NL2000552C2 - Aandrijfinrichting voor een scherm in kas of warenhuis, alsmede spanbus daarvoor. - Google Patents
Aandrijfinrichting voor een scherm in kas of warenhuis, alsmede spanbus daarvoor. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2000552C2 NL2000552C2 NL2000552A NL2000552A NL2000552C2 NL 2000552 C2 NL2000552 C2 NL 2000552C2 NL 2000552 A NL2000552 A NL 2000552A NL 2000552 A NL2000552 A NL 2000552A NL 2000552 C2 NL2000552 C2 NL 2000552C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- bush
- nut
- drive device
- nut member
- clamping
- Prior art date
Links
- 239000000463 material Substances 0.000 claims abstract description 15
- 238000004804 winding Methods 0.000 claims description 15
- 238000005553 drilling Methods 0.000 claims description 5
- 239000012530 fluid Substances 0.000 claims description 4
- 230000007704 transition Effects 0.000 claims description 3
- 239000002184 metal Substances 0.000 claims description 2
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 claims 1
- 239000007788 liquid Substances 0.000 claims 1
- 238000010079 rubber tapping Methods 0.000 description 5
- 239000004744 fabric Substances 0.000 description 4
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 4
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 2
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 2
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 2
- 238000012216 screening Methods 0.000 description 2
- 230000009471 action Effects 0.000 description 1
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 238000000034 method Methods 0.000 description 1
- 230000008719 thickening Effects 0.000 description 1
- 238000003466 welding Methods 0.000 description 1
- 239000002023 wood Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01G—HORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
- A01G9/00—Cultivation in receptacles, forcing-frames or greenhouses; Edging for beds, lawn or the like
- A01G9/22—Shades or blinds for greenhouses, or the like
- A01G9/227—Shades or blinds for greenhouses, or the like rolled up during non-use
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16D—COUPLINGS FOR TRANSMITTING ROTATION; CLUTCHES; BRAKES
- F16D1/00—Couplings for rigidly connecting two coaxial shafts or other movable machine elements
- F16D1/06—Couplings for rigidly connecting two coaxial shafts or other movable machine elements for attachment of a member on a shaft or on a shaft-end
- F16D1/08—Couplings for rigidly connecting two coaxial shafts or other movable machine elements for attachment of a member on a shaft or on a shaft-end with clamping hub; with hub and longitudinal key
- F16D1/0847—Couplings for rigidly connecting two coaxial shafts or other movable machine elements for attachment of a member on a shaft or on a shaft-end with clamping hub; with hub and longitudinal key with radial clamping due to a radial screw
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y02—TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
- Y02A—TECHNOLOGIES FOR ADAPTATION TO CLIMATE CHANGE
- Y02A40/00—Adaptation technologies in agriculture, forestry, livestock or agroalimentary production
- Y02A40/10—Adaptation technologies in agriculture, forestry, livestock or agroalimentary production in agriculture
- Y02A40/25—Greenhouse technology, e.g. cooling systems therefor
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Operating, Guiding And Securing Of Roll- Type Closing Members (AREA)
Description
Aandrijfinrichting voor een scherm in kas of warenhuis, alsmede spanbus daarvoor
De uitvinding heeft betrekking op een aandrijfinrichting voor het overbrengen van een scherm, dat zich op of in een kas of warenhuis bevindt, tussen een geopende 5 stand waarin het scherm is samengedrongen tot een pakket en een gesloten stand waarin het scherm zich uitstrekt over een af te schermen gebied, omvattende een aandrijfas, tenminste een op de aandrijfas voorziene spanbus alsmede tenminste een op de spanbus opwikkelbaar respectievelijk van de spanbus afwikkelbaar soepel trekorgaan, zoals een kabel, welke spanbus een metalen buslichaam uit 10 omwentelingssymmetrisch buismateriaal omvat alsmede schroefmiddelen die tenminste een van inwendige schroefdraad voorzien moerorgaan alsmede een in dat moerorgaan geschroefd en op de aandrijfas geklemd draadeind omvatten
Een dergelijke aandrijfinrichting is bekend uit US-A-5,265,373. Bij deze bekende aandrijfinrichting wordt de kabel opgewikkeld op een spanbus, die op zijn beurt door 15 middel van klembouten op de aandrijfas is vastgeklemd. Een dergelijke spanbus vervult niet alleen een functie bij het opwikkelen respectievelijk afwikkelen van de kabel, doch wordt ook gebruikt voor het spannen van de kabel. Dat spannen is niet alleen noodzakelijk bij het installeren van de scherminstallatie, doch kan ook noodzakelijk blijken tijdens de verdere levensduur van de scherminstallatie. Wanneer namelijk breuk 20 is opgetreden in een van de kabels van bijvoorbeeld een scherminstallatie, wordt een nieuwe, vervangende kabel aangebracht. In verband met een gelijkmatige aandrijving van de scherminstallatie is het noodzakelijk de kabelspanning gelijk te maken aan die der andere kabels. Om die reden moet de spanbus worden losgemaakt van de aandrijfas, zodanig dat hij in spanrichting verdraaid kan worden met als doel de 25 vervangende kabel op de juiste spanning te brengen.
