NL1019941C2 - Gevelpaneel, werkwijze voor het vervaardigen daarvan en gebruik van het paneel in een vliesgevel. - Google Patents

Gevelpaneel, werkwijze voor het vervaardigen daarvan en gebruik van het paneel in een vliesgevel. Download PDF

Info

Publication number
NL1019941C2
NL1019941C2 NL1019941A NL1019941A NL1019941C2 NL 1019941 C2 NL1019941 C2 NL 1019941C2 NL 1019941 A NL1019941 A NL 1019941A NL 1019941 A NL1019941 A NL 1019941A NL 1019941 C2 NL1019941 C2 NL 1019941C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
panel
profile
plate
plates
stop
Prior art date
Application number
NL1019941A
Other languages
English (en)
Inventor
Johannis Van Herwijnen
Original Assignee
Reynolds Architectuursystemen
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Reynolds Architectuursystemen filed Critical Reynolds Architectuursystemen
Priority to NL1019941A priority Critical patent/NL1019941C2/nl
Priority to NL1019941 priority
Application granted granted Critical
Publication of NL1019941C2 publication Critical patent/NL1019941C2/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E06DOORS, WINDOWS, SHUTTERS, OR ROLLER BLINDS IN GENERAL; LADDERS
    • E06BFIXED OR MOVABLE CLOSURES FOR OPENINGS IN BUILDINGS, VEHICLES, FENCES OR LIKE ENCLOSURES IN GENERAL, e.g. DOORS, WINDOWS, BLINDS, GATES
    • E06B3/00Window sashes, door leaves, or like elements for closing wall or like openings; Layout of fixed or moving closures, e.g. windows in wall or like openings; Features of rigidly-mounted outer frames relating to the mounting of wing frames
    • E06B3/54Fixing of glass panes or like plates
    • E06B3/5427Fixing of glass panes or like plates the panes mounted flush with the surrounding frame or with the surrounding panes
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E06DOORS, WINDOWS, SHUTTERS, OR ROLLER BLINDS IN GENERAL; LADDERS
    • E06BFIXED OR MOVABLE CLOSURES FOR OPENINGS IN BUILDINGS, VEHICLES, FENCES OR LIKE ENCLOSURES IN GENERAL, e.g. DOORS, WINDOWS, BLINDS, GATES
    • E06B3/00Window sashes, door leaves, or like elements for closing wall or like openings; Layout of fixed or moving closures, e.g. windows in wall or like openings; Features of rigidly-mounted outer frames relating to the mounting of wing frames
    • E06B3/66Units comprising two or more parallel glass or like panes permanently secured together
    • E06B3/6621Units comprising two or more parallel glass or like panes permanently secured together with special provisions for fitting in window frames or to adjacent units; Separate edge protecting strips

Description

Mr

Titel: Gevelpaneel, werkwijze voor het vervaardigen daarvan en gebruik van het paneel in een vliesgevel.

.. . De uitvinding heeft betrekking op een paneel, omvattende ten minste twee in hoofdzaak evenwijdige platen, welke op onderlinge afstand zijn gehouden door zich tussen de platen, nabij de randen daarvan uitstrekkende afstandhouders.

5 Dergelijke panelen zijn algemeen bekend voor toepassing in vliesgevels. Daarbij worden de panelen vastgelijmd of vastgeklemd tegen een raamwerk van stijlen. Ten behoeven van het vastklemmen van de panelen kunnen deze rondom zijn voorzien van een zich tussen de randen van de platen uitstrekkend, gootvormig profiel, open aan een naar de 10 omgeving gekeerde zijde. In dit profiel kunnen een of meerdere klemelementen worden gestoken, welke tegen het raamwerk worden vastgezet, een en ander zodanig dat een deel van het profiel en de daaraan grenzende plaatrand door de klemelementen wordt opgesloten tegen het raamwerk. Het profiel zorgt daarbij voor een gelijkmatige verdeling van de 15 klemkracht over de rand van de plaat en voorkomt rechtstreeks contact tussen het of elk klemelement en de plaat, welk contact tot onaanvaardbaar hoge spanningen zou kunnen leiden en daarmee beschadiging van de plaat. Bovendien kan tussen het profiel en de plaat een isolerende laag zijn aangebracht, om koudebruggen te vermijden.

20 Het profiel dient nauwkeurig ten opzichte van het paneel te zijn gepositioneerd, aangezien een afwijking in de positie van het profiel zal doorwerken in de bevestiging van het paneel aan het raamwerk. De panelen kunnen daardoor scheef worden opgehangen of onder een ongewenste spanning komen te staan. Scheefstand is uit esthetisch oogpunt 25 onaanvaardbaar, leidt tot een ongunstige doorleiding van in gebruik op de panelen werkende krachten en kan er bovendien toe leiden dat eventuele afdichtingen tussen de panelen niet meer goed op elkaar aansluiten. Bij de ' t ·'<* , 1. . Λ i ' ! O Q 4 7 2 ,φ vervaardiging van de bekende panelen, met name grotere panelen, bij welke een kleine positioneerafwijking al snel grote nadelige gevolgen kan hebben, worden de profielen daarom eerst onderling verbonden tot een frame, waarna het frame tegen een van de platen wordt vastgezet. Door de 5 profielen aldus onderling te verbinden kan hun onderlinge positie en hun uiteindelijke positie ten opzichte van de plaat beter worden gecontroleerd. Het moge echter duidelijk zijn dat een dergelijke werkwijze omslachtig is, extra tijd vergt en de vervaardigingskosten zal opdrijven.

De uitvinding beoogt een paneel van het hierboven beschreven 10 type, waarbij het genoemde nadeel is opgeheven met behoud van de voordelen daarvan. Daartoe wordt een paneel volgens de uitvinding gekenmerkt door de maatregelen volgens conclusie 1.

Door het paneel te voorzien van een profiel met aanslagvlakken kan het paneel op eenvoudigere wijze worden vervaardigd dan de bekende 15 panelen. De profielen kunnen eenvoudig met een eerste en tweede aanslagvlak tegen respectievelijk een langsrand en een daaraan grenzende zijde van één van de platen worden geplaatst. Daarbij wordt de uiteindelijke positie van het profiel in hoofdzaak bepaald door de samenwerking tussen de aanslagvlakken en de rand van de plaat. Op deze wijze kunnen de 20 profielen nauwkeurig en reproduceerbaar op de gewenste positie worden aangebracht, zonder dat de profielen daartoe eerst onderling verbonden hoeven te worden. Hierdoor kan een tijdrovende en daarmee kostbare vervaardigingsstap worden bespaard.

