NL1027003C2 - Printer. - Google Patents

Printer. Download PDF

Info

Publication number
NL1027003C2
NL1027003C2 NL1027003A NL1027003A NL1027003C2 NL 1027003 C2 NL1027003 C2 NL 1027003C2 NL 1027003 A NL1027003 A NL 1027003A NL 1027003 A NL1027003 A NL 1027003A NL 1027003 C2 NL1027003 C2 NL 1027003C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
substrate
printer
guide element
printer according
transport
Prior art date
Application number
NL1027003A
Other languages
English (en)
Inventor
Jeroen Johannes Gertrud Coenen
Barry Boudewijn Goeree
Original Assignee
Oce Tech Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Oce Tech Bv filed Critical Oce Tech Bv
Priority to NL1027003A priority Critical patent/NL1027003C2/nl
Priority to EP05107888A priority patent/EP1634715A1/en
Priority to JP2005249298A priority patent/JP2006076792A/ja
Priority to US11/219,701 priority patent/US20060051151A1/en
Priority to CN200510099891.1A priority patent/CN1746090A/zh
Application granted granted Critical
Publication of NL1027003C2 publication Critical patent/NL1027003C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B41PRINTING; LINING MACHINES; TYPEWRITERS; STAMPS
    • B41JTYPEWRITERS; SELECTIVE PRINTING MECHANISMS, i.e. MECHANISMS PRINTING OTHERWISE THAN FROM A FORME; CORRECTION OF TYPOGRAPHICAL ERRORS
    • B41J15/00Devices or arrangements of selective printing mechanisms, e.g. ink-jet printers or thermal printers, specially adapted for supporting or handling copy material in continuous form, e.g. webs
    • B41J15/16Means for tensioning or winding the web
    • B41J15/165Means for tensioning or winding the web for tensioning continuous copy material by use of redirecting rollers or redirecting nonrevolving guides
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B41PRINTING; LINING MACHINES; TYPEWRITERS; STAMPS
    • B41JTYPEWRITERS; SELECTIVE PRINTING MECHANISMS, i.e. MECHANISMS PRINTING OTHERWISE THAN FROM A FORME; CORRECTION OF TYPOGRAPHICAL ERRORS
    • B41J11/00Devices or arrangements  of selective printing mechanisms, e.g. ink-jet printers or thermal printers, for supporting or handling copy material in sheet or web form
    • B41J11/0075Low-paper indication, i.e. indicating the state when copy material has been used up nearly or completely
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B41PRINTING; LINING MACHINES; TYPEWRITERS; STAMPS
    • B41JTYPEWRITERS; SELECTIVE PRINTING MECHANISMS, i.e. MECHANISMS PRINTING OTHERWISE THAN FROM A FORME; CORRECTION OF TYPOGRAPHICAL ERRORS
    • B41J15/00Devices or arrangements of selective printing mechanisms, e.g. ink-jet printers or thermal printers, specially adapted for supporting or handling copy material in continuous form, e.g. webs
    • B41J15/005Forming loops or sags in webs, e.g. for slackening a web or for compensating variations of the amount of conveyed web material (by arranging a "dancing roller" in a sag of the web material)
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B41PRINTING; LINING MACHINES; TYPEWRITERS; STAMPS
    • B41JTYPEWRITERS; SELECTIVE PRINTING MECHANISMS, i.e. MECHANISMS PRINTING OTHERWISE THAN FROM A FORME; CORRECTION OF TYPOGRAPHICAL ERRORS
    • B41J15/00Devices or arrangements of selective printing mechanisms, e.g. ink-jet printers or thermal printers, specially adapted for supporting or handling copy material in continuous form, e.g. webs
    • B41J15/04Supporting, feeding, or guiding devices; Mountings for web rolls or spindles
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B41PRINTING; LINING MACHINES; TYPEWRITERS; STAMPS
    • B41JTYPEWRITERS; SELECTIVE PRINTING MECHANISMS, i.e. MECHANISMS PRINTING OTHERWISE THAN FROM A FORME; CORRECTION OF TYPOGRAPHICAL ERRORS
    • B41J15/00Devices or arrangements of selective printing mechanisms, e.g. ink-jet printers or thermal printers, specially adapted for supporting or handling copy material in continuous form, e.g. webs
    • B41J15/18Multiple web-feeding apparatus

Landscapes

  • Handling Of Continuous Sheets Of Paper (AREA)
  • Registering, Tensioning, Guiding Webs, And Rollers Therefor (AREA)
  • Ink Jet (AREA)