De bekende spanbus is daartoe aan elk eind voorzien van tapgaten, waarin een klembout is geschroefd. Dergelijke tapgaten moeten een voldoend groot aantal schroefdraadwindingen bezitten, omdat anders zowel de schroefdraad van de klembout als van het tapgat beschadigd zou kunnen worden bij het aandraaien van de klembout in 30 het tapgat. Gevolg daarvan is dat de wand van de spanbus een behoorlijke dikte moet bezitten, aangezien slechts dan een voldoend grote aantal windingen van het tapgat kan worden verkregen. Indien de dikte van de wand te gering is, zouden bij het 2000552 2 vastklemmen van de spanbus op de aandrijfas beschadigingen in de schroefdraden kunnen optreden doordat de toelaatbare materiaal spanningen overschreden worden.
Eén en ander houdt in dat de bekende, dikwandige spanbus een zwaar, en met het oog op het opwikkelen dan wel afwikkelen van de kabel sterk overbemeten onderdeel 5 vormt. Een verder nadeel is dat de spanbus, nadat deze verzinkt is, een verdere bewerking moet ondergaan in de vorm het daarin tappen van de schroefdraad.
Het doel van de uitvinding is daarom een aandrijfinrichting van het in de aanhef genoemde type te verschaffen waarvan de spanbus doelmatiger is uitgevoerd. Dat doel wordt bereikt doordat het moerorgaan uitsteekt in radiale richting en dat het buslichaam 10 een kamer heeft waarin een moerorgaan is opgenomen.
Bij de spanbus volgens de uitvinding is de klembout geschroefd in een moerorgaan dat uitsteekt en daardoor een ten opzichte van de wanddikte van het buslichaam een relatief grote axiale afmeting heeft. Dit houdt in dat de schroefdraad van de klembout over een voldoend groot aantal schroefdraadwindingen kan 15 samenwerken met de moer, onafhankelijk van de dikte van het materiaal van het spanbuslichaam. De spanbus kan derhalve gedimensioneerd worden op de afmetingen die nodig zijn voor het opwikkelen en spannen van de kabel, hetgeen inhoudt dat de dikte van de wand van het buslichaam geringer kan zijn. De spanbus kan daardoor lichter en goedkoper worden uitgevoerd.
20 Het moerorgaan kan zowel op de buitenzijde als de binnenzijde van het buslichaam worden aangebracht; de voorkeur gaat echter uit naar de variant waarbij het moerorgaan zich bevindt aan de binnenzijde van het buslichaam. Het moerorgaan is dan goed afgeschermd ten opzichte van de omgeving, zodanig dat geen beschadigingen veroorzaakt kunnen worden aan de kabel of een schermdoek en dergelijke. Het 25 moerorgaan bevindt zich in een speciale naar buiten toe doorgezette kamer aan beide einden van het buslichaam.
Het moerorgaan kan op verschillende wijzen zijn uitgevoerd. Zo kan dit bijvoorbeeld één geheel vormen met het buismateriaal. Dit is mogelijk indien het moerorgaan wordt verkregen door vloeiboren. Een andere mogelijkheid is het 30 moerorgaan uit te voeren als een van inwendige schroefdraad voorziene klinknagel, popnagel en dergelijke die zich bevindt in een in het buismateriaal voorzien gat.
