NL2008366C2 - Aanbouw. - Google Patents

Aanbouw. Download PDF

Info

Publication number
NL2008366C2
NL2008366C2 NL2008366A NL2008366A NL2008366C2 NL 2008366 C2 NL2008366 C2 NL 2008366C2 NL 2008366 A NL2008366 A NL 2008366A NL 2008366 A NL2008366 A NL 2008366A NL 2008366 C2 NL2008366 C2 NL 2008366C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
support
profile
longitudinal support
fixing
fastening
Prior art date
Application number
NL2008366A
Other languages
English (en)
Inventor
Theodorus Bernardus Wolters
Maarten Thomas Dirkse
Fokke Stoel
Marijn Jaap Anton Maria Hooghoudt
Original Assignee
Lewens Sonnenschutz Systeme Gmbh & Co Kg
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Lewens Sonnenschutz Systeme Gmbh & Co Kg filed Critical Lewens Sonnenschutz Systeme Gmbh & Co Kg
Priority to NL2008366A priority Critical patent/NL2008366C2/nl
Priority to PL13156935T priority patent/PL2631383T3/pl
Priority to EP13156935.2A priority patent/EP2631383B1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2008366C2 publication Critical patent/NL2008366C2/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F10/00Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins
    • E04F10/005Rigidly-arranged sunshade roofs with coherent surfaces
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F10/00Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins
    • E04F10/02Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins of flexible canopy materials, e.g. canvas ; Baldachins
    • E04F10/06Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins of flexible canopy materials, e.g. canvas ; Baldachins comprising a roller-blind with means for holding the end away from a building
    • E04F10/0607Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins of flexible canopy materials, e.g. canvas ; Baldachins comprising a roller-blind with means for holding the end away from a building with guiding-sections for supporting the movable end of the blind
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F10/00Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins
    • E04F10/02Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins of flexible canopy materials, e.g. canvas ; Baldachins
    • E04F10/06Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins of flexible canopy materials, e.g. canvas ; Baldachins comprising a roller-blind with means for holding the end away from a building
    • E04F10/0644Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins of flexible canopy materials, e.g. canvas ; Baldachins comprising a roller-blind with means for holding the end away from a building with mechanisms for unrolling or balancing the blind
    • E04F10/0655Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins of flexible canopy materials, e.g. canvas ; Baldachins comprising a roller-blind with means for holding the end away from a building with mechanisms for unrolling or balancing the blind acting on the movable end, e.g. front bar
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F10/00Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins
    • E04F10/02Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins of flexible canopy materials, e.g. canvas ; Baldachins
    • E04F10/06Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins of flexible canopy materials, e.g. canvas ; Baldachins comprising a roller-blind with means for holding the end away from a building
    • E04F10/0662Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins of flexible canopy materials, e.g. canvas ; Baldachins comprising a roller-blind with means for holding the end away from a building with arrangements for fastening the blind to the building
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04DROOF COVERINGS; SKY-LIGHTS; GUTTERS; ROOF-WORKING TOOLS
    • E04D3/00Roof covering by making use of flat or curved slabs or stiff sheets
    • E04D3/02Roof covering by making use of flat or curved slabs or stiff sheets of plane slabs, slates, or sheets, or in which the cross-section is unimportant
    • E04D3/06Roof covering by making use of flat or curved slabs or stiff sheets of plane slabs, slates, or sheets, or in which the cross-section is unimportant of glass or other translucent material; Fixing means therefor
    • E04D3/08Roof covering by making use of flat or curved slabs or stiff sheets of plane slabs, slates, or sheets, or in which the cross-section is unimportant of glass or other translucent material; Fixing means therefor with metal glazing bars
    • E04D2003/0868Mutual connections and details of glazing bars
    • E04D2003/0875Mutual connections and details of glazing bars on the ridge of the roof or on intersecting roof parts
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04DROOF COVERINGS; SKY-LIGHTS; GUTTERS; ROOF-WORKING TOOLS
    • E04D3/00Roof covering by making use of flat or curved slabs or stiff sheets
    • E04D3/02Roof covering by making use of flat or curved slabs or stiff sheets of plane slabs, slates, or sheets, or in which the cross-section is unimportant
    • E04D3/06Roof covering by making use of flat or curved slabs or stiff sheets of plane slabs, slates, or sheets, or in which the cross-section is unimportant of glass or other translucent material; Fixing means therefor
    • E04D3/08Roof covering by making use of flat or curved slabs or stiff sheets of plane slabs, slates, or sheets, or in which the cross-section is unimportant of glass or other translucent material; Fixing means therefor with metal glazing bars
    • E04D2003/0868Mutual connections and details of glazing bars
    • E04D2003/0881Mutual connections and details of glazing bars on the eaves of the roof
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F10/00Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins
    • E04F10/02Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins of flexible canopy materials, e.g. canvas ; Baldachins
    • E04F10/06Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins of flexible canopy materials, e.g. canvas ; Baldachins comprising a roller-blind with means for holding the end away from a building
    • E04F10/0666Accessories
    • E04F10/0681Support posts for the movable end of the blind

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Architecture (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Finishing Walls (AREA)
  • Greenhouses (AREA)
  • Tents Or Canopies (AREA)

