NL2010181C2 - Bouwliftsysteem. - Google Patents

Bouwliftsysteem. Download PDF

Info

Publication number
NL2010181C2
NL2010181C2 NL2010181A NL2010181A NL2010181C2 NL 2010181 C2 NL2010181 C2 NL 2010181C2 NL 2010181 A NL2010181 A NL 2010181A NL 2010181 A NL2010181 A NL 2010181A NL 2010181 C2 NL2010181 C2 NL 2010181C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
drive unit
hinge
elevator car
elevator
construction elevator
Prior art date
Application number
NL2010181A
Other languages
English (en)
Inventor
Johannus Wilhelmus Joseph Blok
Franciscus Theodorus Cornelius Everdina Kennis
Original Assignee
Raxtar B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Raxtar B V filed Critical Raxtar B V
Priority to NL2010181A priority Critical patent/NL2010181C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL2010181C2 publication Critical patent/NL2010181C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B66HOISTING; LIFTING; HAULING
    • B66BELEVATORS; ESCALATORS OR MOVING WALKWAYS
    • B66B7/00Other common features of elevators
    • B66B7/02Guideways; Guides
    • B66B7/04Riding means, e.g. Shoes, Rollers, between car and guiding means, e.g. rails, ropes
    • B66B7/046Rollers
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B66HOISTING; LIFTING; HAULING
    • B66BELEVATORS; ESCALATORS OR MOVING WALKWAYS
    • B66B9/00Kinds or types of lifts in, or associated with, buildings or other structures
    • B66B9/16Mobile or transportable lifts specially adapted to be shifted from one part of a building or other structure to another part or to another building or structure
    • B66B9/187Mobile or transportable lifts specially adapted to be shifted from one part of a building or other structure to another part or to another building or structure with a liftway specially adapted for temporary connection to a building or other structure

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • Transportation (AREA)
  • Automation & Control Theory (AREA)
  • Types And Forms Of Lifts (AREA)

