NL2000818C2 - Voertuig en werkwijze voor het transport van een rol met een voertuig. - Google Patents
Voertuig en werkwijze voor het transport van een rol met een voertuig. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2000818C2 NL2000818C2 NL2000818A NL2000818A NL2000818C2 NL 2000818 C2 NL2000818 C2 NL 2000818C2 NL 2000818 A NL2000818 A NL 2000818A NL 2000818 A NL2000818 A NL 2000818A NL 2000818 C2 NL2000818 C2 NL 2000818C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- vehicle
- spindle member
- stop element
- tube
- roll
- Prior art date
Links
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 title description 9
- 239000010959 steel Substances 0.000 title description 9
- 238000000034 method Methods 0.000 claims abstract description 6
- 238000004804 winding Methods 0.000 description 7
- 230000000903 blocking effect Effects 0.000 description 5
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 5
- 239000011248 coating agent Substances 0.000 description 3
- 238000000576 coating method Methods 0.000 description 3
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 2
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 description 2
- 238000013461 design Methods 0.000 description 1
- 238000012423 maintenance Methods 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
- 239000002184 metal Substances 0.000 description 1
- 238000012545 processing Methods 0.000 description 1
- 239000012858 resilient material Substances 0.000 description 1
- 239000007787 solid Substances 0.000 description 1
- 238000012546 transfer Methods 0.000 description 1
- 238000013519 translation Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B61—RAILWAYS
- B61D—BODY DETAILS OR KINDS OF RAILWAY VEHICLES
- B61D45/00—Means or devices for securing or supporting the cargo, including protection against shocks
- B61D45/001—Devices for fixing to walls or floors
- B61D45/003—Fixing of logs, beams, barrels, pipes, or the like
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B60—VEHICLES IN GENERAL
- B60P—VEHICLES ADAPTED FOR LOAD TRANSPORTATION OR TO TRANSPORT, TO CARRY, OR TO COMPRISE SPECIAL LOADS OR OBJECTS
- B60P7/00—Securing or covering of load on vehicles
- B60P7/06—Securing of load
- B60P7/08—Securing to the vehicle floor or sides
- B60P7/12—Securing to the vehicle floor or sides the load being tree-trunks, beams, drums, tubes, or the like
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Transportation (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Vehicle Cleaning, Maintenance, Repair, Refitting, And Outriggers (AREA)
Description
Titel: Voertuig en werkwijze voor het transport van een rol met een voertuig
De uitvinding heeft betrekking op een voertuig omvattende ten minste een opnameplaats voor een rol, en een opsluitmechanisme, dat is voorzien van twee 5 aanslagelementen die zijn aangebracht aan weerszijden van de opnameplaats en die verplaatsbaar zijn tussen een vrijgeefstand voor het mogelijk maken van neerlaten of optillen van een rol in of uit de opnameplaats, en een opsluitstand voor het zijdelings opsluiten van een in de opnameplaats opgenomen rol.
Met “rol” wordt in deze octrooiaanvrage elk object met een gekromd omtreksvlak 10 en vlakke eindvlakken bedoeld. Bijvoorbeeld is de rol gevormd door een stalen band die is opgerold om een kem. De rol kan echter eveneens een opgerolde metalen plaat, draad, papier, kabel of andere materialen omvatten. Ook moet bijvoorbeeld een buisstuk of ander cilindervormig object onder de term “rol” worden begrepen.
Met “spindelorgaan” wordt in deze octrooiaanvrage elk draaibaar orgaan bedoeld. 15 Het spindelorgaan kan een massieve as of een buis zijn, of een combinatie daarvan. Het spindelorgaan omvat bijvoorbeeld een buis die om een as is aangebracht. Die buis is vrij beweegbaar ten opzichte van de as of vast daarmee verbonden.
Uit US3508503 is een railvoertuig bekend, dat is voorzien van meerdere opnameplaatsen voor zware stalen plaatrollen. Elke opnameplaats heeft een 20 opsluitmechanisme met een paar blokkeerarmen, die zijn voorgespannen naar een uit elkaar bewogen positie. In deze positie kan een rol in de opnameplaats worden geplaatst. Pneumatische vijzels bewegen de blokkeerarmen vervolgens naar elkaar toe, zodat de rol in de opnameplaats is vastgeklemd. De pneumatische vijzels drukken de blokkeerarmen tegen de kopzijden van de rol.
25 Tijdens het transport van zware stalen plaatrollen met een dergelijk voertuig treden vaak beschadigingen op aan de kopzijden van de rol, die zijn veroorzaakt door optredende trillingen in combinatie met zijdelingse krachten. Als gevolg van deze krachten worden wikkelingen van de rol tegen de blokkeerarmen gedrukt en in combinatie met trillingen plaatselijk vervormd.
30 Ook kunnen beschadigingen ontstaan door het zogenaamde “telescoperen” van de rollen. Telescoperen betekent dat een of meer kern wikkelingen van de rol zijdelings naar buiten bewegen. Dit is mogelijk bij het optreden van aanzienlijke zijdelingse krachten, zoals bij het rangeren, wissels en een (te) hoge bochtsnelheid. Als de 2 kemwikkeling naar buiten beweegt, wordt die wikkeling tegen de blokkeerarmen gedrukt. Hierdoor beschadigen de wikkelingen aan de kopzijde van de rol.
