BE1018696A3 - Werkwijze voor het vervaardigen van panelen en panelen hierbij bekomen. - Google Patents

Werkwijze voor het vervaardigen van panelen en panelen hierbij bekomen. Download PDF

Info

Publication number
BE1018696A3
BE1018696A3 BE200900146A BE200900146A BE1018696A3 BE 1018696 A3 BE1018696 A3 BE 1018696A3 BE 200900146 A BE200900146 A BE 200900146A BE 200900146 A BE200900146 A BE 200900146A BE 1018696 A3 BE1018696 A3 BE 1018696A3
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
material mass
panel
characterized
flat side
substrate
Prior art date
Application number
BE200900146A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Flooring Ind Ltd Sarl
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Flooring Ind Ltd Sarl filed Critical Flooring Ind Ltd Sarl
Priority to BE200900146A priority Critical patent/BE1018696A3/nl
Priority to BE200900146 priority
Application granted granted Critical
Publication of BE1018696A3 publication Critical patent/BE1018696A3/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B27WORKING OR PRESERVING WOOD OR SIMILAR MATERIAL; NAILING OR STAPLING MACHINES IN GENERAL
    • B27NMANUFACTURE BY DRY PROCESSES OF ARTICLES, WITH OR WITHOUT ORGANIC BINDING AGENTS, MADE FROM PARTICLES OR FIBRES CONSISTING OF WOOD OR OTHER LIGNOCELLULOSIC OR LIKE ORGANIC MATERIAL
    • B27N3/00Manufacture of substantially flat articles, e.g. boards, from particles or fibres
    • B27N3/08Moulding or pressing
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B27WORKING OR PRESERVING WOOD OR SIMILAR MATERIAL; NAILING OR STAPLING MACHINES IN GENERAL
    • B27NMANUFACTURE BY DRY PROCESSES OF ARTICLES, WITH OR WITHOUT ORGANIC BINDING AGENTS, MADE FROM PARTICLES OR FIBRES CONSISTING OF WOOD OR OTHER LIGNOCELLULOSIC OR LIKE ORGANIC MATERIAL
    • B27N3/00Manufacture of substantially flat articles, e.g. boards, from particles or fibres
    • B27N3/08Moulding or pressing
    • B27N3/18Auxiliary operations, e.g. preheating, humidifying, cutting-off
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B27WORKING OR PRESERVING WOOD OR SIMILAR MATERIAL; NAILING OR STAPLING MACHINES IN GENERAL
    • B27NMANUFACTURE BY DRY PROCESSES OF ARTICLES, WITH OR WITHOUT ORGANIC BINDING AGENTS, MADE FROM PARTICLES OR FIBRES CONSISTING OF WOOD OR OTHER LIGNOCELLULOSIC OR LIKE ORGANIC MATERIAL
    • B27N7/00After-treatment, e.g. reducing swelling or shrinkage, surfacing; Protecting the edges of boards against access of humidity
    • B27N7/005Coating boards, e.g. with a finishing or decorating layer
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10TTECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
    • Y10T428/00Stock material or miscellaneous articles
    • Y10T428/26Web or sheet containing structurally defined element or component, the element or component having a specified physical dimension

Abstract

Werkwijze voor het vervaardigen van plannen die een substraat op basis van een verperste materiaalmassa (2) omvatten, waarbij wordt uitgegaan van een te verdichten materiaalmassa (2), waarbij de dichtheid van deze materiaalmassa (2) in ‚‚n of meerdere verdichtingsstappen (S1-S2) minstens wordt verdubbeld, daardoor gekenmerkt dat voorafgaandelijk aan ‚‚n of meerdere van deze verdichtingstappen (S1-S2) een kleurstof (12) aan de materiaalmassa (2) wordt toegevoegd.

Description

Werkwijze voor het vervaardigen van panelen en panelen hierbij bekomen.

Deze uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van panelen en op panelen hierbij bekomen.

Meer speciaal heeft de uitvinding betrekking op panelen die een substraat omvatten, waarbij dit substraat hoofdzakelijk bestaat uit een verperste materiaalmassa.

Dergelijke panelen zijn op zich bekend. De hierbij aangewende substraten kunnen bijvoorbeeld bestaan uit houtspaanderplaat of houtvezelplaat, zoals MDF of HDF (Medium Density Fiberboard of High Density Fiberboard). Volgens de stand van de techniek kunnen dergëlijke pafiëléh' aan mihstené^éénvlakkezijde1 ërvan afgewerkt worden met een afzonderlijke decor vormende toplaag. Zo bijvoorbeeld zijn uit het WO 97/47834 laminaatvloerpanelen bekend, waarbij voor het substraat MDF of HDF (Medium Density Fiberboard of High-Density FibëfbÓafd) wófdt töëgépastven Waarbij voor de toplaag één of méerdere op dit substraat aangebrachte papierlagen worden aangewend. Eén van voornoemde papierlagen is dan voorzien met een bedrukking bijvoorbeeld met een houtmotïëf. Dergelijke MDF öf HDF plaat bestaat traditioneel uit verperste houtvezels die bijvoorbeeld door rhiddërvan 'één rnelaminéfofmaldehydelijm (MF) of een melamineureumformaldehydelijm (MUF) zijn verbonden. Het is ook gekend bij dergelijk laminaatvloerparieël ingeklëurdesubstrëtentoe te passen, om bijvoorbëeid aan te duiden dét het gaat om eën plàat mët bétere waterwerende of brandvertragende eigenschappen. Hét nadeel vah eén iaminaëtvlöèrpanëel is ëchtèr dat de decor' vormende toplaag bÿ sleëfêpôfeh van gëringë diepte al zodanig aangetast is dat zij esthetisch niet rhëër àântrèkkelijkis:" · - G '···>;-!.n -

Uit het WO 2005/054600 is het eveneens igekënd'dë vóllédigë materiàâlmassà vanéén vloerpaneel van kleurpigmenten tëvóorzien, waarbij de bëkomèn inkleuring hét decor van het vloerpaneel vormt: De vloefpahelën. bèkend üit deze octrooiaanvragen, worden Vervaardigd door de voornoemdë materiaalmassa in éën gesloten vórnrimatrijs te verpersen, waarbij dan ook enige structuur aari hét oppervlak van het vloerpaneel kan worden verkregen. Dergelijk vloëfpanëel ën productieprocédé is duür. Bovendien kunnen bij dergelijke vloerpanelen geen patronen of rriotiëven worden gevormd ëan de hand van de kleurpigmenten, of zijn althans zeker de^mogelijkheden hiertoe bepérkt.

Uit het EP 1 624 975 is het gekend hout aan de hand van beitsen in te kleuren, waarbij met de inkleuring het patroon of motief van ingelegd hout wordt verkregen. Het kan hierbij gaan om het beitsen van houtvezelplaat of houtspaanderplaat. Over het algemeen is het bekend dat beitsmiddelen slechts over een zeer beperkte diepte in het substraat kunnen indringen en dat het moeilijk is aan het oppervlak van het substraat een goede kleurenweergave te bekomen. Bovendien is het mogelijk dat het beitsen van houtvezelplaat of houtspaanderplaat het oppervlak van deze platen week maakt, waardoor bijvoorbeeld de weerstand tegen impactbelasting aan dit oppervlak kan dalen, zelfs wanneer dit oppervlak zou worden afgeschermd met een kunststoflaag.

