BE1018750A5 - Zaaginrichting voor brandhout. - Google Patents

Zaaginrichting voor brandhout. Download PDF

Info

Publication number
BE1018750A5
BE1018750A5 BE2009/0289A BE200900289A BE1018750A5 BE 1018750 A5 BE1018750 A5 BE 1018750A5 BE 2009/0289 A BE2009/0289 A BE 2009/0289A BE 200900289 A BE200900289 A BE 200900289A BE 1018750 A5 BE1018750 A5 BE 1018750A5
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
sawing
logs
frame
transport means
firewood
Prior art date
Application number
BE2009/0289A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Verschatse Pol
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Verschatse Pol filed Critical Verschatse Pol
Priority to BE2009/0289A priority Critical patent/BE1018750A5/nl
Priority to EP20100447013 priority patent/EP2248643B1/en
Application granted granted Critical
Publication of BE1018750A5 publication Critical patent/BE1018750A5/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B27WORKING OR PRESERVING WOOD OR SIMILAR MATERIAL; NAILING OR STAPLING MACHINES IN GENERAL
    • B27BSAWS FOR WOOD OR SIMILAR MATERIAL; COMPONENTS OR ACCESSORIES THEREFOR
    • B27B25/00Feeding devices for timber in saw mills or sawing machines; Feeding devices for trees
    • B27B25/04Feeding devices for timber in saw mills or sawing machines; Feeding devices for trees with feed chains or belts
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B27WORKING OR PRESERVING WOOD OR SIMILAR MATERIAL; NAILING OR STAPLING MACHINES IN GENERAL
    • B27BSAWS FOR WOOD OR SIMILAR MATERIAL; COMPONENTS OR ACCESSORIES THEREFOR
    • B27B5/00Sawing machines working with circular or cylindrical saw blades; Components or equipment therefor
    • B27B5/16Saw benches
    • B27B5/22Saw benches with non-feedable circular saw blade
    • B27B5/228Cross-cutting automatically laterally-fed travelling workpieces; Reducing lumber to desired lengths

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Wood Science & Technology (AREA)
  • Forests & Forestry (AREA)
  • Sawing (AREA)

Abstract

Een zaaginrichting voor het gelijkmatig zagen van brandhout, bestaande uit een kader (2) waarop een eerste transportmiddel (4) voorzien is voor de aanvoer van houtblokken, en een tweede transportmiddel (5), dat zich boven het eerste transportmidddel (4) bevindt en voorzien is van aandrukmiddelen (7) en op een zodanige wijze dat het tweede transportmiddel (5) zich tussen minstens twee zaaglichamen (601,602) uitstrekt voor het begeleiden van een houtblok op een eerste transportmiddel (4).