De opgerolde stalen plaat van de rol is relatief dun. Voor toepassingen in de autoindustrie heeft de stalen plaat bijvoorbeeld een dikte van 0,5-0,8 mm. Beschadigde 5 wikkelingen van de stalen plaat zijn voor verdere verwerking in de autoindustrie niet bruikbaar. Dit leidt in de praktijk tot aanzienlijke schade.
Een doel van de uitvinding is een voertuig met een verbeterd opsluitmechanisme te verschaffen.
Dit doel is volgens de uitvinding bereikt doordat elk aanslagelement twee 10 verbindingsopeningen omvat, die op onderlinge afstand en in hoofdzaak evenwijdig aan elkaar verlopen, en die verbindingsopeningen schroefsgewijs zijn verbonden met een aandrijfbaar spindelorgaan respectievelijk een meedraaiend spindelorgaan, dat is verbonden met het aandrijfbare spindelorgaan.
Bij elk aanslagelement hoort een aandrijfbaar spindelorgaan en een meedraaiend 15 spindelorgaan. Twee aanslagelementen bezitten gezamenlijk vier spindelorganen -twee aandrijfbare spindelorganen en twee meedraaiende spindelorganen. De spindelorganen per aanslagelement zijn onderling verbonden, bijvoorbeeld door een ketting, band of ander verbindingsorgaan. Door het roteren van het aandrijfbare spindelorgaan beweegt het meedraaiende spindelorgaan mee en verplaatsen de 20 verbindingsopeningen van het desbetreffende aanslagelement zich over die spindelorganen. Dit aanslagelement verschuift hierdoor naar binnen of naar buiten. Door de schroefsgewijze verbindingen is de positie van elk aanslagelement nauwkeurig instelbaar, d.w.z. het is mogelijk om elk aanslagelement op een geringe afstand van de rol te plaatsen. Tussen de rol en de aanslagelementen kan een speling aanwezig blijven, 25 die bijvoorbeeld tussen 10-60 mm ligt, bij voorkeur tussen 20-50 mm. Hierdoor wordt voorkomen dat de wikkelingen van de rol aan de kopzijden door trillingen en/of bij telescopeerbewegingen beschadigen, terwijl de rol wel geborgd is tegen zijdelings uitbreken. M.a.w. het risico van beschadiging van de rol is gereduceerd en tegelijkertijd is een veilige opsluiting van de rol gewaarborgd.
30 Een verder voordeel is dat het mechanische opsluitmechanisme volgens de uitvinding veiliger is dan het bekende pneumatische opsluitmechanisme. De stalen plaatrollen bezitten bijvoorbeeld een gewicht van 30 ton. De zijdelingse krachten die deze stalen plaatrollen tijdens een botsing uitoefenen, zijn bijvoorbeeld ongeveer een 3 kwart van het gewicht van de rol. Deze krachten kunnen onvoldoende worden opgevangen door pneumatische vijzels. Perslucht is immers samendrukbaar. Bovendien verliezen pneumatische vijzels na verloop van tijd druk.
Een verder voordeel is ook dat de aanslagelementen volgens de uitvinding 5 onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen. De rol bevindt zich vrijwel nooit precies in het midden van de opnameplaats. Met het mechanische opsluitmechanisme kunnen de aanslagarmen elk met een geringe speling contactloos de rol insluiten, ook al ligt de rol enigszins uit het midden in de opnameplaats. De pneumatische bediende blokkeerarmen van het uit US3508503 bekende railvoertuig bewegen tegelijkertijd naar 10 elkaar toe voor het vastklemmen van de rol. De afstand tot het midden van de opnameplaats is steeds voor beide blokkeerarmen even groot.
In een uitvoeringsvorm van de uitvinding zijn de spindelorganen elk voorzien van uitwendige schroefdraad, en zijn de verbindingsopeningen elk voorzien van inwendige schroefdraad, die telkens overeenkomt met de uitwendige schroefdraad van het daarin 15 opgenomen spindelorgaan. De spindelorganen vormen elk een wormwiel, waarover de aanslagelementen verplaatsbaar zijn.
Het verdient de voorkeur dat het aandrijfbare spindelorgaan voor het eerste aanslagelement zich uitstrekt aan weerszijden van de opnameplaats. Hierdoor is het aandrijfbare spindelorgaan voor het eerste aanslagelement niet alleen roteerbaar vanaf 20 de zijde van het eerste aanslagelement, maar ook vanaf de tegenoverliggende zijde van het tweede aanslagelement. Als een bediener zich aan de zijde van het tweede aanslagelement bevindt, kan hij of zij het eerste aanslagelement aan de tegenoverliggende zijde naar zich toe of van zich af verplaatsen. De bediener hoeft hiervoor niet naar de tegenoverliggende zijde van het voertuig te gaan.
25 Het is volgens de uitvinding mogelijk dat het aandrijfbare spindelorgaan voor het tweede aanslagelement zich uitstrekt aan weerszijden van de opnameplaats. In dit geval kan de bediener het tweede aanslagelement naar zich toe of van zich af verplaatsen zowel vanaf de zijde van het eerste aanslagelement als het tweede aanslagelement. Als de bediener zich aan de zijde van het eerste aanslagelement bevindt, kan hij of zij het 30 eerste en tweede aanslagelement bewegen met de bijbehorende aandrijfbare spindelorganen.
