NL1009040C2 - Werkwijze voor het drogen van mest en inrichting voor het uitvoeren daarvan. - Google Patents

Werkwijze voor het drogen van mest en inrichting voor het uitvoeren daarvan. Download PDF

Info

Publication number
NL1009040C2
NL1009040C2 NL1009040A NL1009040A NL1009040C2 NL 1009040 C2 NL1009040 C2 NL 1009040C2 NL 1009040 A NL1009040 A NL 1009040A NL 1009040 A NL1009040 A NL 1009040A NL 1009040 C2 NL1009040 C2 NL 1009040C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
fraction
dried
drying
conveyor belt
manure
Prior art date
Application number
NL1009040A
Other languages
English (en)
Inventor
Petrus Johannus Hendricu Bruin
Ton Johannus Petrus Anto Bruin
Olle Fredrik Sterner
Original Assignee
Petrus Johannus Hendricus De B
Ton Johannus Petrus Antonius D
Olle Fredrik Sterner
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Petrus Johannus Hendricus De B, Ton Johannus Petrus Antonius D, Olle Fredrik Sterner filed Critical Petrus Johannus Hendricus De B
Priority to NL1009040A priority Critical patent/NL1009040C2/nl
Priority to PCT/NL1999/000257 priority patent/WO1999056073A1/en
Priority to AU35405/99A priority patent/AU3540599A/en
Application granted granted Critical
Publication of NL1009040C2 publication Critical patent/NL1009040C2/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F26DRYING
    • F26BDRYING SOLID MATERIALS OR OBJECTS BY REMOVING LIQUID THEREFROM
    • F26B17/00Machines or apparatus for drying materials in loose, plastic, or fluidised form, e.g. granules, staple fibres, with progressive movement
    • F26B17/02Machines or apparatus for drying materials in loose, plastic, or fluidised form, e.g. granules, staple fibres, with progressive movement with movement performed by belts carrying the materials; with movement performed by belts propelling the materials over stationary surfaces
    • F26B17/08Machines or apparatus for drying materials in loose, plastic, or fluidised form, e.g. granules, staple fibres, with progressive movement with movement performed by belts carrying the materials; with movement performed by belts propelling the materials over stationary surfaces the belts being arranged in a sinuous or zig-zag path
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F26DRYING
    • F26BDRYING SOLID MATERIALS OR OBJECTS BY REMOVING LIQUID THEREFROM
    • F26B7/00Drying solid materials or objects by processes using a combination of processes not covered by a single one of groups F26B3/00 and F26B5/00
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02PCLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES IN THE PRODUCTION OR PROCESSING OF GOODS
    • Y02P20/00Technologies relating to chemical industry
    • Y02P20/141Feedstock
    • Y02P20/145Feedstock the feedstock being materials of biological origin

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Treatment Of Sludge (AREA)
  • Drying Of Solid Materials (AREA)
  • Fertilizers (AREA)

Description

«I
Werkwijze voor het drogen van mest en inrichting voor het uitvoeren daarvan
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor 5 het drogen van mest, in het bijzonder van mest met een gehalte aan droge substantie (ook wel gehalte aan droge stof genaamd) van minder dan ongeveer 15 gew.%.
Het drogen van mest is bijvoorbeeld bekend uit WO-97/49961. Deze publicatie heeft betrekking op het drogen van mest, in het bijzonder 10 kippenmest, welke in onbewerkte/ongedroogde uitgangstoestand in het algemeen een gehalte aan droge substantie van 20 a 25 gew.% heeft. Een dergelijke mest is in uitgangstoestand al betrekkelijk vast en kan dan op een luchtdoorlatende ondergrond door luchtdroging worden gedroogd wanneer geforceerd van onderaf lucht door de ondergrond en de mest 15 wordt gedreven. Een dergelijke wijze van drogen van mest is echter minder geschikt voor het drogen van vloeibaardere mesten, zoals koeienmest en varkensmest, welke in het algemeen een gehalte aan droge substantie van 3 tot 12 gew.% hebben. Dit probleem wordt in de stand der techniek overkomen door dergelijke vloeibare mesten eerst te 20 scheiden in een grotendeels uit urine bestaande vloeistoffractie en een vastere fractie. Deze fracties worden vervolgens afzonderlijk verwerkt/bewerkt/gedroogd.
De onderhavige uitvinding heeft tot doel het verschaffen van een verbeterde werkwijze voor het drogen van mest.