Verder kan het moerorgaan een aparte moer omvatten, waarbij het buslichaam een gat heeft ten opzichte waarvan de moer is uitgelijnd. Een dergelijke moer kan ofwel 3 los in een in het buslichaam voorziene kamer worden geschoven, danwel vast daarin zijn opgenomen zoals bijvoorbeeld door middel van lassen.
Aangezien de moer een bepaalde hoogte heeft, moet de inwendige diameter van de spanbus ter plaatse van het moerorgaan voldoende groot zijn om plaats te bieden aan 5 de moer en de aandrijfas. Volgens een voorkeursuitvoering kan dat worden bereikt indien het buslichaam tenminste een relatief verwijd buseind bezit, en het moerorgaan zich bevindt in het verwijde buseind. Overigens is het ook mogelijk om de gehele spanbus een uniforme, relatief grote diameter te geven.
In verband met een stevige bevestiging van de spanbus op de aandrijfas is bij 10 voorkeur aan tenminste een buseind één en slechts één moerorgaan voorzien, en bezit de binnenzijde van het buslichaam naar binnen wijzende uitsteeksels welke tegen de as steunen.
Teneinde de spanbus stabiel op de aandrijfas te ondersteunen, zijn drie, min of meer regelmatig in omtreksrichting verdeeld aangebrachte steunen nodig. Al dergelijk 15 steunen kunnen worden gevormd door klembouten, opgenomen in even zoveel moeren die in de spanbus zijn opgenomen. Volgens een eenvoudige uitvoeringsvorm kan een dergelijke stabiele ondersteuning evenwel ook worden verkregen indien aan elk buseind een in de moer gestoken tapeind alsmede twee tegenoverliggende vaste uitsteeksels op de as zijn geklemd.
20 De twee uitsteeksels aan een eind vormen elk twee van de hiervoor aangehaalde steunen, terwijl de klembout de derde steun vormt. Door het aandraaien van de klembout kan een stabiele, goed gecentreerde positie van de spanbus ten opzichte van de aandrijfas worden verkregen. De juiste centrering wordt verkregen door de uitsteeksels over de daartoe noodzakelijke afstand naar binnen te laten uitsteken.
25 In een verdere uitvoeringsvorm is het buslichaam aan beide einden verwijd, en is tussen deze einden een wikkelgedeelte met relatief kleine diameter voorzien voor het opwikkelen van de kabel. In een dergelijke uitvoering is de kabel goed beschermd tegen van de spanbus af raken. Bij voorkeur bevinden de uitsteeksels zich in het wikkelgedeelte met relatief kleine diameter.
30 Verder kan zich in de overgang tussen het wikkelgedeelte met relatief kleine diameter en een verwijd buseind zich een opening bevinden voor het insteken van het kabeleind. Het aldus ingestoken kabeleind is dan goed beschermd en kan dan niet meer blijven haken bij het ronddraaien van de aandrijfas met spanbus. Het kabeleind kan 4 worden geborgd tegen losraken door daarin een knoop te leggen, of door daarop een klem te zetten. Een dergelijke knoop of klem is dan eveneens goed beschermd in het verwijde buseind.
Het draadeind kan op vele verschillende manieren worden uitgevoerd. De 5 voorkeur gaat uit naar een variant waarbij het draadeind wordt gevormd door de van schroefdraad voorziene steel van een bout, welke bout een houtkop heeft die zich bevindt aan de buitenzijde van het buslichaam.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een spanbus voor gebruik bij de hiervoor beschreven aandrijfinrichting, omvattende een buslichaam alsmede 10 schroefmiddelen met tenminste een van inwendige schroefdraad voorzien moerorgaan dat uitsteekt in radiale richting en een buslichaam met een kamer waarin een moerorgaan is opgenomen. In de variant daarvan waarbij aan elk buseind één en slechts één moerorgaan is voorzien, en de binnenzijde van het buslichaam naar binnen wijzende uitsteeksels bezit, kunnen deze uitsteeksels elk bestaan uit een doorzetting 15 van het buslichaam. Het buslichaam kan spiegelsymmetrisch zijn uitgevoerd ten opzichte van een symmetrievlak loodrecht op de hartlijn van het buslichaam.
Tevens heeft de uitvinding betrekking op een buslichaam voor de hiervoor beschreven spanbus, alsmede op een kas of warenhuis voorzien van de hiervoor beschreven aandrijfinrichting.