Description

Zaaginrichting voor brandhout
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het zagen van houtblokken, op een zodanige manier dat het brandhout op maat gezaagd wordt door een continue aanvoer van houtblokken, die zich transversaal op de aanvoerinrichting verplaatsen naar een zaagbewerking.
Meer in het bijzonder betreft het een inrichting dat toelaat om onregelmatig gevormde blokken brandhout continu te zagen door een manuele of automatische aanvoer en waarbij de blokken op een transportinrichting doorheen een zaagbewerking, zodanig gepositioneerd worden dat ze door een aandrukinrichting in gelijkmatige stukken gezaagd worden.
Voor het verwarmen van voornamelijk huishoudelijke ruimten wordt veelal gebruik gemaakt van niet hernieuwbare energiebronnen, fossiele brandstoffen, zoals aardolie, gas en steenkool. In andere gevallen wordt elektriciteit aangewend, dat op zijn beurt door het verbranden van steenkool of door nucleaire energie opgewekt wordt.
Daarnaast wordt, zij het nog maar beperkt, gebruik gemaakt van hernieuwbare energiebronnen, zoals ondermeer zonne-energie, voor bijvoorbeeld het opwarmen van circulerend water.
Voorgenoemde fossiele brandstoffen hebben als nadeel dat hun prijs sterk afhankelijk is van de fluctuerende energiemarkt, wat het energieverbruik sterk prijsafhankelijk maakt en dat deze brandstoffen bovendien niet onuitputtelijk zijn. Anderzijds is de capaciteit van de hernieuwbare energiebronnen nog steeds onvoldoende rendabel om deze universeel door te voeren.
Velen opteren dan ook voor een bijkomende warmtebron, naast de traditionele warmteontwikkeling in een huishoudelijk midden. Het gebruik van kleine kachels of een openhaard voor brandhout of pellets is dan ook zeer populair. Enerzijds biedt het de mogelijkheid om tijdelijk over te schakelen op het verbranden van brandhout als enige of als bijkomende warmtebron om een tussentijdse koudepiek te overbruggen en anderzijds levert deze warmtebron een gezellige huishoudelijke warmte.
Het verzagen van brandhout is dan ook een vrij arbeidsintensief en tijdrovend werk. De blokken of gekliefd hout worden aangeleverd bij een lengte van ongeveer 1,20 m en dienen op een lengte van ongeveer 30 cm gebracht te worden.
De verbruiker dient deze blokken zelf op maat te zagen of te kappen of de houtblokken worden op maat bij de verbruiker afgeleverd. In het eerste geval wordt dikwijls een bijl of een kettingzaag aangewend om de blokken op maat te brengen.
In het andere geval worden de blokken met een zaaginrichting op maat gebracht bij de leverancier.
Het komt er voor de leverancier dus op aan om zoveel mogelijk brandhout, zo snel mogelijk op maat te verzagen.
Zaaginrichtingen voor het automatisch verzagen van brandhout zijn algemeen gekend in de stand der techniek. Hierbij stellen zich echter enkele problemen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen inrichtingen, waarbij de gebruiker de houtblokken zelf verzaagt door ze één voor één aan één of meerdere automatische zaagbewerkingen in de inrichting in te brengen of deze waarbij meerdere houtblokken aangevoerd worden om een automatische zaagbewerking te ondergaan.
EP1992461 beschrijft een dergelijke inrichting van het eerste type. Hierbij spelen voornamelijk de veiligheidsrisico's voor het inbrengen en het verzagen van de houtblokken een belangrijke rol. De gebruiker brengt de houtblokken één voor één in de zaaginrichting, dat voorzien is van een veiligheidskap zodoende te voorkomen dat de handen van de gebruiker tijdens de zaagbewerking, in aanraking komen met de zaag.
DE1225840 beschrijft een automatische zaaginrichting waarbij meerdere houtblokken met behulp van een transportband, automatisch een zaagbewerking ondergaan en waarbij de houtblokken door op gelijkmatige afstand van elkaar voorziene scheidingslichamen op de transportband meegevoerd worden door meerdere zagen, die op verschillende afstanden van elkaar tussen de transportband voorzien zijn.
