid 23. In normaal bedrijf neemt haaklichaam 28 tijdens de naar buiten gerichte slag daarvan een slachtvogel over van een haak die hangt aan een trolley 9, terwijl tijdens de teruggaande slag van haaklichaam 28 de betreffende slachtvogel wordt overgedragen aan een productdrager 52. Indien de betreffende productdrager 52 vervolgens bij omloopwiel 5 arriveert wordt aldaar de slachtvogel vanuit productdrager 52 overgedragen aan het transportsysteem van de transportketting die om omloopwiel 5 is geslagen.
Transportketting 8 wordt, net als overigens de transportketting die om omloopwiel 5 is geslagen, aangedreven door niet nader getoonde aandrijfmiddelen. Aldus drijven de betreffende aandrijfmiddelen ook het omloopwiel 6 alsmede het daar, althans in normaal bedrijf, star verbonden deel cilindrische deel 22 van carrousel 21 roterend aan. Het is echter denkbaar dat de roterende beweging van het cilindrisch deel 22 van carrousel 21 door externe factoren wordt geblokkeerd terwijl de aandrijving door de niet nader getoonde aandrijfmiddelen van transportketting 8 doorgaat. Ook in een dergelijk geval treedt bij overhanger 1 een beveiliging tegen overbelasting in werking. Dit wordt nader toegelicht aan de hand van de figuren 4, 5a, en 5b.
Figuur 4 toont in verticale dwarsdoorsnede omloopwiel 6. Zoals zichtbaar is in figuur 4 bestaat omloopwiel 6 uit diverse onderdelen. Omloopwiel 6 omvat een omloopschijf 61 aan de omtrek waarvan de vertandingen 7 zijn voorzien. Omloopschijf 61 heeft een centrale uitsparing waarin cilindrisch lagerlichaam 62 is opgenomen. Omloopschijf 61 en lagerlichaam 62 zijn vast via boutverbindingen 64 met elkaar verbonden en roteren dus altijd gezamenlijk. Omloopwiel 6 omvat verder een flenslichaam 65 dat star is verbonden met aslichaam 66. Flenslichaam 65 en aslichaam 66 roteren dus altijd gezamenlijk om rotatie-as 67. Aan de naar elkaar toe gerichte zijden van het flenslichaam 65 en van het lagerlichaam 62 is zowel het lagerlichaam 62 als het flenslichaam 65 voorzien van een viertal schijfvormige magneetlichamen 67, 68 die, althans in normaal bedrijf, recht tegenover elkaar zijn gelegen en elkaar aantrekken. Door deze onderlinge aantrekking van magneetlichamen 68 en 69 is er ook, althans tijdens normaal bedrijf, sprake van een starre koppeling tussen lagerlichaam 62 en flenslichaam 65 zodat rotatie van omloopschijf 61, die teweeg wordt gebracht via transportketting 8, rotatie van aslichaam 66 teweeg zal brengen. Aslichaam 66 is star gekoppeld met het cilindrische deel 22 van carrousel 21. Bij een blokkering van de rotatie van het cilindrische deel 22 zullen de krachten die werkzaam zijn op de magneetkoppeling tussen de magneetelementen 68, 69 te groot zijn om die magneetkoppeling te handhaven en zal flenslichaam 66 tot stilstand komen of althans minder snel roteren dan lagerlichaam 62 samen met omloopschijf 61 waardoor de magneetkoppeling tussen de paren van magneetelementen 68, 69 wordt opgeheven.
Het opheffen van deze magneetkoppeling kan worden waargenomen met sensor 71, zoals bijvoorbeeld een camera, die gericht is op de omtrekvlakken van lagerlichaam 62 en flenslichaam 62 ter plaatse van het grensvlak tussen het lagerlichaam 62 en het flenslichaam 65. Deze omtrekvlakken zijn voorzien van streepvormige markeringen 72, 73 die in normaal bedrijf, als er dus sprake is van een magnetische koppeling tussen de vier paren van magneetelementen 68, 69, in lijn met elkaar zijn gelegen. Vanwege de ontkoppeling zullen streepvormige markeringen 72, 73 echter ten opzichte van elkaar verschuiven hetgeen door sensor 71 wordt waargenomen. Sensor 71 is ingericht om vervolgens een signaal af te geven aan het besturingssysteem om de aandrijving voor transportketting 8 stop te zetten om aldus verdere schade te voorkomen.
