NL2000293C2 - Inrichting voor het doseren van veevoer. - Google Patents
Inrichting voor het doseren van veevoer. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2000293C2 NL2000293C2 NL2000293A NL2000293A NL2000293C2 NL 2000293 C2 NL2000293 C2 NL 2000293C2 NL 2000293 A NL2000293 A NL 2000293A NL 2000293 A NL2000293 A NL 2000293A NL 2000293 C2 NL2000293 C2 NL 2000293C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- conveyor
- feed
- mixing
- loading container
- container
- Prior art date
Links
- 241000283690 Bos taurus Species 0.000 title description 12
- 235000002595 Solanum tuberosum Nutrition 0.000 title 1
- 244000061456 Solanum tuberosum Species 0.000 title 1
- 238000009434 installation Methods 0.000 title 1
- 238000005303 weighing Methods 0.000 claims description 9
- 244000144972 livestock Species 0.000 claims description 7
- 241001465754 Metazoa Species 0.000 claims description 4
- 238000000034 method Methods 0.000 abstract 1
- 230000000712 assembly Effects 0.000 description 4
- 238000000429 assembly Methods 0.000 description 4
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 3
- 230000003213 activating effect Effects 0.000 description 2
- 239000002028 Biomass Substances 0.000 description 1
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 238000003780 insertion Methods 0.000 description 1
- 230000037431 insertion Effects 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
- 238000005259 measurement Methods 0.000 description 1
- 230000001105 regulatory effect Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K5/00—Feeding devices for stock or game ; Feeding wagons; Feeding stacks
- A01K5/001—Fodder distributors with mixer or shredder
- A01K5/005—Fodder distributors with mixer or shredder where fodder, e.g. bales, is conveyed by conveyor or slide to mixing or shredding elements on transversal and horizontal axes
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Birds (AREA)
- Animal Husbandry (AREA)
- Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
- Feeding And Watering For Cattle Raising And Animal Husbandry (AREA)
- Apparatuses For Bulk Treatment Of Fruits And Vegetables And Apparatuses For Preparing Feeds (AREA)
Description
NL9223-Vo/hv
Inrichting voor het doseren van veevoer
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het doseren van veevoer.
Dergelijke inrichtingen zijn in verschillende uitvoeringen bekend, zoals bijvoorbeeld beschreven in het DE-A-5 3307928 en het NL-A-7901217.
Het is een doelstelling van de onderhavige uitvinding om een verbeterde inrichting van het bovengenoemde type te verschaffen.
Aldus verschaft de uitvinding een inrichting voor het 10 doseren van veevoer, voorzien van een laadbak met een invoer-uiteinde en een uitvoeruiteinde en met een bodem die is uitgerust met een transporteur voor het tussen het invoeruiteinde en het uitvoeruiteinde transporteren van veevoer, waarbij ter plaatse van het uitvoeruiteinde en/of het invoeruiteinde van 15 de laadbak een mengorgaan voor het mengen van het door de transporteur aangevoerde veevoer is aangebracht.
Door de genoemde maatregelen wordt een effectief werkende inrichting verkregen die het mengen van het veevoer op diverse manieren kan bewerkstelligen.
20 In een de voorkeur genietende uitvoeringsvorm zijn ter plaatse van het uitvoeruiteinde en/of het invoeruiteinde van de laadbak doseermiddelen aangebracht voor het gedoseerd afgeven van door de transporteur aangevoerd veevoer.
Deze doseermiddelen (die uit extra organen kunnen be-25 staan, doch ook slechts een afvoeropening kunnen omvatten) maken het mogelijk om het gemengde veevoer op de gewenste wijze af te geven.
Bij voorkeur omvatten de doseermiddelen ten minste één dwars op de transporteur gerichte dwarstransporteur. Met be-30 hulp van deze dwarstransporteur kan het door de transporteur aangevoerde veevoer in dwarsrichting (dat wil zeggen dwars op de langsas van de laadbak die in het algemeen samenvalt met de transportrichting van de transporteur) worden afgeven, bij -voorbeeld links of rechts van de inrichting in een voergang 35 voor het vee.
2
Een dergelijke dwarstransporteur kan in tegengestelde richtingen aandrijfbaar zijn, zodat deze geschikt is om het aan beide zijden {links en rechts) afgeven van veevoer te bewerkstelligen. Het zou echter ook denkbaar kunnen zijn dat de 5 doseermiddelen bestaan uit ten minste twee dwarstransporteurs die in tegengestelde richtingen worden aangedreven.