Onze uitvinding heeft voornamelijk betrekking op automatische zaaginrichtingen volgens het laatstgenoemde type. Hierbij stellen zich nu echter een aantal problemen.
Een eerste probleem vormt de snelheid van aanvoer en de verhouding tot de hoeveelheid houtblokken dat tegelijkertijd via de aanvoer aan een zaagbewerking aangeboden kan worden.
Een volgend probleem betreft het zagen van houtblokken in gelijkmatige stukken. Als het houtblok slecht gepositioneerd is op de aanvoerinrichting, loopt men het risico dat deze in ongelijkmatige stukken gezaagd wordt, waardoor verlies optreedt.
Een ander belangrijk probleem heeft betrekking op de onregelmatige vorm van brandhout bij een continue aanvoer ter hoogte van de zaagbladen. Hierbij kunnen houtblokken verschuiven of kantelen, waardoor de inrichting kan haperen of waarbij ook hier een ongelijkmatige zaagbewerking kan plaatsvinden.
Tot slot vormen de compactheid en mobiliteit van de zaaginrichting een belangrijk aspect, aangezien deze inrichting snel en efficiënt op de gewenste locatie geplaatst moet kunnen worden.
Het gebruik van meeneemlichamen is gekend, zoals beschreven in EP515333, waarbij een roterende trommel met grijparmen, voorzien van zaagtanden, de houtblokken doorheen zaagbladen leiden. Dergelijke zwenkarmen voor het klemmen van houtblokken zijn tevens gekend uit EP400530.
US4277999 maakt gebruik van duwlichamen die aan een aanvoerketting voorzien zijn om de houtblokken doorheen een roterend zaagblad te voeren. Bij EP956932 worden ν'-vormige lichamen, die aan een binnenzijde getand zijn, gebruikt waarin de houtblokken liggen voor het transport. EP418174 maakt dan weer gebruik van halfopen duwlichamen, waartegen de houtblokken aangeduwd worden voor de verplaatsing. Bovendien is de aanvoerband onder een hellingshoek opgesteld.
Voorgenoemde inrichtingen maken gebruik van bijkomende duwlichamen om de houtblokken aan te voeren en te positioneren, waardoor het aantal houtblokken, die zich op de aanvoerband bevinden, beperkt zijn volgens het aantal duwlichamen en zodoende op een vaste afstand van elkaar aangevoerd worden.
Bij andere gekende automatische zaaginrichtingen worden houtblokken gelijnd tegen een bumper of een eindplaat, zoals beschreven in US4507998. Verder is deze inrichting voorzien van een stalen band die zich tussen de zaagbladen bevindt, om de houtblokken aan te drukken. Het gebruik van een laterale geleiding voor de houtblokken langs de transportband is gekend uit DE102004049699.
In US4501178 worden de aanvoerkettingen onder een hoek ten opzichte van het zaagblad opgesteld, waardoor de gezaagde blokken van het zaagblad afgeduwd worden, zodoende een verder contact met de zaagtanden te voorkomen.
Voorgenoemde inrichtingen voorzien middelen om de houtblokken te lijnen en te positioneren ten opzichte van het zaagblad.
Verder zijn uit EP1674221, een paar transportmiddelen voor het verplaatsen van planken doorheen een zaagblad gekend, en waarbij de onderste en bovenste transportmiddelen, aangedreven door twee afzonderlijke motoren, zich langs een zaagblad bevinden en van elastomeren wrijvingsmateriaal voorzien zijn.
De bovengenoemde inrichting heeft dus betrekking op een zaaginrichting voor het verzagen van vlakke planken, waarbij een paar transportmiddelen afzonderlijk aangedreven worden.
Onze uitvinding heeft echter betrekking op een automatische zaaginrichting voor het verzagen van onregelmatige stukken brandhout, voorzien van een eerste transportinrichting waarop het brandhout continu en transversaal ten opzichte van minstens twee zaagmiddelen aangevoerd wordt, en een tweede transportinrichting, met drukmiddelen, dat zich boven de eerste transportinrichting tot voor de twee zaagmiddelen uitstrekt, zodoende de houtblokken tussen de twee transportinrichtingen vast te grijpen en te begeleiden voor de zaagbewerking met als doel gelijkmatige stukken te verzagen. Deze inrichting maakt gebruik van transport-of aanvoerbanden, die de houtblokken verplaatsen over de inrichting. Beide begrippen 'transportbanden' of 'aanvoerbanden' worden door elkaar gebruikt en dienen op eenzelfde manier geïnterpreteerd te worden.
