BE1023545A1 - Set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding - Google Patents

Set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding Download PDF

Info

Publication number
BE1023545A1
BE1023545A1 BE20155686A BE201505686A BE1023545A1 BE 1023545 A1 BE1023545 A1 BE 1023545A1 BE 20155686 A BE20155686 A BE 20155686A BE 201505686 A BE201505686 A BE 201505686A BE 1023545 A1 BE1023545 A1 BE 1023545A1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
1b
1a
locking
floor panel
floor
Prior art date
Application number
BE20155686A
Other languages
English (en)
Inventor
Pieter Devos
Mark Cappelle
Original Assignee
Flooring Ind Ltd Sarl
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Flooring Ind Ltd Sarl filed Critical Flooring Ind Ltd Sarl
Priority to BE20155686A priority Critical patent/BE1023545A1/nl
Publication of BE1023545A1 publication Critical patent/BE1023545A1/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F15/00Flooring
    • E04F15/02Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
    • E04F15/02038Flooring or floor layers composed of a number of similar elements characterised by tongue and groove connections between neighbouring flooring elements
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F15/00Flooring
    • E04F15/02Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F15/00Flooring
    • E04F15/02Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
    • E04F15/04Flooring or floor layers composed of a number of similar elements only of wood or with a top layer of wood, e.g. with wooden or metal connecting members
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F15/00Flooring
    • E04F15/02Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
    • E04F15/10Flooring or floor layers composed of a number of similar elements of other materials, e.g. fibrous or chipped materials, organic plastics, magnesite tiles, hardboard, or with a top layer of other materials
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/01Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship
    • E04F2201/0138Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by moving the sheets, plates or panels perpendicular to the main plane
    • E04F2201/0146Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by moving the sheets, plates or panels perpendicular to the main plane with snap action of the edge connectors
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/01Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship
    • E04F2201/0153Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by rotating the sheets, plates or panels around an axis which is parallel to the abutting edges, possibly combined with a sliding movement
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/01Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship
    • E04F2201/0153Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by rotating the sheets, plates or panels around an axis which is parallel to the abutting edges, possibly combined with a sliding movement
    • E04F2201/0161Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by rotating the sheets, plates or panels around an axis which is parallel to the abutting edges, possibly combined with a sliding movement with snap action of the edge connectors
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/02Non-undercut connections, e.g. tongue and groove connections
    • E04F2201/023Non-undercut connections, e.g. tongue and groove connections with a continuous tongue or groove
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/03Undercut connections, e.g. using undercut tongues or grooves
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/04Other details of tongues or grooves
    • E04F2201/043Other details of tongues or grooves with tongues and grooves being formed by projecting or recessed parts of the panel layers
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/05Separate connectors or inserts, e.g. pegs, pins, keys or strips
    • E04F2201/0523Separate tongues; Interlocking keys, e.g. joining mouldings of circular, square or rectangular shape
    • E04F2201/0535Separate tongues; Interlocking keys, e.g. joining mouldings of circular, square or rectangular shape adapted for snap locking

Abstract

Set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding, die minstens twee vloerpanelen (1A-1B) omvat, die elk een van een koppeldeel (4-5) voorziene rand (2-3) omvatten, waarbij de koppeldelen (4-5) zodanig zijn geconfigureerd dat zij toelaten een gekoppelde toestand tussen de vloerpanelen (1A-1B) te realiseren, middels een hoofdzakelijk rechtlijnige koppelbeweging (M) van het ene vloerpaneel (1A) ten opzichte van het andere vloerpaneel (1B), volgens een richting hoofdzakelijk loodrecht op een installatievlak; en waarbij de koppeldelen (4-5) zodanig zijn geconfigureerd dat zij, in de gekoppelde toestand, een
spankracht realiseren die de gekoppelde randen (2- 3) naar elkaar toe drukt.

Description

Set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding.

De huidige uitvinding heeft betrekking op een set van vloerpanelen, die geschikt is voor het vormen van een vloerbekleding.

Meer speciaal betreft de huidige uitvinding een set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding, van het type dat minstens twee vloerpanelen omvat, die elk een bovenzijde, een onderzijde, en een zich tussen de boven- en onderzijde uitstrekkende kern omvatten, en die elk een van een koppeldeel voorziene rand omvatten, waarbij de koppeldelen zodanig zijn geconfigureerd dat zij toelaten een gekoppelde toestand tussen de vloerpanelen te realiseren, middels een hoofdzakelijk rechtlijnige koppelbeweging van het ene vloerpaneel ten opzichte van het andere vloerpaneel, volgens een richting hoofdzakelijk loodrecht op een installatievlak; waarbij de koppeldelen in de gekoppelde toestand een vergrendeling in de richting evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op de randen bewerkstelligen, alsmede een vergrendeling in de richting loodrecht op het installatievlak; waarbij het koppeldeel van het ene vloerpaneel is uitgevoerd als een naar de onderzijde van het vloerpaneel gericht haakvormig gedeelte, hierna vergrendelhaak genoemd, en het koppeldeel van het andere vloerpaneel is uitgevoerd als een naar de bovenzijde van het vloerpaneel gericht haakvormige gedeelte, hierna ontvangende haak genoemd; waarbij de haakvormige gedeelten in hoofdzaak uit het materiaal van de kern van de vloerpanelen zijn vervaardigd, en hiermee in hoofdzaak ééndelig zijn uitgevoerd; waarbij de vergrendelhaak een lip omvat die is voorzien van een zich naar de onderzijde van het vloerpaneel uitstrekkend vergrendelgedeelte, en de ontvangende haak een lip omvat die is voorzien van een zich naar de bovenzijde van het vloerpaneel uitstrekkend vergrendelgedeelte; en waarbij de vergrendelgedeelten in de gekoppelde toestand zodanig samenwerken dat zij minstens voornoemde vergrendeling in de richting evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op de randen bewerkstelligen.

Uit onder meer de documenten WO 2010/015516 A2, WO 2011/028171 A1, WO 2012/084604 A1 en WO 2012/101171 A1 zijn zulke sets van vloerpanelen gekend, waarbij de vergrendeling in de richting loodrecht op het installatievlak wordt bewerkstelligd zonder behulp van een afzonderlijk inzetstuk of insert.

De documenten WO 2006/043893 A1, WO 2008/068245 A1 en WO 2009/066153 A2 vormen tevens een openbaring voor dergelijke sets van vloerpanelen, waarbij de vergrendeling in de richting loodrecht op het installatievlak wordt bewerkstelligd met behulp van een afzonderlijk inzetstuk of insert.

Een algemeen probleem met de zoals hiervoor beschreven, gekende sets van vloerpanelen, is het risico op indringend vocht of stof tussen de gekoppelde randen van de vloerpanelen.

Om aan dit probleem te verhelpen, beschrijft het reeds hiervoor genoemde WO ‘153 dat de daarin beschreven vloerpanelen met een zogenaamde “voorspanning” kunnen worden gerealiseerd, hetgeen betekent dat de randen in de gekoppelde toestand door middel van een spankracht naar elkaar toe worden gedrukt.

De spankracht kan volgens WO ‘153 worden gerealiseerd doordat de lip van de ontvangende haak, in de gekoppelde toestand, elastisch verbogen is, waarbij het principe gekend uit het WO 97/47834 A1 kan worden toegepast.

Doordat de gekoppelde randen naar elkaar toe worden gedrukt, wordt spletenvorming in de gekoppelde toestand tegengewerkt, en zo het risico op indringend vocht of stof tussen de gekoppelde randen verkleind.

Echter bestaat het risico dat moeilijkheden worden ondervonden bij het koppelen van de van voorspanning voorziene vloerpanelen. De profielvormen of de contouren van de koppeldelen dienen immers, teneinde de voorspanning te kunnen realiseren, overlappend te worden uitgevoerd, en zij zijn dus niet passend complementair. Daarbij komt nog dat de koppelbeweging verder kan worden bemoeilijkt door de haast niet te vermijden toleranties op de haaksheid van de zijden van de vloerpanelen.

Daarom worden de koppeldelen in de praktijk doorgaans zodanig geconfigureerd dat zij met enige speling in elkaar passen, wat dan weer het risico met zich meebrengt op indringend vocht en stof tussen de gekoppelde randen. Wel zorgt de speling ervoor dat de vloerpanelen eenvoudig kunnen worden gekoppeld, en dat de toleranties op de haaksheid van de zijden van de vloerpanelen kunnen worden opgevangen.

Ook WO 2007/141605 (A2) beschrijft dat de daarin beschreven vloerpanelen met voorspanning kunnen worden gerealiseerd, middels een in de gekoppelde toestand elastische verbuiging van de lip van de ontvangende haak, die ervoor zorgt dat de koppeldelen naar elkaar toe worden gedrukt. Echter is minstens één van de haken uit WO ‘605 voor een groot deel uitgevoerd als een afzonderlijk inzetstuk, dat uit een ander materiaal is vervaardigd dan de kern van het vloerpaneel, waartoe de betreffende haak behoort. Doordat zulk inzetstuk dient te worden voorzien, zijn de vloerpanelen uit WO ‘605 niet goedkoop.

De huidige uitvinding beoogt in de eerste plaats een alternatief set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding, waarbij volgens verschillende voorkeurdragende uitvoeringsvormen oplossingen worden geboden voor problemen met de sets van vloerpanelen uit de stand van de techniek.

Hiertoe betreft de uitvinding volgens een eerste onafhankelijk aspect ervan een set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding, van voornoemd type, met als kenmerk dat de koppeldelen zodanig zijn geconfigureerd dat zij, in de gekoppelde toestand, een spankracht realiseren die de gekoppelde randen naar elkaar toe drukt, middels een elastische verbuiging van de lip van de ontvangende haak; en dat de lip van de ontvangende haak, in de gekoppelde toestand, in de richting loodrecht op het installatievlak, een maximale verbuiging van hoogstens 0,0625 keer de totale dikte van het vloerpaneel vertoont.

De uitvinder heeft vastgesteld dat een maximale verbuiging van hoogstens 0,0625 keer de totale dikte van het vloerpaneel toelaat effectief de spletenvorming tussen de gekoppelde randen tegen te werken, en zo het risico op indringend vocht en stof te minimaliseren of zelfs uit te sluiten. Daarbij is bovendien gebleken dat de vloerpanelen, ondanks dat zij van voorspanning zijn voorzien, nog vlot aan elkaar kunnen worden gekoppeld.

Een bijzonder goede balans tussen de mate van spletentegenwerking en de vlotheid van installatie kan worden verkregen als voornoemde maximale verbuiging hoogstens 0,05 keer de totale dikte van het vloerpaneel bedraagt, en bij voorkeur gelegen is tussen 0,00625 en 0,025 keer de totale dikte van het vloerpaneel, waarbij een waarde van ongeveer 0,0125 keer de totale dikte van het vloerpaneel ideaal is gebleken.

Er wordt hierbij opgemerkt dat de maximale verbuiging van de betreffende lip dient te worden begrepen als de maximale verbuiging ten opzichte van de rusttoestand van de lip, i.e. ten opzichte van de toestand van de lip in niet-gekoppelde of niet-geïnstalleerde toestand van de vloerpanelen.

De maximale verbuiging kan eenvoudig worden verkregen in het geval dat de elastische verbuiging een neerwaartse verbuiging betreft, waarbij de term “neerwaarts” dient te worden geïnterpreteerd relatief ten opzichte van het installatievlak van de vloerpanelen.

Bijvoorbeeld kan het een neerwaartse verbuiging betreffen, waarbij de lip van de ontvangende haak zich gedeeltelijk lager bevindt dan een niveau gedefinieerd door de onderzijde van het vloerpaneel waartoe de vergrendelhaak behoort.

De elastische verbuiging betreft bij voorkeur een in distale richting ten opzichte van de ontvangende haak continu toenemende verbuiging, waarbij voornoemde maximale verbuiging optreedt aan het distale uiteinde van de lip van de ontvangende haak. Doordat de genoemde maximale verbuiging wordt bereikt door middel van een continu toenemende verbuiging, ontstaat het voordeel dat een bijzonder effectieve spankracht kan worden gerealiseerd, zonder dat daarbij een noemenswaardig risico op breuk of beschadiging wordt gecreëerd. De belasting waaraan de betreffende lip onderhevig is, kan immers over de lengte van de betreffende lip worden verdeeld.

De hiervoor genoemde voordelen komen vooral tot uiting in het geval dat de lip van de ontvangende haak minstens over 25%, en bij voorkeur minstens over 50% van haar lengte is verbogen, en meer nog wanneer de betreffende lip minstens over 75% van haar lengte is verbogen.

Er wordt nog opgemerkt dat de term “dikte” de afmeting aanduidt volgens de richting loodrecht op de boven- of onderzijde van het vloerpaneel. In het bijzonder wordt met de totale dikte van het vloerpaneel de afstand tussen de boven- en onderzijde van het vloerpaneel aangeduid.

