NL7908065A - Werkwijze voor het registreren van een signaal en inrichting voor het toepassen daarvan. - Google Patents

Werkwijze voor het registreren van een signaal en inrichting voor het toepassen daarvan. Download PDF

Info

Publication number
NL7908065A
NL7908065A NL7908065A NL7908065A NL7908065A NL 7908065 A NL7908065 A NL 7908065A NL 7908065 A NL7908065 A NL 7908065A NL 7908065 A NL7908065 A NL 7908065A NL 7908065 A NL7908065 A NL 7908065A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
information
parity
odd
blocks
digital
Prior art date
Application number
NL7908065A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Ampex
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Ampex filed Critical Ampex
Publication of NL7908065A publication Critical patent/NL7908065A/nl

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B20/00Signal processing not specific to the method of recording or reproducing; Circuits therefor
    • G11B20/10Digital recording or reproducing
    • G11B20/10527Audio or video recording; Data buffering arrangements
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B20/00Signal processing not specific to the method of recording or reproducing; Circuits therefor
    • G11B20/10Digital recording or reproducing
    • G11B20/18Error detection or correction; Testing, e.g. of drop-outs
    • G11B20/1806Pulse code modulation systems for audio signals
    • G11B20/1809Pulse code modulation systems for audio signals by interleaving
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B20/00Signal processing not specific to the method of recording or reproducing; Circuits therefor
    • G11B20/10Digital recording or reproducing
    • G11B20/18Error detection or correction; Testing, e.g. of drop-outs
    • G11B20/1876Interpolating methods
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B27/00Editing; Indexing; Addressing; Timing or synchronising; Monitoring; Measuring tape travel
    • G11B27/02Editing, e.g. varying the order of information signals recorded on, or reproduced from, record carriers
    • G11B27/031Electronic editing of digitised analogue information signals, e.g. audio or video signals
    • G11B27/036Insert-editing
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B27/00Editing; Indexing; Addressing; Timing or synchronising; Monitoring; Measuring tape travel
    • G11B27/10Indexing; Addressing; Timing or synchronising; Measuring tape travel
    • G11B27/19Indexing; Addressing; Timing or synchronising; Measuring tape travel by using information detectable on the record carrier
    • G11B27/28Indexing; Addressing; Timing or synchronising; Measuring tape travel by using information detectable on the record carrier by using information signals recorded by the same method as the main recording
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B2220/00Record carriers by type
    • G11B2220/90Tape-like record carriers
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B2220/00Record carriers by type
    • G11B2220/90Tape-like record carriers
    • G11B2220/91Helical scan format, wherein tracks are slightly tilted with respect to tape direction, e.g. VHS, DAT, DVC, AIT or exabyte
    • G11B2220/913Digital audio tape [DAT] format
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B27/00Editing; Indexing; Addressing; Timing or synchronising; Monitoring; Measuring tape travel
    • G11B27/02Editing, e.g. varying the order of information signals recorded on, or reproduced from, record carriers
    • G11B27/031Electronic editing of digitised analogue information signals, e.g. audio or video signals
    • G11B27/032Electronic editing of digitised analogue information signals, e.g. audio or video signals on tapes

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Multimedia (AREA)
  • Signal Processing (AREA)
  • Signal Processing For Digital Recording And Reproducing (AREA)
  • Error Detection And Correction (AREA)

