NL9200418A - Inrichting voor het melken van dieren. - Google Patents
Inrichting voor het melken van dieren. Download PDFInfo
- Publication number
- NL9200418A NL9200418A NL9200418A NL9200418A NL9200418A NL 9200418 A NL9200418 A NL 9200418A NL 9200418 A NL9200418 A NL 9200418A NL 9200418 A NL9200418 A NL 9200418A NL 9200418 A NL9200418 A NL 9200418A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- milking parlor
- milking
- animal
- tunnel
- parlor
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01J—MANUFACTURE OF DAIRY PRODUCTS
- A01J5/00—Milking machines or devices
- A01J5/017—Automatic attaching or detaching of clusters
- A01J5/0175—Attaching of clusters
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K1/00—Housing animals; Equipment therefor
- A01K1/12—Milking stations
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K15/00—Devices for taming animals, e.g. nose-rings or hobbles; Devices for overturning animals in general; Training or exercising equipment; Covering boxes
- A01K15/02—Training or exercising equipment, e.g. mazes or labyrinths for animals ; Electric shock devices; Toys specially adapted for animals
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Animal Husbandry (AREA)
- Zoology (AREA)
- Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
- General Health & Medical Sciences (AREA)
- Health & Medical Sciences (AREA)
- Physical Education & Sports Medicine (AREA)
- Animal Behavior & Ethology (AREA)
- Housing For Livestock And Birds (AREA)
- Cleaning In General (AREA)
- Feeding And Watering For Cattle Raising And Animal Husbandry (AREA)
- Catching Or Destruction (AREA)
- Farming Of Fish And Shellfish (AREA)
Description
INRICHTING VOOR HET MELKEN VAN DIEREN
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het melken van dieren, zoals koeien, voorzien van een melkplaats. Bij een dergelijke inrichting is het van belang dat een dier na het melken zo snel mogelijk de melkplaats verlaat, opdat een volgend dier de melkplaats kan betreden. In de praktijk blijkt het voor te komen dat een dier niet altijd vrijwillig de melkplaats wenst te verlaten, zodat ingrijpen noodzakelijk is.
In DE-os 23 40 421 is een melkbox beschreven, waaromheen een hek is aangebracht met een toegangs- en een uitgangsdeur. Nabij de uitgangsdeur is een voertrog aangebracht. Indien een dier de melkbox wil betreden, is de toegangsdeur geopend en de uitgangsdeur gesloten. Vervolgens wordt de toegangsdeur eveneens gesloten en wordt er in de voertrog voer aan het dier verstrekt. Na het melken dient het dier de box te verlaten, om plaats te maken voor een ander dier. Het zou echter zo kunnen zijn dat in de voertrog nog voer aanwezig is en het dier weigert de melkbox te verlaten. Hiertoe is de melkbox voorzien van een hek dat de toegang tot de voertrog voor het dier blokkeert. Dit hek bevindt zich, wanneer de uitgangsdeur van de melkbox is gesloten, tegen het hek van de melkbox. Het blokkeringshek is scharnierbaar om een verticale as. Tussen het hek en de uitgangsdeur is een verbindingsstang aangebracht die, wanneer de uitgangsdeur wordt geopend, het blokkeringshek meeneemt, zodat de voertrog wordt afgesloten. Het dier wordt tijdens het afsluiten van de voertrog met zijn kop door middel van het hek in de richting van de uitgang gedwongen, waarna het dier de melkplaats kan verlaten.
Ondanks het feit dat de voertrog wordt afgesloten door het hek, is het in de hiervoor beschreven melkbox mogelijk dat het dier alsnog weigert de melkplaats te verlaten.
Het doel van de uitvinding is een uitdrijf-inrichting te verschaffen, waarbij het dier gedwongen wordt de melkplaats te verlaten.
Overeenkomstig de uitvinding wordt dit bereikt doordat de melkplaats is voorzien van uitdrijfmiddelen voor het van de melkplaats verwijderen van een dier, waarbij de uitdrijfmiddelen in de richting van een uitgang van de melkplaats verplaatsbaar zijn.
Overeenkomstig een verder aspect van de uitvinding, is de melkplaats voorzien van detectiemiddelen, waarmee is waar te nemen in hoeverre een dier de melkplaats heeft verlaten. Met de detectiemiddelen is aldus na te gaan of met de uitdrijfmiddelen het beoogde effect, namelijk het door het dier verlaten van de melkplaats, is bereikt. Volgens een nader kenmerk van de uitvinding is de uitdrijfinrichting in de langsrichting van de melkplaats verplaatsbaar. Hierdoor bestaat de mogelijkheid het dier met de uitdrijfinrichting tot de uitgang uit te drijven. Met de voornoemde detectiemiddelen is eventueel na te gaan of de uitdrijfmiddelen verplaatst dienen te worden.
Overeenkomstig een verder aspect van de uitvinding is de melkplaats voorzien van een detectie-inrichting voor het bepalen van de positie van de spenen en/of uier van een dier, welke detectie-inrichting een sensor, zoals een laser, omvat, welke sensor terugtrekbaar in een huis, zoals bij een periscoop, is aangebracht. Als de sensor in het huis is teruggetrokken, wordt door het huis een goede bescherming geboden aan de sensor voor invloeden van buitenaf, zoals bevuiling en beschadiging. Op deze wijze wordt voorkomen dat, wanneer het dier door de uitdrij fmiddelen van de melkplaats af wordt gedreven, de sensor kan worden bevuild en/of beschadigd.
