NL8900873A - Werkwijze en inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen. - Google Patents

Werkwijze en inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen. Download PDF

Info

Publication number
NL8900873A
NL8900873A NL8900873A NL8900873A NL8900873A NL 8900873 A NL8900873 A NL 8900873A NL 8900873 A NL8900873 A NL 8900873A NL 8900873 A NL8900873 A NL 8900873A NL 8900873 A NL8900873 A NL 8900873A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
turning
shaft
moving part
dental root
making filling
Prior art date
Application number
NL8900873A
Other languages
English (en)
Other versions
NL192774B (nl
NL192774C (nl
Original Assignee
G C Dental Ind Corp
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by G C Dental Ind Corp filed Critical G C Dental Ind Corp
Publication of NL8900873A publication Critical patent/NL8900873A/nl
Publication of NL192774B publication Critical patent/NL192774B/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL192774C publication Critical patent/NL192774C/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B29WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
    • B29CSHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
    • B29C67/00Shaping techniques not covered by groups B29C39/00 - B29C65/00, B29C70/00 or B29C73/00
    • B29C67/0044Shaping techniques not covered by groups B29C39/00 - B29C65/00, B29C70/00 or B29C73/00 for shaping edges or extremities
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61CDENTISTRY; APPARATUS OR METHODS FOR ORAL OR DENTAL HYGIENE
    • A61C5/00Filling or capping teeth
    • A61C5/50Implements for filling root canals; Methods or instruments for medication of tooth nerve channels
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B29WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
    • B29CSHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
    • B29C53/00Shaping by bending, folding, twisting, straightening or flattening; Apparatus therefor
    • B29C53/16Straightening or flattening
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B29WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
    • B29CSHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
    • B29C67/00Shaping techniques not covered by groups B29C39/00 - B29C65/00, B29C70/00 or B29C73/00
    • B29C67/0003Moulding articles between moving mould surfaces, e.g. turning surfaces
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61CDENTISTRY; APPARATUS OR METHODS FOR ORAL OR DENTAL HYGIENE
    • A61C5/00Filling or capping teeth
    • A61C5/50Implements for filling root canals; Methods or instruments for medication of tooth nerve channels
    • A61C5/55Implements for filling root canals; Methods or instruments for medication of tooth nerve channels with heating means, e.g. for heating gutta percha
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B29WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
    • B29CSHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
    • B29C33/00Moulds or cores; Details thereof or accessories therefor
    • B29C33/20Opening, closing or clamping

Landscapes

  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Oral & Maxillofacial Surgery (AREA)
  • Dentistry (AREA)
  • Epidemiology (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Animal Behavior & Ethology (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Public Health (AREA)
  • Veterinary Medicine (AREA)
  • Dental Tools And Instruments Or Auxiliary Dental Instruments (AREA)

