NL2011869C2 - Systeem en werkwijze voor het afgeven van waardebiljetten. - Google Patents

Systeem en werkwijze voor het afgeven van waardebiljetten. Download PDF

Info

Publication number
NL2011869C2
NL2011869C2 NL2011869A NL2011869A NL2011869C2 NL 2011869 C2 NL2011869 C2 NL 2011869C2 NL 2011869 A NL2011869 A NL 2011869A NL 2011869 A NL2011869 A NL 2011869A NL 2011869 C2 NL2011869 C2 NL 2011869C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
notes
cash
conveyor
cassettes
banknote
Prior art date
Application number
NL2011869A
Other languages
English (en)
Inventor
Jan Steert
Original Assignee
Global Cash Solutions B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Global Cash Solutions B V filed Critical Global Cash Solutions B V
Priority to NL2011869A priority Critical patent/NL2011869C2/nl
Priority to PCT/NL2014/050817 priority patent/WO2015080588A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2011869C2 publication Critical patent/NL2011869C2/nl

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G07CHECKING-DEVICES
    • G07DHANDLING OF COINS OR VALUABLE PAPERS, e.g. TESTING, SORTING BY DENOMINATIONS, COUNTING, DISPENSING, CHANGING OR DEPOSITING
    • G07D11/00Devices accepting coins; Devices accepting, dispensing, sorting or counting valuable papers
    • G07D11/10Mechanical details
    • G07D11/12Containers for valuable papers
    • G07D11/135Remote note containers

Landscapes

  • Physics & Mathematics (AREA)
  • General Physics & Mathematics (AREA)
  • Pile Receivers (AREA)