Volgens weer een ander aspect van de uitvinding is de melkplaats voorzien van een ontsmettingsinrichting voor het ontsmetten van de spenen van een dier, welke ontsmettingsinrichting verplaatsbaar over een vast ten opzichte van de melkplaats opgestelde draagconstructie is aangebracht. Met de ontsmettingsinrichting is het mogelijk de spenen vóór of tijdens het uitdrijven te ontsmetten.
Ter verduidelijking.van de uitvinding zal, onder verwijzing naar de tekeningen, een uitvoeringsvoorbeeld van een inrichting voor het melken van dieren, zoals koeien, voorzien van een melkplaats, worden beschreven.
Figuur 1 toont een melkplaats die is voorzien van een uitdrijfinrichting, alsmede een op de melkplaats aangebrachte en gedeeltelijk opengewerkte tunnel;
Figuur 2 toont een dwarsdoorsnede van de tunnel volgens de lijn II-II in Figuur 1;
Figuur 3 toont een zijaanzicht van de melkplaats, waarbij melkbekers op de spenen van een op de melkplaats aanwezig dier zijn aangesloten?
Figuur 4 toont eveneens een zijaanzicht van de melkplaats, waarbij de spenen van het dier worden nabehandeld met een ontsmettingsinrichting;
Figuur 5 toont een bovenaanzicht van de melkplaats.
Figuur 1 toont in zijaanzicht een koe 1 op een melkplaats 2. De melkplaats 2 is omgeven door een hekwerk 3 en voorzien van· een vloer 4. Op de vloer 4 is een tunnel 5 aangebracht die zich nagenoeg over de gehele lengte van de melkplaats 2 uitstrekt. De uiteinden van de tunnel 5 lopen schuin naar de vloer 4 toe af. In Figuur 5 is weergegeven dat de tunnel 5, gezien in de langsrichting van de melkplaats 2, zich ongeveer in het middenvlak van de melkplaats 2 bevindt. In bovenaanzicht gezien, lopen de beide uiteinden van de tunnel 5 uit tot een stompe punt. De tunnel 5 is bij voorkeur vervaardigd van plaatijzer dat is voorzien van een verstevi-gingsprofilering 6 (Figuur 2).
Figuur 2 toont een dwarsdoorsnede van de tunnel 5, waarin is weergegeven dat de wanden van de tunnel 5 worden gevormd door een in U-vorm omgezette plaat. De zijwanden van de tunnel 5 zijn aan de onderzijde voorzien van een omgezette rand, waarin boringen zijn aangebracht. De tunnel 5 is op de vloer 4 vastgebout met bouten 7 die door de boringen van de omgezette rand zijn gestoken. De hoogte en de breedte van de tunnel 5 zijn nagenoeg aan elkaar gelijk, en bedraagt ongeveer 30 cm. Het is echter ook mogelijk hiervoor andere maten te kiezen, zoals wanneer de tunnel 5 wordt toegepast op een melkplaats voor bijvoorbeeld geiten.
In de bovenwand van de tunnel 5 is nabij het midden een in de lengterichting van de tunnel 5 verschuifbaar deksel 8 aangebracht. Het deksel 8 strekt zich over de gehele breedte van de tunnel 5 uit en is, zoals in Figuur 2 is weergegeven, aan zijn zijranden omgebogen. De omgebogen rand 9 van het deksel 8 valt over een strip 10 die tegen de zijwand van de tunnel 5 is bevestigd. De strip 10 dient als geleiding voor het in de lengterichting van melkplaats 2 verschuifbare deksel 8. De strip 10 is bij voorkeur vervaardigd van kunststof. Dit heeft als voordeel dat de wrijving tussen de strip 10 en de omgebogen metalen rand 9 tot een minimum wordt beperkt, terwijl het dier zich minder snel zal beschadigen aan de kunststofstrip 10.
Het deksel 8 kan door middel van een cilinder 11 in de lengterichting van de tunnel 5 worden bewogen. De cilinder 11 is aan één uiteinde door middel van een oog 12 met de binnenwand van de tunnel 5 verbonden en met het andere uiteinde door middel van een oog 13 met het deksel 8. De cilinder 11 kan bijvoorbeeld een pneumatisch of hydraulisch bedienbare cilinder zijn. Om te voorkomen dat de koe 1 zich aan de voorrand van het deksel 8 zou kunnen beschadigen, is aan de voorrand een rubberen stootstrip 14 aangebracht. De stootstrip 14 dient tevens als afdichtingsstrip wanneer, het deksel 8 de toegang tot de tunnel 5 afsluit.
Op het deksel 8 is verder een ontsmettings-inrichting 15 aangebracht, waarmee de uier en/of spenen van de koe 1 kunnen worden ontsmet. De ontsmettingsinrichting 15 omvat vier sproeidoppen 16 die paarsgewijs en op afstand van elkaar nabij de randen van het deksel 8 zijn aangebracht. De sproeidoppen 16 bewegen met het deksel 8 mee als de bedie-ningscilinder 11 van het deksel 8 wordt geactiveerd.