Description

Λ - ^ NL 35.886-Me/gb “4'‘
Werkwijze en inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een werkwijze die zeer geschikt is voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen, die worden gevormd van een thermoplastisch materiaal in de vorm van een langgerekte kegel en 5 die worden gebruikt als een vul- en afsluitmateriaal of afdichtmateriaal voor pulpa-holten die worden gevormd na pulpa-exterpatie of de desinfectie van geïnfecteerde wortelkanalen tijdens tandheelkundige behandelingen en dergelijke, teneinde een vulpunt voor tandwortelkanalen te maken die gewoonlijk 10 wordt aangeduid als een gutta-percha punt, alsmede op een inrichting voor het maken hiervan.
Bekende vulpunten voor tandwortelkanalen, die gewoonlijk gutta-percha punten worden genoemd en de vorm bezitten van een langgerekte kegel, zijn vervaardigd door het in 15 een wigvorm snijden van een dun langgerekt en complanaat materiaal voorzien van een mengsel dat gewoonlijk 60 tot 70% zinkoxyde, 20 tot 25% gezuiverd gutta-percha, een zwaar-me-taalzout voor het verbeteren van de ondoordringbaarheid voor röntgenstraling en een kleine hoeveelheid was, hars en der-20 gelijke omvat, het vervolgens verwarmen en verweken van het materiaal tot ongeveer 80°C en het tenslotte vormen van het zacht gemaakte materiaal tot een langgerekte kegel terwijl het met de hand wordt gerold op een kneedplaat onder toepassing van een spatel.
25 Doordat de normaal gebruikte gutta-percha punten in maat en grootte zijn voorgeschreven volgens de normen voor instrumenten voor de preparatie van tandwortelkanalen is echter het aantal types hiervan opgelopen tot 19 in termen van maten van de internationale normen in het bij zonder, 30 terwijl strengere maattolerantie-eisen aan hun diameters worden gesteld in de orde van + 0,04 mm. Bovendien zijn een groot aantal typen produkten die in diameter variëren van minimaal 0,01 mm tot maxiaam 1,5 mm en in lengte variëren van 10 tot 35 mm commerciëel beschikbaar, aangezien verschillende 35 fabrikanten van vulpunten voor tandwortelkanalen eigen 89 00 873 Γ - 2 - > niet-genormeerde produkten maken als aanvulling op de genormeerde. Teneinde vulpunten voor tandwortelkanalen te maken kan alleen worden vertrouwd op geschoolde vaklui. Dit hield in dat het noodzakelijk is ongeschoolde werklui te trainen, 5 terwijl het hierdoor moeilijk is geworden te voldoen aan een toenemende vraag bij de recentelijke vooruitgang van tandheelkundige behandelingen.
Teneinde de produktie van vulpunten voor tandwortelkanalen te vereenvoudigen en de opbrengst van produkten 10 door mechanische middelen te verhogen, zijn vormwerkwijzen met extruders en gietmatrijzen beproefd. Echter, ten gevolge van de veel zwaardere eisen ten aanzien van nauwkeurigheden die worden gesteld aan de afmetingen en vormen van de vulpunten voor tandwortelkanalen, zoals in het voorgaande is 15 genoemd, ontstaat een kostenprobleem bij het eventueel afbramen of mislukken van produkten tijdens het lossen van het produkt uit de vorm. Tot nu toe is er geen werkwijze beschikbaar geweest die in staat is de vulpunten voor tandwortelkanalen mechanisch in massa te produceren. Als gevolg hiervan 20 wordt de produktie van vulpunten voor tandwortelkanalen nog steeds door mankracht uitgevoerd. In dat geval is het rendement van de inspectie van de produkten zeer laag, aangezien alle produkten individueel moeten worden geïnspecteerd nadat zij zijn vervallen in zoveel normen zoals in het voorgaande 25 is genoemd. Nog erger worden nauwelijks ongeveer 65% van de produkten geaccepteerd door een hoge waarschijnlijkheid dat sommige produkten niet goed zijn geclassificeerd en worden afgekeurd zelfs door mensen die op het betreffende gebied zeer bedreven zijn, hetgeen resulteert in afval in de produk-30 tie. Deze problemen zijn in de techniek tot nu toe moeilijk op te lossen geweest.
Derhalve zijn intensieve en uitgebreide studies uitgevoerd om uit te vinden op welke mechanische, eenvoudige en ten aanzien van de afmetingen stabiele wijze de produktie 35 van de vulpunten voor tandwortelkanalen kan worden uitgevoerd, welke produktie wérd geacht moeilijk op een andere dan handmatige wijze te kunnen worden uitgevoerd. Thans is echter gevonden, dat de hierna beschreven werkwijze het mogelijk maakt vulpunten voor tandwortelkanalen op efficiënte en 89 00 873 ^
- 3 - T
mechanische wijze te vervaardigen.
Volgens de onderhavige uitvinding is een werkwijze voor het maken van een vulpunt voor tandwortelkanalen verschaft, die daardoor is gekenmerkt, dat: het verschaffen van 5 een draaideel waarvan een buitenste bewerkingsoppervlak is uitgevoerd als een gekromd vlak evenwijdig aan zijn axiale richting en dat met een vooraf bepaalde snelheid kan draaien, en een bewegend deel waarvan tenminste zijn bewerkingsoppervlak evenwijdig aan het bewerkingsoppervlak van het draaideel 10 is gelegen en dat kan bewegen met een snelheid die althans ongeveer gelijk is aan de omtreksnelheid van het draaideel in dezelfde richting als de draairichting van het draaideel in een spleetgedeelte waarin een minimale afstand tussen de be-werkingsoppervlakken van het draaideel en het bewegende deel 15 aanwezig is, terwijl tenminste het draaideel in zijn axiale richting wordt geschommeld en het spleetgedeelte in een althans ongeveer gelijk vlak ligt, waarbij een staaf vormig materiaal voor de vulpunt voor tandwortelkanalen wordt toegevoerd aan het spleetgedeelte tussen de bewerkingsopper-20 vlakken van het draaideel en het bewegende deel teneinde het voorste uiteinde van het materiaal in het spleetgedeelte te brengen in een richting loodrecht op de axiale richting van het draaideel, terwijl een verhouding van een bewegingssnel-heid van het voorste uiteinde van het materiaal dat wordt 25 ingebracht ten opzichte van een bewegingssnelheid waarmede de bewerkingsoppervlakken van het draaideel en het bewegende deel van elkaar af worden bewogen, continu wordt gevarieerd, zodanig dat deze in overeenstemming is met een tapsheid T van de vulpunt voor tandwortelkanalen, waardoor de vulpunt voor 30 tandwortelkanalen met de gewenste tapsheid (T) wordt gemaakt.
De uitvinding zal hierna worden toegelicht aan de hand van de tekeningen, die een aantal uitvoeringsvoorbeelden van de uitvinding weergeven.
Pig. 1 is een schematische illustratie van de werk-35 wijze voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens de onderhavige uitvinding.
De fig. 2, 3 en 4 zijn schematische illustraties van een verdere uitvoering van de onderhavige werkwijze, waarbij het bewegende deel als gekromd vlak is uitgevoerd.
89 00873 ? Λ r - 4 -
Fig. 5, 6 en 7 zijn schematische illustraties van een verdere uitvoering van de onderhavige uitvinding, waarbij het bewegende deel als plat vlak is uitgevoerd.
Fig. 8 is een op vergrote schaal weergegeven 5 vooraanzicht van één voorbeeld van de te fabriceren vulpunt voor tandwortelkanalen.
Fig. 9 is een perspectivisch aanzicht van één uitvoering van de inrichting voor het maken van de vulpunten voor tandwortelkanalen volgens de onderhavige uitvinding.
10 Fig. 10 is een op grotere schaal weergegeven per spectivisch aanzicht van een gedeelte van de uitvoering van de inrichting volgens fig. 9.
Fig. 11 is een perspectivisch aanzicht van een andere uitvoering van het op zijn plaats bevestigde schomme-15 lende draaideel.
Fig. 12 is een aanzicht dat illustratief is voor het beginstadium van de fabricage van de vulpunten voor tandwortelkanalen met de inrichting volgens fig. 9.
Fig. 13 is een perspectivisch aanzicht van een 20 andere uitvoering van de inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens de onderhavige uitvinding.
Fig. 14 is een op grotere schaal weergegeven perspectivisch aanzicht van een gedeelte van de uitvoering van 25 de inrichting volgens fig. 13.
Fig. 15 is een perspectivisch aanzicht van een verdere uitvoering van de inrichting voor het maken van de vulpunten voor tandwortelkanalen volgens de onderhavige uitvinding.
30 Fig. 16 is een perspectivisch aanzicht van nog een verdere uitvoering van de inrichting voor het maken van de vulpunten voor tandwortelkanalen volgens de onderhavige uitvinding.
De werkwijze voor het maken van de vulpunten voor 35 tandwortelkanalen volgens de onderhavige uitvinding zal thans meer gedetailleerd worden beschreven.
Fig. l is een aanzicht voor het illustreren van de werkwijze voor het maken van de vulpunten voor tandwortelkanalen volgens de onderhavige uitvinding, fig. 2, 3 en 4 89 00 873 : - 5 - Γ £ zijn aanzichten voor het illustreren van een andere uitvoering vein de onderhavige werkwijze, waarin het bewegende deel als een gekromd vlak is uitgevoerd, fig. 5, 6 en 7 zijn aanzichten voor het illustreren van nog een andere uitvoering 5 van de onderhavige werkwijze, waarbij het bewegende deel als een plat vlak is uitgevoerd en fig. 8 is een op grotere schaal weergegeven vooraanzicht, waarin één voorbeeld van de volgens de onderhavige werkwijze gefabriceerde vulpunt voor tandwortelkanalen is getoond.
10 In de tekeningen is te zien, dat een vulpunt voor tandwortelkanalen 1 de vorm bezit van een langgerekte kegel, zoals is weergegeven in fig. 8, en is gevormd van een staaf-vormig thermoplastisch materiaal voor de vulpunt voor tandwortelkanalen, zoals bijvoorbeeld een mengsel voorzien van 60 15 tot 70% zinkoxyde, 20 tot 25% gezuiverde gutta-percha, een zwaar-metaalzout voor het verbeteren van de ondoorlaatbaar-heid van röntgenstraling en een kleine hoeveelheid was, hars en dergelijke, of een mengsel dat is voorzien van polymere bestanddelen van trans-l,4-polyisopreen en een ethyleen/vinyl 20 acetaat copolymeerhars en een onoplosbaar of weinig oplosbaar anorganisch vulmiddel en dat organische bestanddelen kan bevatten zoals zijn geopenbaard in het Japanse octrooischrift nr. 62-61909. De vulpunt voor tandwortelkanalen 1 is in verschillende typen beschikbaar, waarbij d de diameter is van 25 zijn voorste uiteinde, D de diameter is van zijn achterste uiteinde en L de volledige lengte is van d tot D. Bij de onderhavige uitvinding is de vulpunt voor tandwortelkanalen 1 uitgedrukt in termen van de tapsheid die is gedefiniëerd door de volgende vergelijking: T = (D - d)/L. Een draaideel 2 be-30 zit een buitenste bewerkingsoppervlak 2a dat evenwijdig verloopt aan een axiale richting X en een gekromd vlak aanneemt, en dat is ontworpen om met een vooraf bepaalde snelheid te draaien. Het gebruikte draaideel 2 kan zijn uitgevoerd als een cilindrisch draailichaam waarvan de draaias samenvalt met 35 zijn hartlijn, zoals is weergegeven in de fig. 1, 2, 5 en 7, als een cilindrisch draailichaam waarvan de as uit het midden is gelegen, zoals is weergegeven in fig. 3, of als een niet-cilindrisch draailichaam waarvan de afstand van de as tot het bewerkingsoppervlak 2a geleidelijk varieert. Een bewegend 69 00 873 .v - 6 - i deel 3 is op zodanige wijze aangebracht dat tenminste zijn bewerkingsoppervlak 3a evenwijdig aan het bewerkingsoppervlak 2a is gelegen in een spleetgedeelte waarin de afstand hiertussen en het bewerkingsoppervlak 2a minimaal is, waarbij 5 het bewegende deel 3 beweegt met een snelheid die althans ongeveer gelijk is aan de omtreksnelheid van het draaideel 2 (dat wil zeggen een bewegingssnelheid van het bewerkingsoppervlak 2a) en in de draairichting van het draaideel 2. Het gebruikte bewegende deel 3 kan zijn uitgevoerd als een cilin-10 drisch draailichaam waarvan de draaias samenvalt met zijn hartlijn, zoals is weergegeven in de fig. 1, 3 en 4, of als een band die wordt aangedreven langs een cilindrisch draailichaam 3b waarvan de draaias samenvalt met zijn hartlijn, zoals is weergegeven in fig. 2. Wanneer het door een band 15 volgens fig. 2 gevormde bewegende deel 3 wordt gebruikt, dan wordt het ondersteund door en tussen twee cilindrische draai-lichamen 3b en 3c. Teneinde zigzagbewegingen te voorkomen, verdient het de voorkeur de cilindrische draailichamen 3b en 3c in hun buitenoppervlakken van groeven te voorzien en het 20 door de band gevormde bewegende deel 3 overeenkomstig uit te voeren met ribben teneinde in de groeven te grijpen. In een verdere uitvoering kan het gebruikte bewegende deel 3 een volledig vlak bewerkingsoppervlak 3a bezitten, zoals is weergegeven in de fig. 5 en 6, terwijl het tevens mogelijk is dat 25 het bewerkingsoppervlak 3a is gevormd door een plat vlak met daarin een groef die helt ten opzichte van zijn bewegingsrichting, zoals is weergegeven in fig. 7. Wanneer het bewegende deel 3 de vorm van een plat vlak volgens de fig. 5 tot 7 bezit, kan het zijn uitgevoerd als een eindloze band, een 30 plat vlak dat eenvoudig heen en weer beweegt, of een schijf of wiel die of dat om zijn hartlijn draait.
Bij de onderhavige uitvinding is het vereist dat van het draaideel 2 en het bewegende deel 3, tenminste het draaideel 2 in de richting van zijn as X heen en weer wordt 35 bewogen. Het verdient de voorkeur zowel het draaideel 2 als het bewegende deel 3 heen en weer te bewegen, aangezien de heen en weer gaande slag en de snelheid dan worden gehalveerd onder behoud van het effect dat wordt verkregen bij het heen 'en weer bewegen van één deel. Bovendien zijn de resulterende 89 00 873.3 - 7 - vulpunten voor tandwortelkanalen 1 stabiel op hun plaats en van bevredigende vorm. Terwijl het spleetgedeelte waarin de minimum afstand tussen de bewerkingsoppervlakken 2a en 3a van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 is gevormd, is 5 gelegen in een in hoofdzaak gelijk vlak, wordt het staaf-vorraige materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen op zodanige wijze toegevoerd dat dit in de spleet tussen de bewerkingsoppervlakken 2a en 3a van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 wordt gebracht in een richting Y loodrecht 10 op de axiale richting X van het draaideel 2, terwijl de afstand van het spleetgedeelte continu wordt gevarieerd in een richting Z loodrecht op beide richtingen X en Y op zodanige wijze dat de snelheidsverhouding van de beweging van het voorste uiteinde van het materiaal 4 dat wordt ingebracht tot 15 de beweging waarmede het draaideel 2 en het bewegende deel 3 van elkaar afbewegen gelijk is aan de tapsheid T van de te produceren punt 1. Het staafvormige materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen dat wordt toegevoerd aan het spleetgedeelte waarin de minimale afstand tussen de bewer-20 kingsoppervlakken 2a en 3a van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 aanwezig is kan voorafgaand in een heet-water-reservoir zijn ondergedompeld ten behoeve van het zacht maken daarvan. Voor het verhogen van het produktierendement van de vulpunt voor tandwortelkanalen 1 wordt er echter de voorkeur 25 aan gegeven het staafvormige materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen toe te voeren terwijl het wordt verwarmd door één of een aantal middelen voor het blazen van verwarmde lucht, door straling van thermische energie van een infrarode lamp of door het verwarmen van de bewerkingsoppervlakken 30 2a en 3a van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 met een bandverwarmer enzovoorts, aangezien dat materiaal 4 gewoonlijk zacht wordt'gemaakt bij verwarming tot ongeveer 45°C. Terwijl het op deze wijze zacht blijft wordt het materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen tot een vooraf bepaal-35 de vorm gevormd in het spleetgedeelte waarin de minimale afstand aanwezig is tussen de bewerkingsoppervlakken 2a en 3a van het draaideel 2 en het bewegende deel 3. Het verdient nog meer de voorkeur dat juist na het passeren door het spleetgedeelte het voorste uiteinde van het materiaal 4 wordt gekoeld 89 00 873; t . - 8 - teneinde te verhinderen dat het zacht blijft en deformatie ondergaat,
