NL2011600C2 - Werkwijze en inrichting voor het vermalen van afval. - Google Patents

Werkwijze en inrichting voor het vermalen van afval. Download PDF

Info

Publication number
NL2011600C2
NL2011600C2 NL2011600A NL2011600A NL2011600C2 NL 2011600 C2 NL2011600 C2 NL 2011600C2 NL 2011600 A NL2011600 A NL 2011600A NL 2011600 A NL2011600 A NL 2011600A NL 2011600 C2 NL2011600 C2 NL 2011600C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
waste stream
grinding
milling
waste
housing
Prior art date
Application number
NL2011600A
Other languages
English (en)
Inventor
Eduardo Alexander Berg
Original Assignee
Pharmafilter B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Pharmafilter B V filed Critical Pharmafilter B V
Priority to NL2011600A priority Critical patent/NL2011600C2/nl
Priority to US14/511,822 priority patent/US20150102140A1/en
Priority to EP14188686.1A priority patent/EP2859952B1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2011600C2 publication Critical patent/NL2011600C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B02CRUSHING, PULVERISING, OR DISINTEGRATING; PREPARATORY TREATMENT OF GRAIN FOR MILLING
    • B02CCRUSHING, PULVERISING, OR DISINTEGRATING IN GENERAL; MILLING GRAIN
    • B02C23/00Auxiliary methods or auxiliary devices or accessories specially adapted for crushing or disintegrating not provided for in preceding groups or not specially adapted to apparatus covered by a single preceding group
    • B02C23/18Adding fluid, other than for crushing or disintegrating by fluid energy
    • B02C23/36Adding fluid, other than for crushing or disintegrating by fluid energy the crushing or disintegrating zone being submerged in liquid
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B02CRUSHING, PULVERISING, OR DISINTEGRATING; PREPARATORY TREATMENT OF GRAIN FOR MILLING
    • B02CCRUSHING, PULVERISING, OR DISINTEGRATING IN GENERAL; MILLING GRAIN
    • B02C18/00Disintegrating by knives or other cutting or tearing members which chop material into fragments
    • B02C18/0084Disintegrating by knives or other cutting or tearing members which chop material into fragments specially adapted for disintegrating garbage, waste or sewage
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B09DISPOSAL OF SOLID WASTE; RECLAMATION OF CONTAMINATED SOIL
    • B09BDISPOSAL OF SOLID WASTE NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • B09B3/00Destroying solid waste or transforming solid waste into something useful or harmless
    • B09B3/30Destroying solid waste or transforming solid waste into something useful or harmless involving mechanical treatment
    • B09B3/35Shredding, crushing or cutting
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B09DISPOSAL OF SOLID WASTE; RECLAMATION OF CONTAMINATED SOIL
    • B09BDISPOSAL OF SOLID WASTE NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • B09B3/00Destroying solid waste or transforming solid waste into something useful or harmless
    • B09B3/60Biochemical treatment, e.g. by using enzymes
    • B09B3/65Anaerobic treatment
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B09DISPOSAL OF SOLID WASTE; RECLAMATION OF CONTAMINATED SOIL
    • B09BDISPOSAL OF SOLID WASTE NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • B09B2101/00Type of solid waste
    • B09B2101/65Medical waste

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Environmental & Geological Engineering (AREA)
  • Food Science & Technology (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Biochemistry (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • General Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Processing Of Solid Wastes (AREA)
  • Crushing And Pulverization Processes (AREA)

