NL192640C - Inrichting voor het besturen van een objectieflens ten gebruike bij een stelsel voor het lezen van optische informatie. - Google Patents

Inrichting voor het besturen van een objectieflens ten gebruike bij een stelsel voor het lezen van optische informatie. Download PDF

Info

Publication number
NL192640C
NL192640C NL8002157A NL8002157A NL192640C NL 192640 C NL192640 C NL 192640C NL 8002157 A NL8002157 A NL 8002157A NL 8002157 A NL8002157 A NL 8002157A NL 192640 C NL192640 C NL 192640C
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
magnetic
objective lens
yokes
coils
movable
Prior art date
Application number
NL8002157A
Other languages
English (en)
Other versions
NL192640B (nl
NL8002157A (nl
Original Assignee
Olympus Optical Co
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Priority claimed from JP5223679A external-priority patent/JPS55146636A/ja
Priority claimed from JP17024779A external-priority patent/JPS5694311A/ja
Priority claimed from JP1720880A external-priority patent/JPS56117337A/ja
Application filed by Olympus Optical Co filed Critical Olympus Optical Co
Publication of NL8002157A publication Critical patent/NL8002157A/nl
Publication of NL192640B publication Critical patent/NL192640B/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL192640C publication Critical patent/NL192640C/nl

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B7/00Recording or reproducing by optical means, e.g. recording using a thermal beam of optical radiation by modifying optical properties or the physical structure, reproducing using an optical beam at lower power by sensing optical properties; Record carriers therefor
    • G11B7/08Disposition or mounting of heads or light sources relatively to record carriers
    • G11B7/09Disposition or mounting of heads or light sources relatively to record carriers with provision for moving the light beam or focus plane for the purpose of maintaining alignment of the light beam relative to the record carrier during transducing operation, e.g. to compensate for surface irregularities of the latter or for track following
    • G11B7/0925Electromechanical actuators for lens positioning
    • G11B7/093Electromechanical actuators for lens positioning for focusing and tracking

Landscapes

  • Optical Recording Or Reproduction (AREA)
  • Lens Barrels (AREA)

