NL1007176C2 - Schijfkleminrichting voor een schijfspeler. - Google Patents

Schijfkleminrichting voor een schijfspeler. Download PDF

Info

Publication number
NL1007176C2
NL1007176C2 NL1007176A NL1007176A NL1007176C2 NL 1007176 C2 NL1007176 C2 NL 1007176C2 NL 1007176 A NL1007176 A NL 1007176A NL 1007176 A NL1007176 A NL 1007176A NL 1007176 C2 NL1007176 C2 NL 1007176C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
clamp
disc
cover plate
clamping device
piece
Prior art date
Application number
NL1007176A
Other languages
English (en)
Other versions
NL1007176A1 (nl
Inventor
Beoung-Chel Park
Original Assignee
Daewoo Electronics Co Ltd
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Daewoo Electronics Co Ltd filed Critical Daewoo Electronics Co Ltd
Publication of NL1007176A1 publication Critical patent/NL1007176A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1007176C2 publication Critical patent/NL1007176C2/nl

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B17/00Guiding record carriers not specifically of filamentary or web form, or of supports therefor
    • G11B17/02Details
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B17/00Guiding record carriers not specifically of filamentary or web form, or of supports therefor
    • G11B17/02Details
    • G11B17/022Positioning or locking of single discs
    • G11B17/028Positioning or locking of single discs of discs rotating during transducing operation
    • G11B17/0284Positioning or locking of single discs of discs rotating during transducing operation by clampers

Landscapes

  • Holding Or Fastening Of Disk On Rotational Shaft (AREA)