In een uitvoeringsvorm is het meedraaiende spindelorgaan voor het tweede aanslagelement vrij beweegbaar over het aandrijfbare spindelorgaan voor het eerste 4 aanslagelement aangebracht, waarbij het meedraaiende spindelorgaan voor het eerste aanslagelement vrij beweegbaar over het aandrijfbare spindelorgaan voor het tweede aanslagelement is aangebracht. Hierdoor is de afstand tussen de verbindingsopeningen van het eerste aanslagelement in hoofdzaak gelijk aan de afstand tussen de 5 verbindingsopeningen van het tweede aanslagelement. De aanslagelementen kunnen een rol in de opnameplaats symmetrisch opsluiten. Dit verhoogt het bedieningsgemak en de duurzaamheid van het opsluitmechanisme.
Het is volgens de uitvinding mogelijk, dat het aandrijfbare spindelorgaan voor het eerste aanslagelement is voorzien van een eerste aandrijfas met twee tegenoverliggende 10 einden, waarvan het eerste eind is voorzien van een eerste buis met uitwendige schroefdraad, welke eerste buis is gefixeerd ten opzichte van de eerste aandrijfas, en waarvan het tweede eind is voorzien van een tweede buis met uitwendige schroefdraad, welke tweede buis het tweede spindelorgaan voor het tweede aanslagelement vormt, die vrij beweegbaar ten opzichte van de eerste aandrijfas is.
15 Ook kan het aandrijfbare spindelorgaan voor het tweede aanslagelement zijn voorzien van een tweede aandrijfas met twee tegenoverliggende einden, waarvan het eerste eind is voorzien van een derde buis met uitwendige schroefdraad, welke derde buis is gefixeerd ten opzichte van de tweede aandrijfas, en waarvan het tweede eind is voorzien van een vierde buis met uitwendige schroefdraad, welke vierde buis het 20 meedraaiende spindelorgaan voor het tweede aanslagelement vormt, die vrij beweegbaar ten opzichte van de tweede aandrijfas is.
De vier spindelorganen voor het bewegen van beide aanslagelementen omvatten in deze uitvoeringsvorm twee draaiassen en vier buizen. Op elk draaias zijn telkens twee buizen geschoven. De draaiassen zijn in hoofdzaak hetzelfde uitgevoerd, terwijl 25 de buizen in hoofdzaak dezelfde diameter bezitten. Hierdoor zijn de draaiassen en buizen verwisselbaar ten opzichte van elkaar, hetgeen gunstig is voor productie en onderhoud van het opsluitmechanisme.
In een uitvoeringsvorm heeft het voertuig een langshartlijn, en is de opnameplaats zodanig uitgevoerd dat een daarin opgenomen rol een rolhartlijn heeft, die dwars op de 30 langshartlijn van het voertuig verloopt. De opnameplaats strekt zich dwars ten opzichte van de langshartlijn van het voertuig uit. De rolhartlijn van een in de opnameplaats aangebrachte rol verloopt dwars ten opzichte van de langshartlijn van het voertuig. De 5 aanslagelementen kunnen de opnameplaats zijdelings opsluiten, d.w.z. van links en van rechts naar de langshartlijn van het voertuig.
Het is volgens de uitvinding mogelijk, dat de spindelorganen in hoofdzaak dwars ten opzichte van de langshartlijn van het voertuig verlopen, waarbij het aandrijfbare 5 spindelorgaan en het meedraaiende spindelorgaan voor het aanslagelement aan de ene zijde van het voertuig zijn voorzien van uitwendige linkse schroefdraad, en waarbij het aandrijfbare spindelorgaan en het meedraaiende spindelorgaan voor het aanslagelement aan de andere zijde van het voertuig zijn voorzien van uitwendige rechtse schroefdraad.
Als de bediener bijvoorbeeld aan de linkerzijde van het voertuig staat en het 10 aandrijfbare spindelorgaan met uitwendige linkse schroefdraad voor het zichtbare, linker aanslagelement linksom draait, beweegt dat aanslagelement naar buiten. M.a.w. de aanslagelementen openen de opnameplaats. Als het aandrijfbare spindelorgaan voor het achter de opnameplaats gelegen, rechter aanslagelement vanaf diezelfde linkerzijde bedienbaar is, beweegt door het linksom roteren daarvan dat aanslagelement eveneens 15 naar buiten. Omgekeerd verplaatsen zowel het linker aanslagelement als het rechter aanslagelement naar elkaar toe, d.w.z. het opsluiten van een rol in de opnameplaats, door het rechtsom draaien van de aandrijfbare spindelorganen aan de linkerzijde van het voertuig.
In een uitvoeringsvorm is elk aanslagelement voorzien van twee opstaande 20 armen, die elk een benedeneind en een boveneind bezitten, waarbij de verbindingsopeningen zijn aangebracht in de benedeneinden, en waarbij een aanslagarm is aangebracht tussen de boveneinden van de opstaande armen. Hierdoor is elk aanslagelement uitgevoerd als een soort balustrade die de opnameplaats begrenst. Dit aanslagelement kan effectief krachten opnemen en doorleiden naar het onderstel 25 van het voertuig.