Aldus worden het draaideel 2 en het bewegende deel 3 op zodanige wijze verschaft, dat tenminste het bewerkings-5 oppervlak 3a van het bewegende deel 3 evenwijdig aan het be-werkingsoppervlak 2a van het draaideel 2 is gelegen en beweegt met een snelheid die althans ongeveer gelijk is aan de omtrekssnelheid van het draaideel 2 en in dezelfde richting als de draairichting van het draaideel 2 in het spleetgedeel-10 te waarin de minimale afstand tussen de bewerkingsoppervlak-ken 2a en 3a van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 aanwezig is. Wanneer tenminste het draaideel 2 in de axiale richting X heen en weer wordt bewogen, wordt het staafvormige materiaal 3 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen aan het 15 spleetgedeelte toegevoerd dat in een althans ongeveer gelijk vlak is gelegen en waarin de minimale afstand tussen de bewerkingsoppervlakken 2a en 3a van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 aanwezig is en het staafvormige materiaal 4 wordt dan gevormd tot een cirkelvormige dwarsdoorsnede met 20 een diameter die gelijk is aan de afstand of breedte van het spleetgedeelte.
Het spleetgedeelte waarin de minimale afstand tussen de bewerkingsoppervlakken 2a en 3a van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 aanwezig is, wordt continu op zodanige 25 wijze in afstand gevarieerd, dat de snelheidsverhouding van de beweging van het voorste uiteinde van het in het spleetgedeelte door de althans ongeveer gelijke en in dezelfde richting verlopende beweging van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 gebrachte staafvormige materiaal 3 voor de vulpunt 30 voor tandwortelkanalen en de beweging van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 van elkaar weg in overeenstemming is gebracht met de tapsheid T van de te fabriceren vulpunt voor tandwortelkanalen, waardoor het materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen tot de vulpunt voor tandwortelkanalen 35 1 wordt gevormd die de gewenste tapsheid T in zijn langsrich-ting bezit, terwijl deze een cirkelvormige dwarsdoorsnede verkrijgt. Teneinde de afstand van het spleetgedeelte waarin de minimale afstand tussen de bewerkingsoppervlakken 2a en 3a van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 aanwezig is 89 00 873.
- 9 - -t % continu te variëren, is het vereist middelen te verschaffen voor het van het bewegende deel 3 afbewegen van het draaideel 2 en voor het van het draaideel 2 afbewegen van het bewegende deel 3 in het geval dat, zoals in de fig. 1, 2 en 5 is weer-5 gegeven, het draaideel 2 is uitgevoerd als een cilindrisch draailichaam waarvan de draaias samenvalt met zijn hartlijn en het bewegende deel 3 is uitgevoerd als een cilindrisch draailichaam waarvan de draaias samenvalt met zijn hartlijn, zoals het geval is met het draaideel 2, of is uitgevoerd als 10 een geheel plat vlak. Echter kan van dergelijke middelen worden afgezien in het geval dat het draaideel 2 is uitgevoerd als een niet-cilindrisch draailichaam 2 waarvan de afstand van de as tot het bewerkingsoppervlak 2a geleidelijk varieerd, zoals is weergegeven in fig. 4 of 6, of een cilin-15 drisch draailichaam 2 waarvan de as uit het midden is geplaatst, zoals is weergegeven in fig. 3, of het bewegende deel 3 is uitgevoerd als een plat vlak waarvan het bewerkingsoppervlak 3a is voorzien van een groef daarin die helt ten opzichte van zijn bewegingsrichting, zoals is weergege-20 ven in fig. 7. Dit is omdat louter draaiing van het draaideel 2 om zijn draaias veroorzaakt dat het staafvormige materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen door de relatieve beweging van de bewerkingsoppervlakken 2a en 3a van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 in het spleetgedeelte 25 waarin de minimum afstand daartussen aanwezig is, wordt gebracht, terwijl het spleetgedeelte in een althans ongeveer gelijk vlak is gelegen, waardoor continu de afstand van het spleetgedeelte op zodanige wijze wordt gevarieerd dat de snelheidsverhouding van de beweging van het voorste uiteinde 30 van het materiaal 4 ten opzichte van de beweging van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 van elkaar af in overeenstemming is met de tapsheid T van de geproduceerde vulpunt voor tandwortelkanalen 1.
Thans zal worden verwezen naar uitvoeringen van de 35 inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens de onderhavige uitvinding.
Fig. 9 is een perspectivisch aanzicht van één uitvoering van de inrichting voor het maken van de vulpunten * .
voor tandwortelkanalen volgens de onderhavige uitvinding.
6900873.
ï < - 10 -
Fig. 10 is een op grotere schaal weergegeven perspectivisch aanzicht van een gedeelte van de uitvoering van de inrichting volgens fig. 9.
Fig. 11 is een perspectivisch aanzicht van een 5 andere uitvoering van het op zijn plaats bevestigde schommelende draaideel.
Fig. 12 is een aanzicht dat illustratief is voor het beginstadium van de fabricage van de vulpunten voor tandwortelkanalen met de inrichting volgens fig. 9.
10 Fig. 13 is een perspectivisch aanzicht van een andere uitvoering van de inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens de onderhavige uitvinding.
Fig. 14 is een op grotere schaal weergegeven per-15 speetivisch aanzicht van een gedeelte van de uitvoering van de inrichting volgens fig. 13.
Fig. 15 is een perspectivisch aanzicht van een verdere uitvoering van de inrichting voor het maken van de vulpunten voor tandwortelkanalen volgens de onderhavige 20 uitvinding.
Fig. 16 is een perspectivisch aanzicht van nog een verdere uitvoering van de inrichting voor het maken van de vulpunten voor tandwortelkanalen volgens de onderhavige uitvinding.
25 In de fig. 9-16 staan de verwijzingscijfers 1, 2, 3 en 4 respectievelijk voor de vulpunt voor tandwortelkanalen in de vorm van een langgerekte kegel, het draaideel waarvan zijn buitenste bewerkingsoppervlak 2a de vorm bezit van een gekromde plaat die evenwijdig verloopt aan zijn axiale rich-30 ting X en draait met een vooraf bepaalde snelheid, het bewegende deel dat op zodanige wijze is ontworpen dat tenminste zijn bewerkingsoppervlak 3a evenwijdig aan het bewerkingsoppervlak 2a van het draaideel 2 is geplaatst en beweegt met een snelheid die althans ongeveer gelijk is aan de omtreks-35 snelheid van het draaideel 2 en in dezelfde richting als die van het draaideel 2 verloopt in het spleetgedeelte waarin de minimale afstand tussen het bewegende deel en het bewerkingsoppervlak 2a van het draaideel 2 aanwezig is, en het staaf-vormige materiaal voor de vulpunten voor tandwortelkanalen, 89 00 873 J* * - 11 - waarbij alle delen een gelijksoortige constructie bezitten als die welke in verbinding met de vervaardigingswerkwij ze is toegelicht.
Allereerst zal de constructie van de in de fig. 9 5 tot 12 weergegeven eerste uitvoering van de inrichting worden besproken.
Op een voet 5 is een gestel 6 vast aangebracht, waarover een as 7 is gemonteerd. Een riem 8 wordt draaibaar aangedreven door een vertande riemschijf (een riemschijf met 10 tandwiel) 10 die wordt aangedreven door een op de voet 5 geplaatste motor 9, terwijl een riemschijf 11 aan de as 7 is bevestigd en wordt aangedreven door de beweging van de riem 8. Bij voorkeur zijn deze riemschijven 10 en 11 uitgevoerd met een anti-slip voorziening op hun oppervlakken voor het 15 aangrijpen van de riem 8, teneinde slippen van de riem 8 te verhinderen voor een nauwkeurige overbrenging van de aandrijf kracht van de motor 9. Bij voorkeur is de anti-slip voorziening gevormd door getande delen die exact in ingrij-ping zijn met elkaar en een beperkte speling vertonen. Ten-20 einde de draaikracht van de riemschijf 11 op het bewegende deel 3 over te dragen, kan het bewegende deel 3 van tevoren tezamen met de riemschijf 11 zijn gevormd. Als alternatief kan het bewegende deel 3 afzonderlijk zijn gevormd en later met de riemschijf 11 zijn verenigd. Als een verder alterna-25 tief kunnen de riemschijf 11 en het bewegende deel 3 op de as 7 zijn gespied, of een overlangs gegroefde as kan worden toegepast als de as 7, waarop de riemschijf 11 en het bewegende deel 3 zijn bevestigd, zoals het geval is bij de uitvoering volgens fig. 11. Wanneer het bewegende deel 3 verschuifbaar 30 is langs de as 7 kan gebruik worden gemaakt van een verbin-dingsstang 12 waarvan het ene uiteinde verschuifbaar is gestoken in de plaats uit het midden van het bewegende deel 3 en waarvan het andere uiteinde is bevestigd bij de tegenovergestelde plaats uit het midden van de riemschijf 11, zoals is 35 weergegeven in de fig. 9 en 10, of er kan gebruik worden gemaakt van een overlangs gegroefde as als de as 7, zoals het geval is bij de uitvoering volgens fig. 11. Bewegingsverbin-dingen 13 zijn beweegbaar aan beide zijden van de voet 5 in een richting loodrecht op de as 7. Schommelhefbomen 14 zijn 0800873.' % - 12 - verzwenkbaar ondersteund door een as 16 die is bevestigd op aan beide zijden van de voet 5 aangebrachte vertikale steunen 15, terwijl de bovenste uiteinden van de schommelhefbomen 14 in de richting van het gestel 6 worden getrokken door veer-5 krachtige organen 17, zoals spanschroef veren die zijn aangebracht tussen de schommelhefbomen en het gestel 6, terwijl de schommelhefbomen 14 aan hun onderste uiteinden door een pen scharnierbaar zijn verbonden met de bewegingsverbindingen 13. Een as 18 is aangebracht tussen de bovenste gedeelten van de 10 schommelhefbomen 14 die aan zijn beide zijden zijn gelegen, waarbij zijn hartlijn bijna in hetzelfde vlak is gelegen als die van de as 7. Een riem 19 wordt roteerbaar aangedreven door een vertande riemschijf 20 die is bevestigd aan een op de voet 5 aangebrachte as 21, terwijl de vertande riemschijf 15 20 in ingrijping is met de vertande riemschijf 10. Een riemschijf 22 is bevestigd aan de as 18 en wordt aangedreven door de riem 19. Bij voorkeur zijn deze riemschijven 20 en 22 uitgevoerd met een anti-slipvoorziening op hun oppervlakken voor het aangrijpen van de riem 19, teneinde slippen van de riem 20 19 te verhinderen voor een nauwkeurige overbrenging van de aanddrijfkracht van de motor 9. Bij voorkeur is de anti-slip-voorziening gevormd door getande delen die nauwkeurig in ingrijping zijn met elkaar en een beperkte speling bezitten.
Een verbindingsstang 23 is met zijn ene uiteinde 25 bevestigd bij een uit het midden gelegen plaats van de riemschijf 22, terwijl het andere uiteinde verschuifbaar is gestoken in de tegenover gelegen plaats uit het midden van het draaideel 2, dat verschuifbaar is bevestigd aan de as 18 en verschuifbaar is langs de as 18, welke verbindingsstang 23 is 30 aangebracht voor het overbrengen van de draaikracht van de riemschijf 22 op het draaideel 2. Deze verbindingsstang 23 kan worden weggelaten indien de as 18 is uitgevoerd als een overlangs gegroefde as, zoals is weergegeven in fig. 11. Een nok 24 wordt draaibaar aangedreven door een op de voet 5 ge-35 plaatste motor 25. Een nokvolger 26 is bevestigd aan een as 27 die is aangebracht aan de van de schommelhefbomen 14 af-gekeerde uiteinden van de bewegingsverbindingen 13, en is ontworpen om in ingrijping te zijn met de nok 24 en om in werkzame samenwerking met de draaiing van nok 24 te worden 89 00 873 .’ y.
- 13 - «ι gedwongen voor het bewegen van de bewegingsverbindingen 13 in de richting van de schommelhefbomen 14. Een krukstang 28 is met een penscharnier verbonden met een krukplaat 30 die is bevestigd op de as van een op het gestel 6 geplaatste motor 5 29 (in de weergegeven uitvoering is deze excentrisch op de as van de motor 29 bevestigd). Een schommelarm 31 is scharnier-baar bevestigd aan een uiteinde van de krukstang 28 en schommelt om een draaipunt 32 op het gestel 6. Op gelijke afstanden van het draaipunt 32 van de schommelarm 31 zijn ingrij-10 pingsrollen 31a en 31b aangebracht in ingrijping met een in-grijpingsgedeelte 3d dat één geheel vormt met het bewegende deel 3 dat verschuifbaar is langs de as 7 en met een ingrij-pingsgedeelte 2b dat één geheel vormt met het draaideel 2 dat verschuifbaar is langs de as 18, zodat wanneer de op het ge-15 stel 6 geplaatste motor wordt aangedreven voor het schommelen van de schommelarm 31 om het draaipunt 32, het bewegende deel 3 en het draaideel 2 met dezelfde snelheid in tegengestelde richting schommelen. Aangezien de gewenste resultaten kunnen worden verkregen door het schommelen van alleen het draaideel 20 2, kan worden afgezien van de ingrijpingsrol 31a van de schommelarm 31 en het ingrijpingsgedeelte 3d van het bewegende deel 3 indien het bewegende deel 3 niet schommelt. Een projectieorgaan 33 en een ontvangorgaan 34 zijn opgesteld voor het verschaffen van een contactloze detectie van het 25 materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen wanneer het materiaal 4 is toegevoerd aan de spleet waarin de minimale afstand tussen de bewerkingsoppervlakken 2a en 3a van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 aanwezig is. Een geleiding 35 is aangebracht voor het voeden van het materiaal 30 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen in het spleetgedeel-te waarin de minimale afstand tussen de bewerkingsoppervlakken 2a en 3a van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 aanwezig is. Een verwarmingsmiddel 36 voorzien van een hete-luchtmondstuk is aangebracht voor het inspuiten van een hoe-35 veelheid verwarmde lucht op het door de geleiding 35 toegevoerde materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen voor het verwarmen daarvan. Zoals in het voorgaande is genoemd, kan het verwarmingsmiddel 36 zijn uitgevoerd als een infra-rode lamp (niet weergegeven) voor de bestraling met 89 0 0 873.! ¥ - 14 - thermische energiestralen, een ingebouwde verwarmer of een bandverwarmer (niet weergegeven) die is opgenomen in het draaideel 2 en het bewegende deel 3 en via een vilt of dergelijke in aanraking wordt gebracht met de bewerkingsop-5 pervlakken 2a en 3a. Een koude-luchtmondstuk 37 is aangebracht voor het inspuiten van een hoeveelheid koude lucht op de vulpunt voor tandwortelkanalen die is gevormd door de doorvoer door het spleetgedeelte waarin de minimale afstand tussen de bewerkingsoppervlakken 2a en 3a van het draaideel 2 10 en het bewegende deel 3 aanwezig is, ten behoeve van het koelen daarvan. Indien het materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen langer is, dan is een grijporgaan 38 aangebracht voor het aan beide zijden grijpen van het materiaal 4 dat uit het spleetgedeelte wordt gevoerd bij een gegeven 15 lengtegedeelte daarvan, wanneer het voorste uiteinde, dat een dergelijke gegeven lengte bezit, van het materiaal 4 door het projectieorgaan 33 en het ontvangorgaan 34 wordt gedetecteerd.