Deze uitvinding heeft als eerste kenmerk, dat door de bovenste en onderste transportinrichtingen voor het begeleiden van de houtblokken door de zaagbewerking, de houtblokken gepositioneerd blijven en gelijkmatig verzaagd worden, ongeacht de vorm van de houtblokken. De aandrukmiddelen, die bij het bovenste transportmiddel voorzien zijn, zorgen voor een continue greep van het bovenste transportmiddel op de houtblokken. Dit impliceert bovendien dat de houtblokken niet perfect loodrecht transversaal op de invoerrichting aangebracht hoeven te worden.
Deze uitvinding laat toe om continu, zowel manueel als automatisch houtblokken aan te voeren aan de zaagbewerking, zonder dat de inrichting blokkeert of waarbij houtblokken verschuiven. Dit vormt een tweede kenmerk. De houtblokken dienen niet uitdrukkelijk op vaste afstand van elkaar gescheiden op het onderste transportmiddel aangebracht te worden.
Door de compactheid van deze zaaginrichting is het mogelijk deze op een kleine ruimte te plaatsen en ze bovendien te verplaatsen naar de gewenste locatie. Dit betreft een volgend kenmerk. Verder kan een transportband tegen het onderste transportmiddel geplaatst worden om het brandhout automatisch op de zaaginrichting aan te voeren.
De uitvinding wordt vervolgens meer in detail uiteengezet aan de hand van de bij gevoegde figuren.
Fig.l : Zijaanzicht van de zaaginrichting
Fig.2 : Zijwaarts bovenaanzicht van de zaaginrichting
Fig.3 : Zijwaarts achteraanzicht van de zaaginrichting
Fig.4 : Zijaanzicht met doorzicht tot bovenste transportinrichting
Volgens figuur 1, bestaat de zaaginrichting(1) uit een kader(2), al dan niet voorzien van wielen(3), een eerste transportmiddel(4), waarop het brandhout aangebracht wordt en verplaatst wordt naar een zaagmiddel(6), en ter hoogte van deze laatstgenoemde door middel van een tweede transportmiddel(5), dat zich boven de aangevoerde houtblokken gelegen op het eerste transportmiddel(4), uitstrekt tot voor de zaagbewerking(6) en voorzien is van aandrukmiddelen(7), gepositioneerd en verplaatst wordt. Verder is de zaaginrichting voorzien van een bedieningskast(8), dat de motoren van de inrichting stuurt. De bedieningskast(8) voorziet een activering en stopzetting van zowel de motoren van het zaagmiddel(6) als van de transportmiddelen(4,5).
Het eerste (4) en het tweede transportmiddel(5) worden door dezelfde motor(llOl), zoals aangegeven op figuur 3, aangedreven, met behulp van een overbrenging(11) die beide transportmiddelen(4,5) in werking stelt. Het brandhout wordt na de zaagbewerking(6) door een hellende geleidingsplaat(9) gescheiden.
Volgens figuur 1 is de zaaginrichting(1) ook nog voorzien van een ruimte(10) voor de opvang van het zaagsel en de houtsnippers en waarbij het mogelijk is om er een afzuiginrichting op aan te sluiten. Deze opvangruimte(10) is dan voorzien van een aansluiting voor een afzuiginrichting. Deze ruimte(10) kan een opvangbak of een flexibele zak omvatten, zodoende er het zaagmeel of de houtsnippers in op te vangen.
Het kader(2) bestaat, volgens figuur 2, uit een onderstel(210) waarop een eerste transportmiddel(4) voorzien is en dat samengesteld is uit horizontale(211) en verticale(212) dragers en een bovenstel(220) met horizontale (221) en verticale (222) dragers, waarop het tweede transportmiddel(5) met minstens twee zaaglichamen(601,602) voorzien is. Het bovenstel(220) is zodanig voorzien ten opzichte van het onderstel(210) dat het tweede transportmiddel(5) zich boven het eerste transportmiddel(4) bevindt.
