NL2003262C2 - Inrichting voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten, gebruik van een dergelijke inrichting, voertuig voorzien van een dergelijke inrichting, alsmede werkwijze voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten. - Google Patents

Inrichting voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten, gebruik van een dergelijke inrichting, voertuig voorzien van een dergelijke inrichting, alsmede werkwijze voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten. Download PDF

Info

Publication number
NL2003262C2
NL2003262C2 NL2003262A NL2003262A NL2003262C2 NL 2003262 C2 NL2003262 C2 NL 2003262C2 NL 2003262 A NL2003262 A NL 2003262A NL 2003262 A NL2003262 A NL 2003262A NL 2003262 C2 NL2003262 C2 NL 2003262C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
last
spacer
objects
distance
fixing
Prior art date
Application number
NL2003262A
Other languages
English (en)
Inventor
Hendrikus Antonius Leeuwen
Original Assignee
Hendrikus Antonius Leeuwen
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Hendrikus Antonius Leeuwen filed Critical Hendrikus Antonius Leeuwen
Priority to NL2003262A priority Critical patent/NL2003262C2/nl
Priority to EP10169988A priority patent/EP2277740A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2003262C2 publication Critical patent/NL2003262C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B60VEHICLES IN GENERAL
    • B60PVEHICLES ADAPTED FOR LOAD TRANSPORTATION OR TO TRANSPORT, TO CARRY, OR TO COMPRISE SPECIAL LOADS OR OBJECTS
    • B60P7/00Securing or covering of load on vehicles
    • B60P7/06Securing of load
    • B60P7/135Securing or supporting by load bracing means
    • B60P7/15Securing or supporting by load bracing means the load bracing means comprising a movable bar

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Transportation (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Package Frames And Binding Bands (AREA)
  • Packaging Of Machine Parts And Wound Products (AREA)