Description

«t VO 8398 . -1-
Werkwijze voor het registreren van een signaal en inrichting voor het toepassen daarvan.
De uitvinding heeft betrekking op de registratieweergave van digitale audiosignalen en meer in het bijzonder op een verbeterd digitaal audiotype, en werkwijze en inrichting voor het digitaal registreren en terugwinnen van audiosignalen met foutcorrec-5 tie en foutonderdrukking.
Zoals bekend heeft het gebruik van digitale methoden zich snel verbreid tengevolge van het gemak waarmede digitale informatie kan worden gemanipuleerd, overgedragen, uitgezonden en opgeslagen.
Derhalve zijn, zoals op verschillende technische gebieden is ge-10 beurd, zoals op het gebied van de rekenmachines, instrumenten en videoregistratieinrichtingen, digitale methoden recentelijk van groot belang geworden op het terrein van het registreren en weergeven van audiosignalen. Het doel van een registratieproces is het opslaan van informatie en het daarna getrouwelijk weergeven daar-15 van. Bij de gebruikelijke analoge registratieinrichtingen doet zich evenwel een aantal problemen voor, die een getrouwe weergave verslechteren, welke problemen een inherente functie van het regis- ~ tratiemedium en van de mechanische inrichting, welke wordt gebruikt voor het transporteren van het medium, zijn. Ofschoon de problemen 20 zijn gecompenseerd of zijn omgaan door het ontwikkelen van zeer geraffineerde media en mechanische inrichtingen, wordt het op grote schaal onderkend, dat de gebruikelijke analoge registratie/weergeef-methoden op een snelle wijze de theoretische bedrijfsgrenzen naderen.
Typerend voor problemen, welke zich voordoen bij analoge 25 registratie/weergeef methoden, zijn een inadequaat dynamisch gebied d.w.z. een kleine signaal-ruisverhouding, een inherente fazevervor-ming, een inherente harmonische vervorming, een onvoldoende tran-sientresponsie, modulatieruis, overspreken, doordrukken, meer-kopie-degradatie, "flutter" en "wow", inherente beperkingen bij ruisre-30 ductiestelsels, een opslagdegradüe met de tijd en een beperkte 790 80 65 t * . £ responsie bij het onderste frequentiegébied.
Anderzijds voorzien digitale registratie/weergeefmethoden of in een verbetering van of ... een totale eliminatie van elk van de bovenstaande problemen. Sommige van de problemen, zoals modula-5 tieruis, doordrukken, inadequaat dynamisch gebied, harmonische vervorming, modulatieruis en ondereindbeperkingen, worden geëlimineerd of. op een significante wijze verbeterd tengevolge van het * feit, dat het probleem zich in het digitale domein niet voordoet. Andere problemen., zoals fazevervorming, transientresponsie "flutter" en ICf "wow" en opslag- en meer-kopiedegradatie worden geëlimineerd of op een significante wijze verbeterd tengevolge van het gemak waarmede het signaal kan worden verwerkt wanneer het eenmaal in het. digitale domein is omgezet.
Het gebruik van digitale audiomethoden leidt evenwel op zijn 15 beurt tot verschillende problemen en bezwaren. Zo kunnen b.v. slechte transmissieomstandigheden, die normaliter een analoog slechts degraderen, het equivalente digitale signaal volledig vernietigen en zelfs een kleine discontinuïteit, zoals een fout van een enkele bit kan leiden tot een ernstige audiodegradatie en onaangenaam ge-20 luid indien de bitfout in een significante bitpositie optreedt.
D.w.z., dat digitale signaalstelsels op een kenmerkende wijze abrupt falen, gewoonlijk zonder de geleidelijke waarschuwing, welke typerend is voor verslechtering bij analoge stelsels. Het is derhalve gebleken, dat digitale audiomethoden het gebruik van speciale 25 foutcorrectie, -verbergings en/of onderdrukkingsmethoden vereisen om de invloed van de verschillende typen uitvallen en informatiefouten, die zich tijdens de weergave van het geregistreerde digitale audiosignaal voordoen, tot een minimum terug te brengen.
Voor het tot stand brengen van een doeltreffende correctie 30 en/of verberging van fouten is het in de eerste plaats nodig om te detecteren, dat een fout heeft plaatsgevonden. Men verkrijgt een eerste foutindicatieniveau door de omhullende van het weergegeven KF-signaal waar te nemen. Een dergelijke methode geeft evenwel niet de vereiste mate van detail, die voor een betrouwbaar foutdetectie-35 stelsel nodig is.
790 8 0 65 -3- ^ -
Ί V
Derbalve brengt bij een digitaal audiostelsel met goede werking een optimale foutdetectiemethode 'de. registratie van extra informatie tezamen met de normale audiosignaalinformatie met zich mede.
Deze informatie "bijkomstige" informatie genoemd, kan de vorm hebben 5 van pariteitbits en/of speciale foutcontrolesymbolen, welke in staat zijn om een fout, die tijdens het registratie- of weergeef-proces kan optreden te kunnen detecteren.
Bij detectie kunnen de fouten of worden verborgen en/of worden gecorrigeerd. Bij een verbergingsmethode kan men gebruik ma-10 ken van een interpolatieverberging van de nulde orde, waarbij de laatste nauwkeurige informatiesteekproef wordt vastgehouden, of een interpolatieverberging van de eerste orde, waarbij een interpolatie plaatsvindt tussen de laatste nauwkeurige informatiesteekproef en de daarop volgende nauwkeurige informatiesteekproef.
15 De meest gewenste methode voor het elimineren van fouten is het corrigeren ervan. Dit vereist een kennis van de informatie, welke is geregistreerd gedurende de tijd, dat de fout optrad. Derhalve vereist een foutcorrectiemethode het toevoegen van de toegevoegde informatie, zoals boven vermeld, tijdens het registratiepro-20 ces. Aangezien fouten in het algemeen niet op een willekeurige wijze zijn verspreid doch optreden in salvo's, welke een duur hebben van enige tot enige honderden bits, moet de foutcorrectieinformatie over het registratiemedium worden gedispergeerd en daarop worden geregistreerd om te beletten, dat de fouten van het salvotype 25 een nauwkeurige werking van het foutcorrectiestelsel uitsluiten.
Hieruit volgt, dat hoe meer doeltreffend en betrouwbaar een fout-verbergings-correctiemethode is, des te meer extra informatie tijdens de registratie aan de audioinformatie moet worden toegevoegd.
Deze extra informatie vergroot de informatieopslageisen van de 30 registratieinrichting en vergroot of de pakkingsdichtheid van het medium of veroorzaakt een overeenkomstige ongewenste toename van de bandsnelheid en de slijtage daarvan.
Derhalve is de werkwijze en het type, dat gebruikt wordt om de extra informatie met de audioinformatie te doorvlechten 35 van belang voor het verschaffen van een foutverberging of -correctie 790 80 65 i - £ ~ -4- van een geleidelijke verslechtering van de geregistreerde informa tiebitstroom ; terwijl het totale falen van de correctie en derhalve van het digitale audioregistratie/weergeefstelsel wordt uitgesloten.
5 Een betrekkelijk veel omvattende lijst van artikelen ten aanzien van digitale audioregistratie/weergeefstelsels is de lijst van referenties en bibliografie in een artikel van M. Willcocks getiteld "A Review of Digital Audio Techniques” in het Journal of the AES, januari-februari 1978, Vol. 26, pag. 56-64. Typerend 10 voor dergelijke bekende stelsels zijn die, welke zijn beschreven in de Bellis & Brookhart AES preprint no. 1298 (M-2) van 4-7 november 1977; BBC Research Department report, Bellis and Smith BBC RD 1974/39 van november 1974; N. Sato, "PCM Recorder, A New Type of Audio Magnetic Tape Recorder" in Journal AES, Vol. 21, no. 7, 15 september 1973, het. Amerikaanse octrooischrift 3.930.234 en het Amerikaanse octrooischrift 3.994.014.
De uitvinding beoogt derhalve te voorzien in een verbeterde foutverbergings- en correctiemethode en een inrichting daartoe voor een digitale audioregistratie-weergeefinrichting.
20 Een ander doel is het verschaffen van een verbeterd digitaal audioinformatietype-voor 'e'en'digif aal'audio foutverbergings- en correctiestelsel.
Een verder doel is het verschaffen van een verbeterd digitaal audioinformatietype, waarbij de digitale informatie selectief 25 met foutdetectie-, correctie- en synchronisatieinformatie volgens een bepaalde blok/onderblok configuratie wordt doorschoten.
Weer een ander doel van de uitvinding is het verschaffen van een verbeterd digitaal audioinformatietype, dat op_een bepaalde wijze van toepassing is op een automatische foutcorrectie-30 en een met de hand uit te voeren en/of automatisch uit te voeren opmaakmethode.
Hiertoe voorziet de uitvinding in een verbeterd type, verbeterde werkwijze en verbeterde inrichting voor het doorschieten van audioinformatie, synchronisatie- en foutdetectie- en correctie-35 informatie, waarbij zich de problemen en bezwaren, welke zich hebben 790 8 0 65 — — -f i -5- voorgedaan bij de bovengenoemde bekende digitale audioregistratie/ weergeef stelsels niet voordoen. De geregistreerde informatie wordt gevormd tot blokken met bepaalde spleten tussen de blokken teneinde een toegang of uitgang van de registratiemodus te verkrijgen zonder 5 dat informatie op een niet terug te winnen wijze verloren gaat.
Elk blok is onafhankelijk van alle andere blokken en is verdeeld in een bepaalde opbouw van onderblokken van informatie en onderblokken van pariteitsinformatie, waarbij elk onderblok zijn eigen foutdetectie- en synchronisatieinformatie bevat. Bovendien worden 10 de blokken van informatie/ overeenkomende met de informatiestroom, en de fout- en synchronisatieinformatie d.w.z. de extra informatie, / gelijktijdig in afwisselende sporen van het. registratiemedium geregistreerd teneinde het rendement en de nauwkeurigheid van de fout-detectie-correctiemethode ten opzichte van die van bekend type 15 verder te verbeteren.
Bij een bij wijze van voorbeeld gekozen uitvoeringsvorm is de digitale audioinformatie in elk opeenvolgend blok verdeeld over 30 onderblokken, die elk zijn eigen foutdetectie-, correctie-en synchronisatieinformatie bevatten. Twintig afwisselende steek-20 proeven van 16 bits uit de audiogolfvorm worden in twee van deze (informatie) onderblokken ondergébracht, welke dan worden gebruikt voor het verschaffen van een derde (pariteits) onderblok, dat de bit-voor-bitpariteit van de eerste twee informatieonderblokken kan vormen. Bij wijze van voorbeeld kan de pariteit worden verkregen 25 door twee informatiewoorden volgens modulo-2 te combineren of de twee informatiewoorden als het complement van 2 bij elkaar op te tellen. In beide gevallen is het resultaat een informatie- "trio", waarbij even genummerde steekproeven in een onderblok zijn gelegen, oneven genummerde steekproeven in een ander blok zijn gelegen en de 30 pariteitinformatie in het derde onderblok is gelegen. De drie onderblokken of trio worden dan tezamen met de andere 27 onderblokken op een bepaalde wijze geöispergeerd teneinde het hoofdblok te bepalen. Bovendien worden de informatieonderblokken van een trio dan gelijktijdig langs afwisselende sporen in het registratiemedium ge-35 registreerd, terwijl het pariteitsonderblok van het trio na de resp.
790 80 65 i * -6- informatieonderblokken in beide sporen wordt verdeeld en geregistreerd. Een dergelijk blok/onderblokstelsel belet in het algemeen, dat een foutverschijnsel, zoals een uitval of salvofouten, veroorzaakt, dat in meer dan twee van de onderblokken in elk informatie-5 trio fouten optreden. Indien een fout tijdens de weergave in een van de drie onderblokken van een informatietrio optreedt, wordt de oorspronkelijke informatie in dat onderblok op de juiste wijze gereconstrueerd uit de resterende informatie en de pariteitsonderblok-ken overeenkomstig de foutcorrectiemethode. Indien een fout in 10 twee onderblokken optreedt, worden fontmaskeer- of verbergingsme- \ thoden gebruikt om de fout te maskeren.
De uitvinding zal onderstaand nader worden toegelicht onder verwijzing naar de tekening. Daarbij toont: fig. 1 een voorstelling van een elektrisch proces, gebruikt 15 om de grondaudioinformatie te vormen; fig. 2 een afbeelding van een uitvoeringsvorm van het blok/ onderbloktype volgens de uitvinding; fig. 3A, 3B en 3C voorstellen van· de opstelling van de informatie- en pariteitsonderblokken en resp. de tussenbloksafstand 20 (IBG); fig. 4 en 5 voorstellingen van het type volgens fig. 2, waarbij de wijze van regenereren (corrigeren) van informatieonderblok-ken en interpoleren (verbergen) van een informatieonderblok in het geval van uitvallen is aangegeven; 25 fig. 6 een blokschema van een digitaal audioregistratie/ weergeefstelsel, waarbij de werkwijze en inrichting volgens de uitvinding worden toegepast; fig. 7 een meer gedetailleerd blokschema van de gedeelten van het stelsel volgens fig. 6, welke de inrichting voor het ver-3Q schaffen van het type volgens fig. 2 bij het registreren en weergeven van audioinformatie tonen; fig. 8A, 8B, 8C en 8D schema's ter toelichting van een uitvoeringsvorm van de type codeerinrichting van het stelsel volgens fig. 7; 35 fig. 9A en 9B schema's ter toelichting van de type regelaar 790 8 0 65 ¥ * -7- voor het besturen van het stelsel volgens fig. 7; fig. 10Ar 10B, IOC, 10D, 10E, 10P en 10G schema's ter toelichting van de decodeerinrichting/onttyperingsinrichting van het stelsel volgens fig. 7; •5 fig. 11 een schema ter toelichting van de uitleesadres- regelaar voor het stelsel volgens fig. 7; en fig. 12 een afbeelding van de opbouw, de pengetallen, enz. van verschillende geïntegreerde ketens, die in de schema's volgens fig. 8-11 worden toegepast.
10 Het is gebleken, dat een digitale audioregistratieinrich- ting naast, andere eisen, welke boven zijn genoemd en later zullen worden beschreven moet voorzien in het vermogen om met de hand uitgevoerde machineopmaken, zoals inponsingen, evenals opmaken, die door een automatisch stelsel tot stand worden gebracht, te ver-15 werken. D.w.z., dat het invoeren en uitvoeren van opmaken informatie bij de informatiebegrenzingen niet op een niet-terugwinbare wijze moet vernietigen of verstoren. Derhalve wordt volgens de uitvinding de geregistreerde informatie in blokken gevormd, die onafhankelijk zijn van alle andere blokken, waarbij daartussen 20 bepaalde interblokspleten aanwezig zijn, die de ingangs- en uitgangspunten verschaffen. De blokken bestaan op hun beurt uit een gekozen aantal en een gekozen opstelling van onderblokken van audio-informatie, welke zijn doorschoten met synchronisatie- en fcutde-tectie- en correctieinformatie. De opstelling van drie ondefblok-25 ken wordt hierna een trio genoemd.
Volgens de uitvinding is elk blok op het registratiemedium voldoende lang om een juiste dispersie van de informatie binnen het blok mogelijk te maken, een en ander zodanig, dat uitvallen de foutcorrectiemechanismen van het stelsel niet op een schadelijke 30 wijze kunnen beïnvloeden. Voorts treden de blokken zo vaak op, dat er tenminste twee blokken op het medium tussen de posities van de weergeef- en registratiekoppen aanwezig zijn. Laatstgenoemde toestand voorziet in het vermogen van een elektronische opheffing van echte en schijnbare variaties in de kop-tot-kopafstand tenge-35 volge van mechanische toleranties, waaronder een wisseling tussen 790 8 0 65 t - 'μ -8- machines en dynamische handkarakteristieken. Voorts verkrijgt men hierdoor, tijd voor het behandelen van de informatie, die in een blok aanwezig is, hetzij in de registratieinrichting hetzij in een elektronische randprocessor voor een daaropvolgende her-5 registratie in dezelfde blokruimte wanneer deze de registratiekop passeert. Hierdoor wordt een absolute tempering tussen de kanalen van een van.een aantal kanalen voorziene registratieinrichting tijdens opmaakprocedures onderhouden.
Bij de hier beschouwde uitvoeringsvorm werd slechts bij 10 wijze van voorbeeld, voor een bandsnelheid van 75 cm per sec een blokfrequentie van 250 Hz gekozen met het oog op beperkingen, welke worden opgelegd door de noodzaak, dat eenvoudige synchronisatie-relaties met. de verschillende televisie- en filmnoxmen aanwezig moeten zijn. Door deze frequentie verkrijgt men een blok-tot-blok— 15 spoed op het medium van 3 mm en een tussehblokspleet van 0,24 mm. Bij het beschouwde voorbeeld treden vijf blokken tussen de weergeef- en registratiekoppen op, hetgeen neerkomt op een afstand van 15 mm.
Aangezien het mogelijk is, dat een hoofduitval veroorzaakt, 20 dat van de elektronische informatieterugwinstelsels de synchronisatie verloren-gaat,-is-het—nodrcp de synchronisatie zo spoedig mogelijk weer tot stand te brengen teneinde een verder verlies aan informatie tot een minimum terug te brengen. Derhalve houdt de minimale frequentie van de synchronisatiesignalen verband met de waar-25 schijnlijkheid van de uitvallengte. De maximale frequentie van de synchronisatieinformatie neemt evenwel af door de noodzaak de hoeveelheid aan de geregistreerde informatie toegevoegde extra signalen tot een minimum terug te brengen. Bij de hier beschouwde uitvoeringsvorm wordt de synchronisatieinformatie van 12 bits bij bena-30 dering elke 0,25 millisec herhaald.
Het is ook nodig de informatiefouten, welke een gevolg zijn van uitvallen, snel en ondubbelzinnig te detecteren. Bij het hier beschouwde voorbeeld wordt de foutdetectieinformatie met dezelfde frequentie van 0,25 ms als de synchronisatieinformatie herhaald.
35 De foutdetectieinformatie heeft hierbij de vorm van een cyclisch 790 8 0 65
— — c V
-9- « redundantiecontrolesymbool (CRCC) patroon, dat tot bijzonder goede foutdetectieeigenschappen leidt onder toevoeging van slechts 12 detectiebits voor elke 172 bits, welke moeten worden beveiligd.
Het stelsel is ingericht voor het verschaffen van een fout- 5 maskering en -verberging evenals foutcorrectieeigenschappen. De foutcorrectiemethode corrigeert steeds fouten in een informatie- trio wanneer deze fouten in een onderblok van het trio aanwezig zijn. Indien de fouten in twee onderblokken aanwezig zijn en het resterende goede onderblok van het trio audioinformatie bevat 10 waarvan steekproeven zijn genomen, worden de fouten op een zeer doeltreffende wijze gemaskeerd of verborgen door een interpolatie tussen de afwisselende informatiesteekproeven, die in het goede « onderblok aanwezig zijn. Dit wordt in het algemeen een interpola-tieverberging van de eerste orde genoemd. Wanneer beide onderblok-15 ken van een trio, welke audioinformatie waarvan steekproeven zijn genomen bevatten, fouten bezitten, -vindt : een verberging onder gebruik van infonnatievasthoudprocedures plaats, waarbij de waarde van de laatste goede informatiesteekproef wordt vastgehouden tot de volgende goede steekproef.. Dit wordt in het algemeen een inter-20 polatieverberging van de nulde orde genoemd. Een alternatief voor deze interpolatie van de nulde orde is een vasthouding tijdens___________ niet-gecorrigeerde fouten.
