NL1024150C2 - Inrichting en werkwijze voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan voorzien van een transportsysteem. - Google Patents

Inrichting en werkwijze voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan voorzien van een transportsysteem. Download PDF

Info

Publication number
NL1024150C2
NL1024150C2 NL1024150A NL1024150A NL1024150C2 NL 1024150 C2 NL1024150 C2 NL 1024150C2 NL 1024150 A NL1024150 A NL 1024150A NL 1024150 A NL1024150 A NL 1024150A NL 1024150 C2 NL1024150 C2 NL 1024150C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
recognizable
chain
carriers
unrecognizable
group
Prior art date
Application number
NL1024150A
Other languages
English (en)
Inventor
Adrianus Josephes V Nieuwelaar
Petrus Wilhelmus Hendr Cruysen
Jan Willem Beeftink
Original Assignee
Stork Pmt
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Family has litigation
First worldwide family litigation filed litigation Critical https://patents.darts-ip.com/?family=34056995&utm_source=google_patent&utm_medium=platform_link&utm_campaign=public_patent_search&patent=NL1024150(C2) "Global patent litigation dataset” by Darts-ip is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.
Application filed by Stork Pmt filed Critical Stork Pmt
Priority to NL1024150A priority Critical patent/NL1024150C2/nl
Priority to ES04077267T priority patent/ES2277196T5/es
Priority to DE602004003182T priority patent/DE602004003182T3/de
Priority to EP04077267A priority patent/EP1508277B2/en
Priority to DK04077267T priority patent/DK1508277T4/da
Priority to AT04077267T priority patent/ATE345046T1/de
Priority to BRPI0403307-8B1A priority patent/BRPI0403307B1/pt
Priority to US10/922,633 priority patent/US7133742B2/en
Application granted granted Critical
Publication of NL1024150C2 publication Critical patent/NL1024150C2/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A22BUTCHERING; MEAT TREATMENT; PROCESSING POULTRY OR FISH
    • A22BSLAUGHTERING
    • A22B7/00Slaughterhouse arrangements
    • A22B7/001Conveying arrangements
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A22BUTCHERING; MEAT TREATMENT; PROCESSING POULTRY OR FISH
    • A22CPROCESSING MEAT, POULTRY, OR FISH
    • A22C21/00Processing poultry
    • A22C21/0053Transferring or conveying devices for poultry

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Food Science & Technology (AREA)
  • Wood Science & Technology (AREA)
  • Zoology (AREA)
  • Control Of Conveyors (AREA)
  • Agricultural Chemicals And Associated Chemicals (AREA)
  • Processing Of Meat And Fish (AREA)
  • Meat, Egg Or Seafood Products (AREA)