Description

Inrichting voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten, gebruik van een dergelijke inrichting, voertuig voorzien van een dergelijke inrichting, alsmede werkwijze voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten 5 De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten, omvattende een drager met een draagvlak. De uitvinding heeft tevens betrekking op het gebruik van een dergelijke inrichting.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een voertuig, voorzien van een dergelijke inrichting.
10 De uitvinding heeft voorts betrekking op een werkwijze voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten.
Het vervoer van objecten, zoals bijvoorbeeld langwerpige profielen, kozijnen of deuren, met een voertuig (vrachtwagen, trein, aanhangwagen en dergelijke) is algemeen bekend. Deze objecten dienen beschermd te worden om beschadiging tijdens transport 15 te voorkomen. Met name beschadiging van het buitenoppervlak van de objecten dient vermeden te worden, omdat dit de eigenschappen van het object ten nadele kan beïnvloeden. Beschadiging van het buitenoppervlak kan bijvoorbeeld leiden tot corrosie. Ook het esthetisch karakter van het object wordt aangetast, waardoor het object in waarde daalt. Derhalve worden de objecten goed ingepakt en gefixeerd 20 alvorens ze vervoerd worden. Het inpakken gebeurt bijvoorbeeld met verpakkingsmateriaal, zoals bijvoorbeeld papier, karton, kunststof en/of andere materialen. Het verpakkingsmateriaal kan met behulp van bijvoorbeeld tape stevig om het object aangebracht worden. De verpakte objecten worden vervolgens in een voertuig, zoals bijvoorbeeld een aanhangwagen, gelegd, en verder op een laadvloer 25 daarvan gefixeerd. Hiertoe worden bijvoorbeeld spanbanden gebruikt. De spanbanden worden stevig om de objecten en het voertuig gespannen en aan het voertuig bevestigd om ongewenste bewegingen van het object te voorkomen. De fixatie moet dusdanig zijn, dat het object niet, of nauwelijks, meer kan bewegen. Elke beweging kan namelijk leiden tot botsingen van het object, waardoor het object, en dan met name het 30 buitenoppervlak ervan, kan beschadigen. Dit is ongewenst.
Het fixeren van de objecten met spanbanden heeft als bezwaar dat dit fixeren zelf kan leiden tot beschadigingen aan het object. Dit komt omdat de spanbanden enigszins 2 in de verpakking van het object kunnen snijden, en vervolgens toch beschadigingen veroorzaken aan het product.
Daarnaast heeft de vervoerswijze in het algemeen als bezwaar dat deze tijdrovend is, doordat alle objecten eerst voorzien moeten worden van een verpakking, vervolgens 5 de objecten gefixeerd moeten worden op een voertuig, daarna losgehaald moeten worden van het voertuig, om uiteindelijk wederom de verpakking te verwijderen. Dit kost relatief veel tijd. Ook zijn er grote kosten aan verbonden, mede doordat relatief veel verpakkingsmateriaal nodig is. Het verpakkingsmateriaal is daarnaast een relatief grote belasting voor het milieu.
10 Het is derhalve een doel van de uitvinding om ten minste een van de bovengenoemde bezwaren op te lossen of althans te verminderen.
Daartoe voorziet de uitvinding volgens een eerste aspect in een inrichting voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten volgens conclusie 1. De inrichting omvat een drager met een draagvlak, waarbij de drager is ingericht voor het daarop in 15 een rij plaatsen van de objecten, waarbij de inrichting tevens voorzien is van een fixeersysteem dat voorzien is van: een eerste steunelement voor het daartegen plaatsen van een eerste object; een op afstand van het eerste steunelement gepositioneerd laatste steunelement voor het daartegen plaatsen van een laatste object; een aantal tussen het eerste en het laatste steunelement positioneerbare afstandselementen, waarbij de 20 afstandselementen ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de drager in een verplaatsingsrichting evenwijdig aan het draagvlak verplaatsbaar zijn voor het vormen van een aantal tussenruimtes op de drager, waarbij in de tussenruimtes de objecten opneembaar zijn, en waarbij het afstandselement is ingericht om tijdens gebruik van de inrichting beschadiging van de objecten te voorkomen; een fixeereenheid voor het 25 daarmee fixeren van de afstand tussen het eerste en het laatste steunelement. Met de inrichting kan op eenvoudige wijze een aantal objecten gefixeerd worden. De objecten kunnen daartoe gefixeerd worden tussen een eerste en een laatste steunelement. De fixeereenheid zorgt ervoor dat de afstand tussen het eerste en het laatste steunelement gefixeerd wordt. Tussen het eerste en het laatste steunelement kunnen een aantal 30 tussenruimtes gevormd worden met behulp van afstandselementen. De grootte van elke tussenruimte kan afzonderlijk bepaald worden, en kan naar wens aan de grootte van het object aangepast worden. Elk object kan in een afzonderlijke tussenruimte opgenomen worden. Het plaatsen van het object in de tussenruimte kan relatief snel gebeuren.
3
Tussen twee aangrenzende objecten zal daarbij bij voorkeur telkens een afstandselement voorzien zijn. Het afstandselement is ingericht om beschadiging van de objecten te voorkomen. De objecten hoeven derhalve niet meer ingepakt te worden, maar kunnen rechtstreeks op de inrichting gefixeerd worden, om vervolgens 5 bijvoorbeeld vervoerd worden. Het afstandselement kan bijvoorbeeld een flexibele buis van rubber of kunststof zijn. Het contact tussen het afstandselement en het object voorkomt hiermee beschadiging van het object. Het afstandselement zorgt voor een afstand tussen twee naastgelegen objecten, zodanig dat de objecten elkaar niet raken. Hiermee wordt tevens beschadiging van de objecten voorkomen. De fïxeereenheid kan 10 ingericht zijn om ervoor te zorgen dat de afstandselementen en de objecten die tussen het eerste en het laatste steunelement geplaatst zijn, niet meer kunnen bewegen. De afstandselementen en de objecten kunnen als het ware geklemd worden tussen het eerste en het laatste steunelement. De afstandselementen kunnen hierdoor in gebruik bij voorkeur tegen het object aanliggen. Met de inrichting volgens de uitvinding kunnen 15 objecten relatief snel gefixeerd worden op de inrichting. Verpakking van de objecten is niet meer nodig, omdat beschadiging van de objecten voorkomen wordt door de afstandselementen. Dit maakt de inrichting volgens de uitvinding relatief milieuvriendelijk. Daarnaast zijn geen additionele middelen zoals spanbanden of touwen nodig om de objecten te fixeren. De objecten kunnen relatief stevig gefixeerd 20 worden, waardoor beschadiging van objecten ten gevolge van rammelen van de lading voorkomen wordt. De inrichting is daarnaast relatief eenvoudig en omvat relatief weinig onderdelen. Dit maakt de inrichting relatief goedkoop en milieuvriendelijk.
De inrichting is met name geschikt voor het fixeren van profielen (zoals bijvoorbeeld gelakte profielen, of anderszins behandelde profielen), 25 verwarmingsradiatoren, kozijnen en/of kozijndelen, deuren, diverse bouwmaterialen, en/of ander producten die beschermd dienen te worden bij bijvoorbeeld het transport daarvan. De inrichting kan uiteraard ook voor het fixeren van andere objecten gebruikt worden.
In een uitvoeringsvorm, zijn de afstandselementen met elkaar gekoppeld. Het 30 koppelen van de afstandselementen zorgt ervoor dat deze relatief eenvoudig aan de inrichting bevestigd kunnen worden. De afstandselementen kunnen hierdoor minder makkelijk kwijtraken. Het aan elkaar koppelen zorgt er verder voor dat de afstandselementen altijd een maximale afstand van elkaar bezitten. De maximale 4 afstand wordt bepaald door het koppelmiddel. De koppeling zorgt ervoor dat de afstandselementen voor een gebruiker relatief snel toegankelijk zijn.
Bij voorkeur zijn de afstandselementen in wezen alleen in de verplaatsingsrichting verplaatsbaar gekoppeld. Het koppelen in de verplaatsingsrichting 5 zorgt ervoor dat een maximale afstand tussen afstandselementen mogelijk is. De afstandsmiddelen kunnen echter naar elkaar toe bewogen worden, om de afstand tussen afstandselementen, en dus grootte van een tussenruimte, te verkleinen. Verplaatsing in een andere richting dan de verplaatsingsrichting wordt voorkomen.
