NL8204875A - Trekker voor landbouwdoeleinden. - Google Patents

Trekker voor landbouwdoeleinden. Download PDF

Info

Publication number
NL8204875A
NL8204875A NL8204875A NL8204875A NL8204875A NL 8204875 A NL8204875 A NL 8204875A NL 8204875 A NL8204875 A NL 8204875A NL 8204875 A NL8204875 A NL 8204875A NL 8204875 A NL8204875 A NL 8204875A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
tractor
wheels
tractor according
roller
rear wheels
Prior art date
Application number
NL8204875A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Texas Industries Inc
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Texas Industries Inc filed Critical Texas Industries Inc
Priority to NL8204875A priority Critical patent/NL8204875A/nl
Priority to GB08332885A priority patent/GB2132145B/en
Priority to DE19833345317 priority patent/DE3345317A1/de
Priority to FR8320110A priority patent/FR2537938B1/fr
Priority to IT24229/83A priority patent/IT1168742B/it
Publication of NL8204875A publication Critical patent/NL8204875A/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B62LAND VEHICLES FOR TRAVELLING OTHERWISE THAN ON RAILS
    • B62DMOTOR VEHICLES; TRAILERS
    • B62D61/00Motor vehicles or trailers, characterised by the arrangement or number of wheels, not otherwise provided for, e.g. four wheels in diamond pattern
    • B62D61/10Motor vehicles or trailers, characterised by the arrangement or number of wheels, not otherwise provided for, e.g. four wheels in diamond pattern with more than four wheels
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B60VEHICLES IN GENERAL
    • B60KARRANGEMENT OR MOUNTING OF PROPULSION UNITS OR OF TRANSMISSIONS IN VEHICLES; ARRANGEMENT OR MOUNTING OF PLURAL DIVERSE PRIME-MOVERS IN VEHICLES; AUXILIARY DRIVES FOR VEHICLES; INSTRUMENTATION OR DASHBOARDS FOR VEHICLES; ARRANGEMENTS IN CONNECTION WITH COOLING, AIR INTAKE, GAS EXHAUST OR FUEL SUPPLY OF PROPULSION UNITS IN VEHICLES
    • B60K17/00Arrangement or mounting of transmissions in vehicles
    • B60K17/04Arrangement or mounting of transmissions in vehicles characterised by arrangement, location or kind of gearing
    • B60K17/16Arrangement or mounting of transmissions in vehicles characterised by arrangement, location or kind of gearing of differential gearing
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B62LAND VEHICLES FOR TRAVELLING OTHERWISE THAN ON RAILS
    • B62DMOTOR VEHICLES; TRAILERS
    • B62D49/00Tractors
    • B62D49/002Tractors characterised by being of the low ground pressure type
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B62LAND VEHICLES FOR TRAVELLING OTHERWISE THAN ON RAILS
    • B62DMOTOR VEHICLES; TRAILERS
    • B62D49/00Tractors
    • B62D49/06Tractors adapted for multi-purpose use
    • B62D49/0621Tractors adapted for multi-purpose use comprising traction increasing arrangements, e.g. all-wheel traction devices, multiple-axle traction arrangements, auxiliary traction increasing devices

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Transportation (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Arrangement And Driving Of Transmission Devices (AREA)
  • Body Structure For Vehicles (AREA)