De aanslagvlakken bieden het bijkomend voordeel dat deze de 25 langsrand van de plaat beschermen, waardoor de kans op beschadiging tijdens opslag, transport en gebruik afneemt. Eventueel kan tegenover het tweede aanslagvlak, ongeveer evenwijdig daaraan, een derde aanslagvlak worden voorzien, zodat de drie aanslagvlakken tezamen een in hoofdzaak V-of U-vormige goot vormen welke rond de plaatrand kan worden geschoven. 30 De betreffende plaatrand zal daardoor nog beter zijn beschermd.

r'.

3

Dankzij de eenvoudige en nauwkeurige plaatsing van de profielen kan het paneel met behulp van in deze profielen gestoken klemelementen probleemloos tegen het raamwerk van een vliesgevel worden bevestigd.

Een paneel volgens de uitvinding kan voorts op voordelige wijze 5 worden toegepast in een vliesgevel waarbij de panelen tegen het raamwerk, of een daarop te bevestigen hulpraamwerk worden vastgelijmd in plaats van vastgeklemd. In dat geval kan het profiel dienen als houder voor afdichtrubbers, waarmee een spleet tussen twee aangrenzende panelen kan worden afgedicht. De doorgaans in een verlijmde vliesgevel toegepaste 10 panelen zijn niet voorzien van een profiel. De afdichtrubbers worden vastgezet in het raamwerk of hulpraamwerk. Hierdoor liggen de afdichtrubbers relatief ver naar achteren. Gebleken is, dat het voor de isolerende werking van de afdichtrubbers voordeliger is deze zover mogelijk naar voren te plaatsen, dus van het raamwerk af. Met een paneel volgens de 15 uitvinding is dit mogelijk, dankzij het zich rondom het paneel uitstrekkend profiel.

In een eerste bijzonder voordelige uitvoeringsvorm is een paneel volgens de uitvinding gekenmerkt door de maatregelen volgens conclusie 3.

Deze uitvoeringsvorm, waarbij het profiel, althans een U-vormige 20 kamer daarvan, zich in hoofdzaak in het verlengde van een van de platen uitstrekt met de open zijde naar buiten gekeerd, is met name geschikt voor toepassing in een gelijmde vliesgevel als hierboven beschreven, waarbij het profiel wordt gebruikt als houder voor een afdichtrubber. Het profiel fixeert het afdichtrubber in de juiste stand, ook wanneer daarop tijdens gebruik 25 aanzienlijke krachten werken, zodat een zich tot buiten de contour uitstrekkende afdichtlip van het rubber afdichtend kan aanliggen tegen de afdichtlip van een aangrenzend paneel, en een goede afdichting steeds is gewaarborgd.

Eventueel kunnen meerdere platen van het paneel van een 30 dergelijk profiel worden voorzien, zodat meerdere afdichtingen achter elkaar 1 O O O \ 1 4 kunnen worden aangebracht. Daarbij zullen tussen twee opeenvolgende afdichtingen luchtkamers worden gevormd, welke bijdragen aan de isolerende werking van de totale afdichting. Doordat de profielen zich rond een buitenomtrek van de plaat uitstrekken, zijn deze goed bereikbaar en 5 kunnen de rubbers eenvoudig, nadat de panelen op het raamwerk zijn vastgelijmd, daarin worden aangebracht.

In een tweede voordelige uitvoeringsvorm wordt een paneel volgens de uitvinding gekenmerkt door de maatregelen volgens conclusie 4.

Deze uitvoeringsvorm, waarbij het profiel, althans de kamer 10 daarvan, zich nagenoeg volledig tussen de randen van de platen uitstrekt, is met name geschikt voor toepassing in een klemgevel. Dankzij de aanslagvlakken zal het profiel zich nauwkeurig op de juiste positie uitstrekken, zodat het paneel met behulp van in de profielen gestoken klemelementen positievast op het raamwerk kan worden gemonteerd.

15 Daarbij wordt de klemkracht, welke door het klemelement wordt uitgeoefend, door het profiel gelijkmatig over de rand van een aan dit profiel grenzende plaat verdeeld. Doordat het profiel grotendeels tussen de platen is gelegen zal dit, wanneer het paneel is opgenomen in een vliesgevel, vrijwel volledig aan het oog zijn onttrokken. Desgewenst kan tussen het 20 profiel en de plaat waartegen dit is vastgezet een isolerende laag worden aangebracht teneinde koudebruggen tegen te gaan.

Het paneel kan voorts, overeenkomstig de eerste uitvoeringsvorm, op een raamwerk worden vastgelijmd. In dat geval kunnen in het profiel afdichtrubbers worden gestoken. Daar het profiel in deze tweede 25 uitvoeringsvorm verder naar voren is gelegen ten opzichte van het raamwerk dan in de eerste uitvoeringsvorm, zal de isolerende werking van de daarin aangebrachte afdichtrubbers nog verder zijn verbeterd.

In een nadere uitwerking wordt een paneel volgens de uitvinding gekenmerkt door de maatregelen volgens conclusie 5.

- j 5

De plaat waartegen het profiel wordt aangebracht is bij voorkeur zodanig maatgegeven dat het profiel in de gemonteerde stand niet uitsteekt buiten een door de overige platen bepaalde contour van het paneel. Hierdoor bezit het paneel geen uitstekende delen die gemakkelijk beschadigd kunnen 5 raken of schade kunnen aanbrengen. Bovendien kan het paneel hierdoor op een van zijn kanten worden opgesteld, bijvoorbeeld tijdens transport of opslag. Voorts zijn de profielen hierdoor in de gemonteerde stand van het paneel aan het gezicht onttrokken.

Bij de eerste uitvoeringsvorm, waarbij het profiel in hoofdzaak in 10 het verlengde van een van de platen is gelegen, kan de betreffende plaat worden ingekort over een lengte die gelijk is aan de diepte van het profiel, gemeten vanaf de open zijde tot aan het eerste aanslagvlak. Voorts is de breedte van het profiel, gemeten in een richting haaks op de diepte, bij voorkeur in hoofdzaak gelijk aan de dikte van de plaat. Hierdoor zal het 15 profiel in bevestigde stand nauwelijks uitsteken.