Er wordt nog opgemerkt dat de term “lengte” dient te worden begrepen als de afmeting volgens de richting evenwijdig met de boven- of onderzijde en loodrecht op de randen.

De huidige uitvinding betreft volgens een tweede onafhankelijk aspect ervan een set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding, van voornoemd type, met als kenmerk dat de koppeldelen zodanig zijn geconfigureerd dat zij, in de gekoppelde toestand, een spankracht realiseren die de gekoppelde randen naar elkaar toe drukt, middels een elastische verbuiging van de lip van de ontvangende haak; en dat de koppeldelen zodanig zijn geconfigureerd dat minstens een gedeelte van het zich naar de onderzijde van het vloerpaneel uitstrekkend vergrendelgedeelte past in een opening gedefinieerd tussen het zich naar de bovenzijde van het vloerpaneel uitstrekkend gedeelte en een proximale zijde van de ontvangende haak, zonder dat hiertoe de lip van de ontvangende haak elastisch dient te worden verbogen. Hierbij wordt met de term “opening” een uitsparing of groef bedoeld die is aangebracht in de lip van de ontvangende haak, en waarin het naar de onderzijde van het vloerpaneel gericht vergrendelgedeelte van de vergrendelhaak plaatsneemt in de gekoppelde toestand van de vloerpanelen.

Deze configuratie van de koppeldelen biedt als voordeel dat de vlotheid van de installatie van de vloerpanelen kan worden gegarandeerd, ondanks dat zij van voorspanning zijn voorzien.

Daarbij komt dat de elastische verbuiging van de lip van de ontvangende haak kan worden geïnitieerd vanuit een reeds gedeeltelijk ingehaakte toestand van de haakvormige gedeelten. Bijgevolg kan het risico op een moeilijke inhaking van de haakvormige gedeelten, bijvoorbeeld als gevolg van de elastische vervorming van de betreffende lip, worden geminimaliseerd of zelfs uitgesloten.

Bijvoorbeeld wordt de elastische verbuiging geïnitieerd door een onderlinge interactie van proximale zijden, meer speciaal vergrendelvlakken, van de vergrendelgedeelten.

De huidige uitvinding betreft volgens een onafhankelijk derde aspect ervan een set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding, van voornoemd type, met als kenmerk dat de koppeldelen zodanig zijn geconfigureerd dat zij, in de gekoppelde toestand, een spankracht realiseren die de gekoppelde randen naar elkaar toe drukt, middels een elastische verbuiging van de lip van de ontvangende haak; en dat de lip van de ontvangende haak een minimale dikte vertoont die minstens 1/5 keer en hoogstens 1/3 keer de totale dikte van het vloerpaneel bedraagt; en dat de lengte van de lip van de ontvangende haak, gemeten tussen het verticaal sluitvlak en het distale uiteinde van de lip, minstens 1 keer en hoogstens 3/2 keer de totale dikte van het vloerpaneel bedraagt. Het begrip “verticaal sluitvlak” dient hierbij te worden begrepen als het verticaal vlak dat wordt gedefinieerd daar waar de bovenranden van de vloerpanelen tegen elkaar aansluiten. Anders gezegd, is dit het verticaal vlak dat wordt gedefinieerd daar waar een distale zijde van de vergrendelhaak aansluit tegen een proximale zijde van de ontvangende haak.

De uitvoering van de betreffende lip biedt als voordeel dat zij enerzijds elastische eigenschappen kan worden toebedeeld, teneinde de elastische verbuiging te ondergaan, en anderzijds van de benodigde sterkte en stabiliteit kan worden voorzien, zodat de spletenvorming effectief kan worden tegengewerkt, en het risico op breuk of beschadiging kan worden geminimaliseerd.

Een bijzonder goede balans tussen elasticiteit en stabiliteit kan worden verkregen als voornoemde minimale dikte hoogstens 0,3 keer de totale dikte van het vloerpaneel bedraagt, waarbij het ideaal is gebleken als voornoemde minimale dikte hoogstens 1/4 keer de totale dikte van het vloerpaneel bedraagt.

Met hetzelfde doel bedraagt de hiervoor gedefinieerde lengte bij voorkeur hoogstens 1,4 keer de totale dikte van het vloerpaneel, waarbij voornoemde lengte het meest bij voorkeur hoogstens 4/3 keer de totale dikte van het vloerpaneel bedraagt.

Er wordt nog opgemerkt dat de term “lengte” dient te worden begrepen als de afmeting volgens de richting evenwijdig met de boven- of onderzijde en loodrecht op de randen.

De huidige uitvinding betreft volgens een onafhankelijk vierde aspect ervan een set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding, van voornoemd type, met als kenmerk dat de koppeldelen zodanig zijn geconfigureerd dat zij, in de gekoppelde toestand, een spankracht realiseren die de gekoppelde randen naar elkaar toe drukt, middels een elastische verbuiging van de lip van de ontvangende haak; en dat de lip van de ontvangende haak een met de kern van het vloerpaneel verbonden brugdeel, en een met het brugdeel verbonden einddeel, waartoe het zich naar de bovenzijde van het vloerpaneel uitstrekkend vergrendelgedeelte behoort, omvat, waarbij het brugdeel een van een uitsparing of groef voorziene bovenzijde omvat, welke uitsparing zich, gezien volgens de richting evenwijdig met de boven- of onderzijde van het vloerpaneel en loodrecht op de rand, op een afstand bevindt van daar waar het brugdeel is verbonden met de kern van het vloerpaneel en van daar waar het brugdeel is verbonden met het einddeel.

De uitsparing biedt als voordeel dat de lip van de ontvangende haak van elastische eigenschappen kan worden voorzien, teneinde de elastische verbuiging toe te laten, doch relatief star of stabiel kan worden uitgevoerd, zodat zij via de genoemde spankracht effectief spletenvorming kan tegenwerken, zonder daarbij breuk of beschadiging op te lopen.

De genoemde voordelen komen bijzonder goed tot uiting in het geval dat de lip van de ontvangende haak haar minimale dikte vertoont daar waar voornoemde uitsparing is aangebracht.

Daar waar het brugdeel verbonden is met de kern van het vloerpaneel, en daar waar zij is verbonden met het einddeel, is het brugdeel bij voorkeur starrer of dikker uitgevoerd dan daar waar voornoemde uitsparing is aangebracht. Zo kan het risico op breuk of beschadiging worden geminimaliseerd, vooral daar waar de belasting op de betreffende lip het hoogst kan zijn.

De elastisch verbogen lip kan verhinderd worden in normale gebruiksomstandigheden af te breken, wanneer het brugdeel, daar waar zij is verbonden met de kern van het vloerpaneel, een dikte vertoont die minstens 1/5 keer, en bij voorkeur minstens 1/4 keer de totale dikte van het vloerpaneel bedraagt.

Bovendien kan de verbogen lip in staat gesteld worden externe krachten waaraan het vergrendelgedeelte van de ontvangende haak in normale gebruiksomstandigheden kan worden onderworpen, zonder beschadiging op te vangen, in het geval dat het brugdeel, daar waar zij is verbonden met het einddeel, een dikte vertoont die minstens 1/5 keer, en bij voorkeur minstens 1/4 keer de totale dikte van het vloerpaneel bedraagt.

De huidige uitvinding heeft volgens een onafhankelijk vijfde aspect ervan betrekking op een set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding, van voornoemd type, met als kenmerk dat de koppeldelen zodanig zijn geconfigureerd dat zij, in de gekoppelde toestand, een spankracht realiseren die de gekoppelde randen naar elkaar toe drukt; en dat de koppeldelen zodanig zijn geconfigureerd dat zij toelaten de vloerpanelen, vanuit de gekoppelde toestand, te ontkoppelen, door middel van een rotatiebeweging van het ene vloerpaneel om het andere vloerpaneel, om een as evenwijdig met het installatievlak en de randen, waarbij de bovenzijden van de vloerpanelen tijdens voornoemde rotatiebeweging naar elkaar toe worden bewogen.

Als voordeel wordt bekomen dat de vloerpanelen, vanuit de gekoppelde toestand, waarin de randen naar elkaar toe worden gedrukt, eenvoudig kunnen worden ontkoppeld. Aldus wordt de gebruiker de mogelijkheid geboden tot een eenvoudige de-installatie van de met spankracht gekoppelde vloerpanelen.

De spankracht wordt bij voorkeur gerealiseerd, middels een elastische verbuiging van de lip van de ontvangende haak.

De lip van de ontvangende haak omvat bij voorkeur een met de kern van het vloerpaneel verbonden brugdeel, en een met het brugdeel verbonden einddeel, waartoe het zich naar de bovenzijde van het vloerpaneel uitstrekkend vergrendelgedeelte behoort. Daar waar het brugdeel is verbonden met het einddeel, vertoont zij bij voorkeur een dikte die minstens 1/5 keer, en bij voorkeur minstens 1/4 keer de totale dikte van het vloerpaneel bedraagt. Dat het brugdeel daar waar zij is verbonden met het einddeel relatief dik is uitgevoerd, levert als voordeel dat de proximale zijde, meer speciaal vergrendelvlak, van het zich naar de bovenzijde van het vloerpaneel uitstrekkend vergrendelgedeelte, kan gelift worden, wat het uiteen wentelen van de vloerpanelen vergemakkelijkt.

De huidige uitvinding betreft volgens een zesde onafhankelijk aspect ervan een vloerpaneel voor het vormen van een vloerbekleding, van voornoemd type, met als kenmerk dat de koppeldelen zodanig zijn geconfigureerd dat zij, in de gekoppelde toestand, een spankracht realiseren die de gekoppelde randen naar elkaar toe drukt, middels een elastische verbuiging van de lip van de ontvangende haak; dat elk van de vloerpanelen een aan zijn voornoemde rand grenzende rand omvat, hierna aangrenzende rand genoemd, die is voorzien van een koppeldeel, waarbij de koppeldelen aan de aangrenzende randen zodanig zijn geconfigureerd dat zij toelaten een gekoppelde toestand tussen de vloerpanelen te realiseren, waarbij de koppeldelen aan de aangrenzende randen in de gekoppelde toestand een vergrendeling in de richting evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op de aangrenzende randen bewerkstelligen, alsmede een vergrendeling in de richting loodrecht op het installatievlak, en waarbij de koppeldelen aan de aangrenzende randen zodanig zijn geconfigureerd dat zij in de gekoppelde toestand een spankracht realiseren die de aangrenzende gekoppelde randen naar elkaar toe drukt, middels een elastische verbuiging van een tot de koppeldelen van de aangrenzende randen behorende lip; en dat, in de gekoppelde toestand van meerdere van de vloerpanelen, de gemiddelde mate van verbuiging van de lip van de ontvangende haak, gezien over de lengte van de gekoppelde randen, verschillend is van de gemiddelde mate van verbuiging van de tot de koppeldelen van de aangrenzende randen behorende lip, gezien over de lengte van de gekoppelde aangrenzende randen. Hierbij wordt opgemerkt dat de “lengte van de randen” hier dient te worden begrepen als de afmeting van deze randen in de richting evenwijdig aan de randen en het installatievlak.

Doordat de gemiddelde verbuiging van de betreffende lippen verschillend is, ontstaat het voordeel dat een bijkomende vrijheidsgraad wordt gecreëerd, voor het optimaliseren van de eigenschappen van de vloerbekleding, bijvoorbeeld op vlak van water- of stofbestendigheid.

De uitvinder heeft vastgesteld dat het bijzonder voordelig is, naar vlotheid van installatie toe, dat de gemiddelde mate van verbuiging van de lip van de ontvangende haak groter is dan de gemiddelde mate van verbuiging van de tot de koppeldelen van de aangrenzende randen behorende lip. Specifieke voordelen hiervan zijn nader toegelicht in de gedetailleerde beschrijving.

De koppeldelen aan de aangrenzende randen zijn bij voorkeur zodanig geconfigureerd dat zij toelaten de gekoppelde toestand tussen de vloerpanelen te realiseren, middels een rotatiebeweging van het ene vloerpaneel ten opzichte van het andere vloerpaneel, om een as evenwijdig met het installatievlak en de aangrenzende randen, één en ander zodanig dat meerdere van de vloerpanelen aan de hand van een fold-down beweging kunnen worden gekoppeld.

Bijvoorbeeld kunnen de koppeldelen aan de aangrenzende randen zijn uitgevoerd als een tand en een groef, waarbij de groef is begrensd door een bovenste lip en voornoemde tot de koppeldelen van de aangrenzende randen behorende lip, hierna onderste lip genoemd, welke onderste lip zich bij voorkeur uitstrekt voorbij het distale uiteinde van de bovenste lip. De tand en de groef kunnen zijn voorzien van grendeldelen, die in de gekoppelde toestand voornoemde vergrendeling in de richting evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op de aangrenzende randen bewerkstelligen.