In de tunnel 5 is een spenenreiniger 17 aangebracht, alsmede een melkstel 18 en een laser 19. De spenenreiniger 17 wordt gevormd door vier geprofileerde rollen 20 die aandrijfbaar in een bak 21 op afstand van elkaar zijn gelegerd. De geprofileerde rollen 20 worden door een aan de zijkant van de bak 21 aangebrachte motor 22 paarsgewijs en tegengesteld aan elkaar aangedreven. De bak 21 is aan de onderzijde voorzien van een steun 22, waaraan parallel aan elkaar twee stangen 23 om horizontale scharnierassen 24 zijn aangebracht. De parallelle stangen 23 zijn met hun andere uiteinden scharnierbaar om horizontale assen 25 verbonden met een steun 26, die op de bodemplaat 27 is aangebracht. De spenenreiniger 17 is door middel van het door de stangen 23 gevormde parallellogram in hoogterichting ten opzichte van de bodemplaat 27 beweegbaar. De verplaatsing van de spenenreiniger 17 kan geschieden door een, overigens niet weergegeven, cilinder. Op soortgelijke wijze als de spenenreiniger 17 is het melkstel 18 op de bodemplaat 27 aangebracht. Op de bodemplaat 27 zijn hiertoe nabij de beide zijranden, twee achter elkaar gelegen steunen 28 op de bodemplaat 27 aangebracht. Vanaf iedere steun 28 strekken zich twee parallel en op afstand van elkaar gelegen, om horizontale assen 30 scharnierende stangen 29 uit. De stangen 29 zijn met hun andere uiteinden scharnierbaar om een horizontale as 31 met een melkbeker 32 verbonden. De vier melkbekers 32 kunnen op soortgelijke wijze als de spenenreiniger 17 in hoogterichting ten opzichte van de steun 28 worden bewogen. De laser 19 is op soortgelijke wijze als de melkbekers 32 met de bodemplaat 27 verbonden. De laser 19 bevindt zich midden voor de twee voorste melkbekers 32. De melkbekers 32 zijn voor de spenenreiniger 17 gelegen (gezien in de richting van de uitgang van de melkplaats 2).
Het zal duidelijk zijn, dat de uitvinding niet beperkt is tot de hierboven beschreven en toegepaste spenenreiniger 17, melkstel 18 en laser 19, doch ook kan worden toegepast met andere typen spenenreinigers, melkstellen en detectie-inrichtingen voor het bepalen van de positie van de spenen van een dier.
Om na het reinigen van de spenen met de spenenreiniger 17 de melkbekers 32 te kunnen aansluiten op de spenen, dienen de melkbekers 32 onder de in de tunnel 5 aangebrachte opening te worden verplaatst. Hiertoe zijn tegen de onderkant van de bodemplaat 27 aan ieder uiteinde, op afstand van elkaar, twee geleidingsblokken 33 aangebracht. De geleidingsblokken 33 rusten op twee rails 34 die in de langsrichting van de melkplaats 2 op de vloer 4 zijn aange- bracht. De beide rails 34 zijn aan hun uiteinden voorzien van stootplaten 35 die de begrenzing vormen voor de over de rails verschuifbare geleidingsblokken 33. De bodemplaat 27 kan door middel van een cilinder 36 in de langsrichting van de melkplaats 2 over de rails 34 worden verschoven. De cilinder 36 is hiertoe met zijn ene uiteinde door middel van een bevestigingsoog 37 verbonden met de vloer 4, terwijl hij met zijn andere uiteinde door middel van eveneens een bevestigingsoog 38 is verbonden met de bodemplaat 27. Het bevestigingsoog 38 is aan de onderzijde en nabij de voorkant van de bodemplaat 27 aangebracht.
Nabij de voorzijde van de tunnel 5 is tegen de bovenwand een reinigingsinrichting 59 aangebracht, waarmee de melkbekers 32 kunnen worden gereinigd. De reinigingsinrichting 59 omvat vier op afstand van elkaar gelegen sproeidoppen 60, waarlangs reinigingsvloeistof in en/of langs de melkbekers 32 kan worden gespoten.
De vloer 4 wordt gedragen door U-balken 39 die dwars op de lengterichting van de melkplaats 2 onder de vloer 4 zijn aangebracht. De U-balken 39 rusten op de bodem 40 van de melkplaats 2. In de ruimte tussen de vloer 4 en de bodem 40 zijn leidingen 41, zoals melkleidingen, vacuumleidingen, spoelvloeistofleidingen enz. gelegen. De leidingen 41 lopen door een, overigens niet weergegeven, opening in de vloer 4 naar de spenenreiniger 17, melkbekers 18, reinigingsinrichting 59 en ontsmettingsinrichting 15 toe. Aan de zijkant van de melkplaats 2 monden de leidingen 41 uit op een verzamelpaneel 42 dat is voorzien van snelkoppelingen voor toevoerleidingen.
Nabij de bovenzijde van het hekwerk 3 is dwars op de lengterichting van de melkplaats 2 een uitdrijfinrichting 43 aangebracht, waarmee de koe 1 van de melkplaats 2 kan worden verwijderd. De ·uitdrijfinrichting 43 wordt, zoals in Figuur 4 en 5 is weergegeven, gevormd door om een horizontale as roteerbare zweeporganen 44. De zweeporganen 44 zijn op een as 45 aangebracht, welke as 45 aan zijn beide uiteinden is gelegerd in legers. De legers zijn ieder in een huis 47 aangebracht. Nabij één van de huizen 47 is een motor 46 aangebracht, die de horizontale as 45 kan doen roteren. De zweeporganen 44 kunnen bijvoorbeeld zijn vervaardigd van leren veters met aan het uiteinde een knoop of uit kunststof vervaardigde flexibele staafjes. De zweeporganen 44 kunnen over de gehele breedte van de melkplaats 2 op de as 45 zijn aangebracht, doch ook over een gedeelte van de as 45. De huizen 47 zijn verplaatsbaar langs twee draadeinden 48, waarvan er één aan elke zijkant van het hekwerk 3 is aangebracht. De draadeinden 48 zijn met hun uiteinden draaibaar gelegerd in voorste steunen 49 en achterste steunen 50. De voorste steunen 49 zijn op de beide vooreinden van het hekwerk 3 aangebracht. De achterste steunen 50 zijn op ongeveer 1/4 van de lengte van de melkplaats 2 van de achterzijde van het hekwerk 3 aangebracht. Aan de voorzijde van de melkplaats 2 is tussen de draadeinden 48 een overbrenging 51 aangebracht, welke de beide draadeinden 48 met elkaar verbindt. Aan één van de voorste steunen 49 is een motor 52 aangebracht, die de draadeinden 48 kan laten draaien. Daar in de huizen 47 schroefdraad is aangebracht, dat ingrijpt op de draadeinden 48, zullen de huizen 47 tijdens het ronddraaien van de draadeinden 48 in de lengterichting van de melkplaats 2 worden verplaatst. De achterste steunen 50 en de voorste steunen 49 vormen voor de in lengterichting van de melkstal 2 beweegbare huizen 47 een aanslag. Aan het hekwerk 3 is verder nog een afstandsmeter 61 aangebracht, waarmee bepaald kan worden of de koe 1 de melkplaats 2 heeft verlaten. Met de afstandsmeter 61 kan ook de afstand tot de koe 1 worden bepaald, met welke gegevens de uitdrijfinrichting 43 kan worden bestuurd (de as 45 met de zweeporganen 44 kan eventueel naar de koe 1 worden gebracht, als deze bijvoorbeeld bij het verlaten van de melkplaats 2 halverwege blijft staan). De afstandsmeter 61 kan bijvoorbeeld een ultrasone sensor, lichtcel of een laser zijn.