20 Vervolgens zal de uitvinding worden beschreven aan de hand van een in de figuren weergegeven uitvoeringsvoorbeeld.
Figuur 1 toont een aandrijfinrichting met twee spanbussen volgens de uitvinding en daarop opgewikkelde kabels.
Figuur 2 toont een spanbus volgens de uitvinding in perspectief.
25 Figuur 3 toont een spanbus in zijaanzicht.
Figuur 4 toont een eindaanzicht op de spanbus.
Figuur 5 toont de doorsnede volgens V-V van Figuur 4.
Figuur 6 toont de doorsnede volgens VI-VI van Figuur 4.
Figuur 7 toont een toepassingsvoorbeeld van de aandrijfinrichting volgens de 30 uitvinding.
Figuur 8 toont een ander toepassingsvoorbeeld.
Figuur 9 toont een uiteind van een alternatieve uitvoering van de spanbus.
5
Figuur 10 toont een uiteind van een verdere alternatieve uitvoering van de spanbus.
De in Figuur 1 weergegeven aandrijfinrichting volgens de uitvinding omvat een aandrijfas 1 alsmede een tweetal op de aandrijfas 1 geklemde spanbussen 2. Op elk van 5 deze spanbussen 2 is een kabeleind 3 respectievelijk 4 gewikkeld van de in zijn geheel met 26 aangeduide kabel. Deze kabeleinden 3, 4 zijn tegengesteld gewikkeld, zodanig dat bij het opwikkelen van het ene kabeleind 3 het andere kabeleind 4 wordt afgewikkeld, en omgekeerd. Een dergelijke aandrijfinrichting kan voor vele verschillende doeleinden worden gebruikt, waarbij als voorbeeld kan dienen de 10 bediening voor een scherminrichting in een kas of warenhuis. De kabeleinden 3, 4 zijn daarbij verbonden aan een schermprofiel 5 zoals weergegeven in Figuur 7. Kabeleind 4 is omgeleid over geleidingsrol 7, en vervolgens verbonden aan het schermprofiel 5, terwijl het kabeleind 3 is omgeleid over geleidingsrol 6 en vervolgens verbonden aan het schermprofiel 5.
15 Bij het in Figuur 7 gezien rechtsom verdraaien van de aandrijfas 1 wordt het kabeleind 3 opgewikkeld en het kabeleind 4 afgewikkeld. Daarbij bewegen de schermprofielen 5, die door middel van een slipkoppeling 27 zijn verbonden met de kabel 26, in Figuur 7 gezien naar links bewegen. Het aan de schermprofielen 5 bevestigde schermdoek 8 wordt daarbij overgebracht naar de gesloten stand, waarbij 20 het zijn schermwerking kan uitoefenen. Het schermdoek 8 is aan het andere eind verbonden aan bijvoorbeeld een ligger 9 van de kasconstructie, die verder niet getoond is. Bij het linksom draaien van de aandrijfas 1 wordt het schermprofiel 5 naar rechts bewogen, waarbij het schermdoek 8 tot een pakket samengedrukt wordt tegen de ligger 9.
25 In verband met die juiste functionering van een dergelijke aandrijfinrichting is het van belang dat de kabel 26 op de juiste voorspanning blijft. Die voorspanning kan tijdens de levensduur van de aandrijfinrichting achteruitgaan vanwege speling in de diverse mechanische componenten, en vanwege rek in de kabel 26 zelf. Om die reden is het gewenst de kabel 26 van tijd tot tijd te kunnen spannen, hetgeen betekent dat de 30 kabeleinden 3,4 verder op de aandrijfas 1 moeten kunnen worden gewikkeld. Voor dat doel zijn de kabeleinden 3,4 elk opgenomen op een spanbus 2.
De spanbussen 2 volgens de uitvinding bestaan elk uit een buslichaam 11 alsmede uit schroefmiddelen 12. Elk buslichaam 11 bezit twee tegenoverliggende 6 verwijde buseinden 10, waartussen zich het winkelgedeelte 13 bevindt. In de binnenzijde van de verwijde einden 10 is een kamer 14 aangebracht, in welke kamer een moer 15 onverdraaibaar is opgesloten. Het van schroefdraad voorziene gat van de moer 15 is uitgelijnd ten opzichte van een gat 17 in de kamer 14. Via dat gat 17 is een 5 bout 23 in de moer 15 geschroefd. De kop 25 van de bout 23 bevindt zich derhalve goed toegankelijk aan de buitenzijde van de spanbus 2.