Description

Océ-Technologies B.V., te Venlo Printer 5 De uitvinding betreft een printer, in het bijzonder een inkjet printer, welke is uitgerust om een substraat te bedrukken dat gewikkeld is op eeh rol. In het bijzonder bij printers voor substraten met brede formaten, typisch 0,5 tot 1 meter breed, komt het veelvuldig voor dat het substraat op een rot gewikkeld is. Een printer voor het bedrukken van dit substraat omvat veelal een houder voor het draaibaar opnemen van de rol en middelen 10 om het substraat van de rol te wikkelen en te transporteren naar een printengine ter bedrukking van het substraat.
Omdat het substraat tijdens het afwikkelen en transport aan één zijde (de staartzijde) nog steeds verbonden is met het substraat dat op de rol is gewikkeld, is het niet zonder 15 meer mogelijk om dit substraat in elke gewenste positie te brengen tijdens het transport. Bovendien, om het substraat mechanisch niet te zwaar te belasten tijdens het transport, worden transportrollen veelal zeer nauwkeurig uitgevoerd zodat er op het substraat zelf, nauwelijks tot geen krachten in een richting dwars op de transportrichting van dit substraat worden uitgeoefend. Dergelijke krachten kunnen leiden tot een ongewenste 20 vervorming van het substraat, zoals plooien en scheuren.
Doel van de uitvinding is om een printer te verkrijgen met eenvoudige transportmiddelen om het substraat van de rol te wikkelen en verder te transporteren, bij welk transport de kans op ongewenste vervorming van het substraat minimaal is. Hiertoe is een printer 25 volgens conclusie 1 uitgevonden.
Bij deze printer vindt het transport plaats onder toepassing van twee transportmiddelen, welke zich in wezen over de breedte van het substraat uitstrekken en derhalve het substraat op plaatsen die verdeeld zijn over de breedte, kunnen aangrijpen. Mogelijke 30 uitvoeringsvormen van dergelijke transportmiddelen kunnen continue walsen zijn, maar ook gesegmenteerde middelen zoals een as met een aantal geribbelde rolletjes, transportbandjes, transportkogels, of andere middelen voor het transporteren van vlakke substraten zoals bekend uit de stand van de techniek. Een wezenlijk onderdeel van de printer volgens de uitvinding is het geleideelement dat zich tussen de twee 35 transportmiddelen bevindt. Het substraat wordt over dit element geleid, waarbij dit 1027003 2 substraat onder een hoek wordt afgebogen. Het substraat wordt hierdoor gedwongen om af te wijken van de kortste route tussen het eerste en tweede transportmiddel. Een kenmerk van dit geleideelement is daarnaast dat dit althans ten dele kan roteren om een as die in wezen loodrecht op dit geleideelement staat. Het blijkt dat hiermee extra 5 vrijheidsgraden voor het transport van het substraat gecreëerd worden, welke er in voorzien dat tezamen met de andere elementen van de printer volgens de uitvinding, het doel van de uitvinding bereikt kan worden. Voor het bereiken van dit doel blijkt het bijvoorbeeld voldoende te zijn dat substantiële delen rond de uiteinden van de langgerekte transportmiddelen op de hiervoor beschreven wijzen kunnen roteren. Om 1 o het doel van de uitvinding te bereiken blijkt het ook noodzakelijk te zijn dat het geleideelement een beweging van het substraat toestaat parallel aan de richting waarin dit element zich uitstrekt. Een dergelijke beweging kan bijvoorbeeld het schuiven van het substraat over het geleideelement, dwars op de transportrichting zijn. Deze laatstgenoemde en de andere functies van het geleideelement kunnen op vele wijzen 15 worden verkregen, bijvoorbeeld door te kiezen voor bepaalde combinaties van materialen voor het element, een bepaalde vorm, een specifieke ophanging etc.
In een uitvoeringsvorm loopt de genoemde as in wezen door het midden van het geleide-element. Het blijkt dat op deze wijze de ongewenste krachten die op het 20 substraat worden uitgeoefend verder verkleind worden zodat er minder nauwkeurige (mechanische) eisen hoeven worden gesteld aan de transportmiddelen. Dit kan leiden tot een verdere vereenvoudiging van de printer en hiermee corresponderende afname in kostprijs.
25 In een uitvoeringsvorm omvatten de transportmiddelen elk tenminste een transportkneep gevormd tussen twee transportrollen. Een dergelijke transportkneep is anders dan bijvoorbeeld een transportmiddel dat aangrijpt in uitsparingen van het substraat, bij uitstek geschikt om een vlak substraat van een rol te wikkelen en verder te transporteren zonder dat het substraat hierbij schade, zoals inscheuringen, hoeft op te 30 lopen.
In een uitvoeringsvorm is het geleidelement zodanig opgesteld dat het substraat ter plaatse van contact met dit element een relatieve snelheid heeft ten opzichte van dit element. In deze uitvoeringsvorm slipt het substraat in feite over het geleideelement 35 heen. Dit blijkt bijzonder effectief om een vrije beweging van het substraat in een 1027003 3 richting parallel aan de richtjng waarin het geleideelement zich uitstrekt (dwars op de transportrichting van het substraat zelf), toe te staan.
In een verdere uitvoeringsvorm, is het geleideelement een in wezen stationair 5 opgestelde plaat. Een plaat kan eenvoudig dienen als geleideelement door het substraat over een oppervlak van de plaat te leiden. Doordat de plaat stilstaat is er in voorzien dat het substraat in glijdend contact is met deze plaat en dus over de plaat heenslipt. Aangezien een plaat in enige mate torsieslap is, wordt op een zeer eenvoudige wijze voorzien in het roteerbaar zijn van althans een deel van dit 10 geleideelement, om een as welke in wezen loodrecht op dit element staat. Een oplegpunt voor de plaat in het midden hiervan is bijvoorbeeld een wijze waarop een rotatie-as kan worden gecreëerd rond dit midden, voor althans die delen van de plaat welke zich in de omgeving van de twee uiteinden van de plaat bevinden (deze uiteinden zijn namelijk het verst verwijderd van het midden en kunnen dus relatief makkelijk 15 bewegen ten opzichte van het midden van de plaat).