Description

1 192640
Inrichting voor het besturen van een objectieflens ten gebruike bij een stelsel voor het lezen van optische informatie
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het optisch lezen van op een te bewegen schijfvormige 5 registratiedrager aanwezige informatie die is opgeslagen in op elkaar volgende informatiesporen, welke inrichting is voorzien van een lichtbron voor een op de registratiedrager invallende lichtstraal, en een detectieinrichting met a. een in een vlak dwars op zijn optische as in de detectieinrichting beweegbare objectieflens, b. een regelmechanisme voor het opnemen van een met de objectieflens ontworpen lichtbeeld van 10 informatiesporen op de registratiedrager en het daaruit afleiden van een sporingfout loodrecht op de bewegingsrichting van een te lezen informatiespoor tussen de plaats van inval van de lichtstraal en dit informatiespoor, c. een in het vlak dwars op de optische as van de objectieflens rechtlijnig beweegbaar en met de objectieflens vast verbonden instelelement, en 15 d. een met ten minste één magnetisch juk en met een magneet uitgerust magnetisch circuit dat een door de magnetische flux van het circuit doorlopen spleet heeft, in welke spleet het instelelement volgens de richting van de sporingfout beweegbaar is opgenomen, en in welk circuit ten minste één door de sporingfout gestuurde elektrische spoel is opgenomen.
Een boven aangegeven inrichting is bekend uit de Franse octrooiaanvrage 2174353. Bij de uit deze 20 aanvrage bekende inrichting wordt het instelelement gevormd door een spoel die beweegbaar is in de genoemde sporingrichting en bevestigd is aan de instelstang van de objectieflens. Een probleem bij een dergelijke uitvoering is dat een dergelijke bewegende spoel zich niet leent voor miniaturisatie.
De uitvinding beoogt bovengenoemde problemen te ondervangen en een inrichting te verschaffen voor het corrigeren van de sporingfout tussen een informatiespoor en een via een objectieflens ingestraalde of 25 uitgelezen lichtstip, die de objectieflens kan bewegen in de sporingrichting op lineaire wijze in afhankelijkheid van de waarde van een sporingfoutsignaal.
De uitvinding beoogt verder een dergelijke inrichting te verschaffen die op eenvoudige wijze klein van afmetingen en licht van gewicht kan worden vervaardigd en daarbij toch voldoende aandrijving kan leveren welke nodig is voor het bereiken van een goede responsie.
30 Dit wordt bij een inrichting van de in de aanhef genoemde soort volgens de uitvinding aldus bereikt dat het beweegbare instelelement van magnetisch materiaal is en dat de elektrische spoel rond ten minste een deel van het magnetische juk is gewikkeld.
Bij een voordelige uitvoeringsvorm van deze inrichting, omvat het magnetische juk ten minste twee magnetische deeljukken evenwijdig aan de sporingrichting, is tussen de ene uiteinden van de twee 35 magnetische deeljukken een magnetisch koppelelement geplaatst en is tussen de andere uiteinden de spleet gevormd, waarbij de spoel ten minste twee deelspoelen omvat die elk telkens rond het andere uiteinde van een magnetisch deeljuk zijn gewikkeld.
Wanneer bij een dergelijke inrichting volgens de uitvinding de eerste en de tweede deelspoel, gewikkeld op de respectievelijke eerste en tweede magnetische deeljukken en geplaatst in de magnetische fluxweg, 40 worden gevoed met vanaf het regelmechanisme afkomstige stromen die overeenkomen met het sporingfoutsignaal, dan wordt het beweegbare instelelement onderworpen aan een aandrijfkracht. De richting van beweging van dit beweegbare instelelement kan worden bepaald op basis van het teken van de aan de spoelen toegevoerde elektrische stroom. Verrassenderwijs is gebleken dat de mate van verplaatsing van het beweegbare instelelement, en derhalve van de hiermee gekoppelde objectieflens, in de sporingrichting 45 lineair wordt ten opzicht van de waarde van de aan de spoelen toegevoerde stroom. Tevens kunnen de magnetische elementen, het beweegbare instelelement en de spoelen buitengewoon klein van afmeting en licht van gewicht worden vervaardigd zodat de gehele Inrichting zeer compact kan worden uitgevoerd. In antwoord op de grote aandrijfkracht kan de objectieflens derhalve zeer snel worden bewogen om een gewenste responsie te verkrijgen.
50
Figuur 1 toont een perspectief aanzicht van een uitvoeringsvorm van een bekend optisch informatielees-stelsel waarbij de uitvinding kan worden toegepast.
De figuren 2A tot en met 2H tonen schematische aanzichten ter illustratie van diverse uitvoeringsvormen van aandrijfmechanismen van een objectieflens aandrijfinrichting volgens de uitvinding.
55 Figuur 3 toont een aanzicht van een uitvoeringsvorm van de aandrijfinrichting volgens de uitvinding.
Figuur 4 toont een aanzicht van een andere uitvoeringsvorm van de aandrijfinrichting volgens de uitvinding.
192640 2
Figuur 5 toont een aanzicht als illustratie van een verdere uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding.
De figuren 6A en 6B tonen een zij-respectievelijk bovenaanzicht van een verdere uitvoeringsvorm van de aandrijfinrichting volgens de uitvinding, waarbij in de figuren de linker zijde in doorsnede is getoond.
5 De figuren 7A en 7B tonen een respectievelijk zij- en bovenaanzicht van een andere uitvoeringsvorm van de aandrijfinrichting volgens de uitvinding, waarbij in deze figuren de linkerzijde getoond is in doorsnede.
Figuur 1 toont een uitvoeringsvorm van een bekend optisch informatieleesstelsel zoals beschreven in het Amerikaanse octrooischrift 3.909.608, bij welk stelsel de objectieflens-aandrijfinrichting volgens de uitvinding 10 met voordeel kan worden toegepast. Een schijfvormig registratiemedium 1 is voorzien van een groot aantal informatiesporen. De sporen kunnen concentrisch of spiraalsgewijze gevormd zijn en informatie is op deze sporen geregistreerd in de vorm van optische elementen, aangeduid met de term "napjes”. De schijf 1 roteert rond een as 2 die gekoppeld is met een motor 3 welke draait met een zeer hoge snelheid van bijvoorbeeld 1800 omwentelingen per minuut indien het gaat om een videoschijf in het NTSC-stelsel.