Description

VO 1007176
Titel: Schijfkleminrichting voor een schijfspeler. Achtergrond van de uitvinding 1. Gebied van de uitvinding
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een schij fkleminrichting voor een schijf speler en meer in het 5 bijzonder op een schij fkleminrichting van een compactdisc-speler die in een voertuig wordt gebruikt.
2. Beschrijving van de stand van de techniek
In het algemeen registreert een optische schijf-speler informatie en geeft deze informatie weer op en vanaf 10 een optische schijf die gebruik maakt van een optische opneeminrichting die wordt geïnstalleerd onder een optische schijf. In de optische schijfspeler wordt de optische schijf geplaatst op een draaitafel die wordt geroteerd door een spilmotor en wordt vastgeklemd door een kleminrichting 15 om zelfs stabiel te worden geroteerd wanneer' uitwendige stoten daarop worden uitgeoefend.
Recentelijk is een dergelijke optische schijfspeler gebruikt in een voertuig en ook voor huiselijk gebruik. In een optische schijfspeler in een voertuig kunnen, terwijl 20 het voertuig waarin de optische schijfspeler is gemonteerd, voortgaat over een weg, vibratiekrachten worden uitgeoefend op de schijfspeler, zodat een kleminrichting nodig is om de optische schijfspeler stabiel te klemmen.
Fig. 1 en 2 tonen een gebruikelijke schijfspeler 200 25 voor een voertuig. Fig. 1 is een bovenaanzicht van de schijfspeler 200 en fig. 2 is een zijaanzicht van de schijfspeler 200 die is getoond in fig. 1.
Zoals getoond in fig. 1 en 2 omvat de gebruikelijke schijfspeler 200 voor een voertuig een basis 210. Een 30 schijfinbrengopening 212, waardoor een schijf (niet getekend) wordt ingebracht en uitgeworpen is aangebracht op één zijde van de basis 210. Aan het bovenoppervlak van de 1 ü J 7 7 6* 2 basis is een eerste afdekplaat 220 vast bevestigd en bedekt ongeveer de helft van het bovenoppervlak van de basis 210 op de voorzijde van de basis 210 die ligt naast de schijf-inbrengopening 212. Een tweede afdekplaat 230 scharniert 5 met het bovenoppervlak van de basis 210 op de achterzijde van de basis 210.
De tweede afdekplaat 230 wordt naar beneden gedwongen door een veer die is aangebracht op de achterzijde van de basis 210.
10 Een scharnieras 234 is aangebracht aan de achter zijde van een eerste zijde van de tweede afdekplaat 230 en de tweede afdekplaat 230 scharniert met de basis 210 door de scharnieras 234. Een geleidingsas 232 is aangebracht aan de voorzijde van een tweede zijde van een tweede afdekplaat 15 230 die tegenover de eerste zijde ervan ligt. De geleidingsas 232 wordt ondersteund op een beweegbare plaat 240 die is aangebracht aan één zijde van de basis 210. De beweegbare plaat 240 wordt bewogen door een afzonderlijk overbrengingsmechanisme (niet getekend) aan de voor- of 20 achterzijde van de basis 210. De geleidingsas 232 wordt op selectieve wijze ondersteund op het bovenste of onderste deel 242 of 244 van de beweegbare plaat 240, wanneer de beweegbare plaat 240 wordt bewogen en het voorste deel van de tweede plaat 230 is op deze wijze naar boven of naar 25 beneden beweegbaar.
Een klemophanging 250 is aan één stuk gevormd in het voorste einddeel van de tweede afdekplaat 230. De klemophanging 250 steekt naar voren over een afstand vanaf het voorste einddeel van de tweede afdekplaat 230 naar het 30 centrum van de basis 210. Een sleuf 254 voor het bevestigen van een klem 3 00 aan de klemophanging 2 50 wordt aangebracht in de klemophanging 250, en een spiraalvormig deel 252 dat zich uitstrekt langs het centrum van de sleuf 254 in een longitudinale richting van de sleuf 254 is aan één stuk 35 aangebracht in de klemophanging 250 boven de sleuf 254. Het vrije uiteinde van het spiraalvormige deel 252 maakt '7 ^ 3 contact met de klem 300 zodat de klem 300 op stabiele wijze de schij f vastklemt.
Zoals in het bijzonder aangegeven in fig. 2 omvat de klem 300 een ringvormige plaat 260, die contact maakt met 5 het bovenoppervlak van de schijf, een halsdeel 262, dat is aangebracht op de ringvormige plaat 260 en een pers-passing vormt in de sleuf 254 van de klemophanging 250, en een ondersteuningsdeel 264 dat is aangebracht op het halsdeel 262 en is aangebracht op het bovenoppervlak van de klem-10 ophanging 250, en een nok 266 die vooruitsteekt bij het centrale deel van het bovenoppervlak van het ondersteuningsdeel 264 om contact te maken met het vrije uiteinde van het spiraalvormige deel 252.
Op het centrale deel van het onderste oppervlak van 15 de basis 210 is een spilmotor 270 aangebracht voor het roteren van de draaitafel 280.
Hierna zal de werking van de gebruikelijke schijfspeler 200 voor een voertuig worden uiteengezet.
Wanneer de schijfspeler 200 niet werkt, dat wil 20 zeggen wanneer de schijf is uitgeworpen uit de schijfspeler 200, wordt de geleidingsas 232 ondersteund op het bovenste eindgedeelte 242 van de beweegbare plaat 240, en blijft het voorste deel van de tweede afdekplaat 230, zoals getoond in fig. 2, opwaarts in beweging.
