NL2011058C2 - Systeem voor het opslaan van producthouders. - Google Patents
Systeem voor het opslaan van producthouders. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2011058C2 NL2011058C2 NL2011058A NL2011058A NL2011058C2 NL 2011058 C2 NL2011058 C2 NL 2011058C2 NL 2011058 A NL2011058 A NL 2011058A NL 2011058 A NL2011058 A NL 2011058A NL 2011058 C2 NL2011058 C2 NL 2011058C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- longitudinal
- transverse
- wheels
- running
- guide
- Prior art date
Links
- 238000005096 rolling process Methods 0.000 description 4
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 3
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 2
- 230000035939 shock Effects 0.000 description 2
- 230000001133 acceleration Effects 0.000 description 1
- 238000013459 approach Methods 0.000 description 1
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 description 1
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 1
- 238000000034 method Methods 0.000 description 1
- 230000000284 resting effect Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G1/00—Storing articles, individually or in orderly arrangement, in warehouses or magazines
- B65G1/02—Storage devices
- B65G1/04—Storage devices mechanical
- B65G1/0492—Storage devices mechanical with cars adapted to travel in storage aisles
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Warehouses Or Storage Devices (AREA)
Description
Korte aanduiding: Systeem voor het opslaan van producthouders Beschrijving :
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een systeem voor het opslaan van producthouders, omvattende ten minste één laag met een aantal zich evenwijdig aan elkaar uitstrekkende rijen waarbij iedere rij een aantal naast elkaar gelegen opslagposities voor producthouders omvat, een geleidingssysteem omvattende horizontale zich tussen naburige rijen in langsrichting uitstrekkende langsgeleidingen en horizontale zich in dwarsrichting dwars op de langsgeleidingen uitstrekkende dwarsgeleidingen alsmede kruispunten op posities waar ten minste één langsgeleiding en ten minste één dwarsgeleiding op elkaar aansluiten, de langsgeleidingen omvattende paren van evenwijdige langsgeleidingsorganen ieder met een langsloopvlak en de dwarsgeleidingen omvattende paren van evenwijdige dwarsgeleidingsorganen met ieder een dwarsloopvlak waarbij de langsloopvlakken zijn gelegen op een eerste niveau en de dwarsloopvlakken zijn gelegen op een tweede niveau, het systeem verder omvattende wagens die zich kunnen verplaatsen langs het geleidingssysteem, de wagens ieder omvattende een gestel, langsloopwielen die in bedrijf tijdens verplaatsing in langsrichting rollen over de langsloopvlakken, dwars op de langsloopwielen georiënteerde dwarsloopwielen die in bedrijf tijdens verplaatsing in dwarsrichting rollen over de dwarsloopvlakken, aandrijfmiddelen voor het roterend kunnen aandrijven van ten minste een deel van de langsloopwielen en van ten minste een deel van de dwarsloopwielen, hoogtemiddelen voor het in hoogte ten opzichte van elkaar heen en weer kunnen verplaatsen van de langsloopwielen en de dwarsloopwielen, en uitwisselmiddelen voor het overdragen van een producthouder aan een opslagpositie en het overnemen van een producthouder van een opslagpositie.
Een dergelijk systeem wordt omschreven in de Amerikaanse publicatie US 5370492. In een dergelijk systeem kunnen wagens zich via een dwarsgeleiding van de ene langsgeleiding naar een andere langsgeleiding binnen een laag van rijen verplaatsen zodat iedere wagen efficiënt inzetbaar is om producthouders uit te wisselen met opslagposities, ongeacht van welke rij een betreffende opslagpositie deel uitmaakt. Noodzakelijkerwijs is er sprake van kruispunten, oftewel kruisingen dan wel T-splitsingen tussen de langsgeleidingen en de dwarsgeleidingen waar een wagen haaks kan wisselen van verplaatsingsrichting zonder dat daarbij de oriëntatie van de wagen wijzigt. Hiertoe is iedere wagen zowel van langsloopwielen als van dwarsloopwielen voorzien. De hoogtemiddelen stellen de wagen in staat om hetzij de langsloopwielen in contact te laten komen met de langsgeleidingen waarbij de dwarsloopwielen los zijn van de dwarsgeleidingen hetzij de dwarsloopwielen in contact te laten komen met de dwarsgeleidingen waarbij de langsloopwielen los zin van de langsgeleidingen. Bij het systeem volgens US 5370492 worden de langsgeleidingsorganen gevormd door liggende U-vormige profielen waarbij de open zijden van de U-vorm van de respectievelijk tot een paar behorende langsgeleidingsorganen naar elkaar toe zijn gericht. Het langsloopvlak wordt gevormd door de onderste liggende poot van de U-vorm. Ter plaatse van de kruispunten is er sprake van onderbrekingen in de langsloopvlakken en in de dwarsloopvlakken. Om die reden is iedere wagen voorzien van vier extra (dus in totaal acht) langsloopwielen en vier extra (dus in totaal acht) dwarsloopwielen zodat rollend contact met een langsloopvlak dan wel dwarsloopvlak, ook ter plaatse van de kruispunten, kan worden gegarandeerd. Los van het feit dat de wagens hierdoor complexer en daardoor duurder worden, brengen de genoemde onderbrekingen in de langsloopvlakken en in de dwarsloopvlakken ook het nadeel met zich mee dat het passeren door een wagen van een kruispunt, ondanks de toepassing van acht loopwielen voor de betreffende richting, altijd enigszins schoksgewijs gebeurd. Hierdoor ontstaan trillingen in de wagen waardoor het risico toeneemt dat een producthouder van de wagen valt. Verder zorgen de trillingen voor onwenselijk geluid en extra mechanische belasting op en daardoor slijtage van de wagens. Binnen het kader van het continue streven om een systeem volgens de aanhef efficiënter toe te kunnen passen is er een voortdurende wens dat wagens zich sneller verplaatsen waardoor bovengenoemde problematiek toeneemt.
