NL1001960C2 - Werkwijze voor het installeren van een buis of een bundel buizen in een bestaand buisvormig kanaal. - Google Patents

Werkwijze voor het installeren van een buis of een bundel buizen in een bestaand buisvormig kanaal. Download PDF

Info

Publication number
NL1001960C2
NL1001960C2 NL1001960A NL1001960A NL1001960C2 NL 1001960 C2 NL1001960 C2 NL 1001960C2 NL 1001960 A NL1001960 A NL 1001960A NL 1001960 A NL1001960 A NL 1001960A NL 1001960 C2 NL1001960 C2 NL 1001960C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
tube
pipe
tubes
existing
pipes
Prior art date
Application number
NL1001960A
Other languages
English (en)
Inventor
Willem Griffioen
Original Assignee
Nederland Ptt
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Nederland Ptt filed Critical Nederland Ptt
Priority to NL1001960A priority Critical patent/NL1001960C2/nl
Priority to US08/768,998 priority patent/US5884384A/en
Priority to EP96203598A priority patent/EP0785387B1/en
Priority to ES96203598T priority patent/ES2181843T3/es
Priority to AT96203598T priority patent/ATE221971T1/de
Priority to DE69622833T priority patent/DE69622833T2/de
Priority to CZ19963765A priority patent/CZ292753B6/cs
Application granted granted Critical
Publication of NL1001960C2 publication Critical patent/NL1001960C2/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16LPIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16L55/00Devices or appurtenances for use in, or in connection with, pipes or pipe systems
    • F16L55/16Devices for covering leaks in pipes or hoses, e.g. hose-menders
    • F16L55/162Devices for covering leaks in pipes or hoses, e.g. hose-menders from inside the pipe
    • F16L55/165Devices for covering leaks in pipes or hoses, e.g. hose-menders from inside the pipe a pipe or flexible liner being inserted in the damaged section
    • F16L55/1657Devices for covering leaks in pipes or hoses, e.g. hose-menders from inside the pipe a pipe or flexible liner being inserted in the damaged section lengths of rigid pipe being inserted
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16LPIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16L1/00Laying or reclaiming pipes; Repairing or joining pipes on or under water
    • F16L1/024Laying or reclaiming pipes on land, e.g. above the ground
    • F16L1/028Laying or reclaiming pipes on land, e.g. above the ground in the ground
    • GPHYSICS
    • G02OPTICS
    • G02BOPTICAL ELEMENTS, SYSTEMS OR APPARATUS
    • G02B6/00Light guides; Structural details of arrangements comprising light guides and other optical elements, e.g. couplings
    • G02B6/44Mechanical structures for providing tensile strength and external protection for fibres, e.g. optical transmission cables
    • G02B6/4439Auxiliary devices
    • G02B6/4459Ducts; Conduits; Hollow tubes for air blown fibres
    • GPHYSICS
    • G02OPTICS
    • G02BOPTICAL ELEMENTS, SYSTEMS OR APPARATUS
    • G02B6/00Light guides; Structural details of arrangements comprising light guides and other optical elements, e.g. couplings
    • G02B6/46Processes or apparatus adapted for installing or repairing optical fibres or optical cables
    • G02B6/50Underground or underwater installation; Installation through tubing, conduits or ducts
    • G02B6/508Fixation devices in ducts for drawing cables
    • GPHYSICS
    • G02OPTICS
    • G02BOPTICAL ELEMENTS, SYSTEMS OR APPARATUS
    • G02B6/00Light guides; Structural details of arrangements comprising light guides and other optical elements, e.g. couplings
    • G02B6/46Processes or apparatus adapted for installing or repairing optical fibres or optical cables
    • G02B6/50Underground or underwater installation; Installation through tubing, conduits or ducts
    • G02B6/52Underground or underwater installation; Installation through tubing, conduits or ducts using fluid, e.g. air
    • HELECTRICITY
    • H02GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
    • H02GINSTALLATION OF ELECTRIC CABLES OR LINES, OR OF COMBINED OPTICAL AND ELECTRIC CABLES OR LINES
    • H02G1/00Methods or apparatus specially adapted for installing, maintaining, repairing or dismantling electric cables or lines
    • H02G1/06Methods or apparatus specially adapted for installing, maintaining, repairing or dismantling electric cables or lines for laying cables, e.g. laying apparatus on vehicle
    • H02G1/08Methods or apparatus specially adapted for installing, maintaining, repairing or dismantling electric cables or lines for laying cables, e.g. laying apparatus on vehicle through tubing or conduit, e.g. rod or draw wire for pushing or pulling
    • H02G1/086Methods or apparatus specially adapted for installing, maintaining, repairing or dismantling electric cables or lines for laying cables, e.g. laying apparatus on vehicle through tubing or conduit, e.g. rod or draw wire for pushing or pulling using fluid as pulling means, e.g. liquid, pressurised gas or suction means
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10TTECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
    • Y10T29/00Metal working
    • Y10T29/49Method of mechanical manufacture
    • Y10T29/49826Assembling or joining
    • Y10T29/49895Associating parts by use of aligning means [e.g., use of a drift pin or a "fixture"]
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10TTECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
    • Y10T29/00Metal working
    • Y10T29/49Method of mechanical manufacture
    • Y10T29/49826Assembling or joining
    • Y10T29/49895Associating parts by use of aligning means [e.g., use of a drift pin or a "fixture"]
    • Y10T29/49902Associating parts by use of aligning means [e.g., use of a drift pin or a "fixture"] by manipulating aligning means

Landscapes

  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • General Physics & Mathematics (AREA)
  • Optics & Photonics (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Electric Cable Installation (AREA)
  • Light Guides In General And Applications Therefor (AREA)
  • Lining Or Joining Of Plastics Or The Like (AREA)

