NL8104591A - Kopieerapparaat en een besturing voor een kopieerapparaat. - Google Patents
Kopieerapparaat en een besturing voor een kopieerapparaat. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8104591A NL8104591A NL8104591A NL8104591A NL8104591A NL 8104591 A NL8104591 A NL 8104591A NL 8104591 A NL8104591 A NL 8104591A NL 8104591 A NL8104591 A NL 8104591A NL 8104591 A NL8104591 A NL 8104591A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- signal
- output
- memory
- original
- pulse
- Prior art date
Links
- 230000004044 response Effects 0.000 claims description 46
- 230000001360 synchronised effect Effects 0.000 claims description 39
- 230000008859 change Effects 0.000 description 16
- 238000000034 method Methods 0.000 description 9
- 238000010586 diagram Methods 0.000 description 7
- 230000008569 process Effects 0.000 description 7
- 230000007704 transition Effects 0.000 description 7
- 230000006870 function Effects 0.000 description 6
- 239000000463 material Substances 0.000 description 6
- 230000007423 decrease Effects 0.000 description 5
- 238000005286 illumination Methods 0.000 description 3
- 230000000977 initiatory effect Effects 0.000 description 3
- 230000003287 optical effect Effects 0.000 description 3
- 101000767160 Saccharomyces cerevisiae (strain ATCC 204508 / S288c) Intracellular protein transport protein USO1 Proteins 0.000 description 2
- 230000002051 biphasic effect Effects 0.000 description 2
- 239000003990 capacitor Substances 0.000 description 2
- 238000004140 cleaning Methods 0.000 description 2
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 2
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- 238000003384 imaging method Methods 0.000 description 2
- 238000005259 measurement Methods 0.000 description 2
- 230000010363 phase shift Effects 0.000 description 2
- 239000005862 Whey Substances 0.000 description 1
- 102000007544 Whey Proteins Human genes 0.000 description 1
- 108010046377 Whey Proteins Proteins 0.000 description 1
- 230000009471 action Effects 0.000 description 1
- 230000003213 activating effect Effects 0.000 description 1
- 230000001010 compromised effect Effects 0.000 description 1
- 230000003247 decreasing effect Effects 0.000 description 1
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 description 1
- 238000007689 inspection Methods 0.000 description 1
- 238000002955 isolation Methods 0.000 description 1
- 230000035939 shock Effects 0.000 description 1
- 230000008054 signal transmission Effects 0.000 description 1
- 239000007787 solid Substances 0.000 description 1
- 230000001960 triggered effect Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G03—PHOTOGRAPHY; CINEMATOGRAPHY; ANALOGOUS TECHNIQUES USING WAVES OTHER THAN OPTICAL WAVES; ELECTROGRAPHY; HOLOGRAPHY
- G03G—ELECTROGRAPHY; ELECTROPHOTOGRAPHY; MAGNETOGRAPHY
- G03G15/00—Apparatus for electrographic processes using a charge pattern
- G03G15/50—Machine control of apparatus for electrographic processes using a charge pattern, e.g. regulating differents parts of the machine, multimode copiers, microprocessor control
- G03G15/5012—Priority interrupt; Job recovery, e.g. after jamming or malfunction
-
- G—PHYSICS
- G03—PHOTOGRAPHY; CINEMATOGRAPHY; ANALOGOUS TECHNIQUES USING WAVES OTHER THAN OPTICAL WAVES; ELECTROGRAPHY; HOLOGRAPHY
- G03G—ELECTROGRAPHY; ELECTROPHOTOGRAPHY; MAGNETOGRAPHY
- G03G15/00—Apparatus for electrographic processes using a charge pattern
- G03G15/50—Machine control of apparatus for electrographic processes using a charge pattern, e.g. regulating differents parts of the machine, multimode copiers, microprocessor control
-
- H—ELECTRICITY
- H02—GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
- H02P—CONTROL OR REGULATION OF ELECTRIC MOTORS, ELECTRIC GENERATORS OR DYNAMO-ELECTRIC CONVERTERS; CONTROLLING TRANSFORMERS, REACTORS OR CHOKE COILS
- H02P25/00—Arrangements or methods for the control of AC motors characterised by the kind of AC motor or by structural details
- H02P25/02—Arrangements or methods for the control of AC motors characterised by the kind of AC motor or by structural details characterised by the kind of motor
- H02P25/022—Synchronous motors
- H02P25/024—Synchronous motors controlled by supply frequency
-
- H—ELECTRICITY
- H02—GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
- H02P—CONTROL OR REGULATION OF ELECTRIC MOTORS, ELECTRIC GENERATORS OR DYNAMO-ELECTRIC CONVERTERS; CONTROLLING TRANSFORMERS, REACTORS OR CHOKE COILS
- H02P5/00—Arrangements specially adapted for regulating or controlling the speed or torque of two or more electric motors
- H02P5/46—Arrangements specially adapted for regulating or controlling the speed or torque of two or more electric motors for speed regulation of two or more dynamo-electric motors in relation to one another
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Microelectronics & Electronic Packaging (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- General Physics & Mathematics (AREA)
- Power Engineering (AREA)
- Control Of Stepping Motors (AREA)
- Control Or Security For Electrophotography (AREA)
- Dot-Matrix Printers And Others (AREA)
- Laser Beam Printer (AREA)
Description
-1-
V
i 'Jt I
Oc§-Nederland B.V., te Venlo
Kopieerapparaat en een besturing voor een kopieerapparaat
De uitvinding heeft faetrekking op een kopieerapparaat omvattend een beeldelement waarop een van een origineel afgeleid beeld kan worden aange-bracht en dat door middel van ten minste een synchroonmotor langs een aan-tal bewerkingsstations kan worden gevoerd en een originelentransport!n-5 richting waarin het origineel door middel van ten minste een synchroonmotor synchroon met het beeldelelement kan worden getransporteerd.
Ter besturing van de bewerkingsstations van een kopieerapparaat is het bekend pul sen te tellen die synchroon met de beweging van het beeld-element worden opgewekt.
10 Voor de synchronisatie van het originelentransport met de besturing van de bewerkingsstations zijn echter ingewikkelde maatregelen nodig waar-door een ingewikkelde besturingsinrichting ontstaat.
Doe! van de uitvinding is het verschaffen van een kopieerapparaat dat voorzien is van een sterk vereenvoudigde besturingsinrichting.
15 Dit doe! wordt volgens de uitvinding bereikt doordat een besturingsinrichting aanwezig is welke de bewerkingsstations stuurt in afhankelijk-heid van door een telinrichting getelde pul sen die synchroon met de beweging van het beeldelement worden opgewekt en doordat een pulsopwekken-de schakeling aanwezig is die met een ingang is verbonden met de voedings-20 spanningsbron voor ten minste een van de synchroonmotoren,welke voedings-spanningsbron een signaal afgeeft met een eerste wisselspanningscomponent welke schakeling aan een uitgang de genoemde pul sen opwekt met een frequentie die steeds evenredig is met de frequentie van de eerste wisselspanningscomponent en dat de voedingsspanningsbronnen voor de andere 25 synchroonmotoren zijn verbonden met de genoemde voedingsspanningsbron voor het opwekken van signalen met een wisselspanningscomponent waarvan de frequentie steeds evenredig is met de frequentie van de eerste wisselspanningscomponent. Daardoor is bereikt dat de gehele besturing van het apparaat kan plaatsvinden door het tellen van de pul sen van slechts een 30 pulsenopwekkende schakeling terwijl de volledige synchroniciteit tussen de beweging van het origineel en de beweging van het beeldelement is gewaarborgd door het gebruik van synchroonmotoren die worden aangestuurd met signalen waarvan de frequences van de wisselspanningscomponenten steeds evenredig zijn met elkaar. Bij voorkeur is ten minste een van de 35 synchroonmotoren een stappenmotor en is de uitgang van de pulsenopwekkende schakeling verbonden met middelen die in aanspreking 8104591
V
-2- t7"' t
K
op de pul sen signaalpulsen genereren ten behoeve van het aansturen van ten minste die ene stappenmotor, In het geval dat het kopieerapparaat is voorzien van een programmeerbare besturing, omvattend ten minste §en onderbreekingang voor het in aanspreking op een aan die onderbreekingang 5 toegevoerde onderbreekpuls onderbreken van een lopend programma en met voorrang afwerken van een onderbreekprogramma en welk apparaat tevens is voorzien van' een transport!nrichting voor een te kopieren origineel en van een transportinrichting voor een beeldelement waarop een van het origineel afgeleid beeld kan worden gevormd en van middelen voor het op-10 wekken van eerste onderbreekpulsen synchroon met het transport van het origineel en van tweede onderbreekpulsen synchroon met het transport van het beeldelement, omvat bij voorkeur elk van de transportinrichtingen een synchroonmotor en is een bron aanwezig die een signaal afgeeft met een eerste wisselspanningscomponent, zijn middelen aanwezig verbonden 15 met de bron voor het voor elk van de synchroonmotoren afleiden van een stuursignaal uit de wisselspanningscomponent van het bronsignaal, welke stuursignalen een wisselspanningscomponent omvatten waarvan de frequentie steeds evenredig is met de frequentie van de eerste wisseTspanningscompo-nent van het bronsignaal en vormt de wisselspanningscomponent van een 20 van de stuursignalen de onderbreekpulsen.
Daardoor is bereikt dat de gehele programmeerbare besturing kan functio-neren met een bron van onderbreekpulsen zonder dat de synchronisatie van het transport van het origineel met het transport van het beeldelement verloren gaat en zonder dat de besturing van de bewerkingsstations 25 van het kopieerapparaat in het geding komt.
De uitvinding zal nu nader worden toegelicht aan de hand van de bijgaande Figuren waarin:
Fig. 1 een blokschema is van een uitvoeringsvorra van een inrichting volgens de uitvinding 30 Fig. 1A een uitgangssignaal is van een inrichting volgens Fig. 1 Fig. 2 een uitgewerkt schema is van een blokschema volgens Fig. 1
Fig. 2A een voorbeeld is van de adressen en de inhoud van een aantal van de geheugenplaatsen van het geheugen in Fig. 2 Fig. 3A en 3B een voorbeeld geven van een gewenst verloop van het op 35 gang brengen en het tot stilstand brengen van een stappenmotor
Fig. 4A t/m 4C drie manieren laten zien waarop inhoud van de geheugenplaatsen kan worden bepaald teneinde een gewenst verloop te realiseren 8104591 - 3 - * *
Fig. 5 een blokschema is van een tweede uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding
Fig. 6A een gedeelte toont van een geheugen gebruikt bij een inrichting volgens Fig. 5 5 Fig. 6B een ander gedeelte toont van een geheugen gebruikt bij een inrichting volgens Fig. 5
Fig. 7 een stroomdiagram is van een programme gebruikt bij een inrichting volgens Fig. 5
Fig. 8 een stroomdiagram is van een onderbreekprogramma gebruikt bij een 10 inrichting volgens Fig. 5
Fig. 9 een schematische doorsnede toont van een electrofotografisch kopieerapparaat en een deel van de besturing daarvoor Fig. 10 een blokschema is van de besturingsinrichting voor de motoren in het apparaat volgens Fig. 9 en 15 Fig. 11 een blokschema is van een alternatief voor een gedeelte van de besturing getoond in Fig. 9.
In Fig. 1 is met het verwijzingscijfer 1 een stappenmotor aan-gegeven. Een vermogensversterker 2 ontvangt pulsen vanuit een pulsbron 3 en versterkt de ontvangen pulsen zodanig dat elke 0-1 overgang leidt 20 tot een pulssignaal dat via de leiding 4 aan de stappenmotor wordt toegevoerd en dat de stappenmotor §§n stap verder doet draaien. De pulsbron 3 omvat een pulsgenerator 11» een pulsenteller 12 en een adres-seerbaar geheugen 13. Een pulsuitgang van de pulsgenerator 11 is via een schakelaar 14 verbindbaar met een tel ingang van de pulsenteller 12.
25 Aan de teluitgang van de pulsenteller 12 is het aantal getelde pulsen aanwezig in binaire vorm. De teluitgang van de pulsenteller 12 is verbonden met de adresingang van het geheugen 13. Elke geheugenplaats 4 van het geheugen 13 bevat hetzij een "0" hetzij een van "0" afWijkend getal. De geheugenuitgang van het geheugen 13 is verbonden met een ingang 30 van de vermogensversterker 2. Het uitgangssignaal van het geheugen 13 is» afhankelijk van de inhoud van de geadresseerde geheugenplaats, hetzij een "0" signaal hetzij een van "0" verschillend signaal.