De onderhavige uitvinding beoogt nu een oplossing of althans verbetering te bieden ten aanzien van bovengenoemde problematiek. Hiertoe wijkt het eerste niveau van de langsloopvlakken af van het tweede niveau van de dwarsloopvlakken. Dit houdt in dat één van de langsloopvlakken en de dwarsloopvlakken lager is gelegen dan de ander van de langsloopvlakken en de dwarsloopvlakken. Door de uitvinding komt de noodzaak te vervallen dat de loopvlakken van het laagste niveau van het eerste niveau en het tweede niveau ter plaatse van kruispunten wordt onderbroken. Dit biedt het voordeel dat bij verplaatsing van een wagen in de betreffende richting er geen schokken zullen optreden als de wagen een kruispunt passeert, met als belangrijke voordelen verminderde mechanische belasting en slijtage van de wagen en minder geluid, maar bovendien dat de wagen niet hoeft te worden uitgevoerd met extra loopwielen voor de betreffende richting.
Bij voorkeur zijn de hoogste van de langsloopvlakken en van de dwarsloopvlakken ter plaatse van kruispunten onderbroken en de laagste van de langsloopvlakken en van de dwarsloopvlakken ter plaatse van kruispunten ononderbroken.
Indien het eerste niveau hoger is dan het tweede niveau, brengt dit het voordeel met zich mee dat de dwarsloopvlakken zich goed lenen om onderbroken te worden uitgevoerd. Aangezien de dwarsgeleidingen bij systemen volgens de onderhavige uitvinding in de regel verhoudingsgewijs meer kruispunten omvatten dan langsgeleidingen, komen de voordelen van de onderhavige uitvinding dan met name tot uitdrukking.
Voordeligerwijze is de diameter van dwarsloopwielen groter is dan de diameter van de langsloopwielen.
Om een onderbreking in de langsloopvlakken met een zo klein mogelijke schok te kunnen passeren in kan het voordelig zijn indien iedere wagen per langsloopwiel een verder langsloopwiel omvat die in hetzelfde spoor is gelegen van het bijbehorend langsloopwiel en die in bedrijf rolt over de langsloopvlakken in ieder geval wanneer het bijbehorende langsloopwiel een onderbreking in het dwarsloopvlak passeert.
De diameter van het verdere langsloopwiel is bij voorkeur kleiner dan de diameter van het bijbehorende langsloopwiel.
Een constructief voordelige uitvoeringsvorm wordt verkregen indien de langsloopwielen op een vaste positie roteerbaar zijn verbonden met het gestel, terwijl de dwarsloopwielen roteerbaar zijn verbonden met ten minste één subgestel dat met behulp van de hoogtemiddelen op en neer kan worden bewogen ten opzichte van het gestel.
Om te waarborgen dat wagens zich in de juiste richting verplaatsen en bijvoorbeeld niet zijwaarts van loopvlakken af rollen omvatten de langsgeleidingsorganen ieder ten minste één langsgeleidingsvlak en de dwarsgeleidingsorganen ieder ten minste één dwarsgeleidingsvlak, waarbij iedere wagen ten minste één geleidewiel omvat dat bij verplaatsing van de wagen in de langsrichting in geleidende samenwerking is met het ten minste ene langsgeleidingsvlak en/of dat bij verplaatsing van de wagen in de dwarsrichting in geleidende samenwerking is met het ten minste dwarsgeleidingsvlak.
Indien het ten minste ene langsgeleidingsvlak en/of het ten minste ene dwarsgeleidingsvlak zich uitstrekt/uitstrekken tussen het eerste niveau en het tweede niveau kunnen de langsgeleidingsorganen en/of de dwarsgeleidingsorganen compact, met geringe inbouwhoogte worden uitgevoerd.
Een wagen hoeft slechts te zijn voorzien van een beperkt aantal geleidewielen indien alle geleidewielen van iedere wagen uitsluitend op hoeken van de wagen zijn voorzien en geleidend samen kunnen werken met zowel de langsgeleidingsvlakken als de dwarsgeleidingsvlakken.