Aan de hand van de figuren 6, 7a, 7b en 8 zal een derde toepassingsmogelijkheid van de onderhavige uitvinding nader worden toegelicht. Figuur 6 toont schetsmatig een inrichting 81 voor het bewerken van magen van gevogelte, ook wel aangeduid met de term magenautomaat. Magenautomaat 81 omvat een invoeropening 82 via welk ingewandenpakketten inclusief magen worden toegevoerd aan de magenautomaat 81. Magenautomaat 81 omvat verder diverse rollen en messen die de vakman op zich bekend zullen zijn en derhalve hier geen nadere toelichting behoeven. Aan de stroomafwaartse zijde van magenautomaat 81 omvat de magenautomaat 81 drie paren van pelrollen 83 die zijn voorzien van een schroefvormige profilering en waarmee magen worden bewerkt. De in totaal zes pelrollen 83 zijn ieder roteerbaar om hun respectievelijke hartlijnen en zijn star verbonden met tandwielen 84 die in het verlengde zijn gelegen van de bijbehorende pelrollen 83. Zigzagsgewijs is een eindloze ketting 87 om de tandwielen 84 geslagen. Ketting 87 is verder geslagen om twee tandwielen 85 en om een groter tandwiel 86. Voor de aandrijving van de pelrollen 83 is een elektromotor 88 voorzien die tandwiel 89 aandrijft. Om tandwiel 89 is eindloze ketting 90 geslagen die eveneens is geslagen om tandwiel 91 die star is gekoppeld met tandwiel 86. Tijdens normaal bedrijf zal bekrachtiging van elektromotor 88 er dus toe leiden dat de pelrollen 83 roterend worden aangedreven om hun respectievelijk rotatie-assen.
In de praktijk kan het voorkomen dat relatief harde voorwerpen, bijvoorbeeld afkomstig uit een maag, bekneld raken tussen twee pelrollen 83 van een paar pelrollen 83. Hiertoe omvat magenautomaat 81 een beveiligingssysteem tegen overbelasting. Dit systeem wordt navolgend toegelicht aan de hand van figuren 7a, 7b en 8. Nabij het vrije uiteinde van het uitgaande aslichaam 92 van elektromotor 88 is het aslichaam 92 opgenomen in een lagerhuis 95 die star is bevestigd aan een wand 101 van het behuizingsdeel van magenautomaat 81 waar de elektromotor 88 in is opgenomen. Tussen de lagerhuis 95 is sprake van beperkte speling die rotatie van het aslichaam 92 binnen lagerhuis 95 toestaat. Aan het vrije uiteinde van aslichaam 92 is schijf 93 star bevestigd. Aan de naar elektromotor 88 gekeerde zijde van de schijf 93 zijn in vier uitsparingen daarvan vier magneetlichamen 94 voorzien. Om de lagerhuis 95 is een ringlichaam 96 voorzien die tegen schijf 93 aanligt. Op corresponderende posities als die van magneetlichamen 94 zijn ook in uitsparingen in ringlichaam 96 magneetlichamen 97 voorzien. Ringlichaam 96 is star bevestigd aan tandwiel 89. De combinatie van ringlichaam 96 en tandwiel 89 is roteerbaar om de buitenzijde van lagerhuis 95. De magneetlichamen 94 en 97 vormen paren en trekken elkaar magnetisch aan waardoor er in normaal bedrijf sprake is van een starre koppeling tussen schijf 93 en ringlichaam 96. Deze starre koppeling wordt opgeheven indien er een hard voorwerp klem komt te zitten tussen pelrollen 83. Schijf 93 en ringlichaam 96 verdraaien dan ten opzichte van elkaar zodat vanuit de situatie volgens figuur 7a de situatie volgens figuur 7b wordt bereikt. Op de omtrek van schijf 93 en van ringlichaam 96 zijn respectievelijk markeringen 99, 100 voorzien vergelijkbaar met markeringen 72, 73 in figuren 5a en 5b. De verdraaiing wordt waargenomen met behulp van camera 98. Camera 98 geeft een signaal af aan de besturing van elektromotor 88 om deze uit te schakelen en (verdere) schade te voorkomen.