Description

BOUWLIFTSYSTEEM
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een bouwliftsysteem voor het transporteren van goederen en/of 5 personen. De uitvinding heeft tevens betrekking op een dergelijke bouwlift en op het gebruik daarvan
Voor het verplaatsen van goederen en/of personen tijdens de bouw- of renovatiefase van een gebouw wordt veelvuldig gebruik gemaakt van zogenaamde bouwliften. Een 10 bouwliftsysteem is een meestal tijdelijke (niet permanente) hijsvoorziening die ondermeer is opgebouwd uit een op zichzelf staande steunconstructie, ook wel de mast genoemd, en een bouwlift die langs deze steunconstructie naar boven en naar beneden verplaatst kan worden. De mast wordt hierbij 15 vaak parallel aan de gevel van het gebouw opgesteld en op bepaalde plaatsen aan het gebouw bevestigd. De bouwlift omvat een aandrijfeenheid in de vorm van aan de mast bevestigde en daarlangs verplaatsbare aandrijfwagen. Verder omvat de bouwlift een aan de mast bevestigde en daarlangs 20 verplaatsbare liftkooi. De liftkooi kan aan de verplaatsbare aandrijfwagen zijn opgehangen en kan dus door het in beweging zetten van de aandrijfwagen omhoog en omlaag verplaatst worden.
De mast van de bouwlift omvat een groot aantal 25 achter elkaar te monteren mastdelen. In bepaalde uitvoeringen van een dergelijke mast heeft elk van de mastdelen heeft een tweetal (of een viertal) geleidingselementen. De op elkaar geplaatste geleidingselementen vormen geleiders waarlangs de 30 aandrijfwagen en de liftkooi te geleiden zijn. Verder omvat de mast een aangrijpvoorziening waarop de aandrijfwagen aan kan grijpen om zichzelf en de liftkooi omhoog en omlaag te bewegen. In bepaalde uitvoeringen omvat deze voorziening een 2 tandheugel die zich over de lengte van de mast uitstrekt. Op deze tandheugel kunnen één of meer aan een aandrijfmotor van de aandrijfwagen gekoppelde tandraderen aangrijpen om de aandrijfwagen langs de tandheugel en daardoor langs de mast 5 te verplaatsen.
De koppeling tussen de aandrijfwagen en de liftkooi vindt plaats door de liftkooi op verscheidene punten aan de aandrijfwagen te bevestigen. In bepaalde uitvoeringen wordt de liftkooi bijvoorbeeld op een aantal 10 posities, bijvoorbeeld in de nabijheid van de zijkanten van de aandrijfwagen, aan de aandrijfwagen vastgemaakt.
Een bezwaar van deze constructie is dat als gevolg van de productietoleranties en afwijkingen in de verticale geleiders bepaalde extra krachten kunnen optreden in de 15 constructie. Deze krachten kunnen overmatige slijtage tot gevolg hebben, bijvoorbeeld slijtage aan de looprollen, waarmee de aandrijfeenheid en de liftkooi langs de geleidingselementen geleid worden en/of aan de tanden van de tandheugel en de tandraderen waarmee de verplaatsing van de 20 aandrijfwagen en liftkooi wordt aangedreven.
Een verder bezwaar van de bekende constructie is dat deze relatief veel geluid produceert, welk geluid eveneens veroorzaakt wordt door de afwijkingen in de verticale geleiding.
25 Een verder bezwaar is dat het relatief veel energie kost om de bouwlift naar boven te verplaatsen omdat de wrijvingskrachten als gevolg van de afwijkingen in de geleiding overwonnen moeten worden. De bekende bouwliften kennen derhalve een relatief hoog energieverbruik.
30 Het is een eerste doel van de onderhavige uitvinding een bouwlift te verschaffen waarin ten minste één van de genoemde bezwaren is ondervangen of althans is verminderd.
3
Het is verder een doel van de uitvinding een bouwlift te verschaffen waarin de bouwlift beter langs de mast geleid wordt, daarbij minder weerstand ondervindt en/of daarbij relatief weinig geluid produceert.
5 Zoals hierboven reeds uiteengezet is, worden de aandrijfwagen en de liftkooi langs de verticale geleidingselementen geleid via een aantal geleidingsrollen (hierin ook wel looprollen genoemd). Als gevolg van de eerdergenoemde productietoleranties en andersoortige 10 afwijkingen in de verticale geleiding zullen de looprollen op bepaalde plaatsen overmatig gaan slijten. De rollen lopen bijvoorbeeld in de praktijk vaak niet helemaal recht langs de geleidingselementen. Dit heeft tot gevolg dat de rollen na verloop van tijd een zodanige slijtage gaan vertonen, dat 15 de verplaatsing van de lift langs de geleiders minder soepel gaat verlopen. Dit kan een verdere verhoging van de slijtage veroorzaken. Voorts zal de lift in sommige situaties tijdens de verplaatsing meer lawaai maken en neemt het energieverbruik toe.
20 Het is een doel van de uitvinding deze bezwaren te ondervangen en/of te verminderen. Tevens is het een doel van de uitvinding een bouwlift te verschaffen waarin de aandrijfeenheid en de liftkooi soepeler langs de geleidingselementen van de mast geleid kunnen worden.
25 Volgens een eerste aspect van de uitvinding wordt ten minste één van de doelen bereikt in een bouwlift, omvattende: - een langs de geleidingselementen in opwaartse en neerwaartse richting verplaatsbare liftkooi; 30 - een langs de geleidingselementen in opwaartse en neerwaartse richting verplaatsbaar aangebrachte aandrij feenheid; 4 - een koppeleenheid voor het aan de aandrijfeenheid koppelen van de liftkooi; waarbij de koppeleenheid omvat: - een aan de aandrijfeenheid aangebrachte of gevormde 5 eerste scharniersteun; - een aan de liftkooi aangebrachte of gevormde tweede scharniersteun; - een scharnierkoppeling tussen de eerste en tweede scharniersteun.
10 Door de scharnierende koppeling tussen de aandrijfeenheid en de liftkooi kunnen variaties in de stand van de geleidingselementen over de lengte van de mast ten minste gedeeltelijk worden opgevangen met als gevolg dat de lift soepeler over de geleidingselementen te verplaatsen is. 15 De scharnierkoppeling kan zijn ingericht om een onderlinge rotatie- en translatiebeweging van de aandrijfeenheid en liftkooi mogelijk te maken. Wanneer bijvoorbeeld de scharnierkoppeling een scharnierhuis met een eerste en tweede scharnier omvat en deze scharnieren zijn ingericht 20 voor het scharnieren van het scharnierhuis ten opzichte van respectievelijk de eerste en tweede scharniersteun, is de liftkooi niet alleen roteerbaar ten opzichte van de aandrijfeenheid, maar ook in hoogterichting en zijwaartse richting ten opzichte van elkaar verplaatsbaar..