De geheugenplaatsen van het geheugen 13 zijn gerangschikt in groepen met opeenvolgende adressen en met dezelfde inhoud. Groepen waarvan de inhoud 35 van de geheugenplaatsen gelijk is aan "0" wisselen af met groepen waarvan de inhoud van de geheugenplaatsen afWijkt van "0". Met toenemend adres neemt de grootte van de groepen af. Bij wijze van voorbeeld zijn 8104591 -4- * * twee van dergelijke groepen weergegeven in Fig. 1 en wel de groep met de adressen 1892...1903 met als inhoud "0" en een groep met de adressen 1904...1910 met als inhoud "1".
De werking van een inrichting volgens het in Fig. 1 getoonde blok-5 schema is als volgt:
Voordat de schakelaar 14 de pulsuitgang van de pulsgenerator 11 ver-bindt met de tel ingang van de pulsenteller 12 is aan de teluitgang van de pulsenteller 12 een voorafbepaalde tel stand, in het algemeen 0, aanwezig, bijvoorbeeld veroorzaakt door middel van een herstelsignaal 10 R. Het op de teluitgang van de pulsenteller 12 aanwezig signaal zorgt ervoor dat de inhoud van de begingeheugenplaats, waarvan het adres gelijk is aan dat signaal, aanwezig is aan de geheugenuitgang van het geheugen 13. Vervolgens wordt via de schakelaar 14 de pulsgenerator 11 verbonden met de pulsenteller 12.
15 Tengevolge van het toevoeren van pul sen aan de pulsenteller 12 zal het binaire getal aan de teluitgang daarvan bij elke van de pulsgenerator 11 ontvangen puls een groter worden. Omdat de teluitgang van de pulsenteller 12 is verbonden met de adresingang van het geheugen 13 zal in aanspreking op elke puls van de pulsgenerator 11 een volgende 20 geheugenplaats van het geheugen 13 worden geadresseerd. Dit betekent dat vanaf de begingeheugenplaats de volgende geheugenplaatsen op-eenvolgend worden geadresseerd en hun inhoud toegevoerd aan de geheugenuitgang met de frequentie waarmee de pulsgenerator 11 pul sen genereert.
25 In Fig. 1A is aangegeven hoe het signaal van de geheugenuitgang van het geheugen 13 verandert bij het achtereenvolgens adresseren van de geheugenplaatsen met de adressen 1891...1912, Er van uitgaande dat het uitgangssignaal van de pulsenteller 12 overeenkomt met het adres 1891 zal in aanspreking op de eerstvolgende puls van de pulsgenera-30 tor 11 de inhoud van de geheugenplaats met adres 1892 aan de geheugenuitgang van het geheugen 13 verschijnen. Daar de inhoud van de geheugenplaats met adres 1891 een "1" was en de inhoud van de geheugenplaats met adres 1892 een "0" zal derhalve in aanspreking op de genoemde puls het uitgangssignaal van het geheugen 13 veran-35 deren van een "1" signaal in een "0" signaal.
Daar de inhoud van de geheugenplaatsen met de adressen 1893...1903 ook "0" is zal het uitgangssignaal van het geheugen 13 in aansprekihg 8104591 * t -5- op de volgende 11 pul sen van de pulsgenerator 11 niet veranderen. ·
Bij de dan volgende puls van de pulsgenerator 11 komt het uitgangs-slgnaal van de pulsenteller 12 overeen met de geheugenplaats met adres 1904.
• 5 De inhoud van de geheugenplaats met adres 1904 is een "1" en derhalve zal in aanspreking op deze puls van de pulsgenerator 11 het uitgangs-signaal van het geheugen 13 veranderen van een “O'' signaal in een "1" signaal. Deze verandering van een “0“ signaal in een "1" signaal wordt versterkt door de vermogensversterker 2 en toegevoerd aan de 10 stappenmotor 1 die daardoor een stap maakt. Gedurende de volgende 6 pulsen van de pulsgenerator 11 verandert het uitgangssignaal van het geheugen 13 niet meer omdat de inhoud van de geheugenplaatsen 1905...1910 ook "l" is.
In aanspreking op de dan volgende puls van de pulsgenerator 11 ver-15 andert het uitgangssignaal van het geheugen 13 weer in een "0" signaal omdat de inhoud van de geheugenplaats met adres 1911 een "0" is.
Op de bovenbeschreven wijze wordt met de frequentie waarmee de puls-generator 11 pul sen genereert de inhoud van opeenvolgende geheugenplaatsen vanaf de begingeheugenplaats toegevoerd aan de geheugenuitgang.
20 De grootte van de groepen geheugenplaatsen met dezelfde inhoud en met opeenvolgende adressen is in het begin groot en neemt af naarmate de adressen groter worden. Naarmate de grootte van de groepen af-neemt zal het vaker voorkomen dat meer dan twee opeenvolgende groepen even groot zijn teneinde een soepel op gang komen van de stappenmotor 25 te bewerkstelligen. Pulsgenerator 11 genereert pul sen met een vooraf bepaalde frequentie. Daardoor zal in het begin, d.i. vlak nadat de schakelaar 14 is gesloten, de frequentie van de pul sen aan de geheugenuitgang van het geheugen 13 laag zijn en zal die frequentie toenemen naarmate geheugenplaatsen met een hoger adres 30 worden geadresseerd. Tenslotte zal die frequentie een gewenste waarde hebben bereikt, waarna aan de vermogensversterker 2 alleen nog die frequentie zal worden toegevoerd, bijvoorbeeld af-komstig van een niet weergegeven pulsenbron en schematise!! aange-geven met de streeplijn 15. Een andere wijze waarop pul sen 35 met een frequentie van de gewenste waarde aan de vermogensversterker kunnen worden toegevoerd zal nader worden beschreven aan de hand van Fig. 2.
810459! f Λ -6-
Op dezelfde wijze als hierboven beschreven voor het op gang .brengen van de stappenmotor kan deze ook weer tot stilstand worden gebracht. Daartoe omvat bijvoorbeeld het geheugen een tweede aantal groepen geheugenplaatsen, van welke groepen de grootte toeneemt met toenemend 5 adres. Met behulp van het signaal R wordt de tel stand van de teller 12 geli jk gemaakt aan het beginadres van het. tweede aantal groepen geheugenplaatsen en worden vanaf een geschikt moment pul sen van de pulsgenerator 11 toegevoerd aan de pulsenteller 12.
Door de zich wijzigende tel stand van de pulsenteller 12 wordt nu 10 vervolgens na elkaar de iiihoud van de geheugenplaatsen van het tweede aantal groepen toegevoerd aan de vermogensversterker 2. Door-dat de grootte van de groepen toeneemt met toenemend adres zal de frequentie van het pulsvormig signaal van de geheugenuitgang van het geheugen 13 afnemen en zal de stappenmotor niet alleen geleidelijk, 15 maar ook op een voorafbepaalde wijze tot stilstand komen. Dit is van groot beTang voor al die toepassingen waarbij zowel een snelle draaiing van de stappenmotor als een zeer nauwkeurig bepaalde begin-en/of eindstand van de stappenmotor gewenst is.
Indien het gewenst is de draaisnelheid van de stappenmotor te kunnen 20 wijzigen kan de pulsgenerator 11 zo gekozen worden dat de pulsfre-quentie kan worden ingesteld overeenkomstig de gewenste draaisnelheid van de stappenmotor.
Indien het gewenst is de stappenmotor via een van meerdere ver-schillende snelheidsprofielen (zie Fig. 3) op gang te brengen kan 25 voor ieder snelheidsprofiel een aantal groepen geheugenplaatsen worden gereserveerd.
Het kan gewenst zijn de stappenmotor op meer dan een manier op gang te brengen of tot stilstand te brengen.Voor iedere manier kan dan een aantal groepen geheugenplaatsen met opeenvolgende adressen 30 van het geheugen 13 worden gekozen met een beginadres en een eindadres, waarbij de pulsenteller 12 de telstanden doorloopt tussen de waarden overeenkomend met het relevante beginadres en het relevante eindadres. Indien het geheugen 13 aanwezig is in de vorm van een uitwisselbare geTntegreerde schakeling» ^an voor elke manier waarop de stappenmotor 35 op gang moet kunnen worden gebracht zo’n geTntegreerde schakeling voorzien van de juiste inhoud in de besturingsinrichting worden geplaatst.
8104591 -7-
In Fig. 2 is een besturingsinrichting 5 voor een stappenmotor 1 weer-gegeven, welke besturingsinrichting pulsen levert aan een vermogensver-sterker 2, die de stappenmotor 1 aanstuurt met de versterkte pulsen.
In aanspreking op elke 0-1 overgang van de aangeboden pulsen draait 5 de stappenmotor I een stap verder. De besturingsinrichting 5 omvat een puls-generator 21, die met een vooraf bepaalde frequentie pulsen levert waarbij met "vooraf bepaald" is bedoeld dat de frequentie niet wordt veranderd tussen het op gang brengen en het daaropvolgende tot stilstand brengen van de stappenmotor 1. Wei kan de pulsgenerator 21 zijn gesynchroniseerd 10 met een andere pulsbron, zoals schematisch is aangegeven met streeplijn 22, waarvan de frequentie in de tijd kleine schommelingen rond een evenwichts-waarde kan maken. Ook is het mogelijk vooraf de pulsfrequentie van de pulsgenerator 21 op een gewenste waarde in te stellen zodat de stappenmotor 1 op een gewenste draaisnelheid zal worden gebracht.
15 De pulsuitgang van de pulsgenerator 21 is verbonden met een eerste ingang van een twee ingangs OF-poort 23 en met een eerste ingang van een twee ingangs OF-poort 24. De uitgang van de OF-poort 23 is verbonden met de OP-ingang van een OP/NEER teller 25. De uitgang van de OF-poort 24 is verbonden met de NEER-ingang van de OP/NEER teller 25. De OP/NEER teller 20 25 is een 3-bits binaire teller. De drieuitgangsbits van de teller 25 zijn door middel van de lijnen 26,27 en 28 verbonden met de drie minst signifikante bits van de adresingang van een adresseerbaar geheugen 70.
Van de overige bits van de adresingang van het geheugen 70 is een aantal via de lijnen 29,30,31 en 32 verbonden met de vieruitgangsbits van de 25 vier bits OP/NEER teller 37 en de andere zijn via de lijnen 33,34,35 en 36 verbonden met de vier uitgangsbits van de vier bits OP/NEER teller 38.
De 0P-uitgang van de OP/NEER teller 25 is verbonden met een eerste ingang van een twee ingangs OF-poort 39. De uitgang van de OF-poort 39 is verbonden met de OP-ingang van de OP/NEER teller 37. De NEER-uitgang 30 van de OP/NEER teller 25 is verbonden met een eerste ingang van een twee-ingangs OF-poort 40. De uitgang van de OF-poort 40 is verbonden met de NEER-ingang van de OP/NEER teller 37. De OP- en de NEER-uitgang van de OP/NEER teller 37 zijn respectievelijk verbonden met de 0P-ende NEER-ingang van de OP/NEER teller 38. De tweede ingang van de OF-poort 35 24 en de tweede ingang van de OF-poort 40 zijn beide verbonden met de uitgang van een twee-ingangs OF-poort 41. Een eerste ingang van de OF-poort 41 is via een INVERTER 42 verbonden met de uitgang van een twee-ingangs EN-poort 43. De uitgang van de EN-poort 43 is tevens verbonden met de tweede ingang van de OF-poort 23. Een eerste ingang van de EN-poort 8104591 Λ- * -8- 43 is via een INVERTER 44 verbonden met een signaalbron 45. De signaalbron 45 geeft een "1"- of een "0"-signaal af, afhankelijk ervan of de tellers 25,37 en 38 moeten OP-tellen dan wel NEER-tellen, oftewel of de stappen-motor 1 op gang dan wel tot stilstand raoet worden gebracht. De uitgang 5 van de INVERTER 44 is tevens verbonden met de eerste ingang van esn twee-ingangs OF-poort 46. De uitgang van de OF-poort 46 is verbonden met de tweede ingang van de OF-poort 39. De tweede ingang van de OF-polort 46 is verbonden met een van de uitgangsbits van het geheugen· 70, dat we verder de OP-uitgang zullen noemen. De OP-uitgang is tevens verbonden met de tweede 10 ingang van de EN-poort 43 via de INVERTER 47. Een tweede uitgang van het geheugen 70 die we verder de NEER-uitgang zullen noemen is verbonden met de tweede ingang van de OF-poort 41.Een derde uitgang van het geheugen 70, die we verder de PUtS-uitgang zullen noemen is verbonden met de ingang van de vermogensversterker 2, waarvan de uitgang is verbonden met de stap-15 penmotor 1. Van de OP/NEER tellers 25,37 en 38 zijn de HERSTEL-ingangen R verbonden met het knooppunt van een weerstand 48 en een condensator 49 die in serie met elkaar zijn geschakeld tussen de polen van een voedingsspan-ningsbron 50 voor de besturingsinrichting 5.
