BE1018954A3 - Werkwijzen voor het vervaardigen van panelen en paneel hierbij bekomen. - Google Patents

Werkwijzen voor het vervaardigen van panelen en paneel hierbij bekomen. Download PDF

Info

Publication number
BE1018954A3
BE1018954A3 BE2009/0626A BE200900626A BE1018954A3 BE 1018954 A3 BE1018954 A3 BE 1018954A3 BE 2009/0626 A BE2009/0626 A BE 2009/0626A BE 200900626 A BE200900626 A BE 200900626A BE 1018954 A3 BE1018954 A3 BE 1018954A3
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
aforementioned
printing
characterized
substrate
material
Prior art date
Application number
BE2009/0626A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Flooring Ind Ltd Sarl
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Flooring Ind Ltd Sarl filed Critical Flooring Ind Ltd Sarl
Priority to BE200900626 priority Critical
Priority to BE2009/0626A priority patent/BE1018954A3/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1018954A3 publication Critical patent/BE1018954A3/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B44DECORATIVE ARTS
    • B44CPRODUCING DECORATIVE EFFECTS; MOSAICS; TARSIA WORK; PAPERHANGING
    • B44C5/00Processes for producing special ornamental bodies
    • B44C5/04Ornamental plaques, e.g. decorative panels, decorative veneers
    • B44C5/043Ornamental plaques, e.g. decorative panels, decorative veneers containing wooden elements
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B44DECORATIVE ARTS
    • B44CPRODUCING DECORATIVE EFFECTS; MOSAICS; TARSIA WORK; PAPERHANGING
    • B44C5/00Processes for producing special ornamental bodies
    • B44C5/04Ornamental plaques, e.g. decorative panels, decorative veneers
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F15/00Flooring
    • E04F15/02Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10TTECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
    • Y10T428/00Stock material or miscellaneous articles
    • Y10T428/24Structurally defined web or sheet [e.g., overall dimension, etc.]
    • Y10T428/24479Structurally defined web or sheet [e.g., overall dimension, etc.] including variation in thickness
    • Y10T428/24521Structurally defined web or sheet [e.g., overall dimension, etc.] including variation in thickness with component conforming to contour of nonplanar surface
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10TTECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
    • Y10T428/00Stock material or miscellaneous articles
    • Y10T428/24Structurally defined web or sheet [e.g., overall dimension, etc.]
    • Y10T428/24802Discontinuous or differential coating, impregnation or bond [e.g., artwork, printing, retouched photograph, etc.]
    • Y10T428/24851Intermediate layer is discontinuous or differential
    • Y10T428/24868Translucent outer layer

Abstract

Werkwijze voor het vervaaridgen van paneelen van het type dat minstens is opgebouwd uit een substraat (2) en een op dit substraat (2) aangebrachte toplaag (3) met een gedrukt decor (4), waarbij de toplaag (3) minstens twee materiaallagen (11-16A) omvat, waaronder een bedrukking (12), waarbij de werkwijze minstens bestaat uit het aanbrengen van voornoemde twee materiaallagen (11-16A), waarbij de voornoemde bedrukking (12) rechtstreeks op het substraatmateriaal (2) wordt uitgevoerd en deze bedrukking (12) minstens een gedeelte van het voornoemde gedrukte decor (4) vormt, daardoor gekenmerkt dat minstens in één van voornoemde twee materiaallagen (16A) een mengsel wordt verwezenlijkt dat minstens een thermisch uithardende component en een stralingsuithardende component bevat.

Description

Werkwijzen voor het vervaardigen van panelen en paneel hierbij bekomen.

Deze uitvinding heeft betrekking op werkwijzen voor het vervaardigen van panelen, alsmede op panelen die met dergeiijke werkwijzen kunnen worden bekomen.

Meer speciaal heeft de uitvinding betrekking op werkwijzen voor het vervaardigen van panelen van het type dat minstens is opgebouwd uit een substraat en een op dit substraat aangebrachte toplaag met een gedrukt decor. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om meubelpanelen, plafondpanelen, vloerpanelen of dergelijke die hoofdzakelijk bestaan uit een MDF of HDF (Medium of High Density Fiberboard) basispaneel of substraat en een hierop aangebrachte toplaag. In het bijzonder betreft het een werkwijze waarbij op het substraat één of meerdere materiaallagen worden aangebracht, waarbij minstens één van deze materiaallagen wordt aangebracht door middel van een bedrukking die rechtstreeks op het substraat wordt uitgevoerd, waarbij deze bedrukking dan minstens een gedeelte van het voornoemde gedrukte decor vormt.

Dergelijke panelen zijn op zich bekend bijvoorbeeld uit het US 1,971,067 of het DE 195 32 819 A1. Uit voornoemde documenten is het ook gekend dat voornoemde materiaallagen één of meerdere grondlagen kunnen omvatten, waarbij deze grondlagen zich hoofdzakelijk onder voornoemde bedrukking uitstrekken, en/of één of meerdere afwerkingslagen kunnen omvatten, die zich hoofdzakelijk boven voornoemde bedrukking uitstrekken. Dergelijke afwerkingslagen kunnen bijvoorbeeld doorzichtige of doorschijnende kunststoflagen omvatten, die een beschermlaag boven het gedrukte decor vormen en bijvoorbeeld sleetbestendige partikels zoals aluminiumoxide kan bevatten. Het is niet uitgesloten dat deze beschermlaag een materiaalvel, zoals een papiervel, bevat.

De stand van de techniek in verband met panelen welke zijn voorzien van een rechtstreeks op het substraat uitgevoerde bedrukking blijkt verder onder meer nog uit het WO 01/48333, het WO 02/00449, het WO 2004/042168, het EP 1 454 763, het DE 197 25 829 C1 en het DE 10 2004 009 160 A1.

Het is bekend, onder meer uit het WO 01/48333, dat voor het realiseren van voomoemde materiaallagen hetzij lakken, hetzij kunstharsen kunnen worden aangewend. In het geval van kunstharsen worden deze aangebracht via een dragervel dat vooraf van dergelijk kunsthars is voorzien en aan de hand van een verwarmde pers op het substraat wordt voorzien. In het geval van lakken, kunnen bijvoorbeeld UV hardende lakken worden aangewend.

Het is bekend, onder meer uit het DE 197 25 829 C1 of het EP 1 454 763, dat voor het realiseren van voornoemde materiaallagen één of meerdere vloeibaar opgebrachte kunstharsen kunnen worden aangewend. Nadat deze harslagen zijn gedroogd worden zij in een verwarmde pers uitgehard. Aan de hand van een dergelijke werkwijze kunnen papiervrije toplagen worden gerealiseerd.

De huidige uitvinding beoogt volgens haar verschillende onafhankelijke aspecten in de eerste plaats alternatieve werkwijzen van bovenvermeld type aan te bieden, die volgens verschillende voorkeurdragende uitvoeringsvormen ervan vlotter en/of economischer kunnen worden uitgevoerd dan de werkwijzen uit de stand van de techniek.

Hiertoe betreft de uitvinding volgens haar eerste onafhankelijk aspect een werkwijze voor het vervaardigen van panelen van het type dat minstens is opgebouwd uit een substraat en een op dit substraat aangebrachte toplaag met een gedrukt decor, waarbij de toplaag minstens twee materiaallagen omvat, waaronder een bedrukking, waarbij de werkwijze minstens bestaat uit het aanbrengen van voomoemde twee materiaallagen, waarbij de voornoemde bedrukking rechtstreeks op het substraatmateriaal wordt uitgevoerd en deze bedrukking minstens een gedeelte van het voornoemde gedrukte decor vormt, met als kenmerk dat minstens in één van voornoemde twee materiaallagen een mengsel wordt verwezenlijkt dat minstens een thermisch uithardende component en een stralingsuithardende component bevat. Het is duidelijk dat met “rechtstreeks” hier niet wordt uitgesloten dat reeds één of meerdere materiaallagen op het substraat kunnen zijn aangebracht alvorens de bedrukking wordt uitgevoerd. Met “rechtstreeks” wordt namelijk bedoeld dat de bedrukkingsoperatie plaatsgrijpt op het substraat en bijvoorbeeld niet op een afzonderlijk dragervel, dat naderhand op het substraat wordt aangebracht.