15 Teneinde de op de schijf 1 optisch geregistreerde informatie te reproduceren wordt een lichtbundel, bijvoorbeeld uitgezonden door een laserlichtbron, door middel van een objectieflens 4 gefocusseerd op de schijf 1 als lichtstip met zeer kleine diameter. In de uitvoeringsvorm die getoond is in figuur 1, loopt de lichtbundel door de schijf 1 en wordt gemoduleerd door de napjes op de schijf en valt in op vier foto-detectorelementen 5A tot en met 5D die symmetrisch rond de optische as van de objectieflens 4 zijn 20 gepositioneerd. De uitgangssignalen van de diagonaal tegenover elkaar geplaatste fotodetectorelementen 5A en 5B die uitgelijnd zijn volgens de spoorrichting worden toegevoerd aan een eerste verschilversterker 6A die het verschilsignaal tussen deze uitgangssignalen produceert. Dit verschilsignaal wordt verder toegevoerd aan een eerste processor 7A welke aan de uitgang 8 een signaal levert. De uitgangssignalen van de andere fotodetectoren 5C en 5D worden toegevoerd aan een tweede verschilversterker 6B en het 25 verschilsignaal van deze verschilversterker wordt toegevoerd aan een tweede processor 7B die aan een tweede uitgang 9 een signaal afgeeft. Omdat de fotodetectoren 5A en 5B uitgelijnd zijn in de richting parallel aan de informatiesporen vertegenwoordigt het signaal dat verschijnt aan de eerste uitgang 8 het informatie-signaal dat op de schijf 1 is geregistreerd terwijl de fotodetectoren 5C en 5D gerangschikt zijn in een richting loodrecht op de informatiesporen zodat het uitgangssignaal aan de tweede uitgang 9 de afwijking 30 van de lichtstip ten opzichte van de informatiesporen vertegenwoordigt, dat wil zeggen het sporingfoutsig-naal. Als daarom de objectieflens 4 in radiale richting wordt verschoven, welke richting is aangeduid met de dubbele pijl T, in overeenstemming met het sporingfoutsignaal dan kan de lichtstip de informatiesporen nauwkeurig volgen en kan de informatie op correcte wijze worden gereproduceerd. Anderzijds kan een focusseringfoutsignaal worden afgeleid door middel van een van een aantal bekende werkwijzen en de 35 lichtstip kan op correcte wijze worden gefocusseerd op de sporen door het bewegen van de objectieflens 4 in de richting die bepaald wordt door zijn optische as, zoals aangegeven is met de dubbele pijl F, en wel door het toevoeren van het focusseringfoutsignaal aan een geschikte elektromechanische omvormer.
Er wordt opgemerkt dat het sporingfoutsignaal en/of het focusseringfoutsignaal ook op diverse andere manieren kan worden afgeleid waarbij het voor de uitvinding niet essentieel is op welke wijze deze 40 foutsignalen worden verkregen.
De figuren 2A tot en met 2H tonen schematische aanzichten van een aantal uitvoeringsvormen van een principiële constructie van een aandrijforgaan voor de objectieflens-aandrijfinrichting volgens de uitvinding.
In deze figuren en ook in enkele andere figuren die nog ter sprake komen, zijn, teneinde de richting van de magnetische flux duidelijk te illustreren, de spoelen doorgesneden in een vlak parallel aan het vlak van 45 tekening.
In de uitvoeringsvorm die geïllustreerd is in figuur 2A, zijn eerste en tweede jukken, vervaardigd van magnetisch materiaal 12 en 12', welke eerste en tweede magnetische elementen vormen, met elkaar gekoppeld aan hun ene uiteinde door middel van een permanente magneet 11 welke een derde magnetisch element vormt. In de ruimte gevormd tussen de andere eindgedeelten van de eerste en tweede jukken 12 50 en 12' is een beweegbaar element 15 vervaardigd van magnetisch materiaal aangebracht. Het beweegbare element 15 is beweegbaar gepositioneerd in de richting T, corresponderend met de sporingrichting T in figuur 1. De eerste en tweede spoelen 14 en 14' zijn op de respectievelijke eerste en tweede jukken 12 en 12' gewikkeld nabij de genoemde andere eindgedeelten toegekeerd aan het beweegbare element 15. De eerste en tweede jukken 12 en 12', de permanente magneet 11 en het beweegbare element 15 vormen een 55 magnetisch circuit en de permanente magneet 1 produceert een constante magnetische flux door het magnetische circuit zoals geïllustreerd is met de pijlen M. Met verwaarlozing van mogelijke lek van magnetische flux zijn alleen die gedeelten 14A en 14A' van de spoelen 14 en 14' die respectievelijk 3 192640 tegenover elkaar zijn geplaatst onderworpen aan de magnetische flux M, geleverd door de permanente magneet 11. Met andere woorden, de magnetische flux M die door het magnetische circuit loopt, snijdt de spoelen 14 én 14' slechts in de gedeelten 14A en 14A'. Als een spoel waardoor een elektrische stroom loopt in een magnetisch veld wordt geplaatst, dan is de spoel onderworpen aan een mechanische kracht.
5 Als derhalve elektrische stromen worden toegevoerd aan de eerste en tweede spoelen 14 en 14' in dusdanige richting dat de spoelgedeelten 14A en 14A' worden onderworpen aan een mechanische kracht in dezelfde richting, dan wordt het beweegbare element 15 in de richting T bewogen omdat de spoelen 14 en 14' zijn gewikkeld op de vast gerangschikte jukken 12 respectievelijk 12' en niet bewogen kunnen worden. Als de stromen worden toegevoerd aan de spoelen 14 en 14' in de symbolisch in figuur 2A aangegeven 10 richtingen dan wordt het beweegbare element 2A aangegeven richting dan wordt het beweegbare element 15 in figuur 2A naar rechts bewogen en de mate van deze beweging hangt af van de amplituden van de stromen. Als de spoelen 14 en 14' worden gevoed met stromen in tegengestelde richting, dan zal het beweegbare element 15 in tegengestelde richting, dat wil zeggen naar links worden bewogen. Op deze wijze kan het beweegbare element 15 in de richting T worden bewogen door het leveren van stromen aan 15 de spoelen 14 en 14' waarbij de richting en de mate van de beweging kan worden bepaald afhankelijk van de richtingen en de amplituden van de aan de respectievelijke spoelen geleverde stromen. Als derhalve het beweegbare element 15 beweegbaar in de sporingrichting T wordt geplaatst in samenhang met een objectieflens en de spoelen 14 en 14' worden gevoed met stromen corresponderend met het sporingfoutsig-naal dan kan de objectieflens in de sporingrichting T worden verschoven zodanig dat de lichtstip die door de 20 objectieflens wordt gevormd de informatiesporen op nauwkeurige wijze volgt. Volgens de uitvinding kan de inrichting eenvoudig in kleine afmetingen en licht van gewicht worden vervaardigd terwijl toch een voldoend grote kracht kan worden geproduceerd. De responsie van de inrichting is beter dan van de bekende inrichtingen. Verder is de relatie tussen de mate van verplaatsing en de amplitude van de aan de spoelen 14 en 14' toegevoerde stromen lineair binnen een zeker gebied van stroomamplituden zodat een zeer 25 nauwkeurige sporingsregeling kan worden uitgevoerd.