De huidige uitvinding beoogt een alternatieve werkwijze voor het vervaardigen van panelen met een ingekleurde zijde, waarbij volgens verschillende voorkeurdragende uitvoeringsvormen een meer economische en/of efficiëntere techniek wordt aangeboden, die tevens nieuwe mogelijkheden en/of oplossingen voor de problemen met de technieken uit de stand van de techniek kan bieden. Hiertoe betreft de uitvinding volgens haar eerste aspect een werkwijze voor het vervaardigen van panelen die een substraat op basis van een verperste materiaalmassa omvatten, waarbij wordt uitgegaan van een te verdichten materiaalmassa, waarbij de dichtheid van deze materiaalmassa in één of meerdere verdichtingstappen minstens wordt verdubbeld, met als kenmerk dat voorafgaandelijk aan één of meerdere van deze verdichtingstappen een kleurstof aan de materiaalmassa wordt toegevoegd. Het is duidelijk dat de kleurstof aan een materiaalmassa wordt toegevoegd die reeds minstens gedeeltelijk is samengesteld. Bij voorkeur worden voornoemde verdichtingstappen uitgevoerd op eenzelfde lijn. Bij voorkeur vindt ook het samenstellen van de materiaalmassa in dezelfde lijn plaats. Bij voorkeur bereikt het betreffende substraat zijn uiteindelijke dichtheid eveneens op dezelfde lijn. Bij voorkeur worden alle stappen tussen het samenstellen van de materiaalmassa en het bereiken van de uiteindelijke dichtheid van het substaat op continue wijze, dit is in doorloop, uitgevoerd.

Er wordt opgemerkt dat dergelijke verdichtingstap een persbewerking en/of een verwarmingsoperatie kan bevatten. Bij voorkeur wordt de voornoemde kleurstof toegevoegd voorafgaandelijk aan één of meerdere persbewerkingen en/of tussen twee persbewerkingen in. Bij voorkeur bevindt de materiaalmassa zich, bij het toevoegen van de voornoemde kleurstof, in een staat waarin zij minder dan de helft van haar uiteindelijke dichtheid vertoont, en beter nog minder dan één vierde van haar uiteindelijke dichtheid vertoont. Bij voorkeur wordt de dichtheid van de materiaalmassa na het toevoegen van de kleurstof dus minstens nog verdubbeld. Door het feit dat nog een wezenlijk deel dan de verdichting na de kleurstoftoevoeging plaatsvindt, wordt verkregen dat de kleurstof enerzijds goed in de materiaalmassa kan doordringen en zodoende een groot gedeelte van deze materiaalmassa kan bereiken, terwijl anderzijds dit ingekleurd gedeelte van de materiaalmassa samen met het overig gedeelte van de materiaalmassa nog sterk kan worden verdicht om aanvaardbare oppervlakte-eigenschappen, zoals om een aanvaardbare weerstand tegen impactbelasting, voor bijvoorbeeld vloer- of meubeltoepassingen te verkrijgen. Door het achteraf verdichten van dè ingeklëürde rnatériaalitiassa; worden de aangebrachté kleurstoffen aan het oppervlak van het panëel gécbhcëhtreërd. zödériig dateeh goédé klëurënweergaven kan worden verkregen’. Hét is niét uitgesloten dat de mâtëriaalmassa zich, bij het toevoëgéri vah dë voornoèrndê kleurstof,'im éen1 staat waërin zij een dichtheid vertoont van minsteriS 90% vair haar uiteindelijke dichthéid; Aan de hand van een dergelijké uitvoeringsvorm-is'"het mögëlijk inkleuringen met patronen of motieven van hogerè resolutie té bekomen, bijvoorbeeld met èen resolutie van meer dan 50 dpi. : c " < - ^ (

Als kleurstof wordt bij voorkeur hoófdzakelijk of volledig' 'gebruik gemaakt van vloeibaar aanbrengbare kleurstoffen, zoals verf öf inkt. Het is niet uitgesloten dat gewerkt zou kunnen worden met beitsen. Vloeibare kleurstoffen hèbbën het voordeel dat zij eenvoudiger in de, eventueel reeds gedeeltelijk verdichte, materiaalmassa kunnen doordringen. Het is uiteraard niet uitgesloten dat voor de kleurstof minstens gedeeltelijk met pigmenten bestaande uit vaste stof zou worden gewerkt. Er kan ook gewerkt worden met ingekleurde materialen die aan dé materiaalmassa wórden toegevoegd. Zo bijvoorbeeld kan in het geval de matëriaalmassa houtdeeltjes en bindmiddelen bevat, gewerkt worden mét een gedeelte ingekleurde houtdeeltjes en/of ingekleurde bindmiddelen. l

Wanneer de kleurstof wordt aangebracht op een reeds minstens gedeeltelijk verdichte materiaalmassa kan het toevoegen ervan vlotter verlopen. Bovendien laat de enigszins verdichte massa eenvoudiger toe patronen en/of motieven te vormen en kan een goede kleurenweergave aan het oppervlak worden bereikt.

Het aanbrengen van de kleurstof op of in de materiaalmassa kan volgens verschillende mogelijke technieken gebeuren. Hieronder worden twee belangrijke mogelijkheden aangehaald, die eventueel kunnen worden gecombineerd.

Volgens een eerste mogelijkheid wordt minstens een gedeelte van voornoemde kleurstof op het oppervlak van minstens één vlakke zijde van de materiaalmassa aangebracht, waarbij deze kleurstof vanaf deze vlakke zijde tot op een zekere diepte in voornoemde materiaalmassa dringt. Doordat de materiaalmassa nog niet volledig dicht is, kan een relatief diepe inkleuring worden bereikt. Hiervoor kan bijvoorbeeld met een spuit-, sproei- of vernevelinrichting worden gewerkt. Zo bijvoorbeeld kan een inrichting worden aangewend van het type dat op zich in andere technologische velden bekend is, zoals de inrichting van het JP 6-155729. Dergelijk type aanbrenginrichting omvat één of meerdere afzonderlijk aanstuurbare aanbrengkoppen, zoals spuitkoppen, die toelaten dat een motief of patroon kan worden gevormd. Volgens een ander voorbeeld kan met een druktechniek zoals offsetdruk, diepdruk, zeefdruk of tampondruk, worden gewerkt, waarbij dan één of meerdere elementen zoals drukplaten of drukcilinders kunnen worden toegepast. Het is duidelijk dat dit voorbeeld eveneens toelaat motieven of patronen te vormen.

Volgens een tweede mogelijkheid wordt minstens een gedeelte van voornoemde kleurstof intern in de materiaalmassa aangebracht. Hiertoe kan bijvoorbeeld gewerkt worden met één of meerdere injectienaalden die in de materiaalmassa worden gebracht en intern kleurstof aanbrengen. Vanaf het punt van inspuiting kan de kleurstof, gezien de beperkte dichtheid van de materiaalmassa, in alle richtingen verder in deze materiaalmassa dringen. Eventueel kunnen de injectienaalden al bewegend, bijvoorbeeld op- en neerbewegend, spuiten zodat een groter gedeelte van de materiaalmassa wordt ingekleurd. Eventueel kunnen één of meerdere van dergelijke injectienaalden afzonderlijk aanstuurbaar zijn, zodat met een dergelijke aanbrenginrichting eveneens motieven of patronen kunnen worden gevormd. Het is duidelijk dat dezelfde inrichting kan worden aangewend om intern in de materiaalmassa kleurstof aan te brengen als om aan het oppervlak van de materiaalmassa kleurstof aan te brengen.

Volgens beide hierboven vermelde mogelijkheden kan een relatief dikke ingekleurde laag worden bekomen aan het oppervlak van de uiteindelijk verperste materiaalmassa.

Het spreekt voor zich dat volgens de uitvinding zowel met slechts één, als met meerdere kleurstoffen kan worden gewerkt, zodanig dat meerkleurige inkleuringen al dan niet met een patroon of een motief kunnen worden verkregen.

In het geval dat met slechts één kleurstof wordt gewerkt, kan ofwel een uniforme, al dan niet plaatselijke, inkleuring worden bekomen, ofwel een inkleuring met kleurschakering doordat de kleurstof anders dan uniform is aangebracht, of doordat een niet volledig dekkende inkleuring is aangebracht, zodanig dat bijvoorbeeld de eigenlijke kleur van de verperste materiaalmassa op zich een basiskleur voor het decor vormt.

In het geval met meerdere kleurstoffen wordt gewerkt, kunnen op zich gelijkaardige inkleuringen worden bekomen zoals wanneer met slechts één kleurstof wordt gewerkt. Daarenboven is het mogelijk kleurpatronen of-motieven te vormen. Bij voorkeur wordt met minstens drie kleuren gewerkt, waaraan eventueel nog zwart wordt toegevoegd. Voor deze drie kleuren kan gekozen worden voor basiskleuren zoals cyaan, magenta en geel of voor rood, groen en blauw, waaruit dan eender welke tint kan worden samengesteld.