Description

Aanbouw
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een aanbouw omvattende een hogere langsdrager en een op afstand daarvan liggende lagere langsdrager, waartussen 5 zich dwarsdragers uitstrekken, waarbij in de ruimte tussen de langsdragers en dwarsdragers panelen aangebracht kunnen worden, waarbij de hogere langsdrager van bevestigingsmiddelen voorzien is voor verbinding met een wand van bouwkundige constructie, zoals een gevel van een gebouw, een zijwand, buitenmuur of erfafscheiding.
10 Een dergelijke aanbouw is in de stand der techniek algemeen bekend. Daarbij kunnen in de ruimte tussen de langsdrager en dwarsdragers panelen van glas of kunststof voorzien zijn. Een dergelijke aanbouw wordt vaak uit profielen opgebouwd die samen met het gebruik van de panelen een nauwkeurig bepaalde constructie vereisen. Echter, de wand waartegen de aanbouw geplaatst wordt, is niet altijd recht. 15 Met name over grote lengten, zoals meer dan 3 meter, blijkt vaak een zodanige afwijking van een zuivere rechte lijn te bestaan dat montage van de hogere langsdrager een probleem vormt.
In de stand der techniek is voorgesteld bij het aanbrengen van de hogere langsdrager door het plaatselijk aanbrengen van opvulmateriaal daarachter in 20 compensatie van afwijkingen van de gevel te voorzien. Een dergelijk systeem waarbij met opvuldelen gewerkt wordt, vraagt veel tijd bij installatie en kan de sterkte van de bevestigingen beïnvloeden. Bovendien bestaat het nadeel, dat bij constructies in de stand der techniek op plaatsen bevestigingen aan de gevel gemaakt moeten worden, waar de gevel onvoldoende dragend vermogen heeft, zoals bij voegen in een stenen 25 muur. Daardoor wordt de bevestiging van de aanbouw onvoldoende sterk.
Met name indien de panelen worden belast met sneeuw of een andere vaste substantie, kan het gewicht van een dergelijke aanbouw en meer in het bijzonder het deel van het gewicht dat op de gevel rust aanzienlijk zijn. Het is dan belangrijk dat de aanbouw en de bevestigingen een hoge mate van stijfheid hebben. De panelen kunnen 30 gevormd zijn uit ieder daarvoor geschikt materiaal, bij voorkeur transparant materiaal, zoals polycarbonaat of glas.
De onderhavige uitvinding voorziet in een verbeterde constructie waarmee het mogelijk is op eenvoudige wijze een sterke aansluiting van de aanbouw op de gevel te 2 realiseren, waarbij de stijfheid van de constructie en de sterkte van de bevestiging aan de gevel gewaarborgd blijven.
Dit wordt bij een hierboven beschreven aanbouw verwezenlijkt, doordat de bevestigingsmiddelen omvatten een zich in hoofdzaak over de lengte van die hogere 5 langsdrager uitstrekkende hulpdrager, welke hulpdrager uitgevoerd is voor bevestiging aan de gevel en een zijde omvat te richten naar de gevel en een daartegenover liggende zijde omvat, waarop een in de richting van de hogere langsdrager naar de lagere langsdrager over een beperkte weg verschuifbaar bevestigingsprofiel is aangebracht, waarbij die hogere langsdrager van een met het bevestigingsprofiel samenwerkend 10 bevestigingselement voorzien is.
In een eerste uitvoeringsvorm is het bevestigingsprofiel voorzien van ten minste een bevestigingsopname met een holte en omvat het bevestigingselement een in die holte stekend uitsteeksel.
In een andere uitvoeringsvorm omvat het bevestigingsprofiel ten minste een van 15 de gevel af gericht uitsteeksel en is het bevestigingselement voorzien van ten minste een bevestigingsopname met een holte, waarbij het uitsteeksel in de holte steekt.
Volgens de onderhavige uitvinding wordt eerst een hulpdrager tegen de gevel aangebracht. Een dergelijke hulpdrager kan bestaan uit een bij voorkeur in de montagerichting relatief slap profiel van een vervormbaar materiaal dat eventuele 20 onregelmatigheden aan de buitenzijde van de gevel goed kan volgen. Dat wil zeggen: de buitenbegrenzing van de hulpdrager volgt in grote lijnen de buitenbegrenzing van de gevel. Daardoor kan de hulpdrager op optimale wijze aan de gevel bevestigd worden. Bovendien kan het daarmee mogelijk gemaakt worden slechts op de gewenste posities in de gevel de bevestiging van de hulpdrager te realiseren.
25 Doordat de hulpdrager voorzien is van een bevestigingsprofiel met een of meer bevestigingselementen die in een richting loodrecht op de gevel beperkt verplaatsbaar zijn, is het mogelijk de bevestigingselementen precies in lijn te plaatsen, onafhankelijk van de onregelmatigheden van de gevel. Het bevestigingsprofiel kan een profiel uit één stuk zijn, maar kan ook bestaan uit verschillende delen die onafhankelijk van elkaar op 30 de hulpdrager zijn aan te brengen en ten opzichte van de hulpdrager zijn te verplaatsen. Over het algemeen zal de maximale verplaatsing van het bevestigingsprofiel ten opzichte van de hulpdrager tussen 0 en 2 cm bedragen, bijvoorbeeld 1 cm. Echter, een grotere maximale verplaatsing heeft de voorkeur, bijvoorbeeld een maximale 3 verplaatsing tussen O en 10 cm, zodat grotere afwijkingen in de gevel opgevangen kunnen worden.
Daarna is het op eenvoudige wijze mogelijk de hogere langsdrager die nagenoeg recht is en een hoge stijfheid bezit met het bevestigingsprofiel te verbinden, omdat de 5 hogere langsdrager in het algemeen uit een profiel zal bestaan.
Vervolgens of daaraan voorafgaande is het mogelijk de positie van het bevestigingsprofiel in de richting van de hogere langsdrager naar de lagere langsdrager ten opzichte van de hulpdrager met behulp van fixatiemiddelen, zoals schroeven, lijm of dergelijke, te fixeren. Daarbij kan de constmctie van de hulpdrager en het 10 bevestigingsprofiel zodanig uitgevoerd zijn dat het bevestigingsprofiel nooit in een ten opzichte van de hulpdrager ongewenste positie kan komen, dat wil zeggen los daarvan kan raken of in een gebied kan komen waarin deze niet in staat is de krachten van de hogere langsdrager naar de hulpdrager over te brengen.
Volgens een van voordeel zijnde uitvoering van de onderhavige uitvinding is de 15 combinatie van bevestigingsopname en uitsteeksel zodanig uitgevoerd dat de aanbrengpositie anders is dan de bedrijfspositie. Meer in het bijzonder ontstaat door verplaatsing van de hogere langsdrager van de aanbrengpositie naar de bedrijfspositie een automatische vergrendeling. Een dergelijke vergrendeling kan verwezenlijkt worden door het uitsteeksel als kogel uit te voeren waarbij zich vanaf de kogel een steel 20 uitstrekt die met de hogere langsdrager verbonden is en de bijbehorende holte in de opname van het bevestigingsprofiel van een verhoudingsgewijs beperkte aanbrengopening te voorzien. Daardoor kan de kogel met steel slechts in een positie in de kom in de bevestigingsopname gebracht worden. Daarna is scharnieren mogelijk zonder dat losraken van de hogere langsdrager te vrezen valt.