In de besturingsinrichting 5 zoals die is weergegeven in Fig. 2 dient 20 het geheugen 70 tenminste een drie-bits type te zijn, dat wil zeggen dat elke geheugenplaats tenminste een drie-bits getal moet kunnen bevatten en wel een bit voor de PULS-ingang, een bit voor de OP-uitgang en een bit voor de NEER-uitgang. Deze drie bits worden in het vervolg aangeduid met respectievelijk het PULS-bit P, het OP-bit U en het NEER-bit D.
25 Tevens is, slechts bij wijze van voorbeeld, een elf bits adressering weergegeven, maar dit kan naar behoefte een meer of minder bits adressering zijn. Bij wijze van voorbeeld zij vermeld dat de tellers 25,37 en 38 ge-integreerde CMOS schakelingen kunnen zijn van het type 40193 en dat het geheugen 70 een achts bits EPROM geheugen kan zijn van het type 2716 30 van de fa. Intel.
De werking van de besturingsinrichting 5 zal nu nader worden beschreven, waarbij tevens verwezen wordt naar Fig. 2Awaar vanenkele geheugenpl aatsen het adres en de inhoud van het NEER-bit D, het OP-bit U en het PULS-bit P zijn weergegeven.
35 Bij wijze van voorbeeld is het PULS-bit P op de groep geheugenplaatsen waarvan de adressen lopen van 00000000001 tot en met 00010101000 gelijk aan "1" en op de daarop aansluitende groep geheugenplaatsen met de adressen 00010101001 tot en met 00100010000 geli jk aan "0". Van de daarop volgende groep beginnend met adres 00100010001 is het PULS-bit weer "1" 40 enz.
8104591 -9-
De grootte van de groepen wordt steeds klei ner naarmate het adres groter wordt. Van de geheugenplaatsen met adres 11111100110 tot en met 11111101111*is eveneens de inhoud weergegeven om redenen die uit het volgende duidelijk zullen warden.
5 Tengevolge van het inschakelen van de voedingsspanning ontstaat op het knooppunt van de weerstand 48 en de condensator 49 een puls die de tellers 25,37 en 38 herstelt, dat wil zeggen dat de drie.tellers op alle uitgangen een “0“ signaal voeren.
Daardoor is in geheugen 70 de geheugenplaats met adres 00000000000, in 10 het volgende ook wel geheugenplaats*0*(= d.i. nul decimaaljgenoemd, geadresseerd en de relevante inhoud van geheugenplaats 0, dat zijn het NEER-bit, het OP-bit en het PULS-bit, is aanwezig aan de betreffende uitgangen van het geheugen 70.
In dit geval voert de NEER-uitgang een "l" signaal en voeren de 0P-15 uitgang en de PULS-uitgang een “O'' signaal. Aangenomen zij dat het uit-gangssignaal van de signaalbron 45 een "0" signaal is, d.i. de stappen-motor hoeft nietopgang te worden gebracht. Met de bekende waarheidsta-bellen voor EN- en OF-poorten en INVERTERS is eenvoudig na te gaan dat van elk van de OF-poorten 23,24,39 en 40 tenminste eln van de ingangen 20 een T-signaal voert. Daardoor kan het uitgangssignaal van geen van de OF-poorten 23,24,39 en 40 veranderen en verandert derhalve ook geen van de uitgangssignalen van de tellers 25,37 en 38 op de lijnen 26,...36. De bestaande situatie blijft dus gehandhaafd. De situatie zal zich wijzigen zodra de signaalbron een "Γ'-signaal gaat voeren teneinde 25 de stappenmotor 1 op gang te brengen. De signaalbron 45 kan een hand-bediende schakelaar zijn, maar kan ook deel uitmaken van de besturing van een inrichting waarmee de stappenmotor 1 samenwerkt. Vele mogelijk-heden voor de signaalbron 45 zijn denkbaar. In het kader van de uitvinding is slechts van belang dat de signaalbron 45 een ‘T'-signaal levert ten-30 einde de stappenmotor 1 op gang te brengen en op gang te houden en een "0" signaal levert teneinde de stappenmotor 1 tot stilstand te brengen en gestopt te houden. Het verschijnen van een T'-signaal aan de uitgang van de signaalbron 45 heeft tot gevolg dat van de OF-poorten 23 en 39 een van de ingangen een "0"-signaal gaat voeren,zodat de tellers 25,37 en 35 38 gaan optellen. Van elk van de OF-poorten 24 en 40 blijft tenminste een van de ingangen een T-signaal voeren, nl..die ingangen die zijn verbonden met de uitgang van de OF-poort 41, Nadat de teller 25 een ** i* puls heeft geteld is geheugenplaats 1 geadresseerd. De relevante inhoud van die geheugenplaats is als volgt: NEER-bit 0, OP-bit 0 en PULS-bit 1, 8104591 « * ΊΟ- in het vervolg weer te geven als 001. Zowel het signaal aan de NEER-uitgang als het signaal van de PULS-uitgang verandert van waarde in aanspreking op de eerste getelde puls. Het veranderen van de NEER-uitgang, die alleen met een ingang van de OF-poort 41 is verbonden, 5 heeft geen effect op het uitgangssignaal van de OF- poort 41, en dus ook niet op de uitgangssignalen van de OF-poorten 24 en 40, omdat het uitgangssignaal van de INVERTER 42 een "1" signaal is. Het veranderen van het signaal op de PULS-uitgang van een "0" signaal in een "1" signaal heeft tot gevolg dat via de vermogensversterker 10 2 de stappenmotor 1 een stap wordt gedraaid.De tweede puls die de teller 25 telt heeft tot gevolg dat geheugenplaats "2"is geadresseerd. De inhoud van geheugenplaats "2"met betrekking tot de relevante bits is gelijk aan die van geheugenplaats"1" De uitgangssignalen aan de NEER-uitgang, de QP-uitgang en de PULS-uitgang veranderen dus niet. Deze situatie blijft 15 zo tot en met de 168e puls. Nadat de 168e puls is geteTd is geheugenplaats "168"geadresseerd. (zie Fig. 2A), waarvan de relevante inhoud nog steeds gelijk is aan de inhoud van geheugenplaats 1. Nadat de 169e puls is geteld is geheugenplaats"169"geadresseerd. De inhoud van geheugenplaats "169 "verschilt van de inhoud van geheugenplaats"168"doordat het PULS-bit 20 P 0 is. In aanspreking op de 169e puls verandert het signaal op de PULS-uitgang van een "1" signaal in een "0" signaal. Omdat de stappenmotor 1 alleen maar reageert op een 0-1 overgang en niet op een 1-0 overgang blijft de stappenmotor 1 staan in de stand die werd aangenomen na de eerste puls. Deze situatie verandert niet meer tot en met de 336e puls.
25 Nadat de 337e puls is geteld is geheugenplaats"337"geadresseerd. De relevante inhoud van geheugenplaatsen"337"is weer gelijk aan de relevante inhoud van de geheugenplaatsen"lj1.. "168" namelijk 001 .
In aanspreking op de 337e puls verandert het uitgangssignaal aan de PULS-uitgang van een "0" signaal in een 'T'-signaal en als gevolg daarvan draait 30 de stappenmotor 1 weer een stap . De uitgangssignalen van de NEER-uitgang en de OP-uitgang veranderen niet. Vervolgens blijven de uitgangssignalen aan de NEER-, de OP- en de PULS-uitgang weer enige tijd onveranderd. Zoals hiervoor bespeoken in verband met Fig. 1 is het aantal geheugenplaatsen volgend op geheugenplaats"337"waarvan de inhoud gelijk is aan 35 die van geheugenplaats"337"kleiner dan of hoogstens gelijk aan 167, zo-dat de tijdsduur van het "1" signaal aan de PULS-uitgang korter is dan of gelijk is aan de tijdsduur van het "1" signaal dat aanwezig was aan de PULS-uitgang tijdens de pul sen 1 tot en met 168. De groepen geheugen- 8104591 -11- p!aatsen met opeenvolgend adres, die gelijke inhoud hebben, zoals geheugenplaatsen'l'tot en met ,,168"en,,169" tot en met 336 worden steeds kleiner naarmate de adressen groter worden. Tenslotte zijn de groepen zo klein geworden dat de som van het aantal opeenvolgende geheugenplaatsen 5 met een 1 op het PULS-bit en met een 0 op het PULS-bit gelijk is aan 8. Dat heeft tot gevolg dat bij het doorlopen van die geheugenplaatsen aan de PULS-uitgang een pulsvormig signaal wordt gevormd met een frequentie die §§n achtste is van de frequentie van de pulsgenerator 21. Dit gaat zo door tot en met geheugenplaats"2023" waarvan de relevante 10 inhoud 001 is. De volgende acht geheugenpl aatsen112024"tot en met“2031“ hebben een speciale betekenis. Met behulp van de geheugenpl aatsen '2024',.., '203r'is het namelijk mogelijk de stappenmotor met de bereikte frequentie te blijven aansturen. Daartoe is de relevante inhoud van die geheugenplaatsen zoals aangegeven in Fig. 2A. Het NEER-bit is steeds 0, 15 terwijl het OP-bit 1 is behalve in geheugenpl aats "20241' Het PULS-bit is 1 in de geheugenplaatsen"2024""2025*en"2031"en 0 in de geheugenplaatsen "2026Ϊ. £203011
Van de geheugenpl aatsen η2024£..."2031" veranderen all een de drie minst significante bits steeds van waarde. Dit zijn de drie uitgangsbits van 20 de teller 25. De uitgangsbits van de tellers 37 en 38 veranderen niet van waarde bij het doorlopen van de telstanden die de geheugenplaatsen “2024".«£2031 "adresseren. Door er nu voor zorg te dragen dat de telstanden van de tellers 37 en 38 niet en de telstand van de teller 25 wel kan veranderen is een 8 teller gerealiseerd omdat via het voeren van een 25 "1" signaal door de 0P-uitgang via de INVERTER 47 de EN-poort 43, de INVERTER 42 en de OF-poort 41 de OF-poorten 24 en 40 geen signalen doorlaten naar de NEER-ingang van de tellers 25 en 37, en via de OF-poort 46 de OF-poort 39 geen signalen doorlaat naar de 0P-ingang van de teller 37.
30 Alleen de OF-poort 23 laat nog signalen door naar de 0P-ingang van de teller 25. Daardoor doorlopen de teluitgangen van de teller 5 achter-eenvolgens de telstanden 000,001,010,011,100,101,110,111,000,001,010, enz. Opgemerkt zij dat het voor het bereiken van dit resultaat niet noodzake-lijk is dat in de geheugenpl aatsen "2025',.." 203d"'het OP-bit een 1 is.