Bij de hier beschreven uitvoeringsvorm bedraagt slechts bij wijze van voorbeeld de steekproeffrequentie van het audiosig-25 naai 50 kHz. Het stelsel levert een woord van 16 bits voor het voorstellen van elke informatiesteekproef, waardoor de grondserie-audioinformatiefrequentie 800 kilobits per sec (kb/s) per kanaal bedraagt. Voor het verschaffen van een foutcorrectie bedraagt de extra toegevoerde informatie 50% van de grondinformatie en de 30 foutdetectie en synchronisatie vereist nogmaals 16% extra signalen.
De interblokspleetconfiguratie vereist voorts 8,7% extra, hetgeen leidt tot een totale informatiesnelheid per kanaal van 1,5 megabits per sec (mb/s).
Teneinde het mogelijk te maken een dergelijke informatie-35 snelheid bij normale mediumsnelheden van b.v. 75 cm/s mogelijk te 790 8 0 65 ƒ ' ·» -10- maken, verdeelt het. stelsel de audioinformatiestroom over twee banen, welke dan langs twee gescheiden sporen op het medium worden geregistreerd. Hierdoor kan men.gebruik maken van een registratie-snelheid van 75 cm/sec bij een acceptabele geregistreerde bitdicht-5 heid van 1 kb/mm, wanneer men de op dit moment beschikbare registratiemedia beschouwt.
Meer in het bijzonder toont bij het bespreken van'het digitale audiostelsel volgens de uitvinding en meer in het bijzonder het opwekken van deze audiosignalen, fig. 1 het elektrische proces, 10 dat gebruikt wordt· voor het tijdsgetrouw inleiden van het type basisaudioinformatie. Een analoog-digitaal omzetter (A/D)-omzetter, hetzij in de registratieinrichting, als weergegeven in fig. 6, hetzij als randapparatuur voor het stelsel, neemt van het binnenkomende audiosignaal elke 20 microsec steekproeven (50 kHz) en 15 wekt een binair getal van 16 bits op, dat elke steekproef voorstelt. Fig. IA stelt het continu opwekken van de binaire getallen van 16 bits voor, welke het achtereenvolgens bemonsterde audiosignaal voorstellen. Ter toelichting zijn de getallen achtereenvolgens genummerd van Si t/m S20, welke de eerste van een reeks van 20 steek-20 proeven voorstellen. De eerste steekproef Sl wordt in een oneven steekproef onderblok 0-1 van fig. 1B ondergebracht. De tweede steekproef, S2, wordt ondergebracht in het even informatieonderblok, E-l van fig. 1B.. Op een soortgelijke wijze wordt de steekproef S3 ondergebracht in een oneven onderblok 0-1, de steekproef S4 in 25 een even onderblok E-l, en het nemen van steekproeven duurt voort totdat alle 20 steekproeven zijn verdeeld over de oneven en even onderblokken 0-1 resp. E-l. Elke informatiesteekproef bevat 16 bits en elk onderblok bevat 10 steekproeven, waardoor derhalve elk onderblok 160 bits van gedigitaliseerde audioinformatie bevat.
30 Een derde onderblok, het pariteitsonderblok genoemd, en weergegeven in fig. 1C, wordt verkregen door de bits in het informatieonderblok 0-1 achtereenvolgens met die in het informatieonderblok E-l te vergelijken. Zo wordt b.v. de eerste bit in 0-1 vergeleken met de eerste bit in E-l. Zoals bekend, kunnen binaire bits _35 slechts twee waarden hebben, een "1" of een "0", waardoor indien 790 8 0 65 %' * -11- de beide bits, welke worden vergeleken, dezelfde waarde hebben, een "0” in de eerste bitpositie van het woord in het pariteitsonderblok P-l wordt gebracht. Indien de bits verschillende waarden hebben, wordt een "1” in de eerste bitpositie van het woord in het 5 pariteitsonderblok P-l gebracht.. Een dergelijk proces duurt op een bitpositie per bitpositiebasis voort totdat alle 16Q bits van audioinfonnatie zijn vergeleken en alle 160 posities in het pariteitsonderblok P-l zijn gevuld. Het resultaat is een onderblok-trio bestaande uit twee informatieonderblokken 0-1, Ξ-1 en een 10 pariteitsonderblok P-l.
De volgende 20 steekproeven, worden ook volgens een triocon-figuratie verdeeld, als aangegeven in de fign. 1A-1C, waarop 10 van de trio's dan worden gecombineerd voor het vormen van een enkel inf ormatieblok.
15 Ofschoon de pariteit boven wordt verkregen onder gebruik van een modulo-2-optelling, kan de pariteit ook worden verkregen door een optelling van het complement van 2. Derhalve worden twee woorden gesommeerd en wordt de 2-complementsom. gevormd d.w.z., dat een woord van 17 bits wordt gevormd, dat de 2-complementsom 20 van de twee woorden van 16 bits voorstelt. Daarna worden de meest significante 16 bits als pariteit geregistreerd. Bij het weergeven van de informatie· worden de bovenste 16 bits teruggewonnen en van de pariteit afgetrokken, waardoor de minst significante bit niet wordt afgenomen d.w.z., dat in het geval van een fout slechts de 25 eerste 15 bits van het ontbrekende informatiewoord worden teruggewonnen. Bovendien verkrijgt men op deze wijze een meer nauwkeurige maskeermethode dan onder gebruik van de modulo-2-optelling voor het verschaffen van een pariteit aangezien de pariteit kan worden gedeeld door twee teneinde een benadering van 15 bits in plaats 30 van een lineaire interpolatie te verkrijgen.
Zoals uit fig. 2 blijkt, worden de tien onderbloktrio's, waaruit een informatieblok is opgebouwd, over afwisselende regis-tratiemediumsporen, een spoor A, een spoor B verdeeld. De sporen liggen op een afstand van een spoorbreedte, teneinde er voor te 35 zorgen, dat bepaalde enkelvoudige uitvallen slechts een spoor van 790 80 65 r -12- het paar op een schadelijke wijze beïnvloeden.
Het spoor A bevat de oneven informatieonderblokken (0-1, 0-2, enz.) en het spoor B bevat de even informatieonderblokken (E-l, E-2, enz.}. Derhalve blijkt, dat de afwisselende steekproeven van 5 het audiosignaal, zoals bemonsterd volgens fig. 1, in afwisselende sporen van het registratiemedium worden geregistreerd.
Er wordt op gewezen, dat de pariteitsonderblokken tussen de sporen worden gedeeld, waarbij de oneven pariteitsonderblokken (P—1, P-3, P-5, P-7 en P-9) in het oneven spoor A worden geregis-10 treerd en de even pariteitsonderblokken (P-2, P-4, P-8 en P-10) in het even spoor B worden geregistreerd. Een dergelijke opbouw van pariteitsonderblokken verbetert de nauwkeurigheid van de foutcorrectie, zoals later meer uitvoerig zal worden toegelicht.
Het informatiéblok volgens fig. 2 toont ook het opnemen van 15 synchronisatie- en foutdetectieinformatie op bepaalde plaatsen binnen het blok en meer in het bijzonder op bepaalde plaatsen in elk onderblok. Zoals reeds is vermeld, is het mogelijk, dat wanneer een hoofduitval optreedt, het elektronische stelsel van de regis-tratieinrichting niet meer in synchronisme is met de signalen op 20 het registratiemedium. Het synchronisme moet zo spoedig mogelijk wordenr-hersteleHfceneinde-een eventueel verder verloren gaan van informatie tot een minimum terug te brengen. Teneinde deze snelle terugkeer te verzekeren, wordt bij het begin van elk onderblok een patroon van 12 bits geïntroduceerd, zoals op een geëxpandeerde 25 schaal bij de bepaalde onderblokken langs de onderzijde van fig.2 is aangegeven. Dit patroon is zeer bepaald en kan niet in de audio-, pariteits- of foutdetectieinformatie optreden. Bij wijze van voorbeeld kan een codeerschema worden gebruikt, waarbij het synchroni-satiepatroon bestaat uit een zelfklokkend, gelijkstroom-vrij 30 patroon van 7 bits, welke niet optreden in de informatie, waarbij een suffix van 5 bits aanwezig is om aan te geven welk onderblok wordt beschouwd. Een voorbeeld van een codeerschema, dat kan wor- 2 den toegepast, is de Miller-code van het kwadratische type (M ).
Het blijkt, dat een synchronisatiepatroon bij benadering elke 0,25 35 ms optreedt.
790 8 0 65 ï · -13-
Juist zoals het nodig is om na een uitval zo spoedig mogelijk een hersynchronisatie tot stand te brengen, is het ook nodig om de informatiefouten, die een gevolg zijn van uitvallen, snel en ondubbelzinnig te detecteren- Het is duidelijk, dat slechts na 5 detectie van een uitvalfout een dergelijke fout kan worden gecorrigeerd of verborgen. Derhalve wordt aan het eind van elk onderblok een foutdetectiesymbool van 12 bits toegevoerd, dat derhalve met dezelfde frequentie als het synchronisatiepatroon optreedt. Dit symbool heeft de vorm van een cyclisch redundantiecontrolesymbool 10 (CRCC), welk symbool men verkrijgt door de informatie in het onderblok door een binaire veelterm rekenkundig te delen. Meer in het bijzonder is de CRCC een code waarin de informatiestroom achtereenvolgens wordt verdeeld. cLw.z., dat de 160 bits van een onderblok door een gekozen veelterm onder- gebruik van een modulo-2 schema 15 worden gedeeld. Het getal wordt afgetrokken en naar rechts verschoven, opnieuw afgetrokken en opnieuw naar rechts geschoven. Dit leidt tot een rest, zoals bij een lange deling, welke rest als de CRCC-code wordt opgeslagen. Aangezien de veelterm, welke wordt gebruikt voor het vormen van het restsymbool bij ontvangst van de informatie 20 bekend is, kan de deling weer bij weergave worden uitgevoerd, waarop de controlesymbolen kunnen worden vergeleken voor het verschaffen van een foutdetectie. Indien de rest van deze deling~is~aange--------—---- past aan de rest, voorgesteld door de CRCC, is er een bijzonder grote waarschijnlijkheid, dat tijdens de weergave in hetzij de in-25 formatie hetzij de CRCC geen fouten aanwezig zijn. Indien de controlesymbolen niet hetzelfde zijn, is het bekend, dat in het blok van informatie een fout aanwezig is. Indien een foutsalvo optreedt en dit salvo een lengte heeft, welke kleiner is dan 12 bits, zullen de fouten onvoorwaardelijk worden gedetecteerd. Indien het 30 salvo precies een lengte van 12 bits heeft, is de waarschijnlijkheid, dat de fout niet wordt gedetecteerd, 1 op 2.048. Voor salvo's fouten, langer dan 12 bits, is de waarschijnlijkheid van niet-ge-detecteerde fouten 1 op 4.096. Derhalve blijkt, dat volgens het schema de grondbitfoutfrequentie van de registratieinrichting met 35 5.000 op 1 wordt verbeterd indien alle gedetecteerde fouten worden 790 8 0 65 . ' -14- * * gecorrigeerd.
Het informatieblok volgens fig. 2 omvat voorts een bepaalde blanco ruimte of interblokspleet (IBG) bij het begin van elteblokinformatie, welke spleet is gereserveerd voor het niet-5 registreren van informatie. Meer in het bijzonder bevat bij de hier beschreven uitvoeringsvormen de IBG. slechts overgangen, welke verband houden met klokextractie en scheidt de IBG de informatie in blokken teneinde het mogelijk te maken, dat de digitale audio-registratieinrichting de magnetische historie op- het registratie-10 medium tijdens de registratie, de opmaak enz., processen zonder het niet terugwinbaar vernietigen van de geregistreerde audioinformatie, binnentreedt en verlaat. De IBG kan worden gebruikt voor het toevoeren van totale blokinformatie, opmaakinformatie, enz.
De blok/onderblokconfiguratie van de inrichting volgens de 15 uitvinding, waarbij de. blokken door interblokspleten van elkaar zijn gescheiden, maakt een bepaalde weergeef/regist’ratiekopconfigu-ratie en bedrijfsmodus mogelijk, welke op zijn beurt leidt tot bepaalde voordelen, die zich niet voordoen bij de bekende audiore-' gistratie/weergeefinrichtingen. D.w.z., dat bij het hier beschre-20 ven digitale audiostelsel de weergeefkop zich eerst of stroomopwaarts op de band bevindt en de registratiekop ten opzichte daarvan op een afstand langs de band of stroomafwaarts ten opzichte van de weergeefkop bevindt. Meer in het bijzonder ligt de weergeefkop op een afstand van de registratiekop, welke gelijk is aan vijf 25 blokken d.w.z. 15 mm en is een vertragingsketen aanwezig, welke een vertraging bezit, die gelijk is aan de afstand tussen dè koppen. Door een dergelijke configuratie kan de informatie worden weergegeven en vervolgens worden geregistreerd op dezelfde plaats op de band zolang als de juiste afstand tussen de koppen bekend is. Op 30 een soortgelijke wijze maakt de configuratie het mogelijk, dat het stelsel bij het midden van de interblokspleet in de registratie-drager treedt en kan de lengte van de interblokspleet dynamisch worden gevarieerd om er zeker van te zijn, dat alle spleten dezelfde lengte hebben. Bovendien kan bij opmaak de magnetische historie 35 op het registratiemedium uit het medium worden weergegeven, behan- 790 8 0 65 e -15- deld, gecorrigeerd enz., en daarna op het medium worden vervangen door de registratiekop en wel op precies dezelfde plaats als die waarop de historie initieel werd geregistreerd. De in fig. 7-11 afgebeelde keten maakt een dynamische variatie van de vertragings— 5 afstand (tussen de koppen) mogelijk en wel zodanig, dat de weergegeven informatie - in een signaalkanaal op een wijze kan worden verwerkt, terwijl, de informatie in een ander signaalkanaal een ander type behandeling kan ondergaan..
Zoals uit fig. 2 blijkt, voorziet de inrichting in een mini-10 male afstand tussen de informatieonderblokken en de pariteitsonder-blokken, waardoor de- foutcorrectieeigenschappen van het stelsel worden verbeterd. Aangezien de meeste banduitvallen een lengte hebben van 0,25 mm of kleiner, bevinden de CRCC-codes, die zich aan zich het eind van elk onderblok bevinden,/op een afstand, van bij benade-15 ring 1,9 mm. Hierdoor kan het stelsel na een uitval snel herstellen, waardoor op zijn beurt een herstel van de informatie en synchronisatie mogelijk is. De pariteitsblokken dienen derhalve op een afstand van elkaar te liggen, welke groter is dan 0,25 mm en zij liggen bij de hier beschreven inrichting op een minimale afstand van 20 0,8 mm van de resp. informatie, welke zij beschermen. Door een der gelijke constructie worden de kansen van het overleven van uitvallen van catastrofaal type, welke b.v. kunnen optreden indien vingerafdrukken of vuil op de band aanwezig zijn, defekten bij de vervaardiging, enz., optimaal gemaakt. De snelheid van optreden van de 25 interblokspleten wordt ook zodanig gekozen, dat een synchronisatie bij elk van de televisienormen zoals NTSC, PAL, enz. mogelijk is.
De fign. 3A, 3B en 3C tonen de constructie van de informatie- en pariteitsonderblokken resp. de interblokspleet meer gedetailleerd. Het informatieonderblok volgens fig. 3A omvat 10 audio-30 steekproeven van elk 16 bits, en wordt voorafgegaan door de synchro-nisatiecode en gevolgd door het cyclische redundantiecontrolesym-bool. Het pariteitsonderblok volgens fig. 3B komt overeen met het informatieonderblok en omvat een pariteit voor 20 audiosteekproeven van twee informatieonderblokken, waarbij de combinatie van twee 35 informatieonderblokken en het bijbehorende pariteitsonderblok het 790 8 0 65 i
* * V
-16- { : trio bepaalt waarover reeds is gesproken.
De interblokspleet volgens fig. 3C scheidt de informatie- blokken en wordt gebruikt voor ingang en uitgang van de registra-tiedrager zonder dat de audioinformatie verloren gaat. De IBG 5 bevat ook het synchronisatiepatroon, voorafgaande aan de spleet, welke dit als een IBG identificeert, en het cyclische redundantie-controlesymbool voor foutdetectie na de spleet. De· IBG kan worden gebruikt voor het registreren van niet-kritische en in het algemeen zich herhalende informatie, zoals "tijdcode-, informatieblokiden— 10 tificatie- of opmaakinformatie."
Derhalve kan de IBG b.v. worden gebruikt, om elk. bepaald blok van informatie voor opmaakdoeleinden aan te duiden, waardoor een bepaling kan plaatsvinden in uren, minuten, seconden, rasters en daarna blokken. Hierdoor is. het mogelijk, dat het stelsel een bepaald 15 blok detecteert, waarop het stelsel binnen het blok kan aftellen en b.v. een opmaak. binnen het blok op een woord-voor-woordbasis kan uitvoeren.
Een dergelijke inrichting heeft het voordeel van niet-des— tructieve registratie, welke een onderdrukking van het signaal tij-20 dens perioden uitsluit, waarin een type opmaak is voltooid, terwijl tevens-een momëntahë informatieoverdracht mogelijk is. D.w.z., dat bij een overgang vanuit een steekproef naar de volgende steekproef het stelsel de volgende steekproef kan kiezen uit een bron, welke verschilt van de steekproefbron, welke normaliter wordt gebruikt.
25 Hieruit volgt derhalve, dat de grens van de resolutie ligt bij de steekproeffrequentie, welke bij de hier beschouwde configuratie 20 microsec bedraagt in tegenstelling met de vertragingstijden van de orde van enige millisec bij de bekende_digitale audioregistra-tieinrichtingen.
30 Opdat een professionele registratieinrichting acceptabel en praktisch is, moet het foutcorrectiemechanisme daarvan de typische informatieuitvallen overleven, die tijdens de weergave optreden. De hier beschreven inrichting is zodanig ontworpen, dat het grootste gedeelte van de uitvallen geen schade meer doet dan 35 een onderblok in een uit drie onderblokken bestaand trio.
790 8 0 65 t: * i -17- * Bovendien heeft de configuratie van de inrichting een kleine waar schijnlijkheid / dat meervoudige uitvallen meer dan twee onderblokken in het trio zullen storen.
Ter illustratie van de foutcorrectie- en verbergingsmethode 5 toont fig. 4 een vereenvoudigde configuratie met sporen A en B, waarbij de drie onderblokken van een trio over de magneetband zijn gedispergeerd en worden bepaald door twee infoxmatieonderblokken en een gedeeld pariteitsonderblok. Indien een uitval fouten in b.v. de 0-1 (oneven-1) en 0-2 (oneven-2) onderblokken van het trio ver-10 oorzaakt, worden de resp. even infozmatieonderblokken en het bijbehorende pariteitsonderblok van dit trio gebruikt voor het in absolute zin regenereren van de informatie, welke aanwezig was in de oneven infozmatieonderblokken 0-1 en 0-2. Zoals aangegeven door de pijlen, wordt derhalve een uitval· in het oneven informatie-15 onderblok 0-1 gecorrigeerd door gebruik te maken van de informatie die in het even informatieonderhlok E-l met het pariteitsonderblok P-l voor het verschaffen van een gereconstrueerd oneven informatie-onderblok 0-1. Op een soortgelijke wijze wordt een uitval in het 0-2 onderblok gecorrigeerd door gebruik te maken van de informatie 20 uit het even onderblok E-2 met het pariteitsonderblok P-2 voor het reconstrueren van het oneven informatieonderhlok 0-2. Een dergelijke correctiemethode geldt voor een zeer groot aantal foutverschijnsel len en leidt tot een volledige foutcorrectie.