Thans zal worden verwezen naar de constructie van de in de fig. 13 en 14 weergegeven tweede uitvoering.
20 Aan over een voet 39 verlopende assen zijn riem- schijven 40 bevestigd, waarvan één wordt aangedreven door een op de voet 39 geplaatste motor 41. Om en tussen de riemschij-ven 40 bevindt zich het bewegende deel 3 waarvan het bewer-kingsoppervlak 3a de vorm bezit van een platte eindloze riem, 25 terwijl het deel 3 daardoor draaibaar wordt aangedreven met een vooraf bepaalde snelheid in een zekere richting. Een riem 46 wordt draaibaar aangedreven door een riemschijf 45 die wordt aangedreven door een motor 44, die is geplaatst op een gestel 43 dat op de voet 39 is ondersteund door een veer 42.
30 Een riemschijf 47 is bevestigd aan een over het gestel 43 verlopende as 48 waarop het draaideel 2 verschuifbaar is gemonteerd, waarbij het buitenste bewerkingsoppervlak 2a van het draaideel 2 is uitgevoerd als een evenwijdig aan zijn as X gekromd vlak, terwijl het draaideel 2 door de draaibaar 35 aangedreven riem 46 wordt aangedreven. Bij voorkeur zijn deze riemschijven 45 en 47 uitgevoerd met een anti-slipvoorziening op hun oppervlakken voor het aangrijpen van de riem 46 teneinde het slippen van de riem 46 te verhinderen voor de nauwkeurige overbrenging van de aandrijfkracht van de motor 44.
89008737 - 3.5 - *
Bij voorkeur wordt een dergelijke anti-slipvoorziening gevormd door getande delen die nauwkeurig met elkaar in ingrijping zijn en een beperkte speling vertonen. Een verbindings-stang 49 is met één uiteinde bevestigd bij een plaats uit het 5 midden van de riemschijf 47 en is aan het andere uiteinde verschuifbaar gestoken in de tegenover gelegen plaats uit het midden van het draaideel 2 dat verschuifbaar is bevestigd op de as 48 en verschuifbaar is langs deze as 48, waarbij de verbindingsstang 49 is aangebracht voor het overbrengen van 10 de draaikracht van de riemschijf 47 op het draaideel 2. Deze verbindingsstang 49 kan worden weggelaten indien de as 48 is uitgevoerd als een overlangs gegroefde as, zoals het geval is bij de uitvoering volgens fig. 11. Een krukstang 50 is door een penschamier verbonden met een krukplaat 52 die is be-15 vestigd op de as van een op het gestel 43 geplaatste motor 51 (in de weergegeven uitvoering is deze excentrisch bevestigd aan de as van de motor 51) . Een schommelarm 53 is door een penschamier verbonden met een uiteinde van de krukstang 50, en schommelt om een draaipunt 54 op het gestel 43. Aan een 20 uiteinde van de schommelarm 53 is een ingrijpingsrol 53a aangebracht voor de ingrijping met het ingrijpingsgedeelte 2b dat één geheel vormt met het draaideel 2 dat verschuifbaar is langs de as 48, zodat wanneer de motor 51 op het gestel 43 wordt aangedreven voor het schommelen van de schommelarm 53 25 om het draaipunt 54, het draaideel 2 langs de as 48 schommelt. Een nok 55 is bevestigd aan de as van een op de voet 39 geplaatste motor 56, en is in ingrijping met het op de voet 39 ondersteunde gestel 43 door middel van de veer 42. Met de door de motor 56 gedraaide nok 55 wordt een variatie ver-30 schaft van de afstand van het spleetgedeelte dat is begrensd tussen de bewerkingsoppervlakken 2a en 3a van het via de as 48 aan het gestel 43 bevestigde draaideel 2 en het bewegende deel 3.
Voorts zal worden verwezen naar de constructie van 35 de in fig. 15 weergegeven derde uitvoering.
Deze derde uitvoering is voorzien van een voet 57, terwijl een onderste tandwiel 58 is bevestigd aan de as van een op de voet 57 geplaatste motor 59 en in ingrijping is met een inwendige vertanding die is aangebracht in een wielvormig 8900873.
- 16 - bewegend deel 3 met een plat bewerkingsoppervlak 3a. Het wielvormige bewegende deel 3 wordt dan draaibaar ondersteund op een concaaf vlak van verminderde wrijving dat is verschaft op de voet 57 en dat is behandeld met een fluorkoolstofhars 5 of dat is uitgevoerd met legers. Aldus wordt, wanneer de motor 59 wordt aangedreven, het wielvormige bewegende deel 3 gedraaid met een vooraf bepaalde snelheid in een zekere richting. Een bovenste tandwiel 60 is bevestigd op de as van de motor 59 boven het onderste tandwiel 58 en is in ingrijping 10 met een tandwiel 64 dat is bevestigd op een as 63 die schar-nierbaar is aangebracht op een gestel 62 dat op de voet 57 is ondersteund door een veer 61. Een conisch tandwiel 65 is bevestigd aan een as 66 dat over het gestel 62 is geplaatst en waaraan het draaideel 2 draaibaar is bevestigd, terwijl het 15 conische tandwiel 65 in ingrijping is met een conisch tandwiel 67 dat is bevestigd aan de as 63, welk conisch tandwiel 65 door de motor 59 kan worden aangedreven. Een verbindings-stang 68 is met één uiteinde bevestigd bij een plaats uit het midden van het conische tandwiel 65 en is met zijn andere 20 uiteinde verschuifbaar gestoken in de tegenovergelegen plaats uit het midden van het draaideel 2 dat verschuifbaar is bevestigd aan de as 48 en verschuifbaar is langs de as 66, en is aangebracht voor het overbrengen van de draaikracht van het conische tandwiel 65 op het draaideel 2.
25 Deze verbindingsstang 68 kan worden weggelaten indien de as 66 is uitgevoerd als een overlangs gegroefde as, zoals is weergegeven in fig. 11. Een krukstang 69 is door een penscharnier verbonden met een krukplaat 71 die is bevestigd aan de as van een op het gestel 62 geplaatste motor 70 (in de 30 weergegeven uitvoering is deze excentrisch bevestigd aan de as van de motor 70). Een schommelarm 72 is door een penscharnier verbonden met een uiteinde van de krukstang 69 en schommelt om een draaipunt 73 op het gestel 62. Aan een uiteinde van de schommelarm 72 is een ingrijpingsrol 72a aangebracht 35 voor ingrijping met het ingrijpingsgedeelte 2b dat één geheel vormt met het draaideel 2 dat langs de as 66 verschuifbaar is, zodat wanneer de op het gestel 62 geplaatste motor 70 wordt aangedreven voor het schommelen van de schommelarm 72 om het draaipunt 73, het draaideel 2 langs de as 66 schom- 8900873.1 * - 17 - melt. Een nok 74 is bevestigd aan de as van een op de voet 57 geplaatste motor 75 en wordt in ingrijping gebracht met het gestel 62 dat door een veer 61 is ondersteund op de voet 57.
Met de door de motor 75 aangedreven nok 74 is een variatie 5 verschaft van de afstand van het spleetgedeelte dat is begrensd tussen de bewerkingsoppervlakken 2a en 3a van het draaideel 2 en het bewegende deel 3.
Tenslotte zal de constructie van de in fig. 16 weergegeven vierde uitvoering worden toegelicht.
10 Een tandwiel 77 is bevestigd aan een draaibaar aan gedreven as 78 die vertikaal en draaibaar is aangebracht op een voet 76. Het tandwiel 77 is in ingrijping met een uitwendige vertanding die is aangebracht op het buitenvlak van het bewegende deel 3, dat thans de vorm van een schijf bezit en 15 waarvan het bewerkingsoppervlak 3a is uitgevoerd als een plat vlak. Een as 79 is aangebracht over een gestel 80 dat op de voet 76 is bevestigd, waarbij de as 79 is uitgevoerd met het verschuifbare draaideel 2 waarvan het buitenste bewerkingsoppervlak 2a is uitgevoerd als een evenwijdig aan zijn axiale 20 richting X gekromd vlak. Deze as 79 wordt aangedreven door een op de voet 76 geplaatste motor 81. Een conisch tandwiel 82 is bevestigd aan de as 78 boven het tandwiel 77 en is in ingrijping met een aan de as 79 bevestigd conisch tandwiel 83, zodat, wanneer de motor 81 wordt aangedreven, het schijf-25 vormige bewegende deel 3 wordt gedraaid om een centrale as met een vooraf bepaalde snelheid in een zekere richting, waarbij de centrale as draaibaar is om en vertikaal verplaatsbaar is langs een in een doorgaand gat aangebracht schuifleger 84. Het dient te worden opgemerkt, dat kan worden 30 afgezien van deze conische tandwielen 82 en 83 indien de as 78 direct door een onder de voet 76 geplaatste motor (niet weergegeven) wordt aangedreven. Een motor 85 is op het ondervlak van de voet 76 geplaatst en een nok 86 is in ingrijping gebracht met de centrale as van het schijfvormige bewegende 35 deel 3, zodat, wanneer de motor 85 wordt aangedreven, het schij fvormige bewegende deel 3 zich vertikaal verplaatst in overeenstemming met de vorm van de nok 86. Een verbindings-stang 87 is aangebracht voor het overbrengen van de draai-kracht van een aan de as 79 bevestigd armdeel 88 op het 89 00873 - 18 - draaideel 2, waarbij het ene uiteinde van de verbindings-stang 87 is bevestigd aan het armdeel 88 terwijl het andere uiteinde verschuifbaar is gestoken in een tegenover gelegen plaats uit het midden van het draaideel 2 dat verschuifbaar 5 is bevestigd aan de as 79 en langs de as 79 verschuifbaar is. Deze verbindingsstang 87 kan worden weggelaten, indien de as 79 is uitgevoerd als een overlangs gegroefde as, zoals het geval is bij de uitvoering volgens fig. 11. Een krukstang 89 is door een penscharnier verbonden met een krukplaat 91 die 10 is bevestigd aan de as van een op het gestel 80 geplaatste motor 90. Een schommelarm 92 is door een penscharnier verbonden met een uiteinde van de krukstang 89 en schommelt om een draaipunt 93 op het gestel 80. Aan een uiteinde van de schommelarm 92 is een ingrijpingsrol 92a aangebracht voor in-15 grijping met het ingrijpingsgedeelte 2b dat één geheel vormt met het draaideel 2 dat verschuifbaar is langs de as 79. Wanneer de op de voet 76 geplaatste motor 90 wordt aangedreven voor het schommelen van de schommelarm 92 om het draaipunt 93, schommelt het draaideel 2 langs de as 79.
20 Thans zal wederom aandacht worden besteed aan de wijze voor het maken van de vulpunten voor tandwortelkanalen met de inrichting volgens de voorgaande constructies in overeenstemming met de onderhavige uitvinding.
Allereerst zal worden verwezen naar de bedienings-25 wijze van de inrichting volgens de fig. 9 tot 12.
Allereerst wordt het verwarmingsmiddel 36, bijvoorbeeld een heteluchtmondstuk, in werking gesteld voor het toevoeren van warmte aan het materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen door het inspuiten van verwarmde lucht, 30 terwijl het koude-luchtmonstuk tevoren in werking is gesteld voor het inspuiten van koellucht voor het koelen van de gevormde vulpunt voor tandwortelkanalen 1. Dan worden de motoren 9 en 29 aangedreven, waarbij de krachtbron naar de motor 25 wordt aangeschakeld, terwijl krachtbronnen voor het pro-35 jectieorgaan 33 en het ontvangorgaan 34 worden aangehouden. Daarna wordt de schommelarm 31, die scharnierend is verbonden met het uiteinde van de krukstang 28 die scharnierbaar is verbonden met de aan de as van de motor 29 bevestigde krukplaat 30, aangedreven en geschommeld door de motor 29 om het 3900873 1 - 19 - draaipunt 32 op het gestel 6 met een snelheid in de orde van bijvoorbeeld 50 tot 1400 toeren p/min. Aangezien de schommel-arm 31 is uitgevoerd met de ingrijpingsrol 31 voor de ingrij-ping met het ingrijpingsgedeelte 2b dat één geheel vormt met 5 het langs de as 18 verschuifbare draaideel 2, schommelt het draaideel 2 langs de as 18 met een vooraf genoemde snelheid. In dit geval zullen, indien de ingrijpingsrol 31a voor de in-grijping met het ingrijpingsgedeelte 3d dat één geheel vormt met het bewegende deel 3 dat verschuifbaar is langs de as 7 10 is gelegen op een plaats waarvan de afstand tot het draaipunt 32 van de schommelarm 31 gelijk is aan de afstand van de ingrijpingsrol 31b tot het draaipunt 32, het bewegende deel 3 en het draaideel 2 langs de assen 7 en 18 schommelen met dezelfde snelheid als in het voorgaande is genoemd doch in 15 tegengestelde richtingen. De gewenste resultaten worden verkregen indien de slag van een dergelijke schommelbeweging 1 mm of meer is. De aandrijving van de motor 9 veroorzaakt dan dat de vertande riemschijf 10 en de daarmede in ingrij-ping staande vertande riemschijf 20 worden gedraaid voor het 20 aandrijven van de riemen 8 en 19, zodat de riemschijven 11 en 22 om de assen 7 en 18 worden gedraaid. Indien de vertande riemschijven 10, 12 en de riemschijven 11, 22 zijn voorzien van anti-slipmechanismen met elk een getand deel enz., is het in dit geval onwaarschijnlijk dat slip zal optreden tussen de 25 vertande riemschijven 10 en 20 en de riemschijven 11 en 22, zodat de draaiingen van de vertande riemschijven 10 en 12 nauwkeurig op de riemschijven 11 en 22 kunnen worden overgedragen. De riemschijven 11 en 22 en het bewegende deel 3 en het draaideel 2 zijn met elkaar verbonden voor een draaiing 30 als één geheel door middel van bijvoorbeeld de verbindings-stangen 12 en 23 waarvan de ene uiteinden zijn bevestigd aan de riemschijven 11 en 22 en waarvan de andere uiteinden verschuifbaar zijn gestoken in het bewegende deel 3 en het draaideel 2, of door middel van overlangs gegroefde assen die 35 de assen 7 en 18 vormen waaraan de riemschijven 11 en 22 zijn bevestigd. Aldus zal bij het schommelen langs de as 18 (en de as 7) met een in het voorgaande genoemde snelheid het draaideel 2 (en het bewegende deel 3) draaien met hetzelfde toerental als de riemschijven ll en 22. In deze toestand, wan- 8900873.' - 20 - neer het materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen uit de geleiding 35 wordt toegevoerd, wordt het materiaal 4 verwarmd en zacht gemaakt door het verwarmingsmiddel 36 en wordt het materiaal 4 terwijl het zacht blijft toegevoerd aan 5 het spleetgedeelte waarin de minimale afstand tussen het be-werkingsoppervlak 2a en 3a van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 aanwezig is. Het materiaal 4 wordt dan tot een cirkelvormige dwarsdoorsnedevorm gevormd in overeenstemming met het spleetgedeelte waarin de minimale afstand tussen het 10 draaideel 2 en het bewegende deel 3 aanwezig is door het schommelen van het draaideel 2 waarvan het bewerkingsopper-vlak 2a evenwijdig verloopt aan zijn as X en dat met bijna dezelfde snelheid draait, of wanneer het draaideel 2 en het bewegende deel 3 waarvan wederom zijn bewerkingsoppervlak 3a 15 evenwijdig verloopt aan zijn as X met bijna dezelfde snelheid draaien.