Description

WERKWIJZE EN INRICHTING VOOR HET VERMALEN VAN AFVAL
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze en inrichting voor het vermalen van een afvalstroom met vaste bestanddelen. De uitvinding heeft ook betrekking op een systeem voor het in een gebouw behandelen van een aantal verschillende afvalstromen.
In een gebouw zoals een zorginstelling (bijvoorbeeld een ziekenhuis of verpleegtehuis), een vliegveldterminal, en dergelijke, worden grote hoeveelheden afval geproduceerd. Een deel van het afval kan direct in het riool gestort worden, maar een ander deel moet eerst een behandeling ondergaan of moet op een alternatieve wijze worden verwerkt. Bij zorginstellingen kan het afval bijvoorbeeld urine en fecaliën omvatten die via houders (po’s en urinaals) verzameld worden. Het is gebruikelijk de urine en fecaliën in een toilet te deponeren en via het openbare rioolsysteem af te voeren, waarna deze, na al dan niet in een openbare rioolwater-zuiveringsinstallatie (RWZI) gezuiverd te zijn, in het oppervlaktewater worden geloosd. Een bezwaar hiervan is dat de houders apart gereinigd moeten worden, hetgeen kostbaar en arbeidsintensief is en bovendien de kans op besmetting vergroot. Een tweede bezwaar is dat eventuele medicinale en/of toxische stoffen in de urine en/of fecaliën in het oppervlaktewater terecht kunnen komen.
In het Europese octrooi EP 2 188 069 BI wordt een afvalverwerkingsysteem beschreven waarin verschillende afvalstromen verwerkt worden door het vaste afvalmateriaal door een aantal vermaalinrichtingen te leiden en het geheel van vloeibaar afval en vermalen vast afval vervolgens te reinigen. De vermaalinrichtingen blijken echter in de praktijk tot overlast te kunnen leiden. Afhankelijk van ondermeer de hoeveelheid en eigenschappen van het vaste afvalmateriaal, bijvoorbeeld de houders waarin vloeibaar afval tijdelijk wordt opgeslagen, produceren de vermaalelementen van de vermaalinrichtingen een relatief hoog geluidniveau.
Een verder bezwaar van de bekende inrichtingen is dat het moeilijk is gebleken om de stankoverlast als gevolg van het afvalverwerkingssysteem te beperken.
Op zich zijn uit JP H06 79188A en JP H07 144146 A vermaalinrichtingen bekend waarmee vaste bestanddelen, meer in het bijzonder gasflessen met ontvlambaar gas, te vermalen zijn. Teneinde onverhoopt ontvlammen van het gas tegen te gaan worden de gasflessen ondergedompeld in een met vloeistof gevuld reservoir voordat de vermaalbewerking een aanvang neemt. Het eventuele gas in de gasflessen kan via de vloeistof naar boven stromen en worden afgevoerd. Deze vermaalinrichtingen zijn echter ongeschikt voor het verwerken van een afvalstroom bestaande uit zowel vaste als vloeibare bestanddelen.
Het is een doel van de uitvinding om een inrichting en werkwijze van de in de aanhef genoemde soort te verschaffen waarin ten minste één van de bovengenoemde bezwaren van de bekende vermaalinrichtingen is verminderd.
Het is verder een doel van de uitvinding om een inrichting en werkwijze van de in de aanhef genoemde soort te verschaffen die ook in gebruik relatief weinig geluid produceert.
Volgens een eerste aspect van de uitvinding wordt ten minste een van de doelen ten minste gedeeltelijk bereikt in een werkwijze voor het vermalen van een afvalstroom met vaste bestanddelen, waarbij de afvalstroom ten minste zowel vaste bestanddelen als vloeibare bestanddelen omvat, de werkwijze omvattende: - het voeren van de afvalstroom naar een vermaalinrichting, de vermaalinrichting omvattende een opvangruimte binnenin een behuizing, waarbij in de behuizing een vermaaleenheid met ten minste één vermaalelement is aangebracht; - het onderdompelen van het vermaalelement in de in de opvangruimte gevoerde afvalstroom; - het in ondergedompelde toestand met het vermaalelement vermalen van de vaste bestanddelen van de afvalstroom; - het uit de behuizing afvoeren van de afvalstroom; - het naar een riool afvoeren van ten minste een deel van de afvalstroom.
Doordat het vermaalelement dat de daadwerkelijke maalbewerking uitvoert, bijvoorbeeld een ronddraaiend en van nokken voorziene vermaler, gedeeltelijk of geheel ondergedompeld is, wordt het door het vermalen veroorzaakte geluid en/of de daardoor veroorzaakt trillingen in enige mate gedempt. Hierdoor zal de geluidoverlast voor de omgeving afnemen. Het heeft de voorkeur het vermaalelement geheel ondergedompeld te hebben tijdens het vermalen van de vaste bestanddelen van de afvalstroom. Enige geluidreducerende werking naar de omgeving toe kan echter vaak ook al gerealiseerd worden als slechts een deel van het vermaalelement ondergedompeld is, vooral wanneer wel het contactoppervlak van het vermaalelement en het tegenoverliggende oppervlak in de behuizing (d.w.z. het oppervlak waar het meeste geluid geproduceerd wordt) onder het vloeistofniveau blijft.
Na het uit de behuizing afvoeren van de vermaalde afvalstroom kan de werkwijze in bepaalde uitvoeringen nog omvatten: - het scheiden van de vermaalde afvalstroom in eigenlijk afvalmateriaal en houdermateriaal; - het voeren van het gescheiden eigenlijke afvalmateriaal naar een zuiveringsinstallatie voor het zuiveren van het gescheiden eigenlijke afvalmateriaal; - het voeren van het gezuiverde gescheiden eigenlijke afvalmateriaal naar het riool.
Het gescheiden en gezuiverde afvalmateriaal kan direct op het riool geloosd worden, hetgeen de verwerking daarvan sterk vereenvoudigt.
In bepaalde uitvoeringen omvat de afvalstroom zowel vaste bestanddelen als vloeibare bestanddelen. De vaste bestanddelen kunnen hierbij houders omvatten. In deze houders zijn vloeibare bestanddelen bewaard. Wanneer de afvalstroom bijvoorbeeld in een ziekenhuis gegenereerd wordt, kan een houder gevormd worden door een po of dergelijke waarin fecaliën zijn bewaard. De fecaliën zelf vormen de vloeibare bestanddelen terwijl de houders de vast bestanddelen vormen. In deze uitvoeringen omvat de werkwijze het vermalen van de houders tot houderdelen. Deze houderdelen zijn kleiner dan de oorspronkelijke houder. Bij voorkeur wordt het vermalen zodanig uitgevoerd, dat de houder vermaald wordt tot de ontstane houderdelen een bepaalde maximum afmeting bereikt hebben. De houderdelen zijn met andere woorden kleiner dan een vooraf bepaalde maximum waarde. Deze maximum waarde kan variëren, maar is in sommige uitvoeringen zodanig gekozen, dat transport van de houderdeken met een vloeibare afvalstroom als medium via een leidingstelsel mogelijk is. Dit betekent dat de vermaalde houderdelen eenvoudig via een leiding af te voeren zijn.
De genoemde maximum waarde varieert afhankelijk van de toepassing. Bij voorkeur is deze maximum waarde gelijk aan 5 cm, 1 cm, of zelfs 0,5 cm.