Er wordt nog opgemerkt dat de kenmerken van de hiervoor beschreven zes aspecten binnen het kader van de uitvinding naar willekeur kunnen worden gecombineerd, in zoverre dat zij niet tegenstrijdig zijn.

Hierna worden voorkeurdragende, alsook alternatieve en mogelijke uitvoeringsvormen van de huidige uitvinding beschreven, dewelke, op zich of in combinatie, op de hiervoor beschreven zes aspecten kunnen worden toegepast, in zoverre zij niet tegenstrijdig zijn.

Er wordt nog opgemerkt dat, tenzij anders vermeld, hierna met de termen “randen” en “koppeldelen” respectievelijk de randen worden bedoeld die zijn voorzien van de koppeldelen die in de vorm van de hiervoor beschreven haakvormige gedeelten zijn uitgevoerd, en de koppeldelen worden bedoeld die in de vorm van de hiervoor beschreven haakvormige gedeelten zijn uitgevoerd.

De vlotheid van installatie van de van voorspanning voorziene vloerpanelen wordt bevorderd, in het geval dat het zich naar de bovenzijde van het vloerpaneel uitstrekkende vergrendelgedeelte een meest naar de bovenzijde van het vloerpaneel toe gelegen punt definieert, dat in de onderste helft van het vloerpaneel is gelegen. Bovendien vergemakkelijkt zulke uitvoering van het betreffend vergrendelgedeelte de eventuele mogelijkheid tot uiteen wentelen van de vloerpanelen, teneinde deze te ontkoppelen.

Het komt de sterkte en stevigheid van de lip van de ontvangende haak ten goede, wanneer zij een onderzijde omvat die vrij is van uitsparingen of groeven.

De vergrendeling in de richting loodrecht op het installatievlak, aan de randen waartoe de haakvormige gedeelten behoren, wordt bij voorkeur bewerkstelligd met behulp van vergrendelelementen, waarvan meer speciaal ten minste één vergrendelelement is uitgevoerd als een afzonderlijk inzetstuk of insert. Het voordeel van zulk inzetstuk is dat de eigenschappen ervan kunnen worden aangepast teneinde enerzijds de vloerpanelen vlot te kunnen koppelen, ondanks de overlappende uitvoering van de koppeldelen, en anderzijds in een sterke verticale vergrendeling te kunnen voorzien, los van het materiaal waaruit het eigenlijke vloerpaneel is vervaardigd.

Bij voorkeur wordt de insert aangebracht in een groef aanwezig in een distale zijde van de vergrendelhaak. Zulke groef kan worden aangebracht zonder noemenswaardige verzwakking van de vergrendelhaak en, belangrijker, zonder nadelige invloed op de stabiliteit of stevigheid van de lip van de ontvangende haak en de door de lip geleverde spankracht.

De uitvinding sluit echter niet uit dat de insert geplaatst wordt in een groef aangebracht in een proximale zijde van de ontvangende haak. Doch zulke groef kan een nefaste invloed hebben op de stabiliteit van de lip van de ontvangende haak, en bijgevolg op de door de lip geleverde spankracht.

Bij voorkeur omvat de insert een elastisch beweegbaar gedeelte, dat tijdens de koppelbeweging een laterale beweging uitvoert, en vanuit een ontspannen of initiële toestand wordt gebracht naar een vergrendeltoestand, waarin het beweegbare gedeelte samenwerkt met het vergrendelelement aan het andere vloerpaneel. Het voordeel van zulk elastisch beweegbaar gedeelte is dat de elasticiteit ervan kan worden gebruikt voor het bevorderen van het koppelen van de vloerpanelen, ondanks de overlappende uitvoering van de contouren van de koppeldelen.

Bijvoorbeeld kan de insert een pivoteerbaar blokkeerlichaam omvatten, zoals op zich gekend uit de documenten WO 2008/068245 A1 en WO 2013/102804 A2, of bestaan uit een verplaatsbare tand die in een verplaatsingsgroef is aangebracht, zoals op zich gekend uit WO 2006/043893 A1.

Het voornoemd beweegbaar gedeelte kan in de vergrendeltoestand minstens gedeeltelijk opgespannen zijn, waardoor het beweegbaar gedeelte een spankracht realiseert. Dat het beweegbaar gedeelte in de gekoppelde toestand opgespannen is, levert als voordeel dat het contact van dat gedeelte met het vergrendelelement aan het andere vloerpaneel kan worden verzekerd. Zo wordt een goede vergrendeling in de richting loodrecht op het installatievlak bekomen, en kan het risico op het ontstaan van hoogteverschillen tussen de bovenzijden van de vloerpanelen worden geminimaliseerd.

De door het beweegbaar gedeelte geleverde spankracht en de door de lip van de ontvangende haak geleverde spankracht zijn bij voorkeur zodanig geconfigureerd dat de gekoppelde randen naar elkaar toe worden gedrukt. Bijvoorbeeld omvat de door het beweegbaar gedeelte geleverde spankracht minstens een krachtcomponent, die de gekoppelde randen uit elkaar duwt, waarbij deze krachtcomponent kleiner is dan de krachtcomponent van de door de lip van de ontvangende haak geleverde spankracht, die de gekoppelde randen naar elkaar toe drukt. Met andere woorden, de resultante van de spankrachten zorgt ervoor dat de gekoppelde randen nog steeds naar elkaar toe worden gedrukt.

Hierbij wordt nog opgemerkt dat het bijzonder voordelig is gebleken de insert als een gecoëxtrudeerde strip uit te voeren, zoals op zich gekend uit WO 2009/066153 A2. De insert kan aan de hand van co-extrusie immers zo worden uitgevoerd dat deze een sterke verticale vergrendeling bewerkstelligt, alsmede een vlotte installatie toelaat, ondanks de overlappende vormgeving van de koppeldelen.

Echter wordt opgemerkt dat de huidige uitvinding niet uitsluit dat de verticale vergrendeling zonder behulp van inzetstuk of insert wordt bewerkstelligd, en dat de hiervoor genoemde vergrendelelementen allen uit het materiaal van de kern van de vloerpanelen zijn vervaardigd, en hiermee ééndelig zijn uitgevoerd.

Het zich naar de bovenzijde van het vloerpaneel uitstrekkend vergrendelgedeelte is aan een distale zijde ervan bij voorkeur vrij van vergrendelelementen. In het bijzonder is in de gekoppelde toestand van de vloerpanelen een ruimte of spatie gevormd tussen voornoemde distale zijde en de tegenoverliggende rand. Hierdoor ontstaat als voordeel dat de betreffende lip eenvoudig kan worden uitgebogen, daar aan de hand van de genoemde spatie hiervoor ruimte wordt gemaakt.

Elk van voornoemde vergrendelgedeelten is bij voorkeur voorzien van een vergrendelvlak aan een proximale zijde van het vergrendelgedeelte, waarbij de vergrendelvlakken in de gekoppelde toestand zodanig samenwerken dat zij minstens de vergrendeling in de richting evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op de randen bewerkstelligen. Deze vergrendelvlakken zijn bij voorkeur uit het materiaal van de kern van de vloerpanelen vervaardigd, en hiermee in één deel uitgevoerd.

Hoewel niet is uitgesloten dat de vergrendelvlakken assisteren in de vergrendeling in de richting loodrecht op het installatievlak, doen zij dit bij voorkeur niet. Dat zij niet assisteren in de genoemde vergrendeling, draagt bij tot een vlotte installatie van de met spankracht te koppelen vloerpanelen.

Bijvoorbeeld strekt het vergrendelvlak van het zich naar de bovenzijde van het vloerpaneel uitstrekkend vergrendelgedeelte zich uit, in distale richting, naar de bovenzijde van het vloerpaneel.

De uitvinder heeft vastgesteld dat de vlotheid van installatie van de met spankracht te koppelen vloerpanelen wordt bevorderd, in het geval dat de vergrendelvlakken in de gekoppelde toestand een maximaal geïnclineerde raaklijn definiëren, die hoogstens een hoek van 85 graden maakt met een rechte evenwijdig aan het installatievlak, waarbij de raaklijn zich naar de bovenzijde van het vloerpaneel, in distale richting ten opzichte van de ontvangende haak, uitstrekt. Bijzonder voordelig is gebleken als voornoemde hoek hoogstens 80 graden bedraagt, waarbij voornoemde hoek het meest bij voorkeur ongeveer 75 graden bedraagt.

De koppeldelen zijn bij voorkeur zodanig geconfigureerd dat zij toelaten een gekoppelde toestand tussen de vloerpanelen te realiseren, middels een rotatiebeweging van het ene vloerpaneel ten opzichte van het andere vloerpaneel, om een as evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op de randen. Zulke configuratie van de koppeldelen laat toe meerdere van dergelijke vloerpanelen aan de hand van een folddown beweging aan elkaar te koppelen, welke beweging de hiervoor beschreven voordelen bijzonder goed tot uiting doet komen.

Gezien de huidige uitvinding toelaat het risico op indringend vocht en stof te minimaliseren, wordt zij in de eerste plaats voordelig toegepast bij vloerpanelen waarvan de kern minstens gedeeltelijk uit hout-gebaseerde materialen is opgebouwd, zoals MDF, HDF, of Wood Plastic Composite of WPC.

De uitvinding kan echter ook voordelig worden toegepast bij vloerpanelen die een op kunststof gebaseerde kern omvatten, waarbij allerhande kunststoffen kunnen worden aangewend, zoals thermoplasten, elastomeren, polyesters en dergelijke meer. Een bijzonder type van kunststofgebaseerde vloerpanelen, waarbij de uitvinding voordelig kan worden toegepast, zijn de zogenaamde LVT vloerpanelen.

De vloerpanelen vertonen bij voorkeur een totale dikte die gelegen is tussen 4 en 15 mm. Dergelijke dikte laat toe de koppeldelen nog stabiel genoeg uit te voeren. Het meest bij voorkeur is de totale dikte gelegen tussen 5 en 12 mm, waarbij een totale dikte van ongeveer 8 mm gebleken is een ideale waarde te zijn om de hiervoor beschreven elastisch verbogen lip uit te voeren.

De vloerpanelen van de huidige uitvinding betreffen in de eerste plaats decoratieve vloerpanelen. Bij voorkeur betreffen het vloerpanelen die een toplaag omvatten, waarbij de toplaag minstens een decor en een transparante slijtlaag omvat.

Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan te tonen, zijn hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter, enkele voorkeurdragende uitvoeringsvormen beschreven, met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin: - figuur 1 in bovenaanzicht een set van langwerpig rechthoekige vloerpanelen weergeeft, waarbij de vloerpanelen zich in een niet-gekoppelde of niet-geïnstalleerde toestand bevinden; - figuur 2 een doorsnede volgens lijn II-II in figuur 1 weergeeft - figuur 3 een doorsnede volgens lijn III-In in figuur 1 weergeeft; - figuur 4 weergeeft hoe meerdere van de vloerpanelen uit figuur 1 aan elkaar kunnen worden gekoppeld; - figuur 5 vergroot de randen uit figuur 2 weergeeft, weliswaar in de gekoppelde toestand van de vloerpanelen; - figuur 6 een stap weergeeft in de koppelbeweging van de randen aan de korte zijden van de vloerpanelen uit figuur 1; - figuur 7 weergeeft hoe de vloerpanelen uit figuur 1 aan de randen van hun korte zijden kunnen worden ontkoppeld door middel van een wentelbeweging; en - figuren 8 tot en met 11 alternatieven weergeven op de uitvoering van de randen van de korte zijden van de vloerpanelen uit figuur 1.

Figuur 1 geeft in bovenaanzicht een set van vloerpanelen 1A-1B weer voor het vormen van een vloerbekleding, waarbij de vloerpanelen 1A-1B hier langwerpig rechthoekig zijn, en dus een paar korte zijden en een paar lange zijden omvatten. De vloerpanelen 1A-1B zijn weergegeven in een niet-gekoppelde of niet-geïnstalleerde toestand.

De tegenoverliggende korte zijden van de vloerpanelen 1A-1B vormen randen 2-3, die zijn voorzien van koppeldelen 4-5. Hoewel het hier tegenoverliggende randen 2-3 van twee vloerpanelen 1A-1B betreffen, is het duidelijk dat deze randen 2-3 ook randen van één en hetzelfde vloerpaneel kunnen betreffen, dewelke dan tegenoverliggende randen van dat vloerpaneel betreffen.

De lange zijden van de vloerpanelen 1A-1B vormen randen 6-7, die zijn voorzien van koppeldelen 8-9.

Figuur 2 geeft een doorsnede volgens lijn II-II in figuur 1 weer. Aldus geeft figuur 2 een doorsnede weer, waarbij de koppeldelen 4-5 aan de korte zijden van de vloerpanelen 1A-1B zichtbaar zijn.