Description

Titel: Werkwijze voor het installeren van een buis of een bundel buizen in een bestaand buisvormig kanaal.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het installeren van een buis of een bundel buizen in een bestaand buisvormig kanaal. Het installeren van een buis of een bundel buizen in een andere buis kan in een aantal gevallen gewenst 5 zijn, zoals bij het installeren van buizen waarin kabels worden gelegd maar ook bij waterleidingbuizen of riolen.
Bij buisvormige kanalen waarin kabels worden gelegd, zogenaamde kabelducts, kan het gewenst zijn om in een bestaande buis een tweede buis te installeren waarvan het inwendige 10 een lage(re) wrijvingscoëfficiënt heeft dan de bestaande buis, zodat een kabel, eventueel op een later tijdstip, over een grotere lengte door de tweede buis getrokken kan worden. Het kan ook gewenst zijn om in een bestaande buis een groter aantal buizen met een kleinere dwarsdoorsnede dan die van de be-15 staande buis te installeren, indien men elk van de kleinere buizen wenst te gebruiken als afzonderlijke geleider of subduct voor een- of meer-aderige koper- of glasvezelkabels. Verder kan het nodig zijn om in een bestaande buis een buis met een waterscherm te installeren, waardoor in de bestaande 20 buis, waarvan het inwendige door diffusie langzaam volloopt met water, door middel van de tweede buis een waterdicht kanaal wordt gecreëerd, waarin kabels zonder waterscherm kunnen worden gelegd. Dergelijke buizen met een waterscherm kunnen ook nodig zijn om in bestaande waterleidingbuizen 25 gelegd te worden, indien blijkt, dat het water in het inwendige van de bestaande, enigszins poreuze buis, door het omringende grondwater te zeer verontreinigd raakt. Ten slotte kan men in buizen met een ruwe binnenzijde een tweede buis met een gladde binnenwand installeren, waardoor het stromingsdebiet 30 kan toenemen ondanks de afname van de totale dwarsdoorsnede. Dit vindt reeds toepassing bij rioleringsbuizen en kan ook 1001960 2 worden toegepast bij waterleidingbuizen of buizen voor gas- of olietransport.
Tot op heden wordt bij het aanleggen van buizen in bestaande buizen hetzij gebruik gemaakt van trektechnieken om de 5 nieuwe buis of buizen door de bestaande buis te trekken of wordt de "bestaande" buis geïnstalleerd met daarin reeds aangebracht de tweede buis of buizen. Het laatste vindt vooral reeds toepassing bij het leggen van kabelducts met daarin een aantal subducts.
10 De eerste oplossing heeft als bezwaar dat in de bestaande buis eerst een trekkabel moet worden aangebracht, waarmee vervolgens de latere buis of buizen in de bestaande buis kunnen worden getrokken, terwijl de tweede oplossing kostbaar is en weinig flexibel, omdat naderhand aan de eenmaal gekozen confi-15 guratie van subducts niets meer te veranderen is.
De uitvinding beoogt te voorzien in een werkwijze voor het installeren van een buis of bundel buizen in een reeds aanwezige bestaande buis, waarbij geen gebruik gemaakt hoeft te worden van trektechnieken en die de mogelijkheid biedt om 20 op ieder moment een gewenste configuratie van subducts te installeren zonder hoge installatiekosten.
De uitvinding voorziet daartoe in een werkwijze van voornoemde soort, waarbij de buis of buizen in de bestaande buis worden gevoerd door middel van een fluïdum onder druk, dat aan 25 het ingangseinde in de bestaande buis wordt geleid.
De uitvinding berust op het inzicht, dat het mogelijk is om met behulp van een fluïdum onder druk, bijvoorbeeld perslucht, een buis of een bundel buizen in een bestaand kanaal te blazen. Een dergelijke techniek bestaat reeds een aantal jaren 30 voor het inblazen van kabels in kabelducts, maar tot op heden ontbrak het inzicht, dat het principe van de blaastechniek ook met voordeel toegepast kan worden bij het installeren van een buis of buizen in een bestaande buis. Voor de beginselen van het inblazen van kabels met een relatief grote stijfheid wordt 35 verwezen naar EP-A-0 292 037.
Volgens een eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding wordt het voorste einde van de te installeren buis of buizen 1 0 0 1 9 6 0 3 afgedicht en is het voorste uiteinde trekvast verbonden met een geleidingsorgaan, dat in hoofdzaak dezelfde afmeting van dwarsdoorsnede heeft als het inwendige van de bestaande buis. Een dergelijk geleidingsorgaan is bekend onder de naam 5 "shuttle", welke benaming in het hiernavolgende zal worden aangehouden. Het voordeel van het gebruik van een shuttle treedt vooral op de voorgrond bij het installeren van een buis of een bundel buizen die tijdens het installeren niet mag torderen. Indien de bestaande buis een of meer geleidings-10 groeven aan de binnenzijde bezit of een niet-cirkelvormige dwarsdoorsnede heeft, kan de shuttle respectievelijk voorzien zijn van organen die in die groeven ingrijpen tijdens het voortbewegen van de shuttle of een vorm hebben die overeenstemt met die van de niet-cirkelvormige dwarsdoorsnede. De 15 shuttle kan "open" zijn, waarbij het fluïdum onder druk door de shuttle wordt doorgelaten en de shuttle alleen een geleidingsfunctie heeft, maar ook semi-permeabel of gesloten, in de laatstgenoemde twee gevallen oefent het fluïdum onder druk een kracht uit op de shuttle, die daardoor in de bestaande buis 20 wordt voortbewogen en tevens een functie als trekorgaan vervult. Voor een nadere bespreking van de wijze waarop een semi-permeabele of gesloten shuttle functioneert wordt verwezen naar EP-A-0 445 858.
Volgens een tweede uitvoeringsvoorbeeld van de uitvinding 25 is het invoereinde van de te installeren buis of buizen geopend, zodat (een gedeelte van) het in de bestaande buis geleide fluïdum onder druk via de binnenzijde van de te installeren buis of buizen kan terugstromen. Hierdoor heeft het fluïdum langs de buitenwand(en) van de te installeren buis of 30 buizen, ook bij een gesloten shuttle, een hogere snelheid dan de voortbewegingssnelheid van de buis of buizen door de bestaande buis, zodat op de buitenwand(en) een meeslepende kracht wordt uitgeoefend, van welke meeslepende kracht ook bij het installeren van kabels met voordeel gebruik gemaakt wordt, 35 zoals ondersteund met berekeningen beschreven is in EP-A-0 292 037. De werkwijze volgens het tweede uitvoeringsvoorbeeld kan worden uitgevoerd met of zonder shuttle.