Door het verwezenlijken van een mengsel van minstens twee componenten die een onderling verschillend uithardingsmechanisme vertonen, ontstaan mogelijkheden om de compatibiliteit met naderhand of voordien opgebrachte materiaallagen te vergroten. Zo bijvoorbeeld kan aan de hand van de betreffende materiaallaag de hechting verbeterd of verwezenlijkt worden tussen een laag die hoofdzakelijk uit een thermisch uithardende component bestaat, of althans toch vrij is of nagenoeg vrij is van stralingsuithardende componenten, en een laag die hoofdzakelijk uit een stralingsuithardende component bestaat, of althans toch vrij is of nagenoeg vrij is van thermisch uithardende componenten. Voornoemde laag die hoofdzakelijk uit een stralingsuithardende component bestaat kan bijvoorbeeld verder nog harde partikels bevatten. Bij voorkeur vertonen voornoemde harde partikels een gemiddelde korrelgrootte van minder dan 60 micrometer.

Een praktisch voorbeeld van voornoemde mogelijkheden betreft het realiseren van een bedrukking aan de hand van UV inkten op een melamine gebaseerde grondlaag. Tot op heden was het namelijk gekend dat de hechting van dergelijke bedrukking op één of meerdere melamine gebaseerde grondlagen te wensen overliet. Door het aanwenden van de materiaallaag van de uitvinding als overgang tussen de grondlagen en de bedrukking, kan een verbeterde hechting van de UV inkten worden bereikt. De bedrukking kan, volgens dit praktisch voorbeeld, dan verder afgewerkt worden met lakken, of met kunstharsen. In dit laatste geval kan eventueel als overgang tussen de bedrukkingslaag en de kunstharslaag terug een materiaallaag worden toegepast die het mengsel van de uitvinding bevat, zodanig dat ook in dit geval een goede hechting van de kunsthars afwerkingslaag of -lagen op de UV inkten van de bedrukking kan worden bereikt.

Bij voorkeur betreft de voomoemde thermisch uithardende component een kunsthars, bij voorkeur een kunsthars dat uithardt door middel van een polycondensatiereactie. Dergelijk kunsthars kan gekozen zijn uit de reeks van ureumformaldehyde, melamine, melamineformaldehyde, methaan difenyl diisocyanaat, fenolformaldehyde, resorcinolformaldehyde en resocinephenolformaldehyde. Bij voorkeur bevat het kunsthars minstens melamine of is het hierop gebaseerd.

Bij voorkeur betreft de voomoemde stralingsuithardende component een UV- of elektronenstraalhardende lak.

Er wordt opgemerkt dat het gebruik van een mengsel van kunsthars en lak op zich een belangrijk aspect van de uitvinding vormt, onafhankelijk van het feit of het kunsthars een thermoharder is en/of de lak uithardt door middel van straling. Het is derhalve duidelijk dat de uitvinding volgens een tweede onafhankelijk aspect daarvan ook betrekking heeft op een werkwijze voor het vervaardigen van panelen van het type dat minstens is opgebouwd uit een substraat en een op dit substraat aangebrachte toplaag met een gedrukt decor, waarbij de toplaag minstens twee materiaallagen omvat, waaronder een bedrukking, waarbij de werkwijze minstens bestaat uit het aanbrengen van voornoemde twee materiaallagen, waarbij de voomoemde bedrukking rechtstreeks op het substraatmateriaal wordt uitgevoerd en deze bedrukking minstens een gedeelte van het voornoemde gedrukte decor vormt, met als kenmerk dat minstens in één van voomoemde twee materiaallagen een mengsel wordt verwezenlijkt dat minstens een kunstharscomponent en een lakcomponent bevat. De betreffende materiaallaag kan bijvoorbeeld worden aangewend voor het realiseren van hechting tussen materiaallagen van verschillende samenstelling. Zo bijvoorbeeld kan aan de hand van de betreffende materiaallaag de hechting verwezenlijkt worden tussen een laag die hoofdzakelijk uit een kunsthars bestaat, of althans toch vrij is of nagenoeg vrij is van lakcomponenten, en een laag die hoofdzakelijk uit lak bestaat, of althans toch vrij is of nagenoeg vrij is van kunstharscomponenten. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer als oppervlaktelaag op een paneel met een voornamelijk kunsthars gebaseerde toplaag een laklaag wordt toegepast. Dergelijke laklaag kan namelijk kraswerend worden uitgevoerd, wanneer zij naast lak bijvoorbeeld verder nog harde partikels omvat. De betreffende harde partikels vertonen bij voorkeur een gemiddelde partikelgrootte die kleiner is dan 60pm. Bij voorkeur betreft het platte partikels, bijvoorbeeld platte aluminiumoxidepartikels.

Verder wordt opgemerkt dat het mengsel van het eerste en/of het tweede aspect, volgens een afwijkend derde aspect, ook kan worden bereikt of aangewend bij het impregneren van materiaalvellen, bijvoorbeeld papiervellen, die kunnen worden aangewend bij de vervaardiging van panelen, waarbij deze panelen dan al dan niet van boven vermeld type zijn. Hierbij wordt het betreffend materiaalvel dan bij voorkeur aan één of beide vlakke zijden voorzien van een laag materiaal die uit het voornoemde mengsel bestaat. Het is duidelijk dat deze laag materiaal eventueel de hechting kan verzorgen met onderliggende of nog aan te brengen materiaallagen. Zo bijvoorbeeld is het mogelijk dat dergelijk materiaalvel op een substraat wordt aangebracht aan de hand van een verwarmde persinrichting, en dat dit substraat verder wordt afgewerkt met een laklaag. Het is duidelijk dat dergelijke laklaag eventueel ook tijdens het impregnatieproces op het betreffende materiaalvel kan worden aangebracht. Bij voorkeur bevat dergelijke laklaag harde partikels, zoals aluminiumoxide en/of siliciumcarbide. Bij voorkeur vertonen deze harde partikels een gemiddelde korrelgrootte van minder dan 60 pm.

De materiaalvellen van het derde aspect kunnen worden aangewend als zogenaamde overlay of als zogenaamde decorlaag, waarbij dergelijke decorlaag dan voorzien is van een gedrukt decor. Dergelijk gedrukt decor kan hetzij in een stap voorafgaandleijk aan het impregneren worden aangebracht, hetzij in een stap volgend op het impregnatieproces van de uitvinding. In dit laatste geval kan de bedrukking worden uitgevoerd terwijl het betreffende materiaalvel al dan niet reeds op het substraat is aangebracht. Zodoende kan eventueel een werkwijze van het eerste en/of het tweede aspect worden bekomen.

Bij voorkeur is het voornoemde kunsthars van het tweede en/of het derde aspect, gekozen uit de reeks van ureumformaldehyde, melamine, melamineformaldehyde, methaan difenyl diisocyanaat, fenolformaldehyde, resorcinolformaldehyde en resocinephenolformaldehyde.

Bij voorkeur is de voornoemde lak van het tweede en/of derde aspect gekozen uit de reeks van urushiol gebaseerde lak, nitrocellulose lak, acryllak, watergebaseerde lak, epoxy lak, maleimide lak, UV hardende lak en elektronenstraalhardende lak.

Alle hieronder nog vermelde voorkeurdragende uitvoeringsvormen vinden toepassing bij zowel het eerste, het tweede als het derde aspect, tenzij anders vermeld.

Volgens alle voorgaande aspecten is hét mengsel bij voorkeur watergebaseerd. Bij voorkeur wordt per 100 gewichtsdelen van de kunstharscomponent of thermisch hardende component, tussen 3 en 30 gewichtsdelen van de lakcomponent toegepast. Bij voorkeur wordt per 100 gewichtsdelen van de kunstharscomponent of thermisch hardende component 5 tot 25 gewichtsdelen water toegepast bij het aanbrengen van een dergelijk mengsel. Deze watercomponent wordt bij voorkeur praktisch volledig weggenomen aan de hand van drogingsbewerkingen en/of uithardingen uitgevoerd bij de vervaardigingswerkwijzen van de uitvinding. Het is uiteraard niet uitgesloten dat in de plaat van met water, met een solvent wordt gewerkt, waarbij dan bij voorkeur met gelijkaardige mengverhoudingen wordt gewerkt als bij water. Dit solvent wordt dan eveneens bij voorkeur praktisch volledig weggenomen aan de hand van drogingsbewerkingen en/of uithardingen uitgevoerd bij de vervaardigingswerkwijzen van de uitvinding.