In een de voorkeur genietende uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding is de laadbak aan het uitvoer-uiteinde en/of aan het invoeruiteinde voorzien van een eind-10 wand die beweegbaar is naar een positie tussen een sluitstand voor het afsluiten van de laadbak zodat het door de transporteur aangevoerde veevoer niet kan worden afgegeven, en een open stand waarin het door de transporteur aangevoerde veevoer wel kan worden afgegeven.
15 In de sluitstand van de eindwand kan door geschikte mid delen in de laadbak toegevoerd veevoer worden gemengd. In de open stand kan het veevoer (al dan niet gemengd) worden afgegeven. Door een positie tussen deze twee uiterste standen te kiezen, kan de hoeveelheid veevoer dat wordt afgegeven, naar 20 keuze worden geregeld.
In een handige uitvoeringsvorm is de eindwand aan de bovenzijde om een in hoofdzaak horizontale as draaibaar verbonden met de laadbak. Dit is een constructief eenvoudige oplossing om de beweegbaarheid van de eindwand te bewerkstelligen. 25 Verder is het dan gunstig, wanneer de eindwand is voor zien van een genoemd mengorgaan voor het mengen van het door de transporteur aangevoerde veevoer. Een dergelijk mengen zal in het algemeen plaatsvinden wanneer de eindwand zich in zijn sluitstand bevindt.
30 Diverse constructieve varianten van een dergelijke van een mengorgaan voorziene eindwand zijn denkbaar. Als niet beperkende voorbeelden worden genoemd: een boogvormige eindwand die is voorzien van een eindloze mengtransporteur (waardoor in de lengterichting van de laadbak een menging van het veevoer 35 wordt bewerkstelligd); een dergelijke boogvormige eindwand met ten minste twee naast elkaar gelegen mengtransporteurs die naar keuze met verschillende snelheden aandrijfbaar zijn (zodat ook een menging in de dwarsrichting van de laadbak kan worden bewerkstelligd); een aantal boogvormig geplaatste, re- 3 chte transporteurs; een boogvormige eindwand die is voorzien van een aantal opeenvolgende aandrijfbare mengrollen (opnieuw ter verkrijging van, in hoofdzaak, een menging in de langs-richting van de laadbak) ·, en een dergelijke boogvormige eind-5 wand met opeenvolgende stellen met ten minste telkens twee naast elkaar gelegen mengrollen die naar keuze met verschillende snelheden aandrijfbaar zijn (eveneens ter verkrijging van een aanvullende dwarsmenging).
In een andere gunstige uitvoeringsvorm van de inrichting 10 volgens de utvinding is ter plaatse van het toevoeruiteinde een op de transporteur aansluitende toevoertransporteur aangebracht die beweegbaar is tussen een eerste positie waarin het van de transporteur afgekeerde uiteinde daarvan zich onder het niveau van de transporteur bevindt, en een tweede positie 15 waarin het van de transporteur afgekeerde uiteinde van de toe-voertransporteur zich in hoofdzaak op hetzelfde niveau als de transporteur bevindt en de transporteur en toevoertransporteur in hoofdzaak in eikaars verlengde liggen.
Een dergelijke beweegbare toevoertransporteur kan behulp-20 zaam zijn om, onder bepaalde situaties, op effectieve wijze veevoer in de laadbak aan de transporteur toe te voeren. In de eerste positie van deze toevoertransporteur kan op een laag niveau aanwezige veevoer naar de transporteur worden geleid; de tweede positie wordt bijvoorbeeld ingenomen wanneer al het 25 veevoer in de laadbak is opgenomen en een menging daarbinnen plaats moet vinden.
Tevens is het mogelijk, dat ter plaatse van het toevoeruiteinde een in hoofdzaak horizontaal gerichte draagplaat is aangebracht die door een geschikte manipulatie van de laadbak 30 onder een veevoervoorraad kan worden aangebracht.
Ook een dergelijke draagplaat kan behulpzaam zijn bij het op geschikte wijze manipuleren (bijvoorbeeld toevoeren) van veevoer.
Wanneer een dergelijke draagplaat is toegepast, kan het 35 van voordeel zijn dat deze is aangebracht tussen twee op een afstand van elkaar gelegen, elk in een horizontaal vlak gelegen zijplaten die om een in hoofdzaak horizontale as roteerbaar met de laadbak zijn verbonden. In combinatie met de zij- 4 platen vormt de draagplaat een orgaan waarmee het veevoer op effectieve wijze kan worden gemanipuleerd en omsloten.
Dan is het ook gunstig wanneer de zijplaten achterwaarts vanaf de laadbak uitsteken. Ze kunnen dan dienen als aanslag 5 bij het achteruit rijden van de laadbak tijdens het insteken van de draagplaat onder een veevoedervoorraad.