Bij de tweede uitvoeringsvorm ligt het grootste deel van het profiel tussen de platen en daarmee binnen de contouren van het paneel. Eventueel kan de plaat waartegen het eerste aanslagvlak aanligt worden ingekort over een afstand die overeenkomt met de dikte van dit eerste aanslagvlak.

20 In een nadere uitwerking wordt een paneel volgens de uitvinding gekenmerkt door de maatregelen volgens conclusie 7.

De groef tussen de randen van de platen en de afstandhouders kan worden opgevuld met een afdichtende massa. Dit resulteert in een goede afdichting van het paneel en helpt tevens mee aan het in de groef bevestigen 25 van het zich daarin uitstrekkend deel van het profiel. Het afdichtend materiaal is bij voorkeur zodanig gekozen dat dit tevens een isolerende functie kan vervullen.

De uitvinding heeft voorts betrekking op het gebruik van een paneel in een vliesgevel gekenmerkt door de maatregelen volgens conclusies 30 15 en 16.

t i 6

Een paneel volgens de uitvinding biedt zowel voordeel bij toepassing in een gelijmde vliesgevel als in een klemvliesgevel. In het eerste geval kan in het profiel bijvoorbeeld een afdichtrubber worden opgenomen, in het tweede geval een klemelement. In beide gevallen zorgt het profiel 5 voor een nauwkeurige, maatvaste positionering van de daarin verankerde elementen, doordat de profielen zelf, dankzij de aanslagvlakken nauwkeurig ten opzichte van het paneel zijn gepositioneerd.

De uitvinding heeft voorts betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van een paneel volgens de uitvinding, gekenmerkt door de 10 maatregelen volgens conclusie 17.

Dankzij de aanslagvlakken van de profielen kunnen deze als losse delen tegen de randen van een of meerdere platen worden aangebracht, waarbij de samenwerking tussen deze randen en de aanslagvlakken zorgt voor een nauwkeurige positionering van de profielen. Hierdoor wordt de 15 bekende vervaardigingswijze, waarbij de profieldelen eerst onderling tot een frame worden verbonden, aanzienlijk vereenvoudigd. Bovendien wordt een veel flexibelere vervaardigingswijze verkregen, waarbij de panelen langs de verschillende randen van verschillende profielen kunnen worden voorzien, of waarbij slechts een deel van de randen van een profiel wordt voorzien.

20 In de verdere volgconclusies zijn nadere voordelige uitvoeringsvormen van een paneel volgens de uitvinding beschreven, alsmede een werkwijze voor het vervaardigen daarvan en het gebruik van een dergelijk paneel in een vliesgevel.

Ter verduidelijking van de uitvinding zullen 25 uitvoeringsvoorbeelden van een paneel volgens de uitvinding worden beschreven aan de hand van de tekening. Daarin toont: fig. 1 een paneel volgens de uitvinding voorzien van een zich in hoofdzaak in het verlengde van een van de platen van het paneel uitstrekkend profiel; ? o 1 o 0 0 ; 7 fig. 2 een horizontale doorsnede van een vliesgevel voorzien van panelen volgens figuur 1; fig. 3 een paneel volgens de uitvinding voorzien van een zich in hoofdzaak tussen de platen van het paneel uitstrekkend profiel; en 5 fig. 4 een doorsnede van een klemvliesgevel voorzien van panelen volgens figuur 3.

In deze beschrijving hebben gelijk of corresponderende delen gelijke of corresponderende verwijzingscijfers.

Figuur 1 toont in dwarsdoorsnede een paneel 1 volgens de 10 uitvinding, althans een rand daarvan. Het paneel 1 omvat een eerste plaat 2 en een tweede plaat 3, welke zich in hoofdzaak evenwijdig aan elkaar uitstrekken en op onderlinge afstand worden gehouden door afstandhouders 4. Deze afstandhouders 4, waarvan er in figuur 1 slechts één zichtbaar is, strekken zich uit langs de langsranden van de platen 2,3, op relatief korte 15 afstand daarvan, en sluiten tussen de platen 2,3 een binnenruimte 5 in. Aan de van de binnenruimte 5 afgekeerde zijde van de afstandhouder 4 strekt zich tussen de randen van de platen 2, 3 een groefvormige ruimte 8 uit.

Deze groefvormige ruimte 8 is gevuld met een afdichtende en bij voorkeur isolerende massa 9, welke zowel bijdraagt aan het afdichten als het op 20 elkaar verlijmen van de platen 2, 3.

De afstandhouder 4 kan bijvoorbeeld een uit kunststof of aluminium geëxtrudeerd profiel zijn en heeft in het getoonde uitvoeringsvoorbeeld een in hoofdzaak rechthoekige, enkelkamerige doorsnede. Het moge duidelijk zijn dat andere uitvoeringsvormen mogelijk 25 zijn. De kamer 6 staat in verbinding 7 met de binnenruimte 5 en is bij voorkeur gevuld met op zichzelf bekende vochtabsorberende korrels, voor het opnemen van eventueel in de binnenruimte 5 aanwezig vocht.

Een paneel 1 als hierboven beschreven is op zichzelf bekend en wordt bijvoorbeeld toegepast in vliesgevels. De platen 2,3 kunnen 30 bijvoorbeeld zijn vervaardigd uit glas, kunststof of aluminium. Echter, ook 8 andere materialen behoren tot de mogelijkheden. Ofschoon niet getoond, kunnen de platen 2,3 onderling verschillende dikten hebben. Voorts kunnen de platen 2,3 in principe elke willekeurige vorm hebben, doch in de getoonde uitvoeringsvoorbeelden zal steeds worden uitgegaan van een rechthoekige 5 vorm, waardoor het paneel 1 een in hoofdzaak blokvormige contour C zal hebben.