Description

Titel: Systeem en werkwijze voor het afgeven van waardebiljetten
De uitvinding heeft betrekking op een systeem voor het afgeven van waardebiljetten, in het bijzonder bankbiljetten en/of cheques,
Geld, en in het bijzonder bankbiljetten, wordt ingenomen en gedistribueerd door banken. Voor transport van de bankbiljetten van en naar de banken worden veelal hoogbeveiligde waardetransportauto’s ingezet. Voordat de bankbiljetten naar de banken wordt vervoerd wordt het veelal eerst tijdebjk opgeslagen en geteld in hoogbeveihgde geldtelcentrales.
De bankbiljetten worden in de geldtelcentrale bijvoorbeeld in sealbags® aangeleverd, in welke sealbags® het geld ongeordend en/of in ongeordende pakketten is opgeslagen. Het geld wordt door een operator uit de sealbags® gehaald en in geldtehnrichtingen gevoerd. De geldtehnrichting sorteert en telt de bankbiljetten, zodat getelde pakketten van biljetten van hetzelfde type uit de geldtehnrichting worden gevoerd. Vervolgens worden de pakketten in bundels gebonden, bijvoorbeeld doordat er een bandje omheen wordt geplaatst.
De getelde en gesorteerde bundels van bankbiljetten worden vervolgens naar een opslaginrichting gevoerd, bijvoorbeeld door de operator. De hoeveelheid en het type bankbiljetten, en de exacte opslaglocatie binnen de opslaginrichting worden handmatig door de operator geregistreerd.
Wanneer bijvoorbeeld door een bank of door het opslagbedrijf zelf een order wordt geplaatst, wordt het geld uit de opslaginrichting gehaald en opnieuw geteld voordat het naar de bank wordt getransporteerd. Alle acties in de geldtelcentrale gebeuren in principe onder toeziend oog van camera’s.
Ondanks dat de gebieden waarbinnen het geld wordt opgeslagen streng zijn beveibgd, komt het voor dat bankbiljetten kwijt raken. Bijvoorbeeld kan het zijn dat een operator die binnen de geldcentrale werkt geld probeert te ontvreemden. Ook kunnen er andere redenen zijn voor het zoek raken van geld.
Het Nederlandse octrooi NL2001563 beschrijft werkwijze en geldtelcentrale waarmee bankbiljetten binnen een afgebakend gebied automatisch geteld en gebundeld kunnen worden opgeslagen, nadat deze door een invoer in het afgebakende gebied zijn.
Verder is het bekend om geldpakketten op bestelling te leveren, vanuit een geldcentrale. Hiertoe dient doorgaans een aantal medewerkers (van enkele medewerkers tot meer dan 100) beschikbaar te zijn, om de orders handmatig samen te stellen.
De onderhavige uitvinding beoogt een verbetering, en in bijzonder een efficiëntere en kostengunstige manier van het afgeven van waardebiljetten, bijvoorbeeld voor het verwerken van orders.
Volgens een eerste aspect van de uitvinding wordt hiertoe voorzien in een systeem volgens de maatregelen van conclusie 1.
Een systeem voor het afgeven van waardebiljetten, in het bijzonder bankbiljetten en/of cheques, omvat op voordelige wijze: -ten minste één geldautomaat (e. ATM, Automated Teller Machine), waarbij elke geldautomaat is voorzien van verscheidene uitneembare cassettes voor het houden van biljetten, waarbij de geldautomaat is voorzien van een afgeefopening en van bestuurbare middelen om een aantal zich tijdens gebruik in de cassettes bevindende biljetten uit de cassettes te nemen, en via de afgeefopening in de vorm van een biljetstapel af te geven; -een zich langs de ten minste ene geldautomaat uitstrekkende transporteur; -een zich tussen de ten minste ene geldautomaat en de transporteur opgestelde buffereenheid voor het verzamelen van verscheidene door de geldautomaat afgegeven biljetstapels, waarbij de buffereenheid is ingericht voor het aan de transporteur afgeven van door de buffereenheid verzamelde biljetstapels.
Op deze manier kan een relatief grote hoeveelheid geld op efficiënte wijze worden afgegeven, bijvoorbeeld ten behoeve van het samenstellen van een bestelling.
De buffereenheid kan verschillende (in het bijzonder achtereenvolgende) geldafgiftes van de geldautomaat verzamelen, en het zo verzamelde geld aan de transporteur afgeven voor verdere verwerking (bijvoorbeeld ten behoeve van verpakking en vervolgens verzending naar een besteller van een geldbestelling). Volgens een niet-limitatieve uitwering is genoemde geldautomaat ingericht om een stapel van maximaal circa 100 biljetten per keer af te geven. Een af te geven limiet kan bijvoorbeeld begrensd zijn door de grootte van de afgifteopening maar dat is niet noodzakelijk.
De buffereenheid kan bijvoorbeeld zijn ingericht om ten minste twee van dergebjke stapels te houden, in welke geval de afgeefcapaciteit is verdubbeld. Volgens een nadere uitwerking kan de buffereenheid zijn ingericht om ten minste 250 biljetten te verzamelen, bij voorkeur gestapeld, alvorens die biljetten aan de transporteur af te geven.
Een geldautomaat (ATM) is op zichzelf uit de stand der techniek bekend, en is doorgaans ingericht om slechts een relatief kleine hoeveelheid geld per keer af te geven. Het afgeven van geld geschiedt doorgaans onder invloed van een stuursignaal (bijvoorbeeld een opdrachtsignaal “geef een X aantal biljetten van valuta Y met waarde Z af’), hetgeen de vakman duidelijk zal zijn. De geldautomaat kan op zichzelf bijvoorbeeld zijn voorzien van een besturing, ingericht voor het verwerken van een genoemd stuursignaal, en voor het overeenkomstig het stuursignaal laten uitvoeren van de geldafgifte. Volgens een nadere uitwerking is het systeem voorzien van een centrale besturing, ingericht om de ten minste ene geldautomaat aan te sturen (bijv. door genoemde stuursignalen naar de besturing van de ten minste ene geldautomaat te zenden, via geschikte communicatiemiddelen, bijvoorbeeld daarvoor ingericht een communicatie-of computernetwerk).