1001960 4
Volgens een derde uitvoeringsvoorbeeld is het uiteinde van de bestaande buis gesloten en is het invoereinde van de te installeren buis of buizen geopend. Hierbij vormt het gesloten uiteinde van de bestaande buis weliswaar een "blokkering" voor 5 het fluïdum onder druk maar dit kan via het inwendige van de te installeren buis of buizen terugstromen naar het bijvoorbeeld op een haspel gewikkelde einde daarvan, zodat toch door het in de gesloten buis stromende fluïdum een meeslepende kracht op de te installeren buis wordt uitgeoefend. Bij dit 10 derde uitvoeringsvoorbeeld wordt geen gesloten of semi-permeabele shuttle toegepast maar kan eventueel wel een open shuttle worden toegepast, die uitsluitend een functie als geleidings-orgaan heeft. Zoals onderstaand nader zal worden toegelicht, wordt bij deze installatiemethode altijd de maximale installa-15 tielengte bereikt en bestaat het voordeel, dat de bestaande buis niet op tevoren berekende punten bij installatie of achteraf van openingen behoeft te worden voorzien, hetgeen sterk kostenbesparend is.
Om de tegendruk, die bij het invoereinde van de bestaande 20 buis ontstaat bij het invoeren van de te installeren buis of buizen, te ondervangen, zijn nabij dit invoereinde bij voorkeur middelen, bijvoorbeeld door middel van een motor aangedreven drukrollen, aangebracht om door een aangrijpen op de omtrek van de te installeren buis of buizen deze over een 25 eerste gedeelte in de bestaande buis te leiden. Voor een verdere toelichting van dit principe wordt eveneens verwezen naar EP-A-0 292 037. Het in deze publikatie beschreven principe van het aanvullend duwen bij het installeren, kan bij het installeren van buizen vanzelfsprekend ook worden toegepast.
30 De uitvinding zal in het hiernavolgende nader worden toe- gelicht aan de hand van uitvoeringsvoorbeelden onder verwijzing naar de tekening, hierin toont: figuur 1 een schematisch zijaanzicht, gedeeltelijk in doorsnede, van een eerste toepassing van de werkwijze volgens 35 de uitvinding; figuur 2 een vooraanzicht van de toepassing volgens figuur 1 bij een bestaande buis met een gegroefde binnenzijde; 1001960 5 figuur 3 een schematisch zijaanzicht, gedeeltelijk in doorsnede, van een tweede toepassing van de werkwijze volgens de uitvinding; figuur 4a, b een schematisch zijaanzicht, gedeeltelijk in 5 doorsnede, van een derde toepassing van de werkwijze volgens de uitvinding; figuur 5a, b een detail van een hulpstuk voor het vrije uiteinde van een buis die met de werkwijze volgens de uitvinding wordt geïnstalleerd; en 10 figuur 6a, b, c een schematisch aanzicht in perspectief van het gelijktijdig invoeren van een aantal buizen in een bestaande buis.
In de figuren zijn overeenkomstige onderdelen aangeduid met eenzelfde verwijzingscijfer.
15 De uitvinding zal in het hiernavolgende worden toegelicht aan de hand van voorbeelden, waarbij buizen worden geïnstalleerd die bestemd zijn om als kabelduct te fungeren. Met nadruk wordt er echter op gewezen dat de uitvinding toepasbaar is voor het installeren van buizen die bestemd zijn voor 20 velerlei toepassingen, zoals ook waterleiding, riolering, etc.
Figuur 1 toont een bestaande buis l, waarin met een bundel geleidebuisjes 2, die bestemd zijn om als kabelduct te fungeren, wil installeren. De uiteinden van de buisjes 2 zijn aan het invoereinde ervan afgesloten en de bundel buisjes 25 wordt met behulp van een paar door een niet-getoonde motor aangedreven aandrukrollen 3 via een invoeropening in een druk-ruimte 4 geleid, in welke ruimte ook een invoeropening 5 voor een fluïdum onder druk, bijvoorbeeld perslucht, uitmondt. Op de invoeropening 5 is een niet-getoonde compressor aange-30 sloten. Het vrije, nog in te voeren gedeelte van de bundel 2 is op een eveneens niet-getoonde haspel gewikkeld. De gesloten invoereinden van de bundel 2 zijn trekvast en, indien noodzakelijk, torsievast verbonden met een trekorgaan of shuttle 6.
35 Bij voorkeur is de binnenwand van de buis 1 voorzien van een of meer groeven 7, zoals getoond in figuur 2, en is aan de omtrek van de shuttle voorzien in een of meer geleidings- 1 ö u 19 6 0 6 organen 8, die ingrijpen in de groeven en er voor zorgen dat de shuttle 6 niet in de buis 1 kan verdraaien, waardoor het torderen van de bundel, dat hoogst ongewenst is omdat dit het later invoeren van kabels in de afzonderlijke buisjes bemoei -5 lijkt, wordt voorkomen. Het op de haspel gewikkelde deel van de bundel 2 zal vanzelfsprekend niet torderen.
Figuur 3 toont een uitvoeringsvorm waarbij het invoer-einde van een te installeren buis 10 niet is afgesloten.
Figuur 3 toont een enkele te installeren buis maar het prin-10 cipe is zonder meer toepasbaar voor een bundel buizen waarvan elk of een aantal een geopend invoereinde bezit. De perslucht kan nu nog sneller langs de buitenwand van de buis 10 stromen dan de snelheid bij gesloten buis 10. De snelheid van de lucht is nu, ook bij een dichte shuttle, altijd groter dan de 15 snelheid waarmee de buis 10 door middel van de shuttle 6 door de buis l wordt voortgetrokken. Zo wordt een extra meeslepende kracht op de buitenzijde van de buis 10 uitgeoefend, waardoor deze bij een zelfde persluchtdruk verder ingevoerd kan worden dan wanneer het uiteinde van de buis 10 gesloten is. Het 20 verkregen extra meeslepend effect bij een dichte shuttle is vergelijkbaar met dat wat bij het installeren van kabels kan worden verkregen, indien de shuttle 6 "semi-permeabel" is, dat wil zeggen dat deze een of meer doorlaatopeningen voor de perslucht bezit. De toepassing van een dergelijke semi-25 permeabele shuttle voor het installeren van kabels en een berekening van het verkregen extra meeslepend effect is beschreven in EP-A-0 445 858. Ten opzichte van het toepassen van een semi-permeabele shuttle heeft het toepassen van een buis met een open invoereinde het voordeel dat de verhouding 30 tussen het gedeelte van de luchtstroom dat de shuttle bekrachtigt en het gedeelte dat een meeslepende kracht over de lengte van de buis bepaalt zich nu automatisch op een gunstige wijze regelt, zonder dat hiervoor een semi-permeabele shuttle met een variabele opening nodig is, zoals beschreven in de 35 voornoemde octrooiaanvrage. De afmeting van de te installeren buis 10, door welke de lucht kan terugstromen, is namelijk de enige factor die de stromingsweerstand na de shuttle bepaalt.