25 Dit doel wordt volgens de uitvinding bereikt door het verschaffen van een werkwijze voor het drogen van mest, in het bijzonder van mest met een gehalte aan droge substantie van minder dan ongeveer 15 gew.%, omvattende achtereenvolgens de volgende stappen: a) het scheiden van de mest in een vloeistof fractie en een vastere 30 fractie met een hoger gehalte aan droge substantie dan dat van de mest voorafgaand aan de scheiding, b) het tot een gedroogde, vastere fractie drogen van de bij stap a) verkregen vastere fractie, c) het met vloeistof uit de bij voorkeur bij stap a) verkregen 35 vloeistoffractie bevochtigen van de eerder verkregen gedroogde, vastere fractie en het vervolgens opnieuw drogen van deze bevochtigde, gedroogde, vastere fractie tot een gedroogde, vastere fractie.
1009040 2
Aldus Is een gedroogde mest te verkrijgen bestaande uit één, in plaats van twee eindproducten. Er hoeft dan slechts één eindproduct, namelijk de uiteindelijk resulterende gedroogde, vastere fractie te worden afgevoerd of anderszins verwerkt te worden. De vloeistoffractie kan 5 hierbij onbewerkt aan de gedroogde, vastere fractie worden toegevoerd, echter ook is het denkbaar dat de vloeistoffractie alvorens aan de gedroogde, vastere fractie te worden toegevoerd is voorbewerkt, bijvoorbeeld gefilterd. In de vloeistoffractie aanwezige faecesresten blijft bij uitvoering van stap c) in de gedroogde, vastere fractie 10 achter en het in de vloeistoffractie aanwezige water verdampt bij het drogen, en kan naar de omgeving toe worden afgevoerd. Teneinde enerzijds te bewerkstelligen dat alle afgescheiden vloeistoffractie weer aan de vastere fractie wordt toegevoerd voor bevochtiging en anderzijds te voorkomen dat de vastere fractie zodanig wordt 15 bevochtigd dat deze te vloeibaar wordt, in de zin dat het gehalte aan droge substantie te laag wordt, is het volgens de uitvinding voordelig wanneer stap c) één maal of meerdere malen herhaald wordt.
Teneinde te verzekeren dat aan het eind geen te natte vastere fractie kan overblijven is het volgens de uitvinding voordelig wanneer 20 na de laatste stap c) het gedroogde eindproduct van deze laatste stap c) in een stap d) aan een verdere droging wordt onderworpen.
Het scheiden van stap a) kan volgens de uitvinding worden uitgevoerd door de mest, dat wil zeggen de relatief vloeibare uitgangsmest, aan een persproces te onderwerpen. Echter ook andere 25 scheidingstechnieken, zoals centrifugetechnieken of trommelzeeftechnieken zijn zeer wel toepasbaar.
Teneinde in stap a) verkregen vastere fractie voor droging geschikt te maken is het volgens de uitvinding voordelig wanneer deze een gehalte aan droge substantie van ten minste ongeveer 15 gew.% 30 bevat, bij voorkeur van ten minste 20 gew.%, met meer voorkeur van ten minste 25 a 30 gew.% bevat.
Teneinde te verzekeren dat bij het bevochtigen in stap c) geen te vloeibare substantie wordt verkregen, is het volgens de uitvinding voordelig wanneer men het drogen in stap b) en/of het drogen in een 35 voorgaande stap c) zodanig uitvoert dat een als een spons werkzame gedroogde, vastere fractie wordt verkregen.
Het drogen in stap b) en/of het drogen in stap c) en/of het drogen in stap d) laat zich volgens de uitvinding op voordelige wijze 1009040 3 uitvoeren door lucht langs en/of over en/of door de te drogen mestmassa, dat wil zeggen de te drogen, eventueel bevochtigde, vastere fractie, te leiden. De langs en/of over en/of door de te drogen mestmassa geleide lucht zal hierbij bij voorkeur een temperatuur van 5 ten minste 10°C hebben of tot een temperatuur van ten minste 10°C zijn/worden verwarmd en/of de relatieve vochtigheid van deze lucht zal bij voorkeur minder dan 80%, met meer voorkeur minder dan 50% zijn.
Het bevochtigen in stap c) kan volgens de uitvinding op voordelige wijze worden gerealiseerd door de eerder verkregen 10 gedroogde, vastere fractie met vloeistof uit de vloeistoffractie te besproeien.