Verder zijn in het wikkelgedeelte 13 radiaal naar binnen wijzende uitsteeksels 16 aangebracht, die in het voorbeeld zijn gevormd door het materiaal van het wikkelgedeelte 13 naar binnen door te zetten. Zoals weergegeven in figuur 4, worden 10 deze uitsteeksels 16 bij het aandraaien van de bout 23, in het bijzonder het draadeind 22 daarvan, in de moer 15 stevig op het buitenoppervlak van de aandrijfas 1 geklemd. Daardoor is de verbinding tussen de spanbus 2 en de aandrijfas 1 verzekerd.
In de overgang tussen elk verwijd eind 10 en het wikkelgedeelte 13 bevindt zich verder nog een uitsparing 20 waarin het uiteind 21 van de kabel 4 opneembaar is. Het 15 voordeel van het opnemen van dat uiteind 21 in de uitsparing 20 is dat bij het draaien van de aandrijfas het uiteind van de kabel niet los meedraait en beschadigingen zou kunnen veroorzaken.
Indien de kabel 26 moet worden gespannen, wordt in een eerste fase de betreffende bout 23 losgedraaid. Vervolgens kan de spanbus 2 ten opzichte van de 20 aandrijfas 1 worden verdraaid in de zin van het spannen van de kabel 26, waarna tenslotte in de aldus verkregen onderlinge rotatiepositie van de spanbus 2 en de aandrijfas 1 deze op elkaar kunnen worden geklemd door het aandraaien van de bout 23.
In het uitvoeringsvoorbeeld van figuur 8 zijn twee losse kabeleinden 3, 4 25 toegepast, waarvan het ene uiteind is gewikkeld op een respectievelijke spanbus 2 en waarvan het andere uiteind is bevestigd aan een trek-duwbuis 28. De trek-duwbuis 28 is opgehangen in de rolbeugels 29, Wanneer de aandrijfas 1 linksom wordt gedraaid, trekt het kabeleind 4 de trek-duwbuis naar links. De via de slipkoppelingen 27 met de trek-duwbuis 28 verbonden schermenprofielen bewegen aldus eveneens naar links en 30 brengen daarmee de schermen 8 in de gesloten positie. Omgekeerd worden bij het naar rechts draaien van de aandrijfas 1 de schermen naar rechts geopend.
In de uitvoeringsvorm van Figuur 9 is de moer 15’ in één geheel gevormd met het buismateriaal van de spanbus 11. De inwendige schroefdraad 30 alsmede de moer 15’ 7 kunnen daarbij verkregen zijn door de techniek van het zogenaamde vloeiboren, die op zich bekend is en derhalve hier niet verder zal worden beschreven. Het andere eind van de betreffende spanbus 15’ is overeenkomstig uitgevoerd, en de overige details, zoals de uitsteeksels 16, en de uitsparing 20, komen overeen met die hiervoor beschreven 5 uitvoeringsvorm.
Datzelfde geldt voor de in figuur 10 getoonde variant, waarbij de moer gevormd wordt door de popnagel 15”. Deze popnagel 15”, die op zich bekend is, bevat een flens 31 die zich bevindt tegen de buitenzijde van het buslichaam 11”. De popnagel 15” is aangebracht in het gat 17 in het buslichaam 11”. Door met een op zich bekend 10 gereedschap te steunen op de flens 31, en door middel van een schroeforgaan, geschroefd in de schroefdraad 30, de steel 32 aan te trekken wordt door plastische vervorming de verdikking 33 gevormd. Daarmee is de popnagel 15” bevestigd. Vervolgens kan dezelfde schroefdraad 30 gebruikt worden om daarin het betreffende draadeind te schroeven.