De zaaglichamen(601,602) omvatten volgens een mogelijke uitvoeringsvorm getande circulaire zaagbladen, zoals op de figuren aangegeven. Deze respectieve zaagbladen(601,602) worden aangedreven door de motoren(603,604), die aan het kadergedeelte(221) gemonteerd zijn. Volgens deze uitvoeringsvorm zijn er minstens twee zaagbladen(601,602) voorzien, maar het is echter ook mogelijk, afhankelijk van de breedte en het aantal gewenste stukken per houtblok, een derde zaagblad te voorzien, wat niet op de tekening is aangegeven.
Verder kan het zaagmiddel(6) ook een bandzaag of een kettingzaag omvatten, wat echter ook niet op de figuren is aangegeven.
Volgens deze figuur zijn de zaaglichamen(601,602) aan het bovenstel(220) van het kader voorzien. In een andere mogelijke uitvoeringsvorm kunnen de zaaglichamen(601,602) aan het onderstel(210) gemonteerd zijn en tussen de aanvoerbanden(403a,403b) uitstrekken. De motoren(603,604) voor het aandrijven van de zaaglichamen(601,602) zijn dan ook aan het onderstel(210) voorzien.
Het eerste transportmiddel(4) bestaat uit twee aanvoerbanden(403a,403b), waarop de houtblokken transversaal verplaatst worden naar de zaagbewerking(6). De aanvoerbanden(403a,403b) lopen vanaf een invoer, aan het ene uiteinde van het kadergedeelte(210) tot achter de zaagbladen(601,602). Aan het kadergedeelte(210) nabij de invoer zijn wielen(402) gemonteerd, waarover de aanvoerbanden(403a,403b) lopen. De wielen(406) aan de afvoer, achter de zaagbladen(601,602) zijn op deze tekening niet zichtbaar. Ze zijn aangegeven op figuur 3. Verder zijn er geleidingen(401) voorzien om ervoor te zorgen dat de aanvoerbanden(403a,403b) centraal gepositioneerd blijven.
Het tweede transportmiddel(5) bestaat volgens figuur 2 uit een transportband(501), dat over een wiel(502) loopt dat gemonteerd is aan de voorzijde van het kader(220), en zich uitstrekt tussen de zaagbladen(601,602) tot de achterzijde van het kader(220), waarop een wiel(503) gemonteerd is.
Het tweede transportmiddel(5) met de transportband(501) is voorzien van aandrukmiddelen(7). Deze aandrukmiddelen(7) bestaan uit lichamen(701) die, volgens deze uitvoeringsvorm van een wiel voorzien zijn, om de transportband(501) te spannen. Volgens figuur 4, zijn er vier aandruklichamen(701,702,703,704) voorzien. De aandrukmiddelen(7), volgens deze uitvoeringsvorm, bestaan uit een in de lengte verstelbare staaf, waarop aan het uiteinde een wiel voorzien is, dat ingrijpt op de transportband(501). Door de lengte en de positie van de staaf in te stellen, wordt de spanning op de transportband(501) geregeld.
In een mogelijke uitvoeringsvorm kunnen de aandrukmiddelen(7), hydraulische of pneumatische verstelbare cilinders omvatten, waarbij de gewenste spanning geregeld kan worden. Dit is niet op de figuren aangegeven.
Verder is het aantal aandrukmiddelen(7) afhankelijk van het type transportband(501) dat aangewend wordt en de gewenste spanning op de transportband(501).
Bij voorkeur bestaan de transportbanden(403a,403b,501) uit een getande ketting(4 04,405), zoals geïllustreerd op figuur 3. De ketting is samengesteld uit schakels(404) die van tanden(405) voorzien zijn, om de houtblokken vast te klemmen tussen het bovenste transportmiddel(501) en de beide onderste transportmiddelen(403a,403b).
De transportmiddelen(403a,403b,501) kunnen een transportband omvatten dat uit kunststof vervaardigd is, al dan niet verstevigd met draden uit staal of fibers.
De transportband kan tevens van een film of een tape, dat toelaat om het contactvlak met de houtblokken te vergroten en het grijpoppervlak te verbeteren, voorzien zi jn.
Indien een getande aanvoerketting(403a,403b,501) gebruikt wordt, kunnen de wielen(402,406,502,503) getande kettingwielen omvatten. Bovendien kunnen ook de aandrukmiddelen(7) aan het uiteinde van de staaf, van getande wielen voorzien zijn, zoals aangegeven op de figuren. Hierbij grijpen de kettingwielen in op de schakels(404) van de transportband(501).
