NL2004642C2 - Werkwijze voor het aanleggen van een rechtstreeks op een zandlichaam gefundeerde overweg. - Google Patents
Werkwijze voor het aanleggen van een rechtstreeks op een zandlichaam gefundeerde overweg. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2004642C2 NL2004642C2 NL2004642A NL2004642A NL2004642C2 NL 2004642 C2 NL2004642 C2 NL 2004642C2 NL 2004642 A NL2004642 A NL 2004642A NL 2004642 A NL2004642 A NL 2004642A NL 2004642 C2 NL2004642 C2 NL 2004642C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- concrete slab
- level crossing
- concrete
- rails
- parts
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 22
- 239000004576 sand Substances 0.000 title claims description 20
- 239000004567 concrete Substances 0.000 claims description 152
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 7
- 238000005266 casting Methods 0.000 claims description 5
- 230000002787 reinforcement Effects 0.000 claims description 5
- 239000000853 adhesive Substances 0.000 claims description 2
- 230000001070 adhesive effect Effects 0.000 claims description 2
- 239000000945 filler Substances 0.000 claims 4
- 230000001427 coherent effect Effects 0.000 claims 2
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims 2
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims 2
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims 2
- 238000000465 moulding Methods 0.000 claims 1
- 239000004570 mortar (masonry) Substances 0.000 description 13
- 239000011440 grout Substances 0.000 description 5
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 5
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 3
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 3
- 150000001875 compounds Chemical class 0.000 description 2
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 2
- 230000007423 decrease Effects 0.000 description 2
- 238000005553 drilling Methods 0.000 description 2
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 2
- 239000012530 fluid Substances 0.000 description 2
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 2
- 238000005192 partition Methods 0.000 description 2
- 230000000630 rising effect Effects 0.000 description 2
- 238000004904 shortening Methods 0.000 description 2
- 239000007799 cork Substances 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 238000005516 engineering process Methods 0.000 description 1
- 238000009415 formwork Methods 0.000 description 1
- 238000003780 insertion Methods 0.000 description 1
- 230000037431 insertion Effects 0.000 description 1
- 239000011150 reinforced concrete Substances 0.000 description 1
- 239000000565 sealant Substances 0.000 description 1
- 239000002689 soil Substances 0.000 description 1
- 239000000758 substrate Substances 0.000 description 1
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 238000004078 waterproofing Methods 0.000 description 1
Landscapes
- Road Paving Structures (AREA)
Description
Werkwijze voor het aanleggen van een rechtstreeks op een zandlichaam gefundeerde overweg.
Deze uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het 5 aanleggen van een rechtstreeks op een zandlichaam gefundeerde overweg/spoorwegovergang.
Bekend is een rechtstreeks op een zandlichaam gefundeerde overweg/spoorwegovergang die in het werk wordt opgebouwd uit twee of meer in eikaars verlengde geplaatste geprefabriceerde, 10 gewapende betonplaten (elk max. 6 of 9 meter lang) met twee groeven voor het opnemen van de spoorstaven. De betonplaten worden elk afzonderlijk met een hijskraan op hun plaats rechtstreeks op het zandlichaam in de spoorweg gehesen en gesteld, waarna de spoorstaven in de groeven worden geplaatst en daarin worden 15 gefixeerd en ingebed in gietmateriaal. Om te stellen, is elke betonplaat uitgerust met vier stelvoeten, één bij elke hoek, die rechtstreeks komen te rusten op het zandlichaam. Elke stelvoet omvat een onder uit de onderzijde van de betonplaat uitstekend membraanachtig lichaam dat tijdens het stellen gevuld wordt met 20 grout of beton en na uitharden de betonplaat stabiel ondersteunt.
Met het oog op het inkorten van de buitendienststellingsti jd van het spoor is in NL1030958 (Voestalpine Railpro bv) voorgesteld een overweg te fabriceren van een uit één stuk gegoten geprefabriceerde betonplaat met de bovenbedoelde stelvoeten voor het 25 ondergrouten en deze betonplaat voorafgaande aan installeren uit te rusten met de gestelde en ingebedde spoorstaven. Dit is een onrealistische ontwikkeling gebleken.
US 6.016.968A openbaart het funderen van betonplaten op dwarsliggers, dus een andere fundatietechniek dan rechtstreeks 30 funderen op een zandlichaam. Overigens is het uit dit document op zichzelf bekend een betonplaat met ingegoten groeven voor de spoorstaven, te vervaardigen door in een in de lengte in afzonderlijke vormdelen, die van elkaar zijn gescheiden door tijdelijke opstaande scheidingwanden, tijdelijk opgedeelde mal 35 beton te storten en na uitharden van het beton de opstaande scheidingwanden te verwijderen en de verkregen, afzonderlijke plaatdelen, nog steeds in de mal, tegen elkaar te persen door spannen van door de plaatdelen lopende, voor alle plaatdelen gemeenschappelijke, spankabels, waarna de samengestelde 2 betonplaat uit de mal wordt genomen. DE 1.930.541A gaat niet in op de fundatietechniek. US 4.911.360A openbaart het op een zandlichaam funderen van betonplaten door ondergrouten (kol. 3, regel 54-60). DE 29.48.526A openbaart het funderen van alleen 5 de uiteinden van de betonplaten rechtstreeks op dijklichamen.