Bij voorkeur bestaat de voornoemde te verpersen materiaalmassa hoofdzakelijk uit houtdeeltjes die voorzien zijn van een bindmiddel. Er kan bijvoorbeeld worden gewerkt met de materiaalmassa’s die gekend zijn voor het vormen van MDF, HDF of houtspaanderplaat.

Wanneer wordt uitgegaan van deze op zich gekende materiaalmassa’s, bijvoorbeeld van een materiaalmassa die kan worden aangewend voor het vormen van een MDF of HDF plaat, is het mogelijk de huidige werkwijze met een minimum aan aanpassingen toe te passen op een productielijn voor MDF of HDF plaat, waarbij dan de voornoemde kleurstof minstens gedeeltelijk kan worden toegevoegd nadat de materiaalmassa is samengesteld uit de van bindmiddel voorzien houtvezels en, voordat of nadat de eerste verdichtings- of ontluchtingsstap in de zogenaamde voorpers heeft plaatsgevonden, waarbij na de ontluchtingsstap verder wordt gegaan met de eigenlijke persbewerking. Een voorbeeld van dergelijke werkwijze wordt verder gekarakteriseerd in de gedetailleerde beschrijving. Er wordt nog opgemerkt dat het ook van belang is een zekere diepte van de inkleuring te bereiken wanneer de ingekleurde plaat of paneel nog moet worden nageschuurd. Een diepte van enkele tienden van millimeter kan volstaan. Dergelijke schuuroperatie is gebruikelijk doch niet noodzakelijk bij de productie van MDF of HDF platen.

Het is duidelijk dat de werkwijze van de uitvinding kan worden aangewend voor het vervaardigen van grotere plaatmaterialen waaruit dan door opdeling de eigenlijke substraten van één of meerdere panelen worden bekomen. Dergelijke opdeling vindt bij voorkeur plaats nadat het plaatmateriaal zijn uiteindelijke dichtheid heeft bereikt.

Volgens een tweede aspect heeft de huidige üitviridihg obk bètrekking op panelen die aan dé hand van een werkwijze met de kénmerkeri van het eèrste aspect kunnen worden bekomen. Volgens voorkeürdragende üitVöérth'gsvorfriëh van de uitvinding beoogt zij ook een paneel dat èen oplossing kan bieden voor één of meer nadelen van dé stand van de techniek. Hiertoe betreft de Uitvinding volgens haar tweede onafhankelijk aspect een paneel dat een substraat omvat, waarbij dit substraat hoofdzakelijk bestaat uit een verperste materiaalmassa, met als kenmerk dat de voornoemde verperste materiaalmassa aan minstens één vlakke zijde van het substraat een inkleuring vertoont die zich van aan de betreffende zijde in het substraat uitstrekt tot op een maximale diepte gelegen tussen 0,5 millimeter en de helft van de dikte van het betreffende paneel.

Het is duidelijk dat volgens het tweede aspect van de uitvinding een eerder plaatselijke inkleuring nabij de sierzijde van het panëel wordt nagestreefd en dat het Substraat deze inkleuring niet over zijn volledige diepte vertoont. De inkleuring is bij voorkeur beperkt tot een laagvormige zone van het sübstraat die zich nabij of aan het oppervlak van de betreffende zijde bevindt. Deze laagvormige; zone vertoont echter wel eén minimale dikte van 0,5 millimeter, zodanig dat zij enigszins bestand is tegen slijtagesporen. Het is duidelijk dat de betreffende inkleuring minstens een inkleuring betreft van het substraatmateriaal zelf, in tegenstelling tot eventuele laagvormige inkleuringen, zoals bedrukkingen of verflagen, die enkel op het oppervlak zijn aangebracht. Het is duidelijk dat door het plaatselijk uitvoeren van de inkleuring reeds een besparing op kleurpigment kan worden gerealiseerd. Daarenboven laat dergelijke beperkte inkleuring meer economische productieprocédés toe, die bovendien tot nieuwe mogelijkheden kunnen leiden. Zo bijvoorbeeld kan de werkwijze van het eerste aspect worden toegepast.

Het is duidelijk dat de inkleuringen van de uitvinding minstens een gedeelte van het uiteindelijk zichtbare oppervlak of de sierzijde van het paneel vormen. Dit zichtbaar oppervlak kan zich zowel aan de randen van de panelen, bijvoorbeeld op het oppervlak van een afkanting, als op het eigenlijke bovenoppervlak van de panelen situeren.

Bij voorkeur strekt de plaatselijke inkleuring zich minstens over het volledige eigenlijke bovenoppervlak van de panelen uit. Met het “eigenlijke” bovenoppervlak wordt het bovenoppervlak van de panelen bedoeld met uitzondering van eventuele verlaagde randen, zoals verlaagde randen met de vorm van afkantingen, vellingkanten, voegen, groeven of spleten. Het is volgens de uitvinding uiteraard ook mogelijk dat de plaatselijke inkleuring zich hoofdzakelijk in één of meerdere van dergelijke verlaagde randen situeert.

Bij voorkeur strekt de voornoemde plaatselijke inkleuring zich ten hoogste uit van aan voornoemde vlakke zijde tot op een diepte die overeenstemt met de helft, en beter nog ten hoogste tot op een vierde van de dikte van het paneel. Er wordt opgemerkt dat de typische dikten van de substraten die bij de panelen van de uitvinding kunnen worden aangewend tussen 5 en 25 millimeter kunnen bedragen. Des te dichter de betreffende inkleuring zich aan het oppervlak van het paneel bevindt, des te beter de kleurenweergave aan dit oppervlak kan worden gerealiseerd en/of des te economischer het paneel kan worden vervaardigd. Des te dieper de betreffende inkleuring zich uitstrekt, des te dieper siijtagesporen kunnen zijn alvorens de inkleuring verdwijnt en het paneel esthetisch onaantrekkelijk wordt.

Er wordt opgemerkt dat het paneel van de uitvinding een zodanig diepe inkleuring kan vertonen, dat het oppervlak van het paneel verschillende malen kan worden nageschuurd. Dit kan voordelig zijn wanneer dergelijke panelen als vloerpanelen worden toegepast, vermits dan eventueel onderhoudschema’s zoals diegene die gebruikelijk zijn bij parket kunnen worden toegepast.

Bij voorkeur strekt de voornoemde plaatselijke inkleuring zich ten hoogste uit van aan voornoemde vlakke zijde tot op een diepte van maximum 4 millimeter, en beter nog van maximum 2 millimeter. Met deze waarden wordt onafhankelijk van de dikte van het substraat een goede inkleuring bekomen. Enerzijds is de ingekleurde zone best niet te ondiep, vermits door de nabijheid van onderliggende niet ingekleurde zones een slechte kleurweergave kan worden bekomen, anderzijds is het onnodig de ingekleurde zone te diep uit te voeren vermits slijtagesporen zich zelden dieper dan 4 millimeter onder het oppervlak zullen doorzetten. Bij voorkeur wordt een minimale diepte van de plaatselijke inkleuring toegepast van 0,5 millimeter. Het voorkeurdragende maximum van 4 millimeter laat één of twee schuuroperaties toe. Dit stemt bijvoorbeeld overeen met de mogelijkheden die geboden worden bij zogenaamd “engineered wood” parket, dat een harde houten toplaag van ongeveer 4 millimeter omvat, aangebracht op een kernmateriaal.

Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm is het paneel van de uitvinding aan de betreffende vlakke zijde voorzien van een doorzichtige of doorschijnende laag op basis van kunststof. Aan de hand van een dergelijke laag kan een slijtvaste bekleding worden bekomen boven de decor vormende inkleuring. De betreffende kunststof kan lak, hars, smeltlijm of een, bij voorkeur laagsgewijze combinatie hiervan bevatten. Als lak kunnen stralingshardende lakken zoals UV hardende of elektronenstraalhardende lakken worden toegepast. Als hars kunnen thermohardende of thermoplastische harsen worden toegepast, zoals melamine of andere aminoharsen. Bij voorkeur bevat de kunststof ook harde partikels, zoals minerale of keramische partikels, die aan dergelijke kunststoflaag slijtvaste en/of krasvaste eigenschappen verlenen. Zo bijvoorbeelden kunnen aluminiumoxide of siliciumoxidepartikels worden toegepast. Bij voorkeur wordt gewerkt met partikels die een gemiddelde partikelgrootte vertonen gelegen tussen 0,2 en 200 pm. De kunststoflaag kan al dan niet een materiaalvel, zoals een doorzichtig papiervel, bevatten. Dergelijk papiervei laat toe de betreffende kunststof minstens gedeeltelijk via dit materiaalvel aan te brengen. Volgens een andere mogelijkheid voor het bekomen van een zekere slijtvastheid of krasvastheid is het ook mogelijk dat voornoemde harde partikels geïntegreerd zijn in de voornoemde inkleuring van de verperste materiaalmassa zelf.

De combinatie van een doorzichtige of transparante kunststoflaag en een decor vormende inkleuring heeft op zich bijzondere voordelen, of het nu al dan niet over een in diepte beperkte inkleuring gaat. Daarom betreft de uitvinding volgens een derde onafhankelijk aspect ervan ook een paneel dat een substraat omvat, waarbij dit substraat hoofdzakelijk bestaat uit een verperste materiaalmassa, met als kenmerk dat de voornoemde verperste materiaalmassa aan minstens één vlakke zijde van het substraat een inkleuring vertoont, waarbij aan de betreffende vlakke zijde een doorschijnende of doorzichtige laag op basis van kunststof is aangebracht, waardoor voornoemde inkleuring minstens gedeeltelijk zichtbaar is en waarbij het paneel aan de betreffende vlakke zijde is voorzien van een structuur van indrukkingen en/of uitstulpingen.

Het voorzien van een kunststoflaag laat toé'een slijtvaste én/öf krasvaste laag te vormen boven de decor vormende inkleuring, volgens de mogelijkheden dié hierboven zijn vermeld.

Het paneel van het derde aspect van de uitvinding is aan de bétréfféndè vlakke zijde voorzien van een structuur van indrukkingèn én/of uitstulpingen. Bij Voorkeur is deze structuur van indrukkingen en/of uitstulpingen minstens en beter nog uitsluitend gevormd in voornoemde kunststoflaag. Het is echter niét uitgesloten dat, al dan niet in combinatie met een gestructureerde kunststoflaag; dé betreffende zijde van het substraat op zich gestructureerd is. Deze kan bijvoorbeeld gestructureerd worden alvorens de kunststoflaag wordt aangebracht. Bij voorkeur is deze zijde van het substraat echter hoofdzakelijk vlak uitgevoerd. Dergelijke vlakke zijde leidt tot een vlottere toepassing van de voornoemde kunststoflaag, of in het geval geen dergëlijke kunststoflaag wordt toegepast, leidt zij tot een minder uitgesproken slijtage. Bij het vórmen van structuur in voornoemde kunststoflaag kunnen de op zich voor laminaatpanelen bekende technieken worden toegepast, waarbij aan de hand van een verwarmd gestructureerd perselement indrukkingen in de kunststóflaag worden gevormd. Het is niet uitgesloten dat de op deze manier gevormde indrukkingen zich ook doorzetten tot in het substraat. Voor de stand van de techniek in verband met het vormen van indrukkingen in de kunststoflaag van laminaatpanelen wordt verwezen naar het WO 01/96689 en het WO 2006/066776. Het is duidelijk dat deze technieken vlotter kunnen worden toegepast dan technieken waarbij gewerkt wordt met gesloten vormmatrijzen.

Volgens alle aspecten van de uitvinding kan de inkleuring zowel uniform zijn, als verschillende kleuren of tinten vertonen. Het is mogelijk te werken met inkleuringen die een motief of een patroon vertonen. Bij voorkeur vertoont het paneel een inkleuring die een houtmotief vormt en/of een houttint weergeeft. Het is evenwel niet uitgesloten dat de inkleuring eerder een steenmotief en/of- tint, of enig ander motief, zoals een fantasiemotief zou weergeven.

Volgens voorkeurdragende uitvoeringsvormen van de uitvinding volgens al haar aspecten bestaat de voornoemde verperste materiaalmassa voornamelijk uit houtdeeltjes die verbonden zijn met een bindmiddel, zoals een polycondensatielijm. Zo bijvoorbeeld kan voornoemde verperste materiaalmassa een MDF of HDF plaat, of een houtspaanderplaat betreffen. Bij voorkeur vertoont het substraat een uiteindelijke dichtheid van meer dan 500 kg/m3 en beter nog een dichtheid van meer dan 700 kg/m3. Bij voorkeur betreft het substraat een eendelig uitgevoerd substraat dat bestaat uit slechts één laag van voornoemde verperste materiaalmassa, bijvoorbeeld slechts één laag MDF of HDF, waarvan, volgens de uitvinding, minstens een gedeelte is ingekleurd.

Bij voorkeur betreft het paneel van de uitvinding, zowel volgens al haar aspecten een vloerpaneel. Dergelijk vloerpaneel is bij voorkeur vierkant of rechthoekig uitgevoerd en kan aan minstens twee tegenovereenliggende randen voorzien zijn van koppelmiddelen die toelaten dat twee van dergelijke vloerpanelen aan elkaar kunnen worden gekoppeld. Het betreft hierbij bij voorkeur koppelmiddelen waarmede aan de betreffende randen een vergrendeling tussen twee van dergelijke vloerpanelen kan verkregen worden, zowel in een verticale richting loodrecht op het vlak van de gekoppelde vloerpanelen als in een horizontale richting loodrecht op de betreffende rand en in het vlak van de gekoppelde vloerpanelen. Het is uiteraard niet uitgesloten dat dergelijke inkleuringen zouden worden toegepast bij wandpanelen, plafond panelen of meubelpanelen. Eventueel kunnen zij ook worden toegepast bij profielen die in combinatie met dergelijke panelen kunnen worden aangewend, zoals bij plinten en andere afwerkingsprofielen, waarbij deze profielen dan uiteraard niet noodzakelijk paneelvormig dienen te zijn. Zo bijvoorbeeld kunnen dergelijke inkleuringen worden toegepast in de plaats van de laagvormige bekledingen bij de afwerkingsprofielen bekend uit het WO 2006/074824.

Het is duidelijk dat de werkwijze van het eerste aspect bij voorkeur kan worden toegepast voor het vervaardigen van panelen die de kenmerken van het tweede en/of het derde aspect vertonen.

Uiteraard kunnen panelen met de kenmerken van het tweede en/of het derde aspect ook nog op andere wijzen worden vervaardigd, waarbij deze werkwijzen tevens onafhankelijke inventieve aspecten van de uitvinding vormen. Zo bijvoorbeeld kan worden uitgegaan van een te verpersen materiaalmassa die laagsgewijs is samengesteld, waarbij minstens één van deze lagen kleurstof bevat voordat een eerste verdichtingsoperatie is toegepast. Volgens een ander voorbeeld kan een volledig verperste materiaalmassa, dit is nadat de laatste verdichtingsoperatie is uitgevoerd, van de inkleuring worden voorzien.