Description

> Kr '*
Texas Industries Inc., Willemstad, Cura9ao.
"Trekker voor landbouwdoeleinden"
De uitvinding heeft betrekking op een trekker of dergelijk voertuig bestemd voor landbouwdoeleinden met voor-en achterwielen.
Bij trekkers met, gerekend in de rijrichting, achter 5 elkaar opgestelde aandrijfbare wielen treedt veelal het nadeel op dat tijdens het rijden van scherpe bochten een ongelijkmatige wielaandrijving optreedt die leidt tot bederf van de grondstructuur.
Volgens de uitvinding is, gezien in zijaanzicht, 10 tussen een voorwielas en een achteras zowel aan de linkerzijde als aan de rechterzijde van de trekker een differen-tieelaandrijving aangebracht.
De uitvinding zal worden uiteengezet aan de hand van de volgende figuren : - 15 Figuur 1 is een zijaanzicht van een trekker volgens de uitvinding.
Figuur 2 is een bovenaanzicht van de trekker volgens figuur 1.volgens de pijl II, waarbij een trekkercabine duidelijkheidshalve is weggelaten.
20 Figuur 3 is een vooraanzicht van de trekker volgens de pijl III in figuur 1.
Figuur 4 is een bovenaanzicht van het gestel van de trekker volgens de· lijnen IV - IV in figuur 1.
Figuur 5 is een zijaanzicht van een ander uitvoe-25 ringsvoorbeeld van een trekker volgens de uitvinding.
Het gestel 1 van de trekker dat duidelijkheidshalve in figuur 4 afzonderlijk is getekend, is symmetrisch opgesteld ten opzichte van het verticale langssymmetrievlak 2 van de trekker en omvat een tweetal evenwijdig aan elkaar 30 opgestelde op afstand van elkaar gelegen pijpen of buizen 3 die ongeveer horizontaal of in voorwaartse richting enigszins opwaarts hellend en in de rijrichting A van de trekker zijn opgesteld. De pijpen 3 maken deel uit van het voorste deel van de trekker. De pijpen 3 zijn zowel aan de achter-35 zijde als aan de voorzijde onderling verbonden door loodrecht op het symmetrievlak 2 gelegen platen 4 en 5 die evenwijdig aan elkaar en ongeveer verticaal zijn opgesteld.
8204875 Λ % - 2 -
Tussen de achterste delen van de pijpen of buizen 3 is een holle pijp 6 met cirkelvonnige doorsnede gelegen, waarvan de hartlijn in het symmetrievlak 2 ligt. De pijp 6 wordt ten opzichte van de beide pijpen of buizen 3 afgesteund door mid-5 del van de ten opzichte van de rijrichting A achterste plaat 5 en een op afstand voor deze plaat 5 gelegen en evenwijdig aan de plaat 5 opgestelde plaat 7» die evenals de platen 4 en 5 star met de pijpen 3 is verbonden. De afstand tussen de platen 5 en 7 bedraagt ongeveer 305¾ van de lengte van elk 10 der beide pijpen 3. In de plaat 5 en in de plaat 7 is een cirkelvormige opening uitgespaard, waarin een legerbus 8 resp. 9 is bevestigd, welke legerbussen de pijp 6 verzwenk-baar ondersteunen zodat de pijp 6 om zijn hartlijn verzwenk-baar is ten opzichte van het samenstel van de pijpen 3 en de 15 platen 4, 5 en 7. De plaat 7 en de legerbus 9 zijn nabij het voorste uiteinde van de pijp 6 opgesteld, De pijp 6 steekt over een lengte achter de achterzijde van de beide buizen 3 en de plaat 5 uit, die ongeveer gelijk is aan 20 - 255¾ van de lengte van elk der pijpen 3. Aan de achterzijde van de pijp 20 6 is een dwarsbalk 10 star bevestigd. De dwarsbalk 10 is hol uitgevoerd en bezit bij voorkeur een vierkante doorsnede. De achterzijde van de buis 6 is tegen een voorste zijvlak van de dwarsbalk 10 gelast en door middel van steunplaten 11 afgesteund. De dwarsbalk 10 bezit een hartlijn die zich lood-25 recht op de hartlijn van de pijp 6 uitstrekt. De lengte van de dwarsbalk 10 bedraagt ongeveer 80 - 855¾ van de totale lengte van elk der buizen of pijpen 3· De dwarsbalk 10 is in de getekende stand symmetrisch opgesteld ten opzichte van het vlak 2. Nabij elk der beide uiteinden van de dwarsbalk 30 10 is aan deze dwarsbalk een wieldrager 12 bevestigd die, gerekend ten opzichte van de rijrichting A, tegen een achter-vlak van de dwarsbalk 10 is vastgelast. Elk der holle balk-vormige wieldragers 12 die bij voorkeur een vierkante doorsnede bezitten, bezitten een hartlijn die evenwijdig aan het 35 symmetrievlak 2 is gericht.
Zoals uit de figuren 1 en 5 blijkt, zijn de hartlijnen van de onderling evenwijdige wieldragers 12 evenwijdig aan een bovenste en onderste begrenzingsvlak van de wieldrager 10 gericht, maar deze begrenzingsvlakken van de ,...820 4 8 75 • 4
V
- 3 - wieldrager 10 sluiten een hoek in met de onderling evenwijdige hartlijnen van de pijpen 3 en 6. Gerekend vanaf de pijpen 3 en 6 zijn de wieldragers 12 achterwaarts en schuin neerwaarts gericht. De hartlijnen van de wieldragers 12 sluiten 5 met de hartlijnen van de pijpen 3 en 6 volgens het uitvoerings-voorbeeld volgens fig. 1 een hoek van ongeveer 155° in en in het uitvoeringsvoorbeeld volgens fig. 5 een hoek van ongeveer 165°. De evenwijdig aan het symmetrievlak 2 gemeten lengte van elk der beide wieldragers 12 bedraagt ongeveer 10 15 &. 20$ van de lengte van elk der pijpen 3· Elk der beide wieldragers 12 is aan zijn achterste uiteinde voorzien van een loodrecht op zijn hartlijn gelegen sluitplaat 13 die star aan de bijbehorende wieldrager 12 is bevestigd.
Zoals uit de figuren 1 en 5 blijkt, is op de voorste 15 uiteinden van de pijpen of buizen 3» die bij voorkeur een holle vierkante doorsnede bezitten, een aandrijfmotor 14 bevestigd, die aan zijn voorzijde voorzien is van een koelin-richting 15 en een ventilator 16. De aandrijfmotor 14 is symmetrisch ten opzichte van het symmetrievlak 2 opgesteld.
20 De uitgaande as van de aandrijfmotor die aan de achterzijde van de motor uittreedt vormt een ingaande as van een samenstel 17 van een versnellingsbak en een differentieel die achter de aandrijfmotor 14 is gelegen en eveneens op de beide pijpen 3 afsteunt. De versnellingsbak die deel uitmaakt van het samen-25 stel 17 is aan de voorzijde van dit samenstel en direct aansluitend achter de aandrijfmotor 14 gelegen en het differentieel bevindt zich in het achterste gedeelte van dit samenstel. De aandrijfmotor 14 en het samenstel 17 van differentieel en versnellingsbak strekt zich vanaf de Voorzijde van 30 de balken 3 over ongeveer 65-70$ van de lengte van de pijpen 3 uit.
Tegen een zijkant van het huis van het samenstel 17 van differentieel en versnellingsbak is een huis van een tandwieloverbrenging 18 bevestigd welke overbrenging aandrijfbaar.
35 is vanuit de versnellingsbak met een omwentelingssnelheid die evenredig is met de omwentelingssnelheid van aandrijfbare wielen van de trekker. De tandwieloverbrenging 18 bezit aan zijn ten opzichte van de rijrichting A achterzijde twee uitgaande assen 19 en 20, waarvan de omwentelingssnelheid tij- 8204875 - 4 - dens bedrijf evenredig is aan die van aandrijfbare wielen van de trekker, resp. de rijsnelheid.
Aan de achterzijde van het samenstel 17 van differentieel en versnellingsbak treedt een uitgaande as 21 uit 5 waarvan de omwentelingssnelheid evenredig is met die van de aandrijfmotor 14. De hartlijn van de uitgaande as 21 is in het symmetrievlak 2 gelegen.