NL 276.179A openbaart een overweg die in het werk wordt opgebouwd uit twee of meer afzonderlijke betonplaten met groeven voor het opnemen van spoorstaven. Nadat de betonplaten in het verlengde van elkaar in het werk zijn gelegd op een zandlichaam 10 worden de spoorstaven geplaatst in de uitgelijnde groeven.
Verticale boringen in de betonplaat dienen voor het injecteren van zand onder de betonplaat. Na het leggen van de betonplaat worden deze verticale boringen opgevuld om inwateren te verhinderen. Gesproken wordt van een groot oplegvlak en daardoor 15 een lage bodembelasting. Ook wordt gesproken van een verstevigde ondergrond en dat door de verticale boringen drukken van zand onder de betonplaat door middel van perslucht de plaat opgeheven kan worden. Nadere details worden niet gegeven om het voor de vakman zonder meer duidelijk te maken hoe de betonplaten worden 20 gefundeerd.
Uit de praktijk is het bekend dat een rechtstreeks op een zandlichaam gefundeerde overweg altijd wordt geïnstalleerd met het toepassen van de drie stappen van het toepassen van een tijdelijke fundatie voor de overweg, het stellen van de overweg 25 en het ondergrouten van de overweg. Dit zijn tijdrovende bezigheden.
Het doel van de uitvinding is om bij het rechtstreeks installeren van een overweg op een zandlichaam één of meer van de drie stappen van het toepassen van een tijdelijke fundatie 30 voor de overweg, het stellen van de overweg en het ondergrouten van de overweg te vermijden en daarmee de buitendienststellingstijd van het spoor zoveel mogelijk in te korten.
Daarom wordt voorgesteld een werkwijze volgens de bijgaande 35 conclusie 1, welke is afgebakend van het bekende uit NL1030958 als dichtstbijkomende stand van de techniek.
De uitvinding is gebaseerd op het onverwachte inzicht dat 3 de modulaire opbouw van de enkelvoudige betonplaat, door deze samen te stellen uit twee of meer geprefabriceerde betonplaatdelen, de unieke mogelijkheid biedt om de gebruikelijk te doorlopen drie stappen tijdens het rechtstreeks installeren op het de fundering 5 vormende zandlichaam, namelijk het toepassen van een tijdelijke fundatie voor de overweg, het stellen van de overweg en het ondergrouten van de overweg, alle drie kunnen worden vermeden door de betonplaat op zijn eindbestemming in de spoorweg te leggen op een de fundering vormend uitgevlakt zandbed. Stelvoeten aan 10 de betonplaat kunnen daarom achterwege worden gelaten. Het tijdrovende gebruik van een tijdelijke fundatie voor de overweg, het stellen van de overweg en het ondergrouten van de overweg kan worden vermeden, waardoor tijdwinst wordt geboekt.
De uitvinding biedt extra voordelen doordat door de 15 modulaire opbouw van de enkelvoudige betonplaat, door deze samen te stellen uit twee of meer geprefabriceerde betonplaatdelen, met een beperkt aantal gietmallen voor de betonplaatdelen, overwegen van verschillende lengte in de fabriek kunnen worden geprefabriceerd, bijvoorbeeld van 12, 15, 18, 21 en 25 meter lengte. 20 Dit is gunstig voor de kostprijs en bovendien kunnen betonplaatdelen in een beperkte maatvoering, dus goedkoop, in voorraad worden gehouden, hetgeen gunstig is voor de levertermijn.
Op zich is bekend uit de oude FR.2.284.708 Ά, gepubliceerd in 1976, met railsleuven uitgeruste enkelvoudige betonplaten voor 25 een spoorbaan in een autoweg, één voor één in een aaneensluitende rij met hun bodem te leggen op een vlakke zandlaag. Daarna worden de spoorstaven in de railsleuven geplaatst en met rubber elementen gefixeerd. In het midden van de mal wordt een convexe strook gelegd om een ongelijkmatig steunen van de betonplaten onmogelijk te 30 maken. Het vakgebied waarop dit document zich richt ligt verwijderd van het vakgebied van overwegen. En dit document richt zich op het in rubber elementen vatten van de spoorstaven in de railsleuven met het oog op snelle constructie van het spoor en snelle vervanging van de spoorstaven. Het is daarom 35 onwaarschijnlijk dat de vakman dit oude document zal raadplegen bij het zoeken naar een oplossing voor het gestelde doel. En zelfs wanneer het waarschijnlijk wordt geacht dat de vakman dit document 4 zal raadplegen, leidt combinatie van het inzicht uit dit document met het uitgangspunt, NL1030958, niet tot het onderwerp van conclusie 1. Voor het onderwerp van conclusie 1 is daarom wel degelijk sprake van nieuwheid en inventiviteit.
5 Door volgens conclusie 2 ervoor te zorgen dat de onderzijde van de betonplaat vrij van de vlakheid aantastende uitsteeksels, zoals stelvoeten, blijft, wordt volledige vlakheid van de onderzijde goed gewaarborgd waardoor funderen op een uitgevlakt zandbed verder wordt vereenvoudigd.