De eerste plaat 2 is langs ten minste een deel van zijn omtrek voorzien van een profiel 10. Dit profiel 10 (zie fig. IA) omvat een in hoofdzaak rechthoekige kamer 12, welke met een eerste zijde 14 aanligt 10 tegen de rand van de plaat 2 en welke open is aan een tegenovergelegen tweede zijde 13. Deze eerste zijde vormt daarmee een eerste aanslagvlak 15 voor het profiel 10. Het profiel 10 is voorts voorzien van een tweede en derde aanslagvlak 16, 18, welke zich in hoofdzaak haaks op het eerste aanslagvlak 15 uitstrekken, aan weerszijden van de plaat 2. Deze aanslagvlakken 15, 16, 15 18 zorgen er in samenwerking met de rand van de plaat 2 voor dat het profiel 10 positievast aanligt tegen de plaat 2. Eventueel kan daartoe met het eerste en tweede aanslagvlak 15, 16 of het eerste en derde aanslagvlak 15, 18 worden volstaan. Toepassing van drie aanslagvlakken 15, 16, 18 biedt echter het voordeel dat de rand hiermee volledig beschermd is, hetgeen 20 beschadiging van die rand kan helpen voorkomen. Bovendien belet toepassing van een derde aanslagvlak dat het profiel 10 in het vlak van de tekening kan verdraaien rond de langsrand. Het profiel 10 is bijvoorbeeld met lijm of met een tweezijdig zelfklevende band tegen de eerste plaat 2 vastgezet. Daarnaast draagt ook de in de groefvormige ruimte 8 25 aangebrachte afdichtende massa 9 bij aan het tegen de eerste plaat 2 fixeren van het profiel 10. Desgewenst kunnen het tweede en derde aanslagvlak 16, 18 enigszins schuin ten opzichte van elkaar zijn geplaatst, zodat de vrije randen van de aanslagvlakken een naar elkaar toe convergerend verloop hebben en/of kunnen nabij de vrije randen van beide 30 aanslagvlakken 16, 18 nokjes of dergelijke profileringen worden 9 aangebracht. Hiermee kan in de gemonteerde stand van het profiel 10 een voorspanning worden gerealiseerd, waardoor toleranties in de plaat 2 kunnen worden gecompenseerd. Doordat profiel 10 slechts één verbindingswand 14 omvat, heeft het profiel 10 naast een verende werking 5 van de aanslagvlakken 16,18 bovendien een scharnierende werking.

De binnenmaatse breedte B van het eerste aanslagvlak 15 is bij benadering gelijk aan de dikte D van de eerste plaat 2. Voorts is, zoals duidelijk te zien in figuur 1, de eerste plaat 2 over een afstand L korter dan de tweede plaat 3, welke afstand L bij benadering gelijk is aan de 10 buitenmaatse diepte U van de kamer 12 van het profiel 10, gemeten tussen de open zijde 13 en het eerste aanslagvlak 15. Hierdoor ligt het profiel 10 in de gemonteerde stand in hoofdzaak binnen de door beide platen 2, 3 bepaalde blokvormige contour C van het paneel 1. Dit biedt het voordeel dat de panelen automatisch kunnen worden samengesteld volgens een 15 gangbare, nog nader te beschrijven vervaardigingswijze. Dit biedt verder het voordeel dat het paneel 1 geen kwetsbare uitstekende delen heeft en tijdens opslag of transport op zijn kant kan worden gezet. Bovendien zal het profiel 10, wanneer het paneel 1 in een vlieggevel is verwerkt, niet zichtbaar zijn vanaf de zijde van de tweede plaat 3.

20 In de kamer 12 van het profiel 10 kan een afdichtrubber 20 worden aangebracht als getoond in figuur 1. Het nut daarvan zal nader worden uitgelegd aan de hand van figuur 2. Hierin is in horizontale doorsnede een deel van een vliesgevel getoond, waarbij twee panelen 1 volgens figuur 1 met hun naar elkaar gekeerde randen tegen een staander 26 van een 25 raamwerk zijn bevestigd, in het bijzonder gelijmd. Daarbij is gebruik gemaakt van een hulpprofiel 27, bijvoorbeeld geëxtrudeerd uit kunststof of aluminium. Dit hulpprofiel 27 is daartoe bijvoorbeeld op een vlakke ondergrond gelegd, waarna het paneel 1 met de eerste plaat 2 op het hulpprofiel 27 is vastgelijmd, met behulp van een zelfklevende afdichtband 30 24. Hierna is de ruimte tussen het paneel 1, de afdichtband 24 en het f A 'f μ ·'» 10 hulpprofiel 27 dichtgekit met een afdichtende massa 25, welke van het zelfde type kan zijn als de tussen de platen 2,3 aangebrachte massa 9.

Nadat de afdichtband 24 en de afdichtende massa 25 zijn uitgehard worden de panelen 1 met de daarop gelijmde hulpprofielen 27 tegen de staander 26 5 bevestigd met behulp van algemeen bekende bevestigingsmiddelen 28, zoals een schroef of een bout. Eventueel kan het hulpprofiel 27 losse deelprofielen 27A,B omvatten, zoals weergegeven in fig. 2, waarbij het paneel 1 op één van die deelprofielen 27B is vastgelijmd, welk deelprofiel 27B vervolgens met een resterend deelprofiel 27A van het hulpprofiel 27 kan worden 10 verbonden, bijvoorbeeld daarin kan worden geschoven of vastgeklikt.

Het op bovenstaande wijze tot stand brengen van een vliesgevel is op zichzelf bekend. Bij deze bekende vliesgevels zijn de hulpprofielen 27 voorzien van een reces 29, waarin voor bevestiging van het hulpprofiel 27 op de staander 26 een afdichtrubber 20 kan worden gestoken, voor afdichting 15 van een tussen twee aangrenzende panelen 1 aanwezige spleet 30. Het afdichtrubber 20 is voorzien van een afdichtlip 22, welke zich in de gemonteerde stand in hoofdzaak evenwijdig aan het paneel 1 uitstrekt. De afdichtlip 22 is ten minste groter dan de halve breedte van de spleet 30, zodat de naar elkaar toegekeerde afdichtlippen 22 van twee aangrenzende 20 panelen 1 elkaar tenminste gedeeltelijk overlappen, waardoor een vocht- en winddichte afdichting wordt verkregen.

Gebleken is dat de isolerende werking van een dergelijke afdichting toeneemt naarmate deze verder naar buiten is gelegen, richting de tweede plaat 3 van het paneel 1, en bij voorkeur ongeveer in één lijn is gelegen met 25 de isolerende afdichting 9 van het paneel 1. Een paneel 1 volgens de uitvinding biedt mogelijkheid tot een dergelijke gunstige positionering van de afdichtrubbers 20 dankzij het profiel 10

Voorts is het voor een goede afdichting van belang dat de afdichtlippen 22 recht tegen elkaar liggen. Dit wordt met een paneel 1 30 volgens de uitvinding bereikt, doordat de ligging van de profielen 10 dankzij ! i 11 de aanslagvlakken 15, 16, 18 nauwkeurig is vastgelegd en daarmee ook de ligging en stand van daarin aangebrachte rubbers 20.