Het huis van het samenstel 17 van differentieel en versnellingsbak bezit nabij de achterzijde en aan weerszij-10 den van zijn huis uitstulpingen 22, die een deel van het tot het samenstel 17 behorende differentieel omvatten. Tegen elk der beide uitstulpingen 22 is een draagbuis 23 resp. 24 op starre wijze bevestigd. De hartlijnen van de draagbuizen 23 sn 24 zijn in eikaars verlengde gelegen en strekken zich 15 loodrecht op het symmetrievlak 2 uit. De draagbuizen 23 en 24 vormen steunen en legeringen voor zich in de draagbuizen 23 en 24 bevindende aandrijfassen die vanuit het differentieel van het samenstel 17 aandrijfbaar zijn met een omwentelingssnelheid die evenredig is met die van aangedre-ven 20 wielen van de trekker resp. de rijsnelheid.
Aan weerszijden van het symmetrievlak 2 zijn op de bovenzijde van elk der draagbuizen 23 en 24 steunen 25 aangebracht op de bovenzijden waarvan elastische elementen 27 zijn gelegen die de onderzijde van een cabine 27 nabij zijn 25 voorzijde afsteunen. De afstand tussen de beide steunen 25 bedraagt ongeveer 50 - 55$ van de lengte van elk der buizen 3. Aan de achterste uiteinden van elk der buizen 3 is op de bovenzijde ervan een steun 28 aangebracht,die zich evenals de steunen 25 ongeveer verticaal uitstrekt. Op de bovenzij-30 den van de beide steunen 28 is een drager 29 bevestigd die zich loodrecht op het symmetrievlak 2 uitstrekt. De bovenzijde van de ongeveer horizontale drager 29 en de bovenzijden van de steunen 25 liggen ongeveer in een zelfde horizontaal vlak of in een in de rijrichting enigszins opwaarts 35 hellend vlak. Op de bovenzijde van de drager 29 zijn eveneens elastische elementen 26 aangebracht die dezelfde afstand bezitten ten opzichte van het symmetrievlak 2 als de elementen 26 die op de steunen 25 zijn bevestigd. De elastische elementen 26 die op de drager 29 zijn aangebracht 8204875 * * -5- ondersteunen de onderzijde van de cabine 27 aan zijn achterzijde, Gezien in bovenaanzicht valt de achterste begrenzings-lijn van de drager 29 ongeveer samen met de plaat 5.
Tussen de achterzijde van de aandrijfmotor 14 en de 5 voorzijde van de cabine 27 is een brandstoftank 30 aangebracht die zich, gerekend in opwaartse richting, uitstrekt tussen de bovenzijde van het samenstel 17 van differentieel en versnellingsbak en de bovenzijde van de aandrijfmotor 14.
Op een plaats die ongeveer 20$ van de lengte van de 10 buizen 3 achter de voorzijden van deze buizen is gelegen, is op de bovenzijden van deze buizen een wieldrager 31 bevestigd, die zich, gezien in bovenaanzicht, loodrecht op het symmetrievlak 2 uitstrekt. De wieldrager 31 is bij voorkeur uitgevoerd in de vorm van een holle balk met vierkante door-15 snede en is symmetrisch gevormd ten opzichte van het symmetrievlak 2. De beiden buitenste delen van de wieldrager 31 bezitten hartlijnen die loodrecht op het symmetrievlak 2 zijn gericht (fig. 3). Deze buitenste delen gaan over in binnenste delen die, gezien in het vooraanzicht volgens 20 fig. 3 schuin neerwaarts en binnenwaarts zijn gebogen en nabij de balken 3 overgaan in een gedeelte dat loodrecht op het symmetrievlak 2 is gericht en waarvan de onderzijde op de bovenzijden van de buizen 3 is bevestigd, en welk gedeelte onder de aandrijfmotor 14 doorloopt. De beide buiten-25 ste uiteinden van de wieldrager 31 zijn ongeveer in hetzelfde evenwijdig aan het symmetrievlak 2 opgestelde verticale $ vlak gelegen als elk der buitenste uiteindenvan de draag-buizen 23 resp. 24. Aan elk der beide uiteinden van de wieldrager 31 zijn huizen van tandwieloverbrengingen 32 bevestigd.
30 Tegen de onderzijde van elk der huizen der tandwieloverbrengingen 32 is een pijpvormige fusee 33 aangebracht die zich vanaf de bijbehorende tandwieloverbrenging 32 neerwaarts en schuin voorwaarts uitstrekt. Elke fusee 33 is om zijn hartlijn verzwenkbaar ten opzichte van de bijbehorende tandwiel-35 overbrenging 32. Elke fusee 33 is aan zijn onderzijde star verbonden met een huis 34 van een tandwieloverbrenging, die uitgaande assen bezitten die in eikaars verlengde liggen en die in de in de figuren getekende stand loodrecht op het f/j symmetrievlak 2 zijn gericht. Deze uitgaande assen van de \ 820 4 875 jl « % - β - tandwieloverbrengingen 34 vormen de aandrijfassen van voorste loopwielen 35 die paarsgewijs aan weerszijden van de bijbehorende fusee 33 en tandwieloverbrenging 34 zijn opgesteld. Het huis van de tandwieloverbrenging 34 bewerkstelligt de le-5 gering van de aan weerszijden ervan opgestelde loopwielen 35.
Op de bovenzijde van de dwarsbalk 10 is nabij elk uiteinde van deze dwarsbalk een tandwieloverbrenging 36 vast bevestigd. Een ingaande as 37 van elke tandwieloverbrenging steekt in voorwaartse richting uit en is horizontaal of, 10 gerekend ten opzichte van de rijrichting A, schuin voorwaarts en opwaarts gericht. Tegen de achterzijde van elke tandwieloverbrenging 36 is op starre wijze een buis 38 bevestigd, die op afstand boven en evenwijdig aan de nabij gelegen wiel-drager 12 is gelegen. De achterzijde van elke buis 38 is 15 star bevestigd tegen de voorzijde van een tandwielkast 3S die tegen het achtervlak van de nabij gelegen sluitplaat 13 is bevestigd en zich vanaf deze sluitplaat in opwaartse richting uitstrekt. Aandrijving van de ingaande as van elke tandwieloverbrenging 36 wordt via deze tandwieloverbrenging 20 overgebracht op een om de hartlijn van en binnen de buis 38 gelegen aandrijfas die een ingaande as voor de tandwielkast 39 vormt. De tandwielkasten 39 bezitten twee aan weerszijden van deze kast uittredende in eikaars verlengde liggende, en evenwijdig aan de dwarsbalk 10 opgestelde uitgaande assen die 25 aandrijfassen vormen van aan weerszijden van de tandwielkast 39 en aan weerszijden van de bijbehorende wieldrager 12 gelegen achterwielen 40. De vier achterwielen 40 zijn evenals de vier voorwielen 35 derhalve paarsgewijs opgesteld en wel zodanig dat de symmetrie vlakken van de achterwielen 40 samen-30 vallen met de symmetrievlakken van overeenkomstig opgestelde voorwielen 35*
De draagbuizen 23 en 24 legeren uitgaande assen van het differentieel dat tot het samenstel 17 behoort. Tegen het buitenste uiteinde van elk der draagbuizen 23, 24 is het 35 huis van een differentieel 41 star bevestigd. De in draagbuizen 23 en 24 gelegerde aandrijfassen, die op hun beurt uitgaande assen van het differentieel van het samenstel 17 zijn, vormen ingaande assen van de beide differentieels 41· Elk der beide differentieels 41 bezit een ongeveer horizonta- 8204875 '' ♦ * le en gerekend ten opzichte van de rijrichting A naar voren gerichte uitgaande as 42 en een in het verlengde daarvan gelegen, naar achteren uittredende uitgaande as 43. Gezien in zijaanzicht is derhalve tussen de voor- en achterwielen een 5 drietal op een rij gelegen, onderling gekoppelde differentieels opgesteld.
De tandwieloverbrengingen 32 die elk tot een paar voorwielen 35 behoren, bezitten aan hun achterzijden ongeveer horizontaal achterwaarts gerichte ingaande assen 44.
10 Aan elke zijde van het symmetrievlak 2 zijn de ingaande assen 37 en 44 en de uitgaande assen 42, 43 ongeveer in hetzelfde verticale, evenwijdig aan het symmetrievlak 2 gelegen vlak opgesteld. Elke voorwaarts uitstekende uitgaande as 42 van een differentieel 41 en een achterwaarts 15 gerichte ingaande as 44 van de tandwieloverbrenging 32 zijn onderling gekoppeld door middel van een tussenas 45» die voorzien is van twee universele koppelingen teneinde eventuele, uit constructief oogpunt gewenste verschillen in hoogterichting en/of zijdelingse richting te overbruggen.