1001960 7
Deze stromingsweerstand is constant. Wanneer de buis 10 wordt geïnstalleerd, zal eerst de volledige luchtdruk op de shuttle 6 worden uitgeoefend. De stromingsweerstand over de gehele lengte van de op een haspel gewikkelde te installeren 5 buis 10, waardoorheen de lucht terugstroomt, is immers veel groter dan de stromingsweerstand van het met de te installeren buis 10 gevulde gedeelte van de buis 1, waardoorheen de heengaande luchtstroming plaatsvindt. Indien de buis 10 verder wordt geïnstalleerd, zal de stromingsweerstand in de heen-10 gaande richting toenemen, terwijl die in de teruggaande richting constant blijft. De totale stromingsweerstand wordt dus groter, hetgeen tenminste in mindere mate het geval is bij een semi-permeabele shuttle. De door de perslucht op de shuttle 6 uitgeoefende trekkracht zal dus minimaal zijn als de 15 te installeren buis 10 het uiteinde van de buis 1, waarin deze wordt geïnstalleerd, heeft bereikt. De meesleepkracht is dan juist maximaal. Dit is de optimale situatie voor het realiseren van een maximale installatie-afstand. Doordat in het begin de volledige druk op de shuttle staat en daarna geleidelijk 20 afneemt, is, in principe, de mechanische voortstuwing om de buis de drukruimte in te voeren, niet noodzakelijk. De bovenstaand beschreven methode is gunstig voor het overwinnen van het zogenaamde kritische punt bij het inblazen, zoals uitgebreid toegelicht is in EP-A-0 292 037.
25 Het voorgaande kan nader worden toegelicht aan de hand van de volgende berekening. Voor een goed begrip wordt uitgegaan van het inblazen van een kabel in een kabelduct, zoals beschreven in EP-A-0 292 037. Op een dergelijke kabel wordt een kracht uitgeoefend volgens 30 ttDcDd dF = dp (l) waarin Dc = kabeldiameter; D^ = ductdiameter en dp = druk-gradiënt. De kracht dF is opgebouwd uit twee gedeelten, een 35 hydrostatische kracht en een hydrodynamische kracht. De eerstgenoemde wordt bepaald door het drukverschil over de doorsnede 1001960 8 van de kabel en moet op de plaats waar de kabel de drukruimte wordt ingevoerd mechanisch worden geleverd. Dit kan gebeuren met behulp van mechanisch aangedreven aandrukrollen, zoals de rollen 3 in figuur 3.
5 Indien gebruik gemaakt wordt van een semi-permeabele shuttle, is het bovenstaande ook van toepassing maar zullen de optredende drukgradienten kleiner zijn, omdat de semi-permeabele shuttle de luchtstroom afremt. Ter plaatse van de shuttle is nu ook een plaatselijke trekkracht aanwezig die gelijk is 10 aan het drukverschil over de shuttle vermenigvuldigd met de doorsnede van de shuttle, die eveneens een diameter D<a bezit.
Bij het installeren van een buis 10 met een buitendiameter Dc, zoals getoond in figuur 3, geldt het volgende. Wanneer de buis 10 aan het voorste uiteinde is afgedicht, zal de 15 luchtstroom op de buis dezelfde kracht uitoefenen als in het geval van een kabel. Wanneer echter het invoereinde van de buis 10 wordt opengelaten, dan kan de luchtstroom door de buis 10 terugstromen naar het eveneens geopende achterste uiteinde van de buis 10, dat op een haspel gewikkeld is. Nu kan 20 dus ook in het geval van een dichte shuttle een luchtstroom langs de buitenwand van de buis 10 optreden, die een hogere snelheid heeft dan de voortbewegingssnelheid van de buis 10, waardoor meesleepkrachten ontstaan. De kracht die op de shuttle wordt uitgeoefend is weer het drukverschil over de 25 shuttle, vermenigvuldigd met de doorsnede van de shuttle maar nu vermeerderd met een kracht die volgt uit de inpulsverandering van de in richting omkerende luchtstroom. Laatstgenoemde kracht wordt bepaald door: 30 FAl> = ρΦ^Δυ (2) met Φυ = de volumestroom; p = dichtheid en Δυ = absolute snel-heidsverandering van het stromende medium. Een afleiding van deze formule kan gevonden worden in "Fluid mechanics" van v.L. 35 Streeter, McGraw-Hill, student edition, New York. Het is van belang op te merken dat de door de buis 10 terugkerende luchtstroom geen extra in tegengestelde richting werkende meesleep- 10u i960 9 krachten geeft. De meesleepkrachten in de buis 10, geïntegreerd over de gehele lengte van de buis, zijn namelijk gelijk aan het drukverschil over de buis 10 vermenigvuldigd met de doorsnede van de buis 10. Dezelfde kracht staat bij het in-5 stalleren van een buis met een gesloten uiteinde op het afgedichte invoereinde van de buis. Deze kracht leverde daar, op dezelfde wijze als bij het installeren van een kabel, een kracht op die aan de invoerzijde wordt gecompenseerd door de door de aandrukwielen geleverde mechanische kracht. Dergelijke 10 krachten op een kabel of een (dichte) buis hebben geen invloed op de installatie van de kabel of buis dus ook niet op de installatie van een open buis. Voor een gedetailleerde bespreking van dit effect wordt verwezen naar "Installation of optical cables in ducts" van W. Griffioen, Plumettaz, Bex 15 (CH), 1993.
Figuur 4a toont op welke wijze een buis 10 met behulp van een fluïdum onder druk, bij voorkeur perslucht, in een bestaande buis 1 geïnstalleerd kan worden, die aan het uiteinde gesloten is. Het voordeel hiervan is, dat bij het installeren 20 van de binnenbuis geen graafwerkzaamheden nodig zijn om het uiteinde van de bestaande buis te openen, wanneer de binnenbuis of -buizen op een later tijdstip worden geïnstalleerd, en dat de te installeren buislengtes en de daarbij behorende openingen in de bestaande buis niet berekend behoeven te 25 worden, omdat de maximaal haalbare te installeren lengte, onafhankelijk van de feitelijke lengte van de gesloten buis, altijd wordt bereikt. Dit zal onderstaand aan de hand van een voorbeeld worden toegelicht.