In een nog verdere uitvoeringsvorm heeft de plaat een knik parallel aan de genoemde richting waarin deze plaat zich uitstrekt. Door deze knik is het mogelijk het papier onder een hoek te versturen, waarbij het substraat toch onder en hoek van 0° het 20 geleideelement benadert en verlaat. Dit heeft het voordeel dat er minder wrijvingskrachten optreden tussen het substraat en het geleideelement waardoor de relatieve beweging van substraat ten opzichte van het geleideelement met minder krachten gepaard gaat en er dientengevolge een kleinere kans is op ongewenste mechanische slijtage van het substraat.
25
In een nog verdere uitvoeringsvorm is een deel van de plaat dat stroomopwaarts is gelegen ten opzichte van de knik bevestigd aan een stijf framedeel van de printer. In deze uitvoeringsvorm is het deel van de plaat waar het substraat de plaat benadert en ermee in contact treedt, bevestigd aan een framedeel. Deze uitvoeringsvorm blijkt 30 voordelig omdat in het bijzonder wanneer het deel van de plaat waar het substraat deze plaat verlaat voldoende bewegingsvrijheid heeft, eenvoudig kan worden voorzien in de voordelen die de huidige uitvinding biedt.
In een verdere uitvoeringsvorm is de plaat voorzien van sleuven. Deze sleuven bieden 35 een aantal voordelen. Het belangrijkste is dat er op deze wijze voor het substraat een 1027003 4 ruimere mogelijkheid wordt gecreëerd om warmte en met name vocht met de omgeving uit te wisselen, wanneer het substraat stilstaat ten opzichte van het geleideelement. Dit vindt bijvoorbeeld plaats wanneer het substraat over een zekere afstand getransporteerd is, en er op een stroomafwaarts gedeelte van het nu stilstaande 5 substraat een drukgang plaatsvindt. Een matige uitwisseling van warmte en vocht kan leiden tot plooien in het substraat. Dergelijke plooien hebben een negatieve invloed op de nauwkeurigheid van het transport en kunnen aanleiding geven tot beschadiging van het substraat.
10 In een andere uitvoeringsvorm is het geleidelement een wals. In deze uitvoeringsvorm kan de geleiding plaatsvinden door de wals mee te laten draaien met het substraat. Hierdoor treedt er nauwelijks tot geen wrijving op tussen het geleideelement en het substraat hetgeen voordelig is bij het voorkomen van beschadiging van het substraat.
15 In een uitvoeringsvorm is de wals aan zijn uiteinden onder toepassing van veerelementen bevestigd aan een frame van de printer. Deze verende bevestiging kan worden gebruikt om er in te voorzien dat de wals kan roteren om een as welke loodrecht op de richting staat waarin deze wals zich uitstrekt en tevens om een beweging van het substraat in een richting parallel aan de lengteas van de wals, ter plaatse van deze 20 wals, toe te staan. In een voordelige uitvoeringsvorm zijn deze veren bladveren. Voor een stabiele en nauwkeurige geleiding van het substraat zijn deze veren zodanig opgesteld dat deze ieder eenzelfde hoek kleiner dan 90° met de wals maken, zodanig dat de middellijnen van de bladveren een snijpunt hebben stroomopwaarts van de wals. Dit maakt het mogelijk dat de wals kan roteren om een as door dit (denkbeeldige) 25 snijpunt, hetgeen beweging van het substraat in een richting parallel aan deze wals mogelijk maakt.
In een bijzondere uitvoeringsvorm van de printer volgens de huidige uitvinding heeft deze een derde nog verder stroomafwaarts gelegen transportmiddel voor het aangrijpen 30 en transporteren van het substraat, waarbij tussen het eerste en tweede transportmiddel een geleideelement volgens een der conclusies 4 tot en met 8 is opgesteld, en tussen de tweede en derde kneep een geleideelement volgens een der conclusies 9 tot en met 12 is opgesteld.
35 De uitvinding zal nu verder worden toegelicht aan de hand van onderstaande 1027003 5 voorbeelden.
Figuur 1 geeft schematisch een printer weer volgens een specifieke uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
5 Figuur 2 geeft een geleide-element weer dat gebruikt kan worden als geleiding voor het substraat.
Figuur 3 geeft een andere uitvoeringsvorm van een geleide-element weer.
Figuur 4 geeft schematisch de snelheden weer waarmee het substraat door de transportknepen 32 (figuur 4A) en 31 (figuur 4B) getransporteerd wordt.
10
Figuur 1
Figuur 1 geeft schematisch een printer weer volgens de huidige uitvinding. Deze printer is voorzien van de voorraadeenheid 10, welke dient voor het opslaan en afstaan van te 15 bedrukken substraat. Daarnaast omvat deze printer transporteenheid 30 welke het substraat transporteert van de voorraadeenheid 10 naar het printengine 40. Eenheid 30 voorziet tevens in een nauwkeurige positionering van het substraat in de printzone die gevormd wordt tussen het printvlak 42 en inkjet printkop 41.