In fïg. 2 is zowel in het profiel 10 van het paneel 1 als in het hulpprofiel 27 een afdichtrubber 20, 21 opgenomen, waardoor een dubbele 5 afdichting wordt verkregen. Eventueel kunnen beide afdichtrubbers worden vervangen door een enkel dubbellippig afdichtrubber 20', dat als getoond in fig. 2A in het profiel 10 van het paneel 1 en de reces 29 in het hulpprofiel 27 kan worden vastgezet. Een dergelijk afdichtrubber 20' is enigszins lastiger om aan te brengen, doch heeft, eenmaal aangebracht, een zeer stabiele 10 ligging vanwege de dubbele verankering in het profiel 10 en het hulpprofiel 27 en ondersteunt bovendien de bevestiging van het profiel 10, waardoor de afdichtende massa 25 zelfs zou kunnen worden weggelaten. In beide figuren 2, 2A is tussen de afdichtingen een nagenoeg luchtdichte kamer 23 gevormd, welke de isolerende werking van de totale afdichting helpt 15 bevorderen.

Figuur 3 toont een alternatieve uitvoeringsvorm van een paneel 101 volgens de uitvinding. Het paneel 101 heeft in hoofdzaak dezelfde opbouw als het in figuur 1 getoonde paneel 1. Gelijke of corresponderende delen zijn daarom met gelijke of corresponderende verwijzingscijfers 20 aangeduid, vermeerderd met 100. Het profiel 110 omvat een eerste aanslagvlak 115 dat aanligt tegen een langsrand van de eerste plaat 102, een tweede aanslagvlak 116 dat aanligt tegen een naar de binnenruimte 105 gekeerde zijde van de eerste plaat 102 en een U-vormige kamer 112, welke tussen de eerste en tweede plaat 102, 103 is gelegen, met een open zijde 25 naar buiten gekeerd. De eerste plaat 102 is ingekort ten opzichte van de tweede plaat 103 over een afstand L', welke in hoofdzaak gelijk is aan de dikte van het eerste aanslagvlak 115, een en ander zodanig dat dit aanslagvlak 115 in gemonteerde toestand niet, althans niet noemenswaardig uitsteekt buiten de contour C van het paneel 101.

30 Eventueel kan een derde aanslagvlak 118 zijn voorzien (niet getoond), 12 evenwijdig aan het tweede aanslagvlak 116 en aanliggend tegen de buitenzijde van de eerste plaat 102.

De aanslagvlakken 115, 116, 118 zorgen er net als bij de hiervoor beschreven uitvoeringsvorm voor dat het profiel 110 op eenvoudige wijze 5 eenduidig ten opzichte van de plaat 102 kan worden gepositioneerd.

Hierdoor zal ook de positie van een in het profiel 110 gestoken afdichtrubber 20 vastliggen, waardoor bij toepassing van het paneel 110 in een vliesgevel, een nauwkeurig aansluitende afdichting kan worden gerealiseerd.

Overigens wijkt de vorm van de in fig. 3 getoonde kamer 112 enigszins af 10 van die van figuur 1. Het moge duidelijk zijn dat afhankelijk van het daarin aan te brengen afdichtrubber vele andere vormen mogelijk zijn.

Een paneel 101 volgens figuur 3 kan op eenzelfde wijze in een vliesgevel worden vastgezet als getoond in fig. 2 voor paneel 1. Daarbij kunnen de afdichtrubbers 20 in de U-vormige kamer 112 worden gestoken. 15 Daar deze U-vormige kamer 112 verder naar buiten, dat is dichter bij de tweede plaat 103 ligt dan kamer 12 in paneel 1, kan een nog betere isolerende werking worden verkregen. Het afdichtrubber 20 ligt in dat geval bovendien in lijn met de afdichtende massa 109 van het paneel 101, hetgeen, zoals reeds aangegeven, eveneens bijzonder gunstig is voor de 20 isolerende werking van de afdichting.

Een paneel 1, 101 kan voorts in een vliesgevel zijn vastgeklemd, als getoond in fig. 4, voor een paneel 101 volgens fig. 3. Daarbij is in de U-vormige kamers 112 van beide aangrenzende panelen 101 een klemelementen 31 gestoken met een langsrand 31A,B. Een de langsranden 25 31A,B verbindend middendeel 31C van het klemelement 31 is met een schroef, bout of dergelijk bekend bevestigingsmiddel 34 tegen een staander 126 van het gevelraamwerk bevestigd. Deze staander 126 is daartoe voorzien van een sleufprofiel 35 dat zich vanaf de staander 126 tot in de spleet 30 tussen de aangrenzende panelen 101 uitstrekt. Dit sleufprofiel 35 30 kan zijn voorzien van een zich over de gehele lengte uitstrekkende f U f , ' ... ' 1 13 vertanding of op regelmatige onderlinge afstand voorziene schroefgaten, waarin de bevestigingsmiddelen 34 kunnen worden vastgezet.

In de bevestigde stand (fig. 4A) drukken de in de profielkamers 112 gestoken langsranden 31A,B de eerste platen 102 tegen de staander 126, 5 waardoor deze platen 102 tegen de staander 126 worden opgesloten. Teneinde direct contact en mogelijk daarmee gepaard gaande hoge contactspanningen te vermijden zijn tegen de staander 126, aan weerszijden van het sleufprofiel 35, twee enigszins elastische stootprofielen 32 voorzien, welke met flexibele lippen 33 aanliggen tegen de eerste platen 102. Deze 10 stootprofielen 32 kunnen in gebruik op de panelen 101 werkende, dynamische belastingen opvangen en zorgen bovendien voor een goede afdichting tussen het paneel 101 en de staander 26.