De vloerpanelen 1A-1B omvatten elk een bovenzijde 10, een onderzijde 11, en een zich tussen de boven- en onderzijde 10-11 uitstrekkende kern 12.

De vloerpanelen 1A-1B betreffen decoratieve vloerpanelen, die een toplaag 43 omvatten, waarbij de toplaag minstens een decor en een transparante slijtlaag omvat.

Het koppeldeel 4 van het ene vloerpaneel 1A is uitgevoerd als een naar de onderzijde 11 van het vloerpaneel 1A gericht haakvormig gedeelte 13, hierna vergrendelhaak 13 genoemd.

Het koppeldeel 5 van het andere vloerpaneel 1B is uitgevoerd als een naar de bovenzijde 10 van het vloerpaneel 1B gericht haakvormig gedeelte 14, hierna ontvangende haak 14 genoemd.

De haakvormige gedeelten 13-14 zijn in hoofdzaak uit het materiaal van de kern 12 van de vloerpanelen 1A-1B vervaardigd, en hiermee in hoofdzaak ééndelig uitgevoerd. Hier zijn de haakvormige gedeelten 13-14 zelfs volledig uit het materiaal van de kern 12, en in één deel daarmee, vervaardigd, met uitzondering van het inzetstuk 19. De haakvormige gedeelten 13-14 kunnen hiertoe bijvoorbeeld uit het materiaal van de kern 12 zijn vervaardigd aan de hand van freesbewerkingen, wat een economisch voordelige en efficiënte manier is om de haakvormige gedeelten 13-14 te vervaardigen.

De vergrendelhaak 13 omvat een lip 15 die is voorzien van een zich naar de onderzijde 11 van het vloerpaneel 1A uitstrekkend vergrendelgedeelte 16.

De ontvangende haak 14 omvat een lip 17 die is voorzien van een zich naar de bovenzijde 10 van het vloerpaneel 1B uitstrekkend vergrendelgedeelte 18.

Zoals geïllustreerd aan de hand van het in stippellijn weergegeven koppeldeel 4, zijn de koppeldelen 4-5 zodanig geconfigureerd dat zij toelaten een gekoppelde toestand tussen de vloerpanelen 1A-1B te realiseren, middels een hoofdzakelijk rechtlijnige koppelbeweging M van het ene vloerpaneel 1A ten opzichte van het andere vloerpaneel 1B, volgens een richting hoofdzakelijk loodrecht op een installatievlak.

Meer speciaal zijn de koppeldelen 4-5 hier zodanig geconfigureerd dat zij tevens toelaten een gekoppelde toestand tussen de vloerpanelen 1A-1B te realiseren, middels een rotatiebeweging van het ene vloerpaneel 1A ten opzichte van het andere vloerpaneel 1B, om een as evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op de randen 2-3, teneinde de fold-down beweging, die nader zal beschreven worden met betrekking tot figuur 4, te kunnen uitvoeren.

In de gekoppelde toestand van de vloerpanelen 1A-1B, die nader geïllustreerd is in figuur 5, bewerkstelligen de koppeldelen 4-5 een vergrendeling in de richting H evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op voornoemde randen 2-3, alsmede een vergrendeling in de richting V loodrecht op het installatievlak.

Hier staan de vergrendelgedeelten 16 en 18 in voor de vergrendeling in de richting H evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op voornoemde randen 2-3 bewerkstelligen.

De vergrendeling in de richting V loodrecht op het installatievlak wordt bewerkstelligd met behulp van vergrendelelementen 19-20. Het vergrendelelement 19 is hier uitgevoerd als een afzonderlijk inzetstuk of insert, zoals op zich gekend uit bijvoorbeeld het hiervoor genoemde WO ‘804.

De insert 19 is hier aangebracht in een groef 26, die aanwezig is in een distale zijde 21 van de vergrendelhaak 13. Dit levert als voordeel dat dergelijke groef 26 niet hoeft te worden aangebracht in de ontvangende haak 14, die dan als gevolg daarvan stevig kan worden uitgevoerd, en voldoende stabiliteit kan verlenen aan de lip 17.

Het is evenwel niet uitgesloten dat dergelijke insert 19 is aangebracht in een groef die aanwezig is in een proximale zijde 23 van de ontvangende haak 14, die dan bij voorkeur in plaats van een opwaarts gericht deel 27, een neerwaarts gericht deel omvat.

Het deel 27 is elastisch beweegbaar, bijvoorbeeld door elastische verbuiging en/of samendrukking, en voert tijdens de koppelbeweging een laterale beweging uit, nader geïllustreerd in figuur 6.

Het is duidelijk dat hier, en ook in het algemeen, met de term “laterale beweging” een zijdelingse beweging wordt bedoeld die minstens een bewegingscomponent heeft in de richting evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op de randen 2-3.

Bemerk dat het deel 27 hier in eerste instantie, vanuit een ontspannen of initiële toestand, een beweging zal uitvoeren in de richting naar het vloerpaneel 1A toe, waarna het deel 27 vervolgens minstens gedeeltelijk zal relaxeren naar een vergrendeltoestand, en hierbij zal bewegen in de richting naar het vloerpaneel 1B toe.

In de vergrendeltoestand werkt het deel 27 samen met het vergrendelelement 20 aan het andere vloerpaneel 20, nader weergegeven in figuur 5. Bij voorkeur relaxeert het deel 27 slecht gedeeltelijk, waardoor het in de vergrendeltoestand minstens gedeeltelijk opgespannen is en een spankracht realiseert.

De insert 19 is hier in de groef 26 aangebracht door middel van een bevestigingsdeel 28, dat kan worden ingeklemd in deze groef 26, bijvoorbeeld doordat het deel 28 niet precies passend met de groef 26 is uitgevoerd.

Het bevestigingsdeel 28 is hier meer speciaal door middel van een verbindingsdeel 29 verbonden met het beweegbaar gedeelte 27.

Meer specifiek is de insert 19 hier uitgevoerd als een gecoëxtrudeerde strip, waarbij het verbindingsdeel 29 is vervaardigd uit een zachter of elastischer materiaal dan het materiaal van de gedeelten 27 en 28, welk principe op zich gekend is uit bijvoorbeeld het hiervoor genoemde WO ‘153.

De lip 17 van de ontvangende haak 14 omvat een met de kern 12 van het vloerpaneel 1B verbonden brugdeel 37, en een met het brugdeel 37 verbonden einddeel 38, waartoe het zich naar de bovenzijde van het vloerpaneel uitstrekkend vergrendelgedeelte 18 behoort.

Het brugdeel 37 omvat een van een uitsparing 39 voorziene bovenzijde. De uitsparing 39 bevindt zich, gezien volgens de richting evenwijdig met de boven- of onderzijde 1011 van het vloerpaneel 1B en loodrecht op de rand 3, op een afstand van daar waar het brugdeel 37 is verbonden met de kern 12 van het vloerpaneel 1B en van daar waar het brugdeel 37 is verbonden met het einddeel 38.

Daar waar de uitsparing 39 is aangebracht, vertoont de lip 17 haar minimale dikte D1, die bij voorkeur minstens 1/5 keer en hoogstens 1/3 keer de totale dikte T van het vloerpaneel 1B bedraagt. Meer speciaal bedraagt de minimale dikte D1 hier hoogstens 1/4 keer de totale dikte T van het vloerpaneel 1B.

Het brugdeel 37 is daar waar zij verbonden is met de kern 12 van het vloerpaneel 1B en daar waar zij verbonden is met het einddeel 38, starrer of dikker uitgevoerd dan daar waar voornoemde uitsparing 39 is aangebracht.

Daar waar zij is verbonden met de kern 12, vertoont het brugdeel 37 een dikte D2 die minstens 1/5 keer, en bij voorkeur minstens 1/4 keer de totale dikte T van het vloerpaneel 1B bedraagt.

Daar waar het brugdeel 37 is verbonden met het einddeel 38, vertoont zij een dikte D3 die minstens 1/5 keer, en bij voorkeur minstens 1/4 keer de totale dikte T van het vloerpaneel 1B bedraagt.

Dat het brugdeel 37 in die specifieke zones starrer of dikker is uitgevoerd, biedt als voordeel dat de lip 17 stevig is en eventuele belastingen waaraan zij wordt blootgesteld, in het bijzonder in die zones, aankan. Bovendien wordt het bijkomend voordeel bekomen dat, doordat het brugdeel 37 daar waar zij is verbonden met het einddeel 38 dikker is uitgevoerd, het vergrendelvlak 42 kan gelift worden, i.e. naar een hogere of meer opwaartse positie kan worden gebracht, wat het vlot uiteen wentelen van de vloerpanelen, nader geïllustreerd in figuur 7, bevordert.

De lengte L van de lip 17, gemeten tussen het verticaal sluitvlak VS en het distale uiteinde van de lip 17, bedraagt minstens 1 keer en hoogstens 3/2 keer de totale dikte T van het vloerpaneel 1B. In het bijzonder bedraagt de lengte L hier hoogstens 4/3 keer de totale dikte T van het vloerpaneel 1B.

De lip 17 van de ontvangende haak 14 omvat een onderzijde die vrij is van uitsparingen of groeven, of verzwakkingen in het algemeen.

Het vergrendelgedeelte 18 definieert een meest naar de bovenzijde 10 van het vloerpaneel 1B toe gelegen punt P, dat in de onderste helft van het vloerpaneel 1B is gelegen. Zulk eerder laag uitgevoerd vergrendelgedeelte 18 biedt onder meer als voordeel dat het uiteen wentelen van de vloerpanelen 1A-1B, nader geïllustreerd in figuur 7, vlot kan verlopen.

Figuur 3 geeft een doorsnede volgens lijn ΙΠ-ΙΠ in figuur 1 weer. Aldus is hier een doorsnede weergegeven, waarbij de koppeldelen 8-9 aan de lange zijden van het vloerpaneel 1B zichtbaar zijn.

De koppeldelen 8-9 zijn meer speciaal uitgevoerd als respectievelijk een tand 30 en een groef 31, waarbij de groef 31 is begrensd door een bovenste lip 32 en een onderste lip 33, welke onderste lip 33 zich voorbij het distale uiteinde van de bovenste lip 32 uitstrekt. De tand 30 en de groef 31 zijn voorzien van grendeldelen 34-35. Zij bewerkstelligen in de gekoppelde toestand de vergrendeling in de richting evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op de randen 6-7.

Zoals geïllustreerd door het in stippellijn weergegeven koppeldeel 8, zijn de koppeldelen 8-9 zodanig geconfigureerd dat zij toelaten de gekoppelde toestand tussen de vloerpanelen 1A-1B te realiseren, middels een rotatiebeweging W van het ene vloerpaneel 1A ten opzichte van het andere vloerpaneel 1B, volgens een richting evenwijdig met het installatievlak en de randen 6-7.

Vergrendelende tand en groef verbindingen, zoals diegene die hiervoor zijn beschreven met betrekking tot figuur 3, zijn op zich gekend, uit onder meer het reeds hiervoor genoemde WO ‘834. Uit dat document is het gekend dat zulke tand en groef verbindingen van voorspanning kunnen worden voorzien, i.e. dat zij in de gekoppelde toestand een spankracht realiseren die de gekoppelde randen naar elkaar toe drukt, bijvoorbeeld middels een elastische verbuiging van de onderste lip. Er wordt hierbij opgemerkt dat de voorspanning bij dergelijke vergrendelende tand en groef verbindingen minder moeilijkheden stelt naar vlotheid van installatie toe, doordat deze worden gekoppeld door middel van een zoals hiervoor beschreven wentel- of rotatiebeweging.

Figuur 4 geeft weer hoe meerdere van de vloerpanelen uit figuur 1 kunnen worden gekoppeld, door middel van de zogenaamde fold-down beweging F, die op zich gekend is uit onder meer WO 01/75247 A1 en, reeds hiervoor genoemd, WO ‘153.

Zoals geïllustreerd, wordt het vloerpaneel 1A aan zijn lange zijde gekoppeld met een reeds geïnstalleerd vloerpaneel 1C uit een vorige rij, door middel van een wentelbeweging, en terzelfdertijd aan zijn korte zijde gekoppeld met een reeds geïnstalleerd vloerpaneel 1B uit dezelfde rij, aan de hand van diezelfde wentelbeweging, die ook wel schaarbeweging wordt genoemd.

Er wordt opgemerkt dat de fold-down beweging in de praktijk doorgaans wordt voorafgegaan door een schuifbeweging van het vloerpaneel 1A ten opzichte van het vloerpaneel 1C, langsheen de lange zijden van deze vloerpanelen 1A en 1C, waarbij de tand tijdens deze schuifbeweging reeds gedeeltelijk in de groef is geïntroduceerd. Het vloerpaneel 1A bevindt zich hierbij in een geïnclineerde toestand.