Printengine 40 is in deze uitvoeringsvorm een conventioneel engine dat printkop 41 20 bevat, welke printkop is opgebouwd uit een aantal losse subkoppen, elk voor een van de kleuren zwart, cyaan, magenta en geel. Printkop 41 heeft slechts een beperkt printbereik waardoor het nodig is om het beeld op het substraat in verschillende deelbeelden te printen. Hiertoe wordt het substraat telkens een stuk getransporteerd zodat er een nieuw deel van het substraat in de printzone bedrukt kan worden. In het 25 weergegeven voorbeeld is het substraat 12 afkomstig van rol 11 uit de voorraadeenheid 10. Op deze rol is een baan van het substraat gewikkeld, welke baan een lengte heeft van 200 meter. Om de rol in de printer op te nemen is de voorraadeenheid voorzien van een houder (niet afgebeeld) voor het draaibaar opnemen van de rol. Deze houder bestaat uit twee delen welke gelagerd zijn opgenomen in zijplaten van de printer, welke 30 delen in samenwerkende verbinding zijn gebracht met de uiteinden van de rol. De voorraadeenheid is in deze uitvoeringsvorm voorzien van een tweede houder voor het opnemen van rol 21. Op deze rol is een volgend substraat 22 gewikkeld dat eveneens ter bedrukking kan worden afgestaan door de voorraadeenheid. Voor het transport van het substraat staat rol 11 in werkzame verbinding met transportmiddel 15, welk middel 35 in dit geval een rollenpaar omvat waartussen een transportkeep is gevormd. Meer in 1027003 6 het bijzonder betreft middel 15 een stelsel van twee assen welke zich ieder uitstrekken in een richting die in wezen parallel is aan rol 11, op welke assen een aantal rollenparen is aangebracht welke ieder een transportkneep vormen voor het substraat. In een alternatieve uitvoeringsvorm is er op de assen slechts één rolienpaar aangebracht, in 5 wezen samenvallend met het midden van de baan 12.
Stroomopwaarts van middel 15 is een sensor 17 aangebracht, met welke sensor bepaald kan worden of er nog substraat aanwezig is op de rol welke zich in de betreffende houder bevindt. Zodra de rol leegraakt zal het einde van de baan de sensor passeren, hetgeen door de sensor wordt gedetecteerd. Voor het transport van een 10 substraat dat afkomstig is van rol 21 is de voorraadhouder voorzien van transportmiddel 25. Stroomopwaarts van dit middel is de voorraadhouder voorzien van sensor 27, welke eenzelfde werking heeft als sensor 17. De voorraadhouder is voorzien van geleideelementen 16 en 26 voor het geleiden van substraat 12, respectievelijk 22, naar de transporteenheid 30. Stroomafwaarts van deze geleideelementen bevindt zich 15 doorvoerpad 13. Dit doorvoerpad wordt zowel voor het transport van substraat 12 als het transport van substraat 22 gebruikt.
Een substraat dat uit de voorraadeenheid 10 treedt, in dit voorbeeld substraat 12, wordt aangegrepen door transportmiddel 31 van de transporteenheid 30. Dit transportmiddel transporteert het substraat, via geleideelement 33, verder naar het tweede 20 transportmiddel 32 van de transporteenheid 30. Het transportmiddel 32 grijpt het substraat aan, transporteert het door naar printengine 40 en zorgt voor een goede positionering van het substraat in de printzone tussen het printvlak 42 en printkop 41.
De transportmiddelen 31 en 32 strekken zich in wezen uit parallel aan de rollen 11 en 21, en hebben een lengte zodanig dat het substraat in wezen verdeeld over zijn gehele 25 breedte kan worden aangegrepen.
De geleide-elementen 16 en 26 zijn in dit voorbeeld walsen welke zich uitstrekken parallel aan de transportmiddelen 15 en 31, respectievelijk 25 en 31. Het zijn in wezen stationair opgestelde walsen (dat wil zeggen, ze kunnen niet roteren om hun axiale as). 30 Voor het getoonde substraat 12 betekent dit dat bij transport het substraat over element 16 glijdt, en tegelijkertijd verstuurd wordt in de richting van transportmiddel 31. Bij toepassing van deze configuratie blijkt dat beweging van het substraat ter plaatse van het geleide-element in een richting parallel aan de richting waarin dit element zich uitstrekt, wordt toegestaan. Met andere woorden, het substraat kan op deze wijze een 35 zijdelingse beweging maken ten opzichte van de richting waarin dit substraat 1027003 7 getransporteerd wordt. De reden dat een dergelijke zijdelingse beweging in deze configuratie wordt toegestaan hangt samen met het feit dat het substraat een glijdende beweging maakt ten opzichte van het geleidelement. Hierdoor is de benodigde wrijvingskracht om het substraat initieel in beweging te zetten ten opzichte van het 5 geleidelement al overwonnen en kost het vrijwel geen kracht om het substraat zijdelings over het geleidelement te verplaatsen.
De geleideelementen zijn zodanig geplaatst in de voorraadeenheid dat deze elk kunnen roteren, althans over een beperkte hoek, om een as die in wezen loodrecht op de richting staat waarin deze geieide-elementen zich uitstrekken (dat wil zeggen, de axiale 10 richting van de geleidelementen). In de figuur is de rotatieas 18 van element 16 weergegeven, alsmede rotatieas 28 van element 26. Deze rotatieassen staan loodrecht op de assen van de geleideelementen en doorkruisen het midden van deze elementen. Door deze rotatie èn de mogelijkheid voor het substraat om zijdelings te bewegen blijkt een zeer goede geleiding van het substraat van de voorraadeenheid 10 naar kneep 31 15 van de transporteenheid 30 verkregen te zijn. Hierdoor is het mogelijk om het substraat, ondanks het feit dat de transportmiddelen 15 en 31 c.q. 25 en 31 niet perfect parallel lopen, toch te transporteren zonder dat er een beschadiging van dit substraat optreedt.
Geleidelement 33 van transporteenheid 30, welk element zich uitstrekt in wezen parallel 20 aan de transportmiddelen 31 en 32, is eveneens zodanig opgesteld dat deze kan roteren om een as welke loodrecht op de axiale richting van dit element staat. Deze as is weergegeven met referentienummer 34 en doorkruist het midden van geleide-element 33. Omdat element 33 in deze uitvoeringsvorm een meedraaiende wals is, staat het substraat in wezen stil ten opzichte van het oppervlak van dit geleide-element. 25 Hierdoor wordt een zijdelingse beweging van dit substraat ter plaatse van dit element bemoeilijkt. Om een dergelijke beweging toch mogelijk te maken is element 33 zodanig opgehangen dat deze kan roteren om as 35, welke as 35 parallel loopt aan de bissectrice 36 van de hoek 2a waarover het substraat wordt verstuurd van middel 31 naar middel 32. Deze as 35 doorkruist het midden van de substraatbaan, op een 30 afstand van ongeveer 1 meter van het geleide-element zelf. Bij rotatie van element 33 om deze as maakt het substraat in wezen een zijdelingse beweging. De mogelijkheid van rotatie van element 33 over de assen 34 en 35 zorgt voor en soepel en nauwkeurig transport van het substraat van transportmiddel 31 naar transportmiddel 32, ook al strekken beide middelen zich niet 100% parallel aan elkaar uit.