35 Van belang is dat het OP-bit 1 is in geheugenplaats "2031"omdat dan door de teller 25 aan de ingang van poort 39 een signaal wordt gegene-reerd dat door de teller 37 kan worden geteld. Doordat het OP-bit echter 1 is in geheugenplaats "2031"wordt die signaaloverdracht door middel van 8104591 -12- de QF-poort 39 gesperd. In verband met het hierna beschreven op een bestuurde wijze weer tot stilstand brengen van de stappenmotor 1 met behulp van de besturingsinrichting 5 zijn echter ook de geheugenplaatsen '2025Ί..,'12030"voorzien van een 1 op de plaats van het OP-bit. Het initieren 5 van het tot stilstand brengen van de op de bovenbeschreven wijze op gang gebrachte en op gang gehouden stappenmotor 1 geschiedt door het nul maken.van het uitgangssignaal van de signaalbron 45. Indien dtt nul maken toevalligerwijs plaatsvindt op het moment dat έ§η van de geheugenplaatsen "2024 "of "2031" is geadresseerd dan kan zonder meer met het tot 10 stilstand brengen van de stappenmotor 1 worden begonnen door de tellers 25,37 en 38 te laten beginnen met aftellen van de telstand 11111101000 naar 00000000000. Daardooh worden de geheugenplaatsen "2024'J.."0"achtereen-volgens geadresseerd en de stappenmotor 1 wordt bestuurd tot stilstand gebracht via hetzelfde snelheidsprofiel als dat waarmee hij op gang 15 iS gebracht. Opgemerkt zij dat bij het door!open van de geheugenplaatsen r2024^.,"203i"de puls-pauze verhouding van de pulsen aan de uitgang van het geheugen 70 gelijk is aan 3:5 omdat drie van die geheugenplaatsen een 1 en vijf van die geheugenplaatsen een 0 voeren op de plaats van het PULS-bit. Indien het nul maken van het uitgangssignaal van de signaalbron 20 45 plaatsvindt indien een van de geheugenplaatsen^2025^2030^5 geadresseerd dan kan het laten beginnen van het aftellen door de tellers 25,37 en 38 niet zonder meer worden begonnen omdat de puls-pauze verhouding van 3:5 niet meer zou worden verkregen en er een abrupte faseverschuiving zou plaatsvinden in het signaal aan de PULS-uitgang. Doordat nu de 25 0P-bits van de geheugenplaatsen "2025"...,"2030" 1 zijn wordt, zoals hierboven reeds beschreven,bereikt dat de OF-poorten 24 en 40 geen pulsen doorlaten zodat tellers 25,37 en 38 nog niet met het aftellen kunnen beginnen.
Dat kan pas zodra er eerst tot 2031 is geteld, waarna teller 25 de stand 000 inneemt, waardoor geheugenplaats"2024"is geadresseerd. Omdat in 30 geheugenplaats"2024"het OP-bit 0 is komen de OF-poorten 24 en 40 in de toestand waarin ze signalen doorlaten naar de tellers 25 en 37 en komen de OF-poorten 23 en 39 in de toestand waarin ze signalen sperren. De tellers 25,37 en 38 tellen dan af naar 0 zonder dat er een faseverschuiving is opgetreden in het signaal aan de PULS-uitgang van het geheugen 35 70. Zodra de telstand 00000000000 is bereikt gaat de NEER-uitgang een "1" signaal voeren omdat van geheugenplaats 0 de inhoud 100 is.
In combinatie met het "0" zijn van het uitgangssignaal van de signaalbron 45 heeft het "1" zijn van het signaal aan de NEER-uitgang tot gevolg dat de OF-poorten 23,24,39 en 40 geen signalen meer doorlaten, zodat 8104591 -13- geheugenpl aats"0"geadresseerd blijft en de stappenmotor 1 stil blijft staan.
De besturingsinrichting 5 die is weergegeven in Fig. 2 maakt het moge-lijk een stappenmotor gedefinieerd op gang te brengen, op gang te c houden en weer tot stilstand te brengen. Het spreekt vanzelf dat met een kleine wijziging in de configuratie van de logische schakeling tussen de signaalbron 45, de OP- en de NEER-uitgang en de tellers 25,37 en 38 het ook mogelijk is om voor het op gang brengen van de stappenmotor 1 een eerste dee! van het geheugen 70 te gebruiken en voor het tot ^ stilstand brengen een tweede deel van het geheugen te gebruiken. Daar-door kan de stappenmotor 1 via een eerste snelheddsprofiel op gang worden gebracht en via een tweede snelheidsprofiel tot stilstand worden gebracht. In het licht van de gegeven uitgebreide beschrijving van Fig. 2 is het niet noodzakelijk deze laatste uitvoeringsvorm nog uitvoerig te be- .
1 ζ 13 schrijven aan de hand van een tekening.
In Fig.3A is bij wijze van voorbeeld een snelheidsprofiel getekend dat de gewenste draaisnelheid ω weergeeft als functie van de tijd t bij het op gang brengen van een stappenmotor 1 in een zekere toepassing.
De curve a is weliswaar vloeiend getekend, maar bedacht dient te worden 20 dat de draaisnelheid ω van een stappenmotor voor lage wslechts een gemiddelde kan zijn over een aantal stappen en niets te maken heeft met de snelheid waarmee de motor een stap uitvoert.
In Fig. 3B is aangegeven de hoek<£ waarover de motor is verdraaid vanuit een beginstand als functie van de tijd t indien het op gang 25 brengen geschiedt zoals getekend in Fig. 3A. Omdat de frequentie van de pulsgenerator 11, respectievelijk 21,vooraf bepaald is, is de curve b tevens de functie die het verband aangeeft tussen de hoek Φ waarover de motor is gedraaid en het aantal pulsen N dat de pulsgenerator ll^respectievelijk 21,heeft afgegeven vanaf het begin van het op gang 30 brengen. In toepassingen waarin het niet zozeer van belang is hoe de draaisnelheid « afhankelijk is van de tijd^maar wel van belang is hoe de draaisnelheid afhankelijk is van de hoek waarover de motor is gedraaid dient in Fig. 3A «als functie van het aantal pulsen N te worden weergegeven.
35 In Fig. 4 A tot en met4Cis weergegeven hoe de inhoud van de geheu-genplaatsen van het geheugen 13,respectieve1ijk 70,kan worden bepaald teneinde de in Fig. 3A en 38 weergegeven profielente verkrijgen. Langs de verticale as in de Figuren 4A,4B en 4C stelt elk dwarsstreepje 8104591 -14- een stap van de stappenmotor voor terwijl Tangs de horizontale as het aantal te telTen pul sen is uitgezet. VoTgens Fig. 4A wordt de eerste groep geheugenplaatsen gevuld met een 0 en begint de tweede groep, waarin een 1 is geplaatst, met de geheugenplaats Nl, zodat de eerste stap een 5 draaiing tot Φ1 veroorzaakt. De derde groep bevat weer 0, terwijl de vierde groep, die weer een 1 bevat, begint met N2, zodat de tweede stap weer een draaiing over een hoek Φ1 tot de hoek 2 Φ1, vanuit de beginstand veroorzaakt. De zesde groep begint met N3 enzovoort.
Op analoge wijze wordt in Fig. 4B de eerste stap gemaakt bij N = 1 10 (analoog aan het schema weergegeven in Fig. 2A) en worden de volgende stappen gemaakt bij N1,N2,N3 enz. In Fig. 4C worden de stappen gemaakt bij ΝΙ',Ν^,ΝΟ1 waardoor de curve c, die de hoek aAngeeft als frequentie van N rond de gewenste curve slingert. Uit Fig. 4C volgt dat de geheugenplaatsen 0 tot en met Nl' - 1 een 0 bevatten. Hetis natuurlijk ook moge-15 lijk de gewenste curve te benaderen met de curve c door van de in Fig. 4C gegeven telstanden Νΐ',Ν^,ΝΪ de waarde (Nl1 - 1) af te trekken, waardoor de stappen plaatsvinderr bij de telstanden 1,(N2' - Nl* + l)»(N3' - ΝΓ + l)*enz. Dit geldt evenzo voor de curve in Fig. 4A, waarbij hetzelfde profiel wordt verkregen door de stappen te laten plaatsvinden bij de telstanden 20 1, N2-N1 + 1, N3 - Nl + 1. Opgemerkt zij dat in de Figuren 4A tot en met 4Ceen grafische bepaling is weergegeven van de telstanden N, waarbij de stappenmotor een stap raoet maken.
Het zal duidelijk zijn dat, indien het door de curven a of b ( in Fig.3A respectievelijk Fig. 3B) weergegeven verband in mathematische 25 vorm bekend is, de telstanden waarbij de stappenmotor een stap moet maken ook eenvoudig kunnen worden berekend.
In de Figuren 5,6,7 en 8 is bij wijze van voorbeeld weergegeven op welke wijze een besturfngsinrichting voor het gedefinieerd op gang brengen van een stappenmotor kan worden gerealiseerd met behulp van een 30 programmeerbare besturing.
In Fig. 5 genereert een pulsgenerator 150 met een vooraf bepaalde frequentie pul sen STPU. De pul sen STPU worden waargenomen en geteld door middel van een programmeerbare besturingseenheid 151. Een van de uitgangssignalen van de besturingseenheid is het signaal CLK. Het 35 signaal CLK is het ingangssignaal voor een vermogensversterker 152 waarvan de uitgang is verbonden met^een stappenmotor 153. De besturingseenheid 151 omvat een geheugen 154 waarin een uit te voeren prograimna is vast-gel egd en waarin een aantal getallen 155 is vastgelegd (Fig. 6A). De 8-1 0 4 5 9-1 -15- getallen stellen aantallen pulsen voor die moeten zijn geteld door middel van de besturingseenheid 151 voordat de uitgang die het signaal CLK le-vert van toestand mag wijzigen.
Fig. 6A toont het gedeelte van het geheugen waarin de getallen 5 zijn vastgelegd. Het eerste adres draagt als merkteken GOAC en het laatste adres draagt als merkteken STOPDE. Een van de bits van de in-houden van de geheugenplaatsen vanaf GOAC tot en met STOPDE is uitgeko-zen als vlagbit FLBIT, waarvan de betekenis in de nu volgende beschrij-ving nog nader zal worden verklaard.
10 Naast het vlagbit FLBIT bevat elk van de geheugenplaatsen nog een getal waarvan de grootte afneemt. vanaf de geheugenplaats GOAC tot aan de geheugenplaats waarin het FLBIT van 0 in 1 verandert, en waarvan de grootte in de volgende geheugenplaatsen weer toeneemt tot aan de geheugenplaats STOPDE. Fig. 6B toont een gedeelte van een lees-15 schrijfgeheugen 156 dat deel uitmaafct van het geheugen van de program-meerbare besturingseenheid 151. Een van de gfeheugenplaatsen PC van het lees-schrijfgeheugen 156 doet dienst als register waarin de tel stand wordt bijgehouden van het aantal pulsen STPU dat door de programmeerbare besturingseenheid 151 is geteld. Fig. 7 toont het op de onderhavige 20 uitvinding betrekking hebbende gedeelte van het programme zoals dat in het geheugen van de programmeerbare besturingseenheid 151 is opgencmen.
Deel uitmakend van een initiatiegedeelte INIT van het programma wordt de inhoud van de geheugenplaats PC op 0 gezet en wordt een adreswijzer ADPOINT gelijk gemaakt aan STOPDE. Vervolgens wordt er gekeken in het 25 blok STA of de stappenmotor 153 op gang moet worden gebracht. Zolang dit niet het geval is kan de besturingseenheid 151 zich bezig houden met andere zaken hetgeen is weergegeven met de gestippelde lijn tussen de uitgang N en de ingang van het blok STA. Als de besturingseenheid 151 een signaal heeft ontvangen dat de stappenmotor 153 op gang moet 30 worden gebracht dan wordt de adreswijzer ADPOINT gelijk gemaakt aan GOAC en zal op de hieronder in verband met Fig. 8 nader beschreven wijze de stappenmotor op gang worden gebracht. Vervolgens kijkt de besturingseenheid 151 in het blok STO of de op gang gebracht stappenmotor weer tot stilstand moet worden gebracht. Zolang dit niet het geval is kan 35 de besturingseenheid 151 zich bezighouden met andere zaken zoals is aangegeven met de stippellijn tussen de uitgang N en de ingang van het blok STO. Als dit wel het geval is wordt de adreswijzer ADPOINTs die, zoals hieronder nader zal worden beschreven, was blijven staan bij 8104591 -16- de geheugenplaats waarvan FLBIT gelijk is aan 1, verhoogd met 1. Nadat de stappenmotor tot stilstand is gekomen zal de adreswijzer AD-POINT weer terecht zijn gekomen hij de geheugenplaats met het merkteken STOPDE en is de besturingseenheid 151 weer gereed om de stappenmotor 5 153 opnieuw op gang te brengen.