Aangezien op dit tijdstip het door het projectie-orgaan 33 uitgestraalde licht wordt afgesneden, detecteert het ontvangorgaan 34 dat het voorste uiteinde van het mate-20 riaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen in het spleetgedeelte aanwezig is. Dit veroorzaakt dan dat de motor 25 wordt aangedreven teneinde de nok 24 te draaien zodat de nokvolger 26 door de daarmede in ingrijping zijnde nok wordt gedwongen de bewegingsverbindingen 13 in de richting van de 25 schommelhefbomen 14 op de voet 5 te bewegen via de as 27. Aldus bewegen de bovenste uiteinden van de scharnierend met de bewegingsverbindingen 13 verbonden schoxnmelhefbomen om de aan de steunen 15 bevestigde as 16 tegen de spankrachten van de veerkrachtige organen 17 in, zodat het bewerkingsoppervlak 30 2 a van het draaideel 2 wordt af bewogen van het bewerkingsoppervlak 3a van het bewegende deel 3, doch worden daarna naar de oorspronkelijke toestand teruggebracht onder invloed van de spankrachten van de veerkrachtige organen 17. In dit geval wordt de verhouding van de bewegingssnelheid van het voorste 35 uiteinde van het materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen dat wordt ingebracht door de relatieve draaiing van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 die met bijna gelijke snelheid in tegengestelde richting draaien, ten opzichte van de bewegingssnelheid waarmede het bewerkingsoppervlak 2a van 89 00873.1 .-21-.
het draaideel 2 wordt afbewogen van het bewerkingsoppervlak 3a van het bewegende deel 3, continu gevarieerd terwijl deze in overeenstemming is met de tapsheid T van de te produceren vulpunt voor tandwortelkanalen 1. Op deze wijze wordt bij het 5 handhaven van een cirkelvormige dwarsdoorsnedevorm het materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen tot de vulpunt voor tandwortelkanalen 1 gevormd, die in zijn langsrichting de gewenste tapsheid T heeft. De vulpunt voor tandwortelkanalen 1 die is gevormd door de doorvoer door het spleetgedeelte 10 waarin de minimale afstand tussen de bewerkingsoppervlakken 2a en 3a van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 aanwezig is, wordt onmiddellijk gekoeld en gehard door de vanuit het koude-luchtmondstuk 37 ingespoten koellucht, waardoor de vulpunt voor tandwortelkanalen 1 ontstaat die niet eenvoudig 15 vervormt en de gewenste tapsheid T bezit.
De voorgaande toelichting gaat op voor de inrichting volgens de fig. 9 en 12. Indien het draaideel 2 is gevormd door een cilindrisch draailichaam waarvan de as uit het midden is gelegen, zoals is weergegeven in fig. 3, of door 20 een niet-cilindrisch draailichaam waarvan de afstand van de as tot het bewerkingsoppervlak 2a geleidelijk varieert, zoals is weergegeven in fig. 4, in plaats van een cilindrisch draailichaam met zijn bewerkingsoppervlak 2a waarvan het draaimidden samenvalt met zijn hartlijn, kan in dat geval de 25 motor 25 niet worden aangedreven. Als alternatief kunnen de bewegingsverbindingen 13, de nok 24, de motor 25, de nokvol-ger 26 en de as 27 uit de inrichting worden verwijderd. In een dergelijk geval dient evenwel te worden opgemerkt, dat de vorm van de te fabriceren vulpunten voor tandwortelkanalen 30 vooraf is bepaald ten gevolge van het gebrek aan de mogelijkheid de vorm daarvan te variëren. Wanneer het derhalve de bedoeling is vulpunten voor tandwortelkanalen 1 van verschillende vormen en grootten te fabriceren is het een eerste vereiste een voorziening te maken voor een aantal cilindrische 35 draailichamen van verschillende grootten en met hun assen op uit het midden gelegen plaatsen en een aantal niet-cilindri-sche draailichamen van verschillende grootten, waarvan de afstand van hun as tot de bewerkingsoppervlakken 2a geleidelijk varieert.
89 00 873 ί - 22 -
De werking van de inrichting volgens de fig. 13 en 14 zal thans worden toegelicht.
Zoals het geval is bij de inrichting volgens de fig. 9 tot 12 wordt een verwarmingsmiddel, zoals een hete-5 luchtmondstuk of een infra-rode lamp, alhoewel dit niet is getoond, in werking gesteld teneinde warmte aan het materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen toe te voeren, terwijl koellucht van tevoren uit een koude-luchtmondstuk wordt ingespoten teneinde de vulpunt voor tandwortelkanalen 1 te 10 koelen. Dan worden de motoren 41, 55 en 44 aangedreven, terwijl de krachtbron voor de motor 56 wordt aangezet. Vervolgens wordt de schommelarm 53, die scharnierbaar is verbonden met het uiteinde van de krukstang 50 die scharnierbaar is verbonden met de aan de as van de motor 51 bevestigde kruk-15 plaat 52, aangedreven en geschommeld door de motor 51 om het draaipunt 54 op het gestel 43 met een snelheid van bijvoorbeeld 50 tot 1400 toeren per/min. Aangezien de schommelarm 53 is uitgevoerd met de ingrijpingsrol 53a voor de ingrijping met het ingrijpingsgedeelte 2b dat één geheel vormt met het 20 draaideel 2 dat verschuifbaar is langs de as 48, schommelt het draaideel 2 op overeenkomstige wijze langs de as 48. Bevredigende resultaten kunnen worden verkregen bij een slag van een dergelijke schommelbeweging in de orde van 2 mm of meer. Het aandrijven van de motor 41 veroorzaakt dan dat het 25 bewegende deel 3, dat om en tussen de riemschijven 40 is aangebracht in de vorm van een eindloze riem met een plat bewerkingsoppervlak 3a, wordt aangedreven met een vooraf bepaalde snelheid in een zekere richting. Voorts wordt de riemschijf 45 gedraaid door de motor 44 voor het aandrijven 30 van de riem 46, zodat de riemschijf 47 om de as 48 draait. Indien in dit geval de riemschijven 40 en 47 anti-slipvoor-zieningen omvatten met een getand deel enz., is het onwaarschijnlijk dat slip kan optreden tussen de riem 46 en de riemschijven 45 en 47, zodat de draaiing van de riemschijf 45 35 nauwkeurig wordt overgebracht op de riemschijf 47. De riemschijf 47 en het draaideel 2 zijn met elkaar verbonden voor een draaiing als geheel door middel van bijvoorbeeld de ver-bindingsstang 49 waarvan het ene uiteinde is bevestigd aan de riemschijf 49 en het andere uiteinde verschuifbaar is gesto- 89 00 873 - 23 - ken in het draaideel 2, of een overlangs gegroefde as vormt de as 48 waaraan de riemschijf 47 is bevestigd. Aldus draait het draaideel 2 tijdens het schommelen langs de as 48 met hetzelfde toerental als de riemschijf 47. Wanneer in deze 5 toestand het materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkana-len wordt toegevoerd vanuit een geleiding (niet weergegeven) op het bewerkingsoppervlak 3 a van het bewegende deel 3 in een richting bijna evenwijdig aan de bewegingsinrichting van het bewegende deel 3, wordt dat materiaal 4 verwarmd en zacht 10 gemaakt door het verwarmingsmiddel en terwijl het zacht blijft wordt het toegevoerd aan het spleetgedeelte waarin de minimale afstand tussen de bewerkingsoppervlakken 2a en 3a van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 aanwezig is. Het materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen wordt dan 15 gevormd tot een cirkelvormige dwarsdoorsnede die in overeenstemming is met het spleetgedeelte waarin de minimale afstand tussen het draaideel 2 en het bewegende deel 3 aanwezig is, door de schommelbeweging van het draaideel 2 waarvan het bewerkingsoppervlak 2a is uitgevoerd als een evenwijdig aan 20 zijn axiale richting X gekromd vlak. In dit geval wordt de verhouding van de bewegingssnelheid van het voorste uiteinde van het staafvormige materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen dat wordt ingebracht door de relatieve beweging van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 die met een na-25 genoeg gelijke snelheid draaien en bewegen, ten opzichte van de bewegingssnelheid waarmede het bewerkingsoppervlak 2a van het via de as 48 aan het gestel 43 bevestigde draaideel 2 dat wordt geheven door de motor 56 gedraaide nok 55, wordt af bewogen van het bewerkingsoppervlak 3a van het bewegende deel 30 3, continu gevarieerd terwijl deze in overeenstemming is met de tapsheid T van de te fabriceren vulpunt voor tandwortelkanalen 1. Op deze wijze wordt met behoud van een cirkelvormige dwarsdoorsnede het materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen gevormd tot de vulpunt voor tandwortelkana-35 len 1, die in zijn langsrichting de gewenste tapsheid T bezit.
De tweede uitvoering van de onderhavige inrichting is beschreven aan de hand van de fig. 13 en 14. Indien het draaideel 2 is gevormd door een cilindrisch draailichaam waarvan de as uit het midden is geplaatst, zoals is weergege- 8900873.
γ> - 24 - ven in fig. 3 (alhoewel het bewegende deel 3 in fig. 3 een cilindrisch draaideel is dient het te worden uitgelegd als een plat bewegend lichaam) in plaats van door het cilindrische draailichaam met zijn bewerkingsoppervlak 2a waarvan 5 zijn draaimidden samenvalt met zijn hartlijn, een niet-cilin-drisch draaideel waarvan de afstand van het bewerkingsoppervlak 2a tot de as geleidelijk varieert, zoals is weergegeven in fig. 6, of een cilindrisch draaideel met zijn bewerkingsoppervlak 2a waarvan het draaimidden samenvalt met zijn hart-10 lijn, mits het samenwerkende bewegende deel 3 in zijh bewerkingsoppervlak 3a is uitgevoerd met een groef die helt ten opzichte van zijn bewegingsrichting, zoals is weergegeven in fig. 7, is het onnodig de motor 56 aan te drijven. Als alternatief kan gebruik worden gemaakt van een inrichting waarin 15 het gestel 43 direct op de voet 39 is aangebracht zonder de veer 42, de nok 55 en de motor 56. Met een dergelijke inrichting dient evenwel de vorm van de te fabriceren vulpunt voor tandwortelkanalen vooraf te worden gekozen ten gevolge van het gebrek aan een mogelijkheid de vorm daarvan te variëren. 20 Wanneer het derhalve de bedoeling is vulpunten voor tandwortelkanalen van verschillende vormen en grootten te maken, is het een eerste vereiste een voorziening te maken voor een aantal cilindrische draailichamen van verschillende grootten waarvan de as op plaatsen uit het midden is gelegen en een 25 aantal niet-cilindrische draailichamen van verschillende grootten, waarvan de afstand van hun as tot de bewerkingsop-pervlakken 2a geleidelijk varieert, of een aantal bewegende delen 3 in de vorm van een eindloze riem, die in hun bewer-kingsoppervlakken 3a zijn uitgevoerd met groeven van ver-30 schillende grootten en vormen, die hellen ten opzichte van hun bewegingsrichting.
Thans zal de werking van de inrichting volgens fig. 15 worden behandeld.
Zoals het geval is bij de inrichting volgens de 35 fig. 9 tot 12 wordt een verwarmingsmiddel, zoals een hete-luchtmondstuk of een infra-rode lamp, alhoewel dit niet is weergegeven, in werking gesteld voor het toevoeren van warmte aan het materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen, terwijl koellucht vanuit een koude-luchtmondstuk wordt inge- 8900873 / ί - 25 - spoten voor het koelen van de gefabriceerde vulpunt voor tandwortelkanalen 1. Dan worden de motoren 59 en 70 aangedreven terwijl de krachtbron voor de motor 75 wordt aangezet. Vervolgens wordt de schommelarm 72, die schamierbaar is ver-5 bonden met het uiteinde van de krukstang die schamierbaar is verbonden met de aan de as van de motor 70 bevestigde kruk-plaat 71, door deze motor 70 aangedreven en geschommeld om het draaipunt 73 op het gestel 62 met een snelheid van bijvoorbeeld 50 tot 1400 toeren per/min. Aangezien de schommel-10 arm 72 is uitgevoerd met de ingrijpingsrol 72a voor de ingrijping met het ingrijpingsgedeelte 2b dat één geheel vormt met het draaideel 2 dat verschuifbaar is langs de as 66, schommelt het draaideel 2 op overeenkomstige wijze langs de as 66. Bevredigende resultaten worden verkregen indien de 15 slag van een dergelijke schommelbeweging in de orde van 2 mm of meer is. Door het aandrijven van de motor 59 wordt het bewegende deel 3 in de vorm van een wiel waarvan de inwendige vertanding in ingrijping is met het aan de as van de motor 59 bevestigde onderste tandwiel 8 gedraaid met een vooraf be-20 paalde snelheid in een zekere richting, terwijl het conische tandwiel 67 wordt gedraaid, dat is bevestigd aan de as 63 die wordt gedraaid door het tandwiel 64 dat in ingrijping is met het aan de as van de motor 59 bevestigde bovenste tandwiel 60, zodat het met het conische tandwiel 67 in ingrijping 25 staande conische tandwiel 65 om de verzwenkbaar op het gestel 62 ondersteunde as 66 draait. Het conische tandwiel 65 en het draaideel 2 zijn met elkaar verbonden voor een draaiing als geheel door bijvoorbeeld de verbindingsstang 68 waarvan één uiteinde is bevestigd aan het conische tandwiel 65 en waarvan 30 het andere uiteinde verschuifbaar is gestoken in het draaideel 2, of de as 66 waaraan het conische tandwiel 65 is bevestigd, is gevormd als een overlangs gegroefde as. Aldus draait het draaideel 2 bij het schommelen langs de as 66 met hetzelfde toerental als het conische tandwiel 65. Wanneer in 35 deze toestand het materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen wordt toegevoerd vanuit een geleiding (niet weergegeven) op het bewerkingsoppervlak 3 a van het bewegende deel 3 in de bewegingsrichting van het bewegende deel 3, namelijk in een richting nagenoeg evenwijdig aan de omtreksrichting 89 00 873.' - 26 - van het wiel, wordt dat materiaal 4 verwarmd en zacht gemaakt door het verwarmingsmiddel en terwijl het zacht blijft wordt het toegevoerd aan het spleetgedeelte waarin de minimale afstand tussen de bewerkingsoppervlakken 2a en 3a van het 5 draaideel 2 en het bewegende deel 3 aanwezig is. Het materiaal 4 wordt dan gevormd tot een cirkelvormige dwarsdoorsnede in overeenstemming met het spleetgedeelte waarin de minimale afstand tussen het draaideel 2 en het bewegende deel 3 aanwezig is, door de schommelbeweging van het draaideel 2 10 waarvan het bewerkingsoppervlak 2a evenwijdig verloopt aan zijn axiale richting X. In dit geval wordt de verhouding van de bewegingssnelheid van het voorste uiteinde van het staaf-vormige materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen dat wordt ingebracht door de relatieve beweging van het 15 draaideel 2 en het bewegende deel 3 die met een nagenoeg gelijke snelheid draaien en bewegen, ten opzichte van de bewegingssnelheid waarmede het bewerkingsoppervlak 2a van het via de as 66 aan het gestel 62 bevestigde draaideel 2 dat wordt neergelaten door de door de aandrijfmotor 75 gedraaide nok 20 74, wordt af bewogen van het bewerkingsoppervlak 3a van het bewegende deel 3, continu gevarieerd terwijl deze in overeenstemming is gebracht met de tapsheid T van de te fabriceren vulpunt voor tandwortelkanalen 1. Op deze wijze wordt onder behoud van een cirkelvormige dwarsdoorsnede het materiaal 4 25 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen gevormd tot de vulpunt voor tandwortelkanalen gevormd tot de vulpunt voor tandwortelkanalen 1, die dan in zijn langsrichting de gewenste tapsheid T bezit»