In een alternatieve uitvoeringsvorm is het ook denkbaar om de magnetische koppeling op een andere positie binnen de overbrengingslijn tussen de elektromotor 88 en de pelrollen 83 te voorzien, bijvoorbeeld tussen tandwielen 86 en 91.
Het moge duidelijk zijn voor de vakman dat hierboven de uitvinding is toegelicht aan de hand van enkele uitvoeringsvormen. De uitvinding is niet beperkt tot de getoonde en beschreven uitvoeringsvormen. In het bijzonder is de uitvinding nader toegelicht aan de hand van inrichtingen voor het overhangen van geslacht gevogelte, in het bijzonder kip en aan de hand van een inrichting voor het verwerken van ingewandenpakketten, met name de magen daarvan. De uitvinding is echter tevens toepasbaar op inrichtingen voor het verwerken van slachtdieren in het algemeen, zoals bijvoorbeeld varkens en/of gevogelte, zoals kip, kalkoen en/of eend.
De uitvinding is tevens toepasbaar bij inrichtingen voor het uitvoeren van andere type bewerkingen, bijvoorbeeld voor het aanbrengen van snedes in een slachtdieren of delen daarvan. De gevraagde bescherming wordt bepaald door de aangehechte conclusies.
Claims (19)
1. Inrichting voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan, in het bijzonder geslacht gevogelte, zoals kip, omvattende een aandrijfsysteem voor het aandrijven van een aan te drijven orgaan van de inrichting, het aandrijfsysteem omvattend een aandrijforgaan, een overbrengorgaan dat in bedrijf door het aandrijforgaan wordt aangedreven en dat tijdens normaal bedrijf star is gekoppeld met het aan te drijven orgaan, alsmede overbelastingbeveiligingsmiddelen die zijn ingericht om tijdens normaal bedrijf het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan star met elkaar te koppelen en om bij overbelasting relatieve verplaatsing tussen het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan toe te staan wanneer een tussen het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan werkzame kracht een drempelwaarde overschrijdt, met het kenmerk, dat de overbelastingbeveiligingsmiddelen een van het overbrengorgaan of van het aan te drijven orgaan deel uitmakend eerste koppelelement en een van de ander van het overbrengorgaan en het aan te drijven orgaan deel uitmakend tweede koppelelement omvatten waarbij het eerste koppelelement als eerste magneetelement is uitgevoerd en het tweede koppelelement hetzij magnetiseerbaar is hetzij als tweede magneetelement is uitgevoerd, waarbij de eerste en tweede koppelelementen zijn ingericht om dusdanig samen te werken dat de starre koppeling tussen het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan tijdens normaal bedrijf via magnetische koppeling tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement wordt bewerkstelligd, en dat bij overbelasting de magnetische koppeling tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement vanwege de overbelasting wordt opgeheven.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de inrichting sensormiddelen omvat die zijn ingericht voor het waarnemen van een relatieve verplaatsing tussen het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan en voor het afgeven van een signaal voor het stop zetten van het aandrijforgaan.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan bij overbelasting zwenkbaar zijn ten opzichte van elkaar.
4. Inrichting volgens conclusie 1, 2 of 3, met het kenmerk, dat de inrichting is ingericht om naar elkaar gerichte vlakken van respectievelijk het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan die tijdens normaal bedrijf tegen elkaar liggen bij overbelasting langs elkaar te laten schuiven.