25 Begrepen zal worden dat de hierboven beschreven constructie van uitsteeksel en opname omgekeerd kan worden, dat wil zeggen dat de opname met holte zich in de hogere langsdrager bevindt en het uitsteeksel voorzien is op het bevestigingsprofiel. Bovendien kunnen andere soorten onderlinge bevestiging tussen bevestigingsprofiel en hogere langsdrager aanwezig zijn. Verplaatsbaarheid van het bevestigingsprofiel ten 30 opzichte van de hulpdrager voorziet in de hierboven beschreven eenvoudige montage van de hogere langsdrager.
Het is mogelijk de dwarsdragers vooraf aan de hogere en eventueel lagere langsdragers aan te brengen en deze als een geheel met de hulpdrager te verbinden en 4 vervolgens de lagere langsdrager af te doen steunen op ten minste een in hoofdzaak verticale kolom, bij voorkeur twee verticale kolommen, bijvoorbeeld aan de langsuiteinden daarvan. Het is ook mogelijk ten minste twee van de dwarsdragers elk af te steunen op een verticale kolom op een voorafbepaalde afstand vanaf de hogere 5 langsdrager en de lagere langsdrager. Aan de onderzijde van de dwarsdragers wordt een hulplangsdrager aangebracht, die vervolgens op de kolommen wordt afgesteund.
Volgens een van voordeel zijnde uitvoering van de onderhavige uitvinding wordt montage aanzienlijk vereenvoudigd indien de dwarsdragers pas in een later stadium aan de hogere langsdrager bevestigd worden. Dan is het mogelijk om na het aanbrengen 10 van de hulpdrager eerst de hogere langsdrager aan te brengen die door de afmeting en het gewicht daarvan verhoudingsgewijs eenvoudig hanteerbaar is en vervolgens de dwarsdragers aan de hogere langsdrager aan te brengen. Dit kan bijvoorbeeld verwezenlijkt worden doordat de dwarsdrager van een daaruit stekende verplaatsbare grendel voorzien is en de langsdrager van een daarmee samenwerkende nok. Daardoor 15 kan de dwarsdrager op eenvoudige wijze tegen de hogere langsdrager geplaatst worden of daarin ingehaakt worden en kan met behulp van de grendel de dwarsdrager tegen de hogere langsdrager vast getrokken worden en de onderlinge positie daarvan vastgelegd worden. Het is ook mogelijk dat de langsdrager van een daaruit stekende grendel is voorzien en de dwarsdrager van een daarmee samenwerkende nok. De grendel is 20 bijvoorbeeld verplaatsbaar door een excenter.
Het gescheiden aanbrengen van de hogere langsdrager en de dwarsdragers kan van voordeel zijn indien de hogere langsdrager van een opname voorzien is voor een doekrol.
Na het aanbrengen van de dwarsdragers en het verbinden van de dwarsdragers 25 met de lagere langsdrager kan de ruimte tussen de dwarsdragers met panelen gevuld worden, bijvoorbeeld door het aanbrengen van glazen panelen of dergelijke. Vanzelfsprekend kan dit ook vooraf gerealiseerd worden.
De lagere langsdrager is volgens een van voordeel zijnde uitvoering een gootvormig profiel. Dit U-vormige profiel heeft in een bijzondere uitvoering van de 30 uitvinding een eerste korter been waarop de dwarsdragers afsteunen en een tweede langer tegenoverliggend been. Het kortere been is bij voorkeur 20% korter dan het langere been. Volgens een bijzondere uitvoering van de uitvinding steunt de onderzijde van de dwarsdrager op de bovenzijde van het kortere been af. Daardoor is het niet 5 noodzakelijk de dwarsdrager zodanig aan te passen, dat deze wordt verlaagd ten opzichte van het tweede been, bijvoorbeeld door een inkeping aan te brengen in het af te steunen uiteinde. In de bovenzijde van de dwarsdrager kunnen afwateringskanalen worden aangebracht, die bij gebruik van het beschreven U-vormig profiel uitlopen in 5 de goot. Over het algemeen zal een inkorting van ten minste 4 cm van het kortere been ten opzichte van het langere been voldoende zijn om vanaf de voorzijde van de aanbouw de uiteindes van de dwarsdragers niet meer te zien door afscherming door het langere been van het U-vormige profiel.
Het langere been is volgens een bijzondere uitvoering van de uitvinding voorzien 10 van een daarin aangebracht verstijvingsprofiel. Met name indien aanbouwen met grotere lengten gebruikt worden en slechts een beperkt aantal verticale kolommen, bijvoorbeeld alleen aan iedere zijde van de aanbouw, gebruikt wordt voor het ondersteunen van de lagere langsdrager, worden hoge eisen gesteld aan de stijfheid van de lagere langsdrager. In het bijzondere indien de lagere langsdrager uit aluminium, 15 kunststof of dergelijke materialen vervaardigd is en de constructieve hoogte daarvan uit esthetische overwegingen beperkt is, is de sterkte van dergelijke materialen onvoldoende om bij grotere overspanningen, bijvoorbeeld van 4 meter en meer een beperkte doorbuiging te realiseren. Immers bij belasting van sneeuw of een andere vaste substantie op de panelen van de constructie rust ook een aanzienlijke belasting op 20 de langsdrager. Met name worden hoge eisen gesteld aan de doorbuiging van de langsdrager. Doorgaans wordt voor dergelijke constructies een maximale doorbuiging van 1 cm per 200 cm aangehouden.
Daarom wordt volgens een van voordeel zijnde uitvoering van de uitvinding in het langere been een zich over in hoofdzaak de gehele hoogte en gehele lengte daarvan 25 uitstrekkend verstevigingsprofiel toegepast zoals een afzonderlijk stalen profiel dat meer in het bijzonder een C-profiel kan zijn. Ook een I- of een H-profiel is mogelijk. Door het uitstrekken over de gehele hoogte van het langere been kan optimale momentsterkte verkregen worden. Bij voorkeur is het langere been voorzien van een holte waarin een dergelijk profiel in opgenomen kan worden. Zoals hierboven 30 aangegeven is de hogere langsdrager bij voorkeur voorzien van een opname voor een doekrol met doek. In tenminste twee dwarsdragers aan elke zijde van de aanbouw is dan een spanmechanisme aanwezig voor het vrije einde van dat doek. Hierdoor wordt de kracht op het vrije einde van het doek en de voorlijst verspreid. Bij voorkeur worden 6 de op een na buitenste dwarsdrager voorzien van een spanmechanisme, zodat de trekkrachten op de voorlijst gespreid worden en deze niet kromgetrokken zal worden. Andere locaties van en/of meerdere de spanmechanismes is uiteraard ook mogelijk. Het doek kan langs de onderzijde van de dwarsdragers, en dus binnen de aanbouw, 5 bewegen, maar volgens een van voordeel zijnde uitvoering beweegt het doek langs de bovenzijde van de dwarsdragers, en dus buiten de aanbouw. Zo kan ongewenste opwarming van de ruimte in de aanbouw zo veel mogelijk vermeden worden. Bij voorkeur zijn twee dwarsdragers van de aanbouw voorzien van een spanmechanisme. Dit kan bijvoorbeeld een gasveer met in de stand der techniek gebruikelijke daarmee 10 verbonden spanlijn, -band of -kabel zijn, welke spanlijn via een omkeerrol bij het benedeneinde van de dwarsdrager met de voorlijst voorzien aan het vrije einde van het doek verbonden is. Het doek beweegt bij voorkeur met behulp van een (glij)wagen langs de betreffende dwarsdrager. Bij voorkeur zijn de dwarsdragers voorzien van een dergelijke wagen waarop de voorlijst van het doek aangebracht is, waaraan anderzijds 15 de met het spanmechanisme verbonden spanlijn aangebracht is. Het is echter ook mogelijk dat de dwarsdragers om en om zijn voorzien van een dergelijke wagen.