Description

··
Korte aanduiding: Inrichting en werkwijze voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan voorzien van een transportsysteem.
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting en werkwijze voor het verwerken van slachtdieren, in het bijzonder gevogelte, en/of delen daarvan, waarbij gebruik wordt gemaakt van een transportsysteem. Het transportsysteem is van het type met een 5 eindloze baan en een keten van ketenelementen, waaronder dragers die elk zijn ingericht voor het dragen van een of meer slachtdieren of deel dan wel delen daarvan. Het transportsysteem is voorzien van aandrijfmiddelen voor het langs de baan in een transportrichting verplaatsen van de keten van dragers.
10
In grote slachterijen die zijn ingericht voor de verwerking van gevogelte, bijvoorbeeld kippen, komen in de hedendaagse praktijk transportsystemen voor met vele duizenden dragers in een keten. Zo zijn er slachtlijnen bekend met 15.000 tot zelfs 30.000 dragers in 15 een enkele keten die kilometers lang kan zijn. Daarbij zijn tussen naburige dragers andersoortige ketenelementen, bijvoorbeeld een of meer schalmen van een ketting of een stuk kabel, staaldraad of dergelijke, aanwezig die de dragers onderling verbinden.
Ook zijn er in slachterijen vaak meerdere transportsystemen 20 aanwezig, waarbij het voorkomt dat een deel van een door een drager in een eerste transportsysteem gehouden gevogelte wordt afgescheiden en het afgescheiden gevogeltedeel wordt overgebracht naar een drager die deel uitmaakt van een tweede transportsysteem.
Bijvoorbeeld in deze situatie is het van belang tijdens het 25 slachtproces de locatie van de dragers in elk van de transportsystemen te weten. Zo kan het voorkomen dat langs de tweede transportbaan een inspectiestation is opgesteld, waar een veterinaire inspectie van passerende afgescheiden gevogeltedelen plaatsvindt. Indien dan een gevogeltedeel wordt afgekeurd is het 30 gewenst, en soms vereist, dat het bijbehorende gevogeltedeel, dat zich dan nog in het eerste transportsysteem bevindt, eveneens wordt afgekeurd en als zodanig wordt behandeld, bijvoorbeeld in een 10241 50 I -2*
I afkeurstation wordt afgevoerd. De slachterij-installatie moet dan I
I dus instaat zijn die betreffende drager in het eerste I
I transportsysteem te lokaliseren. I
I 5 Om de dragers in het transportsysteem, zoals dat tegenwoordig I
I wordt toegepast in slachterijen, te kunnen lokaliseren zijn I
I lokaliseringmiddelen aanwezig die ten minste de positie van de keten I
I van de dragers ten opzichte van de baan kunnen bepalen. I
10 Bij een bekende uitvoering van deze lokaliseringmiddelen is in I
I de keten één enkel herkenbaar ketenelement aanwezig dat een I
I herkenningsteken heeft, welk ketenelement het referentie- I
I ketenelement wordt genoemd, en zijn de overige ketenelementen in de I
I keten onherkenbaar uitgevoerd. Langs de baan is dan een I
I 15 herkenningssensor opgesteld voor het waarnemen van dat herkenbare I
I referentie-ketenelement. I
I De bekende lokaliseringmiddelen omvatten verder een op een I
I plaats langs de baan, meestal bij de herkenningssensor, opgestelde I
I 20 telinrichting voor het tellen van de dragers die passeren na de I
I passage van het referentie-ketenelement. I
I Verder omvatten de bekende lokaliseringmiddelen elektronische I
I geheugenmiddelen met een geheugentabel waarin voor elke drager ten I
I 25 minste een geheugenveld is aanwezig is, waarbij de I
I lokaliseringmiddelen voor elke drager in een geheugenveld een I
variabele opnemen die representatief is voor het door de I
I telinrichting getelde aantal dragers sinds de passage van het I
I referentie-ketenelement. I
I 30 I
I Bij het hierboven beschreven bekende transportsysteem wordt aan I
I elke drager als het ware een volgnummer toegekend, beginnend vanaf I
I het referentie-ketenelement. In de praktijk omvat de geheugentabel I
I voor elke drager naast het geheugenveld met het volgnummer van de I
I 35 drager ook een of meer geheugenvelden waarin andere informatie kan I
I worden opgeslagen. Bijvoorbeeld kan in een dergelijk geheugenveld I
I 1024150 -3- ook een gegeven van het betreffende product worden opgeslagen, zoals het gewicht o.i.d.
In een in de praktijk algemeen bekende uitvoeringsvorm zijn de 5 dragers uitgevoerd als langs een geleiderail voortbeweegbare wagens (trolleys) met op de rail aangrijpende loopwielen. Verder is elke drager voorzien van een opnamedeel voor het opnemen van een slachtdier of een of meer delen daarvan.
10 Het is bekend langs de geleiderail een sensor op te stellen, die wordt bediend onder invloed van een passerend wagentje van een drager. Het referentie-ketenelement wordt dan in een bekende uitvoering verkregen door tussen de loopwielen van twee naburige wagens een brugstuk, in de praktijk een veer, te plaatsen dat de 15 betreffende sensor bedient alsof het de passage van een wagen betrof. Deze langere bedieningsperiode ten opzichte van de passage van een gewone wagen wordt elektronisch herkend en zo wordt het referentie-ketenelement in de keten gedetecteerd. Bovendien verzorgt de sensor het tellen van de passeren wagens en dus van de dragers.
20 Bekend is de sensor uit te voeren als door de passage van een loopwiel mechanisch beweegbaar element, dat samenwerkt met een elektronische detector, bijvoorbeeld een inductieve detector.
In een andere bekende variant is langs de geleiderail een optische 25 sensor geplaatst, die elke passage van een drager detecteert. Tussen twee naburige dragers is in de keten een additioneel ketenelement opgesteld, dat zich op dezelfde wijze als een drager laat detecteren door de optische sensor. De passage van dit additionele ketenelement is makkelijk vast te stellen op basis van het kortere tijdsverloop 30 tussen opeenvolgende detecties, en daarmee wordt dan het referentieketenelement gedefinieerd.
Op zich werken de bovenbeschreven transportsystemen in slachterijen naar tevredenheid.
35
Een probleem treedt echter bijvoorbeeld op in het geval van een stroomstoring. Deze stroomstoring kan invloed hebben op de 10241 50
I -4- I
I aandrijfmiddelen van de keten en/of op de herkenningssensor en/of de I
I elektronische geheugenmiddelen. Als gevolg hiervan, ontstaat zelfs I
I als ogenschijnlijk geen problemen zijn opgetreden binnen de I
I lokaliseringmiddelen, onzekerheid over de positie van de keten ten I
I 5 opzichte van de baan en dus over de locatie van de dragers en de I
I daardoor gedragen producten ten opzichte van de baan en de daarbij I
I behorende stations. I
I In het kader van de voedselveiligheid is een dergelijke I
I 10 onzekerheid bij een slachterij van bijvoorbeeld gevogelte ongewenst. I
I Om die onzekerheid op te heffen dient bij de bekende I
I transportsystemen de keten in een "herstelroutine" zolang I
I voortbewogen te worden totdat het enkele referentieketenelement weer I
I 15 door de herkenningssensor wordt waargenomen. Tijdens die I
I "herstelroutine" mogen uiteraard geen nieuwe producten worden I
I toegevoerd, producten worden afgevoerd of bewerkingen worden I
I uitgevoerd. I
20 Het zal duidelijk zijn dat bij een keten van grote lengte, I
I zoals hierboven toegelicht, de tijdsduur van de "herstelroutine" I
I onacceptabel lang kan zijn. I
I Een ander probleem bij ketens van grote lengte houdt verband I
I 25 met het verloren gaan van een drager, bijvoorbeeld doordat een I
I drager afbreekt van de keten. Bij de huidige aanpak wordt een I
dergelijk verloren gaan ongewenst laat geconstateerd en moet I
I eventueel een groot aantal in de drager opgenomen slachtdieren of I
I delen daarvan uit voedselveiligheidsredenen worden afgekeurd. I
I 30 I
I Tenslotte kan de grote lengte van de keten tot gevolg hebben I
I dat bij een noodstop of dergelijke de dragers tegen de I
I transportrichting in terugbewegen omdat de keten tijdens het bedrijf I
I was opgerekt en die rek dan weer wordt opgeheven. Hierdoor kunnen de I
I 35 lokaliseringmiddelen als het ware de tel kwijt raken. I
I 10241 50 -5-
Een voor de hand liggende oplossing van de bovengenoemde problemen is alle dragers uit te voeren als herkenbare drager en daarbij elke drager te voorzien van een uniek herkenningsteken. Mogelijk uitvoeringen zijn dan elke drager te voorzien van een op 5 afstand afleesbare elektronische transponder met een unieke code of elke drager te voorzien van een afleesbare grafische code, bijvoorbeeld een streepjescode.
Deze oplossingen zijn weliswaar doelmatig als het gaat om de 10 snelle lokalisering van dragers in de keten, maar hebben onacceptabele nadelen. Zo is de kostprijs van de transponders te hoog om alle dragers van een transponder te voorzien. Een nadeel van afleesbare grafische codes op elk van de dragers ligt in de betrouwbare aflezing van die grafische codes bij een hoge 15 afleesfrequentie. In het bijzonder kunnen vocht en condens de aflezing bemoeilijken en treedt snel veroudering van de grafische codes op.
Het bovengenoemde nadeel van de bekende wijze van bepaling van 20 de positie van de keten ten opzichte van de baan komt ook naar voren in het kader van de "uitrekking" van de keten. Zoals genoemd kan de keten erg lang zijn en doordat - welhaast onvermijdelijk - de keten tijdens gebruik oprekt (bijvoorbeeld door slijtage) worden in de praktijk periodiek, bijvoorbeeld wekelijks, ketenelementen, 25 waaronder dragers, uit de keten verwijderd om de rek op te vangen. Ook als gevolg van storingen of breuk van de keten, worden in de praktijk door het onderhoudspersoneel dragers uit de keten verwijderd. Het verwijderen van de ketenelementen heeft dan tot gevolg dat de keten zoals vastgelegd in de geheugentabel niet meer 30 overeenstemt met de daadwerkelijke keten, zodat een herstelroutine nodig is om hernieuwde overeenstemming te bereiken.
De uitvinding beoogt alternatieve maatregelen voor te stellen, die een, bijvoorkeur snelle, lokalisering van de dragers in de keten 35 ten opzichte van de baan mogelijk maken, waarbij de betrouwbaarheid enerzijds en de kosten van de lokaliseringmiddelen anderzijds beiden acceptabel zijn.
1024150
I ~6· I
I De uitvinding verschaft een inrichting voor het verwerken van I
I slachtdieren of delen daarvan volgens de aanhef van conclusie 1, die I