Een buis 10 met een buiten- en binnendiameter van respec-30 tievelijk 5 en 3,5 mm (Dc = 5 mm) wordt geïnstalleerd in een buis 1 met een buiten- en binnendiameter van respectievelijk 8 en 6 mm (D^ - 6 mm), zoals getoond in figuur 4b. In dit geval is de stromingsweerstand van de ruimte tussen de beide buizen groter dan die van de ruimte binnen de binnenbuis. Het opper-35 vlak van de doorsnede van de eerstgenoemde ruimte is immers kleiner, terwijl het "wetted surface" groter is. De 8/6 mm I t 0 19 6 0 10 buis 1 bevindt zich op een haspel 13 met een diameter van 1 m (Rb = 0,5 m), zoals getoond in figuur 4b. De overige parameters voor de te installeren buis 10 zijn een gewicht W = 0,1 N/m en een stijfheid B = 0.005 Nm2. De wrijvingscoëfficiënt 5 f = 0.2. De installatie-eenheid is zoals beschreven in EP-A-0 292 037.
Eerst wordt gekeken naar de situatie waarin beide buizen zijn afgesloten, bijvoorbeeld met behulp van kurken 11 en 12, zoals getoond in figuur 4a. Aangenomen wordt dat de compressor 10 die is aangesloten op de drukkamer, een absolute luchtdruk pi van 9 bar levert, terwijl de atmosferische druk pa = l bar.
Bij het inschakelen van de compressor zullen beide buizen zich met lucht vullen. Wanneer dit is gebeurd, zal er geen luchtstroom meer zijn. De enige kracht die overblijft om de buis te 15 installeren is de duwkracht die door de installatie-eenheid wordt geleverd. Deze duwkracht F wordt gesteld op 100 N, exclusief de kracht van 16 N die nodig is om de buis de druk-ruimte in te voeren. De krachtopbouw bij het induwen wordt gevormd door de massa van de te installeren buis, het tegen de 20 wand drukken van deze buis in de bochten en het opstuiken door het duwen. De laatste bijdrage is klein, omdat de buis nauw in de andere past. De formule voor het intrekken van een buis geeft derhalve een goede benadering en in ieder geval het maximum van de op deze wijze te installeren lengte. Deze for-25 mule luidt: F = WRb sinh{/Θ) (3)
Hierin is Θ de hoek waarover de buis in de bocht is geïnstal-30 leerd. Met behulp van (3) is te berekenen dat de installatie-lengte maximaal 6,6 x 360° is, hetgeen overeenkomt met 21 m buislengte. Voor een afleiding van formule (3) wordt verwezen naar "Installation of optical cables in ducts" van W. Griffioen. Formule (3) geldt weliswaar voor een horizontaal 35 geplaatste haspel maar het resultaat is voor een verticaal geplaatste haspel, zoals getoond in de figuur, vrijwel hetzelfde.
100 i gg q 11
Indien het kurkje 12 wordt verwijderd, zal een luchtstroom ontstaan door de binnenste buis en beginnen meesleep-krachten op deze buis te werken. Alleen de voorwaartse luchtstroom tussen beide buizen heeft invloed op de voortstuwing 5 van de te installeren binnenste buis. De krachten die de terugstroom door de binnenste buis heen levert worden opgevangen als een indrukking van het materiaal van deze buis. De binnenbuis zal steeds verder worden ingeblazen. Terwijl dit gebeurt wordt, nadat de luchtstroom een semi-stationaire toe-10 stand heeft bereikt, de drukgradiënt over de ruimte tussen de buizen steeds kleiner. De totale drukval over deze ruimte kan dan wel toenemen omdat de stromingsweerstand over deze ruimte steeds groter wordt bij een gelijkblijvende stromingsweerstand van de binnenkant van de te installeren buis, die een constan-15 te lengte bezit, maar de lengte van de te installeren buis waarover deze druk staat wordt steeds groter. Zoals beschreven is in het boek van Griffioen, is bij het inblazen de drukval per eenheid van lengte van belang. De maximale lengte wordt dus bereikt op het moment dat de drukval per eenheid van 20 lengte zo klein is, dat de wrijving als gevolg van het kabel-gewicht niet meer kan worden overwonnen. Door het samendrukbare karakter van luchtstroom zal de drukval dp/dx ter plekke van de installatie-eenheid het kleinst zijn:
In formule (4) komt nu niet meer de atmosferische druk pa maar de druk ps voor, dat wil zeggen dat de druk aan het voorste uiteinde van de te installeren buis hoger is dan de atmos-30 ferische druk omdat er ook een stromingsweerstand voor de terugstroom overbrugd moet worden. Indien in dit voorbeeld ps gelijk wordt gesteld aan 5 bar, kan de installatielengte berekend worden door de blaaskracht gelijk te stellen aan de wrijvingskracht: 35 1 U u i 9 6 0 12 4 DcDd to = {5)
Te berekenen is dat, onafhankelijk van de lengte van buis l, er over een lengte van 367 m kan worden ingeblazen en in de 5 praktijk zelfs iets meer, omdat de installatie-eenheid ook nog een additionele duwkracht uitoefent.
Het bovenstaande toont dus duidelijk het belang van de terugstroming aan. De installatielengte wordt verbeterd van minder dan 21 m naar meer dan 367 meter.
10 Figuur 5a toont schematisch op welke wijze het voorste einde van de te installeren buis 10 in het geval van installatie in een bestaande buis met een gesloten uiteinde, voorzien kan zijn van een hulpstuk 14, dat taps toeloopt, bij voorkeur een naar het vrije uiteinde afnemende buigstijfheid 15 bezit en bij voorkeur aan het vrije uiteinde is afgerond. Het hulpstuk 14, dat via een koppelorgaan 17 met de buis 10 verbonden is, dient om het passeren van bochten in de bestaande buis te vergemakkelijken. Om te voorkomen dat de te installeren buis in de bestaande buis gaat "klapperen" tijdens de 20 installatie kan het voorste einde van het hulpstuk 14 voorzien zijn van geleidingsorganen 16, zoals getoond in fig. 5b.
De figuren 6a, b en c tonen op welke wijze een bundel buisjes in een enkele bestaande buis kan worden ingebracht.
Volgens figuur 6a worden de te installeren buisjes 2 elk 25 via een eigen drukkamer 4 die telkens is aangesloten op een persluchtbron toegevoerd aan een aansluitmondstuk 15 met evenveel ingangen als er buisjes zijn en met één uitgang die gekoppeld is met de bestaande buis l.
Figuur 6b toont een situatie waarbij de buisjes 2 reeds 30 gebundeld via een enkele drukkamer 4 worden ingevoerd in de buis 1, waarbij de bundel eventueel voorzien kan zijn van een eigen omhulling.
Figuur 6c ten slotte toont de installatie van de buisjes 2 als een platte band, "flat ribbon", via een enkele drukkamer met 35 aangepaste, brede drukrollen 3. Indien gewenst, kan een dergelijke "flat ribbon", voordat deze in de buis wordt inge- 10 u 1 a 6 0 13 voerd, tot een ronde bundel van buisjes gevouwen worden. Dit heeft als voordeel, dat er bij een bepaalde buisdiameter meer buisjes geplaatst kunnen worden.
1001960