Een tweede aspect van de uitvinding, welk aspect met het eerste aspect kan worden gecombineerd, biedt een systeem voor het afgeven van waardebiljetten, omvattende: -ten minste één geldautomaat, waarbij elke geldautomaat is voorzien van verscheidene uitneembare cassettes voor het houden van biljetten, waarbij de geldautomaat is voorzien van een afgeefopening en van bestuurbare middelen om een aantal zich tijdens gebruik in de cassettes bevindende biljetten uit de cassettes te nemen, en via de afgeefopening) in de vorm van een biljetstapel af te geven; -een zich langs de ten minste ene geldautomaat uitstrekkende transporteur; transportmiddelen om een zich in de afgeefopening bevindende biljetstapel uit te nemen en vanaf een positie boven de transporteur een valbeweging te laten maken, waarbij bij voorkeur een valversneller is voorzien voor het versnellen van de genoemde valbeweging van een biljetstapel.
Op deze manier kunnen stapels biljetten snel en betrouwbaar tussen verschillende verticale posities worden gebracht, in het bijzonder tijdens het van de geldautomaat afvoeren van biljetten. Uiteenvallen van een stapel kan hierbij goed worden tegengegaan. Een genoemde valversneller kan bijvoorbeeld een massa omvatten welke op een biljetstapel drukt tijdens de valbeweging, in het bijzonder een massa met een gewicht dat hoger is dan een gewicht van een bovenste deel van de vallende stapel zelf. Een gezamenlijke val van de stapel en valversneller is bij voorkeur een in hoofdzaak vrije val, in hoofdzaak onder invloed van zwaartekracht.
Een derde aspect van de uitvinding, welk aspect met het eerste en/of tweede aspect kan worden gecombineerd, biedt een systeem voor het afgeven van waardebiljetten, omvattende: -een reeks geldautomaten, waarbij elke geldautomaat is voorzien van verscheidene uitneembare cassettes voor het houden van biljetten, waarbij de geldautomaat is voorzien van een afgeefopening en van bestuurbare middelen om een aantal zich tijdens gebruik in de cassettes bevindende biljetten uit de cassettes te nemen, en via de afgeefopening in de vorm van een biljetstapel af te geven; -een zich langs de geldautomaten uitstrekken de afvoertransporteur; -middelen voor het naar de afvoertransporteur overbrengen van door de geldautomaten afgegeven biljetten; waarbij, gezien in een transportrichting van de transporteur, een meest stroomopwaarts geldautomaat in hoofdzaak of geheel is gevuld met biljetten van een eerste valuta bijvoorbeeld biljetten die relatief vaak in bestelhngen voorkomen (bijvoorbeeld Amerikaanse dollars en/of Britse Ponden), waarbij een meest stroomafwaartse geldautomaat in hoofdzaak geen biljetten van genoemde eerste valuta bevat. Een meest stroomafwaartse geldautomaat bevat dan bij voorkeur slechts biljetten van een of meer valuta die relatief weinig in geldbestellingen voorkomen (althans substantieel minder dan genoemde eerste valuta). Informatie betreffende de valuta zijn doorgaans op elk van de biljetten beschikbaar (met een algemeen bekend logo en/of de naam van de valuta).
Door juist deze in bestellingen veel voorkomende biljetten in een stroomopwaarts deel van de reeks onder te brengen, en bijvoorbeeld biljetten van valuta die minder in trek zijn in een stroomafwaarts deel, kan het systeem relatief snel grote aantallen van onderling verschillende bestelhngen afhandelen, met zo min mogelijk stilstand van de afvoertransporteur.
Voorts biedt de uitvinding een werkwijze voor het afgeven van waardebiljetten, waarbij een systeem volgens de uitvinding wordt gebruikt, waarbij ten minste een aantal van de cassettes met waardebiljetten wordt gevuld waarbij de geldautomaten worden bestuurd voor het afgeven van biljetten, via de respectieve afgeefopening, waarbij afgegeven biljetten via de transporteur worden afgevoerd, waarbij in het bijzonder stapels van biljetten op de transporteur worden gevormd.
Volgens een nadere uitwerking kan bestellingsinformatie worden gebruikt, betreffende verscheidene bestellingen van waardebiljetten, in het besturen van de geldautomaten.
Nadere, extra voordelige uitwerkingen van de uitvinding zijn beschreven in de volgconclusies. De uitvinding zal thans nader worden toegelicht aan de hand van een tekening waarin een niet-limitatief uitvoeringsvoorbeeld wordt getoond.
Figuur 1 toont een perspectivisch vooraanzicht van een uitvoeringsvoorbeeld;
Figuur 2 toont een zijaanzicht van het in Fig. 1 getoonde voorbeeld;
Figuur 3 toont een achteraanzicht, in perspectief, van een deel van het in Fig. 1 getoonde uitvoeringsvoorbeeld;
Figuur 4 toont een perspectivisch aanzicht van een cassette van het uitvoeringsvoorbeeld;
Figuur 5 toont een detail van het in Fig. 2 getoonde zijaanzicht;
Figuur 6 toont een perspectivisch aanzicht van een grijper van het in Fig. 1 getoonde voorbeeld;
Figuur 7 toont een eerste stap van het afgeven van waardebiljetten;
Figuur 8 toont een tweede stap van het afgeven van waardebiljetten;
Figuur 9 toont een derde stap van het afgeven van waardebiljetten;
Figuur 10 toont een vierde stap van het afgeven van waardebiljetten;
Figuur 11 toont een vijfde stap van het afgeven van waardebiljetten; en
Figuur 12 toont het door de buffereenheid aan de transporteur afgeven van biljetstapels.
Gelijke of overeenkomstige maatregelen worden met gelijke of overeenkomstige verwijzingstekens aangeduid.