De pulsgenerator 150 die de pul sen STPU 1 evert is aangesloten op een onder* breekingang van de programmeerbare besturingseenheid 151.Elke puls STPU zal het lopende programme onderbreken en in aanspreking op die puls STPU zal een onderbreekprogramma met voorrang worden afgewerkt.
10 Dit met voorrang af te werken onderbreekprogramma is nader weergegeven in Fig. 8. In aanspreking op een onderbreekpuls STPU wordt de inhoud van de geheugenplaats PC met 1 verlaagd. Daar de inhoud van de geheugenplaats PC in het inttiatiegedeelte INIT op 0 was gezet, wordt in aanspreking op de eerste onderbreekpuls STPU de inhoud van de geheugen-15 plaats PC gelijk aan -1. In het blok "PC = 1" wordt nagegaan of de inhoud van de geheugenplaats PC gelijk is aan 1.
Daar dit niet het geval is wordt verdergegaan via de uitgang N naar het blok "PC £ 0". Dit is wel het geval, daarom wordt via uitgang Y de uitgang die het signaal CLK levert gelijk gemaakt aan 1. Vervolgens wordt 20 gekeken of FLBIT gelijk is aan 0. Dat is niet het geval omdat de adreswijzer ADPOINT wijst naar de geheugenplaats met het merkteken STOPDE, waarvan FLBIT gelijk is aan 1. Via de uitgang N van het blok .".FLBIT = 0" wordt nu de inhoud van de geheugenplaats PC gelijk gemaait aan de inhoud van de geheugenplaats aangewezen door de adreswijzer ADPOINT. In dit 25 geval is dat de geheugenplaats met het merkteken STOPDE waarvan de inhoud gelijk is aan nul. ZoTang de stappenmotor 153 niet op gang behoeft te worden gebracht zal in aanspreking op elke onderbreekpuls STPU het bovenbeschreven gedeelte van het onderbreekprogramma weergegeven in Fig. 8 worden doorlopen. De uitgang die het signaal CLK levert zal steeds 30 gelijk aan 1 blijven en de versterker 152 zal een gelijkspanningssignaal afgeven zodat de stappenmotor 153 niet op gang zal worden gebracht.
In aanspreking op een signaal dat de stappenmotor 153 op gang moet worden gebracht zoals beschreven in samenhang met Fig. 7 wordt de adreswijzer ADPOINT gelijk gemaakt aan G0AC. In aanspreking op de dan eerst 35 volgende onderbreekpuls STPU wordt ook nu weer de inhoud van de geheugenplaats PC gelijk aan -1, Via de uitgang N van het blok "PC=1" en de uitgang Y van het blok "PC < 0" blijft het signaal CLK gelijk aan 1. Vervolgens wordt de vraag gesteld of FLBIT gelijk is aan nul. Daar nu de geheugenplaats met het merkteken G0AC is geadresseerd , wordt deze 8104591 -17- vraag bevestigend beantwoord en via de uitgang Y van het blok "FLBIT = 0" wordt de adreswijzer ADPOINT met 1 verhoogd.Daardoor wordt nu de geheugenplaats aangewezen die volgt op de geheugenplaats met merkteken 60AC. De inhoud van die geheugenplaats is een getal, bijv. 25s dat 5 vervolgens in de geheugenplaats PC wordt neergeschreven. Daarmee is het onderbreekprogramma beeindigd en keert de programmeerbare besturings-eenheid terug naar het onderbroken programma, In aanspreking op de volgende onderbreekpuls STPU wordt het lopende programma weer onderbroken en wordt vervolgens de inhoud van de geheugenplaats PC.met l vemrinderd 10 tot 24. De vraag of inhoud van de geheugenplaats PC gelijk is aan 1 wordt weer negatief beantwoord en de vraag of de inhoud van de gehau-genplaats PC kleiner is dan of gelijk is aan nul wordt eveneens negatief geantwoord, waarmae het onderbreekprogramma is beeindigd en de programmeerbare besturingseenheid 151 terugkeert naar het onderbroken 15 programma. Op dezelfde wijze blijft het signaal CLK gelijk aan 1 gedurende 23 onderbreekpulsen STPU nadat het signaal aan de besturingseenheid 151 is gegeven dat de stappenmotor 153 op gang moet worden gebracht. In aanspreking op de 24e onderbreekpuls STPU wordt de inhoud van de geheugenplaats PC gelτjk aan 1. De vraag of de 20 inhoud van de geheugenplaats PC gelijk is aan 1 wordt nu bevestigend beantwoord en in aanspreking daarop wordt het signaal CLK gelijk gemaakt aan nul. Daarmee is het onderbreekprogramma in aanspreking op het 24e onderbreekpuls STPU beeindigd en keert de programmeerbare besturingseenheid 151 terug naar het onderbroken programma. In aanspreking op 25 de 25e onderbreekpuls STPU wordt de inhoud van de geheugenplaats PC gelijk aan nul. De vraag of de inhoud van de geheugenplaats PC gelijk is aan 1 wordt weer ontkennend beantwoord, en de vraag of de inhoud van de geheugenplaats PC kleiner is dan of gelijk is aan nul wordt bevestigend beantwoord. In aanspreking daarop wordt het signaal CLK weer 1 gemaakt.
30 De vraag of FLBIT gelijk is aan nul wordt weer bevestigend beantwoord en de adreswijzer ADPOINT wordt weer met 1 verhoogd. De adreswijzer ADPOINT wijst nu naar de geheugenplaats die twee plaatsen verder staat dan geheugenplaats met het merkteken GOAC en de inhoud van die geheugenplaats wordt nu neergezet in de geheugenplaats PC. Deze inhoud is een 35 getal dat kleiner is dan 25, bijv. 18. Zoals hiervoor beschreven wordt in aanspreking op de-eerstvolgende onderbreekpuls STPU het signaal CLK weer gelijk aan 1. In aanspreking op deze 0-1 overgang van het signaal CLK maakt de stappenmotor 153 een stap. Vervolgens blijft het signaal 8104591 . -18- CLK gelijk aan 1 totdat de inhoud van de geheugenplaats PC gelijk gewor-den is aan 2. In aanspreking op de dan volgende onderbreekpuls STPU wordt de inhoud van de geheugenplaats PC gelijk aan 1 en wordt het signaal CLK weer gelijk aan 0. In aanspreking op de daarop volgende onderbreek-5 puls STPU wordt het stgnaal CLK weer gelijk aan 1 en wordt de adreswijzer ADPOINT weer met 1 verhoogd waardoor de inhoud van de nu door de adreswijzer ADPOINT aangewezen volgende geheugenplaats wordt neergezet in de geheugenplaats PC. Op deze wijze worden de opeenvolgende geheugenplaatsen die zijn weergegeven in Fig. 6A afgewerkt totdat de geheugenplaats aan de 10 beurt is waarvan FLBIT gelijk is aan 1. Deze geheugenplaats bevat bijv. als inhoud het getal 8. Dat wil zeggen dat in aanspreking op de eerstvol-gende 6 onderbreekpulsen STPU,nadat de adreswijzer deze geheugenplaats heeft aangewezen,het uitgangssignaal CLK gelijk is aan 1. In aanspreking op de 7e onderbreekpuls STPU wordt de inhoud van de geheugenplaats 15 PC gelijk aan 1, en wordt in aanspreking daarop het signaal CLK gelijk aan 0. In aanspreking op de dan volgende 8e onderbreekpuls STPU wordt de inhoud van de geheugenplaats PC gelijk aan nul in aanspreking waarop CLK weer gelijk wordt aan 1. Omdat nu FLBIT niet gelijk is aan nul wordt de adreswijzer ADPOINT niet met 1 verhoogd en blijft wijzen naar deze 20 geheugenplaats. Via de uitgang N van het blok "FLBIT = 0", wordt ver-volgens opnieuw de inhoud van deze geheugenplaats in de geheugenplaats PC neergezet. Deze cyclus herhaalt zich keer op keer. De frequentie van de 0-1 overgangen in hetisignaal CLK is daardoor gelijk aan eSn achtste van de frequentie van de pul sen STPU. Daardoor wordt de stappenmotor 153 25 gestuurd met pul sen waarvan de frequentie Sen achtste is van de frequentie van de pul sen STPU. De stappenmotor 153 draai t nu synchroon met de pulsgenerator 150. Zoals beschreven in samenhang met Figuur 7 wordt vervolgens door het programma gekeken of de stappenmotor 153 tot stilstand moet worden gebracht.
30 Zolang dit niet het geval is zorgt het 1 zijn van FLBIT er voor dat de adreswijzer ADPOINT niet met 1 wordt verhoogd,zodat tel kens weer de inhoud van deze geheugenplaats in de geheugenplaats PC wordt neergezet. Zodra echter het signaal wordt gegeven aan de besturingseenheid 151 dat de stappenmotor 153 tot stil stand moet worden gebrach^wordt via de 35 uitgang Y van het blok "STO" de adreswijzer ADPOINT met 1 verhoogd.
In aanspreking op de daaropvolgende keer dat de inhoud van de geheugenplaats PC gelijk is aan nul,wordt via de uitgang Y van het blok "PC^O" het signaal CLK weer gelijk gemaakt aan 1, terwijl de vraag of FLBIT
8104591 -19- gelijk is aan nul weer bevestigd wordt beantwoord, In aanspreking daarop wordt nogmaals de adreswijzer ADPOINT met 1 verhoogd, en de inhoud van de daarbij behorende geheugenplaats in de geheugenplaats PC neergezet.
Op dezelfde wijze als hierboven beschreven worden nu achtereenvolgens de 5 geheugenplaatsen tot en met de geheugenplaats met het merkteken STOPDE door de adreswijzer ADPOINT aangewezen. De getallen in die geheugenplaatsen worden steeds groter waardoor de 0-1 overgangen van het signaal CLK met steeds grotere tussenpozen worden gegeven en de stappenmotor 153 steeds langzamer gaat draaien. Tenslotte bereikt de adreswijzer ADPOINT 10 de geheugenplaats met het merkteken STOPDE en zoals hierboven reeds beschreven heeft dat tot gevolg dat het signaal CLK niet meer verandert, en is de stappenmotor 153 tot stilstand gekomen.
In de hierboven gegeven beschrijving is steeds de inhoud van de geheugenplaats PC met 1 verminderd totdat die inhoud gelijk werd aan 15 nul. Andere wijzen van teller zijn binnen het kader van de uitvinding ook mogelijk. Te denken valt aan het steeds verhogen van de inhoud van de geheugenplaats PC totdat de inhoud ervan gelijk is aan de inhoud van de door de adreswijzer ADPOINT geadresseerde geheugenplaats.
Fig. 9 toont schematisch een doorsnede van een indirect electro-20 fotografisch kopieerapparaat 50. Het kopieerapparaat 50 omvat een origi-nelentransportinricbting 51, een optisch gedeelte 52, een procesgedeelte 53 en een kopiegedeelte 54.
De originelentransportinrichting omvat een invoertafel 61 waarop een te kopieren origineel 60 kan worden gereedgelegd. Oe originelentransport-25 inrichting omvat verder een transportbaan 62 waarin het origineel 60 langs een spleetvormig belichtingsvenster 63 kan worden gevoerd. Wissel 64 zorgt ervoor dat het origineel via een terugvoerbaan 65 kan worden teruggevoerd naar het belichtingsvenster 63 dan wel kan worden uitge-voerd naar een opvangbak 66. In de transportbaan 62 kan het origineel 30 worden getransporteerd door een aantal transportrollen die via tandriemen, schematisch aangegeven met streeplijnen, worden aangedreven door een stappenmotor 69. Een paar transportrollen 70 wordt aangedreven door een stappenmotor 71 en werkt samen met een opnemer 72 voor het bij iedere rondgang opnieuw positioneren van het origineel, zoals bijvoor-35 beeld beschreven in de terinzagegelegde Nederlandse octrooiaanvrage 7301199.
Het belichtingsvenster 63 kan worden verlicht door middel van een ver-lichtingsinrichting 73.
8104591 -20-
Een optisch systeem, bestaande uit een verplaatsbare lens 74 en een aan-tal spiegels 75,76 en 77, waarvan de spiegels 75 en 76 eveneens verplaats-baar zijn, beeldt het belichtingsvenster 63 met een van meerdere af-beeldingsmaatstaven af op een fotogeleidend medium 78.