Volgens een gunstige uitvoeringsvorm is iedere wagen voorzien van niet meer en niet minder dan drie geleidewielen.
De uitvinding is met name voordelig toepasbaar bij een systeem dat een aantal lagen omvat waarbij de opslagposities deel uitmaken van stellages die ieder zijn voorzien van naast en boven elkaar gelegen opslagposities.
De wagen kan relatief eenvoudig worden uitgevoerd indien de aandrijfmiddelen zijn ingericht voor het gelijktijdig aandrijven van de aandrijfbare langsloopwielen en van de aandrijfbare dwarsloopwielen. Dit houdt in dat in bedrijf loopwielen, voor zover het aangedreven loopwielen betreffen, die niet in rollend contact zijn met een onderliggen loopvlak toch bij verplaatsing van de wagen roteren.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt daarbij verkregen indien de aandrijfmiddelen een enkele elektromotor omvatten voor het zowel aandrijven van de aandrijfbare langsloopwielen als van de aandrijfbare dwarsloopwielen. Er hoeft dan dus geen sprake te zijn van een schakelbare overbrenging tussen de elektromotor enerzijds en de langsloopwielen en dwarsloopwielen anderzijds.
Een verdere vereenvoudigde uitvoeringsvorm van een wagen kan worden verkregen indien de aandrijfmiddelen een enkele elektromotor omvatten die is ingericht voor zowel het aandrijven van aandrijfbare langsloopwielen en/of aandrijfbare dwarsloopwielen als voor het aandrijven van de hoogtemiddelen en/of indien de aandrijfmiddelen een enkele elektromotor omvatten die is ingericht voor zowel het aandrijven van aandrijfbare langsloopwielen en/of aandrijfbare dwarsloopwielen als voor het aandrijven van de uitwisselmiddelen.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een combinatie van een geleidingssysteem en ten minste één wagen voor toepassing in een systeem volgens de uitvinding zoals voorgaand omschreven.
De uitvinding zal navolgend nader worden toegelicht aan de hand van de omschrijving van een niet beperkend te interpreteren mogelijke uitvoeringsvorm van een systeem volgens de uitvinding onder verwijzing naar de navolgende figuren :
Figuur 1 toont in isometrisch bovenaanzicht een deel van een systeem volgens de uitvinding;
Figuur 2 toont in isometrisch bovenaanzicht een wagen deel uitmakend van een systeem volgens figuur 1;
Figuur 3 toont in isometrisch onderaanzicht de wagen volgens figuur 2;
Figuur 4 toont in isometrisch aanzicht schematisch een wagen op een kruispunt waarbij de wagen is ingesteld om zich in langsrichting te verplaatsen; en
Figuur 5 toont in isometrisch aanzicht schematisch de wagen op het kruispunt volgens figuur 4 maar dan ingesteld om zich in dwarsrichting te verplaatsen.
Het opslagsysteem 1 volgens figuur 1 omvat een stelsel van stellingen met staanders 2 en langsliggers 3a, 3b. De stellingen omvatten opslagposities 4 die in evenwijdige rijen zijn voorzien. Iedere opslagpositie omvat twee draagelementen 5a, 5b die zijn opgehangen tussen twee langsliggers 3a, 3b die op hun beurt weer zijn opgehangen tussen twee staanders 2. De draagelementen 5a, 5b zijn ingericht voor ondersteuning van een producthouder, bijvoorbeeld een productbak waarin identieke producten zijn opgeslagen.
Ten behoeve van de duidelijkheid is in figuur 1 slechts een deel van het opslagsysteem 1 weergegeven. Zo omvat het opslagsysteem feitelijk een aantal boven elkaar gelegen lagen, ieder met rijen van opslagposities 4 en is slechts een beperkt aantal rijen weergegeven. De rijen van opslagposities 4 zijn paarsgewijs voorzien waarbij er tussen de rijen van een paar sprake is van een langsgang 6 waarbinnen een nog nader te bespreken wagen 7 verplaatsbaar is. Hiertoe zijn tussen de twee rijen behorende bij een paar, langsgeleidingen met langsgeleidingsorganen 8a en 8b voorzien die zijn geïntegreerd in langsliggers 3a.
Aan de hand van de figuren 4 en 5 zullen de langsgeleidingsorganen 8a en 8b nog nader worden toegelicht.
Dwars op de langsgeleidingsorganen 8a, 8b strekken zich op iedere laag dwarsgeleidingen met paren van dwarsgeleidingsorganen 9a, 9b uit die op elkaar aansluiten ter plaatse kruispunten, zoals kruising 10. Ter plaatse van de dwarsgeleidingsorganen 9a, 9b zijn de rijen van opslagposities 4 onderbroken. De dwarsgeleidingsorganen 9a, 9b zijn opgehangen aan staanders 2.