Het is mogelijk dat de schroefverbinding tussen de verbindingsopeningen en het aandrijfbare spindelorgaan respectievelijk het meedraaiende spindelorgaan een zelfremmende spoed heeft. Om het aantal omwentelingen voor het verplaatsen van de aanslagelementen te beperken is de spoed zo groot mogelijk. De maximale spoed is 30 echter beperkt zodat de spindelorganen onder invloed van de optredende krachten niet naar buiten draaien, d.w.z. de spoed is zelfreminend.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een werkwijze voor het transport van een rol met een voertuig, omvattende: 6 - het verschaffen van een voertuig omvattende ten minste een opnameplaats voor een rol, en een opsluitmechanisme, dat is voorzien van twee aanslagelementen die zijn aangebracht aan weerszijden van de opnameplaats en die verplaatsbaar zijn tussen een vrijgeefstand voor het mogelijk maken van neerlaten of optillen van een rol in of uit de 5 opnameplaats, en een opsluitstand voor het zijdelings opsluiten van een in de opnameplaats opgenomen rol, - het verschaffen van een rol, - het neerlaten van de rol in de opnameplaats, - het verplaatsen van het eerste aanslagelement tot een eerste speling overblijft 10 tussen het eindvlak van de rol en het eerste aanslagelement, - het verplaatsen van het tweede aanslagelement tot een tweede speling overblijft tussen het eindvlak van de rol en het tweede aanslagelement - het transport van het voertuig met de tussen de aanslagelementen ingesloten rol.
De eerste speling en/of de tweede speling liggen bijvoorbeeld tussen 10-60 mm, 15 bij voorkeur tussen 20-50 mm.
De uitvinding zal thans nader worden toegelicht aan de hand van een in de figuren weergegeven uitvoeringsvoorbeeld.
Figuur 1 toont een zijaanzicht van een voertuig voor het transport van rollen, waarbij een uitgevouwen schuifzeilconstructie over de rollen is aangebracht.
20 Figuur 2 toont een zijaanzicht van het in figuur 1 weergegeven voertuig, waarbij de schuifzeilconstructie is opgevouwen en een opsluitmechanisme voor de rollen zichtbaar is.
Figuur 3 toont een bovenaanzicht van een in figuur 2 weergegeven opsluitmechanisme.
25 Figuur 4 toont een vooraanzicht van het in figuur 3 weergegeven opsluitmechanisme.
Figuur 5 toont een bovenaanzicht van een tweede uitvoeringsvorm van een opsluitmechanisme.
Het in figuur 1 en 2 getoonde voertuig is in zijn geheel aangeduid met 1. In dit 30 uitvoeringsvoorbeeld vormt het voertuig 1 een railvoertuig. Het railvoertuig 1 omvat een onderstel 3, dat is voorzien van wielen 4. Het railvoertuig 1 is met de wielen 4 verrijdbaar over spoorrails (niet weergegeven). Het railvoertuig 1 heeft een langshartlijn 7 (zie figuur 3) die overeenkomt met de rijrichting van het railvoertuig 1.
7
Op het onderstel 3 rust een container of houder 6. De container 6 is uitgelijnd ten opzichte van het onderstel 3, d.w.z. de container 6 heeft een langshartlijn die in hoofdzaak samenvalt met de langshartlijn 7 van het railvoertuig 1. De container 6 omvat in dit uitvoeringsvoorbeeld een onderbouw 8 en een bovenbouw 9. De 5 onderbouw 8 is voorzien van twee langsbalken 10. Tussen de langsbalken 10 zijn vrijdragend vijf paar dwarse oplegbalken 11 bevestigd. Elk paar oplegbalken 11 vormt een opnamep laats 12 voor een rol 14.
De bovenbouw 9 van de container 6 omvat in dit uitvoeringsvoorbeeld een schuifzeilconstructie, die is voorzien van een aantal verschuifbare togen, waarover een 10 dekzeil is aangebracht. De schuifzeilconstructie heeft een opgevouwen stand, waarin de opnameplaatsen 12 toegankelijk zijn, en een uitgevouwen stand, waarin de opnameplaatsen 12 zijn beschermd tegen weersinvloeden. De schuifzeilconstructie kan echter worden weggelaten of vervangen door een andere constructie, bijvoorbeeld een kap.
15 De rollen 14 bezitten elk een gekromd omtreksvlak dat zijdelings is begrensd door twee tegenoverliggende, vlakke eindvlakken. De in de opnameplaatsen 12 aangebrachte rollen 14 bezitten elk een rolhartlijn 15 die in hoofdzaak loodrecht op de langshartlijn 7 van de container 6 en het voertuig 1 verloopt. De opnameplaatsen 12 strekken zich dwars ten opzichte van de rijrichting uit. Zoals het duidelijkst getoond in 20 figuur 2 zijn de twee buitenste opnameplaatsen en de middelste opnameplaats uitgevoerd voor grotere rollen dan de twee daartussen gelegen opnameplaatsen.
De oplegbalken 11 van de opnameplaatsen 12 zijn elk aan de bovenzijde daarvan voorzien van een veerkrachtige bekleding (niet weergegeven), bijvoorbeeld van rubber. De veerkrachtige bekleding dempt de beweging van de rol 14 tijdens transport. De 25 veerkrachtige bekleding kan een slijtvaste bovenlaag (niet getoond) bezitten, zoals een kunststof laag, die beschadiging en slijtage van het veerkrachtige materiaal reduceert.