Het is mogelijk dat voorzien is in een harmonica-koppelsysteem voor het 10 daarmee koppelen van de afstandselementen. Het harmonica-koppelsysteem omvat een zaagtandachtige structuur van relatief starre, bij voorkeur langwerpige elementen. Het harmonica-koppelsysteem maakt het mogelijk dat afstandselementen op willekeurige tussenposities geplaatst worden. Er is daarbij tevens een maximale afstand tussen afstandselementen. Het harmonica-koppelsysteem is relatief stevig en slijtvast.
15 Het harmonica-koppelsysteem kan in een uitvoeringsvorm als volgt tot stand komen. Het afstandselement kan aan een onderzijde daarvan verbonden zijn met een langgerekte basis, welke zich in hoofdzaak loodrecht op het afstandselement uitstrekt, waarbij nabij een eerste uiteinde van de basis een opneemruimte voorzien is, en waarbij nabij een tegenover het eerste uiteinde gelegen tweede uiteinde een koppelelement 20 voorzien is dat is ingericht om samen te werken met de opneemruimte van een naastgelegen afstandselement voor het daarmee aan elkaar koppelen van de afstandselementen, en het aldus vormen van het harmonica-koppelsysteem. Op deze wijze wordt een modulair harmonica-koppelsysteem verkregen. Het systeem bestaat uit aan elkaar koppelbare modulaire koppeldelen, die een gebruiker naar wens kan 25 toevoegen en weghalen om het systeem uit te breiden dan wel te verkleinen.
In een uitvoeringsvorm, omvat de inrichting een in hoofdzaak rechthoekige houder met een bodem en omtrekswanden, waarbij de drager en het draagvlak tenminste ten dele gevormd zijn door een bovenzijde van de omtrekswanden, waarbij het eerste steunelement nabij een korte zijde van de rechthoekige houder voorzien is, 30 waarbij het tweede steunelement langs een lange zijde van de houder verplaatsbaar is en voorzien is van de fïxeereenheid voor het daarmee fixeren van de afstand tussen het eerste en het laatste steunelement, en waarbij het aantal afstandselementen verplaatsbaar is opgenomen in een door de bodem en omtrekswanden omgeven ruimte.
5
Een dergelijke uitvoeringsvorm is relatief compact en vergt relatief weinig onderdelen. De afstandselementen zijn relatief beschermd opgenomen in de houder. Het draagvlak is ten opzichte van de afstandselementen hoger geplaatst. Hierdoor kunnen bij het fixeren van de objecten, de afstandselementen nog vrij bewegen. Een minimale 5 tussenruimte tussen afstandselementen wordt hiermee gegarandeerd.
Bij voorkeur is voorzien in een verder fïxeersysteem dat op afstand van het eerste fïxeersysteem geplaatst is. Het fïxeersysteem omvat de steunelementen, de afstandselementen en de fïxeereenheid. Door toepassen van een aantal fïxeersystemen kunnen objecten op een aantal plaatsen aangegrepen worden. Dit maakt het mogelijk 10 om relatief lange objecten te vervoeren, en deze telkens op twee plaatsen te fixeren. Ook grote, onregelmatige objecten, zoals bijvoorbeeld L-vormige objecten, kunnen op deze wijze gefixeerd worden.
Het verder fïxeersysteem kan zodanig geplaatst zijn dat de verplaatsingsrichting van de afstandselementen van het verder fïxeersysteem in hoofdzaak evenwijdig is aan 15 de verplaatsingsrichting van de afstandselementen van het eerste fïxeersysteem. Deze uitvoeringsvorm is bijzonder geschikt voor het fixeren van langwerpige objecten. Met name profielen voor bijvoorbeeld kozijnen kunnen makkelijk en veilig gefixeerd worden. Ook andere langwerpige objecten, zoals bijvoorbeeld balken, kunnen makkelijk en veilige gefixeerd worden.
20 In een uitvoeringsvorm, omvat het afstandselement ten minste een vormelement voor het daarmee aanpassen van de vorm van het afstandselement aan het te fixeren object. Hiermee kan de vorm van het afstandselement aangepast worden aan de vorm van het te fixeren object. Dit is bijzonder voordelig bij het fixeren van objecten met een onregelmatige dwarsdoorsnede. Het vormelement kan voor een betere ondersteuning 25 van het object zorgen, in een gefixeerde toestand daarvan.
Het vormelement kan losneembaar zijn van het afstandselement, zodat een flexibele inrichting verkregen wordt.
Bij voorkeur zijn de afstandselementen in een langsrichting van de drager verplaatsbaar. Deze uitvoeringsvorm is relatief compact.
30 In een uitvoeringsvorm, is het afstandselement voorzien van een onderstel met tenminste een wiel, waarbij het onderstel verplaatsbaar is opgenomen in een geleidingselement omvattende tenminste een loopvlak voor het daarin geleiden van het 6 wiel. Op deze wijze is het afstandselement bijzonder gemakkelijk en op lichte wijze verplaatsbaar.
Het is mogelijk dat voorzien is in bevestigingsmiddelen voor het bevestigen van het geleidingselement aan een plafonddeel, waarbij het afstandselement hangend is 5 opgehangen aan het onderstel. Een dergelijke uitvoeringsvorm is bijzonder geschikt voor het fixeren van relatief grote objecten. Het voorzien van het afstandselement kan relatief eenvoudig plaatsvinden. Het afstandselement is hangend aan het plafond voorzien. De gebruiker kan het afstandselement relatief eenvoudig bereiken en bedienen.
10 In een verdere uitvoering is de inrichting voorzien van een opslagruimte voor het daarin tijdelijk opbergen van de afstandselementen. De niet benodigde afstandselementen kunnen zo eenvoudig weggestopt worden, en hangen of staan niet in de weg. Ook wordt extra ruimte geboden voor de gebruiker om de inrichting te bedienen.
15 Om de objecten relatief eenvoudig te kunnen transporteren, is het mogelijk dat de inrichting aan een onderzijde daarvan voorzien is van tenminste een opneemruimte voor het daarin opnemen van draagelementen van een transportvoertuig, zoals een vorkheftruck. De inrichting kan tevens afmetingen hebben die aangepast zijn aan het formaat van een pallet. De afmetingen kunnen aangepast zijn aan, of overeenkomen 20 met het Euro-pallet formaat.
Het is mogelijk dat het draagvlak zich in hoofdzaak verticaal uitstrekt. Op deze wijze kunnen objecten op elkaar gestapeld worden tussen twee verticaal op afstand van elkaar geplaatste steunelementen. Het heeft echter de voorkeur dat het draagvlak zich in hoofdzaak horizontaal uitstrekt. Op deze wijze kunnen de objecten in een rij naast 25 elkaar op het draagvlak gefixeerd worden. Dit vermindert de kans op beschadiging van het object.
Volgens een aspect van de uitvinding voorziet deze in het gebruik van een inrichting volgens de uitvinding. Met het gebruik van de uitvinding kunnen objecten relatief snel en eenvoudig gefixeerd worden. De voordelen van het gebruik van de 30 inrichting volgens reeds uit hetgeen bovenstaand is beschreven.
Volgens een aspect van de uitvinding wordt voorzien in een voertuig voor het vervoeren van een aantal objecten, omvattende een of meer inrichtingen volgens de uitvinding. Met een dergelijk uitgevoerd voertuig kunnen objecten relatief snel en 7 gemakkelijk geladen worden, doordat fixatie van de objecten relatief snel plaats kan vinden. Het transport van de objecten kan vervolgens ook relatief makkelijk plaatsvinden. Het transport is ook veilig, aangezien de objecten stevig gefixeerd zijn. Er is hierdoor weinig kans op beschadiging van de objecten.
5 Bij voorkeur is tenminste een inrichting in een laadruimte van het voertuig gepositioneerd. Het voertuig kan bijvoorbeeld een vrachtwagen zijn, of een aanhangwagen. Andere voertuigen zijn ook denkbaar. Plaatsing van de inrichting in een laadruimte zorgt voor verdere bescherming van de objecten tegen invloeden van buitenaf.
10 Volgens een verder aspect van de uitvinding, wordt voorzien in een werkwijze voor het fixeren van tenminste twee objecten met een inrichting volgens de uitvinding. De werkwijze omvat de stappen omvat van: • het verplaatsen van tenminste een eerste afstandselement zodanig dat tussen het eerste steunelement en het eerste afstandselement een eerste tussenruimte 15 verschaft wordt, waarbij de afstand tussen het eerste afstandselement en het eerste steunelement zodanig gekozen is dat een eerste object in de eerste tussenruimte opneembaar is; • het plaatsen van het eerste object in de eerste tussenruimte, waarbij het object aanliggend tegen het eerste steunelement geplaatst wordt; 20 • het verkleinen van de afstand tussen het eerste afstandselement en het eerste steunelement zodanig dat het eerste afstandselement aanliggend tegen het object geplaatst wordt; • het vormen van een laatste tussenruimte tussen het laatste steunelement en een laatste afstandselement, waarbij de afstand tussen het laatste steunelement en 25 het laatste afstandselement zodanig gekozen is dat een laatste object in de laatste tussenruimte opneembaar is; • het plaatsen van het laatste object in de laatste tussenruimte, waarbij het laatste object aanliggend tegen het laatste afstandselement geplaatst wordt; • het verkleinen van de afstand tussen het laatste steunelement en het laatste 30 afstandselement zodanig dat het laatste steunelement aanliggend tegen het object geplaatst is; • het fixeren van de afstand tussen het laatste steunelement en het eerste steunelement voor het fixeren van de objecten.