25 Wanneer in deze toestand de schijf wordt ingebracht in de schijfinbrengopening 212, wordt de schijf geleid naar het inwendige van de schijfspeler 200 en wordt op de draaitafel 280 geplaatst door een schijfladingsmechanisme (niet getekend) zoals een overbrengingsmechanisme of 30 dergelijke. Vervolgens wordt de beweegbare plaat 240 bewogen naar de voorzijde van de basis 210 door een afzonderlijk overbrengingsmechanisme. Wanneer de beweegbare plaat 240 wordt bewogen naar de voorzijde van de basis 210, wordt de geleidingsas 232 die wordt ondersteund op het 35 bovenste einddeel 242 van de beweegbare plaat 240 ondersteund op het onderste einddeel 244 van de beweegbare plaat 4 240 en wordt de voorzijde van de tweede afdekplaat 230 naar beneden bewogen.
Als gevolg maakt de ringvormige plaat 260 van de klem 300 contact met het bovenoppervlak van de schijf die 5 op de draaitafel 280 is geplaatst, en dwingt een buigings-deel 252 dat aan één stuk is gevormd in de klemophanging 250 door een veer die is aangebracht op de voorzijde van de basis 210 de nok 266 naar beneden, die is aangebracht op het bovenoppervlak van de klem 300 om de klem op stabiele 10 wijze het bovenoppervlak van de schijf vast te klemmen.
In de gebruikelijke schijfspeler 200 die wordt gebruikt in een voertuig botst echter, wanneer de schijfspeler 200 niet in werking is, de klem 300 met het onderste oppervlak van de eerste afdekplaat 220 gedurende 15 het lopen van het voertuig, hetgeen rammelruis veroorzaakt.
Bovendien moet een hoekdeel met elasticiteit worden aangebracht op het halsdeel 262 van de klem 300 om de klem 300 te monteren in de sleuf 254 van de klemophanging 250, zodat het vervaardigingsproces van de klem 300 20 gecompliceerd wordt.
Wanneer bovendien de schijfspeler 200 niet in werking is, blijft de klem 300 naar boven gekanteld naar de schijfinbrengopening 210, zodat de schijf contact maakt met de klem 300 gedurende het inbrengen van de schijf, en als 25 gevolg kan de schijf niet worden geplaatst op de draaitafel 280.
Samenvatting van de uitvinding
De onderhavige uitvinding is gedaan om het probleem van de stand der techniek op te lossen en het is derhalve 30 een doel van de onderhavige uitvinding om te voorzien in een kleminrichting voor een schijfspeler die geen contact maakt met een schijf die wordt geladen op een draaitafel en die gemakkelijk kan worden vervaardigd en ruis kan reduceren die wordt veroorzaakt door een botsing tussen een 35 afdekplaat en een klem.
I U u / , * o 5
Om dit doel volgens de onderhavige uitvinding te bereiken is voorzien in een schijfkleminrichting voor een schijfspeler met een basis, een eerste afdekplaat die is bevestigd aan een bovenste voorste deel van de basis, een 5 tweede afdekplaat die scharniert met een bovenste achterdeel van de basis, en een draaitafel die is aangebracht in het centrum van de basis, met het kenmerk, dat de schij fkleminrichting omvat: een klem voor het klemmen van de schijf die wordt 10 geladen op de draaitafel; een eerste orgaan voor het opwaarts opheffen van de klem door een eerste voorspanningskracht, waarbij het eerste orgaan de klem horizontaal in een positie houdt die correspondeert met een positie van de draaitafel; 15 een tweede orgaan voor het naar beneden dwingen van het eerste orgaan door een tweede voorspanningskracht zodat de klem rust op een bovenste oppervlak van de draaitafel; een derde orgaan om de klem stabiel te laten roteren, waarbij het derde orgaan contact maakt met een 20 centrumdeel van een bovenoppervlak van de klem; en een vierde orgaan voor het bevestigen van het eerste orgaan aan een bovenoppervlak van de eerste afdekplaat.
Volgens een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding omvat het eerste orgaan een elastische multi-25 getrapte draad met een ondersteuningssectie die gefixeerd wordt ondersteund op het bovenoppervlak van de eerste afdekplaat, een klemophangingssectie die aan één stuk is gevormd met een boveneinde van de ondersteuningssectie en een kantelsectie die is aan één stuk is gevormd met een 30 onderste einde van de ondersteuningssectie. De klemophangingssectie strekt zich horizontaal uit naar de draaitafel over een voorafbepaalde lengte voor het ophangen van de klem boven de draaitafel. De kantelsectie heeft een helling naar beneden met betrekking tot de ondersteunings-35 sectie met een voorafbepaalde hoek.
] ü 0 ( ί 1 0 6
Het vierde orgaan omvat een aantal fixatieklauwen die zijn aangebracht op het bovenoppervlak van de eerste afdekplaat. De ondersteuningssectie van de elastische draad is stevig gekoppeld met de fixatieklauwen.
5 De klem omvat een ringvormige plaat die contact maakt met een bovenoppervlak van de schijf, een halsdeel dat aan één stuk is gevormd met een centrum van een bovenoppervlak van de ringvormige plaat, een kapdeel dat aan één stuk is gevormd op een bovenoppervlak van het halsdeel en 10 met een diameter die groter is dan de diameter van het halsdeel, en een vooruitstekend stuk dat aan één stuk is gevormd in het centrum van een bovenoppervlak van het kapdeel. De klemophangingssectie heeft een ringvormig concaaf deel, waarin het halsdeel van de klem wordt 15 ingebracht.