Een opsluitmechanisme 16 waarborgt dat de rollen 14 niet zijdelings uit de opnameplaatsen 12 kunnen raken. Het opsluitmechanisme 16 omvat in dit uitvoeringsvoorbeeld twee aanslagelementen 18 per opnameplaats 12. Elk 30 aanslagelement 18 heeft twee opstaande armen 19 met een benedeneind en een boveneind. Tussen de boveneinden van de opstaande armen 19 van elk aanslagelement 18 is een in hoofdzaak horizontale aanslagarm 20 aangebracht.
8
De aanslagelementen 18 van elke opnameplaats 12 zijn onafhankelijk van elkaar in hoofdzaak evenwijdig aan de rolhartlijn 15 beweegbaar tussen een vrijgeefstand en een opsluitstand. In de vrijgeefstand zijn de aanslagelementen 18 uit elkaar bewogen voor het mogelijk maken van neerlaten of optillen van een rol 14 in of uit de 5 opnameplaats 12. In de vrijgeefstand is een van de aanslagelementen 18 van het andere weg verplaatst of zijn beide aanslagelementen 18 van elkaar af bewogen, zodat de rollen 14 kunnen worden geladen of gelost. In de opsluitstand zijn de aanslagelementen 18 naar elkaar toe bewogen voor het zijdelings opsluiten van de in de opnameplaatsen 12 opgenomen rollen 14, bijvoorbeeld door het verplaatsen van een of beide 10 aanslagelementen 18. De afstand tussen de aanslagelementen 18 is in de opsluitstand kleiner dan in de vrijgeefstand.
Voor het bewegen van de aanslagelementen 18 omvat het opsluitmechanisme 16 in dit uitvoeringsvoorbeeld twee aandrijfassen 29, 30. De aandrijfassen 29, 30 zijn draaibaar aangebracht tussen de langsbalken 10. De aandrijfassen 29, 30 bevinden zich 15 op onderlinge afstand - de aandrijfas 29 vormt een voorste draaias, terwijl de aandrijfas 30 een achterste draaias is. De hartlijn 22 van elke aandrijfas 29, 30 verloopt in hoofdzaak evenwijdig aan de rolhartlijn 15. De tegenoverliggende uiteinden van elke aandrijfas 29, 30 steken ten minste gedeeltelijk door de langsbalken 10, zodat bijvoorbeeld een elektrische aandrijving (niet weergegeven) daarop kan aangrijpen.
20 Op de tegenoverliggende einden van de eerste aandrijfas 29 zijn een eerste buis 31 en een tweede buis 32 geschoven. De eerste buis 31 is vast verbonden met de eerste aandrijfas 29, d.w.z. bij het roteren van de eerste aandrijfas 29 draait de eerste buis 31 mee. De eerste buis 31 is voorzien van linkse uitwendige schroefdraad. De tweede buis 32 is vrij beweegbaar ten opzichte van de eerste aandrijfas 29, d.w.z. bij het roteren van 25 de eerste aandrijfas 29 draait de tweede buis 32 niet mee. De tweede buis 32 is voorzien van rechtse uitwendige schroefdraad.
De tweede aandrijfas 30 heeft aan de tegenoverliggende einden daarvan een derde buis 33 en een vierde buis 34. De derde buis 33 is vast verbonden met de tweede aandrijfas 30, terwijl de vierde buis vrij beweegbaar ten opzichte daarvan is. De derde 30 buis 33 is voorzien van uitwendige rechtse schroefdraad, terwijl de vierde buis 34 is voorzien van uitwendige linkse schroefdraad.
De eerste buis 31 en de vierde buis 34 zijn onderling verbonden door een ketting 28. De derde buis 33 en de tweede buis 32 zijn eveneens onderling verbonden door een 9 ketting 28. In plaats van een ketting kan een band of ander verbindingsorgaan worden toegepast (niet getoond).
De opstaande armen 19 van elk aanslagelement 18 bezitten aan het benedeneind daarvan een verbindingsopening 21. De buizen 31, 32, 33, 34 zijn schroefsgewijs 5 opgenomen in de verbindingsopeningen 21 van de aanslagelementen 18. Hiervoor is elke verbindingsopening 21 voorzien van inwendige schroefdraad, die samenwerkt met de uitwendige schroefdraad van de bijbehorende buis 31, 32, 33, 34. Bij rotatie van de aandrijfassen 29, 30 en daarmee de buizen 31, 32, 33, 34 treedt een translatie van de aanslagelementen 18 met de verbindingsopeningen 21 daarvan volgens de hartlijnen 22 10 over de buizen 31, 32, 33, 34 op.
De eerste aandrijfas 29 en de daaraan bevestigde eerste buis 31 vormen een aandrijfbaar spindelorgaan voor het in figuur 3 links getekende aanslagelement 18. De via de ketting 28 verbonden vierde buis 34 vormt een meedraaiend spindelorgaan voor dat linkse aanslagelement 18. De tweede aandrijfas 30 en de daaraan bevestigde derde 15 buis 33 vormen een aandrijfbaar spindelorgaan voor het in figuur 3 rechts getekende aanslagelement 18. De via de ketting 28 verbonden tweede buis 32 vormt een meedraaiend spindelorgaan voor dat rechtse aanslagelement 18.
