NL2002245C2 - Ontstapelinrichting voor een stapel kratten. - Google Patents

Ontstapelinrichting voor een stapel kratten. Download PDF

Info

Publication number
NL2002245C2
NL2002245C2 NL2002245A NL2002245A NL2002245C2 NL 2002245 C2 NL2002245 C2 NL 2002245C2 NL 2002245 A NL2002245 A NL 2002245A NL 2002245 A NL2002245 A NL 2002245A NL 2002245 C2 NL2002245 C2 NL 2002245C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
crate
stacking
crates
stack
discharge
Prior art date
Application number
NL2002245A
Other languages
English (en)
Inventor
Gerhard Hendrik Dubbeldam
Original Assignee
Numafa Holding B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Numafa Holding B V filed Critical Numafa Holding B V
Priority to NL2002245A priority Critical patent/NL2002245C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL2002245C2 publication Critical patent/NL2002245C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G59/00De-stacking of articles
    • B65G59/08De-stacking after preliminary tilting of the stack
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G59/00De-stacking of articles
    • B65G59/02De-stacking from the top of the stack

Landscapes

  • De-Stacking Of Articles (AREA)

Description

Ontstapelinrichting voor een stapel kratten
ACHTERGROND VAN DE UITVINDING
De uitvinding heeft betrekking op een ontstapelinrichting voor het ontstapelen van een stapel 5 kratten. Een bekende ontstapelinrichting maakt gebruik van een stapellift die herhalend een stapel kratten op een transporteur plaatst om vervolgens de stapel zonder het onderste krat op te pakken. Het onderste krat wordt dan door de transporteur afgevoerd om ruimte te maken voor een 10 volgende onderste krat. De afstapeling vindt beheerst plaats maar de ontstapelcapaciteit is relatief beperkt.
Een doel van de uitvinding is een ontstapelinrichting te verschaffen met een hoge ontstapelcapaciteit.
15
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING
De uitvinding verschaft een ontstapelinrichting voor het ontstapelen van een stapel kratten, omvattend een 20 aanvoerinrichting voor de aanvoer van een stapel kratten en een afneeminrichting voor het herhalend afnemen van het in de stapelrichting beschouwd bovenste krat van de stapel kratten, waarbij de aanvoerinrichting is ingericht voor het 2002245- 2 in de stapelrichting met een eerste snelheid naar de afneeminrichting aanvoeren van de stapel kratten en de afneeminrichting is ingericht voor het tijdens de aanvoer van de kratten met de eerste snelheid aan weerszijden aan 5 de buitenzijden inklemmen van het bovenste krat en met een hoofdrichtingscomponent in de stapelrichting met een tweede, hogere snelheid ingeklemd afnemen van het krat.
De ontstapelinrichting volgens de uitvinding voert herhalend het bovenste krat af met een verhoogde 10 snelheid in de stapelrichting, waardoor een in die richting aangevoerde stapel met een relatief hoge snelheid doorgaand kan worden ontstapeld.
In een uitvoeringsvorm is de afneeminrichting ingericht voor het in één doorgaande beweging inklemmen en 15 ingeklemd afnemen van het krat, zodat het ontstapelen in een continu proces kan plaatsvinden.
In een uitvoeringsvorm is de afneeminrichting ingericht voor het van de stapelrichting afbuigen van het ingeklemde krat. Het krat kan dan een oriëntatieverandering 20 ondergaan, bijvoorbeeld om te worden geleegd.
In een uitvoeringsvorm is de afneeminrichting ingericht voor het van de stapelrichting afbuigen van het ingeklemde krat volgens een cirkelronde baan. Het krat kan dan bijvoorbeeld worden omgekiept.