Het tweede orgaan omvat een paar veren die zijn aangebracht aan beide zijden van de tweede afdekplaat voor het geven van een benedenwaartse voorspanning aan de tweede afdekplaat, en een paar verlengingsstaven die aan één stuk 20 zijn gevormd met een voorste deel van de tweede afdekplaat. De verlengingsstaven strekken zich uit naar de eerste afdekplaat om contact te maken met een bovenste deel van de klemophangingssectie.
Het derde orgaan omvat een spiraalvormige staaf die 25 is aangebracht tussen het paar verlengingsstaven. De spiraalvormige staaf strekt zich uit naar de eerste afdekplaat om contact te maken met een bovenste deel van het vooruitstekende stuk.
Wanneer de schijf wordt ingebracht in een schijf-30 inbrengopening door een gebruiker, wordt de schijf geleid naar het inwendige van de schijfspeler en wordt geplaatst op de draaitafel door een schijfladingsmechanisme zoals een overbrengingsmechanisme. Daar de klem horizontaal wordt gehouden boven de draaitafel, botst op dit tijdstip de 35 schijf die wordt geladen op de draaitafel niet met de klem.
1007176* 7
Vervolgens wordt het voorste deel van de tweede afdekplaat naar beneden bewogen door middel van de voorspanningskracht van de veer. Op dit tijdstip wordt de klemophangingssectie van de elastische draad naar beneden 5 gedwongen door het paar verlengingsstaven die aan één stuk worden gevormd met het voorste deel van de tweede afdekplaat om contact te maken met het bovenste deel van de elastische draad. Op dit tijdstip wordt de klem die in aangrijping is met de klemophangingssectie naar beneden 10 bewogen, terwijl de horizontale toestand ervan wordt gehandhaafd. Als gevolg maakt de ringvormige plaat van de klem contact met het bovenoppervlak van de schijf die op de draaitafel is geladen.
Daarentegen maakt de spiraalvormige staaf licht 15 contact met het bovenoppervlak van het vooruitstekende stuk wanneer de schijf is geladen op de draaitafel zodat de ringvormige plaat van de klem stabiel contact kan maken met de schijf die op de draaitafel geladen is.
Zoals beschreven in het bovenstaande maakt de 20 kleminrichting volgens de onderhavige uitvinding geen contact met de schij f terwij1 de schij f wordt ingebracht/uitgeworpen naar/uit de schijfspeler, en derhalve kan schade aan de schijf of aan de klem worden voorkomen.
25 Daar bovendien de klem horizontaal wordt gehouden boven de draaitafel door de elastische draad, fluctueert de klem niet terwijl een gebruiker het voertuig bestuurt, zodat wordt voorkomen dat de klem botst met de eerste afdekplaat waardoor ruis wordt gereduceerd.
30 Daar de klem gemakkelijk wordt bevestigd aan de elastische draad is voorts vervaardiging van de klem gemakkelijk.
1007176^ 8
Korte beschrijving van de tekeningen
Het bovengenoemde doel en de voordelen van de onderhavige uitvinding zullen nu duidelijk worden door het in detail beschrijven van een voorkeursuitvoeringsvorm 5 ervan onder verwijzing naar de bijbehorende tekeningen, waarin: fig. 1 een bovenaanzicht is dat een gebruikelijke compactdisc-speler voor een voertuig toont; fig. 2 een gedeeltelijke zijdoorsnede is van de 10 gebruikelijke compactdisc-speler die in fig. 1 is getoond; fig. 3 een bovenaanzicht is dat de compactdisc-speler toont voor een voertuig met een kleminrichting volgens een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding; fig. 4 een gedeeltelijke zijdoorsnede is van een 15 compactdisc-speler voor een voertuig met een kleminrichting volgens een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding; en fig. 5 een uit elkaar getrokken perspectivisch aanzicht is dat elementen toont van een kleminrichting 20 volgens de onderhavige uitvinding.
Gedetailleerde beschrijving van de uitvinding
Hierna zal de voorkeursuitvoeringsvorm volgens de onderhavige uitvinding in detail worden uiteengezet onder verwijzing naar de bijbehorende tekeningen.
25 Fig. 3 en 4 tonen een schijfspeler 100 voor een voertuig met een kleminrichting 50 volgens de onderhavige uitvinding. Fig. 3 is bovenaanzicht van de schijfspeler 100, fig. 4 is zijaanzicht in doorsnede van de schijfspeler 100 en fig. 5 is een uit elkaar getrokken perspectivisch 30 aanzicht dat elementen van de kleminrichting 50 toont.
Zoals getoond in fig. 3 en 4 omvat de schijfspeler 100 een basis 110. Een schijfinbrengopening 112 waardoor een schijf (niet getekend) wordt ingebracht en wordt uitgeworpen is aangebracht op één zijde van de basis 110.
35 Op een bovenste voorzijde van de basis 110, die ligt naast 100717ü ’ 9 de schijfinbrengopening 112 is een eerste afdekplaat 120 gefixeerd aangebracht, die ongeveer de helft van de bovenste oppervlakte van de basis 110 bedekt. Een tweede afdekplaat 130 scharniert met de bovenste achterzijde van 5 de basis 110.
