NL9102011A - Werkwijze en inrichting voor het uitpakken van inhouden uit enveloppen. - Google Patents
Werkwijze en inrichting voor het uitpakken van inhouden uit enveloppen. Download PDFInfo
- Publication number
- NL9102011A NL9102011A NL9102011A NL9102011A NL9102011A NL 9102011 A NL9102011 A NL 9102011A NL 9102011 A NL9102011 A NL 9102011A NL 9102011 A NL9102011 A NL 9102011A NL 9102011 A NL9102011 A NL 9102011A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- envelope
- contents
- content
- interval
- discharge path
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 24
- 238000007599 discharging Methods 0.000 claims description 5
- 238000000926 separation method Methods 0.000 description 21
- 238000003825 pressing Methods 0.000 description 6
- 238000007689 inspection Methods 0.000 description 3
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 2
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 1
- 239000013013 elastic material Substances 0.000 description 1
- 210000000056 organ Anatomy 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B43—WRITING OR DRAWING IMPLEMENTS; BUREAU ACCESSORIES
- B43M—BUREAU ACCESSORIES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- B43M7/00—Devices for opening envelopes
- B43M7/02—Devices for both opening envelopes and removing contents
Landscapes
- Sheets, Magazines, And Separation Thereof (AREA)
- Separation, Sorting, Adjustment, Or Bending Of Sheets To Be Conveyed (AREA)
Description
Korte aanduiding: Werkwijze en inrichting voor het uitpakken van inhouden uit enveloppen.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het uitpakken van inhouden uit enveloppen, waarbij telkens een enveloppe langs drie van zijn vouwranden ten minste wordt verzwakt, een eerste paneel van de enveloppe ten opzichte van een tweede paneel daarvan om de vierde van de vouwranden wordt omgeslagen, de inhoud telkens van de enveloppe wordt gescheiden en wordt afgegeven, en de enveloppe gescheiden van zijn inhoud wordt afgevoerd langs een afvoerbaan.
Een dergelijke werkwijze is bijvoorbeeld bekend uit het Franse octrooischrift 346 891. Bij deze bekende werkwijze wordt de inhoud van een enveloppe telkens in één richting afgegeven en wordt telkens, onmiddellijk nadat de inhoud van de enveloppe is gescheiden, de enveloppe in tegenovergestelde richting afgevoerd naar een geschikte recipiënt.
Een voordeel van deze bekende werkwijze is, dat de inhoud niet met de hand uit de enveloppe dan wel van de enveloppe hoeft te worden gepakt. Dit is bijvoorbeeld wel noodzakelijk bij werkwijzen als beschreven in de Amerikaanse octrooi-schriften 4 893 454, 3 238 926 of 3 116 718, de Europese octrooiaanvrage 0 048 485 of de Franse octrooiaanvrage 2 135 481, waarbij de enveloppe met daarop of daarin de inhoud over een band of door een goot wordt gevoerd en waarbij de inhoud met de hand van resp. uit de enveloppe moet worden gepakt.
Door het vervallen van de noodzaak de inhoud met de hand van de enveloppe te scheiden, is telkens een maximale hoeveelheid tijd beschikbaar voor het inspecteren en zo nodig ordenen en sorteren van de inhoud. Bovendien is daardoor relatief weinig concentratie vereist bij het oppakken van de inhoud, hetgeen vermoeidheid tegengaat. Het verwerken van post kan derhalve met een relatief grote snelheid worden uitgevoerd.
Een bezwaar van deze bekende werkwijze is echter, dat wanneer een deel van een inhoud of een gehele inhoud, met een enveloppe mee, wordt afgevoerd, de inhoud in de genoemde reci- piënt terecht komt en het verwijderen van de inhoud uit de recipiënt omslachtig is. Een inhoud kan bijvoorbeeld met de bijbehorende enveloppe worden afgevoerd, doordat inhoud en enveloppe aan elkaar kleven.
Een verder bezwaar van deze bekende werkwijze is, dat wanneer na inspectie van de inhoud blijkt, dat de enveloppe bij de inhoud dient te worden gevoegd, bijvoorbeeld omdat uitsluitend daarop het adres van de afzender is vermeld, terughalen van de afgevoerde enveloppe omslachtig is en de enveloppe bovendien moeilijk terug te vinden is, doordat deze reeds in de genoemde recipiënt is beland.
De uitvinding heeft als doel een werkwijze te verschaffen, waarbij de enveloppe automatisch van zijn inhoud wordt gescheiden, maar waarbij een van zijn inhoud gescheiden enveloppe en eventuele meegevoerde delen van de inhoud daarvan eenvoudig en snel terug te halen zijn.
Dit doel wordt volgens de onderhavige uitvinding bereikt, doordat bij een werkwijze als beschreven in de aanhef, ten minste één van zijn inhoud gescheiden enveloppe wordt onderschept uit de afvoerbaan, en telkens nadat een inhoud is af-gegeven, een interval volgt, voordat de bijbehorende enveloppe wordt afgevoerd.