De tekeningen tonen een voorbeeld van een systeem voor het afgeven van waardebiljetten, in het bijzonder bankbiljetten, cheques, of beide. Genoemde cheques kunnen bijvoorbeeld bankcheques of reischeques omvatten. De biljetten vertegenwoordigen elk in het bijzonder een bepaalde hoeveelheid geld van een bepaalde valuta, omvatten echtheidskenmerken en dergelijke.
Het voorbeeld is voorzien van een aantal geldautomaten 1 (acht automaten in dit voorbeeld), welke in dit voorbeeld een rij naast elkaar zijn op gesteld. In het bijzonder omvat het systeem een frame 60 waarop de automaten 1 zijn gefixeerd. De automaten kunnen ook op een andere manier dan in een rij zijn opgesteld. Volgens een nadere uitwerking kan het systeem zijn voorzien van een relatief groot aantal automaten 1, bijvoorbeeld ten minste vijftien, bijvoorbeeld ten minste twintig, welke bijvoorbeeld in dezelfde rij of in verscheidene rijen of anderszins zijn op gesteld.
Elke geldautomaat 1 is voorzien van verscheidene, op zichzelf bekende uitneembare geldcassettes la voor het houden van biljetten. De automaat kan bijvoorbeeld een aantal (bijv. ten minste vijf, in het voorbeeld zeven) sleuven omvatten voor ontvangst van de cassettes la. In het voorbeeld zijn de sleuven in een verticale reeks opgesteld. De sleuven zijn via een achterzijde van de automaat 1 toegankelijk voor het via de achterzijde inschuiven en uitschuiven van een cassette. Volgens een nadere uitwerking zijn de geldcassettes losneembaar aan een behuizing van de automaat vergrendelbar. Elke cassette la is doorgaans voorzien van een handvat lb (zie Fig. 4), en bijvoorbeeld een signaleringsbron (bijv. lichtbron) lc om een signaal af te geven wanneer de cassette leeg is. Volgens een nadere uitwerking kan een leeg-signalering aan een genoemde centrale besturing worden doorgeven, waarbij de besturing bijvoorbeeld een cassette-vulopdracht kan genereren.
Een voorbeeld van een uitgenomen cassette is in Fig. 4 weergegeven. De cassette la is tijdens gebruik in het bijzonder met een stapel losse waardebiljetten van dezelfde soort (i.e. dezelfde waarde en dezelfde valuta) gevuld. De cassette la is bijvoorbeeld vulbaar met ten minste duizend biljetten, bij voorkeur ten minste tweeduizend biljetten.
Verder omvat de geldautomaat 1 een afgeefopening 2, alsmede op zichzelf bekende bestuurbare transportmiddelen om een aantal zich tijdens gebruik in de cassettes la bevindende biljetten uit de cassettes la te nemen, en via de afgeefopening (afgeefmond) 2 in de vorm van een biljetstapel B (zie Fig. 7) af te geven. Genoemde afgeefopening 2 bevindt zich in het voorbeeld aan een van genoemde achterzijde afgekeerde voorzijde van de automaat 1. De afgeefopeningen 2 van de verscheidene automaten 1 bevinden zich in dit voorbeeld op dezelfde hoogte (i.e. op eenzelfde verticaal niveau).
Een door de automaat 1 af te geven stapel biljetten B is doorgaans gemaximaliseerd tot een voorafbepaald aantal biljetten. In het bijzonder kan de stapel B uit niet meer dan 100 biljetten bestaan.
De automaat 1 omvat een niet weergegeven besturing voor het regelen van de afgifte van biljetten, in het bijzonder onder invloed van een stuursignaal. Bij voorkeur is het systeem tevens voorzien van een niet weergegeven centrale besturing, ingericht om verscheidene geldautomaten 1 aan te sturen (bijv. door genoemde stuursignalen naar de besturing van de ten minste ene geldautomaat te zenden, via geschikte communicatiemiddelen, bijvoorbeeld daarvoor ingericht een communicatie-of computernetwerk). Bij voorkeur is elke geldautomaat 1 bestuurbaar voor het achtereenvolgens afgeven van verscheidene biljetstapels B. Verder kan het systeem bijvoorbeeld zijn voorzien van een geheugen (bijvoorbeeld onderdeel van genoemde centrale besturing) voor het opslaan van informatie betreffende de cassettes van elke geldautomaat, bijvoorbeeld informatie betreffende het type biljet per cassette.
Het systeem is voorzien van een zich langs de ten minste ene geldautomaat 1 uitstrekken de transporteur 10. De transporteur 10 kan op verschillende manieren zijn uitgevoerd, bijvoorbeeld als transportband of dergelijke. Een bovenzijde van de transporteur 10 strekt zich in het bijzonder langs een in hoofdzaak horizontale baan langs de voorzijde van de automaten 1 uit, voor ontvangst van de waardebiljetten, en in het bijzonder op een verticaal niveau dat lager ligt dan een verticaal niveau waarop de afgeefopeningen 2 van de automaten zich bevinden.
Met voordeel omvat het systeem bij elke geldautomaat een buffereenheid 20, voor het verzamelen van verscheidene door de geldautomaat afgegeven biljetstapels B. De buffereenheid 20 is ingericht voor het aan de transporteur 10 afgeven van door de buffereenheid verzamelde biljetstapels B.
De onderhavige buffereenheid 20 is voorzien van een oplegvlak 21 (zie Fig. 9 en Fig. 11) voor het daarop verzamelen van een aantal biljetstapels B. Het oplegvlak 21 kan bijvoorbeeld een horizontale bovenzijde van een ondersteuningsmiddel bijvoorbeeld een al dan niet metalen plaat of dergelijke, zijn.