De voorgaande toelichting heeft betrekking op de 30 werking van de inrichting volgens fig. 15. Indien het draaideel 2 is gevormd door een cilindrisch draailichaam waarvan de as uit het midden is geplaatst, zoals is weergegeven in fig. 3 (alhoewel het bewegende deel 3 in fig. 3 een cilindrisch draaideel is dient het te worden uitgelegd als een 35 plat bewegend lichaam) in plaats van door het cilindrische draailichaam met zijn bewerkingsoppervlak 2a waarvan zijn draaimidden samenvalt met zijn hartlijn, een niet-cilindrisch draaideel waarvan de afstand van het bewerkingsoppervlak 2a tot de as geleidelijk varieert, zoals is weergegeven in fig.
8900873^ - 27 - 6, of een cilindrisch draaideel met zijn bewerkingsoppervlak 2a waarvan zijn draaimidden samenvalt met zijn hartlijn, mits het samenwerkende bewegende deel 3 in zijn bewerkingsoppervlak 3a is uitgevoerd met een groef die helt ten opzichte van 5 zijn bewegingsrichting, zoals is weergegeven in fig. 7, is het onnodig de motor 75 aan te drijven. Als alternatief kan gebruik worden gemaakt van een inrichting waarin het gestel 62 direct op de voet 57 is aangebracht zonder de veer 61, de nok 74 en de motor 75. Met een dergelijke inrichting dient 10 evenwel de vorm van de te fabriceren vulpunt voor tandwortel-kanalen vooraf te worden gekozen ten gevolge van het gebrek aan een mogelijkheid de vorm daarvan te variëren. Wanneer het derhalve de bedoeling is vulpunten voor tandwortelkanalen van verschillende vormen en grootten te maken, is het een eerste 15 vereiste een voorziening te maken voor een aantal cilindrische draailichamen van verschillende grootten waarvan de as op plaatsen uit het midden is gelegen en een aantal niet-ci-lindrische draailichamen van verschillende grootten, waarvan de afstand van hun as tot de bewerkingsoppervlakken 2a gelei-20 delijk varieert, of een aantal bewegende delen 3 in de vorm van een wiel, die in hun bewerkingsoppervlakken 3a zijn uitgevoerd met groeven van verschillende grootten en vormen, die hellen ten opzichte van hun bewegingsrichting.
De werking van de inrichting volgens fig. 16 zal 25 tot slot worden toegelicht.
Zoals het geval is bij de inrichting volgens de fig. 9 tot 12, wordt een verwarmingsmiddel zoals een hete-luchtmondstuk of een infra-rode lamp, alhoewel dit niet is weergegeven, in werking gesteld voor het toevoeren van warmte 30 aan het materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen, terwijl koellucht vanuit een koude-luchtmondstuk wordt ingespoten voor het koelen van de gefabriceerde vulpunt voor tandwielkanalen 1. Dan worden de motoren 81 en 90 aangedreven terwijl de krachtbron voor de motor 85 wordt aangezet.
35 Vervolgens wordt de schommelarm 92, die scharnierbaar is verbonden met het uiteinde van de krukstang 89 die scharnierbaar is verbonden met de aan de as van de motor 90 bevestigde krukplaat 91, door deze motor 90 aangedreven en geschommeld om het draaipunt 93 op het gestel 80 met een snelheid van 89 00 873.
-28 - bijvoorbeeld 50 tot 1400 toeren per/min. Aangezien de schom-melarm 92 is uitgevoerd met de ingrijpingsrol 92a voor de in-grijping met het ingrijpingsgedeelte 2b dat één geheel vormt met het draaideel 2 dat verschuifbaar is langs de as 79, 5 schommelt het draaideel 2 op overeenkomstige wijze langs de as 79. Voldoende resultaten worden verkregen indien de slag van een dergelijke schommelbeweging in de orde van 2 mm of meer is. In de weergegeven uitvoering veroorzaakt het aandrijven van de motor 81 dan de draaiing van het conische 10 tandwiel 83 dat is bevestigd aan de daardoor gedraaide as 79 en op zijn beurt de draaiing van de op de as 78 bevestigde en met het conische tandwiel 83 in ingrijping staande conische tandwiel 82, zodat het schijfvormige bewegende deel 3, waarvan de uitwendige vertanding in ingrijping is met het aan 15 de as 78 bevestigde tandwiel 77, om zijn as wordt gedraaid met de vooraf bepaalde snelheid in een zekere richting.
Echter, zelfs wanneer de as 78 die vertikaal is aangebracht op de voet 76 direct wordt aangedreven door een onder de voet 76 geplaatste motor (niet weergegeven) in een 20 toestand waarin het aan de as 78 bevestigde conische tandwiel 82 en het aan de as 79 bevestigde conische tandwiel 83 zijn verwijderd, wordt het schijfvormige bewegende deel 3 waarvan zijn uitwendige vertanding in ingrijping is met het aan de as 78 bevestigde tandwiel 77, om zijn as gedraaid met de vooraf 25 bepaalde snelheid in een zekere richting. Voorts is de door de motor 81 aangedreven as 79 uitgevoerd met een vast daaraan bevestigd armdeel 88. Het armdeel 88 en het draaideel 2 zijn met elkaar verbonden voor draaiing als geheel door bijvoorbeeld de verbindingsstang 87 waarvan het ene uiteinde is be-30 vestigd aan het armdeel 88 en waarvan het andere uiteinde verschuifbaar is gestoken in het draaideel 2, of de as 79, waaraan het draaideel 2 verschuifbaar is bevestigd, is uitgevoerd als een overlangs gegroefde as. Aldus draait het draaideel 2 tijdens het schommelen langs de as 79 met het-35 zelfde toerental als dat van de as 79. Wanneer in deze toestand het materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen wordt toegevoerd vanuit een geleiding (niet weergegeven) op het bewerkingsoppervlak 3a van het bewegende deel 3 in de bewegingsrichting van het bewegende deel 3, namelijk in een 89 00871: - 29 - richting nagenoeg evenwijdig aan de omtreksrichting van de schijf, wordt dat materiaal 4 verwarmd en zacht gemaakt door het verwarmingsmiddel en terwijl het zacht blijft wordt het toegevoerd aan het spleetgedeelte waarin de minimale afstand 5 tussen de bewerkingsoppervlakken 2a en 3a van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 aanwezig is. Het materiaal 4 wordt dan gevormd tot een cirkelvormige dwarsdoorsnede in overeenstemming met het spleetgedeelte waarin de minimale afstand tussen het draaideel 2 en het bewegende deel 3 aanwezig is, 10 door de schommelbeweging van het draaideel 2 waarvan het bewerkingsoppervlak 2a evenwijdig verloopt aan zijn axiale richting X. In dit geval wordt de verhouding van de bewe-gingssnelheid van het voorste uiteinde van het staafvormige materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen dat wordt 15 ingebracht door de relatieve beweging van het draaideel 2 en het bewegende deel 3 die met een nagenoeg gelijke snelheid draaien en bewegen, ten opzichte van de bewegingssnelheid waarmede het bewerkingsoppervlak 2a van het door de as 79 op zijn plaats gehouden draaideel 2 wordt afbewogen van het be-20 werkingsoppervlak 3a van het bewegende deel 3, waarbij het bewegende deel 3 thans wordt neergelaten doordat zijn centrale as in ingrijping is met de door de motor 85 gedraaide nok 86, continu gevarieerd terwijl deze in overeenstemming is met de tapsheid T van de te fabriceren vulpunt voor tandwortelka-25 nalen 1. Op deze wijze wordt met behoud van een cirkel vormige dwarsdoorsnede het materiaal 4 voor de vulpunt voor tandwortelkanalen gevormd tot de vulpunt voor tandwortelkanalen 1, die dan in zijn langsrichting de gewenste tapsheid T bezit.
De voorgaande toelichting heeft betrekking op de 30 werking van de inrichting volgens fig. 16. Indien het draaideel 2 is gevormd door een cilindrisch draailichaam waarvan de as uit het midden is geplaatst, zoals is weergegeven in fig. 3 (alhoewel het bewegende deel 3 in fig. 3 een cilindrisch draaideel is, dient het te worden uitgelegd als een 35 plat bewegend lichaam) in plaats van door het cilindrische draailichaam met zijn bewerkingsoppervlak 2a waarvan zijn draaimidden samenvalt met zijn hartlijn, een niet-cilindrisch draaideel waarvan de afstand van het bewerkingsoppervlak 2a tot de as geleidelijk varieerd, zoals is weergegeven in fig.
8900873.
- 30 - 6, of een cilindrisch draaideel met zijn bewerkingsoppervlak 2a waarvan zijn draaimidden samenvalt met zijn hartlijn, mits het samenwerkende bewegende deel 3 in zijn bewerkingsoppervlak 3a is uitgevoerd met een groef die helt ten opzichte van 5 zijn bewegingsrichting, zoals is weergegeven in fig. 7, is het onnodig de motor 85 aan te drijven. Als alternatief kan gebruik worden gemaakt van een inrichting zonder de motor 85 en de nok 86. Met een dergelijke inrichting dient evenwel de vorm van de te fabriceren vulpunt voor tandwortelkanalen 10 vooraf te worden gekozen ten gevolge van het gebrek aan een mogelijkheid de vorm daarvan te variëren. Wanneer het derhalve de bedoeling is vulpunten voor tandwortelkanalen van verschillende vormen en grootten te maken, is het een eerste vereiste een voorziening te maken voor een aantal cilin-15 drische draailichamen van verschillende grootten waarvan de as op plaatsen uit het midden is gelegen en een aantal niet-cilindrische draailichamen van verschillende grootten, waarvan de afstand van hun as tot de bewerkingsoppervlakken 2a geleidelijk varieert, of een aantal schijfvormige bewegende 20 delen 3, die in hun bewerkingsoppervlakken 3a zijn uitgevoerd met groeven van verschillende grootten en vormen, die hellen ten opzichte van hun bewegingsrichting.
Zoals in de inleiding is vermeld, zijn er zeer veel soorten vulpunten voor tandwortelkanalen die aan veel zwaar-25 dere eisen moeten voldoen ten aanzien van de afmetingtoleran-tie van hun diameters die in diameter variëren vanaf 0,1 mm tot 1,5 mm in het lengtebereik van 10 tot 35 mm. Niettemin zijn zij tot nu toe slechts met de hand gefabriceerd door personen die hierin bedreven zijn, hetgeen inhield dat het 30 noodzakelijk was ongeschoolden op dit gebied van de techniek op te leiden omdat anders niet kon worden voldaan aan de verhoogde vraag ten gevolge van recentelijke vooruitgang bij tandheelkundige behandelingen. De onderhavige uitvinding maakt het evenwel mogelijk de vulpunten voor tandwortelkana-35 len te fabriceren door goedkope en efficiënte mechanische middelen, waardoor een doorbraak op het betreffende gebied van de techniek wordt gemaakt. De inrichting voor het maken van de vulpunten voor tandwortelkanalen volgens de onderhavige uitvinding is verschaft voor het uitvoeren van de werk- 8900873: - 31 - wijze volgens de onderhavige uitvinding, zoals in het voorgaande in detail is beschreven. De onderhavige inrichting is typisch voorzien van een combinatie van aandrijfbronnen voor een cilindrisch draaideel waarvan een bewerkingsoppervlak is 5 uitgevoerd als een gekromd vlak evenwijdig aan zijn axiale richting dat draait met een vooraf bepaalde snelheid, en een bewegend deel waarvan het bewerkingsoppervlak met althans ongeveer dezelfde snelheid beweegt als de omtreksnelheid van het cilindrische draaideel in dezelfde richting als de draai-10 richting van het draaideel en dat de vorm bezit van een cilindrisch of plat vlak, een aandrijfbron voor het schommelen van tenminste het draaideel in zijn axiale richting, en een aandrijfbron dat op zodanige wijze is ontworpen dat onder behoud van een spleetgedeelte waarin de minimale afstand 15 tussen de bewerkingsoppervlakken van het draaideel en het bewegende deel aanwezig is in een althans ongeveer gelijk vlak, een verhouding van een bewegingssnelheid van het voorste uiteinde van een staafvormig materiaal voor de vulpunt voor tandwortelkanalen dat wordt toegevoerd aan en wordt gebracht 20 in het genoemde spleetgedeelte door de draaiing van het draaideel en de beweging van het bewegende deel ten opzichte van een bewegingssnelheid waarmede het draaideel en het bewegende deel van elkaar af worden bewogen, continu wordt gevarieerd zodanig dat deze in overeenstemming is met de tapsheid 25 van de te produceren vulpunt voor tandwortelkanalen. Wanneer de betreffende aandrijfrollen afzonderlijk zijn verschaft is het gemakkelijk de bijbehorende aandrijfelementen te bedienen en te verstellen en aan te passen aan de produktie van vul-punten voor tandwortelkanalen die in grootte en vorm va-30 riëren. Indien de aandrijfbron voor het continu variëren van de bovengenoemde snelheidsverhouding niet in werking wordt gesteld kan een cilindrisch draaideel waarvan zijn as uit het midden is geplaatst of waarvan de afstand van de as tot het bewerkingsoppervlak geleidelijk varieert worden toegepast als 35 het draaideel dat met een vooraf bepaalde snelheid draait, of een bewegend deel waarvan in het bewerkingsoppervlak een ten opzichte van zijn bewegingsrichting hellende groef is aangebracht, kan worden toegepast als het bewegende deel, waardoor het mogelijk is de vulpunten voor tandwortelkanalen van de 89 0 0 873 3 -- 32 - gegeven grootte en vorm te maken. Met een dergelijke inrichting voor het uitvoeren van de onderhavige werkwijze kan 95% of meer van de resulterende produkten worden geaccepteerd, terwijl de lengte van de bewerkingstijd per produkt met onge-5 veer de helft kan worden verminderd in vergelijking tot de handmatige werkwijzen. Indien de breedte van de bewerkings-oppervlakken van het draaideel en het bewegende deel evenwijdig aan hun axiale richting wordt vergroot, is het mogelijk een aantal vulpunten voor tandwortelkanalen tegelijker-10 tijd te maken.
In het bijzonder wanneer als het bewegende deel wordt gebruik gemaakt van een riem of een plat deel die/dat wordt aangedreven langs een cilindrisch draaideel in de tangentiale richting blijft de gefabriceerde en uitgevoerde 15 vulpunt voor tandwortelkanalen in de constant bewegende richting, zodat daarop volgende bewerkingen zeer eenvoudig worden. Indien een koude-luchtmondstuk wordt verschaft voor het inspuiten van koellucht naar de vulpunt voor tandwortelkanalen die wordt gevormd door het doorvoeren door het spleetge-20 deelte waarin de minimale afstand tussen de bewerkingsopper-vlakken van het draaideel en het bewegende deel aanwezig is, dan is het produkt reeds gehard zonder het gevaar van een storing of een buiging van zijn voorste uiteinde in deze spleet. Aangezien de werkwijze geheel zonder toezicht kan 25 worden uitgevoerd en de inrichting automatisch kan worden bediend, verschaffen de onderhavige inrichting en werkwijze geen gezondsheidsprobleem. Aldus is de onderhavige uitvinding van een grote industriële waarde.
De uitvinding is niet beperkt tot de in de tekening 30 weergegeven en in het voorgaande beschreven uitvoeringsvoor-beelden, die op verschillende wijzen binnen het kader van de uitvinding kunnen worden gevarieerd.
8900873.