Bovendien is een spilmotor 170 voor het aandrijven van een draaitafel 180 aangebracht in het centrum van de onderzijde van de basis 110. De tweede afdekplaat 130 wordt benedenwaarts gedwongen door een paar veren 175 en 176 die 10 zijn aangebracht aan de achterzijde van de basis 110.
Een scharnieras 134 is aangebracht op de achterzijde van een eerste zijde van de tweede afdekplaat 130 en de tweede afdekplaat 130 scharniert met de basis 110 door de scharnieras 134. Een geleidingsas 132 is aangebracht aan de 15 voorzijde van de tweede zijde van een tweede afdekplaat 130. De tweede zijde van de tweede afdekplaat 130 ligt tegenover de eerste zijde ervan. De geleidingsas 132 wordt ondersteund op een beweegbare plaat 140 die is aangebracht op één zijde van de basis 110. De beweegbare plaat 140 20 wordt bewogen in de voorste en achterste richtingen van de basis 110 door een separaat overbrengingsmechanisme (niet getekend). De geleidingsas 132 wordt op selectieve wijze ondersteund op het bovenste of onderste deel 142 of 144 van de beweegbare plaat 140, wanneer de beweegbare plaat 140 25 beweegt naar de voorste en achterste richtingen van de basis 110, zodat het voorste deel van de tweede plaat 130 naar boven of naar beneden wordt bewogen.
De kleminrichting 50 omvat een aantal fixatieklauwen 112, 114, 116 en 118 die zijn aangebracht op het boven-30 oppervlak van de eerste afdekplaat 120 en een elastische multi-getrapte draad 400 die wordt aangegrepen met fixatieklauwen 112, 114, 116 en 118. De elastische multi-getrapte draad 400 dwingt de klem 500 naar boven en houdt de klem 500 horizontaal boven de draaitafel 180.
35 Onder verwijzing naar fig. 5 heeft de elastische multi-getrapte draad 400 een ondersteuningssectie 420 die 1007176 10 gefixeerd wordt ondersteund op het bovenoppervlak van de eerste afdekplaat 120, een klemophangingssectie 410 die aan één stuk is gevormd met een bovenste uiteinde van de onder-steuningssectie 420 en een kantelsectie 430 die aan één 5 stuk is gevormd met een onderste uiteinde van de ondersteuningssectie 420. De klemophangingssectie 410 strekt zich horizontaal uit naar de draaitafel 180 over een voorafbepaalde lengte voor het ophangen van de klem 500 boven de draaitafel 180. De kantelsectie 430 heeft een 10 helling naar beneden met betrekking tot de ondersteuningssectie 420 met een voorafbepaalde hoek.
De klemophangingssectie 410 heeft een ringvormig concaaf deel 405 dat wordt aangegrepen met de klem 500.
Daar de kantelsectie 430 een helling heeft naar beneden met 15 betrekking tot de ondersteuningssectie 420, wanneer de elastische multi-getrapte draad 400 is aangebracht op het bovenoppervlak van de eerste afdekplaat 120, wordt de klemophangingssectie 410 naar boven gedwongen over een voorafbepaalde afstand. Wanneer derhalve de schijfspeler 20 100 in de stopmodus is, dat wil zeggen wanneer de schijf is uitgeworpen uit de schijfspeler 100, ondersteunt de klemophangingssectie 410 op stabiele wijze het bovenste deel van de klem 500 en voorkomt daardoor dat de klem 500 botst met de onderzijde van de eerste afdekplaat 120 25 terwijl een gebruiker het voertuig bestuurt.
Onder verwijzing naar fig. 4 omvat een klem 500 een ringvormige plaat 160 die contact maakt met een bovenoppervlak van de schijf, een halsdeel 162 dat aan één stuk is gevormd met een centrum van het bovenoppervlak van een 30 ringvormige plaat 160, een kapdeel 164 dat aan één stuk is gevormd op het bovenoppervlak van het halsdeel 162 en met een diameter die groter is dan de diameter van het halsdeel 162, en een vooruitstekend stuk 166 dat aan één stuk is gevormd in het centrum van een bovenoppervlak van het 35 kapdeel 164.
Ί 0ü 717 6* 11
Het halsdeel 162 van de klem 500 wordt aangegrepen met het concave deel 405 van de klemophangingssectie 410.
Om op stabiele wijze de klem 500 te ondersteunen door de klemophangingssectie 410, wordt een concave deel 405 5 aangebracht op een voorafbepaalde positie ervan met een sleuf die kleiner is in breedte dan de diameter van het halsdeel 162. In dit geval is het halsdeel 162 met perspassing gemonteerd in het concave deel 405 van de klemophangingssectie 410 via de sleuf.
10 Bovendien is een paar verlengingsstaven 136 en 138 aan één stuk is gevormd met het voorste deel van de tweede afdekplaat 130. De verlengingsstaven 136 en 138 strekken zich uit naar de eerste afdekplaat 120 om contact te maken met een bovenste deel van de klemophangingssectie 410.
15 De verlengingsstaven 136 en 138 brengen een voor- spanningskracht over van de veren 175 en 176 naar het bovenste deel van het klemophangingsdeel 410 en geven daardoor een benedenwaartse voorspanning aan de klemophangingssectie 410. Op dit tijdstip moet de beneden-20 waartse voorspanningskracht van de veren 175 en 176 groter zijn dan de opwaartse voorspanningskracht van de klemophangingssectie 410.
Daarentegen is een spiraalvormige staaf 131 aangebracht tussen het paar verlengingsstaven 136 en 138.