De panelen van de uitvinding kunnen naast voornoemde inkleuring, ook nog andere decorgedeelten vertonen. Zo bijvoorbeeld is het mogelijk de inkleuring van een dergelijk paneel als achtergrondkleur te gebruiken bij decorgedeelten gevormd door een bedrukking die bijvoorbeeld rechtstreeks of onrechtstreeks op de ingekleurde zijde van dit paneel wordt uitgevoerd aan de hand van op zich gekende technieken voor het bedrukken van houtgebaseerde platen. Voor een dergelijke bedrukking kunnen druktechnieken worden aangewend zoals offsetdruk, diepdruk, transferdruk, digitaal bedrukken door middel van inktjetprinters en dergelijke meer. Zo bijvoorbeeld is het mogelijk op een van een lichtbruine of donkerbruine inkleuring voorziene basisplaat, een motief van houtporen en/of houtnerven aan te brengen door middel van een afzonderlijke druktechniek, met de bedoeling een houtimitatie te bekomen. Voor voorbeelden van bruikbare druktechnieken wordt verwezen naar de octrooidocumenten US 1,971,067, US 3,173,804, US 3,554,827, US 3,811,915, WO 01/48333, WO 01/47724, US 2004/0026017, WO 2004/042168, EP 1 872 959 en DE 195 32 819 Α1λ

Volgens een bijzondere uitvoeringsvorm van alle aspecten wordt als kleurstof een witte of beige kleurstof gebruikt. De verkregen panelen die een wit of beige ingekleurde zijde vertonen kunnen dan rechtstreeks worden bedrukt aan de hand van één of meerdere van boven nog genoemde druktechnieken, daar waar volgens de stand van de techniek steeds één of meerdere grondlagen noodzakelijk zijn. Volgens nog een bijzonder onafhankelijk aspect betreft de huidige uitvinding dan ook een paneelvormig of plaatvormig halfproduct voor het vervaardigen van bedrukte panelen, waarbij dit halfproduct een substraat omvat, waarbij dit substraat hoofdzakelijk bestaat uit een verperste materiaalmassa, met als kenmerk dat de voornoemde verperste materiaalmassa aan minstens één vlakke zijde van het substraat een inkleuring vertoont die een grondlaag vormt voor het aanbrengen van een bedrukking. Het is duidelijk dat het hier gaat om bedrukte panelen, waarvan de betreffende bedrukking op het paneel is gevormd, eventueel met tussenkomst van verdere grondlagen, doch bij voorkeur zonder verdere grondlagen. Verder is het duidelijk dat de voornoemde inkleuring wit of beige kan zijn, of eventueel een ander kleur kan vertonen dat dan bij voorkeur aangepast is aan de erop te vormen bedrukking. Bij voorkeur is de betreffende inkleuring uniform uitgevoerd. Het is echter niet uitgesloten dat de inkleuring reeds enig patroon vertoont, bijvoorbeeld ter vorming van zogenaamde “plankeffecten”. Met “plankeffecten” worden beperkte tintverschillen aangeduid die zich bij voorkeur uniform of nagenoeg uniform over één plank of vloerdeel voordoen. Het is uiteraard mogelijk dat de panelen met de kenmerken van dit bijzonder onafhankelijk aspect worden vervaardigd aan de hand van een werkwijze met de kenmerken van het eerste aspect en/of de kenmerken van het tweede en/of derde aspect vertonen. Het halfproduct van dit bijzonder aspect vertoont bij voorkeur zijn uiteindelijke dichtheid, of althans toch nagenoeg zijn uiteindelijke dichtheid. Bij voorkeur stemt de materiaalmassa van het halfproduct overeen, of nagenoeg overeen, met een materiaalmassa die kan worden aangewend voor het vervaardigen van MDf of HDF plaatmateriaal.

Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan te tonen, zijn hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter, enkele voorkeurdragende uitvoeringsvormen beschreven, met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin: figuur 1 schematisch enkele stappen weergeeft in een werkwijze met de kenmerken van de uitvinding; figuur 2 een paneel weergeeft dat aan de hand van dergelijke werkwijze kan worden bekomen; figuur 3 een dwarsdoorsnede weergeeft volgens de op figuur 2 aangeduide lijn lll-lll; figuur 4 op grotere schaal een zicht weergeeft op het gebied dat op figuur 3 met F4 is aangeduid; figuur 5 op nog grotere schaal een zicht weergeeft op het gebied dat op figuur ‘ met F5 is aangeduid; en figuur 6 nog een mogelijke toepassing weergeeft van een paneel dat met een werkwijze volgens de uitvinding is vervaardigd.

Figuur 1 geeft schematisch enkele stappen S0-S1-S2 weer in een werkwijze met de kenmerken van het eerste aspect van de uitvinding. In het voorbeeld betreft het een werkwijze die wordt uitgevoerd aan de hand van een productielijn 1 die hoofdzakelijk overeenstemt met een typische MDF of HDF productielijn. Hierbij wordt uitgegaan van een materiaalmassa 2 die in een voorafgaandelijke stap SO minstens aan de hand van twee bestanddelen is samengesteld. In dit geval worden beide bestanddelen tegelijk aan een strooimachine 3 toegevoerd onder de vorm van voorafgaandelijk van bindmiddel voorziene houtdeeltjes, meer speciaal van polycondensatielijm voorziene houtvezels 4.

De strooimachine 3 van dergelijke productielijn 1 kan eender hoe zijn opgebouwd. In het voorbeeld is een strooimachine 3 toegepast zoals die op zich bekend is uit het WO 03/053642. De strooimachine 3 van het voorbeeld is voorzien van meerdere agiteerelementen 5 die de belijmde houtvezels 4 in beweging brengen in de strooikamer 6. Aan de hand van de vezels 4 die de strooikamer 6 aan de onderzijde verlaten, wordt de te verpersen materiaalmassa 2 samengesteld op de zich eronder bevindende transportband 7. Voor verdere beschrijving van dergelijke strooimachine 3 wordt naar de voornoemde internationale octrooiaanvrage verwezen. Andere types strooimachines zijn uiteraard ook geschikt, zoals bijvoorbeeld de strooimachines beschreven in de internationale octrooiaanvragen WO 99/36623 en WO 2005/044529.

In doorloop gezien bevindt zich na de strooimachine 3 een zogenaamde scalpelwals 8 die eventueel overtollige houtvezels van de samengestelde materiaalmassa 2 verwijderd, waarna dan een te verpersen materiaalmassa 2 met een vlak of quasi vlak bovenoppervlak wordt bekomen. Er wordt opgemerkt dat het niet noodzakelijk is met dergelijke scalpelwals 8 te werken.

De bij het strooien verkregen materiaalmassa kan een dikte T vertonen die tot 50 maal of meer groter is dan de dikte D van het uiteindelijk te bekomen plaatmateriaal 9, vermits zij in één of meerdere verdichtingstappen S1-S2 verperst wordt tot deze vereiste dikte D van de plaat 9 of het paneel bereikt is. Tijdens deze verdichtingstappen S1-S2 ondervindt de materiaalmassa 2 minstens een verdubbeling van zijn dichtheid. Deze verdere verdichtingstappen S1-S2 zijn hier tevens schematisch weergegeven.

In doorloop na de voornoemde scalpelwals 8 bevindt zich een verdichtingsinrichting of voorpers 10 waarin de materiaalmassa 2 voorafgaandelijk aan het eigenlijke warme persen in stap S2 geleidelijk wordt verdicht tot een toestand waarin zij op een meer eenvoudige wijze kan worden getransporteerd in vergelijking met de onverdichte materiaalmassa. Hiertoe wordt de materiaalmassa 2 tijdens stap S1 bij voorkeur, zoals hier weergegeven, tussen persbanden getransporteerd, waarbij deze persbanden een in doorloop afnemende tussenafstand vertonen. Bij deze voorverdichting in de voorpers 10 wordt bij voorkeur geen warmte toegevoerd en/of wordt, bij voorkeur, het aanwezige bindmiddel nog niet of slechts gedeeltelijk geactiveerd. Veeleer gaat het bij de voorverdichting bij voorkeur om een minstens gedeeltelijk verwijderen van de in de materiaalmassa 2 aanwezige gassen, zoals lucht.

Na de verdichtingsinrichting of voorpers 10 bevindt zich in doorlooprichting bekeken de eigenlijke persinrichting 11 waarin de al dan niet reeds voorverdichte materiaalmassa 2 onder invloed van warmte wordt verperst. De toegepaste temperatuur kan bijvoorbeeld tussen 100°C en 150°C liggen en de toegepaste druk kan bijvoorbeeld gemiddeld tussen 4 en 10 bar liggen, kortstondige piekdrukken tot 40 bar zijn hierbij echter niet uitgesloten. Bij voorkeur vindt de activatie van het aanwezige bindmiddel hoofdzakelijk in deze persinrichting 11 plaats. In het geval van een polycondensatielijm kan in deze persinrichting 11 water of eerder stoom ontstaan.