Volgens alle voorgaande aspecten wordt bij voorkeur minstens een gedeelte van het voornoemde mengsel bereid voorafgaandelijk aan het opbrengen ervan. Hiermede wordt bedoeld dat de betreffende componenten, geheel of gedeeltelijk, in de gemengde samenstelling worden opgedragen. Bij voorkeur wordt de gemengde samenstelling continu gemixt of geroerd om ontmenging te voorkomen. Bij voorkeur wordt het opbrengen van het mengsel gerealiseerd aan de hand van een techniek waarbij dit mengsel vloeibaar wordt opgedragen. Eventueel kan het opbrengen al dan niet rechtstreeks gevolgd worden door een geforceerde drogingsbewerking bijvoorbeeld aan de hand van één of meerdere warmeluchtovens of aan de hand van één of meerdere infrarood (IR) of nabij-infraroodstralers (Engels: near-infrared of N-IR).

Bij voorkeur ontstaat minstens een gedeelte van het voornoemde mengsel bij het opbrengen ervan, hetzij in de hierbij aangewende inrichting, hetzij op het substraatmateriaal, hetzij door een combinatie hiervan. Dergelijke uitvoering kan volgens meerdere mogelijkheden worden bereikt. Hieronder worden twee praktische mogelijkheden besproken.

Volgens een eerste praktische mogelijkheid ontstaat het mengsel doordat beide componenten elkaar ontmoeten in de opbrenginrichting. Zo bijvoorbeeld is het mogelijk dat een venturiwerking opgewekt door de stroming van één component, de andere component opzuigt en hiermee vermengt, zodanig dat zij als mengsel op het substraat worden aangebracht. Volgens deze praktische mogelijkheid wordt het risico op ontmengen geminimaliseerd.

Volgens een tweede praktische mogelijkheid ontstaat het mengsel doordat één van de componenten wordt aangebracht op een reeds aangebrachte, nog vochtige of natte laag van de andere component. Hierbij ontstaat minstens een grenszone of overgangslaag die een mengsel van beide componenten omvat.

Bij voorkeur bevat het voornoemde mengsel verder nog cellulose. Cellulose laat toe een relatief dikke materiaallaag te vormen met een minimaal risico voor het optreden van defecten. Bovendien kan een cellulose bevattend mengsel leiden tot een nog betere hechting tussen een laag die hoofdzakelijk uit een thermisch uithardende component bestaat, of althans toch vrij is of nagenoeg vrij is van stralingsuithardende componenten, en een laag die hoofdzakelijk uit een stralingsuithardende component bestaat, of althans toch vrij is of nagenoeg vrij is van thermisch uithardende componenten.

Over het algemeen is het voordelig cellulose aan te wenden in één of meerdere van de materiaallagen aanwezig in de toplaag van het paneel.

Bij voorkeur is het mengsel van de uitvinding vrij van inkt. Het is echter niet uitgesloten dat één of meerdere componenten van het mengsel via de kleurstof, pigmenten of inkt van de bedrukking wordt opgedragen.

Bij voorkeur wordt de voomoemde bedrukking, volgens alle aspecten van de uitvinding uitgevoerd aan de hand van UV inkten. Het is duidelijk dat het mengsel van de uitvinding vooral toepassing vindt in combinatie met dergelijke bedrukking. Bij voorkeur wordt de bedrukking uitgevoerd aan de hand van een digitale druktechniek, zoals aan de hand van één of meerdere inktjetdrukkoppen.

Bij voorkeur wordt de betreffende materiaallaag voorafgaandelijk aan de bedrukking op het substraat aangebracht. Bij voorkeur vormt de betreffende materiaallaag aldus een grondlaag voor de bedrukking. Bij voorkeur bevat het mengsel in dergelijk geval verder nog pigmenten, bij voorkeur pigmenten waarvan de kleur is afgestemd op het gedrukt decor.

Bij voorkeur is minstens de betreffende materiaallaag vrij van dragervellen, zoals vrij van papiervellen. Bij voorkeur is de volledige bekomen toplaag van de panelen vrij van dergelijke dragervellen of papiervellen.

Bij voorkeur voorziet de werkwijze van het eerste en/of het tweede aspect in één of meerdere grondlagen die zich onder de bedrukking bevinden en in één of meerdere doorzichtige of doorschijnende afwerkingslagen die zich boven de bedrukking bevinden. De materiaallaag van de uitvinding, die het mengsel omvat, kan zowel als grondlaag als, als afwerkingslaag zijn opgevat. Het is uiteraard niet uitgesloten dat meerdere van de materiaallagen die op het substraat worden voorzien dergelijk mengsel omvatten. Het aanbrengen van voomoemde grondlagen, bedrukking en/of afwerkingslagen kan geschieden met één of meerdere tussenliggende drogingsbewerkingen, schuurbewerkingen of borstelbewerkingen.

Bij voorkeur bestaat het merendeel van voomoemde grondlagen en/of afwerkingslagen hoofdzakelijk uit kunsthars, terwijl een minderheid van deze lagen hoofdzakelijk uit lak is opgebouwd. Beter nog bestaat het merendeel van voornoemde grondlagen of afwerkingslagen hoofdzakelijk uit kunsthars, terwijl de bedrukking is uitgevoerd uit UV inkten. In dit laatste geval grenst de materiaallaag van de uitvinding, waarin het mengsel is verwezenlijkt, bij voorkeur aan de voomoemde bedrukking.

Eén of meerdere van voornoemde afwerkingslagen is bij voorkeur voorzien van harde partikels, zoals bijvoorbeeld aluminiumoxide- of siliciumcarbidepartikels. Met “harde partikels” wordt in deze aanvrage bedoeld dat de betreffende partikels harder zijn dan het materiaal waaruit de betreffende afwerkingslaag hoofdzakelijk is opgebouwd. Het is te zeggen bijvoorbeeld harder dan het uitgeharde kunsthars en/of de uitgeharde lak. Bij voorkeur vertonen de partikels die worden ingebed in de afwerkingslagen een gemiddelde partikelgrootte gelegen tussen 200 nanometer en 200 micrometer. Bij voorkeur worden aan het oppervlak van het paneel dergelijke partikels met een gemiddelde korrelgrootte van minder dan 60 pm, en beter nog van minder dan 45 pm ingebed. Het is mogelijk dat in de plaats hiervan of in combinatie daarmee in de afwerkingslaag aan het oppervlak nanopartikels zijn ingebed. Bij voorkeur bevinden zich in de afwerkingslaag aan het oppervlak van een dergelijk paneel platte partikels, bijvoorbeeld platte korundpartikels. In combinatie met de kleinere partikels in de afwerkingslaag aan het oppervlak worden bij voorkeur grotere partikels in de toplaag ingebed op een positie waar zij zich onder deze kleinere partikels, doch boven de bedrukking bevinden. Deze grotere partikels vertonen bij voorkeur een gemiddelde partikelgrootte van meer dan 60 pm, en zelfs beter nog van meer dan 85 pm. Zoals voornoemd zijn zij bij voorkeur kleiner dan 200 pm, en zelfs beter nog kleiner dan 160 pm.

Volgens de werkwijzen van de uitvinding kan het inbedden van harde partikels in de afwerkingslagen op verschillende wijzen gebeuren. Zo bijvoorbeeld kunnen zij in het materiaal van de betreffende afwerkingslaag worden gemengd, alvorens deze op het substraat wordt aangebracht. Volgens een ander voorbeeld worden zij op en/of in de reeds op het paneel aangebrachte, bij voorkeur nog vochtige, betreffende afwerkingslaag aangebracht door middel van bijvoorbeeld een strooi-inrichting. Op gelijkaardige wijzen kunnen ook andere bestanddelen in de grondlagen en/of afwerkingslagen worden ingebed, zoals bijvoorbeeld cellulosevezels of pigmenten van eender welk type.

De materiaallaag van de uitvinding, die het mengsel omvat, bevindt zich bij voorkeur tussen een laag die hoofdzakelijk uit kunsthars bestaat en een laag die hoofdzakelijk uit lak en/of inkt bestaat.