Gehele of gedeeltelijke onderdompeling van het vermaalelement kan soms gerealiseerd worden door alleen de afvalstroom zelf (wanneer er een voldoende grote hoeveelheid vloeibaar afval is ten opzichte van de hoeveelheid vaste bestanddelen), maar in andere uitvoeringen vindt onderdompeling plaats in een combinatie van afvalstroom en toevoegvloeistof. De werkwijze kan dan het toevoegen van toevoegvloeistof aan een met een hoeveelheid afvalstroom gevulde behuizing tot ten minste het vermaalelement is ondergedompeld in het mengsel van afvalstroom en toevoegvloeistof omvatten. De toevoegvloeistof kan water zijn (van al dan niet drinkbare kwaliteit), maar andere vloeistoffen zijn ook mogelijk. Aan de vloeistof (bijvoorbeeld het water) kunnen additieven zijn toegevoerd, bijvoorbeeld een reinigingsmiddel.
Het vullen van de vermaalinrichting en het verwerken van de afvalstroom kan op verschillende manieren plaatsvinden. In bepaalde uitvoeringen van de uitvinding omvat de werkwijze het vóór het toevoeren en vermalen gesloten houden van een afvoerleiding. De behuizing vult zich met een hoeveelheid afvalstroom, al dan niet in combinatie met toevoegvloeistof, totdat een voldoende hoog niveau bereikt is en het vermaalelement hierin is ondergedompeld. Nadat het vermalen voltooid is, wordt het geheel afgevoerd, bijvoorbeeld door een afvoerleiding te openen. Op deze wijze kan een afvalstroom batchgewijs en op efficiënte wijze verwerkt worden.
Om ervoor te zorgen dat gedurende het malen door de vermaaleenheid ten minste het vermaalelement ondergedompeld is, kan het vloeistofniveau in de behuizing waargenomen worden, bijvoorbeeld met één of meer sensoren. Bij een vloeistofniveau lager dan een vooraf bepaald minimum vloeistofniveau moet toevoegvloeistof toegevoegd worden totdat ten minste het minimum vloeistofniveau bereikt is. Dit kan automatisch gebeuren doordat een met de sensor gekoppelde besturingseenheid de watertoevoer regelt, maar een handmatig vullen van de behuizing behoort uiteraard ook tot de mogelijkheden.
In een bepaalde uitvoeringsvorm van de uitvinding omvat de vermaalinrichting een behuizing voorzien van ten minste een eerste invoer voor het invoeren van de afvalstroom, een tweede invoer voor het invoeren van toevoegvloeistof en ten minste een uitvoer voor het uitvoeren van de vermaalde afvalstroom met toevoegvloeistof, ten minste een in de behuizing gerangschikte vermaaleenheid omvattende een via een aandrijfmotor aandrijfbare vermaalelement en een aanstuureenheid die is ingericht voor het aansturen van ten minste de tweede invoer, de afvoer en de vermaaleenheid. Wanneer een dergelijke vermaalinrichting wordt toegepast kan de werkwijze de volgende stappen omvatten: - het openen van de eerste invoer voor het in de behuizing aanbrengen van een hoeveelheid afvalstroom; - het openen van de tweede invoer voor het vermengen van de afvalstroom met toevoegwater; - het bij een ondergedompeld vermaalelement vermalen van het mengsel van afvalstroom en toevoegvloeistof; en - het afvoeren van de vermaalde afvalstroom via de uitvoer van de behuizing. Hierbij kan de werkwijze het eerst toevoegen van toevoegwater en het dan aanvoeren van afval, het eerst aanvoeren van afval en het dan toevoegen van toevoegwater of het toevoegen van toevoegwater tijdens het aanvoeren van afval omvatten.
In een verdere uitvoering omvat de werkwijze het met een aandrukeenheid drukken van de vaste bestanddelen van de afvalstroom tegen het vermaalelement. Dit aandrukken kan vóór en/of tijdens het daadwerkelijke vermalen plaatsvinden en heeft voornamelijk als doel het vermaalproces snel en efficiënt te laten uitvoeren.
In een voordelige uitvoering omvat de werkwijze: - het bepalen van het vloeistofniveau in de behuizing; - het vergelijken van het vloeistofniveau met een minimum vloeistofniveau, waarbij het minimum vloeistof niveau bij voorkeur overeenkomt met een niveau waarop het vermaalelement ondergedompeld is; - het pas vermalen van de afvalstroom wanneer het minimum vloeistofniveau bereikt is.
Bij een te laag niveau wordt eerst toevoegvloeistof toegevoegd tot een bepaald minimum niveau behaald is. Pas dan pas wordt het vermaalelement geactiveerd door het inschakelen van de aandrijfmotor.
De afvalstroom kan verder vóór, tijdens en/of na het vermalen geroerd worden met de bedoeling de al dan niet vermaalde vaste bestanddelen zoveel mogelijk in suspensie te houden om te helpen bij het goed vermalen van de afvalstroom, het verkleinen van het risico van het vormen van bezinksel in de behuizing, bijvoorbeeld gevormd door vermaalde vaste bestanddelen, en/of het verbeteren van de afvoer van de vermaalde afvalstroom
Volgens een tweede aspect van de uitvinding wordt ten minste een van de doelen ten minste gedeeltelijk bereikt in een inrichting voor het vermalen van een afvalstroom met vaste bestanddelen, waarbij de afvalstroom ten minste zowel vaste bestanddelen als vloeibare bestanddelen omvat, de inrichting omvattende: - een behuizing voorzien van ten minste een eerste invoer voor het invoeren van de afvalstroom, een tweede invoer voor het invoeren van toevoegvloeistof en ten minste een uitvoer voor het uitvoeren van de vermaalde afvalstroom met toevoegvloeistof, waarbij de uitvoer aangesloten of aansluitbaar is op een leidingstelsel dat is aangesloten op het riool (12); - ten minste een in de behuizing gerangschikte vermaaleenheid omvattende een via een aandrijfmotor aandrijfbaar vermaalelement; - een aanstuureenheid die is ingericht voor het aansturen van ten minste de tweede invoer, de uitvoer en de vermaaleenheid voor het eerst onderdompelen van het vermaalelement in het mengsel van vloeibare bestanddelen, vaste bestanddelen afvalstroom en toevoegvloeistof, het vervolgens activeren van de vermaaleenheid voor het met de vermaaleenheid in ondergedompelde toestand vermalen van de afvalstroom en het zodra de afvalstroom is vermaald afvoeren van de vermaalde afvalstroom via de uitvoer van de behuizing. . Werkwijze volgens conclusie 11, waarin na het uit de behuizing afvoeren van de vermaalde afvalstroom de werkwijze omvat: - het scheiden van de vermaalde afvalstroom in eigenlijk afvalmateriaal en houdermateriaal; - het voeren van het gescheiden eigenlijke afvalmateriaal naar een zuiveringsinstallatie (10,30) voor het zuiveren van het gescheiden eigenlijke afvalmateriaal; - het voeren van het gezuiverde gescheiden eigenlijke afvalmateriaal naar het riool (12).
In een uitvoeringvorm van de uitvinding omvat de uitvoer een afvoerleiding voor het afvoeren van de vermaalde afvalstroom en toevoegvloeistof. Deze leiding kan een via de aanstuureenheid te bedienen afsluiter voor het openen en afsluiten van de afvoer omvatten. In een verdere uitvoering omvat de inrichting een toevoegvloeistof-aanvoerleiding, bijvoorbeeld een waterleiding, voor het aanvoeren van onder druk staande toevoegvloeistof, en een via de aanstuureenheid aanstuurbaar klepmechanisme voor het regelen van de toevoer van de toevoegvloeistof aan de behuizing.
De vermaaleenheid kan een of meer roteerbaar in de behuizing aangebrachte vermaalelementen omvatten. Het vermaalelement omvat een of meer nokken omvat voor het vermalen van de vaste bestanddelen.