20 Elke achterwaarts uittredende uitgaande as 43 van een differentieel 41 en een voorwaarts gerichte ingaande as van een tandwieloverbrenging 36 voor de aandrijving van de achterwielen 40 zijn gekoppeld door middel van een tussenas 46 die om dezelfde redenen eveneens voorzien is van universele 25 koppelingen. Aan elke zijde van de trekker is het differentieel 41 en de bijbehorende tussenassen 45 en 46 afgedekt door middel van een tegen de onderzijde van de cabine 27 aansluitende afscherming 47 die een boven de genoemde delen gelegen plaat en een daaraan aansluitende neerwaarts gerichte 30 plaat omvat die aan de buitenzijde van de eerstgenoemde plaat aansluit. De af scheming 47 dient als treeplank voor de ingang van de cabine en tevens als spatbord.
Opgemerkt wordt nog dat de aandrijfassen van de achterwielen 40 met de hartlijnen van de wieldragers 12, gere-35 kend in de rijrichting A, ongeveer in één schuin opwaarts gericht vlak zijn gelegen. De diameter van de van luchtbanden, bij voorkeur lage-druk-banden, voorziene voorwielen 35 en die van de achterwielen 40 zijn aan elkaar gelijk en bedraagt in het uitvoeringsvoorbeeld volgens de figuren 1 t/m 4 ongeveer 8204875
# V
- 8 - 90 cm. en in het uitvoeringsvoorbeeld volgens fig. 5 ongeveer 100 cm. De breedte van elk der wielen bedraagt ongeveer 40 cm. De afstand tussen de symmetrievlakken van de buitenste achterwielen resp. voorwielen bedraagt ongeveer 200 - 270 cm. bij 5 voorkeur ongeveer 250 cm, de afstand tussen de symmetrievlakken van de binnenste achterwielen resp. voorwielen bedraagt ongeveer 120 - 160 cm., bij voorkeur ongeveer 150 cm.
Op een plaats die, gezien in bovenaanzicht ongeveer halverwege de afstand tussen de wielassen van de voor- en 10 achterwielen is gelegen of op korte afstand daarvoor, is - zoals uit fig. 1 blijkt - in elk der beide pijpen 3 een zwenkas 48 gelegerd, waarbij de hartlijnen van deze zwenk-assen 48 in eikaars verlengde liggen. Om elk der beide zwenkassen 48 is een drager 49 verzwenkbaar die zich in de 15 bedrijfsstand volgens fig. 1 vanaf de bijbehorende zwenkas 48 neerwaarts en achterwaarts uitstrekt en die aan zijn achterste uiteinde star is bevestigd tegen een loodrecht op het symmetrievlak 2 gerichte steunbalk 50. Gezien in bovenaanzicht zijn de steunen 49 direct aansluitend tegen de bui-20 tenzijde van de pijpen 3 gelegen. De steunbalk 50 is.symme- . trisch ten opzichte van het vlak 2 opgesteld.
De lengte van de steunbalk 50 bedraagt ongeveer 4,5 maal de afstand tussen de beiden buitenzijden van de buizen 3 en stemt ongeveer overeen met de lengte van de 25 drager 29 (fig· 2). De uiteinden van de steunbalk 50 zijn, gezien in de rijrichting A, ongeveer ter plaatse van de buitenste begrenzingsvlakken van de binnenste achterwielen 40 en de binnenste voorwielen 50 gelegen. Aan deze uiteinden van de steunbalk 50 zijn zich achterwaarts en tijdens bedrijf 30 neerwaarts uitstrekkende steunplaten 51 star bevestigd die nabij hun achterste uiteinden een as 52 legeren, die loodrecht op het symmetrievlak 2 is gericht. Coaxiaal om de as 52 is een buis 53 star aan de as 52 bevestigd. Om de buis 53 zijn een groot aantal platen 54 bevestigd, die in een rij 35 zijn opgesteld en op korte afstand van elkaar zijn gelegen.
De platen 54 zijn, zoals uit fig. 1 blijkt, voorzien van puntige uitsteeksels, bijvoorkeur acht uitsteeksels per plaat.
Op de bovenzijde van de steunbalk 50 en, gerekend in de rijrichting A, recht achter de uitgaande as 19 van de 8204875 4 * * - 9 - tandwieloverbrenging 18, is een tandwieloverbrenging 55 aan-: gebracht, die een in voorwaartse richting uitstekende ingaande as 56 bezit. De tandwieloverbrenging 55 bezit een uitgaande as, die evenwijdig aan de lengterichting van de steunbalk 5 50 is gericht en die vanaf het huis van deze tandwielover brenging mar het dichtstbijzijnde einde van de steunbalk 50 is gericht; deze uitgaande as wordt omgeven en gelegerd door een pijpvormige steun 57, die deze uitgaande as omringt en steunt. De pijpvormige steun 57 draagt aan zijn nabij het 10 einde van de steunbalk 50 gelegen uiteinde een huis 58 van een tandwiel-of kettingoverbrenging 58 (fig. 1 en 2) die de aandrijvende beweging van de uitgaande as van de tandwieloverbrenging 55 overbrengt op één uiteinde van de as 52.
De as 52, de om deze gelegen buis 53 en de van uitsteeksels 15 voorziene platen 54 vormen een door de trekker aandrijf bare en tot de trekker behorende aandrijfbare rol 59, die derhalve - gezien in zijaanzicht - tussen een voorwiel en een achterwiel is aangebracht. De as 52 van de rol ligt vanaf de draai-ingsas van de achterwielen op een afstand die ongeveer 30$ 20 bedraagt van de afstand tussen de draaiingsassen van de voor-en achterwielen. Deze opstelling van de aandrijfbare rol waarborgt dat aan de trekker aan te bouwen werktuigen, voornamelijk nabij achter- en/of voorwielen, geen hinder ondervinden van de rol 59· 25 Op het bovenvlak van de dwarsbalk 10 zijn symme trisch ten opzichte van het midden van de balk 10 opgestelde steunen 60 star bevestigd, die zich vanaf de dwarsbalk 10 schuin opwaarts en achterwaarts uitstrekken. De steunen 60 legeren nabij hun bovenste uiteinde een pijpvormige as 61, 30 die evenwijdig aan de dwarsbalk 10 is gelegen en die aan zijn buiten de steunen 60 gelegen uiteinden is voorzien van dragers 62, die star aan de as 61 zijn bevestigd en vanaf deze as in achterwaartse richting uitsteken. Aan het achtereinde van elke drager 62 is op verzwenkbare wijze een in 35 zijn lengte wijzigbare arm 63 verzwenkbaar aangebracht, die zich vanaf de drager 62 neerwaarts uitstrekt en aan zijn onderzijde verzwenkbaar verbonden is met een onderste hefarm 64 van een driepuntshefinrichting 65 die derhalve aan de achterzijde van de trekker is aangebracht. De verzwenk- 8204875 - 10 - bare verbinding tussen elke arm 63 en een onderste hefarm 64 is ongeveer halverwege de lengte van deze onderste hefarm 64 gelegen. Tussen de beide steunen 60 zijn op korte afstand van en symmetrisch aan weerszijden van het midden van de balk 10 5 aangebrachte steunen 66 op starre wijze op de bovenzijde van de dwarsbalk 10 bevestigd, die zich opwaarts uitstrekken tot boven de as 61 en die de as 61 eveneens afsteunen. Aan de bovenzijden van de steunen 66 is een evenwijdig aan de dwarsbalk 10 gelegen as 67 aangebracht, waarom de voorzijde van 10 een bovenste hefarm 68 verzwenkbaar is. De bovenste hefarm 68.is bij voorkeur uitgevoerd als een hydraulische cylinder waarvan de zuigerstang aan de achterzijde van de hefarm is gelegen en aldaar is voorzien van een aankoppelpunt 69 in de vorm van een haak die in neerwaartse richting open is, 15 De hydraulische cylinder die de bovenste hefarm 68 vormt, is bedienbaar vanuit de cabine 27. De onderste hefarmen 64 zijn aan hun achterzijden voorzien van naar boven geopende haakvormige koppelpunten 70. Nabij de zwenkas tussen elke arm 63 en de bijbehorende drager 62 is een zwenkas aangebracht, 20 die de betreffende drager 62 op verzwenkbare wijze verbindt met het uiteinde van een zuigerstang van een hydraulische cylinder 71 waarvan het andere uiteinde verzwenkbaar is verbonden met een oor dat aan de achterzijde van de dwarsbalk 10 is bevestigd. De beide hydraulische cylinders 71 zijn 25 beide vanuit de cabine 27 bedienbaar.