De hier afgebeelde persinrichting 11 is van het continue type, namelijk van het type waarbij de materiaalmassa 2 tussen persbanden wordt getransporteerd en/of geleidelijk wordt verperst. In doorloop van dergelijke persinrichting 11 kan een druk-en/of temperatuurverloop zijn ingesteld. Aan de hand van deze persinrichting 11 kan de dichtheid van de reeds gedeeltelijk verdichte materiaalmassa 2 nog minstens worden verdubbeld. Het is duidelijk dat de werkwijze van de uitvinding ook met andere persinrichtingen 11 kan worden uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld met een dampdrukpers, met een meeretagepers of met een zogenaamde kurztaktpers. Bij deze andere persinrichtingen kan de aangewende druk en/of temperatuur in functie van de tijd dat de betreffende materiaalmassa 2 in de persinrichting verblijft, worden ingesteld.

Het bijzondere van de werkwijze van de huidige uitvinding berust in het feit dat voorafgaandelijk aan één of meerdere verdichtingstappen S1-S2 een kleurstof 12 aan de materiaalmassa 2 wordt toegevoegd. In het voorbeeld van figuur 1 wordt deze kleurstof 12 toegevoegd tussen twee persbewerkingen S1 en S2 in, namelijk na de verdichtingsinrichting of voorpers 10 en voor eigenlijke persinrichting 11. Hiertoe wordt op de reeds gedeeltelijk verdichte materiaalmassa 2 kleurstof 12 aangebracht aan de hand van één of meerdere drukcilinders 13, in dit geval twee drukcilinders 13. Hiertoe kunnen bijvoorbeeld drukcilinders worden toegepast die typisch zijn voor offsetdruk of diepdruk. Dergelijke opstelling laat toe een motief of patroon te bekomen.

Hoewel in het voorbeeld de kleurstof 12 op het oppervlak 14 van een vlakke zijde van de materiaalmassa 2 wordt aangebracht, wordt toch een inkleuring 15 met een zekere diepte T1 bekomen, doordat de aangebrachte kleurstof 12 vanaf de betreffende vlakke zijde tot op een zekere diepte in de materiaalmassa 2 dringt.

Het feit dat twee drukcilinders 13 worden aangewend betekent niet noodzakelijk dat met meerdere kleuren wordt gewerkt. Het werken met meerdere drükcilinders 13 die kleurstof 12 van eenzelfde kleur aanbrengen heeft namelijk op zich ook het voordeel dat een groter debiet aan aangebrachte kleurstof 12 kan worden bereikt.

In streeplijn 16 is nog een aanbrenginrichting voor kleurstof 12 weergegeven, die in de plaats van de drukcilinders 13 of in combinatie met de drukcilinders 13 of in combinatie met andere aanbrenginrichtingen kan worden aangewend. In dit geval bevindt de aanbrenginrichting 16 zich voor de verdichtingsinrichting of voorpers 10, doch bij voorkeur na de scalpelwals 8, indien zulke scalpelwals 8 aanwezig is. Het betreft hierbij een aanbrenginrichting die de kleurstof 12 intern in de materiaalmassa 2 kan aanbrengen door middel van één of meerdere injectienaalden 17, die eventueel op en neer kunnen bewegen. Het is uiteraard mogelijk deze aanbrenginrichting op een andere plaats in de productielijn 1 wordt opgesteld, bijvoorbeeld in doorloop bekeken na de verdichtingsinrichting of voorpers 10 en bij voorkeur voor de eigenlijke persinrichting 11.

Na de eigenlijke persinrichting 11 wordt dan een paneel of plaat 9 verkregen met twee hoofdzakelijk vlakke plaat- of paneelzijden, doch waarbij de verperste materiaalmassa 2 van dit paneel of deze plaat 9 aan minstens één vlakke zijde daarvan een inkleuring 15 vertoont. Deze inkleuring 15 is in het voorbeeld zodanig dat zij zich uitstrekt van aan de betreffende zijde tot op een maximale diepte T1 gelegen tussen 0,5 millimeter en de helft van de dikte D van het paneel of de plaat 9. Het is derhalve duidelijk dat een paneel of een plaat 9 wordt verkregen die de eigenschappen van het tweede aspect van de uitvinding vertoont.

Figuur 2 toont een vloerpaneel 18 dat vervaardigd is aan de hand van een werkwijze volgens het eerste aspect van de uitvinding en dat tevens de kenmerken van het tweede en het derde aspect vertoont. Het betreft hierbij een vierkant paneel 18 dat een tegelimitatie vormt. Het decor van deze tegelimitatie is hoofdzakelijk of zelfs volledig gevormd door middel van de volgens de uitvinding voorziene inkleuring 15 van de verperste materiaalmassa 2. De verperste materiaalmassa (2) vormt hierbij het substraat van het vloerpaneel 18.

Het is duidelijk dat panelen of vloerpanelen met de kenmerken van de uitvinding eender welke vorm kunnen hebben, doch bij voorkeur rechthoekig en langwerpig, of vierkant zijn. Verder is het duidelijk dat volgens de uitvinding ook andere imitaties dan tegelimitaties kunnen worden gevormd. Zo bijvoorbeeld is het mogelijk panelen met houtimitaties of fantasiemotieven te vervaardigen.

Figuur 3 geeft weer dat de verperste materiaalmassa 2 van het substraat van het vloerpaneel 18 aan de bovenzijde een laagvormige inkleuring 15 vertoont die zich van deze zijde uitstrekt tot een maximale diepte T1 die ongeveer overeenstemt met een vierde van de dikte D van het paneel 18, of zich ongeveer 2 millimeter diep uitstrekt.

Figuur 4 toont duidelijk aan dat de inkleuring 15 dusdanig diep is dat zij tevens aanwezig is op het oppervlak van de aanwezige afkantingen 19, meer speciaal vellingkanten. In dit geval is het volledige oppervlak van de aanwezige vellingkanten 19 voorzien in de ingekleurde laag 15 van de verperste materiaalmassa 2. Figuur 4 geeft ook weer dat de bovenzijde van het paneel 18 voorzien is van een doorzichtige laag 20 op basis van kunststof, die eventueel sleetbestendige partikels kan omvatten. De voornoemde inkleuring 15 blijft zichtbaar doorheen deze kunststoflaag 20.

Figuur 5 geeft weer dat het paneel 18 aan de zijde waar de inkleuring 15 is aangebracht voorzien is van een structuur 21 van indrukkingen en/of uitstulpingen. In dit geval betreft het een structuur 21 die beperkt blijft in de kunststoflaag 20 en kan zijn verwezenlijkt volgens op zich bekende technieken hiervoor. Zo bijvoorbeeld kan de structuur 21 mechanisch zijn gevormd door het in de kunststof 20 aanbrengen van indrukkingen aan de hand van een gestructureerd perselement. Volgens een andere voorbeeld kan de structuur 21 chemisch zijn gevormd door het op of onder de kunststof aanbrengen van een middel dat de uitharding van deze kunststof beïnvloedt.

Bij figuren 2 tot 4 wordt nog opgemerkt dat het vloerpaneel 18 aan beide paren tegenovereenliggende randen 22-23 en 24-25 voorzien is van koppelmiddelen 26 die toelaten dat twee van dergelijke vloerpanelen 18 zowel in een horizontale richting H1 als in een verticale richting V1 met elkaar kunnen worden vergrendeld. Dergelijke koppelmiddelen 26 zijn op zich bekend bijvoorbeeld uit het WO 97/47834.

Verder wordt opgemerkt dat de panelen 18 of platen 9 van de uitvinding zich er bijzonder toe lenen om in het eigenlijke bovenoppervlak van de panelen 18 materiaal te verwijderen, bijvoorbeeld tot vorming van een imitatiespleet of een imitatie-afkanting. Dergelijke imitatie-afkanting dient niet noodzakelijk van een bijkomende decoratieve bekleding worden voorzien. Wanneer zij in diepte beperkt is, kan het oppervlak van de imitatie-afkanting zich uitsluitend in de inkleuring 15 uitstrekken. Dergelijke imitatie-afkantingen zijn hier niet weergegeven, maar kunnen bijvoorbeeld aangewend worden in het geval het paneel van de uitvinding op zich bedoeld is meerdere panelen of tegels te imiteren voor het accentueren van de overgang tussen deze panelen of tegels.