is gekenmerkt doordat verdeeld over de keten meerdere herkenbare I
I 5 groepen van een of meer ketenelementen aanwezig zijn, waarbij in I
I elke herkenbare groep een of meer ketenelementen een I
I herkenningsteken hebben, waarbij tussen meerdere opeenvolgende I
I herkenbare groepen een onherkenbare groep van een of meer I
onherkenbare ketenelementen aanwezig is. I
I 10 I
I Volgens deze eerste, eenvoudig realiseerbare maatregel is er I
I dus in voorzien niet een enkel herkenbare ketenelement in de keten I
I op te nemen, maar meerder herkenbare groepen verdeeld (al dan niet I
I willekeurig) over de lengte van de keten op te nemen. Daarbij kan I
15 een herkenbare groep bestaan uit een enkele herkenbaar ketenelement I
I drager of meerdere ketenelementen, waaronder bij voorkeur ten minste I
I een of meerdere herkenbare dragers, zoals verderop zal worden I
I toegelicht. I
I 20 In een praktisch voordelige uitvoeringsvorm zijn tussen I
I naburige dragers in de keten een of meer andersoortige I
I ketenelementen aanwezig, bijvoorbeeld schalmen van een ketting, een I
stuk kabel o.i.d. Er zijn echter ook systemen bekend, waarbij de I
I dragers niet onderling gekoppeld zijn, bijvoorbeeld bij een buffer I
I 25 o.i.d. waar de dragers tijdelijk op een variabele onderlinge afstand I
I worden gebracht. Ook dergelijke systemen vallen binnen het kader van I
I deze uitvinding. I
I Bij voorkeur is erin voorzien dat elk herkenbaar ketenelement I
I 30 een herkenbare drager is, die is voorzien van een bijbehorend I
I herkenningsteken. Als alternatief kan een tussen de dragers liggend I
I ketenelement zijn ingericht, zoals bij de oplossingen volgens de I
stand van de techniek. I
35 In een eenvoudige uitvoering bestaat elke herkenbare groep uit I
I een enkele herkenbare drager, en is elke herkenbare drager voorzien I
I van een uniek herkenningsteken, zodat de lokaliseringmiddelen elke I
I 1024150 -7- herkenbare drager op basis van het unieke herkenningsteken kunnen identificeren. Op deze wijze neemt een eventuele herstelroutine weinig tijd in beslag, uiteraard afhankelijk van de onderlinge afstand tussen de herkenbare dragers. Hierbij kan het aantal 5 onherkenbare dragers dat volgt op een herkenbare drager telkens identiek zijn maar ook variabel, zelfs willekeurig zijn.
In een andere uitvoering bestaat elke herkenbare groep uit een serie van meerdere dragers, waarbij meerdere dragers van elke 10 herkenbare groep herkenbare dragers zijn en een herkenningsteken hebben en eventueel een of meer dragers in de herkenbare groep onherkenbare dragers zijn, zodanig dat de combinatie van waarneembare herkenningstekens en eventuele onherkenbare dragers elke groep een unieke combinatie verschaft, zodat de 15 lokaliseringmiddelen elke herkenbare groep op basis van die uniek combinatie kan identificeren.
In een mogelijke variant van de bovengenoemde uitvoering verschaffen de herkenbare en onherkenbare dragers van een herkenbare groep een binaire combinatie of soortgelijke combinatie, zodat bij 20 een systeem met bijvoorbeeld herkenbare groepen van 8 dragers een 8-bits code en dus met 256 unieke combinaties kan worden verschaft.
In een voorkeursuitvoering is erin voorzien dat meerdere herkenbare groepen, eventueel alle herkenbare groepen, in de keten 25 niet uniek zijn en - in het geval van een enkele herkenbare drager per herkenbare groep - hetzelfde herkenningsteken hebben of - in het geval van een serie van meerdere dragers - een identieke combinatie van waarneembare herkenningstekens en eventuele onherkenbare dragers hebben.
30
Indien meerdere of zelfs alle herkenbare groepen niet uniek herkenbaar zijn, heeft de voorkeur dat de lokaliseringmiddelen zijn ingericht om de positie van de keten te bepalen door: 35 a) het waarnemen een herkenbare groep, b) het tellen van de dragers van de daaropvolgende onherkenbare groep, zodat een combinatie van de waargenomen herkenbare groep 1024150
I I
I en het getelde aantal dragers van de onherkenbare groep wordt I
I verkregen, I
I c) het analyseren van de geheugentabel en het daarin herkennen van I
I 5 alle voorkomens van de combinatie, I
I zodat - indien slechts één enkel voorkomen in de geheugentabel is I
I herkend - de positie van de keten is bepaald, I
I 10 en - indien meerdere voorkomens in de geheugentabel zijn herkend - I
I d) het waarnemen van de volgende herkenbare groep, I
I e) het tellen van het aantal dragers van de daaropvolgende I
I onherkenbare groep, zodat een combinatie wordt verkregen van de I
I 15 herkenbare groepen en het aantal getelde dragers van de onherkenbare I
I groepen, I
I f) het analyseren van de geheugentabel en het daarin herkennen van I
I alle voorkomens van de combinatie, I
I 20 I
I zodat - indien slechts één voorkomen is herkend - de positie van de I
I keten is bepaald, I
I en - indien meerdere voorkomens zijn herkend - het herhalen van de I
I 25 stappen d), e) en f) totdat slechts een enkel voorkomen wordt I
I herkend, zodat de positie van de keten is bepaald. I
I Bij deze uitvoering is de basis dat meerdere onherkenbare I
I groepen een verschillend aantal dragers hebben, en bij voorkeur van I
I 30 de gedachte dat alle onherkenbare groepen een willekeurig aantal I
I dragers hebben. I
I Bij deze uitvoering wordt opgemerkt dat, zoals eerder genoemd, I
I in de praktijk tijdens het bedrijf van de inrichting zo nu en dan I
I 35 dragers worden verwijderd. Dit leidt dus tot een "willekeurig" I
I aantal dragers, zelfs indien bij ingebruikname van de inrichting het I
I 1024150 -9- aantal dragers, in het bijzonder in de onherkenbare groepen, van tevoren bepaald was.
De uitvinding zal hierna nader worden toegelicht aan de hand 5 van de tekening. Daarbij toont:
Fig. 1 schematisch een uitvoeringsvoorbeeld van een inrichting voor het verwerken van slachtdieren volgens de uitvinding, en
Fig. 2 een deel van de inrichting van figuur 1.
10 Figuur 1 toont een inrichting 1 voor het verwerken van slachtdieren of delen daarvan, bijvoorbeeld gevogelte.
De inrichting 1 heeft een transportsysteem met een eindloze baan 2 en met een keten achter elkaar geplaatste dragers 3, die elk zijn ingericht voor het dragen van een of meer slachtdieren of delen 15 daarvan en die onderling gekoppeld zijn en langs de baan 2 verplaatsbaar zijn.
Zoals is te herkennen in figuur 2 is de baan gevormd door een geleiderail 2a en zijn de dragers 3 verplaatsbaar aan de rail 2a bevestigd, bijvoorbeeld met loopwielen 4a, waarbij de dragers 3 20 verder onderling zijn gekoppeld, bijvoorbeeld door een flexibel koppelelement zoals een ketting met schalmen 6a, kabel o.i.d.
De inrichting 1 omvat verder aandrij fmiddelen 4 voor het langs de baan 2 in een transportrichting "P" verplaatsen van de keten van dragers 3.
25 In figuur 2 zijn de dragers 3 ingericht voor het dragen van een gevogelte 20.
Bij een toevoerstation 5 wordt een slachtdier 20 of een of meer delen daarvan aan een drager 3 van het transportsysteem toegevoerd.
30 Langs de baan 2 zijn een of meer stations 6,7,8 opgesteld voor het uitvoeren van een aan de slachtdieren o£ delen daarvan gerelateerde handelingen, bijvoorbeeld het afsnijden van delen van het slachtdier, het uitvoeren van een inspectie, etc. In een inrichting met meerdere transportsystemen kan een station een 35 zogenaamd overbrengstation zijn, waar een slachtdier of deel (delen) daarvan van het ene systeem naar het andere worden overgebracht.
1024150 I -ιο
ί De inrichting 1 omvat verder een losstation 9 voor het lossen I
I van de slachtdieren of delen daarvan uit de dragers 3. I
I Het transportsysteem is voorzien van nader toe. te lichten I
I 5 lokaliseringmiddelen voor het bepalen van de positie van de keten I
I van dragers 3 ten opzichte van de baan 2. I
I De lokaliseringmiddelen zijn gebaseerd op het principe dat er I
I verdeeld over de lengte van de keten, die in de praktijk honderden I
I 10 of zelfs (tien)duizenden dragers 3 kan bevatten, meerdere herkenbare I
I groepen dragers 3 zijn, waarbij in elke herkenbare groep een of meer I
I dragers een herkenningsteken hebben. Verder is tussen opeenvolgende I
I herkenbare groepen telkens een onherkenbare groep van een of meer I
I onherkenbare dragers aanwezig. I
I 15 Bijvoorbeeld zijn bij een ketenlengte van 30.000 dragers I
I ongeveer 1500 herkenbare groepen aanwezig, zodat de gemiddelde I
I lengte van een onherkenbare groep dragers ongeveer 20 dragers is. I
I Langs de baan 2 is een herkenningssensor 10 opgesteld voor het I
I 20 waarnemen van elke herkenbare drager 3. Verder is een telinrichting I
I 11 opgesteld langs de baan 2 op een telplaats, hier dezelfde plaats I
I als de herkenningssensor 10, voor het tellen van de onherkenbare I
I dragers die langs de telplaats passeren na de passage van een I
I herkenbare drager 3. I
I 25 I
I De lokaliseringmiddelen omvatten verder een computer 12 met I
I elektronische geheugenmiddelen 13 met een geheugentabel "t., waarin I
I voor elke drager 3 ten minste een geheugenveld aanwezig is. De I
I lokaliseringmiddelen nemen voor elke drager 3 in een geheugenveld I
I 30 een variabele op die - in het geval van een herkenbare drager - I
I representatief is voor het waargenomen herkenningsteken en die - in I
I het geval van een onherkenbare drager - representatief is voor het I
I door de telinrichting 11 getelde aantal dragers 3 sinds de passage I
I van de stroomopwaarts in de keten daarvoor gelegen herkenbare groep. I
I 35 Bij het inbedrijfnemen van de inrichting is er bij voorkeur in I
I voorzien dat de tabel "t" wordt "geladen" met de keten, dat wil I
I zeggen dat op basis van de gegevens van de sensor 10 en de I
I 10241 50 -11- telinrichting 11 de actuele samenstelling van de keten in de tabel t wordt opgeslagen.
Een back-up geheugen 14 is werkzaam aangesloten op de computer 5 12. Bijvoorbeeld periodiek wordt de tabel t, of steeds een deel daarvan, gekopieerd naar een back-up tabel 15 in het back-up geheugen 14. Bijvoorbeeld is bij het geheugen 14 een storingsongevoelige batterijvoeding voorzien, die het back-up geheugen 14 werkzaam houdt, ook als de lichtnetvoeding o.i.d.
10 uitvalt.