35 1027003 8
Geleideelement 33 is verplaatsbaar van een eerste positie waarin dit element zich in figuur 1 bevindt, naar een tweede positie waarbij het hart van dit element samenvalt met lokatie 37. In de eerste positie is de afstand waarover substraat 12 zich uitstrekt tussen transportmiddel 31 en transportmiddel 32 maximaal. In de tweede positie is deze 5 afstand minimaal. Hiervan wordt gebruik gemaakt tijdens het transport van het substraat naar printengine 40. Omdat het substraat telkens over een relatief kleine afstand, typisch 5 tot 10 cm, moet worden verplaatst, is het gunstig dat dit relatief snel plaatsvindt. De massatraagheid van rol 11, zeker wanneer deze voorzien is van de maximale hoeveelheid substraat is echter relatief groot. Derhalve zou het verplaatsen 10 bij het in stand houden van de getoonde configuratie aan transportmiddelen en geleideelementen relatief veel tijd kosten. Om aan dit probleem tegemoet te komen wordt transportmiddel 31 veel langzamer versneld dan transportmiddel 32. Om toch voor voldoende aanvoer van substraat naar transportmiddel 32 te zorgen wordt het geleide-element 33 verplaatst in de richting van lokatie 37. Hierdoor ontstaat er ter 15 hoogte van transportmiddel 32 geen gebrek aan substraat tijdens het doorvoeren hiervan naar printengine 40. Als het doorvoeren door middel 32 gestopt is wordt de achterstand die transportmiddel 31 heeft opgelopen gecompenseerd door dit transportmiddel nog enige tijd door te laten draaien. Hierbij wordt het element 33 terug verplaatst naar de eerste positie. Op deze wijze staat geleide-element 33 voorafgaand 20 aan een volgend transport van een deel van het substraat dat bedrukt moet worden met printengine 40 in dezelfde initiële uitgangspositie. Het blijkt dat op deze wijze een zeer nauwkeurig transport van het substraat kan plaatsvinden. Hierdoor kunnen de verschillende deelbeelden beter op elkaar aansluiten en zal het aantal printartefacten verkleind kunnen worden.
25
Het voorzien in een nauwkeurig transport en in het bijzonder een nauwkeurige positionering van het substraat ter plaatse van de printzone door aansturing van middel 32 hangt samen met het feit dat het substraat aangegrepen wordt door zowel middel 31 als middel 32. Hierdoor is de positie van het substraat beter gedefinieerd. Tezamen met 30 de rotatiemogelijkheden van geleide-element 33 wordt op deze wijze voorzien in een zeer nauwkeurig transport en positionering van het substraat, waarbij de spanning in het substraat niet zo hoog oploopt dat er, onder normale omstandigheden, mechanische beschadigingen van het substraat optreden. Een belangrijk bijkomend voordeel van deze opstelling is dat er nog doorgeprint kan worden op het substraat zolang het einde 35 van de baan transportmiddel 31 niet gepasseerd is. Het moment waarop dit gebeurt kan 1027003 9 eenvoudig worden vastgesteld wanneer onder toepassing van de met deze baan corresponderende sensor 17 of 27, het einde van de baan gedetecteerd wordt. Er kan dan eenvoudig worden bepaald welke lengte van het substraat nog doorgevoerd kan worden naar het printengine 40, voordat dit einde van de baan het middel 31 passeert.
5 Op deze wijze kan vastgesteld worden of het beeld dat op dit moment geprint wordt nog volledig afgebeeld kan worden op het substraat zonder dat het einde van de baan het eerste transportmiddel passeert. Zo ja, dan zal dit beeld gecompleteerd worden. Zo nee, dan kan er voor worden gekozen om te stoppen met printen. Immers, wanneer het einde van de baan middel 31 passeert kan het transport en de positionering van het 10 substraat gepaard gaan met meer fouten, hetgeen kan leiden tot printartefacten. Te veel artefacten kan leiden tot het opnieuw willen printen van het beeld. Om inkt en substraat te besparen kan aldus beter gestopt worden met printen.
Mocht het huidige beeld nog volledig afgebeeld kunnen worden op het substraat (zonder dat het einde van de baan middel 31 passeert), dan kan alvast bepaald worden 15 of het volgende te printen beeld nog op het substraat geprint kan worden (zonder dat het einde van de baan middel 31 passeert). Zo ja, dan zal dit beeld nog geprint worden. Zo nee, dan is het beter om dit volgende beeld te printen op een nieuw substraat, bijvoorbeeld afkomstig van rol 21.
20
Figuur 2
In figuur 2 is een geleide-element 116 weergegeven dat in een voorkeursuitvoerings-vorm gebruikt kan worden als geleiding voor het substraat in de voorraadeenheid 10 (in plaats van het geleide-element 16 en/of 26). In figuur 2A is een zijaanzicht van dit 25 element weergegeven. Dit element omvat een geknikte plaat, welke een deel 200 omvat dat zich stroomopwaarts van de knik 202 bevindt, en een deel 201 dat zich stroomafwaarts van de knik 202 bevindt. Deel 200 is via puntlassen 206 verbonden met het stijve frame deel 205. Dit framedeel 205 is een U-profiel dat zich uitstrekt over de lengte van element 116 en verbonden is met het frame van de printer. Deel 201 van de 30 plaat is veel minder beperkt in zijn bewegingsvrijheid dan deel 202. Alleen beugel 210 die op U-profiel 205 is bevestigd zorgt voor een oplegpunt voor deel 201, zie hiervoor ook het vooraanzicht van element 116 zoals weergegeven in figuur 2B. Uit dit vooraanzicht blijkt dat deel 201 voor een groot deel vrij ligt. Omdat de plaat relatief dun is, is deel 201 torsieslap en kan althans ten dele roteren om de as die door het midden 35 van de beugel 210 loopt en loodrecht op de lengteas van element 116 staat. In een 1027003 10 uitvoeringsvorm is deel 201 voorzien van sleuven waardoor dit deel minder weerstand tegen torsie kent.