In de uitvoeringsvorm die geïllustreerd is in figuur 2B zijn eerste en tweede jukken 12 en 12' met elkaar gekoppeld bij hun ene uiteinde door middel van een derde juk 13 vervaardigd van een magnetisch materiaal en verder is een beweegbaar element 16 uitgevoerd als een permanente magneet aangebracht tussen de eerste en tweede jukken 12 en 12' nabij hun respectievelijke andere eindgedeelten en beweegbaar in de 30 richting T. Het beweegbare element vormt het middel voor het opwekken van een constante magnetische flux M door het magnetische circuit 12,12', 13 en 16. Ook in deze uitvoeringsvorm kan het beweegbare element 16 in de richting T worden verschoven door het toevoeren van elektrische stromen aan de eerste en tweede spoelen 14 en 14' die gewikkeld zijn op de respectievelijke eerste en tweede jukken 12 en 12' nabij de andere eindgedeelten.
35 Figuur 2C toont een andere uitvoeringsvorm van de uitvinding, waarin eerste en tweede jukken 12 en 12' met hun eerste eindgedeelten met elkaar zijn verbonden door middel van een permanente magneet 11 terwijl ook het beweegbare element 16 is uitgevoerd als een permanente magneet. De eerste en tweede spoelen 14 en 14' zijn op de respectievelijke eerste en tweede jukken 12 en 12' gewikkeld. In deze uitvoeringsvorm zijn de permanente magneten 11 en 16 dusdanig gerangschikt dat ze een constante 40 magnetische flux M produceren in dezelfde richting door het magnetische circuit 11,12,12' en 16.
In de uitvoeringsvorm die geïllustreerd is in figuur 2D zijn eerste en tweede magnetische jukken 12 en 12' met elkaar gekoppeld nabij hun ene uiteinde door middel van een derde magnetisch element 17 waarop een spoel 18 is gewikkeld. De spoel 18 wordt voorzien van een gelijkstroom van constante amplitude in een zodanige richting dat het derde element 17 wordt gemagnetiseerd met de in figuur 2D getoonde polariteit. In 45 deze uitvoeringsvorm vormt de elektromagneet bestaande uit de kern 17 en de spoel 18 het middel voor het produceren van een constante magnetische flux M die door het magnetische circuit loopt opgebouwd uit de eerste, tweede en derde magnetische elementen 12,12' en 17 en het beweegbare element 15 dat vervaardigd is van magnetisch materiaal. Er wordt opgemerkt dat het beweegbare element 15 uitgevoerd kan zijn als een permanente magneet die een magnetische flux produceert in dezelfde richting als de flux 50 van de elektromagneet 17,18.
Figuur 2E toont een verdere uitvoeringsvorm van de aandrijfinrichting volgens de uitvinding. In deze uitvoeringsvorm is een paar aandrijforganen zoals getoond in figuur 2A met de eindvlakken van de andere eindgedeelten van de eerste en tweede magnetische elementen aanrustend tegen elkaar gerangschikt. De eerste groep wordt gevormd door de eerste en tweede jukken 12-1 en 12'-1, de permanente magneet 11-1 55 die de eerste en tweede jukken met elkaar koppelt nabij hun eerste eindgedeelten en de eerste en tweede spoelen 14-1 en 14'-1 die gewikkeld zijn op de eerste respectievelijk tweede jukken waarbij de tweede groep wordt gevormd door de eerste en tweede jukken 12-2 en 12'-2, de permanente magneet 11-2 die de 192640 4 eerste en tweede jukken nabij hun eerste eindgedeelten met elkaar koppelt en de eerste en tweede spoelen 14-2 en 14'-2 gewikkeld op de respectievelijke eerste en tweede jukken. Een gemeenschappelijk beweegbaar element 15 vervaardigd uit magnetisch materiaal is gerangschikt in het middel van de ruimte omgeven door de jukken 12-1,12’-1,12-2 en 12'-2 en de permanente magneten 11-1 en 11-2. Er wordt opgemerkt, 5 dat het element 15 beweegbaar is in de sporingrichting T. Als de spoelen 14-1,14'-1,14-2 en 14'-2 worden gevoed met elektrische stromen corresponderend met he sporingfoutsignaal in de symbolisch in figuur 2E aangegeven richtingen, dan wordt het beweegbare element 15 onderworpen aan een mechanische kracht in de sporingrichting. In deze uitvoeringsvorm wordt een eerste magnetisch circuit gevormd door de jukken 12-1 en 12'-1, de permanente magneet 11-1 en het beweegbare element 15 en een tweede magnetisch 10 circuit bestaat uit de jukken 12-2 en 12'-2, de permanente magneet 11-2 en het beweegbare element 15.
De permanente magneten 11-1 en 11-2 produceren constante magnetische fluxen M-1 en M-2 die stromen door de respectievelijke eerste en tweede magnetische circuits.
In een figuur 2F gegeven modificatie van de in figuur 2E getoonde uitvoeringsvorm zijn de eerste jukken 12-1 en 12-2 en de tweede jukken 12'-1 en 12'-2 van de respectievelijke eerste en tweede groepen 15 uitgevoerd als niet gedeelde jukken. Verder kunnen de eerste spoelen 14-1 en 14-2 en de tweede spoelen 14'-1 en 14'-2 als niet gedeelde spoelen worden uitgevoerd.
In de uitvoeringvorm die geïllustreerd is in figuur 2F zijn eerste en tweede jukken vervaardigd van magnetisch materiaal 12 en 12' gekoppeld met elkaar aan hun eindgedeelten door middel van een derde en vierde juk eveneens uit magnetisch materiaal 13-1 en 13-2.
20 Een beweegbaar element vervaardigd als een permanente magneet 16 is gerangschikt in het midden van de ruimte die door deze jukken wordt omgeven en eerste en tweede spoelen 14 en 14' zijn gewikkeld op de eerste en tweede jukken 12 respectievelijk 12' rond de centrale gedeelten daarvan. Deze spoelen 14 en 14' zijn toegekeerd naar het beweegbare element 16 waarmee de constante magnetische fluxen M-1 en M-2 stromend door een respectievelijk eerste en tweede magnetisch circuit worden opgewekt. Omdat de 25 magnetische fluxen M-1 en M-2 de eerste en tweede spoelen 14 en 14' snijden zal, wanneer de spoelen worden gevoed met elektrische stromen corresponderend met het sporingfoutsignaal, het beweegbare element 16 in de sporingrichting T worden verschoven.
Figuur 2Q toont een gemodificeede uitvoeringsvorm van het aandrijforgaan volgens figuur 2F. In deze uitvoeringsvorm zijn eerste en tweede jukken 12 en 12' vervaardigd van magnetisch materiaal aan beide 30 uiteinden gekoppeld door middel van een derde en vierde magnetisch orgaan 11-1 respectievelijk 11-2 vervaardigd in de vorm van permanente magneten. Het beweegbare element 16, eveneens uitgevoerd als een permanente magneet, is aangebracht in de ruimte die wordt omgeven door deze magnetische elementen 12,12', 11-1 en 11-2 zodat er een eerste en een tweede magnetisch circuit ontstaat waardoor de constante magnetische fluxen M-1 en M-2 verlopen. De eerste en tweede spoelen 14 en 14' zijn 35 gewikkeld op de eerste respectievelijk tweede jukken 12 en 12' rond de centrale gedeelten daarvan. Als elektrische stromen corresponderend met de sporingfoutsignalen worden toegevoerd aan de spoelen in de, in figuur 2G symbolisch aangegeven richtingen dan wordt het beweegbare element 16 onderworpen aan een mechanische kracht en wordt naar rechts verschoven volgens de sporingrichting T.