Bij voorkeur is erin voorzien dat bij elke storing die invloed kan hebben op de bepaling van de positie van de keten ten opzichte van de baan 2, zoals bijvoorbeeld bij een hernieuwde inbedrijfname van het transportsysteem na het opheffen van een storing of het 15 uitvallen van de stroom voor de computer 12 en daarmee het verloren gaan of onbetrouwbaar worden van de tabel t, de inhoud van de tabel 15 wordt teruggekopieerd naar de werktabel t.
Het zal duidelijk zijn dat de voornoemde werking van de lokaliseringmiddelen tijdens het bedrijf van de inrichting ook 20 voortdurend kan worden uitgevoerd, om zo passage van de dragers te vergelijken met de tabel en eventueel corrigerende acties te plegen en/of foutmeldingen af te geven.
Op basis van het bovenbeschreven beginsel, waarbij verdeeld 25 over de keten meerdere herkenbare groepen aanwezig zijn, kunnen verschillende uitvoeringen worden gerealiseerd, waarvan een aantal relevante varianten hieronder nader worden toegelicht.
In een eenvoudige versie bestaat elke herkenbare groep uit een 30 enkele herkenbare drager en is elke herkenbare drager voorzien van een uniek herkenningsteken, bijvoorbeeld een transponder, zodat de lokaliseringmiddelen elke herkenbare drager op basis van het unieke herkenningsteken kan identificeren. Ten opzichte van de eerder beschreven, buiten het kader van de uitvinding liggende, gedachte om 35 elke drager in de hele keten te voorzien van een unieke identificatie biedt deze oplossing niet alleen de mogelijkheid om aanzienlijk te besparen op de kostprijs van de transponders, maar 10241 50
I -12- I
I zal bovendien het merendeel van de dragers als onherkenbare drager I
I zijn uitgevoerd. Bij vervangen, plaatsing en verwijdering van I
I dragers is dat voor het onderhoudspersoneel veel eenvoudiger dan I
I indien rekening moet worden gehouden met een uniek herkenningsteken. I
I 5 I
I In een andere versie bestaat elke herkenbare groep uit een I
I serie van meerdere dragers met eventueel tussenliggende I
I ketenelementen, waarbij meerdere dragers van elke herkenbare groep I
I herkenbare dragers zijn en elk een herkenningsteken hebben, en I
10 waarbij eventueel een of meer dragers in de herkenbare groep I
I onherkenbare dragers zijn, zodanig dat de combinatie van I
I waarneembare herkenningstekens van de herkenbare dragers en I
eventuele onherkenbare dragers voor elke herkenbare groep een unieke I
I combinatie oplevert, zodat de lokaliseringmiddelen elke herkenbare I
I 15 groep op basis van die unieke combinatie kan identificeren. I
In een mogelijke uitvoering hiervan verschaffen de herkenbare I
I en onherkenbare dragers van een herkenbare groep een binaire I
I combinatie of dergelijke. I
I 20 Met name bij de hiervoor genoemde versies is het te overwegen I
I dat de tussen alle paren van naburige herkenbare groepen in de keten I
I aanwezige onherkenbare groepen telkens een identiek aantal I
I onherkenbare dragers hebben. Opgemerkt wordt dat in de praktijk die I
I situatie vaak niet gehandhaafd kan worden wegens de "noodzaak" I
I 25 dragers te verwijderen om "rek" van de keten op te vangen. I
I De inrichting volgens de uitvinding wordt met voordeel zo I
I uitgevoerd dat meerdere herkenbare groepen, eventueel alle I
I herkenbare groepen, in de keten niet uniek zijn. Deze groepen hebben I
I 30 dan - in het geval van een enkele herkenbare drager per herkenbare I
groep - hetzelfde herkenningsteken of - in het geval van een serie I
I van meerdere dragers - een identieke combinatie van waarneembare I
I herkenningstekens en eventuele onherkenbare dragers. I
I 35 In de hiervoor genoemde uitvoering zijn de lokaliseringmiddelen I
I bij voorkeur ingericht om de positie van de keten te bepalen door: I
I 1024150 " I
-13- a) het waarnemen een herkenbare groep, b) het tellen van de dragers van de daaropvolgende onherkenbare groep, zodat een combinatie van de waargenomen herkenbare groep en het getelde aantal dragers van de onherkenbare groep wordt 5 verkregen, c) het analyseren van de tabel 13 en het daarin herkennen van alle voorkomens van de combinatie, 10 zodat - indien slechts één enkel voorkomen in de geheugentabel is herkend - de positie van de keten is bepaald, en - indien meerdere voorkomens in de geheugentabel zijn herkend - 15 d) het waarnemen van de volgende herkenbare groep, e) het tellen van het aantal dragers van de daaropvolgende onherkenbare groep, zodat een combinatie wordt verkregen van de herkenbare groepen en het aantal getelde dragers van de onherkenbare groepen, 20 f) het analyseren van de geheugentabel en het daarin herkennen van alle voorkomens van de combinatie, zodat - indien slechts één voorkomen is herkend - de positie van de 25 keten is bepaald, en - indien meerdere voorkomens zijn herkend - het herhalen van de stappen d), e) en f) totdat slechts een enkel voorkomen wordt herkend, zodat de positie van de keten is bepaald.
30
Deze aanpak maakt het mogelijk, zoals de voorkeur heeft, dat alle onherkenbare groepen in de keten een willekeurig aantal dragers 3 hebben.
35 Binnen het kader van de hierboven genoemde aanpak zijn velerlei varianten mogelijk.
1024150
I ~i4~ I
I In een eenvoudige variant bestaat elke herkenbare groep uit een I
I enkele herkenbare drager en zijn alle herkenbare dragers in de keten I
I voorzien van een identiek herkenningsteken. Bijvoorbeeld is elke I
I herkenbare drager voorzien van een magnetisch element 21 (zie figuur I
I 5 2) en is de herkenningssensor 10 een magneetveldsensor die de I
I passage van een drager met magnetisch element kan waarnemen. In de I
I figuren 1 en 2 is een dergelijke drager voorzien van het I
I verwijzingscijfer 3'. De overige dragers 3 zijn dan zonder zo'n I
I magnetisch element uitgevoerd. I
I 10 Door gebruik te maken van de variatie in het aantal dragers in I
de onherkenbare groepen, kan dan de positie van de keten ten I
I opzichte van de baan worden bepaald. I
I De lokaliseringmiddelen zullen, bijvoorbeeld bij het weer I
I opstarten van de inrichting na het verhelpen van een storing, een I
I 15 herkenbare drager waarnemen met de sensor 10 en vervolgens het I
aantal dragers 3 van de daaropvolgende onherkenbare groep tellen. De I
I verkregen combinatie van waargenomen herkenningsteken en aantal I
I dragers in de opvolgende onherkenbare groep wordt dan opgezocht in I
I de tabel t. Deze tabel t kan, zoals eerder genoemd, zijn I
I 20 teruggekopieerd vanuit het back-up geheugen 14. I
I Indien de betreffende combinatie slechts een enkele keer voorkomt in I
I de tabel t, is dan duidelijk welke dragers in de keten zijn I
I waargenomen en is dus ook de stand van de keten ten opzichte van de I
I 25 baan 2 bekend. I
I Het kan echter ook zo zijn, dat de combinatie meerdere malen I
I voorkomt in de tabel t, zodat de stand van de keten ten opzichte van I
I de baan nog niet is bepaald. I
I 30 I
I In dat geval wordt, en dat kan ondertussen sowieso reeds gebeuren, I
I de volgende herkenbare drager waargenomen en wordt het aantal I
I dragers van de daaropvolgende onherkenbare groep geteld. I
I 35 Hierdoor wordt een combinatie verkregen bestaande uit de reeks van I
I de eerste herkenbare drager, de daaropvolgende eerste onherkenbare I
I 10241 50 I
-15- groep, de tweede herkenbare drager, en de daaropvolgende tweede herkenbare groep.
Vervolgens wordt in de tabel t gezocht naar alle voorkomens van 5 deze, uitgebreidere combinatie.
Komt die uitgebreidere combinatie slechts een enkele keer voor dan is de stand van de keten bekend. Komt ook deze combinatie meerdere malen in de tabel t voor, dan wordt de combinatie op dezelfde wijze 10 nog verder uitgebreid met nog een herkenbare groep en aantal dragers van de opvolgende onherkenbare groep en vergeleken met de tabel. Dit geschiedt tot de combinatie uniek is in de tabel t.
Het is denkbaar dat een of meer onherkenbare groepen in de keten 15 geen enkele drager bevatten, dat wil zeggen dat de ene herkenbare groep (soms een enkele herkenbare drager) direct volgt op de voorgaande herkenbare groep. De vakman zal inzien dat dit geen afbreuk doet aan de hiervoor genoemde aanpak, zolang er ook onherkenbare groepen zijn die wel een of meer onherkenbare dragers 20 bevatten. Zoals genoemd zal met er in de praktijk juist naar streven dat het merendeel van de dragers als onherkenbare drager is uitgevoerd.
Indien dragers verwijderd zijn uit de keten is het effect dat • 25 de sensor 10 en telinrichting 11 voor een "betrekkelijk klein" deel van de keten een waarneming doen die afwijkt van de inhoud van de tabel 13. Bij voorkeur vindt dan een automatische correctie van de tabel t plaats, waarbij de verwijdering van de dragers 3 uit de keten automatisch in de tabel t wordt verwerkt.
30
Het zal duidelijk zijn dat in de praktijk de tabel t in het geheugen voor elke drager 3,3' een reeks van meerdere geheugenvelden heeft, waarbij in een of meer velden telkens een variabele representatief voor het door de betreffende drager gedragen 35 product(-en) opgeslagen kan worden.
1024150
-16- I
De uitvoering van het herkenningsteken van een herkenbare I
drager kan van allerlei aard zijn. De voorkeur heeft het dat het I
herkenningsteken bestaat uit een magnetisch element 21, dat is I
aangebracht aan de drager 3'. I
5 I
Een andere mogelijkheid is dat de herkenningssensor 10 een I
inductieve sensor is en het herkenningsteken 21 geschikt is voor I
waarneming door de inductieve sensor. I
10 Weer een andere mogelijkheid is dat de sensor 10 een optische I
herkenningssensor is en het herkenningsteken 21 een optisch I
waarneembaar herkenningsteken is. Eventueel is de herkenningssensor I
een kleursensor. I
15 Zoals genoemd zou het herkenningsteken 21 ook een transponder I
kunnen zijn en is de herkenningssensor 10 een afleesinrichting voor I
de transponder. I
Ook is het denkbaar dat het herkenningsteken 21 veen grafische I
code is, bijvoorbeeld een streepjescode, en dat de herkenningssensor I
20 10 een afleesinrichting voor de grafische code is. I
Het is verder denkbaar dat in de keten of in een herkenbare I
groep herkenbare dragers zijn opgenomen met verschillend uitgevoerde I
herkenningstekening, bijvoorbeeld met magnetische elementen en I
25 andere herkenbare dragers met kleurelement. I
Zoals eerder opgemerkt kan een inrichting meerdere I
transportsystemen omvatten, die elk zijn voorzien van bijbehorende I
lokaliseringmiddelen. I
30 I
1024150 ’ I