Indien evenwel twee gescheiden uitvallen fouten in zowel 25 een informatie- als pariteitsonderblok van een trio veroorzaken nl. het informatieonderhlok E-5 en het pariteitsonderblok P-5, als aangegeven in fig. 5, worden de steekproeven in het resterende informatieonderhlok 0-5 gebruikt voor een interpolatie tussen de beste steekproeven teneinde de informatie E-5 te bepalen aangezien 30 er niet voldoende informatie beschikbaar is om het beschadigde informatieonderhlok volledig te reconstrueren. Het resultaat is een zeer goede benadering d.w.z. foutverberging, waarbij de verberging van de eerste orde is indien een interpolatie tussen naast elkaar gelegen steekproeven plaatsvindt en van de nulde orde is 35 indien de laatste goede steekproef wordt vastgehouden tot de vol- 790 8 0 65 * , * -18- gende goede steekproef. Luisterproeven met verberging van fouten, die representatief zijn voor dit type, hebben aangetoond, dat ervaren luisteraars het bijzonder lastig vinden een opzettelijk herhaalde interpolatieverberging te detecteren zelfs wanneer het op-5 treden daarvan nauwkeurig bekend is. Bovendien is omdat de informa-, tie in twee sporen is verdeeld, een continue lineaire interpolatie met de resterende steekproeven mogelijk, hetgeen neerkomt op een meer acceptabele situatie dan het volledig verloren gaan van een geheel audiokanaal.
10 Fig» 6 toont in blokschema een digitale processor 12, welke het verbeterde type volgens fig. 2 opwekt en terugwint en welke deel uitmaakt van het totale digitale audioregistratie/weergeef-stelsel. Bet analoge audiosignaal wordt aan de klem 14 en aan een ingangslijnversterker 16 toegevoerd, welke laatste in het algemeen.
• 15 van gebruikelijk type is, behalve wat betreft de eisen van een exceptioneel dynamisch gebied. Het uitgangssignaal van de lijnontvanger wordt toegevoerd aan een ingangsfilter 18, dat een laag doorlaat-filter met scherpe afsnijding is, waarbij de afsnijding bij de hoogste registreerfrequentie is gelegen. Het filter 18 belet het 20 opwekken van aliasprodukten wanneer van het audiosignaal steekproeven worden genomen. Het gefilterde audiosignaal wordt toegevoerd aan een steekproef/vasthoudnetwerk 20, dat van de analoge golrvorm bij het ingangsfilter steekproeven neemt en de steekproefwaarde van de audiogolfvorm verder constant houdt terwijl een A/D-omzet-25 ter 22 deze waarde in een digitaal woord omzet. Het uitgangssignaal van de A/D omzetter 22 is meer in het bijzonder in parallelvorm, waarbij de bits, waaruit het binaire woord is opgebouwd, simultaan beschikbaar zijn. Na elk steekproefinterval verandert dit parallelle binaire woord om de waarde van de volgende steekproef voor te stel-30 len.
De digitale steekproefwoorden worden dan toegevoerd aan een omzetinrichting 24 van de digitale processor 12, welke het parallelle binaire woord omzet in een serie NRZ-informatiestroom voor registratie op het magnetische registratiemedium. De inrich-35 ting 24 dient voorts om andere typen informatie aan de seriebit- 790 8 0 65 —19— * 1 stroom toe te voeren, zoals bij de ingangslijn 26 is aangegeven.
Deze extra informatie bestaat uit de bitpatronen voor synchronisatie en onderblokidentificatie, de cyclische redundantiecontrole-symbolen en de foutcorrectiecodes of pariteitsymbolen, welke boven , 5 reeds zijn besproken.
Bovendien omvat de inrichting 24 een kanaalcodeerinrich- ting 28, welke het ontbreken van de gelijkstroomresponsie van de NKZ-informatie compenseert indien deze direkt op een medium werd geregistreerd en wel door de NRZ-informatie te coderen in een vorm, 10 waarbij de gelijkstroomresponsie minimaal is of in het geheel niet aanwezig is. en een spectraal inhoud heeft, welke is aangepast aan het registratiekanaal. Het codeerschema kan slechts bij wijze 2 van voorbeeld de kwadratische (M ) Miller-code zijn of een andere soortgelijke code, welke zelfklckkend is en gelijkstroomvrij is.
15 De uitgang van de codeerinrichting 28 is direkt verbonden met een registratiekoppelinrichting 30, die de registratieversterker en -aandrijf inrichting voor het registreren van de digitale informatie op een registratiemedium 29 via de registratiekop of -koppen 31 omvat.
20 Zoals aangegeven in fig. 6 .wekt een regelaar 29 verschil lende gespecialiseerde pulsen en golfvormen op, welke nodig zijn om de inrichting 24 en de codeerinrichting 28 te besturen, zoals later zal worden toegelicht.
In het weergeefgedeelte van het digitale audiostelsel wordt 25 het signaal uit de weergeefkop of -koppen 33 uit het registratiemedium 29 toegevoerd aan een brede-bandvoorversterker met geringe ruis en van daaruit aan een weergeefegalisator, die beide een weer-geefkoppelinrichting 32 vormen. Zoals reeds is vermeld, bevindt de weergeefkop zich stroomafwaarts ten opzichte van de registratiekop 30 31 over een bepaalde afstand, welke hier gelijk is aan 15 mm of 5 blokken bij dit type. De egalisator van de koppelinrichting 32 stelt de amplitude en fazeresponsie zodanig in, dat nuldoorgangen in de golfvorm van het weergegeven binaire signaal dicht overeenkomen met de nuldoorgangen in de golfvorm, welke was geregistreerd.
790 8 0 65
Sf \ ___
Het uitgangssignaal van de koppelinrichting 32 wordt toegevoerd aan een bitsynchronisatie/begrenzingsinrichting 34, welke een compatibele digitale TTL-informatiegolfvorm opwekt, welke overeenkomt met de gecodeerde op het medium geregistreerde NRZ-informatie 5 en onttrekt de informatieklokfrequentie uit de weergegeven digitale informatie. Dit is dezelfde klokfrequentie als die, welke oorspronkelijk werd gebruikt voor het opwekken van de kanaalcode.
De begrenzer begrenst de positieve en negatieve spanningsexcursies van de weergegeven informatie.
10 Het uitgangssignaal van de bitsynchronisatie/begrenzings- inrichting 34 omvat de weergegeven digitale informatie en de klok-informatie. Deze worden gelijktijdig toegevoerd aan een kanaaldeco-deerinrichting 36. van de digitale processor 12, welke de NRZ-infor-matie decodeert en deze toevoert aan een oravorm/TBC/foutdetector/ 15 correctieinrichting 38, welke eveneens deel uitmaakt van de digitale processor 12.
De functie van dit amvormgedeelte van het blok 38 is het scheiden van de binaire basisaudioinformatie van de extra informatie, hetgeen in hoofdzaak een proces van serie-in-parallel omzet-20 ting is. De tijdbasiscorrectieschakeling heft langs elektronische __weg_l!wow!,-n.-en-"flutt er " -componenten op door de tempering van elke weergeefsteekproef te corrigeren en dient tevens om alle kanalen van een registratieinrichting uit te lijnen teneinde een fazecon-gruiteit van kanaal tot kanaal te verzekeren. Een uitgangssignaal 25 van de omvorminrichting is de oorspronkelijke binaire audioinforma-tie en een ander uitgangssignaal is de extra informatie, die in het foutdetector- en correctiegedeelte van hetzelfde blok 38 wordt gebruikt. In de foutdetector worden de grondaudioinformatie en extra informatie geanalyseerd om te bepalen of een fout aanwezig is ge-30 weest. Indien er een fout in de audioinformatie aanwezig is, wordt de correctieinformatie gebruikt om de fout te corrigeren. Het uitgangssignaal van de foutdetector- en correctieinrichting is een reeks parallelle binaire woorden (van 16 bits), die foutvrij dienen te zijn en een replica van de informatie zijn, welke door de A/D 35 omzetter 22 werd opgewekt.
790 8 0 65 • * Λ -21-
Zoals aangegeven in fig. 6, wekt een uitleesadresketen 39 adresbesturingssignalen op, welke nodig zijn om het uitlezen van de informatie uit een uitgangsgeheugen van de inrichting 38 te besturen, zoals later zal worden beschreven.
5 Het uitgangssignaal van een inrichting 38 wordt toegevoerd aan een D/A omzetter 40, die de binaire woorden in sequentiele analoge spanningsniveaus ontzet- Een uitgangssteekproef- en vasthoud-keten (niet afgebeeld} van de omzetter 40 houdt de spanningsniveaus tijdens elke steekproefperiode constant om instelvariaties in de 10 omzetter 40 te elimineren. Het uitgangssignaal van de omzetter 40 ' wordt toegevoerd aan een uitgangslaagdoorlaatfilter 42, dat de -steekproef frequentie en de zijbanden daarvan, welke als beelden van het audiosignaal. optreden., verwijdert. Een analoog uitgangs— audiosignaal wordt op een uitgangsklem 46 opgewekt via een uit-15 gangslijnversterker 44, welke eveneens een bijzonder groot dynamisch gebied vereist.
In fig. 7 is meer gedetailleerd de digitale processor 12 volgens fig. 6 weergegeven, waarin het verbeterde signaaltype van b.v. fig. 2 wordt opgewekt en teruggewonnen. De inrichting 28, welke 20 wordt gebruikt bij het registreren, opmaken enz. vindt men bij de bovenste helft van het blad van fig. 7, terwijl de inrichting 38 voor het weergeefproces in de onderste helft daarvan is weergegeven. ~
De parallelle informatiewoorden uit de omzetter 22 volgens fig. 6 worden via een bidirectionele lijn 50 toegevoerd aan een ingangs-'25 grendel/parallel-serieomzetter 52, die de informatiestroom uit een parallelle in een serieinformatiestroom met een grotere informatie-frequentie omzet. Het blok 52 voorziet ook in een variabele vertraging in responsie op een registratievertragingsgeheugen 54 om de afstand tussen de weergeef- en registratiekoppen te compenseren, 30 plus eventuele opmaakvertragingen, die in de digitale informatie-lus kunnen worden geïntroduceerd. De digitale lus omvat het registratiemedium 29, de weergeef- en registratiekoppen 31, 33, de digitale processor 12 en de bidirectionele informatielijn 50 (zie ook fig. 6). Het registratievertragingsgeheugen 54 kan der-35 halve worden bestuurd via een variabel opmaakvertragingsbesturings- 790 80 65 0 i.
-22- ingangssignaal op de lijn 56. Indien derhalve b.v. het digitale informatiesignaal moet worden, weergegeven uit en opnieuw moet worden geregistreerd in het registratiemedium bij het. uitvoeren van een opmaak-, correctie- enz. proces treden tijdens, de behandeling 5 van de informatie-tijdvertragingen op, welke vertragingen worden opgevangen door het geheugen 54 in responsie op de variabele op-maakvertraging op de lijn 56. Laatstgenoemd vertragingsingangs-signaal is van buitenaf toegankelijk en wordt opgewekt door een regelaar 29, welke later onder verwijzing naar fig. 9A, 9B nader 10 zal worden beschreven.
De selectief vertraagde serieinformatiestroom, welke over een oneven informatiekanaal en een even informatiekanaal is verdeeld, als aangegeven door*de resp. lijnen 58, 60, wordt toegevoerd aan een geheugen/pariteitsgenerator 62, welke het signaal 15 volgens fig. 2 opwekt, in responsie op een besturingsingangssignaal op de lijn 64, dat eveneens uit de regelaar 29 wordt toegevoerd. Wanneer de serieinformatiestroom in het geheugen wordt gebracht, worden de pariteitssymbolen bit-voor-bit opgewekt uit een oneven en even paar informatiewoorden en tezamen met de audioinformatie 20 via het geheugen geïntroduceerd. Het besturingsingangssignaal op lijn 64 bestuurt de plaats van binnenkomende informatie in het geheugen en bestuurt tevens de plaats van de wijzer om de informatie uit het geheugen af te voeren. De informatie en de pariteit worden dan toegevoerd aan een CROC generator/introductieinrichting 66, 25 welke de CRCC-code bij het eind van elke IBG en onderblok van in-' formatie en pariteit, als aangegeven in fig. 2, opwekt en introduceert in responsie op stuursignalen via een ingang 67. De informatiestroom wordt dan op oneven en even kanalen toegevoerd aan een kanaalcodeer/synchronisatieidentificatie/introductieinrichting 68.
30 De informatiestroom wordt gecodeerd, waarbij hier b.v. gebruik wordt gemaakt van de eerder genoemde zelfklokkende gelijkstroom-vrije code en de synchronisatiecode wordt in de onderblokken geïntroduceerd in responsie op stuursignalen via een ingang 69.
De informatiestroom wordt dan tezamen met de synchronisatieinfor-35 matie aan oneven en even kanalen, variabele IBG vertragingsinrich- 790 8 0 65 « * _____ tingen 70, 72 toegevoerd. Laatstgenoemde vertragingsinrichtingen bezitten zeer kleine variabele vertragingen, welke rekening houden met de variërende lengten van de tussenblokspleet, veroorzaakt door mechanische toleranties, temperatuur, tijd, vochtigheid enz., welke 5 veroorzaken dat de mediumlengte varieert terwijl de afstand tussen de koppen bij benadering constant blijft. De IBG-vertragingsinrichtingen 70 , 72 maken het mogelijk, dat het stelsel registreert zo dicht mogelijk bij het midden van een theoretisch ideale interblokspleet, terwijl rekening wordt gehouden met veranderingen in de interblokspleet 10 uit het registratiemedium, welke worden veroorzaakt door een registratie op plaatsen, welke verschillen van het optimale midden.
D.w.z., dat een vergelijking van de IBG buiten het medium plaatsvindt met de ideale IBG, die door de regelaar 29 wordt opgewekt, de waardoor fouten in/lengte of positie van de werkelijke IBG in. de 15 variabele IBG vertragingsinrichtingen 70, 72 via de variabele ver-tragingsregelaars 74, 76 worden ingesteld. De vertragingen worden opgewekt in responsie op een standaardvertragingsingangssignaal op de lijn 78 en een paar variabele IBG-foutsignalen op de resp. oneven en even lijnen 80, 82. Derhalve wordt de IBG steeds met een nauwkeu-20 rig vooraf gekozen lengte en een afstand geregistreerd. Het standaard-vertragingsingangssignaal op de lijn 78 wordt opgewekt door een regelaar 29, waarbij de standaardvertraging overeenkomt met de constante bekende afstand tussen de weergeef- en registratiekoppen b.v. 15 mm.
Derhalve worden de bij de oneven en even kanalen behorende variabele 25 IBG vertragingsinrichtingen 70 en 72 bestuurd door zowel een constante teller, die in de regelaar 29 van het stelsel loopt als door een teller, welke wordt bestuurd door de bandinformatie en meer in het bijzonder door een vliegwiel/besturingsbron van het omvormgedeelte van het stelsel, welke later zal worden beschreven.
30 De gecodeerde digitale audioinformatieuitgangsstroom wordt in oneven en even RF-kanalen op de resp. lijnen 84, 86 geleverd bij een frequentie van b.v. 750 kb/s bij een kanaalbandbreedte van 375 kHz. De informatiestroom en de extra signalen worden in het registratiemedium 29 via de koppelinrichting 30 en de kop of koppen 31 35 (fig. 6) volgens het type van fig. 2 geregistreerd.
t 790 80 65
* V
. ^ - ~ : .
' l
Tijdens het weergeven wordt de digitale audioinformatie uit het registratiemedium afgenomen via de weergeefkop of koppen 33· en de koppelinrichting 32 volgens fig. 6. De bitsynchronisatie/ begrenzingsinrichting 34 onttrekt de klokinformatie uit de weer-5 gegeven digitale informatie en levert de teruggewonnen informatie aan de oneven en even kanalen op de lijnen 88, 90. Het af genomen kloksignaal wordt in oneven en even kanalen geïntroduceerd via de resp. lijnen 92, 94. Bovendien wordt een RF-validiteitssignaal aan de oneven en even kanalen toegevoerd via de resp. lijnen 96, 98 10'; en wel vanuit een uitwendige bron b.v. een niet af geheelde koppelinrichting, waarbij het validiteitssignaal een eerste niveau van foutdetectie vormt, dat verkregen wordt door de RF-weergeefsignaal omhullende waar te nemen.
Teneinde een omschrijving van de schakeling te vereenvou— 15 digen is het even-kanaalgedeelte van de schakeling in blokschema weergegeven, terwijl het oneven kanaal slechts is weergegeven als een enkele gestippelde rechthoek 110 aangezien deze overeenkomt met die van het even kanaal.
Ten aanzien van het even kanaal wordt de teruggewonnen RF-20 informatie door de lijn 90 aan de kanaaldecodeerinrichting/synchro- _______ nisatiedetector 100 toegevoerd tezamen met het even kloksignaal op de lijn 94. Het even kloksignaal wordt ook aan een vliegwiel/bestu-ringsbron 102 toegevoerd tezamen met het bijbehorende RF-validiteits-signaal-op de lijn 98. Laatstgenoemd signaal wordt ook toegevoerd 25 aan een CRCC afneem/validiteitscollectorinrichting 104, welke tevens het uitgangssignaal uit de detector 100 ontvangt. Het kanaal-decodeergedeelte van de rechthoek 100 decodeert de teruggewonnen digitale informatie in responsie op het kloksignaal op de lijn 94, terwijl het synchronisatiedetectorgedeelte daarvan de synchronisa-30 tiecode bij het begin van elk onderblok detecteert en afscheidt.
De gedecodeerde informatie wordt aan de rechthoek 104 toegevoerd voor CRCC-extractie en validiteitsdetectie. De synchronisatieinfor-matie wordt toegevoerd aan een locaal vliegwiel, dat later zal worden beschreven.
790 8 0 65 -25-
De vliegwiel/besturingsbron 102 omvat in wezen een reeks tellers, die het even kloksignaal ontvangen en daaruit stuurfuncties afleiden, welke met hun regelmatige snelheid optreden, die gebaseerd is op het binnenkomende kloksignaal. Hierdoor verkrijgt men een in-5 dicatie van de registratiemediumplaats, waardoor in het geval, dat een. fout is opgetreden, het stelsel met de regelmatige snelheid blijft werken teneinde het mogelijk te maken, dat dit tot de synchrone werking terugkeert. De vliegwiel/besturingsbron 102 levert het even IBG-foutsignaal, dat boven is genoemd, op de lijn 82 aan de even variabe-10 ie vertragingsbesturingsinrichting 76 en levert ook stuursignalen op de lijnen 106/116 om later te worden gebruikt, zoals hieronder zal worden toegelicht.
De collectororganen 104 onttrekken de CRCC-code uit de gedecodeerde digitale informatie, voeren een vergelijking uit met de 15 uit het medium teruggewonnen geregistreerde CRCC-code en verzamelen alle validiteitsinformatie voor het verschaffen van een hoofd-validiteit, bestaande uit CRCC-fouten, RF-validiteitsfouten, fouten, gedetecteerd door de kanaalcodeerinrichting, of de detectie van in het geheel geen signaal.
____ 20 __________De informatie en de pariteitsinformatie worden vanuit het blok 106 toegevoerd aan een even kanaalinformatie/pariteitsopzamel-inrichting 108, welke een kleine hoeveelheid informatie/pariteits-opslag verschaft om het mogelijk te maken, dat tussen de twee sporen van binnenkomende informatie een tijdbasiscorrectie wordt verkregen.
25 Hierdoor wordt een eventuele verschuiving gecorrigeerd, welke ^tussen de twee sporen kan optreden teneinde deze weer in synchronisme te brengen. De opzamelinrichting 108 wordt geklokt in responsie op een ingangssignaal uit de vliegwiel/besturingsbron 102 via de lijn 106. De gesynchroniseerde sporen kunnen dan worden toegevoerd 30 aan een enkel groot geheugen (via een lijn 111) in plaats van dat voor elk informatiekanaal gescheiden grote geheugens aanwezig zijn.