Figuur 6 geeft nog weer dat de panelen of platen 9 van de uitvinding ook in bijzondere toepassingen kunnen worden aangewend, waarbij het eindproduct niet noodzakêlijk plaatvormig is. Zo bijvoorbeeld kan, zoals weergegeven met de streeplijn 27, een afwerkingsprofiel voor een vloerbekleding worden verkregen dat een inkleuring 15 vertoont aan het bovenoppervlak. Hiertoe kan de plaat 9 of het paneel van de uitvinding op op zich bekende wijze worden verwerkt, bijvoorbeeld middels freesoperaties of andere verspanende bewerkingen.

Volgens een niet weergegeven voorbeeld is het met de panelen of platen 9 van de uitvinding ook mogelijk aan het oppervlak geprofileerde meubelpanelen te vervaardigen, waarbij de inkleuring 15 dan bij voorkeur ook in de diepst geprofileerde gebieden van het oppervlak aanwezig blijft.

De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de hierboven beschreven uitvoeringsvormen, doch dergelijke panelen en werkwijzen kunnen volgens verschillende varianten worden gerealiseerd zonder buiten het kader van de huidige uitvinding te treden.

Claims (17)

  1. 2. Werkwijze volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat minstens een gedeelte van voornoemde kleurstof (12) op het oppervlak (14) van minstens één vlakke zijde van de materiaalmassa (2) wordt aangebracht, waarbij deze kleurstof (12) vanaf deze vlakke zijde tot op een zekere diepte in voornoemde materiaalmassa (2) dringt.
  2. 3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, daardoor gekenmerkt dat minstens een gedeelte van voornoemde kleurstof intern in de materiaalmassa wordt gebracht.
  3. 4. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde te verpersen materiaalmassa (2) hoofdzakelijk bestaat uit houtdeeltjes (4) die voorzien zijn van een bindmiddel.
  4. 5. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de te verpersen materiaalmassa (2) waarvan wordt uitgegaan overeenstemt met een materiaalmassa (2) die kan worden aangewend voor het vormen van een MDF of HDF plaat.
  5. 6. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de dichtheid van de materiaalmassa (2) na het toevoegen van de kleurstof (12) nog minstens wordt verdubbeld.
  6. 7. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde kleurstof (12) minstens gedeeltelijk wordt toegevoegd tussen twee van voornoemde verdichtingstappen (S1-S2) in.
  7. 8. Paneel dat een substraat omvat, waarbij dit substraat hoofdzakelijk bestaat uit een verperste materiaalmassa (2), daardoor gekenmerkt dat de voornoemde verperste materiaalmassa (2) aan minstens één vlakke zijde van het substraat een inkleuring (15) vertoont die zich van aan de betreffende zijde in het substraat uitstrekt tot op een maximale diepte (T1) gelegen tussen 0,5 millimeter en de helft van de dikte (D) van het betreffende paneel (18).
  8. 9. Paneel volgens conclusie 8, daardoor gekenmerkt dat voornoemde inkleuring (15) zich ten hoogste uitstrekt van aan voornoemde vlakke zijde tot op een diepte (T1) die overeenstemt met een vierde van de dikte (D) van het paneel (18).
  9. 10. Paneel volgens conclusie 8 of 9, daardoor gekenmerkt dat voornoemde inkleuring (15) zich ten hoogste uitstrekt van aan voornoemde vlakke zijde tot op een diepte (T1) van maximum 4 millimeter, en beter nog van maximum 2 millimeter.
  10. 11- Paneel volgens één van de conclusies 8 tot 10, daardoor gekenmerkt dat dit paneel (18) aan de betreffende vlakke zijde is voorzien van een doorzichtige of doorschijnende laag (20) op basis van kunststof.
  11. 12. Paneel volgens één van de conclusies 8 tot 11, daardoor gekenmerkt dat dit paneel (18) aan de betreffende vlakke zijde is voorzien van een structuur (21) van indrukkingen en/of uitstulpingen.
  12. 13. Paneel dat een substraat omvat, waarbij dit substraat hoofdzakelijk bestaat uit een verperste materiaalmassa (2), daardoor gekenmerkt dat de voornoemde verperste materiaalmassa (2) aan minstens één vlakke zijde van het substraat een inkleuring (15) vertoont, waarbij aan de betreffende vlakke zijde een doorschijnende of doorzichtige laag (20) op basis van kunststof is aangebracht, waardoor voornoemde inkleuring (15) minstens gedeeltelijk zichtbaar is en waarbij het paneel (18) aan de betreffende vlakke zijde is voorzien van een structuur (21) van indrukkingen en/of uitstulpingen.
  13. 14. Paneel volgens één van de conclusies 8 tot 13, daardoor gekenmerkt dat voornoemde verperste materiaalmassa (2) voornamelijk bestaat uit houtdeeltjes (4) die verbonden zijn met een bindmiddel.
  14. 15. Paneel volgens conclusie 14, daardoor gekenmerkt dat voornoemde verperste materiaalmassa (2) een MDF of HDF plaat betreft.
  15. 16. Paneel volgens één van de conclusies 8 tot 15, daardoor gekenmerkt dat het een vloerpaneel (18) betreft.
  16. 17. Paneel volgens één van de conclusies 8 tot 16, daardoor gekenmerkt dat het voornoemde substraat een dichtheid vertoont van meer dan 500 kg/m3.
  17. 18. Werkwijze volgens één van de conclusies 1 tot 7, daardoor gekenmerkt dat zij wordt aangewend voor het vervaardigen van een paneel (18) met de kenmerken van één van de conclusies 8 tot 17.
BE200900146A 2009-03-12 2009-03-12 Werkwijze voor het vervaardigen van panelen en panelen hierbij bekomen. BE1018696A3 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE200900146A BE1018696A3 (nl) 2009-03-12 2009-03-12 Werkwijze voor het vervaardigen van panelen en panelen hierbij bekomen.
BE200900146 2009-03-12

Applications Claiming Priority (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE200900146A BE1018696A3 (nl) 2009-03-12 2009-03-12 Werkwijze voor het vervaardigen van panelen en panelen hierbij bekomen.
PCT/IB2010/050849 WO2010103417A1 (en) 2009-03-12 2010-02-26 Method for manufacturing panels and panels obtained hereby
EP10712513A EP2406045A1 (en) 2009-03-12 2010-02-26 Method for manufacturing panels and panels obtained hereby
US13/201,133 US20110311806A1 (en) 2009-03-12 2010-02-26 Method for manufacturing panels and panels obtained hereby

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1018696A3 true BE1018696A3 (nl) 2011-07-05

Family

ID=41136874

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE200900146A BE1018696A3 (nl) 2009-03-12 2009-03-12 Werkwijze voor het vervaardigen van panelen en panelen hierbij bekomen.