Verder is het voor het toevoeren van veevoer aan de laadbak en de daarin aanwezige transporteur gunstig, wanneer ter plaatse van het toevoeruiteinde een snijvoorziening voor het 10 van een veevoervoorraad lossnijden van veevoer is aangebracht. Een dergelijke snijvoorziening kan op zichzelf van een bekend type zijn en bijvoorbeeld zijn uitgevoerd als een U-vormige snij raam dat met behulp van geschikte draagarmen draaibaar om een horizontale as op de laadbak is bevestigd. Tevens kunnen 15 instelvoorzieningen zijn toegepast (op zichzelf bekend) teneinde de hoeveelheid door de snijvoorziening losgesneden veevoer te regelen.
Bij toepassing van een dergelijke snijvoorziening geniet het de voorkeur, dat deze tevens is voorzien van een om een in 20 hoofdzaak horizontale as roteerbare cilindrische rol voor het in de laadbak bewegen van door de snijvoorziening losgesneden veevoer. Het veevoer dat door de snijvoorziening is losgesneden (of gedeeltelijk is losgesneden, aangezien een onderste gedeelte daarvan nog steeds verbonden kan zijn met de veevoer-25 voorraad) wordt door de roterende cilindrische rol in de laadbak geworpen en valt op de transporteur.
Een snijvoorziening als in het voorgaande beschreven kan op effectieve wijze samenwerken met een eerder genoemde toe-voervoorziening en een eerder genoemde draagplaat. In een on-30 derste positie van een dergelijke snijvoorziening kan deze tevens de laadbak aan de achterzijde afsluiten (eventueel in combinatie met de hiervoor genoemde zijplaten, toevoertrans-porteur en draagplaat), waarna een menging in de laadbak kan plaatsvinden en een daarop aansluitend afgeven van het gemeng-35 de veevoer door middel van de doseermiddelen aan de tegenovergelegen zijde van de laadbak.
Tenslotte geniet het de voorkeur, dat de inrichting is voorzien van weegorganen ter bepaling van het gewicht van het zich in de laadbak bevindende veevoer. Bijvoorbeeld is het mo- 5 gelijk dat de laadbak en de transporteur (en eventueel, indien toegepast, toevoertransporteur en mengorgaan) een constructieve eenheid vormen die door middel van weegorganen wordt gedragen op een chassis. Echter zijn ook andere uitvoeringen denk-5 baar om het wegen op accurate wijze te bewerkstelligen.
De uitvinding wordt hierna nader toegelicht aan de hand van de tekening, waarin een inrichting volgens de uitvinding is weergegeven. Hierin toont: figuur 1 een uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de 10 uitvinding schematisch in zijaanzicht in een eerste positie; figuur 2 de in figuur 1 getoonde inrichting in een tweede positie; figuur 3 de in figuur 1 en figuur 2 getoonde inrichting in een derde positie, en 15 figuren 4-7 diverse andere uitvoeringsvormen in een sche matisch zijaanzicht.
Eerst verwijzend naar figuur l, wordt een inrichting voor het doseren van veevoer getoond die is voorzien van een laadbak 1 met een invoeruiteinde 2 en een uitvoeruiteinde 3. In de 20 getoonde uitvoeringsvorm bevindt de laadbak 1 (met alle daarop bevestigde, later te beschrijven onderdelen van de inrichting) zich op een chassis 4 met wielen 5. Aan de zijde van het uitvoeruiteinde 3 is het chassis 4 (zoals bijvoorbeeld in figuur 2 of figuur 3 zichtbaar is) voorzien van een dissel 6 zodat de 25 inrichting als een aanhanger kan worden gekoppeld met een trekkend voertuig, zoals een trekker. Het zou echter ook denkbaar kunnen zijn dat de inrichting zelfrijdend is.
De bodem van de laadbak 1 is voorzien van een transporteur 7 (in de getoonde uitvoeringsvorm een om keerrollen 8,9 30 lopende eindloze band- of kettingtransporteur) die veevoer vanaf het invoeruiteinde 2 naar het uitvoeruiteinde 3 kan transporteren.
Ter plaatse van het uitvoeruiteinde 3 van de inrichting bevindt zich op een niveau onder de laadbak 1 een dwars op de 35 transporteur 7 gerichte dwarstransporteur 10. Bij voorkeur is deze dwarstransporteur 10 in tegengestelde richtingen aan-drijfbaar (in het bijzonder in figuur 1 loodrecht uit het vlak van tekening en loodrecht in het vlak van tekening). Deze 6 dwarstransporteur 10 kan bijvoorbeeld bestaan uit een eindloze transportband of -ketting die om keerrollen 11 loopt.