5. Inrichting volgens conclusies 1, 2 of 3, met het kenmerk, dat de inrichting is ingericht om naar elkaar gerichte vlakken van respectievelijk het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan die tijdens normaal bedrijf tegen elkaar liggen bij overbelasting van elkaar af te laten bewegen.
6. Inrichting volgens ten minste één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het tweede koppelelement van martensitisch roest vast staal is vervaardigd
7. Inrichting volgens ten minste één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de overbelastingbeveiligingsmiddelen een aantal van het overbrengorgaan of van het aan te drijven orgaan deel uitmakende eerste koppelelementen en een gelijk aantal van de ander van het overbrengorgaan en het aan te drijven orgaan deel uitmakende tweede koppelelementen omvatten.
8. Inrichting volgens ten minste één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat in normaal bedrijf er sprake is van een spleet tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement welke spleet een breedte heeft minimaal ter grootte van 0,02 mm en bij voorkeur maximaal ter grootte van 5 mm.
9. Inrichting volgens ten minste één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het aan te drijven orgaan een bewerkingsorgaan is voor het uitvoeren van een bewerking op het te verwerken slachtdier en/of de delen daarvan en daartoe tijdens de bewerking contact maakt met het te verwerken slachtdier en/of de delen daarvan.
10. Inrichting volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat de inrichting een carrousel omvat met een verticale rotatie-as en met een aantal in een cirkel opgestelde bewerkingsorganen die tijdens normaal bedrijf om de verticale rotatie-as roteren.
11. Inrichting volgens conclusie 9 of 10, met het kenmerk, dat het bewerkingsorgaan een haak omvat voor het in normaal bedrijf tijdens verplaatsing van de haak en van het overbrengorgaan overnemen van een slachtdier of althans deel daarvan uit een productdrager.
12. Inrichting volgens ten minste één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan ieder een hartlijn omvatten welke hartlijnen samen vallen en waarbij het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan in normaal bedrijf concentrisch roteren om een rotatie-as die samenvalt met de hartlijnen van het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan.
13. Inrichting volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat het aan te drijven orgaan een omlooporgaan betreft of althans star met een omlooporgaan is gekoppeld om welk omlooporgaan een flexibele overbrengorgaan is geslagen en het overbrengorgaan een aslichaam betreft of althans star met een aslichaam is gekoppeld.
14. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de inrichting is ingericht om nadat de magnetische koppeling tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement vanwege overbelasting is opgeheven, automatisch de magnetische koppeling tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement te herstellen en daarmee het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan weer star met elkaar te koppelen.
15. Inrichting volgens conclusie 14, met het kenmerk, dat de inrichting herkoppelmiddelen omvatten voor het na overbelasting automatisch herstellen van de magnetische koppeling tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement.
16. Inrichting volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat de herkoppelmiddelen geleidingsmiddelen omvatten voor het met elkaar in contact brengen van het eerste koppelelement en het tweede koppelelement.
17. Werkwijze voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan, in het bijzonder geslacht gevogelte, zoals kip, met behulp van een inrichting volgens één van de voorgaande conclusies gekenmerkt door de stappen van het bij normaal bedrijf door middel van magnetische kracht die werkzaam is tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement star gekoppeld houden van het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan alsmede het bij overbelasting toestaan dat de magnetische koppeling tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement vanwege de overbelasting wordt opgeheven.
18. Werkwijze volgens conclusie 17, gekenmerkt door de stap van het met behulp van sensormiddelen waarnemen van een relatieve verplaatsing tussen het aan te drijven orgaan en het overbrengorgaan, het door de sensormiddelen afgeven van een signaal voor het stop zetten van het aandrijforgaan.
19. Werkwijze volgens conclusie 17, gekenmerkt door de stap van het het, nadat de magnetische koppeling tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement is opgeheven, automatisch herstellen van de magnetische koppeling tussen het eerste koppelelement en het tweede koppelelement door het eerste koppelelement en het tweede koppelelement, bij voorkeur met behulp van geleidingsmiddelen, naar elkaar toe te doen bewegen.