Bij voorkeur omvat de werkwijze verder nog de stappen van het uitharden van voornoemde componenten. Hierbij wordt bij voorkeur minstens een persbewerking aan de hand van een verwarmde pers en een stralingsbewerking toegepast. Bij voorkeur vindt de stralingsbewerking plaats alvorens de persbewerking plaatsvindt. Bij de persbewerking wordt bij voorkeur een gestructureerd perselement aangewend waarmede een structuur in de toplaag van de panelen wordt gerealiseerd. Bij voorkeur wordt een persinrichting toegepast van het type korte cycluspers (Duits: Kurztaktpresse). De aangewende persdrukken kunnen variëren van 3 tot 60 kg/cm2. Bij voorkeur wordt een persdruk toegepast gelegen tussen 10 en 35 kg/cm2.

Bij voorkeur bevat het mengsel en/of één of meerdere andere materiaallagen die een thermisch uithardende component omvatten, een katalysator of harder. Bij voorkeur worden per 100 gewichtsdelen kunsthars in een betreffende materiaallaag of mengsel 1 tot 10 gewichtsdelen katalysator toegepast. De katalysator kan eventueel als een afzonderlijke laag op de reeds aangebrachte betreffende materiaallaag worden voorzien, of vooraf in het materiaal van de betreffende materiaallaag zijn gemengd.

In het geval van melamine en/of ureum bevattend hars kan een zuur of een zout als katalysator worden toegepast. Zo bijvoorbeeld kan als katalysator maleïnezuur, monobutylfosforzzur, p-tolueensulfonzuur (PTSA), citroenzuur, aluminiumsulfaat, tosylaat, ammoniumchloride of ammoniumsulfaat worden toegepast of een mengsel van twee of meer van deze stoffen.

Het toepassen van één of meerdere katalysatoren, zoals hierboven uiteengezet, laat toe de vereiste uithardingstemperatuur van de betreffende component te verlagen. Bij voorkeur wordt voornoemde katalysator in een zodanige hoeveelheid toegevoegd dat een uithardingstemperatuur van minder dan 150°C bekomen wordt. Beter nog wordt een uithardingstemperatuur van minder dan 120°C, of zelfs van minder dan 100°C bekomen. Het is mogelijk een uithardingstemperatuur van minder dan 95°C te bereiken. Het uitharden bij lage temperatuur heeft het voordeel dat mindere eisen kunnen worden gesteld voor de temperatuursbestendigheid van de overige bestanddelen van het paneel. Zo bijvoorbeeld kan de temperatuur zodanig worden ingesteld dat de anders uithardende tweede component of de lakcomponent niet of nagenoeg niet wordt aangetast. Volgens een ander voorbeeld kan de temperatuur ook zodanig worden ingesteld dat aan de voornoemde rechtstreeks op het substraat uitgevoerde bedrukking, of de inkten hierbij aangewend, geen speciale eisen voor wat betreft temperatuursbestendigheid moeten worden gesteld.

Het is duidelijk dat voor het aanbrengen van het mengsel of de componenten daarvan alle op zich gekende technieken kunnen worden toegepast, zoals opbrengtechnieken die gebruik maken van walsen, spuitinrichtingen, sproei-inrichtingen, strooi-inrichtingen, opstrijkinrichtingen en dergelijke meer.

Het is duidelijk dat de uitvinding verder nog betrekking heeft op panelen die aan de hand van één of meerdere van bovenvermelde werkwijzen zijn bekomen.

In het algemeen beoogt de uitvinding volgens een vierde onafhankelijk aspect nog een alternatief paneel, dat volgens versschillende voorkeurdragende uitvoeringsvormen vlotter geproduceerd kan worden en/of een oplossing biedt voor de problemen geassocieerd met panelen uit de stand van de techniek. Hiertoe betreft de uitvinding volgens haar vierde onafhankelijk aspect een paneel van het type dat minstens een substraat en een op dit substraat aangebrachte toplaag omvat, waarbij voornoemde toplaag een motief of decor vormende bedrukking en een doorzichtige of doorschijnende kunststoflaag bevat die boven het voornoemde motief is aangebracht, met als kenmerk dat de voornoemde bedrukking een digitale rechtstreeks op het substraat gevormde bedrukking betreft en dat de voornoemde toplaag een kunsthars bevat. Het inventief idee om een digitale bedrukking met een kunsthars bevattende toplaag te combineren biedt nieuwe mogelijkheden voor het verwezenlijken van panelen van het betreffende type.

Bij voorkeur is minstens in voornoemde toplaag een reliëf gerealiseerd waarvan de uitsparingen en/of uitstulpingen bij voorkeur overeenstemmen met voornoemde bedrukking. Door het feit dat de bedrukking digitaal en rechtstreeks op het substraat, is uitgevoerd, is het motief aanstuurbaar en vrijwel niet of niet onderhevig aan rek of krimp na het aanbrengen ervan. De overeenstemming die kan worden bereikt met de panelen van dit vierde aspect is onder andere daardoor groter dan bij klassieke laminaatpanelen, waarbij de bedrukking op analoge wijze op een papiervel wordt aangebracht. Dergelijk papiervel is tijdens de vervaardiging van een klassiek paneel sterk onderhevig aan dimensionele vervormingen. De dimensionele stabiliteit van de bedrukking en het gebruik van een kunsthars bevattende toplaag leidt ertoe dat de op zich bij klassieke laminaatpanelen bekende technieken voor het aanbrengen van structuur vlot of zelfs vlotter kunnen worden aangewend voor het verwezenlijken van structuur in de nieuwsoortige panelen van het vierde aspect.

In het algemeen biedt het paneel van het vierde aspect voor de producent van klassieke laminaatpanelen een mogelijk vlotte overgang naar de vervaardiging van panelen met een rechtstreeks op het paneel gevormde bedrukking, waarbij de investering minimaal kan worden gehouden.

Bij voorkeur worden voor het uitvoeren van de bedrukking UV inkten toegepast. In dergelijk geval vindt de uitharding van de inkten bij voorkeur plaats in de drukinrichting zelf. Bij voorkeur worden inkten van minstens vier verschillende kleuren toegepast, zoals de basiskleuren cyaan, magenta, geel en zwart. Bij voorkeur omvat de toegepaste drukinrichting minstens één inktjetdrukkop per kleur. Eventueel kan het aantal kleuren worden uitgebreid naar meer dan vier. Bij voorkeur wordt beperkt tot een maximum van tien verschillende kleuren. Idealiter worden 6 of 8 verschillende kleuren toegepast. De betreffende inktjetdrukkoppen kunnen van het single pass type of van het multiple pass type zijn. Het is duidelijk dat de hier voorgestelde drukinrichting ook kan worden aangewend in de werkwijzen van het eerste, het tweede en/of het derde aspect voor het uitvoeren van de voomoemde bedrukking. Verder is het duidelijk dat het niet is uitgesloten dat de aangewende inkten watergedragen inkten kunnen zijn.

Bij voorkeur is het voomoemde kunsthars gekozen uit de reeks van ureumformaldehyde, melamine, melamineformaldehyde, methaan difenyl diisocyanaat, fenolformaldehyde, resorcinolformaldehyde en resocinephenolformaldehyde.

Bij voorkeur bevat de voornoemde toplaag minstens een materiaallaag die is opgebouwd uit een mengsel dat minstens een kunstharscomponent en een lakcomponent omvat. Het is duidelijk dat hiervoor kan gewerkt worden zoals in de werkwijzen van het eerste en/of het tweede aspect.