Ter plaatse van het uitvoeruiteinde 3 is de laadbak 1 voorzien van een eindwand 12 die is voorzien van een mengor-5 gaan 13 voor het mengen van door de transporteur 7 aangevoerd veevoer. In de getoonde uitvoeringsvorm is de eindwand 13 boogvormig uitgevoerd en voorzien van een als eindloze meng-transporteur uitgevoerd mengorgaan 13. Loodrecht op het vlak van tekening kan er een aantal (ten minste twee) naast elkaar 10 gelegen mengtransporteurs aanwezig zijn die naar keuze met verschillende snelheden aandrijfbaar zijn, zodat naast een menging van het veevoer in de langsrichting van de laadbak 1 ook een menging in dwarsrichting kan worden bewerkstelligd.
In plaats van de getoonde uitvoeringsvorm met eindloze 15 mengtransporteur, zijn ook andere constructieve uitvoeringsvormen van het mengorgaan 13 denkbaar, bijvoorbeeld uitgevoerd als een aantal opeenvolgende aandrijfbare mengrollen.
In het bijzonder mede verwijzend naar figuur 3, is zichtbaar, dat de eindwand 12 beweegbaar is tussen een sluitstand 20 (figuur 1) voor het afsluiten van de laadbak 1 zodat het door de transporteur 7 aangevoerde veevoer de dwarstransporteur 10 niet kan bereiken, en een open stand (figuur 3) waarin het door de transporteur 7 aangevoerde veevoer de dwarstransporteur 10 wel kan bereiken. De eindwand 12 kan tevens naar wens 25 posities innemen tussen de uiterste standen volgens de figuren 1 en 3. Hierdoor kan de hoeveelheid veevoer die ter plaatse van het uitvoeruiteinde 3 de laadbak 1 verlaat en de dwarstransporteur 10 bereikt, worden geregeld.
Opgemerkt wordt, dat de beweegbare eindwand 12 ook de mo-30 gelijkheid kan verschaffen om veevoer toe te voeren in de laadbak 1 vanaf het uitvoeruiteinde 3 daarvan.
Voor het bewegen van de eindwand 12 kunnen diverse (niet getoonde) aandrijfvoorzieningen, zoals bijvoorbeeld een cilinder- zuigersamenstel, worden toegepast.
35 Nabij zijn invoeruiteinde 2 wordt de laadbak 1 zijdelings begrensd door twee op een afstand van elkaar gelegen zijplaten 14 (waarvan er in de figuren telkens slechts één zichtbaar is) die roteerbaar zijn om een horizontale as die in hoofdaak samenvalt met de achterste keerrol 9 van de transporteur 7. Voor 7 het bewerkstelligen van de rotatiebeweging van de zijplaten 14 dienen cilinder- zuigersamenstellen 15 die met hun ene uiteinde met een betreffende zijplaat, en met hun tegenover gelegen uiteinde met het chassis 4 van de inrichting zijn verbonden.
5 Aan het achterste uiteinde van de zijplaten 14 strekt zich, aan hun onderzijde, tussen deze een in hoofdzaak horizontaal gerichte draagplaat 16 uit die naar achteren toe spits toeloopt. Door een geschikte manipulatie van de laadbak 1 (of door het geschikt verplaatsen van het van wielen 5 voorziene 10 chassis 4 door middel van een trekker) kan deze draagplaat 16 onder een veevoervoorraad (niet getoond) worden gestoken.
Dichtbij de draagplaat 16 bevindt zich een tussen de zij -platen 14 gemonteerde keerrol 17 om welke een toevoertranspor-teur 18 loopt. Deze toevoertransporteur 18 sluit ter plaatse 15 van zijn van de keerrol 17 afgekeerde uiteinde aan op de transporteur 7.
Ter plaatse van hun voorste uiteinden zijn de zijplaten 14 voorzien van zwenkassen 19 om welke draagarmen 20 kunnen verzwenken die ter plaatse van hun van de zwenkassen 19 afge-20 keerde uiteinden tussen zich in een snijvoorziening 21 voor het van een veevoervoorraad lossnijden van veevoer dragen. De snijvoorziening 21, die om een instelas 22 roteerbaar met de draagarmen 20 verbonden kan zijn (voor het instellen van de hoeveelheid veevoer die van de veevoervoorraad wordt losgesne-25 den), kan van een op zichzelf bekend type zijn, bijvoorbeeld uitgevoerd als een U-vormig snij raam.