De vloerpanelen 1A-1B-1C zijn hier weergegeven als perfect rechthoekige vloerpanelen, i.e. de korte zijden staan haaks op de lange zijden. Dit is echter in de praktijk niet altijd het geval. De norm EN 13329 laat namelijk een afwijking op de haaksheid van 0,2 mm over de lengte van de zijde toe. Het is duidelijk dat omwille van deze toegelaten afwijking het uitvoeren van de fold-down beweging kan worden bemoeilijkt. Zeker aan de zijden waarvan de koppeldelen in de vorm van haken zijn uitgevoerd, hier dus aan de korte zijden, daar deze haken wegens de niet-haaksheid moeilijk in elkaar kunnen worden gehaakt, zeker in het geval van overlappend uitgevoerde haken, wat het geval is bij voorspanning.

Nu heeft de uitvinder vastgesteld dat de vlotheid van installatie toch kan worden gegarandeerd aan de hand van de hiervoor beschreven maatregelen, en de hierna aan de hand van de figuren 5 en 6 nader toegelichte kenmerken.

Figuur 5 geeft vergroot de randen 2-3 uit figuur 2 weer, doch in de gekoppelde toestand van de vloerpanelen 1A-1B.

Zoals zichtbaar gemaakt, zijn de koppeldelen 4-5 zodanig geconfigureerd dat zij, in de gekoppelde toestand, een spankracht realiseren die de gekoppelde randen 2-3 naar elkaar toe drukt, middels een elastische verbuiging van de lip 17 van de ontvangende haak 14.

Hierbij vertoont de lip 17 een maximale verbuiging VM van hoogstens 0,0625 keer de totale dikte T van het vloerpaneel 1B, en is deze maximale verbuiging hier specifiek gelijk aan ongeveer 0,0125 keer de totale dikte van het vloerpaneel 1B. De uitvinder heeft vastgesteld dat zulke maximale verbuiging VM toelaat een effectieve spankracht te realiseren, die de gekoppelde randen 2-3 naar elkaar toedrukt, en dat alsnog de vlotheid van installatie kan worden gegarandeerd.

Er wordt hierbij opgemerkt dat de maximale verbuiging VM van de lip 17 dient te worden begrepen als de maximale verbuiging ten opzichte van de rusttoestand van de lip 17, i.e. ten opzichte van de toestand van de lip 17 in niet-gekoppelde of niet-geïnstalleerde toestand van de vloerpanelen 1A-1B, die is weergegeven in figuur 2.

De verbuiging van de lip 17 betreft hier een neerwaartse verbuiging, waarbij de lip 17 zich gedeeltelijk lager bevindt dan een niveau gedefinieerd door de onderzijde 11 van het vloerpaneel 1A waartoe de vergrendelhaak 13 behoort.

Bovendien betreft de verbuiging een in distale richting ten opzichte van de ontvangende haak continu toenemende verbuiging. Hiermee wordt bedoeld dat de lip 17 in distale richting alsmaar meer is uitgebogen, wat in figuur 5 bijvoorbeeld is weergegeven door een alsmaar kleiner wordende afstand tussen de onderzijde van de lip 17 en de weergegeven stippellijn. De maximale verbuiging VM treedt dan op aan het distale uiteinde van de lip 17.

Zulke continu toenemende verbuiging biedt als voordeel dat de spanning waaraan de lip 17 onderhevig is, kan worden verdeeld over de lengte van deze lip 17, en dat een effectieve spankracht kan worden gerealiseerd zonder noemenswaardig risico op breuk of beschadiging van de lip 17.

De lip 17 is dan ook bij voorkeur minstens over 25%, en liever nog minstens over 50% van haar lengte verbogen.

Zoals hiervoor reeds beschreven kunnen ook de koppeldelen 8-9 aan de lange randen 67 voorzien zijn van voorspanning, waarbij een spankracht wordt gerealiseerd die de gekoppelde randen 6-7 naar elkaar toe drukt, bijvoorbeeld middels een elastische verbuiging van de onderste lip 33.

Hierbij is het voorkeurdragend dat de gemiddelde mate van verbuiging van de lip 17 van de ontvangende haak 14, gezien over de lengte van de gekoppelde randen 2-3, verschillend is van, en bij voorkeur groter is dan de gemiddelde mate van verbuiging van de tot de koppeldelen 8-9 van de aangrenzende randen 6-7 behorende lip 33, gezien over de lengte van de gekoppelde aangrenzende randen 6-7.

Er wordt opgemerkt dat met de lengte van de randen hier de afmeting van de randen wordt bedoeld in een richting evenwijdig met deze randen.

Dat de verbuiging van de lip 17 groter is dan de verbuiging van de lip 33, biedt als voordeel dat een vlotte installatie kan worden gegarandeerd, terwijl spletenvorming aan de gekoppelde randen 2-3 en 6-7 optimaal kan worden tegengewerkt, zeker bij langwerpig rechthoekige vloerpanelen, zoals diegene uit figuur 1.

Enerzijds is het voordelig dat de verbuiging van de lip 33 relatief klein is, en kleiner dan de verbuiging van de lip 17, omdat dat toelaat de reeds hiervoor beschreven schuifbeweging van de vloerpanelen 1A en 1C langsheen hun lange zijden, voorafgaand aan de eigenlijke fold-down beweging, vlot uit te voeren. Anderzijds is het voordelig de verbuiging van de lip 17 relatief groot uit te voeren, en groter dan de verbuiging van de lip 33, opdat dat resulteert in een vermindering van het risico op indringend vocht of stof aan de korte zijden van de gekoppelde vloerpanelen 1A-1B.

Zoals eerder vermeld met betrekking tot figuur 2, kan het beweegbaar deel 27 van de insert 19 in de grendelpositie gedeeltelijk zijn opgespannen zodat deze een spankracht realiseert. Deze spankracht zorgt ervoor dat het risico op hoogteverschillen tussen de vloerpanelen 1A-1B kan worden geminimaliseerd of zelfs uitgesloten.

De door het deel 27 geleverde spankracht omvat hier minstens een krachtcomponent die de gekoppelde randen 2-3 uit elkaar duwt, doch waarbij deze krachtcomponent kleiner is dan de krachtcomponent van de door de lip 17 geleverde spankracht, die de gekoppelde randen naar elkaar toe drukt, zodanig dat de gekoppelde randen 2-3 nog steeds naar elkaar toe worden gedrukt.

Het vergrendelgedeelte 18 is aan zijn distale zijde 22 vrij van vergrendelelementen. In de gekoppelde toestand wordt zelfs een ruimte of spatie 40 gevormd tussen de distale zijde 22 en de tegenoverliggende rand 2. Deze spatie 40 biedt ruimte voor de elastische verbuiging van de lip 17.

De vergrendelvlakken 41-42 aan de proximale zijden 24-25 van de vergrendelgedeelten 16 en 18 werken in de gekoppelde toestand zodanig samen dat zij de vergrendeling in de richting H evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op de randen 2-3 bewerkstelligen. Zij zijn uit het materiaal van de kern 12 van de vloerpanelen 1A-1B vervaardigd, en hiermee in één deel uitgevoerd.

Het vergrendelvlak 42 strekt zich, in distale richting, naar de bovenzijde 10 van het vloerpaneel 1B uit.

De vergrendelvlakken 41-42 definiëren een maximaal geïnclineerde raaklijn R, die een hoek A van hoogstens 85 graden maakt met een rechte evenwijdig aan het installatievlak, waarbij de raaklijn R zich naar de bovenzijde 10, in distale richting ten opzichte van de ontvangende haak 14, uitstrekt. Hier is de hoek A gelijk aan ongeveer 75 graden.

Het brugdeel 37 definieert nog een steunvlak 45, dat hier meer speciaal horizontaal is uitgevoerd. Op dit steunvlak 45 steunt het vergrendelgedeelte 16 in de gekoppelde toestand van de vloerpanelen 1A-1B. Het steunvlak dient tevens als referentie.

Het is voordelig dat dit steunvlak 45 zich situeert in de zone van het brugdeel 37 dat star/dikker is uitgevoerd, en bovendien weinig tot niet de elastische verbuiging van de lip 17 ondervindt. Zo kan dit steunvlak 45, dat tevens als referentie fungeert, steeds goed worden gedefinieerd.

Figuur 6 geeft een stap weer in de koppelbeweging van de randen 2-3 van de vloerpanelen 1A-1B uit figuur 1.

Zoals weergegeven, zijn de koppeldelen 4-5 zodanig geconfigureerd dat minstens een gedeelte van het vergrendelgedeelte 16 past in een opening 36 gedefinieerd tussen het vergrendelgedeelte 18 en de proximale zijde 23 van de ontvangende haak 14, zonder dat hiertoe de lip 17 elastisch dient te worden verbogen.

Anders gezegd, bevinden de haakvormige gedeelten 13-14 zich in de stap weergegeven in figuur 6 reeds in een gedeeltelijk ingehaakte toestand van de haken 13-14, zonder dat hiertoe de lip 17 elastisch is verbogen. Vanuit deze deels ingehaakte toestand, kan de elastische verbuiging van de lip 17 dan worden geïnitieerd, met name door de vergrendelhaak 13 vanuit de positie weergeven in figuur 6 verder neerwaarts te drukken.

Het is duidelijk dat de verbuiging van de lip 17 hier dan wordt geïnitieerd door een onderlinge interactie van de proximale zijden 24-25 van de vergrendelgedeelten 16 en 18.

Figuur 7 geeft weer hoe de vloerpanelen 1A-1B, vanuit de gekoppelde toestand, kunnen worden ontkoppeld.

De koppeldelen 4-5 zijn zodanig geconfigureerd dat zij toelaten de vloerpanelen 1A-1B, vanuit de gekoppelde toestand, te ontkoppelen, door middel van een rotatiebeweging W1 van het ene vloerpaneel 1A om het andere vloerpaneel 1B, om een as evenwijdig met het installatievlak en de randen 2-3. Bij deze rotatiebeweging W1, worden de bovenzijden 10 van de vloerpanelen 1A-1B naar elkaar toe bewogen.

Zoals zichtbaar gemaakt in figuur 7, kan de rotatiebeweging W1 gepaard gaan met een elastisch uitbuigen van de lip 17 van de ontvangende haak 14.

Figuren 8 tot en met 11 geven nog alternatieven weer op de uitvoering van de randen 23 van de korte zijden van de vloerpanelen 1A-1B uit figuur 1.

Figuur 8 geeft weer dat de lip 17 van de ontvangende haak 14 kan zijn voorzien van een elasticiteitsgroef 44, teneinde de elasticiteit van de lip 17 te verhogen.

De elasticiteitsgroef 44 is hier aangebracht in een onderzijde van de lip 17, en strekt zich in distale richting uit tot aan het distale uiteinde van de lip 17. In proximale richting strekt de groef 44 zich meer speciaal uit tot voorbij de vergrendelvlakken 4142 van de vergrendelgedeelten 16 en 18.

Bemerk dat, zoals hiervoor reeds vermeld, de onderzijde van de lip 17 bij voorkeur vrij is van groeven of uitsparingen, teneinde de stevigte van de lip 17 te waarborgen.

Figuur 9 geeft aan dat de elasticiteitsgroef 44 kan zijn voorzien in een proximale zijde 23 van de ontvangende haak. De groef 44 strekt zich dan meer speciaal uit tot in de kern van het vloerpaneel 1B.

Er wordt nog opgemerkt dat de groef 44, aangebracht in de proximale zijde 23, de eigenlijke lengte van de lip 17 verlengt.

Figuur 10 geeft een alternatief inzetstuk 19 weer, welk inzetstuk 19 op zich gekend is uit het hiervoor genoemde WO ‘893. Het betreft hier een verplaatsbare tand, die in een verplaatsingsgroef is aangebracht.

Hoewel het inzetstuk 19 hier is aangebracht in een groef aanwezig in de distale zijde 21 van de vergrendelhaak 13, kan het inzetstuk 19 volgens een alternatief in een groef aanwezig in de proximale zijde 23 van de ontvangende haak 14 worden aangebracht. In dat geval kan het voordelig zijn de verplaatsingsgroef geïnclineerd uit te voeren, zodat het inzetstuk 19 schuin komt te zitten in het vloerpaneel 1B.

Figuur 11 geeft weer dat de vergrendelelementen 19-20 uit het materiaal van de kern 12 van de vloerpanelen 1A-1B, en in één deel daarmee, kunnen zijn vervaardigd. Hier wordt de vergrendeling in de richting V loodrecht op het installatievlak dus bewerkstelligd zonder behulp van afzonderlijk inzetstuk of insert.

Het vergrendelelement 19 is hierbij uitgevoerd als een uitsteeksel aan de distale zijde 21 van de vergrendelhaak 13, terwijl het vergrendelelement 20 is uitgevoerd als een ondersnijding aan de proximale zijde 23 van de ontvangende haak 14. Het omgekeerde is echter ook mogelijk, waarbij het vergrendelelement 19 is uitgevoerd als ondersnijding, en het vergrendelelement 20 als uitsteeksel.