De werking van het opsluitmechanisme 16 is als volgt. Stel dat een bediener linksvoor in figuur 3 naast het voertuig staat. Bij het linksom roterend aandrijven van 20 de voorste aandrijfas 29, draaien de eerste buis 31 en de vierde buis 34 mee. De eerste buis 31 en de voorste aandrijfas 29 zijn immers vast aan elkaar, terwijl de vierde buis 34 vrij kan draaien over de achterste aandrijfas 30 en via de ketting 28 met de eerste buis 31 is verbonden. Het aanslagelement 18 aan de linkerzijde van het voertuig 1 beweegt hierdoor naar buiten, d.w.z. van de langshartlijn 7 af. De tweede buis 32 die 25 vrij beweegbaar op de voorste aandrijfas 29 is geschoven, speelt hierbij geen rol.
De bediener kan vervolgens aan dezelfde linkerzijde van het voertuig 1 naar de achterste aandrijfas 30 lopen. Door het linksom roterend aandrijven van die achterste aandrijfas 30, draaien de derde buis 33 en de tweede buis 32 aan de tegenoverliggende rechterzijde van het voertuig 1 mee. De derde buis 33 en de achterste aandrijfas 30 zijn 30 vast aan elkaar bevestigd, terwijl de tweede buis 32 via de ketting 28 met de derde buis 33 is verbonden en vrij kan draaien over de voorste aandrijfas 29. Het aanslagelement 18 aan de rechterzijde van het voertuig 1 beweegt hierdoor naar buiten, d.w.z. van de langshartlijn 7 af.
10
Omgekeerd bewegen de aanslagelementen 18 naar binnen, d.w.z. naar de langshartlijn 7 toe, door het rechtsom roteren van de aandrijfassen 29, 30 aan de linkerzijde. Beide aanslagelementen 18 van het opsluitmechanisme 16 zijn derhalve vanaf de linkerzijde van het voertuig 1 bedienbaar.
5 Het zal duidelijk zijn dat de aanslagelementen 18 ook beide bedienbaar zijn vanaf de rechterzijde van het voertuig 1. Linksom en rechtsom draaien van de aandrijfassen 29,30 komen daarbij overeen met sluiten respectievelijk openen.
Door de schroefsgewijze verbinding tussen de aanslagelementen 18 en de buizen 31, 32, 33, 34 is de positie van elk aanslagelement 18 nauwkeurig instelbaar. Een 10 geringe speling kan worden toegepast tussen de rollen 14 en de aanslagelementen 18, zodat het risico van beschadigingen tijdens transport zijn gereduceerd. De aanslagelementen 18 worden bijvoorbeeld op een afstand van 20-50 mm van de rol geplaatst.
Figuur 5 toont schematisch een tweede uitvoeringsvorm van het 15 opsluitmechanisme, waarbij dezelfde verwijzingscijfers worden gebruikt voor dezelfde of soortgelijke onderdelen. Bij dit opsluitmechanisme is tussen de langsbalken 10 een vooras 292 aangebracht, waarop de tweede buis 32 vrij beweegbaar is geschoven. De voorste aandrijfas 29 is slechts voorzien van de eerste buis 31, die vast daaraan is bevestigd. Op dezelfde manier kan ook een extra as aangrenzend aan de achterste 20 aandrijfas 30 zijn voorzien, waarop de vrij beweegbare, vierde buis 34 is opgenomen (niet weergegeven). Het is volgens de uitvinding derhalve niet noodzakelijk dat de buizen links en rechts ten opzichte van elkaar zijn uitgelijnd.
Daarnaast kunnen de aandrijfassen 29, 30 zowel in de eerste als tweede uitvoeringsvorm in het langs vlak van het voertuig 1 zijn doorgesneden (niet getoond). 25 Elk aanslagelement is dan slechts vanaf een zijde bedienbaar. Het nauwkeurig instellen van elk aanslagelement blijft echter gewaarborgd.
Ook is het moge lijk dat de aandrijfas met vast daarmee verbonden buis (29, 31 respectievelijk 30, 33) zijn geïntegreerd in een enkel onderdeel.
Verder is de uitvinding niet beperkt tot twee aanslagelementen per opnameplaats 30 - het opsluitmechanisme heeft bijvoorbeeld meer dan twee aanslagelementen per opnameplaats, zoals vier aanslagelementen (twee aan elke zijde).
Ook kan elk aanslagelement meer dan twee verbindingsopeningen bezitten die elk schroefsgewijs zijn verbonden met telkens een spindelorgaan, d.w.z. er zijn meer 11 dan twee spindelorganen per aanslagelement. Dit kan gunstig zijn voor rollen met relatief grote diameter. Tussen de in de figuur 3 weergegeven eerste buis 31 en vierde buis 34 bevindt zich bijvoorbeeld een extra buis met uitwendige schroefdraad, die meedraait met de eerste buis 31 via een extra ketting. Die extra buis is dan opgenomen 5 in een extra verbindingsopening met inwendige schroefdraad van het aanslagelement (niet weergegeven).