Country Status (4)

Country Link
US (1) US20110311806A1 (nl)
EP (1) EP2406045A1 (nl)
BE (1) BE1018696A3 (nl)
WO (1) WO2010103417A1 (nl)

Families Citing this family (16)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE102009016520A1 (de) * 2009-04-08 2010-10-28 Hamberger Industriewerke Gmbh Paneel und Verfahren zu dessen Herstellung
PL2977219T3 (pl) 2013-10-08 2017-02-28 Flooring Technologies Ltd. Sposób dopasowania nadruku dekoracyjnego i urządzenie do realizacji tego sposobu
EP2865531B1 (en) 2013-10-22 2018-08-29 Agfa Nv Inkjet printing methods for manufacturing of decorative surfaces
EP2865527B1 (en) 2013-10-22 2018-02-21 Agfa Nv Manufacturing of decorative surfaces by inkjet
EP2979887A1 (en) 2013-10-22 2016-02-03 Agfa Graphics Nv Manufacturing of decorative surfaces by inkjet
EP2894044B1 (en) 2014-01-10 2017-12-13 Agfa Graphics Nv Manufacturing of decorative laminates by inkjet
PL2905376T3 (pl) 2014-02-06 2019-02-28 Agfa Nv Wytwarzanie laminatów dekoracyjnych metodą druku natryskowego
CN109446862A (zh) 2014-03-17 2019-03-08 爱克发有限公司 用于数字指纹代码的解码器和编码器
PL3034572T3 (pl) 2014-12-16 2018-11-30 Agfa Nv Wodne tusze do druku natryskowego
US20170150839A1 (en) * 2015-09-01 2017-06-01 Jerry Surber Process for Producing Printed Solid Objects
EP3138691A1 (en) 2015-09-02 2017-03-08 Agfa Graphics Nv Inkjet printing device with dimpled vacuum belt
EP3447098A1 (en) 2017-08-22 2019-02-27 Agfa Nv Aqueous inkjet ink sets and inkjet printing methods
WO2019072733A1 (en) 2017-10-11 2019-04-18 Agfa Nv Inkjet printing methods for manufacturing decorative laminate panels
EP3521055A1 (en) 2018-01-31 2019-08-07 Agfa Nv Methods for manufacturing decorative laminate panels
EP3521048A1 (en) 2018-01-31 2019-08-07 Agfa Nv Inkjet printing methods for decorative laminate panels
EP3536511A1 (en) 2018-03-09 2019-09-11 Agfa Nv A method of manufacturing decorative panels

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US20040036197A1 (en) * 2002-08-21 2004-02-26 Janiga Eugene R. Methods of forming molded, coated wood composites
DE202004014293U1 (de) * 2004-09-15 2004-12-09 Glunz Ag Durchgefärbte Faserplatte
WO2005054600A1 (de) * 2003-12-04 2005-06-16 Hamberger Industriewerke Gmbh Fliese
DE102005030788A1 (de) * 2005-06-29 2007-01-11 Basf Ag Hellfarbige Holzwerkstoffplatten
EP1872959A1 (en) * 2006-06-26 2008-01-02 Dante Frati Process for printing surfaces of wood-based flat elements

Family Cites Families (22)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US1971067A (en) 1931-03-04 1934-08-21 Flood & Conklin Co Grained wood and method of graining same
US3173804A (en) 1960-12-16 1965-03-16 Renkl Paidiwerk Apparatus for applying a surface pattern on boards of wood, fiberboard, or the like
US3554827A (en) 1968-11-12 1971-01-12 Eidai Co Ltd Method of forming a decorative panel
US3811915A (en) 1971-04-27 1974-05-21 Inmont Corp Printing method for forming three dimensional simulated wood grain,and product formed thereby
JP3115136B2 (ja) 1992-11-17 2000-12-04 ニチハ株式会社 建築板の塗装方法
DE19532819A1 (de) 1995-09-06 1997-03-13 Hofa Homann Verwaltungsgesells Verfahren zur Herstellung einer Holzwerkstoffplatte
BE1010487A6 (nl) 1996-06-11 1998-10-06 Unilin Beheer Bv Vloerbekleding bestaande uit harde vloerpanelen en werkwijze voor het vervaardigen van dergelijke vloerpanelen.
US20030187102A1 (en) * 1997-09-02 2003-10-02 Marshall Medoff Compositions and composites of cellulosic and lignocellulosic materials and resins, and methods of making the same
DK172432B1 (da) 1997-12-23 1998-06-15 Carsten Andersen Formerkasse for apparat til tørforming af et fibrøst væv.
SE516696C2 (sv) 1999-12-23 2002-02-12 Perstorp Flooring Ab Förfarande för framställning av ytelement vilka innefattar ett övre dekorativt skikt samt ytelement framställda enlit förfarandet
DE06075877T1 (de) 2000-06-13 2007-02-08 Flooring Industries Ltd. Fußbodenbelag
WO2002042087A2 (en) * 2000-11-13 2002-05-30 Imaging Alternatives, Inc. Wood surface inkjet receptor medium and method of making and using same
DE10163054B4 (de) 2001-12-21 2004-01-08 G. Siempelkamp Gmbh & Co. Streugutanlage zum Streuen von Streugut, insbesondere beleimten Holzspänen, Holzfasern oder dergleichen, auf einen Streubandförderer
US6634729B1 (en) * 2002-06-12 2003-10-21 J.M. Huber Corporation Apparatus for applying ink indicia to boards
US6964722B2 (en) 2002-08-07 2005-11-15 Trio Industries Holdings, L.L.C. Method for producing a wood substrate having an image on at least one surface
US20040086678A1 (en) 2002-11-01 2004-05-06 Chen Hao A. Surface covering panel
DE10310199B4 (de) 2003-03-06 2007-09-20 Kronotec Ag Holzfaserplatte und Verfahren zu deren Herstellung
DE10322767A1 (de) 2003-05-19 2004-12-16 Thomas Kerle Verfahren zur Herstellung technischer Intarsien
EP1680264B1 (en) 2003-11-07 2009-03-25 Formfiber Denmark ApS A fibre distribution device for dry forming a fibrous product
EP2186650B1 (en) 2004-12-23 2013-03-20 Flooring Industries Ltd. Floor panel and method for manufacturing floor panels by embossing
US8747596B2 (en) 2005-01-12 2014-06-10 Flooring Industries Limited, Sarl Finishing set for floor covering and holder, as well as finishing profile, for a finishing set, and method for manufacturing a finishing profile and a skirting board
KR101510148B1 (ko) * 2007-11-19 2015-04-10 뵈린게 이노베이션 에이비이 내마모성 표면을 갖는 섬유 기재 패널

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US20040036197A1 (en) * 2002-08-21 2004-02-26 Janiga Eugene R. Methods of forming molded, coated wood composites
WO2005054600A1 (de) * 2003-12-04 2005-06-16 Hamberger Industriewerke Gmbh Fliese
DE202004014293U1 (de) * 2004-09-15 2004-12-09 Glunz Ag Durchgefärbte Faserplatte
DE102005030788A1 (de) * 2005-06-29 2007-01-11 Basf Ag Hellfarbige Holzwerkstoffplatten
EP1872959A1 (en) * 2006-06-26 2008-01-02 Dante Frati Process for printing surfaces of wood-based flat elements

Also Published As

Publication number Publication date
US20110311806A1 (en) 2011-12-22
WO2010103417A1 (en) 2010-09-16
EP2406045A1 (en) 2012-01-18

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US9321925B2 (en) Dry ink for digital printing
US7790293B2 (en) Process for finishing a wooden board and wooden board produced by the process
EP1628839B1 (en) Floor panel and method for manufacturing such floor panel
CA2651687C (en) Methods and systems for decorating bevel and other surfaces of laminated floorings
CN102741049B (zh) 明亮颜色的表面层
DE60009556T2 (de) Herstellungsverfahren eines dekors auf oberflächenelementen
EP1761400B1 (de) Platte mit einer dekorativen oberfläche
EP2013034B1 (en) Floor panel
CA2447835C (en) Wood fiberboard, in particular floor panel
DE10310199B4 (de) Holzfaserplatte und Verfahren zu deren Herstellung
US8209928B2 (en) Embossed-in-registration flooring system
ES2656161T3 (es) Panel de suelo
US7836648B2 (en) Flooring system having complementary sub-panels
DE102007019978B3 (de) Bauplatte, insbesondere Fußbodenpaneel, und Verfahren zu deren Herstellung
US9255405B2 (en) Wood fibre based panels with a thin surface layer
KR101510148B1 (ko) 내마모성 표면을 갖는 섬유 기재 패널
CA2713123C (en) Process for producing a decorative laminate
EP1559850B1 (de) Paneel, insbesondere Fussbodenpaneel
US8663747B2 (en) Process for the manufacturing of decorative boards
US8790557B2 (en) Method and installation for producing a wood-fiber board
DE202011110954U1 (de) Fußbodenpaneel
US9556622B2 (en) Fibre based panels with a wear resistance surface
US20070125021A1 (en) Skirting board, floor covering system and method for manufacturing a skirting board
EP2748001B1 (en) Panel coating
ES2525744T3 (es) Procedimiento para la generación de una estructura superficial tridimensional sobre una pieza de trabajo