Wagen 7 kan zich langs de langsgeleidingen 8a, 8b en de dwarsgeleidingen 9a, 9b verplaatsen. Systeem 1 omvat een aantal van dergelijke wagens 7. De wagens 7 kunnen met niet nader getoonde liften tussen de verschillende lagen worden getransporteerd. Dergelijke liften zijn bij voorkeur gepositioneerd aan het eind van de langsgeleidingen of de dwarsgeleidingen.
Figuren 2 en 3 tonen een wagen 7. De wagens 7 zijn voorzien van een basisgestel 15 en onder andere uitwisselmiddelen. De uitwisselmiddelen omvatten twee parallelle armen met aandrijfbare eindloze transportriemen 19. De armen zijn heen en weer in dwarsrichting, meer specifiek vanuit een gang 6 in de richting van een opslagpositie 4 en terug, beweegbaar ten opzichte van het gestel. Tijdens de heen gaande beweging maken de armen ook een opwaartse beweging waardoor een producthouder in een opslagpositie kan worden opgenomen.
De wagen 7 heeft voor verplaatsing in de langsrichting vier aangedreven langsloopwielen 21 en vier niet-aangedreven langsloopwielen 22, alsmede voor verplaatsing in de dwarsrichting vier dwars op de langsloopwielen 21, 22 georiënteerde aangedreven dwarsloopwielen 23 (zie ook figuren 4 en 5). De aangedreven langsloopwielen 21 hebben een grotere diameter dan de niet-aangedreven langsloopwielen 22. De diameter van de dwarsloopwielen 23 is weer groter dan die van de aangedreven langsloopwielen 21. De aangedreven wielen 21 en 23 worden in bedrijf allen gelijktijdig aangedreven door één elektromotor waarvan de wagen 7 is voorzien. De rotatie-assen van de loopwielen 21-23 zijn horizontaal georiënteerd. Verder omvat wagen 7 drie niet-aangedreven geleidewielen 24 op, in bovenaanzicht gezien, drie van de vier hoekpunten van wagen 7. De geleidewielen 24 hebben verticale rotatie-assen.
De langsloopwielen 21 en 22, net als de drie geleidewielen 24, zijn vast roteerbaar gelagerd in het basisgestel 15 van de wagen 7. De dwarsloopwielen 23 zijn roteerbaar gelagerd ten opzichte van één van twee subgestellen 32a en 32b die aan tegen over elkaar gelegen zijden van wagen 7 zijn voorzien. Alleen subgestel 32a is zichtbaar in de figuren. De subgestellen 32a, 32b zijn met behulp van schuifgeleidingen rechtlijnig heen en weer verticaal verplaatsbaar ten opzichte van het basisgestel 15. Hiertoe is wagen 7 onder afdekkappen 16, 17 voorzien van twee elektromotoren. Het bereik van de verplaatsing is dusdanig dat de onderzijde van de dwarsloopwielen 23 in een onderste stand van de subgestellen 32a, 32b onder de onderzijde van de langsloopwielen 21, 22 is gelegen en in een bovenste stand boven de onderzijde van de langsloopwielen 21, 22 is gelegen.
Onder verwijzing naar de figuren 4 en 5, die betrekking hebben op de omgeving van kruising 10, hebben langsgeleidingsorganen 8a, 8b een U-vormige dwarsdoorsnede met de open zijde van de U-vorm naar boven gericht en met twee staande poten 42, 43. Aan het bovenste uiteinde van de staande poot 42 van de U-vorm van een langsgeleidingsorgaan 8a, 8b die is gelegen aan de zijde van het bijbehorende langsgeleidingsorgaan 8b, 8a is de U-vorm uitgebreid met een liggend vlak dat als langsloopvlak 41 fungeert voor de langsloopwielen 21, 22 tijdens verplaatsing van de wagen 7 in langsrichting. Dan fungeren de staande poten 42, 43 als langsgeleidingsvlakken voor de geleidewielen 24.
Dwarsgeleidingsorganen 9a, 9b hebben dezelfde U-vormige dwarsdoorsnede als langsgeleidingsorganen 8a, 8b maar deze U-vorm is niet uitgebreid met een liggend vlak als langsloopvlak 41. De U-vorm van de dwarsgeleidingen strekt zich op hetzelfde verticale niveau uit als de U-vorm van de langsgeleidingen en heeft twee staande poten 45, 46 die worden verbonden door liggend lijfvlak 47. Het lijfvlak 47 fungeert als dwarsloopvlak voor de dwarsloopwielen 23 terwijl de staande poten dienst doen als dwarsgeleidingsvlakken voor de geleidewielen 24. Dwarsloopvlakken 47 zijn lager gelegen dan langsloopvlakken 41. Het verschil komt overeen met de hoogte van de geleidingsvlakken 42, 43, 45, 46. Deze hoogte is ten minste 10 mm, bijvoorbeeld 18 mm. Zoals zichtbaar in figuren 4 en 5 zijn de dwarsloopvlakken 47 ononderbroken ter plaatse van kruising 10, terwijl de langsloopvlakken 41, daar waar een langsgeleidingsorgaan 8a, 8b en een dwarsgeleidingsorgaan 9a, 9b elkaar kruisen, juist zijn onderbroken.