25 De spiraalvormige staaf 131 strekt zich uit naar de eerste afdekplaat 120 om contact te maken met een bovenste deel van het vooruitstekende stuk 166 van de klem 500.
Zoals in fig. 5 in detail is getoond omvat de spiraalvormige staaf 131 een eerste horizontaal deel 152 30 met een eerste uiteinde dat aan één stuk is gevormd met de tweede afdekplaat 130 en met een horizontale positie die identiek is aan het paar verlengingsstaven 136 en 138, een verticaal deel 154 dat aan één stuk is gevormd met het tweede uiteinde van het horizontale deel 152, en een tweede 35 horizontaal deel 156 dat aan één stuk is gevormd met het bovenste einde van het verticale deel 154. Het tweede 1QU7176 * 12 horizontale deel 152 strekt zich uit voorbij het vooruitstekende stuk 166 van de klem 500, zodat de onderzijde van het tweede horizontale deel 152 contact maakt met het bovenste deel van het vooruitstekende stuk 166.
5 Hierna zal de werking van de schijfspeler 100 met een kleminrichting volgens de onderhavige uitvinding worden beschreven.
Wanneer de schijfspeler 100 in de stopmodus is, dat wil zeggen wanneer de schijf is uitgeworpen uit de schijf-10 speler 100, wordt de geleidingsas 132 ondersteund op het bovenste einddeel 142 van de beweegbare plaat 140, zodat het voorste deel van de tweede afdekplaat 130 een naar boven bewogen positie handhaaft, zoals getoond in fig. 4.
Daar op dit tijdstip de klem 500 wordt ondersteund 15 door de elastische multi-getrapte draad 400 op een zodanige wijze dat de klem 500 naar boven wordt gedwongen, maakt de klem 500 geen contact met de eerste afdekplaat 120, terwijl de gebruiker het voertuig bestuurt, zodat ruis (de zgn. "rammelruis") die wordt veroorzaakt door de botsing tussen 20 de eerste afdekplaat 120 en de klem 500 niet optreedt.
In deze toestand wordt de schijf ingebracht in de schijfinbrengopening 112 door de gebruiker. Vervolgens wordt de schijf geleid naar het inwendige van de schijf-speler 100 en geplaatst op de draaitafel 180 door een 25 schijfladingsmechanisme (niet getekend) zoals een overbrengingsmechanisme of dergelijke. Daar op dit tijdstip de klem 500 horizontaal wordt gehouden boven de draaitafel 180 botst de schijf die wordt geladen op de draaitafel 180 niet met klem 500.
30 Vervolgens wordt de beweegbare plaat 140 bewogen naar de voorzijde van de basis 110 door een afzonderlijk overbrengingsmechanisme. Daar de beweegbare plaat 140 wordt bewogen naar de voorzijde van de basis 110, wordt de geleidingsas 132 die wordt ondersteund op het bovenste deel 35 142 van de beweegbare plaat 140 ondersteund op het onderste deel 144 van de beweegbare plaat 140, en wordt het voorste 1 ΰ ü 7 < 7 6 < 13 deel van de tweede afdekplaat 130 naar beneden bewogen door middel van de voorspanningskracht van de veren 175 en 176.
Op dit tijdstip wordt de klemophangingssectie 410 van de elastische draad 400 naar beneden gedwongen door het 5 paar verlengingsstaven 136 en 138 die aan één stuk is gevormd met het voorste deel van de tweede afdekplaat 130 om contact te maken met het bovenste deel van de elastische draad 400. Op dit tijdstip wordt klem 500 die aangegrepen wordt door de klemophangingssectie 410 naar beneden bewogen 10 terwijl de horizontale toestand ervan gehandhaafd blijft. Als gevolg maakt de ringvormige plaat 160 van de klem 500 contact met het bovenoppervlak van de schijf die geladen is op de draaitafel 180.
Daarentegen maakt de spiraalvormige staaf 131 die is 15 aangebracht tussen het paar verlengingsstaven 136 en 138 licht contact met het bovenoppervlak van het vooruitstekende stuk 166, wanneer de schijf geladen is op de draaitafel 180 zodat de ringvormige plaat 160 van de klem 500 op stabiele wijze contact kan maken met de schijf die 20 geladen is op de draaitafel 180.
In deze toestand wordt de speelmodus uitgevoerd, en daar de schijf op stabiele wijze is vastgeklemd door de kleminrichting 50 kan de schijfspeler op excellente wijze informatie weergeven die is geregistreerd op de schijf.
25 Zoals in het bovenstaande beschreven maakt de kleminrichting volgens de onderhavige uitvinding geen contact met de schijf terwijl de schijf wordt ingebracht/uitgeworpen naar/uit de schijfspeler, zodat schade aan de schijf of aan de klem kan worden voorkomen.
30 Daar bovendien de schijf horizontaal wordt gehouden boven de draaitafel door de elastische draad, fluctueert de klem niet, terwijl de gebruiker het voertuig bestuurt, zodat wordt voorkomen dat de klem botst met de eerste afdekplaat en daardoor ruis wordt gereduceerd.
10071*?®’ 14
Daar voorts de klem gemakkelijk wordt gemonteerd aan de elastische draad, is het vervaardigen van de klem gemakkelijk.
Hoewel de voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding 5 is beschreven, zal het duidelijk zijn aan deskundigen dat de onderhavige uitvinding niet beperkt is tot de beschreven voorkeursuitvoeringsvorm, maar dat talrijke veranderingen en modificaties kunnen worden aangebracht binnen het kader en beschermingsomvang van de uitvinding zoals bepaald door 10 de aangehechte conclusies.
1 ü ü 7ί 7 6 .