Nabij de voorzijde van de melkplaats 2 is verder nog een uitgangsdeur 62 met daaraan vast een voertrog 53 aanwezig. De uitgangsdeur 62 is scharnierbaar om een nabij de hoekpaal van het hekwerk 3 aangebrachte verticale scharnieras 54.
Nabij de achterste steun 50 is een opsluitorgaan 55 aangebracht, waarmee de koe 1 tussen de uitgangsdeur 62 en het opsluitorgaan 45 kan worden opgesloten. Het opsluitorgaan 55 omvat een plaat 56 die in een verticaal vlak dwars op de lengterichting van de melkplaats 2 achter de koe 1 en in het midden van de melkplaats 2 is gelegen. De plaat 56 is ongeveer 50 bij 50 cm. Aan de achterzijde van de plaat 56 is een arm 57 aangebracht, die zich schuin omhoog tot boven het hekwerk 3 uitstrekt. Het uiteinde van de arm 57 is scharnier-baar om een in de lengterichting van de melkplaats 2 gelegen horizontale as 58. De horizontale as 58 is ingeklemd tussen twee verticaal op het hekwerk 3 aangebrachte strippen. De plaat 56 is door middel van een, overigens niet weergegeven, cilinder om de horizontale as 58 in hoogterichting van de melkplaats 2 weg te klappen.
De inrichting is verder voorzien van een, overigens niet .weergegeven, computer, waarmee.'de cilinders, motoren, sensoren, voerautomaat van de inrichting kunnen worden bestuurd.
De werking van de inrichting als hiervoor beschreven is als volgt:
Voordat de koe 1 de melkplaats betreedt, wordt het opsluitorgaan 55 omhoog geklapt, zodat de toegang tot de melkplaats 2 vrij is. De opening in de tunnel 5 is door middel van het deksel 8 afgesloten. De koe 1 komt de melkplaats 2 binnen en loopt tot aan de uitgangsdeur 62, waar via de voertrog 53 voer aan de koe 1 wordt verstrekt. Vervolgens wordt de plaat 56 tot achter de koe 1 gezwenkt. De koe 1 is hierdoor aan de voorzijde begrensd door de uitgangsdeur 62 en aan de achterzijde door het opsluitorgaan 55, terwijl aan de beide zijden het hekwerk 3 de koe 1 begrenst. Aan de onderzijde wordt de koe 1 door de tunnel 5 gedwongen de poten in een zekere spreidstand te houden.
Nadat aan de koe 1 voer is verstrekt, wordt door het bekrachtigen van cilinder 11 het deksel 8 naar achteren toe geschoven, zodat de opening in de tunnel 5 vrij komt. Vervolgens wordt, zoals in Figuur 1 is weergegeven, de spenenreiniger 17 naar de spenen van de koe 1 toegebracht en worden de spenen door de geprofileerde rollen 20 gereinigd. Nadat de spenen voldoende zijn gereinigd, wordt de spenen-reiniger 17 teruggetrokken in de tunnel 5. Vervolgens wordt de cilinder 36 geactiveerd en wordt de bodemplaat 27 over de rails 34 naar achter toe getrokken. Hierdoor komen het melkstel 18, alsmede de laser 19 onder de opening in de tunnel 5 te liggen. De laser 19 wordt door de opening van de tunnel 5 omhoog gebracht en met de laser 19 wordt vervolgens de positie van de spenen bepaald. Als de spenen zijn getraceerd, worden de melkbekers 32 naar de spenen toegebracht en erop aangesloten (Figuur 3). Nadat het melken is beëindigd, worden de melkbekers 32 in de tunnel 5 teruggetrokken en wordt het deksel 8 door bekrachtiging van cilinder 11 naar voren bewogen, zodat de opening van de tunnel 5 wordt afgesloten. De melkbekers 32 worden door bekrachtiging van cilinder 36 naar voren verplaatst tot onder de melkbeker-reiniger. Vervolgens worden de melkbekers 32 aangesloten op de sproeidoppen 60 van de reinigingsinrichting 59 en worden deze schoongespoeld.