10 Door het op zijn kop in een mal produceren, volgens de voorkeursuitvoering van conclusie 3, verkrijgen de betonplaatdelen automatisch de gewenste vlakke onderzijde.
Door de maatregelen van conclusie 4 kan een voordelige enkelvoudige betonplaat worden verkregen waarmee met voordeel 15 de doelstelling van de uitvinding wordt bereikt.
Een verdere toelichting op de uitvinding volgt nu:
De spoorwegovergang wordt in de fabriek geprefabriceerd uit geprefabriceerde betonplaat, waarbij tijdens de fabricage 20 een of meer van de volgende stappen worden doorlopen: in een fabriek worden twee of meer betonplaten met gelijke of verschillende lengte en met gelijke breedte en dikte afzonderlijk in een mal gemaakt door in elke mal een wapening te plaatsen en beton te storten zodanig dat telkens een betonplaat met een of 25 meer van de volgende eigenschappen ontstaat: een in het beton van de betonplaat ingebedde wapening van in hoofdzaak evenwijdig aan de spoorstaven lopende voorgespannen wapeningelementen, zoals stalen staven of draden, evt. in bundels; in de in bedrijf van de spoorwegovergang bovenzijde van de betonplaat twee parallelle 30 groeven voor het bevatten van de twee spoorstaven; nabij ieder hoekpunt een aangrijppunt voor een hijstoestel; twee, drie, vier of meer in de lengte en nabij de in bedrijf van de spoorwegovergang onderzijde van de betonplaat, bij voorkeur wederzijds op gelijk niveau en met wederzijdse tussenruimte, lopende en in het beton 35 ervan ingebedde en aan beide kopse zijden uitmondende holle kanalen; aan een of beide kopse zijden op een plaats op afstand van het bovenvlak en het ondervlak, bij voorkeur op afstand boven 5 de holle kanalen, een oppervlakteprofilering, bij voorkeur zodanig van plaatsing en/of afmeting, dat van twee in gebruikstoestand met de kopse zijden tegen elkaar geplaatste betonplaten de oppervlakteprofilering met elkaar samenvalt, 5 bijvoorbeeld de oppervlakteprofilering gevormd door een of meer uitsparingen en/of uitsteeksels op afstand boven en/of naast elkaar, zoals twee of meer een onderlinge tussenruimte houdende, in de breedterichting van de betonplaat verspreid aangebrachte uitsteeksels van beton die in de richting van de lengte van de 10 spoorstaven uitsteken over een afstand van minimaal 2 of 5 of 10 centimeter en aan de andere kopse zijde op een met de uitsteeksels overeenkomende plaats een eventueel in de breedte richting van de betonplaat, met de onderverdeling van de uitsteeksels overeenstemmende, onderverdeelde uitsparing met een 15 vorm die complementair is aan die van de uitsteeksels en met een zodanige diepte dat bij twee in eikaars verlengde geplaatste betonplaten waarbij de uitsteeksels van de ene betonplaat tot maximale diepte in de uitsparing van de andere betonplaat zijn gestoken, een voeg tussen de betonplaten met een breedte bij 20 voorkeur tussen ongeveer 10 of 20 millimeter en 30 of 50 millimeter resteert, welke uitsteeksels bij voorkeur van beton zijn en in de plaat zijn geïntegreerd; waarbij verder tijdens de werkwijze een of meer van de volgende handelingen worden verricht: in de mal bij de uiteinden van de betonplaat worden stalen profielen 25 in breedterichting geplaatst die ongeveer halverwege de dikte van de betonplaat met hun uiteinden opzij uitsteken uit de betonplaat om de aangrijppunten te vormen; waarna na elkaar ten minste twee verschillende betonkwaliteiten in lagen boven elkaar worden gestort in de mal om een zeer slijtvaste toplaag te 30 verkrijgen; na het uitharden worden de betonplaten uit de mallen verwijderd en omgekeerd en in het verlengde van elkaar geplaatst, met de eventuele uitsteeksels aan de kopse zijde van de ene betonplaat in de uitsparing aan de kopse zijde van de andere betonplaat maar niet tot de maximale insteekdiepte, zodat tussen 35 de betonplaten een voeg resteert die bij voorkeur minimaal 5 millimeter en bijvoorbeeld maximaal 15 millimeter breder (overdimensionering) is dan de breedte van die voeg in het 6 voltooide product, zodat het samenstel van deze betonplaten een lengte heeft die gelijk is aan de lengte van de voltooide product, afgezien van de door de overdimensionering van de voeg of voegen bepaalde overlengte, terwijl wordt gezorgd dat de groeven voor 5 de spoorstaven enerzijds en de holle kanalen anderzijds onderling zijn uitgelijnd en door de kanalen/kokers bij voorkeur flexibele spanelementen worden geregen die tot voorbij de kopse zijden van het samenstel van betonplaten steken en die men in hoofdzaak spanningsloos laat; van bovenaf wordt krimpvrije gietmortel 10 gegoten in de voegen