Claims (11)

1. Schijfkleminrichting voor een schijfspeler met een basis, een eerste afdekplaat die is bevestigd aan een bovenste voorste deel van de basis, een tweede afdekplaat die scharniert met een bovenste achterste deel van de 5 basis, en een draaitafel die is aangebracht in het centrum van de basis, met het kenmerk, dat de schijfkleminrichting omvat: een klem voor het klemmen van de schijf die wordt geladen op de draaitafel; 10 een eerste orgaan voor het opwaarts opheffen van de klem door een eerste voorspanningskracht, waarbij het eerste orgaan de klem horizontaal in een positie houdt die correspondeert met een positie van de draaitafel; een tweede orgaan voor het naar beneden dwingen van 15 het eerste orgaan door een tweede voorspanningskracht zodat de klem rust op een bovenoppervlak van de draaitafel; een derde orgaan om de klem stabiel te laten roteren, waarbij het derde orgaan contact maakt met een centrumdeel van het bovenoppervlak van de klem; en 20 een vierde orgaan voor het bevestigen van het eerste orgaan aan een bovenoppervlak van de eerste afdekplaat.
2. Schijfkleminrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de tweede voorspanningskracht groter is dan de eerste voorspanningskracht.
3. Schijfkleminrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat voorts een vierde orgaan aanwezig is voor het bevestigen van het eerste orgaan aan een bovenoppervlak van de eerste afdekplaat.
4. Schijfkleminrichting volgens conclusie 3, met het 30 kenmerk, dat het eerste orgaan een elastische multi- getrapte draad omvat met een ondersteuningssectie die op gefixeerde wijze wordt ondersteund door het bovenoppervlak van de eerste afdekplaat, waarbij een klemophangingssectie i ü ü 7176* aan één stuk is gevormd met een bovenste uiteinde van de ondersteuningssectie en waarbij een kantelsectie aan één stuk is gevormd met een onderste uiteinde van de ondersteuningssectie, en waarbij de klemophangingssectie zich 5 horizontaal uitstrekt naar de draaitafel over een vooraf-bepaalde lengte voor het ophangen van de klem boven de draaitafel, terwijl de kantelsectie een neerwaarts gerichte helling heeft met betrekking tot de ondersteuningssectie met een voorafbepaalde hoek.
5. Schijfkleminrichting volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat het vierde orgaan een aantal fixatieklauwen omvat die zijn aangebracht op het bovenoppervlak van de eerste afdekplaat, terwijl de ondersteuningssectie van de elastische draad stevig is gekoppeld met de fixatieklauwen.
6. Schijfkleminrichting volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat de klem een ringvormige plaat omvat die contact maakt met het bovenoppervlak van de schijf, waarbij een halsdeel aan één stuk is gevormd met een centrum van het bovenoppervlak van de ringvormige plaat, terwijl een 20 kapdeel aan één stuk is gevormd op een bovenoppervlak van het halsdeel en met een diameter die groter is dan de diameter van het halsdeel, en waarbij een vooruitstekend stuk aan één stuk is gevormd in een centrum van het bovenoppervlak van het kapdeel.
7. Schijfkleminrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat de klemophangingssectie een ringvormig concaaf deel heeft, waarin het halsdeel van de klem wordt ingebracht.
8. Schijfkleminrichting volgens conclusie 7, met het 30 kenmerk, dat het halsdeel een diameter heeft die kleiner is dan een diameter van het ringvormige concave deel.
9. Schijfkleminrichting volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat het tweede orgaan een paar veren omvat die zijn aangebracht op beide zijden van de tweede afdekplaat 35 voor het geven van een benedenwaartse voorspanning aan de tweede afdekplaat, en een paar verlengingsstaven die aan 10071 76 'ï één stuk zijn gevormd met een voorste deel van de tweede afdekplaat, waarbij de verlengingsstaven zich uitstrekken naar de eerste afdekplaat om contact te maken met een bovenste deel van de klemophangingssectie.
10. Schijfkleminrichting volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat het derde orgaan een spiraalvormige staaf omvat die is aangebracht tussen het paar verlengingsstaven, waarbij de spiraalvormige staaf zich uitstrekt naar de eerste afdekplaat om contact te maken met een bovenste deel 10 van het vooruitstekende stuk.
11. Schijfkleminrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de spiraalvormige staaf een eerste horizontaal deel omvat met een eerste uiteinde dat aan één stuk is gevormd met de tweede afdekplaat en met een horizontale 15 positie die identiek is aan het paar verlengingsstaven, waarbij een verticaal deel aan één stuk is gevormd met een tweede uiteinde van het horizontale deel, en een tweede horizontaal deel aan één stuk is gevormd met een bovenste uiteinde van het verticale deel, terwijl het tweede 20 horizontale deel zich uitstrekt voorbij het vooruitstekende stuk zodat een onderzijde van het tweede horizontale deel contact maakt met het bovenste deel van het vooruitstekende stuk. 1007176 '
NL1007176A 1996-09-30 1997-09-30 Schijfkleminrichting voor een schijfspeler. NL1007176C2 (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
KR19960042954 1996-09-30
KR1019960042954A KR100202021B1 (ko) 1996-09-30 1996-09-30 광디스크 플레이어의 클램핑장치