De afstand tussen ieder van de niet-aangedreven langsloopwielen 22 en een bijbehorend (dichtst bij zijnde) aangedreven langsloopwiel 21 zijn voldoende groot gekozen, namelijk iets groter dan de bovenstaande onderbreking in de langsloopvlakken 41 om te kunnen garanderen dat in ieder geval één van het betreffende aangedreven langsloopwiel 21 en het niet-aangedreven langsloopwiel 22 rollend contact maakt met het betreffend langsloopvlak 41. Op de plaats van de niet-aangedreven langsloopwielen 22 is weinig ruimte beschikbaar en is voor die langsloopwielen 22 gekozen voor een kleinere diameter (ongeveer 40 mm) dan de diameter van de langsloopwielen 21 (ongeveer 60 mm).
De langsloopwielen 22 zijn zodanig in het gestel gemonteerd dat ze theoretisch geen contact maken met het langsloopvlak 41 als er sprake is van rollend contact tussen langsloopwielen 21 en langsloopvlak 41. Concreet houdt dit in dat de onderzijden van de langsloopwielen 22 enkele tienden van millimeters hoger zijn gelegen dan de onderzijden van de langsloopwielen 21. Op deze manier wordt voorkomen dat bij normaal bedrijf een deel van het gewicht van de wagen 7 ondersteund wordt door de niet-aangedreven langsloopwielen 22 waardoor er minder grip is voor de aangedreven langsloopwielen 21 die de wagen 7 in langsrichting moeten voortbewegen. Het gevolg zou kunnen zijn dat de gewenste versnellingen en snelheden niet gehaald kunnen worden of zelfs dat de langsloopwielen 21 slippen en de wagen niet van zijn plaats komt.
Wagens 7 zijn verder ieder voorzien van een wagenbesturing en een energievoorziening. De energievoorziening bestaat bij voorkeur uit accu’s of zogenaamde supercaps. De energievoorziening wordt op specifieke plaatsen in het systeem opgeladen door middel van contactloze energieoverdracht en/of door middel van de contactvingers 18. De wagenbesturing kan draadloos signalen ontvangen en versturing ter uitwisseling van informatie met een centrale besturing van systeem 1. De besturing en energievoorziening zijn afgeschermd met kappen 16 en 17. Op de kappen 16 en 17 is de wagen voorzien van noodstopknoppen 30 en bedrijfsschakelaars 31. Met de noodstopknoppen 30 kan een wagen in geval van nood door een operator uitgeschakeld worden Met de bedrijfsschakelaars 31 kan de wagen gestart of herstart worden.
Aan de hand van de figuren 4 en 5 zal worden beschreven hoe een verandering van transportrichting op kruising 10 verloopt. De figuren 4 en 5 geven daarbij dezelfde positie voor een wagen 7 weer, maar in figuur 5 is een deel van de geleidingen niet weergegeven om de situatie van de dwarsloopwielen 23 van de wagen 7 te verduidelijken. Figuur 5 geeft een wagen 7 weer die gereed is voor transport in dwarsrichting over dwarsgeleidingsorganen 9a, 9b. Subgestellen 32a, 32b en dus dwarsloopwielen 23 zijn in de laagste positie en maken contact met de dwarsloopvlakken 47. De langsloopwielen 21, 22 zijn enkele millimeters, bijvoorbeeld 3 mm, boven de langsloopvlakken 41 opgeheven. De wagen 7 kan zich dus verplaatsen in dwarsrichting zonder dat deze langsloopwielen 21, 22 contact maken met een langsgeleiding of dwarsgeleiding.
Als de wagen 7 op kruispunt 10 van rijrichting moet wijzigen wordt de wagen 7 eerst nauwkeurig in het midden van die kruising tot stilstand gebracht. Dit wordt verzorgd door de wagenbesturing en methodes hiervoor zijn bekend. Op die positie midden op de kruising 10 bevinden de geleidewielen 24 zich precies in de kruising tussen de langsgeleidingsorganen 8a, 8b en de dwarsgeleidingsorganen 9a, 9b en zijn daarmee vrij van de verticale geleidingsvlakken 42, 43 en 46, 47. De subgestellen 32a, 32b worden nu verschoven van de laagste naar de hoogste positie. In het eerste gedeelte van deze beweging zal het gevolg zijn dat de dwarsloopwielen 23 op de dwarsloopvlakken 47 blijven rusten en dat het gestel 15 van de wagen 7 en alle vast daarmee verbonden delen zakt totdat de langsloopwielen 21 contact maken met de langsloopvlakken 41. Vanaf dat moment worden de dwarsloopwielen 23 opgetild en komen zij los van de dwarsloopvlakken 47. Deze beweging wordt voortgezet totdat de dwarsloopwielen 23 een dusdanige hoogte hebben bereikt dat de onderzijden van de dwarsloopwielen hoger zijn gelegen dan langsloopvlakken 41. In die positie zullen de dwarsloopwielen 23 de langsgeleidingsorganen 8a, 8b of de dwarsgeleidingsorganen 9a, 9b niet raken als de wagen 7 in de langsrichting gaat rijden. Tijdens de voorgaand omschreven opwaartse beweging zijn de geleidewielen 24 met het gestel 15 enkele millimeters omlaag bewogen. De geleidewielen 24 zullen daardoor in geleidend contact zijn met de verticale geleidingsvlakken 42, 43 van de langsgeleidingsorganen 8a, 8b op een enigszins lager niveau dan het niveau waarmee de geleidewielen in geleidend contact zijn met de verticale geleidingsvlakken 45, 46 van de dwarsgeleidingsorganen 9a, 9b.