In de getoonde uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvindding is de snijvoorziening 21 tevens voorzien van een om een in hoofdzaak horizontale as roteerbare cilindrische 30 rol 23 waarmee door de snijvoorziening 21 losgesneden veevoer in de laadbak 1 kan worden bewogen.
Tenslotte kunnen zich tussen de laadbak l (of diverse onderdelen daarvan) en het chassis 4 weegorganen 24 bevinden ter bepaling van het gewicht van het zich in de laadbak 1 bevin-35 dende veevoer. Opgemerkt wordt, dat de positie van de weegorganen 24 in figuur 1 louter illustratief is bedoeld, en dat deze positie (of het aantal weegorganen) hiervan kan afwijken.
De inrichting werkt als volgt: 8
Nadat door activering van het cilinder- zuigersamenstel 15 de zijplaten 14 naar de in figuur 1 getoonde stand zijn geroteerd waarin de draagplaat 16 zich dichtbij de grond bevindt en het achterste, om de keerrol 17 lopende uiteinde van de 5 toevoertransporteur 18 zich onder het niveau van de transporteur 7 (in het bijzonder dicht boven de grond) bevindt, worden cilinder- zuigersamenstellen 25 (in figuur 1 slechts schematisch weergegeven, doch in de figuren 2 en 3 volledig weergegeven) die zich uitstrekken tussen de zijplaten 14 en de 10 draagarmen 20, bekrachtigd om de draagarmen 20 naar de in figuur 1 weergegeven bovenste positie te verzwenken. In een dergelijke bovenste positie torent de snijvoorziening 21 uit boven de inrichting, en kan deze een zich achter de inrichting bevindende veevoervoorraad, niet getoond, aan de bovenzijde 15 passeren. Vervolgens wordt, in deze positie van de diverse bestanddelen van de inrichting, de laadbak 1 door middel van zijn van wielen 5 voorziene chassis 4 achteruit bewogen totdat de draagplaat 16 zich onder een veevoervoorraad bevindt. Hierna worden de cilinder- zuigersamenstellen 25 opnieuw bekrach-20 tigd teneinde de draagarmen 20 (en de hiermee verbonden snij-voorziening 21 en rol 23) geleidelijk naar een onderste positie te bewegen (in figuur 1 aangeduid door de verwijzingscij-fers 20', 21' respectievelijk 23'), waarbij de snijvoorziening 21 een hoeveelheid veevoer van een veevoervoorraad (niet ge-25 toond) lossnijdt en de rol 23 dit losgesneden veevoer in de laadbak 1 werpt (alwaar het op de transporteur 7 valt). Tevens zal een gedeelte van het veevoer op de toevoertransporteur 18 vallen die het veevoer eveneens in de richting van de laadbak 1 en op de transporteur 7, beweegt.
30 Wanneer de snijvoorziening 21 de onderste positie (aange duid door 21') heeft bereikt, is de laadbak 1 aan de achterzijde (ter plaatse van het invoeruiteinde 2) in hoofdzaak afgesloten door de combinatie van zijplaten 14, snijvoorziening 21 en toevoertransporteur 18.
35 Aan de voorzijde van de laadbak 1 (ter plaatse van het uitvoeruiteinde 3) bevindt de eindwand 12 zich in de gesloten positie, zoals getoond in figuur 1.
In figuur 2 is een volgende fase weergegeven. Door een activering van de cilinder- zuigersamenstellen 15 zijn de zij- 9 platen 14 naar een nieuwe stand geroteerd (in de figuren in een richting tegen de wijzers van de klok in) waarbij het van de draagplaat 16 voorziene achterste uiteinde is opgetild. Tevens heeft hierdoor de toevoertransporteur 18 een nieuwe posi-5 tie verkregen waarin deze zich in hoofdzaak op hetzelfde niveau als de transporteur 7, in het verlengde daarvan, bevindt. Aan de voorzijde is de eindwand 12 nog steeds gesloten.
In deze, in figuur 2 getoonde, configuratie van de inrichting kan met behulp van het mengorgaan 13 (geholpen door 10 de transporteur 7) een menging plaatsvinden van het zich in de laadbak 1 bevindende veevoer. De hoeveelheid van het in de laadbak 1 aanwezige veevoer kan worden gemeten met de (in figuur 1 weergegeven) weegorganen 24.