Claims (57)

1. Werkwijze voor het maken van een vulpunt voor tandwortelkanalen (1), gekenmerkt door het verschaffen van een draaideel (2) waarvan een buitenste bewerkingsoppervlak (2a) is uitgevoerd als een gekromd vlak even-5 wijdig aan zijn axiale richting (X) en dat met een vooraf bepaalde snelheid kan draaien, en een bewegend deel (3) waarvan tenminste zijn bewerkingsoppervlak (3a) evenwijdig aan het bewerkingsoppervlak (2a) van het draaideel is gelegen en dat kan bewegen met een snelheid die althans ongeveer 10 gelijk is aan de omtreksnelheid van het draaideel (2) in dezelfde richting als de draairichting van het draaideel in een spleetgedeelte waarin een minimale afstand tussen de bewerkingsoppervlakken (2a en 3a) van het draaideel (2) en het bewegende deel (3) aanwezig is, terwijl tenminste het 15 draaideel (2) in zijn axiale richting wordt geschommeld en het spleetgedeelte in een althans ongeveer gelijk vlak ligt, waarbij een staafvormig materiaal (4) voor de vulpunt voor tandwortelkanalen wordt toegevoerd aan het spleetgedeelte tussen de bewerkingsoppervlakken (2a en 3a) van het draaideel 20 (2) en het bewegende deel (3) teneinde het voorste uiteinde van het materiaal (4) in het spleetgedeelte te brengen in een richting (Y) loodrecht op de axiale richting (X) van het draaideel (2), terwijl een verhouding van een bewegingssnel-heid van het voorste uiteinde van het materiaal (4) dat wordt 25 ingebracht ten opzichte van een bewegingssnelheid waarmede de bewerkingsoppervlakken (2a en 3a) van het draaideel (2) en het bewegende deel (3) van elkaar af worden bewogen, continu wordt gevarieerd, zodanig dat deze in overeenstemming is met een tapsheid T vein de vulpunt voor tandwortelkanalen (1), 30 waardoor de vulpunt voor tandwortelkanalen (1) met de gewenste tapsheid (T) wordt gemaakt.
2. Werkwijze voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat een cilidrisch draailichaam waarvan het draai-35 midden samenvalt met zijn hartlijn wordt toegepast als het bewegende deel (3), terwijl een cilindrisch draailichaam * . waarvan zijn draaimidden samenvalt met zijn hartlijn wordt 8900873.' - 34 - toegepast als het draaideel (2).
3. Werkwijze voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 1, methet kenmerk, dat een cilindrisch draailichaam waarvan zijn 5 draaimidden samenvalt met zijn hartlijn wordt toegepast als het bewegende deel (3), terwijl een cilindrisch draailichaam waarvan zijn as op een plaats uit het midden is gelegen wordt toegepast als het draaideel (2).
4. Werkwijze voor het maken van vulpunten voor 10 tandwortelkanalen volgens conclusie 1, met hetken-m e r k, dat een cilindrisch draailichaam waarvan zijn draaimidden samenvalt met zijn hartlijn wordt toegepast als het bewegende deel (3), terwijl een niet-cilindrisch draailichaam waarvan de afstand van de as tot het bewerkingsopper- 15 vlak (2a) geleidelijk varieert, wordt toegepast als het draaideel (2).
5. Werkwijze voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat een langs een cilindrisch draailichaam (3b) be- 20 wegende ring wordt toegepast als het bewegende deel (3), terwijl een cilindrisch draailichaam waarvan het draaimidden samenvalt met zijn hartlijn wordt toegepast als het draaideel (2).
6. Werkwijze voor het maken van vulpunten voor 25 tandwortelkanalen volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat een langs een cilindrisch draailichaam (3b) bewegende riem wordt toegepast als het bewegende deel (3), terwijl een cilindrisch draailichaam waarvan de as op een plaats uit het midden is gelegen wordt toegepast als het 30 draaideel (2) .
7. Werkwijze voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat een langs een cilindrisch draailichaam (3b) bewegende riem wordt toegepast als het bewegende deel (3), ter- 35 wijl een niet-cilindrisch draailichaam waarvan de afstand van de as tot het bewerkingsoppervlak (2a) geleidelijk varieert, wordt toegepast als het draaideel (2).
8. Werkwijze voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 1, met het ken- 8900873. - 35 - m e r k, dat een deel waarvan het bewerkingsoppervlak (3a) is uitgevoerd als een plat vlak, wordt tegepast als het bewegende deel (3), terwijl een cilindrisch draailichaam waarvan zijn draaimidden samenvalt met zijn hartlijn wordt toege-5 past als zijn draaideel (2).
9. Werkwijze voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat een deel waarvan het bewerkingsoppervlak (3a) is uitgevoerd als een plat vlak wordt toegepast als het be- 10 wegende deel (3), terwijl een cilindrisch draailichaam waarvan zijn as op een plaats uit het midden is gelegen wordt toegepast als het draaideel (2).
10. Werkwijze voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 1, met het ken- 15. e r k, dat een deel waarvan het bewerkingsoppervlak (3a) is uitgevoerd als een plat vlak, wordt toegepast als het bewegende deel (3), terwijl een niet-cilindrisch draailichaam waarvan de afstand van de as tot het bewerkingsoppervlak (2a) geleidelijk varieert, wordt toegepast als het draaideel (2).
11. Werkwijze voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat een deel in de vorm van een plat vlak, waarvan in zijn bewerkingsoppervlak (3a) een ten opzichte van zijn bewegingsrichting hellende groef is aangebracht, wordt toe- 25 gepast als het bewegende deel (3).
12. Werkwijze voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 1 tot 11, met het kenmerk, dat wanneer het materiaal (4) voor de vulpunt voor tandwortelkanalen wordt toegevoerd aan het 30 spleetgedeelte waarin de minimale afstand tussen de bewer-kingsoppervlakken (2a en 3a) van het draaideel (2) en het bewegende deel (3) aanwezig is, het materiaal (4) voorafgaand wordt verwarmd tot een zachtgemaakte toestand.
13. Werkwijze voor het maken van vulpunten voor 35 tandwortelkanalen volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat het verwarmen van het materiaal (4) voor de vulpunten voor tandwortelkanalen wordt bewerkstelligd door het blazen van verwarmde lucht op het toegevoerde materiaal (4). 8900 873 . - 36 -
14. Werkwijze voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 12, met het ken merk, dat het verwarmen van het materiaal (4) voor de vulpunten voor tandwortelkanalen wordt bewerkstelligd door 5 het bestralen met thermische energie van een infra-rode lamp.
15. Werkwijze voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat het verwarmen van het materiaal (4) wordt bewerkstelligd door het voorafgaand toevoeren van warmte aan 10 de bewerkingsoppervlakken (2a en 3a) van het draaideel (2) en het bewegende deel (3).
16. Werkwijze voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 1 tot 15, met het kenmerk, dat de vulpunt voor tandwortelkanalen 15 (1) dat wordt gevormd door het doorvoeren door het spleetge-deelte waarin de minimale afstand tussen de bewerkingsoppervlakken (2a en 3a) van het draaideel (2) en het bewegende deel (3) aanwezig is wordt gekoeld door het inspuiten van koellucht daartegen.
17. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen, gekenmerkt door: een riem (8) die aandrijfbaar is door een vertande riemschijf (10) die aandrijfbaar is door een op een voet (5) geplaatste motor (9); een riemschijf (11) die is bevestigd aan een as (7) die 25 is aangebracht over een op de voet (5) bevestigd gestel (6), welke riemschijf (11) aandrijfbaar is door de beweging van de riem (8)? een aan de as (7) bevestigd bewegend deel (3) waarvan het buitenste bewerkingsoppervlak (3a) is uitgevoerd als een gekromd vlak evenwijdig aan zijn axiale richting (X) en 30 dat tezamen met de riemschijf (11) draaibaar is; een riem (19) die aandrijfbaar is door een vertande riemschijf (20) die is bevestigd aan een over de voet (5) verlopende as (21), welke vertande riemschijf (20) in tandwielingrijping is met de vertande riemschijf (10); bewegingsverbindingen (13) die 35 worden gedwongen door een nokvolger (26) die in ingrijping is met een nok (24) die draaibaar aandrijfbaar is door een op de voet (5) geplaatste motor (25) voor het schommelen aan beide zijden van de voet (5) in een richting loodrecht op de as (7); schommelhefbomen (14) die verzwenkbaar zijn ondersteund 89 00 873 ^ - 37 - door een as (16) die is bevestigd aan steunen (15) die vertikaal zijn aangebracht aan beide zijden van de voet (5), waarbij de bovenste uiteinden van de schommelhefbomen zijn voorgespannen in de richting van het gestel (6) door veer-5 krachtige organen (17) die zijn aangebracht tussen het gestel (6) en de schommelhefbomen (14), waarbij een as (18) is aangebracht tussen de schommelhefbomen (14) die bij hun onderste gedeelten schamierbaar zijn verbonden met de bewegingsver-bindingen (13), terwijl een aan de as (18) bevestigde riem-10 schijf (22) centraal is geplaatst op althans ongeveer dezelfde hoogte als de as (7), terwijl de riemschijf (22) door de riem (19) aandrijfbaar is; een draailichaam (2) dat verschuifbaar is bevestigd aan de as (18) en waarvan het buitenste bewerkingsoppervlak (2a) is uitgevoerd als een gekromd 15 vlak evenwijdig aan zijn axiale richting (X) en dat draaibaar is met de riemschijf (22), en een ingrijpingsrol (31b) die is aangebracht op een schommelarm (31) die schamierbaar is verbonden met een uiteinde van een krukstang (28) die scharnier-baar is verbonden met een krukplaat (30) welke is bevestigd 20 aan de as van een op het gestel (6) geplaatste motor (29), welke schommelarm om een draaipunt (32) op het gestel (6) kan schommelen, terwijl de ingrijpingsrol (31b) is ontworpen voor de ingrijping met een ingrijpingsgedeelte (2b) dat één geheel vormt met het draaideel (2).
18. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat het draaideel (2) en het bewegende deel (3) cilindrische draailichamen zijn waarvan telkens het draaimidden samenvalt met de as daarvan.
19. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat het draaideel (2) een cilindrisch draailichaam is waarvan het draaimidden samenvalt met zijn as, terwijl het bewegende deel (3) een riem is die langs een ci-35 lindrisch draailichaam (3b) aandrijfbaar is waarvan het draaimidden samenvalt met zijn hartlijn.
20. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 17, met het k ê n m e r k, dat het draaideel (2) een cilindrisch draai- 8800873/ - 38 - lichaam is waarvan de as op een plaats uit het midden is gelegen, terwijl het bewegende deel (3) een cilindrisch draai-lichaam is waarvan het draaimidden samenvalt met zijn hartlijn.
21. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 17, m e t h e t kenmerk, dat het draaideel (2) een niet-cilindrisch draailichaam is waarvan de afstand van de as tot het bewer-kingsoppervlak (2a) geleidelijk varieert, terwijl het bewe- 10 gende deel (3) een cilindrisch draailichaam is waarvan het draaimidden samenvalt met zijn hartlijn.
22. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 17 tot 21, met het kenmerk, dat de vertande riemschijven 15 (10, 20) en de riemschijven (11, 22) elk zijn uitgevoerd met een anti-slipvoorziening in ingrijping met een op het binnenvlak van elke riem (8 of 19) gevormd getand deel.
23. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 17 tot 22, 20. e t het kenmerk, dat het draaideel (2) een draailichaam is waarop de draaikracht van de riemschijf (22) wordt overgebracht via een verbindingsstang (23) waarvan één uiteinde verschuifbaar is gestoken in de plaats uit het midden van het draaideel (2) en waarvan het andere uiteinde is 25 bevestigd op de tegenover liggende plaats uit het midden van de riemschijf (22).
24. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 17 tot 22, met het kenmerk, dat het draaideel (2) een 30 draailichaam is dat aan de van overlangse groeven voorziene as (18) is bevestigd, waardoor de draaikracht van de riem- c schijf (22) daarop wordt overgebracht.
25. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 17 tot 24, 35. e t het kenmer k, dat een verwarmingsmiddel (36) is aangebracht voor het toevoeren van warmte aan het materiaal (4) voor de vulpunt voor tandwortelkanalen dat wordt toegevoerd aan het spleetgedeelte waarin de minimale afstand tussen de bewerkingsoppervlakken (2a en 3a) van het draai- 8900S73. - 39 - deel (2) en het. bewegende deel (3) aanwezig is.
26. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandworte1kanalen volgens conclusie 25, met het kenmerk, dat het verwarmingsmiddel (36) voor het ver- 5 warmen van het materiaal (4) voor de vulpunt voor tandwortel-kanalen een hete-luchtmondstuk is met een ingebouwde verwarmer voor het inspuiten van verwarmde lucht naar het ingevoerde materiaal (4).
27. Inrichting voor het maken van vulpunten voor 10 tandwortelkanalen volgens conclusie 25, met het kenmerk, dat het verwarmingsmiddel (36) voor het verwarmen van het materiaal (4) voor de vulpunt voor tandwortelkanalen een infra-rode lamp is voor het toevoeren van thermische energie aan het ingevoerde materiaal (4).
28. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 25, met het kenmerk, dat het verwarmingsmiddel (36) voor het verwarmen van het materiaal (4) voor de vulpunt voor tandwortelkanalen bestaat uit het draaideel (2) en het bewegende deel 20 (3) waarvan de bewerkingsoppervlakken (2a en 3a) zelf worden verwarmd.
29. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 27 tot 28, met het kenmerk, dat een koude-luchtmondstuk 25 (37) is aangebracht voor het inspuiten van koellucht op de vulpunt voor tandwortelkanalen (1), die is gevormd door het doorvoeren door het spleetgedeelte waarin de minimale afstand tussen de bewerkingsoppervlakken (2a en 3a) van het draaideel (2) en het bewegende deel (3) aanwezig is.
30. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 17 tot 29, met het kenmerk, dat een projectie-orgaan (33) en een ontvangorgaan (34) zijn aangebracht voor het op contactloze wijze detecteren dat het materiaal (4) voor de 35 vulpunt voor tandwortelkanalen is ingebracht door de relatieve draaiing van het draaideel (2) en het bewegende deel (3) en het spleetgedeelte bereikt waarin de minimale afstand tussen de bewerkingsoppervlakken (2a en 3a) van het draaideel > (2) en het bewegende deel (3) aanwezig is, waardoor de motor 8900 873. - 40 - (25) in werking wordt gesteld.
31. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 30f met het kenmerk, dat bij het detecteren dat het voorste uit- 5 einde van het materiaal (4) voor de vulpunt voor tandwortelkanalen door het projectie-orgaan (33) en het ontvangorgaan (34) een grijporgaan (38) in werking wordt gesteld voor het aan zijn beide zijden grijpen van het materiaal (4), dat is gelegen op een plaats op een gegeven afstand vanaf het 10 spleetgedeelte waarin de minimale afstand tussen de bewer-kingsoppervlakken (2a en 3a) van het draaideel (2) en het bewegende deel (3) aanwezig is.
32. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen, gekenmerkt door: riemschijven 15 (40) die zijn bevestigd aan over een voet (39) verlopende assen; een op de voet (39) geplaatste motor (41) voor het aandrijven van één van de riemschijven (40) ; een bewegend deel (3) in de vorm van een platte eindloze riem die is aangebracht om en tussen de riemschijven (40) en waarvan het be-20 werkingsoppervlak (3a) is uitgevoerd als een plat vlak? een as (48) die is aangebracht over een gestel (43) dat door een veer (42) op de voet (39) is ondersteund, welke as (48) is uitgevoerd met een verschuifbaar draaideel (2) waarvan het buitenste bewerkingsoppervlak (2a) is uitgevoerd als een ge-25 kromd vlak evenwijdig aan zijn axiale richting (X) ? een aan de as (48) bevestigde riemschijf (47) die aandrijfbaar is door een op het gestel (43) geplaatste motor (44) en die tezamen met het draaideel (2) draaibaar is? een nok (55) die op een op de voet (39) geplaatste motor (56) is gemonteerd en in 30 ingrijping is met het gestel (43) ? en een ingrijpingsrol (53a) die is aangebracht op een schommelarm (53) die schar-nierbaar is verbonden met een uiteinde van een krukstang (50) die scharnierbaar is verbonden met een krukplaat (52) die is bevestigd aan de as van een op het gestel (43) geplaatste 35 motor (51), welke schommelarm (53) kan schommelen om een draaipunt (54) op het gestel (43), terwijl de ingrijpingsrol (53a) is ontworpen voor de ingrijping met een ingrijpings-gedeelte (2b) dat één geheel vormt met het draaideel (2).
33. Inrichting voor het maken van vulpunten voor 89 00 873.1 - 41 .- tandworte1kana1en volgens conclusie 32, met het kenmerk, dat het draaideel (2) een cilindrisch draai-lichaam is waarvan het draaimidden samenvalt met zijn hartlijn, terwijl het bewegende deel (3) een bewerkingsoppervlak 5 (3a) bezit dat is uitgevoerd als een volledig plat vlak.
34. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 32, met het kenmerk, dat het draaideel (2) een cilindrisch draai-lichaam is waarvan de as op een plaats uit het midden is 10 gelegen, terwijl het bewegende deel (3) een bewerkingsoppervlak (3a) bezit dat is uitgevoerd als een volledig plat vlak.
35. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 32, met het kenmerk, dat het draaideel (2) een niet-cilindrisch 15 draailichaam is waarvan de afstand van de as tot het bewerkingsoppervlak (2a) geleidelijk varieert, terwijl het bewegende deel (3) een bewerkingsoppervlak (3a) bezit dat is uitgevoerd als een volledig plat vlak.
36. Inrichting voor het maken van vulpunten voor 20 tandwortelkanalen volgens conclusie 32, met het kenmerk, dat het draaideel (2) een cilindrisch draailichaam is waarvan het draaimidden samenvalt met zijn hartlijn, terwijl het bewegende deel (3) een bewerkingsoppervlak (3a) bezit dat is uitgevoerd als een plat vlak waarin een ten 25 opzichte van zijn bewegingsrichting hellende groef is aangebracht.
37. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 32 tot 35, met het kenmerk, dat de direct door de motor 30 (44) aangedreven riemschijf (45) en de tezamen met het draaideel (2) draaibare riemschijf (47) zijn uitgevoerd met een anti-slipvoorziening die in ingrijping is met een getand anti-slipdeel dat is gevormd op het binnenvlak van de daartussen aangebrachte riem (46).
38. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 32 tot 37, met het kenmerk, dat het draaideel (2) een draailichaam is waarop de draaikracht van de riemschijf (47) wordt overgebracht via een verbindingsstang (49) waarvan één 8900873. - 42 - uiteinde verschuifbaar is gestoken in de plaats uit het midden van het draaideel (2) en waarvan het andere uiteinde is bevestigd bij de tegenover gelegen plaats uit het midden van de riemschijf (47).
39. Inrichting voor het maken van vulputen voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 32 tot 37, met het kenmerk, dat het draaideel (2) een draailichaam is dat is bevestigd aan de van overlangse groeven voorziene as (48), waardoor de draaikracht van de riem-10 schijf (47) daarop wordt overgebracht.
40. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen, gekenmerkt door: een onderste tandwiel (58) dat vast is aangebracht op de as van een op een voet (57) geplaatste motor (59); een bewegend deel (3) dat is 15 uitgevoerd met een op zijn binnenvlak gevormde inwendige ver-tanding, welke vertanding in ingrijping is met het onderste tandwiel (58) waarbij het bewegende deel (3) draaibaar is ondersteund in een op de voet (57) gevormd concaaf vlak, terwijl zijn bewerkingsoppervlak (3a) is uitgevoerd als een 20 wiel? een bovenste tandwiel (60) dat in ingrijping is met een tandwiel (64) dat vast is aangebracht op een as (63) die ver-zwenkbaar is ondersteund op een gestel (62) dat door een veer (61) op de voet (57) is ondersteund, terwijl het bovenste tandwiel (60) vast is aangebracht op de as van de motor (59) 25 boven het onderste tandwiel (58); een conisch tandwiel (65) dat is bevestigd op een door het gestel (62) aangebrachte as (66), die is uitgevoerd met een verschuifbaar draaideel (2) waarvan het buitenste bewerkingsoppervlak (2a) is uitgevoerd als een gekromd vlak evenwijdig aan zijn axiale richting (X), 30 waarbij het conische tandwiel (65) is ontworpen voor de ingrijping met een conisch tandwiel (67) dat vast is aangebracht op de as (63) voor de draaiing als één geheel met het draaideel (2); een nok (74) die is bevestigd aan een op de voet (57) geplaatste motor (75) en die in ingrijping is met 35 het gestel (62); en een ingrijpingsrol (72a) die is aangebracht op een schommelarm (72) die scharnierbaar is verbonden met een uiteinde van een krukstang (69) die scharnierbaar is verbonden met een krukplaat (71) die is bevestigd aan de as van een op het gestel (62) geplaatste motor (70), waar- 8900873 Γ - 43 - bij de schommelarm (72) kan schommelen om een draaipunt (73) op het gestel (62), terwijl de ingrijpingsrol (72a) is ontworpen voor de ingrijpng met een ingrijpingsgedeelte (2b) dat één geheel vormt met het draaideel (2).
41. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 40, met het kenmerk, dat het draaideel (2) een cilindrisch draai-lichaam is waarvan het draaimidden samenvalt met zijn hartlijn, terwijl het bewegende deel (3) een bewerkingsoppervlak 10 (3a) bezit dat is uitgevoerd als een volledig plat vlak.
42. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 40, met het kenmerk, dat het draaideel (2) een cilindrisch draai-lichaam is waarvan de as op een plaats uit het midden is ge- 15 legen, terwijl het bewegende deel (3) een bewerkingsoppervlak (3a) bezit dat is uitgevoerd als een volledig plat vlak.
43. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 40, met het kenmerk, dat het draaideel (2) een niet-cilindrisch 20 draailichaam is waarvan de afstand van de as tot het bewerkingsoppervlak (2a) geleidelijk varieert, terwijl het bewegende deel (3) een bewerkingsoppervlak (3a) bezit dat is uitgevoerd als een volledig plat vlak.
44. Inrichting voor het maken van vulpunten voor 25 tandwortelkanalen volgens conclusie 40, met het kenmerk, dat het draaideel (2) een cilindrisch draailichaam is waarvan het draaimidden samenvalt met zijn hartlijn, terwijl het bewegende deel (3) een bewerkingsoppervlak (3a) bezit dat is uitgevoerd als een plat vlak waarin een ten 30 opzichte van zijn bewegingsrichting hellende groef is aangebracht.
45. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 40 tot 44, met het kenmerk, dat het draaideel (2) een 35 draailichaam is waarop de draaikracht van het conische tandwiel (65) wordt overgebracht door een verbindingsstang (68) waarvan één uiteinde verschuifbaar is gestoken in een plaats uit het midden vein het draaideel (2) en waarvan het andere uiteinde is bevestigd bij de tegenover gelegen plaats uit het 89 00 873 ' - 44 - midden van het conische tandwiel (65).
46. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 40 tot 44, met het kenmerk, dat het draaideel (2) een 5 draailichaam is dat is bevestigd aan de van overlangse groeven voorziene as (66), waardoor de draaikracht van het conische tandwiel (65) daarop wordt overgebracht.
47. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 40 tot 46, 10 met het kenmerk, dat het concave vlak van de voet (57), waarop het bewegende deel (3) draaibaar is ondersteund, is behandeld met een fluorkoolstofhars.
48. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 40 tot 46, 15 met het kenmerk, dat het concave vlak van de voet (57), waarop het bewegende deel (3) draaibaar is ondersteund, is uitgevoerd met een leger.
49. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen, gekenmerkt door: een tandwiel 20 (77) dat is bevestigd op een as (78) die vertikaal en draaibaar is aangebracht op een voet (76) voor de aandrijvende draaiing van een bewegend deel (3) met een centrale as die is verbonden met een glijleger (84) voor draaiende en vertikale bewegingen, welk leger is gevormd in een in de voet (76) aan- 25 gebracht doorlopend gat, terwijl het bewegende deel (3) aan zijn buitenoppervlak is uitgevoerd met een uitwendige ver-tanding die in ingrijping is met het tandwiel (77) en waarvan zijn bewerkingsoppervlak (3a) is uitgevoerd als een platte schijf; een as (79) die aandrijfbaar is door een op de voet 30 (76) geplaatste motor (81) en die is aangebracht over een op de voet (76) bevestigd gestel (80), welke as (79) is uitgevoerd met een verschuifbaar draaideel (2) waarvan het buitenste bewerkingsoppervlak (2a) is uitgevoerd als een gekromd vlak evenwijdig aan zijn axiale richting (X); een nok (86) 35 die is bevestigd aan de as van een op het ondervlak van de voet (76) geplaatste motor (85) en die in ingrijping is gebracht met de centrale as van het bewegende deel (3); en een ingrijpingsrol (92a) die is aangebracht op een schommel-arm (92) die scharnierbaar is verbonden met een uiteinde van 8000873 Γ - 45 - een krukstang (89) die scharnierbaar is verbonden met een krukplaat (91) die is bevestigd aan de as van een op de voet (76) geplaatste motor (90), waarbij de schommelarm (92) kan schommelen om een draaipunt (93) op het gestel (80), terwijl 5 de ingrijpingsrol (92a) is ontworpen voor de ingrijping met een ingrijpingsgedeelte (2b) dat één geheel vormt met het draaideel (2).
50. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 49, met het 10. e n m e r k, dat het draaideel (2) een cilindrisch draai-lichaam is waarvan het draaimidden samenvalt met zijn hartlijn, terwijl het bewegende deel (3) een bewerkingsoppervlak (3a) bezit dat is uitgevoerd als een volledig plat vlak.
51. Inrichting voor het maken van vulpunten voor 15 tandwortelkanalen volgens conclusie 49, met het kenmerk, dat het draaideel (2) een cilindrisch draai-lichaam is waarvan de as op een plaats uit het midden is gelegen, terwijl het bewegende deel (3) een bewerkingsoppervlak (3a) bezit dat is uitgevoerd als een volledig plat vlak.
52. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 49, met het kenmerk, dat het draaideel (2) een niet-cilindrisch draailichaam is waarvan de afstand van de as tot het bewerkingsoppervlak (2a) geleidelijk varieert, terwijl het bewe-25 gende deel (3) een bewerkingsoppervlak (3a) bezit dat is uitgevoerd als een volledig plat vlak.
53. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens conclusie 49, met het kenmerk, dat het draaideel (2) een cilindrisch draai-30 lichaam is waarvan het draaimidden samenvalt met zijn hartlijn, terwijl het bewegende deel (3) een bewerkingsoppervlak (3a) bezit dat is uitgevoerd als een plat vlak waarin een ten opzichte van zijn bewegingsrichting hellende groef is aangebracht.
54. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 49 tot 53, met het kenmerk, dat de as (78) die vertikaal is aangebracht op de voet (76) voor de draaiing wordt aangedreven en gedraaid door een onder de voet (76) geplaatste motor. 89 00 373.’ - 46 -
55. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 49 tot 53, met het kenmerk, dat de as (78) die vertikaal is aangebracht op de voet (76) voor de draaiing wordt aange- 5 dreven en gedraaid door een conisch tandwiel (82) dat in in-grijping is met een conisch tandwiel (83) dat is gemonteerd op de over het gestel (80) verlopende as (79).
56. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 49 tot 55, 10. e t het kenmerk, dat het draaideel (2) een draailichaam is waarop de draaikracht van een armdeel (88) wordt overgebracht via een verbindingsstang (87) waarvan één uiteinde verschuifbaar is gestoken in een plaats uit het midden van het draaideel (2) en waarvan het andere uiteinde 15 is bevestigd aan het armdeel (88).
57. Inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen volgens één der conclusies 49 tot 55, met het kenmerk, dat het draaideel (2) een draailichaam is dat is bevestigd aan dé van overlangse 20 groeven voorziene as (79), waardoor de draaikracht van de motor (81) daarop wordt overgebracht. 8900873 .1
NL8900873A 1988-04-07 1989-04-07 Werkwijze voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen. NL192774C (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
JP8559288 1988-04-07
JP8559288 1988-04-07