Na het melken worden de spenen van de koe 1 door de ontsmettingsinrichting 15 op het deksel 8 besproeid met een ontsmettingsvloeistof. Hierna wordt de uitgangsdeur 62 door een, overigens niet weergegeven, cilinder om de verticale as 54 weggedraaid, zodat de uitgang van de melkplaats 2 vrij komt. De koe 1 kan aldus vrijwillig de melkplaats 2 verlaten. Met de afstandsmeter wordt nagegaan of de koe 1 ook werkelijk de melkplaats 2 verlaat. Mocht dit niet het geval zijn, dan wordt de uitdrijfinrichting 43 geactiveerd. De motor 46 drijft dan de horizontale as 45 aan, zodat de zweeporganen 44 op de rug van de koe 1 beginnen te slaan. Met de afstandsmeter 61 wordt nagegaan of de koe 1 de melkstal 2 volledig verlaat. Mocht het zo zijn dat de koe 1 bijvoorbeeld halverwege blijft staan, dan wordt dit door de afstandsmeter 61 gesignaleerd en wordt de motor 52 geactiveerd, waarna de uitdrijfinrichting 43 naar de koe 1 toe wordt bewogen totdat de zweeporganen 44 de koe 1 raken. Dit wordt net zo lang volgehouden tot de koe 1 de melkplaats 2 heeft verlaten. Nadat de koe 1 de melkplaats 2 heeft verlaten, sluit de uitgangsdeur 62 de uitgang af en wordt de uitdrijfinrichting 43 tot de achterste steunen 50 teruggebracht en de plaat 56 omhoog gezwenkt. De melkplaats 2 is daarna weer gereed voor een volgend dier.
Claims (36)
1. Inrichting voor het melken van dieren, zoals koeien, voorzien van een melkplaats, met het kenmerk, dat de melkplaats is voorzien van uitdrijfmiddelen voor het van de melkplaats verwijderen van een dier, waarbij de uitdrijf-middelen in de richting van een uitgang van de melkplaats verplaatsbaar zijn.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de melkplaats is voorzien van detectiemiddelen, waarmee is waar te nemen of een dier in zijn geheel, dan wel althans voor een deel van de melkplaats is verwijderd.
3. Inrichting voor het melken van dieren, zoals koeien, voorzien van een melkplaats, met het kenmerk, dat de melkplaats is voorzien van detectiemiddelen, waarmee is waar te nemen in hoeverre een dier de melkplaats heeft verlaten.
4. inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de melkplaats is voorzien van een detec-tie-inrichting voor het bepalen van de positie van de spenen en/of uier van een dier, welke detectie-inrichting een sensor, zoals een laser, omvat, welke sensor terugtrekbaar in een huis, zoals bij een periscoop, is aangebracht.
5. Inrichting voor het melken van dieren, zoals koeien, voorzien van een melkplaats, met het kenmerk, dat de melkplaats is voorzien van een detectie-inrichting voor het bepalen van de positie van de spenen en/of uier van een dier, welke detectie-inrichting een sensor, zoals een laser, omvat, welke sensor terugtrekbaar in een huis, zoals bij een periscoop, is aangebracht.
6. Inrichting volgens een der conclusies 1-3, met het kenmerk, dat de melkplaats is voorzien van een detectie-inrichting die een sensor, zoals een laser, omvat, welke sensor in de lengterichting van de melkplaats verplaatsbaar over een vast ten opzichte van de melkplaats opgestelde draagconstructie is aangebracht.
7. Inrichting voor het melken van dieren, zoals koeien, voorzien van een melkplaats, met het kenmerk, dat de melkplaats is voorzien van een detectie-inrichting die een sensor, zoals een laser, omvat, welke sensor in de lengte richting van de raelkplaats verplaatsbaar over een vast ten opzichte van de melkplaats opgestelde draagconstructie is aangebracht.
8. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de melkplaats is voorzien van een ontsmet tings inrichting voor het ontsmetten van de spenen van een dier, welke ontsmettingsinrichting verplaatsbaar over een vast ten opzichte van de melkplaats opgestelde draagconstructie is aangebracht.
9. Inrichting voor het melken van dieren, zoals koeien, voorzien van een melkplaats, met het kenmerk, dat de melkplaats is voorzien van een ontsmettingsinrichting voor het ontsmetten van de spenen van een dier, welke ontsmettingsinrichting verplaatsbaar over een vast ten opzichte van de melkplaats opgestelde draagconstructie is aangebracht.
10. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat rondom de melkplaats een hek is aangebracht met een uitgangsdeur die is voorzien van een voerbak en die om een opwaarts gerichte as draaibaar is.
11. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat op de melkplaats positioneringsmiddelen zijn aangebracht, die zich, wanneer een dier zich op de melkplaats bevindt, tussen de poten van het dier zijn gelegen en zodanige afmetingen hebben dat, wanneer het dier één of beide achterpoten optilt, het dier in een ongemakkelijke houding brengt.
12. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat op de melkplaats een ontsmettingsinrichting aanwezig is, die na het reinigen van de spenen, het melken van het dier en het reinigen van de melkbekers, de spenen ontsmet.
13. Inrichting voor het melken van dieren, zoals koeien, voorzien van een melkplaats, met het kenmerk, dat op de melkplaats een ontsmettingsinrichting aanwezig is, die na het reinigen van de spenen, het melken van het dier en het reinigen van de melkbekers, de spenen ontsmet.
14. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat op de melkplaats reinigingsmiddelen aanwezig zijn voor het reinigen van spenen, die gelijktijdig met een reinigingsinrichting voor het reinigen van melkbekers werkzaam zijn.
15. Inrichting voor het melken van dieren, zoals koeien, voorzien van een melkplaats, met het kenmerk, dat op de melkplaats reinigingsmiddelen aanwezig zijn voor het reinigen van spenen, die gelijktijdig met een reinigingsinrichting voor het reinigen van melkbekers werkzaam zijn.
16. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de melkplaats is voorzien van een tunnel met een melkstel, alsmede van melk- en vacuumleidingen voor het melkstel.
17. Inrichting volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat de tunnel is voorzien van een verschuifbaar deksel dat toegang biedt tot de tunnel.
18. Inrichting volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat het deksel een ontsmettingsinrichting voor het ontsmetten van de uier en/of de spenen omvat.
19. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het deksel aan één of meer randen is voorzien van een flexibele stootrand.
20. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat in de tunnel melkbekers en een spenen-reiniger aanwezig zijn, alsmede een melkbekerreiniger.
21. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de melkplaats is voorzien van een uitdrijf inrichting voor het van de melkplaats verwijderen van een dier.
22. Inrichting volgens conclusie 21, met het kenmerk, dat de uitdrijfinrichting een roterende zweep omvat.
23. Inrichting volgens conclusie 22, met het kenmerk, dat de uitdrijfinrichting roterende zweeporganen omvat, die onder invloed van de· centrifugale kracht een radiaal naar buiten toe verlopende stand innemen.
24. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat op of nabij de melkplaats een afstandsmeter is aangebracht, waarmee kan worden bepaald hoeveel de afstand tussen een dier en de melkplaats bedraagt.
25. Inrichting volgens een der conclusies 21 - 24, met het kenmerk, dat de uitdrijfinrichting in de langsrichting van de melkplaats verplaatsbaar is.
26. Inrichting volgens conclusie 25, met het kenmerk, dat de uitdrijfinrichting wordt verplaatst door middel van één of meer aangedreven schroefspindels.
27. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat tussen de bodem van de tunnel en de vloer van de melkplaats melk- en vacuumleidingen aanwezig zijn.
28. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de tunnel een breedte heeft van ongeveer 30 cm.
29. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de tunnel een hoogte heeft van ongeveer 30 cm.
30. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de tunnel een lengte heeft van ongeveer 120 cm.
31. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de tunnel· in een box is aangebracht.
32. Inrichting volgens conclusie 31, met het kenmerk, dat aan een uiteinde van de box een voertrog is aangebracht, terwijl aan een ander uiteinde een opsluitorgaan voor het positioneren van het dier is aangebracht.
33. Inrichting volgens conclusie 32, met het kenmerk, dat de voertrog en het opsluitorgaan wegklapbaar zijn, waardoor de uitgang, respectievelijk de ingang van de box vrij komt voor een dier.
34. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de tunnel aan de beide uiteinden taps toeloopt.
35. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de zijwanden en de bovenwand van de tunnel van een profilering zijn voorzien.
36. Inrichting volgens één of meer der voorgaande conclusies en/of zoals weergegeven in de bijgaande beschrijving en/of tekeningen.
Priority Applications (6)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL9200418A NL9200418A (nl) | 1992-03-06 | 1992-03-06 | Inrichting voor het melken van dieren. |
| DE69330356T DE69330356T2 (de) | 1992-03-06 | 1993-03-05 | Melkmaschine zum automatischen Melken von Tieren |
| EP93200620A EP0562655B1 (en) | 1992-03-06 | 1993-03-05 | A milking machine for automatically milking animals |
| EP97200598A EP0779025B1 (en) | 1992-03-06 | 1993-03-05 | A milking machine for automatically milking animals |
| DE69315729T DE69315729T2 (de) | 1992-03-06 | 1993-03-05 | Melkmaschine zum automatischen Melken von Tieren |
| DE9321401U DE9321401U1 (de) | 1992-03-06 | 1993-03-05 | Melkmaschine zum automatischen Melken von Tieren |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL9200418 | 1992-03-06 | ||
| NL9200418A NL9200418A (nl) | 1992-03-06 | 1992-03-06 | Inrichting voor het melken van dieren. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL9200418A true NL9200418A (nl) | 1993-10-01 |
Family
ID=19860526
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL9200418A NL9200418A (nl) | 1992-03-06 | 1992-03-06 | Inrichting voor het melken van dieren. |
Country Status (3)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (2) | EP0562655B1 (nl) |
| DE (3) | DE69315729T2 (nl) |
| NL (1) | NL9200418A (nl) |
Families Citing this family (41)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL9301260A (nl) * | 1993-07-19 | 1995-02-16 | Texas Industries Inc | Inrichting voor het automatisch melken van dieren. |
| NL1002968C2 (nl) * | 1996-04-29 | 1997-11-06 | Prolion Bv | Inrichting en werkwijze voor het melken van dieren. |
| SE515247C2 (sv) * | 1998-09-04 | 2001-07-02 | Alfa Laval Agri Ab | Djurbås med fösningsorgan |
| DE29900454U1 (de) * | 1999-01-15 | 1999-04-08 | Schneider, Hans, 24994 Weesby | Nachtreibeeinrichtung |
| NL1017984C2 (nl) * | 2001-05-02 | 2002-11-05 | Idento Electronics Bv | Melkinrichting. |