25 Bij voorkeur omvat de scharnierkoppeling een scharnier van een type dat een zwenking in ten minste twee richtingen, of zelfs drie richtingen, mogelijk maakt. De scharnierkoppeling kan bijvoorbeeld zijn ingericht om de liftkooi en aandrijfeenheid onderling in drie orthogonale 30 richtingen (Χ,Υ,Ζ) zwenkbaar te maken. Door aan de liftkooi de mogelijkheid te bieden om in essentie alle richtingen ten opzichte van de aandrijfeenheid te zwenken kan de stand van de liftkooi onafhankelijk van die van de aandrijfeenheid 5 veranderd worden zodat de aandrijfeenheid en liftkooi in wezen onafhankelijk van elkaar langs de geleiders van de mast te bewegen zijn.
In uitvoeringen van de uitvinding vormt de 5 scharnierkoppeling in wezen de enige constructieve koppeling tussen de aandrijfeenheid en de liftkooi, hetgeen de zwenkbaarheid van de liftkooi ten opzichte van de aandrijfeenheid ten goede kan komen.
In uitvoeringsvormen van de uitvinding omvat de 10 scharnierkoppeling een sferisch lager. Dit sferische lager kan zijn uitgevoerd als bolscharnier. Het lager maakt het mogelijk de liftkooi in alle richtingen ten opzichte van de aandrijfeenheid te draaien.
In een uitvoeringsvorm omvat de scharnierkoppeling 15 een scharnierhuis met een eerste en tweede doorgang voor het huisvesten van respectievelijk een eerste en tweede sferische lager. In deze uitvoering kan het eerste sferische lager bevestigd zijn aan een scharniersteun van de aandrijfeenheid en een tweede sferische lager aan een 20 scharniersteun van de liftkooi. De doorgangen zijn bij voorkeur aan de uiteinden van het scharnierhuis gesitueerd om een zo lang mogelijke zwenkarm te vormen.
De scharnierkoppeling is verder in essentie centraal aan de liftkooi en/of aandrijfeenheid bevestigd 25 teneinde de liftkooi zo stabiel mogelijk langs de geleiders omhoog en omlaag te geleiden
Volgens een ander aspect van de uitvinding wordt ten minste een van de doelen bereikt in een bouwlift voor het omhoog en omlaag transporteren van goederen en/of 30 personen, de bouwlift omvattende: - een langs de geleidingselementen in opwaartse en neerwaartse richting verplaatsbare liftkooi; 6 - een langs de geleidingselementen in opwaartse en neerwaartse richting verplaatsbaar aangebrachte aandrij feenheid; - een aantal rollenhouders waarin een of meer 5 roteerbare rollen aangebracht zin, waarbij de rollenhouders zijn ingericht voor het geleiden van respectievelijk de liftkooi en/of de aandrijfeenheid langs de geleidingselementen, waarbij ten minste één rollenhouder, bij voorkeur elk van de 10 rollenhouders, zwenkbaar aan respectievelijk de liftkooi en/of de aandrijfeenheid bevestigd zijn.
Door de rollenhouders van de liftkooi, de aandrijfeenheid of zowel de aandrijfeenheid als liftkooi zwenkbaar uit te voeren, kunnen de afwijkingen van de 15 geleidingselementen beter gevolgd worden. Dit kan een vermindering van de slijtage, geluidproductie en/of energieafname tot gevolg hebben.
De rollenhouders zijn bij voorkeur via een scharnier met de liftkooi en/of de aandrijfeenheid 20 verbonden. Het scharnier is bij voorkeur van een type dat een zwenking in ten minste twee, bij voorkeur drie orthogonale richtingen mogelijk maakt. In een specifieke uitvoeringsvorm van de uitvinding is een rollenhouder met een scharnierkoppeling gekoppeld aan de liftkooi en/of 25 aandrijfeenheid. De scharnierkoppeling kan hierbij zijn ingericht om de rollenhouder in drie orthogonale richtingen (Χ,Υ,Ζ) ten opzichte van de liftkooi en/of aandrijfeenheid zwenkbaar te maken.
In uitvoeringen van de uitvinding is de 30 rollenhouder via een sferisch lager met de liftkooi en/of aandrijfeenheid gekoppeld. Het sferisch lager kan van hetzelfde type zijn als het hierboven beschreven lager, maar 7 toepassing van andere typen lagers behoort ook tot de mogelij kheden.
In uitvoeringen van de uitvinding is een rollenhouder via een aantal scharnierkoppelingen met de 5 aandrijfeenheid/liftkooi verbonden. In andere uitvoeringen is een rollenhouder echter alleen via het sferisch lager met de liftkooi en/of aandrijfeenheid gekoppeld.
In een bepaalde uitvoering omvat de liftkooi en/of de aandrijfeenheid een scharniersteun waaraan een 10 rollenhouder bevestigbaar is. De rollenhouder kan dan verder omvatten: - een huis; - een roteerbaar aan het huis aangebracht stel rollen; - een in het huis gehuisveste sferisch lager, in het 15 bijzonder een bolscharnier, waarbij het sferische lager bij voorkeur gerangschikt is op een positie tussen de rollen; en/of waarbij een rollenhouder slechts via een zich door het sferische lager uitstrekkende verbindingsas met een bijhorende scharniersteun verbonden is.
20 In een verdere uitvoering omvat de verbindingsas een excentrische as. De excentrische as is zodanig gepositioneerd dat de stand van de rollenhouder verstelbaar is ten opzichte van de liftkooi/aandrijfeenheid. De verstelling vindt bijvoorbeeld plaats in een eerste 25 richting, bijvoorbeeld de Z-richting, die orthogonaal staat ten opzichte van de verplaatsingsrichting. Door een juiste verstelling van de verschillende rollenhouders kan de liftkooi/aandrijfeenheid strak en met weinig tot geen speling over de geleidingselementen geleid worden.
30 Wanneer bijvoorbeeld de bouwlift een eerste, tweede en derde rollenpaar voor het geleiden van de aandrijfeenheid langs een lateraal naar buiten gerichte eerste zijde van een geleidingselement, langs een naar voren 8 gerichte tweede zijde van het geleidingselement en een naar achteren gerichte derde zijde van het geleidingselement omvat, kan de aandrijfeenheid bij twee naast elkaar opgestelde geleidingselementen op stabiele wijze (en in 5 hoofdzaak zonder speling) de lift langs de beide geleidingselementen verplaatsten. Een vierde rollenpaar voor het geleiden van de aandrijfeenheid langs een lateraal naar binnen toe gerichte zijde behoort ook tot de mogelijkheden, maar is niet nodig (wanneer althans de mast een tweetal 10 naast elkaar opgestelde geleidingselementen omvat).