Het klemelement 31 kan een beperkte lengte hebben, waarbij per paneel 101 meerdere klemelementen 31 worden toegepast, doch strekt zich 15 bij voorkeur uit over de hele lengte van het paneel 101. Dit biedt het voordeel dat de klemkracht gelijkmatig over de rand van de plaat 102 wordt verdeeld en bovendien kunnen de langsranden 31A,B in dat geval bijdragen aan het vocht- en winddicht afdichten van de spleet 30 tussen de panelen 101. Het klemelement 31 is bij voorkeur vervaardigd uit een relatief stijf 20 materiaal, bijvoorbeeld kunststof of aluminium. Voorts kan het klemelement 31 met de aan weerszijden uitstekende langsranden 31 A,B uit een enkel deel of uit twee aparte delen 31A, 31B zijn opgebouwd, zoals getoond in figuur 4B. Een tweedelige uitvoering biedt het voordeel dat de afzonderlijke helften 31A, 31B gemakkelijker dan een enkel deel in de 25 kamers 112 van de profielen 100 kunnen worden geschoven, hetgeen met name gunstig is wanneer de breedte van de spleet 30 tussen de twee aangrenzende panelen 101 relatief gering is ten opzichte van de afmetingen van de langsranden 31A,B. Bij de tweedelige uitvoering kan het middendeel 31C, waarmee de delen op de staander 26 worden vastgezet, zodanig zijn 14 uitgevoerd dat deze bij bevestiging op de staander 26 in elkaar grijpen of elkaar overlappen.

Na bevestiging van het klemelement 31 kan ter afdichting van de spleet 30 tussen de panelen 10leen afdekprofiel 38 in de spleet 30 tussen de 5 platen 103 van de panelen 101 worden aangebracht. Daartoe kan het klemelement 31, of de afzonderlijke klemdelen 31A, 31B, zijn voorzien van een sleuf 40, waarin een op het afdekprofiel 38 voorziene profilering 39 kan aangrijpen. Het afdekprofiel 38 kan zijn vervaardigd uit een enigszins flexibel materiaal en heeft bij voorkeur een zodanige vorm en afmeting, dat 10 de randen van het profiel 39 in de gemonteerde stand afdichtend aanliggen tegen de randen van de platen 103 van de panelen 101.

Wanneer de profielen, zoals in het hierboven beschreven voorbeeld, worden gebruikt voor bevestiging van het paneel 101 aan de gevel, zullen relatief hoge eisen worden gesteld aan de nauwkeurigheid waarmee de 15 profielen 110 ten opzichte van het paneel 101 zijn gepositioneerd. Dankzij een profiel 110 volgens de uitvinding, in het bijzonder het eerste en tweede aanslagvlak 115, 116 daarvan, kan aan deze nauwkeurigheidseisen worden voldaan.

De panelen 1, 101 kunnen bovendien, wederom dankzij de profielen 20 met de aanslagvlakken, op relatief eenvoudige wijze tot stand worden gebracht. Daarbij wordt de eerste plaat 2, 102 op een horizontale ondergrond gelegd, waarna langs één of meerdere zijden van deze plaat 2, 102 een profieldeel 10, 110 wordt aangebracht. Desgewenst kan per zijde een ander profieldeel 10, 110 worden toegepast. Dankzij de aanslagvlakken 25 15, 16,18; 115, 116 kunnen deze losse profieldelen 10, 110 eenvoudig op de juiste positie en in de juiste stand ten opzichte van elkaar en de plaat 2, 102 worden aangebracht, zonder dat deze delen 10,110 daartoe eerst onderling verbonden hoeven te worden tot een frame, zoals bij de bekende panelen 1, 101. Opgemerkt zij dat aan de hoekaansluiting van de profieldelen 10, 110 30 geen hoge eisen hoeven te worden gesteld, aangezien deze van weinig 15 invloed zijn op de positie en stand van de afdichtrubbers 20 of de klemelementen 31 welke in gebruik in de profielen 10, 110 worden gestoken.

Nadat de profielen 10, 110 zijn aangebracht, worden de afstandhouders 4,104 op de plaat 2, 102 gelijmd, waarna het geheel wordt 5 afgedekt met de tweede plaat 3, 103. Vervolgens wordt de groefvormige ruimte 8, 108 tussen de randen van de platen 2, 3; 102, 103 en de afstandhouders 4, 104 opgevuld met een afdichtende massa 9, 109. Deze massa 9, 109 zorgt ervoor dat de platen 2,3; 102, 103 onderling worden verlijmd en afgedicht en draagt voorts bij aan het bevestigen van het profiel 10 10, 110 tegen de plaat 2,102. Nadat de lijm en de afdichtende massa zijn uitgehard, kunnen de panelen 1, 101 worden toegepast in een vliesgevel als hiervoor beschreven.

De uitvinding is geenszins beperkt tot de in de beschrijving en de figuren getoonde uitvoeringsvormen. Vele variaties daarop zijn mogelijk 15 binnen het door de conclusies geschetste raam van de uitvinding.

Zo kunnen de panelen meer dan twee platen omvatten, en kunnen binnen één paneel meerdere platen met een profiel volgens de uitvinding zijn voorzien. Bijvoorbeeld kunnen de aan de buitenzijde van het paneel gelegen platen elk van een profiel worden voorzien, waardoor rondom het 20 paneel een dubbele afdichting kan worden aangebracht. Ook kan een eerste plaat van het paneel van een eerste profiel worden voorzien, geschikt voor opname van een klemelement, en een tweede plaat van hetzelfde paneel van een tweede profiel worden voorzien, geschikt voor opname van een afdichtrubber, zodat een paneel wordt verkregen dat door inklemming tegen 25 een raamwerk kan worden vastgezet, en dat bovendien kan worden voorzien van afdichtrubbers. Voorts kunnen de profielen en de afstandhouders zijn geïntegreerd in een enkel, bijvoorbeeld geëxtrudeerd profiel.

Verder kan, doordat de profielen als losse delen tegen de verschillende zijden van een plaat kunnen worden geplaatst, een plaat langs 30 slechts een deel van haar omtrek van een profiel worden voorzien, hetgeen 10 1 -r.: - * 16 bij de bekende panelen, waarbij de profieldelen eerst onderling tot een frame worden verbonden niet te realiseren is.

Deze en vergelijkbare variaties worden geacht binnen het door de conclusies geschetste raam van de uitvinding te vallen.