Priority Applications (9)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2013532A NL2013532B1 (nl) | 2014-09-26 | 2014-09-26 | Inrichting en werkwijze voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan. |
| JP2017516433A JP6630350B2 (ja) | 2014-09-26 | 2015-09-23 | 屠畜動物および/またはその一部を処理するための装置および方法 |
| PCT/NL2015/050661 WO2016048147A1 (en) | 2014-09-26 | 2015-09-23 | Device and method for processing slaughter animals and/or parts thereof |
| US15/506,512 US9907314B2 (en) | 2014-09-26 | 2015-09-23 | Device and method for processing slaughter animals and/or parts thereof |
| CN201580048923.7A CN107072222B (zh) | 2014-09-26 | 2015-09-23 | 用于处理屠宰的动物和/或其部分的装置和方法 |
| DK15794339.0T DK3197283T3 (en) | 2014-09-26 | 2015-09-23 | EQUIPMENT AND PROCEDURE FOR PROCESSING ANIMALS AND / OR PARTS THEREOF |
| BR112017004840-0A BR112017004840B1 (pt) | 2014-09-26 | 2015-09-23 | Dispositivo para processamento de animais de abate, e, método para processamento de animais de abate |
| EP15794339.0A EP3197283B1 (en) | 2014-09-26 | 2015-09-23 | Device and method for processing slaughter animals and/or parts thereof |
| KR1020177011289A KR102531923B1 (ko) | 2014-09-26 | 2015-09-23 | 도축 동물 및/또는 그 일부를 처리하는 장치 및 방법 |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2013532A NL2013532B1 (nl) | 2014-09-26 | 2014-09-26 | Inrichting en werkwijze voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2013532B1 true NL2013532B1 (nl) | 2016-09-29 |
Family
ID=52596551
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2013532A NL2013532B1 (nl) | 2014-09-26 | 2014-09-26 | Inrichting en werkwijze voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan. |
Country Status (9)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US9907314B2 (nl) |
| EP (1) | EP3197283B1 (nl) |
| JP (1) | JP6630350B2 (nl) |
| KR (1) | KR102531923B1 (nl) |
| CN (1) | CN107072222B (nl) |
| BR (1) | BR112017004840B1 (nl) |
| DK (1) | DK3197283T3 (nl) |
| NL (1) | NL2013532B1 (nl) |
| WO (1) | WO2016048147A1 (nl) |
Families Citing this family (9)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| BR102016000581B1 (pt) * | 2016-01-11 | 2020-06-16 | Camilo Pedro Abati | Máquina empacotadora de aves |
| CN107668161B (zh) * | 2017-09-27 | 2019-08-20 | 华中农业大学 | 基于机器视觉的家禽净膛机器人系统 |
| KR102093330B1 (ko) * | 2018-07-27 | 2020-03-25 | 조종일 | 가금류 오버 헤드 컨베이어용 아이들 기어 세트 |
| US20200170225A1 (en) * | 2018-11-30 | 2020-06-04 | Adelfo Andres Anguiano Jaimes | Chicken unloader |
| NL2025670B1 (en) * | 2020-05-26 | 2021-12-13 | Meyn Food Processing Tech Bv | A method for hanging poultry or parts thereof on an overhead conveyor, a system and an apparatus |
| CN113647439B (zh) * | 2021-08-02 | 2022-10-04 | 汕尾佳宝食品有限公司 | 一种肉丸加工用按摩斩切捶打装置 |
| CN115251129B (zh) * | 2022-05-07 | 2023-05-30 | 河北玖兴农牧发展有限公司 | 一种肉鸡分割装置 |
| NL2031855B1 (en) * | 2022-05-13 | 2023-11-20 | Meyn Food Processing Tech Bv | A method and system for rehanging poultry, and a shackle for suspending the poultry |