Publications (2)

Publication Number Publication Date
NL1007176A1 NL1007176A1 (nl) 1998-03-31
NL1007176C2 true NL1007176C2 (nl) 2001-12-28

Family

ID=19475608

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1007176A NL1007176C2 (nl) 1996-09-30 1997-09-30 Schijfkleminrichting voor een schijfspeler.

Country Status (5)

Country Link
US (1) US5926452A (nl)
JP (1) JPH10134464A (nl)
KR (1) KR100202021B1 (nl)
FR (1) FR2754625A1 (nl)
NL (1) NL1007176C2 (nl)

Families Citing this family (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JP3704479B2 (ja) 2001-03-23 2005-10-12 株式会社ケンウッド ディスククランプ装置
TW579043U (en) * 2002-11-29 2004-03-01 Lite On It Corp Clipping device for compact disk drive
JP3835480B1 (ja) * 2005-06-01 2006-10-18 三菱電機株式会社 ディスククランプ機構
KR101318116B1 (ko) 2005-06-24 2013-11-14 구글 인코포레이티드 집적 메모리 코어 및 메모리 인터페이스 회로
US8549547B2 (en) * 2009-09-24 2013-10-01 Ricoh Company, Ltd. Disk clamping mechanism and disk drive system, with movably supported clamper
CN118240909B (zh) * 2024-04-28 2025-05-02 中华人民共和国日照海关 一种哈氏弧菌快速检测方法

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4583141A (en) * 1981-10-30 1986-04-15 Alps Electric Co., Ltd. Flexible magnetic disk driving device
US4675762A (en) * 1983-07-29 1987-06-23 Teac Corporation Disk loading and clamping mechanism for a data transfer apparatus
US4736358A (en) * 1985-07-22 1988-04-05 Canon Denshi Kabushiki Kaisha Recording medium clamping apparatus

Family Cites Families (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPS60150262A (ja) * 1984-01-13 1985-08-07 Sony Corp デイスクプレ−ヤ
US4669076A (en) * 1985-10-30 1987-05-26 International Business Machines Corporation Optical disk drive apparatus with means for accurate disk positioning
DE3831022A1 (de) * 1987-09-12 1989-03-23 Pioneer Electronic Corp Einrichtung zum verhindern des irrtuemlichen einfuehrens einer platte in einen cd-plattenspieler bei fahrzeugen
NL8702604A (nl) * 1987-11-02 1989-06-01 Philips Nv Platenspeler met een laadinrichting voor het laden van een op een plaatdrager aanwezige plaat.
JP3179458B2 (ja) * 1989-07-07 2001-06-25 ソニー株式会社 光磁気ディスク装置
KR950006960B1 (ko) * 1993-05-20 1995-06-26 금성알프스전자주식회사 멀티 콤팩트 디스크 플레이어

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4583141A (en) * 1981-10-30 1986-04-15 Alps Electric Co., Ltd. Flexible magnetic disk driving device
US4675762A (en) * 1983-07-29 1987-06-23 Teac Corporation Disk loading and clamping mechanism for a data transfer apparatus
US4736358A (en) * 1985-07-22 1988-04-05 Canon Denshi Kabushiki Kaisha Recording medium clamping apparatus

Also Published As

Publication number Publication date
KR19980023461A (ko) 1998-07-06
JPH10134464A (ja) 1998-05-22
US5926452A (en) 1999-07-20
NL1007176A1 (nl) 1998-03-31
KR100202021B1 (ko) 1999-06-15
FR2754625A1 (fr) 1998-04-17

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL1003934C2 (nl) Optische diskdrive.
NL1007176C2 (nl) Schijfkleminrichting voor een schijfspeler.
JPH03209042A (ja) 昇降装置
NL8700969A (nl) Inrichting voor het steunen van een subgestel van een platenspeler op een gestel, alsmede platenspeler voorzien van een dergelijke inrichting.
JPS62262260A (ja) デイスクドライブ装置のデイスク保持機構
KR960008038B1 (ko) 미니디스크겸용 콤팩트디스크플레이어의 콤팩트디스크클램프장치
US6275465B1 (en) Disc clamping mechanism and disk player provided with the clamping mechanism
US6717904B2 (en) Disc driving apparatus
JPH09251769A (ja) 光ディスク装置
JP3036350B2 (ja) フローティング機構
CN100386803C (zh) 光盘装置的轴支承机构及光盘装置的倾斜调整机构
KR100268255B1 (ko) 광 디스크의 클램핑장치
JP2003317360A (ja) ディスク装置
JP2003281876A (ja) ディスク装置
JP3460767B2 (ja) ディスクチェンジャのがたつき防止装置
KR100503809B1 (ko) 디스크 드라이브
KR100589601B1 (ko) 광디스크 플레이어의 로더 조립체
KR19990081121A (ko) 광 디스크 기록재생장치의 카트리지 자동검출장치 및 그의 검출방법
JP2000260041A5 (nl)
JP3784228B2 (ja) 振動防止機構を備えたディスク装置
KR100243166B1 (ko) 디스크카트리지 데크
KR950020598A (ko) 미니디스크겸용 콤팩트디스크플레이어의 스핀들어셈블리 승강장치
US3328035A (en) Phonograph tone arm apparatus
KR900007963Y1 (ko) 기계식 비디오 디스크의 클램핑장치
JP3601852B2 (ja) ディスクのクランプ機構

Legal Events

Date Code Title Description
AD1A A request for search or an international type search has been filed
RD2N Patents in respect of which a decision has been taken or a report has been made (novelty report)

Effective date: 20011023

PD2B A search report has been drawn up