Als de subgestellen 32a, 32b dus hun hoogste positie bereikt hebben kan de wagen 7 in langsrichting weg rijden. Hierbij zullen de langsloopwielen 21 de onderbrekingen in de langsloopvlakken 41 overbruggen met behulp van de langsloopwielen 22. Om de mechanische gevolgen daarvan te beperken is het denkbaar dat de wagen 7 dit doet terwijl wagen 7 een relatief lage snelheid heeft van bijvoorbeeld maximaal 1 m/sec. De wagen zal pas zijn normale volle snelheid van bijvoorbeeld 2 m/sec bereiken als ze de onderbrekingen ruim is gepasseerd.
In de laatste situatie geldt dat als een wagen 7 een kruispunt nadert over de langsgeleidingsorganen 8a, 8b, de wagen 7 zal remmen tot een relatief lage snelheid voor het overbruggen van de onderbrekingen. Aangezien de kruispunten zich normaal gesproken overwegend aan de einden van de langsgeleidingen zullen bevinden, is de beperking niet hinderlijk voor het bedrijf van het systeem aangezien daar het remmen toch al noodzakelijk zou zijn om haaks van richting te kunnen veranderen. Het is echter ook denkbaar dat er één of meerder dwarsgeleidingen aangebracht worden in het binnenste van een systeem zoals dat ook in figuur 1 is weergegeven, vooral als de langsgeleidingen relatief lang zijn. Door de verhouding tussen de lengte van de langsgeleidingen voor zover zich uitstrekkend tussen kruisingen en het aantal kruisingen zal de wagen nog steeds voornamelijk op normale snelheid kunnen rijden.
Dwarsloopvlakken 47 zijn zoals gezegd ononderbroken. Het aantal kruispunten per lengte-eenheid in dwarsrichting gezien is beduidend groter dan het aantal kruispunten per lengte-eenheid in langsrichting. Door het ononderbroken karakter van de dwarsloopvlakken 47 is het niet nodig om bij kruispunten af te remmen en kunnen de wagens 7 dus op maximale snelheid de kruispunten
Claims (17)
1. Systeem voor het opslaan van producthouders, omvattende ten minste één laag met een aantal zich evenwijdig aan elkaar uitstrekkende rijen waarbij iedere rij een aantal naast elkaar gelegen opslagposities voor producthouders omvat, een geleidingssysteem omvattende horizontale zich tussen naburige rijen in langsrichting uitstrekkende langsgeleidingen en horizontale zich in dwarsrichting dwars op de langsgeleidingen uitstrekkende dwarsgeleidingen alsmede kruispunten op posities waar ten minste één langsgeleiding en ten minste één dwarsgeleiding op elkaar aansluiten, de langsgeleidingen omvattende paren van evenwijdige langsgeleidingsorganen ieder met een langsloopvlak en de dwarsgeleidingen omvattende paren van evenwijdige dwarsgeleidingsorganen met ieder een dwarsloopvlak waarbij de langsloopvlakken zijn gelegen op een eerste niveau en de dwarsloopvlakken zijn gelegen op een tweede niveau, het systeem verder omvattende wagens die zich kunnen verplaatsen langs het geleidingssysteem, de wagens ieder omvattende een gestel, langsloopwielen die in bedrijf tijdens verplaatsing in langsrichting rollen over de langsloopvlakken, dwars op de langsloopwielen georiënteerde dwarsloopwielen die in bedrijf tijdens verplaatsing in dwarsrichting rollen over de dwarsloopvlakken, aandrijfmiddelen voor het roterend kunnen aandrijven van ten minste een deel van de langsloopwielen en van ten minste een deel van de dwarsloopwielen, hoogtemiddelen voor het in hoogte ten opzichte van elkaar heen en weer kunnen verplaatsen van de langsloopwielen en de dwarsloopwielen, en uitwisselmiddelen voor het overdragen van een producthouder aan een opslagpositie en het overnemen van een producthouder van een opslagpositie, met het kenmerk, dat het eerste niveau afwijkt van het tweede niveau.