Voor een betere verdeling van de krachten van de constructie wordt volgens een van voordeel zijnde uitvoering van de uitvinding elke dwarsdrager van een dergelijke wagen voorzien waarop de voorlijst van het doek bevestigd is.
20 De uitvinding heeft daarnaast betrekking op een bouwkundige constructie omvattende een gevel en een aanbouw zoals hierboven beschreven.
Verder heeft de uitvinding betrekking op een werkwijze voor het bevestigen van een aanbouw, zoals hierboven beschreven, aan een gevel voor het vormen van een bouwkundige constructie, omvattende: 25 - het bevestigen van een hulpdrager aan de gevel, - het aanbrengen van een over een beperkte weg verschuifbaar bevestigingsprofiel op de hulpdrager, - het verschuiven van het bevestigingsprofiel over de hulpdrager voor het verkrijgen van een recht bevestigingsgebied, 30 - het verbinden van een hogere langsdrager aan het bevestigingsprofiel door middel van een op de hogere langsdrager voorzien bevestigingselement dat samenwerkt met het bevestigingsprofiel, - het bevestigen van ten minste twee dwarsdragers aan de hogere langsdrager, 7 - het bevestigen van een lagere langsdrager aan een vrij einde van de dwarsdragers, - het afsteunen van de aanbouw op ten minste een hoofdzakelijk verticaal geplaatste kolom.
5 Het afsteunen van de aanbouw op een beperkt aantal hoofdzakelijk verticale kolommen is alleen mogelijk wanneer de aanbouw met de hulpdrager aan een stijve en sterke constructie, zoals een gevel van een gebouw, is bevestigd.
In een verdere uitvoeringsvorm omvat het verbinden van een hogere langsdrager aan het bevestigingsprofiel, het in een eerste aanbrengpositie aanbrengen van een op 10 het bevestigingselement voorzien uitsteeksel in een opnameholte voorzien in het bevestigingsprofiel, bij voorkeur over de gehele lengte daarvan, en daarna het verplaatsen van de hogere langsdrager naar een tweede bedrijfs- of eindpositie voor het vergrendelen van het uitsteeksel in de opnameholte.
Een gevel van een gebouw bevat vrijwel altijd oneffenheden en de werkwijze 15 omvat het vervormen van de hulpdrager tegen de gevel om de oneffenheden op te nemen terwijl het bevestigingsprofiel nagenoeg recht blijft. Het bevestigingsprofiel kan uiteraard ook uit verschillende op de hulpdrager aan te brengen delen bestaan die onafhankelijk van elkaar ten opzichte van de hulpdrager kunnen worden verplaatst. Op deze manier kunnen de bevestigingsprofieldelen zodanig geplaatst worden dat zij ten 20 opzichte van elkaar uitgelijnd zijn. Hierna kan de hogere langsdrager aan de bevestigingsprofieldelen worden verbonden.
Bij voorkeur omvat de werkwijze het fixeren van het bevestigingsprofiel ten opzichte van de hulpdrager door middel van een fixatiemiddel.
De uitvinding zal hieronder nader aan de hand van een in de tekeningen 25 afgebeeld uitvoeringsvoorbeeld verduidelijkt worden. Daarbij toont:
Figuur 1 toont schematisch in perspectief een voorbeeld van een aanbouw volgens de uitvinding.
Figuur 2 toont in zijaanzicht montage van de hulpdrager en aanbrengen van de hogere langsdrager.
30 Figuur 2a toont een alternatieve aanbrenging van de hogere langsdrager.
Figuur 2b toont de constructie volgens figuur 2 en 2a in bovenaanzicht.
Figuur 3 toont de aan de gevel bevestigde hogere langsdrager en de op afstand daarvan aangebrachte dwarsdrager.
8
Figuur 4 toont de aan de hogere langsdrager aangebrachte dwarsdrager.
Figuur 5 toont in zijaanzicht een detail van de dwarsdrager en de lagere langsdrager en kolom volgens figuur 1.
Figuur 6 toont een detail van de bevestiging van de doekvoorlij st op de wagen.
5 In figuur 1 is een voorbeeld van een aanbouw 1 volgens de uitvinding getoond.
Een dergelijke aanbouw 1 is ook bekend als terrasoverkapping, maar begrepen moet worden dat allerlei soorten constructies die tegen een gevel 2 aangebracht kunnen worden onder de onderhavige uitvinding vallen, zoals een serre.
Aan de gevel 2 is op hierna te beschrijven wijze een hogere langsdrager 4 10 bevestigd en vanuit deze hogere langsdrager 4 strekken zich een aantal parallelle dwarsdragers 6 uit die bevestigd zijn aan de lagere langsdrager 5 die op zijn beurt afsteunt op kolommen 3. In de ruimte tussen de langsdragers en dwarsdragers worden panelen zoals ruiten 7 aangebracht. Over de dwarsdragers kan doek 8 van een zonnescherm heen en weer bewogen worden dat met de voorlijst 23 daarvan bevestigd 15 is aan wagens 9 die over de dwarsdragers verschuiven.
Hieronder zal eerst de bevestiging van de hogere langsdrager 4 aan de gevel 2 beschreven worden. Daartoe wordt verwezen naar figuren 2/2a/2b. In figuur 2 is een hulpdrager 10 getoond. Dit is een profiel met een lengte die ongeveer overeenkomt met de lengte van de hogere langsdrager. Door de verhoudingsgewijs grote lengte ten 20 opzichte van de dikte van hulpdrager 10 (gezien in een richting loodrecht op het vlak van de gevel) is de hulpdrager 10 in hoogterichting verhoudingsgewijs stijf maar in een richting loodrecht op het vlak van de gevel verhoudingsgewijs slap. Met andere woorden, in de hoogterichting (een verticale richting evenwijdig aan het vlak van de gevel) is de hulpdrager moeilijker te vervormen dan in de dikterichting (een richting 25 loodrecht op het vlak van de gevel). Deze hulpdrager 10 wordt op enige in de stand der techniek als zodanig bekende wijze aan de gevel 2 bevestigd. Dit kan met behulp van bouten en dergelijke uitgevoerd worden waarbij eventueel bijzondere hulpconstructies toegepast kunnen worden.
Omdat de gevel 2 in langsrichting daarvan gezien vaak niet recht is (zie figuur 30 2b) en de hogere langsdrager 4 een recht en stijf profiel is, kan een probleem ontstaan aangezien door combinatie met de rest van de opbouw, afwijkingen niet tolereerbaar zijn. Dit wordt volgens de uitvinding opgelost door het verhoudingsgewijs in de dikterichting (een richting loodrecht op het vlak van de gevel) slappe hulpprofiel 10 9 tegen de gevel te bevestigen waarbij de onregelmatigheden in de gevel gevolgd worden, dat wil zeggen dat de hulpdrager of het hulpprofiel 10 in de dikterichting loodrecht op het vlak van de gevel de afwijkingen in het vlak van de gevel 2 volgt.
Daarbij is, zoals blijkt uit figuur 2, de hulpdrager 10 voorzien van een zich bij 5 voorkeur over de hele lengte daarvan uitstrekkend uitsteeksel 29. Daarover kan een bevestigingsprofiel 11 heen en weer schuiven in de richting van pijl 12, dat wil zeggen in een richting loodrecht op de gevelwand 2. Het uitsteeksel 29 is voorzien van een nok die voorkomt dat het bevestigingsprofiel 11 in een richting vanaf de gevel van de hulpdrager kan afschuiven. In elk van de posities van het bevestigingsprofiel 11 zal 10 holte 13 op zodanige wijze afsteunen op uitsteeksel 29 dat daarop uitgeoefende belasting zonder problemen in de hulpdrager 10 geleid kan worden.