8
Met de werkwijze volgens de uitvinding kunnen relatief snel en gemakkelijk een aantal objecten gefixeerd worden op een inrichting. De vorming van tussenruimtes kan relatief snel gebeuren. Een object kan er eenvoudig in opgenomen worden, waarna een afstandselement tegen het object geschoven kan worden, om zo een nieuwe 5 tussenruimte te vormen. Tot slot kan het geheel aan objecten eenvoudig en snel gefixeerd worden. De objecten kunnen als het ware geklemd worden tussen de twee steunelementen. Verpakking van de objecten is niet meer nodig, aangezien de afstandselementen voorkomen dat de objecten beschadigen. Hierdoor wordt er tijd en verpakkingsmateriaal bespaard.
10 In een uitvoeringsvorm van de werkwijze, doet het eerste afstandselement tevens dienst als het laatste afstandselement, en wordt de werkwijze gebruikt voor het fixeren van twee objecten. Voor het fixeren van twee objecten is slechts een afstandselement nodig.
In een andere uitvoeringsvorm, omvat de werkwijze, voor de stap van het 15 vormen van een laatste tussenruimte, de aanvullende stappen van: • het vormen van tenminste een additionele tussenruimte tussen de eerste tussenruimte en de laatste tussenruimte door het op afstand van elkaar plaatsen van twee afstandselementen; • het plaatsen van een additioneel object in de tenminste ene additionele 20 tussenruimte, waarbij het additionele object aanliggend tegen een van de twee afstandselementen geplaatst wordt; • het verkleinen van de afstand tussen de twee afstandselementen zodanig dat de afstandselementen aanliggend tegen het object geplaatst zijn.
Deze werkwijze is voornamelijk geschikt voor het fixeren van drie of meer 25 objecten. Bij het fixeren van een dergelijk aantal objecten kan een object telkens in een tussenruimte tussen twee afstandselementen geplaatst worden.
Enkele uitvoeringsvormen van de uitvinding zullen navolgend worden uitgelegd aan de hand van enkele figuren. In de figuren tonen: 30 Fig. la - een zijaanzicht van een inrichting;
Fig. lb - een bovenaanzicht van de inrichting uit Fig. la;
Fig. lc - een bovenaanzicht van de inrichting uit Fig. la en lb, voorzien van objecten; 9
Fig. 2 - een aanzicht in detail van een uitvoeringsvorm van een fixeersysteem;
Fig. 3a-b - detailaanzichten van uitvoeringsvormen van een afstandhouder;
Fig. 4a - een bovenaanzicht van een uitvoeringsvorm van de inrichting;
Fig. 4b - een zijaanzicht van een uitvoeringsvorm van een afstandhouder; 5 Fig. 5 - een aanzicht in perspectief van een uitvoeringsvorm van de inrichting.
Fig. 1 toont een inrichting 1 voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten. De inrichting 1 kan bijvoorbeeld gebruikt worden om op eenvoudige wijze objecten te transporteren. De objecten kunnen relatief makkelijk en snel op de 10 inrichting geplaatst worden, en vervolgens gefixeerd worden. De objecten zijn daarbij zodanig gefixeerd, dat ze ten opzichte van elkaar een afstand bezitten. Zo komen de objecten niet met elkaar in aanraking, en zullen ze niet snel beschadigen. De inrichting 1 kan onderdeel zijn van een transportinrichting, zoals bijvoorbeeld een aanhangwagen. In een uitvoeringsvorm, maakt de inrichting 1 onderdeel uit van een pallet, zoals 15 verderop beschreven zal worden.
In figuren la en lb worden respectievelijk een zijaanzicht en een bovenaanzicht getoond. Gelijke onderdelen hebben in de figuren gelijke nummers. Zoals in Fig. lb te zien is, omvat de inrichting 1 twee dragers 8 met een draagvlak. De dragers zijn op afstand van elkaar geplaatst. De dragers 8 zijn verbonden door twee dwarsliggers 9.
20 Elke drager is voorzien van een fixeersysteem 2. Het fixeersysteem 2 is ingericht voor het fixeren van objecten op de inrichting. Het fixeersysteem 2 omvat een eerste steunelement 3, en een laatste steunelement 5. Het eerste steunelement 3 omvat een staafvormige aanslag 3. De aanslag 3 is vast verbonden met de inrichting 1. Het steunelement 3 kan voorzien zijn van een relatief zacht buitenoppervlak. Het laatste 25 steunelement 5 omvat een blokvormige aanslag 5. Het laatste steunelement 5 is verplaatsbaar in een langsrichting L van de inrichting 1. Het laatste steunelement 5 is bijvoorbeeld schuifbaar verplaatsbaar langs een deel van de drager 8. Op deze wijze is de afstand tussen het eerste steunelement 3 en het laatste steunelement 5 te veranderen. Het steunelement 5 kan gefixeerd worden voor het fixeren van de afstand tussen het 30 eerste 3 en het laatste steunelement 5.
Tussen het eerste 3 en het laatste steunelement 5 zijn een aantal afstandselementen 4 voorzien. De afstandselementen zijn in de getoonde uitvoeringsvorm staafVormig. De afstandselementen zijn bij voorkeur voorzien van een 10 relatief zacht buitenoppervlak. De afstandselementen 4 strekken zich ten opzichte van de drager 8 en het draagvlak naar boven toe uit. In de getoonde uitvoeringsvorm strekken de afstandselementen zich in hoofdzaak loodrecht op de drager 8 en het draagvlak uit. De afstandselementen 4 zijn in een langsrichting L van de inrichting 5 verplaatsbaar. Tussen twee naastgelegen afstandselementen 4 zijn tussenruimtes A-D gevormd. In de tussenruimtes zijn objecten opneembaar. De afstandselementen 4 kunnen onderling verbonden met elkaar zijn met flexibele verbindingsmiddelen 7, zoals bijvoorbeeld een touw of een ketting. In de getoonde uitvoeringsvorm zijn de afstandselementen 4 ook verbonden met de steunelementen 3, 5. De flexibele 10 verbindingsmiddelen 7 houden de afstandselementen 4 bij elkaar, maar zorgen er toch voor dat de afstandselementen onafhankelijk van elkaar plaatsbaar zijn. Op deze wijze kan de grootte van elke tussenruimte A-D naar wens ingesteld worden.
De werking van de in Fig. la en lb getoonde inrichting zal aan de hand van Fig. lc nader toegelicht worden. Op de in Fig. lc getoonde inrichting 1 zijn een aantal 15 objecten 10 geplaatst. De objecten zijn relatief langwerpig, en kunnen bijvoorbeeld profielen of bouwmaterialen zijn. Daartoe is allereerst het laatste steunelement 5 op voldoende grote afstand van het eerste steunelement 3 geplaatst. Vervolgens zijn de afstandselementen 4 ook op voldoende grote afstand van het eerste steunelement 3 geplaatst, zodanig dat tussen het eerste steunelement 3 en het dichtstbijzijnde 20 afstandselement 4 een eerste tussenruimte A gevormd is. De afmeting van de eerste tussenruimte A is zodanig dat het eerste object er eenvoudig in opgenomen kan worden. Het eerste object 10 wordt met een onderste zijde op de drager gepositioneerd, en met een zijkant tegen het eerste steunelement 3 geplaatst. Het relatief zachte buitenoppervlak van het eerste steunelement 3 zorgt ervoor dat het oppervlak van het 25 object niet beschadigd raakt. Dit is bijzonder voordelig wanneer het oppervlak van het object relatief kwetsbaar is, bijvoorbeeld doordat dit voorzien is van een bijzondere coating, of lak.
Na plaatsing van het eerste object 10, wordt het dichtstbijzijnde afstandselement 4 aanliggend tegen het object geplaatst. Daarna kan een nieuw object naast het eerste 30 object 10 geplaatst worden. Hiertoe wordt eerst verzekerd dat de grootte van de tussenruimte voldoende is, door de nog niet gebruikte afstandselementen 4 op voldoende grote afstand van het object te plaatsen. Vervolgens wordt het object 10 geplaatst in de tussenruimte B. Het object wordt met een onderzijde op de inrichting 11 geplaatst. Een zijde van het object wordt tegen het afstandselement 4 geplaatst. Dit afstandselement 4 is dus nu tussen twee objecten in geplaatst, en houdt de twee objecten op afstand. De objecten kunnen elkaar bij voorkeur niet raken, zodanig dat de objecten niet beschadigd kunnen worden.