Claims (23)

1. Inrichting (1) voor het verwerken van slachtdieren (20) of delen daarvan, bijvoorbeeld gevogelte, omvattende: 5. een transportsysteem dat omvat: - een eindloze baan (2,2a); - een keten van ketenelementen (3,6a), die langs de baan verplaatsbaar is, waarbij meerdere ketenelementen zijn ingericht als dragers (3,3') voor het dragen van een of meer 10 slachtdieren en/of delen daarvan; en - aandrijfmiddelen (4) voor het langs de baan (2) in een transportrichting verplaatsen van de keten; - een toevoerstation (5) voor het toevoeren van slachtdieren of een delen daarvan aan de dragers van het transportsysteem, 15. een of meer langs de baan van het transportsysteem opgestelde stations (6,7,8) voor het uitvoeren van een aan de slachtdieren of delen daarvan gerelateerde handelingen, - en eventueel een losstation (9) voor het lossen van de slachtdieren of delen daarvan uit de dragers, 20 waarbij de inrichting verder lokaliseringmiddelen omvat voor het bepalen van de positie van de keten ten opzichte van de baan, waarbij de lokaliseringmiddelen een herkenbaar ketenelement (3') omvatten dat een bijbehorend herkenningsteken (21) heeft, 25 alsmede een langs de baan opgestelde herkenningssensor (10) voor het waarnemen van elk herkenbaar ketenelement, waarbij de overige ketenelementen (3,6a) in de keten als onherkenbare ketenelementen zijn uitgevoerd, en waarbij de lokaliseringmiddelen verder een telinrichting 30 (11,12) omvatten voor het tellen van de onherkenbare ketenelementen (3) die langs een telplaats bij de baan passeren na de passage van een herkenbaar ketenelement (3',21), en waarbij de lokaliseringmiddelen verder elektronische geheugenmiddelen (12,13) omvatten met een geheugentabel (t) waarin 35 voor elke drager (3,3') een geheugenveld is aanwezig is, waarbij de lokaliseringmiddelen in dat geheugenveld een variabele opnemen die representatief is voor het door de telinrichting getelde aantal 1024150 h I I -18- I I dragers sinds de passage van het stroomopwaarts gelegen herkenbare I I ketenelement (3'), I I wmt het kenmerk, I I I I dat verdeeld over de keten meerdere herkenbare groepen van een of I I meer ketenelementen (3') aanwezig zijn, waarbij in elke herkenbare I I groep een of meer ketenelementen een herkenningsteken (21) hebben, I I waarbij tussen meerdere opeenvolgende herkenbare groepen een I I 10 onherkenbare groep van een of meer onherkenbare ketenelementen I I (3,6a) aanwezig is. I
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij tussen naburige dragers I I (3,3') in de keten een of meer andersoortige ketenelementen (6a) I I 15 aanwezig zijn. I
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij elk herkenbaar I I ketenelement een herkenbare drager (3') is, die is voorzien van een I I bijbehorend herkenningsteken (21). I I 20 I
4. Inrichting volgens conclusie 3, waarbij elke herkenbare groep I I bestaat uit een enkele herkenbare drager (3'), en waarbij elke I I herkenbare drager is voorzien van een uniek herkenningsteken, zodat I I de lokaliseringmiddelen elke herkenbare drager op basis van het I I 25 unieke herkenningsteken kan identificeren. I
5. Inrichting volgens conclusie 3, waarbij elke herkenbare groep I I een serie van meerdere dragers bevat, waarbij meerdere dragers van I I elke herkenbare groep herkenbare dragers zijn en elk een I I 30 herkenningsteken hebben, en waarbij eventueel een of meer dragers in I I de herkenbare groep onherkenbare dragers zijn, zodanig dat de I I combinatie van herkenningstekens van de herkenbare dragers en I I eventuele onherkenbare dragers voor elke herkenbare groep een unieke I I combinatie oplevert, zodat de lokaliseringmiddelen elke herkenbare I I 35 groep op basis van die unieke combinatie kan identificeren. I I 1: ί4 1 ü y I -19-
6. Inrichting volgens conclusie 5, waarbij de herkenbare en onherkenbare dragers van een herkenbare groep een binaire combinatie verschaffen.
7. Inrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de tussen alle paren van naburige herkenbare groepen in de keten aanwezige onherkenbare groepen telkens een identiek aantal dragers hebben.
8. Inrichting volgens conclusie 3, waarbij meerdere herkenbare groepen, eventueel alle herkenbare groepen, in de keten niet uniek zijn en - in het geval van een enkele herkenbare drager per herkenbare groep - hetzelfde herkenningsteken hebben of - in het geval van een serie van meerdere dragers - een identieke combinatie 15 van waarneembare herkenningstekens en eventuele onherkenbare dragers hebben.
9. Inrichting volgens conclusie 8, waarbij de lokaliseringmiddelen zijn ingericht om de positie van de keten te bepalen door: 20 a) het waarnemen een herkenbare groep (3'), b) het tellen van het aantal dragers (3) van de daaropvolgende onherkenbare groep, zodat een combinatie van de waargenomen herkenbare groep en het getelde aantal dragers van de 25 onherkenbare groep wordt verkregen, c) het analyseren van de tabel (t) en het daarin herkennen van alle voorkomens van de combinatie, 30 zodat - indien slechts één enkel voorkomen in de tabel is herkend -de positie van de keten is bepaald, en - indien meerdere voorkomens in de tabel zijn herkend - 35 d) het waarnemen van de volgende herkenbare groep (3'), e) het tellen van het aantal dragers (3) van de daaropvolgende onherkenbare groep, zodat een combinatie wordt verkregen van de 10241 50 -20- I Η herkenbare groepen en het aantal getelde dragers van de onherkenbare I groepen, I f) het analyseren van de tabel (t) en het daarin herkennen van alle I 5 voorkomens van de combinatie, I zodat - indien slechts één voorkomen is herkend - de positie van de I keten is bepaald, I 10 en - indien meerdere voorkomens zijn herkend - het herhalen van de I stappen d), e) en f) totdat slechts een enkel voorkomen wordt I herkend, zodat de positie van de keten is bepaald. I
10. Inrichting volgens conclusie 9, waarbij de onherkenbare groepen I 15 een willekeurig aantal dragers (3) hebben. I
11. Inrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, I waarbij het geheugen (13) voor elke drager een reeks van meerdere I geheugenvelden heeft, waarbij in een of meer velden telkens een I 20 variabele representatief voor het door de betreffende drager I gedragen product(-en) opgeslagen kan worden. I
12. Inrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, I waarbij het systeem verder back-up geheugenmiddelen (14,15) omvat, I 25 voor het opslaan van een kopie van de geheugentabel. I
13. Inrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, I waarbij de herkenningssensor een magneetveldsensor (10) is en het I herkenningsteken een magnetisch element (21) omvat. I
30 I
14. Inrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies 1- I 12, waarbij de herkenningssensor een inductieve sensor (10) is en I het herkenningsteken (21) geschikt is voor waarneming door de I inductieve sensor. I
35 I 10241 50 I -21- *
15. Inrichting volgens een of meer van de conclusies 1-12, waarbij de herkenningssensor (10) een optische herkenningssensor is en het herkenningsteken (21) een optisch waarneembaar herkenningsteken is.
16. Inrichting volgens conclusie 15, waarbij de herkenningssensor een kleursensor.
17. Inrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies 1-12, waarbij het herkenningsteken een transponder (21) is en de 10 herkenningssensor (10) een afleesinrichting voor de transponder is.
18. Inrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies 1-12, waarbij het herkenningsteken (21) een grafische code is en de herkenningssensor (10) een afleesinrichting voor de grafische code 15 is.
19. Inrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de inrichting meerdere transportsystemen met bijbehorende lokaliseringmiddelen omvat volgens een of meer van de voorgaande 20 conclusies.
20. Werkwijze voor het verwerken van slachtdieren of delen daarvan, bijvoorbeeld gevogelte, waarbij gebruik wordt gemaakt van een inrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies. 25
21. Werkwijze volgens conclusie 20, waarbij gebruik wordt gemaakt van een inrichting volgens conclusies 9 en 10.
22. Werkwijze volgens conclusie 20 of 21, waarbij - na opheffing 30 van een storing van de installatie, bijvoorbeeld een storing die het stilvallen of stilzetten van het transportsysteem omvat en/of een storing die schadelijk is voor de geheugentahel of de betrouwbaarheid daarvan - het transportsysteem weer in bedrijf wordt gezet en de lokaliseringmiddelen de actuele positie van de keten ten 35 opzichte van de transportbaan bepalen. 10241 50 e I I -22- I Η
23. Werkwijze volgens een of meer van de voorgaande conclusies 20- I I 22, waarbij gebruik wordt gemaakt van een inrichting volgens I I conclusie 12, waarbij periodiek een kopie van de geheugentabel wordt I I opgeslagen in de back-up tabel. I I 10241 50 _I
NL1024150A 2003-08-22 2003-08-22 Inrichting en werkwijze voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan voorzien van een transportsysteem. NL1024150C2 (nl)