5 Het fotogeleidend medium 78.is in Fig. 9 weergegeven als een trommel.
Het spreekt vanzelf dat andere uitvoeringsvormen voor het fotogeleidend medium, zoals een band zonder einde of een plaat evenzogoed mogelijk zijn. Het fotogeleidend medium 78 kan in de richting van de pijl A worden aangedreven met behulp van een synchroonmotor 79. Het procesgedeelte 10 53 omvat een oplaadstation 80, waarin het fotogeleidend medium 78 van een electrostatische lading wordt voorzien. Verder omvat het een be-lichtingsstation 81. Daarin wordt het beeld van het belichtingsvenster 63 op het medium 78 geprojecteerd, teneinde op het medium 78 een electro-statisch latent beeld te vormen van een langs het belichtingsvenster 15 63 getransporteerd origineel. Het procesgedeelte 53 omvat verder nog een ontwikkelstation 82, waarin het latente beeld kan worden ontwikkeld tot een zichtbaar beeld, een beeldoverdrachtstation 83 waarin het ontwikkel de beeld kan worden overgedragen vanaf het medium 78 naar een ont-vangstmateriaal, en een schoonmaakstation 84, waarin na de 20 overdracht op het medium 78 achtergebleven ontwikkelaar daarvan kan worden verwijderd. In Fig. 9 is slechts §en manier weergegeven waarop een electrostatisch latent beeld kan worden gevormd.
Verschillende andere manieren zijn bekend en kunnen eveneens worden toegepast binnen het kader van de onderhavige uitvinding.
25 In het beeldoverdrachtsstation 83 kan een ontwikkeld beeld worden overgedragen van het fotogeleidend medium 78 op een ontvangstmateriaaT dat vanaf een voorraad in de richting van de pijl C kan worden aangevoerd langs een transportbaan 86. Na de overdracht wordt dan het ontvangst-materiaal verder getransporteerd naar een fixeerinrichting 87 en ver-30 volgens afgevoerd langs een transportbaan 88 naar een opvangbak 89 of via uitvoer 90 naar enig andere inrichting ter verdere bewerking.
De besturing van het in Fig. 9 weergegeven kopieerapparaat vindt plaats door middel van een programmeerbare besturingseenheid 100, welke een centrale verwerkingseenheid, in- en uitgangen, een geheugen en een 35 interne besturing omvat. Door het geven van onderbreeksignalen aan een onderbreekingang van de besturingseenheid 100 kan de afwerking van een lopend programma-gedeelte worden onderbroken teneinde een ander programma-gedeelte met voorrang af te werken.
8104591 -21-
Voorzover van belang voor het begrijpen van de onderhavige uitvinding zijn enkele verbindingslijnen tussen de besturingseenheid 100 en andere elementen weergegeven. De synchroonmotor 79 is door middel van een vaste stof relais 101 verbindbaar met het lichtnet, schematisch aangegeven 5 met 102.Het relais 101 is via een lijn 103 verbonden met een uitgang van de besturingseenheid 100. Eveneens verbonden met het lichtnet 102 is een frequentievermenigvuldigende schakeling 104. Een stuuringang van de schakeling 104 is door middel van een lijn 105 verbonden met een uitgang van de besturingseenheid 100. De schakeling 104 heeft als 10 uitgangssignaal een pulssignaal waarvan de frequentie een, via een geschikt signaal op de stuuringang instelbaar, veelvoud is van de frequentie van het lichtnet (Fig.10). De uitgang van de schakeling 104 is zowel verbonden met twee schakelingen 106 en 107 van een type, zoals hiervoor beschreven in verband met de Figuren 1,..,4, als met een onderbreekingang 15 INT 1 van de besturingseenheid 100. De uitgangen van de schakelingen 106 en 107 zijn via de vermogensversterkers 108 en 109 respectievelijk verbonden met de stappenmotoren 69 en 71. De opnemer 72 is verbonden met een onderbreekingang INT van de besturingseenheid 100. Een bedienings-paneel 110 waarmee o.a. een gewenste afbeeldingsmaatstaf kan worden 20 gekozen en een startsignaal kan worden gegeven is via een lijn 111 verbonden met de besturingseenheid 100.
Het kopieerapparaat 50 werkt als volgt:
Door middel van het bedieningspaneel 110 geeft een bedieningspersoon aan de besturingseenheid het gewenste aantal kopieen te kennen dat 25 van het origineel 60 moet worden vervaardigd en met welke afbeeldingsmaatstaf dat moet plaatsvinden. Nadat het origineel 60 op de invoertafel 61 is gereedgelegd start de bedieningspersoon het kopieerproces door het bedienen van een daartoe aangebracht element op het bedieningspaneel 110.
30 In aanspreking daarop stuurt de besturingseenheid 100 over de lijn 103 een signaal naar het relais 101, waardoor het relais 101 de verbinding tot stand brengt tussen de synchroonmotor 79 en het lichtnet 102.
Daardoor draait de synchroonmotor 79 met een toerental dat in een directe relatie staat met de frequentie van het lichtnet 102. Tengevolge 35 daarvan is de transportsnelheid van het fotogeleidend medium 78 direct gerelateerd aan en synchroon met de frequentie van het lichtnet. Via de lijn 105 ontvangt de frequentievermenigvuldigende schakeling 104 van de besturingseenheid 100 een signaal waardoor de frequentie van het uit- 8104591 -22- gangssignaal van de schakeling 104 is aangepast aan de gewenste af-beeldingsmaatstaf. Het uitgangssignaal van de schakeling 104 is synchroon met het lichtnet en wordt toegevoerd aan de schakelingen 106 en 107.
In aanspreking op het starten van het kopieerproces geeft de besturings-5 eenheid 100 een signaal af op een lijn 112 waardoor de schakeling 106 via de versterker 108 de stappenmotor 69 op gang brengt en houdt. Het origineel 60 wordt vervolgens getransporteerd in de transportinrichting 51.
De transportsnelheid van het origineel 60 in de transportinrichting 51 10 wordt bepaald door de draaisnelheid van de stappenmotor 69.
Daar de draaisnelheid van de stappenmotor 69 weer wordt bepaald door de frequentie van het uitgangssignaal van de schakeling 104 en daar die frequentie een gedefinieerd veelvoud is van de frequentie van het lichtnet 102, is de transportsnelheid van het origineel 60 direct gerelateerd 15 aan en synchroon met de frequentie van het lichtnet 102, evenals de transportsnelheid van het fotogeleidend medium 78. Daardoor bewegen het origineel 60 en het fotogeleidend medium 78 synchroon met elkaar, waarbij de transportsnelheden zich verhouden als het omgekeerde van de afbeeldingsmaatstaf.
20 In de transportinrichting 51 wordt de voorlopende rand van het origineel 60 waargenomen door de opnemer 72, die daarop een onderbreeksignaal afgeeft aan de besturingseenheid 100. In aanspreking op het onderbreeksignaal van de opnemer 72 wordt het lopende programmagedeelte onder-broken en wordt met voorrang een programmagedeelte afgewerkt dat de 25 besturingseenheid 100 in staat zal stellen de pulsen te tellen die af-komstig zijn van de schakeling 104. Dat tellen gebeurt als volgt:
Tel kens als de schakeling 104 een puls genereert wordt deze puls zoals hierboven reeds beschreven toegevoerd aan de onderbreekingang van de besturingseenheid 100.
30 In aanspreking daarop wordt het lopende programma-gedeelte onderbroken en een ander programma-gedeelte met voorrang afgewerkt. Dat met voorrang af te werken programma-gedeelte zorgt ervoor dat de inhoud van een eerste geheugenplaats met een wordt verhoogd, van welke geheugenplaats de inhoud in aanspreking op het onderbreeksignaal van de opnemer 72 35 op nul was gezet. Nadat de inhoud van die geheugenplaats met een is verhoogd, wordt door middel van dat met voorrang af te werken programma- gedeelte de verhoogde inhoud verge!eken met een vast getal. Dat vaste getal is op een hieronder nog nader te beschrijven wijze gerelateerd 8104591 -23- · aan de afstand tussen de opnemer 72 en de transportrollen 70. Indien de verhoogde inhoud kleiner is dan het vaste getal keert de besturings-eenheid terug naar het onderbroken programmagedeelte. Indien de inhoud door de verhoging echter gelijk is geworden aan het vaste getal dan 5 geeft de besturingseenheid 100 een signaal af op de lijn 113 waardoor de schakeling 107 via de versterker 109 de stappenmotor 71 op gang brengt en houdt.
De relatie tussen het vaste getal en de genoemde afstand is de volgende: Tel kens als de schakeling 104 een vooraf bepaald aantal pul sen heeft 10 afgegeven geeft de schakeling 106 een puls af en maakt in aanspreking daarop de stappenmotor 69 een stap, d.w.z. verdraait over een vast-gelegde hoek. Via de tandriemen en transportrollen in de transportin-richting 51 komt die verdraaiing over een vastgelegde hoek overeen met het transport van het origineel 60 over een vastgelegde afstand.
15 Daarom kan de afstand tussen de opnemer 72 en de transportrollen 70 worden uitgedrukt als het aantal pul sen dat door de schakeling 104 wordt afgegeven aan de schakeling 106 en aan de onderbreekingang van de besturingseenheid 100 teneinde het orgineel 60 over die afstand te doen transporteren. Het vaste aantal zal iets groter zijn dan ditlaatst-20 genoemde aantal pul sen teneinde het origineel een bloes te laten vormen voor de rollen 70.
Daardoor kan zoals beschreven in de terinzagegelegde Nederlandse octrooi-aanvrage 7301199, een eventueel benodigde zijdelingse verplaatsing van de voorrand worden uitgevoerd. Nadat de eventueel benodigde zijde-25 lingse verplaatsing is uitgevoerd, geeft de besturingseenheid 100 het hierboven genoemde signaal af op de lijn 113. Teneinde een grote plaatsnauwkeurigheid van het origneel 60 te bereiken kunnen voor de stappenmotoren 69 en 71 typen worden gekozen met een kleine hoekverdraaiing per stap. Dit kan tot gevolg hebben dat de frequentie waarmee de pul sen 30 aan'de stappenmotor worden aangeboden, dit is de frequentie van het uitgangssignaal van de schakelingen 106 en 107, te hoog is om de stappenmotoren 69 en 71 vanuit stilstand op gang te brengen.Door middel van de schakeling 107 wordt de stappenmotor 71 nu op een gedefinieerde manier op gang gebracht. Zoals volgt uit de beschrijving behorende bij 35 Figuren 1,... ,8 zijn daardoor van de voorrand van het origneel 60, die immers in de kneep tussen de transportrollen 70 tot stilstand was gekomen, zowel de positie als de snelheid met grote nauwkeurigheid bekend, hetgeen van grote betekenis is voor het tenslotte met grote 8104591 -24- nauwkeurigheid positioneren van hdt beeld op het ontvangstmateriaal. De eindsnelheid, die door de voorrand van het origineel 60 moet worden bereikt is uiteraard de snelheid waarmee het overige deel van het origineel 60 door de transportinrichting 51 wordt getransporteerd. Deze 5 snelheid moet in ieder geval zijn bereikt voordat de voorrand in het belichtingsvenster 63 is gekomen.
Zoals hiervoot? beschreven heeft de combinatie van enerzijds stappen-motoren met hun beschreven besturing voor het transport van het origineel 60 en anderzijds een synchrone motor (die bijvoorbeeld een stappenmotor 10 kan zijn, maar ook een apder type synchrone motor kan zijn.) voor het transport van het fotogeleidend medium 78 tot gevolg, dat bij elke afbeeldingsmaatstaf de transportsnelheden van het origineel 60 en het fotogeleidend medium 78 volledig zijn gesynchroniseerd. Daardoor treedt er geen versmering op van het beeld, dat door het optisch gedeelte 52 15 op het fotogeleidend medium 78 wordt geprojecteerd.