5 Het laatste te plaatsen object wordt in de tussenruimte D tussen het laatste afstandselement 4 en het laatste steunelement 5 geplaatst. Dit laatste object 10 wordt aanliggend tegen het afstandselement 4 geplaatst. Vervolgens kunnen alle geplaatste objecten gefixeerd worden. Hiertoe wordt het laatste steunelement 5 tegen het laatste object aangeschoven. Vervolgens kan een fixeereenheid in werking gesteld worden, die 10 de afstand tussen het eerste en het laatste steunelement 3,5 fixeert. De fixeereenheid kan ingericht zijn voor het tegengaan van een verplaatsing van het laatste steunelement. Wanneer het eerste steunelement 3 vast verbonden is met de inrichting, dan kan de fixeereenheid de afstand tussen het eerste steunelement en het laatste steunelement fixeren.
15 Het fixeren van de afstand zorgt ervoor dat de objecten niet meer ten opzichte van elkaar kunnen schuiven, waardoor de objecten stevig bevestigd zijn op de inrichting.
De afstandselementen zorgen voor een afstand tussen de onderlinge objecten, zodanig dat de kans op beschadiging van de objecten verkleind wordt. De bevestiging van de objecten kan relatief snel en gemakkelijk tot stand komen. Verpakking van de objecten 20 is niet meer nodig, waardoor geen verpakkingsmateriaal meer nodig is, en geen tijd gespendeerd hoeft te worden voor het inpakken en/of uitpakken van de objecten. Daarmee spaart het gebruik van de inrichting volgens de uitvinding tijd en kosten.
Fig. 2 toont een uitvoeringsvorm van de inrichting 11, waarbij slechts een gedeelte van de inrichting 11 getoond is. Te zien zijn een drager 18 met een draagvlak 25 16, welke drager 18 verbonden is door twee dwarsliggers 19 met een verdere, niet getoonde drager. De drager 18 is voorzien van een fixeersysteem 20, welke in de getoonde uitvoeringsvorm een harmonica-koppelsysteem omvat. Het fixeersysteem 20 omvat een eerste steunelement 13, en een laatste steunelement 15. De steunelementen zijn wederom bij voorkeur voorzien van een relatief zacht buitenoppervlak. Het laatste 30 steunelement 15 is verplaatsbaar in een langsrichting L van de inrichting 11. Het laatste steunelement 15 kan gefixeerd worden voor het fixeren van de afstand tussen het eerste 13 en het laatste steunelement 15.
12
Tussen het eerste 13 en het laatste steunelement 15 zijn een aantal afstandselementen 14 voorzien. De afstandselementen zijn in de getoonde uitvoeringsvorm staafvormig. De afstandselementen zijn bij voorkeur voorzien van een relatief zacht buitenoppervlak. De afstandselementen 14 strekken zich ten opzichte van 5 de drager 18 en het draagvlak 16 naar boven toe uit. In de getoonde uitvoeringsvorm strekken de afstandselementen zich in hoofdzaak loodrecht op de drager 18 en het draagvlak 16 uit. De afstandselementen 14 zijn in een vlak van de drager 18, en in het bijzonder in een langsrichting L van de drager 18, verplaatsbaar. Tussen twee naastgelegen afstandselementen 14 kunnen tussenruimtes gevormd worden, om daarin 10 objecten op te nemen.
In de getoonde uitvoeringsvorm zijn de afstandselementen 14 onderling met elkaar verbonden met een harmonica-koppelsysteem. Het harmonica-koppelsysteem zal verder worden uitgelegd aan de hand van Fig. 3a, waarin een doorsnede van een modulair koppelelement 21 van het harmonicasysteem getoond is. Het modulaire 15 koppelelement 21 omvat het afstandselement 22. Het afstandselement omvat in de getoonde uitvoeringsvorm een centraal deel 23, dat aan een buitenzijde daarvan omgeven is door een buitenoppervlak 24. In het centrale deel kan een holte 25 aanwezig zijn. De holte 25 vormt aan een onderzijde van het afstandselement 22 een opneemruimte 28.
20 Het afstandselement 22 is aan een onderzijde daarvan verbonden met een langgerekte basis 29. De basis 29 strekt zich in hoofdzaak loodrecht op het afstandselement 22 uit. Aan een uiteinde van de basis is een koppelelement 26 voorzien. Het koppelelement 26 is ingericht om samen te werken met de opneemruimte 28 van een verder afstandselement 22 of modulair-koppelelement 21. Het 25 koppelelement strekt zich in hoofdzaak evenwijdig aan het afstandselement 22 uit. Het koppelelement strekt zich met een bepaalde hoogte ten opzichte van de basis 29 naar boven toe uit. De hoogte is bij voorkeur kleiner dan de hoogte van het afstandselement 22. De afmetingen van het koppelelement zijn bij voorkeur zodanig gekozen dat het koppelelement in de opneemruimte 28 opneembaar is.
30 Het koppelelement kan een cilindervormig element zijn. De opneemruimte van het afstandselement is bij voorkeur ook cilindervormig. De diameter van het koppelelement is bij voorkeur zodanig gekozen dat deze aansluit bij de diameter van de opneemruimte. Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van een nauwe of losse passing.
13
Een doorsnede van het basisdeel heeft bij voorkeur een S-vorm, zodanig dat een onderzijde van het basisdeel ter hoogte van het opneemdeel 28 hoger geplaatst is dan de onderzijde van het basisdeel ter hoogte van het koppelelement 26. Op deze wijze is gewaarborgd dat de afstandselementen eenvoudig kunnen bewegen, en dat de 5 verplaatsing in hoofdzaak in het vlak van de drager plaats kan vinden.
Het harmonica-koppelsysteem zorgt ervoor dat de afstandselementen 14 van Fig. 2 bij elkaar gehouden worden, maar zorgt er toch voor dat de afstandselementen 14 enigszins onafhankelijk van elkaar verplaatsbaar zijn, voor het vormen van tussenruimtes met een voor de gebruiker gewenste dimensie. De gebruiker kan zo 10 bijvoorbeeld de afstand in een langsrichting L van de inrichting tussen twee afstandselementen instellen, zodanig dat een product met bepaalde afmetingen in de tussenruimte opgenomen kan worden. Het harmonica-systeem omvat tevens een bevestigingsmiddel 12 voor het met de inrichting verbinden van de afstandselementen. Het harmonica-systeem en het bevestigingsmiddel zorgen ervoor dat de 15 afstandselementen voornamelijk in het vlak van de drager 18 verplaatsbaar zijn, en dat verplaatsing van de afstandselementen in een richting loodrecht op het vlak van de drager 18 voorkomen wordt.
Het centrale deel 23 en het buitenoppervlak 24 van het afstandselement 22 van Fig. 3a kunnen van hetzelfde materiaal vervaardigd zijn. Verschillende materialen zijn 20 echter ook denkbaar. In een uitvoeringsvorm, is het centrale deel 23 van metaal gemaakt, en is het buitenoppervlak 24 van een relatief flexibel materiaal gemaakt. Het buitenoppervlak 24 kan van een veerkrachtig materiaal gemaakt zijn, zodanig dat objecten die gefixeerd worden, minder snel beschadigen. Het veerkrachtige materiaal kan bijvoorbeeld een kunststof zijn.
25 In de getoonde uitvoeringsvorm, strekken het centrale deel 23 en het buitenoppervlak 24 zich met een zelfde hoogte ten opzichte van het basisdeel 29 naar boven toe uit. Het is echter zeer goed mogelijk dat het centrale deel 23 minder ver naar boven toe uitsteekt dan het buitenoppervlak 24. Het buitenoppervlak heeft dan een grotere hoogte dan het centrale deel. Deze uitvoeringsvorm zorgt ervoor dat in 30 hoofdzaak het buitenoppervlak 24 in contact komt met de te fixeren objecten. Met name wanneer het buitenoppervlak 24 van een flexibel, veerkrachtig materiaal gemaakt is, zorgt deze uitvoeringsvorm dat de objecten met een grotere kracht te fixeren zijn. Het relatief flexibele buitenoppervlak 24 zal tijdens het fixeren van objecten 14 vervormen, waardoor de wrijvingskracht op de objecten vergroot wordt. De objecten zullen hierdoor stevig gefixeerd kunnen worden, waardoor de kans op loslating van de objecten van de inrichting verminderd of bij voorkeur zelfs voorkomen wordt.
In Fig. 3b wordt een verdere uitvoering van het modulaire koppelelement 31 5 getoond, voorzien van een afstandselement 32 met een centraal deel 33 en een buitenoppervlak 24. Zoals in Fig. 3b te zien is, kan het afstandselementen ten minste een vormelement 35, 36 omvatten. Het vormelement 35, 36 zorgt ervoor dat de vorm van het afstandselement 34 aan een te fixeren object aangepast kan worden. Dit is met name handig voor het fixeren van objecten, waarvan een zijwand niet recht is, 10 bijvoorbeeld voor het fixeren van een object met een L-vormige dwarsdoorsnede. Het vormelement zorgt voor een nauwere aansluiting van het afstandselement op het object, waardoor een betere fixatie mogelijk is. Hiermee wordt tevens beschadiging van het object voorkomen.