Doordat de geleegde enveloppe wordt afgevoerd langs een afvoerbaan waaruit die enveloppe verwijderd kan worden, kan deze onderschept worden voordat deze de recipiënt voor geleegde enveloppen bereikt. Doordat verder het afvoeren van een enveloppe telkens wordt uitgesteld gedurende het genoemde interval, hoeft de voorafgaande enveloppe, tot het aflopen van dit interval, slechts afgevoerd te worden over een afstand die voldoende is om de middelen voor het scheiden van een enveloppe van zijn inhoud en de middelen voor het transporteren van de inhoud naar de afgiftepositie vrij te maken. Hierdoor kan deze voorafgaande enveloppe gedurende het interval nog dicht bij de bedienings-zijde van de inrichting blijven, waar deze gemakkelijk bereikbaar is voor een persoon die de inhouden inspecteert. Voor afloop van dit interval kan de bij de voorafgaande enveloppe behorende inhoud zijn geïnspecteerd en kan die voorafgaande enveloppe, indien nodig, eenvoudig uit de afvoerbaan worden verwijderd.
Een verder voordeel van de werkwijze volgens de uitvinding is, dat wachttijd voor de bediener kan worden vermeden, doordat steeds onmiddellijk nadat een inhoud uit die afgiftepo-sitie is verwijderd, een volgende inhoud naar de afgiftepositie kan worden gevoerd. Een volgende inhoud kan aldus telkens naar de afgiftepositie worden gevoerd en gereed worden gehouden, terwijl de bediener de daaraan voorafgaande inhoud inspecteert en zo nodig ordent en sorteert.
De uitvinding kan tevens worden belichaamd door een inrichting voor het uitpakken van inhouden uit enveloppen, voorzien van middelen voor het van elkaar scheiden van een eerste en een tweede paneel van een enveloppe langs drie vouwran-den, middelen voor het scheiden van een enveloppe van zijn inhoud, middelen voor het afgeven van de inhoud, middelen voor het afvoeren van een van zijn inhoud gescheiden enveloppe, omvattende een afvoerbaan, waarbij volgens de onderhavige uitvinding de afvoerbaan aan de buitenzijde van de inrichting is aangebracht en in een gebied tussen zijn uiteinden zodanig open is dat een enveloppe uit de afvoerbaan verwijderd kan worden en dat de inrichting is voorzien van een besturingssysteem dat is ingericht voor het activeren van de middelen voor het afvoeren van een enveloppe, in reactie op het aflopen van een interval.
Navolgend wordt de uitvinding nader geïllustreerd en toegelicht aan de hand van een voorkeursuitvoeringsvoorbeeld, waarbij wordt verwezen naar de tekening. Daarbij toont: fig. 1 een bovenaanzicht van een uitvoeringsvoorbeeld van de inrichting volgens de uitvinding, fig. 2 een aanzicht in doorsnede van de inrichting volgens fig. 1, en fig. 3 een schematische weergave van een arbeids-cyclus van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding.
In de navolgende beschrijving wordt een enveloppe met een inhoud telkens aangeduid als een poststuk. Het spreekt ech ter vanzelf, dat de uitvoeringsvoorbeelden ook toepasbaar zijn voor het verwerken van enveloppen met een inhoud anders dan poststukken (bijvoorbeeld stembiljetten).
De inrichting volgens de het in de tekening weergegeven uitvoeringsvoorbeeld omvat drie hoofdbewerkingsstations.
Ten eerste een houderstation 1 voor het opnemen en stuksgewijs afgeven van te verwerken poststukken 2. Ten tweede een snij station 3 voor het van elkaar scheiden van een voorwand en een achterwand van een enveloppe 4 van een poststuk 2 langs drie van de vouwranden van de enveloppe 4. En ten derde een separa-tiestation 5 voor het scheiden van de enveloppe 4 van zijn inhoud. In plaats van het station 1 voor het opnemen en stuksgewijs afgeven van te verwerken poststukken kan bijvoorbeeld een opening zijn aangebracht, voor het stuksgewijs met de hand toevoeren van de te verwerken poststukken.
Op het separatiestation 5 sluit een afvoerbaan 6 aan, die deel uitmaakt van de middelen voor het achterwaarts afvoeren van verwerkte enveloppen. Achter de inrichting kan een geschikte recipiënt (niet getoond) worden opgesteld, zodat de verwerkte enveloppen door de afvoerbaan 6 naar die recipiënt worden afgevoerd. Aan zijn bedieningszijde 10 is het separatiestation 5 voorzien van een opvangbak 9, die een afgiftepositie vormt voor inhouden die van een enveloppe zijn gescheiden. De opvangbak 9 kan eventueel weg worden gelaten, waardoor de afgiftepositie wordt gevormd door een uitgang van de inrichting bij voorkeur aan de bedieningszijde. De inhoud kan dan telkens rechtstreeks in de hand van de bediener worden afgegeven of niet geheel uit de inrichting worden afgevoerd, waardoor telkens een achterlopend gedeelte van de inhoud wordt vastgehouden, zodat de inhoud door de bediener uit de inrichting kan worden getrokken.