Bij voorkeur vertoont het paneel van het vierde aspect één of meerdere grondlagen die zich onder de bedrukking bevinden en één of meerdere doorzichtige of doorschijnende afwerkingslagen die zich boven de bedrukking bevinden. Bij voorkeur bestaat het merendeel van voornoemde grondlagen en/of afwerkingslagen hoofdzakelijk uit kunsthars, terwijl een minderheid van deze lagen hoofdzakelijk uit lak en/of uit de bedrukking kan zijn opgebouwd. Bij voorkeur bestaan minstens alle afwerkingslagen hoofdzakelijk uit kunsthars. Eén of meerdere van voornoemde afwerkingslagen is bij voorkeur voorzien van harde partikels, zoals bijvoorbeeld aluminiumoxide- of siliciumcarbidepartikels. Bij voorkeur vertonen de partikels die zijn ingebed in de afwerkingslagen een gemiddelde partikelgrootte gelegen tussen 200 nanometer en 200 micrometer. Bij voorkeur zijn aan het oppervlak van het paneel dergelijke partikels met een gemiddelde korrelgrootte van minder dan 60 pm, en beter nog van minder dan 45 pm ingebed. Het is mogelijk dat in de plaats hiervan of in combinatie daarmee in de afwerkingslaag aan het oppervlak nanopartikels zijn ingebed. Bij voorkeur bevinden zich in de afwerkingslaag aan het oppervlak van een dergelijk paneel platte partikels, bijvoorbeeld platte korundpartikels. In combinatie met de kleinere partikels in de afwerkingslaag aan het oppervlak worden bij voorkeur grotere partikels in de toplaag ingebed op een positie waar zij zich onder deze kleinere partikels, doch boven de bedrukking bevinden. Deze grotere partikels vertonen bij voorkeur een gemiddelde partikelgrootte van meer dan 60 pm, en zelfs beter nog van meer dan 85 pm. Zoals voornoemd zijn zij bij voorkeur kleiner dan 200 pm, en zelfs beter nog kleiner dan 160 pm.

Bij voorkeur is de voornoemde bedrukking uitgevoerd aan de hand van inkten die kunsthars bevatten. Met behulp van dergelijke inkten kan de hechting met het kunsthars van de toplaag worden vergroot. Dergelijke inkten kunnen ook worden toegepast in het voornoemde eerste, tweede en/of derde aspect. Bij voorkeur worden in deze aspecten echter melaminevrije of nagenoeg melaminevrije inkten toegepast.

Bij voorkeur omvat de voornoemde toplaag een UV blokker. Het gebruik van een UV blokker leidt tot een grotere kleurenstabiliteit van de direct op het substraat gevormde bedrukking. Het gebruik van dergelijke UV blokker is interessant in alle aspecten van de uitvinding.

Bij voorkeur omvat de voornoemde toplaag restanten van een katalysator of harder. Het betreft bijvoorbeeld de in het eerste of tweede aspect genoemde katalysatoren of harders.

Bij voorkeur is de voornoemde toplaag papiervrij. Op deze manier wordt een kostengunstig paneel bekomen. Het is duidelijk dat de toplaag van de panelen die gerealiseerd zijn met de werkwijzen van het eerste en/of het tweede aspect bij voorkeur eveneens papiervrij of zelfs materiaalvelvrij zijn uitgevoerd.

Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan te tonen, zijn hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter, enkele voorkeurdragende uitvoeringsvormen beschreven, met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin: figuur 1 schematisch enkele stappen weergeeft van een werkwijze met de kenmerken van onder andere het eerste aspect van de uitvinding; figuur 2 in dwarsdoorsnede en op grotere schaal een zicht weergeeft volgens de op figuur 1 weergegeven lijn Il-ll; figuur 3 een paneel, meer speciaal een vloerpaneel, weergeeft met de kenmerken van de uitvinding; en figuur 4 in dwarsdoorsnede en op grotere schaal een zicht weergeeft volgens de op figuur 3 weergegeven lijn IV-IV.

Figuur 1 geeft enkele stappen S1-S7 weer uit een werkwijze voor het vervaardigen van panelen of platen 1, met de kenmerken van onder andere het eerste aspect van de huidige uitvinding. Het gaat hierbij om een werkwijze voor het vervaardigen van panelen of platen 1 van het type dat minstens is opgebouwd uit een substraat 2 en een op dit substraat 2 aangebrachte toplaag 3 met een gedrukt decor 4. In het voorbeeld van figuur 1 wordt specifiek een werkwijze geïllustreerd voor het vervaardigen van vloerpanelen 5 met een houtgebaseerd substraat 2, zoals met een substraat 2 op basis van MDF of HDF. Voor de vakman is het duidelijk hoe een gelijkaardige werkwijze voor het vervaardigen van andere panelen, zoals plafondpanelen of meubelpanelen kan worden bekomen.

Voor de vervaardiging wordt uitgegaan van grotere platen 1 waaruit in een hier niet weergegeven opdeelstap meerdere van voornoemde panelen 5 kunnen worden gevormd. In het voorbeeld van de werkwijze uit figuur 1 worden eventuele oneffenheden aan het oppervlak van de grotere plaat 1 in een eerste stap S1 met behulp van een materiaallaag 6 met opvulmiddel 7 weggewerkt. In het voorbeeld wordt het opvulmiddel 7 met behulp van een rakel 8 of andere spatel over het oppervlak van de plaat 1 aangebracht met de bedoeling een effen oppervlak te bereiken. Eventueel kan deze eerste materiaallaag 6 worden geschuurd om de gewenste oppervlaktestaat te bereiken. Een schuuroperatie kan ook worden uitgevoerd alvorens het opvulmiddel 7 wordt aangebracht. Dergelijke schuuroperaties zijn hier niet weergegeven.

In het voorbeeld wordt in een tweede stap S2 nog minstens een tweede materiaallaag 9 op het oppervlak van de grotere plaat 1 aangebracht. Het betreft hierbij een grondlaag 9 van een hoofdzakelijk uniforme kleur die door middel van minstens een wals 10 wordt aangebracht.

Het is duidelijk dat in het voorbeeld van figuur 1 zowel de voomoemde eerste materiaallaag 6 als de voomoemde tweede materiaallaag 9 in vloeibare vorm worden aangebracht. Tevens kunnen zij in meerdere deellagen worden aangebracht, die al dan niet tussenin worden gedroogd en/of geschuurd. De betreffende materiaallagen 6-9 kunnen eender welke samenstelling vertonen. Zij kunnen bijvoorbeeld hoofdzakelijk zijn samengesteld uit lak of kunsthars. In het geval van in de tweede stap S2 aangebrachte grondlaag 9 bevat de voornoemde samenstelling bij voorkeur tevens pigment.

Uiteraard kunnen de materiaallagen 6-9 van de eerste stap S1 en de tweede stap S2 op eender welke wijze worden aangebracht. Bij voorkeur worden zij in vloeibare vorm opgebracht.

In een derde bewerkingsstap S3 wordt een materiaallaag 11 aangebracht onder de vorm van een bedrukking 12 die rechtstreeks op het substraatmateriaal 2 wordt uitgevoerd. Deze bedrukking 12 vormt minstens een gedeelte van het gedrukte decor 4 van de uiteindelijke panelen 5. De weergegeven bedrukking 12 betreft een bedrukking met een houtpatroon. Zoals weergegeven is het mogelijk dat de voornoemde grondlaag 9 het uitzicht van het paneel 5 of de plaat 1 mee bepaalt. In het voorbeeld wordt de bedrukking 12 uitgevoerd aan de hand van een digitale drukinrichting 13, zoals aan de hand van een inktjetdrukinrichting. In het voorbeeld omvat de drukinrichting 13 minstens vier inkjetdrukkoppen 14. Elk van de vier weergegeven inkjetdrukkoppen 14 is hier verantwoordelijk voor het aanbrengen van inkt van een specifieke kleur, waardoor een meerkleurendruk kan worden bekomen. Bij voorkeur is de inkjetdrukinrichting 13 van het zogenaamde multi-pass principe, waarbij een bepaalde drukkop 14 meerdere keren over het te bedrukken oppervlak van de plaat 1 beweegt. Tijdens een dergelijke pas wordt het betreffende substraat 2 of de betreffende plaat 1 bij voorkeur stil gehouden. Tussen twee passen door kunnen de drukkoppen 14 en/of het substraat 2 of de plaat 1 worden bewogen met de bedoeling in een volgende pas een ander gedeelte van het oppervlak van de plaat 1 te bedrukken. Deze beweging kan vergelijkbaar, gelijk of kleiner zijn dan de afstand tussen twee punten van het bedrukkingsgedeelte aangebracht in een vorige pas. Op deze manier kan worden bekomen dat de bedrukkingspunten van het nog uit te voeren bedrukkingsgedeelte in de volgende pas tussenin de bedrukkingspunten van het bedrukkingsgedeelte van één of meer voorgaande passen worden aangebracht. Het is uiteraard niet uitgesloten dat zou worden gewerkt met stilstaande drukkoppen en/of met het zogenaamde single-pass principe, waarbij een betreffend substraat 2 of een betreffende plaat 1 in één beweging van een bedrukking 12 wordt voorzien. Voor een nadere beschrijving van het single-pass principe wordt verwezen naar het EP 1 872 959.