In een mogelijke uitvoeringsvorm, indien drie zaagbladen(6) gebruikt worden, zullen er twee transportmiddelen(5) bovenaan voorzien zijn tussen de zaagbladen(6) in. Dit is niet op de figuren aangegeven. Volgens figuur 2, zijn er nog optioneel transportwielen(301,302) aan het kader(210,220) voorzien om de zaaginrichting(1) te verplaatsen naar de gewenste locatie.
Figuur 3 illustreert het aandrijfmechanisme van de eerste en tweede transportmiddelen(403a,403b,501), aangedreven door een motor(1101), die zich onderaan het kader(220) bevindt. Deze motor(llOl), die voorzien is van een aandrijfwiel(1102), stelt een aandrijfas(1105) in werking, waarop een wiel(1103) gemonteerd is en waarover een aandrijfband(1104) loopt tussen beide wielen(1102,1103).
Op deze aandrijfas(1105) zijn de wielen(406) voorzien om de onderste transportmiddelen(403a,403b) in werking te stellen. Verder is de aandrijfas(1105) van een aandrijfwiel(1106) voorzien dat een aandrijfwiel(1109) op een aandrijfas(1110) aandrijft door het aandrukken van een aandrijfband(1108) op wiel(1109). De aandrijfband(1108) loopt verder nog over een wieltje (1107) . Het aandrijfwiel(1109) op aandrijfas(1110) brengt een wiel(503) in werking, dat het bovenste transportmiddel(501) aandrijft.
Door het gebruik van slechts één motor(1101) worden zowel het onderste transportmiddel(4) als het bovenste transportmiddel(5) aangedreven door de aandrijfassen(1105,1110), die door middel van aandrijfbanden(1104,1108) in werking gesteld worden.
De wielen(1102,1103,1106,1107,1109) kunnen een kettingwiel omvatten als de aandrijfbanden(1104,1108) uit een aandrijfketting bestaan.
Verder is de zaaginrichting(1) volgens figuur 3, voorzien van een geleidingsplaat(9) dat uit een verticale plaat(902) en een afhellend gedeelte(901) bestaat. De geleidingsplaten(9) bevinden zich lateraal aan de onderzijde van de zaagbladen(601,602). Het verticale gedeelte(902) bevindt zich onder de zaagbladen(601,602), en staat in verbinding met de hellende plaat(901) dat in de lengterichting of in een zijdelingse richting van de . inrichting(1) afloopt. Hierdoor vallen de afgezaagde houtblokken langs de geleidingsplaten(9) lateraal in de lengterichting van de inrichting(1).
Aan de hand van figuur 4 wordt de werking van de zaaginrichting ( 1) uiteengezet.
Een houtblok wordt aangevoerd via het onderste transportmiddel(4), dat aangedreven wordt door een motor(1101) met een overbrenging(1104) om een aandrijfas(1105) in werking te stellen. Deze aandrijfas(1105) stelt een wiel(503) door middel van een aandrijfband(1108) in werking, dat het bovenste transportmiddel(5) in beweging stelt. Het houtblok wordt voor de zaagbladen(601,602) vastgegrepen door het bovenste transportmiddel(501), dat zich uitstrekt voor de zaagbladen(601,602) . Het bovenste transportmiddel(5) loopt over de wielen(502,503) en wordt onder spanning gebracht door aandrukmiddelen(701,702,703,704). Op deze manier wordt het bovenste transportmiddel(5) tegen het houtblok van bovenaf aangedrukt en wordt het houtblok gepositioneerd en begeleid over de zaagbladen(6). Het houtblok wordt op deze manier uitgelijnd en gelijkmatig door de zaagbladen(601,602) gevoerd.
Na de zaagbewerking worden de gezaagde houtblokken via de geleiding(9), lateraal langs de zaaginrichting(1) afgevoerd.
De zaaginrichting(1) kan tevens van een afscherming voorzien zijn, zodoende de veiligheid van de gebrpiker te waarborgen. Deze afscherming kan ter hoogte van de zaagbladen(6) en/of over de ganse transportinrichting(4) voorzien zijn. Deze afscherming kan bijvoorbeeld een behuizing omvatten dat geheel of gedeeltelijk transparant is en de inrichting(1) geheel of gedeeltelijk omsluit.
Dit is echter niet op de figuren aangegeven.
De aanvoer van het brandhout naar het eerste transportmiddel(4) kan zowel manueel als automatisch door middel van een mobiele transportband plaatsvinden. In het laatstgenoemde geval wordt deze transportband tegen de zaaginrichting(1) aangezet, zodoende het brandhout continu aan te voeren.