Figuur 2H toont nog een andere uitvoeringsvorm van het aandrijforgaan volgens de uitvinding. In deze 40 uitvoeringsvorm zijn eerste en tweede magnetische elementen vervaardigd uit magnetisch materiaal 12 en 12' met elkaar gekoppeld aan beide eindgedeelten door middel van derde en vierde magnetische elementen vervaardigd uit magnetisch materiaal 17-1 en 17-2 waarbij een beweegbaar element 15 vervaardigd uit magnetisch materiaal beweegbaar in de richting T is aangebracht in de ruimte die wordt omgeven door deze magnetische elementen. De eerste en tweede spoelen 14 en 14' zijn respectievelijk rond de midden-45 gedeelten van de eerste respectievelijk tweede jukken 12 en 12' gewikkeld. Verdere spoelen 18-1 en 18-2 zijn zodanig rond de derde en vierde jukken 17-1 en 17-2 gewikkeld dat elektromagneten worden gevormd voor het produceren van constante magnetische fluxen M-1 en M-2 door de eerste en tweede magnetische circuits. Ook in deze uitvoeringsvorm zal, indien elektrische stromen corresponderend met het sporingfoutsignaal worden toegevoerd aan de eerste en tweede spoelen 14 en 14' het beweegbare element 15 worden 50 verschoven in de sporingrichting T op de gewenste wijze. In een gemodificeerde uitvoeringsvorm kan het beweegbare element 15 uitgevoerd zijn als een permanente magneet.
In de uitvoeringsvormen getoond in de figuren 2A, 2B, 2C en 2D worden, wanneer de eerste en tweede spoelen 14 en 14' worden gevoed met stromen in de symbolisch aangegeven richtingen, magnetische fluxen geproduceerd in de eerste en tweede jukken 12 en 12' in de richtingen aangegeven met de pijlen C. 55 Deze magnetische fluxen C hebben dezelfde richtingen als die van de constante magnetische flux M geproduceerd in het magnetische circuit door de magnetische flux producerende middelen zoals de elektro magneet of de permanente magneet. Daarom zal de waarde van de in het magnetische circuit geprodu- 5 192640 ceerde magnetische flux toenemen. Als anderzijds de richting van de door de spoelen 14 en 14' lopende stromen wordt omgekeerd dan zullen de door de spoelen 14 en 14' geleverde magnetische fluxen een richting hebben tegengesteld aan die van de magnetische flux M. Als gevolg daarvan zal de in het magnetische circuit opgewekte magnetische flux worden verminderd. De relatie tussen de amplitude van de 5 stromen die door de spoelen 14 en 14' lopen en de mate van verplaatsing van het beweegbare orgaan 15 of 16 is niet-iineair. Vanuit een praktisch oogpunt kan deze relatie echter als lineair worden verondersteld binnen een zeker stroomamplitudegebied.
In de uitvoeringsvormen geïllustreerd in de figuren 2E, 2F, 2G en 2H worden, wanneer elektrische stromen corresponderend met het sporingfoutsignaal worden toegevoerd aan de spoelen 14 en 14', 10 magnetische fluxen geïnduceerd met de richtingen getoond met de pijlen C in de eerste en tweede jukken. Deze geïnduceerde magnetische fluxen hebben dezelfde richting als die van de constante magnetische flux M-1 in het eerste magnetische circuit maar zijn tegengesteld gericht aan de magnetische flux M-2 in het tweede magnetische circuit. Als de richting van de stromen die door de spoelen 14 en 14' lopen wordt omgekeerd dan wordt de bovengenoemde relatie ook omgekeerd. Er zal derhalve een netto magnetische 15 flux in de eerste en tweede magnetische circuits worden geproduceerd die in het geheel niet varieert zodat de relatie tussen de amplitude van de stromen en de mate van verplaatsing van het beweegbare element 15 of 16 lineair wordt. Verder kan in deze uitvoeringsvorm een grotere mate van kracht voor het aandrijven van het beweegbare element worden verkregen vanwege de grotere waarde van de magnetische flux die door het beweegbare element kan lopen.
20 Er wordt verder opgemerkt dat de uitvinding niet beperkt is tot de uitvoeringsvormen die getoond zijn in de figuren 2A tot en met 2H, maar dat diverse modificaties binnen het bereik van de deskundige liggen. Het is bijvoorbeeld mogelijk om ten minste een permanente magneet of eén elektro magneet aan te brengen in een willekeurig gedeelte van een magnetisch circuit. Verder kunnen combinaties van permanente magneten en elektro magneten worden gebruikt als middel voor het produceren van de constante magnetische flux in 25 het magnetische circuit.
Figuur 3 toont een eerste uitvoeringsvorm van een objectieflens-aandrijfinrichting volgens de uitvinding.
In deze uitvoeringsvorm wordt het aandrijforgaan dat getoond is in figuur 2C toegepast. Dat wil zeggen dat eerste en tweede jukken 12 en 12' vervaardigd uit magnetisch materiaal en uitgevoerd in een L-vorm met elkaar zijn verbonden aan hun bovenuiteinden door middel van een permanente magneet 11 terwijl een 30 beweegbaar element 16 uitgevoerd als een permanente magneet is aangebracht in de ruimte tussen de eindvlakken van de ondergedeelten van de eerste en tweede jukken 12 en 12', rond welke ondergedeelten de eerste en tweede spoelen 14 respectievelijk 14' zijn gewikkeld op zodanige wijze dat een magnetische flux M opgewekt door de permanente magneten 11 en 14 en verlopend door het magnetische circuit de spoelen 14 en 14' snijdt. Terwille van de duidelijkheid zijn de spoelen 14 en 14' doorsneden door een vlak 35 loodrecht op de optische as van de objectieflens 20.
In deze uitvoeringsvorm is de objectieflens 20 bevestigd aan een lenshouder 21 bij voorkeur vervaardigd uit niet magnetisch materiaal en het beweegbare element 16 is vastgezet aan de lenshouder 21. De lenshouder 21 wordt ondersteund door een paar bladveren 22 en 22' op zodanige wijze dat de houder 21 en derhalve de lens 20 en het beweegbare element 16 in de sporingrichting T kunnen bewegen. Een 40 uiteinde van de bladveren 22 en 22' is bevestigd aan de houder 21 en de andere uiteinden zijn bevestigd aan een vast lichaam 23 behorend tot de inrichting. De jukken 12 en 12' en de permanente magneet 11 zijn eveneens bevestigd aan het vaste lichaam. De bladveren 22 en 22' zijn symmetrisch ten opzichte van de optische as van de objectieflens aangebracht. Verder zijn de jukken 12,12', de permanente magneet 11 en het beweegbare element 16 aangebracht in een vlak dat in hoofdzaak loodrecht staat op de optische as van 45 de lens 20.