25 In een uitvoeringsvorm omvat de ontstapelinrichting een afvoerinrichting voor de afvoer van kratten, waarbij de afneeminrichting is ingericht voor het aan de afvoerinrichting overdragen van het ingeklemde krat. Het afgenomen en overgedragen krat kan via de 30 afvoerinrichting zijn weg vervolgen om verder te worden behandeld.
Voornoemde overdracht kan in een continu proces plaatsvinden indien de afneeminrichting is ingericht voor het in een doorgaande beweging inklemmen, afnemen en 35 overdragen van het krat.
In een uitvoeringsvorm omvat de afvoerinrichting een afvoerbaan, waarbij de afvoerinrichting is ingericht 3 voor het op zijn kop op de afvoerbaan plaatsen van het krat, met de kratopening naar de afvoerbaan gericht. Eventueel op de bodem van het krat achtergebleven product kan dan uit het krat vallen.
5 In een uitvoeringsvorm daarvan strekt de afvoerbaan zich in hoofdzaak dwars op de plaatsingsrichting uit, waarbij de afvoerinrichting is ingericht voor het met een frontale klap op de afvoerbaan plaatsen van het krat. Door de frontale klap kan voornoemd achtergebleven product 10 met kracht van de bodem loskomen.
In een uitvoeringsvorm daarvan omvat de afvoerbaan een draagvlak met een uitvalopening die in het geprojecteerd oppervlak van het krat op de afvoerbaan kleiner is dan het krat. Voornoemd achtergebleven product 15 kan dan door het draagvlak heen verdwijnen, bijvoorbeeld naar een afvalbak, zodat dit het afvoerproces van de kratten niet verstoort.
In een uitvoeringvorm omvat de aanvoerinrichting een aanvoertransporteur voor de aanvoer van de stapel 20 kratten liggend op een langszijde, waarbij de aanvoertransporteur bij voorkeur is ingericht voor schuin opwaartse aanvoer van de stapel naar de afneeminrichting. Een rechtop staande stapel kratten kan dan schuin of zijwaarts plat worden gelegd om direct daarna van bovenaf 25 te worden ontstapeld.
In een uitvoeringsvorm is de afneeminrichting ingericht voor het uitsluitend door inklemming aangrijpen op het krat.
In een uitvoeringsvorm omvat de afneeminrichting 30 twee in hoofdzaak naar elkaar gekeerde inklemvlakken, waarbij de tussenafstand van de ,inklemvlakken aan de zijde van de aanvoerinrichting groter is dan de breedte van een krat en in de aanvoerrichting afneemt voor een inklemmende ontvangst van het bovenste krat. Een aangevoerd bovenste 35 krat loopt dan stabiel en zelfsturend tussen de inklemvlakken om met de hogere tweede snelheid van de stapel te worden genomen.
4
In een uitvoeringsvorm daarvan zijn de inklemvlakken gevormd op een laag flexibel of rubberachtig materiaal. Harde kratten vormen dan een plaatselijke indrukking in de laag flexibel of rubberachtig materiaal, 5 waardoor een stevige inklemming wordt verkregen.
In een uitvoeringsvorm zijn de inklemvlakken bepaald op omlopende zijwanden van twee overzetwielen die aan weerzijden van de baan van de door de aanvoerinrichting aangevoerde stapel kratten zijn opgesteld. De overzetwielen 10 kunnen door de massatraagheid als vliegwiel werken waarvan het toerental relatief constant kan blijven ondanks het herhaald inklemmen en versnellen van het bovenste krat tot de tweede snelheid.
In een eenvoudige uitvoeringsvorm daarvan 15 omvatten de overzetwielen luchtbanden die de omlopende zijwand vormen. De luchtbanden kunnen in de inklemrichting zijwaarts meegeven om de inklemkracht over een contactoppervlak te verdelen dat voldoende groot is om het krat te versnellen en eventueel de baan van het ingeklemde 20 krat af te buigen.