Het vormelement kan losneembaar van het afstandselement zijn. In de getoonde 15 uitvoeringsvorm, zijn twee onafhankelijke vormelementen 35,36 gebruikt. Natuurlijk is het ook mogelijk om gebruik te maken van slechts een vormelement. Ook is het mogelijk om een groot aantal vormelementen te gebruiken.
De vormelementen zijn bij voorkeur schijfvormige lichamen, zoals bijvoorbeeld klossen. De klossen kunnen van een relatief flexibel materiaal gemaakt zijn. Het 20 materiaal van de opvulklossen kan van kunststof zijn. De hardheid van het materiaal kan aangepast zijn aan de kwetsbaarheid van de te fixeren objecten.
Het moge duidelijk zijn voor de vakman dat het gebruik van vormelementen zich niet beperkt tot de uitvoering zoals getoond in Fig. 3b. Het is bijvoorbeeld ook mogelijk dat de vormelementen ook voor andere uitvoeringsvormen van 25 afstandselementen gebruikt kunnen worden. De vormelementen kunnen tevens elke gewenste vorm bezitten. De vorm is niet beperkt tot cilinders.
Fig. 4a toont een bovenaanzicht van een uitvoeringsvorm van de inrichting 41, welke in het bijzonder geschikt is voor het fixeren van relatief grote objecten. De objecten kunnen bijvoorbeeld relatief dunne, rechthoekige of vierkante objecten zijn, 30 zoals bijvoorbeeld deuren en dergelijke. De inrichting omvat een achterwand 49 en twee zijwanden 48. De achterwand zorgt voor een goede ondersteuning van de relatief grote objecten, en zorgt, in combinatie met de zijwanden, tevens voor bescherming.
Een bodem 42 van de inrichting vormt de drager. De bodem 42, achterwand 49 en 15 zijwanden 48 kunnen onderdeel zijn van een laadruimte van een voertuig, zoals bijvoorbeeld een vrachtwagen. Andere toepassingen zijn echter ook denkbaar. Nabij de achterwand zijn twee eerste steunelementen 43 gepositioneerd. Tegen het eerste steunelement 43 is een object plaatsbaar. In een alternatieve uitvoeringsvorm, kan de 5 achterwand dienst doen als steunelement. De inrichting 41 omvat twee op afstand van elkaar geplaatste railsystemen 46, waarin afstandselementen 44 verplaatsbaar zijn opgenomen. De afstandselementen kunnen gebruikt worden om tussenruimtes te creëren, waartussen objecten 50 opneembaar zijn.
Een detail van het railsysteem 46 van Fig. 4a is te zien in Fig. 4b. In deze figuur 10 is te zien dat het afstandselement 44 hangend is opgehangen in het railsysteem 46. Het hangend ophangen van de afstandselementen zorgt ervoor dat het fixeren van relatief grote, vierkante of rechthoekige objecten relatief eenvoudig plaats kan vinden. Op alternatieve wijze is het mogelijk om de afstandselementen staand uit te voeren, met een railsysteem dat in de bodem 42 is geplaatst. Het railsysteem 46 omvat een profiel 15 53. Het profiel heeft twee loopvlakken 55, met daartussen een gleuf. Het afstandselement 44 is voorzien van een drager 52. De drager 52 is voorzien van een wielas, met aan twee uiteinden daarvan wielen 54. De wielen zijn op de loopvlakken 55 geplaatst, en kunnen aldus langs een langsrichting van het railsysteem 46 verplaatst worden.
20 Zoals te zien is in Fig. 4a, omvat het railsysteem 46 tevens een U-vormige baan.
Eén haandeel 56 van het railsysteem 46 is nabij de zijwand 48 van de inrichting geplaatst. Het haandeel 56 loopt in hoofdzaak parallel aan de zijwand 48, en dient als magazijn voor afstandselementen 440. Op deze wijze kunnen niet gebruikte afstandselementen weggestopt worden. Wanneer een afstandselement 440 nodig is, kan 25 deze eenvoudig uit het magazijn genomen worden.
De werking van de inrichting 41 is analoog aan de werking van de eerder beschreven inrichtingen. Een object kan tegen het eerste steunelement 43 geplaatst worden, waarna een afstandselement tegen het object geplaatst kan worden. Vervolgens kan een verder object 50 tegen het afstandselement geplaatst worden. Afhankelijk van 30 het aantal objecten, kan een verder afstandselement 441 uit het magazijn gehaald worden, en tegen het object aangeplaatst worden. Wanneer het laatste object geplaatst is, kan het geheel gefixeerd worden met een niet getoond tweede steunelement. Het tweede steunelement kan op verschillende manieren vormgegeven worden. Het 16 steunelement kan een relatief star deel zijn, dat verplaatsbaar in een rails is opgehangen. Een fïxeereenheid kan gebruikt worden om de verplaatsbaarheid van het steunelement tegen te gaan, om zo het laatste steunelement te fixeren. Het is natuurlijk ook mogelijk om het laatste steunelement op een andere wijze uit te voeren.
5 Fig. 5 toont een andere uitvoering van de inrichting 61. In deze uitvoeringsvorm is de inrichting 61 als pallet uitgevoerd. De inrichting omvat twee op afstand van elkaar geplaatste dragers 68, die door drie dwarsliggers 80 met elkaar verbonden zijn. Aan een onderzijde van de dwarsliggers 80 zijn opneemruimtes 81 voorzien. De opneemruimtes 81 zijn aangepast aan de afmetingen van bijvoorbeeld een vork van een vorkheftruck.
10 Op deze wijze kan de inrichting eenvoudig met een vorkheftruck getransporteerd worden.
De uitvoering met opneemruimtes voor een transportvoertuig kan uiteraard ook op andere uitvoeringsvormen van de inrichting toegepast worden. Deze toepassing is bijvoorbeeld ook geschikt voor gebruik in de inrichting zoals getoond in Fig. 4, waarbij 15 zijwanden en achterwanden gebruikt worden.
Fig. 5 toont tevens een detail van een fixeersysteem 75 volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding. Het fixeersysteem omvat een bodem 68 welke aan weerszijden voorzien is van zijwanden 90,91. Aan een bovenzijde van de buitenste wand 90 is een draagvlak 66 voor objecten voorzien. Nabij een uiteinde van de drager 20 68 is aan een zijwand 92 van het fixeersysteem 75 een eerste steunelement 63 voorzien.
In de ruimte die omgeven is door de bodem 68 en de zijwanden 90,91,92 is een harmonica-koppelsysteem met afstandselementen 64 voorzien. Het harmonica-koppelsysteem is reeds besproken aan de hand van Fig. 2 en Fig. 3. Het harmonica-koppelsysteem wordt in de ruimte omgeven door de bodem 68 en de zijwanden 90,91 25 gehouden met een bevestigingsmiddel 62. Het bevestigingsmiddel is in deze uitvoeringsvorm een langgerekte staat 62, die in een langsrichting L van de inrichting de twee korte zijwanden met elkaar verbindt. Het harmonica-koppelsysteem is grotendeels tussen de bodem 68 en het bevestigingsmiddel 62 geplaatst. Aldus wordt het harmonica-koppelsysteem op zijn plek gehouden. Op alternatieve wijze is het ook 30 mogelijk om in de bodem 68 een gleuf te voorzien, waarin de afstandselementen geschoven kunnen worden. Het is bijvoorbeeld mo gelijk om een afstandselement uit te voeren met een in hoofdzaak loodrecht op het afstandselement uitstrekkend basisdeel. Het basisdeel is aan een onderzijde daarvan voorzien van een schuifdeel dat in de gleuf 17 opgenomen kan worden. Aan een onderzijde van het schuifdeel kan een bevestigingsmiddel voorzien zijn, zoals bijvoorbeeld een knop. De knop zorgt ervoor dat het afstandsmiddel niet zonder meer uit de gleuf genomen kan worden, en houdt zo het afstandsmiddel verbonden met de inrichting. Desondanks kan het afstandsmiddel 5 wel verplaatst worden in de inrichting. De verplaatsing zal in hoofdzaak evenwijdig aan het vlak van de drager plaats kunnen vinden.
Bovenop een binnenwand 91 van de inrichting 61 van Fig. 5 is een laatste steunelement 65 verplaatsbaar aangebracht. Het steunelement kan langs de langsrichting L van de inrichting bewegen. Het steunelement schuift daarbij met een 10 geleider 71 over de binnenste wand 91. Het laatste steunelement 65 omvat een middendeel 73 waaromheen een aanslagdeel 72, zoals een klos, is aangebracht. Aan het steunelement 65 is een fïxeereenheid voorzien. De fïxeereenheid omvat een hefboom 70 waarmee de fïxeereenheid in een werkende positie gebracht kan worden. In een werkende positie, wordt het verschuiven van het steunelement 65 voorkomen. Hiermee 15 is de afstand tussen het eerste steunelement en het laatste steunelement te fixeren, en zijn de objecten op de inrichting te fixeren.
Het moge duidelijk zijn voor de vakman dat de inrichting ook anders uitgevoerd kan worden. Uitvoeringen zoals getoond in de diverse figuren zijn onderling uitwisselbaar. Het is bijvoorbeeld ook mogelijk om beide steunelementen verplaatsbaar 20 uit te voeren, zodanig dat de objecten vanaf twee kanten gefixeerd kunnen worden.
Dergelijke uitvoeringsvormen zijn zeer goed denkbaar, zonder dat daarbij van de in de conclusies gevraagde bescherming afgeweken wordt.