De afvoerbaan 6 is aan de buitenzijde van de inrichting aangebracht en in een gebied tussen zijn uiteinden zodanig open dat een enveloppe daaruit verwijderd kan worden. Het separatiestation 5 is uitgerust met middelen voor het openvouwen van de enveloppe 4 en met middelen voor het zodanig opengevou wen overdragen van de enveloppe 4 aan de afvoerbaan 6, dat de enveloppe 4 met de voormalige binnenzijden van de enveloppewan-den van de inrichting af gekeerd kan worden afgevoerd. De afvoerbaan 6 is van buitenaf zichtbaar.
De inrichting omvat een besturingssysteem dat is in-gericht voor het activeren van de middelen voor het afvoeren van een enveloppe, in reactie op het aflopen van een interval.
Doordat de afvoerbaan 6 aan de buitenzijde van de inrichting is aangebracht en van buitenaf zichtbaar is, zijn enveloppen 4, die langs die afvoerbaan 6 worden afgevoerd voor een bediener van de inrichting gedurende enige tijd zichtbaar. Doordat daarbij de enveloppe 4 zodanig van zijn inhoud wordt gescheiden, dat die enveloppe wordt opengevouwen en wordt afgevoerd met zijn voormalige binnenzijden van de inrichting af gekeerd, kan zeer eenvoudig en snel worden gezien of met de enveloppe delen van de inhoud worden meegevoerd. Doordat de enveloppe als één deel wordt afgevoerd, hoeft voor het controleren ook slechts één deel te worden geïnspecteerd, hetgeen een minimum aan tijd vergt.
In fig. 3 is een arbeidscyclus van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding schematisch weergegeven. In fase 1 wordt een enveloppe n van zijn inhoud n gescheiden. In fase 2 wordt de inhoud n afgegeven, bij de inrichting volgens het getoonde uitvoeringsvoorbeeld door deze af te voeren naar de op-vangbak 9. Bij de bekende machine (Frans octrooi 346 891) wordt in fase 2 bovendien de enveloppe afgevoerd naar de recipiënt. Volgens de onderhavige uitvinding echter, volgt een interval (fase 3), voordat de enveloppe n wordt afgevoerd (fase 4) naar een positie in de afvoerbaan, waaruit deze desgewenst door de bediener verwijderd kan worden. Hierdoor hoeft de voorafgaande enveloppe n-1, tot het aflopen van dit interval, slechts afgevoerd te worden over een afstand die voldoende is om de middelen voor het scheiden van een enveloppe van zijn inhoud en de middelen voor het transporteren van de inhoud naar de opvangbak 9 vrij te maken. De voorafgaande enveloppe n-1 kan aldus gedurende het interval nog dicht bij de middelen voor het scheiden van de enveloppe van zijn inhoud blijven, waar deze gemakkelijk bereikbaar is voor een persoon die de inhouden inspecteert.
Voor afloop van dit interval kan de bijbehorende voorafgaande inhoud n-1 zijn geïnspecteerd en kan de bijbehorende enveloppe n-1, desgewenst, eenvoudig uit de afvoerbaan 6 worden verwijderd. In fase 4 kunnen tegelijkertijd de enveloppen n-1 en n+1 worden getransporteerd naar resp. de recipiënt en de positie waar enveloppen van inhouden kunnen worden gescheiden. De enveloppen n-1, n en n+1 kunnen uiteraard ook met vertraging ten opzichte van elkaar worden afgevoerd.
Dat een enveloppe n-1 geen plaats hoeft te maken voor een daaropvolgende enveloppe n is in het bijzonder voordelig omdat de enveloppen in opengevouwen toestand langs de afvoerbaan 6 worden afgevoerd. Elke enveloppe heeft daardoor een lengte in transportrichting, die twee keer zo groot is als zijn lengte in transportrichting voorafgaand aan het openvouwen. Bij onmiddellijke afvoer van een enveloppe n, na scheiding van zijn inhoud, zou een enveloppe n-1 daardoor telkens over een relatief grote afstand moeten worden verplaatst om ruimte te verschaffen voor de daarop volgende enveloppe n en na inspectie van de inhoud n-1 door de bediener van de inrichting reeds over een grote afstand van die bediener af zijn verplaatst.
Een verder voordeel van de werkwijze volgens de uitvinding is, dat wachttijd voor de bediener kan worden vermeden, doordat steeds onmiddellijk nadat het interval is afgelopen, een volgende inhoud naar de opvangbak 9 kan worden gevoerd. Een inhoud n kan aldus telkens naar de opvangbak 9 worden gevoerd en daar gereed liggen, terwijl de bediener de daaraan voorafgaande inhoud n-1 inspecteert en zo nodig ordent en sorteert.
Het genoemde interval voorafgaand aan het afvoeren van een enveloppe n wordt bij voorkeur telkens beëindigd, doordat de inhoud n behorende bij die enveloppe uit de opvangbak 9 wordt verwijderd.
Door een inhoud n telkens uit de opvangbak 9 te verwijderen nadat het inspecteren en zo nodig ordenen en sorteren van een voorafgaande inhoud n-1 is voltooid, kan de bediener van de inrichting bewerkstelligen, dat de bij die voorafgaande inhoud n-1 behorende enveloppe n-1 niet buiten zijn bereik wordt gebracht voordat hij of zij klaar is met verwerking van de de bijbehorende inhoud n-1. De lengte van het interval is aldus telkens flexibel en afhankelijk van de tijd die de bediener nodig heeft om een inhoud te verwerken.