In het weergegeven voorbeeld wordt de bedrukking 12 uitgevoerd aan de hand van UV inkten, welke in dit geval in een alzonderlijke stap S4 minstens gedeeltelijk worden gedroogd en/of uitgehard met behulp van één of meerdere UV lichtbronnen 15. Dergelijke lichtbron kan eventueel geïntegreerd zijn in de drukinrichting 13 of aan één of meerdere van de drukkoppen 14. Aan de hand van een dergelijke uitvoering kan de stap S4 nagenoeg gelijktijdig met de stap S3 worden uitgevoerd. Het is volgens de uitvinding uiteraard niet uitgesloten dat zou worden gewerkt met watergebaseerde inkten, waarbij enige drogingsbewerking dan bij voorkeur door middel van een IR bron of een warmeluchtoven plaatsvindt.

In een vijfde bewerkingsstap S5 wordt een doorschijnende of doorzichtige kunststoflaag 16 aangebracht die zich in het uiteindelijke vloerpaneel 5 boven de materiaallaag 11 die middels een bedrukking 12 is aangebracht zal bevinden. In het voorbeeld bestaat de betreffende kunststoflaag 16 uit twee afzonderlijk opgedragen materiaallagen 16A-16B.

In een eerste deelstap S5A wordt namelijk in een eerste materiaallaag 16A een mengsel verwezenlijkt dat minstens een thermisch uithardende component, bijvoorbeeld melaminegebaseerd hars, en een stralingsuithardende component, bijvoorbeeld een UV lak, bevat. In dit geval wordt het voomoemde mengsel voorafgaandelijk aan het opbrengen ervan gemengd. Het opbrengen zelf gebeurt in het voorbeeld aan de hand van walsen 10. Andere opbrengtechnieken zijn uiteraard niet uitgesloten. Zoals weergegeven in streeplijn 17 kan eventueel een drogingsoperatie of een uithardingsoperatie worden toegepast op deze eerste materiaallaag 16A, bijvoorbeeld op de stralingsuithardende component daarvan.

In een tweede deelstap S5B wordt een tweede materiaallaag 16B opgebracht die hoofdzakelijk uit een thermisch hardende component, bijvoorbeeld uit een melaminegebaseerd hars, bestaat. Ook hier geschiedt het opbrengen aan de hand van walsen 10, alhoewel andere technieken niet zijn uitgesloten.

De voornoemde eerste materiaallaag 16A die het mengsel omvat, verzorgt de hechting tussen de tweede materiaallaag 16B en de bedrukking 12 die js uitgevoerd aan de hand van UV inkten.

Andere technieken voor het opbrengen van de materiaallagen 6-9-16 van de eerste, tweede en/of vijfde stap zijn bijvoorbeeld technieken die gebruik maken van sproei- of spuitinrichtingen of aanbrengtechnieken die gebruik maken van onderdruk.

In een zesde bewerkingsstap S6 worden in het voorbeeld harde partikels 18 op de nog vochtige, of natte kunststoflaag 16 aangebracht, in dit geval middels een strooi-inrichting 19. Dergelijke strooi-inrichtingen 19 zijn op zich bekend bijvoorbeeld uit het GB 1,003,597 of het GB 1,035,256. Hierbij worden de harde partikels 19 vanuit een recipiënt 20 op een wals 10, zoals een rastenvals, gelegd, vanwaar zij dan weer worden verwijderd middels een borstel 21. In dit geval is een ronddraaiende borstel weergegeven, er kan evenwel ook gebruik gemaakt worden van een heen-en-weergaande borstel. Voor de harde partikels 18 kan gebruik gemaakt worden van aluminiumoxidepartikels met een gemiddelde partikelgrootte van minder dan 200 pm.

Het is mogelijk dat na de voornoemde zesde bewerkingsstap S6 deelstap S5B en eventueel de zesde stap S6 nog één of meerdere malen worden herhaald, al dan niet mits tussenliggende droogoperaties. In dergelijk geval is het mogelijk dat de gemiddelde partikelgrootte van de harde partikels 18 kleiner wordt gekozen naarmate zij worden aangebracht in een dichter bij het uiteindelijk oppervlak gelegen laag.

Het is duidelijk dat dergelijke afzonderlijke zesde stap S6 optioneel is. Er kan namelijk gewerkt worden zonder harde partikels 18, of met technieken waarbij de harde partikels 18 vermengd zijn in het materiaal dat in deelstappen S5A en/of S5B wordt aangebracht.

Het is mogelijk dat aan de onderzijde 22 van het substraat 2 of de plaat 1 één of meerdere van bovenvermelde lagen en/of andere lagen worden aangebracht. Bij voorkeur wordt minstens één materiaallaag 23 aangebracht die een water en/of dampdichtende werking realiseert aan de onderzijde 22 van de plaat 1 of de panelen 5 die hieruit worden bekomen.

In een zevende bewerkingsstap S7 wordt het van de materiaallagen 6-9-11-16-23 voorziene substraat 2 in een verwarmde persinrichting 24 gebracht, alwaar het tussen perselementen 25 wordt verperst. In dit geval is schematisch een korte cycluspers weergegeven. Er kan evenwel ook gebruik gemaakt worden van een continue persinrichting, waarbij bandvormige perselementen worden toegepast in de plaats van plaatvormige perselementen 25, zoals hier weergegeven. Tijdens de persbewerking S7 vindt minstens gedeeltelijk de uitharding van de thermisch uithardende component of het kunsthars plaats.

Figuur 2 geeft het resultaat van een dergelijke persbewerking S6 weer. Er is duidelijk weergegeven dat in het oppervlak van de plaat 1, meer speciaal in de materiaallagen 6-9-11-16 die erop zijn aangebracht, een reliëf 26 kan zijn gerealiseerd. Dit kan bijvoorbeeld doordat één of beide perselementen 25 uit figuur 1 gestructureerd zijn uitgevoerd en deze structuur tijdens de persbewerking S6 in het oppervlak van de plaat 1 of de aldaar aangebrachte materiaallagen 6-9-11-16 persen. Bij voorkeur betreft het een reliëf 26 waarvan de uitsparingen en/of uitstulpingen overeenstemmen met de bedrukking 12. Zoals weergegeven kunnen de indrukkingen 27 gerealiseerd aan de hand van het perselement zich manifesteren in één of meerdere van de op de plaat 1 aangebrachte materiaallagen 6-9-11-16. Bij voorkeur is het substraat 2 zelf niet vervormd, al is dit niet uitgesloten. Het is uiteraard ook niet uitgesloten dat minstens de bedrukking 12 onvervormd blijft, en de indrukkingen 27 zich dus louter of hoofdzakelijk manifesteren in één of meerdere van de materiaallagen 16, of afwerkingslagen, die boven de bedrukking 12 zijn aangebracht..

Het is duidelijk dat het voor de werkwijze van de uitvinding niet noodzakelijk is dat alle in figuur 1 weergegeven stappen S1-S7 worden toegepast. Het wezenlijke van de werkwijze van de uitvinding bestaat er immers in dat in minstens één materiaallaag 16A een mengsel wordt verwezenlijkt dat minstens een thermisch uithardende component en een stralingsuithardende component bevat en/of dat in minstens één materiaallaag 16A een mengsel wordt verwezenlijkt dat minstens een kunstharscomponent en een lakcomponent bevat.

Tevens is het duidelijk dat ook nog andere lagen dan diegene die geïllustreerd zijn aan de hand van figuur 1 kunnen worden toegepast en dat voor het aanbrengen van de verschillende materiaallagen 6-9-11-16-23 ook andere technieken kunnen worden toegepast.

Zoals voomoemd kunnen de grotere platen 1 in een verder niet weergegeven opdeelstap worden opgedeeld in meerdere kleinere panelen 5 die nagenoeg de afmetingen van de uiteindelijke panelen 15 vertonen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren aan de hand van een veelbladzaag.