Er wordt nog opgemerkt dat de vloerpanelen 1A-1B, aan hun korte en/of lange zijden, kunnen worden voorzien van een zogenaamde bevel of vellingkant aan de bovenranden, zoals op zich gekend uit WO 01/96688 A1. Zulke bevel kan het installeren van de vloerpanelen nog vergemakkelijken.

Nog wordt opgemerkt dat het voordelig kan zijn de gekoppelde randen van een sealing te voorzien, bijvoorbeeld aan de proximale zijde 23 van de ontvangende haak 14 en/of aan de distale zijde 21 van de vergrendelhaak 13. Zulke sealing kan het risico op indringend vocht of stof verder verkleinen of zelfs helemaal uitsluiten.

Er wordt nog opgemerkt dat, hoewel niet weergegeven, voor de afzonderlijke inzetstukken 19, ook kan gebruik gemaakt worden van inserts die worden gebruikt in zogenaamde “side-push” systemen, die op zich wel bekend zijn in het vakgebied.

Er wordt nog opgemerkt dat de afmetingen vermeld in de huidige beschrijving, zoals lengtes en diktes, dienen te worden geïnterpreteerd in de niet-gekoppelde toestand van de vloerpanelen, tenzij anders aangegeven.

De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de hierboven beschreven uitvoeringsvormen, doch dergelijke werkwijzen, vloerpanelen en dragermateriaal kunnen volgens verschillende varianten worden gerealiseerd zonder buiten het kader van de huidige uitvinding te treden.

Claims (37)