Teneinde te bepalen op welk moment een inhoud behorende bij een volgende enveloppe uit de opvangbak 9 wordt verwijderd, is de inrichting bij voorkeur uitgerust met een sensor (niet weergegeven) voor het detecteren van de aanwezigheid van een document ter plaatse van de opvangbak 9, welke sensor is verbonden met het besturingssysteem voor het beëindigen van het interval in reactie op een signaal dat aangeeft dat een laatste document uit de afgiftepositie wordt verwijderd. De sensor kan bijvoorbeeld zijn uitgevoerd als een lichtgevoelige cel in een positie, die ongeacht de afmetingen van een inhoud in de opvangbak 9, door die inhoud wordt afgedekt. De sensor kan ook zijn uitgevoerd als een arm, die nabij een opstaande rand van de opvangbak op een inhoud rust. Bij verwijderen van een inhoud uit de opvangbak wordt de arm opgetild, doordat de inhoud over de genoemde rand getild wordt, in reactie op het optillen van de arm geeft de sensor een signaal af aan het besturingssysteem.
In plaats van en sensor voor het detecteren van het verwijderen van een inhoud uit de opvangbak 9, is het ook mogelijk een sensor voor het detecteren van de beweging van een hand van de bediener toe te passen.
Bij verwerking van binnenkomende post met weinig variatie kan het voordelig zijn, indien het interval steeds een constante tijdsduur heeft. Er is dan telkens na afgifte van een inhoud een vaste tijd beschikbaar, waarbinnen de bediener de bijbehorende enveloppe vanuit een dichtbij gelegen positie in de afvoerbaan 6 kan onderscheppen.
Teneinde de werkwijze volgens de uitvinding te kunnen uitvoeren met een interval met een constante tijdsduur kan de inrichting zijn voorzien van een uurwerk (timer) voor het beëindigen van het interval na afloop van een bepaalde tijd.
Bij voorkeur is het uurwerk instelbaar voor het instellen van de lengte van het interval.
Het is voorts mogelijk, bij het afgeven van de inhoud de enveloppe over een bepaalde afstand met de inhoud mee te voeren en bij het afvoeren van een enveloppe, een eventueel op die enveloppe liggend document van die enveloppe te scheiden. Dit biedt het voordeel, dat enveloppen met een relatief grote lengte bij het afgeven van de inhoud in de richting waarin de inhoud wordt afgegeven uit de inrichting kunnen steken. Hierdoor neemt een juist opengevouwen enveloppe n in afvoerrichting weinig plaats in beslag en hoeft een voorafgaande enveloppe n-1 derhalve over een beperkte afstand te worden afgevoerd om plaats te maken voor de enveloppe n. de voorafgaande enveloppe kan derhalve relatief dicht bij de bediener van de inrichting blijven, zodat deze eenvoudig terug te halen is. Een verder voordeel van de wijze van uitvoeren van de werkwijze volgens de uitvinding is, dat de middelen voor het van elkaar scheiden van enveloppen en inhouden compact kunnen zijn uitgevoerd.
Het is voordelig, wanneer de tijd gedurende welke de enveloppe geïnspecteerd en zo nodig onderschept kan worden zo lang mogelijk is. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door de enveloppe met een geringe snelheid af te voeren, bijvoorbeeld zodanig langzaam, dat de enveloppen in een aaneengesloten rij afgevoerd worden. Bij de inrichting volgens het getoonde uit-voeringsvoorbeeld wordt dit doel echter bereikt door het afvoeren van de enveloppe te onderbreken, terwijl de enveloppe zich bevindt in de afvoerbaan die zodanig open is uitgevoerd, dat de enveloppe daaruit genomen kan worden. De stil staande enveloppe kan gemakkelijk geïnspecteerd en zo nodig onderschept worden.
Volgens het getoonde uitvoeringsvoorbeeld van de uitvinding omvat de afvoerbaan 6 bovengelegen en ondergelegen banden 7 resp. 8 van elastisch materiaal, waartussen een enveloppe kan worden geklemd.
Een zich in de afvoerbaan 6 bevindende enveloppe is tussen de bovengelegen banden 7 door zichtbaar. De enveloppe kan met de hand eenvoudig tussen de banden 7 en 8 vandaan worden verwijderd. De omlopende banden bieden bovendien het voordeel, dat een eventueel met de enveloppe meegevoerd deel van een inhoud niet op ongecontroleerde wijze van de enveloppe wordt gescheiden, hetgeen tot vermissing van dat deel zou kunnen leiden.
De afvoerbaan 6 verloopt langs de bovenzijde van de inrichting, van de bedieningszijde 10 af. Dit biedt het voordeel, dat de inrichting een gering oppervlak in beslag neemt. Een verder voordeel is, dat de afvoerbaan 6 enerzijds in het blikveld van de bediener verloopt, zodat deze snel kan zien of met een enveloppe 4 een deel van een inhoud wordt afgevoerd en enveloppen bij onderscheppen uit de afvoerbaan goed zichtbaar zijn en anderzijds lege enveloppen van de bedieningszijde 10 af worden afgevoerd, zodat deze geen ruimte aan die bedieningszijde 10 in beslag nemen.