Zoals reeds is vermeld, ontvangt het oneven kanaal de teruggewonnen oneven RF-informatie op de lijn 88, het oneven kloksignaal op de lijn 92 en het bijbehorende RF-validiteitssignaal op de lijn 35 96, waarbij het blok 110 een oneven kanaal van de componenten 100', 790 8 0 65 -26- ! 102', 104', 106’ en. 108' voorstelt, resp. overeenkomende met de ; even kanaalcomponenten 100, 102, 104, 106 en 108. Derhalve voorziet het blok 110 in het oneven kanaal equivalent van het. IBG-foutsig-naal op de lijn 80-, het uitgangssignaal uit de CECC-afneem/validi-; 5 teitsopzamelorganen 104' voor het oneven kanaal op een lijn 112, een uitgangssignaal uit de informatie/pariteitsopzamelinrichting i a 108' voor een. oneven kanaal op een lijn 114, en een uitgangssignaal uit de vliegwiel/besturingsbron 102' voor het oneven kanaal, dat de resp. oneven informatie/pariteitsopzamelinrichting 108' bestuurt.
, 10 Het in de collectororganen 104, 104' geaccumuleerde hoofd— validiteitssignaal in zowel het even als oneven kanaal wordt via de lijnen 113, 114 toegevoerd aan slechte-validiteitsdecodeer/pariteits-kiesorganen 118 tezamen met het stuursignaal uit de vliegwiél/bestu-ringsbron 102 op de lijn 116. De organen 118 wekken informatie op, 15 die de plaats van het registratiemedium 29 fixeert als functie van de. uit het medium afkomstige synchronisatieinformatie. De organen 118 decoderen de informatie en stellen een vlag in om te worden gebruikt wanneer hét stelsel het volgende synchronisatiesignaal ontvangt, overeenkomende met de pariteit, welke is opgeslagen, en 20 slaan de pariteit op tot het moment waarop de pariteit nodig is om- fouten in de informatie te corrigeren.
De stuursignalen uit de organen 118 worden toegevoerd aan een pariteitsregelaar 120, die de ID-synchronisatieinformatie uit de bronnen 102, 102' vergelijkt en de pariteitgroep bepaalt, welke 25 nodig is om eventuele informatiefouten te corrigeren. De regelaar 120 is gekoppeld met een grote pariteitsopslaginrichting 122 waarin de pariteit van de opzamelinrichtingen 108, 108' van de even en oneven kanalen via de lijnen 111, 112 wordt ingebracht doch slechts indien is vastgesteld, dat in de resp.- informatie een fout heeft 30 plaatsgevonden. De pariteiten worden in de opslaginrichting 122 opgeslagen totdat zij nodig zijn voor een daarop volgende foutcorrectie.
Ondertussen wordt de informatie uit de opzamelinrichtingen 108, 108' via lijnen 111, 112 toegevoerd aan een groot uitgangsge-35 heugen 124, dat alle informatie van b.v. twee informatieblokken op- 790 8 0 65 €- Mr -27- slaat. De pariteit wordt opgeslagen in een afzonderlijke opzamel-inrichting nl. de pariteitsopzamelinrichting 122 teneinde het gemak van het invoeren en uitvoeren van de pariteitsgroep te verbeteren, aangezien de pariteit slechts op dat moment nodig is waarop 5 correcties in de informatie moeten worden uitgevoerd. Aangezien de informatie eerst in de vorm volgens fig. 2 optreedt, bepaalt het stelsel of het al dan niet nodig is de pariteitinformatie uit de opzamelinrichting 122 terug te winnen voordat de betreffende informatie wordt ontvangen..
10 De oneven en even informatiekanalen worden in het uitgangs- geheugen 124 opnieuw gecombineerd en de informatie daaruit en, wanneer nodig, de pariteit uit de pariteitsopzamelinrichting 122 worden in responsie op een adresregelaar 128 en de pariteitsregelaar 120 toegevoerd aan een serie-parallelomzetter/foutcorrectieinrich-15 ting 126. De adresregelaar 128 reageert op zijn beurt op een in het geheugen te registreren adrescommando uit de bron 102, toegevoerd via de lijn 131 en reageert verder tijdens de af voer op een uitlees-adressignaal uit de uitleesadresketen 39 (fig. 6 en 11) op de lijn 130 tijdens het weergeefproces. De organen 126 leveren een uit-20 gangssignaal, dat overeenkomt met de parallelle informatiewoorden, welke oorspronkelijk zijn ontvangen door de ingangsgrendel/parallel-*------- seriecmzetter 52, op dezelfde bidirectionele lijn 50. Derhalve kan wanneer het stelsel b.v. in de opmaakmodus verkeert, informatie op het registratiemedium worden weergegeven, behandeld, gecorrigeerd 25 of op een andere wijze worden opgemaakt en daarna op het medium op precies de initiële positie daarvan in het medium worden vervangen, terwijl de informatie in het digitale domein wordt onderhouden onder gebruik van de digitale informatielus, welke reeds eerder onder verwijzing naar fig. 6 is besproken.
30 Fig. 8a, 8b, 8c en 8d tonen schematisch een uitvoerings vorm van de in fig. 7 in blokschema aangegeven typeketen, waarbij overeenkomstige componenten tussen de twee figuren van dezelfde verwijzingen zijn voorzien.
In fig.8a is de variabele opmaakvertragingsingang 56 slechts 790 8 0 65 <; -28- *’ % bij wijzenvan voorbeeld weergegeven- als zijnde gevoed, via een ring-teller .132 .en schakelorganen 134> -dieltezamen de bepaalde vertraging ..ver schaffen, overeenkomende met-de afstand waarover de weergeef-en registratiekoppen langs het registratiemedium van. elkaar zijn gescheiden. 5 De schakelorganen 134 leveren -het ingangssignaal aan de ringteller, ; welke door de toestanden daarvan telt en de waarde levert, welke bij het. bereiken van de volle toestand wordt geïntroduceerd. Bij een alternatief waaraan de voorkeur wordt gegeven, is de variabele opmaakvertragingsbesturingsingang 56 gekoppeld met een uitwendige 10 lijn teneinde het mogelijk te maken, dat de variabele tempering van een uitwendige opmaakprocessen wordt uitgevoerd, via/niet afgebeelde uitwendige opmaakinrichting.
Het registratievertragingsgeheugên 54 omvat een reeks geheugens 136, die met de ingang 56 zijn gekoppeld. De ringtellers 132 15 en de geheugens 136 worden via een multivibrator 138 geklokt in responsie op een klokwerking via een lijn 140, die zich naar de regelaar 29 van fig. 9A uitstrekt..
De ingang 50 omvat de bidirectionele digitale informatielijn met 16 bits welke zich vanuit de omzetters 22 van b.v. de keten 20 volgens fig. 6 uitstrekt. De lijn 50 is verder gekoppeld met de bidirectionele uitgangslijn van de omvorminrichting volgens fig. 10A-10G voor het verschaffen van een gemeenschappelijke lijn, die via andere uitwendige ketens zoals b.v. andere audiokanalen kan worden bestuurd, waardoor informatie uit verschillende kanalen kan worden 25 geïntroduceerd, overgedragen enz. Ergo vervult de lijn 50 de functie van een "patchbay” teneinde een kruispuntomschakeling en derhalve verschillende meng-, opmaak-, enz. werkingen mogelijk te maken, die gewoonlijk bij het verwerken van audiosignalen worden toegepast.
De audio-steekproeven van 16 bits worden toegevoerd aan ingangs-30 grendelinrichtingen 142 van de omzetter 52 waarvan de uitgangssignalen op hun beurt aan de D-ingangen van de geheugens 1.36 en aan de parallelle ingangsklemmen van een reeks parallel-serieomzetters 144 worden toegevoerd. Derhalve maken de grendelinrichtingen 142 een opslaan van een digitaal woord, overeenkomende met een digitale steek-35 proef, in de geheugens 136 mogelijk en op een later tijdstip het uit- 790 8 0 65 » -29- lezen van het opgeslagen digitale woord uit de geheugens 136 en het parallel toevoeren aan een van twee paren omzetters. 144.. Derhalve worden afwisselende digitale woorden, die door de grendelinrichting 142 worden ontvangen, later in afwisselende paren omzetinrichtingen 5 144 gebracht teneinde oneven en even kanalen van digitale woorden te verschaffen. Derhalve levert de omzetter 52 opeenvolgende digitale woorden op afwisselende even en oneven informatielijnen 60 resp. 58. De grendelinrichtingen 142 worden geklokt via een lijn 146 van 6 MHz uit een niet afgebeelde hoofdklokgenerator en een FROM 148, welke 10· met. uitwendige organen is gekoppeld om de verschillende audiosignaal-verwerkingsprocessenuit te voeren. De omzetters 144 worden afwisselend gevoed via NEN-poorten en de ingang 150 uit de regelaar 29 van fig. 9A.
. De oneven en even informatiewoorden worden in serie opgesla- 15 gen in een paar geheugens 152 , welke het omzetgeheugengedeelte van de organen 62 omvatten. Bovendien wordt voor elk informatiewoord een een bit-voor-bitpariteit via/exclusieve OF-poort 154 verschaft en deze wordt tevens tezamen met het resp. paar oneven en even informatiewoorden, overeenkomende met het pariteitswoord, opgeslagen. De ge-2Q heugens 152 worden via de ingang 64 in de regelaar 29 bestuurd.
De oneven informatie, de even informatie en de bijbehorende pariteit in de geheugens 152 worden in responsie op ingangssignalen uit de regelaar 29 op de lijnen 159 (fig. 9A, 9B) via een kanaalkies-schakelaar 158 aan uitgangsschuifregisters 156 toegevoerd. In res-25 ponsie op kanaalkiescommando's op de lijnen 160 wordt de even informatie aan een even schuif register, de oneven informatie aan een oneven schuifregister toegevoerd, waarbij de pariteit tussen de twee schuifregisters overeenkomstig het type volgens fig. 2 wordt verdeeld. De informatie en de pariteit worden dan via de kiesschakelaar 30 162 en de ingang 163 toegevoerd aan een paar resp. cyclische CRCC- controlesymboolgeneratoren 164. De CRCC-generatoren zijn gekoppeld met een multiplexinrichting 165, waardoor de CRCC-codes bij de uiteinden van de informatie- en pariteitsonderblokken worden opgeteld in responsie op ingangssignalen op de lijnen 67 uit de regelaar 29.
35 Zoals uit fig. 8C blijkt, worden de aan een multiplexwerking 790 80 65 -30- onderworpen informatie- en pariteitsonderblokken toegevoerd aan schakelorganen 166, welke een keuze uitvoeren tussen de informatiestromen en de pariteit. De informatiestroom is voorgesteld als , en welke, de bits zijn, die overeenkomstig de- regels van een 5 gelijkstroomvrije zelfklokkende code aan de uitgangen van de beide schakelaars 166. in. de oneven en even kanalen moeten worden gecodeerd.
De te coderen informatiebits worden aan oneven en even informatie-kies/multiplexinrichtingen 168 toegevoerd, die in responsie op de lijnen 69 de laatste vier (van de laatste vijf) bits van de ,10 synchronisatieinformatie van 12 bits, geïntroduceerd aan het begin van elk onderblok, introduceren en elk onderblok identificeren.
De even en oneven informatie, met CRCC en de ID, welke is geïntroduceerd, worden toegevoerd aan resp. PROMS., die tezamen met daarop volgende grendelinrichtingen kanaalcodeerinrichtingen· 170 van de « .
15 inrichting 68 vormen. De codeerinrichtingen 170 ontvangen ook stuursignalen via lijnen 69, welke het de PROMS mogelijk maken de ingangs-informatiestroom als hetzij informatie, welke de synchronisatie betreft, hetzij te coderen informatie te onderscheiden. De PROMS voorzien in een klokwerking indien de informatie betrekking heeft op de 20 synchronisatie, waarbij zij via een reeks toestanden—worden-geklokt.......
teneinde een reeks uitgangspulsen op te wekken, overeenkomende met de eerste zeven bits van de synchronisatieinformatie, die tezamen met de laatste ID van 5 bits dan bij het begin van de informatie-en pariteitsonderblokken worden geïntroduceerd. Bij de ontvangst 25 van digitale informatie, coderen de PROMS 170 de informatiebits als bepaald door de bepaalde gebruikte code, welke een gelijkstroomvrije, zelfklokkende type code is, zoals reeds is vermeld. De informatiestromen en van even en oneven kanalen liggen in het gecodeerde domein, waarbij het begin van een celovergang en B^ 30 een middencelovergang van de bepaalde gebruikte codevorm voorstelt.
De gecodeerde informatie wordt aan resp. oneven en even variabele IBG-vertragingsinrichtingen 70, 72 toegevoerd, welke voorzien in organen om het registratieinvoerpunt precies in het midden van een theoretische tussenblokspleet (IBG) te houden. Zoals aange— 35 geven in fig. 8D zijn de variabele IBG-vertragingsinrichtingen 70, 790 8 0 65 -31- 72 gekoppeld met resp. variabele vertragingsbesturingsorganen 74, 76. De organen 74 komen overeen met de organen 76 en derhalve zijn dè eerste in fig. 8D met. een stippellijn aangegeven. De besturing van de variabele IBG-vertragingsinrichtingen 70, 72 geschiedt door 5 het paar ingangsvertragingssignalen nl. de oneven en even IBG-fout-signalen op de lijnen 80, 82 evenals- door- het standaardvertragings-signaal op de lijn 78. Het laatstgenoemde vertragingsingangssignaal op de lijn 78 is afkomstig uit de regelaar volgens fig. 9B en veroorzaakt een vertraging, welke wordt opgeteld bij de vertraging, die 10 zich tijdens de weergave voordoet bij de decodeer-, omvorm-, TBC- en foutcorrectieprocessen, een en ander zodanig, dat de totale vertraging gelijk is aan de vaste bekende afstand tussen de weergeef- en registratiekoppen langs het registratiemedium. De IBG-foutsignalen op de lijnen 80, 82 zijn afkomstig uit de even en oneven hoofdvlieg-15 wiel/besturingsbronnen 102, 102' en vormen even en oneven vertragings-foutsignalen, welke overeenkomen met kleine variaties in de constante vertraging, welke worden veroorzaakt door temperatuur-, vochtigheids-, mechanische, enz. toestanden, welke leiden tot registratiemedium-lengtevariaties in de afstand tussen de koppen, en omvatten ook een 20 even en oneven kloksignaal uit de bronnen 102, 102'. Het IBG-synchro- nisatiesignaal uit het registratiemedium via de ketens volgens--fig--------- 10B wordt met een referentiesignaal via op/aftelorganen 172 en een vergelijkingsketen 174 vergeleken, waarbij het referentiesignaal uit de regelaar 29 van fig. 9B over de lijn 78 wordt toegevoerd.
- 25 Het resulterende foutsignaal heeft de vorm van een digitaal woord, dat overeenkomt met een aantal foutbits tussen het synchronisatie-signaal uit het medium en het referentiesignaal. Het digitale fout-woord veroorzaakt een verschuiving in de variabele IBG-besturings-organen via optelinrichtingen 176 van 4 bits en een multiplexscha-30 kelaar 178, die op zijn beurt de overeenkomstige vertraging in de variabele IBG-vertragingsinrichtingen 70, 72 veroorzaakt teneinde er voor te zorgen, dat de registratiekop de informatie op het registratiemedium bij het theoretisch volmaakte midden van de IBG binnentreedt. D.w.z., dat indien de IBG te lang is, de vertragings-35 inrichtingen 70, 72 veroorzaken, dat het stelsel het registratiepro- 790 80 65 * ? -32- ces vroeger begint, waarbij een aantal klokpulsen., equivalent aan de fout, wordt geëlimineerd, terwijl indien de IBG te kort is, het registratieproces later zal worden begonnen, doordat daaraan enige klokpulsen worden toegevoerd, teneinde te voorzien in IBG's 5 met een voorafbepaalde lengte b.v. bij het hier beschouwde voorbeeld 216 bits.
Ofschoon slechts de variabele vertragingsbesturingsorganen 76 voor het even kanaal schematisch zijn aangegeven, komen de variabele vertragingsbesturingsorganen 74 voor het oneven, kanaal daar- 10 mede overeen en zijn deze integraal met de variabele IBG-vertragings-inrichting 70 gekoppeld, zoals boven is toegelicht.
De vertragingsschakeling is in resp. kanalen, opgenomen aangezien de informatie uit de kanaalcodeer/synchronisatie-ID-intro-ductieinrichting 68 niet langer naar de tijd synchroon is aangezien.
15 het stelsel de informatie, welke in het medium wordt geregistreerd vergrendelt met informatie, welke daarin eerder is geregistreerd.
In het geval, dat. dé registratie initieel is, d.w.z. wanneer vooraf geen registratie op het.medium heeft plaatsgevonden, wordt het fout-signaal, dat uit het registratiemedium wordt ontvangen, geëlimineerd 20 d.w.z. dat dit signaal een nulfoutsignaal is, dat de ingangs- en uittreedpunten van de registratie precies in het midden van de theoretisch volmaakte IBG's fixeert.
De blokken en onderblokken van informatie en pariteit met de geïntroduceerde CBCC- en synchronisatieinformatie (fig. 8C) wor-25 den dan via de kanaalkiesschakelaar 180 toegevoerd aan een niveau-overgangsomzetinrichting 182, welke van toestand verandert wanneer op de band overeenkomstig de gecodeerde informatie een overgang optreedt. De resulterende informatie wordt aan de registratiekoppel-organen 30 en derhalve de registratiekoppen 31 (fig. 6) toegevoerd 30 via uitgangsbuffers 184 bij oneven en even kanalen 84, 86.
Zoals uit fig. 9A en 9B blijkt, wekt de regelaar 29 alle gespecialiseerde pulsen en golfvormen op, welke nodig zijn om de inrichting 24 en de kanaalcodeerinrichting 28 volgens fig. 6, 8A-8D te besturen. Zo wekt b.v. de regelaar 29 stuursignalen voor het 35 introduceren van de synchronisatie- en CRCC-codes via de lijnen 69, 790 8 0 65 » -33- 67 , het kanaalcodeerproces via de Lijn van 750 kHz, de type configuratie en afstand via de lijnen 64, de standaaardvertraging voor een bepaalde IBG-lengte op de lijnen 78 en de verschillende signalen voor het vrijgeven en instellen van de tellers, grendelinrichtingen 5 enz. op. De regelaar 29 wekt de pulsen en golfvormen op in responsie op een niet af geheelde hoofdklok, die op zijn beurt op een in het algemeen gebruikelijke wijze verschillende signalen met verschillende frequenties opwekt, die alle b.v. zijn vergrendeld met een signaal van 18 MHz, dat via een kristaloscillator wordt opge-10 wekt.
Derhalve voert in fig. 9A de ingang 200 signalen met verschillende frequenties, welke hier slechts bij wijze van voorbeeld zijn gegeven, terwijl de uitgangen van de regelaar 29, overeenkomende met de stuuringangen van de inrichting 24- en de kanaalcodeer-15 inrichting 28 van fig. 8A-8D van dezelfde verwijzingen zijn voorzien. Derhalve bepaalt de regelaar 29 de snelheden waarmede informatie aan het geheugen 152 van fig. 8B wordt toegevoerd en daaruit wordt afgevoerd. Aangezien de snelheden van elkaar verschillen, zijn in de regelaar 29 registratieadrestelorganen 202 aanwezig, die in 20 incrementen van 16 bits bewegen, en uitleesadrestelorganen 204, welke met incrementen van 160 bits bewegen. De tellers 202, 204 zijn gekoppeld met multiplexschakelaar 206, die op hun beurt het registratie-of uitleesadresbesturingssignaal kiezen en dit via de ingang 64 aan het geheugen 152 toevoeren. Per vijf blokken worden de resp.
25 uitlees- en registratieoptelinrichtingen van de tellers 202, 204 vergeleken om te beletten, dat het registratieadres over informatie wordt geregistreerd, welke nog niet is uitgelezen. Dit geschiedt door PROMS 205, 207 en een teller 209.
Zoals uit fig. 9B blijkt, omvat de regelaar 29 tellers 208, 30 210, welke zijn vergrendeld met een informatiebloksnelheidsbestu- ringssignaal van 250 Hz uit de ingang 200, dat op zijn beurt is vergrendeld met het signaal van 18 MHz van de niet afgebeelde hoofdklok, welke reeds is genoemd. Bij wijze van voorbeeld telt de teller 208 184 of 240, terwijl de teller 210 het onderbloksynchronisa-35 tieidentificatiecijfer telt. De teller 208 is gekoppeld met een de- 790 80 65 + Λ * -34- codeer inrichting, 212, waardoor de teller tijdens een informatieblok uittelt en daaruit de 12 bits van synchronisatieinformatie decodeert, de 160 bits van. informatie in pariteitsinformatie en de 12 bits van CRCC-informatie- Tijdens de tussenblokspleet telt de teller 208 5 240 bits uit, overeenkomende met. de tussenblokspleet plus het IBG- synchronisatiewoord en da CRCC-code. De teller· 210 telt het. onder- blok ID-nummer uit. Derhalve bestuurt de regelaar 29 het vormen met van de bepaalde configuratie, welke overeenkomt/het type volgens fig. 2, inclusief het introduceren van de synchronisatie— en CRCC-infoxmatie 10 en het vormen van de bepaalde onderblok- en bloktypeconfiguratie in twee sporen van, het registratiemedium.