| GB0318733D0 (en) | 2003-08-11 | 2003-09-10 | Icerobotics Ltd | Improvements in or relating to milking machines |
| US7265917B2 (en) | 2003-12-23 | 2007-09-04 | Carl Zeiss Smt Ag | Replacement apparatus for an optical element |
| DE102004059089A1 (de) * | 2004-07-15 | 2006-02-02 | Agrar GbR Schmidt & Fenzel (Vertretungsberechtigter Gesellschafter: Herr Jörg Schmidt, 14547 Beelitz) | Melkanlage |
| DK176415B1 (da) * | 2005-06-17 | 2008-01-07 | Asger Thorsen | Sorteringsenhed til brug ved sortering af dyr |
| NL1030679C2 (nl) | 2005-12-15 | 2007-06-18 | Maasland Nv | Werkwijze en inrichting voor het melken van een dier. |
| WO2011089113A1 (en) | 2010-01-19 | 2011-07-28 | Delaval Holding Ab | A milking stall for milking of animals |
| US9277728B2 (en) | 2010-06-14 | 2016-03-08 | Gea Farm Technologies Gmbh | Milking apparatus and system |
| US9161511B2 (en) | 2010-07-06 | 2015-10-20 | Technologies Holdings Corp. | Automated rotary milking system |
| US8720382B2 (en) | 2010-08-31 | 2014-05-13 | Technologies Holdings Corp. | Vision system for facilitating the automated application of disinfectant to the teats of dairy livestock |
| US10111401B2 (en) | 2010-08-31 | 2018-10-30 | Technologies Holdings Corp. | System and method for determining whether to operate a robot in conjunction with a rotary parlor |
| US9149018B2 (en) | 2010-08-31 | 2015-10-06 | Technologies Holdings Corp. | System and method for determining whether to operate a robot in conjunction with a rotary milking platform based on detection of a milking claw |
| US8800487B2 (en) | 2010-08-31 | 2014-08-12 | Technologies Holdings Corp. | System and method for controlling the position of a robot carriage based on the position of a milking stall of an adjacent rotary milking platform |
| AU2011332330B2 (en) * | 2010-11-23 | 2014-10-09 | Delaval Holding Ab | A milking parlour for animals |
| US8885891B2 (en) | 2011-04-28 | 2014-11-11 | Technologies Holdings Corp. | System and method for analyzing data captured by a three-dimensional camera |
| US9058657B2 (en) | 2011-04-28 | 2015-06-16 | Technologies Holdings Corp. | System and method for filtering data captured by a 3D camera |
| US9049843B2 (en) | 2011-04-28 | 2015-06-09 | Technologies Holdings Corp. | Milking box with a robotic attacher having a three-dimensional range of motion |
| US9161512B2 (en) | 2011-04-28 | 2015-10-20 | Technologies Holdings Corp. | Milking box with robotic attacher comprising an arm that pivots, rotates, and grips |
| US9043988B2 (en) | 2011-04-28 | 2015-06-02 | Technologies Holdings Corp. | Milking box with storage area for teat cups |
| US9107379B2 (en) | 2011-04-28 | 2015-08-18 | Technologies Holdings Corp. | Arrangement of milking box stalls |
| US9357744B2 (en) | 2011-04-28 | 2016-06-07 | Technologies Holdings Corp. | Cleaning system for a milking box stall |
| US9258975B2 (en) | 2011-04-28 | 2016-02-16 | Technologies Holdings Corp. | Milking box with robotic attacher and vision system |
| US9215861B2 (en) | 2011-04-28 | 2015-12-22 | Technologies Holdings Corp. | Milking box with robotic attacher and backplane for tracking movements of a dairy animal |
| US9265227B2 (en) | 2011-04-28 | 2016-02-23 | Technologies Holdings Corp. | System and method for improved attachment of a cup to a dairy animal |
| US9681634B2 (en) | 2011-04-28 | 2017-06-20 | Technologies Holdings Corp. | System and method to determine a teat position using edge detection in rear images of a livestock from two cameras |
| US8746176B2 (en) | 2011-04-28 | 2014-06-10 | Technologies Holdings Corp. | System and method of attaching a cup to a dairy animal according to a sequence |
| US10127446B2 (en) | 2011-04-28 | 2018-11-13 | Technologies Holdings Corp. | System and method for filtering data captured by a 2D camera |
| US10357015B2 (en) | 2011-04-28 | 2019-07-23 | Technologies Holdings Corp. | Robotic arm with double grabber and method of operation |
| US9107378B2 (en) | 2011-04-28 | 2015-08-18 | Technologies Holdings Corp. | Milking box with robotic attacher |
| US8671885B2 (en) | 2011-04-28 | 2014-03-18 | Technologies Holdings Corp. | Vision system for robotic attacher |
| US8683946B2 (en) | 2011-04-28 | 2014-04-01 | Technologies Holdings Corp. | System and method of attaching cups to a dairy animal |
| US8903129B2 (en) | 2011-04-28 | 2014-12-02 | Technologies Holdings Corp. | System and method for filtering data captured by a 2D camera |
| CA2841879C (en) | 2011-07-11 | 2019-05-21 | Delaval Holding Ab | A device to motivate an animal to leave a milking stall |
| WO2014081379A1 (en) * | 2012-11-21 | 2014-05-30 | Delaval Holding Ab | A leg spreading device to be mounted in a milking stall |
| WO2020256569A1 (en) * | 2019-06-21 | 2020-12-24 | Farm Improvements Limited | Dairy animal treatment apparatus, system and method |
| EP4199708A4 (en) * | 2020-12-03 | 2024-10-09 | Waikato Milking Systems Limited Partnership | DEVICE FOR MILKING ANIMALS |
| CN112686128B (zh) * | 2020-12-28 | 2022-10-14 | 南京览众智能科技有限公司 | 基于机器学习的教室课桌检测方法 |