Als elektrische stromen corresponderend met een sporingfoutsignaal worden toegevoerd aan de eerste en tweede spoelen 14 en 14' dan wordt het beweegbare element 16 onderworpen aan een mechanische kracht in de sporingsrichting T en daarmee wordt de objectieflens 20 verplaatst in de sporingrichting T op zodanige wijze dat een lichtstip gevormd door de lens 20 altijd de informatiesporen op de registratieschijf 50 kan volgen.
Figuur 4 illustreert een modificatie van de uitvoeringsvorm uit figuur 3. In deze gemodificeerde uitvoeringsvorm zijn de spleten tussen de eindvlakken van de ondergedeelten van de L-vormige eerste en tweede magnetische jukken 12 en 12' en het beweegbare element 16 gevuld met respectievelijke magnetische fluïdums 19 en 19’. Dit magnetische fluïdum kan bestaan uit het commercieel onder de naam 55 "Ferrofluid” door Ferrofluidics Company, U.S.A., geleverde fluïdum. Teneinde een goede responsie voor de sporingscorrectie te verkrijgen moet de aandrijfinrichting geschikte dempingseigenschappen bezitten. De magnetische fluïdums 19 en 19' die de spleten vullen blijven stabiel in de spleten als gevolg van het sterke 192640 6 magnetische veld in de spleten. De magnetische fluïdums 19 en 19' hebben een viscositeit die geschikt is voor het opleveren van het gewenste dempingseffect. In de getoonde uitvoeringsvorm zal het beweegbare element 16, wanneer het wordt bewogen in de sporingrichting, enigszins roteren ten opzichte van de optische as. Daarom worden de spleten tussen de jukken 12 en 12' en het beweegbare element 16 5 enigszins verwijd om ervoor te zorgen dat het beweegbare element niet in contact komt met de spoelen 14 en 14'. Omdat deze bredere spleten worden gevuld met de magnetische fluïdums 19 en 19' wordt de magnetische weerstand van de spleten verminderd en kan de maximale hoeveelheid van de magnetische flux M door het magnetische circuit lopen.
Figuur 5 illustreert een andere uitvoeringsvorm van de objectieflens-aandrijfinrichting volgens de 10 uitvinding. In deze uitvoeringsvorm is een objectieflens 20 bevestigd aan een lenshouder 21 vervaardigd uit niet magnetisch materiaal en de houder 21 wordt door middel van een paar bladveren 22 en 22' zodanig ondersteund dat de houder beweegbaar is in hoofdzaak in de sporingrichting T. De ene uiteinden van de bladvere 22 en 22' zijn bevestigd aan de houder 21 en de andere uiteinden zijn bevestigd aan een vast lichaam 23. In deze uitvoeringsvorm verlopen de bladveren 22 en 22' parallel aan elkaar in een richting 15 loodrecht op de sporingrichting T en op de optische as van de lens 20. Aan beide tegengestelde zijden van de houder 21 zijn eerste en tweede beweegbare elementen 36-1 respectievelijk 36-2, uitgevoerd in de vorm van permanente magneten, bevestigd. Het eerste beweegbare element 36-1 verloopt tussen eerste en tweede staafvormige jukken 32-1 en 32'-1 nabij het ene uiteinde daarvan en deze jukken zijn met elkaar gekoppeld door middel van een derde magnetisch element 31 -1 in de vorm van een permanente magneet. 20 Op de eerste en tweede jukken 32-1 en 32'-1 zijn de respectievelijke eerste en tweede spoelen 34-1 en 34'-1 gewikkeld nabij de genoemde ene uiteinden van de jukken. De spleten tussen het beweegbare element 36-1 en de spoelen 34-1 en 34 -1 zijn gevuld met de respectievelijke magnetische fluïdums 39-1 en 39'-1. Het tweede beweegbare element 36-2 is aangebracht tussen de staafvormige vierde en vijfde magnetische jukken 32-2 en 32'-2 nabij het ene uiteinde daarvan rond welke uiteinden de derde en vierde 25 spoelen 34-2 en 34'-2 zijn gewikkeld. De jukken 32-2 en 32'-2 zijn aan hun andere uiteinden met elkaar gekoppeld door middel van een zesde magnetisch element 31-2 in de vorm van een permanente magneet. Verdere magnetische fluïdums 39-2 en 39'-2 zijn aangebracht in de spleten tussen het tweede beweegbare element 36-2 en de derde respectievelijk vierde spoelen 34-2 en 34'-2.
Als in de getoonde uitvoeringsvorm elektrische stromen corresponderend met het sporingfoutsignaal 30 worden geleverd aan de spoelen 34-1, 34'-1, 34-2 en 34'-2 in de richtingen die symbolisch in figuur 5 zijn aangegeven, dan worden de eerste en tweede beweegbare elementen 36-1 en 36-2 onderworpen aan neerwaartse mechanische krachten in de sporingrichting T in het vlak van figuur 5 zodat de objectieflens 20 in de sporingrichting T wordt bewogen.
In de uitvoeringsvorm die getoond is in figuur 5 zijn de permanente magneten 31-1, 31-2, 36-1 en 36-2 35 zodanig gerangschikt dat de magnetische flux M-1 die geproduceerd wordt door de magneten 31-1 en 36-1 tegengesteld gericht is aan de magnetische flux C geproduceerd door de spoelen 34-1 en 34'-1, maar de magnetische flux M-2 geproduceerd door de magneten 31-2 en 36-2 heeft dezelfde richting als de magnetische fluxen C gegenereerd door de spoelen 34-2 en 34'-2. Zoals in het bovenstaande al aan de hand van de figuren 2E tot en met 2H is verklaard zullen de invloeden van de magnetische fluxen C 40 geïndiceerd door de spoelen 34-1, 34'-1, 34-2 en 34'-2 op de constante magnetische fluxen M-1 en M-2 onderling worden gecompenseerd zodat de relatie tussen de amplitude van de stromen die lopen door de spoelen en de mate van de verplaatsing van de objectieflens 20 lineair is en er derhalve een ideale responsie kan worden verkregen samen met de dempende werking van de magnetische fluïdums 39-1, 39'-1, 39-2 en 39'-2.
45 In de uitvoeringsvorm die getoond is in figuur 3 kunnen eveneens fluïdums worden aangebracht in de spleten tussen het beweegbare element 16 en de eerste en tweede jukken 14 en 14'. Verder kunnen in de uitvoeringsvormen getoond in de figuren 4 en 5 de magnetische fluïdums 19 en 19' worden weggelaten. Ook in dat geval kunnen de aandrijforganen correct functioneren. Bovendien is in de uitvoeringsvormen getoond in de figuren 3, 4 en 5 het in figuur 2C geïllustreerde aandrijfmechanisme toegepast, maar het zal 50 natuurlijk duidelijk zijn dat ook de andere aandrijfmechanismen geïllustreerd in de figuren 2A, 2B, 2D tot en met 2H en de modificaties daarvan gebruikt kunnen worden. Als de aandrijfmechanismen geïllustreerd in de figuren 2E tot en met 2H worden gebruikt dan kan het beweegbare element 15 of 16 vast worden gekoppeld met de objectieflens 20 of met de houder daarvan door middel van een geschikt koppelings-mechanisme. Verder verlopen in de uitvoeringsvormen getoond in de figuren 3, 4 en 5 de bladveren 22 en 55 22’ loodrecht op de optische as, maar ze kunnen ook parallel aan de optische as worden gepositioneerd.
In de figuren 6A en 6B is een andere uitvoeringsvorm van de objectieflens-aandrijfinrichting volgens de uitvinding getoond. In de figuren is d linker helft in doorsnede getoond. In deze uitvoeringsvorm zijn de