Bij plaatsing van element 116 in de voorraadeenheid ter vervanging van element 16, wijst het vrije uiteinde van plaatdeel 200 naar de transportkneep 15, en loopt deel 201 5 vrijwel parallel aan doorvoerpad 13 van de voorraadeenheid. Element 116 is eveneens stationair opgesteld in de voorraadeenheid. Door de spanning in het substraat zal deel 201 tegen beugel 210 kunnen worden aangetrokken. Hierdoor kunnen met name de uiteinden van deel 201 om de as roteren die door het midden van de beugel loopt, loodrecht op de richting waarin element 116 zich uitstrekt. De voordelen van deze 10 rotatiemogelijkheid zijn onder figuur 1 beschreven.
Figuur 3
In figuur 3 is schematisch een uitvoeringsvorm van geleide-element 33 weergegeven. In 15 deze uitvoeringsvorm omvat element 33 een as 300 waarop een serie transportwieltjes 301 is aangebracht. Over deze wielen wordt het substraat geleid. Omdat de as vrij draaibaar is opgehangen, kan deze met het substraat meedraaien zonder dat er een onderling snelheidsverschil is. Hierdoor is de wrijvingskracht die gepaard gaat met het transport van het substraat ter plaatse van de wals vrijwel alleen afhankelijk van de 20 wrijving in de lagering van deze wals.
Element 33 is voorzien van een V-vormig gebogen geleideplaat 302 welke assisteert in het geleiden van het substraat. Het mag overigens duidelijk zijn dat de V-vorm van element 302 in wezen samenvalt met de V-vorm van het substraat zoals weergegeven in figuur 1. As 300 is verend opgehangen middels bladveren 305 en 306 die vrij 25 draaibaar zijn bevestigd aan vaste framedelen 307, respectievelijk 308. Deze bladveren maken ieder eenzelfde hoek met de as, zodanig dat de middellijnen van de bladveren een snijpunt 310 hebben stroomopwaarts van de wals. Rotatieas 35 doorkruist dit snijpunt. In figuur 3b is de ophanging van de as in groter detail weergegeven. Aan het uiteinde van as 300 is de bladveer 305 bevestigd. Deze is op zijn beurt bevestigd aan 30 as 311, welke vrij draaibaar is opgehangen in U-vormig framedeel 307. Door deze ophanging is het mogelijk dat wals 33 kan roteren om de assen 34 en 35. Weliswaar is de rotatiemogelijkheid eindig, maar deze blijkt voldoende te zijn om een nauwkeurig en betrouwbaar transport van het substraat tussen de knepen 31 en 32 mogelijk te maken.
35 In figuur 3C is schematisch het veermechanisme weergegeven waarmee wals 33 in de 1027003 11 aangegeven richting A wordt geduwd. Deze richting A komt overeen met de richting die loopt van de eerder genoemde tweede positie die element 33 kan innemen (zie figuur 1, lokatie 37) naar de eerste positie welke dit element inneemt in figuur 1. Hiertoe is de as 300 voorzien van zijpanelen 315 en 316, welke aan hun uiteinde afgewend van de as 5 zijn voorzien van elementen 317, respectievelijk 318. Aan deze elementen is het samenstel van slappe veren 322,323 en 324 bevestigd, welk samenstel geleid wordt over vrij draaibare wieltjes 320 en 321. De veren zijn enigermate uitgerekt waardoor deze de neiging hebben om de uiteinden van het samenstel van veren naar het midden hiervan te bewegen zoals aangegeven in figuur 3C. Hierdoor worden de elementen 317 10 en 318, en daarmee de as 300, in de aangegeven richting A geduwd.
Omdat er door de gekozen constructie een weerstand is tegen de verplaatsing van de wals, is er in wezen een translatiestijfheid voor de wals geïntroduceerd. Bij het verplaatsen van de wals naar de tweede positie wordt de weerstand tegen deze verplaatsing steeds groter. Voordeel van deze weerstand is dat het verplaatsen van de 15 wals nauwkeuriger en beter reproduceerbaar plaatsvindt. Door een aantal lange slappe veren in serie te plaatsen blijft deze weerstand voldoende klein maar wel effectief.
Figuur 4 20 In figuur 4 zijn schematisch de snelheden weergegeven waarmee het substraat door de transportknepen 32 (figuur 4A) en 31 (figuur 4B) getransporteerd wordt bij het doorvoeren van een stukje van dit substraat zodat een nieuwe strook hiervan bedrukt kan worden onder toepassing van inkjet printkop 41.
In figuur 4A is door curve 400 weergegeven welke doorvoersnelheid aan het substraat 25 wordt opgelegd ter plaatse van kneep 32. Er wordt relatief snel een hoge doorvoersnelheid gegenereerd, welke enige tijd wordt vastgehouden om daarna weer snel tot nul te dalen. Deze hoge versnelling kan ondanks de grote massatraagheid van de rol waarop het substraat gewikkeld is worden gerealiseerd door het verplaatsen van wals 33 zoals aangegeven onder figuur 1.
30 In figuur 4B is door curve 401 weergegeven welke doorvoersnelheid aan het substraat wordt opgelegd ter plaatse van kneep 31 voor het transport van eenzelfde lengte van het substraat. Gezien wordt dat deze kneep eerder dan kneep 32 aangedreven wordt zodat het substraat al ten dele afgewikkeld is van rol 11, voordat kneep 32 wordt aangedreven. Eventueel kan door het verplaatsen van wals 33 de baan tussen de 35 middelen 31 en 32 toch op spanning worden gehouden. De versnelling die kneep 31 1027003 12 oplegt is kleiner dan die van kneep 32, en ook de maximale doorvoersnelheid die deze kneep realiseert is kleiner. Echter, het substraat wordt voor een langere tijd doorgevoerd zodat uiteindelijk dezelfde lengte van het substraat kneep 31 passeert.
'1027003