Om de kwaliteit van het vermalen te verbeteren is er in sommige uitvoeringen voorzien in een aandrukeenheid voor het tijdens het vermalen drukken van vaste bestanddelen van de afvalstroom tegen het oppervlak van het vermaalelement. Deze aandrukeenheid kan bijvoorbeeld zijn uitgevoerd als een in de behuizing verplaatsbare aandrukpers. Wanneer de vaste bestanddelen in de behuizing zijn aangebracht, drukt de pers deze delen in de richting van het vermaalelement. De aandrukpers wordt op een gegeven moment weer teruggebracht naar zijn uitgangstoestand. Hierna wordt het vermaalde afval afgevoerd of vinden één of meer verdere aandrukstappen plaats.
In een uitvoeringsvorm van de uitvinding omvat de inrichting een vloeistofniveaubepalingseenheid voor het bepalen van het vloeistofniveau in de behuizing, waarbij de vloeistofniveaubepalingseenheid is gekoppeld met de aanstuureenheid voor het afhankelijk van het actuele vloeistofniveau in de behuizing aansturen van de tweede invoer en/of van de vermaaleenheid. De aanstuureenheid kan bijvoorbeeld zijn uitgevoerd (geprogrammeerd) om de vermaaleenheid pas te activeren als de vermaaleenheid geheel ondergedompeld is. Bij een te laag niveau moet eerst toevoegvloeistof worden toegevoegd tot een bepaald minimum niveau behaald is en pas daarna kan het vermaalelement ingeschakeld worden. In andere gevallen, bijvoorbeeld wanneer na het vullen van de inrichting met afval er een voldoende hoog vloeistofniveau is, kan de vermaaleenheid direct worden ingeschakeld.
Volgens een derde aspect van de uitvinding wordt ten minste een van de doelen ten minste gedeeltelijk bereikt in een systeem voor het in een gebouw, in het bijzonder een zorginstelling, vliegtuig of vliegveldterminal, behandelen van een aantal afvalstromen, waarbij een afvalstroom ten minste zowel vaste bestanddelen als vloeibare bestanddelen omvat, waarbij de vaste bestanddelen houders omvatten waarin vloeibare bestanddelen bewaard worden, het systeem omvattende: een leidingstelsel met een aantal op verschillende plaatsen in het gebouw op te stellen invoeren die zijn aangesloten op ten minste een afvoer naar het riool; een of meer vermaalinrichtingen zoals hierin gedefinieerd, waarbij een vermaalinrichting is ingericht voor het vermalen van de vaste bestanddelen van een afvalstroom; waarbij de uitvoer van een vermaalinrichting verbonden is met een scheidingsinrichting voor het uit de vermaalde afvalstroom scheiden van eigenlijke afvalmaterialen en houdermaterialen, waarbij op de uitgang van de scheidingsinrichting voor het eigenlijke afvalmateriaal een zuiveringsinstallatie is aangesloten.
Hoewel de uitvinding beschreven zal worden aan de hand van specifieke uitvoeringsvormen, is de uitvinding niet beperkt tot de getoonde uitvoeringsvormen. De uitvinding wordt beschreven aan de hand van maatregelen, waarbij expliciete voordelen genoemd kunnen worden, maar waarbij ook impliciete voordelen kunnen gelden. Het onderwerp van de uitvinding van deze aanvrage of van een afgesplitste aanvrage kan elk van die maatregelen betreffen, waarvan sommige combinaties expliciet in deze beschrijving beschreven en/of getoond zijn, maar die ook impliciet beschreven kunnen zijn. Hoewel de tekeningen expliciete combinaties van maatregelen tonen, zal het de vakman duidelijk zijn dat een aantal van de maatregelen ook los van elkaar genomen kunnen worden.
Uitvoeringsvormen van de uitvinding zullen in het navolgende worden beschreven aan de hand van figuren, waarin
De uitvinding zal hieronder aan de hand van teen aantal uitvoeringsvoorbeelden nader verduidelijkt worden. Daarbij tonen:
Fig. 1 een schematisch aanzicht van een eerste variant van een samenstel volgens de uitvinding voor het gebruik bij niet-biologisch afbreekbare houders;
Fig. 2 een schematisch aanzicht van een tweede variant van het samenstel volgens de uitvinding voor gebruik bij biologisch afbreekbare houders; en
Fig. 3 een schematisch aanzicht van een uitvoeringsvoorbeeld van een vermaalinrichting volgens de uitvinding.
In fig. 1 is met 1 een eerste variant van het stelsel volgens de onderhavige uitvinding afgebeeld. Een dergelijk stelsel wordt bij voorkeur toegepast in een gebouw zoals een zorginstelling (bijvoorbeeld een ziekenhuis, verpleeghuis of bejaardenhuis), een vliegveldterminal, kantoorpand, stadion, en dergelijke waar op veel afzonderlijke plaatsen afvalstromen gegenereerd worden. Deze afvalstromen zijn hierbij in meer of mindere mate vloeibaar zodat deze via een leidingstelsel afgevoerd kunnen worden, bijvoorbeeld naar het openbare riool. Naast de vloeibare substanties kunnen in de afvalstromen ook vaste substanties voorkomen (zoals deeltjes van allerlei afmetingen, voorwerpen).
Bij de verzorging in een zorginstelling ontstaat bijvoorbeeld afval zoals fecaliën en dergelijke en dit afval kan worden afgevoerd inclusief de houder (po) waarin het afval aangeboden wordt. Hierbij bestaat de afvalstroom uit een vaste substantie (de houder) en een vloeibare substantie (de fecaliën). In het geval van een vliegveld kan de afvalstroom ook bestaan uit vaste substanties (bijvoorbeeld voedselverpakkingen en dergelijke) en vloeibare substanties (zoals fecaliën, spoelwater, en dergelijke.
Figuur 1 toont een uitvoering van een afvalbehandelsysteem 1 voorzien van een aantal inlaateenheden 2 alwaar het afval aangeboden kan worden. De inlaateenheden zijn gesitueerd op verschillende locaties in het gebouw, bijvoorbeeld in alle badkamers van een zorginstelling. In de figuur is een tweetal inlaateenheden weergegeven, maar dit aantal kan uiteraard ook kleiner of (veel) groter zijn. Een inlaateenheid 2 omvat in de getoonde uitvoering een behuizing 3 waarin een vermaalinrichting 4 is aangebracht. Deze vermaalinrichting 4 is in de inlaateenheid voorzien om eventuele vaste substanties in het afval fijn te malen. Als alternatief voor of in aanvulling op de inlaateenheden met vermaalinrichtingen zijn er ook inlaateenheden realiseerbaar waarin een dergelijke vermaalinrichting niet is aangebracht. In deze uitvoeringen wordt het afval elders vermalen (dus buiten de inlaateenheid) of is een vermaalbewerking niet nodig, bijvoorbeeld in het geval van een afvalstroom zonder vaste substanties. Elk van de inlaateenheden 2 is gekoppeld met een gezamenlijk leidingstelsel 5 waarlangs het afval afgevoerd en waarin dit eventueel verder verwerkt kan worden. met de term “ leiding” wordt hierbij verstaan elke vorm van buis, schacht, koker, pijp, etc. die geschikt is om transport van het afval mogelijk te maken.
Direct stroomafwaarts van de inlaten 3 bevindt een maalinrichting 4. Na het malen kan het afval op eenvoudige wijze door een leidingstelsel verplaatst worden. Bij voorkeur is een centrale scheidingsinrichting 6 aanwezig waarop verschillende inlaten uitmonden. In deze scheidingsinrichting vindt scheiding plaats tussen het eigenlijke afval (fecaliën en dergelijke) en de vaste substantie, bijvoorbeeld het houdermateriaal van de vermaalde houders. Het eigenlijke afval wordt via een leiding 9 aan een zuiveringsinstallatie 10 toegevoerd. Het vloeibare deel van het via leiding 9 aangevoerde afval (voor een groot deel bestaande uit water) wordt gezuiverd in de zuiveringsinstallatie 10 en vervolgens via afvoerleiding 11 afgevoerd naar de riolering 12. Deze afvalstroom kan zodanig schoon zijn, dat deze eventueel hergebruikt kan worden.