tussen de betonplaten zodat de voegen, inclusief de eventuele oppervlakteprofilering, geheel worden gevuld met gietmortel; terwijl de gietmortel nog voldoende vloeibaar is, worden de spanelementen geactiveerd om de betonplaten permanent tegen elkaar gedrukt te houden, onder uit 15 de voegen uitpersen van gietmortel, waardoor de eventuele zich aan de kopse zijde bevindende uitsteeksels dieper in de uitsparingen worden gedrukt, zodat de voegbreedte met in hoofdzaak de overdimensionering afneemt terwijl de spanelementen op hun eindspanning worden gebracht; men laat de gietmortel uitharden; 20 aan de in bedrijf van de spoorwegovergang bovenzijde van de betonplaat wordt de uitgeharde gietmortel in de voeg afdekt met een aan het beton en de gietmortel hechtend, blijvend flexibel, aanvankelijk vormvrij, uithardend materiaal, zoals kurkrubber, voor het permanent waterdicht maken van de voegen; in elke groef 25 legt men een eendelige spoorstaaf zodat die aan beide uiteinden van het samenstel van betonplaten bij voorkeur voldoende ver, bijv. over minimaal 1 of 2 m, bijv. ong. 4 m, uitsteken, om doorverbinden met het verdere spoor te vergemakkelijken, welke spoorstaven worden gesteld en ingebed; het geprefabriceerde 30 samenstel van in eikaars verlengde geplaatste betonplaten met daarin op de definitieve voorspanning gebrachte voorspanelementen en in beide groeven geplaatste, gestelde en ingebedde spoorstaven wordt op een vrachtwagen gehesen en naar zijn bestemming in het spoor getransporteerd en in het spoor gehesen.
35 Verder wordt bij voorkeur een of meer van het volgende toegepast: de holle kanalen monden aan de ene kopse zijde uit op een niveau boven de onderzijde van de plaat dat minimaal 1, 7 2 of 3 centimeter hoger ligt dan het niveau waarop de holle kanalen aan de andere kopse zijde uitmonden, waarbij bij voorkeur de kopse zijde met het hogere niveau van de holle kanalen bestemd is om te zijn weggekeerd van de andere betonplaat in het samenstel; 5 de holle kanalen volgen een traject door de betonplaat dat horizontaal is, continu stijgend is of bestaat uit elkaar afwisselende horizontale en continu stijgende delen; de holle kanalen worden over de gehele lengte gevuld met krimpvrije gietmortel zodat de spanelementen in de holle kanalen over hun 10 gehele lengte zijn ingebed in krimpvrije gietmortel; de oppervlakteprofilering aan de kopse zijde bestaat uitsluitend uit in het vlakke oppervlak gemaakte verdiepingen; de oppervlakteprofilering omvat een of meer evenwijdig aan elkaar lopende groeven; de in de groeven geplaatste spoorstaven steken 15 niet of nauwelijks boven de bovenzijde van de plaat uit, waarbij de bovenzijde van de plaat eventueel wordt gevormd door een toplaag die naderhand wordt aangebracht op de bovenzijde van de plaat om het rijvlak voor auto's en dergelijke te vormen.
Bij voorkeur worden een of meer van de volgende aspecten 20 toegepast: voorzieningen worden getroffen voor het maken van stel-voeten onder de betonplaten, bijvoorbeeld één op iedere hoekpunt van een betonplaat; voldoende aandacht tijdens het maken in de mal om de vereiste minimum galvanische weerstand tussen de spoorstaven te waarborgen; in het spoor wordt het product 25 geplaatst op een tijdelijke fundatie om, steunend op die fundatie, via in de betonplaten integrale leidingen de steunvoeten af te vullen met grout; de spoorstaven worden aangesloten op de spoorstaven ter weerszijden van de overweg; gebruik van een betonplaat resp. mal van een eerste lengte, bijvoorbeeld 6 meter 30 en een betonplaat van een tweede lengte resp. mal, bijvoorbeeld 9 meter; uitsluitend gebruik van een of meer betonplaten resp. mal van een eerste lengte en een of meer betonplaten resp. mal van een tweede lengte; gebruik van ten hoogste twee of drie betonplaten voor het maken van een geprefabriceerd samenstel. 35 Gebleken is dat het voordelig is wanneer de spankabels op de permanente eindspanning worden gebracht voordat de vulling van de voeg uithardt of de vulling zich pas in het prille stadium 8 van het uitharden bevindt en nog niet is afgebonden. Eveneens is gebleken dat het voordelig is wanneer de voeg eerst geheel wordt gevuld met gietmassa en dan, voordat de gietmassa uithardt of afbindt, men de voeg permanent samenknijpt, bijvoorbeeld over 5 minimaal 5 mm en eventueel maximaal 15 mm zodat een deel van de vulling uit de voeg wordt geperst. Gebleken is dat dan kan worden volstaan met alleen spankabels onderin het product. Ondergrouten is niet noodzakelijk, waardoor een aanzienlijke tijdwinst wordt geboekt tijdens de installatie.