De tandwieloverbrenging 18 bezit naast zijn beide achterwaarts uitstekende uitgaande assen 19 en 20 een voorwaarts uitstekende as die ongeveer in het verlengde van de uitgaande as 20 is gelegen. Deze uitgaande as wordt onder-30 steund in een pijpvormige drager 72 die zich vanaf het huis van de tandwieloverbrenging 18 tot nabij de voorzijde van de aandrijfmotor 14 uitstrekt (fig. 2). De drager 72 die de in voorwaartse richting uitstekende uitgaande as van de tandwieloverbrenging 18 legert, sluit aan zijn voorzijde aan tegen 35 een tandwielkast 73» die zich - zoals uit fig. 3 blijkt -vanaf het voorste uiteinde van de pijpvormige drager 72 in de richting van het symmetrievlak 2 schuin neerwaarts uitstrekt. In de tandwielkast 73 is een tandwieloverbrenging aangebracht, die de aandrijvende beweging van de in de dra- 8204875 - 11 - ger 72 gelegen uitgaande as van de tandwielkast 18 overbrengt op een uitgaande as van de tandwielkast 73 die nabij het symmetrievlak 2 is gelegen en uit deze kast in voorwaartse richting uitsteekt. Deze uitgaande as vormt een aftakas 74 5 die evenals de uitgaande assen 19 en 20 aandrijfbaar is met een omwentelingssnelheid die evenredig is met de rijsnelheid van de trekker.
In de tandwielkast 73 mondt eveneens een aan de voorzijde van de aandrijfmotor 14 uittredende aandrijfas van 10 deze motor uit, die via een afzonderlijk binnen de tandwielkast 73 aangebracht tandwielstelsel een uitgaande as van deze tandwielkast aandrijft, die een voorste aftakas 75 van de trekker, die derhalve met een omwentelingssnelheid aandrijf-baar is, die evenredig is met het motortoerental , vormt.
15 De uitgaande as 43 van het differentieel welke uit gaande as in het symmetrievlak 2 is gelegen, is door middel van een van universele koppelingen voorziene tussenas 76 in achterwaartse richting verlengd en sluit aan op een achterste aftakas 77 die door middel van een steun 78 op de boven-20 zijde van de dwarsbalk 10 bevestigd is. De tussenas 76 is telescopisch uitgevoerd. De aftakas 77 is in de getekende stand van de trekker in het symmetrievlak 2 gelegen. Aan één zijde van het symmetrievlak 2 is tussen één der steunen 60 en één der steunen 66 een steun 78 op de bovenzijde van de 25 dwarsbalk 10 bevestigd, waarin een achterste aftakas 79 van de trekker is gelegerd. De aftakas 79 is door middel van een telescopisch uitschuifbare en van een paar universele koppelingen voorziene tussenas 80 gekoppeld met de uitgaande as 20 van de tandwieloverbrenging 18. De ingaande as 56 van de 30 tandwieloverbrenging 55 ten behoeve van de aandrijfbare rol 59, is door middel van een van universele koppelingen voorziene, telescopisch uitschuifbare tussenas 81 aandrijf-baar gekoppeld met de uitgaande as 19 van de tandwieloverbrenging 18.
35 Zoals uit fig. 3 blijkt, is in de tegen de voorzij de van de pijpen 3 bevestigde plaat 4, een aantal gaten 82 .aangebracht ter bevestiging van een losneembare driepunts-hefinrichting aan de voorzijde van de trekker.
Aan elk der beide fusees 33 is op een plaats die 8204875 - 12 - nabij' de onderzijde van de corresponderende tandwieloverbrenging 32 is gelegen, een -uithouder 33 bevestigd, die vanaf de bijbehorende fusee 33 in binnenwaartse richting uitsteekt en aan zijn uiteinde is voorzien van een opwaarts 5 gerichte zwenkas of kogelscharnier door middel waarvan een nagenoeg rechtlijnige stuurstang 84 verzwenkbaar aan de star aan de fusee 33 bevestigde uithouders is bevestigd. Vanaf de uithouder 83 loopt elk der beide stuurstangen 84 gerekend ten opzichte van de rijrichting A in achterwaartse 10 richting en is het achterste uiteinde van elke stuurstang 84 bevestigd aan een hoekpunt van een in bovenaanzicht (fig. 2) driehoekige stuurplaat 85» die in de voor recht-uitrijden geschikte stand symmetrisch is opgesteld ten opzichte van het symmetrievlak 2. De stuurstangen 84 zijn 15 door middel van opwaartse zwenkassen of kogelschamieren met de achterste hoekpunten van de stuurplaat 85 verbonden, terwijl het voorste hoekpunt van de stuurplaat 85» dat in het symmetrievlak 2 is gelegen door middel van een opwaartse zwenkas 86 verzwenkbaar is verbonden met de beide pijpen 3. 20 De hartlijn van de zwenkas 86 is onveranderlijk van plaats ten opzichte van het gestel 1. De stuurplaat 85 is vanuit de cabine 27 door middel van een niet getekende hydraulische cylinder ten opzichte van het gestel 1 om de zwenkas 86 verzwenkbaar, ten gevolge waarvan de beide paren voorwielen 25 35 om de hartlijnen van de fusees 33 verzwenkbaar zijn en wel zodanig dat ten minste één van de paren voorwielen 35 maximaal over ongeveer 90° verzwenkbaar is ten opzichte van de in fig. 2 getekende stand. Gezien in zijaanzicht is de stuurplaat 85 (fig. 1) ongeveer halverwege tussen de 30 draaiingsassen van de voorwielen 35 en de achterwielen 40 gelegen.
De voorzijde van de cabine 27 is gezien in zijaanzicht achter de achterzijde van de aandrijfmotor 14 gelegen, terwijl de achterzijde van de cabine ongeveer ter hoogte .
35 van de voorzijden van de achterwielen 40 is opgesteld. De vloer van de cabine 27 is iets aflopend in achterwaartse richting opgesteld ten opzichte van de bovenzijde van het gestel 1.
De totale werkzame breedte van de aandrijfbare rol .820 4 8 7 5 - 13 - 59 is - zoals in fig· 2 aangeduid - groter dan de afstand tussen de binnenste voorwielen 35 en die tussen de binnenste achterwielen 40; de eindvlakken van het werkzame gedeelte van de aandrijfbare rol 59 kunnen zich tot aan de evenwijdig aan 5 het symmetrievlak 2 opgestelde vlakken uitstrekken, die de hartlijnen van de wieldragers 12 omvatten. De zwenkassen 48 waarom de rol 59 verzwenkbaar is zijn ongeveer midden tussen en evenwijdig aan de draaiingsassen van de voor- en achterwielen gelegen.
10 Aan de onderzijde van de balk 29 zijn op symmetrische wijze ten opzichte van het symmetrievlak 2 aan de onderzijde van de balk 29 twee hydraulische cylinders 87 verzwenkbaar bevestigd om een loodrecht op het symmetrievlak 2 gelegen zwenkas 88. Het onderste uiteinde van de zuigerstang van 15 elke hydraulische cylinder 87 is om een evenwijdig aan de zwenkas 88 gelegen zwenkas 89 verzwenkbaar bevestigd aan de bovenzijde van.de steunbalk 50 van de rol 59· De beide hydraulische cylinders 87 zijn vanuit de cabine 27 bedienbaar.
Tijdens bedrijf worden de aandrijfbare voorwielen 35 20 en de aandrijfbare achterwielen 40 als volgt aangedreven.