De aandrijfeenheid kan een aan de geleidingselementen verplaatsbaar aangebracht steungestel en een of meer aan het steungestel bevestigde elektromotoren omvatten. De uitgaande as van een elektromotor kan één of 15 meer rondsels aandrijven. Het rondsel kan aangrijpen aan een aan de mast aangebrachte tandheugel. Een tandheugel kan zijn gevormd als een langwerpige staaf die aan één kant is voorzien van vertanding.
In werkzame toestand bevindt de aandrijfeenheid 20 zich boven de liftkooi (top drive), ter hoogte van de liftkooi of daaronder.
Het bovengenoemde sferische lager kan op verschillende wijzen zijn uitgevoerd. In een uitvoeringsvorm van de uitvinding omvat het sferische lager een binnenring 25 met een in hoofdzaak bolvormig buitenoppervlak, en een buitenring met een in hoofdzaak bolvormig binnenoppervlak, waarbij het buitenoppervlak en binnenoppervlak glijvlakken vormen en de binnenring in hoofdzaak in drie orthogonale richtingen in de buitenring roteerbaar is.
30 De uitvinding heeft tevens betrekking op een bouwliftsysteem omvattende een mast en een bijbehorende bouwlift zoals hierin beschreven. De mast kan een aantal boven op elkaar plaatsbare en aan elkaar bevestigbare 9 mastelementen omvatten. De mast kan een willekeurige lengte hebben door het aan elkaar bevestigen van een voldoende aantal mastelementen. Elk mastelement kan twee of meer opstaande geleidingselementen omvatten langs het 5 buitenoppervlak waarvan de liftkooi en/of de aandrijfeenheid te geleiden zijn. Deze geleidingselementen kunnen bijvoorbeeld gevormd worden door buisvormige staanders die met behulp van een vakwerkconstructie aan elkaar gekoppeld zijn.
10 De uitvinding heeft tevens betrekking op het gebruik van een dergelijk bouwliftsysteem en/of een dergelijke bouwlift.
Verdere voordelen, kenmerken en details zullen worden verduidelijkt aan de hand van de navolgende 15 beschrijving van enige uitvoeringsvormen daarvan. In de beschrijving wordt verwezen naar de bijgevoegde figuren, waarin tonen:
Figuur 1 een gedeeltelijk opengewerkt aanzicht in perspectief van een uitvoeringsvorm van een bouwlift volgens 20 de uitvinding, inclusief een detailaanzicht van de koppeleenheid tussen de aandrijfeenheid en de liftkooi van een dergelijke bouwlift;
Figuur 2 een meer gedetailleerd aanzicht in perspectief vanaf de achterzijde van de uitvoeringsvorm van 25 figuur 1;
Figuur 3 een gedeeltelijk geëxplodeerd aanzicht in perspectief van een uitvoeringsvorm van de lift volgens de uitvinding;
Figuur 4 een schematisch aanzicht van een 30 uitvoeringsvorm van de aandrijfeenheid en een liftkooi, waarin de mast perfect verticaal is;
Figuur 5 het schematische aanzicht van figuur 4, waarin de mast een knik heeft; 10
Figuur 6 een aanzicht in perspectief van een uitvoeringsvorm van een deel van de koppeleenheid tussen de aandrijfeenheid en de liftkooi;
Figuur 7 een doorsnede van de koppeleenheid van 5 figuur 6, waarin verbindingsassen in verschillende oriëntaties zijn weergegeven;
Figuur 8 een aanzicht in perspectief van een uitvoeringsvorm van een looprolhouder; en
Figuur 9 een doorsnede door het midden van de 10 looprolhouder van figuur 8.
Figuur 1 toont een uitvoeringsvorm van een bouwliftsysteem 1 volgens de uitvinding. Het systeem 1 omvat een mast 2 waarlangs een bouwlift 3 in hoogterichting verplaatsbaar is. De mast 2 is los van het gebouw 15 weergegeven. In de praktijk echter zal de mast op korte afstand ten opzichte van de gebouwgevel zijn geplaatst en op bepaalde regelmatige tussenafstanden aan het gebouw zijn bevestigd om een stabiele constructie te verkrijgen. De hoogte van dergelijke masten kan variëren, bijvoorbeeld 20 (maar niet hiertoe beperkt) tussen de 10 en 400 meter.
De mast 2 is opgebouwd uit een aantal bovenop elkaar te stapelen en onderling te bevestigen mastelementen 25 (fig.
2). Elk van de bovenop elkaar gestapelde mastelementen 25 vormt hierbij een aantal verticale geleidingselementen, in 25 de weergegeven uitvoeringsvorm een viertal geleidingselementen die onderling met behulp van horizontale verbindingsprofielen 26, 29 aan elkaar zijn bevestigd. De geleidingselementen van de boven elkaar gestapelde mastelementen vormen samen een viertal geleiders 21,22,23 en 30 24. Ter versteviging van de mast kunnen (fig. 1) nog een aantal schoren 28 aan de verbindingsprofielen 26, 29 zijn gekoppeld. De verbindingsprofielen 26 zijn verder voorzien van middelen waarmee opeenvolgende mastelementen aan elkaar 11 te bevestigen zijn. Meer in het bijzonder is in figuur 2 weergegeven dat het verbindingsprofiel 26 van een bepaald mastelement 25 en het verbindingsprofiel 26' van een daaronder gepositioneerd mastelement 25' met behulp van een 5 aantal bouten 32 aan elkaar zijn vastgemaakt.
In de weergegeven uitvoeringsvorm wordt de lift langs een tweetal geleiders 21, 24 geleid. In andere uitvoeringsvormen kan echter gebruik worden gemaakt van meer of minder geleiders. In andere uitvoeringen kan een twee 10 lift aan de tegenoverliggende geleiders 22,23 worden bevestigd.
Alhoewel de mastelementen 25 redelijk nauwkeurig op elkaar kunnen worden geplaatst, zullen er toch kleine afwijkingen ten opzichte van een ideale verticale lijn 15 optreden. In figuur 5 is bijvoorbeeld weergegeven dat de mast in plaats van de overgang tussen naburige mastelementen een knik kan vertonen. Andere afwijkingen ten opzichte van de ideale lijn kunnen uiteraard ook optreden, bijvoorbeeld afwijkingen in een mastelement 25 zelf.
20 Om de lift omhoog en omlaag te kunnen bewegen, is de mast 2 verder voorzien van één of meer tandheugels 30, 31. In de getoonde uitvoeringsvorm wordt slechts de voorste tandheugel 30 gebruikt om aangrijping te bieden voor de nader te beschrijven aandrijfmiddelen van de lift. De andere 25 tandheugel 31 wordt in deze uitvoering niet gebruikt.
De tandheugel 30 bestaat uit verschillende onderdelen die aan de eerdergenoemde horizontale profielen 26, 29 zijn bevestigd. De onderdelen vormen samen een van onder tot bovenaan de mast doorlopende aangrijpings-30 mogelijkheid voor een aantal tandraderen (rondsels) van de aandrijfeenheid 5 van de lift.