10 Door toepassen van de door de kokers lopende voorspandraden kan de overweg op een beperkt aantal aangrijpingspunten in zijn geheel worden opgehesen en bestaat geen risico dat de overweg na installatie hol of bol gaat staan.
Een niet-beperkend voorbeeld is als volgt: Twee betonplaten 15 met een lengte van 6 resp. 9 meter worden in de fabriek in een loods gefabriceerd door in een 6 resp. 9 meter lange mal wapening te plaatsen en beton te storten. Tijdens het uitharden wordt m.b.v. bijv. vibratoren het beton voldoende verdicht. De hoofdzakelijk vlakke bodem van de mal is uitgerust met profielen die de groeven 20 voor de spoorstaven in het betonnen oppervlak uitsparen. In de mal wordt beton van althans twee kwaliteiten in lagen op elkaar gestort; eerst wordt beton gestort die een zeer slijtvast oppervlak levert. Tevens worden voor of tijdens het maken van de betonplaat voorzieningen in de mal geplaatst voor het 25 integreren van de steunvoeten en de daarop aangesloten groutleidingen in de betonplaat. Ook worden in de mal bij de uiteinden van de betonplaat stalen profielen, bijv. stukken spoorstaaf, geplaatst met een lengte groter dan de breedte van de betonplaat. Deze profielen zullen ong. halverwege de dikte 30 van de betonplaat met hun uiteinden opzij uit de betonplaat steken en hijspunten vormen. En holle buizen worden in de lengterichting van de mal geplaatst op geringe afstand, bijvoorbeeld 25 centimeter, onder de vulhoogte van de mal.
Men zorgt ervoor dat aan een kopse zijde van de betonplaten 35 zich twee integrale, identieke uitsteeksels vormen, die in zijaanzicht van de betonplaat gezien afgeknot kegelvormig zijn, met de afgeknotte top van de betonplaat zijn weggericht en in 9 datzelfde aanzicht gezien achter elkaar liggen. In bovenaanzicht van de betonplaat gezien strekt elk uitsteeksel zich over ongeveer 1/3 van de breedte van de betonplaat uit, daarbij een afstand houdend tot de zijrand van de betonplaat en een ruimere afstand 5 met het andere uitsteeksel houdend. Aan de andere kopse zijde heeft elke betonplaat een uitsparing waarin het uitsteeksel nauw past, met handhaving van een voeg tussen de naar elkaar gekeerde kopse zijden van de betonplaten. Bij tot maximale diepte in de uitsparing van de ene betonplaat gestoken uitsteeksel van de 10 andere betonplaat, steunen de betonplaten alleen via het uitsteeksel resp. de uitsparing tegen elkaar en bedraagt de voegbreedte 20 millimeter.
Na voldoende uitharden wordt de betonplaat uit de mal verwijderd en omgekeerd, zodat de in de mal naar onderen gekeerde 15 zijde met de twee groeven naar boven is gekeerd.
De twee betonplaten worden kops tegen elkaar geplaatst, zodat de groeven boven en de holle buizen beneden in eikaars verlengde liggen. In de holle buizen steekt men spankabels waarvan de uiteinden buiten de betonplaten steken. Op die uiteinden 20 bevindt zich schroefdraad waarop men spanschroeven schroeft, zonder te spankabels te spannen. Langs de onderkant en beide zijkanten van de voeg tussen de betonplaten wordt een bekisting aangebracht waarna de voeg van bovenaf wordt vol gestort met mortel die zo vloeibaar is als water. Direct daarna draait men de 25 spanschroeven aan, waardoor die rechtstreeks of indirect tegen de kopse zijden van de betonplaten drukken onder spannen van de spankabels. Daardoor worden de betonplaten naar elkaar gedrukt waardoor de voegbreedte af neemt, mortel uit de voeg wordt geperst en de betonplaten uiteindelijk via de in de uitsparingen stekende 30 uitsteeksels tegen elkaar komen te steunen. Zodra de gewenste spanning is opgebouwd in de spankabels worden de spanmoeren geborgd waarna men de mortel in de voeg laat uitharden. Nadat de mortel is uitgehard wordt de voeg aan de bovenzijde van het product tot enige diepte open gekrabt waarna de vrij gekomen ruimte 35 wordt gevuld met een hechtende, uithardende, flexibel blijvende pasta of kit zodat de voeg van bovenaf blijvend waterdicht is.
In de groeven worden vervolgens de spoorstaven geplaatst 10 waarna de resterende ruimte in de groef wordt vol gegoten met een aanvankelijk vormvrij inbed- en hechtingmateriaal. De spoorstaven zijn acht meter langer dan de twee betonplaten samen en steken ter weerszijden ong. even ver voorbij het betreffende 5 uiteinde van de twee betonplaten samen uit. Na voldoende uitharden van dat inbedmateriaal wordt het product op een vrachtwagen gelegd en naar de plaats van bestemming vervoerd.