In een uitvoeringsvorm staan dwars op de baan van de aangevoerde stapel kratten beschouwd de rotatie-as van de overzetwielen op afstand van de baan en staan de omlopende zijwanden aan één zijde van de rotatie-as binnen 25 de baan. De overzetwielen raken de baan van het krat en kunnen het krat tussenbeide inklemmen en in tangentiële richting versnellen.
In een uitvoeringsvorm strekt zich tussen de inklemvlakken een kratgeleider uit voor in- en uitgeleiding 30 van het krat tussen de inklemvlakken. De kratgeleider kan een beheerste invoer van het krat naar de afneeminrichting verzorgen en na versnelling en afname van het krat de inklemming weer opheffen door het krat buiten het bereik van de inklemmende delen te brengen.
35 De in deze beschrijving en conclusies van de aanvrage beschreven en/of de in de tekeningen van deze aanvrage getoonde aspecten en maatregelen kunnen waar 5 mogelijk ook afzonderlijk van elkaar worden toegepast. Die afzonderlijke aspecten kunnen onderwerp zijn van daarop gerichte afgesplitste octrooiaanvragen. Dit geldt in het bijzonder voor de maatregelen en aspecten welke op zich 5 zijn beschreven in de volgconclusies.
KORTE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN
De uitvinding zal worden toegelicht aan de hand 10 van een aantal in de bijgevoegde tekeningen weergegeven voorbeelduitvoeringen. Getoond wordt in:
Figuur 1 een aanzicht in perspectief op de voorzijde van een ontstapelaar volgens de uitvinding;
Figuur 2 een langsdoorsnede van de voorzijde van 15 de ontstapelaar volgens figuur 1;
Figuur 3 een vooraanzicht van de voorzijde van de ontstapelaar volgens figuren 1 en 2; en
Figuur 4 een bovenaanzicht van de voorzijde van de ontstapelaar volgens de voorgaande figuren.
20
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN
Figuren 1-4 tonen een ontstapelaar 1 voor kratten volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding. De 25 ontstapelaar 1 omvat een metalen onderstel 2 waarop een aanvoertransporteur 10 (aanvoerinrichting), een overzetter 30 (afneeminrichting) en een afvoerbaan 15 (afvoerinrichting) zijn voorzien die in serie zijn opgesteld.
30 De aanvoertransporteur 10 omvat een rechte transportband 11 waarlangs metalen rechtgeleiders 13 zijn opgesteld. De transportband 11 loopt om twee keerwielen 12 waarvan er één is aangedreven. De aanvoertransporteur 10 is schuin opgesteld, waarbij in bedrijf de bovenzijde van de 35 transportband met in hoofdzaak constante snelheid in richting A schuin omhoog beweegt in de richting van de overzetter 30.
6
De overzetter 30 omvat vier verticale metalen steunen die aan het uiteinde zijn voorzien van lagers 32 waarmee twee aandrijfassen 33a, 33b zijn gelagerd. De aandrijfassen 33a, 33b zijn onderling gekoppeld met een 5 homokineet of kruiskoppeling 38, De hartlijnen G, H van de aandrijfassen 33a, 33b snijden elkaar en staan zowel in horizontale als verticale projectie beschouwd onderling onder een schuine hoek, symmetrisch ten opzichte van het verticale langssymmetrievlak van de ontstapelaar 1.
10 De overzetter 30 is voorzien van twee overzetwielen 35a, 35b waarvan de metalen velgen 37a, 37b vast zijn verbonden met de aandrijfassen 33a, 33b. De overzetwielen 35a, 35b zijn voorzien van rubberen luchtbanden met omlopende zijvlakken 36a, 36b die door de 15 opstelling van de aandrijfassen 33a, 33b zodanig zijn opgesteld dat deze zich slechts aan de bovenzijde in hoofdzaak boven de voortzetting van het bovenvlak van de transportband 11 bevinden. Eén van de aandrijfassen 33b is gekoppeld aan een elektrische aandrijving voor rotatie van 20 de aandrijfassen 33a, 33b en de overzetwielen 35a, 35b met in hoofdzaak constant toerental in richting B, waardoor de zijvlakken 36a, 36b bovenlangs van de aanvoertransporteur 10 naar de afvoerbaan 15 bewegen.