3 0 5 5 2
Claims (26)
1. Aandrijfinrichting, zoals voor het overbrengen van een scherm (8), dat zich in of op een kas of warenhuis bevindt, tussen een geopende stand waarin het scherm (8) is 5 samengedrongen tot een pakket en een gesloten stand waarin het scherm (8) zich uitstrekt over een af te schermen gebied, omvattende een aandrijfas (1), tenminste een op de aandrijfas (1) voorziene spanbus (2) alsmede tenminste een op de spanbus (2) opwikkelbaar respectievelijk van de spanbus afwikkelbaar soepel trekorgaan, zoals een kabel (4), welke spanbus (2) een metalen buslichaam (11) uit 10 omwentelingssymmetrisch buismateriaal omvat alsmede schroefmiddelen (12) die tenminste een van inwendige schroefdraad voorzien moerorgaan (15) alsmede een in dat moerorgaan geschroefd en op de aandrijfas (1) geklemd draadeind (22) omvatten, met het kenmerk dat het moerorgaan (15) uitsteekt in radiale richting en dat het buslichaam een kamer (14) heeft waarin een moerorgaan (15) is opgenomen. 15
2. Aandrijfinrichting volgens conclusie 1, waarbij het moerorgaan een moer (15) omvat, en het buslichaam (11) een gat (17) heeft ten opzichte waarvan de moer (15) is uitgelijnd.
3. Aandrijfinrichting volgens conclusie 1, waarbij het moerorgaan (15’) één geheel vormt met het buismateriaal, en bijvoorbeeld is verkregen door vloeiboren.
4. Aandrijfinrichting volgens conclusie 1, waarbij het moerorgaan een van inwendige schroefdraad voorziene klinknagel, popnagel (15”) en dergelijke omvat die 25 zich bevindt in een in het buismateriaal voorzien gat(17).
5. Aandrijfinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het moerorgaan (15) zich bevindt aan de binnenzijde van het buslichaam (11).
6. Aandrijfinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het buslichaam (11) tenminste een relatief verwijd buseind (10) bezit, en de moer (15) zich bevindt in het verwijde buseind (10). ?000552
7. Aandrijfinrichting volgens conclusie 6, waarbij het buslichaam (11) een cilindrisch wikkelgedeelte (13) met relatief kleine diameter bezit voor het opwikkelen van het soepele trekorgaan (4), alsmede een verwijd cilindrisch buseind (10) met een relatief grote diameter. 5
8. Aandrijfinrichting volgens conclusie 7 wanneer afhankelijk van conclusie 6, waarbij de kamer (14) zich bevindt in het verwijde cilindrische buseind (10)
9. Aandrijfinrichting volgens een der conclusies 6-8, waarbij het buslichaam (11) 10 aan beide einden verwijd is, aan tenminste een buseind (10) één en slechts één moer (15) is voorzien, en de binnenzijde van het buslichaam (11) naar binnen wijzende vaste uitsteeksels (16) bezit welke tegen de aandrijfas (1) steunen.
10. Aandrijfinrichting volgens conclusie 9, waarbij aan elk buseind (10) een in de 15 moer (15) gestoken draadeind (22) alsmede twee tegenoverliggende vaste uitsteeksels (16) op de aandrijfas (1) zijn geklemd.
11. Aandrijfinrichting volgens conclusie 10, waarbij het draadeind (22) en elk uitsteeksel (16) onderling gelijke hoeken, bijvoorbeeld van ongeveer 120 graden, 20 insluiten.
12. Aandrijfinrichting volgens een der conclusies 9-11, waarbij de uitsteeksels (16) zich in het wikkelgedeelte (16) met relatief kleine diameter bevinden.
13. Aandrijfinrichting volgens een der conclusies 7-12, waarbij in de overgang tussen het wikkelgedeelte (16) met relatief kleine diameter en een verwijd buseind (10) zich een opening (20) bevindt voor het insteken van het kabeleind (21).
14. Aandrijfinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het 30 draadeind (22) wordt gevormd door de van schroefdraad voorziene steel van een bout (23), welke bout (23) een boutkop (24) heeft die zich bevindt aan de buitenzijde van het buslichaam (11).
15. Spanbus (2) voor gebruik bij de aandrijfïnrichting volgens een der voorgaande conclusies, omvattende een buslichaam (11) alsmede schroefmiddelen (12) met tenminste een van inwendige schroefdraad voorzien moerorgaan (15), met het kenmerk dat het moerorgaan (15) uitsteekt in radiale richting en dat het buslichaam een 5 kamer (14) heeft waarin een moerorgaan (15) is opgenomen
16. Spanbus volgens conclusie 15, waarbij volgens conclusie 1, waarbij het moerorgaan een moer (15) omvat, en het buslichaam (11) een gat (17) heeft ten opzichte waarvan de moer (15) is uitgelijnd.