Uit figuur 2 blijkt eveneens dat de hogere langsdrager 4 voorzien is van een uitsteeksel voorzien van een kogel 14 die past in de holte 13 van het bevestigingsprofiel 11.
15 In figuur 2a wordt een alternatieve bevestiging van de hogere langsdrager 4 aan de hulpdrager 10 getoond. Hierbij is het bevestigingsprofiel 11 voorzien van een uitsteeksel voorzien van een kogel 14 die past in de opnameholte 13 voorzien in de hogere langsdrager 4.
In de in figuur 2 en 2a getoonde toestanden is de hogere langsdrager 4 nog niet 20 verbonden met de dwarsdrager 6.
Volgens de onderhavige uitvinding is het mogelijk uitsteeksel 14 bij het in hoofdzaak horizontaal zijn van de hogere langsdrager 4 in de opname 13 te plaatsen. Vanuit die positie kan de hogere langsdrager naar beneden gescharnierd worden tot de juiste positie. De juiste positie wordt bepaald door de later daaraan te bevestigen 25 dwarsdrager 6.
In het algemeen zal over de gehele lengte van het bevestigingprofiel 11 een bevestigingsopname aanwezig zijn. Het is ook mogelijk dat het bevestigingsprofiel, en dus ook de bevestigingsopnamen, in afzonderlijke delen op de hulpdrager zijn aangebracht. Door het bevestigingsprofiel 11 in verschillende mate volgens pijl 12 te 30 verplaatsen ten opzichte van de gevel, kan het profiel in een rechte lijn gezet worden. In principe is verstelling van het profiel 11 na het aanbrengen van de hogere langsdrager 4 mogelijk. Dat wil zeggen na het bevestigen van de hogere langsdrager 4 aan bevestigingsprofiel 11 kan door schuiven een gewenste onderlinge positie van de 10 hogere langsdrager 4 ten opzichte van de gevel verwezenlijkt worden. De eindtoestand kan met schroeven (niet getoond) of lijm 31 gefixeerd worden. Een dergelijke eindpositie is in figuur 3 getoond.
Bij de in figuur 3 getoonde positie staat de met de kogel 14 verbonden steel 38 op 5 enige afstand van de begrenzing van de bevestigingsopname 11. De hoekpositie van de hogere langsdrager wordt hier bepaald door de dwarsdrager en de positie van de dwarsdrager 6 wordt weer bepaald door de hoogte waarop de lagere langsdrager 5 wordt afgesteund.
Na het aanbrengen van de hogere langsdrager kunnen een of meerdere 10 afdekprofielen 40 aangebracht worden om de waterdichtheid van de constructie te verzekeren. Aan de bovenzijde is de hulpdrager 10 voorzien van een lijst 30 van flexibel materiaal dat de afdeklijst 40 vastklemt en op zijn plaats houdt.
In figuur 2 en 4 is getoond dat de hogere langsdrager 4 voorzien is van een grendelnok 17 en de dwarsdrager 6 voorzien is van een verplaatsbare grendel 16. De 15 dwarsdrager 6 wordt aan de bovenzijde ingehaakt in de hogere langsdrager 4 en vervolgens naar beneden geschoven, waardoor de grendel 16 langs nok 17 beweegt. Door het vervolgens binnentrekken van grendel 16 in de dwarsdrager 6 kan een bijzonder stevige onderlinge fixatie van de dwarsdrager ten opzichte van de hogere langsdrager 4 verwezenlijkt worden. Deze onderlinge fixatie kan bovendien bijzonder 20 nauwkeurig zijn. Verplaatsing van de grendel 16 vindt volgens een voorkeursuitvoering plaats met behulp van een excenter 18, zoals schematisch weergegeven is in figuur 4.
In figuur 5 is het afsteunen van een dwarsdrager op de lagere langsdrager 5 getoond. De lagere langsdrager is afgesteund op de kolommen. De lagere langsdrager 5 is een in hoofdzaak U-vormig profiel met een eerste langer been 24 en een 25 tegenoverliggend tweede korter been 25 op welk korter been de onderzijde van de dwarsdrager rust. Daardoor mondt een in de dwarsdrager aanwezig afwateringsprofiel boven de bovenrand van het kortere been 25 uit en kan water en dergelijke onbelemmerd in de goot, gevormd binnen het U-vormig profiel, wegvloeien en via de kolommen 3 afgevoerd worden. De verbinding tussen de lagere langsdrager en de 30 dwarsdrager 6 is hier met behulp van een scharnier 32 uitgevoerd. Begrepen zal worden dat enige andere voorstelbare constructie toegepast kan worden. Omdat het gewicht dat door de lagere langsdrager opgenomen moet worden verhoudingsgewijs hoog kan zijn en verhoudingsgewijs grote overspanningen tussen de kolommen 3 gevraagd worden, 11 waarbij het in het algemeen niet gewenst is meer dan twee van dergelijke kolommen 3 te gebruiken, worden hoge eisen gesteld aan de stijfheid tegen doorbuiging van de lagere langsdrager. Om deze stijfheidseisen ook bij aluminiumprofielen of kunststofprofielen te kunnen verwezenlijken is volgens een voorkeursuitvoering van de 5 uitvinding het langere been 24 hol uitgevoerd en is daarbinnen een verstevigingsprofiel 26 aanwezig. Het verstevigingsprofiel kan iedere andere stijfheid gevende vorm hebben, zoals een C, een I of een H. Bij voorkeur bestaat het profiel uit staal. Doordat het verstevigingsprofiel 26 zich over de hele hoogte en lengte van het langere been 24 uitstrekt kan met verhoudingsgewijs beperkte wanddikte een grote toename in de 10 sterkte en stijfheid van het hogere been verkregen worden. Begrepen dient te worden dat een dergelijke sterktetoename eveneens verkregen kan worden door het op enige wijze van extra profielen voorzien van de lagere langsdrager indien dit bijvoorbeeld door extrusie vervaardigd wordt. Een en ander is afhankelijk van de eisen die gesteld worden door zowel het gewicht van de dwarsdragers, dat wil zeggen de diepte van de 15 aanbouw als de lengte van de aanbouw, dat wil zeggen de afstand tussen de kolommen 3.
Bevestiging van kolom 3 aan de lagere langsdrager kan een in de stand der techniek bekende constructie omvatten en is in het onderhavige uitvoeringsvoorbeeld verwezenlijkt, doordat in kolom 3 een zich over de hele hoogte daarvan uitstrekkende 20 uitsparing 33 aanwezig is en later door een afdeklijst 34 afgesloten wordt (zie ook figuur 1). Een eindplaat 35 wordt bevestigd aan het kopse einde van kolom 3 en deze eindplaat 35 is voorzien van een opening 36 voor het daardoor inbrengen van een bout 37 voor bevestiging aan de lagere langsdrager.
Het is volgens een alternatieve afsteuning mogelijk de dwarsdrager direct op de 25 kolommen te laten rusten. Hiervoor wordt dan aan de onderzijde van de dwarsdragers een hulplangsdrager aangebracht, die vervolgens op de kolommen wordt afgesteund. De lagere langsdrager is dan uitgevoerd als een stijve afwateringsgoot. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de kolommen meer of minder naar binnen zijn gepositioneerd, zodat respectievelijk een dwarsdrager of een einddwarsdrager op de 30 kolommen afsteunt.