De in de scheidingsinrichting 6 gescheiden afvalstroom met vaste substantie, bijvoorbeeld met vermalen houdermateriaal, wordt via een leiding 13 naar een reinigingsinrichting 14 geleid. met behulp van een reinigingsfluïdum, bijvoorbeeld spoelwater dat bijvoorbeeld het spoelwater kan zijn dat vrijkomt bij uitlaat 15, kan reiniging van het houdermateriaal plaatsvinden. De reinigingsinrichting 6 is verder uitgevoerd om een scheiding uit te voeren tussen de gereinigde vaste substantie en het voor de reiniging gebruikte fluïdum (bijvoorbeeld spoelwater). Dit fluïdum wordt via leiding 16 weer aan de zuiveringsinstallatie 10 toegevoerd. De gereinigde vaste substantie (bijv. het gereinigde houdermateriaal) wordt via uitlaat 17 afgevoerd, bijvoorbeeld naar een opvangeenheid 18. De opgevangen vaste substantie kan vervolgens worden afgevoerd, bijvoorbeeld voor hergebruik daarvan.
In fig. 2 is een variant van het systeem volgens de uitvinding getoond. Daarbij is het stelsel in het geheel met 21 aangegeven en wordt afval via inlaateenheden 22 of 23 toegevoerd en via een leidingstelsel 25 afgevoerd. De afvalstromen van de verschillende inlaateenheden worden op dezelfde wijze gegenereerd als in verband met fig. 1 beschreven is. Inlaateenheden 22 komen overeen met de in fig. 1 getoonde inlaateenheden 2. Inlaateenheden 23 zijn eenheden via welke een afvalstroom kan worden afgevoerd die niet vermaald behoeft te worden, bijvoorbeeld wanneer de afvalstroom bestaat uit douchewater.
In tegenstelling tot de eerder beschreven situatie omvat de afvalstroom in fig. 2 ondermeer uit een vaste substantie die bio-afbreekbaar is. In de afvalstromen kan bijvoorbeeld het materiaal van de te vermalen houders uit biologisch afbreekbare materiaalsoorten, zoals papierachtige materiaalsoorten, biologisch afbreekbare kunststoffen zoals PLA-kunststoffen en dergelijke, bestaan. Deze worden op de hierboven beschreven wijze in een (ver-)maalinrichting 24 gemalen en centraal toegevoerd aan een scheidingsinrichting 26 waar weer scheiding tussen de eigenlijke afvalstroom (via leiding 29) en het houdermateriaal (via leiding 33) plaatsvindt. De eigenlijke afvalstroom wordt aan zuiveringsinstallatie 30 toegevoerd en het daarbij vrijkomende water wordt via uitlaat 31 voor eventueel hergebruik afgevoerd.
De in de scheidingsinrichting 26 vrijkomende biologisch afbreekbare vaste substantie (bijvoorbeeld - maar niet hiertoe beperkt - het vermaalde houdermateriaal) wordt eerst op de hierboven beschreven wijze gereinigd in reiniging sinrichting 34. Ook hier wordt het daarbij gebruikte fluïdum (bijv. spoelwater), dat afkomstig kan zijn uit uitlaat 40, weer aan de zuiveringsinstallatie 34 toegevoerd. Via leiding 44 kan het vloeibare deel van de afvalstroom afgevoerd worden richting de zuiveringsinstallatie 30, terwijl het gereinigde houdermateriaal via leiding 27 aan een vergister 28 toegevoerd. Aan deze vergister 28 kan via inlaat 29 en een verdere vermaalinrichting 40 eveneens een verdere afvalstroom, zoals keukenafval, toegevoerd worden.
Bij de vergisting in de vergister 28 komt warmte/gas vrij. Deze warmte/gas kan gebruikt worden voor het verwarmen van de vergister 28 en/of het opwekken van energie om het afbraakproces en de omstandigheden voor de micro-organismen in de vergister te bevorderen. De vaste/vloeibare afvalstroom wordt toegevoerd aan separator 41. Daar worden harde delen uitgefilterd en ter compostering af gevoerd 42. Eventueel vindt nog een verhittingsstap plaats om eventuele bacteriën in de harde delen door verhitting onschadelijk te maken. De zachtere delen inclusief vloeistof worden via leiding 43 aan de zuiveringsinstallatie toegevoerd.
In figuur 2 is een uitvoeringsvoorbeeld van een vermaalinrichting 4,24 volgens de uitvinding weergegeven. De figuur toont een behuizing 3 die in een ruimte in het (niet weergegeven) gebouw is opgesteld. Aan de bovenzijde van de behuizing 3 is een afsluitklep 52 voorzien. De afsluitklep 52 is via een scharnier 49 aan de behuizing 3 aangebracht en kan door een gebruiker handmatig naar boven of beneden (richting PI) gezwenkt worden om zich toegang te verschaffen tot een tijdelijke afvalopvangruimte 51. De afvalopvangruimte 51 wordt aan de onderzijde begrensd door een tweede afsluitklep 50 die zich op enige afstand onder de afsluitklep 52 (in de gesloten stand) uitstrekt. De tweede klep 50 kan via een niet weergeven elektrische aandrijving heen en weer (richting P2) geschoven worden om toegang tot het binnenwerk 53 van de vermaalinrichting te bieden. Pas wanneer de gebruiker zijn afval aanbiedt, opent deze de eerste klep 52 en plaatst het afval op de tweede klep 50. Op deze wordt vermeden dat de gebruiker direct toegang tot de binnenruimte 53 van de vermaalinrichting kan krijgen hetgeen tot gevaarlijke toestanden had kunnen leiden.
Nadat de eerste klep 52 afgesloten is, wordt de tweede klep 52 worden geopend en valt het afval in de binnenruimte 53. De binnenruimte 53 kan via een bijvoorbeeld met het huishoudelijke waterleidingnet verbonden watertoevoer 48 gevuld worden met water. Hiertoe is voorzien in een regelklep 47 die handmatig en/of elektrisch (op afstand) te bedienen is. In het onderste deel van de binnenruimte 53 is een vermaaleenheid 55 voorzien. De vermaaleenheid 55 omvat een roteerbaar aan een centrale as 56 bevestigd vermaalelement 57. Het vermaalelement 57 kan worden aangedreven via een elektrische aandrijfmotor 63. De aandrijfmotor 63 is gewoonlijk buiten de binnenruimte 53 opgesteld en is geschikt om het aandrijfelement 57 in ten minste één rotatierichting (Ri) te roteren.
Aan het gekromde buitenoppervlak 59 van het vermaalelement 57 is een groot aantal nokken 60 voorzien. De bodem 61 van de binnenruimte 53 heeft een gekromd bodemdeel 62 ter plaatse van het vermaalelement 57. Het bodemdeel 62 is hierbij zodanig uitgevoerd dat zich tussen het buitenoppervlak 59 van het vermaalelement 57 en het bodemdeel 62 zich een kanaal 65 uitstrekt waarvan de hoogte in meer of mindere mate constant is. Met andere woorden, de kromming van het bodemdeel 62 is aangepast aan de kromming van het vermaalelement 57. Op het gekromde bodemdeel 62 zijn eveneens nokken 66 aangebracht. Deze nokken hebben een vorm die bij voorkeur complementair is aan die van de nokken 60. Verder zijn de tussenafstanden tussen nokken 66 aangepast aan de tussenafstanden tussen nokken 60. Hierdoor kan tussen het vermaalelement 57 en de bodem van de behuizing 3 een gebied gecreëerd worden waar het afval tussen het vermaalelement en de bodem vermalen kan worden.
In de getoonde uitvoering strekken de nokken 60 op het vermaalelement en de nokken 66 op de bodem zich in hoofdzaak schroeflijnvormig uit. Hierdoor wordt het vaste deel van het afval niet alleen te vermalen, maar ook in één bepaalde richting, bijvoorbeeld in de richting van de afvoer, verplaatst.