De achterste uitgaande as van de aandrijfmotör 14 drijft via de in het samenstel 17 begrepen versnellingsbak 17 (die vanuit de cabine bedienbaar is en zowel een hydrostatische koppelomvoimer als een handgeschakelde tandwielversnellings-bak kan zijn) het in het samenstel 17 opgenomen differentieel aan, dat de in de draagbuizen 23 en 24 gelegen aandrijfassen aandrijft, die ingaande assen van de differentieels 41 vormen. De uitgaande assen 42 drijven via de tussenassen 45 de ingaande assen van de tandwieloverbrenging 32 aan. De tandwiel-30 overbrengingen 32 omvatten conische tandwielen en vormen een haakse overbrenging waarvan de uitgaande as om de hartlijn van de fusees 33 zijn gelegen. Deze uitgaande en neerwaarts gerichte assen drijven via de in de huizen 34 gelegen haakse overbrengingen aan weerszijden van deze huizen 34 gelegen 35 voorwielen 35 aan.
De achterste uitgaande as 43 van de differentieels 41 drijven via de tussenassen 46 de ingaande assen 37 van de tandwieloverbrengingen 36 aan, waarvan de in de buizen 38 gelegen uitgaande assen via de tandwielkasten 39 de aan 8204875 - 14 - weerszijden van deze tandwielkasten gelegen paren achterwielen 40 aandrijven· Op deze wijze wordt een gunstige aandrijving in bochten en tevens een compacte aandrijving om één as met aftakkingen naar voor- en achterwielen verkregen.
5 Ten gevolge van de in het samenstel 17 opgenomen differentieel is het mogelijk dat de aan één zijde van het symmetrie-vlak 2 opgestelde aangedreven voor- en achterwielen gemiddeld een andere omwentelingssnelheid hebben dan die aan de andere zijde van het symmetrievlak, terwijl elk der beide differen-10 tieels 41 bewerkstelligen dat de aangedreven voorwielen 35 een verschillende omwentelingssnelheid kunnen bezitten dan de aan dezelfde zijde van het symmetrievlak gelegen aangedreven achterwielen. Dit laatste is vooral van belang indien het draaipunt van de trekker als geheel ten opzichte 15 van de grond dichter bij de achterwielen dan bij de aan dezelfde zijde van het symmetrievlak gelegen voorwielen is gelegen, hetgeen vooral bij grote stuuruitslagen voorkomt. Hierbij treedt uiteraard ook een verschil in de gemiddelde omwentelingssnelheid van voor- en achterwielen aan één .
20 zijde van het symmetrievlak 2 op ten opzichte van die aan de andere zijde van dit symmetrievlak.
Onder moeilijke terreinomstandigheden treedt veelal het nadeel op dat de voortstuwingskracht die de trekker op de grond kan uitoefenen wordt beperkt door het gedrag van 25 de wielen ten opzichte van de grond. Het deel van het maximaal beschikbaar motorvermogen resp. aandrijfkoppel, dat aan de wielen wordt toegevoerd blijft dan op gedwongen wijze relatief gering, zodat ondanks de hogere beschikbare motor-prestaties geen grotere voortstuwingskracht voor de aange-30 koppelde werktuigen (zoals een ploeg) kan worden verkregen. Door het aanbrengen van de aandrijfbare rol 59 kan worden bereikt dat ten minste een deel van het overige motorvermogen dat aan één of meer aftakassen ter beschikking staat, een toegevoegde voortstuwingskracht kan bewerkstelligen doordat 35 de uitsteeksels 54 van de rol 59 diep in de grond kunnen grijpen en op deze wijze een aanzienlijke voortstuwingskracht op de trekleer en op eraan gekoppelde werktuigen kunnen uitoefenen, die toegevoegd wordt aan het aandrijfkoppel van de (slippende) wielen. Omdat gebruik wordt gemaakt van het 8204875 - 15 - aftakasvermogen van de trekker, is de gewenste voortstuwings-kracht niet of minder afhankelijk van de bodemomstandigheden dan die welke via de wielen kan worden uitgeoefend. De aandrijf bare rol 59 wordt door middel van snel losneembare 5 middelen, zoals de gemakkelijk uitneembare zwenkassen 48, aan het gestel gekoppeld en tevens door middel van de snel uitneembare zwenkassen 89 aan de zuigerstangen van de hydraulische cylinders 87· De ingaande as 56 van de tandwieloverbrenging 55 wordt door middel van de tussenas 81 gekoppeld 10 met de uitgaande as 19 die aandrijf baar is met een omwente- * lingssnelheid die evenredig is met die van de wielen 35 en 40. De overbrengingsverhouding van de tandwieloverbrenging 55 is zodanig dat de werkzame omtrekssnelheid van de rol 59 gelijk is aan die van de wielen 35 en 40 (indien juist geen 15 slip zou optreden ) of iets groter. De bestuurder kan vanuit de cabine 27 door middel van bediening van de hydraulische cylinders 87 de rol 59 in de grond drukken waarbij de rol om de zwenkassen 48 neerwaarts zwenkt of indien rolaandrijving niet vereist is, de rol in een niet-werkzame stand boven de 2Ó grond heffen·
De voorste aftakas 75 en de achterste aftakas 77 zijn met een omwentelingssnelheid aandrijf baar die evenredig is met het motortoerental en dienen voor het aandrijven van aan een voorste hefinrichting resp. aan de achterste hefin-25 richting 65 bevestigde werktuigen. De voorste aftakas 74 en de achterste aftakas 79 die evenredig met de rijsnelheid aan-1 drijfbaar zijn, kunnen aan de voorste driepuntshefinrichting, resp. aan de achterste driepuntshefinrichting 65 gekoppelde voortstuwingsinrichtin^a aandrijven die vergelijkbaar zijn 30 met de rol 59» maar die bijvoorbeeld uitgevoerd kunnen zijn in de vom van een grondfrees. Op deze wijze is het mogelijk om het aan de aftakassen beschikbare vermogen te benutten . voor het verkrijgen van een nog grotere toegevoegde voort- stuwingskracht dan die van de rol 59 alleen.
35 Tijdens bedrijf kunnen de vier achterwielen 40 als geheel, samen met de dwarsbalk 10, om de hartlijn van de buis 6 verzwenken ten opzichte van de pijpen of buizen 3 die het overige deel van de trekker inclusief de voorwielen 35, afsteunen. Hierdoor wordt bereikt dat op oneffen terrein alle 8204875 - 16 - wielen steeds een gelijkmatige gronddruk bezitten.
De gewichtsverdeling van de trekker is zodanig dat ongeveer 2/3 van het trekkergewicht op de voorwielen en 1/3 ervan op de achterwielen rust. Doordat de trekker acht wie-5 len bezit die bij voorkeur voorzien zijn van lagedrukbanden die een breed aanlegvlak op de grond bezitten, wordt het trekkergewicht over een groot oppervlak verdeeld, zodat de gronddruk onder de wielen relatief gering is, zodat verslechtering van de bodemstructuur grotendeels wordt voor-10 komen. Indien het rijden met acht wielen niet vereist is, kunnen de buitenste voorwielen 35 en de binnenste voorwielen 40 of de binnenste voorwielen 35 en de buitenste achterwielen 40 worden afgenomen, zodat - gezien in de rijrichting - de overgebleven wielen niet in het zelfde wielspoor lopen ter 15 vermindering van bederf van grondstructuur per wielspoor.
Gezien in vooraanzicht beslaat de breedte van de cabine 27 ongeveer de afstand tussen de buitenvlakken van de binnenste voorwielen. De vloer van de cabine is geheel vlak en is hoger gelegen dan de bovenkant van de achterwielen en 20 ligt althans ten dele boven de bovenzijde van het huis van het samenstel 17 van de versnellingsbak en differentieel.
Het uitvoeringsvoorbeeld volgens fig. 5 toont in principe dezelfde opbouw van de trekker. De voor- en achterwielen bezitten een diameter van ongeveer 100 cm. De in zij-25 aanzicht stompe hoek tussen de wieldragers 12 en de buizen 3 en 6 is in dit uitvoeringsvoorbeeld groter dan in het vorige uitvoeringsvoorbeeld, zodat van een afzonderlijke tandwieloverbrenging 36 tussen de tussenassen 46 en de tandwielkasten 39 kan worden af gezien en worden vervangen door de 30 achterste universele koppeling van deze tussenassen.
-Conclusies- 8204875