Claims (22)

1. Inrichting voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten, omvattende een drager met een draagvlak, waarbij de drager is ingericht voor het daarop in een rij 5 plaatsen van de objecten, waarbij de inrichting tevens voorzien is van een fixeersysteem dat voorzien is van: • een eerste steunelement voor het daartegen plaatsen van een eerste object; • een op afstand van het eerste steunelement gepositioneerd laatste steunelement voor het daartegen plaatsen van een laatste object; 10. een aantal tussen het eerste en het laatste steunelement positioneerbare afstandselementen, waarbij de afstandselementen ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de drager in een verplaatsingsrichting evenwijdig aan het draagvlak verplaatsbaar zijn voor het vormen van een aantal tussenruimtes op de drager, waarbij in de tussenruimtes de objecten opneembaar zijn, en 15 waarbij het afstandselement is ingericht om tijdens gebruik van de inrichting beschadiging van de objecten te voorkomen; • een fïxeereenheid voor het daarmee fixeren van de afstand tussen het eerste en het laatste steunelement.
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de afstandselementen met elkaar gekoppeld zijn.
3. Inrichting volgens conclusie 2, waarbij de afstandselementen in wezen alleen in de verplaatsingsrichting verplaatsbaar gekoppeld zijn. 25
4. Inrichting volgens conclusie 2 of 3, waarbij voorzien is in een harmonica-koppelsysteem voor het daarmee koppelen van de afstandselementen.
5. Inrichting volgens conclusie 4, waarbij het afstandselement aan een onderzijde 30 daarvan verbonden is met een langgerekte basis, welke zich in hoofdzaak loodrecht op het afstandselement uitstrekt, waarbij nabij een eerste uiteinde van de basis een opneemruimte voorzien is, en waarbij nabij een tegenover het eerste uiteinde gelegen tweede uiteinde een koppelelement voorzien is dat is ingericht om samen te werken met de opneemruimte van een naastgelegen afstandselement voor het daarmee aan elkaar koppelen van de afstandselementen, en het aldus vormen van het harmonica-koppelsysteem.
6. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de inrichting een in hoodfzaak rechthoekige houder met een bodem en omtrekswanden omvat, waarbij de drager en het draagvlak tenminste ten dele gevormd zijn door een bovenzijde van de omtrekswanden, waarbij het eerste steunelement nabij een korte zijde van de rechthoekige houder voorzien is, waarbij het tweede steunelement langs een lange zijde 10 van de houder verplaatsbaar is en voorzien is van de fixeereenheid voor het daarmee fixeren van de afstand tussen het eerste en het laatste steunelement, en waarbij het aantal afstandselementen verplaatsbaar is opgenomen in een door de bodem en omtrekswanden omgeven ruimte.
7. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij voorzien is in een verder fixeersysteem dat op afstand van het eerste fixeersysteem geplaatst is.
8. Inrichting volgens conclusie 7, waarbij het verder fixeersysteem zodanig geplaatst is dat de verplaatsingsrichting van de afstandselementen van het verder 20 fixeersysteem in hoofdzaak evenwijdig is aan de verplaatsingsrichting van de afstandselementen van het eerste fixeersysteem.
9. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het afstandselement ten minste een vormelement omvat voor het daarmee aanpassen van de vorm van het 25 afstandselement aan het te fixeren object.
10. Inrichting volgens conclusie 9, waarbij het vormelement losneembaar van het afstandselement is.
11. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de afstandselementen in een langsrichting van de drager verplaatsbaar zijn.
12. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het afstandselement voorzien is van een onderstel met tenminste een wiel, waarbij het onderstel verplaatsbaar is opgenomen in een geleidingselement omvattende tenminste een loopvlak voor het daarin geleiden van het wiel. 5
13. Inrichting volgens conclusie 12, voorzien van bevestigingsmiddelen voor het bevestigen van het geleidingselement aan een plafonddeel, en waarbij het afstandselement hangend is opgehangen aan het onderstel.
14. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de inrichting voorzien is van een opslagruimte voor het daarin tijdelijk opbergen van de afstandselementen.
15. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de inrichting aan een 15 onderzijde daarvan voorzien is van tenminste een opneemruimte voor het daarin opnemen van draagelementen van een transportvoertuig, zoals een vorkheftruck.
16. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het draagvlak zich in hoofdzaak horizontaal uitstrekt.
17. Gebruik van een inrichting volgens een der conclusies 1-16.
18. Voertuig voor het vervoeren van een aantal objecten, omvattende een of meer inrichtingen volgens een der conclusies 1-16. 25
19. Voertuig volgens conclusie 18, waarbij tenminste een inrichting in een laadruimte van het voertuig gepositioneerd is.
20. Werkwijze voor het fixeren van tenminste twee objecten met een inrichting 30 volgens een der conclusies 1-16, waarbij de werkwijze de stappen omvat van: • het verplaatsen van tenminste een eerste afstandselement zodanig dat tussen het eerste steunelement en het eerste afstandselement een eerste tussenruimte verschaft wordt, waarbij de afstand tussen het eerste afstandselement en het eerste steunelement zodanig gekozen is dat een eerste object in de eerste tussenruimte opneembaar is; • het plaatsen van het eerste object in de eerste tussenruimte, waarbij het object aanliggend tegen het eerste steunelement geplaatst wordt; 5 «het verkleinen van de afstand tussen het eerste afstandselement en het eerste steunelement zodanig dat het eerste afstandselement aanliggend tegen het object geplaatst wordt; • het vormen van een laatste tussenruimte tussen het laatste steunelement en een laatste afstandselement, waarbij de afstand tussen het laatste steunelement en 10 het laatste afstandselement zodanig gekozen is dat een laatste object in de laatste tussenruimte opneembaar is; • het plaatsen van het laatste object in de laatste tussenruimte, waarbij het laatste object aanliggend tegen het laatste afstandselement geplaatst wordt; • het verkleinen van de afstand tussen het laatste steunelement en het laatste 15 afstandselement zodanig dat het laatste steunelement aanliggend tegen het object geplaatst is; • het fixeren van de afstand tussen het laatste steunelement en het eerste steunelement voor het fixeren van de objecten.
21. Werkwijze volgens conclusie 20, waarbij het eerste afstandselement tevens dienst doet als het laatste afstandselement, en waarbij de werkwijze gebruikt wordt voor het fixeren van twee objecten.
22. Werkwijze volgens conclusie 20, waarbij voor de stap van het vormen van een 25 laatste tussenruimte, de werkwijze de aanvullende stappen omvat van: • het vormen van tenminste een additionele tussenruimte tussen de eerste tussenruimte en de laatste tussenruimte door het op afstand van elkaar plaatsen van twee afstandselementen; • het plaatsen van een additioneel object in de tenminste ene additionele 30 tussenruimte, waarbij het additionele object aanliggend tegen een van de twee afstandselementen geplaatst wordt; • het verkleinen van de afstand tussen de twee afstandselementen zodanig dat de afstandselementen aanliggend tegen het object geplaatst zijn.
NL2003262A 2009-07-22 2009-07-22 Inrichting voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten, gebruik van een dergelijke inrichting, voertuig voorzien van een dergelijke inrichting, alsmede werkwijze voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten. NL2003262C2 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2003262A NL2003262C2 (nl) 2009-07-22 2009-07-22 Inrichting voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten, gebruik van een dergelijke inrichting, voertuig voorzien van een dergelijke inrichting, alsmede werkwijze voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten.
EP10169988A EP2277740A1 (en) 2009-07-22 2010-07-19 Device for fixing objects