In de getoonde uitvoeringsvorm is de aandrijfmotor 63 van de vermaaleenheid 55 aanstuurbaar door een centrale besturingseenheid 70. Deze centrale besturingseenheid 70 kan eveneens zijn verbonden met de regelklep 47 van de wateraanvoer 48. De besturingseenheid 70 zorgt ervoor dat het watemiveau L in de binnenruimte 53 via de wateraanvoer 48 altijd zodanig hoog is, dat de vermaaleenheid 55, meer in het bijzonder het vermaaleenheid 57, zich altijd gedeeltelijk en bij voorkeur zelfs geheel onder het waterniveau bevindt.
In sommige uitvoeringen van de uitvinding wordt het afval eerst in een lege binnenruimte 53 aangebracht en wordt via de aanvoer 54 vervolgens de binnenruimte 53 tot het gewenste niveau gevuld. In andere uitvoeringsvormen is al een hoeveelheid water in de binnenruimte 53 aanwezig en wordt het afval toegevoegd aan het al aanwezige water. In beide gevallen is de vermaaleenheid 55 geheel ondergedompeld in het water. In bepaalde uitvoeringsvormen is de besturingseenheid 70 ingericht om via de aanvoer 48 telkens een min of meer vaste minimale hoeveelheid water in de binnenruimte 53 aan te brengen. Deze minimale hoeveelheid moet voldoende zijn om het watemiveau altijd boven de vermaaleenheid in te stellen. In andere uitvoeringsvormen wordt er gebruik gemaakt van een (niet weergegeven) watemiveausensor. Deze sensor geeft een sensorsignaal af dat representatief is voor het actuele waterniveau. De besturingseenheid 70 kan aan de hand van het sensorsignaal bepalen of er via aanvoer 47 al dan niet nog water moet worden toegevoerd.
Aan de onderzijde van de binnenruimte 53 is verder een tweetal op elkaar aangesloten afvoerkanalen 70,71 voorzien. Afvoerkanaal 70 kan met behulp van een afsluiter 72 worden afgesloten. De afsluiter 72 is in de getoonde uitvoeringsvorm een liggende klep die als rondsel is uitgevoerd. Een op het rondsel aangrijpend tandwiel 74 kan via een (niet weergegeven) aandrijfmotor geroteerd worden (richting R2) om zodoende de afsluiter 72 naar believen te openen of the sluiten. De aandrijfmotor is hierbij aanstuurbaar door de besturingseenheid 70 die de afsluiter bijvoorbeeld kan openen wanneer het afval in voldoende mate fijn gemalen is.
Wanneer de afsluiter 72 wordt geopend, stroomt het mengsel van water en vermalen afval via het kanaal 70 en het kanaal 71 in een afvoerleiding 25. Om ervoor te zorgen dat het vermalen afvalmateriaal in het kanaal 70 niet de neiging heeft om te gaan bezinken, is in een bepaalde uitvoeringsvorm een (optioneel) roermechanisme 76 aangebracht. Het roermechanisme omvat een as 77 met een aantal roteerbare (richting R3) roerelementen 78 die het vaste, vermalen afvalmateriaal in suspensie kunnen houden en neerslag daarvan verhinderen.
In de in figuur 3 getoonde uitvoeringsvorm is de inrichting voorzien van een tweede afsluiter 79. Deze afsluiter kan via een (niet weergegeven) aandrijfmotor die met de besturingseenheid 70 gekoppeld is, naar believen geopend en gesloten.
Om ervoor te zorgen dat er niet al te grote delen van het afvalmateriaal in het kanaal 70 terechtkomen, kan een bepaalde uitvoeringsvorm verder nog voorzien zijn in een zeef 80. De zeef 80 heeft een gekromde vorm die is aangepast aan de vorm van de bodem. De zeef kan verder net boven de intreemond van het kanaal 70. De zeef 80 is hierbij bij voorkeur gekromd uitgevoerd zodat er een smal kanaal 81 tussen de zeef en het buitenoppervlak van het vermaalelement aanwezig blijft. Door de aanwezigheid van het kanaal 81 wordt eventueel niet goed vermalen afvalmateriaal weer door de binnenruimte verspreid. Dit verspreide afvalmateriaal komt op een gegeven moment weer terecht tussen de nokken 60, 66 van de vermaaleenheid om een verdere vermaalstap te ondergaan.
Om de vermaalprestaties van de vermaaleenheid te verbeteren kan er in bepaalde uitvoeringen voorzien zijn in een (optionele) aandrukeenheid 86. Deze aandrukeenheid 86 omvat een aandrukelement 87 dat transversaal (richting P3) naar de vermaaleenheid 57 te verplaatsen is. Deze verplaatsing vindt plaats door een aandrijfmechanisme 87. Wanneer het afvalmateriaal in de binnenruimte 53 is aangebracht en de vermaaleenheid wordt ingeschakeld, kan op een gegeven moment het aandrukelement 87 langzaam in de richting van het vermaaleenheid 57 worden verplaatst om het afvalmateriaal tegen de nokken van de vermaaleenheid te drukken om zodoende een verbeterde vermaling te verkrijgen.
De afstand tussen de bovenzijde van de vermaaleenheid 55 en het waterniveau L (afstand a) kan variëren. Om een goede geluidisolerende werking te krijgen is gebleken dat de afstand ten minste 1 cm, bij voorkeur ten minste 5 cm, met nog meer voorkeur ten minste 10 cm moet bedragen. Verder is weergegeven dat het watemiveau L zich boven de aandrukeenheid 86 bevindt. Dit behoeft niet in alle gevallen zo te zijn. Ter plaatse van het contact tussen de aandrukeenheid 86 en de vermaaleenheid 57 moeten beide eenheden onder water staan. Dit betekent dat een deel van het vermaalelement 57 en/of het aandrukelement 87 zich boven het watemiveau L kunnen uitstrekken. Bij voorkeur echter zijn beide eenheden geheel ondergedompeld teneinde een nog betere isolatie te verzekeren.
In de in figuur 3 getoonde uitvoeringsvorm is verder voorzien in een aanvullende watertoevoervoorziening 90. Deze voorziening omvat een waterreservoir 91 dat via een wateraanvoer 92 gevuld kan worden. Wanneer de afsluiter 72 en/of afsluiter 79 worden geopend en het afvalmateriaal via de kanalen 70, 71 wordt afgevoerd, kan een deel van het in het reservoir 91 opgeslagen water via een kanaal 93 worden afgevoerd (richting P4) zodat een goede doorstroming van het afvalmateriaal door de afvoerleiding 25 gerealiseerd kan worden.
In de hiervoor beschreven uitvoeringsvormen omvat de vermaalinrichting een besturingseenheid 70 die de verschillende afsluiters, de vermaaleenheid 55, de aandrukeenheid 86 en de wateraanvoer 54 kan bedienen. In andere uitvoeringsvormen zijn een of meer van deze onderdelen van het systeem echter slechts met de hand te bedienen. De principiële werking van de vermaalinrichting verandert hiermee uiteraard niet. In andere uitvoeringen is in plaats van een besturingseenheid per vermaalinrichting sprake van een besturingseenheid die is ingericht voor het aansturen van twee of meer vermaalinrichtingen.
De beschreven constructies van de vermaalinrichtingen maken het mogelijk om het afvalmateriaal goed te vermalen zonder dat hierbij al te veel geluid geproduceerd wordt. Door de vermaaleenheid ondergedompeld te houden is de kans op het vrijkomen van onwelriekende gassen, bijvoorbeeld gassen uit de afvoerleiding 25, uitermate klein. Dit is met name van belang bij reinigingssystemen waarbij de vermaalinrichting zich in de gebruiksvertrekken van het gebouw bevindt en het vermalen van het afvalmateriaal anders tot overlast bij de gebruikers van deze vertrekken zou kunnen zorgen.
De onderhavige uitvinding is niet beperkt tot de hierin beschreven uitvoeringsvormen daarvan. De gevraagde rechten worden bepaald door de navolgende conclusies, binnen de strekking waarvan talloze modificaties en aanpassingen denkbaar zijn.