In de fign. 1QA-1QG vindt men voorbeelden van de kanaalde— codeerinrichting 36 en de correctieinrichting 38, waarbij overeenkomstige onderdelen als die volgens, fig. 6 en 7 op een soortgelijke 15 wijze van verwijzingen zijn voorzien. Zoals weergegeven in fig. 7 is het oneven kanaalgedeelte van de inrichting- 38, dat identiek is met het analoge even kanaalgedeelte, in de· gestippelde rechthoek 110 aangegeven om de beschrijving te vereenvoudigen. Derhalve worden in fig. 10A, 10B de digitale RF-audioinformatie voor het even kanaal 20 uit het registratiemedium, de even klok- en de even RF-validiteits— signalen via de resp. ingangslijnen 90, 94 en 98 toegevoerd. Het even IBG-foutsignaal treedt op op de uitgangslijnen 82, waarbij een paar foutsignalen en een IBG-kloksignaal aanwezig is. Op een soortgelijke wijze bezit het oneven kanaal de ingangen 88, 92, 96 en 25 een uitgang, overeenkomende met het IBG-foutsignaal 80, bestaande uit een paar oneven foutsignalen en een oneven, kloksignaal.
De ingangsinformatie 90 wordt aan een grendelinrichting en serie-parallelomzetter 230 toegevoerd, die op zijn beurt is gekoppeld met een even-kanaaldecodeerinrichting 232 en een synchronisatie-30 eliminatiepoortketen 234. De decodeerinrichting 232 kan een te programmeren geheugen met alleen uitlezing(PROM) omvatten, dat informatie betreffende de kanaalcode bevat en voorziet in een decodering van de teruggewonnen informatie op een in het algemeen bekende wijze. De poortketen 234 vergelijkt de binnenkomende synchronisatieinformatie 35 d.w.z. de eerste zeven bits, welke het bepaalde synchronisatiewoord 790 80 65 -35- bepalen, met een vast standaardpatroon, dat het. synchronisatiepa-_ troon voorstelt. Het gedetecteerde synchronisatiesignaal levert ' een puls, welke wordt.toegevoerd aan een locale vliegwielketen 236, die het elimineren van de resterende d.w.z. 5 bits van het synchro-.5 nisatiewoord van 12 bits telt en bestuurt. Êr wordt op gewezen, dat hier in werkelijkheid slechts, vier van de vijf bits worden gebruikt.) Het laatste woord van vijf bits is de ID-informatie, die elk van 100 blokken van de teruggewonnen informatieblokken identificeert. Het locale vliegwiel 236 bestuurt verder de CRCC-afneem/ 10 validiteitscollector 104 (fig. 10B), welke vast stelt of de binnenkomende informatie aan het eind van elk onderblok al dan niet geldig is. Het even kloksignaal op de lijn 94 en het RF-validiteits-signaal op de lijn 98 worden toegevoerd aan de even hoofdvliegwiel/ besturingsbron 102. Het validiteitssignaal van zowel het oneven 15 als even kanaal wordt via een niet af geheelde uitwendige schakeling verkregen, zoals een weergeefinrichting, en wel door het niveau van de HF-signaal-omhullende te beschouwen ten opzichte van een voorafbepaalde waarde, waardoor dienovereenkomstig het validiteitssignaal voorziet in een eerste niveau van vermogen om te be-20 palen of informatie al dan niet uit de band wordt teruggewonnen.
De bron 102 (en 102*) bestaat uit een keten voor-het tel------------------- len van overgangen in de kloksignaalstroom en wel op continue wijze in responsie op het kloksignaal met tweevoudige frequentie op de lijn 94 en omvat twee tellers 238 voor het leveren van een 184/240-25 telling, en een afzonderlijke teller 240 voor het leveren van een telling, welke overeenkomt met de synchronisatiesnelheid van het onderblok.
De bron 102' van het oneven kanaal bestuurt slechts een gekozen punt van de schakeling volgens fig. 10A, 10B, nl. het punt 30 waarin de informatie aan de opzamelinrichting 108' wordt toegevoerd.
Daarna verschaft de bron 102 de verschillende stuursignalen voor het totale synchronisme tussen de pariteits-, informatieopslag- en uitgangsgeheugenstuursignalen, zoals later zal worden beschreven.
Het blijkt, dat bronnen 102, 102' overeenkomen met de schakeling 35 in regelaar 29, welke eerder onder verwijzing naar fig. 9B is beschreven.
790 80 65 ψ *· -36-
Het -locale vliegwiel. 236 volgt nauwsluitend de beweging van het registratiemedium terwijl de bronnen 102, 102' meer traagheid bezitten d.w.z. niet elke keer, dat door de resp. poortketens 234, 234' een synchronisatiepuls wordt gedetecteerd, worden terug-5 gesteld. Door derhalve de locale en hoofdvliegwielen tezamen te gebruiken verkrijgt men tijdvensters gedurende welke, de synchronisatiepuls het hoofdvliegwiel niet terugstelt indien geen synchronisatiepuls wordt verwacht. De ontvangst van een niet-verwachte synchronisatiepuls leidt tot een indicatie, dat er gedurende die periode 10 een slechte validiteit is en de validiteitslijn wordt gecontroleerd om de validiteit van de informatie via de collectors 104, 104' te bepalen. Deze laatste ontvangen ook foutdetectiesignalen uit de bijbe-' horende resp. decodeerinrichtingen. 232, 232' evenals het HF-validi-teitsüontrolesignaal uit de weergeefinrichting, waardoor men derhal-15 ve een aantal niveaus van vermogen voor het controleren van de validiteit van de weergegeven informatie verkrijgt.
In fig. 10B wekken de collectors 104, 104' van de even en "oneven kanalen - resp. hoofdvaliditeitssignalen op de lijnen 113, 114 op, die aan de kiesorganen 118 (fig. 10E) worden- toegevoerd 20 tezamen met de identificatiegetallen (ID1-ÏD4) op de lijnen 116 van de bron 102. De hoofdvaliditeitssignalen leveren informatie ten aanzien van de totale toestand van de informatie, die uit het registratiemedium wordt teruggewonnen en worden gebruikt voor het bepalen welk spoor met het stelsel moet worden vergrendeld en tevens het .....~~ 25 aangeven welk spoor of welke sporen problemen hebben om het type correctie of verberging te bepalen, dat bij het afvoeren van de informatie uit het geheugen 124 moet plaatsvinden. Bovendien worden de hoofdvaliditeitssignalen van de even en oneven kanalen via uitgangen 246 en 246' naar een niet afgebeeld randbesturingskoppel-30 paneel gezonden teneinde een spoor te kiezen om de kaapstanderre-ferentie van de niet afgebeelde audioregistratie/weergeefinrichting te vergrendelen.
De bronnen 102, 102' voeren derhalve op een selectieve wijze informatie uit de resp. sporen van het registratiemedium naar 35 een reeks schuifregisters 247 van de opzamelinrichtingen 108, 108’ 790 8 0 65 k ' - door middel van kloksignalen, welke worden toegevoerd aan EN/OF-poorten 248 (en 248* van het oneven kanaal). Derhalve wordt informatie toegevoerd aan een eerste schuifregister wanneer informatie uit een tweede schuifregister wordt afgevoerd, waarop een derde schuifre— 5 gister kan worden gevoed, terwijl het tweede schuifregister wordt geleegd, enz- Derhalve treedt steeds een proces van eerst registreren en later uitlezen op voor het verkrijgen van een flexibiliteit bij de tijdbasiscorrectie tussen twee sporen d.w.z., dat een onder— blok van tijdbasiscorrectie wordt toegestaan.
10 De even en oneven uitgangssignalen van de opzamelinrich- ting 108, 108' bestaan uit de initiële informatie plus de pariteits-informatie, waaruit alle synchronisatie- en GRCC-informatie is verwijderd door de poortketens 234, 234' en de collectors 104, 104'.
De informatie wordt steeds in het uitgangsgeheugen 124 opgeslagen 15 of de informatie geldig is of niet. Wanneer derhalve informatie uit het geheugen 124 wordt af gevoerd, voert het stelsel steeds informatie af en wordt de validiteit beschouwd. Aangezien de informatie steeds in het geheugen 124 wordt opgeslagen en aangezien de validiteit continu wordt gecontroleerd, weet het stelsel wanneer er een 20 informatiefout is en precies wanneer d.w.z. in welk onderblok, spoor enz. de fout heeft plaatsgevonden. De even en oneven informatie wordt aan het geheugen 124 (fig. 10F) toegevoerd via de lijnen 111, 112 en de resp. multiplexinrichting 249, 249', terwijl de pariteit wordt gekozen en wordt opgeslagen in schuifregisters 251, welke 25 de opslaginrichting 122 omvatten (fig. 10C). De pariteit wordt geregeld door afzonderlijke uitlees- en registratiefuncties en -plaatsen. Derhalve bepaalt een paar synchrone binaire tellers in combinatie met decodeer/demultiplexinrichting een registratiepari-teitschuifregisterketen 250 (fig. 10D), welke via EN-poorten met 30 de schuifregister 251 van de opzamelinrichting 122 is gekoppeld.
De registerketen 250, welke de registratiepariteitschuifregister-klok bestuurt wordt op zijn beurt bestuurd via een door 160 delende keten 252, bestaande uit een paar synchrone binaire tellers 253, die tot 160 kunnen tellen (fig. 10E). De registerketens 250, 252 35 worden op hun beurt bestuurd via een vergelijkingsinrichting 254, zoals later zal worden toegelicht.
790 80 65 * * I -38- j
, I
i 1 De kiesorganen 118 ontvangen de oneven en even hoofdvali- diteitsinformatie via de lijnen 114, 113 uit de resp. hoofdvliegwielen 102', 102 en. de locale vliegwielen 236’, 236 evenals de informatie van vier bits via de lijnen 116. De organen 118 omvatten : 5 een decodeerinrichting en de resulterende gedecodeerde idee met vier bits wordt toegevoerd aan de pariteitsregelorganen 120 en meer in het bijzonder aan een paar registerbestanden 256 met drie-toe-standsuitgangen.
De pariteitsregelorganen 120 en de vergelijkingsinrichting 10 .254 leveren op hun beurt verschillende regelsignalen voor het selec tief'opslaan van de pariteit in de pariteitsopzamelinrichting 122 in. responsie op de hoofdvaliditeitsinformatie en de klokstuursigna-! len uit. de bron 102.· Derhalve zamelen in responsie op de hoofdvali— , diteitsinformatie de 'organen 120 de pariteit op in het geval, dat 15 de validiteitsinformatie aangeeft, dat in de informatie een fout aanwezig is.
In responsie op de bron 102 voert, een ingangsregistratie-uitgangsgeheugenteller 258 (fig. 10E) de informatie via de lijnen 111, 112 aan het uitgangsgeheugen 124 toe in responsie op de stuur- :20 lijnen 260. Voorts wordt een reCTistratieceheugenadrescommando op de_ lijn 131 opgewekt via een bestand 261 (fig. 10C), dat het registra-tieadres in responsie op de bron 102 opwekt. Het betreffende commando omvat de synchronisatieidentificatieinformatie d.w.z. de laatste vier bits van het synchronisatiewoord. Het register 261 bepaalt een 25 vertragingsinrichting, welke informatie, overeenkomende met de plaats van de idee-informatie, welke het te verwerken informatie-onderblok identificeert, afvoert. De uitgangslijnen 131 voeren naar de adresbesturingsorganen 128, zoals later zal worden toegelicht.
De tezamen met de informatie aan het uitgangsgeheugen 124 30 toegevoerde validiteitsinformatie wordt opgewékt via een informatie-kies/multiplexinrichting 262 (fig. 1QD), welke oneven en even vali-diteitssignalen op uitgangslijnen 264, die zich naar het uitgangsgeheugen 124 uitstrekken, opwekt. De lijnen 264 zijn bidirectioneel en worden ook gebruikt bij het afvoeren van informatie uit het uit-35 gangsgeheugen 124 om de resp. pariteitsbits uit de opzamelinrichting 790 80 65 -39- 122 via een informatiekies/multiplexinrichting 266 (fig. IOC) en pariteitspoorten 268 (fig. 1QD) uit. te lezen. Tijdens de afvoer uit het uitgangsgeheugen 124 treedt even en oneven uitgangs informatie op. de lijnen 270 op, welke lijnen zich naar de serie-parallelomzet-5 ter/foutcorrectieinrichting 126 uitstrekken. Bovendien treedt fout-correctie/verbergingsbesturingsinfonnatie op de lijnen 272 via infor-matiekies/multiplexorganen 284 ea poortorganen 286 op, welke stuursignalen worden toegevoerd aan een paar PROMS 288 van de correctie-organea 126 (fig. 10G). Wanneer de informatie uit het uitgangsgeheu-10 gen 124 wordt teruggewonnen, wordt deze bit voor bit met de pariteit uit de opzamelinrichting 122 vergeleken via de pariteitspoortketen 268 ea in responsie op de validiteitsinformatie, welke met de informatie was opgeslagen.. Indien de validiteit van de informatie en/of de validiteit van de pariteit slecht is, hetzij voor een spoor hetzij 15 voor beide sporen, dan worden foutsignalen, bepaald als vasthoudsig-nalen voor een even of oneven kanaal van de eerste orde, via de lijnen 272 aan de PROMS 288 toegevoerd. Indien een even vasthoudsignaal van de eerste orde wordt opgewekt, geschiedt de correctie zoals boven is beschreven onder gebruik van het oneven informatiekanaal en 20 de pariteit, terwijl indien een oneven vasthoudsignaal van de eerste orde wordt opgewekt het proces plaatsvindt onder gebruik- van-het------------ even kanaal, van informatie met pariteit. Indien zowel een even als oneven vasthoudcomnando van de eerste orde op de lijnen 272 wordt opgewekt, vindt een vasthoudverberging van de nulde orde in de fout-25 correctieorganen 126 plaats, zoals reeds is beschreven.
De foutcorrectie vindt plaats wanneer de informatie en de bijbehorende validiteit-uit het uitgangsgeheugen 124 wordt afgevoerd.
Zoals reeds is vermeld, bepaalde wanneer de informatie aan het uitgangsgeheugen werd toegevoerd de validiteit of al dan niet pariteit 30 was opgeslagen in de opzamelinrichting 122 d.w.z. of de validiteit slechte informatie aangaf, waarbij de bijbehorende pariteit bit voor bit eveneens werd opgeslagen. Derhalve onttrekt bij het afvoeren van de informatie en validiteitsinformatie uit het uitgangsgeheugen 124 het stelsel de bijbehorende pariteit wanneer het nodig is de vereiste 35 ' correctie of verberging uit te voeren. Het afvoeren van informatie 790 80 65 -40- ί . en validiteitsinformatie uit het geheugen 124. geschiedt onder, bestuur van de uitleesadresketen 39 volgens fig. 11, waarvan de stuursignalen via de besturingslijn 130 worden toegevoerd.
Zoals uit fig. 10F blijkt, omvat de adresregelaar 128 een 5 reeks multiplexschakelaars 290, welke via de lijn 130 uit de uitleesadresketen 39 worden bestuurd om het legen van het uitgangsge-heugen 124 te. regelen.
Tijdens de toevoer aan het geheugen worden de laatste vier 1 bits, die de idee-informatie van de synchronisatieinformatie omvat-10 ten, via de lijn 131 in fig. IOC en 10G toegevoerd aan een paar PROMS 292. en van daaruit, aan. een registratiegeheugenadresorgaan 294, dat een reeks synchrone binaire tellers omvat. De binaire tellers van het orgaan 294 worden derhalve met de informatiekies/multi-plexinrichtingen 290 van de adresregelaar 128 gekoppeld.
15 De afgevoerde informatie en bijbehorende validiteitsinfor- ; matie worden via lijnen 1.11, 112 en 264 uit het geheugen 124 van fig. 10F toegevoerd aan een serie-parallelomzetter 296 volgens fig. 10G van de serie/parallelomzetter/foutcorrectieinrichting 126.
De parallelle informatiewoorden worden dan aan het foutcorrectie-20 gedeelte van de organen 126 toegevoerd en meer in het bijzonder aan een reeks rekenkundige logische eenheden 298, welke met het paar PROMS 288 zijn gekoppeld. Het foutbesturingsproces geschiedt in de logische eenheden 298 in responsie op de verschillende correctie/ verbergingscommando's op de lijn 272 en "de PROMS 288. De validiteits-25 informatie wordt door de PROM 288 onderzocht en de informatie wordt gecorrigeerd indien er voldoende pariteitsinformatie aanwezig is. Indien geen voldoende pariteitsinformatie aanwezig is, wordt, zoals eerder beschreven, een verbergings- of maskeermethode toegepast.
Derhalve vindt de correctie en verberging plaats via een-30 voudige instructies, welke door de PROMS 288 worden geklokt. De gecorrigeerde of gemaskeerde digitale audioinformatie wordt dan aan de bidirectionele lijn 50 toegevoerd via uitgangsbuffers 300, welke de bidirectionele lijn ten opzichte van de uitgang van de foutcor-rectieinrichting 298 isoleren. De digitale audioinformatie wordt - 35 aan de bidirectionele lijn 50 toegevoerd wanneer deze wordt geadres- 790 80 65 * r -41- seerd via een uitwendige regelaar 302/ welke zich. bevindt in de niet-' afgebeelde besturingskoppel inrichting van het stelsel. Derhalve worden verschillende toetsenbordcommando * s via de uitwendige regelaar 302 toegevoerd zoals b.v. het registreren van een informatie-5 kanaal in verschillende kanalen, het afvoeren van audioinformatie in digitale vorm. naar uitwendige inrichtingen, het uitvoeren van verschillende opmaakprocessen bij de informatie enz.
Het is duidelijk, dat het stelsel aan verschillende modificaties onderhevig kan zijn. Zo kunnen b.v. de schuifregisters van 10 de. pariteitsopzamelorganen 122 en de uitgangsgeheugenorganen 124 worden gecombineerd en door een groot geheugen worden vervangen.
De besturingsprocessen voor het. registreren en uitlezen van het geheugen komen in het algemeen overeen met de bovenbeschreven processen, die door de hoofdvliegwielen worden geleverd, doch zullen in 15 het algemeen worden gecombineerd.
Bovendien kunnen de locale vliegwielen 236, 236' worden weggelaten, waarbij de hoofdvliegwielen worden gebruikt voor het verschaffen van alle besturingssignalen voor de verschillende pariteiten informatieopzamelinrichtingen. Het stelsel is dan iets minder ge-____ 20 voelig voor registratiemediumfluctuaties, enz.
Verder kan de digitale audioingangsinformatie in serievorm in plaats van in parallelvorm aan de bidirectionele lijn 50 worden toegevoerd of bij introductie direkt in serievorm worden gebracht.
Het registratievertragingsgeheugen 54 en het geheugen 62 kunnen wor-25 den gecombineerd en door een groot geheugen worden vervangen. De regelingen komen overeen met die, welke boven reeds zijn beschreven.
Ofschoon de boven genoemde type- en foutcorrectie- en vereen bergingsmethoden zijn beschreven voor meer in het bijzonder/digitaal audiostelsel, is het duidelijk, dat de methoden ook van toepassing 30 zijn op andere informatieverwerkende stelsels zoals snel werkende instrumentatieinrichtingen, die een betrouwbare werking vereisen.
Derhalve kunnen b.v. bij satellieten, luchtvoertuigen enz. en tele-metrie verschillende signaalkanalen van de bovenbeschreven digitale audioregistratie/weergeefinrichting in combinatie met een informatie-35 multiplexinrichting worden gebruikt voor het registreren van een 790 80 65 -42- binnenkomend enkel informatiekanaal met een zeer grote bitfrequen-tie.
» 790 8 0 65