De aandrijfeenheid 5 is in figuur 1 en, in meer detail, in figuren 2 en 3 weergegeven. De aandrijfeenheid 5 12 omvat een aandrijfwagen 50 bestaande uit een frame waaraan een tweetal motoren, bijvoorbeeld elektromotoren 35 en 36, zijn bevestigd. De wagen 50 is via een groot aantal wielen, hierin ook wel rollen genoemd, langs de twee geleidings-5 elementen 21 en 24, te geleiden. De rollen zijn aangebracht in een aantal verschillende rollensets 51-60. Meer in het bijzonder zijn aan het bovenste deel van de aandrijfwagen 50 rollensets 51,55,59 aan de rechterzijde en rollensets 53,56,60 aan de rechterzijde aangebracht. Aan het onderste 10 deel van de aandrijfwagen zijn ter rechterzijde rollensets 52,57 en ter linkerzijde rollensets 54,58 aangebracht.
De rollensets 51,52,53,54 zijn zodanig georiënteerd dat deze de wagen langs de twee laterale naar buiten gerichte zijden van de geleidingselementen kunnen 15 geleiden. Op soortgelijke wijze zijn rollensets 55 en 56 aangebracht aan de wagen 50 om de wagen aan de achterzijde van respectievelijk hun geleidingselementen 21, 24 te geleiden, terwijl rollensets 57-60 zijn georiënteerd om de wagen aan de voorzijde te geleiden. Op deze wijze wordt de 20 rollenwagen bij elk van de geleidingselementen dus langs drie zijden geleid.
In de getoonde uitvoeringsvorm wordt bijvoorbeeld de bovenzijde van de rolwagen 50 telkens in drie richtingen ondersteund, terwijl de onderzijde slechts in twee 25 richtingen ondersteund wordt. In andere uitvoeringsvormen kan er bijvoorbeeld voor gekozen worden om ook aan de onderzijde de rolwagen 50 langs drie zijden te ondersteunen. In nog weer andere uitvoeringsvormen kan er volstaan worden met minder rollensets, bijvoorbeeld in uitvoeringen waarin 30 de onderste rollensets 52, 54, 58 en 57 achterwege zijn gelaten. Ook zijn er uitvoeringen mogelijk waarin er aan de laterale binnenzijde van de geleidingselementen rollensets zijn voorzien.
13
De aandrijfwagen 50 kan met behulp van de eerdergenoemde elektromotoren 35, 36 naar boven en naar beneden worden verplaatst. Hiertoe kan elk van de elektromotoren een aandrijfrondsel 108, 109 (figuur 2) in 5 beweging zetten. Dit aandrijfrondsel 108, 109 is via verdere aandrijfrondsels 110, 111 verbonden met de eerdergenoemde tandheugel 30. De tanden van de tandwielen 110, 111 grijpen aan in de tanden van de tandheugel 30 en maken het mogelijk om de aandrijfeenheid zichzelf naar boven te laten trekken 10 of naar beneden te laten gaan. Uiteraard is de lift nog voorzien van een aantal veiligheidsvoorzieningen, waaronder een rem waarmee de liftkooi automatisch tot stilstand kan worden gebracht wanneer de aandrijving van aandrijfmotoren 35,36 onverhoopt defect zou geraken.
15 Tot zover is de geleiding van de aandrijfwagen 50 langs de mast beschreven. Ook de liftkooi 4 van de lift wordt met behulp van dergelijke rollensets langs de mast geleid. In figuren 2 en 3 zijn dergelijke rollensets weergegeven. Aan de naar buiten gerichte laterale 20 linkerzijde van de lift is een rollenset 85 en aan de tegenoverliggende, naar buiten gerichte rechterzijde is een rollenset 85 aangebracht. Rollensets 85, 87 zijn in het bovenste deel van de liftkooi voorzien. In het onderste deel van de liftkooi zijn soortgelijke rollensets 88, 86 voorzien 25 (zie figuren 2, 3 en 5).
De rollensets 85-88 zijn bevestigd aan een opstaand frame 91 van de liftkooi 4. De liftkooi omvat verder een aantal onderste liggers 41, bovenste liggers 44 en een de onderste en bovenste liggers 41, 44 verbindende 30 staanders 43. De liggers 41, 44, staanders 43 en het frame 91 definiëren samen een volume waarbinnen de goederen en/of personen vervoerd kunnen worden. In de in figuur 1 weergegeven uitvoeringsvorm is de liftkooi 4 alleen aan de 14 bovenzijde afgedekt met plaatmateriaal 45 en is de rest van het plaatmateriaal voor de duidelijkheid van de tekening weggelaten. Het moge duidelijk zijn dat in de praktijk ook plaatmateriaal aan de onderzijde en ten minste gedeeltelijk 5 langs de zijkanten van de liftkooi 4 is aangebracht teneinde de goederen en/of personen met voldoende veiligheid te kunnen vervoeren. In bepaalde uitvoeringsvormen is de liftkooi 4 geheel afsluitbaar en kan er via een of meer deuren toegang tot de liftkooi verkregen worden.
10 De koppeling tussen de aandrijfeenheid 5 en de liftkooi 4 is in figuren 1-3 in detail weergegeven. De steun van de aandrijfeenheid omvat een aan een ligger van de aandrijfeenheid 5 aangebracht stel steunwangen 62, 63. De steun van de liftkooi omvat een aan een ligger 44 van de 15 liftkooi 4 aangebracht stel steunwangen 65, 66. Tussen de bovenste steunwangen 62, 63 van de aandrijfeenheid 5 en de onderste steunwangen 65, 66 van de liftkooi 4 is een koppeleenheid aangebracht. In de weergegeven uitvoering omvat de koppeleenheid een scharnierverbinding 67. Deze is 20 opgebouwd uit een langwerpig blok met een zodanige dikte en vorm dat dit tussen de bovenste wangen 62, 63 van de bovenste scharniersteun en de onderste steunwangen 65, 66 van de onderste scharniersteun te schuiven is. Het blok van scharnierverbinding 67 omvat een eerste en tweede doorgang 25 68, 69. In de doorgangen 68, 69 zijn sferische lagers aangebracht die op hun beurt weer zijn bevestigd aan respectievelijke assen 80,81. De assen 80, 81 kunnen verder met onderdelen 94, 89 worden vastgezet op de respectievelijke steunen. Hierdoor is het blok van de 30 scharnierverbinding 67 op scharnierende wijze tussen de bovenste steun van de aandrijfeenheid 5 en de onderste steun van de liftkooi 4 aangebracht.
15
De scharnierverbinding 67 is in meer detail in figuren 6 en 7 weergegeven. De doorgangen 68, 69 zijn gevormd om daarin respectievelijke sferische lagers, bijvoorbeeld bolscharnieren, te huisvesten. De beide 5 sferische lagers zijn bij voorkeur identiek en hierna zal daarom de uitvoering en werking van slechts één van deze sferische lagers in detail worden beschreven.