Figuur 3 geeft weer dat de bekomen rechthoekige panelen 5 eventueel aan minstens twee tegenovereenliggende randen 28-29, en in dit geval aan beide paren van tegenovereenliggende randen 28-29-30-31, kunnen worden voorzien van geprofileerde randgebieden 32 die bijvoorbeeld koppelmiddelen 33 omvatten waarmede twee van dergelijke panelen 5 aan elkaar kunnen worden gekoppeld. De bewerkingsstap waarin de eventuele geprofileerde randgebieden 32 worden gerealiseerd is hier niet weergegeven. Dergelijke bewerkingsstap kan eender wanneer na het uitvoeren van voornoemde opdeelstap plaatsvinden.

Figuur 4 geeft een voorbeeld van dergelijke koppelmiddelen 33 weer. Voor verdere voorbeelden wordt verwezen naar het WO 97/47834.

Er wordt nog opgemerkt dat de dikte van de lagen 6-9-11-16A-16B-16 in de figuren slechts schematisch is weergegeven en als niet beperkend dient te worden gezien.

Verder is het duidelijk dat het vloerpaneel 5 dat is weergegeven in de figuren 3 en 4 tevens de kenmerken vertoont van het vierde aspect van de uitvinding.

De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de hierboven beschreven uitvoeringsvormen, doch dergelijke werkwijzen en panelen kunnen volgens verschillende varianten worden gerealiseerd zonder buiten het kader van de huidige uitvinding te treden.

Claims (17)

1. Werkwijze voor het vervaardigen van panelen van het type dat minstens is opgebouwd uit een substraat (2) en een op dit substraat (2) aangebrachte toplaag (3) met een gedrukt decor (4), waarbij de toplaag (3) minstens twee materiaallagen (11-16A) omvat, waaronder een bedrukking (12), waarbij de werkwijze minstens bestaat uit het aanbrengen van voornoemde twee materiaallagen (11-16A), waarbij de voornoemde bedrukking (12) rechtstreeks op het substraatmateriaal (2) wordt uitgevoerd en deze bedrukking (12) minstens een gedeelte van het voornoemde gedrukte decor (4) vormt, daardoor gekenmerkt dat minstens in één van voomoemde twee materiaallagen (16A) een mengsel wordt verwezenlijkt dat minstens een thermisch uithardende component en een stralingsuithardende component bevat.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de voomoemde thermisch uithardende component een kunsthars betreft.
3. Werkwijze volgens conclusie 2, daardoor gekenmerkt dat het voornoemde kunsthars uithardt door polycondensatie.
4. Werkwijze volgens conclusie 3, daardoor gekenmerkt dat het voornoemde kunsthars melamine bevat.
5. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde stralingsuithardende component een UV of elektronenstraalhardende lak betreft.
6. Werkwijze voor het vervaardigen van panelen van het type dat minstens is opgebouwd uit een substraat (2) en een op dit substraat (2) aangebrachte toplaag (3) met een gedrukt decor (4), waarbij de toplaag (3) minstens twee materiaallagen (11-16A) omvat, waaronder een bedrukking (12), waarbij de werkwijze minstens bestaat uit het aanbrengen van voornoemde twee materiaallagen (11-16A), waarbij de voomoemde bedrukking (12) rechtstreeks op het substraatmateriaal (2) wordt uitgevoerd en deze bedrukking (12) minstens een gedeelte van het voomoemde gedrukte decor (4) vormt, daardoor gekenmerkt dat minstens in één van voornoemde twee materiaallagen (16A) een mengsel wordt verwezenlijkt dat minstens een kunstharscomponent en een lakcomponent bevat.
7. Werkwijze volgens conclusie 6, daardoor gekenmerkt dat het voornoemde kunsthars gekozen is uit de reeks van ureumformaldehyde, melamine, melamineformaldehyde, methaan difenyl diisocyanaat, fenolformaldehyde, resorcinolformaldehyde en resocinephenolformaldehyde.
8. Werkwijze volgens conclusie 6 of 7, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde lak gekozen is uit de reeks van urushiol gebaseerde lak, nitrocellulose lak, acryllak, watergebaseerde lak, UV hardende lak en elektronenstraalhardende lak.
9. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat minstens een gedeelte van het voornoemde mengsel voorafgaandelijk aan het opbrengen ervan wordt bereid.
10. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat minstens een gedeelte van het voornoemde mengsel ontstaat bij het opbrengen ervan, hetzij in de hierbij aangewende inrichting, hetzij op het substraatmateriaal (2).
11. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat het voornoemde mengsel verder nog cellulose bevat.
12. " Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde bedrukking wordt uitgevoerd aan de hand van UV inkten.
13. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de betreffende materiaallaag (16A) voorafgaandelijk aan de bedrukking (12) op het substraat (2) wordt aangebracht.
14. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de werkwijze verder nog de stappen bevat van het uitharden van voornoemde componenten.
15. Paneel van het type dat minstens een substraat (2) en een op dit substraat (2) aangebrachte toplaag (3) omvat, waarbij voornoemde toplaag (3) een motief vormende bedrukking (12) en een doorzichtige of doorschijnende kunststoflaag (16) bevat die boven het voornoemde motief is aangebracht, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde bedrukking (12) een digitale op het substraat (2) gevormde bedrukking (12) betreft en dat de voornoemde toplaag (3) een kunsthars bevat.
16. Paneel volgens conclusie 15, daardoor gekenmerkt dat minstens in voornoemde toplaag (3) een reliëf (26) is gerealiseerd waarvan de uitsparingen en/of uitstulpingen overeenstemmen met voornoemde bedrukking (12).
17. Paneel volgens conclusie 15 of 16, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde bedrukking (12) is uitgevoerd aan de hand van UV inkten.
BE2009/0626A 2009-10-14 2009-10-14 Werkwijzen voor het vervaardigen van panelen en paneel hierbij bekomen. BE1018954A3 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE200900626 2009-10-14
BE2009/0626A BE1018954A3 (nl) 2009-10-14 2009-10-14 Werkwijzen voor het vervaardigen van panelen en paneel hierbij bekomen.

Applications Claiming Priority (7)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2009/0626A BE1018954A3 (nl) 2009-10-14 2009-10-14 Werkwijzen voor het vervaardigen van panelen en paneel hierbij bekomen.
US13/501,626 US9259959B2 (en) 2009-10-14 2010-09-15 Methods for manufacturing panels and panel obtained hereby
TR2019/08253T TR201908253T4 (tr) 2009-10-14 2010-09-15 Basılmış panellerin imal edilmesine yönelik yöntem ve basılmış panel.
PCT/IB2010/054151 WO2011045690A2 (en) 2009-10-14 2010-09-15 Methods for manufacturing panels and panel obtained hereby
EP10771520.3A EP2488372B1 (en) 2009-10-14 2010-09-15 Method for manufacturing printed panels and printed panel
EP19158535.5A EP3508352A1 (en) 2009-10-14 2010-09-15 Printed panel
PL10771520T PL2488372T3 (pl) 2009-10-14 2010-09-15 Sposób wytwarzania paneli drukowanych oraz panel drukowany

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1018954A3 true BE1018954A3 (nl) 2011-11-08

Family

ID=42183007

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE2009/0626A BE1018954A3 (nl) 2009-10-14 2009-10-14 Werkwijzen voor het vervaardigen van panelen en paneel hierbij bekomen.