Fig. 12 toont een deel van het systeem waarbij drie biljetstapels B op een genoemd oplegvlak 21 zijn verzameld, waarbij de drie stapels B een verzamelstapel vormen. Elk oplegvlak 21 strekt zich in dit voorbeeld recht boven de transporteur 20 uit (zei Fig. 12). In het bijzonder is de buffereenheid 20 ingericht om een stapel van daardoor verzamelde biljetstapels B op de transporteur 10 te laten vallen. Hiertoe kan het oplegvlak 21 bijvoorbeeld tussen een eerste positie (zie Fig. 11) en een tweede positie (zie Fig. 12) verplaatsbaar zijn, waarbij het oplegvlak bij de eerste positie een genoemde stapel kan ontvangen en vormen, waarbij het oplegvlak de stapel laat vallen tijdens de beweging naar zijn tweede positie (zie Fig. 12). In het onderhavige voorbeeld is het oplegvlak 20 hiertoe tussen de eerste en tweede positie (onder invloed van een aandrijving) horizontaal transleerbaar op gesteld, waarbij verplaatsing van het vlak 20 leidt tot het daarvan afschuiven van de stapels B, al dan niet onder invloed van zich langs die stapels uitstrekkende stopmiddelen 22.
Het systeem is bij voorkeur voorzien van transportmiddelen 5 om een zich in de afgeefopening bevindende biljetstapel naar de buffereenheid 20 over te brengen. De transportmiddelen 5 kunnen zijn ingericht om de biljetstapel uit de afgeefopening te nemen en op de buffereenheid 20 te laten vallen.
In het voorbeeld omvatten de transportmiddelen hiertoe een grijper (zie Fig. 6) voor het grijpen van een via de afgeefopening 2 afgegeven stapel biljetten. De grijper is in horizontale richting transleerbaar opgesteld, met de horizontale beweging onder invloed van een daartoe ingerichte aandrijving. Bij een eerste horizontale stand van de grijper (zie Fig. 7, 8) bevindt de grijper ((althans een biljetoplegvlak 15a daarvan) zich nabij de afgeefopening 2, voor het aangrijpen van biljetten. Bij een van de afgeefopening 2 afbewogen tweede horizontale stand (zie Fig. 9) bevindt de grijper (althans een biljetoplegvlak 15a daarvan) zich op een positie boven de genoemde buffereenheid 20, en in het voorbeeld in het bijzonder tevens boven de transportband 10.
De grijper 15 is voorzien van vingers of klemmen, ingericht om een zich in de afgeefopening 2 bevindende hoeveelheid biljetten te grijpen bij een eerste grijpertranslatiestand (zie Fig. 2). Bij voorkeur is de grijper voorzien van een grijperoplegvlak 15a voor het ondersteunen van de biljetten, en een zich tegenover dat vlak 15a opgestelde klemmiddelen 15b, waarbij het oplegvlak 15a en klemmiddelen verticaal naar elkaar toe en van elkaar af beweegbaar zijn voor het aangrijpen op en loslaten van zich daartussen bevindende biljetten.
Zoals uit Figuren 7-8 volgt strekt een onderzijde van de (bovenste) klemmiddelen 15b zich tijdens gebruik uit op in hoofdzaak hetzelfde niveau als een bovenrand van de afgeefopening. In het voorbeeld zijn de bovenste klemmiddelen 15b ten opzichte van het grijperoplegvlak 15a (i.e. onderste klemmiddelen) van de grijper 15 in verticale richting transleerbaar (onder invloed van een aandrijving 15c), voor het aangrijpen op en loslaten van biljetten. Voorts is de gehele grijper 15, naast horizontaal transleerbaar ten opzichte van de afgeefopening 2, tevens verticaal transleerbaar ten opzichte van de afgeefopening 2 opgesteld, met de verticale beweging onder invloed van een daartoe ingerichte aandrijving. De onderhavige grijper 5 is in het bijzonder zodanig ingericht, dat een biljetaangrijpbeweging gepaard gaat met een opwaartse beweging van een grijperframe dat is voorzien van het genoemde grijperoplegvlak 15a, onder een gelijktijdige neerwaartse beweging van de bovenste klemmiddelen 15b ten opzichte van genoemd grijperframe, zodanig dat die klemmiddelen 15b op hetzelfde verticale niveau ten opzichte van de afgeefopening 2 blijven.
In het bijzonder zijn de transportmiddelen 5 voorzien van een tussen ten minste een eerste en een tweede positie transleerbaar biljetstapel-ondersteuning (in dit voorbeeld: het genoemde grijperoplegvlak 15a), bij voorkeur met een horizontaal oplegvlak 15a. Verder zijn de transportmiddelen voorzien van een naar de verplaatsbaar biljetstapel-ondersteuning stopmiddel 6 (Zie fig. 11) voor het tegenhouden van een zich op de ondersteuning 15a bevindende biljetstapel tijdens een translatiebeweging van de ondersteuning 15a. In het voorbeeld omvat het genoemde stopmiddel 6 een stopplaat, in het bijzonder een L-vormig profiel 6 dat tussen een stopstand (zie Fig. 11, 12) en vrijgeefstand (zie Fig. 9) zwenkbaar is, om een (in dit voorbeeld horizontale) zwenkas 6a (zei Fig. 9). Het stopmiddel kan tevens op een andere manier zijn uitgevoerd, hetgeen de vakman duidelijk zal zijn.
Bij voorkeur is de buffereenheid voorzien van een valversneller 80 voor het versnellen van een valbeweging van een biljetstapel. Een dergelijke valversneller kan op verschillende manieren zijn uitgevoerd. In het voorbeeld omvat de valversneller een aandrukmiddel 80, bijvoorbeeld een drukplaat, welke verticaal transleerbaar is en bijvoorbeeld een gecontroleerde val kan maken. Figuur 10 toont het aandrukmiddel 80 in een op een bovenzijde van een stapel B drukkende stand, wanneer de stapel B zich op een positie recht boven het oplegvlak 21 van de buffereenheid bevindt en nog wordt ondersteund door de grijper 15 (bij de van de afgeefopening 2 afbewogen stand van de grijper 15). Figuur 11 toont het aandrukmiddel 80 in een op een bovenzijde van een stapel B drukkende stand, wanneer de stapel B zich op een positie recht boven het oplegvlak 21 van de buffereenheid bevindt en niet meer wordt ondersteund door de grijper 15, zodanig dat het aandrukmiddel 80 samen met de stapel B in verticale richting naar het oplegvlak 21 kan vallen.
In het voorbeeld is elke buffereenheid B voorzien van een scherm 81, bijvoorbeeld een transparante kunststofplaat of glasplaat, om een stapelvaltraject aan en voorzijde van het systeem van een omgeving af te schermen.