Tijdens het verdere transport van het origineel 60 wordt dat in het belichtingsstation 81 afgebeeld op het ,in het oplaadstation 80 electrostatisch opgeladen, fotogeleidend medium 78, waardoor een electrostatisch latent beeld wordt gevormd. Het electrostatisch latente beeld 20 wordt vervolgens op bekende wijze ontwikkeld in het ontwikkelstation 82 en in het beeldoverdrachtsstation 83 overgedragen naar een ontvangstmateriaal. Daarna wordt de vervaardigde kopie gefixeerd in de fixeer-inrichting 87 en vervolgens afgelegd in de opvangbak 89 of uitgevoerd via uitvoer 90. Het fotogeleidend medium 78 wordt in het schoonmaak-25 station 84 ontdaan van eventueel er op achtergebleven ontwikkelmateriaal. Intussen is de voorrandvan het origineel 60 het belichtingsvenster 63 gepasseerd en verder getransporteerd in de richting van de wissel 64. Indien er van het origineel 60 meer dan een kopie moet worden vervaar-digd en de opnemer 72 de nalopende rand van het origineel 60 tijdig 30 heeft gedetekteerd voordat de voorlopende rand de wissel 64 heeft bereikt dan wordt de wissel 64 in de stand gezet waarin het origineel langs de terugvoerbaan 65 opnieuw naar het belichtingsvenster 63 kan worden gevoerd. Als het origineel 1 anger is wordt de wissel 64 in de stand gezet waarin het origineel kan worden uitgevoerd naar de opvangbak 66.
35 De besturing van de wissel 64 kan op hekende wijze zowel rechtstreeks plaatsvinden met behulp van tijd- of afstandmeetschakelaars als via een lengtemeting door middel van het tellen van de pul sen afkomstig van de schakeling 104 door de besturingseenheid 100.
8104591 ............ ;. \ .....
-25-
Op dezelfde wijze als hierboven beschreven met betrekking tot de voor-rand detekteert de opnemer 72 de achterrand van het origineel 60, geeft een onderbreeksignaal af aan de besturingseenheid 100 en wordt in aanspreking op dat onderbreeksignaal de inhoud van een tweede geheugen-5 plaats nul gemaakt en wordt in aanspreking op elke puls afkomstig van de schakeling 104 de inhoud van de tweede geheugenplaats met e§n verhoogd, totdat tenminste een tweede aantal pul sen is geteld. Dit aantal hoeft niet gelijk te zijn aan het eerder genoemde vaste getal omdat de opnemer 72 voor het detekteren van de voorrand en de achterrand van het origineel 10 60 twee gescheiden opneemelementen kan omvatten. Die twee opneemelementen kunnen zo zijn geplaatst dat de afstand ervan tot de transportrollen 70 niet gelijk is. Nadat het tweede aantal pul sen is geteld geeft de besturingseenheid 100 een signaal af aan de schakeling 107 via de lijn 113, waardoor de stappenmotor 71 tot stil stand wordt gebracht. Daar de 15 transportrollen 70 niets transporteren nadat de achterrand van het origineel is gepasseerd is het niet noodzakelijk de stappenmotor 71 op een gedefinieerde manier tot stil stand te brengen. In verband echter met de schokken die mogelijkerwijs kunnen optreden als de stappenmotor 71 en de rollen 70 abrupt tot stilstand worden gebracht verdient het 20 aanbeveling ook het tot stilstand brengen van de stappenmotor 71 op een gedefinieerde manier te doen plaatsvinden zoals beschreven in verband met de Figuren 1,...,8.
In het voorafgaande is beschreven hoe de besturingseenheid in het gebied tussen de opnemer 72 en de rollen 70 de positie van de voor-25 en de achterrand van het origineel kan vaststellen door de pul sen te tellen die afkomstig zijn van de schakeling 104. Opgemerkt dient te worden, dat het tellen door een programmeerbare besturingseenheid van onderbreeksignalen teneinde de positie van een bewegend voorwerp vast te stellen op zich reeds is beschreven in de ter inzagegelegde 30 Nederlandse octrooiaanvrage 7704160.
Tegelijkertijd met het genereren van het signaal op de lijn 113 teneinde de stappenmotor 71 op gang te brengen en te houden wordt de inhoud van een derde geheugenpl aats op nul gezet en tel kens met een verhoogd in aanspreking op een puls, afkomstig van de schakeling 104, aan de 35 betreffende onderbreekingang.
De inhoud van de derde geheugenplaats wordt na elke verhoging verge!eken met een getal dat overeenkomt met de lengte van de terugvoerbaan uitgedrukt in het aantal pul sen dat aan de stappenmotor 71 moet worden 8104591 4 -26- * toegevoerd om de voorrand van het origineel 60 weer in de kneep tussen de rollen 70 tot stil stand te doen komen.
Het gebruik van een derde geheugenplaats zoals hiervoor beschreven kan op de volgende wijze worden vermeden, waardoor die geheugenplaats voor 5 andere doeleinden kan worden gebruikt, De inhoud van de reeds eerder genoemde eerste geheugenplaats wordt na elke verhoging niet alleen verge! eken met het eerste vaste getal overeenkomend met de afstand van de opnemer 72 tot de transportrollen 70 maar ook met een tweede vast getal dat de lengte van de terugvoerbaan.uitgedrukt in een aantal pul sen, 10 aangeeft. Telkens als de.inhoud van de eerste geheugenplaats gelijk is geworden aan het tweede vaste getal wordt de inhoud van de eerste geheugenplaats gelijk gemaakt aan nul. Vervolgens wordt in aanspreking op elke puls afkomstig van de schakeling 104 de inhoud van de eerste geheugenplaats weer met een verhoogd. Omdat de lengte van de terugvoer-15 banen constant is en omdat het transport is gesynchroniseerd met de pulsen afkomstig van de schakeling 104 kan bij iedere rondgang van het origineel 60 weer gebruik worden gemaakt van hetzelfde eerste vaste getal. Ten gevolge van de bereikte synchronisatie behoeft de opnemer 72 slechts bij de eerste passage van het origineel 60 de voor- en de achterrand te 20 detekteren en niet meer bij volgende passages.
De besturing van het tot stil stand brengen van de rollen 70 kan plaats-vinden zowel kort nadat de achterrand van het origineel 60 is gepasseerd, waartoe de lengtemeting van het origineel 60 noodzakelijk issof vlak voordat de voorrand in de kneep tussen de rollen 70 tot stilstand moet 25 komen, waartoe slechts de lengte van de terugvoerbaan bekend hoeft te zijn. Nadat het gewenste aantal kopieSn is vervaardigd wordt het origineel 60 via de wissel 64 afgelegd in de opvangbak 66 en worden de stappenmbtoren 69 en 71 tot stilstand gebracht en het relais 101 afgeschakeld waardoor de motor 79 tot'stil stand komt.
30 Het is bekend voor de besturing van de bewerkingsstations van een electro-fotografisch kopieerapparaat pul sen te tellen die worden opgewekt door een pulsgenerator die synchroon wordt aangedreven met of door het bewegende fotogeleidende medium en telkens als een bepaald aantal pulsen is geteld sinds een startgebeurtenis een bij dat getelde aantal 35 behorende actie te doen plaatsvinden. Dergelijke besturingen zijn beschreven, uitgevoerd met een convent!one!e besturing, in het Amerikaanse octrooischrift 3,917,396,βη, uitgevoerd met een programmeerbare besturing, in de reeds genoemde teriozagegelegde Nederlandse octrooiaanvrage -ΓΛ.__ 8104591 -27- 7704160. Door de synchronisatie tussen het transport van het origineel 60 met behulp van de stappenmotoren 69 en 71 en het transport van het fotogeleidend medium 78 met behulp van de synchrone motor 79 is het niet meer noodzakelijk verschillende pulsgeneratoren te gebruiken die worden 5 aangedreven door het origineel 60 en het fotogeleidend medium 78.
Volstaan kan worden met het tellen van de pul sen afkomstig van de schake-ling 104. De pul sen gegenereerd door de schakeling 104 zijn door middel van het gebruik van een synchrone motor synchroon met het transport van het fotogeleidend medium 78 en zijn door middel van de stappenmotor 69 10 en 71 synchroon met het transport van het origineel 60 in de originelen-transportinrichting 51. Zo vormt de schakeling 104 een, onafhankelijke bron, die de betreffende onderbreeksignalen genereert voor de besturings-eenheid 100, zowel ten behoeve van de besturing van de bewerkingsstations langs de baan van het fotogeleidend medium 78 als ten behoeve van het 15 transport van het origineel 60.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat de frequentie waarmee de schakeling 104 pulsen genereert in het beschreven voorbeeld afhankelijk is van de gekozen afbeeldingsmaatstaf. Voor de besturing van de bewerkingsstations in de gedeelten 53 en 54 van het kopieerapparaat betekent dit 20 dat die pulsen niet altijd een vaste afstand vertegenwoordigen, maar slechts bij elke afbeeldingsmaatstaf afzonderlijkeen vaste afstand vertegenwoordi gen.
Het tellen\an de pulsen kan nu op verschillende raanieren gebeuren.
De eerste is (zie Fig. 11) dat de frequentie waarmee de pulsen aan de 25 uitgang van de schakeling 104 gegenereerd worden eerst in een deler 115 wordt gedeeld door een getal dat afhankelijk is van de afbeeldingsmaatstaf en dat de pulsen met de gedeelde frequentie worden toegevoerd aan de onderbreekingang van de besturingseenheid 100. De instelling van de deler 115 geschiedt door een signaal op een lijn 116 afkomstig 50 van de besturingseenheid 100, bijvoorbeeld door het inwerking stellen van een van meerdere electronische delers op een wijze zoals hieronder beschreven met betrekking tot de schakelaar 130 van Fig. 10.
De tweede is dat de getal!en,waarmee de inhouden van de verschillende voor het tellen gebruikte geheugenplaatsen moeten worden vergeleken, 35 voor een van de afbeeldingsmaatstaven zijn opgenomen in een leesgeheugen (ROM) van de besturingseenheid 100 en bij elke kopieercyclus met een van de gekozen afbeeldingsmaatstaf afhankelijk getal worden vermenig-vuldigd. De vermenigvuldigde getallen worden gedurende de 8104591 -28- betreffende kopieercyclus opgeslagen in een lees/schri jfgeheugen en gebruikt als de vaste getailen waarmee de genoemde inhouden worden verge!eken.
In Fig.10 is een blokschema van de frequentievermenigvuldiger 104 5 weergegeven. De frequentievermenigvuldiger 104 omvat een scheidingstrans-formator 121 waarvan de ingang is verbonden met het lichtnet 102 en waarvan de uitgangen zijn verbonden met een dubbelfasige gelijkrichter 122. De gelijkrichter 122 is verbonden met een bandfliter 123 dat is afge-stemd op een frequentie die het dubbele is van de nominale frequentie 10 van het lichtnet. De uitgang van het bandfilter 123 is verbonden met de eerste ingang van een fase verge!ijkende schakeling 124. De uttgang van de schakeling 124 is op bekende wijze via een laagdoorlaatfilter (niet weergegeven) verbonden met de stuuringang van een spanningsge-stuurde oscillator 125. De uitgang van de oscillator 125 is verbonden zowel 15 met een 41-deler 126 als met een 29-deler 127. De uitgang van de 29-deler 127 is verbonden met een tweedeler 128, waarvan de uitgang via een deler 129 is verbonden met de tweede ingang van de schakeling 124.
De uitgangen van de delers 126,127 en 128 zijn resp. verbonden met de drie ingangen van een electronische driewegschakelaar 130.
20 Op een stuuringang van de schakelaar 130 is de Tijn 105 aaugesloten.
De lijn 105 omvat drie lijnen 105-a,105-b,105-c, waarvan er steeds §en een signaal voert. In aanspreking op deze signalen verbindt de driewegschakelaar 130 hetzij de uitgang van de deler 126, hetzij de uitgang van de deler 127, hetzij de uitgang van de deler 128 met de uitgang 25 van de driewegschakelaar 130. De uitgang van de schakelaar 130 is verbonden met de onderbreekingang INT 1 van de besturingseenheid 100 en met de ingang van de schakelingen 106 en 107. De schakelingen 106 en 107 zijn resp. via de lijnen 112 en 113 verbonden met de besturingseenheid 100. De besturingseenheid 100 vervult zo de functie van de signaalbron 45 30 van Fig. 2. De schakelingen 106 en 107 zijn op reeds eerder beschreven wijze via de versterkers 108 respectievelijk 109 verbonden met de stappenmotoren 69 respectievelijk 71.