Op de plaats van bestemming wordt het product op zijn vier hoekpunten en elders langs zijn lengte door de opzij uitstekende 10 stukken spoorstaaf bevestigd aan de hijshaak van een hijskraan en op zijn eindbestemming gehesen. Vanaf deze fase tijdens de installatie kan op de volgende twee alternatieve manieren verder worden gegaan: EERSTE MANIER, niet behorend tot de in de conclusies 15 aangegeven uitvinding: Steunend op een tijdelijke fundatie wordt het product gesteld, waarna de steunvoeten worden afgevuld met grout. Na voldoende uitharden van de grout wordt de tijdelijke fundatie verwijderd en steunt het gestelde betonproduct op zijn steunvoeten.
20 TWEEDE MANIER, wel behorend tot de in de conclusies aangegeven uitvinding: de overweg wordt direct vanaf het transportvoertuig op een uitgevlakt zandbed op zijn eindbestemming gelegd, waarbij gebruiken van een tijdelijke fundatie, stellen van het product en afvullen van de steunvoeten 25 (die de overweg niet bezit) komen te vervallen.
De bijgaande tekening toont in fig. 1 een aanzicht in perspectief van een gedeelte van een betonplaat volgens een uitvoering van de uitvinding en fig. 2 toont in een zijaanzicht in doorsnede langs de lijn II-II in fig. 1 een gedeelte van twee 30 in eikaars verlengde geplaatste betonplaten van fig. 1 voor het maken van een overweg volgens de uitvinding.
Weergegeven zijn de betonplaten 1, de groeven 2 voor de spoorstaven 3, de hijspunten 4, de oppervlakteprofilering 5 in de kopse zijden, de holle kokers 6 en de voeg 7.
35 In fig. 1 ontbreken de spoorstaven 3 en in beide figuren ontbreken de spandraden in de kokers 6. De kokers 6 monden beneden de profilering 5 uit en bevinden zich naast elkaar en lopen vanaf 11 de voeg 7 schuin omhoog naar de andere kopse zijde (dit geldt zowel voor de plaat 1 aan de ene als de andere zijde van de voeg 7). De profilering 5 bestaat uit drie horizontaal boven elkaar lopende groeven. De spoorstaven 3 steken buiten de betonplaten 5 uit (fig. 2).
Ook andere uitvoeringen behoren tot de uitvinding. Bijvoorbeeld waarbij de uitsteeksels en eventueel ook de bijpassende uitsparingen aan de kopse zijde van elke plaat ontbreken, of waarbij elke kopse zijde van elke plaat zowel 10 uitsparingen als bijpassende uitsteeksels bevat, of elke kopse zijde van elke plaat alleen uitsparingen bevat. De betonplaten zouden voorts aan hun kopse zijden op twee of meer niveaus uitgerust kunnen zijn uitsteeksels en/of bijpassende uitsparingen. Het moet duidelijk zijn dat het de bedoeling is dat uitsteeksels 15 aan de kopse zijde van de ene plaat passen in uitsparingen aan de kopse zijde van een aangrenzende plaat.
Het product kan, afgezien van de spoorstaven, een lengte hebben die ontstaat door het samenstellen uit één, twee of meer stukken van 6 of 9 meter, zodat een lengte ontstaat van 6 meter 20 plus 3 meter of een veelvoud van 3 meter, bijvoorbeeld 18 of 27 meter.
Claims (14)
1. Werkwijze voor het aanleggen van een rechtstreeks, dus zonder tussenkomst van een fundatielichaam zoals een 5 (dwars)ligger, op een zandlichaam gefundeerde overweg, waarbij de overweg een geprefabriceerd samenstel omvat dat bestaat uit een samenhangende, vormstabiele en draagkrachtige, enkelvoudige betonplaat met een lengte gelijk aan de overweg en van minimaal tien meter, en in railgroeven in de enkelvoudige betonplaat 10 geplaatste, gestelde en ingebedde spoorstaven met een lengte langer dan die van de enkelvoudige betonplaat, zodat de spoorstaven aan beide zijden voorbij de betonplaat uitsteken over een lengte van minimaal 1 meter, welke overweg vanaf de fabriek in zijn geheel op een transportvoertuig naar zijn eindbestemming 15 wordt getransporteerd en vervolgens in zijn geheel wordt opgetild van het transportvoertuig en in de spoorweg wordt gelegd op een fundering waarna de uitstekende spoorstaven worden aangesloten op het spoor ter weerszijden van de overweg om deel uit te maken van het spoor, zodat de de spoorstaven verbindende las zich op 20 een afstand van minimaal 1 meter tot de betonplaat van de overweg bevindt, met het kenmerk, dat in de fabriek: - afzonderlijke betonplaatdelen worden geproduceerd met volledig vlakke onderzijde, met railgroeven voor de spoorstaven en met een breedte en dikte gelijk aan de enkelvoudige betonplaat; 25. twee of meer van deze geprefabriceerde betonplaatdelen met elk een lengte van minimaal vijf meter achter elkaar worden gelegd onder uitlijnen van de railgroeven en worden samengevoegd tot de genoemde enkelvoudige betonplaat zodat een samenhangend, vormstabiel en draagkrachtig samenstel ontstaat met een volledig 30 vlakke onderzijde; vervolgens, na plaatsen, stellen en inbedden van de spoorstaven in de fabriek en het op een transportvoertuig naar de eindbestemming transporteren; - de overweg in zijn geheel direct vanaf het transportvoertuig 35 op een de fundering vormend, uitgevlakt zandbed op zijn eindbestemming in de spoorweg wordt gelegd, onder uitsluiting van het op de eindbestemming gebruiken van een tijdelijke fundatie voor de overweg, het stellen van de overweg en het ondergrouten van de overweg.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij tijdens de werkwijze 5 er voor wordt gezorgd dat de onderzijde van de enkelvoudige betonplaat vrij van ieder de vlakheid aantastend uitsteeksel, zoals een stelvoet, blijft.