Claims (23)

1. Werkwijze voor het registreren van een signaal als digitale informatie in een. registratiemedium met het kenmerk, dat opeenvolgende reeksen digitale woorden worden gevormd, die de digitale infor-matie voorstellen, selectief afwisselende woorden van de reeks van 5 digitale woorden in resp. gescheiden onderblokken van informatie worden gescheiden, foutcorrectieinfonnatie wordt opgewekt om gescheiden onderblokken. daarvan te definiëren, foutdetectie- en synchronisatie-informatie in bepaalde plaatsen in elk informatie- en foutcorrectie-onderblok. wordt geïntroduceerd en een gekozen reeks van onderblokken 10 van informatie en foutcorrectieinfonnatie in tenminste twee gescheiden sporen van het registratiemedium wordt geregistreerd teneinde * informatieblokken met bepaalde interhlokspleten daartussen te bepalen. '
2. Werkwijze volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat oneven en even onderblokken van informatie uit resp. oneven en even digita- 15 le woorden van de reeks worden gevormd, en een pariteitonderblok wordt verschaft ten opzichte van een bepaald paar.van de oneven en even* informatieonderblokken teneinde de foutcorrectieinfonnatie te bepalen. _______________
3. Werkwijze volgens conclusie 2 met het kenmerk, dat bij het 20 registreren van de blokken de oneven en even onderblokken van informatie in resp. oneven en even sporen van het medium worden geregistreerd en afwisselende pariteitonderblokken in oneven en even sporen worden geregistreerd nadat alle oneven en even informatieonderblokken zijn geregistreerd.
4. Werkwijze volgens conclusie 3 met het kenmerk, dat de inter- blokspleten tussen informatieblokken worden geregistreerd om fysische afstanden met bepaalde lengte te definiëren voor het introduceren en afnemen van de registratiemodus zonder dat informatie onherstelbaar verloren gaat, en spleetsynchronisatie- en foutdetectieinforma-30 tie in de bepaalde plaatsen met de spleetlengte wordt geïntroduceerd.
5. Werkwijze volgens conclusie 4 met het kenmerk, dat een — controlesymboolcode wordt opgewekt voor introductie in elk informatie- 790 80 65 t i , -44- - 4 en pariteitsonderblok teneinde de foutdetectieinformatie te bepalen, en een synchronisatiecode wordt opgewekt voor introductie in elk informatie- en pariteitsonderblok teneinde de synchronisatieinfor-matie te bepalen.
6. Werkwijze volgens conclusie 5 met het kenmerk, dat de syn- chronisatiecode en de controlesymboolcode bij het begin resp. .eind van elk informatie- en pariteitsonderblok wordt geregistreerd.
7. Werkwijze volgens conclusie 6 met het kenmerk, dat de synchronisatieinfoxmatie een aantal synchronisatiebits van een be- 10 paald woord gevolgd door een aantal onderblokidentificatiebits omvat.
8. Werkwijze volgens conclusie Smet het kenmerk, dat de geregistreerde digitale· informatie uit het registratiemedium met optimale informatiefoutcorrectie en -verberging wordt teruggewonnen, 15 waarbij eventuele informatiefouten in de informatie, teruggewonnen uit de twee sporen via de controlesymboolcode wordt gedetecteerd en de oorspronkelijk digitale informatie opnieuw wordt opgebouwd onc'.er gebruik van bepaalde goede informatie en bijbehorende pariteitsoider-blokken in het geval, dat een informatieonderblok een fout bezit.
9. Werkwijze volgens conclusie 8 met het kenmerk, dat het detecteren van informatiefouten verder het detecteren van een informatief out^optreden in een van de oneven of even informatieonder-blokken omvat door de teruggewonnen controlesymboolcode met de initiële controlesymboolcode te vergelijken, en de heropbouw de correc- 25 tie van de informatie van het oneven of even informatieonderblok met de fout omvat onder gebruik van het resp. pariteitsonderblok tezamen met de informatie uit het andere even of oneven informatieonderblok waarin geen fout aanwezig is.
10. Werkwijze volgens conclusie 8 met het kenmerk, dat het de- 30 tecteren van informatiefouten het detecteren van een informatiefout-optreden in een van de oneven of even informatieonderblokken en de bijbehorende pariteitsonderblokken omvat door de resp. teruggewonnen controlesymboolcode met de initiële controlesymboolcode te vergelijken en de heropbouw het gedeeltelijk opnieuw opbouwen van de in- 35 formatie en verbergen van de fout omvat, onder gebruik van informa- 790 80 65 * * -45- tie uit het andere informatieonderblok waarin geen fout aanwezig is.
11. Werkwijze volgens conclusie 8 met het kenmerk, dat het detecteren van informatiefouten het detecteren van het verloren gaan van een gedeelte van of alles van een oneven of even spoor van in- 5 formatie omvat en het opnieuw opbouwen het vervangen van de informatie uit het andere spoor omvat teneinde de informatie in het spoor, welke verloren is gegaan te benaderen.
12. Werkwijze voor het bij het registreren van digitale audio— informatie in een registratiemedium verschaffen van een verbeterd 10 digitaal audioinformatietyper met het kenmerk, dat opeenvolgende reeksen digitale woorden worden opgewekt, die de digitale audio-informatie voorstellen, de digitale woorden in oneven en even onderblokken van digitale audioinformatie worden, gescheiden, een pari-teitsonderblok voor een bepaald paar van de oneven en even informa— 15 tieonderblokken wordt opgewekt, het bepaalde paar· informatieonder-bokken op een bepaalde afstand ten opzichte van het bijbehorende resp. pariteitsonderblok wordt geregistreerd teneinde een trioconfi-gcratie in twee sporen van het registratiemedium te bepalen, opeenvolgende trio's in het registratiemedium worden geregistreerd ten-20 einde een informatieblok te bepalen en opeenvolgende informatieblok-ken in het registratiemedium met een bepaalde interblokspleet daartussen worden geregistreerd om het verbeterde type te bepalen.
13. Een digitale registratieinrichting voor het digitaal registreren van een ingangssignaal in een registratiemedium via een ver- 25 beteri digitaal informatietype gekenmerkt door organen voor het opwekken van opeenvolgende reeksen van digitale woorden, welke het ingangssignaal voorstellen, type organen, welke met de organen voor het opwekken van de digitale woorden zijn gekoppeld en zijn voorzien van organen voor het construeren van het digitale informatietype 30 van een reeks nauwkeurig gescheiden inforraatieblokken, opgebouwd uit een bepaalde rangschikking van onderblokken van de digitale woorden er. inclusief resp. onderblokken van pariteitsinformatie, waarbij foutdetectie- en synchronisatieinformatie in elk informatie-en pariteitsonderblok aanwezig is, en organen, welke met de type-35 - organen zijn gekoppeld voor het gelijktijdig registreren van de 790 80 65 'jr χ ' -46- i j .:. informatieblokken in gescheiden sporen van het registratiemedium ! met daartussen nauwkeurig bepaalde interblokspleten.
14. Registratieinrichting volgens conclusie 13 met het kenmerk, dat de constructieorganen zijn voorzien van organen voor het vormen 5 van afwisselende digitale woorden in oneven en even onderblokken van ‘ digitale informatie, welke op een selectieve wijze in de resp. oneven | .... en even sporen van het registratiemedium zijn gelegen, organen voor het opwekken van resp. pariteitsonderblokken uit de informatieonder- i blokken, en foutdetectie- en synchronisatieinformatie, organen om de , 10 foutdetectie- en synchronisatieinformatie binnen elk van de oneven en even informatie— en pariteitsonderblokken te verdelen en waarbij ; de registratieorganen een reeks paren informatieonderblokken met ; een resp. pariteitsonderblok registreren teneinde opeenvolgende Γ blokken van informatie, die· op een selectieve wijze van de resp. i 15 pariteit zijn gescheiden langs de oneven en even sporen met een nauw- ‘ keurig bepaalde interblokspleet tussen de informatieblokken te bepalen.
15. Registratieinrichting volgens conclusie 14 met het kenmerk, dat de pariteit wordt verschaft uit opeenvolgende oneven en even ' 20 digitale woordparen van. de reeksen digitale woorden teneinde het pariteitsonderblok, behorende bij de resp. oneven en even informatie— onderblokken, te bepalen, waarbij de pariteitsonderblokken afwisselend oneven en even sporen na de bijbehorende informatieondersporen zijn gelegen en waarbij een bepaald aantal gecombineerde informatie-25 en bijbehorende pariteitsonderblokken achtereenvolgens worden geregistreerd teneinde elk van de gescheiden informatieblokken te bepalen.
16. Registratieinrichting volgens conclusie. 15 gekenmerkt door kanaalcodeerorganen, welke zijn gekoppeld, met de organen voor het 30 verdelen van de foutdetectie- en synchronisatieinformatie om de informatie- en pariteitsonderblokken in een vorm voor registratie te brengen en variabele vertragingsorganen, welke met de kanaalcodeerorganen en met de registratieorganen zijn gekoppeld voor het selectief variëren van de lengte van de interblokspleten teneinde de ge-’35 codeerde en nauwkeurig gescheiden informatieblokken voor registratie 790 80 65 ; -47- * ί ’ in de oneven en even sporen te verschaffen.
17. Registratie/weergeef inrichting volgens conclusie 16 met het ' kenmerk, dat. de organen voor het vormen van afwisselende digitale woorden in oneven en even informatieonderblokken zijn voorzien van 5 ingaitpgrendel/parallel-serieomzetorganen; de organen voor het opwekken van de parlteitsonderblokken zijn voorzien van pariteitsge-i neratororganen, welke met de parallel-serieomzetorganen zijn gekoppeld voor het opwekken van een aantal pariteitswoorden uit opeenvolgende paren van oneven en even digitale woorden; de type-10 organen zijn voorzien van een typegeheugen, dat met de pariteits-generatororganen is gekoppeld voor het opslaan van de oneven en even informatie en.de bijbehorende pariteit; de organen voor het opwekken van. de foutdetectieinformatie zijn voorzien van cyclische redundantiecontrolesymboolgeneratororganen, welke met het type-15 geheugen zijn gekoppeld, de organen voor het opwekken van de syn— chronisatieinformatie zijn voorzien van synchronisatiegenerator— organen, welke met de controlesymboolgeneratororganen zijn gekoppeld voor het opwekken van een bepaald digitaal synchronisatie— woord en identificatieinformatie, welke bepalend is voor de resp. 20 informatie- en pariteitsonderblokken, de organen voor het verdelen van de foutdetectie- en synchronisatieinformatie zijn voorzien van controlesymbool- en synchronisatieintroductieorganen, welke integraal zijn met de controlesymbool- en synchronisatiegeneratororga-nen voor het introduceren van de. controlesymbolen en de synchroni-25 satiesignalen binnen het eind en begin resp. van elk informatie-en pariteitsonderblok, en de organen voor het registreren van de reeks onderblokken en blokken zijn voorzien van kanaalcodeerorganen, ____ die met de controlesymbool- en synchronisatiegeneratororganen en de controlesymbool- en synchronisatieintroductieorganen zijn gekop-30 peld, en variabele tussenblokspleetvertragingsorganen, die met de kanaalcodeerorganen zijn gekoppeld voor het verschaffen van oneven en even kanalen van gecodeerde informatie voer opzameling in de oneven en even sporen van het registratiemedium.
18. Digitale audioregistratieinrichting volgens conclusie 16 35 gekenmerkt door een weergeefinrichting voor het terugwinnen van de 790 80 65 i t j -48« * ί •j oneven, en even sporen van geregistreerde digitale informatie via ! het digitale informatietype voorzien van onttype-organen voor het ontvangen van de teruggewonnen digitale informatie en het detecte-. ren, corrigeren en/of verbergen van eventuele informatiefouten via 5 de foutdetectieinformatie in elk onderblok en de pariteitsonder-i blokken teneinde het oorspronkelijke ingangssignaal opnieuw op te I bouwen en regelorganen, welke met de type- en onttype-organen zijn ! gekoppeld voor het opwekken van- een hoofdklok— en submultipele kloksignalen teneinde de registratie, en het terugwinnen van het 10 verbeterde digitale informatietype te regelen.
19. Registratie/weergeefinrichting volgens conclusie 18 met het / j kenmerk, dat de onttype-organen zijn voorzien van organen voor • het decoderen, van oneven en even teruggewonnen, digitale informatie, { | organen voor het detecteren van eventuele informatiefouten in de 15 gedecodeerde informatie via de foutdetectieinformatie, die in elk onderblok is verdeeld, en organen voor het corrigeren van eventuele gedetecteerde fouten in een van de oneven en even informatieonder-' | blokken via de pariteitsinformatie in het resp. pariteitsonderblok en de andere van de oneven, en even informatieonderblokken. teneinde : 20 het oorspronkelijke ingangssignaal opnieuw op te bouwen.
20. Registratie/weergeefinrichting volgens conclusie 19 met het -kenmerk, da-t-de-organen-voor- het- corrigeren-verder organen bepalen om eventueel gedetecteerde fouten in beide onderblokken van een paar informatieonderblokken te verbergen door goede informatie in 25 de informatieonderblokken te interpoleren of vast te houden.
21. Registratie/weergeefinrichting volgens conclusie 20 gekenmerkt door bidirectionale lijnorganen, welke de ingang met type— organen en de uitgang van de onttype-organen koppelen en op een verschillende wijze via uitwendige procesorganen kunnen worden onder- 30 broken voor opmaak-, meng- en andere signaalverwerkingsprocessen.
22. Registratie/weergeefinrichting volgens conclusie 21 gekenmerkt door vliegwiel/besturingsbronorganen, die op een verschillende wijze met de organen voor het detecteren en corrigeren zijn gekoppeld teneinde continue klok- en bijbehorende stuursignalen te — 35 leveren, die met een door de hoofdklok bepaalde regelmatige snel- 790 8 0 65 -49- heid optreden om een synchrone werking en een oneven en even inter-blokspleetfoutsignaal mogelijk. te maken, organen voor het onttrekken van de controlesymhoolcode en het opwekken van een validiteitssignaal, dat indicatief is voor het optreden of de afwezigheid van informatie-5 fouten, organen voor het opslaan van pariteitsinformatie, welke organen zijn gekoppeld met de organen voor het decoderen en in responsie op de organen voor het onttrekken en verschaffen van de validiteit in de pariteit slechts opslaan bij het optreden van een informatiefout, uitgangsgeheugenorganen, welke met de organen voor het decode-10 ren zijn gekoppeld voor het continu opslaan van informatie met of zonder fouten in responsie op de vliegwiel/besturingsbronorganen en - ; organen voor het corrigeren/verbergen van eventuele informatiefouten, 1 welke organen met de uitgangsgeheugenorganen en met de organen voor i het opslaan van de pariteit zijn gekoppeld teneinde te voorzien in ; 15 een bepaalde foutcorrectie en -verberging in responsie op het validiteitssignaal .
23. Registratie/weergeefinrichting volgens conclusie 22 gekenmerkt door oneven en even informatiepariteitsopslagorganen, welke zijn gekoppeld met de organen voor het decoderen, met de organen voor het 20 opslaan van de pariteit en met de uitgangsgeheugenorganen teneinde de pariteit en informatie tijdelijk op te slaan in responsie op de vliegwiel/besturingsbrorr.------- -------------- 790 8 0 65
NL7908065A 1978-11-03 1979-11-02 Werkwijze voor het registreren van een signaal en inrichting voor het toepassen daarvan. NL7908065A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US05/957,270 US4211997A (en) 1978-11-03 1978-11-03 Method and apparatus employing an improved format for recording and reproducing digital audio
US95727078 1978-11-03