Claims (3)

3 NIEUWE CONCLUSIES:
1. Een zaaginrichting(l) voor het zagen van onregelmatig gevormd brandhout, bestaande uit een kader(2), al dan niet voorzien van wielen, een eerste transportmiddel(4), gemonteerd aan het onderstel(210) van het kader(2) en minstens één tweede transportmiddel(5), voorzien van aandrukmiddelen(7) aan het bovenstel(220) van het kader(2) en zich uitstrekkend tussen en voor de zaagbladen(601,602) boven het eerste transportmiddel(4), een bedieningskast(8) voor het sturen van de motoren(603,604,1101) voor het zaagmiddel(6) en de transportmiddelen(4,5) en een geleidingsplaat(9) en hierdoor gekenmerkt doordat de transportmiddelen (4,5) een aanvoerketting met tanden omvatten en waarbij de druk van deze getande aanvoerketting(501) op de houtblokken geregeld wordt door middel van een aantal verstelbare staven(7) voorzien van een kettingwiel, dat ingrijpt op de kettingschakels van deze aanvoerketting(501).
2. Een zaaginrichting(l) voor het zagen van onregelmatig gevormd brandhout volgens conclusie 1 en hierdoor gekenmerkt doordat de verstelbare staven(7), voorzien van een kettingwiel, door middel van een hydraulische of pneumatische regeling verstelbaar zijn in functie van de gewenste druk op de aanvoerketting(5).
3. Een zaaginrichting(l) voor het zagen van onregelmatig gevormd brandhout volgens minstens één van voorgaande conclusies en hierdoor gekenmerkt doordat zowel het eerste transportmiddel(4) met een eerste aandrijfas(1105) als het tweede transportmiddel(5) met een tweede aandrijfas(lllO) door één motor(llOl) in werking gesteld worden.
BE2009/0289A 2009-05-08 2009-05-08 Zaaginrichting voor brandhout. BE1018750A5 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2009/0289A BE1018750A5 (nl) 2009-05-08 2009-05-08 Zaaginrichting voor brandhout.
EP20100447013 EP2248643B1 (en) 2009-05-08 2010-05-06 A sawing device for firewood trunks