Claims (5)

7 192640 eerste en tweede magnetische elementen 42 en 42' vervaardigd uit magnetisch materiaal en gekoppeld met elkaar bij de beide eindgedeelten door middel van een derde en vierde magnetische element respectievelijk 41-1 en 41-2 in de vorm van permanente magneten. Op de eerste en tweede jukken 42 en 42' zijn rond het midden daarvan de eerste en tweede spoelen 44 en 44' gewikkeld. Een objectieflens 20 Is bevestigd aan 5 een lenshouder 24 vervaardigd uit magnetisch materiaal. In deze uitvoeringsvorm doet de lenshouder 24 dus dienst als beweegbaar element. De lenshouder 24 is opgehangen aan een vast gepositioneerd lichaam van de inrichting door middel van een paar bladveren 22 en 22' die parallel verlopen met de optische as van de objectieflens 20. Verder zijn magnetische fluïdums 49 en 49' aangebracht in de spleten gevormd tussen de lenshouder 24 en de spoelen 44 en 44'. Wanneer in deze uitvoeringsvorm elektrische stromen 10 corresponderend met de sporingsignaalfout T. Er wordt opgemerkt dat ook in deze uitvoeringsvorm de relatie tussen de amplitude van de stromen en de mate van de verplaatsing van de lens 20 lineair gemaakt is. De figuren 7A en 7B tonen een andere uitvoeringsvorm soortgelijk aan de uitvoeringsvorm in de figuren 6A en 6B. In deze uitvoeringsvorm zijn eerste en tweede jukken 52 en 52' vervaardigd uit magnetisch 15 materiaal met elkaar gekoppeld door middel van derde en vierde jukken 53 en 53' vervaardigd uit magnetisch materiaal. Een objectieflens 20 Is aangebracht in een lenshouder 25 vervaardigd in de vorm van een permanente magneet welke constante magnetische fluxen M-1 en M-2 genereert in de eerste en tweede magnetische circuits. De houder 25 is opgehangen aan een vast lichaam 23 door middel van een paar bladveren 22 en 22' welke symmetrisch zijn gerangschikt met betrekking tot de optische as van de 20 objectieflens 20. De eerste en tweede spoelen 54 en 54' zijn gewikkeld op de eerste en tweede jukken 52 en 52' en wel om de middengedeelten daarvan. Als er stromen, corresponderend met het sporingfoutsignaal worden toegevoerd aan de spoelen 54 en 54' dan worden de lenshouder 25 en de lens 20 in de sporingrichting T bewogen. 25 In de uitvoeringsvormen geïllustreerd in de figuren 6A, 6B, 7A en 6B kunnen ook de aandrijfmechanismen getoond in de figuren 2E, 2G en 2H en de modificaties daarvan worden toegepast. Verder kunnen ook de magnetische fluïdums worden weggelaten indien ze aanwezig waren. De figuren 8A, 8B en 8C tonen drie modificaties van de uitvoeringsvorm getoond in de figuren 7A en 7B en corresponderende elementen zijn aangeduid met dezelfde referentiecijfers als die in de figuren 7A en 7B. 30 In de uitvoeringsvorm van figuur 8A is de lenshouder 25 die dienst doet als beweegbaar element vervaardigd in de vorm van een permanente magneet en omgeven door eerste, tweede, derde en vierde staafvor-mige magnetische elementen 52, 52', 53 en 53'. De spleten tussen de lenshouder 25 en de eerste en tweede magnetische elementen 52 en 52' zijn gevuld met magnetische fluïdums 59 en 59' teneinde de gewenste demping te verkrijgen. In de uitvoeringsvorm getoond in figuur 11B zijn eerste en derde magneti-35 sche elementen integraal gevormd als het L-vormig element 55 en de tweede en vierde magnetische elementen zijn eveneens integraal gevormd als het L-vormige element 55'. Deze elementen 55 en 55' worden op de in de figuur getoonde wijze samengesteld en het beweegbare element 25, uitgevoerd als permanente magneet, wordt aangebracht in de ruimte gedefinieerd door de magnetische elementen 55 en 55'. Een objectieflens 20 wordt bevestigd aan het beweegbare element 25 evenals in de voorgaande 40 uitvoeringsvorm. In de uitvoeringsvorm van figuur 8C zijn de eerste, tweede, derde en de vierde magnetische elementen allen integraal gevormd als een enkel rechthoekig ringvormig element 56. Een beweegbaar element 25 uitgevoerd in de vorm van een permanente magneet en dienst doende als houder voor de objectieflens is aangebracht binnen het element 56 en is beweegbaar in de sporingrichting T door middel van een paar bladveren 22 en 22' verlopend in de richting van de optische as van de objectieflens 20. 45 Er wordt opgemerkt dat de uitvinding niet beperkt is tot de in het bovenstaande weergegeven uitvoeringsvormen maar dat binnen het kader van de uitvinding diverse modificaties en wijzigingen mogelijk zijn. 50
1. Inrichting voor het optisch lezen van op een te bewegen schijfvormige registratiedrager aanwezige informatie die is opgeslagen in op elkaar volgende informatiesporen, welke inrichting is voorzien van een lichtbron voor een op de registratiedrager invallende lichtstraal, en een detectieinrichting met a. een in een vlak dwars op zijn optische as in de detectieinrichting beweegbare objectieflens, 55 b. een regelmechanisme voor het opnemen van een met de objectieflens ontworpen lichtbeeld van informatiesporen op de registratiedrager en hét daaruit afleiden van een sporingfout loodrecht op de bewegingsrichting van een te lezen informatiespoor tussen de plaats van inval van de lichtstraal en dit 192640 8 informatiespoor, c. een in het vlak dwars op de optische as van de objectieflens rechtlijnig beweegbaar en met de objectieflens vast verbonden instelelement, en d. een met ten minste één magnetisch juk en met een magneet uitgerust magnetisch circuit dat een door 5 de magnetische flux van het circuit doorlopen spleet heeft, in welke spleet het instelelement volgens de richting van de sporingfout beweegbaar is opgenomen, en in welk circuit ten minste één door de sporingfout gestuurde elektrische spoel is opgenomen, met het kenmerk, dat het beweegbare instelelement (15; 16; 36-1,36-2; 24; 25) van magnetisch materiaal is, en dat de elektrische spoel (14; 34; 44; 54) rond ten minste een deel van het magnetische juk is gewikkeld.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het genoemde magnetische juk ten minste twee magnetische deeljukken omvat evenwijdig aan de sporingrichting tussen de ene uiteinden van de twee magnetische deeljukken (12, 12') een magnetisch koppelelement (11,13,17) is geplaatst en tussen de andere uiteinden de spleet is gevormd, waarbij de spoel ten minste twee deelspoelen (14,14') omvat die elk telkens rond het andere uiteinde van een magnetisch deeljuk zijn gewikkeld (figuren 2A t/m 2D).
3. Inrichting volgens conclusie 2, waarin het beweegbare instelelement van de objectieflens een permanente magneet (16) omvat.
4. Inrichting volgens conclusie 2, waarin twee van de genoemde magnetische circuits in een vlak loodrecht op de optische as van de objectieflens tegenover elkaar zijn aangebracht, zodanig dat van de andere uiteinden van de magnetische deeljukken er telkens twee tegen elkaar liggen zodat door beide circuits een 20 doorlopende spleet is gevormd, waarin het beweegbare instelelement is opgenomen (figuren 2E t/m 2H; figuren 6B, 7B, 8At/m C).
5. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, waarin twee van de genoemde magnetische circuits aan weerszijden van de objectieflens (20) in een vlak loodrecht op de optische as daarvan zijn aangebracht, waarbij aan elk van twee tegengestelde uiteinden van de objectieflens een genoemd instelelement (36-1, 36-2) is aange- 25 bracht dat insteekt in de spleet van het bij dat uiteinde aangebrachte magnetische circuit (figuur 5). Hierbij 7 bladen tekening
NL8002157A 1979-04-27 1980-04-14 Inrichting voor het besturen van een objectieflens ten gebruike bij een stelsel voor het lezen van optische informatie. NL192640C (nl)