Priority Applications (8)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1024150A NL1024150C2 (nl) 2003-08-22 2003-08-22 Inrichting en werkwijze voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan voorzien van een transportsysteem.
ES04077267T ES2277196T5 (es) 2003-08-22 2004-08-09 Dispositivo y metodo para procesar animales sacrificados y/o partes de los mismos, dotados con un sistema de transporte.
DE602004003182T DE602004003182T3 (de) 2003-08-22 2004-08-09 Vorrichtung und Verfahren zum Bearbeiten von geschlachteten Tieren und/oder Teilen davon mit einer Transportanlage
EP04077267A EP1508277B2 (en) 2003-08-22 2004-08-09 Device and method for processing of slaughter animals and/or parts thereof provided with a transportation system
DK04077267T DK1508277T4 (da) 2003-08-22 2004-08-09 Anordning og fremgangsmåde til bearbejdning af slagtedyr og/eller dele deraf forsynet med et transportsystem
AT04077267T ATE345046T1 (de) 2003-08-22 2004-08-09 Vorrichtung und verfahren zum bearbeiten von geschlachteten tieren und/oder teilen davon mit einer transportanlage
BRPI0403307-8B1A BRPI0403307B1 (pt) 2003-08-22 2004-08-18 aparelho e mÉtodo para processar animais abatidos e/ou partes dos mesmos
US10/922,633 US7133742B2 (en) 2003-08-22 2004-08-19 Device and method for processing slaughter animals and/or parts thereof provided with a transportation system