Publications (3)

Publication Number Publication Date
NL8900873A true NL8900873A (nl) 1989-11-01
NL192774B NL192774B (nl) 1997-10-01
NL192774C NL192774C (nl) 1998-02-03

Family

ID=13863087

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8900873A NL192774C (nl) 1988-04-07 1989-04-07 Werkwijze voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen.

Country Status (12)

Country Link
US (2) US5028228A (nl)
KR (1) KR0123461B1 (nl)
BE (1) BE1003121A3 (nl)
BR (1) BR8901734A (nl)
CA (1) CA1318094C (nl)
CH (1) CH679636A5 (nl)
DE (1) DE3911170C2 (nl)
ES (1) ES2014599A6 (nl)
FR (1) FR2629752B1 (nl)
GB (1) GB2217649B (nl)
IT (1) IT1228804B (nl)
NL (1) NL192774C (nl)

Families Citing this family (12)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US5286423A (en) * 1992-05-29 1994-02-15 Johnson William B Method of heat treating gutta percha based material to improve the characteristics thereof
US5372759A (en) * 1992-05-29 1994-12-13 Johnson; William B. Method of heat treating gutta percha based material to improve the characteristics thereof for filling endodontically prepared root canals
DE19814951C2 (de) 1998-04-03 2000-08-31 Zeiss Optronik Gmbh Vorrichtung und Verfahren zur digitalen Bildstabilisierung
US7476347B1 (en) * 1999-11-10 2009-01-13 Dentsply International, Inc. Process for making denture having integral teeth and denture base
US20080213720A1 (en) * 2003-05-13 2008-09-04 Ultradent Products, Inc. Endodontic instruments manufactured using chemical milling
US20080199832A1 (en) * 2003-08-19 2008-08-21 Coltene/Whaledent Gmbh & Co., Kg Gutta percha tip and method for producing the same
DE10338440A1 (de) * 2003-08-19 2005-03-31 Werner Mannschedel Guttaperchaspitze und Herstellverfahren
US7743505B2 (en) * 2005-02-23 2010-06-29 Ultradent Products, Inc. Methods for manufacturing endodontic instruments from powdered metals
US7665212B2 (en) 2005-02-23 2010-02-23 Ultradent Products, Inc. Methods for manufacturing endodontic instruments
GB2482343A (en) * 2010-07-30 2012-02-01 Vestas Wind Sys As Compacting an edge region of a fibrous sheet for a composite structure
TW201138725A (en) * 2010-05-13 2011-11-16 Univ Nat Taiwan System for cutting efficiency evaluation of root canal rotary instruments and testing method utilizing the same
US20130230821A1 (en) * 2012-03-02 2013-09-05 Ormco Corporation Apparatus and method for heating an endodontic instrument by infrared radiation

Family Cites Families (13)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US674419A (en) * 1901-03-09 1901-05-21 Charles T Kinsman Root-canal filling for teeth.
US1463963A (en) * 1921-08-10 1923-08-07 George L Miller Root-canal point
GB214497A (en) * 1923-06-18 1924-04-24 George Lester Miller Dental root canal points
US1757595A (en) * 1928-11-30 1930-05-06 Louis R Siegel Dental root-canal point
US2218460A (en) * 1937-06-30 1940-10-15 Singer Stretching machine
US3233444A (en) * 1962-06-26 1966-02-08 Rockwell Standard Co Taper roll machine and method
US4225147A (en) * 1978-01-31 1980-09-30 Lowery Michael B Vehicles
US4238263A (en) * 1978-10-02 1980-12-09 Ethyl Corporation Edge sealing of laminate
SU846012A1 (ru) * 1979-02-16 1981-07-15 Предприятие П/Я А-3470 Устройство дл прокатывани кон-цОВ ТРуб
US4424182A (en) * 1981-12-11 1984-01-03 Ball Corporation Method for sealing a multilayered tube having a barrier layer
US4525147A (en) * 1983-05-31 1985-06-25 Pitz Richard J Root canal implant, proximity indicative, and method of implantation
JPS623841A (ja) * 1985-06-28 1987-01-09 O S G Kk テ−パ部品の製造方法および装置
JPS6261909A (ja) * 1985-09-12 1987-03-18 G C Dental Ind Corp 熱可塑性歯科充填用組成物

Also Published As

Publication number Publication date
IT8919999A0 (it) 1989-04-04
NL192774B (nl) 1997-10-01
FR2629752A1 (fr) 1989-10-13
FR2629752B1 (fr) 1992-07-31
DE3911170A1 (de) 1989-10-19
US5061411A (en) 1991-10-29
ES2014599A6 (es) 1990-07-16
US5028228A (en) 1991-07-02
GB8907701D0 (en) 1989-05-17
IT1228804B (it) 1991-07-03
NL192774C (nl) 1998-02-03
BE1003121A3 (fr) 1991-12-03
CH679636A5 (nl) 1992-03-31
CA1318094C (en) 1993-05-25
KR0123461B1 (ko) 1997-11-11
BR8901734A (pt) 1989-11-21
GB2217649A (en) 1989-11-01
KR900015707A (ko) 1990-11-10
GB2217649B (en) 1992-11-11
DE3911170C2 (de) 2000-03-16

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8900873A (nl) Werkwijze en inrichting voor het maken van vulpunten voor tandwortelkanalen.
JP4573175B2 (ja) 圧縮成形機にドロップを強制挿入する方法及び装置並びに成形金型追従式ドロップ供給方法及び装置
US3733058A (en) Dough portioning and kneading machine
JPH02283235A (ja) 食物製品の製造装置
US7504064B2 (en) Method of shaping clay
KR0159276B1 (ko) 조사용 반송장치
US2661707A (en) Candy slicing machine
CN216731929U (zh) 一种药片切割装置
US4373891A (en) Apparatus for cooling a transfer mandrel
US3599284A (en) Device for continuously molding hollow articles from thermoplastic material
US3347183A (en) Dough metering apparatus
US5141425A (en) Connecting assembly in a rotary press
US5066211A (en) Material feed control assembly in a rotary press
US5032071A (en) Material sensing assembly in a rotary press
JPH05253460A (ja) 流動可能な材料を区分して引き渡す装置
KR200274377Y1 (ko) 튜브커팅장치
JPH0229243A (ja) 歯科用根管充填用ポイントの製造方法及び装置
US5266017A (en) Connecting assembly in a rotary press
US5044916A (en) Support assembly in a rotary press
EP3892445B1 (en) Adjuster mechanism with action lever to cycle between pre-set distances
EP0041331A1 (en) Apparatus for cooling a transfer mandrel
JPS63283837A (ja) 伝導ベルト用金属ブロックの連続加工方法並びに装置
JPH08337801A (ja) バリ取り装置
JPS6389326A (ja) 飲料用ストロ−のストツパ−成形装置
JPH10179111A (ja) 食品成形機の材料供給機構

Legal Events

Date Code Title Description
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20021101