Het bevochtigen in stap c) kan daarnaast of in plaats daarvan ook gerealiseerd worden door in de eerder verkregen, gedroogde, vastere fractie vloeistof uit de vloeistoffractie in te spuiten. Voordeel van 15 inspuiten is dat dit gebeurt in de mestmassa an dat men dan geen hinder van een daarop gevormde korst van droge, harde mest hoeft te ondervinden in de zin dat deze korst absorptie van de toegediende vloeistof belemmert.
Inzake het bevochtigen is het eventueel denkbaar de wijze waarop 20 dit gebeurt per stap c) te doen verschillen of te doen verschillen al naar gelang het droogproces verder of minder ver gevorderd is.
Volgens een verder aspect heeft de uitvinding betrekking op een inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens de uitvinding, welke inrichting omvat: 25 - een scheidingsinrichting, zoals een pers of centrifuge of trommelzeef, een drooginrichting, een sproeiinrichting aangebracht bij de drooginrichting, een vloeistofafvoersysteem dat met zijn inlaat op de 30 scheidingsinrichting is aangesloten voor het ontvangen van afgescheiden vloeistoffractie en met zijn uitlaat op de sproeiinrichting is aangesloten, een mestafvoersysteem dat met zijn inlaat op de scheidingsinrichting is aangesloten voor het ontvangen van 35 afgescheiden vastere fractie en met zijn uitlaat op de drooginrichting voor het afgeven van afgescheiden vastere fractie.
De drooginrichting kan volgens de uitvinding op velerlei manieren 1009040 4 zijn uitgevoerd. Bij voorkeur omvat de drooginrichting ten minste één transportband, waarop de te drogen massa kan worden aangebracht, welke transportband bij voorkeur luchtdoorlatend is zodat de lucht van onderaf door de te drogen massa kan worden gedreven.
5 Bij de inrichting volgens de uitvinding kan de drooginrichting op voordelige wijze ook een veelheid in transportrichting werkzaam op elkaar aansluitende transportbanden omvatten, welke bij voorkeur luchtdoorlatend zijn uitgevoerd. Dergelijke transportbanden kunnen dan op ruimtesparende wijze worden geordend en eventueel onafhankelijk van 10 elkaar worden bediend en aangedreven.
Volgens een bijzonder ruimtesparende en op efficiënte wijze werkzame uitvoeringsvorm is de veelheid transportbanden boven elkaar aangebracht, voert de afvoerzijde van elke eerdere transportband steeds af op de invoerzijde van de daarop volgende transportband, bij 15 voorkeur doordat de invoerzijde van die daarop volgende transportband uitsteekt ten opzichte van de afvoerzijde van die eerdere transportband, en zijn die eerdere en die daarop volgende transportband ingericht om telkens in onderling tegenovergestelde richting te transporteren. Bij voorkeur zal de bovenste van de 20 veelheid transportbanden in transportrichting bezien dan de eerste transportband zijn, waarbij de onderste van de veelheid transportbanden in transportrichting bezien de laatste transportband zal zijn, en waarbij de uitlaat van het mestafvoersysteem uitmondt bij de invoerzijde van de bovenste transportband.
25 Als drooginrichting laat zich bij de inrichting volgens de uitvinding op bijzonder voordelige wijze toepassen het "multi-level drying system for drying animal manure", als geopenbaard in WO-97/49961, welke met betrekking tot dit "multi-level drying system" in zijn geheel in deze aanvrage is opgenomen door referentie, hierbij kan 30 in het bijzonder worden gewezen op de drooginrichting en droogwerkwijze als verwoord in de conclusies van die aanvrage maar evenzeer ook op de gehele beschrijving van die PCT-aanvrage.
Volgens een verdere voordelige uitvoeringsvorm zullen de tussen de bovenste en onderste transportband gelegen, tussenliggende 35 transportbanden zijn voorzien van een op de sproeiinrichting aangesloten sproeimondstuk voor het versproeien van vloeistoffractie. Bij de bovenste transportband is geen versproeiing nodig daar de hierop aanwezige drogere fractie eerst gedroogd moet worden alvorens 1009040 5 vloeistoffractie te kunnen opnemen. Eventueel zou aan het eind, dat wil zeggen bij de afvoerzijde, van de bovenste transportband een sproeimondstuk voor het versproeien van vloeistoffractie kunnen zijn voorzien.