Tijdens gebruik van het systeem kan een geldcassette la telkens met één biljetsoort, met dezelfde waarde in dezelfde valuta, gevuld zijn.
Tijdens gebruik kunnen ten minste twee cassettes van één genoemde geldautomaat 1 zijn gevuld met dezelfde biljetten (i.e. van dezelfde waarde in dezelfde valuta).
Verder kunnen bijvoorbeeld ten minste twee cassettes van twee genoemde geldautomaten ten minste deels zijn gevuld met dezelfde biljetten (i.e. van dezelfde waarde in dezelfde valuta), bijvoorbeeld veelgewenste biljetten.
Verder is het bijvoorbeeld voordeling indien gezien in een transportrichting T van de transporteur 20, een meest stroomopwaarts geldautomaat Sl in hoofdzaak is gevuld met biljetten die veel in bestellingen voorkomen (in het bijzonder biljetten van een eerste valuta), waarbij een meest stroomafwaartse geldautomaat S2 in hoofdzaak biljetten bevat die minder vaak in bestellingen voorkomen (bijvoorbeeld biljetten van een of meer valuta die van de eerste valuta ver schil t/ver schillen).
Tijdens gebruik van het systeem zijn bij voorkeur in hoofdzaak alle geldcassettes van alle automaten 1 gevuld met respectieve stapels biljetten.
De geldautomaten 1 worden bestuurd voor het afgeven van biljetten, via de respectieve afgeefopening 2, waarbij afgegeven biljetten via de transporteur 10 worden afgevoerd, waarbij in het bijzonder stapels van biljetten op de transporteur 10 worden gevormd. Bij voorkeur wordt bestelbngsinformatie gebruikt, betreffende verscheidene bestellingen van waardebiljetten, in het besturen van de geldautomaten 1.
Figuren 7-12 tonen diverse stappen van de werking van het systeem. In figuur 7 en 8 wordt een door een geldautomaat afgegeven biljetstapel B door de grijper 15 aangegrepen. Daarbij bevindt de grijpereenheid zich in een naar de automaat 1 toebewogen stand. Vervolgens, na aangrijping, beweegt de grijper in een horizontale richting weg van de afgeefopening 2, en trekt de stapel B uit de opening, om de stapel B naar een positie recht boven bufferoplegvlak en transporteur 20 te brengen (zie Fig. 9). Vervolgens wordt een genoemd stopmiddel 6 langs een naar de automaat 1 toegekeerde zijde van de stapel B gebracht, bij voorkeur met een onderrrand op het oplegvlak 15a van de grijper 15, om de stapel vervolgens tegen te houden bij het wegschuiven van oplegvlak 15a. Dat onder de stapel B wegschuiven wordt bereikt door het oplegvlak een naar de automaat toe gekeerde horizontale richting terug te bewegen, hetgeen wordt uitgevoerd nadat de klemmiddelen 15b van de stapel B zijn afbewogen (zie Fig. 9, 10). Verder is een genoemde valversneller 80 op de stapel B gelegd alvorens het wegschuiven van het grijperoplegvlak 15a.
In een volgende stap valt de stapel B, bij voorkeur tevens onder extra gewicht van de valversneller 80, verticaal naar het bufferoplegvlak 21 toe om door dat oplegvlak te worden op gevangen, op afstand boven de transporteur 10. Vervolgens kan de valversneller, onder invloed van een geschikt terughaalmechanisme met aandrijving 85, omhoog worden bewogen naar een uitgangspositie boven een verticaal niveau van de afgeefopening 2 van de automaat 1.
Hiervoor beschreven stapelafgeefstappen kunnen enkele keren worden herhaald, zodanig dat verscheidene door de automaat 1 afgegeven stapels B op de buffereenheid worden verzameld (zoals in Fig. 12 is weergegeven). Vervolgens kan een zo verkregen verzamelstapel op de transporteur 10 worden gebracht, door die stapel op de transporteur 10 te laten vallen. Hiertoe kan het oplegvlak van de buffereenheid 20 bijvoorbeeld in horizontale richting wegschuifbaar zijn, onder de stapels door, waarbij de stapels recht naar beneden vallen. Een zich langs de stapels B uitstrekkend stopmiddel 22 kan zijwaartse (horizontale) verplaatsing van de stapel B voorkomen tijdens het wegtrekken van het bufferoplegvlak 21.
Voor de vakman zal duidelijk zijn dat de uitvinding niet is beperkt tot het beschreven uitvoeringsvoorbeeld. Diverse wijzigingen zijn mogehjk binnen het raam van de uitvinding zoals is verwoord in de navolgende conclusies.
Zo kunnen verschillende aandrijvingen worden toegepast voor genoemde translatiebewegingen van bijvoorbeeld grijp eronder delen en buffereenheidonderdelen, bijvoorbeeld lineaire actuatoren of dergelijke.
Verder kunnen de geldautomaten, gezien langs een transportrichting van de afvoertransporteur, op onderling verschillende manieren met verschillende valuta worden gevuld tijdens gebruik. Elke automaat kan bijvoorbeeld met biljetten van slechts dezelfde valuta worden gevuld, of met verschillende cassettes die onderling verschillende valuta bevatten.
Zo kunnen bijvoorbeeld biljetten van veel gevraagde valuta (bijvoorbeeld Amerikaanse dollars, Britse ponden), juist over verschillende geldautomaten worden verspreid, al dan niet gelijkmatig verspreid.
Voorts kan het systeem flexibel worden ingericht, zodanig dat op basis van trial en error een zodanige plaatsing van de meer en minder frequent bestelde biljetten (in de diverse geldautomaten) kan worden bepaald om een optimale performance van het systeem te bereiken.
Verder kan bijvoorbeeld een aantal van een reeks automaten slechts met travellers cheques worden gevuld, en bijvoorbeeld andere automaten met bankbiljetten. Volgens een nadere uitwerking worden dergelijke met travellers cheques gevulde automaten geplaatst stroomafwaarts van de met bankbiljetten gevulde automaten (gezien langs een transportrichting van de afvoertransporteur), hetgeen voordelig is voor de aansturing van die automaten.