2. Systeem volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de hoogste van de langsloopvlakken en van de dwarsloopvlakken ter plaatse van kruispunten onderbroken zijn en dat de laagste van de langsloopvlakken en van de dwarsloopvlakken ter plaatse van kruispunten ononderbroken zijn.
3. Systeem volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat het eerste niveau hoger is dan het tweede niveau.
4. Systeem volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de diameter van dwarsloopwielen groter is dan de diameter van de langsloopwielen
5. Systeem volgens conclusie 2, 3 of 4, met het kenmerk, dat iedere wagen per langsloopwiel een verder langsloopwielen omvat die in hetzelfde spoor is gelegen van het bijbehorend langsloopwiel en die in bedrijf rolt over de langsloopvlakken in ieder geval wanneer het bijbehorende langsloopwiel een onderbreking in het dwarsloopvlak passeert.
6. Systeem volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat de diameter van het verdere langsloopwiel kleiner is dan de diameter van het bijbehorende langsloopwiel.
7. Systeem volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de langsloopwielen op een vaste positie roteerbaar zijn verbonden met het gestel, terwijl de dwarsloopwielen roteerbaar zijn verbonden met ten minste één subgestel dat met behulp van de hoogtemiddelen op en neer kan worden bewogen ten opzichte van het gestel.
8. Systeem volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de langsgeleidingsorganen ieder ten minste één langsgeleidingsvlak en de dwarsgeleidingsorganen ieder ten minste één dwarsgeleidingsvlak omvatten, waarbij iedere wagen ten minste één geleidewiel omvat dat bij verplaatsing van de wagen in de langsrichting in geleidende samenwerking is met het ten minste ene langsgeleidingsvlak en/of dat bij verplaatsing van de wagen in de dwarsrichting in geleidende samenwerking is met het ten minste dwarsgeleidingsvlak.
9. Systeem volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat het ten minste ene langsgeleidingsvlak en/of het ten minste ene dwarsgeleidingsvlak zich uitstrekt/uitstrekken tussen het eerste niveau en het tweede niveau.
10. Systeem volgens conclusie 8 of 9, met het kenmerk, dat alle geleidewielen van iedere wagen uitsluitend op hoeken van de wagen zijn voorzien en geleidend samen kunnen werken met zowel de langsgeleidingsvlakken als de dwarsgeleidingsvlakken.
11. Systeem volgens conclusie 8, 9 of 10, met het kenmerk, dat iedere wagen is voorzien van niet meer en niet minder dan drie geleidewielen.
12. Systeem volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het systeem een aantal lagen omvat waarbij de opslagposities deel uitmaken van stellages die ieder zijn voorzien van naast en boven elkaar gelegen opslagposities.
13. Systeem volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de aandrijfmiddelen zijn ingericht voor het gelijktijdig aandrijven van de aandrijfbare langsloopwielen en van de aandrijfbare dwarsloopwielen.
14. Systeem volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de aandrijfmiddelen een enkele elektromotor omvatten voor het zowel aandrijven van de aandrijfbare langsloopwielen als van de aandrijfbare dwarsloopwielen.
15. Systeem volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de aandrijfmiddelen een enkele elektromotor omvatten die is ingericht voor zowel het aandrijven van aandrijfbare langsloopwielen en/of aandrijfbare dwarsloopwielen als voor het aandrijven van de hoogtemiddelen.
16. Systeem volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de aandrijfmiddelen een enkele elektromotor omvatten die is ingericht voor zowel het aandrijven van aandrijfbare langsloopwielen en/of aandrijfbare dwarsloopwielen als voor het aandrijven van de uitwisselmiddelen.
17. Combinatie van een geleidingssysteem en ten minste één wagen voor toepassing in een systeem volgens één van de voorgaande conclusies.