Claims (15)
1. Voertuig (1) omvattende ten minste een opnameplaats (12) voor een rol (14), en een opsluitmechanisme (16), dat is voorzien van twee aanslagelementen (18) die zijn 5 aangebracht aan weerszijden van de opnameplaats (12) en die verplaatsbaar zijn tussen een vrijgeefstand voor het mogelijk maken van neerlaten of optillen van een rol (14) in of uit de opnameplaats (12), en een opsluitstand voor het zijdelings opsluiten van een in de opnameplaats (12) opgenomen rol (14), met het kenmerk, dat elk aanslagelement (18) twee verbindingsopeningen (21) omvat, die op onderlinge afstand en in hoofdzaak 10 evenwijdig aan elkaar verlopen, en die verbindingsopeningen (21) schroefsgewijs zijn verbonden met een aandrijfbaar spindelorgaan (29,31; 30,33) respectievelijk een meedraaiend spindelorgaan (32; 34), dat is verbonden met het aandrijfbare spindelorgaan (29,31; 30,33).
2. Voertuig volgens conclusie 1, waarbij de spindelorganen (29,31; 32; 30,33; 34) elk zijn voorzien van uitwendige schroefdraad, en de verbindingsopeningen (21) elk zijn voorzien van inwendige schroefdraad, die telkens overeenkomt met de uitwendige schroefdraad van het daarin opgenomen spindelorgaan (29,31; 32; 30,33; 34).
3. Voertuig volgens conclusie 1 of 2, waarbij het aandrijfbare spindelorgaan (29,31) voor het eerste aanslagelement (18) zich uitstrekt aan weerszijden van de opnameplaats (12).
4. Voertuig volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het aandrijfbare 25 spindelorgaan (30,33) voor het tweede aanslagelement (18) zich uitstrekt aan weerszijden van de opnameplaats (12).
5. Voertuig volgens conclusie 4, waarbij het meedraaiende spindelorgaan (32) voor het tweede aanslagelement (18) vrij beweegbaar over het aandrijfbare spindelorgaan 30 (29,31) voor het eerste aanslagelement (18) is aangebracht, en waarbij het meedraaiende spindelorgaan (34) voor het eerste aanslagelement (18) vrij beweegbaar over het aandrijfbare spindelorgaan (30,33) voor het tweede aanslagelement (18) is aangebracht.
6. Voertuig volgens een van de conclusies 3-5, waarbij het aandrijfbare spindelorgaan voor het eerste aanslagelement (18) is voorzien van een eerste aandrijfas (29) met twee tegenoverliggende einden, waarvan het eerste eind is voorzien van een 5 eerste buis (31) met uitwendige schroefdraad, welke eerste buis (31) is gefixeerd ten opzichte van de eerste aandrijfas (29), en waarvan het tweede eind is voorzien van een tweede buis (32) met uitwendige schroefdraad, welke tweede buis (32) het tweede spindelorgaan voor het tweede aanslagelement (18) vormt, die vrij beweegbaar ten opzichte van de eerste aandrijfas (29) is. 10
7. Voertuig volgens een van de conclusies 3-6, waarbij het aandrijfbare spindelorgaan voor het tweede aanslagelement (18) is voorzien van een tweede aandrijfas (30) met twee tegenoverliggende einden, waarvan het eerste eind is voorzien van een derde buis (33) met uitwendige schroefdraad, welke derde buis (33) is 15 gefixeerd ten opzichte van de tweede aandrijfas (30), en waarvan het tweede eind is voorzien van een vierde buis (34) met uitwendige schroefdraad, welke vierde buis (34) het meedraaiende spindelorgaan voor het tweede aanslagelement (18) vormt, die vrij beweegbaar ten opzichte van de tweede aandrijfas (30) is.
8. Voertuig volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het voertuig (1) een langshartlijn (7) heeft, en de opnameplaats (12) zodanig is uitgevoerd dat een daarin opgenomen rol (14) een rolhartlijn (15) heeft, die dwars op de langshartlijn (7) van het voertuig (1) verloopt.
9. Voertuig volgens conclusie 8, waarbij de spindelorganen (29,31; 32; 30,33; 34) in hoofdzaak dwars ten opzichte van de langshartlijn (7) van het voertuig (1) verlopen, en waarbij het aandrijfbare spindelorgaan (29,31) en het meedraaiende spindelorgaan (34) voor het aanslagelement (18) aan de linkerzijde van het voertuig (1) zijn voorzien van uitwendige linkse schroefdraad, en waarbij het aandrijfbare spindelorgaan (30,33) en 30 het meedraaiende spindelorgaan (32) voor het aanslagelement (18) aan de rechterzijde van het voertuig (1) zijn voorzien van uitwendige rechtse schroefdraad.
10. Voertuig volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij elk aanslagelement (18) is voorzien van twee opstaande armen (19), die elk een benedeneind en een boveneind bezitten, waarbij de verbindingsopeningen (21) zijn aangebracht in de benedeneinden, en waarbij een aanslagarm (20) is aangebracht tussen de boveneinden 5 van de opstaande armen (19).
11. Voertuig volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de aanslagelementen (18) van de opnameplaats (12) onafhankelijk van elkaar verplaatsbaar zijn.
12. Voertuig volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de schroefverbinding tussen de verbindingsopeningen (21) en het aandrijfbare spindelorgaan (29,31; 30,33) respectievelijk het meedraaiende spindelorgaan (32; 34) een zelfremmende spoed heeft.