17 Spanbus volgens conclusie 16, waarbij het moerorgaan (15’) één geheel vormt met het buismateriaal, en bijvoorbeeld is verkregen door vloeiboren.
18. Spanbus volgens conclusie 16, waarbij het moerorgaan (15”) en van 15 inwendige schroefdraad (30) voorziene klinknagel, popnagel en dergelijke omvat die zich bevindt in een in het buismateriaal voorzien gat (17).
19. Spanbus (2) volgens een der conclusies 15-18, waarbij aan elk buseind (10) één en slechts één moerorgaan (15) is voorzien, en de binnenzijde van het buslichaam 20 (11) naar binnen wijzende uitsteeksels (16) bezit.
20. Spanbus (2) volgens conclusie 19, waarbij elk uitsteeksel (16) bestaat uit een doorzetting van het buslichaam (11), of een aangelaste stomp en dergelijke.
21. Spanbus (2) volgens een der conclusies 19-20, waarbij het buslichaam (11) spiegelsymmetrisch is uitgevoerd ten opzichte van een symmetrievlak loodrecht op de hartlijn van het buslichaam (11).
22. Buslichaam (11) voor een spanbus (2) volgens een der conclusies 15-21, 30 waarbij aan een buseind (10) een kamer (14) is voorzien waarin een moer (15) opneembaar is.
23. Buslichaam voor een spanbus (2) volgens conclusie 17, waarbij het moerorgaan (15’) één geheel vormt met het buismateriaal, en bijvoorbeeld is verkregen door vloeiboren.
24. Buslichaam voor een spanbus (2) volgens conclusie 18, waarbij het moerorgaan (15”) een van inwendige schroefdraad (30) voorzien klinknagel, popnagel en dergelijke omvat die zich bevindt in een in het buismateriaal voorzien gat (17).
25. Buslichaam volgens een der conclusies 22-24, waarbij de binnenzijde naar 10 binnen wij zende uitsteeksels (16) bezit
26. Kas of warenhuis voorzien van een aandrijfinrichting volgens een der conclusies 1-14, omvattende een aandrijfas (1), een op de aandrijfas (1) voorziene spanbus (2), een op de spanbus (2) opwikkelbare respectievelijk van de spanbus 15 afwikkelbare kabel (4), welke spanbus (2) een buslichaam (11) omvat alsmede schroefmiddelen (12) die een op de aandrijfas (1) geklemd draadeind (22) en een in radiale richting uitstekend moerorgaan (15) omvatten, alsmede een scherm (8) dat overbrengbaar is tussen een geopende stand waarin het scherm (8) is samengedrongen tot een pakket en een gesloten stand waarin het scherm (8) zich uitstrekt over een af te 20 schermen gebied, waarbij de kabel (4) aandrijvend samenwerkt met het scherm (8). " Λ 0 0 5 5 2
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000552A NL2000552C2 (nl) | 2007-03-21 | 2007-03-21 | Aandrijfinrichting voor een scherm in kas of warenhuis, alsmede spanbus daarvoor. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000552 | 2007-03-21 | ||
| NL2000552A NL2000552C2 (nl) | 2007-03-21 | 2007-03-21 | Aandrijfinrichting voor een scherm in kas of warenhuis, alsmede spanbus daarvoor. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2000552C2 true NL2000552C2 (nl) | 2008-09-24 |
Family
ID=38658475
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2000552A NL2000552C2 (nl) | 2007-03-21 | 2007-03-21 | Aandrijfinrichting voor een scherm in kas of warenhuis, alsmede spanbus daarvoor. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2000552C2 (nl) |
Cited By (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN104061247A (zh) * | 2014-06-23 | 2014-09-24 | 山东电力建设第一工程公司 | 汽轮发电机组转子联轴器中心找正盘动装置 |
| CN105121881A (zh) * | 2013-05-23 | 2015-12-02 | 索尤若驱动有限及两合公司 | 轴毂连接结构和减速电机 |
Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2273102A (en) * | 1941-02-14 | 1942-02-17 | Harry A Harris | Grip bolt |
| GB590038A (en) * | 1945-04-10 | 1947-07-07 | Walter Oscar Sjogren | Coupling |
| FR2602259A1 (fr) * | 1986-08-01 | 1988-02-05 | Chagnard Daniel | Dispositif pour deplier (ou replier) une couverture a l'interieur d'un abri |
| US5265373A (en) * | 1991-01-15 | 1993-11-30 | Cravo Equipment Ltd. | Curtain system |
| GB2347170A (en) * | 1998-10-30 | 2000-08-30 | Torrington Co | Steering column shaft clamp |
| US20030035712A1 (en) * | 2001-04-24 | 2003-02-20 | Hopper Douglas A. | Wire rope drive mechanism for reciprocating linear motion |
-
2007
- 2007-03-21 NL NL2000552A patent/NL2000552C2/nl active Search and Examination
Patent Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2273102A (en) * | 1941-02-14 | 1942-02-17 | Harry A Harris | Grip bolt |
| GB590038A (en) * | 1945-04-10 | 1947-07-07 | Walter Oscar Sjogren | Coupling |
| FR2602259A1 (fr) * | 1986-08-01 | 1988-02-05 | Chagnard Daniel | Dispositif pour deplier (ou replier) une couverture a l'interieur d'un abri |
| US5265373A (en) * | 1991-01-15 | 1993-11-30 | Cravo Equipment Ltd. | Curtain system |
| GB2347170A (en) * | 1998-10-30 | 2000-08-30 | Torrington Co | Steering column shaft clamp |
| US20030035712A1 (en) * | 2001-04-24 | 2003-02-20 | Hopper Douglas A. | Wire rope drive mechanism for reciprocating linear motion |
Cited By (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN105121881A (zh) * | 2013-05-23 | 2015-12-02 | 索尤若驱动有限及两合公司 | 轴毂连接结构和减速电机 |
| CN104061247A (zh) * | 2014-06-23 | 2014-09-24 | 山东电力建设第一工程公司 | 汽轮发电机组转子联轴器中心找正盘动装置 |
| CN104061247B (zh) * | 2014-06-23 | 2016-03-02 | 山东电力建设第一工程公司 | 汽轮发电机组转子联轴器中心找正盘动装置 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| EP2434179B1 (en) | Securing mechanism for shackle | |
| US9133875B2 (en) | Hanger with bolt closure | |
| JP5903098B2 (ja) | 吊り下げ機とレールとを有する装置 | |
| CN105579757B (zh) | 张紧夹或管夹 | |
| US7926788B2 (en) | Conduit attachment system for a cable puller | |
| NL2000552C2 (nl) | Aandrijfinrichting voor een scherm in kas of warenhuis, alsmede spanbus daarvoor. | |
| US20080078891A1 (en) | Retention Clip Assembly | |
| WO2016162905A1 (ja) | 接続ナットおよびホールダウン工法 | |
| US9016649B2 (en) | Movable device for holding reels and spools | |
| CA2994334C (en) | Cable guide for drill line slip and cut operations on a drilling rig and related method for achieving a tensioned state of the drill line | |
| CN105819281B (zh) | 一种电缆卷筒装置 | |
| JP6104372B2 (ja) | 少なくとも1つのねじロックを有する締付けリングクロージャ | |
| US6644583B2 (en) | Wire rope tensioning device | |
| KR101414219B1 (ko) | 케이블 교량용 고정밀 케이블 고정장치 | |
| JP5974571B2 (ja) | 斜杭の振れ止め治具 | |
| NL1028828C2 (nl) | Hefinrichting voor gebruik bij het monteren en/of demonteren van zware flensbouten en werkwijze voor het monteren van een dergelijke flensbout. | |
| KR101666386B1 (ko) | 조가선 장력 이탈용 밴드 브라켓 | |
| JP2020526721A (ja) | 小径部を有するねじを用いたプロファイル・クランプ | |
| US8171695B2 (en) | Arm connection for a structural member | |
| JP2010084894A (ja) | パイプ接続用治具 | |
| KR0175739B1 (ko) | 연속된 강연선을 전주상에 클램핑할 수 있는 케이블 가설용 완충클램프 | |
| JP3114414U (ja) | 壁つなぎ取付具 | |
| CN110980493B (zh) | 一种用于保护钢丝绳的可拆卸式组合夹具 | |
| EP2522892A1 (fr) | Tige de supportage, ensemble de supportage comprenant une telle tige et procédé de mise en place d'un tel ensemble | |
| FR2958264A1 (fr) | Systeme d'axe pour ensemble de liaison d'un mat-reacteur sous une voilure d'aeronef |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up |