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2011058A NL2011058C2 (nl) | 2013-06-28 | 2013-06-28 | Systeem voor het opslaan van producthouders. |
| EP14173387.3A EP2818432A1 (en) | 2013-06-28 | 2014-06-23 | System for storing product containers in a storage rack with carriages |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2011058A NL2011058C2 (nl) | 2013-06-28 | 2013-06-28 | Systeem voor het opslaan van producthouders. |
| NL2011058 | 2013-06-28 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2011058C2 true NL2011058C2 (nl) | 2015-01-05 |
Family
ID=49083729
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2011058A NL2011058C2 (nl) | 2013-06-28 | 2013-06-28 | Systeem voor het opslaan van producthouders. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP2818432A1 (nl) |
| NL (1) | NL2011058C2 (nl) |
Families Citing this family (10)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| ITTO20130452A1 (it) * | 2013-06-03 | 2014-12-04 | Icam S R L | Navetta di un magazzino automatizzato |
| AU2016287361A1 (en) * | 2015-06-29 | 2018-02-15 | Dücker Fördertechnik GmbH | Conveying car comprising autonomous power supply for emergency situations |
| GB201604100D0 (en) | 2016-03-10 | 2016-04-20 | Ocado Innovation Ltd | Apparatus for retrieving units from a storage system |
| CN109399045A (zh) * | 2018-12-17 | 2019-03-01 | 贵阳普天物流技术有限公司 | 一种多功能智能存取穿梭车 |
| BE1026996B1 (nl) * | 2019-01-25 | 2020-08-27 | Stow Int Nv | Rekkenstructuur |
| CN110615378B (zh) * | 2019-08-06 | 2023-07-25 | 东杰智能科技集团股份有限公司 | 穿梭小车的托盘举升机构上的随动挂钩 |
| CN110980073B (zh) * | 2019-11-13 | 2021-04-16 | 安徽驿星智能物流装备制造有限公司 | 一种自动存取不同规格货物的智能多层穿梭车 |
| FI20205562A1 (fi) * | 2020-05-29 | 2021-11-30 | Dieffenbacher Panelboard Oy | Lastu-, osb- ja mdf-levytehtaan varastojärjestelmä |
| CN111776568A (zh) * | 2020-06-24 | 2020-10-16 | 滁州赛迩斯数字技术有限公司 | 一种高速精确的堆垛机及堆垛方法 |
| DE102021117844B3 (de) | 2021-07-09 | 2022-12-29 | Minda Industrieanlagen Gmbh | Förderwagen zum Transportieren von Transportgut |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US5370492A (en) * | 1991-12-24 | 1994-12-06 | Societe D'etude En Mecanisation Et Automation (Cimat) | Automated stores and novel type of truck making it possible for the products to be positioned in or extracted from the storage zones |
| FR2730715A1 (fr) * | 1995-02-22 | 1996-08-23 | Gec Alsthom Syst Et Serv | Chariot automoteur et magasin de stockage desservi par de tels chariots |
| JP2009196801A (ja) * | 2008-02-25 | 2009-09-03 | Ihi Corp | 搬送システム |
-
2013
- 2013-06-28 NL NL2011058A patent/NL2011058C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2014
- 2014-06-23 EP EP14173387.3A patent/EP2818432A1/en not_active Withdrawn
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US5370492A (en) * | 1991-12-24 | 1994-12-06 | Societe D'etude En Mecanisation Et Automation (Cimat) | Automated stores and novel type of truck making it possible for the products to be positioned in or extracted from the storage zones |
| FR2730715A1 (fr) * | 1995-02-22 | 1996-08-23 | Gec Alsthom Syst Et Serv | Chariot automoteur et magasin de stockage desservi par de tels chariots |
| JP2009196801A (ja) * | 2008-02-25 | 2009-09-03 | Ihi Corp | 搬送システム |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP2818432A1 (en) | 2014-12-31 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL2013200B1 (nl) | Systeem voor het opslaan van producthouders. | |
| EP3932832B1 (en) | Express bin lift platform for automated storage system | |
| EP2818432A1 (en) | System for storing product containers in a storage rack with carriages | |
| US10683167B2 (en) | Automated warehouse and suspension-type stacker crane | |
| KR101987163B1 (ko) | 승강 반송 장치 | |
| KR102229089B1 (ko) | 자동화 저장 및 인출 시스템 | |
| US20160229630A1 (en) | Pallet transport device | |
| NL2018520B1 (nl) | Systeem en werkwijze voor het overeenkomstig opdrachten daartoe verzamelen van houders. | |
| JPS5854054B2 (ja) | コンテナ搬送方法及びその装置 | |
| JP2018518429A (ja) | 並行移動および高さ調節可能な搬送機器を有するトランスポーター | |
| CN108569529B (zh) | 用于运输货物部件的输送系统和方法 | |
| JP2018517644A (ja) | コンテナヤードにおけるコンテナ積卸し用の方法およびコンテナ積替え施設 | |
| NL2008454C2 (nl) | Wagen alsmede opslagsysteem voorzien van een dergelijke wagen. | |
| CN107985882A (zh) | 悬吊式堆垛起重机 | |
| CN117222586A (zh) | 堆垛系统、高层货架仓库、入库方法和出库方法 | |
| CN117222587A (zh) | 堆垛系统 | |
| JP5783366B2 (ja) | 仕分けシステム | |
| JP2013237511A (ja) | カゴ台車用移載装置 | |
| JP2001163408A (ja) | スタッカークレーン | |
| CN116812400A (zh) | 一种高密度斜轨式仓储设备 | |
| JP6801363B2 (ja) | 搬送車システム | |
| JP2016185862A (ja) | 搬送車システム | |
| US12534112B2 (en) | Express bin lift for automated storage system | |
| JP2541766B2 (ja) | ホ―ク式物品受渡し機構 | |
| CN117699299A (zh) | 用于堆垛机的行进组件、堆垛机以及堆垛系统 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20160701 |