Claims (48)

1. Trekker of dergelijk voertuig bestemd voor landbouwdoeleinden met voor- en achterwielen met het kenmerk, dat - gezien in zijaanzicht - tussen een voorwielas en een achteras zowel aan de linkerzijde als aan de rechterzijde 5 van de trekker een differentieelaandrijving is aangebracht.
2. Trekker volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat elk der beide differentieelaandrijvingen aan een einde van een aandrijfbare, dwars op de rijrichting van de trekker gelegen as is aangebracht.
3. Trekker volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat vanuit elk der differentieelaandrijvingen ten minste één voorwiel en ten minste één achterwiel van de trekker aandrijfbaar zijn, die nabij één zijde van de trekker zijn gelegen.
4. Trekker volgens conclusie 3» met het kenmerk, dat het voorwiel én het achterwiel door middel van een van universele koppelingen voorziene tussenas vanuit de differentieelaandrijving aandrijfbaar zijn.
5. Trekker volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat 20 de tussenas telescopisch uitschuifbaar is uitgevoerd.
6. Trekker volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat beide differentieelaandrijvingen vanuit een derde differentieelaandrijving aandrijfbaar zijn.
7. Trekker volgens een der voorgaande conclusies, 25 met het kenmerk, dat aan de dwars op de rijrichting gelegen as ten minste drie differentieelaandrijvingen zijn aangebracht.
8. Trekker of dergelijk voertuig bestemd voor landbouwdoeleinden met voor- en achterwielen, met het kenmerk, dat aan de dwars op de rijrichting gelegen as ten minste drie 30 differentieelaandrijvingen zijn aangebracht.
9. Trekker volgens conclusie 7 of 8, met het kenmerk, dat de dwars op de rijrichting gelegen as tussen de draaiings-assen van de v<5<5r- en achterwielen is gelegen.
10. Trekker volgens een der conclusies 2-9, met 35 het kenmerk, dat de dwars op de rijrichting gelegen as ten opzichte van het trekkergestel een onveranderlijke stand bezit. 8204875 - 18 -
11. Trekker volgens een der conclusies 2-10, met het kenmerk, dat de dwars op de rijrichting gelegen as met een omwentelingssnelheid aandrijfbaar is die evenredig is met de rijsnelheid.
12. Trekker volgens een der conclusies 4 - 11, met het kenmerk, dat de tussenassen zich althans in bovenaanzicht ongeveer evenwijdig aan de rijrichting uitstrekken.
13. Trekker volgens een der conclusies 4-12, met het kenmerk, dat voor de aandrijving van voor- en achter- 10 wielen vier tussenassen zijn aangebracht.
14. Trekker volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de achterwielen ten opzichte van een aan de aandrijfmotor gekoppelde versnellingsbak om een in de rijrichting gelegen as verzwenkbaar zijn.
15. Trekker volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat een aan de aandrijfmotor van de trekker gekoppelde versnellingsbak een traploos verstelbare koppel-omvormer omvat.
16. Trekker volgens een der conclusies 1 - 14, met 20 het kenmerk, dat een aan de aandrijfmotor van de trekker gekoppelde versnellingsbak een trapgewijs instelbare koppel-omvormer omvat.
. 17. Trekker volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het huis van de versnellingsbak één 25 differentieelaandrijving omvat door middel waarvan zowel een voorwiel als een achterwiel aandrijfbaar is.
18. Trekker volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de voor de versnellingsbak gelegen aan-drijfmotor van de trekker gezien in zijaanzicht in hoofdzaak 30 boven de voorwielen is opgesteld.
19. Trekker volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat, gezien in zijaanzicht, tussen een voorwiel en een achterwiel een aandrijfbare en op de grond af-steunbare rol is aangebracht.
20. Trekker of dergelijk voertuig bestemd voor land bouwdoeleinden met voor- en achterwielen, met het kenmerk, dat, gezien in zijaanzicht, tussen een voorwiel en een achterwiel een aandrijfbare en op de grond af steunbare rol is aangebracht. 8204875 Λ - 19 -
21. Trekker volgens conclusie 19 of 20, met het kenmerk, dat de rol voorzien is van puntige uitsteeksels die bestemd zijn om in de grond te worden gedrukt.
22. Trekker volgens een der conclusies 19-21, met 5 het kenmerk, dat de rol om een dwars op de rijrichting gelegen as aandrijfbaar is.
23. Trekker volgens een der conclusies 19 - 22, met het kenmerk, dat de rol hydraulisch ten opzichte van het overige deel van de trekker op en neer beweegbaar is.
24. Trekker volgens een der conclusies 19 - 23, met het kenmerk, dat de rol met behulp van een snelsluiting, zoals een pen, van het overige deel van de trekker afneembaar en bevestigbaar is.
25. Trekker volgens conclusie 23 of 24, met het ken-15 merk, dat de rol door middel van een snelsluiting, zoals een pen, van een hydraulische cylinder losneembaar en bevestigbaar is.
26. Trekker volgens een der conclusies 19 - 25, met het kenmerk, dat de werkzame breedte van de rol groter is 20 dan de afstand tussen de het dichtst bij elkaar gelegen, aan weerszijden van een verticaal langs symmetrie vlak van de trekker opgestelde achterwielen.
27. Trekker volgens een der conclusies 19 - 26, met het kenmerk, dat de rol onder het trekkergestel en nabij de 25 achterwielen is opgesteld.
28. Trekker volgens een der conclusies 19 - 27» met het kenmerk, dat de rol, gezien in zijaanzicht, om een ongeveer in het midden van de trekker gelegen zwenkas scharnier-baar is.
29. Trekker volgens een der conclusies 19 - 28, met het kenmerk, dat de rol aandrijfbaar is door middel van een aftakas van de trekker die aandrijfbaar is met een omwente-lingssnelheid welke evenredig is met de rijsnelheid.
30. Trekker volgens een der voorgaande conclusies, 35 met het kenmerk, dat de diameter van een voorwiel en van een achterwiel ongeveer 100 cm. bedraagt en op de voorwielen ongeveer 2/3 van het trekk erge wicht 'rust.
31. Trekker of dergelijk voertuig bestemd voor landbouwdoeleindenmet voor- en achterwielen, met het kenmerk, 8204875 - 20 - dat de diameter van een voorwiel en van een achterwiel ongeveer 100 cm. bedraagt en op de voorwielen ongeveer 2/3 van het trekkergewicht rust.
32. Trekker volgens een der voorgaande conclusies, 5 met het kenmerk, dat de trekker vier voorwielen en vier achterwielen bezit.
33· Trekker volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de breedte van een wiel ongeveer 40 cm. bedraagt. 10
34* Trekker volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat alle wielen aandrijfbaar zijn.
35* Trekker volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de trekker bestuurbare wielen bezit, die in ten minste één richting over nagenoeg 90° verdraai-15 baar zijn.
36. Trekker volgens conclusie 35» met het kenmerk, dat de bestuurbare wielen verdraaibaar zijn door middel van een stuurplaat die in zijaanzicht achter de bestuurbare wielen is gelegen. 20
37· Trekker volgens conclusie 36, met het kenmerk, dat de stuurplaat met elk der bestuurbare wielen door middel van een ongeveer in de rijrichting gelegen stuurstang is verbonden.
38. Trekker volgens een der voorgaande conclusies, 25 met het kenmerk, dat de trekker van een bestuurderscabine is voorzien waarvan de vloer vlak is uitgevoerd en hoger dan de bovenzijde van de achterwielen en tevens boven een versnellingsbak van de trekker is aangebracht.
39. Trekker of dergelijk voertuig bestemd voor land-30 bouwdoeleinden met voor- en achterwielen, met het kenmerk, dat de trekker van een bestuurderscabine is voorzien waarvan de vloer vlak is uitgevoerd en hoger dan de bovenzijde van de achterwielen en tevens boven een versnellingsbak van de trekker is aangebracht.
40. Trekker volgens conclusie 38 of 39, met het ken merk, dat de cabinevloer in achterwaartse richting enigszins neerwaarts helt.
41· Trekker volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat, gezien in bovenaanzicht, langs althans ' 8204875 - 21 - één zijde van de cabine een zijplaat is aangebracht die als traptrede en als spatbord dient.
42. Trekker volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de trekker vier wielen omvat die een 5 spoorbreedte van ongeveer 250 cm. en vier andere wielen die een spoorbreedte van ongeveer 150 cm. bewerkstelligen.
43. Trekker of dergelijk voertuig bestemd voor landbouwdoeleinden met voor- en achterwielen, met het kenmerk, dat de trekker vier wielen omvat die een spoorbreedte van 10 ongeveer 250 cm. en vier andere wielen die een spoorbreedte van ongeveer 150 cm. bewerkstelligen.
44. Trekker volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de trekker ten minste één evenredig met de rijsnelheid aandrijfbare aftakas en ten minste één even- 15 redig met het motortoerental aandrijfbare aftakas omvat.
45. Trekker volgens conclusie 44, met het kenmerk, dat de aftakassen zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde van de trekker zijn aangebracht.
46. Trekker volgens een der voorgaande conclusies, 20 met het kenmerk, dat de trekker aan zijn achterzijde van een hefinrichting en aan zijn voorzijde van een aanbouwmogelijk-heid voor werktuigen is voorzien.
47. Trekker volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk , dat de trekker een driepuntshefinrichting 25 bezit, waarvan de topstang een hydraulische cylinder omvat.
48. Trekker volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk,dat het vermogen van de aandrijfmotor van de trekker ongeveer 60kW bedraagt. -o-o-o-o-o-o- 8204875
NL8204875A 1982-12-17 1982-12-17 Trekker voor landbouwdoeleinden. NL8204875A (nl)