Volgens het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld is het houderstation 1 voor het stuksgewijs toevoeren van de poststukken 2 voorzien van een opslagruimte 58, waarin de te verwerken poststukken kunnen worden geplaatst. In de opslagruimte is een aandruksteun 59 langs een geleidingssleuf 60 verschuifbaar aangebracht. De aandruksteun 59 is verbonden met (niet getoonde) middelen voor het naar de bedieningszijde 10 duwen van de stapel te verwerken poststukken 2. Aan de bedieningszijde 10 van de opslagruimte 58 zijn een steunrol 61 en een toevoerrol 62 aangebracht. Voorts zijn nabij de bedieningszijde 10 aan de zijde van het snijstation 3 een transportrol 63 en een separa-tierol 64 aangebracht, waarbij de transportrol 63 aan de bedieningszijde 10 van de separatierol 64 is gelegen. De separatie-rol 64 wordt veerkrachtig in de richting van de transportrol 63 gedrukt en kan worden aangedreven voor het in de richting van de opslagruimte 68 terugvoeren van een met een buitenste poststuk meegevoerd poststuk. Voorts is de separatierol 64 gekoppeld met een slipkoppeling (niet weergegeven), die zodanig is ingesteld, dat de separatierol 64, via zijn manteloppervlak wordt aangedreven, indien zich tussen de separatierol 64 en de transportrol 63 minder dan twee poststukken 2 bevinden.
Voor het verwerken van een stapel poststukken wordt de aandruksteun 59 van de bedieningszijde 10 af verplaatst en wordt de stapel poststukken 2 in liggende toestand tussen de aandruksteun 59 en de toevoerrollen 61 en 62 geplaatst, zodat de enveloppen in een rij ongeveer rechtop achter elkaar staan. Vervolgens wordt de aandruksteun 59 tegen de stapel poststukken 2 gedrukt voor het uitoefenen van een aandrukkracht op de stapel in de richting van de bedieningszijde 10. Wanneer de inrichting bediend wordt voor het verwerken van een poststuk worden de toevoerrol 62 en de transportrol 63 in beweging gezet. Voorts wordt de separatierol 64 aangedreven. Deze loopt echter met de transportrol 63 mee, zolang zich tussen de separatierol 64 en de transportrol 63 niet ten minste twee poststukken 2 bevinden .
Door de werking van de toevoerrol 62 wordt het buitenste poststuk aan de bedieningszijde 10 van de stapel naar de transportrol 63 verplaatst en zodra de transportrol 63 daarop aangrijpt, meegenomen door die transportrol 63. Nadat de transportrol 63 op het buitenste poststuk aangrijpt wordt de aandrijving van de toevoerrol 62 ontkoppeld. Eventuele volgende poststukken, die door het buitenste poststuk worden meegetrokken worden door de separatierol 64 tegengehouden en, indien deze poststukken in het gebied tussen de transportrol 63 en de separatierol 64 zijn gekomen, door de separatierol 64 teruggevoerd naar de opbergruimte 58.
Het buitenste poststuk wordt door de transportrol 63 tot voor de wand 65 aan de bedieningszijde 10 van het snij station 3 gevoerd. Tegenover het geleidingsvlak 14 is een naar het geleidingsvlak 14 toe hellende wand 65 gelegen. De poststukken worden in een in hoofdzaak vertikale positie aangevoerd vanuit het houderstation 1. Door de naar de transportband 40 overhellende wand 65 wordt een aangevoerd poststuk naar de transportband toe omgekanteld. Het poststuk 2 wordt vervolgens, door een aandrukrol niet weergegeven naar een transportrol (niet weergegeven) toe te zwenken, tegen de transportband gedrukt, zodat dit door de transportband opgelicht, verder gekanteld en meegenomen wordt. Verdere details betreffende de aandrukrol en de transportband zijn beschreven in aanvraagsters Nederlandse octrooiaanvrage 9001238, naar de inhoud waarvan hierbij verwezen wordt.
Volgens het getoonde uitvoeringsvoorbeeld omvat het snij station 3 een rechthoekig geleidingsvlak 14, met een van de bedieningszijde 10 af gezien linker geleidingsrand 28, een achterste geleidingsrand 29 en een rechter geleidingsrand 30.
De middelen voor het langs die geleidingsranden 28, 29 en 30 transporteren van een poststuk zijn uitgevoerd als rotatiesym-metrische elementen waarvan de hartlijn evenwijdig aan of onder een kleine hoek met het geleidingsvlak 14 verloopt. Elk van de rotatiesymmetrische elementen is roteerbaar om zijn stuuras dwars op het geleidingsvlak 14 en om zijn hartlijn. Deze rotatiesymmetrische elementen zijn weergegeven als cirkels 23. Verdere details betreffende de uitvoering van het geleidingsvlak 14 en de rotatiesymmetrische elementen zijn beschreven in aanvraagsters Nederlandse octrooiaanvrage 8903070, naar de inhoud waarvan hierbij verwezen wordt.