Claims (30)

1. Inrichting voor het vermalen van een afvalstroom, waarbij de afvalstroom ten minste zowel vaste bestanddelen als vloeibare bestanddelen omvat, de inrichting omvattende: - een behuizing (3) voorzien van ten minste een eerste invoer (51) voor het invoeren van de afvalstroom, een tweede invoer (48) voor het invoeren van toevoegvloeistof en ten minste een uitvoer (71) voor het uitvoeren van de vermaalde afvalstroom met toevoegvloeistof, waarbij de uitvoer (71) aangesloten of aansluitbaar is op een leidingstelsel (25) dat is aangesloten op het riool (12); - ten minste een in de behuizing (3) gerangschikte vermaaleenheid (55) omvattende een via een aandrijfmotor (63) aandrijfbaar vermaalelement (57); - een aanstuureenheid (70) die is ingericht voor het aansturen van ten minste de tweede invoer (48), de uitvoer (71) en de vermaaleenheid (57)voor het eerst onderdompelen van het vermaalelement in het mengsel van vloeibare bestanddelen, vaste bestanddelen en toevoegvloeistof, het vervolgens activeren van de vermaaleenheid (55) voor het met de vermaaleenheid in ondergedompelde toestand vermalen van de afvalstroom en het zodra de afvalstroom is vermaald afvoeren van de vermaalde afvalstroom via de uitvoer (71) van de behuizing (3).
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de uitvoer een afvoerleiding (71) omvat voor het afvoeren van de vermaalde afvalstroom en toevoegvloeistof en/of een via de aanstuureenheid (70) te bedienen afsluiter voor het openen en afsluiten van de afvoer.
3. Inrichting volgens een van de conclusies 1-2, waarbij de tweede invoer omvat: - een toevoegvloeistofaanvoerleiding, bijvoorbeeld een waterleiding, voor het aanvoeren van onder druk staande toevoegvloeistof; - een via de aanstuureenheid (70) aanstuurbaar klepmechanisme voor het regelen van de toevoer van de toevoegvloeistof aan de behuizing (3).
4. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de vermaaleenheid (55) een roteerbaar in de behuizing aangebracht vermaalelement (57) omvat, waarbij het vermaalelement een nok (60) omvat voor het vermalen van de vaste bestanddelen.
5. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende een in de behuizing gerangschikte roereenheid (76) voor het roeren van de afvalstroom.
6. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende een aandrukeenheid (86), in het bijzonder een in de behuizing verplaatsbaar aangebrachte aandrukpers, voor het tijdens het vermalen drukken van vaste bestanddelen van de afvalstroom tegen het oppervlak van het vermaalelement.
7. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende een vloeistofniveaubepalingseenheid voor het bepalen van het vloeistofniveau in de behuizing (3), waarbij de vloeistofniveaubepalingseenheid is gekoppeld met de aanstuureenheid (70) voor het afhankelijk van het actuele vloeistofniveau in de behuizing aansturen van de tweede invoer en/of van de vermaaleenheid (55).
8. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de inrichting is uitgevoerd voor verwerking van een afvalstroom omvattende een ten minste hoofdzakelijk fecaliën en urine bevattende eerste afvalstroom en een tweede afvalstroom die een of meer houders met daarin aangebrachte medicinale en/of toxische stoffen omvat.
9. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, welke is ingericht voor het met de vermaaleenheid in gedeeltelijk ondergedompelde toestand vermalen van de afvalstroom.
10. Inrichting volgens een van de conclusies 1-8, welke is ingericht voor het met de vermaaleenheid in geheel ondergedompelde toestand vermalen van de afvalstroom.
11. Werkwijze voor het vermalen van een afvalstroom, waarbij de afvalstroom ten minste zowel vaste bestanddelen als vloeibare bestanddelen omvat, de werkwijze omvattende: - het voeren van de afvalstroom naar een vermaalinrichting, de vermaalinrichting omvattende een opvangruimte binnenin een behuizing (3), waarbij in de behuizing een vermaaleenheid (55) met ten minste één vermaalelement (57) is aangebracht; - het onderdompelen van het vermaalelement (57) in de in de opvangruimte gevoerde afvalstroom; - het in ondergedompelde toestand met het vermaalelement (57) vermalen van de vaste bestanddelen van de afvalstroom; - het uit de behuizing afvoeren van de afvalstroom; - het naar een riool (12) afvoeren van ten minste een deel van de afvalstroom.
12. Werkwijze volgens conclusie 11, waarin na het uit de behuizing afvoeren van de vermaalde afvalstroom de werkwijze omvat: -het scheiden van de vermaalde afvalstroom in eigenlijk afvalmateriaal en houdermateriaal; - het voeren van het gescheiden eigenlijke afvalmateriaal naar een zuiveringsinstallatie (10,30) voor het zuiveren van het gescheiden eigenlijke afvalmateriaal; - het voeren van het gezuiverde gescheiden eigenlijke afvalmateriaal naar het riool (12).
13. Werkwijze volgens conclusie 11 of 12, waarbij tijdens het vermalen het vermaalelement geheel ondergedompeld is.
14. Werkwijze volgens conclusie 11 of 12, waarbij tijdens het vermalen het vermaalelement gedeeltelijk ondergedompeld is.
15. Werkwijze volgens een van de conclusies 11-14, omvattende het toevoegen van toevoegvloeistof aan een met een hoeveelheid afvalstroom gevulde behuizing (3) tot ten minste het vermaalelement is ondergedompeld in het mengsel van afvalstroom en toevoegvloeistof.
16. Werkwijze volgens een van de conclusies 11-15, waarbij een afvalstroom zowel vaste bestanddelen als vloeibare bestanddelen omvat, waarbij de vaste bestanddelen houders omvatten waarin vloeibare bestanddelen bewaard zijn, de werkwijze omvattende: - het vermalen van de houders tot houderdelen.
17. Werkwijze volgens conclusie 16, omvattende het vermalen van een houder tot houderdelen die kleiner zijn dan een vooraf bepaalde maximum waarde.
18. Werkwijze volgens conclusie 17, waarbij de houderdeelgrootte is uitgevoerd om transport van de houderdelen met een vloeibare afvalstroom als medium via een leidingstelsel mogelijk te maken en/of waarbij de maximumwaarde van de houderdeelgrootte gelijk is aan 5 cm, bij voorkeur gelijk is aan 1 cm, met nog meer voorkeur gelijk is aan 0,5 cm.
19. Werkwijze volgens een van de conclusies 11-18, omvattende het vóór het toevoeren en vermalen gesloten houden van een afvoerleiding en het na het vermalen openen van de afvoerleiding.
20. Werkwijze volgen een van de conclusies 11-19, omvattende het waarnemen van het vloeistofniveau in de behuizing (3) en het bij een vloeistofniveau lager dan een vooraf bepaald minimum vloeistofniveau toevoeren van toevoegvloeistof totdat ten minste het minimum vloeistofniveau bereikt is.
21. Werkwijze volgens een van de conclusies 11-20, waarin de vermaalinrichting een behuizing (3) voorzien van ten minste een eerste invoer voor het invoeren van de afvalstroom, een tweede invoer voor het invoeren van toevoegvloeistof en ten minste een uitvoer (71) voor het uitvoeren van de vermaalde afvalstroom met toevoegvloeistof, ten minste een in de behuizing gerangschikte vermaaleenheid (55) omvattende een via een aandrijfmotor aandrijfbaar vermaalelement (57) en een aanstuureenheid (70) die is ingericht voor het aansturen van ten minste de tweede invoer, de afvoer en de vermaaleenheid (55), omvat, de werkwijze omvattende: - het openen van de eerste invoer voor het in de behuizing aanbrengen van een hoeveelheid afvalstroom; - het openen van de tweede invoer voor het vermengen van de afvalstroom met toevoegwater; - het bij een ondergedompeld vermaalelement vermalen van het mengsel van afvalstroom en toevoegvloeistof; en - het afvoeren van de vermaalde afvalstroom via de uitvoer (71) van de behuizing (3)·
22. Werkwijze volgens een van de conclusies 11-21, omvattende het met een aandrukeenheid (86) drukken van de vaste bestanddelen van de afvalstroom tegen het vermaalelement.
23. Werkwijze volgens een van de conclusies 11-22, omvattende: - het bepalen van het vloeistofniveau in de behuizing; - het vergelijken van het vloeistofniveau met een minimum vloeistofniveau, waarbij het minimum vloeistof niveau bij voorkeur overeenkomt met een niveau waarop het vermaalelement ondergedompeld is; - het pas vermalen van de afvalstroom wanneer het minimum vloeistofniveau bereikt is.
24. Werkwijze volgens een van de conclusies 11-23, omvattende het vóór, tijdens en/of na het vermalen roeren van de afvalstroom, eventueel het mengsel van afvalstroom en toevoegvloeistof.
25. Werkwijze volgens een van de conclusies 11-24, waarbij de afvalstroom een mengsel van vaste bestanddelen en vloeibare bestanddelen omvat, in het bijzonder omvattende een ten minste een hoofdzakelijk fecaliën en urine bevattende eerste afvalstroom en een hoofdzakelijk in een te vermalen houder aangebracht medicinale en/of toxische stoffen bevattend afval bevattende tweede afvalstroom.
26. Werkwijze volgens een van de conclusies 11-25, waarbij de vermaalinrichting een inrichting volgens een van de conclusies 1-10 is.
27. Systeem (1) voor het in een gebouw, in het bijzonder een zorginstelling, vliegtuig of vliegveldterminal, behandelen van een aantal afvalstromen, waarbij een afvalstroom ten minste zowel vaste bestanddelen als vloeibare bestanddelen omvat, waarbij de vaste bestanddelen houders omvatten waarin vloeibare bestanddelen bewaard worden, het systeem omvattende: een leidingstelsel (25) met een aantal op verschillende plaatsen in het gebouw op te stellen invoeren (2) die zijn aangesloten op ten minste een afvoer naar het riool (12); een of meer vermaalinrichtingen (4) volgens een van de conclusies 1-8, waarbij een vermaalinrichting is ingericht voor het vermalen van de vaste bestanddelen van een afvalstroom; waarbij de uitvoer van een vermaalinrichting (4) verbonden is met een scheidingsinrichting (26) voor het uit de vermaalde afvalstroom scheiden van eigenlijke afvalmaterialen en houdermaterialen, waarbij op de uitgang van de scheidingsinrichting (26) voor het eigenlijke afvalmateriaal een zuiveringsinstallatie (10,30) is aangesloten.
28. Systeem volgens conclusie 27, waarbij de scheidingsinrichting een verdere uitgang omvat voor het afvoeren van de houdermaterialen, welke uitgang is aangesloten op een reinigingsinrichting voor het met een reinigingsfluïdum reinigen van het gescheiden houdermateriaal, waarbij de reinigingsinrichting bij voorkeur is voorzien van een eerste afvoer voor het afvoeren van het gebruikte reiniging sfluïdum naar de zuiveringsinstallatie (10,30) en een tweede afvoer voor het afvoeren van het gescheiden en gereinigde houdermateriaal.
29. Systeem volgens conclusie 27 of 28, waarbij op de tweede afvoer van de scheidingsinrichting voor de houdermaterialen een vergister (28) is aangesloten.
30. Systeem volgens een van de conclusies 27-29, dat is ingericht voor het verwerken van een afvalstroom omvattende ten minste een hoofdzakelijk fecaliën en urine bevattende eerste afvalstroom en een hoofdzakelijk in een houder aangebracht medicinale en/of toxische stoffen bevattend afval bevattende tweede afvalstroom.
NL2011600A 2013-10-11 2013-10-11 Werkwijze en inrichting voor het vermalen van afval. NL2011600C2 (nl)