Applications Claiming Priority (6)

Application Number Priority Date Filing Date Title
JP5223679 1979-04-27
JP5223679A JPS55146636A (en) 1979-04-27 1979-04-27 Objective lens driver
JP17024779 1979-12-28
JP17024779A JPS5694311A (en) 1979-12-28 1979-12-28 Objective lens driving device
JP1720880 1980-02-16
JP1720880A JPS56117337A (en) 1980-02-16 1980-02-16 Driving device for objective lens

Publications (3)

Publication Number Publication Date
NL8002157A NL8002157A (nl) 1980-10-29
NL192640B NL192640B (nl) 1997-07-01
NL192640C true NL192640C (nl) 1997-11-04

Family

ID=27281721

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8002157A NL192640C (nl) 1979-04-27 1980-04-14 Inrichting voor het besturen van een objectieflens ten gebruike bij een stelsel voor het lezen van optische informatie.

Country Status (5)

Country Link
US (1) US4479051A (nl)
DE (1) DE3015042C2 (nl)
FR (1) FR2455331B1 (nl)
GB (1) GB2052829B (nl)
NL (1) NL192640C (nl)

Families Citing this family (28)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4482986A (en) * 1981-01-30 1984-11-13 Sony Corporation Objective lens mount for optical disc player
JPS57147143A (en) * 1981-03-07 1982-09-10 Olympus Optical Co Ltd Objective lens driving device
JPS5848033U (ja) * 1981-09-22 1983-03-31 萬世工業株式会社 レンズ駆動装置
FR2522860B1 (fr) * 1982-03-02 1989-07-13 Thomson Csf Tete optique d'ecriture-lecture d'un disque optique et dispositif optique associe a une telle tete
JPS59104733A (ja) * 1982-12-08 1984-06-16 Pioneer Electronic Corp 光学式情報読取装置における光学系駆動装置
US4660190A (en) * 1983-01-25 1987-04-21 Sharp Kabushiki Kaisha Optical focus position control in optical disc apparatus
US4658390A (en) * 1983-04-18 1987-04-14 Sharp Kabushiki Kaisha Optical focus position control in an optical memory system
JPS61208641A (ja) * 1985-03-13 1986-09-17 Olympus Optical Co Ltd 光学的情報記録再生装置
US4633455A (en) * 1985-03-25 1986-12-30 Rca Corporation Headwheel for a multiple beam optical tape playback system
US5001694A (en) * 1986-05-06 1991-03-19 Pencom International Corp. Tracking and focus actuator for a holographic optical head
US4779254A (en) * 1986-12-22 1988-10-18 Eastman Kodak Company Read head adjusting motor assembly
JPH0819939B2 (ja) * 1987-11-30 1996-03-04 日本電気ホームエレクトロニクス株式会社 送り案内機構
US5206762A (en) * 1988-12-01 1993-04-27 Kabushiki Kaisha Toshiba Viscoelastic substance and objective lens driving apparatus with the same
DE69026429T2 (de) * 1989-06-30 1996-11-14 Fuji Xerox Co Ltd Magnetooptisches Aufzeichnungs-/Wiedergabegerät
US5107372A (en) * 1989-09-06 1992-04-21 Daniel Gelbart Focus servo actuator for moving lens scanners
JPH03104027A (ja) * 1989-09-18 1991-05-01 Sony Corp 対物レンズ駆動装置
EP0473425B1 (en) * 1990-08-29 1997-07-02 Kabushiki Kaisha Toshiba Optical disc apparatus for optically processing information
JPH05205283A (ja) * 1992-01-27 1993-08-13 Sharp Corp 光ピックアップの対物レンズ駆動装置
JP3059141B2 (ja) * 1998-09-17 2000-07-04 三星電子株式会社 ピックアップアクチュエータ
KR100329918B1 (ko) * 1998-10-28 2002-09-04 삼성전자 주식회사 픽업엑추에이터
KR100421042B1 (ko) * 2001-06-19 2004-03-04 삼성전자주식회사 광픽업 액튜에이터 구동 방법 및 광픽업 액튜에이터
US20040223423A1 (en) * 2002-04-11 2004-11-11 Shiro Tsuda Optical pick-up actuator and method for assembling an optical pick-up actuator
WO2004112012A2 (en) * 2003-06-16 2004-12-23 Ferrotec Corporation Optical pick-up actuator and method for assembling an optical pick-up actuator
JP2005011433A (ja) * 2003-06-19 2005-01-13 Matsushita Electric Ind Co Ltd 光ヘッド
DE10337297A1 (de) * 2003-08-14 2005-03-10 Leica Microsystems Strahlablenkeinrichtung
US20060077867A1 (en) * 2004-10-08 2006-04-13 Innalabs Technologies, Inc. Use of magnetofluidics in component alignment and jitter compensation
JP2008122470A (ja) * 2006-11-08 2008-05-29 Nidec Sankyo Corp レンズ駆動装置、およびその製造方法
US9746689B2 (en) * 2015-09-24 2017-08-29 Intel Corporation Magnetic fluid optical image stabilization

Family Cites Families (10)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3530258A (en) * 1968-06-28 1970-09-22 Mca Technology Inc Video signal transducer having servo controlled flexible fiber optic track centering
FR2174353A5 (nl) * 1972-02-29 1973-10-12 Thomson Csf
NL7313362A (nl) * 1973-09-28 1975-04-02 Philips Nv Inrichting voor het uitlezen van een vlakke regis- edrager met in optische vorm opgeslagen matie.
US3946166A (en) * 1974-04-01 1976-03-23 Zenith Radio Corporation Tracking arrangement
DE2611617C2 (de) * 1976-03-19 1983-10-20 Philips Patentverwaltung Gmbh, 2000 Hamburg Elektrisch gesteuerte Einstellvorrichtung für einen digital und analog ablenkgesteuerten Lichtstrahl
US4100576A (en) * 1976-04-28 1978-07-11 Zenith Radio Corporation Electromagnetic optical beam controller having an eddy current damper for arresting mechanical resonance
DE2652936C3 (de) * 1976-11-22 1980-11-27 Bts-Systementwicklungs Gmbh, 1000 Berlin Audiovisuelles Wiedergabegerät
JPS53108403A (en) * 1977-03-04 1978-09-21 Sony Corp Mirror supporting device for video disc
NL7713711A (nl) * 1977-12-12 1979-06-14 Philips Nv Optisch uitleeseenheid voor het uitlezen van een bewegende informatiedrager, in het bijzonder voor het uitlezen van een videoplaat.
FR2425782B1 (fr) * 1978-05-10 1988-02-12 Olympus Optical Co Appareil de lecture d'informations optiques

Also Published As

Publication number Publication date
DE3015042C2 (de) 1983-04-21
FR2455331B1 (fr) 1988-09-30
US4479051A (en) 1984-10-23
FR2455331A1 (fr) 1980-11-21
GB2052829B (en) 1983-01-12
NL192640B (nl) 1997-07-01
GB2052829A (en) 1981-01-28
NL8002157A (nl) 1980-10-29
DE3015042A1 (de) 1980-11-06

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL192640C (nl) Inrichting voor het besturen van een objectieflens ten gebruike bij een stelsel voor het lezen van optische informatie.
US4386823A (en) Objective lens driving device
US4568142A (en) Objective lens drive apparatus
EP0371799B1 (en) Objective lens driving apparatus with a viscoelastic substance
EP0287285B1 (en) Device for driving optical parts of an optical pickup
NL8102355A (nl) Optische spoorvolginrichting.
US4891799A (en) Optical head apparatus for writing and reading data on an optical disk having a lens with an inclined optical axis
JP2880184B2 (ja) 光学ヘッドのトラッキングおよびフォーカス用アクチュエータ
US4408313A (en) Objective lens driving device for tracking and focus corrections
US4553227A (en) Optical pickup
US4507764A (en) Objective lens drive device with tracking error correction with flux of opposite direction
US4799766A (en) Objective lens support and positioning system
EP0486275B1 (en) Objective lens driver
WO1991007747A1 (en) Actuator assembly for optical disk systems
JPS623441A (ja) 光学式記録再生装置
KR830002571B1 (ko) 대물렌즈 구동장치
JPH0237129Y2 (nl)
KR830002570B1 (ko) 대물렌즈 구동장치
JP2766286B2 (ja) リニアアクチュエータ
JPS639307B2 (nl)
KR830002569B1 (ko) 대물렌즈 구동장치
JPH0522297B2 (nl)
JPS621134A (ja) 対物レンズ駆動装置
JPS639309B2 (nl)
JPH0358328A (ja) 光学的記録再生装置

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BA A request for search or an international-type search has been filed
BT A notification was added to the application dossier and made available to the public
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 19991101