Tussen de overzetwielen 35a, 35b staan twee 25 vaste, gekromde geleiders 39a, 39b omvattend een recht begingedeelte dat een voorzetting vormt van de bovenzijde van de transportband 11, een gekromd gedeelte met een in hoofdzaak vaste radiale afstand tot de aandrijfassen 33a, 33b en een recht eindgedeelte dat zich uitstrekt tot de 30 afvoerbaan 15. In zijaanzicht beschouwd staat het gekromde gedeelte binnen de projectie van de overzetwielen 35a, 35b en staat de onderzijde van het rechte eindgedeelte daarbuiten.
De afvoerbaan 15 omvat twee zich evenwijdig en op 35 afstand van elkaar uitstrekkende, metalen profielen 16a, 16b die vanaf de overzetter 30 schuin neerwaarts zijn gericht. De rechte eindgedeelten van de gekromde geleiders 7 39a, 39b staan in hoofdzaak loodrecht op de metalen profielen 16a, 16b.
De ontstapelaar 1 is ingericht voor het afstapelen van een stapel kratten, waarbij de kratten 5 worden omgekeerd en leeg geslagen. De kratten zijn aan de onderzijde voorzien van een omlopende rand waarmee de kratten recht op elkaar worden gehouden. De kratten kunnen verschillende hoogten en breedtes bezitten.
In dit voorbeeld is een stapel kratten 20a-m in 10 zijn geheel op de aanvoertransporteur 10 gelegd, waarna de aandrijving 34 is gestart om de overzetwielen 35a,b in richting B te laten roteren met een in hoofdzaak constant toerental. Vervolgens is de aanvoertransporteur 10 gestart om de stapel kratten in richting A aan te voeren over een 15 recht traject D, waarbij de aanvoersnelheid lager is dan de baansnelheid van de zijvlakken 36a, 36b in richting B.
Zoals weergegeven in figuur 2 wordt herhalend het voorlopende krat (20c) door de stapel zelf in richting A over het eerste rechte gedeelte van de gekromde geleiders 20 39a, 39b geschoven, waarna het krat (20b) wordt ontvangen tussen de in verticale projectie beschouwd naar elkaar gerichte zijvlakken 36a, 36b om klemmend te worden aangegrepen op de zijwanden 23. De luchtbanden verzorgen daarbij de benodigde veerkracht voor het inklemmen.
25 Het aangegrepen krat (20b) komt door de hogere snelheid van de zijvlakken 36a, 36b in richting B geheel los van de resterende stapel op de aanvoertransporteur 10. De klemkracht neemt in de bocht toe door de onderlinge schuine stand van de overzetwielen 35a, 35b, waardoor het 30 aangegrepen krat (20b) een gekromd traject E doorloopt zodanig dat deze in contact blijft met het gekromde gedeelte van de gekromde geleiders 39a, 39b. Na een kwart rotatie neemt de klemkracht op het krat (20b) af waardoor deze door het tweede rechte gedeelte van de gekromde 35 geleiders 39a, 39b uit de overzetwielen 35a, 35b wordt getrokken om met kracht op zijn kop op de afvoerbaan 15 te klappen. Eventuele productrestanten 21 die nog vastzitten 8 tegen de bodem 22 komt daarmee los om in richting J tussen de metalen profielen 16a, 16b door terecht te komen in een verder niet getoonde opvangbak. Het krat (20a) schuift vervolgens in richting F weg om aan te sluiten op een rij 5 reeds gekeerde kratten. Deze kunnen bijvoorbeeld worden gespoeld of met een verder niet getoonde krattenstapelaar weer worden opgestapeld.
De bovenstaande beschrijving is opgenomen om de werking van voorkeursuitvoeringen van de uitvinding te 10 illustreren, en niet om de reikwijdte van de uitvinding te beperken. Uitgaande van de bovenstaande uiteenzetting zullen voor een vakman vele variaties evident zijn die vallen onder de geest en de reikwijdte van de onderhavige uitvinding.
2002245-