Claims (14)

1. Printer voor het bedrukken van een substraat, de printer omvattend een houder voor f het draaibaar opnemen van een rol waarop het substraat gewikkeld is, een eerste 5 transportmiddel voor het aangrijpen en transporteren van het substraat, welk transportmiddel zich in wezen parallel aan de rol uitstrekt, bij welk transporteren het substraat wordt afgewikkeld van de rol, en een tweede stroomafwaarts geplaatst transportmiddel welke zich ook in wezen parallel aan de rol uitstrekt, waarbij tussen de transportmiddelen een geleideelement is opgesteld, welk element zich in wezen parallel 10 aan de transportmiddelen uitstrekt, en zodanig is uitgevoerd dat deze - het substraat onder een hoek tussen 0 en 180° verstuurt van het eerste naar het tweede transportmiddel, - althans ten dele kan roteren om een as die in wezen loodrecht op de genoemde 15 richting staat waarin het geleideelement zich uitstrekt, en - beweging van het substraat ter plaatse van het geleide-element toestaat in een richting parallel aan de richting waarin dit element zich uitstrekt.
2. Printer volgens conclusie 1, met het kenmerk dat de genoemde as in wezen door het 20 midden van het geleide-element loopt.
3. Printer volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de transportmiddelen elk tenminste een transportkneep omvatten gevormd tussen twee transportrollen. 25
4. Printer volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het geleidelement zodanig is opgesteld dat het substraat ter plaatse van contact met dit element een relatieve snelheid heeft ten opzichte van dit element.
5. Printer volgens conclusie 4, met het kenmerk dat het geleideelement een in wezen stationair opgestelde plaat is.
6. Printer volgens conclusie 5, met het kenmerk dat de plaat een knik heeft parallel aan de genoemde richting waarin deze plaat zich uitstrekt. 35
7. Printer volgens conclusie 6, met het kenmerk dat een deel van de plaat dat 1027003 stroomopwaarts is gelegen ten opzichte van de knik bevestigd is aan een stijf framedeel van de printer.
8. Printer volgens een der conclusies 4 tot en met 7, met het kenmerk dat de plaat is 5 voorzien van sleuven.
9. Printer volgens een der conclusies 1 tot en met 3, met het kenmerk dat het geleidelement een wals is.
10. Printer volgens conclusie 9, met het kenmerk dat de wals aan zijn uiteinden onder toepassing van veerelementen is bevestigd aan een frame van de printer.
11. Printer volgens conclusie 10, met het kenmerk dat de veerelementen bladveren zijn.
12. Printer volgens conclusie 11, met het kenmerk dat de bladveren ieder eenzelfde hoek kleiner dan 90° met de wals maken, zodanig dat de middellijnen van de bladveren een snijpunt hebben stroomopwaarts van de wals.
13. Printer volgens een der conclusies 1 tot en met 3, met het kenmerk dat deze een 20 derde nog verder stroomafwaarts gelegen transportmiddel heeft voor het aangrijpen en transporteren van het substraat, waarbij tussen het eerste en tweede transportmiddel een geieideelement volgens een der conclusies 4 tot en met 8 is opgesteld, en tussen de tweede en derde kneep een geieideelement volgens een der conclusies 9 tot en met 12 is opgesteld. 25
14. Printer volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de printer een inkjet printer is. 102700¾
NL1027003A 2004-09-09 2004-09-09 Printer. NL1027003C2 (nl)