| NL2035845B1 (en) * | 2023-09-21 | 2025-03-28 | Meyn Food Processing Tech Bv | Poultry hanging system, poultry conveying line, and method of hanging the poultry |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE1075903B (de) * | 1958-02-04 | 1960-02-18 | Siemens Ag | Sicherheitskupplung mit Dauermagneten |
| GB887560A (en) * | 1959-07-29 | 1962-01-17 | Stewart Gill & Company Ltd | Improvements in or relating to conveyors |
| GB2155565A (en) * | 1984-02-07 | 1985-09-25 | Baruffaldi Frizioni Spa | Electromagnetic clutch with rotational speed detector |
| US20120193184A1 (en) * | 2011-01-28 | 2012-08-02 | Hsin-An Chiang | Clutch mechanism with overload protection |
| WO2014126447A1 (ko) * | 2013-02-18 | 2014-08-21 | 주식회사 월드자석카플링 | 자석식 커플링장치 |
Family Cites Families (17)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3537127A (en) * | 1968-03-26 | 1970-11-03 | Stork Amsterdam | Device for holding poultry for slaughtering and/or plucking |
| JPS6044582U (ja) * | 1983-09-02 | 1985-03-29 | 株式会社石井製作所 | 魚体輪切装置 |
| US4662034A (en) * | 1986-04-07 | 1987-05-05 | John Cunningham | Snap-on button |
| NL8801069A (nl) * | 1988-04-25 | 1989-11-16 | Stork Pmt | Werkwijze voor het wegen van gevogelte en transporthaak voor het uitvoeren van deze werkwijze. |
| JPH0235225A (ja) * | 1988-07-25 | 1990-02-05 | Aisin Aw Co Ltd | フレキシブルカップリング |
| JPH04244625A (ja) * | 1991-01-25 | 1992-09-01 | Nippo Sangyo Kk | マグネットクラッチ |
| NL9101768A (nl) * | 1991-10-23 | 1993-05-17 | Meyn Maschf | Inrichting voor het verwijderen van de ingewanden uit de buikholte van gevogelte. |
| JPH05168222A (ja) * | 1991-12-18 | 1993-07-02 | Heriosu:Kk | 過大トルクの防止方法、および同防止装置 |
| US5453045A (en) * | 1993-01-21 | 1995-09-26 | Systemate Holland, B.V. | System for transferring birds from one conveyor system to another with intermediate accumulator |
| JP2574093Y2 (ja) * | 1993-09-14 | 1998-06-11 | 小倉クラッチ株式会社 | 磁気継手 |
| NL1000029C2 (nl) * | 1995-04-04 | 1996-10-07 | Meyn Maschf | Inrichting voor het vanaf een eerste hangtransporteur naar een tweede hangtransporteur overbrengen van geslacht gevogelte. |
| US6786321B2 (en) * | 2002-11-01 | 2004-09-07 | Kraft Foods Holdings, Inc. | Independent conveyor system for conveying linked food products |
| JP2006022943A (ja) * | 2004-07-10 | 2006-01-26 | Mutsuo Hirano | 多目的回転台装置 |
| NL1028142C2 (nl) * | 2005-01-28 | 2006-07-31 | Stork Pmt | Transportinrichting voor geslacht gevogelte. |
| JP2007132450A (ja) * | 2005-11-11 | 2007-05-31 | Shimadzu Corp | トルク制限機構 |
| KR200437364Y1 (ko) * | 2007-06-28 | 2007-11-28 | 장지선 | 커플링 |
| KR20140103808A (ko) * | 2013-07-18 | 2014-08-27 | 주식회사 월드자석카플링 | 자석식 커플링장치 |
-
2014
- 2014-09-26 NL NL2013532A patent/NL2013532B1/nl not_active IP Right Cessation
-
2015
- 2015-09-23 CN CN201580048923.7A patent/CN107072222B/zh active Active
- 2015-09-23 JP JP2017516433A patent/JP6630350B2/ja active Active
- 2015-09-23 EP EP15794339.0A patent/EP3197283B1/en active Active
- 2015-09-23 WO PCT/NL2015/050661 patent/WO2016048147A1/en not_active Ceased