Priority Applications (5)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8204875A NL8204875A (nl) 1982-12-17 1982-12-17 Trekker voor landbouwdoeleinden.
GB08332885A GB2132145B (en) 1982-12-17 1983-12-09 Motor vehicles such as tractors
DE19833345317 DE3345317A1 (de) 1982-12-17 1983-12-15 Schlepper fuer landwirtschaftliche zwecke
FR8320110A FR2537938B1 (fr) 1982-12-17 1983-12-15 Tracteur agricole
IT24229/83A IT1168742B (it) 1982-12-17 1983-12-16 Autoveicolo tipo trattore, particolarmente per agricoltura

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8204875A NL8204875A (nl) 1982-12-17 1982-12-17 Trekker voor landbouwdoeleinden.
NL8204875 1982-12-17

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8204875A true NL8204875A (nl) 1984-07-16

Family

ID=19840759

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8204875A NL8204875A (nl) 1982-12-17 1982-12-17 Trekker voor landbouwdoeleinden.

Country Status (5)

Country Link
DE (1) DE3345317A1 (nl)
FR (1) FR2537938B1 (nl)
GB (1) GB2132145B (nl)
IT (1) IT1168742B (nl)
NL (1) NL8204875A (nl)

Families Citing this family (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4804060A (en) * 1986-11-04 1989-02-14 Kubota Limited Frame type tractor
CN108422855A (zh) * 2018-05-04 2018-08-21 吉林大学 一种可原地转向的抢险救援车传动系统

Family Cites Families (10)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR751714A (fr) * 1933-03-01 1933-09-08 Perfectionnement aux tracteurs et autres véhicules destinés à circuler sur terrain varié
GB539253A (en) * 1940-05-13 1941-09-02 William Martin Blagden Major Improvements in or relating to transmission mechanism for motor vehicles
GB656586A (en) * 1948-09-24 1951-08-29 Nat Res Dev Improvements in and relating to transmission mechanism for vehicles
GB788800A (en) * 1955-03-10 1958-01-08 Nicholas Peter Sorrel Straussl Improvements in and relating to motor vehicles or tractors
GB880134A (en) * 1959-02-06 1961-10-18 V E B Getriebewerk Leipzig Improvements in four-axle drives for vehicles
FR1369554A (fr) * 1963-07-05 1964-08-14 Benoto Sa Dispositif d'adhérence au sol pour le déplacement sur terrains variés d'un véhicule monté sur pneumatiques et véhicule en comportant application
GB1060660A (en) * 1963-11-26 1967-03-08 Rolls Royce Improvements relating to motor vehicles
US3711116A (en) * 1971-07-27 1973-01-16 E Campbell Anti-skid attachment for automobiles
NL7408500A (nl) * 1974-06-25 1975-12-30 Lely Nv C Van Der Trekker.
FR2443367A1 (fr) * 1978-12-05 1980-07-04 Pelsy Gilles Engin muni d'une roue dentee de traction

Also Published As

Publication number Publication date
GB2132145A (en) 1984-07-04
GB8332885D0 (en) 1984-01-18
DE3345317A1 (de) 1984-06-20
IT1168742B (it) 1987-05-20
FR2537938B1 (fr) 1988-05-20
GB2132145B (en) 1986-10-15
FR2537938A1 (fr) 1984-06-22
IT8324229A0 (it) 1983-12-16

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8300453A (nl) Trekker of dergelijk voertuig.
US4363374A (en) Tractor
NL1003572C2 (nl) Landbouwkundig arbeidswerktuig, in het bijzonder een veelwiel-hooischudder.
US4585084A (en) Agricultural tractor
US4754826A (en) Tractor for agricultural purposes
NL8300732A (nl) Trekker, in het bijzonder een trekker voor landbouwdoeleinden.
NL8204875A (nl) Trekker voor landbouwdoeleinden.
GB2128150A (en) Agricultural tractor
US1614333A (en) Tractor-propelled lawn mower
US4296826A (en) Vehicle having bogie mounted wheels
NL8203923A (nl) Trekker of dergelijk aandrijfbaar voertuig.
NL8500758A (nl) Trekker.
US6076620A (en) Agricultural machine
US3778987A (en) Windrow rake opening device and one wheel tractor
NL8203381A (nl) Trekker.
JP2557947B2 (ja) 干し草収草機
US3672459A (en) Single wheel, self-propelling attachment
NL8204359A (nl) Trekker, in het bijzonder voor landbouwdoeleinden.
NL8204564A (nl) Trekker of dergelijk voertuig.
US3576227A (en) Attachment device for an agricultural machine
NL8203382A (nl) Trekker.
GB2128147A (en) Agricultural tractor
NL8403484A (nl) Trekker.
NL8300454A (nl) Trekker of dergelijk voertuig.
SU1160976A1 (ru) Агрегат полумеханизированной уборки табака

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BV The patent application has lapsed