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2003262 2009-07-22
NL2003262A NL2003262C2 (nl) 2009-07-22 2009-07-22 Inrichting voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten, gebruik van een dergelijke inrichting, voertuig voorzien van een dergelijke inrichting, alsmede werkwijze voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2003262C2 true NL2003262C2 (nl) 2011-01-25

Family

ID=41664999

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2003262A NL2003262C2 (nl) 2009-07-22 2009-07-22 Inrichting voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten, gebruik van een dergelijke inrichting, voertuig voorzien van een dergelijke inrichting, alsmede werkwijze voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten.

Country Status (2)

Country Link
EP (1) EP2277740A1 (nl)
NL (1) NL2003262C2 (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN117049161A (zh) * 2023-10-13 2023-11-14 宁德时代新能源科技股份有限公司 一种夹持装置、电池生产线和转运方法

Families Citing this family (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR3052754B1 (fr) * 2016-06-20 2020-11-13 Spurgin Leonhart Dispositif de transport d'au moins un objet comportant au moins une plaque

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE2926795A1 (de) * 1979-07-03 1981-01-22 Juergens Walter Glasscheibentransportgestell
EP1142756A2 (fr) * 2000-04-04 2001-10-10 Antonio Cuenca Candel Etriers pour le transports de planche
DE202008010612U1 (de) * 2008-08-11 2008-10-23 Eternit Ag Ladungssicherung für Baustoffelemente auf der Ladefläche eines Transportfahrzeugs

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE2926795A1 (de) * 1979-07-03 1981-01-22 Juergens Walter Glasscheibentransportgestell
EP1142756A2 (fr) * 2000-04-04 2001-10-10 Antonio Cuenca Candel Etriers pour le transports de planche
DE202008010612U1 (de) * 2008-08-11 2008-10-23 Eternit Ag Ladungssicherung für Baustoffelemente auf der Ladefläche eines Transportfahrzeugs

Cited By (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN117049161A (zh) * 2023-10-13 2023-11-14 宁德时代新能源科技股份有限公司 一种夹持装置、电池生产线和转运方法
CN117049161B (zh) * 2023-10-13 2024-02-06 宁德时代新能源科技股份有限公司 一种夹持装置、电池生产线和转运方法
US12431527B2 (en) 2023-10-13 2025-09-30 Contemporary Amperex Technology (Hong Kong) Limited Clamping apparatus, battery production line and transfer method

Also Published As

Publication number Publication date
EP2277740A1 (en) 2011-01-26

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL1008057C2 (nl) Transportsamenstel.
RU2700907C2 (ru) Отдельный универсальный съемный грузовой поддон для автовоза
CN101242996B (zh) 适配拖运器和货盘、及装运方法
NL2003262C2 (nl) Inrichting voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten, gebruik van een dergelijke inrichting, voertuig voorzien van een dergelijke inrichting, alsmede werkwijze voor het ten opzichte van elkaar fixeren van objecten.
HU227899B1 (en) Loading member
JP6544432B2 (ja) 梱包装置
US6637351B1 (en) Shipping pallet with retractable rails
JP5996584B2 (ja) 運搬用台車
WO2012063841A1 (ja) 二輪車の輸送用固定装置
JP5827501B2 (ja) 運搬用台車及び荷下ろし小運搬方法
JP2003081268A (ja) 運搬用パレット
JP7218490B2 (ja) 台車及び荷積荷降方法
JP6664626B2 (ja) タイヤ運搬台車
JP2020097296A (ja) 運搬台車
JP4862938B2 (ja) パレットラック、パレットラックユニット及びパレットラックを備えたコンテナ
CN113286736A (zh) 用于运输、转运和/或存储货物的系统
JP5605774B2 (ja) 木製パレット
JP3986784B2 (ja) 梱包装置および緩衝材
WO2015052688A1 (en) Vehicle transport system
JP6678803B1 (ja) 金属製コンテナをトラック荷台部から地面に設置する方法
KR200474058Y1 (ko) 화물차량용 자동차 재사용 부품 거치대
JPH0595826U (ja) 包装容器
JPH0822659B2 (ja) トラック荷台用ステップ
CN114423666B (zh) 运输车和篮子
NL1029891C2 (nl) Inrichting voor het fixeren van een object.

Legal Events

Date Code Title Description
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20140201