Country Status (6)

Country Link
US (1) US9259959B2 (nl)
EP (2) EP3508352A1 (nl)
BE (1) BE1018954A3 (nl)
PL (1) PL2488372T3 (nl)
TR (1) TR201908253T4 (nl)
WO (1) WO2011045690A2 (nl)

Families Citing this family (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP2722189A1 (de) * 2012-10-17 2014-04-23 Akzenta Paneele + Profile GmbH Verfahren zur Herstellung eines dekorierten Wand- oder Bodenpaneels
EP2983923A1 (en) 2013-04-12 2016-02-17 Unilin, BVBA Method for manufacturing panels
ITMI20131948A1 (it) * 2013-11-22 2015-05-23 Momenti Di Bagnai Matteo Procedimento per la realizzazione di elementi di arredo ecologici con motivi ornamentali stampati
EP2894044B1 (en) * 2014-01-10 2017-12-13 Agfa Graphics Nv Manufacturing of decorative laminates by inkjet
EP3053757A1 (de) * 2015-02-03 2016-08-10 Surface Technologies GmbH & Co. KG Verfahren zur Herstellung eines Druckuntergrundes sowie eines direkt bedruckten Dekorpaneels
EP3326834A1 (de) 2016-11-23 2018-05-30 Friedrich Klumpp GmbH Plattenförmiges werkstück, verfahren und anlage zu dessen herstellung, sowie lackzusammensetzung
US20190322123A1 (en) * 2017-01-01 2019-10-24 Advanced Environmental Recycling Technologies, Inc. Methods for coating composite articles

Citations (10)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE662934C (de) * 1934-06-07 1938-07-26 Chem Ind Basel Verfahren zur Herstellung von verzierten Gegenstaenden
DE1243061B (de) * 1960-09-27 1967-06-22 Glasurit Werke Winkelmann Verfahren zum Herstellen von Formkoerpern mit veredelter Oberflaeche
DE19725829C1 (de) * 1997-06-18 1998-08-06 Ls Industrielacke Gmbh Buero L Oberflächenbeschichtungsmaterial und dessen Verwendung
WO2002000449A1 (de) * 2000-06-26 2002-01-03 Bauer Joerg R Verfahren, vorrichtung und system zum herstellen von bauteilen mit vorbestimmtem oberflächenaussehen, insbesondere von frontplatten von küchenelementen
WO2004042168A1 (en) * 2002-11-01 2004-05-21 Mannington Mills, Inc. A surface covering panel with printed pattern
EP1454763A2 (de) * 2003-03-06 2004-09-08 Kronotec Ag Dekoratives Veredeln einer Holzwerkstoffplatte
DE102004009160A1 (de) * 2004-02-25 2005-09-15 Johannes Schulte Fußbodenpaneele und Verfahren zu deren Herstellung
DE202005015978U1 (de) * 2005-10-10 2007-02-15 Kronospan Technical Co. Ltd., Engomi Abriebfeste Platten mit dekorativer Oberfläche
EP1872959A1 (en) * 2006-06-26 2008-01-02 Dante Frati Process for printing surfaces of wood-based flat elements
EP2045393A1 (de) * 2007-10-04 2009-04-08 DAKOR Melamin Imprägnierungen GmbH "Verfahren zum Herstellen einer abriebfesten Folie und nach diesem Verfahren herstellbare Finishfolie"

Family Cites Families (14)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US1971067A (en) 1931-03-04 1934-08-21 Flood & Conklin Co Grained wood and method of graining same
GB1003597A (en) 1963-05-06 1965-09-08 Benno Saladin Process and apparatus for applying small particles to carrier webs
GB1035256A (en) 1963-06-07 1966-07-06 British Iron Steel Research Improvements in or relating to the deposition of powder coatings on strip material
BE757339A (fr) * 1969-10-10 1971-03-16 Inmont Corp Peinture-email
DE2553354B2 (nl) * 1975-11-27 1980-06-19 Alkor Gmbh Kunststoffverkauf, 8000 Muenchen
US3975572A (en) * 1975-12-22 1976-08-17 Formica Corporation Thin, tough, stable, mar-resistant laminate
US4473613A (en) * 1983-03-15 1984-09-25 Formica Corp. Decorative laminate
DE19532819A1 (de) 1995-09-06 1997-03-13 Hofa Homann Verwaltungsgesells Verfahren zur Herstellung einer Holzwerkstoffplatte
BE1010487A6 (nl) 1996-06-11 1998-10-06 Unilin Beheer Bv Vloerbekleding bestaande uit harde vloerpanelen en werkwijze voor het vervaardigen van dergelijke vloerpanelen.
SE516696C2 (sv) 1999-12-23 2002-02-12 Perstorp Flooring Ab Förfarande för framställning av ytelement vilka innefattar ett övre dekorativt skikt samt ytelement framställda enlit förfarandet
AU6799301A (en) * 2000-07-11 2002-01-21 Pergo Ab A process for the manufacturing of an improved decorative laminate and a decorative laminate obtained by the process
SE520381C2 (sv) * 2001-03-14 2003-07-01 Pergo Ab Förfarande för framställning av dekorativa paneler
US7678425B2 (en) * 2003-03-06 2010-03-16 Flooring Technologies Ltd. Process for finishing a wooden board and wooden board produced by the process
DE102007062941B4 (de) * 2007-12-21 2012-10-18 Surface Technologies Gmbh & Co. Kg Verfahren zur Herstellung eines Laminats

Patent Citations (10)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE662934C (de) * 1934-06-07 1938-07-26 Chem Ind Basel Verfahren zur Herstellung von verzierten Gegenstaenden
DE1243061B (de) * 1960-09-27 1967-06-22 Glasurit Werke Winkelmann Verfahren zum Herstellen von Formkoerpern mit veredelter Oberflaeche
DE19725829C1 (de) * 1997-06-18 1998-08-06 Ls Industrielacke Gmbh Buero L Oberflächenbeschichtungsmaterial und dessen Verwendung
WO2002000449A1 (de) * 2000-06-26 2002-01-03 Bauer Joerg R Verfahren, vorrichtung und system zum herstellen von bauteilen mit vorbestimmtem oberflächenaussehen, insbesondere von frontplatten von küchenelementen
WO2004042168A1 (en) * 2002-11-01 2004-05-21 Mannington Mills, Inc. A surface covering panel with printed pattern
EP1454763A2 (de) * 2003-03-06 2004-09-08 Kronotec Ag Dekoratives Veredeln einer Holzwerkstoffplatte
DE102004009160A1 (de) * 2004-02-25 2005-09-15 Johannes Schulte Fußbodenpaneele und Verfahren zu deren Herstellung
DE202005015978U1 (de) * 2005-10-10 2007-02-15 Kronospan Technical Co. Ltd., Engomi Abriebfeste Platten mit dekorativer Oberfläche
EP1872959A1 (en) * 2006-06-26 2008-01-02 Dante Frati Process for printing surfaces of wood-based flat elements
EP2045393A1 (de) * 2007-10-04 2009-04-08 DAKOR Melamin Imprägnierungen GmbH "Verfahren zum Herstellen einer abriebfesten Folie und nach diesem Verfahren herstellbare Finishfolie"

Also Published As

Publication number Publication date
TR201908253T4 (tr) 2019-06-21
EP2488372B1 (en) 2019-03-06
EP3508352A1 (en) 2019-07-10
US20120213973A1 (en) 2012-08-23
WO2011045690A3 (en) 2011-06-09
PL2488372T3 (pl) 2019-08-30
US9259959B2 (en) 2016-02-16
EP2488372A2 (en) 2012-08-22
WO2011045690A2 (en) 2011-04-21

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US9315994B2 (en) Methods and systems for decorating bevel and other surfaces of laminated floorings
DK2242625T3 (en) Fiber-based panels with a wear resistant surface
JP5528350B2 (ja) 積層体を製造するための方法
ES2341661T3 (es) Panel con una superficie decorativa.
EP1628839B1 (en) Floor panel and method for manufacturing such floor panel
US9321925B2 (en) Dry ink for digital printing
CN102917888B (zh) 粉末表面中的数码喷射设计
DE202011110959U1 (de) Fußbodenpaneel
ES2404075T3 (es) Cubierta de papel para la fabricación de un componente constructivo plano, impreso o imprimible
US8663747B2 (en) Process for the manufacturing of decorative boards
ES2525744T3 (es) Procedimiento para la generación de una estructura superficial tridimensional sobre una pieza de trabajo
ES2361513T3 (es) Método para fabricar paneles recubiertos y panel recubierto.
CA2626218C (en) Floor covering, floor panels and method for manufacturing floor panels
CA2844817C (en) Panel coating
RU2570035C2 (ru) Конструкция, изготовленная при нагревании и давлении
EP1559850B1 (de) Paneel, insbesondere Fussbodenpaneel
RU2459708C2 (ru) Способ изготовления декоративного ламината
US10017005B2 (en) Coated panel and method for manufacturing such panel
US20110250404A1 (en) Digitally injected designs in powder surfaces
RU2591466C2 (ru) Балансирующий слой на порошкообразной основе
AU2015205026B2 (en) A method of producing a veneered element
EP1556561B1 (en) A surface covering panel with printed pattern
EP1595718B1 (en) Method for manufacturing a laminate
KR20110096161A (ko) 코팅 패널 및 이러한 패널의 제조 방법
ES2329180T3 (es) Procedimiento y dispositivo para fabricar un panel.