5

Claims (18)

1. Gevelpaneel, omvattende ten minste twee in hoofdzaak evenwijdige platen (2,3; 102, 103), welke op onderlinge afstand zijn gehouden door zich tussen de platen (2, 3; 102, 103), nabij de randen daarvan uitstrekkende afstandhouders (4, 104), waarbij zich langs ten minste één zijde van het 5 paneel (1, 101) een profiel (10, 110) uitstrekt, welk profiel (10, 110) ten minste een eerste aanslagvlak (15, 115) omvat en ten minste een tweede aanslagvlak (16, 18; 116), alsmede een naar de omgeving open kamer (12, 112), waarbij het eerste aanslagvlak (15, 115) aanligt tegen een langsrand van een van de platen (2,3; 102, 103) en het tweede aanslagvlak (16,18; 10 116) aanligt tegen een van de zich in hoofdzaak evenwijdig aan elkaar uitstrekkende zijden van de platen (2,3; 102, 103).
2. Paneel volgens conclusie 1, waarbij het eerste en tweede aanslagvlak (15, 16; 115, 116) aan elkaar grenzen en in hoofdzaak haaks op elkaar staan.
3. Paneel volgens conclusie 1 of 2, waarbij de kamer (12) grenst aan het eerste aanslagvlak (15) en zich in hoofdzaak in het verlengde van de plaat (2) uitstrekt waartegen dit eerste aanslagvlak (15) aanligt, waarbij de kamer (12) open is aan een van dit eerste aanslagvlak (15) gekeerde zijde.
4. Paneel volgens conclusie 1 of 2, waarbij de kamer (112) grenst aan 20 het tweede aanslagvlak (116) en zich in hoofdzaak tussen de twee platen (2, 3; 102, 103) uitstrekt.
5. Paneel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het profiel (10, 110) in hoofdzaak binnen een door de platen (2, 3; 102, 103) bepaalde contour (C) van het paneel (1, 101) is gelegen.
6. Paneel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de plaat (2, 102) waartegen de aanslagvlakken (15, 16; 115, 116) aanliggen is ingekort, zodat de omtrek van deze plaat (2, 102) tezamen met het profiel (10, 110) in hoofdzaak gelijk is aan die van de naastgelegen plaat (3, 103).
7. Paneel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij tussen de randen van de platen (2, 3; 102, 103) en de afstandhouders (4, 104) een 5 naar buiten toe open, groefvormige ruimte (8, 108) is bepaald, welke ruimte (8, 108) is opgevuld met een afdichtende, bij voorkeur isolerende massa (9, 109) .
8. Paneel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de platen (2, 3; 102, 103) en het paneel (1, 101) een in hoofdzaak rechthoekige vorm 10 hebben.
9. Paneel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de platen (2, 3; 102, 103) van glas zijn.
10. Paneel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het profiel (10, 110) op de plaat (2, 102) is vastgelijmd.
11. Paneel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het profiel (10, 110) is vervaardigd uit kunststof.
12. Paneel volgens een van de conclusies 1-10, waarbij het profiel (10, 110. is vervaardigd uit aluminium.
13. Paneel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het 20 profiel (10, 110) is geëxtrudeerd.
14. Paneel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij in de kamer (12, 112) van het profiel (10, 110) een afdichtrubber (20) is aangebracht, voorzien van een afdichtlip (22), die zich tot buiten de contour (C) van het paneel (1, 101) uitstrekt, in hoofdzaak evenwijdig aan het paneel 25 (1, 101).
15. Gebruik van een paneel volgens een van de conclusies 1-13 voor de vorming van een vliesgevel, waarbij het paneel (1, 101) op een raamwerk van staanders en liggers (26) wordt vastgezet en waarbij in de kamer (12, 112) van het profiel (10, 110) een afdichtrubber (20) wordt aangebracht, 30 zodanig dat een afdichtlip (22) van dit afdichtrubber (20) zich uitstrekt tot buiten de contour (C) van het paneel (1, 101), in hoofdzaak evenwijdig aan het paneel (1, 101), waarbij de afdichtlip (22) een zodanige lengte heeft dat deze overlappend kan aanliggen tegen een afdichtlip (22) van een aangrenzend paneel (1, 101).
16. Gebruik van een paneel volgens een van de conclusies 1-13 voor de vorming van een vliesgevel, waarbij het paneel (1, 101) nabij zijn randen met behulp van klemelementen (31) op een raamwerk van staanders en liggers (26) wordt vastgeklemd, welke klemelementen (31) daartoe een klemrand (31A,B) omvatten, welke in de kamer (12, 112) van het profiel (10, 10 110) wordt gestoken en welke klemelementen (31) met een aan de klemrand (31A,B) grenzend bevestigingsdeel (31C) op het raamwerk (26) worden vastgezet, een en ander zodanig, dat een tussen de klemrand (31A,B) en het raamwerk (26) gelegen deel van het paneel (1, 101) door de klemrand (31A,B) tegen het raamwerk (26) wordt vastgeklemd.
17. Werkwijze voor het vervaardigen van een gevelpaneel (1, 101), omvattende de volgende stappen: aanbrengen en bevestigen van ten minste een profiel (10, 110) tegen ten minste een langsrand van een eerste plaat (2, 102) door dit of elk profiel (10, 110) met een eerste en tweede aanslagvlak (15, 16; 115, 116) aan 20 te leggen tegen met deze aanslagvlakken samenwerkende aanligvlakken van de betreffende langsrand van de plaat (2, 102); bevestigen van afstandhouders (4,104) op het eerste plaatvormige element (2,102), op enige afstand van de langsrand; bevestigen van een tweede plaat (3, 103) op de afstandhouders (4, 25 104); opvullen van een tussen de randen van de platen (2, 3; 102, 103) en de afstandhouders (4, 104) begrensde, naar de omgeving toe open groefvormige ruimte (8, 108) met een afdichtende massa (9, 109). 30
101. J 4 ?
NL1019941A 2002-02-11 2002-02-11 Gevelpaneel, werkwijze voor het vervaardigen daarvan en gebruik van het paneel in een vliesgevel. NL1019941C2 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1019941A NL1019941C2 (nl) 2002-02-11 2002-02-11 Gevelpaneel, werkwijze voor het vervaardigen daarvan en gebruik van het paneel in een vliesgevel.
NL1019941 2002-02-11

Applications Claiming Priority (6)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1019941A NL1019941C2 (nl) 2002-02-11 2002-02-11 Gevelpaneel, werkwijze voor het vervaardigen daarvan en gebruik van het paneel in een vliesgevel.
ES03075402T ES2292899T3 (es) 2002-02-11 2003-02-11 Panel para muro, procedimiento para fabricarlo y uso del panel en un muro de cortina.
DE2003615739 DE60315739T2 (de) 2002-02-11 2003-02-11 Wandpaneel, sein Herstellungsverfahren und seine Anwendung in einer Vorhangfassade
EP20030075402 EP1335079B1 (en) 2002-02-11 2003-02-11 Wall panel, method for manufacturing same and use of the panel in a curtain wall
AT03075402T AT371067T (de) 2002-02-11 2003-02-11 Wandpaneel, sein herstellungsverfahren und seine anwendung in einer vorhangfassade
PT03075402T PT1335079E (pt) 2002-02-11 2003-02-11 Painel de fachada, processo de fabrico do mesmo e utilização do painel numa parede de enchimento

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1019941C2 true NL1019941C2 (nl) 2003-08-13

Family

ID=27607211

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1019941A NL1019941C2 (nl) 2002-02-11 2002-02-11 Gevelpaneel, werkwijze voor het vervaardigen daarvan en gebruik van het paneel in een vliesgevel.