5 Het sproeimondstuk kan volgens de uitvinding zijn aangebracht aan of bij de invoerzijde van de respectieve transportband of zich in langsrichting langs of over de respectieve transportband uitstrekken. Bij zogenaamd continu bedrijf zal in het algemeen worden gekozen voor het aanbrengen van een sproeimondstuk aan of bij de invoerzijde van de 10 respectieve transportband, zodat aan het begin besproeid wordt en tijdens het verdere transport gedroogd kan worden. Ook is het denkbaar de transportbanden telkens periodiek te laten voortbewegen om eerst geheel bestreken te worden met een gedroogde, vastere fractie, vervolgens geheel met vloeistoffractie besproeid te worden en 15 vervolgens weer tot een gedroogde, vastere fractie gedroogd te worden. In het bijzonder in verband met de verwerkingscapaciteit is dan relatief veel transportbandoppervlak nodig, welke in het bijzonder bij de gestapelde configuratie uit WO-97/49961 op ruimtesparende wijze is te realiseren.
20 Volgens een verdere voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding zal het vloeistofafvoersysteem een opslaghouder voor vloeistoffractie hebben. Dit teneinde te voorkomen dat de momentaan verkregen vloeistoffractie direct over relatief drogere, vastere fractie verdeeld moet worden en niet tussentijds opgeslagen kan worden.
25 De onderhavige uitvinding zal in het nu volgende aan de hand van een in een tekening schematisch weergegeven uitvoeringsvoorbeeld nader worden toegelicht. Hierin toont:
Figuur 1 een sterk schematische weergave van de werkwijze en inrichting volgens de uitvinding; en 30 Figuur 2 een schematisch doorsnedeaanzicht van een van de transportbandstelsels van de drooginrichting.
In figuur 1 is met 1 schematisch weergegeven een houder voor het opslaan van de uitgangsmest. Deze houder 1 is middels een leiding 2 verbonden met een pers 3. Via de leiding 2 is de mest uit de houder 1 35 dan aan de pers 3 toe te voeren. De pers 3 is voorzien van een af voer 4 voor vastere fractie naar de drooginrichting 5 alsmede een afvoerleiding 6 voor het naar een opslaghouder 7 afvoeren van vloeistoffractie. Op de opslaghouder 7 voor vloeistoffractie zijn 1009040 6 leidingen 9 en 10 aangesloten, waarop sproeibuizen 11 en 12 zijn aangesloten. De drooginrichting 5 bestaat uit een veelheid boven elkaar geplaatste, eindloze transportbanden, in het weergegeven voorbeeld vier stuks, te weten 13, 14, 15 en 16. Transportband 13 5 beweegt met de wijzers van de klok mee, transportband 14 beweegt tegen de wijzers van de klok in, transportband 15 beweegt met de klok mee en transportband 16 beweegt tegen de wijzers van de klok in. Transportband 14 steekt aan zijn invoerzijde uit ten opzichte van de afvoerzijde van transportband 13. Transportband 15 steekt aan zijn 10 invoerzijde uit ten opzichte van de afvoerzijde van transportband 14. Transportband 16 steekt aan zijn invoerzijde uit ten opzichte van transportband 15. Aldus wordt bereikt dat aan de invoerzijde van transportband 13 op transportband 13 geplaatste massa of substantie via achtereenvolgens transportband 13, 14, 15 en 16 naar de 15 afvoerzijde van transportband 16 getransporteerd kan worden en vanaf de afvoerzijde van transportband 16 in een eindopslaghouder 17 afgevoerd kan worden.
De sproeibuizen 11 en 12 strekken zich uit in langsrichting van transportband 14 respectievelijk 15 en zijn zodanig uitgevoerd dat zij 20 over in hoofdzaak de gehele respectieve transportbandlengte en bij voorkeur ook over de gehele breedte vloeistof over de respectieve onderliggende transportband kunnen versproeien. Het zal duidelijk zijn dat geheel binnen de reikwijdte van de uitvinding per transportband ook meerdere sproeibuizen voorzien kunnen zijn. Zo kan langs elke 25 langszijde een binnenwaarts sproeiend gerichte sproeibuis zijn voorzien.