Tenslotte verwijzend naar figuur 3 is een configuratie 15 van de inrichting weergegeven, waarbij de eindwand 12 om een desbetreffend scharnierpunt 26 naar een geopende positie is bewogen. Het zich in de laadbak 1 bevindende veevoer kan thans door de transporteur 7 (en, eventueel, in mindere mate door het mengorgaan 13) worden toegevoerd aan de dwarstransporteur 20 10 die het veevoer in dwarsrichting kan afgeven (bijvoorbeeld aan zich links en rechts van de inrichting bevindende voergan-gen voor vee). De hoeveelheid door de dwarstransporteur 10 af-gevoerd veevoer kan enerzijds door de snelheid, waarmee deze dwarstransporteur 10 wordt aangedreven, worden geregeld, doch 25 ook door de mate waarin de eindwand 12 wordt geopend. Tevens heeft de snelheid van de transporteur 7 (en eventueel het mengorgaan 13) hierop een invloed.
Tijdens het afgeven van het veevoer door middel van de dwarstransporteur 10 blijven de weegorganen 24 continu metin-30 gen uitvoeren, zodat de afgegeven hoeveelheid veevoer (alsmede de nog in de laadbak 1 resterende hoeveelheid veevoer) te allen tijde precies kan worden bepaald.
Tenslotte wordt kort verwezen naar de figuren 4-7 die diverse andere uitvoeringsvormen van de inrichting volgens de 35 uitvinding tonen, elk zonder snijvoorziening. In figuur 4 bezit de inrichting slechts een scharnierbare eindwand 12 met mengorgaan 13. Er is geen doseerorgaan, zoals de dwarstransporteur 10. Figuur 5 wijkt af van figuur 4 doordat ook aan het andere uiteinde van de laadbak 1 een vergelijkbare, scharnier- 10 bare eindwand 12' met mengorgaan 13' aanwezig is. De uitvoeringsvorm volgens figuur 6 wijkt af van die volgens figuur 4 door de toepassing van een dwarstransporteur 10 aan de voorzijde van de laadbak 1, en de uitvoeringsvorm volgens figuur 7 5 bezit een dwarstransporteur 10' aan de achterzijde.
De uitvinding is niet beperkt tot de in het voorgaande beschreven uitvoeringsvormen die binnen het door de conclusies bepaalde kader van de onderhavige uitvinding op velerlei wijze kunnen worden gevarieerd. Zo is de inrichting ook geschikt 10 voor het mengen en doseren van andere materialen, zoals biomassa of dergelijke.
15
Claims (19)
1. Inrichting voor het doseren van veevoer, voorzien van een laadbak met een invoeruiteinde en een uitvoeruiteinde en met een bodem die is uitgerust met een transporteur voor het tussen het invoeruiteinde en het uitvoeruiteinde transpor- 5 teren van veevoer, waarbij ter plaatse van het uitvoeruiteinde en/of het invoeruiteinde van de laadbak een mengorgaan voor het mengen van het door de transporteur aangevoerde veevoer is aangebracht.
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij ter plaat- 10 se van het uitvoeruiteinde en/of het invoeruiteinde van de laadbak doseermiddelen zijn aangebracht voor het gedoseerd af-geven van door de transporteur aangevoerd veevoer.
3. Inrichting volgens conclusie 2, waarbij de doseermiddelen ten minste één dwars op de transporteur gerichte 15 dwarstransporteur omvatten.
4. Inrichting volgens conclusie 3, waarbij de dwar-stransporteur in tegengestelde richtingen aandrijfbaar is.
5. Inrichting volgens een der voorafgaande conclusies, waarbij de laadbak aan het uitvoeruiteinde en/of aan het 20 invoeruiteinde is voorzien van een eindwand die beweegbaar is naar een positie tussen een sluitstand voor het afsluiten van de laadbak zodat het door de transporteur aangevoerde veevoer niet kan worden afgegeven, en een open stand waarin het door de transporteur aangevoerde veevoer wel kan worden afgegeven.
6. Inrichting volgens conclusie 5, waarbij de eind wand aan de bovenzijde om een in hoofdzaak horizontale as draaibaar is verbonden met de laadbak.
7. Inrichting volgens conclusie 5 of 6, waarbij de eindwand is voorzien van een genoemd mengorgaan voor het men- 30 gen van het door de transporteur aangevoerde veevoer.
8. Inrichting volgens conclusie 7, waarbij de eindwand boogvormig is en is voorzien van een eindloze mengtrans-porteur.
9. Inrichting volgens conclusie 8, waarbij er ten , 35 minste twee naast elkaar gelegen mengtransporteurs zijn die naar keuze met verschillende snelheden aandrijfbaar zijn.
10. Inrichting volgens conclusie 7, waarbij het meng-orgaan bestaat uit een aantal boogvormig geplaatste, rechte transporteurs.
11. Inrichting volgens conclusie 7, waarbij de eind- 5 wand boogvormig is en is voorzien van een aantal opeenvolgende aandrijfbare mengrollen.