13. Werkwijze voor het transport van een rol (14) met een voertuig (1), omvattende: - het verschaffen van een voertuig (1) omvattende ten minste een opnameplaats (12) voor een rol (14), en een opsluitmechanisme (16), dat is voorzien van twee aanslagelementen (18) die zijn aangebracht aan weerszijden van de opnameplaats (12) en die verplaatsbaar zijn tussen een vrijgeefstand voor het mogelijk maken van 20 neerlaten of optillen van een rol (14) in of uit de opnameplaats (12), en een opsluitstand voor het zijdelings opsluiten van een in de opnameplaats (12) opgenomen rol (14), - het verschaffen van een rol (14), - het neerlaten van de rol (14) in de opnameplaats (12), - het verplaatsen van het eerste aanslagelement (18) tot een eerste speling 25 overblijft tussen het eindvlak van de rol (14) en het eerste aanslagelement (18), - het verplaatsen van het tweede aanslagelement (18) tot een tweede speling overblijft tussen het eindvlak van de rol (14) en het tweede aanslagelement (18), - het transport van het voertuig (1) met de tussen de aanslagelementen (18) ingesloten rol (14).
14. Werkwijze volgens conclusie 13, waarbij de eerste speling tussen 10-60 mm, bij voorkeur tussen 20-50 mm ligt. 30
15. Werkwijze volgens conclusie 13 of 14, waarbij de tweede speling tussen 10-60 mm, bij voorkeur tussen 20-50 mm ligt.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000818A NL2000818C2 (nl) | 2007-08-16 | 2007-08-16 | Voertuig en werkwijze voor het transport van een rol met een voertuig. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000818 | 2007-08-16 | ||
| NL2000818A NL2000818C2 (nl) | 2007-08-16 | 2007-08-16 | Voertuig en werkwijze voor het transport van een rol met een voertuig. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2000818C2 true NL2000818C2 (nl) | 2009-02-17 |
Family
ID=39183190
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2000818A NL2000818C2 (nl) | 2007-08-16 | 2007-08-16 | Voertuig en werkwijze voor het transport van een rol met een voertuig. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2000818C2 (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN102303622A (zh) * | 2011-06-24 | 2012-01-04 | 北京睿力恒一科技南通有限公司 | 一种圆柱形货物运输托架 |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3387813A (en) * | 1966-07-20 | 1968-06-11 | Anthony J. Carino | Hold-down device |
| US3508503A (en) | 1968-02-23 | 1970-04-28 | Hugh A Daly | Self-blocking railway car for heavy coil loads |
| US5336027A (en) * | 1990-07-20 | 1994-08-09 | Martin Paddock | Vehicle for carrying coiled rolls |
-
2007
- 2007-08-16 NL NL2000818A patent/NL2000818C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3387813A (en) * | 1966-07-20 | 1968-06-11 | Anthony J. Carino | Hold-down device |
| US3508503A (en) | 1968-02-23 | 1970-04-28 | Hugh A Daly | Self-blocking railway car for heavy coil loads |
| US5336027A (en) * | 1990-07-20 | 1994-08-09 | Martin Paddock | Vehicle for carrying coiled rolls |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN102303622A (zh) * | 2011-06-24 | 2012-01-04 | 北京睿力恒一科技南通有限公司 | 一种圆柱形货物运输托架 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| CA2971925C (en) | Load manipulator | |
| US6615478B2 (en) | Process for assembling a vehicle chassis by inversion | |
| US3753505A (en) | Article roll-over device | |
| EP0511496A1 (fr) | Machine d'impression rotative comprenant un cylindre amovible | |
| JP3306727B2 (ja) | 巻取りウエブの運搬装置 | |
| NL2000818C2 (nl) | Voertuig en werkwijze voor het transport van een rol met een voertuig. | |
| KR101617039B1 (ko) | 케이블 드럼 포설장치 | |
| CN102910413B (zh) | 传输散装材料的传输装置 | |
| EP1918036B1 (fr) | Dispositif de planage d'une bande métallique | |
| JP7602942B2 (ja) | 鉄道車両用トラバーサ | |
| US6863002B2 (en) | Railway container transhipment device | |
| KR102394790B1 (ko) | 지게차 적재물 추락 방지 장치 | |
| JP6010556B2 (ja) | 車体移送装置 | |
| US5074207A (en) | Apparatus for moving a push-in truck carrying a printing cylinder into a printing press | |
| CH650045A5 (fr) | Machine de chantier ferroviaire pour la saisie et le portage de troncons et/ou d'appareils de voie montes. | |
| CN221874042U (zh) | 一种用于模具运输的电动平车 | |
| CN219216601U (zh) | 一种货物传输机构 | |
| BE572355A (nl) | ||
| AU2019200423A1 (en) | Rail vehicle braking system | |
| JP3127692B2 (ja) | 車両搬送装置 | |
| FI127897B (en) | Platform unit system with brake system | |
| RU11145U1 (ru) | Грузоподъемное устройство | |
| EP1270361B1 (en) | Lower locking mechanism for sliding covers of railway freight wagons | |
| JP5924946B2 (ja) | 走行荷役装置 | |
| FR2482061A1 (fr) | Portique pour la desserte en sans fin de stock de produits en vrac |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20130301 |