Claims (13)

1. Werkwijze voor het installeren van een buis of een bundel buizen in een bestaand buisvormig kanaal, met het kenmerk, dat de buis of buizen in de bestaande buis worden gevoerd door middel van een fluïdum onder druk, dat aan het 5 ingangseinde in de bestaande buis wordt geleid.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het voorste uiteinde van de te installeren buis of buizen verbonden is met een geleidingsorgaan, dat in hoofdzaak dezelfde afmeting van dwarsdoorsnede heeft als het inwendige 10 van de bestaande buis.
3. Werkwijze volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de bestaande buis een of meer geleidingsgroeven aan de binnenzijde bezit of een niet-cirkelvormige dwarsdoorsnede heeft, en dat het geleidingsorgaan respectievelijk voorzien is van 15 organen die in die groeven ingrijpen tijdens het voortbewegen van het trekorgaan of een vorm heeft die overeenstemt met die van de niet-cirkelvormige dwarsdoorsnede.
4. Werkwijze volgens een der conclusies 1 t/m 3, met het kenmerk, dat het voorste uiteinde van de te installeren buis 20 of buizen afgedicht is en het voorste uiteinde trekvast verbonden is met een trekorgaan, dat in hoofdzaak dezelfde afmeting in dwarsdoorsnede heeft als het inwendige van de bestaande buis.
5. Werkwijze volgens conclusie 2 of 3 en 4, met het 25 kenmerk, dat het trekorgaan tevens geleidingsorgaan is.
6. Werkwijze volgens een der conclusies 1 t/m 3, met het kenmerk, dat de uiteinden van de te installeren buis of buizen geopend zijn, zodat ten minste een gedeelte van het in de bestaande buis geleide fluïdum onder druk via de 30 binnenzijde van de te installeren buis of buizen kan terugstromen.
7. Werkwijze volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat het voorste uiteinde van de te installeren buis of buizen trekvast verbonden is met een trekorgaan, dat in hoofdzaak 100 1960 dezelfde afmetingen in dwarsdoorsnede heeft als het inwendige van de bestaande buis.
8. Werkwijze volgens conclusie 2 of 3 en 7, met het kenmerk, dat het trekorgaan tevens geleidingsorgaan is.
9. Werkwijze volgens conclusie 1, 2 of 3, met het kenmerk, dat het uiteinde van de bestaande buis gesloten is en de uiteinden van de te installeren buis of buizen zijn geopend.
10. Werkwijze volgens een der conclusies 1 t/m 9, met het kenmerk, dat de buizen in de bundel in een vlak naast elkaar 10 gelegen zijn.
11. Werkwijze volgens een der conclusies 1 t/m 9, met het kenmerk, dat de buizen in de bundel in een cirkelvorm zijn samengepakt.
12. Werkwijze volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat om 15 de bundel buizen een omhulling is aangebracht.
13. Werkwijze volgens een der conclusies 1 t/m 12, met het kenmerk, dat voorzien is in aangedreven aandrukrollen die nabij het ingangseinde van de bestaande buis aangrijpen op de omtrek van de buis of van de bundel buizen. f f)r; -
NL1001960A 1995-12-21 1995-12-21 Werkwijze voor het installeren van een buis of een bundel buizen in een bestaand buisvormig kanaal. NL1001960C2 (nl)

Priority Applications (7)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1001960A NL1001960C2 (nl) 1995-12-21 1995-12-21 Werkwijze voor het installeren van een buis of een bundel buizen in een bestaand buisvormig kanaal.
US08/768,998 US5884384A (en) 1995-12-21 1996-12-18 Method for installing a tube or a bundle of tubes in an existing tubular duct
EP96203598A EP0785387B1 (en) 1995-12-21 1996-12-18 Method for installing a tube or a bundle of tubes in an existing tubular duct
ES96203598T ES2181843T3 (es) 1995-12-21 1996-12-18 Metodo para instalar un tubo o un haz de tubos en un conducto tubular existente.
AT96203598T ATE221971T1 (de) 1995-12-21 1996-12-18 Verfahren zum anbringen eines rohres oder rohrbündels in einer bestehenden rohrleitung
DE69622833T DE69622833T2 (de) 1995-12-21 1996-12-18 Verfahren zum Anbringen eines Rohres oder Rohrbündels in einer bestehenden Rohrleitung
CZ19963765A CZ292753B6 (cs) 1995-12-21 1996-12-19 Způsob zavádění trubky nebo trubkového svazku do položeného trubkového vedení

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1001960A NL1001960C2 (nl) 1995-12-21 1995-12-21 Werkwijze voor het installeren van een buis of een bundel buizen in een bestaand buisvormig kanaal.
NL1001960 1995-12-21

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1001960C2 true NL1001960C2 (nl) 1997-06-24

Family

ID=19762070

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1001960A NL1001960C2 (nl) 1995-12-21 1995-12-21 Werkwijze voor het installeren van een buis of een bundel buizen in een bestaand buisvormig kanaal.