12. Inrichting volgens conclusie 11, waarbij er opeenvolgende stellen met ten minste telkens twee naast elkaar gelegen mengrollen zijn die naar keuze met verschillende shelhe- 10 den aandrijfbaar zijn.
13. Inrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij ter plaatse van het toevoeruiteinde een op de transporteur aansluitende toevoertransporteur is aangebracht die beweegbaar is tussen een eerste positie waarin het van de 15 transporteur afgekeerde uiteinde daarvan zich onder het niveau van de transporteur bevindt, en een tweede positie waarin het van de transporteur afgekeerde uiteinde van de toevoertrans-porteur zich in hoofdzaak op hetzelfde niveau als de transporteur bevindt en de transporteur en toevoertransporteur in 20 hoofdzaak in eikaars verlengde liggen.
14. Inrichting volgens een der voorafgaande conclusies, waarbij ter plaatse van het toevoeruiteinde een in hoofdzaak horizontaal gerichte draagplaat is aangebracht die door een geschikte manipulatie van de laadbak onder een vee- 25 voervoorraad kan worden gestoken.
15. Inrichting volgens conclusie 14, waarbij de draagplaat is aangebracht tussen twee op een afstand van elkaar gelegen, elk in een horizontaal vlak gelegen zijplaten die om een in hoofdzaak horizontale as roteerbaar met de laadbak zijn 3. verbonden.
16. Inrichting volgens conclusie 15, waarbij de zijplaten achterwaarts vanaf de laadbak uitsteken.
17. Inrichting volgens een der voorafgaande conclusies, waarbij ter plaatse van het toevoeruiteinde een snij- 35 voorziening voor het van een veevoervoorraad lossnijden van veevoer is aangebracht.
18. Inrichting volgens conclusie 17, waarbij de snij-voorziening tevens is voorzien van een om een in hoofdzaak ho- rizontale as roteerbare cilindrische rol voor het in de laadbak bewegen van door de snijvoorziening losgesneden veevoer.
19. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, voorzien van weegorganen ter bepaling van het gewicht van het 5 zich in de laadbak bevindende veevoer.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000293A NL2000293C2 (nl) | 2006-03-24 | 2006-10-30 | Inrichting voor het doseren van veevoer. |
Applications Claiming Priority (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000037A NL2000037C2 (nl) | 2006-03-24 | 2006-03-24 | Inrichting voor het doseren van veevoer. |
| NL2000037 | 2006-03-24 | ||
| NL2000293A NL2000293C2 (nl) | 2006-03-24 | 2006-10-30 | Inrichting voor het doseren van veevoer. |
| NL2000293 | 2006-10-30 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2000293C2 true NL2000293C2 (nl) | 2007-09-25 |
Family
ID=38740431
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2000293A NL2000293C2 (nl) | 2006-03-24 | 2006-10-30 | Inrichting voor het doseren van veevoer. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2000293C2 (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP2545767A3 (de) * | 2011-07-14 | 2014-04-30 | B. Strautmann & Söhne GmbH & Co. KG | Futtermischwagen |
Citations (9)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL7901217A (nl) | 1979-02-15 | 1980-08-19 | Schuitemaker Mach Bv | Werkwijze en inrichting voor het met behulp van een landbouwwagen transporteren en doseren van kuilvoer of dergelijk materiaal. |
| EP0047446A1 (de) * | 1980-09-09 | 1982-03-17 | von der Heide, Hans | Gerät zum Abtragen, Laden, Transportieren, Bereiten und Austeilen von Tierfutter |
| DE3307928A1 (de) | 1983-03-05 | 1984-09-13 | B. Strautmann & Söhne GmbH u. Co, 4518 Bad Laer | Geraet zum aufnehmen, transportieren und verteilen von silage-futter |
| DE4210479A1 (de) * | 1992-03-31 | 1993-10-07 | Trunkenpolz Friedrich | Entnahme-, Auflöse- und Fördervorrichtung für Silagegut sowie Schneidwerk für eine derartige Vorrichtung |
| EP0761088A1 (de) * | 1995-08-31 | 1997-03-12 | Postevendam B.V. | Vorrichtung zum Ausschneiden und/oder Verarbeiten von Viehfutter |
| DE29702076U1 (de) * | 1997-02-06 | 1997-04-03 | Aicher, Franz, 84508 Burgkirchen | Verteilereinrichtung für Silage |