De werking van de schakeling 104 is als volgt:
De transformator 121 transformeert de netspanning naar een lage wissel-35 spanning van dezelfde frequentie. De dubbelfasige gelijkrichter 122 zet deze wisselspanning om in een gepulseerde geTijkspanning met een frequentie die het dubbele is van de netfrequentie. Het bandfilter 123 verwijdert ongewenste frequenties uit de gepulseerde gelijkspanning 8104591 -29- voordat deze in de schakeling 124 wordt vergeleken met het uitgangs-signaal van de deler 129. Het uitgangssignaal van de schakeling 124 stuurt de oscillator 125 zodanig dat deze een wisselspannings- of gepulseerd gelijkspanningssignaal afgeeft met een zodanige frequentie, 5 dat deling van deze frequentie achtereenvolgens door 29, door 2 en door middel van de deler 129 een signaal oplevert met een frequentie gelijk aan het dubbele van de netfrequentie. Daar de deler 126 een 41-deler is ontstaan aan de uitgangen van de delers 128,126 en 127 signalen waarvan de frequenties zich verhouden als 1 : V2 : 2, overeenkomend met afbeel-10 dingsmaatstaven 1 : 1, 1 : /2 en 1 : 2 voor het kopieerapparaat 50.
Ingeval het kopieerapparaat andere afbeeldingsmaatstaven kent is het door toevoegen en aanpassen van de delers tussen de uitgang van de oscillator 125 en de tweede ingang van de schakeling 124 eenvoudig mogelijk een signaal met de bijbehorende frequentie te genereren.
15 In het voorgaande is de uitvinding beschreven aan de hand van de toepassing er van in een kopieerapparaat werkend volgens het indirect electrofotografische procede. Uitdrukkelijk zij vermeld dat de toepassing van de uitvinding niet is beperkt tot dit type kopieerapparaten en dat de uitvinding met dezelfde voordelen kan worden toegepast in kopieerapparaten 20 werkend volgens een van de vele andere bekende procedes, die het mogelijk maken van een origineel §en of meerdere kopieen te ver-vaardigen.
810459!
Claims (4)
1. Kopieerapparaat omvattend een beeldelement waarop een van een origi-neel afgeleid beeld kan worden aangebracht en dat door middel van tenminste een synchroonmotor langs een aantal bewerkingsstations kan worden gevoerd en een originelentransportinrichting waarin het origineel door middel van 5 tenminste een synchroonmotor synchroon met het beeldelement kan worden getransporteerd met het kenmerk, dat een besturingsinrichting (100) aanwezig is welke de bewerkingsstations(52,53,54) stuurt in af-hankelijkheid van door een telinrichting (100) getelde pulseh, die synchroon met de beweging van het beeldelement. (78) worden opgewekt 10 en dat een pulsopwekkende schakeling (104) aanwezig is die met een in-gang is verbonden met de voedingsspanningsbron (102) voor tenminste §§n van de synchroonmotoren (69,71,79) welke voedingsspanningsbron (102) een signaal afgeeft met een eerste wisselspanningscomponent, welke schakeling (104) aan een uitgang de genoemde pul sen opwekt met een frequentie 15 die steeds evenredig is met de frequentie van de eerste wisselspannings-component en dat de voedingsspanningsbronnen (106,108,107,109) voor de andere synchroonmotoren (69,71) zijn verbonden met de genoemde voedingsspanningsbron (102) voor het opwekken van signalen met een wisselspannings-camponent waarvan de frequentie steeds evenredig is met de frequentie 20 van de eerste wisselspanningscomponent.
2. Kopieerapparaat volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat tenminste een van de synchroonmotoren (69,71,79) een stappenmotor (69,71) is, en dat de uitgang van de pulsopwekkende schakeling (104) is verbonden met middelen (106,107) welke in aanspreking op de pulsen signaalpulsen 25 genereren ten behoeve van het aansturen van tenminste die ene stappenmotor (69,71).
3. Kopieerapparaat volgens conclusie 1 of 2 met het kenmerk, dat de originelentransportinrichting (51) is voorzien van tenminste een stappenmotor (69,71) en dat tenminste de ene synchroonmotor (79) 30 ten behoeve van het voeren van het gevoelig element (78) langs de bewerkingsstations (52,53,54) een ander type synchroonmotor is.
4. Programmeerbare besturing voor een kopieerapparaat, omvattend tenminste een onderbreekingang voor het in aanspreking op een aan die onderbreekingang toegevoerde onderbreekpuls onderbreken van een lopend 35 programme en met voorrang afwerken van een onderbreekprogramma , welk kopieerapparaat is voorzien van een transportinrichting voor een te 8104591 -31- kopieren origineel envaneen transportinrichting voor een beeldelement, waarop een van het origineel afgeleid beeld kan worden gevormd en van middelen voor het opwekken van eerste onderbreekpulsen synchroon met het transport van het origineel en van tweede onderbreek-5 pul sen synchroon met het transport van het beeldelement met het kenmerk, dat elk van de transport!nrichtingen tenminste een synchroonmotor (69,71, 79) omvat, dat een bron (102) aanwezig is welke een signaal afgeeft met een wisselspanningscomponent, dat middelen (101,104) aanwezig zijn, verbonden met de bron (102), voor het voor elk van de synchroonmotoren 10 (69,71,79) afleiden van een stuursignaal uit de wisselspanningscomponent van het bronsignaal, welke stuursignalen een wisselspanningscomponent omvatten waarvan de frequentie steeds evenredig is met de frequentie van de wisselspanningscomponent van het bronsignaal en dat de wisselspanningscomponent van een van de stuursignalen de onderbreekpulsen 15 vormt. 8104591
Priority Applications (5)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8104591A NL8104591A (nl) | 1981-10-08 | 1981-10-08 | Kopieerapparaat en een besturing voor een kopieerapparaat. |
| DE8282201234T DE3274503D1 (en) | 1981-10-08 | 1982-10-04 | Copying machine and a control system for the same |
| EP82201234A EP0077095B1 (en) | 1981-10-08 | 1982-10-04 | Copying machine and a control system for the same |
| US06/432,835 US4526461A (en) | 1981-10-08 | 1982-10-05 | Copying machine control system |
| JP57176015A JPS5872958A (ja) | 1981-10-08 | 1982-10-06 | 複写機及び該複写機用制御システム |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8104591 | 1981-10-08 | ||
| NL8104591A NL8104591A (nl) | 1981-10-08 | 1981-10-08 | Kopieerapparaat en een besturing voor een kopieerapparaat. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8104591A true NL8104591A (nl) | 1983-05-02 |
Family
ID=19838195
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8104591A NL8104591A (nl) | 1981-10-08 | 1981-10-08 | Kopieerapparaat en een besturing voor een kopieerapparaat. |
Country Status (5)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4526461A (nl) |
| EP (1) | EP0077095B1 (nl) |
| JP (1) | JPS5872958A (nl) |
| DE (1) | DE3274503D1 (nl) |
| NL (1) | NL8104591A (nl) |
Families Citing this family (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPH0750371B2 (ja) * | 1985-05-16 | 1995-05-31 | 神鋼電機株式会社 | カラー複写機 |
| JPS626279A (ja) * | 1985-07-02 | 1987-01-13 | Konishiroku Photo Ind Co Ltd | 露光装置 |
| JPS626282A (ja) * | 1985-07-02 | 1987-01-13 | Konishiroku Photo Ind Co Ltd | 電子複写機のトリミング制御装置 |
| JPS62147164A (ja) * | 1985-12-20 | 1987-07-01 | Canon Inc | 走査装置 |
| US5086319A (en) * | 1989-11-17 | 1992-02-04 | Xerox Corporation | Multiple servo system for compensation of document mis-registration |
| US5506658A (en) * | 1992-06-15 | 1996-04-09 | Minolta Camera Kabushiki Kaisha | Sheet feeding apparatus and automatic document feeder |
| KR100449746B1 (ko) * | 2002-11-22 | 2004-09-22 | 삼성전자주식회사 | 화상 형성장치의 화상 입력 및 기록매체 공급 제어방법 및장치 |
Family Cites Families (13)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE1588313A1 (de) * | 1967-12-06 | 1970-12-10 | Hell Rudolf Dr Ing Fa | Verfahren zum Antrieb von Trommel-Klischiermaschinen |
| US3746957A (en) * | 1970-09-16 | 1973-07-17 | Polygraph Leipzig | Apparatus for remote control of positioning and drive members for printing machines |
| NL154838B (nl) * | 1973-01-29 | 1977-10-17 | Oce Van Der Grinten Nv | Inrichting voor het kopieren van velvormige originelen. |
| JPS52142519A (en) * | 1976-05-23 | 1977-11-28 | Ricoh Co Ltd | Timing signal generator for copying machine |
| JPS52142520A (en) * | 1976-05-23 | 1977-11-28 | Ricoh Co Ltd | Timing signal generator for copying machine |
| JPS53121622A (en) * | 1977-03-31 | 1978-10-24 | Ricoh Co Ltd | Sequence control method of copying machine |
| JPS5474749A (en) * | 1977-11-28 | 1979-06-15 | Ricoh Co Ltd | Control system of copying machine by microcomputer |
| JPS54137350A (en) * | 1978-04-18 | 1979-10-25 | Olympus Optical Co Ltd | Zerographic apparatus |
| JPS54141134A (en) * | 1978-04-24 | 1979-11-02 | Minolta Camera Co Ltd | Control system of mechanical apparatus |
| JPS5541427A (en) * | 1978-09-18 | 1980-03-24 | Canon Inc | Copying and recording apparatus |
| JPS5674260A (en) * | 1979-11-22 | 1981-06-19 | Ricoh Co Ltd | Copying machine and its peripheral apparatus |
| US4287461A (en) * | 1979-12-06 | 1981-09-01 | International Business Machines Corporation | Motor driving system |
| US4332461A (en) * | 1979-12-06 | 1982-06-01 | Ibm Corporation | Electrical drive for scanning optics in a continuously variable reduction copier |
-
1981
- 1981-10-08 NL NL8104591A patent/NL8104591A/nl not_active Application Discontinuation
-
1982
- 1982-10-04 DE DE8282201234T patent/DE3274503D1/de not_active Expired
- 1982-10-04 EP EP82201234A patent/EP0077095B1/en not_active Expired
- 1982-10-05 US US06/432,835 patent/US4526461A/en not_active Expired - Fee Related
- 1982-10-06 JP JP57176015A patent/JPS5872958A/ja active Pending
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| JPS5872958A (ja) | 1983-05-02 |
| EP0077095B1 (en) | 1986-11-26 |
| US4526461A (en) | 1985-07-02 |
| EP0077095A1 (en) | 1983-04-20 |
| DE3274503D1 (en) | 1987-01-15 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| EP0030282B1 (en) | Electrophotographic copier with reduction mode facility and control of scanning carriage | |
| US4455018A (en) | Document feeder electronic registration gate | |
| EP0118137A1 (en) | Transfer device | |
| US4416534A (en) | Apparatus and method for registering copy sheets in a variable pitch reproduction machine | |
| NL8104590A (nl) | Werkwijze en inrichting voor het aansturen van een stappenmotor. | |
| EP0261975A2 (en) | Document feeders | |
| US4260241A (en) | Copying apparatus | |
| NL8104591A (nl) | Kopieerapparaat en een besturing voor een kopieerapparaat. | |
| US5467173A (en) | Speed control circuit for an optical scanning system driving motor for an image forming apparatus | |
| EP0056693A2 (en) | Scanning optics copier with adjustable copy pitch | |
| JPS5825663A (ja) | 複写装置 | |
| US4395118A (en) | Copying apparatus | |
| DE3687827T2 (de) | Kopiergeraet. | |
| DE3346512C2 (nl) | ||
| JPS6091342A (ja) | 像形成装置の原稿走査制御装置 | |
| US4713674A (en) | Exposure device for sheets | |
| DE3500210C2 (nl) | ||
| JP2610279B2 (ja) | 画像形成装置 | |
| JP3195473B2 (ja) | 画像形成装置 | |
| JP2889274B2 (ja) | 画像形成装置 | |
| JPH05294520A (ja) | 用紙搬送装置 | |
| JPH04334162A (ja) | 入力線周波数の変動を補償する方法及び装置 | |
| JPS63218470A (ja) | 搬送系の速度制御装置 | |
| JPS6321184B2 (nl) | ||
| JPS62237469A (ja) | 複写制御装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1B | A search report has been drawn up | ||
| BV | The patent application has lapsed |