Family Cites Families (13)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3077860A (en) * | 1960-04-11 | 1963-02-19 | Urban A Moores | Dairy barn traveling stanchion |
| DE1607165A1 (de) * | 1967-03-09 | 1970-07-09 | Filippov Vladimir N | Selbsttaetig gesteuerte Einrichtung zur oberflaechlichen Behandlung von Saeugetieren mit Fluessigkeit,Pulver,Dampf oder Gas |
| US3792686A (en) | 1972-06-13 | 1974-02-19 | Babson Bros Co | Cow preparation stall for milking parlors |
| US3805742A (en) * | 1972-08-14 | 1974-04-23 | Babson Bros Co | Milking stall with forcer gate |
| US4010714A (en) * | 1974-03-08 | 1977-03-08 | Director, National Institute Of Animal Industry | System for managing milking-cows in stanchion stool |
| NL184864C (nl) * | 1981-10-23 | 1989-12-01 | Wopereis Agrarische Systemen B | Inrichting voor het vanuit een ruimte, zoals een met ten minste een rij naast elkaar gelegen ligboxen en een achter de rij resp. de rijen ligboxen verlopende loopgang uitgeruste loopstal, naar een andere ruimte, zoals een melkstal, opdrijven van vee. |
| ATE48737T1 (de) * | 1985-03-12 | 1990-01-15 | Lely Nv C Van Der | Geraet zum melken von tieren. |
| NL8501884A (nl) * | 1985-07-01 | 1987-02-02 | Lely Nv C Van Der | Inrichting voor het melken van dieren. |
| GB8616501D0 (en) * | 1986-07-07 | 1986-08-13 | British Res Agricult Eng | Electrostatic sprayer |
| ATE68935T1 (de) * | 1986-08-27 | 1991-11-15 | Lely Nv C Van Der | Geraet zum melken von tieren. |
| NL8602942A (nl) * | 1986-11-19 | 1988-06-16 | Multinorm Bv | Verplaatsbare ruimte waarin een inrichting voor het automatisch melken van een beest is opgesteld. |
| DE3702465A1 (de) | 1987-01-28 | 1988-08-11 | Duevelsdorf & Sohn Gmbh & Co K | Verfahren und vorrichtung zum melken und ggfs. fuettern von freilaufenden, identifizierungsmittel tragenden kuehen |
| NL8702285A (nl) * | 1987-09-24 | 1989-04-17 | Gascoigne Melotte Bv | Melkinrichting. |
-
1992
- 1992-03-06 NL NL9200418A patent/NL9200418A/nl not_active Application Discontinuation
-
1993
- 1993-03-05 EP EP93200620A patent/EP0562655B1/en not_active Expired - Lifetime
- 1993-03-05 DE DE69315729T patent/DE69315729T2/de not_active Expired - Lifetime
- 1993-03-05 DE DE9321401U patent/DE9321401U1/de not_active Expired - Lifetime
- 1993-03-05 EP EP97200598A patent/EP0779025B1/en not_active Expired - Lifetime
- 1993-03-05 DE DE69330356T patent/DE69330356T2/de not_active Expired - Fee Related
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP0562655A3 (en) | 1993-11-24 |
| EP0779025A2 (en) | 1997-06-18 |
| DE69315729T2 (de) | 1998-07-02 |
| DE69330356T2 (de) | 2002-04-25 |
| DE69330356D1 (de) | 2001-07-19 |
| DE9321401U1 (de) | 1997-10-30 |
| EP0779025A3 (en) | 1997-08-13 |
| EP0562655A2 (en) | 1993-09-29 |
| DE69315729D1 (de) | 1998-01-29 |
| EP0779025B1 (en) | 2001-06-13 |
| EP0562655B1 (en) | 1997-12-17 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL9200418A (nl) | Inrichting voor het melken van dieren. | |
| NL1005255C2 (nl) | Werkwijze voor het melken van dieren. | |
| NL1024518C2 (nl) | Samenstel en werkwijze voor het voederen en melken van dieren, voederplatform, melksysteem, voedersysteem, melkvoorbehandelingsinrichting, melknabehandelingsinrichting, reinigingsinrichting en separatie-inrichting, alle geschikt voor gebruik in een dergelijk samenstel. | |
| DE3752107T2 (de) | Ortsbeweglicher Raum oder Container, der ein Gerät zum automatischen Melken von Tieren enthält | |
| NL1024521C2 (nl) | Samenstel en werkwijze voor het voederen en melken van dieren. | |
| US5983833A (en) | Construction including a shed for animals | |
| RU2515035C2 (ru) | Вращающийся зал для доения животных | |
| EP0951823B1 (en) | A construction for automatically milking animals | |
| NL9401069A (nl) | Inrichting voor het automatisch melken van dieren. | |
| NL9500363A (nl) | Constructie met een inrichting voor het melken van dieren. | |
| NL9301753A (nl) | Inrichting voor het automatisch melken van dieren. | |
| NL9201902A (nl) | Inrichting voor het melken van dieren. | |
| HU216785B (hu) | Mellső terelőkorlát fejőházakhoz, valamint ilyen terelőkorláttal ellátott fejőház | |
| NL9200419A (nl) | Inrichting voor het melken van dieren. | |
| NL9200677A (nl) | Inrichting voor het automatisch melken van dieren, zoals koeien. | |
| NL9401070A (nl) | Inrichting voor het automatisch melken van dieren. | |
| EP0635204B1 (en) | A construction for automatically milking animals | |
| NL9301752A (nl) | Inrichting voor het automatisch melken van dieren. | |
| EP0635206B1 (en) | A construction for automatically milking animals | |
| EP0775438B1 (en) | A milking box with an electro-shock device | |
| NL1004804C2 (nl) | Constructie met een inrichting voor het automatisch melken van dieren. | |
| US2587846A (en) | Movable feed shield for milker stalls | |
| NL9200678A (nl) | Inrichting voor het automatische melken van dieren, zoals koeien. | |
| AU2021391070B2 (en) | Means for milking animals | |
| NL9301751A (nl) | Inrichting voor het automatisch melken van dieren. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1B | A search report has been drawn up | ||
| BV | The patent application has lapsed |