De hogere langsdrager is, zoals blijkt uit figuur 2, voorzien van een doekrol 15 waarvan doek 8 afgewikkeld kan worden. Een niet afgebeelde elektromotor voor aandrijving daarvan kan aanwezig zijn. Doekrol 15 bevindt zich in een goot 39 waarin 12 regenwater en verontreinigingen opgenomen kunnen worden. Deze goot staat op niet nader afgebeelde wijze in verbinding met het eerder beschreven afwateringskanaal 28 van de dwarsdragers.
Het vooreinde van het doek 8 is voorzien van een voorlijst 23 en deze voorlijst 23 5 is verbonden met wagens 9 die over de bovenzijde van de dwarsdragers 6 verplaatsbaar zijn. Elke dwarsdrager 6 kan worden voorzien van een dergelijke wagen. Details van verbinding van de voorlijst 23 met wagen 9 blijken uit figuur 6. Daaruit blijkt dat een borglip 27 aanwezig is waardoor enerzijds door inhaken verbinding van de voorlijst 23 met wagen 9 te realiseren is, maar anderzijds voorkomen wordt dat door opwaaien 10 voorlij st 23 uit de betreffende wagen 9 beweegt.
Ter plaatse van de wagens 9, is een lijn of kabel 22 aangebracht (zie figuur 5) die via een omkeerrol 19 en enkele verdere rollen 20 verbonden is met een gasveer 21. Over het algemeen zal een dergelijke lijn of kabel 22 slechts bij enkele wagens 9, bijvoorbeeld 2 of 3 wagens, zijn aangebracht. Het is uiteraard ook mogelijk alle wagens 15 9 te voorzien van een dergelijke lijn of kabel 22. Op deze wijze wordt lijn 22 en zo voorlijst 23 van het doek 8 onafhankelijk van de positie daarvan op het dak, dat wil zeggen onafhankelijk van de mate van bedekking van de glasdragers respectievelijk ruiten 7 steeds strak gehouden. In plaats van een gasveer kan een constructie met andersoortige veren of anders uitgevoerde spanconstructie toegepast worden.
20 De aanbouw wordt aan de gevel bevestigd door eerst de hulpdrager 10 aan de gevel te bevestigen. Doordat de hulpdrager 10 gevormd wordt door een in de lengterichting goed vervormbaar profiel, kan deze hulpdrager de afwijkingen in het rechte vlak in de gevel volgen.
Vervolgens wordt een over een beperkte weg verschuifbaar bevestigingsprofiel 25 11 op de hulpdrager 10 aangebracht. Het bevestigingsprofiel is voorzien van een of meerdere uitsteeksels 29 over de gehele lengte van de hulpdrager 10 waarover het bevestigingsprofiel 11 kan verschuiven. Door middel van op het uitsteeksel 29 voorziene nokken kan het bevestigingsprofiel in de richting gericht vanaf de gevel niet van de hulpdrager 10 schuiven. De gevel bevat oneffenheden en door het in de 30 lengterichting vervormen van de hulpdrager tegen de gevel worden de oneffenheden opgenomen, terwijl het bevestigingsprofiel nagenoeg recht blijft. Het is ook mogelijk dat het bevestigingsprofiel 11 uit afzonderlijke delen bestaat die afzonderlijk op de hulpdrager 10 worden aangebracht.
13
Het bevestigingsprofiel 11 wordt daarna over de hulpdrager 10 verschoven voor het uitlijnen van het profiel en het opheffen van de onregelmatigheden in het vlak van de gevel. Hierdoor wordt een recht bevestigingsgebied voor de hogere langsdrager gecreëerd.
5 De hogere langsdrager 4 wordt aan het bevestigingsprofiel 11 verbonden door middel van een op de hogere langsdrager 4 voorzien bevestigingselement 14 dat samenwerkt met het bevestigingsprofiel. Bij voorkeur omvat het verbinden van de hogere langsdrager 4 aan het bevestigingsprofiel het in een eerste aanbrengpositie aanbrengen van een op het bevestigingselement 14 voorzien uitsteeksel in een 10 opnameholte 13 voorzien in het bevestigingsprofiel 11, bij voorkeur over de gehele lengte van het bevestigingsprofiel, en daarna het verplaatsen van de hogere langsdrager naar een tweede eind- of bedrijfspositie voor het vergrendelen van het uitsteeksel in de opnameholte, waarbij de aanbrengpositie ongelijk is aan de bedrijfspositie.
Het is ook mogelijk dat de hogere langsdrager is voorzien van een opnameholte 15 13 en het bevestigingsprofiel is voorzien van een uitsteeksel 14. De bevestiging vindt dan plaats door de opnameholte 13 naar het uitsteeksel 14 toe te bewegen zodanig, dat de opnameholte 13 het uitsteeksel opneemt. Hierna wordt de hogere langsdrager van deze eerste aanbrengpositie verplaatst naar een eindpositie voor het vergrendelen van het uitsteeksel in de opnameholte.
20 Na het verbinden van de hogere langsdrager aan de gevel door middel van de hulpdrager en het bevestigingsprofiel worden ten minste twee dwarsdragers 6 aan de hogere langsdrager 4 bevestigd. Bij voorkeur worden meer dan twee dwarsdragers 6 aangebracht, zodat in de ruimte tussen de langsdragers en de dwarsdragers panelen opgenomen kunnen worden.
25 Vervolgens wordt de lagere langsdrager 5 aan een vrij einde van de dwarsdragers 6 bevestigd. Ter ondersteuning wordt de aanbouw afgesteund op ten minste een hoofdzakelijk verticaal geplaatste kolom 3. Bij voorkeur wordt de aanbouw afgesteund op twee kolommen 3. De kolommen kunnen de aanbouw ondersteunen bij de lagere langsdrager, aan de uiteinden daarvan of op een afstand van de uiteinden van de 30 langsdragers en/of de dwarsdragers.
Bij voorkeur wordt het bevestigingsprofiel 11 ten opzichte van de hulpdrager 10 gefixeerd door middel van een fixatiemiddel 31. Hierdoor kan het bevestigingsprofiel met daaraan verbonden de hogere langsdrager, na het afsteunen van de aanbouw niet 14 meer verschuiven. Het fixatiemiddel kan zowel lijm als schroeven omvatten, of een combinatie van beiden.
Begrepen moet worden dat de uitvinding zoals hierboven beschreven is aan de hand van een voorkeursuitvoering en dat de beschermingsomvang van de onderhavige 5 uitvinding niet beperkt wordt door de bijgaande conclusies. Uitvoeringsvarianten zijn voor de vakman dadelijk voor-de-handliggend na het lezen van het bovenstaande.
Bovendien worden uitdrukkelijk rechten gevraagd voor de afzonderlijke maatregelen beschreven in de volgconclusies zonder combinatie met de onafhankelijke conclusies. Zo worden rechten gevraagd voor de bevestiging van de hogere langsdrager 10 aan de dwarsdrager met behulp van een grendel zonder toepassing van hetgeen in conclusie 1 beschreven wordt. Hetzelfde geldt voor de uitvoering van de lagere langsdrager, het aanbrengen van een versterkingsprofiel hierin, de toepassing van een doek met doekrol en de geleiding van het doek. Voor al deze constructies worden als zodanig, dat wil zeggen zonder combinatie met andere conclusies rechten gevraagd.
15 15
Lijst van onderdelen 1. Aanbouw 31. Lijm 2. Gevel 32. Kogel scharnier 5 3. Kolom 33. Uitsparing 4. Hogere langsdrager 34. Afdeklijst 5. Lagere langsdrager 35. Eindplaat 6. Dwarsdrager 36. Opening 7. Paneel 37. Bout 10 8. Zonneschermdoek 38. Steel 9. Wagen 39. Goot 10. Hulpdrager 40. Afdekprofiel 11. Bevestigingsprofiel 41. Bolvormig uitsteeksel 12. Pijl 15 13. Opnameholte 14. Bolvormig uitsteeksel 15. Doekrol 16. Grendel 17. Nok 20 18. Excenter 19. Omkeerrol 20. Rol 21. Gasveer 22. Lijn 25 23. Voorlijst 24. Lang been 25. Kort been 26. Stijf profiel 27. Borglip 30 28. Afwateringskanaal 29. Uitsteeksel 30. Opnam eholte