Claims (21)

1. Systeem voor het afgeven van waardebiljetten, in het bijzonder bankbiljetten en/of cheques, omvattende: -ten minste één geldautomaat (1), waarbij elke geldautomaat is voorzien van verscheidene uitneembare cassettes (la) voor het houden van biljetten, waarbij de geldautomaat (1) is voorzien van een afgeefopening (2) en van bestuurbare middelen om een aantal zich tijdens gebruik in de cassettes (la) bevindende biljetten uit de cassettes (la) te nemen, en via de afgeefopening (2) in de vorm van een biljetstapel af te geven; -een zich langs de ten minste ene geldautomaat (1) uitstrekken de transporteur (10); -een zich tussen de ten minste ene geldautomaat (1) en de transporteur (10) opgestelde buffereenheid (20) voor het verzamelen van verscheidene door de geldautomaat afgegeven biljetstapels (B), waarbij de buffereenheid (20) is ingericht voor het aan de transporteur (10) afgeven van door de buffereenheid verzamelde biljetstapels.
2. Systeem volgens conclusie 1, waarbij elke geldautomaat bestuurbaar is voor het achtereenvolgens afgeven van verscheidene biljetstapels.
3. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de buffereenheid (20) is voorzien van een oplegvlak voor het daarop verzamelen van een aantal biljetstapels.
4. Systeem volgens conclusie 3, waarbij het oplegvlak zich boven de transporteur uitstrekt.
5. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de buffereenheid is ingericht om een stapel van daardoor verzamelde biljetstapels op de transporteur te laten vallen.
6. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, voorzien van transportmiddelen (5) om een zich in de afgeefopening bevindende biljetstapel naar de buffereenheid (20) over te brengen.
7. Systeem volgens conclusie 6, waarbij de transportmiddelen (5) zijn ingericht om de biljetstapel uit de afgeefopening te nemen en op de buffereenheid (20) te laten vallen.
8. Systeem volgens conclusie 6 of 7, waarbij de transportmiddelen zijn voorzien van een grijper voor het grijpen van een via de afgeefopening (2) afgegeven stapel biljetten.
9. Systeem volgens een der conclusies 6-8, waarbij de transportmiddelen zijn voorzien van een tussen ten minste een eerste en een tweede positie transleerbaar biljetstapel-ondersteuning, bij voorkeur met een horizontaal oplegvlak, alsmede een van en naar de verplaatsbaar biljetstapel-ondersteuning stopmiddel voor het tegenhouden van een zich op de ondersteuning bevindende biljetstapel tijdens een translatiebeweging van de ondersteuning.
10. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de buffereenheid is voorzien van een valversneller voor het versnellen van een valbeweging van een biljetstapel.
11. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, waarbij een cassette telkens met één biljetsoort, met dezelfde waarde in dezelfde valuta, gevuld is.
12. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, waarbij ten minste twee cassettes van één genoemde geldautomaat zijn gevuld met dezelfde biljetten.
13. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, waarbij ten minste twee cassettes van twee genoemde geldautomaten zijn gevuld met dezelfde biljetten.
14. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, voorzien van een reeks langs de transporteur opgestelde geldautomaten, waarbij, gezien in een transportrichting van de transporteur, een meest stroomopwaarts geldautomaat in hoofdzaak is gevuld met biljetten die relatief veel in bestellingen voorkomen, waarbij een meest stroomafwaartse geldautomaat in hoofdzaak biljetten bevatten die relatief minder in bestellingen voorkomen.
15. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, voorzien van een ten minste twee langs de transporteur opgestelde geldautomaten, bijvoorbeeld ten minste vier, in het bijzonder ten minste acht of vijftien, bijvoorbeeld ten minste twintig.
16. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het systeem is voorzien van een centrale besturing voor het aansturen van de ten minste ene geldautomaat, waarbij het systeem is voorzien van een geheugen voor het opslaan van informatie betreffende de cassettes van elke geldautomaat, bijvoorbeeld informatie betreffende het type biljet per cassette.
17. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, voorzien van signaleringsmiddelen voor het signaleren van een vullingsgraad van elk van de cassettes.
18. Systeem voor het afgeven van waardebiljetten, bijvoorbeeld een systeem volgens een der voorgaande conclusies, omvattende: -ten minste één geldautomaat (1), waarbij elke geldautomaat is voorzien van verscheidene uitneembare cassettes (la) voor het houden van biljetten, waarbij de geldautomaat (1) is voorzien van een afgeefopening (2) en van bestuurbare middelen om een aantal zich tijdens gebruik in de cassettes (la) bevindende biljetten uit de cassettes (la) te nemen, en via de afgeefopening (2) in de vorm van een biljetstapel af te geven; -een zich langs de ten minste ene geldautomaat (1) uitstrekken de transporteur (10); transportmiddelen (5) om een zich in de afgeefopening bevindende biljetstapel uit te nemen en vanaf een positie boven de transporteur een valbeweging te laten maken, waarbij bij voorkeur een valversneller is voorzien voor het versnellen van de genoemde valbeweging van een biljetstapel.
19. Systeem voor het afgeven van waardebiljetten, bijvoorbeeld een systeem volgens een der voorgaande conclusies, omvattende: -een reeks geldautomaten (1), waarbij elke geldautomaat is voorzien van verscheidene uitneembare cassettes (la) voor het houden van biljetten, waarbij de geldautomaat (1) is voorzien van een afgeefopening (2) en van bestuurbare middelen om een aantal zich tijdens gebruik in de cassettes (la) bevindende biljetten uit de cassettes (la) te nemen, en via de afgeefopening (2) in de vorm van een biljetstapel af te geven; -een zich langs de geldautomaten (1) uitstrekken de transporteur (10); -middelen voor het naar de transporteur overbrengen van door de geldautomaten afgegeven biljetten; waarbij, gezien in een transportrichting van de transporteur, een meest stroomopwaarts geldautomaat in hoofdzaak is gevuld met bankbiljetten van een of meer eerste valuta, bijvoorbeeld een of meer valuta die relatief veel in bestelhngen voorkomen, waarbij een meest stroomafwaartse geldautomaat in hoofdzaak geen biljetten van genoemde eerste valuta bevat.
20. Werkwijze voor het afgeven van waardebiljetten, waarbij een systeem volgens een der voorgaande conclusies wordt gebruikt, waarbij ten minste een aantal van de cassettes met waarde biljetten wordt gevuld waarbij de geldautomaten worden bestuurd voor het afgeven van biljetten, via de respectieve afgeefopening, waarbij afgegeven biljetten via de transporteur worden afgevoerd, waarbij in het bijzonder stapels van biljetten op de transporteur worden gevormd.
21. Werkwijze volgens conclusie 20, waarbij bestellingsinformatie wordt gebruikt, betreffende verscheidene bestellingen van waardebiljetten, in het besturen van de geldautomaten.
NL2011869A 2013-11-29 2013-11-29 Systeem en werkwijze voor het afgeven van waardebiljetten. NL2011869C2 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2011869A NL2011869C2 (nl) 2013-11-29 2013-11-29 Systeem en werkwijze voor het afgeven van waardebiljetten.
PCT/NL2014/050817 WO2015080588A1 (en) 2013-11-29 2014-11-28 System and method for dispensing financial media