Country Status (7)

Country Link
US (1) US5884384A (nl)
EP (1) EP0785387B1 (nl)
AT (1) ATE221971T1 (nl)
CZ (1) CZ292753B6 (nl)
DE (1) DE69622833T2 (nl)
ES (1) ES2181843T3 (nl)
NL (1) NL1001960C2 (nl)

Families Citing this family (46)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US5169126C1 (en) 1982-11-08 2001-05-08 British Telecomm Method and apparatus for installing transmission lines
FR2774521B1 (fr) * 1998-02-04 2000-03-31 France Telecom Procede d'installation et/ou de retrait d'un cable dans des conduites de passage de cables et dispositif de mise en oeuvre
US6523574B1 (en) 1998-07-29 2003-02-25 Safetyliner Systems, Llc Insertion of liners into host tubulars by fluid injection
ES2207157T3 (es) * 1999-04-13 2004-05-16 Plumettaz Sa Procedimiento de instalacion de un tubo en una canalizacion y dispositivo de puesta en presion de un tubo durante el procedimiento de instalacion.
GB9921608D0 (en) * 1999-09-14 1999-11-17 Borealis Consultants Limited Apparatus and method for reclaiming pipelines
US6304698B1 (en) * 1999-09-22 2001-10-16 Milliken & Company Conduit insert for optical fiber cable
NL1013901C2 (nl) 1999-12-21 2001-06-25 Koninkl Kpn Nv Werkwijze voor het met behulp van een flu´dum onder druk installeren van optische vezels of kabels in een buis.
US6382875B1 (en) 2000-03-22 2002-05-07 Plumettaz Sa Process for laying a tube in a duct and device for pressurizing a tube during laying
AU2001275044A1 (en) * 2000-06-01 2001-12-11 Bbnt Solutions Llc A system and method for deploying fiber optic networks through water distribution systems
US6370753B1 (en) * 2000-07-24 2002-04-16 Arnco Corporation Method and apparatus for wrapping and installing cable
US6736156B2 (en) 2000-10-10 2004-05-18 Sempra Fiber Links Method and system for installing cable in pressurized pipelines
US6691734B2 (en) 2000-10-10 2004-02-17 Sempra Fiber Links Methods and systems for installing cable and conduit in pipelines
US6691728B2 (en) 2000-10-10 2004-02-17 Sempra Fiber Links Methods and systems for installing a pipeline within a pipeline
US6572081B2 (en) * 2000-12-27 2003-06-03 Nkf Kabel B.V. Installation of guide tubes in a protective duct
MXPA03007474A (es) * 2001-02-20 2004-08-02 Pichler Alois Metodo para retirar un nucleo de cable a partir de una cubierta de cable.
US20020158239A1 (en) * 2001-03-30 2002-10-31 Nkf Kabel B.V. Optical cable installation with mini-bend reduction
US6711328B2 (en) 2001-07-12 2004-03-23 Nkf Kabel B.V. Installation bundle with spacer
CN1269710C (zh) * 2001-07-18 2006-08-16 普卢姆塔茨有限公司 带有履带的驱动装置
AU2002356882A1 (en) * 2001-11-02 2003-05-19 Neptco Inc. Apparatus and methods for applying media to a conduit
US7100274B2 (en) * 2001-11-02 2006-09-05 Neptco Incorporated Apparatus for applying media to a conduit
EP1345057A3 (de) * 2002-03-16 2004-08-04 Nexans Verfahren zur Herstellung eines optischen Kabels
EP1357651A1 (en) * 2002-04-23 2003-10-29 BRITISH TELECOMMUNICATIONS public limited company Method and system of subduct installation
KR100966449B1 (ko) * 2002-04-23 2010-06-28 브리티쉬 텔리커뮤니케이션즈 파블릭 리미티드 캄퍼니 부도관 및 케이블의 설치 방법과 시스템
US6745791B2 (en) 2002-04-26 2004-06-08 Sempra Fiber Links Service tools for pipelines containing conduit or cable
US6811307B2 (en) * 2002-07-10 2004-11-02 Kenneth J. Crowe DTS measurement of HV cable temperature profile
US7992685B2 (en) * 2002-07-11 2011-08-09 Draka Comteq B.V. Optical cable lubricator with reservoir
US6848541B2 (en) 2002-07-11 2005-02-01 Nkf Kabel B.V. Optical cable installation with cable lubricator
US6947647B2 (en) 2003-06-04 2005-09-20 Sempra Fiber Links Methods for installing fiber optic cable in a building having a gas riser
US6940018B1 (en) 2003-07-30 2005-09-06 Jeffery Boyd Dewhirst Cable guide
CA2534049A1 (en) * 2003-08-13 2005-02-24 John Michael Holtzhausen A conduit threading device and method
US6979776B1 (en) 2004-10-14 2005-12-27 Entergy Louisiana, Inc. Pipe bundle for underground installation
US7579962B1 (en) 2005-05-17 2009-08-25 At&T Intellectual Property Ii, L.P. Duct mapping device using sonde
US8459611B2 (en) * 2007-08-30 2013-06-11 Wesco Distribution, Inc. System for the simultaneous introduction of two items into a conduit
US8387954B2 (en) * 2007-08-30 2013-03-05 Wesco Distribution, Inc. System for the simultaneous introduction of two items into a conduit
US7861501B2 (en) * 2008-05-10 2011-01-04 Btx Technologies, Inc. Method and apparatus for applying flexible sleeving
NL2006539C2 (en) * 2011-04-05 2012-10-08 Draka Comteq Bv Method for installing an optical waveguide unit, a kit of parts, and a bundle.
CN103646728A (zh) * 2013-12-11 2014-03-19 中国船舶重工集团公司第七〇五研究所 超长径比电缆的穿线方法
GB2522230A (en) * 2014-01-17 2015-07-22 Deflux Holdings Ltd Method and apparatus for removing a cable core from a cable sheath
WO2015121493A1 (en) * 2014-02-17 2015-08-20 Plumettaz Holding S.A. Method for installing an elongated element into a bended duct
SG11201811645PA (en) 2016-08-04 2019-02-27 Plumettaz Holding S A Apparatus and method for jetting a cable into a duct
CA2978207A1 (en) 2016-08-31 2018-02-28 Ellingson Companies Pullhead device and method for use
CH712869A2 (de) * 2016-08-31 2018-03-15 Elektrizitaetswerk Der Stadt Zuerich Verfahren zum Einziehen von Rohren in belegte Kabelschutzrohre.
GB2558567B (en) 2017-01-05 2021-12-22 Ridgemount Tech Limited Fibre optic accessory
PL3577508T3 (pl) 2017-02-03 2021-07-19 Plumettaz Holding Sa Autonomiczna sprężarka cieczy do układania włókien światłowodowych w kanale
US11214450B1 (en) * 2021-03-11 2022-01-04 Cciip Llc Method of proofing an innerduct/microduct and proofing manifold
WO2023002971A1 (ja) * 2021-07-21 2023-01-26 住友電気工業株式会社 光ファイバケーブル