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, waarbij de 10 betonplaatdelen op hun kop in de gietmal worden geproduceerd.
4. Werkwijze volgens conclusie 1, 2 of 3, waarbij de betonplaatdelen worden gemaakt met inwendige, op een gelijk niveau doorlopende, holle kanalen (6) nabij de onderzijde, die in de 15 enkelvoudige betonplaat over de gehele lengte ervan doorlopen en waarin bij het samenstellen van de enkelvoudige betonplaat tot beide uiteinden van de enkelvoudige betonplaat lopende spanelementen worden geplaatst die vervolgens op de gewenste definitieve voorspanning worden gebracht door trekken aan hun 20 uiteinden en dan fixeren, zodat de betonplaatdelen met hun kopse zijde tegen elkaar gedrukt worden gehouden, terwijl de voegen (7) tussen de betonplaatdelen worden gevuld met een aanvankelijk vormvrij hechtmateriaal.
5. Werkwijze volgens één van conclusies 1-4, waarbij de betonplaatdelen aan elkaar worden gekoppeld zodat een betonplaat ontstaat met een sterkte en stijfheid gelijk aan een monolitische betonplaat van gelijke afmeting.
6. Werkwijze volgens conclusie 5, waarbij de betonplaatdelen met afzonderlijke koppelmiddelen aan elkaar worden gekoppeld.
7. Werkwijze volgens conclusie 6, waarbij de koppelmiddelen afzonderlijke staafvormige organen omvatten die elk steken in 35 een eigen opening (6) in een betonplaatdeel (1)
8. Werkwijze volgens één van conclusies 1-7, waarbij ieder betonplaatdeel wordt geproduceerd door voor elk in een mal wapening te plaatsen en beton te storten.
9. Werkwijze volgens één van conclusies 1-8, waarbij in de 5 gietmal minimaal twee parallelle holle kokers (6) worden geplaatst en daarna beton wordt gestort, zodat elk betonplaatdeel door uitharden in de mal de volgende eigenschappen krijgt: nabij de in gebruik onderzijde lopen de holle kokers (6) op wederzijds gelijk niveau in lengterichting van de overweg naast elkaar en 10 in de in gebruik bovenzijde lopen twee parallelle groeven (2) voor het daarin verzonken opnemen van de spoorstaven (3), waarbij na het ontkisten de twee of meer uitgeharde betonplaatdelen (1) in de fabriek in eikaars verlengde worden opgesteld zodat de railgroeven (2) en kokers (6) wederzijds zijn uitgelijnd onder 15 handhaven van een voeg (7) tussen twee op elkaar aansluitende betonplaatdelen en in iedere koker (6) een of meer spanelementen worden aangebracht, zodat elk spanelement zich door alle betonplaatdelen uitstrekt over in hoofdzaak de gehele lengte van de overweg. 20
10. Werkwijze volgens conclusie 9, waarbij de spanelementen op de gewenste definitieve voorspanning worden gebracht door trekken aan hun uiteinden en dan fixeren, en de aldus geprefabriceerde overweg met de op definitieve voorspanning 25 gebrachte spanelementen en in beide groeven geplaatste, gestelde en ingebedde spoorstaven vanuit de fabriek naar zijn eindbestemming wordt getransporteerd
11. Werkwijze volgens conclusie 9 of 10, waarbij tijdens het 30 uit de ontkiste betonplaatdelen samenstellen van de overweg de kokers (6) over de gehele lengte gevuld worden met aanvankelijk vormvrij vulmateriaal zodat de spanelementen in de kokers over hun gehele lengte zijn ingebed in uitgehard vulmateriaal.
12. Werkwijze volgens één van conclusies 1-11, waarbij de ene of meer voegen (7) worden gevuld met een aanvankelijk vormvrij vulmiddel.