Het sferisch lager omvat een buitenring 70 die bevestigd is aan de binnenzijde van de in het blok 67 10 voorziene doorgang 68,69. Het buitenoppervlak 71 van de buitenring 70 is gekromd uitgevoerd. Verder is voorzien in een binnenring 73 waarvan het buitenoppervlak 72 eveneens een gekromde vorm heeft. De vorm van het buitenoppervlak 72 is aangepast aan die van de buitenring 70, zodat de 15 binnenring 73 in alle richtingen binnenin de buitenring 70 gedraaid kan worden. Om het draaien te vergemakkelijken, wordt tussen het buitenoppervlak 71 van de buitenring 70 en het buitenoppervlak 72 van de binnenring 73 smeermiddel aangebracht. Om te voorkomen dat dit smeermiddel tussen de 20 genoemde buitenoppervlakken wegstroomt, is aan weerszijden van de buitenring een afdichting 75 en 76 aangebracht. Deze afdichting zorgt er dus voor dat het smeermiddel op de juiste plaats tussen de buitenoppervlakken van de ringen blijft en daardoor het sferische lager goed kan blijven 25 scharnieren.
In de centrale opening in het sferische lager kan een verbindingsas 80,81 zijn aangebracht waarmee het lager verbonden kan worden met één van de eerder genoemde steunen. Door gebruik te maken van de beide sferische lagers kunnen 30 de assen 80,81 (en de dus de daarmee verbonden steunen met de liftkooi en de aandrijfeenheid) vrij ten opzichte van elkaar gedraaid worden (fig. 7).
16
Door de koppeleenheid 6 op een enkel centraal punt aan de wagen 5 en op een soortgelijke centraal punt aan de liftkooi 4 te bevestigen en door de koppeling uit te voeren met een of meer, in de weergegeven uitvoeringsvorm twee, 5 sferische lagers (of bolscharnieren) kunnen de liftkooi en aandrijfwagen 5 onafhankelijk van elkaar bewegen. In figuren 4 en 5 is weergegeven dat het hierdoor mogelijk is om eventuele afwijkingen in de opbouw van de mast goed op te vangen. In figuur 5 is bijvoorbeeld weergegeven dat de mast 10 een knik vertoont. De aandrijfwagen 5 bevindt zich in een gedeelte van de mast dat zich enigszins schuin uitstrekt ten opzichte van dat deel van de mast waar zich de liftkooi 4 bevindt. Door de in hoofdzaak alle richtingen scharnierende ophanging (koppeling) tussen de aandrijfwagen en de liftkooi 15 is het mogelijk de verplaatsing in opwaartse richting uit te voeren zonder dat de aandrijfeenheid en liftkooi elkaar in wezen beïnvloeden. Hierdoor kunnen de aandrijfeenheid en de liftkooi de mast goed blijven volgen, ook ter plaatse van de knik, zodat de wrijving tussen de lift en de mast 20 gereduceerd kan worden. Het als gevolg van de wrijving optredende geluid kan verminderen en er treedt minder slijtage van de langs de mast bewegende onderdelen van de lift op.
Verwijzend naar figuren 8 en 9 wordt een verder 25 aspect van de uitvinding beschreven. Figuur 8 toont een uitvoeringsvorm van een van de rollensets 51-60,85-88. De rolllenset omvat een looprolhouder 50 waarin een tweetal looprollen 91 en 92 zijn aangebracht. De looprollen 91 en 92 hebben een in hoofdzaak hol loopvlak 93 waarvan de vorm in 30 hoofdzaak overeenkomt met de vorm van de buitenzijde van de (buisvormige) geleidingselementen 20, 21. In gebruik kan de looprolhouder 50 langs de geleidingselementen verplaatst worden (richting P, fig. 1) en als gevolg van de holle vorm 17 van de loopvlakken wordt de bewegingsvrijheid van de liftkooi niet alleen in laterale richting maar ook in de voorwaartse of achterwaartse richting beperkt.
De looprolhouder 50 omvat verder een huis 95 5 voorzien van een aantal openingen. In een centrale opening 96 is een sferisch lager gerangschikt. Dit sferisch lager kan een soortgelijke constructie hebben als het eerder beschreven lager. In de aan weerszijden van de centrale opening 96 aanwezige openingen 92, 98 zijn assen 99,100 10 aangebracht. De rollen 91, 92 zijn met behulp van deze assen 99, 100 roteerbaar aan het huis 95 bevestigd.
In figuur 9 is de constructie van een looprolhouder 50 in nader detail weergegeven. Getoond is dat in het huis 95 een sferisch lager is aangebracht omvattende 15 een buitenring 96 waarvan het naar buiten toe gerichte oppervlak 103 in hoofdzaak concaaf is uitgevoerd. Verder is voorzien in een binnenring 106 waarvan het buitenoppervlak 107 convex is uitgevoerd en wel zodanig dat de binnenring 106 roteerbaar in de buitenring 102 gehuisvest is. In de 20 doorgang in de binnenste ring 106 is een bevestigingselement 110 bevestigd. In een kopse zijde 111 van het bevestigingsdeel 110 is een van inwendig schroefdraad voorziene opening 112 aangebracht. In deze opening 112 kan een verbindingsas 113 (figuur 2) geschroefd worden. De 25 looprolhouder 50 is met behulp van deze verbindingsas 113 aan het frame van de aandrijfeenheid 50 of de liftkooi 4 bevestigd. Deze as 113 is door een geschikte rangschikking van de opening 112 excentrisch ten opzichte van het middenpunt van het sferische lager uitgevoerd. Dit maakt het 30 mogelijk de looprolhouder in een bepaalde richting te verstellen, bijvoorbeeld in de in de figuur 8 weergegeven Z-richting. Door verstelling van de verbindingsas 113 kunnen 18 de rollen 91, 92 met hun loopvlakken 93 strak tegen de geleidingselementen worden aangebracht.
Door de sferische lagerconstructie kunnen bij verplaatsing van de lift langs de geleidingselementen 5 eventuele afwijkingen in zowel het XY vlak, het YZ vlak als het XZ vlak worden opgevangen en past de stand van de looprolhouder zich automatisch aan aan de lokale stand van het bijbehorende geleidingselement. Hierdoor is de kans op slijtage op aan de geleider en/of het loopvlak van de rollen 10 91, 92 kleiner, is het door het rijden veroorzaakte geluidniveau te verminderen en zal het energieverbruik van de elektromotoren 35,36 die het geheel in opwaartse of neerwaartse richting verplaatsen, als gevolg van het soepeler rijden van de lift verminderen.
15 De onderhavige uitvinding is niet beperkt tot de hierin beschreven uitvoeringsvormen daarvan. De gevraagde rechten worden bepaald door de navolgende conclusies, binnen de strekking waarvan talloze aanpassingen en modificaties denkbaar zijn.
20