Citations (8)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE3304133A1 (de) * 1983-02-08 1984-05-10 Wavin B.V., 8031 Zwolle Einsatz fuer ein kabelkanalrohr
FR2600749A1 (fr) * 1986-06-27 1987-12-31 Hurner Sarl Procede pour gainer interieurement une canalisation, tube de gainage pour sa mise en oeuvre, et procede pour realiser ce tube
EP0292037A1 (en) * 1987-04-28 1988-11-23 Koninklijke KPN N.V. Method and device for introducing a cable into a cable guide tube
EP0437709A1 (de) * 1990-01-15 1991-07-24 Siemens Aktiengesellschaft Langgestrecktes Element zum Einziehen in ein Rohr und Verfahren zur Anwendung hierfür
EP0445858A1 (en) * 1990-02-27 1991-09-11 Koninklijke KPN N.V. Method and pulling plug for installing a cable in a cable conduit
FR2660790A1 (fr) * 1990-04-04 1991-10-11 Pecot Alain Cable profile pour mise en place dans une conduite de grande longueur.
DE9210476U1 (de) * 1992-08-05 1992-10-08 Felten & Guilleaume Energietechnik AG, 5000 Köln Längswasserdichtes Doppelmantelkabel
US5311954A (en) * 1991-02-28 1994-05-17 Union Oil Company Of California Pressure assisted running of tubulars

Family Cites Families (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3554493A (en) * 1969-02-20 1971-01-12 Bell Canada Rodding jet
US4185809A (en) * 1978-01-27 1980-01-29 Nelson Jonnes Method and apparatus for pulling lightweight cable
US4648744A (en) * 1985-05-03 1987-03-10 Knapp Kenneth M Method and apparatus for positioning optical fibers in a buried conduit
DE3843777A1 (de) * 1988-12-24 1990-07-05 Philips Patentverwaltung Verfahren zum einblasen einer leitung in eine leerhuelle
NL9001618A (nl) * 1990-07-17 1992-02-17 Nederland Ptt Methode en inrichting voor het installeren van een kabel in een kabelduct.

Patent Citations (8)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE3304133A1 (de) * 1983-02-08 1984-05-10 Wavin B.V., 8031 Zwolle Einsatz fuer ein kabelkanalrohr
FR2600749A1 (fr) * 1986-06-27 1987-12-31 Hurner Sarl Procede pour gainer interieurement une canalisation, tube de gainage pour sa mise en oeuvre, et procede pour realiser ce tube
EP0292037A1 (en) * 1987-04-28 1988-11-23 Koninklijke KPN N.V. Method and device for introducing a cable into a cable guide tube
EP0437709A1 (de) * 1990-01-15 1991-07-24 Siemens Aktiengesellschaft Langgestrecktes Element zum Einziehen in ein Rohr und Verfahren zur Anwendung hierfür
EP0445858A1 (en) * 1990-02-27 1991-09-11 Koninklijke KPN N.V. Method and pulling plug for installing a cable in a cable conduit
FR2660790A1 (fr) * 1990-04-04 1991-10-11 Pecot Alain Cable profile pour mise en place dans une conduite de grande longueur.
US5311954A (en) * 1991-02-28 1994-05-17 Union Oil Company Of California Pressure assisted running of tubulars
DE9210476U1 (de) * 1992-08-05 1992-10-08 Felten & Guilleaume Energietechnik AG, 5000 Köln Längswasserdichtes Doppelmantelkabel

Also Published As

Publication number Publication date
ES2181843T3 (es) 2003-03-01
US5884384A (en) 1999-03-23
CZ376596A3 (en) 1997-08-13
DE69622833D1 (de) 2002-09-12
EP0785387B1 (en) 2002-08-07
DE69622833T2 (de) 2003-04-03
CZ292753B6 (cs) 2003-12-17
EP0785387A1 (en) 1997-07-23
ATE221971T1 (de) 2002-08-15

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL1001960C2 (nl) Werkwijze voor het installeren van een buis of een bundel buizen in een bestaand buisvormig kanaal.
EP0292037B1 (en) Method and device for introducing a cable into a cable guide tube
EP0445622B1 (en) Method for laying optical fiber unit and apparatus therefor
JP2838424B2 (ja) 伝送線の布設
JP2552590B2 (ja) 光ファイバの挿通方法
JPH02265109A (ja) 複合ケーブルおよび光ファイバの挿通方法
HK1045196A1 (en) A method and a device for installing optical fibres
EP1042696A1 (en) Method of inserting a light transmitting member into a tube
EP0445858B1 (en) Method and pulling plug for installing a cable in a cable conduit
EP0520683A1 (en) Methods of and apparatus for installing optical fiber in conduit
NL1003681C2 (nl) Inrichting en werkwijze voor het verwijderen van kabels uit buizen.
JP2943623B2 (ja) 光ファイバ空気圧送工法用中間圧送装置
BE1003535A3 (nl) Werkwijze voor het aanbrengen van een kabel of kabelbundel, leiding of leidingenbundel in een buis.
JPH04161902A (ja) 光ファイバケーブル及び長尺線材の布設方法
JPH04114110A (ja) 線条体の管路内通線方法

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
TD Modifications of names of proprietors of patents

Owner name: KONINKLIJKE KPN N.V.

VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20070701