Priority Applications (5)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1027003A NL1027003C2 (nl) 2004-09-09 2004-09-09 Printer.
EP05107888A EP1634715A1 (en) 2004-09-09 2005-08-29 Printer
JP2005249298A JP2006076792A (ja) 2004-09-09 2005-08-30 プリンタ
US11/219,701 US20060051151A1 (en) 2004-09-09 2005-09-07 Printer
CN200510099891.1A CN1746090A (zh) 2004-09-09 2005-09-09 打印机

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1027003 2004-09-09
NL1027003A NL1027003C2 (nl) 2004-09-09 2004-09-09 Printer.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1027003C2 true NL1027003C2 (nl) 2006-03-13

Family

ID=34974429

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1027003A NL1027003C2 (nl) 2004-09-09 2004-09-09 Printer.

Country Status (5)

Country Link
US (1) US20060051151A1 (nl)
EP (1) EP1634715A1 (nl)
JP (1) JP2006076792A (nl)
CN (1) CN1746090A (nl)
NL (1) NL1027003C2 (nl)

Families Citing this family (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JP4892389B2 (ja) * 2007-04-03 2012-03-07 株式会社ミマキエンジニアリング プリンター装置
JP2011219271A (ja) * 2010-03-25 2011-11-04 Seiko Epson Corp 記録装置
JP5464005B2 (ja) * 2010-03-29 2014-04-09 セイコーエプソン株式会社 ロール紙プリンター
JP2012035957A (ja) * 2010-08-05 2012-02-23 Toshiba Tec Corp 機器、プリンタ、および当接部材
DE202012102597U1 (de) * 2012-07-13 2013-10-14 Hi Tech Textile Holding Gmbh Vliesleger
CN106946080B (zh) * 2017-03-07 2018-10-02 江南大学 一种具有整理作用的滚动式介质传送平板
KR102041324B1 (ko) * 2019-03-26 2019-11-07 비욘드솔루션 주식회사 기판 이송을 위한 가이드 핀
US11787208B2 (en) 2019-07-23 2023-10-17 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Printing device with modular assembly including elastic elements
CN111746146A (zh) * 2020-07-24 2020-10-09 广州九岳天装饰工程有限公司 一种手持喷码机

Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US20030053833A1 (en) * 2001-09-18 2003-03-20 Yasushi Kinoshita Image forming apparatus
WO2004035315A2 (de) * 2002-10-11 2004-04-29 OCé PRINTING SYSTEMS GMBH Vorrichtung und verfahren zur führung einer endlosen bahn mit hilfe einer schwenkbaren vorrichtung

Family Cites Families (8)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0315487B1 (en) * 1987-11-06 1993-05-12 Victor Company Of Japan, Limited Cartridge for a printer system
US4976558A (en) * 1987-11-19 1990-12-11 Brother Kogyo Kabushiki Kaisha Device for feeding recording medium in the longitudinal recording direction
US5248207A (en) * 1990-08-27 1993-09-28 Minolta Camera Kabushiki Kaisha Thermal printer provided with detachable head unit having built-in thermal head unit
US5302037A (en) * 1992-04-10 1994-04-12 Hecon Corporation Web handling and feeding system for printers
DE59704150D1 (de) * 1996-12-20 2001-08-30 Wincor Nixdorf Gmbh & Co Kg Verfahren zur steuerung einer belegdruckeinrichtung und eine nach diesem steuerbare belegdruckeinrichtung
JP3990085B2 (ja) * 2000-01-12 2007-10-10 富士フイルム株式会社 プリンタ
US20020168212A1 (en) * 2001-05-09 2002-11-14 Nedblake Greydon W. On-demand label applicator system
DE10247455B4 (de) * 2002-10-11 2006-04-27 OCé PRINTING SYSTEMS GMBH Einrichtung und Verfahren zum Regeln der Lage der Seitenkante einer kontinuierlichen Bahn

Patent Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US20030053833A1 (en) * 2001-09-18 2003-03-20 Yasushi Kinoshita Image forming apparatus
WO2004035315A2 (de) * 2002-10-11 2004-04-29 OCé PRINTING SYSTEMS GMBH Vorrichtung und verfahren zur führung einer endlosen bahn mit hilfe einer schwenkbaren vorrichtung

Also Published As

Publication number Publication date
EP1634715A1 (en) 2006-03-15
US20060051151A1 (en) 2006-03-09
JP2006076792A (ja) 2006-03-23
CN1746090A (zh) 2006-03-15

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US7523933B2 (en) Adjustable force driving nip assemblies for sheet handling systems
US8376639B2 (en) Substrate media registration and de-skew apparatus, method and system
US8646385B2 (en) Media inversion system for a continuous web printer
CN100493921C (zh) 带传送装置和打印机
NL1027003C2 (nl) Printer.
JP4407631B2 (ja) ロール紙給紙機構、ロール紙給紙カセット、及び画像形成装置
NL1027002C2 (nl) Werkwijze voor het bedrukken van een substraat met een inkjet printer, en een inkjet printer geschikt om deze werkwijze toe te passen.
NL1027001C2 (nl) Inkjet printer.
US20060180989A1 (en) Sheet-conveying mechanism
EP1661837B1 (en) Sheet discharge system
JPH10203677A (ja) 給排紙用のローラ機構
JPS6255684A (ja) 長尺紙状の画像受取り材料のための圧着装置
JP5233030B2 (ja) ウェブ処理装置
JP4207066B2 (ja) 記録装置
JP4649427B2 (ja) ロール紙供給機構
JP2006346983A (ja) サーマルプリンタ
JP2004276254A (ja) 媒体搬送装置
JP2002167073A (ja) 薄材搬送装置とこの装置を備えた画像読み取り装置および画像形成装置
JPH0361252A (ja) デカール機構及び前記デカール機構を用いた記録装置
JPH11115167A (ja) 記録装置
JP2000356815A (ja) 写真処理機における露光部の感光材料搬送装置
JPH0922211A (ja) 定着装置
JPH0361255A (ja) デカール機構及び前記デカール機構を用いた記録装置

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20100401