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE200900289 2009-05-08
BE2009/0289A BE1018750A5 (nl) 2009-05-08 2009-05-08 Zaaginrichting voor brandhout.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1018750A5 true BE1018750A5 (nl) 2011-08-02

Family

ID=41402536

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE2009/0289A BE1018750A5 (nl) 2009-05-08 2009-05-08 Zaaginrichting voor brandhout.

Country Status (2)

Country Link
EP (1) EP2248643B1 (nl)
BE (1) BE1018750A5 (nl)

Families Citing this family (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN105252617B (zh) * 2015-09-17 2017-10-10 怀宁县明慧竹业有限公司 一种蒸笼笼梁成型机

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US1561479A (en) * 1924-11-01 1925-11-17 Paul G Oettel Adjustable feed mechanism
US2117641A (en) * 1937-05-13 1938-05-17 Mereen Johnson Machine Company Work holder for endless conveyers
FR920772A (fr) * 1946-01-29 1947-04-17 Dispositif pour couper le bois au moyen d'une scie multiple
EP0515333A1 (en) * 1991-05-24 1992-11-25 Franco Andreucci Sawing machine used to cut trunks of firewood

Family Cites Families (12)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US1561476A (en) 1923-04-02 1925-11-17 Int Motor Co Torque-cushioning device
DE1225840B (de) 1959-01-21 1966-09-29 Diemer Automatenbau Bodo Dieme Abkuerzsaege, insbesondere zum Abkuerzen von Rohhoelzern
US4277999A (en) 1979-09-06 1981-07-14 Conner Eldon C Firewood sawmill
DE3207547C1 (de) 1982-03-03 1983-03-31 Gebrüder Linck Maschinenfabrik und Eisengießerei "Gatterlinck", 7602 Oberkirch Vorrichtung zum Zerteilen von Rundholz
US4507998A (en) 1982-09-02 1985-04-02 Primlumber, Inc. Firewood sawing apparatus
DE3917748A1 (de) 1989-05-31 1990-12-06 Posch Landmaschinenbau Vorrichtung zum ablaengen von schnittgut
FR2651714A1 (fr) 1989-09-13 1991-03-15 Bosson Roger Dispositif pour debiter en troncons des pieces de bois allongees.
DE19821556A1 (de) 1998-05-14 1999-11-18 Franz Gutser Trennanordnung
DE102004049699B4 (de) 2004-10-12 2011-08-18 Emde, Ralf, 35104 Vorrichtung zum Sägen von langgestrecktem Sägegut
EP1674221B1 (en) 2004-12-22 2013-10-09 Renholmens Mekaniska Ab Device for crosscutting lengths of wood
AT505378B1 (de) 2007-05-15 2010-05-15 Posch Gmbh Wippsägevorrichtung
DE202008006710U1 (de) 2008-05-16 2008-07-24 Lutz, Adolf Vorrichtung zum Sägen von Holz im Mehrfachschnitt

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US1561479A (en) * 1924-11-01 1925-11-17 Paul G Oettel Adjustable feed mechanism
US2117641A (en) * 1937-05-13 1938-05-17 Mereen Johnson Machine Company Work holder for endless conveyers
FR920772A (fr) * 1946-01-29 1947-04-17 Dispositif pour couper le bois au moyen d'une scie multiple
EP0515333A1 (en) * 1991-05-24 1992-11-25 Franco Andreucci Sawing machine used to cut trunks of firewood

Also Published As

Publication number Publication date
EP2248643B1 (en) 2013-02-20
EP2248643A1 (en) 2010-11-10

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CN204278133U (zh) 一种锯材表面缺陷检测、裁边与截断装置
CN104526771A (zh) 圆木加工流水线
CN201151140Y (zh) 一种全自动圆盘锯
CN209831920U (zh) 一种板材矫正机
NO141114B (no) Apparat for behandling av hele traer for flishugging
US4284112A (en) Automatic wood cutting and splitting machine
CN203141597U (zh) 一种热压重竹板多片锯自动生产线
US4214616A (en) Tree delimbing apparatus
CA2973868A1 (en) Firewood handling device
CN108326364A (zh) 一种双锯片切割机
CN110340986B (zh) 智能原木开料锯机
BE1018750A5 (nl) Zaaginrichting voor brandhout.
US2969095A (en) Feeding apparatus for rotary wood flaker
CA1201364A (en) Firewood sawing apparatus
KR101577055B1 (ko) 원목 절단 장치 및 방법
KR20220090135A (ko) 장작 절단장치
CN203805037U (zh) 一种芦笋切段机
CN203019435U (zh) 一种卷筒纸分切机
US2637057A (en) Machine for cleaning and scraping pallets of block molds
CN107263614A (zh) 一种原木加工造材机
CN208854327U (zh) 一种生态板的砂光生产线
CN206967651U (zh) 双进给驱动纵锯机
CN212449188U (zh) 一种分料机
CN213260020U (zh) 一种稳定输送木屑机
US2831515A (en) Slab barker

Legal Events

Date Code Title Description
RE Patent lapsed

Effective date: 20130531