Claims (20)

1. Aanbouw (1) omvattende een hogere langsdrager (4) en een op afstand daarvan liggende lagere langsdrager (5), waartussen zich dwarsdragers (6) uitstrekken, waarbij 5 in de ruimte tussen de langsdragers en dwarsdragers panelen (7) aangebracht kunnen worden, waarbij de hogere langsdrager (4) van bevestigingsmiddelen voorzien is voor verbinding met een wand (2) van bouwkundige constructie , met het kenmerk, dat de bevestigingsmiddelen omvatten een zich in hoofdzaak over de lengte van de hogere langsdrager (4) uitstrekkende hulpdrager (10), welke hulpdrager (10) uitgevoerd is voor 10 bevestiging aan de wand (2) en een zijde te richten naar de wand en een daartegenover liggende zijde omvat, waarop een in de richting van de hogere langsdrager (4) naar de lagere langsdrager (5) over een beperkte weg verschuifbaar bevestigingsprofiel (11) is aangebracht, waarbij de hogere langsdrager van een met het bevestigingsprofiel (11) samenwerkend bevestigingselement (14, 41; 13, 30) voorzien is. 15
2. Aanbouw volgens conclusie 1, waarbij het bevestigingsprofiel (11) en het bevestigingselement (14, 41; 13, 30) zodanig uitgevoerd zijn, dat het bevestigingselement slechts in een aanbrengpositie in samenwerking met het bevestigingsprofiel gebracht kan worden en dat door het scharnieren van de hogere 20 langsdrager ten opzichte van de hulpdrager naar een bedrijfspositie van de hogere langsdrager, het bevestigingselement (14, 41; 13, 30) vergrendelt in het bevestigingsprofiel (11), waarbij de aanbrengpositie ongelijk is aan de bedrijfspositie.
3. Aanbouw volgens conclusie 2, waarbij het bevestigingsprofiel (11) is voorzien 25 van een opnameholte (13) en het bevestigingselement is voorzien van een in de opnameholte (13) stekend uitsteeksel (14).
4. Aanbouw volgens conclusie 2, waarbij het bevestigingselement is voorzien van een opnameholte (30) en het bevestigingsprofiel (11) is voorzien van een in de 30 opnameholte (30) stekend uitsteeksel (41).
5. Aanbouw volgens een der voorgaande conclusies, waarbij tussen de langsdragers en dwarsdragers panelen voorzien zijn.
6. Aanbouw volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de dwarsdrager (6) losneembaar ten opzichte van de langsdrager (4, 5) is aangebracht.
7. Aanbouw volgens conclusie 6, waarbij de dwarsdrager (6) van een daaruit stekende verplaatsbare grendel (16) voorzien is en de langsdrager (4, 5) van een daarmee samenwerkende nok (17).
8. Aanbouw volgens conclusie 6, waarbij de langsdrager (4, 5) van een daaruit 10 stekende verplaatsbare grendel (16) voorzien is en de dwarsdrager (6) van een daarmee samenwerkende nok (17).
9. Aanbouw volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de lagere langsdrager (5) U-vormig is uitgevoerd, waarbij de dwarsdragers (6) op een eerste been 15 (25) van de U-vorm afsteunen en een tweede tegenoverliggende been (24) van de U- vorm van een zich over in hoofdzaak de gehele hoogte en lengte van de lagere dwarsdrager (5) uitstrekkend afzonderlijk versterkingsprofiel (26) is voorzien.
10. Aanbouw volgens conclusie 9, waarbij zich door de dwarsdrager een kanaal (28) 20 uitstrekt dat in de U-vormige lagere langsdrager uitmondt.
11. Aanbouw volgens de conclusie 9 of 10, waarbij het eerste been (25) van het U-vormige profiel ten minste 20% korter, is dan het tweede tegenoverliggende been (24).
12. Aanbouw volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de hogere langsdrager (4) van een doekrol (15) met doek (8) voorzien is, waarbij een spanmiddel (22) aan een vrij einde van het doek (8) is voorzien.
13. Aanbouw volgens conclusie 11, waarbij het doek (8) langs een zijde van de 30 dwarsdrager (6) verplaatsbaar is.
14. Aanbouw volgens conclusie 12 of 13, waarbij nabij de lagere langsdrager (5) een omkeerrol (19) voor een spanmiddel (22) voor het vrije einde (23) van het doek (8) aangebracht is.
15. Aanbouw volgens een van de conclusies 12-14, waarbij het vrije einde (23) van het doek (8) met behulp van een geleiding over de dwarsdrager (6) verplaatsbaar is, waarbij tenminste twee dwarsdragers (6) van een dergelijke geleiding voorzien zijn.
16. Bouwkundige constructie, omvattende een gevel (2) en een aanbouw (1) volgens 10 een der voorgaande conclusies.
17. Werkwijze voor het bevestigen van een aanbouw (1) volgens een der conclusies 1-15 aan een gevel (2) voor het vormen van een bouwkundige constructie, omvattende: - het bevestigen van een hulpdrager (10) aan de gevel (2), 15. het aanbrengen van een over een beperkte weg verschuifbaar bevestigingsprofiel (11) op de hulpdrager (10), - het verschuiven van het bevestigingsprofiel (11) over de hulpdrager (10) voor het verkrijgen van een recht bevestigingsgebied, - het verbinden van een hogere langsdrager (4) aan het bevestigingsprofiel (11) 20 door middel van een op de hogere langsdrager voorzien bevestigingselement (14) dat samenwerkt met het bevestigingsprofiel, - het bevestigen van ten minste twee dwarsdragers (6) aan de hogere langsdrager (4), - het bevestigen van een lagere langsdrager (5) aan een vrij einde van de 25 dwarsdragers (6), - het afsteunen van de aanbouw op ten minste een hoofdzakelijk verticaal geplaatste kolom (3).
18. Werkwijze volgens conclusie 17, waarbij het verbinden van een hogere 30 langsdrager (4) aan het bevestigingsprofiel (11) omvat het in een eerste positie aanbrengen van een op het bevestigingselement (14) voorzien uitsteeksel in een opnameholte (13) voorzien over de gehele lengte van het bevestigingsprofiel (11) en daarna het verplaatsen van de hogere langsdrager naar een eindpositie voor het vergrendelen van het uitsteeksel in de opnameholte.
19. Werkwijze volgens conclusie 17 of 18, omvattende het fixeren van het 5 bevestigingsprofiel ten opzichte van de hulpdrager door middel van een fixatiemiddel (31).
20. Werkwijze volgens een van de conclusies 17 tot 19, waarbij de gevel oneffenheden bevat en de werkwijze omvat het vervormen van de hulpdrager tegen de 10 gevel om de oneffenheden op te nemen terwijl het bevestigingsprofiel nagenoeg recht blijft. 15
NL2008366A 2012-02-27 2012-02-27 Aanbouw. NL2008366C2 (nl)