Elk van de geleidingsranden 28, 29 en 30 is uitgerust met een in hoofdzaak centraal gelegen, op geringe afstand van de resp. geleidingsrand werkzaam snijorgaan 13 voor het langs een vouwrand opensnijden van de enveloppe 4. Voor het langs drie vouwranden van elkaar scheiden van de voorwand en de achterwand van die enveloppe wordt de enveloppe achtereenvolgens langs de geleidingsranden 28, 29 en 30, en daarmee langs de snij organen 13, gevoerd.
Het station voor het langs drie vouwranden opensnij-den van een enveloppe heeft voorts een toevoeropening 11 tussen het houderstation 1 en het separatiestation 5. In het gebied van deze toevoeropening 11 zijn transportrollen 32 schuin opgesteld ten opzichte van de linker geleidingsrand 28, zodat post stukken wanneer deze door de opening 11 worden getransporteerd, tegen de linker geleidingsrand 28 worden gedwongen.
Bij het vanuit een met het verwijzingcijfer 2A aangeduide positie toevoeren van een poststuk door de toevoeropening 11 worden de rotatiesymmetrische elementen 23 geroteerd, terwijl de hartlijnen 31 daarvan in een stand ongeveer dwars op de linker geleidingsrand 28 worden gehouden. De hartlijnen 31 kunnen in een enigszins schuine stand worden gehouden, waarbij de rechter zijde van elk van de rotatiesymmetrische elementen zich op een grotere afstand van de bedieningszijde 10 bevindt dan de linkerzijde, zoals in fig. 1 is weergegeven. Het poststuk wordt daardoor voortdurend naar de linker geleidingsrand 28 gedwongen. Bij het passeren van het langs de linker geleidingsrand 28 aangebrachte snij orgaan 13 wordt het poststuk langs de naar die linker geleidingsrand 28 toe gekeerde vouwrand van de enveloppe 4 opengesneden.
Het poststuk wordt langs de linker geleidingsrand 28 getransporteerd, totdat dit de achterste geleidingsrand 29 bereikt. De positie, waarin de achterste geleidingsrand 29 is bereikt, is in fig. 1 met het verwijzingscijfer 2B aangegeven. Vervolgens worden de rotatiesymmetrische elementen 23 om bijbehorende assen dwars op het geleidingsvlak 14 gedraaid, totdat de hartlijnen 31 in een stand ongeveer dwars op de achterste geleidingsrand 29 zijn gebracht. De hartlijnen 31 van de rotatiesymmetrische elementen kunnen daarbij op overeenkomstige wijze als met betrekking tot verplaatsing langs de linker geleidingsrand 28 werd beschreven, in een schuine stand ten opzichte van de achterste geleidingsrand 29 worden gehouden. Bij het passeren van het langs de achterste geleidingsrand 29 aangebrachte snij orgaan 13 wordt de enveloppe langs de naar die geleidingsrand 29 gekeerde tweede vouwrand opengesneden.
Wanneer het poststuk vervolgens de rechter geleidingsrand 30 bereikt, worden de rotatiesymmetrische elementen 23 op overeenkomstige wijze als bij het bereiken van de achterste vouwrand 29 om de bijbehorende stuurassen dwars op het geleidingsvlak 14 geroteerd. De positie, waarin de rechter gelei- dingsrand 30 is bereikt, is in fig. 1 met het verwijzingscijfer 2C aangegeven. Het poststuk wordt daardoor vervolgens langs de rechter geleidingsrand 30 naar het separatiestation 5 gevoerd. Daarbij wordt de enveloppe langs de naar die geleidingsrand 30 gekeerde derde vouwrand opengesneden.
Het snij station 3 als weergegeven in fig. 1 biedt het voordeel, dat het U-vormige verloop van het transporttraject van de poststukken een compacte constructie mogelijk maakt, in het bijzonder indien het snij station 3 is ingericht voor het afvoeren van de poststukken naar aan de bedieningszijde 10. Een verder voordeel is, dat de afstand tussen de randen, waarlangs de voorwand en de achterwand van de enveloppe worden afgescheiden, en de vouwrand onafhankelijk is van het formaat van de enveloppe. Het formaat van de te verwerken enveloppen wordt slechts beperkt door de afstand van de scheidingsorganen 13 tot het uiteinde van de geleidingsrand waarlangs deze zijn aangebracht. Nog een verder voordeel is, dat het snijstation 3 een hoge verwerkingscapaciteit heeft, doordat elk poststuk slechts eenmaal langs elk scheidingsorgaan 13 hoeft te worden gevoerd.
Volgens het weergegeven voorkeursuitvoeringsvoorbeeld omvat het separatiestation 5 toevoerrollen 34, 35, 52 en 53 en een wissel 54. Het separatiestation 5 heeft voorts een aan de bedieningszijde 10 gelegen opvangbak 9 voor het opvangen van verwerkte inhouden en een afvoerkanaal 49 begrensd door wanden 55 en 57, waarlangs verwerkte enveloppen naar de afvoerbaan 6 worden gevoerd. De wissel 54 geleidt in een met dunne lijnen weergegeven stand binnenkomende poststukken naar de middelen voor het van elkaar scheiden van de enveloppe en de inhoud en geleid in zijn met dikke lijnen weergegeven stand verwerkte enveloppe naar het afvoerkanaal 49.