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1024150 2003-08-22
NL1024150A NL1024150C2 (nl) 2003-08-22 2003-08-22 Inrichting en werkwijze voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan voorzien van een transportsysteem.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1024150C2 true NL1024150C2 (nl) 2005-02-23

Family

ID=34056995

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1024150A NL1024150C2 (nl) 2003-08-22 2003-08-22 Inrichting en werkwijze voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan voorzien van een transportsysteem.

Country Status (8)

Country Link
US (1) US7133742B2 (nl)
EP (1) EP1508277B2 (nl)
AT (1) ATE345046T1 (nl)
BR (1) BRPI0403307B1 (nl)
DE (1) DE602004003182T3 (nl)
DK (1) DK1508277T4 (nl)
ES (1) ES2277196T5 (nl)
NL (1) NL1024150C2 (nl)

Families Citing this family (34)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US7572176B2 (en) * 2004-06-14 2009-08-11 Bettcher Industries, Inc. Overhead poultry conveying and counting system
US7378642B2 (en) * 2005-05-25 2008-05-27 Jones Clyde B Counting apparatus and method for a poultry processing plant
EP1954605B1 (en) * 2005-11-23 2014-04-16 Frost Links, Inc. Measuring device for conveyor chain
US8104998B2 (en) * 2006-05-18 2012-01-31 Ross Guenther Hydraulic elevation apparatus and method
CA2661510C (en) * 2006-08-24 2015-11-24 Frost Links, Inc. Chain wear monitoring device
US8322517B1 (en) 2007-12-20 2012-12-04 Norgren Automation Solutions, Llc Lightweight conveyor pallet
BRPI0906912B1 (pt) * 2008-01-22 2019-06-18 Barge's Belting Solution Pty Ltd Método e aparelho para monitorar uma esteira transportadora
US8632380B2 (en) 2010-01-26 2014-01-21 Foodmate B.V. Method and apparatus for removing a sleeve of meat from an animal part having bone with knuckles on each of its opposite ends
US8157625B2 (en) 2010-01-26 2012-04-17 Foodmate Bv Method and apparatus for collecting meat from an animal part
US8757354B2 (en) 2010-04-19 2014-06-24 Foodmate Bv Turning block alignment
NL2004573C2 (en) 2010-04-19 2011-10-20 Foodmate B V Turning block alignment.
NL2004574C2 (en) 2010-04-19 2011-10-20 Foodmate B V Rotatable article support for a conveyor.
NL2006075C2 (en) 2011-01-26 2012-07-30 Foodmate B V Rotationally indexed article support for a conveyor system having an alignment station.
US8789684B2 (en) 2010-04-19 2014-07-29 Foodmate Bv Rotatable article support for a conveyor
CH703919A1 (de) * 2010-10-13 2012-04-13 Ferag Ag Verfahren zum Betrieb einer Transportvorrichtung sowie Transportvorrichtung zur Durchführung des Verfahrens.
US8727839B2 (en) 2011-01-21 2014-05-20 Foodmate Bv Poultry wing cutter for narrow pitch poultry lines
US8267241B2 (en) 2011-01-26 2012-09-18 Foodmate Bv Rotationally indexed article support for a conveyor system having an alignment station
US8882571B2 (en) 2011-01-26 2014-11-11 Foodmate Bv Method of deboning animal thighs for separating and collecting meat therefrom and apparatus for performing the method
DK2667728T3 (en) 2011-01-26 2015-10-19 Foodmate Bv Process for bone dyrelår of separation and collection of meat thence and device for performing the method
DE102011003682A1 (de) * 2011-02-07 2012-08-09 Robert Bosch Gmbh Transportvorrichtung mit Erkennungsfunktion
US8430728B2 (en) 2011-02-14 2013-04-30 Foodmate Bv Special cut poultry wing cutter
NL2009033C2 (en) 2012-06-19 2013-12-23 Foodmate B V Weighing method and apparatus.
US8808068B2 (en) 2012-10-29 2014-08-19 Foodmate Bv Method of and system for automatically removing meat from an animal extremity
NL2009718C2 (en) 2012-10-29 2014-05-01 Foodmate B V Method of mechanically removing skin from animal parts.
NL2011161C2 (en) * 2013-07-12 2015-01-13 Meyn Food Proc Technology Bv Poultry processing line comprising a series of poultry carriers and a processing unit or processing units.
US9078453B2 (en) 2013-11-01 2015-07-14 Foodmate B.V. Method and system for automatically deboning poultry breast caps containing meat and a skeletal structure to obtain breast fillets therefrom
US8961274B1 (en) 2013-12-18 2015-02-24 Foodmate Bv Selective tendon cutter and method
US9772179B2 (en) 2014-07-09 2017-09-26 Frost Tech Llc Chain wear monitoring device
EP3270109B1 (de) * 2015-07-01 2018-11-14 MOBA - Mobile Automation AG Vorrichtung und verfahren zur wegstreckenmessung an einer baumaschine mit einem raupenkettenantrieb und baumaschine
US10145770B2 (en) 2015-07-29 2018-12-04 Frost Tech Llc Chain wear monitoring device
DK180258B1 (en) 2019-08-14 2020-09-17 Teknologisk Inst Detectable poultry-shackle locking pin
USD982876S1 (en) * 2022-08-11 2023-04-04 Ting Deng Wheel trolley
USD982875S1 (en) * 2022-08-11 2023-04-04 Ting Deng T-shaped shelf
CN115530212B (zh) * 2022-09-26 2023-11-03 平遥县国青鲜肉有限公司 一种负压环境牲畜屠宰处理工艺