Country Status (6)

Country Link
EP (1) EP1335079B1 (nl)
AT (1) AT371067T (nl)
DE (1) DE60315739T2 (nl)
ES (1) ES2292899T3 (nl)
NL (1) NL1019941C2 (nl)
PT (1) PT1335079E (nl)

Families Citing this family (10)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE102006032364B4 (de) * 2005-08-02 2012-08-02 Lindner Schmidlin Facades Ltd. Verglasungssystem
DE102006056425A1 (de) * 2006-11-28 2008-05-29 Hydro Building Systems Gmbh Fassade in Elementbauweise
EP1936096A1 (de) * 2006-12-19 2008-06-25 Steindl Glas GmbH Feuerhemmende Glasfassade
EP1956174B1 (de) * 2007-02-07 2009-04-15 Alcoa Aluminium Deutschland, Inc. Profilschiene zum Positionieren eines Befestigungselements und Verfahren zum Herstellen einer Mehrfachverglasungseinheit
SE531921C2 (sv) * 2008-01-25 2009-09-08 Brunkeberg Industriutveckling Profile of a multi-storey building facade and a multi-storey building with such a facade
DE202008001346U1 (de) * 2008-01-30 2008-04-10 Freisinger Fensterbau Gmbh Fenster sowie Isolierverglasungssatz hierfür und damit versehene Fensteranordnung
CN101319526B (zh) * 2008-06-16 2010-06-02 江阴裕华铝业有限公司 建筑外金属环抱帷幕墙单元板片与单元板片之连接结构
FR2938595B1 (fr) * 2008-11-20 2010-12-17 Norsk Hydro As Systeme d'assemblage de trois corps entre eux pour former une piece sensiblement en forme de "t" et application aux murs-rideaux
FR2938596B1 (fr) 2008-11-20 2010-12-17 Norsk Hydro As Systeme d'assemblage de trois corps entre eux pour former une piece sensiblement en forme de "t" et application aux murs-rideaux
EP3299563A1 (en) * 2016-09-23 2018-03-28 AGC Glass Europe Reinforced insulating glass unit

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1995013439A1 (en) * 1993-11-10 1995-05-18 Scandinavian Licence Ab Glazing system for buildings
GB2296279A (en) * 1994-12-22 1996-06-26 Glaverbel Multiple glazing unit with channel-shaped fixing element
EP0957227A1 (de) * 1998-05-13 1999-11-17 Dr. Pitscheider Ingenieurbüro Fassadenkonstruktion
DE19942170A1 (de) * 1999-09-04 2001-03-08 Raico Bautechnik Gmbh Fassade mit Befestigungsvorrichtung

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1995013439A1 (en) * 1993-11-10 1995-05-18 Scandinavian Licence Ab Glazing system for buildings
GB2296279A (en) * 1994-12-22 1996-06-26 Glaverbel Multiple glazing unit with channel-shaped fixing element
EP0957227A1 (de) * 1998-05-13 1999-11-17 Dr. Pitscheider Ingenieurbüro Fassadenkonstruktion
DE19942170A1 (de) * 1999-09-04 2001-03-08 Raico Bautechnik Gmbh Fassade mit Befestigungsvorrichtung

Non-Patent Citations (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Title
OPICI M A: "THE REAWAKENING OF THE PLANET" NUOVA FINESTRA, TECNOMEDIA, MILANO, IT, deel 15, nr. SUPPL AL 9, 1994, bladzijden 76-80, XP000477626 ISSN: 0394-3216 *

Also Published As

Publication number Publication date
ES2292899T3 (es) 2008-03-16
DE60315739T2 (de) 2008-06-05
AT371067T (de) 2007-09-15
PT1335079E (pt) 2007-12-03
DE60315739D1 (de) 2007-10-04
EP1335079B1 (en) 2007-08-22
EP1335079A1 (en) 2003-08-13

Similar Documents

Publication Publication Date Title
FI64971C (fi) Distansorgan foer skapande av luftspalter
CA2292212C (en) Panel attachment system
US10301868B2 (en) Insulated glazing comprising a spacer, and production method
KR100848845B1 (ko) 스틸 프레임을 이용한 유리 창호의 커튼 월 구조
US4552790A (en) Structural spacer glazing with connecting spacer device
US4809475A (en) Facade system of metal sections
EP1636527B2 (en) Solar collector
US20040221524A1 (en) Photovoltaic panel mounting bracket
DE69631482T2 (de) Wandpanele und verbindungsstrukturen
US4932183A (en) Bellows splice sleeve
US4407105A (en) Multi-pane insulating glass and method for its production
US5836118A (en) Door jamb system with protective stop and jamb cladding
US5356675A (en) Glazing system
JP3409030B2 (ja) 絶縁板ユニットのためのスペーサ形材
KR100697499B1 (ko) 솔라패널용 프레임시스템
US20070151172A1 (en) Building assembly component
AT414147B (de) Belag aus belagsplatten
US20050178079A1 (en) Modular insert fenestration system
US5893247A (en) Coping
US6568137B2 (en) Insulated metal cladding for wood door frame
US20060265988A1 (en) Wall materials bracket and insulating wall structure
US20120297707A1 (en) Edge bond clamp for insulating glass unit, edge bond for insulating glass unit, insulating glass unit with edge bond clamp, and spacer for insulating glass unit
DE3439436C2 (nl)
EP0085009B1 (fr) Elément d&#39;isolation extérieure et revêtement utilisant de tels éléments
ES2621788T3 (es) Estructura de fachada y/o tejado translúcido

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
SD Assignments of patents

Owner name: REYNOLDS EXTRUSION EUROPE (HOLDING) B.V.

Effective date: 20091028

Owner name: ALCOA NEDERLAND B.V.

Effective date: 20091028

V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20130901