  1. Conclusies.
    1.- Set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding, die minstens twee vloerpanelen (1A-1B) omvat, die elk een bovenzijde (10), een onderzijde (11), en een zich tussen de boven- en onderzijde (10-11) uitstrekkende kern (12) omvatten, en die elk een van een koppeldeel (4-5) voorziene rand (2-3) omvatten, waarbij de koppeldelen (4-5) zodanig zijn geconfigureerd dat zij toelaten een gekoppelde toestand tussen de vloerpanelen (1A-1B) te realiseren, middels een hoofdzakelijk rechtlijnige koppelbeweging (M) van het ene vloerpaneel (1A) ten opzichte van het andere vloerpaneel (1B), volgens een richting hoofdzakelijk loodrecht op een installatievlak; waarbij de koppeldelen (4-5) in de gekoppelde toestand een vergrendeling in de richting (H) evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op voornoemde randen (23) bewerkstelligen, alsmede een vergrendeling in de richting (V) loodrecht op het installatievlak; waarbij het koppeldeel (4) van het ene vloerpaneel (1A) is uitgevoerd als een naar de onderzijde (11) van het vloerpaneel (1A) gericht haakvormig gedeelte (13), hierna vergrendelhaak (13) genoemd, en het koppeldeel (5) van het andere vloerpaneel (1B) is uitgevoerd als een naar de bovenzijde (10) van het vloerpaneel (1B) gericht haakvormig gedeelte (14), hierna ontvangende haak (14) genoemd; waarbij de haakvormige gedeelten (13-14) in hoofdzaak uit het materiaal van de kern (12) van de vloerpanelen (1A-1B) zijn vervaardigd, en hiermee in hoofdzaak ééndelig zijn uitgevoerd; waarbij de vergrendelhaak (13) een lip (15) omvat die is voorzien van een zich naar de onderzijde (11) van het vloerpaneel (1A) uitstrekkend vergrendelgedeelte (16), en de ontvangende haak (14) een lip (17) omvat die is voorzien van een zich naar de bovenzijde (10) van het vloerpaneel (1B) uitstrekkend vergrendelgedeelte (18); en waarbij de vergrendelgedeelten (16, 18) in de gekoppelde toestand zodanig samenwerken dat zij minstens voornoemde vergrendeling in de richting (H) evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op voornoemde randen (2-3) bewerkstelligen; daardoor gekenmerkt dat de koppeldelen (4-5) zodanig zijn geconfigureerd dat zij, in de gekoppelde toestand, een spankracht realiseren die de gekoppelde randen (2-3) naar elkaar toe drukt, middels een elastische verbuiging van de lip (17) van de ontvangende haak (14); en dat de lip (17) van de ontvangende haak (14), in de gekoppelde toestand, in de richting (V) loodrecht op het installatievlak, een maximale verbuiging (VM) van hoogstens 0,0625 keer de totale dikte (T) van het vloerpaneel (1A-1B) vertoont.
  2. 2. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat voornoemde maximale verbuiging (VM) hoogstens 0,05 keer de totale dikte (T) van het vloerpaneel (1A-1B) bedraagt, en bij voorkeur gelegen is tussen 0,00625 en 0,025 keer de totale dikte (T) van het vloerpaneel (1A-1B), en nog meer bij voorkeur ongeveer 0,0125 keer de totale dikte (T) van het vloerpaneel (1A-1B) bedraagt.
  3. 3. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 1 of 2, daardoor gekenmerkt dat de elastische verbuiging een neerwaartse verbuiging betreft, waarbij de lip (17) van de ontvangende haak (14) zich gedeeltelijk lager bevindt dan een niveau gedefinieerd door de onderzijde (11) van het vloerpaneel (1A) waartoe de vergrendelhaak (13) behoort; dat de elastische verbuiging in distale richting ten opzichte van de ontvangende haak (14) een continu toenemende verbuiging betreft, waarbij voornoemde maximale verbuiging optreedt aan het distale uiteinde van de lip (17) van de ontvangende haak (14); en dat de lip van de ontvangende haak minstens over 25%, en bij voorkeur minstens over 50% van haar lengte is verbogen.
  4. 4. - Set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding, die minstens twee vloerpanelen (1A-1B) omvat, die elk een bovenzijde (10), een onderzijde (11), en een zich tussen de boven- en onderzijde (10-11) uitstrekkende kern (12) omvatten, en die elk een van een koppeldeel (4-5) voorziene rand (2-3) omvatten, waarbij de koppeldelen (4-5) zodanig zijn geconfigureerd dat zij toelaten een gekoppelde toestand tussen de vloerpanelen (1A-1B) te realiseren, middels een hoofdzakelijk rechtlijnige koppelbeweging (M) van het ene vloerpaneel (1A) ten opzichte van het andere vloerpaneel (1B), volgens een richting hoofdzakelijk loodrecht op een installatievlak; waarbij de koppeldelen (4-5) in de gekoppelde toestand een vergrendeling in de richting (H) evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op voornoemde randen (23) bewerkstelligen, alsmede een vergrendeling in de richting (V) loodrecht op het installatievlak; waarbij het koppeldeel (4) van het ene vloerpaneel (1A) is uitgevoerd als een naar de onderzijde (11) van het vloerpaneel (1A) gericht haakvormig gedeelte (13), hierna vergrendelhaak (13) genoemd, en het koppeldeel (5) van het andere vloerpaneel (1B) is uitgevoerd als een naar de bovenzijde (10) van het vloerpaneel (1B) gericht haakvormig gedeelte (14), hierna ontvangende haak (14) genoemd; waarbij de haakvormige gedeelten (13-14) in hoofdzaak uit het materiaal van de kern (12) van de vloerpanelen (1A-1B) zijn vervaardigd, en hiermee in hoofdzaak ééndelig zijn uitgevoerd; waarbij de vergrendelhaak (13) een lip (15) omvat die is voorzien van een zich naar de onderzijde (11) van het vloerpaneel (1A) uitstrekkend vergrendelgedeelte (16), en de ontvangende haak (14) een lip (17) omvat die is voorzien van een zich naar de bovenzijde (10) van het vloerpaneel (1B) uitstrekkend vergrendelgedeelte (18); en waarbij de vergrendelgedeelten (16, 18) in de gekoppelde toestand zodanig samenwerken dat zij minstens voornoemde vergrendeling in de richting (H) evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op voornoemde randen (2-3) bewerkstelligen; daardoor gekenmerkt dat de koppeldelen (4-5) zodanig zijn geconfigureerd dat zij, in de gekoppelde toestand, een spankracht realiseren die de gekoppelde randen (2-3) naar elkaar toe drukt, middels een elastische verbuiging van de lip (17) van de ontvangende haak (14); en dat de koppeldelen (4-5) zodanig zijn geconfigureerd dat minstens een gedeelte van het zich naar de onderzijde van het vloerpaneel uitstrekkend vergrendelgedeelte (16) past in een opening (36) gedefinieerd tussen het zich naar de bovenzijde van het vloerpaneel uitstrekkend vergrendelgedeelte (18) en een proximale zijde (23) van de ontvangende haak (14), zonder dat hiertoe de lip (17) van de ontvangende haak (14) elastisch dient te worden verbogen.
  5. 5. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 4, daardoor gekenmerkt dat de elastische verbuiging van de lip (17) van de ontvangende haak (14) kan worden geïnitieerd vanuit een reeds gedeeltelijk ingehaakte toestand van de haakvormige gedeelten (13-14).
  6. 6. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 4 of 5, daardoor gekenmerkt dat de elastische verbuiging van de lip (17) van de ontvangende haak (14) kan worden geïnitieerd door een onderlinge interactie van proximale zijden (24-25), meer speciaal vergrendelvlakken, van de vergrendelgedeelten (16, 18).
  7. 7.- Set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding, die minstens twee vloerpanelen (1A-1B) omvat, die elk een bovenzijde (10), een onderzijde (11), en een zich tussen de boven- en onderzijde (10-11) uitstrekkende kern (12) omvatten, en die elk een van een koppeldeel (4-5) voorziene rand (2-3) omvatten, waarbij de koppeldelen (4-5) zodanig zijn geconfigureerd dat zij toelaten een gekoppelde toestand tussen de vloerpanelen (1A-1B) te realiseren, middels een hoofdzakelijk rechtlijnige koppelbeweging (M) van het ene vloerpaneel (1A) ten opzichte van het andere vloerpaneel (1B), volgens een richting hoofdzakelijk loodrecht op een installatievlak; waarbij de koppeldelen (4-5) in de gekoppelde toestand een vergrendeling in de richting (H) evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op voornoemde randen (23) bewerkstelligen, alsmede een vergrendeling in de richting (V) loodrecht op het installatievlak; waarbij het koppeldeel (4) van het ene vloerpaneel (1A) is uitgevoerd als een naar de onderzijde (11) van het vloerpaneel (1A) gericht haakvormig gedeelte (13), hierna vergrendelhaak (13) genoemd, en het koppeldeel (5) van het andere vloerpaneel (1B) is uitgevoerd als een naar de bovenzijde (10) van het vloerpaneel (1B) gericht haakvormig gedeelte (14), hierna ontvangende haak (14) genoemd; waarbij de haakvormige gedeelten (13-14) in hoofdzaak uit het materiaal van de kern (12) van de vloerpanelen (1A-1B) zijn vervaardigd, en hiermee in hoofdzaak ééndelig zijn uitgevoerd; waarbij de vergrendelhaak (13) een lip (15) omvat die is voorzien van een zich naar de onderzijde (11) van het vloerpaneel (1A) uitstrekkend vergrendelgedeelte (16), en de ontvangende haak (14) een lip (17) omvat die is voorzien van een zich naar de bovenzijde (10) van het vloerpaneel (1B) uitstrekkend vergrendelgedeelte (18); en waarbij de vergrendelgedeelten (16, 18) in de gekoppelde toestand zodanig samenwerken dat zij minstens voornoemde vergrendeling in de richting (H) evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op voornoemde randen (2-3) bewerkstelligen; daardoor gekenmerkt dat de koppeldelen (4-5) zodanig zijn geconfigureerd dat zij, in de gekoppelde toestand, een spankracht realiseren die de gekoppelde randen (2-3) naar elkaar toe drukt, middels een elastische verbuiging van de lip (17) van de ontvangende haak (14); en dat de lip (17) van de ontvangende haak (14) een minimale dikte (D1) vertoont die minstens 1/5 keer en hoogstens 1/3 keer de totale dikte (T) van het vloerpaneel (1A-1B) bedraagt; en dat de lengte (L) van de lip (17) van de ontvangende haak (14), gemeten tussen het verticaal sluitvlak (VS) en het distale uiteinde van de lip (17) van de ontvangende haak (14), minstens 1 keer en hoogstens 3/2 keer de totale dikte (T) van het vloerpaneel (1A-1B) bedraagt.
  8. 8. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 7, daardoor gekenmerkt dat voornoemde minimale dikte (D1) hoogstens 0,3 keer de totale dikte (T) van het vloerpaneel (1A-1B) bedraagt, en bij voorkeur hoogstens 1/4 keer de totale dikte (T) van het vloerpaneel (1A-1B) bedraagt.
  9. 9. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 7 of 8, daardoor gekenmerkt dat voornoemde lengte (L) hoogstens 1,4 keer de totale dikte (T) van het vloerpaneel (1A-1B) bedraagt, en bij voorkeur hoogstens 4/3 keer de totale dikte (T) van het vloerpaneel (1A-1B) bedraagt.
  10. 10. - Set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding, die minstens twee vloerpanelen (1A-1B) omvat, die elk een bovenzijde (10), een onderzijde (11), en een zich tussen de boven- en onderzijde (10-11) uitstrekkende kern (12) omvatten, en die elk een van een koppeldeel (4-5) voorziene rand (2-3) omvatten, waarbij de koppeldelen (4-5) zodanig zijn geconfigureerd dat zij toelaten een gekoppelde toestand tussen de vloerpanelen (1A-1B) te realiseren, middels een hoofdzakelijk rechtlijnige koppelbeweging (M) van het ene vloerpaneel (1A) ten opzichte van het andere vloerpaneel (1B), volgens een richting hoofdzakelijk loodrecht op een installatievlak; waarbij de koppeldelen (4-5) in de gekoppelde toestand een vergrendeling in de richting (H) evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op voornoemde randen (23) bewerkstelligen, alsmede een vergrendeling in de richting (V) loodrecht op het installatievlak; waarbij het koppeldeel (4) van het ene vloerpaneel (1A) is uitgevoerd als een naar de onderzijde (11) van het vloerpaneel (1A) gericht haakvormig gedeelte (13), hierna vergrendelhaak (13) genoemd, en het koppeldeel (5) van het andere vloerpaneel (1B) is uitgevoerd als een naar de bovenzijde (10) van het vloerpaneel (1B) gericht haakvormig gedeelte (14), hierna ontvangende haak (14) genoemd; waarbij de haakvormige gedeelten (13-14) in hoofdzaak uit het materiaal van de kern (12) van de vloerpanelen (1A-1B) zijn vervaardigd, en hiermee in hoofdzaak ééndelig zijn uitgevoerd; waarbij de vergrendelhaak (13) een lip (15) omvat die is voorzien van een zich naar de onderzijde (11) van het vloerpaneel (1A) uitstrekkend vergrendelgedeelte (16), en de ontvangende haak (14) een lip (17) omvat die is voorzien van een zich naar de bovenzijde (10) van het vloerpaneel (1B) uitstrekkend vergrendelgedeelte (18); en waarbij de vergrendelgedeelten (16, 18) in de gekoppelde toestand zodanig samenwerken dat zij minstens voornoemde vergrendeling in de richting (H) evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op voornoemde randen (2-3) bewerkstelligen; daardoor gekenmerkt dat de koppeldelen (4-5) zodanig zijn geconfigureerd dat zij, in de gekoppelde toestand, een spankracht realiseren die de gekoppelde randen (2-3) naar elkaar toe drukt, middels een elastische verbuiging van de lip (17) van de ontvangende haak (14); en dat de lip (17) van de ontvangende haak (14) een met de kern (12) van het vloerpaneel (1B) verbonden brugdeel (37), en een met het brugdeel (37) verbonden einddeel (38), waartoe het zich naar de bovenzijde van het vloerpaneel uitstrekkend vergrendelgedeelte (18) behoort, omvat, waarbij het brugdeel (37) een van een uitsparing (39) of groef voorziene bovenzijde omvat, welke uitsparing (39) zich, gezien volgens de richting evenwijdig met de boven- of onderzijde van het vloerpaneel (1B) en loodrecht op de rand (3), op een afstand bevindt van daar waar het brugdeel (37) is verbonden met de kern (12) van het vloerpaneel (1B) en van daar waar het brugdeel (37) is verbonden met het einddeel (38).
  11. 11. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 10, daardoor gekenmerkt dat de lip (17) van de ontvangende haak (14) haar minimale dikte (D1) vertoont daar waar voornoemde uitsparing (39) is aangebracht.
  12. 12. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 10 of 11, daardoor gekenmerkt dat het brugdeel (37), daar waar zij verbonden is met de kern (12) van het vloerpaneel (1B) en daar waar zij verbonden is met het einddeel (38), starrer of dikker is uitgevoerd dan daar waar voornoemde uitsparing (39) is aangebracht.
  13. 13. - Set van vloerpanelen volgens één van de conclusies 10 tot 12, daardoor gekenmerkt dat het brugdeel (37) één of meerdere van de volgende karakteristieken vertoont: - het brugdeel (37) vertoont, daar waar zij is verbonden met de kern (12) van het vloerpaneel (1B), een dikte (D2) die minstens 1/5 keer, en bij voorkeur minstens 1/4 keer de totale dikte (T) van het vloerpaneel (1B) bedraagt; en/of - het brugdeel vertoont, daar waar zij is verbonden met het einddeel, een dikte (D3) die minstens 1/5 keer, en bij voorkeur minstens 1/4 keer de totale dikte (T) van het vloerpaneel (1B) bedraagt.
  14. 14.- Set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding, die minstens twee vloerpanelen (1A-1B) omvat, die elk een bovenzijde (10), een onderzijde (11), en een zich tussen de boven- en onderzijde (10-11) uitstrekkende kern (12) omvatten, en die elk een van een koppeldeel (4-5) voorziene rand (2-3) omvatten, waarbij de koppeldelen (4-5) zodanig zijn geconfigureerd dat zij toelaten een gekoppelde toestand tussen de vloerpanelen (1A-1B) te realiseren, middels een hoofdzakelijk rechtlijnige koppelbeweging (M) van het ene vloerpaneel (1A) ten opzichte van het andere vloerpaneel (1B), volgens een richting hoofdzakelijk loodrecht op een installatievlak; waarbij de koppeldelen (4-5) in de gekoppelde toestand een vergrendeling in de richting (H) evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op voornoemde randen (23) bewerkstelligen, alsmede een vergrendeling in de richting (V) loodrecht op het installatievlak; waarbij het koppeldeel (4) van het ene vloerpaneel (1A) is uitgevoerd als een naar de onderzijde (11) van het vloerpaneel (1A) gericht haakvormig gedeelte (13), hierna vergrendelhaak (13) genoemd, en het koppeldeel (5) van het andere vloerpaneel (1B) is uitgevoerd als een naar de bovenzijde (10) van het vloerpaneel (1B) gericht haakvormig gedeelte (14), hierna ontvangende haak (14) genoemd; waarbij de haakvormige gedeelten (13-14) in hoofdzaak uit het materiaal van de kern (12) van de vloerpanelen (1A-1B) zijn vervaardigd, en hiermee in hoofdzaak ééndelig zijn uitgevoerd; waarbij de vergrendelhaak (13) een lip (15) omvat die is voorzien van een zich naar de onderzijde (11) van het vloerpaneel (1A) uitstrekkend vergrendelgedeelte (16), en de ontvangende haak (14) een lip (17) omvat die is voorzien van een zich naar de bovenzijde (10) van het vloerpaneel (1B) uitstrekkend vergrendelgedeelte (18); en waarbij de vergrendelgedeelten (16, 18) in de gekoppelde toestand zodanig samenwerken dat zij minstens voornoemde vergrendeling in de richting (H) evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op voornoemde randen (2-3) bewerkstelligen; daardoor gekenmerkt dat de koppeldelen (4-5) zodanig zijn geconfigureerd dat zij, in de gekoppelde toestand, een spankracht realiseren die de gekoppelde randen (2-3) naar elkaar toe drukt, middels een elastische verbuiging van de lip (17) van de ontvangende haak (14); en dat de koppeldelen (4-5) zodanig zijn geconfigureerd dat zij toelaten de vloerpanelen (1A-1B), vanuit de gekoppelde toestand, te ontkoppelen, door middel van een rotatiebeweging (W1) van het ene vloerpaneel (1A) om het andere vloerpaneel (1B), om een as evenwijdig met het installatievlak en de randen (2-3), waarbij de bovenzijden (10) van de vloerpanelen (1A-1B) tijdens voornoemde rotatiebeweging (W1) naar elkaar toe worden bewogen.
  15. 15.- Set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding, die minstens twee vloerpanelen (1A-1B) omvat, die elk een bovenzijde (10), een onderzijde (11), en een zich tussen de boven- en onderzijde (10-11) uitstrekkende kern (12) omvatten, en die elk een van een koppeldeel (4-5) voorziene rand (2-3) omvatten, waarbij de koppeldelen (4-5) zodanig zijn geconfigureerd dat zij toelaten een gekoppelde toestand tussen de vloerpanelen (1A-1B) te realiseren, middels een hoofdzakelijk rechtlijnige koppelbeweging (M) van het ene vloerpaneel (1A) ten opzichte van het andere vloerpaneel (1B), volgens een richting hoofdzakelijk loodrecht op een installatievlak; waarbij de koppeldelen (4-5) in de gekoppelde toestand een vergrendeling in de richting (H) evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op voornoemde randen (23) bewerkstelligen, alsmede een vergrendeling in de richting (V) loodrecht op het installatievlak; waarbij het koppeldeel (4) van het ene vloerpaneel (1A) is uitgevoerd als een naar de onderzijde (11) van het vloerpaneel (1A) gericht haakvormig gedeelte (13), hierna vergrendelhaak (13) genoemd, en het koppeldeel (5) van het andere vloerpaneel (1B) is uitgevoerd als een naar de bovenzijde (10) van het vloerpaneel (1B) gericht haakvormig gedeelte (14), hierna ontvangende haak (14) genoemd; waarbij de haakvormige gedeelten (13-14) in hoofdzaak uit het materiaal van de kern (12) van de vloerpanelen (1A-1B) zijn vervaardigd, en hiermee in hoofdzaak ééndelig zijn uitgevoerd; waarbij de vergrendelhaak (13) een lip (15) omvat die is voorzien van een zich naar de onderzijde (11) van het vloerpaneel (1A) uitstrekkend vergrendelgedeelte (16), en de ontvangende haak (14) een lip (17) omvat die is voorzien van een zich naar de bovenzijde (10) van het vloerpaneel (1B) uitstrekkend vergrendelgedeelte (18); en waarbij de vergrendelgedeelten (16, 18) in de gekoppelde toestand zodanig samenwerken dat zij minstens voornoemde vergrendeling in de richting (H) evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op voornoemde randen (2-3) bewerkstelligen; daardoor gekenmerkt dat de koppeldelen (4-5) zodanig zijn geconfigureerd dat zij, in de gekoppelde toestand, een spankracht realiseren die de gekoppelde randen (2-3) naar elkaar toe drukt, middels een elastische verbuiging van de lip (17) van de ontvangende haak (14); dat elk van de vloerpanelen (1A-1B) een aan zijn voornoemde rand (2-3) grenzende rand (6-7) omvat, hierna aangrenzende rand (6-7) genoemd, die is voorzien van een koppeldeel (8-9), waarbij de koppeldelen (8-9) aan de aangrenzende randen (67) zodanig zijn geconfigureerd dat zij toelaten een gekoppelde toestand tussen de vloerpanelen (1A-1B) te realiseren, waarbij de koppeldelen (8-9) aan de aangrenzende randen (6-7) in de gekoppelde toestand een vergrendeling in de richting (H) evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op de aangrenzende randen bewerkstelligen, alsmede een vergrendeling in de richting (V) loodrecht op het installatievlak, en waarbij de koppeldelen (8-9) aan de aangrenzende randen (6-7) zodanig zijn geconfigureerd dat zij in de gekoppelde toestand een spankracht realiseren die de aangrenzende gekoppelde randen (6-7) naar elkaar toe drukt, middels een elastische verbuiging van een tot de koppeldelen (8-9) van de aangrenzende randen (6-7) behorende lip (33); en dat, in de gekoppelde toestand van meerdere van de vloerpanelen (1A-1B), de gemiddelde mate van verbuiging van de lip (17) van de ontvangende haak (14), gezien over de lengte van de gekoppelde randen (2-3), verschillend is van de gemiddelde mate van verbuiging van de tot de koppeldelen (8-9) van de aangrenzende randen (6-7) behorende lip (33), gezien over de lengte van de gekoppelde aangrenzende randen (6-7).
  16. 16. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 15, daardoor gekenmerkt dat de gemiddelde mate van verbuiging van de lip (17) van de ontvangende haak (14) groter is dan de gemiddelde mate van verbuiging van de tot de koppeldelen (8-9) van de aangrenzende randen (6-7) behorende lip (33).
  17. 17. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 15 of 16, daardoor gekenmerkt dat de koppeldelen (8-9) aan de aangrenzende randen (6-7) zodanig zijn geconfigureerd dat zij toelaten een gekoppelde toestand tussen de vloerpanelen (1A-1B) te realiseren, middels een rotatiebeweging (W) van het ene vloerpaneel (1A) ten opzichte van het andere vloerpaneel (1B), volgens een richting evenwijdig met het installatievlak en de aangrenzende randen (6-7), één en ander zodanig dat meerdere van de vloerpanelen (1A-1B) aan de hand van een fold-down beweging (F) kunnen worden gekoppeld.
  18. 18. - Set van vloerpanelen volgens één van de conclusies 15 tot 17, daardoor gekenmerkt dat de koppeldelen (8-9) aan de aangrenzende randen (6-7) zijn uitgevoerd als een tand (30) en een groef (31), waarbij de groef (31) is begrensd door een bovenste lip (32) en voornoemde tot de koppeldelen (8-9) van de aangrenzende randen (6-7) behorende lip (33), hierna onderste lip (33) genoemd; dat de onderste lip (33) zich voorbij het distale uiteinde van de bovenste lip (32) uitstrekt; en dat de tand (30) en de groef (31) zijn voorzien van grendeldelen (34-35) die in de gekoppelde toestand voornoemde vergrendeling in de richting evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op de aangrenzende randen (6-7) bewerkstelligen.
  19. 19. - Set van vloerpanelen volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt het zich naar de bovenzijde (10) van het vloerpaneel (1B) uitstrekkende vergrendelgedeelte (18) een meest naar de bovenzijde (10) van het vloerpaneel (1B) toe gelegen punt (P) definieert, dat in de onderste helft van het vloerpaneel (1B) is gelegen.
  20. 20. - Set van vloerpanelen volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de lip (17) van de ontvangende haak (14) een onderzijde omvat die vrij is van uitsparingen of groeven.
  21. 21. - Set van vloerpanelen volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de vergrendeling in de richting (V) loodrecht op het installatievlak, aan de randen (2-3) waartoe de haakvormige gedeelten (13-14) behoren, wordt bewerkstelligd met behulp van vergrendelelementen (19-20), waarvan ten minste één vergrendelelement (19) is uitgevoerd als een afzonderlijk inzetstuk of insert.
  22. 22. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 21, daardoor gekenmerkt dat de insert (19) is aangebracht in een groef (26) aanwezig in een distale zijde (21) van de vergrendelhaak (13).
  23. 23. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 21 of 22, daardoor gekenmerkt dat de insert (19) een elastisch beweegbaar gedeelte (27) omvat, dat tijdens de koppelbeweging een laterale beweging uitvoert, en vanuit een ontspannen toestand of initiële toestand wordt gebracht naar een vergrendeltoestand, waarin het beweegbare gedeelte (27) samenwerkt met het vergrendelelement (20) aan het andere vloerpaneel (1B).
  24. 24. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 23, daardoor gekenmerkt dat voornoemd beweegbaar gedeelte (27) in de vergrendeltoestand minstens gedeeltelijk opgespannen is, waardoor het beweegbaar gedeelte (27) een spankracht realiseert.
  25. 25. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 24, daardoor gekenmerkt dat de door het beweegbaar gedeelte (27) geleverde spankracht en de door de lip (17) van de ontvangende haak (14) geleverde spankracht zodanig zijn geconfigureerd dat de gekoppelde randen (2-3) naar elkaar toe worden gedrukt.
  26. 26. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 25, daardoor gekenmerkt dat de door het beweegbaar gedeelte (27) geleverde spankracht minstens een krachtcomponent omvat die de gekoppelde randen (2-3) uit elkaar duwt, waarbij deze krachtcomponent kleiner is dan de krachtcomponent van de door de lip (17) van de ontvangende haak (14) geleverde spankracht, die de gekoppelde randen (2-3) naar elkaar toe drukt.
  27. 27. - Set van vloerpanelen volgens één van de conclusies 21 tot 26, daardoor gekenmerkt dat de insert (19) als een gecoëxtrudeerde strip is uitgevoerd.
  28. 28. - Set van vloerpanelen volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat het zich naar de bovenzijde van het vloerpaneel uitstrekkend vergrendelgedeelte (18) aan een distale zijde (22) ervan vrij is van vergrendelelementen.
  29. 29. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 28, daardoor gekenmerkt dat in de gekoppelde toestand van de vloerpanelen (1A-1B) een ruimte of spatie is gevormd tussen voornoemde distale zijde (22) en de tegenoverliggende rand (2).
  30. 30. - Set van vloerpanelen volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat elk van voornoemde vergrendelgedeelten (16, 18) is voorzien van een vergrendelvlak (41-42) aan een proximale zijde (24-25) van het vergrendelgedeelte (16, 18), waarbij de vergrendelvlakken (41-42) in de gekoppelde toestand zodanig samenwerken dat zij minstens de vergrendeling in de richting (H) evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op de randen (2-3) bewerkstelligen; en dat de vergrendelvlakken (41-42) uit het materiaal van de kern (12) van de vloerpanelen (1A-1B) zijn vervaardigd, en hiermee in één deel zijn uitgevoerd.
  31. 31. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 30, daardoor gekenmerkt dat het vergrendelvlak (42) van het zich naar de bovenzijde van het vloerpaneel uitstrekkend vergrendelgedeelte (18) zich, in distale richting, naar de bovenzijde (10) van het vloerpaneel (1B) uitstrekt.
  32. 32. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 30 of 31, daardoor gekenmerkt dat de vergrendelvlakken (41-42) in de gekoppelde toestand een maximaal geïnclineerde raaklijn (R) definiëren, die een hoek (A) van hoogstens 85 graden maakt met een rechte evenwijdig aan het installatievlak, waarbij de raaklijn (R) zich naar de bovenzijde (10) van het vloerpaneel (1A), in distale richting ten opzichte van de ontvangende haak (14), uitstrekt.
  33. 33. - Set van vloerpanelen volgens conclusie 32, daardoor gekenmerkt dat voornoemde hoek (A) hoogstens 80 graden bedraagt, en bij voorkeur ongeveer 75 graden bedraagt.
  34. 34. - Set van vloerpanelen volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de koppeldelen (4-5) zodanig zijn geconfigureerd dat zij toelaten een gekoppelde toestand tussen de vloerpanelen (1A-1B) te realiseren, middels een rotatiebeweging van het ene vloerpaneel (1A) ten opzichte van het andere vloerpaneel (1B), om een as evenwijdig met het installatievlak en loodrecht op de randen (2-3), één en ander zodanig dat meerdere van de vloerpanelen (1A-1B) door middel van een folddown beweging (F) kunnen worden gekoppeld.
  35. 35. - Set van vloerpanelen volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de kern (12) van de vloerpanelen (1A-1B) minstens gedeeltelijk uit hout-gebaseerde materialen is opgebouwd, zoals MDF of HDF.
  36. 36. - Set van vloerpanelen volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de vloerpanelen (1A-1B) een totale dikte (T) vertonen die gelegen is tussen 4 mm en 15 mm, bij voorkeur tussen 5 mm en 12 mm.
  37. 37. - Set van vloerpanelen volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de vloerpanelen (1A-1B) decoratieve vloerpanelen betreffen, die een toplaag (43) omvatten, waarbij de toplaag minstens een decor en een transparante slijtlaag omvat.
BE20155686A 2015-10-23 2015-10-23 Set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding BE1023545A1 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20155686A BE1023545A1 (nl) 2015-10-23 2015-10-23 Set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding

Applications Claiming Priority (6)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20155686A BE1023545A1 (nl) 2015-10-23 2015-10-23 Set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding
PCT/IB2016/056309 WO2017068523A1 (en) 2015-10-23 2016-10-20 Set of floor panels for forming a floor covering
EP16798281.8A EP3365512A1 (en) 2015-10-23 2016-10-20 Set of floor panels for forming a floor covering
CA3001101A CA3001101A1 (en) 2015-10-23 2016-10-20 Set of floor panels for forming a floor covering
US15/769,127 US20180305937A1 (en) 2015-10-23 2016-10-20 Set of floor panels for forming a floor covering
CN201680059461.3A CN108138500A (zh) 2015-10-23 2016-10-20 用于形成地板覆盖物的地板镶板组

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1023545A1 true BE1023545A1 (nl) 2017-04-28

Family

ID=54838132

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE20155686A BE1023545A1 (nl) 2015-10-23 2015-10-23 Set van vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding

Country Status (6)

Country Link
US (1) US20180305937A1 (nl)
EP (1) EP3365512A1 (nl)
CN (1) CN108138500A (nl)
BE (1) BE1023545A1 (nl)
CA (1) CA3001101A1 (nl)
WO (1) WO2017068523A1 (nl)

Families Citing this family (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO2019211460A1 (en) * 2018-05-04 2019-11-07 Ipendor Ab Joining system for floor panels

Family Cites Families (14)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
BE1010487A6 (nl) 1996-06-11 1998-10-06 Unilin Beheer Bv Vloerbekleding bestaande uit harde vloerpanelen en werkwijze voor het vervaardigen van dergelijke vloerpanelen.
SE518184C2 (sv) 2000-03-31 2002-09-03 Perstorp Flooring Ab Golvbeläggningsmaterial innefattande skivformiga golvelement vilka sammanfogas med hjälp av sammankopplingsorgan
DE06075877T1 (de) 2000-06-13 2007-02-08 Flooring Industries Ltd. Fußbodenbelag
PL191233B1 (en) * 2002-12-31 2006-04-28 BARLINEK Spółka Akcyjna Floor panel
PT1936068E (pt) 2004-10-22 2012-03-06 Vaelinge Innovation Ab Método para fornecer painéis para soalho com um sistema de encaixe mecânico
BE1017157A3 (nl) 2006-06-02 2008-03-04 Flooring Ind Ltd Vloerbekleding, vloerelement en werkwijze voor het vervaardigen van vloerelementen.
DE102006057491A1 (de) 2006-12-06 2008-06-12 Akzenta Paneele + Profile Gmbh Paneel sowie Bodenbelag
BE1018600A5 (nl) 2007-11-23 2011-04-05 Flooring Ind Ltd Sarl Vloerpaneel.
DE202008010555U1 (de) 2008-08-08 2009-12-17 Akzenta Paneele + Profile Gmbh Kunststoffpaneel mit Hakenprofil
SI2473687T1 (sl) 2009-09-04 2019-08-30 Vaelinge Innovation Ab Postopek sestavljanja elastičnih talnih plošč, ki so opremljene z mehanskim blokirnim sistemom
DE102010063976B4 (de) * 2010-12-22 2013-01-17 Akzenta Paneele + Profile Gmbh Paneel
DE102011086846A1 (de) 2011-01-28 2012-08-02 Akzenta Paneele + Profile Gmbh Paneel
WO2013102804A2 (en) 2012-01-05 2013-07-11 Flooring Industries Limited, Sarl Panel
BE1020433A3 (nl) * 2012-01-05 2013-10-01 Flooring Ind Ltd Sarl Paneel.

Also Published As

Publication number Publication date
EP3365512A1 (en) 2018-08-29
US20180305937A1 (en) 2018-10-25
WO2017068523A1 (en) 2017-04-27
CN108138500A (zh) 2018-06-08
CA3001101A1 (en) 2017-04-27

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US9366037B2 (en) Floor covering, floor element and method for manufacturing floor elements
JP4578691B2 (ja) 係止システム、このような係止システムを持つフロアボード、並びにフロアボード製造方法
US7617651B2 (en) Floor panel
EP1349994B1 (en) Flooring system comprising a plurality of mechanically joinable floorboards
DE69734406T3 (de) Bodenbelag, bestehend aus harten Bodenplatten
AU2001279677B2 (en) Floor covering
EP2116666B1 (de) Befestigungssystem für Paneele sowie Paneel mit Befestigungssystem
US6880307B2 (en) Panel element
CN104018642B (zh) 地板块
ES2346168T3 (es) Panel, en particular panel de suelo.
EP2345775B1 (de) Paneel sowie Befestigungssystem für Paneele
JP5173006B2 (ja) 固定システムおよびフロアリングボード
EP1128000B1 (de) Paneel, insbesondere Fussbodenpaneel
EP1527240B1 (de) Verfahren zur Herstellung von miteinander verbindbaren Bauteilen sowie Anordnung von Bauteilen mit Verbindungselementen
KR101175060B1 (ko) 기계적 잠금 에지를 갖는 플라스틱으로 만들어진 바닥 패널
EP2014845A2 (en) Mechanically joinable rectangular floorboards
US20130042562A1 (en) Mechanical locking system for floor panels
US20040244325A1 (en) Laminate flooring
AU2014299350B2 (en) Building panel with a mechanical locking system
CN104389402B (zh) 地板镶板的机械锁定
US20150167317A1 (en) Floor panel
CN1187507C (zh) 嵌板
US7721503B2 (en) Locking system comprising a combination lock for panels
US20080104921A1 (en) Mechanical locking of floor panels with a flexible bristle tongue
US8281549B2 (en) Floor panel, flooring system and method for laying flooring system