Priority Applications (3)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2008366A NL2008366C2 (nl) 2012-02-27 2012-02-27 Aanbouw.
PL13156935T PL2631383T3 (pl) 2012-02-27 2013-02-27 Dobudowa budynku
EP13156935.2A EP2631383B1 (en) 2012-02-27 2013-02-27 Building extension

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2008366 2012-02-27
NL2008366A NL2008366C2 (nl) 2012-02-27 2012-02-27 Aanbouw.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2008366C2 true NL2008366C2 (nl) 2013-08-28

Family

ID=47740871

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2008366A NL2008366C2 (nl) 2012-02-27 2012-02-27 Aanbouw.

Country Status (3)

Country Link
EP (1) EP2631383B1 (nl)
NL (1) NL2008366C2 (nl)
PL (1) PL2631383T3 (nl)

Families Citing this family (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE202017005991U1 (de) * 2017-11-20 2017-12-07 Erhardt Markisenbau Gmbh Markise
NL2024670B1 (nl) * 2020-01-14 2021-09-08 Alcre Best B V Zonweringssysteem.
BE1028903B1 (nl) * 2020-12-16 2022-07-19 Skylux Nv Geëxtrudeerd gootprofiel en zelfdragend raamsamenstel
WO2025181779A1 (en) * 2024-03-01 2025-09-04 Insol Limited A canopy system

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2486566A1 (fr) * 1980-07-10 1982-01-15 Aluglas Pvba Toiture en aluminium, destinee, en particulier, au recouvrement de verandas, de terrasses, de piscines de natation et d'autres constructions similaires
DE29500572U1 (de) * 1995-01-16 1995-03-16 Raico Bautechnik Gmbh Wintergarten
FR2786215A1 (fr) * 1998-11-25 2000-05-26 Profils Systemes Faitage de veranda capable de compenser les defauts de planeite de la facade de l'immeuble sur lequel il est pose
WO2001014661A1 (de) * 1999-08-24 2001-03-01 Weinor Dieter Weiermann Gmbh & Co. Beschattung für die aussenseite eines glasdaches
EP2333193A2 (en) * 2009-12-09 2011-06-15 Renson Sunprotection-Screens NV Canopy structure

Family Cites Families (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB2324815A (en) * 1997-04-24 1998-11-04 T & K Home Improvements Limite Gutter structure for building construction
DE102008028174B4 (de) * 2008-06-12 2018-06-28 Dirk Raue Sparren für ein Terrassen- und Wintergartendach, Terrassen- und Wintergartendach sowie Verfahren zum Umbau eines Terrassendachs in ein Wintergartendach

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2486566A1 (fr) * 1980-07-10 1982-01-15 Aluglas Pvba Toiture en aluminium, destinee, en particulier, au recouvrement de verandas, de terrasses, de piscines de natation et d'autres constructions similaires
DE29500572U1 (de) * 1995-01-16 1995-03-16 Raico Bautechnik Gmbh Wintergarten
FR2786215A1 (fr) * 1998-11-25 2000-05-26 Profils Systemes Faitage de veranda capable de compenser les defauts de planeite de la facade de l'immeuble sur lequel il est pose
WO2001014661A1 (de) * 1999-08-24 2001-03-01 Weinor Dieter Weiermann Gmbh & Co. Beschattung für die aussenseite eines glasdaches
EP2333193A2 (en) * 2009-12-09 2011-06-15 Renson Sunprotection-Screens NV Canopy structure

Also Published As

Publication number Publication date
EP2631383B1 (en) 2020-12-16
EP2631383A3 (en) 2013-11-20
EP2631383A2 (en) 2013-08-28
PL2631383T3 (pl) 2021-06-28

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US8590222B2 (en) Support arrangement
KR101969964B1 (ko) 구조체에 두 개의 병치 패널을 열 팽창 및 수축을 허용가능하게 고정하기 위한 어셈블리
NL2008366C2 (nl) Aanbouw.
US8833843B2 (en) Sunroof unit and vehicle with a sunroof unit
US20100294345A1 (en) Solar module fastening system
EP3921938B1 (en) Solar panel support bracket and method for supporting a solar panel
US6668500B1 (en) Holding rail for holding glass profile elements
NL1009743C2 (nl) Open-dakconstructie voor een voertuig, alsmede een met een dergelijke open-dakconstructie uitgevoerd voertuig.
JP2000511251A (ja) ファサードパネルを固定するための装置
KR101081394B1 (ko) 벽, 도어 또는 창문 부재
CA2619712C (en) Displacement device for a fifth-wheel traction coupling
FI119368B (fi) Hissikuilu
KR20070103448A (ko) 조립식 외관 유닛
WO2000076825A1 (de) Anschluss für fussbodenbelag in tür- und übergangsbereichen von fahrzeugen, insbesondere schienenfahrzeugen
KR101863244B1 (ko) 어닝시스템의 더블 레일 구조
EP3312361B1 (en) Glazed railing system
US20240239161A1 (en) Fixed roof element for a vehicle roof, comprising a guide rail or other element of a shading system
KR102295840B1 (ko) 커튼월 프레임
AU2022378417A1 (en) Carrier rail for a cladding system for housing scaffolding, cladding system, scaffold and method for housing a scaffold
RU26237U1 (ru) Несущий каркас навесного фасада здания
EP2317245A1 (fr) Assemblage d'un dispositif de garde-corps et d'un panneau solaire
NL1030448C2 (nl) Werkwijze en inrichting voor de bevestiging van een roede aan de goot van een warenhuis.
MXPA06015125A (es) Dispositivo de ocultación para techos de vehículos con al menos un elemento transparente.
RU2285101C2 (ru) Устройство с элементами скольжения
RU2270116C2 (ru) Потолок вагона