De middelen voor het verwijderen van de enveloppe van de inhoud omvatten tegenover elkaar gelegen separatierollen 43 en 44, aandrukrollen 38 en 39 en een aanslag 47. Tegenover de toevoerrol 35 ligt nog een afvoerrol 42 tegen de toevoerrol 34 aan. Verder details betreffende de middelen voor het van elkaar scheiden van een enveloppe van zijn inhoud zijn beschreven in aanvraagsters Nederlandse octrooiaanvrage 9001237, naar de in-houd waarvan hierbij verwezen wordt.
Claims (8)
1. Werkwijze voor het uitpakken van inhouden uit enveloppen (4), waarbij telkens een enveloppe (4) langs drie van zijn vouwranden ten minste wordt verzwakt, een eerste paneel van de enveloppe ten opzichte van een tweede paneel daarvan om de vierde van de vouwranden wordt omgeslagen, de inhoud telkens van de enveloppe (4) wordt gescheiden en wordt afgegeven, en de enveloppe (4) gescheiden van zijn inhoud wordt afgevoerd langs een afvoerbaan (6), met het kenmerk, dat ten minste één van zijn inhoud gescheiden enveloppe (4) wordt onderschept uit de afvoerbaan (6), en telkens nadat een inhoud is afgegeven, een interval volgt, voordat de bijbehorende enveloppe (4) wordt af-gevoerd.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de inhoud telkens in een afgiftepositie (9) wordt gebracht en het genoemde interval telkens wordt beëindigd doordat een inhoud uit die afgiftepositie (9) wordt verwijderd.
3. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het interval een constante tijdsduur heeft.
4. Werkwijze volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat bij het afgeven van de inhoud de enveloppe over een bepaalde afstand met de inhoud mee wordt gevoerd en bij het afvoeren van een enveloppe, een eventueel op die enveloppe liggend document van die enveloppe wordt gesepareerd.
5. Inrichting voor het uitpakken van inhouden uit enveloppen (4), voorzien van middelen (3) voor het van elkaar scheiden van een eerste en een tweede paneel van een enveloppe (4) langs drie vouwranden, middelen (5) voor het scheiden van een enveloppe van zijn inhoud, middelen voor het afgeven van de inhoud, middelen (6, 34, 38, 39, 42, 49) voor het afvoeren van een van zijn inhoud gescheiden enveloppe, omvattende een afvoerbaan (6), met het kenmerk, dat de afvoerbaan (6) aan de buitenzijde van de inrichting is aangebracht en in een gebied tussen zijn uiteinden zodanig open is dat een enveloppe (4) uit de afvoerbaan (6) verwijderd kan worden en dat de inrichting is voorzien van een besturingssysteem dat is ingericht voor het activeren van de middelen (6, 34, 38, 39, 42, 49) voor het af-voeren van een enveloppe, in reactie op het aflopen van een interval.
6. Inrichting volgens conclusie 5, gekenmerkt door een sensor voor het detecteren van de aanwezigheid van een af-gegeven document, welke sensor is verbonden met het besturingssysteem voor het beëindigen van het interval in reactie op een signaal dat aangeeft dat een laatste document uit de afgiftepo-sitie wordt verwijderd.
7. Inrichting volgens conclusie 5, gekenmerkt door een uurwerk (timer) voor het beëindigen van het interval na afloop van een bepaalde tijd.
8. Inrichting volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat het uurwerk instelbaar is voor het instellen van de lengte van het interval.
Priority Applications (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL9102011A NL9102011A (nl) | 1991-11-29 | 1991-11-29 | Werkwijze en inrichting voor het uitpakken van inhouden uit enveloppen. |
| EP92203658A EP0545480B1 (en) | 1991-11-29 | 1992-11-27 | Method and apparatus for unpacking contents from envelopes |
| DE69204262T DE69204262T2 (de) | 1991-11-29 | 1992-11-27 | Verfahren und Vorrichtung zum Auspacken von Inhalten aus Briefumschlägen. |
| US07/983,051 US5336034A (en) | 1991-11-29 | 1992-11-30 | Method and apparatus for unpacking contents from envelopes |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL9102011 | 1991-11-29 | ||
| NL9102011A NL9102011A (nl) | 1991-11-29 | 1991-11-29 | Werkwijze en inrichting voor het uitpakken van inhouden uit enveloppen. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL9102011A true NL9102011A (nl) | 1993-06-16 |
Family
ID=19859986
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL9102011A NL9102011A (nl) | 1991-11-29 | 1991-11-29 | Werkwijze en inrichting voor het uitpakken van inhouden uit enveloppen. |
Country Status (4)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US5336034A (nl) |
| EP (1) | EP0545480B1 (nl) |
| DE (1) | DE69204262T2 (nl) |
| NL (1) | NL9102011A (nl) |
Families Citing this family (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US5806278A (en) * | 1996-01-16 | 1998-09-15 | Shelledy; Guy R. | Dispenser for sealed wrapped articles |