Claims (24)

1. Bouwlift voor het omhoog en omlaag transporteren van 5 goederen en/of personen langs een naast of in een gebouw op te stellen mast omvattende een of meer in hoofdzaak verticale geleidingselementen, de bouwlift omvattende: - een langs de geleidingselementen in opwaartse en neerwaartse richting verplaatsbare liftkooi; 10. een langs de geleidingselementen in opwaartse en neerwaartse richting verplaatsbaar aangebrachte aandrij feenheid; - een koppeleenheid voor het aan de aandrijfeenheid koppelen van de liftkooi; 15 waarbij de koppeleenheid omvat: - een aan de aandrijfeenheid aangebrachte of gevormde eerste scharniersteun; - een aan de liftkooi aangebrachte of gevormde tweede scharniersteun; 20. een scharnierkoppeling tussen de eerste en tweede scharniersteun.
2. Bouwlift volgens conclusie 1, waarbij de scharnierkoppeling is ingericht om een onderlinge rotatie- 25 en translatiebeweging van de aandrijfeenheid en liftkooi mogelijk te maken.
3. Bouwlift volgens conclusie 1 of 2, waarbij de scharnierkoppeling een scharnierhuis met een eerste en 30 tweede scharnier omvat, waarbij het eerste en tweede scharnier zijn ingericht voor het scharnieren van het scharnierhuis ten opzichte van respectievelijk de eerste en tweede scharniersteun.
4. Bouwlift volgens conclusie 1, 2 of 3, waarbij de scharnierkoppeling een tweetal scharnieren omvat en elk van de scharnieren is ingericht om de liftkooi en aandrijfeenheid onderling in drie orthogonale richtingen 5 (Χ,Υ,Ζ) zwenkbaar te maken.
5. Bouwlift volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de scharnierkoppeling een sferisch lager omvat.
6. Bouwlift volgens conclusie 5, waarbij de scharnierkoppeling een scharnierhuis omvat met een eerste en tweede doorgang voor het huisvesten van respectievelijk een eerste en tweede sferische lager, waarbij het eerste sferische lager bevestigd is aan de eerste scharniersteun en 15 het tweede sferische lager bevestigd is aan de tweede scharniersteun, waarbij de doorgangen bij voorkeur aan de uiteinden van het scharnierhuis gesitueerd zijn.
7. Bouwlift volgens een van de voorgaande conclusies, 20 waarbij de scharnierkoppeling de enige koppeling tussen de aandrijfeenheid en de liftkooi vormt.
8. Bouwlift volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de scharnierkoppeling in essentie centraal aan de 25 liftkooi en/of aandrijfeenheid bevestigd is.
9. Bouwlift voor het omhoog en omlaag transporteren van goederen en/of personen langs een naast of in een gebouw op te stellen mast omvattende een of meer in hoofdzaak 30 verticale geleidingselementen, bij voorkeur een bouwlift volgens een van de voorgaande conclusies, de bouwlift omvattende: - een langs de geleidingselementen in opwaartse en neerwaartse richting verplaatsbare liftkooi; - een langs de geleidingselementen in opwaartse en neerwaartse richting verplaatsbaar aangebrachte 5 aandrijfeenheid; - een aantal rollenhouders waarin een of meer roteerbare rollen aangebracht zin, waarbij de rollenhouders zijn ingericht voor het geleiden van respectievelijk de liftkooi en/of de aandrijfeenheid langs de 10 geleidingselementen, waarbij ten minste één rollenhouder, bij voorkeur elk van de rollenhouders, zwenkbaar aan respectievelijk de liftkooi en/of de aandrijfeenheid bevestigd zijn.
10. Bouwlift volgens conclusie 9, waarbij een rollenhouder met een scharnierkoppeling gekoppeld is aan de liftkooi en/of aandrijfeenheid en waarbij de scharnierkoppeling is ingericht om de rollenhouder in drie orthogonale richtingen (Χ,Υ,Ζ) ten opzichte van de liftkooi 20 en/of aandrijfeenheid zwenkbaar te maken.
11. Bouwlift volgens conclusie 9 of 10, waarbij een rollenhouder via een sferisch lager met de liftkooi en/of aandrijfeenheid gekoppeld is. 25
12. Bouwlift volgens conclusie 11, waarbij een rollenhouder alleen via het sferisch lager met de liftkooi en/of aandrijfeenheid gekoppeld is.
13. Bouwlift volgens een van de conclusies 9-12, waarbij de liftkooi en/of de aandrijfeenheid een scharniersteun omvatten waaraan een rollenhouder bevestigbaar is, de rollenhouder verder omvattende: - een huis; - een roteerbaar aan het huis aangebracht stel rollen; - een in het huis gehuisveste sferisch lager, in het bijzonder een bolscharnier, waarbij het sferische lager bij 5 voorkeur gerangschikt is op een positie tussen de rollen; en/of waarbij een rollenhouder slechts via een zich door het sferische lager uitstrekkende verbindingsas met een bijhorende scharniersteun verbonden is.
14. Bouwlift volgens conclusie 13, waarbij de verbindingsas een excentrische as is die gerangschikt is voor het in een eerste richting verstellen van de stand van de rollenhouder ten opzichte van de liftkooi en/of de aandrijfeenheid, in het bijzonder in een eerste richting (Z) 15 orthogonaal ten opzichte van de verplaatsingsrichting.
15. Bouwlift volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de aandrijfeenheid omvat: - een aan de geleidingselementen verplaatsbaar 20 aangebracht steungestel; - een of meer aan het steungestel bevestigde elektromotoren, waarbij de uitgaande as van een elektromotor ten minste een rondsel aandrijft dat aan kan grijpen aan een aan de mast aangebrachte tandheugel voor het omhoog en 25 omlaag bewegen van het steunelement.
16. Bouwlift volgens een van de voorgaand conclusies, waarbij in werkzame toestand de aandrijfeenheid zich boven de liftkooi bevindt (top drive) en de liftkooi slechts via 30 de koppeleenheid met de aandrijfeenheid is gekoppeld.
17. Bouwlift volgens een van de conclusies 9-16, omvattende een eerste, tweede en derde rollenpaar voor het geleiden van de aandrijfeenheid langs een lateraal naar buiten gerichte eerste zijde van een geleidingselement, langs een naar voren gerichte tweede zijde van het geleidingselement en een naar achteren gerichte derde zijde 5 van het geleidingselement.
18. Bouwlift volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het sferische lager omvat: - een binnenring met een in hoofdzaak bolvormig 10 buitenoppervlak; - een buitenring met een in hoofdzaak bolvormig binnenoppervlak; waarbij het buitenoppervlak en binnenoppervlak glijvlakken vormen en de binnenring in hoofdzaak in drie orthogonale 15 richtingen in de buitenring roteerbaar is.
19. Bouwlift volgens conclusie 18, waarbij in werkzame toestand de buitenring in de opvangruimte is bevestigd en in de binnenring zich een verbindingsas uitstrekt welke 20 verbindingsas aan een scharniersteun bevestigd is.
20. Bouwliftsysteem omvattende een mast en een bijbehorende bouwlift volgens een van de voorgaande conclusies. 25
21. Bouwliftsysteem volgens conclusie 20, waarbij de mast een aantal boven op elkaar plaatsbare en aan elkaar bevestigbare mastdelen omvat en/of waarbij elke mastdeel een tweetal opstaande geleidingselementen omvat langs het 30 buitenoppervlak waarvan de liftkooi en/of de aandrijfeenheid te geleiden zijn.
22. Bouwliftsysteem volgens een van de conclusies 20 of 21, waarbij de geleidingselementen gevormd worden door buisvormige staanders, waarbij de staanders met een vakwerkconstructie aan elkaar gekoppeld zijn. 5
23. Bouwlift volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende bevestigingsmiddelen voor bevestiging van de mast aan het gebouw, in het bijzonder aan de buitengevel daarvan.
24. Gebruik van de bouwlift volgens een van de voorgaande conclusies.
NL2010181A 2013-01-25 2013-01-25 Bouwliftsysteem. NL2010181C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2010181A NL2010181C2 (nl) 2013-01-25 2013-01-25 Bouwliftsysteem.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2010181A NL2010181C2 (nl) 2013-01-25 2013-01-25 Bouwliftsysteem.
NL2010181 2013-01-25