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2011869 2013-11-29
NL2011869A NL2011869C2 (nl) 2013-11-29 2013-11-29 Systeem en werkwijze voor het afgeven van waardebiljetten.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2011869C2 true NL2011869C2 (nl) 2015-06-01

Family

ID=50114492

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2011869A NL2011869C2 (nl) 2013-11-29 2013-11-29 Systeem en werkwijze voor het afgeven van waardebiljetten.

Country Status (2)

Country Link
NL (1) NL2011869C2 (nl)
WO (1) WO2015080588A1 (nl)

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0644511A2 (en) * 1993-09-16 1995-03-22 NCR International, Inc. Automated financial system
DE19806029C1 (de) * 1998-02-13 1999-09-02 Siemens Nixdorf Inf Syst Vorrichtung zur Entnahme von Banknotenbündeln und Bereitstellung an einer Entnahmestelle
EP2120219A1 (en) * 2008-05-07 2009-11-18 van Wijngaarden Beheer B.V. Method for processing bank notes and money counting station

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0644511A2 (en) * 1993-09-16 1995-03-22 NCR International, Inc. Automated financial system
DE19806029C1 (de) * 1998-02-13 1999-09-02 Siemens Nixdorf Inf Syst Vorrichtung zur Entnahme von Banknotenbündeln und Bereitstellung an einer Entnahmestelle
EP2120219A1 (en) * 2008-05-07 2009-11-18 van Wijngaarden Beheer B.V. Method for processing bank notes and money counting station

Also Published As

Publication number Publication date
WO2015080588A1 (en) 2015-06-04

Similar Documents

Publication Publication Date Title
WO2019026644A1 (ja) 紙葉類処理システム及び紙葉類処理方法
CN106796742B (zh) 纸制品处理装置
CN103208149A (zh) 纸币处理装置
JP2941502B2 (ja) 紙葉類の集積装置
CN105324309B (zh) 纸张类捆扎装置
CN203812313U (zh) 纸张类处理装置
CN104063945A (zh) 纸币处理装置
NL2011869C2 (nl) Systeem en werkwijze voor het afgeven van waardebiljetten.
JP3503998B2 (ja) 紙幣処理装置
JP2000099794A (ja) 入金施封時に確定端数と未確定端数とを区分できる紙幣処理装置
CN203179134U (zh) 纸币处理装置
JP4663380B2 (ja) 小束紙幣処理機
JP2896253B2 (ja) 紙葉類の集積装置
JP3626228B2 (ja) 紙幣処理装置
JPH11272909A (ja) 券類処理装置、および紙幣処理装置
JP3754096B2 (ja) 紙幣処理装置
JPH0896200A (ja) 紙幣処理装置
JPH11238163A (ja) 紙幣処理装置
JP3727676B2 (ja) 紙幣処理装置
NL2011866C2 (nl) Inrichting en werkwijze voor het afgeven van bankbiljetten.
JP6697337B2 (ja) 硬貨処理装置
JP2877575B2 (ja) 紙葉類の集積装置
JPH0896214A (ja) 紙葉類処理装置
JPH05162866A (ja) 一括移動機能付き紙幣処理装置
JPH07249148A (ja) 紙幣処理装置

Legal Events

Date Code Title Description
PD Change of ownership

Owner name: TRAVELEX LIMITED; GB

Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), ASSIGNMENT; FORMER OWNER NAME: GLOBAL CASH SOLUTIONS B.V.

Effective date: 20170328

MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20181201