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL7908065A true NL7908065A (nl) 1980-05-07

Family

ID=25499330

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL7908065A NL7908065A (nl) 1978-11-03 1979-11-02 Werkwijze voor het registreren van een signaal en inrichting voor het toepassen daarvan.

Country Status (10)

Country Link
US (1) US4211997A (nl)
JP (1) JPS55150108A (nl)
BE (1) BE879778A (nl)
CA (1) CA1124852A (nl)
DE (1) DE2938503C2 (nl)
FR (1) FR2440593A1 (nl)
GB (1) GB2044586B (nl)
HK (1) HK987A (nl)
IT (1) IT1162480B (nl)
NL (1) NL7908065A (nl)

Families Citing this family (118)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPS5857781B2 (ja) * 1978-01-17 1983-12-21 三菱電機株式会社 符号化復号化方式
US4949326A (en) * 1986-12-10 1990-08-14 Matsushita Electric Industrial Co., Ltd. Optical information recording and reproducing system using optical disks having an error correction function
JPS5556744A (en) * 1978-10-23 1980-04-25 Sony Corp Pcm signal transmission device
CA1133639A (en) * 1979-01-30 1982-10-12 Masato Tanaka Method and apparatus for editing digital signals recorded on a record medium
JPS55115753A (en) * 1979-02-27 1980-09-05 Sony Corp Pcm signal transmission method
US4282551A (en) * 1979-04-11 1981-08-04 Hitachi, Ltd. PCM Recording and reproducing apparatus
SE451513B (sv) * 1979-05-31 1987-10-12 Sony Corp Sett och anordning for redigering av digitala signaler
JPS5654140A (en) * 1979-10-09 1981-05-14 Sony Corp Transmission method for pcm signal
DE3040004A1 (de) * 1979-10-24 1981-05-07 Matsushita Electric Industrial Co., Ltd., Kadoma, Osaka Verfahren und vorrichtung zum codieren von pruefworten geringer redundanz aus ursprungsdaten
JPS5792472A (en) 1980-11-25 1982-06-09 Sony Corp Editing method for pcm signal
US4321704A (en) * 1980-02-01 1982-03-23 Ampex Corporation Parity checking circuitry for use in multi-bit cell PCM recording and reproducing apparatus
GB2075728B (en) * 1980-05-01 1984-02-01 Sony Corp Processing binary data
DE3022573A1 (de) 1980-06-16 1981-12-24 Licentia Patent-Verwaltungs-Gmbh, 6000 Frankfurt System zur verarbeitung und uebertragung von pcm signalen
CA1161565A (en) * 1980-06-20 1984-01-31 Yoichiro Sako Method of error correction
JPS5724005A (en) * 1980-07-17 1982-02-08 Sony Corp Digital signal processor
DE3153737C2 (de) * 1980-07-26 1995-06-08 Sony Corp Verfahren und Vorrichtung zur Adressierung von Signalen
CA1161946A (en) * 1980-07-26 1984-02-07 Sony Corporation Method and apparatus for recording digitized information on a record medium
JPS5736475A (en) * 1980-08-08 1982-02-27 Sony Corp Recording method of pcm signal
JPS5735444A (en) * 1980-08-12 1982-02-26 Sony Corp Pcm signal transmission method
NL8004598A (nl) * 1980-08-14 1982-03-16 Philips Nv Werkwijze voor het inschrijven in, respektievelijk uitlezen uit, een registratiedragerlichaam, van sektorsgewijs georganiseerde informatie, en inrichting daarvoor.
JPS5736410A (en) 1980-08-14 1982-02-27 Sony Corp Error correcting method for multitrack recording
JPS5744272A (en) * 1980-08-28 1982-03-12 Sony Corp Electronic editing method
JPS5753802A (en) * 1980-09-16 1982-03-31 Toshiba Corp Processor of digital signal
JPS5753806A (en) * 1980-09-16 1982-03-31 Toshiba Corp Processor of digital signal
JPS5758210A (en) * 1980-09-26 1982-04-07 Hitachi Ltd Error correction range controlling circuit
US4467373A (en) * 1980-10-09 1984-08-21 Micro Consultants Limited Storage and retrieval of digital data on video tape recorders
US4382299A (en) * 1980-11-07 1983-05-03 Rca Corporation Disc record system employing signal redundancy
US4395738A (en) * 1980-11-26 1983-07-26 Rca Corporation Helical scan tape recording and/or replay apparatus
JPS5792411A (en) * 1980-11-28 1982-06-09 Sony Corp Pcm signal processor
JPS5794911A (en) * 1980-12-01 1982-06-12 Sony Corp Pcm signal processor
US4394762A (en) * 1981-01-06 1983-07-19 Tokyo Shibaura Denki Kabushiki Kaisha Pulse-code modulation signal processing circuit
US4380071A (en) * 1981-02-02 1983-04-12 Sony Corporation Method and apparatus for preventing errors in PCM signal processing apparatus
JPS57136833A (en) * 1981-02-17 1982-08-24 Sony Corp Time-division multiplex data transmitting method
US4404676A (en) * 1981-03-30 1983-09-13 Pioneer Electric Corporation Partitioning method and apparatus using data-dependent boundary-marking code words
JPS5848279A (ja) * 1981-09-14 1983-03-22 Sony Corp キユ−信号処理装置
JPS5864622A (ja) * 1981-10-13 1983-04-18 Victor Co Of Japan Ltd デ−タ再生装置
JPS5864608A (ja) * 1981-10-15 1983-04-18 Victor Co Of Japan Ltd デイジタル信号記録再生方式
JPS58118009A (ja) * 1981-12-29 1983-07-13 Victor Co Of Japan Ltd デイジタル信号磁気記録再生装置
CA1203019A (en) * 1982-01-19 1986-04-08 Tetsu Watanabe Apparatus for recording and reproducing a digital signal
CA1196106A (en) * 1982-04-28 1985-10-29 Tsuneo Furuya Method and apparatus for error correction
JPS58198935A (ja) * 1982-05-15 1983-11-19 Sony Corp デ−タ伝送方法
JPS58205906A (ja) * 1982-05-26 1983-12-01 Victor Co Of Japan Ltd メモリ回路への書き込み方式
GB2122778B (en) * 1982-06-29 1985-09-11 Sony Corp Digital audio signal processing
US4495623A (en) * 1982-09-02 1985-01-22 Discovision Associates Digital data storage in video format
EP0121565A1 (en) * 1982-10-06 1984-10-17 YIANILOS, Peter N. Improved error correction system
JPH07118159B2 (ja) * 1982-12-06 1995-12-18 ソニー株式会社 Pcm信号記録方法
JPS59140738A (ja) * 1983-01-31 1984-08-13 Sony Corp Pcm信号の処理装置
US4519079A (en) * 1983-02-17 1985-05-21 The United States Of America As Represented By The Secretary Of The Army Error correction method and apparatus
US4525838A (en) * 1983-02-28 1985-06-25 International Business Machines Corporation Multibyte error correcting system involving a two-level code structure
JPH0634305B2 (ja) * 1983-03-04 1994-05-02 ソニー株式会社 デイジタルデイスクによるデ−タ伝送システム
WO1984003808A1 (fr) * 1983-03-12 1984-09-27 Sony Corp Dispositif de correction d'erreurs
US4682248A (en) * 1983-04-19 1987-07-21 Compusonics Video Corporation Audio and video digital recording and playback system
US4755889A (en) * 1983-04-19 1988-07-05 Compusonics Video Corporation Audio and video digital recording and playback system
JP2533076B2 (ja) * 1983-04-30 1996-09-11 ソニー株式会社 エラ−訂正のための符号化方法
GB2143659B (en) * 1983-07-19 1986-11-05 Sony Corp Methods of and apparatus for correcting errors in binary data
US4853798A (en) * 1983-07-21 1989-08-01 Sony Corporation Method and apparatus for reproducing digital or analog signals
JPS6050669A (ja) * 1983-08-29 1985-03-20 Hitachi Ltd デ−タ復調方式
DE3340113A1 (de) * 1983-11-05 1985-05-15 Robert Bosch Gmbh, 7000 Stuttgart System zur speicherung digital codierter signale auf magnetband
US4675754A (en) * 1984-02-21 1987-06-23 Mitsubishi Denki Kabushiki Kaisha Magnetic recorder/reproducer
US4555784A (en) * 1984-03-05 1985-11-26 Ampex Corporation Parity and syndrome generation for error detection and correction in digital communication systems
GB2159020B (en) * 1984-05-16 1987-11-18 Sony Corp Methods of and apparatus for use in decoding digital data
US4617664A (en) * 1984-06-29 1986-10-14 International Business Machines Corporation Error correction for multiple bit output chips
JPH07111815B2 (ja) * 1984-07-23 1995-11-29 株式会社日立製作所 デイジタル信号記録方式
DE3433819C1 (de) * 1984-09-14 1986-04-30 Siemens AG, 1000 Berlin und 8000 München Verfahren zur Fehlerverdeckung
US5202979A (en) * 1985-05-08 1993-04-13 Thinking Machines Corporation Storage system using multiple independently mechanically-driven storage units
AU597576B2 (en) * 1985-05-21 1990-06-07 Sony Corporation Apparatus for decoding error correcting code
CA1303729C (en) * 1985-09-03 1992-06-16 Tetsuro Kato Method and apparatus for recording and/or reproducing a pcm signal
US4740943A (en) * 1986-01-15 1988-04-26 The United States Of America As Represented By The Secretary Of The Air Force Micro mushroom instrumentation system
US4750180A (en) * 1986-07-24 1988-06-07 Western Atlas International, Inc. Error correcting method for a digital time series
JP2526875B2 (ja) * 1986-11-05 1996-08-21 ソニー株式会社 デイジタル情報記録装置
EP0282779B1 (de) * 1987-03-13 1992-12-30 Studer Revox Ag Verfahren und Vorrichtung zum Bearbeiten von Folgen von Werten, die auf einem Aufzeichnungsträger aufgezeichnet sind
US4835628A (en) * 1987-05-11 1989-05-30 Exabyte Corporation Apparatus and method for formatting and recording digital data on magnetic tape
DE3719498A1 (de) * 1987-06-11 1988-12-29 Bosch Gmbh Robert System zur pruefung und/oder ueberwachung eines digitalen videobandgeraetes
US4823345A (en) * 1987-06-15 1989-04-18 International Business Machines Corp. Method and apparatus for communication network alert record identification
US4937807A (en) * 1987-10-15 1990-06-26 Personics Corporation System for encoding sound recordings for high-density storage and high-speed transfers
US4866713A (en) * 1987-11-02 1989-09-12 Motorola, Inc. Operational function checking method and device for microprocessors
EP0316184B1 (en) * 1987-11-12 1994-09-28 Matsushita Electric Industrial Co., Ltd. Apparatus for detecting phase difference and apparatus for recording and reproducing data using the same
US4956806A (en) * 1988-07-12 1990-09-11 International Business Machines Corporation Method and apparatus for editing source files of differing data formats using an edit tracking file
US4989179A (en) * 1988-07-13 1991-01-29 Information Storage Devices, Inc. High density integrated circuit analog signal recording and playback system
US5283791A (en) * 1988-08-02 1994-02-01 Cray Research Systems, Inc. Error recovery method and apparatus for high performance disk drives
US5218689A (en) * 1988-08-16 1993-06-08 Cray Research, Inc. Single disk emulation interface for an array of asynchronously operating disk drives
US5088077A (en) * 1988-11-10 1992-02-11 Ampex Corporation Synchronization of record media transports and tracking adjustment
JP2702769B2 (ja) * 1989-03-28 1998-01-26 松下電器産業株式会社 情報入出力装置と情報入出力方法
DE69030490T2 (de) * 1990-01-18 1997-10-23 Philips Electronics N.V., Eindhoven Aufzeichnungsvorrichtung zum umkehrbaren Speichern von digitalen Daten auf einem Mehrspuren-Aufzeichnungsträger, Dekodiervorrichtung, Informationswiedergabegerät für die Verwendung mit einem solchen Aufzeichnungsträger und Aufzeichnungsträger für die Verwendung mit einer solchen Aufzeichnungsvorrichtung, mit einer solchen Dekodiervorrichtung und/oder mit einem solchen Informationswiedergabegerät
JP2624867B2 (ja) * 1990-03-27 1997-06-25 シャープ株式会社 ディジタル情報記録再生装置の記録位置補正回路
US5289478A (en) * 1991-03-11 1994-02-22 Fujitsu Limited Method and means for verification of write data
JPH04285765A (ja) * 1991-03-13 1992-10-09 Casio Comput Co Ltd デジタルレコーダ
JPH0652630A (ja) * 1991-03-28 1994-02-25 Sony Corp データ記録方法
EP0508779B1 (en) * 1991-04-11 1997-06-18 Matsushita Electric Industrial Co., Ltd. Tape-form recording medium editing apparatus
US5285456A (en) * 1991-05-15 1994-02-08 International Business Machines Corporation System and method for improving the integrity of control information
JP2755050B2 (ja) * 1992-07-03 1998-05-20 松下電器産業株式会社 磁気記録再生装置
JPH06162668A (ja) * 1992-11-24 1994-06-10 Hitachi Ltd 情報記録方式
JPH06274528A (ja) * 1993-03-18 1994-09-30 Fujitsu Ltd ベクトル演算処理装置
JP2982571B2 (ja) * 1993-08-05 1999-11-22 日本ビクター株式会社 デジタルデータ記録再生方法
CN1122272C (zh) * 1993-12-18 2003-09-24 索尼公司 数据再生装置
US6283760B1 (en) 1994-10-21 2001-09-04 Carl Wakamoto Learning and entertainment device, method and system and storage media therefor
DE19506818A1 (de) * 1995-02-28 1996-08-29 Thomson Brandt Gmbh Aufzeichnungsverfahren für digitale Magnetbandrecorder
US5920833A (en) * 1996-01-30 1999-07-06 Lsi Logic Corporation Audio decoder employing method and apparatus for soft-muting a compressed audio signal
US5918205A (en) * 1996-01-30 1999-06-29 Lsi Logic Corporation Audio decoder employing error concealment technique
JP3480777B2 (ja) * 1996-03-15 2003-12-22 パイオニア株式会社 情報記録装置及び情報記録方法並びに情報再生装置及び情報再生方法
JP3539091B2 (ja) * 1996-10-11 2004-06-14 ソニー株式会社 データ復号方法及びデータ復号装置
US6122316A (en) * 1997-07-31 2000-09-19 Lsi Logic Corporation MPEG decoding system meeting 2-frame store and letterboxing requirements
US6289053B1 (en) 1997-07-31 2001-09-11 Lsi Logic Corporation Architecture for decoding MPEG compliant video bitstreams meeting 2-frame and letterboxing requirements
US6310918B1 (en) 1997-07-31 2001-10-30 Lsi Logic Corporation System and method for motion vector extraction and computation meeting 2-frame store and letterboxing requirements
US6101221A (en) * 1997-07-31 2000-08-08 Lsi Logic Corporation Video bitstream symbol extractor for use in decoding MPEG compliant video bitstreams meeting 2-frame and letterboxing requirements
US6266091B1 (en) 1997-07-31 2001-07-24 Lsi Logic Corporation System and method for low delay mode operation video decoding
US6304992B1 (en) 1998-09-24 2001-10-16 Sun Microsystems, Inc. Technique for correcting single-bit errors in caches with sub-block parity bits
JP2004508603A (ja) * 2000-09-11 2004-03-18 ベーテーエス ホールディング インターナショナル ベー ヴィ 光学録音を再生するための装置及び方法
US7751916B2 (en) * 2005-08-26 2010-07-06 Endless Analog, Inc. Closed loop analog signal processor (“CLASP”) system
US9070408B2 (en) 2005-08-26 2015-06-30 Endless Analog, Inc Closed loop analog signal processor (“CLASP”) system
US8630727B2 (en) * 2005-08-26 2014-01-14 Endless Analog, Inc Closed loop analog signal processor (“CLASP”) system
US7904789B1 (en) * 2006-03-31 2011-03-08 Guillermo Rozas Techniques for detecting and correcting errors in a memory device
KR100749754B1 (ko) * 2006-08-01 2007-08-17 삼성전자주식회사 직류 성분을 제어 가능한 인코딩과 디코딩 방법 및 이를이용한 데이터 처리 장치
FR2977340B1 (fr) * 2011-06-28 2013-07-12 St Microelectronics Rousset Procede de traitement de defaillances dans un microcontroleur
US9699558B2 (en) 2012-12-12 2017-07-04 Apple Inc. Creation of sub-sample delays in digital audio
KR101618269B1 (ko) * 2015-05-29 2016-05-04 연세대학교 산학협력단 분산 저장 시스템에서의 데이터 손실 복구 부호화 방법 및 그 장치
US10354717B1 (en) 2018-05-10 2019-07-16 Micron Technology, Inc. Reduced shifter memory system
CN112612668A (zh) * 2020-12-24 2021-04-06 上海立可芯半导体科技有限公司 一种数据处理方法、装置和计算机可读介质

Family Cites Families (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3423729A (en) * 1964-06-25 1969-01-21 Westinghouse Electric Corp Anti-fading error correction system
US3551886A (en) * 1968-07-16 1970-12-29 Teletype Corp Automatic error detection and correction system
US3774154A (en) * 1972-08-21 1973-11-20 Ibm Error control circuits and methods
US4052698A (en) * 1975-03-17 1977-10-04 Burroughs Corporation Multi-parallel-channel error checking
US4146099A (en) * 1976-08-17 1979-03-27 Christopher Scientific Company Signal recording method and apparatus
JPS5328409A (en) * 1976-08-27 1978-03-16 Mitsubishi Electric Corp Pcm recorder/repeoducer
JPS53124906A (en) * 1977-04-07 1978-10-31 Sony Corp Transmitting method for digital signal
US4145683A (en) * 1977-11-02 1979-03-20 Minnesota Mining And Manufacturing Company Single track audio-digital recorder and circuit for use therein having error correction
GB2012460A (en) * 1977-11-03 1979-07-25 British Broadcasting Corp Apparatus for Processing a Digitized Analog Signal

Also Published As

Publication number Publication date
BE879778A (fr) 1980-02-15
CA1124852A (en) 1982-06-01
GB2044586B (en) 1982-12-22
JPH0250547B2 (nl) 1990-11-02
IT1162480B (it) 1987-04-01
DE2938503C2 (de) 1985-11-28
DE2938503A1 (de) 1980-05-08
HK987A (en) 1987-01-09
JPS55150108A (en) 1980-11-21
FR2440593A1 (fr) 1980-05-30
GB2044586A (en) 1980-10-15
US4211997A (en) 1980-07-08
IT7950699A0 (it) 1979-10-30

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL7908065A (nl) Werkwijze voor het registreren van een signaal en inrichting voor het toepassen daarvan.
DK151742B (da) Kode- og korrektionskredsloeb til en enkeltsporet digital lydoptager
US4238852A (en) Error correcting system
EP0289050B1 (en) Interleave sequence method
JPS6412143B2 (nl)
RU2156039C2 (ru) Устройство для записи цифрового сигнала
NL8104146A (nl) Tijdbasiscorrectie-inrichting.
NL8103749A (nl) Werkwijze en inrichting voor het detecteren van een redactiepunt op een registratiemedium
FR2546348A1 (fr) Procede de codage de correction d&#39;erreur
NL8103678A (nl) Werkwijze en inrichting voor het opnemen van gedigitaliseerde informatie op een registratiemedium.
EP0310330B1 (en) Digital signal recording/reproducing apparatus
EP0397472B1 (en) Rotary head recording and playback apparatus and method
US4292684A (en) Format for digital tape recorder
NL192706C (nl) Werkwijze voor het redigeren van een naast een besturingssignaal op een registratiemedium opgenomen, digitaal signaal.
US4254500A (en) Single track digital recorder and circuit for use therein having error correction
EP0395125B1 (en) A PCM recording and reproducing apparatus
JPS5864608A (ja) デイジタル信号記録再生方式
NL8100348A (nl) Werkwijze en inrichting ter voorkoming van fouten in een met foutcorrectie werkende decodeereenheid voor pulscodegemoduleerde signalen.
GB2056206A (en) Digital audio tape recording
KR100364332B1 (ko) 기록캐리어,판독장치및,기록장치
CA1113602A (en) Single track audio-digital recorder and circuit for use therein having error correction
KR830000671B1 (ko) 오차교정회로를 내재한 단일트랙 디지탈 녹음기
JP2883554B2 (ja) データエンコード方法、データ再生方法、データ形成装置及びデータ再生装置
KR100283144B1 (ko) 디지털 기록/재생장치
SU748500A1 (ru) Способ записи информации на магнитный носитель

Legal Events

Date Code Title Description
A1A A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
A85 Still pending on 85-01-01
BV The patent application has lapsed