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2010181C2 true NL2010181C2 (nl) 2014-07-28

Family

ID=47891863

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2010181A NL2010181C2 (nl) 2013-01-25 2013-01-25 Bouwliftsysteem.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL2010181C2 (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR3049945A1 (fr) * 2016-04-11 2017-10-13 Xlbv Ensemble elevateur comportant une unite motrice retractable

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPS4967356U (nl) * 1972-09-26 1974-06-12
US3831714A (en) * 1972-02-24 1974-08-27 Linden Alimak Ab Apparatus for maintaining an elevator cage in the vertical position
GB1439275A (en) * 1972-06-06 1976-06-16 Linden Alimak Ab Overload protecttion devices for hoists
JP2000313578A (ja) * 1999-04-30 2000-11-14 Sanoyas Hishino Meisho Corp 工事用エレベータ
DE202011105039U1 (de) * 2011-08-26 2011-10-05 Geda-Dechentreiter Gmbh & Co. Kg Rollenführung

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3831714A (en) * 1972-02-24 1974-08-27 Linden Alimak Ab Apparatus for maintaining an elevator cage in the vertical position
GB1439275A (en) * 1972-06-06 1976-06-16 Linden Alimak Ab Overload protecttion devices for hoists
JPS4967356U (nl) * 1972-09-26 1974-06-12
JP2000313578A (ja) * 1999-04-30 2000-11-14 Sanoyas Hishino Meisho Corp 工事用エレベータ
DE202011105039U1 (de) * 2011-08-26 2011-10-05 Geda-Dechentreiter Gmbh & Co. Kg Rollenführung

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR3049945A1 (fr) * 2016-04-11 2017-10-13 Xlbv Ensemble elevateur comportant une unite motrice retractable

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CN210567241U (zh) 一种角度可调的移动式摄像头装置
EP2064143B1 (en) Improvements in or relating to stairlifts
US9194144B2 (en) Seating system
CN102182393B (zh) 可伸缩式平移门
FI122067B (fi) Nostinkokoonpano
CN1802486A (zh) 共面闭合用的、尤其是家具构件或类似件用的、带有凸轮引导段的双滑动门
NL9100951A (nl) Zwenkschuifdeurstelsel voor een voertuig.
NL8400458A (nl) Traplift.
NL1022760C2 (nl) Inrichting voor het van een eerste naar een tweede niveau transporteren van een last, in het bijzonder traplift.
EP2586956A1 (en) Venetian blind system
NL2010181C2 (nl) Bouwliftsysteem.
JP2695677B2 (ja) エスカレータ装置
EP1738734A2 (en) Powered tripod wheel assembly, in particular for a wheelchair, and wheelchair featuring such a wheel assembly
CN211714929U (zh) 电动滑门系统及移动车辆
CN108454666A (zh) 一种新型自动对接转运台车
US10392231B2 (en) Escalator system with vertical step risers and step-mounted angled side flanges
JP2007120244A (ja) 機械式駐車装置のリフト
EP1988050B1 (en) Motorized stair lift
CN104918724B (zh) 具有细长带材支承滑架和无源中心挂钩系统的水平带材贮料器
KR101740469B1 (ko) 경량형 수직개폐 스크린도어
JP4090962B2 (ja) 建具キャリア
EP4139232B1 (de) Neigungsausgleichsvorrichtung für einen wagen einer fördervorrichtung
ITMI20091732A1 (it) Sistema di movimentazione su singolo binario delle ante telescopiche di cabina degli ascensori e di sbarco ai piani
JP3759867B2 (ja) スタッカクレーン
JPH0296060A (ja) 狭幅員垂直循環式駐車装置

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20240201