Priority Applications (3)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2011600A NL2011600C2 (nl) 2013-10-11 2013-10-11 Werkwijze en inrichting voor het vermalen van afval.
US14/511,822 US20150102140A1 (en) 2013-10-11 2014-10-10 Method and device for shredding waste
EP14188686.1A EP2859952B1 (en) 2013-10-11 2014-10-13 Method and device for shredding waste

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2011600A NL2011600C2 (nl) 2013-10-11 2013-10-11 Werkwijze en inrichting voor het vermalen van afval.
NL2011600 2013-10-11

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2011600C2 true NL2011600C2 (nl) 2015-04-14

Family

ID=50239882

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2011600A NL2011600C2 (nl) 2013-10-11 2013-10-11 Werkwijze en inrichting voor het vermalen van afval.

Country Status (3)

Country Link
US (1) US20150102140A1 (nl)
EP (1) EP2859952B1 (nl)
NL (1) NL2011600C2 (nl)

Families Citing this family (8)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO2018222142A1 (en) * 2017-05-29 2018-12-06 Aquafilslo D.O.O. Process and device for separation and recovery of waste carpet components
CN108906275B (zh) * 2018-07-04 2020-05-12 上栗县萍锋纸业有限公司 一种废纸板压力破碎浸泡箱
NL2022846B1 (en) 2019-04-01 2020-10-08 Pharmafilter B V Separator and method of separating.
NL1043452B1 (en) 2019-11-07 2021-07-20 Michiel Alphons Jacobus Kuijpers Mr Enhanced biodegradable nitrile rubber glove
NL1043526B1 (en) 2019-12-30 2021-09-06 Daniel Nick Lamens Mr Double dipped enhanced biodegradable nitrile rubber glove
CN114643112A (zh) * 2020-12-21 2022-06-21 创科无线普通合伙 粉碎机构、粉碎装置、及其控制系统和方法
CN115008422A (zh) 2021-03-03 2022-09-06 创科无线普通合伙 用于常开式动力工具的控制系统
USD1081738S1 (en) 2023-03-16 2025-07-01 Envetec Sustainable Technologies Limited Waste processing apparatus

Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPH0679188A (ja) * 1992-09-02 1994-03-22 Takuma Plant Kk ガスボンベの破砕処理装置
JPH07144146A (ja) * 1993-11-25 1995-06-06 Fuji Seiki Mach Works Ltd 気体容器から残留ガスを分離する装置
DE19610568A1 (de) * 1996-03-18 1997-09-25 K R Pfiffner Ag Vorrichtung und Verfahren zum Zerkleinern von Gegenständen
JPH1043620A (ja) * 1996-07-31 1998-02-17 Hitachi Ltd 厨芥処理装置
US5988540A (en) * 1998-08-26 1999-11-23 Pugh; Terrance Comminuting and distributing device for recycling yard waste
US6351858B1 (en) * 1997-11-18 2002-03-05 Mario Fernando Toia Process for disposing of human wastes, a disposable container for collecting human wastes and a container-grinding machine
KR20080094219A (ko) * 2007-04-19 2008-10-23 주식회사 그린환경 해머를 이용한 건축 폐기물 분쇄장치

Family Cites Families (28)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US792031A (en) * 1904-11-15 1905-06-13 Charles B Herrick Clay-washing machine.
US1951684A (en) * 1932-09-03 1934-03-20 Wells Harold Donald Continuous pulp selector
US2027015A (en) * 1932-11-11 1936-01-07 Gertrude F Bell Pump
US2029766A (en) * 1934-08-18 1936-02-04 Chicago Pump Co Screw feed centrifugal pump
US2141662A (en) * 1936-08-22 1938-12-27 Jeffrey Mfg Co Grinder
US2141663A (en) * 1936-12-28 1938-12-27 Jeffrey Mfg Co Sewage shredder
US3054565A (en) * 1955-08-12 1962-09-18 Willems Peter Kneading and mixing apparatus
US2873026A (en) * 1955-08-29 1959-02-10 Garmt J Nieuwenhuis Method and apparatus for preparing and filtering animal blood for drying
US3565350A (en) * 1968-05-20 1971-02-23 Wascon Systems Inc Comminuting apparatus
US3695520A (en) * 1970-11-06 1972-10-03 Thomas G Mauro Permanent garbage disposal apparatus for disposal of large volumes of garbage
US3814336A (en) * 1972-06-14 1974-06-04 Garbalizer Corp Hydropulper and classifier equipment
US3998395A (en) * 1974-04-22 1976-12-21 Continental Oil Company Low profile sump with submerged transverse roll crusher
NL7406866A (nl) * 1974-05-22 1975-11-25 Konijn Machinebouw Nv Baggerpomp.
US4096057A (en) * 1976-05-10 1978-06-20 New Energy Sources Company Apparatus and method for recovery of bituminous products from tar sands
US4570863A (en) * 1983-01-10 1986-02-18 C. Arthur Knox Wet grinding machine
US4813617A (en) * 1988-06-17 1989-03-21 Knox Jr Arthur C Wet grinding machine
US5104047A (en) * 1990-08-21 1992-04-14 Simmons Leonard E Wet process recovery system for solid waste
US5337965A (en) * 1992-10-09 1994-08-16 Finoll Recycling Ltd. Method and apparatus for recycling asphalt based roofing material
CN1265051A (zh) * 1997-06-24 2000-08-30 卡迪国际公司 用于溶解污物及分离液体悬浮剂中的固体的方法和装置
US7222805B1 (en) * 2003-04-08 2007-05-29 Williams Jr Robert M Shredder with cage relief
US7591440B2 (en) * 2004-08-13 2009-09-22 Invensys Systems, Inc. Methods and systems for cement finishing mill control
US8229593B2 (en) * 2005-10-03 2012-07-24 International Business Machines Corporation Document destruction management
DE102006038014B3 (de) * 2006-08-14 2008-04-30 Siemens Ag Verfahren zur Ermittlung eines Mühlenfüllstands
CA2699050C (en) 2007-09-10 2015-04-28 Pharmafilter B.V. Method and system for treating different waste streams
US9446361B2 (en) * 2011-10-11 2016-09-20 Modern Process Equipment, Inc. Method of densifying coffee
US20130260446A1 (en) * 2012-04-03 2013-10-03 Whirlpool Corporation Composting device
EP2939734B1 (en) * 2012-12-25 2024-04-03 M Technique Co., Ltd. Stirring device and method
US9533310B2 (en) * 2014-02-03 2017-01-03 Altec Industries, Inc. Advanced system recovery for feed system

Patent Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPH0679188A (ja) * 1992-09-02 1994-03-22 Takuma Plant Kk ガスボンベの破砕処理装置
JPH07144146A (ja) * 1993-11-25 1995-06-06 Fuji Seiki Mach Works Ltd 気体容器から残留ガスを分離する装置
DE19610568A1 (de) * 1996-03-18 1997-09-25 K R Pfiffner Ag Vorrichtung und Verfahren zum Zerkleinern von Gegenständen
JPH1043620A (ja) * 1996-07-31 1998-02-17 Hitachi Ltd 厨芥処理装置
US6351858B1 (en) * 1997-11-18 2002-03-05 Mario Fernando Toia Process for disposing of human wastes, a disposable container for collecting human wastes and a container-grinding machine
US5988540A (en) * 1998-08-26 1999-11-23 Pugh; Terrance Comminuting and distributing device for recycling yard waste
KR20080094219A (ko) * 2007-04-19 2008-10-23 주식회사 그린환경 해머를 이용한 건축 폐기물 분쇄장치

Also Published As

Publication number Publication date
EP2859952A1 (en) 2015-04-15
US20150102140A1 (en) 2015-04-16
EP2859952B1 (en) 2017-06-14

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL2011600C2 (nl) Werkwijze en inrichting voor het vermalen van afval.
CN101883644B (zh) 用于处理不同废物流的方法和系统
CN101090867A (zh) 移动式或固定式的模块式独立型脱水厕所、脱水机及灰水回收系统
CN108026718B (zh) 污水坑
AU2004283765B2 (en) Putrescible organic waste treatment
CN204448788U (zh) 垃圾连续处理设备
KR20080065945A (ko) 배수정화기능을 갖는 싱크대용 음식물 쓰레기 처리시스템
CN204544951U (zh) 垃圾一体式处理设备
CN104588395A (zh) 一体式垃圾综合处理设备
WO2017014636A1 (en) Sewage pit
KR101858670B1 (ko) 친환경 하수처리 시스템
CN112108497B (zh) 一种餐厨垃圾处理装置
JP2000271594A (ja) 生ごみ処理装置
NL2006490C2 (nl) Inrichting en werkwijze voor het verkleinen van afval.
KR20160012461A (ko) 소멸식 분뇨처리 장치 및 이를 구비한 이동형 무방류 순환수세식 화장실
AU2015101547A4 (en) A green toilet system and method
NL2000211C2 (nl) Werkwijze en stelsel voor het behandelen van een afvalstroom.