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1993013671A2 (en) * 1992-01-17 1993-07-22 Stork Pmt B.V. Device and plant for conveying slaughtered animals, in particular birds
NL1001029C2 (nl) * 1995-08-23 1997-02-25 Meyn Maschf Inrichting voor het markeren van een door een transporteur voortbewogen eindloze reeks voorwerpen.
WO2000013515A1 (en) * 1998-09-02 2000-03-16 Frank John Finlayson Carrier indentification device
DE10046053A1 (de) * 2000-09-18 2002-04-04 Banss Schlacht & Foerdertech Schlachthof-Datenspeichersystem mit codierten Schlachthaken

Family Cites Families (17)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB1328698A (en) * 1969-09-08 1973-08-30 Allen Patents Ltd Methods of sorting or selecting articles on a conveyor path and apparatus used therefor
GB1603860A (en) 1977-07-23 1981-12-02 Aotosystems Ltd Conveyor systems
US4627007A (en) * 1984-02-29 1986-12-02 Swift & Company System for processing poultry carcasses
US4597495A (en) * 1985-04-25 1986-07-01 Knosby Austin T Livestock identification system
NL192186C (nl) * 1986-11-17 1997-03-04 Terpa Poultry Bv Inrichting voor het overdragen van in opgehangen positie door middel van een aanvoertransporteur aangevoerd, geslacht gevogelte aan een bewer kingsstation, zoals een inpakinrichting.
NL8900871A (nl) 1989-04-07 1990-11-01 Meyn Maschf Samenstel voor het uitvoeren van bewerkingen op produkten.
SE506416C2 (sv) 1995-02-24 1997-12-15 Wamag Idab Ab Förfarande och anordning för att identifiera och återfinna en gripare i en griparetransportör för tryckeriprodukter
GB9615057D0 (en) * 1996-07-18 1996-09-04 Newman Paul B D Identification and tracking of carcasses and primal cuts of meat
US5993308A (en) * 1996-09-20 1999-11-30 Foodcraft Equipment Company Machine for eviscerating and displaying poultry for inspection
US6193595B1 (en) * 1998-02-20 2001-02-27 Stork Gamco Incorporated Methods and apparatus for performing processing operations on a slaughtered animal or part thereof
US6196912B1 (en) * 1998-05-19 2001-03-06 Meat Processing Service Corporation Machine readable tag
US6452497B1 (en) * 1998-09-02 2002-09-17 Frank John Finlayson Carrier identification device
US6494305B1 (en) * 1998-12-14 2002-12-17 Micron Technology, Inc. Carcass-tracking apparatus housing carcass-tracking apparatus and carcass-tracking methods
US6166637A (en) * 1999-02-09 2000-12-26 Micron Technology, Inc. Apparatuses for electronic identification of a plurality of passing units and methods of electronic identification of a plurality of passing units
US6231435B1 (en) * 2000-01-28 2001-05-15 John Pilger Electronic method and system for tracking the carcass of a slaughtered animal through a processing plant
US6724309B2 (en) * 2000-11-03 2004-04-20 Excel Corporation Method and apparatus for tracking carcasses
US6905404B2 (en) 2002-01-24 2005-06-14 Maple Leaf Foods, Inc. System for harvesting animal parts

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1993013671A2 (en) * 1992-01-17 1993-07-22 Stork Pmt B.V. Device and plant for conveying slaughtered animals, in particular birds
NL1001029C2 (nl) * 1995-08-23 1997-02-25 Meyn Maschf Inrichting voor het markeren van een door een transporteur voortbewogen eindloze reeks voorwerpen.
WO2000013515A1 (en) * 1998-09-02 2000-03-16 Frank John Finlayson Carrier indentification device
DE10046053A1 (de) * 2000-09-18 2002-04-04 Banss Schlacht & Foerdertech Schlachthof-Datenspeichersystem mit codierten Schlachthaken

Also Published As

Publication number Publication date
DE602004003182D1 (de) 2006-12-28
BRPI0403307A (pt) 2005-05-31
DE602004003182T2 (de) 2007-09-27
ES2277196T5 (es) 2010-02-10
US20050061621A1 (en) 2005-03-24
EP1508277B1 (en) 2006-11-15
DK1508277T3 (da) 2007-03-26
EP1508277B2 (en) 2009-11-04
BRPI0403307B1 (pt) 2013-09-24
DE602004003182T3 (de) 2010-05-12
ATE345046T1 (de) 2006-12-15
ES2277196T3 (es) 2007-07-01
EP1508277A2 (en) 2005-02-23
EP1508277A3 (en) 2006-01-25
US7133742B2 (en) 2006-11-07
DK1508277T4 (da) 2009-12-21

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL1024150C2 (nl) Inrichting en werkwijze voor het verwerken van slachtdieren en/of delen daarvan voorzien van een transportsysteem.
US9815635B2 (en) Conveyor device and method for the automated conveyance of individual products
CA2575437A1 (en) Systems and methods for using radio frequency identification tags to communicate sorting information
CN114930386B (zh) 肉类的x射线检测
DK160918B (da) Fremgangmaade til styring af sorteringsanlaeg, samt et saaledes styret sorteringsanlaeg
CN111558537A (zh) 基于灯带指引的货物分拣系统及分拣方法
US20080003937A1 (en) Carcass tracking
CA3164382C (en) Conveyor load tracking system
EP0810967B1 (en) A method and an arrangement for identifying and finding a gripper in a gripping conveyor for printed products
US8899403B2 (en) Method for operating a transport device and transport device for implementing the method
CN112389774B (zh) 吊挂系统分拣线的进出站控制方法
US20250348700A1 (en) Garment sorting and processing system and method
SE512991C2 (sv) Produktbärare för användning vid interntransport och behandling av klädesplagg samt förfarande för utnyttjande av produktbäraren
CN212733069U (zh) 基于灯带指引的货物分拣系统
US6689963B2 (en) Poultry conveyor which splits into two different weighing conveyors for enhanced accuracy
CN116867617A (zh) 用于分离和识别物品的系统
JP3885496B2 (ja) 仕分け設備
US7400256B2 (en) Chill cooler storage and selection system
NL1022232C2 (nl) Installatie voor het slachten van gevogelte.
JPH03200620A (ja) 搬送される一連の物品の識別化のための媒介部材
GB2219268A (en) Indicators associated with specific articles on a conveyor
EP0931245A1 (en) Apparatus and method for processing articles
KR20220071708A (ko) 에어분사장치를 적용한 자동물품분류장치
CN115352783A (zh) 商品分播方法及装置
AU2001267146B2 (en) Article adapted for use in sorting apparatus and associated apparatus

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20100301