Claims (19)

1. Ontstapelinrichting voor het ontstapelen van een stapel kratten, omvattend een aanvoerinrichting voor de aanvoer van een stapel kratten en een afneeminrichting voor het herhalend afnemen van het in de stapelrichting 5 beschouwd bovenste krat van de stapel kratten, waarbij de aanvoerinrichting is ingericht voor het in de stapelrichting met een eerste snelheid naar de afneeminrichting aanvoeren van de stapel kratten en de afneeminrichting is ingericht voor het tijdens de aanvoer 10 van de kratten met de eerste snelheid aan weerszijden aan de buitenzijden inklemmen van het bovenste krat en met een hoofdrichtingscomponent in de stapelrichting met een tweede, hogere snelheid ingeklemd afnemen van het krat.
2. Ontstapelinrichting volgens conclusie 1, 15 waarbij de afneeminrichting is ingericht voor het in één doorgaande beweging inklemmen en ingeklemd afnemen van het krat.
3. Ontstapelinrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij de afneeminrichting is ingericht voor het van de 20 stapelrichting afbuigen van het ingeklemde krat.
4. Ontstapelinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de afneeminrichting is ingericht voor het van de stapelrichting afbuigen van het ingeklemde krat volgens een cirkelronde baan.
5. Ontstapelinrichting volgens een der voorgaande conclusies, omvattend een afvoerinrichting voor de afvoer van kratten, waarbij de afneeminrichting is ingericht voor het aan de afvoerinrichting overdragen van het ingeklemde krat.
6. Ontstapelinrichting volgens conclusie 5, waarbij de afneeminrichting is ingericht voor het in een doorgaande beweging inklemmen, afnemen en overdragen van 2002245- het krat.
7. Ontstapelinrichting volgens conclusie 5 of 6, waarbij de afvoerinrichting een afvoerbaan omvat, waarbij de afvoerinrichting is ingericht voor het op zijn kop op de 5 afvoerbaan plaatsen van het krat, met de kratopening naar de afvoerbaan gericht.
8. Ontstapelinrichting volgens conclusie 7, waarbij de afvoerbaan zich in hoofdzaak dwars op de plaatsingsrichting uitstrekt, waarbij de afvoerinrichting 10 is ingericht voor het met een frontale klap op de afvoerbaan plaatsen van het krat.
9. Ontstapelinrichting volgens conclusie 7 of 8, waarbij de afvoerbaan een draagvlak met een uitvalopening omvat die in het geprojecteerd oppervlak van het krat op de 15 afvoerbaan kleiner is dan het krat.
10. Ontstapelinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de aanvoerinrichting een aanvoertransporteur omvat voor de aanvoer van de stapel kratten liggend op een langszijde.
11. Ontstapelinrichting volgens conclusie 10, waarbij de aanvoertransporteur is ingericht voor schuin opwaartse aanvoer van de stapel naar de afneeminrichting.
12. Ontstapelinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de afneeminrichting is 25 ingericht voor het uitsluitend door inklemming aangrijpen op het krat.
13. Ontstapelinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de afneeminrichting twee in hoofdzaak naar elkaar gekeerde inklemvlakken omvat, waarbij 30 de tussenafstand van de inklemvlakken aan de zijde van de aanvoerinrichting groter is dan de breedte van een krat en in de aanvoerrichting afneemt voor een inklemmende ontvangst van het bovenste krat.
14. Ontstapelinrichting volgens conclusie 13, 35 waarbij de inklemvlakken zijn gevormd op een laag flexibel of rubberachtig materiaal.
15. Ontstapelinrichting volgens conclusie 13 of 14, waarbij de inklemvlakken zijn bepaald op omlopende zijwanden van twee overzetwielen die aan weerzijden van de baan van de door de aanvoerinrichting aangevoerde stapel kratten zijn opgesteld.
16. Ontstapelinrichting volgens conclusie 15, waarbij de overzetwielen luchtbanden omvatten die de omlopende zijwand vormen.
17. Ontstapelinrichting volgens conclusie 15 of 16, waarbij dwars op de baan van de aangevoerde stapel 10 kratten beschouwd de rotatie-as van de overzetwielen op afstand van de baan staan en de omlopende zijwanden aan één zijde van de rotatie-as binnen de baan staan.
18. Ontstapelinrichting volgens een der conclusies 13-17, waarbij zich tussen de inklemvlakken een 15 kratgeleider uitstrekt voor in- en uitgeleiding van het krat tussen de inklemvlakken.
19. Ontstapelinrichting voorzien van een of meer van de in de bijgevoegde beschrijving omschreven en/of in de bij gevoegde tekeningen getoonde kenmerkende maatregelen. -o-o-o-o-o-o-o-o- 2002245-
NL2002245A 2008-11-24 2008-11-24 Ontstapelinrichting voor een stapel kratten. NL2002245C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2002245A NL2002245C2 (nl) 2008-11-24 2008-11-24 Ontstapelinrichting voor een stapel kratten.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2002245 2008-11-24
NL2002245A NL2002245C2 (nl) 2008-11-24 2008-11-24 Ontstapelinrichting voor een stapel kratten.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2002245C2 true NL2002245C2 (nl) 2010-05-26