| US6230471B1 (en) * | 1997-06-06 | 2001-05-15 | Opex Corporation | Method and apparatus for processing envelopes containing contents |
| NL1007944C2 (nl) * | 1997-12-31 | 1999-07-01 | Hadewe Bv | Registratie van documenten. |
| US6612211B1 (en) * | 1998-06-05 | 2003-09-02 | Opex Corporation | Apparatus for opening envelopes |
| US6912827B2 (en) | 2001-09-04 | 2005-07-05 | Opex Corporation | Apparatus for opening envelopes |
| US6725752B1 (en) * | 2001-10-22 | 2004-04-27 | Catawa, Inc. | Mail processing machine |
Family Cites Families (15)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE164068C (nl) * | ||||
| US3116718A (en) * | 1959-08-17 | 1964-01-07 | Thomas W Evans | Envelope opener and distribution apparatus |
| US3238926A (en) * | 1961-12-12 | 1966-03-08 | William F Huck | Envelope opening machine |
| FR2135481B1 (nl) * | 1971-05-06 | 1973-05-11 | Faure Felix | |
| USRE32328E (en) * | 1974-09-30 | 1987-01-13 | Opex Corporation | Mail extracting and sorting desk |
| US3979884A (en) * | 1974-09-30 | 1976-09-14 | Opex Corporation | Mail extracting and sorting desk |
| CA1072835A (en) * | 1976-07-22 | 1980-03-04 | Robert J. Russell | Envelope processing machine and method |
| US4333300A (en) * | 1980-05-30 | 1982-06-08 | Mail-Ex Corporation | Envelope processing machine and method |
| US4373848A (en) * | 1980-09-22 | 1983-02-15 | Aes Technology Systems, Inc. | Method and apparatus for exposing contents of an opened envelope with gravity assist |
| US4649694A (en) * | 1984-03-09 | 1987-03-17 | Opex Corporation | Envelope contents extraction system |
| US4934892A (en) * | 1986-01-31 | 1990-06-19 | Opex Corporation | Envelope processing apparatus |
| US4921388A (en) * | 1986-07-07 | 1990-05-01 | Systems Mailing Research, Inc. | Envelope opener and load separator |
| US5096360A (en) * | 1988-06-10 | 1992-03-17 | Systems Mailing Research, Inc. | Envelope opener and load separator |
| US4893454A (en) * | 1988-05-06 | 1990-01-16 | Comtrex Systems Corporation | Envelope opening machine and method |
| NL9001238A (nl) * | 1990-05-30 | 1991-12-16 | Hadewe Bv | Inrichting en werkwijze voor het verwijderen van een inhoud uit een enveloppe. |
-
1991
- 1991-11-29 NL NL9102011A patent/NL9102011A/nl not_active Application Discontinuation
-
1992
- 1992-11-27 DE DE69204262T patent/DE69204262T2/de not_active Expired - Fee Related
- 1992-11-27 EP EP92203658A patent/EP0545480B1/en not_active Expired - Lifetime
- 1992-11-30 US US07/983,051 patent/US5336034A/en not_active Expired - Lifetime
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| US5336034A (en) | 1994-08-09 |
| EP0545480A2 (en) | 1993-06-09 |
| EP0545480B1 (en) | 1995-08-23 |
| DE69204262T2 (de) | 1996-05-02 |
| DE69204262D1 (de) | 1995-09-28 |
| EP0545480A3 (nl) | 1994-03-09 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US5310062A (en) | Apparatus for automated mail extraction and remittance processing | |
| US5924840A (en) | Method of extracting contents from envelopes | |
| US4622875A (en) | System and process for sorting and opening packages | |
| JP3935939B2 (ja) | 郵便物仕分け設備の入口に郵便物を自動的に装入するための装置 | |
| CA1078320A (en) | Mail extracting and sorting desk | |
| CA2528341A1 (en) | Method and apparatus for processing mail to obtain image data of contents | |
| JP2006515229A (ja) | 扁平な郵便物を分配順序で選別する方法 | |
| JP2000514767A (ja) | コンベア手段用装置 | |
| NL9102011A (nl) | Werkwijze en inrichting voor het uitpakken van inhouden uit enveloppen. | |
| PL166571B1 (en) | Apparatus for and method of stacking small objects | |
| EP3828107A1 (fr) | Installation de tri d'articles tels que colis ou paquets avec un système de contrôle de position des articles par détection de contour | |
| US5175979A (en) | Apparatus and method for removing contents from an envelope | |
| EP0781671A1 (en) | Apparatus and method for inserting documents into envelopes | |
| JPH10504413A (ja) | 使用されたコップの回収機 | |
| US4649694A (en) | Envelope contents extraction system | |
| CN1753822A (zh) | 扁平邮件的窄堆积架 | |
| USRE32328E (en) | Mail extracting and sorting desk | |
| US12325607B2 (en) | Device and method for feeding flat objects into a transport container | |
| FR2835243A1 (fr) | Dispositif de reception d'enveloppes multi-formats | |
| EP0682796B1 (en) | A method and plant for handling cans | |
| NL1027937C2 (nl) | Compacte couverteermachine. | |
| JP2003251216A (ja) | 破・集袋機 | |
| JPH0714295Y2 (ja) | フィルム仕分け装置 | |
| EP4662150A1 (en) | A singulation arrangement for singulation of containers | |
| JP2002143778A (ja) | 花卉処理装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1B | A search report has been drawn up | ||
| BV | The patent application has lapsed |