- 2015-09-23 BR BR112017004840-0A patent/BR112017004840B1/pt active IP Right Grant
- 2015-09-23 US US15/506,512 patent/US9907314B2/en active Active
- 2015-09-23 DK DK15794339.0T patent/DK3197283T3/en active
- 2015-09-23 KR KR1020177011289A patent/KR102531923B1/ko active Active
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE1075903B (de) * | 1958-02-04 | 1960-02-18 | Siemens Ag | Sicherheitskupplung mit Dauermagneten |
| GB887560A (en) * | 1959-07-29 | 1962-01-17 | Stewart Gill & Company Ltd | Improvements in or relating to conveyors |
| GB2155565A (en) * | 1984-02-07 | 1985-09-25 | Baruffaldi Frizioni Spa | Electromagnetic clutch with rotational speed detector |
| US20120193184A1 (en) * | 2011-01-28 | 2012-08-02 | Hsin-An Chiang | Clutch mechanism with overload protection |
| WO2014126447A1 (ko) * | 2013-02-18 | 2014-08-21 | 주식회사 월드자석카플링 | 자석식 커플링장치 |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| WO2016048147A1 (en) | 2016-03-31 |
| EP3197283B1 (en) | 2018-11-07 |
| BR112017004840A2 (pt) | 2017-12-12 |
| DK3197283T3 (en) | 2019-01-14 |
| CN107072222A (zh) | 2017-08-18 |
| US20170273320A1 (en) | 2017-09-28 |
| KR102531923B1 (ko) | 2023-05-11 |
| JP6630350B2 (ja) | 2020-01-15 |
| KR20170060137A (ko) | 2017-05-31 |
| EP3197283A1 (en) | 2017-08-02 |
| JP2017534265A (ja) | 2017-11-24 |
| US9907314B2 (en) | 2018-03-06 |
| BR112017004840B1 (pt) | 2022-01-11 |
| CN107072222B (zh) | 2019-12-10 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL2013532B1 (nl) | Inrichting en werkwijze voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan. | |
| NL2009198C2 (en) | Processing apparatus for poultry comprising one or more transfer units. | |
| NL1004408C1 (nl) | Inrichting voor het opnemen en afgeven van slachtdieren of delen daarvan. | |
| NL2004573C2 (en) | Turning block alignment. | |
| CN102740686A (zh) | 用于刮粪设备的安全设备 | |
| JP6083720B2 (ja) | コンベヤ上の鳥を処理するための方法および装置 | |
| US12103784B2 (en) | Overhead tray conveyor and wash system | |
| NL8601050A (nl) | Overbrenginrichting voor pluimvee. | |
| EP0916265A3 (en) | Device for conveying slaughtered animals, in particular birds | |
| JP6297697B2 (ja) | 屠畜動物用の搬送装置と除去装置との組み合わせ、および、このような組み合わせを動作させる方法 | |
| CN103420086A (zh) | 一种尼龙双轨滑轮输送装置 | |
| EP4025507B1 (en) | Packaging device for packaging eggs | |
| EP2845826B1 (en) | Belt-transportation-trolley | |
| CN107249340B (zh) | 用于定位和定向鱼体的装置 | |
| NL1003616C2 (nl) | Inrichting voor het opnemen en afgeven van slachtdieren of delen daarvan. | |
| EP3102042B1 (en) | A fish bone removal apparatus | |
| AU2002308411C1 (en) | Livestock processing antenna | |
| FR2931339A1 (fr) | Arrachage automatise de peaux d'animaux de boucherie. | |
| NL2008403C2 (nl) | Inrichting voor het omkeren van pannen of tot koppels met elkaar verbonden pannen voor het bakken van broden. | |
| NL1012304C2 (nl) | Inrichting voor het behandelen van geslacht gevogelte. | |
| AU5770201A (en) | Point |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20231001 |