Family

ID=40688540

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2002245A NL2002245C2 (nl) 2008-11-24 2008-11-24 Ontstapelinrichting voor een stapel kratten.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL2002245C2 (nl)

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2619238A (en) * 1947-03-18 1952-11-25 Brogdex Co Apparatus for handling stacked containers
US3749257A (en) * 1970-11-19 1973-07-31 Yamashita Iron Works Ltd Unloading machine
EP0573049A1 (en) * 1992-06-05 1993-12-08 Halton System Oy A method and a device in the unloading of a crate stack
NL1004494C2 (nl) * 1996-11-11 1998-05-14 Riet Machine En Transportwerkt Ontstapelinrichting voor het ontstapelen van een stapel houders.

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2619238A (en) * 1947-03-18 1952-11-25 Brogdex Co Apparatus for handling stacked containers
US3749257A (en) * 1970-11-19 1973-07-31 Yamashita Iron Works Ltd Unloading machine
EP0573049A1 (en) * 1992-06-05 1993-12-08 Halton System Oy A method and a device in the unloading of a crate stack
NL1004494C2 (nl) * 1996-11-11 1998-05-14 Riet Machine En Transportwerkt Ontstapelinrichting voor het ontstapelen van een stapel houders.
EP0863095A1 (en) * 1996-11-11 1998-09-09 Van Riet Machine- en Transportwerktuigenfabriek B.V. Unstacking device for unstacking a stack of containers

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5176494A (en) Stacked article destacking and feeding system
JP5086363B2 (ja) 駆動コンベア上で物体を仕分けするための装置
CN112203956B (zh) 以夹持方式向积聚表面或从积聚表面的产品的转移
CN1020573C (zh) 一种用于将容器自动定位和输入的装置
CA2854474C (en) Cup feeder
US5626002A (en) Packaging machine having overhead assembly for opening and lowering carton onto article groups
CN1015250B (zh) 一种定向排列容器的堆码机
NL1033605C1 (nl) Inrichting voor het voor hergebruik gereed maken van gebruikte straatstenen.
JPH02191123A (ja) 物品を配列する方法および装置
KR20010031063A (ko) 플레이트형 제품들을 제거하기 위한 장치
NL2002245C2 (nl) Ontstapelinrichting voor een stapel kratten.
CN109399225B (zh) 用于面形物、尤其阀袋的分开装置
KR20170142188A (ko) 파우치들을 이송하기 위한 시스템 및 방법
NL2006884C2 (nl) Werkwijze en systeem voor het verwerken van een laag producten afkomstig van een pallet.
TW425366B (en) Carton loading mechanism
CN116946726B (zh) 一种便于后续码垛的重膜包装机
JPH08507489A (ja) 平坦な品物の連続供給方法
EP3536642B1 (en) Dispensing apparatus for denesting cardboard sheets
JP7050788B2 (ja) 複数のパッケージを整列させるための装置
NL1017872C2 (nl) Werkwijze en inrichting voor het vormen van gelijkmatige stapels van ongelijkmatige, in hoofdzaak vlakke voorwerpen.
JP3602309B2 (ja) 積層トレイパックの分離装置
US12286318B2 (en) Denesting apparatus
NL9101715A (nl) Inrichting voor het toevoeren van kartonplaten aan verwerkingsmachines.
CN109160001B (zh) 一种用于纸箱包装的检测排出装置
NL1018462C2 (nl) Werkwijze en inrichting voor het afscheiden van vellen van een stapel.

Legal Events

Date Code Title Description
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20130601