13. Werkwijze volgens conclusie 12, waarbij na uitharden van het vulmiddel de betonplaatdelen permanent aan elkaar zijn gefixeerd. 5
14. Werkwijze volgens één van conclusies 1-13, waarbij wordt gezorgd dat de betonplaatdelen bij het vormen in de mal aan een of beide kopse zijden op een plaats op afstand van het bovenvlak en het ondervlak, bij voorkeur op afstand boven de holle kanalen, 10 een oppervlakteprofilering (5) krijgen, bij voorkeur uitsluitend bestaand uit in het vlakke oppervlak gemaakte verdiepingen, zoals een of meer evenwijdig aan elkaar lopende groeven, welke profilering (5) zodanig van plaatsing en afmeting is, dat van twee in gebruikstoestand met de kopse zijden tegen elkaar 15 geplaatste betonplaatdelen de oppervlakteprofilering met elkaar samenvalt, en welke oppervlakteprof ilering bij het uit de ontkiste betonplaatdelen samenstellen van de overweg deel uitmaakt van de voeg (7) en bij het met vulmiddel vullen van de voeg eveneens geheel met vulmiddel wordt gevuld.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2004642A NL2004642C2 (nl) | 2009-01-29 | 2010-05-01 | Werkwijze voor het aanleggen van een rechtstreeks op een zandlichaam gefundeerde overweg. |
Applications Claiming Priority (6)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2002466 | 2009-01-29 | ||
| NL2002466 | 2009-01-29 | ||
| NL2004314 | 2010-02-26 | ||
| NL2004314A NL2004314C2 (nl) | 2009-01-29 | 2010-02-26 | Werkwijze voor het leggen/funderen van een overweg. |
| NL2004642 | 2010-05-01 | ||
| NL2004642A NL2004642C2 (nl) | 2009-01-29 | 2010-05-01 | Werkwijze voor het aanleggen van een rechtstreeks op een zandlichaam gefundeerde overweg. |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2004642A NL2004642A (nl) | 2010-05-17 |
| NL2004642C2 true NL2004642C2 (nl) | 2010-07-30 |
Family
ID=43242648
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2004642A NL2004642C2 (nl) | 2009-01-29 | 2010-05-01 | Werkwijze voor het aanleggen van een rechtstreeks op een zandlichaam gefundeerde overweg. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2004642C2 (nl) |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2284708A1 (fr) * | 1974-09-13 | 1976-04-09 | Budapesti Koezlekedesi Vall | Voie ferree a rails a section pleine utilisant une fixation par bandes de caoutchouc |
| US6016968A (en) * | 1997-07-21 | 2000-01-25 | Oldcastle Precast, Inc. | Method of making a railway crossing |
| NL1030958C2 (nl) * | 2005-01-21 | 2006-07-26 | Voestalpine Railpro B V | Spoorwegovergang. |
-
2010
- 2010-05-01 NL NL2004642A patent/NL2004642C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2284708A1 (fr) * | 1974-09-13 | 1976-04-09 | Budapesti Koezlekedesi Vall | Voie ferree a rails a section pleine utilisant une fixation par bandes de caoutchouc |
| US6016968A (en) * | 1997-07-21 | 2000-01-25 | Oldcastle Precast, Inc. | Method of making a railway crossing |
| NL1030958C2 (nl) * | 2005-01-21 | 2006-07-26 | Voestalpine Railpro B V | Spoorwegovergang. |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| NL2004642A (nl) | 2010-05-17 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| RU2586101C2 (ru) | Способ изготовления безбалластного пути | |
| NL1039249C2 (nl) | Brug. | |
| RU85489U1 (ru) | Жесткое рельсовое полотно | |
| CA2594158A1 (en) | Bridge construction system and method | |
| KR20140047118A (ko) | 교량을 위한 기초 시스템 | |
| CN103009477A (zh) | 一种预制构件厂预制构件施工方法 | |
| KR101214602B1 (ko) | 강합성 교량의 레일형 상부슬래브를 전단연결재용 레일을 이용하여 시공하는 압출가설 장치 및 그 공법 | |
| CN110747903A (zh) | 多孔框架桥及其拼装施工方法 | |
| CN115341476B (zh) | 一种桥面铺装施工工艺 | |
| US7950276B1 (en) | System and method of forming vehicle test road by joining pre-fabricated pavement modules | |
| CN116876675B (zh) | 一种大体积超长混凝土结构膨胀加强带及浇筑施工方法 | |
| KR100889140B1 (ko) | 조립식 중공 슬래브 및 이를 시공하는 방법 | |
| CN113059685A (zh) | 一种预制梁施工系统及施工方法 | |
| NL2004642C2 (nl) | Werkwijze voor het aanleggen van een rechtstreeks op een zandlichaam gefundeerde overweg. | |
| NL2004314C2 (nl) | Werkwijze voor het leggen/funderen van een overweg. | |
| HU210631B (en) | Railway body | |
| NL2002901C2 (nl) | Systeem van ten minste twee, vlakke, geprefabriceerde betonelementen. | |
| CN214143831U (zh) | 超前止水底板浇筑结构 | |
| CN212452334U (zh) | 用于涵洞的拱结构及其钢筋混凝土拱形板 | |
| CA2813114A1 (en) | Precast wall section and method of building a wall | |
| KR20130141186A (ko) | 터널 내에 형성되는 콘크리트 공동구 및 라이닝콘크리트의 리드 헌치부의 콘크리트 기계타설 장치 및 시공방법 | |
| KR100997450B1 (ko) | 엇물림 복공판을 이용한 가설 교량 및 그 시공방법 | |
| NL1031929C2 (nl) | Werkwijze voor het verbeteren van een stalen brug, alsmede aldus verbeterde stalen brug. | |
| NL1030958C2 (nl) | Spoorwegovergang. | |
| NL1034977C1 (nl) | Bekistingselement voor trasraam bij fundering op staal en werkwijze voor het vervaardigen van een trasraam. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20220201 |