| DE19544231A1 (de) * | 1995-11-28 | 1997-06-05 | Strautmann & Soehne | Gerät zur Entnahme, zum Mischen und zum Verteilen von Silagefutter aus Flachsilos |
| NL1004583C1 (nl) * | 1996-11-21 | 1998-05-27 | Schuitemaker Mach Bv | Voermengwagen. |
| EP0970600A2 (fr) * | 1998-07-10 | 2000-01-12 | Lucas G | Machine distributrice de produit du genre fourrage et autres pour l'alimentation du bétail |
-
2006
- 2006-10-30 NL NL2000293A patent/NL2000293C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (9)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL7901217A (nl) | 1979-02-15 | 1980-08-19 | Schuitemaker Mach Bv | Werkwijze en inrichting voor het met behulp van een landbouwwagen transporteren en doseren van kuilvoer of dergelijk materiaal. |
| EP0047446A1 (de) * | 1980-09-09 | 1982-03-17 | von der Heide, Hans | Gerät zum Abtragen, Laden, Transportieren, Bereiten und Austeilen von Tierfutter |
| DE3307928A1 (de) | 1983-03-05 | 1984-09-13 | B. Strautmann & Söhne GmbH u. Co, 4518 Bad Laer | Geraet zum aufnehmen, transportieren und verteilen von silage-futter |
| DE4210479A1 (de) * | 1992-03-31 | 1993-10-07 | Trunkenpolz Friedrich | Entnahme-, Auflöse- und Fördervorrichtung für Silagegut sowie Schneidwerk für eine derartige Vorrichtung |
| EP0761088A1 (de) * | 1995-08-31 | 1997-03-12 | Postevendam B.V. | Vorrichtung zum Ausschneiden und/oder Verarbeiten von Viehfutter |
| DE19544231A1 (de) * | 1995-11-28 | 1997-06-05 | Strautmann & Soehne | Gerät zur Entnahme, zum Mischen und zum Verteilen von Silagefutter aus Flachsilos |
| NL1004583C1 (nl) * | 1996-11-21 | 1998-05-27 | Schuitemaker Mach Bv | Voermengwagen. |
| DE29702076U1 (de) * | 1997-02-06 | 1997-04-03 | Aicher, Franz, 84508 Burgkirchen | Verteilereinrichtung für Silage |
| EP0970600A2 (fr) * | 1998-07-10 | 2000-01-12 | Lucas G | Machine distributrice de produit du genre fourrage et autres pour l'alimentation du bétail |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP2545767A3 (de) * | 2011-07-14 | 2014-04-30 | B. Strautmann & Söhne GmbH & Co. KG | Futtermischwagen |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US5429436A (en) | Unibody vertical forage mixer with weighing mechanism | |
| CA1201735A (en) | Multiple conveyor | |
| US6244170B1 (en) | Food product breading device | |
| CN101080177B (zh) | 改进的滚面包屑机 | |
| CZ20023599A3 (cs) | Míchací zařízení | |
| US5937773A (en) | Applicator for particulate material | |
| NL2000293C2 (nl) | Inrichting voor het doseren van veevoer. | |
| WO1994024851A1 (en) | A mixer feeder wagon | |
| NL1026841C2 (nl) | Inrichting voor het losmaken en mengen van voer voor vee. | |
| NL1010023C2 (nl) | Verrijdbare inrichting voor het mengen van voer. | |
| BE899290A (nl) | Machine voor het naar buiten voeren van materiaal | |
| US5653567A (en) | Mobile cattle feeder | |
| NL9400297A (nl) | Inrichting en werkwijze voor het doseren van silagemateriaal. | |
| IL25651A (en) | Machines for transporting and dispensing powderous or granular material | |
| BE1000146A4 (nl) | Inrichting voor het mengen van veevoeder. | |
| US6910649B2 (en) | Method and apparatus for creating and dispensing a feed ration to livestock | |
| NL9000055A (nl) | Inrichting voor het verspreiden van korrel- of poedervormig materiaal. | |
| US3198398A (en) | Manually maneuverable cattle feeding cart | |
| EP1080635B1 (en) | Discharge conveyor for mobile storage wagon | |
| HUE026964T2 (en) | Spraying unit for spraying granules | |
| EP1021949B1 (en) | A mobile device for delivering fodder and a method for delivering fodder | |
| NL1040457C2 (nl) | Inrichting voor het inschuren van rooivruchten. | |
| IE913101A1 (en) | Mixer apparatus | |
| NL7907396A (nl) | Inrichting voor het uitstrooien van materiaal. | |
| NL2000037C2 (nl) | Inrichting voor het doseren van veevoer. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| PD | Change of ownership |
Owner name: TRIOLIET HOLDING B.V.; NL Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), ASSIGNMENT; FORMER OWNER NAME: CORNELIS HENDRICUS LIET Effective date: 20171012 |
|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20181101 |