Het systeem volgens het hiervoor geschetste uitvoeringsvoorbeeld werkt als volgt:
In een opslaghouder 1 bevindt zich of aan deze opslaghouder 1 30 wordt toegevoerd te drogen mest, ook wel uitgangsmest genoemd. Deze mest kan bijvoorbeeld varkens- of koeienmest zijn en een gehalte aan droge substantie van minder dan ongeveer 12 gew.% en van in het algemeen (maar niet per se altijd) meer dan ongeveer 3 gew.% hebben. Via leiding 2 wordt de mest vanuit de opslaghouder 1 toegevoerd aan 35 pers 3. In de pers 3 wordt de daaraan toegevoerde uitgangsmest door persen gescheiden in een in hoofdzaak urine, maar eventueel ook faecesresten bevattende vloeistoffractie en een vastere fractie met een gehalte aan droge stof, zodanig dat deze vastere fractie een 1009040 7 consistentie heeft voldoende om over de transportband 13 te worden verspreid via afvoer 4. De vastere fractie heeft in het algemeen een voldoende consistentie bij een gehalte aan droge substantie van ten minste ongeveer 20 gew.%, met voorkeur ten minste ongeveer 25 è 30 5 gew.%.
De uit de scheidingsinrichting of pers 3 komende vastere fractie kan eventueel nog door een pelletiseerinrichting gevoerd worden alvorens aan de transportband 13 te worden toegevoerd. Aldus is dan een korrelige, pellets bevattende mest met een droge stofgehalte van 10 50 a 60 gew.% realiseerbaar die over de transportband 13 verdeeld kan worden voor verdere behandeling.
De verdeling van vastere fractie over de transportband 13 kan gebeuren tijdens het persen, terwijl geleidelijk vastere fractie uit afvoer 4 stroomt, door transportband 13 met de wijzers van de klok mee 15 te laten voortbewegen en aldus een verdeling, bij voorkeur een gelijkmatige verdeling, van vastere fractie over de transportband 13 te bewerkstelligen. Dit voortbewegen zal dan stopgezet worden, zodra het front van vastere fractie de afvoerzijde van de transportband 13 nadert.
20 Bij het persen zal verder vloeistoffractie vrijkomen welke via leiding 6 naar een opslaghouder 7 daarvoor wordt afgevoerd.
Wanneer transportband 13, althans de bovenzijde daarvan, geheel of in voldoende mate bedekt is met vastere fractie zal deze vastere fractie aan een droogproces, de zogenaamde werkwijzestap b) uit de 25 conclusies, onderworpen worden. Deze droging kan gebeuren door lucht langs de drogere fractie op de transportband 13 te leiden. Bij voorkeur zal de transportband 13 echter geperforeerd of luchtdoorlatend zijn uitgevoerd teneinde de lucht ook van onderaf in opwaartse richting door het bovenpart van de transportband 13 te 30 kunnen voeren en aldus ook door de daarop liggende vastere fractie.
Wanneer de op de transportband 13 liggende vastere fractie voldoende gedroogd is, in het bijzonder zodanig gedroogd is dat deze als een spons werkzaam is met betrekking tot aan de gedroogde vastere fractie toe te voeren vloeistof, zal de transportband 13 in beweging 35 gebracht worden om de daarop aanwezige gedroogde, vastere fractie toe te voeren aan de daaronder gelegen transportband 14, welke teneinde ook daar een verdeling van gedroogde drogere fractie te bewerkstelligen gelijktijdig zal meebewegen, echter dan tegen de 1009040 8 wijzers van de klok in. Wanneer het bovenpart van de transportband 14 met de gedroogde vastere fractie, welke eerder op het bovenpart van transportband 13 lag, bedekt is, zal via sproeibuis 11 vloeibare fractie afkomstig uit opslaghouder 7 over de eerder gedroogde, vastere 5 fractie versproeid worden, bijvoorbeeld totdat het gehalte aan droge substantie weer ongeveer gelijk is aan het gehalte aan droge substantie van de vastere fractie bij het verlaten van de pers 3. Vervolgens zal de op het bovenpart van de transportband 14 gelegen besproeide, vastere fractie weer worden gedroogd, bij voorkeur op 10 dezelfde wijze als de eerdere droging op het bovenpart van transportband 13.
Het bevochtigen van gedroogde, vastere fractie op transportband 14 en het weer drogen daarvan is de werkwijzestap c), in het bijzonder de eerste werkwijzestap c) van een serie herhalingen daarvan uit de 15 conclusies.
Wanneer de vastere fractie op transportband 14 weer voldoende gedroogd is, bij voorkeur weer ongeveer een gehalte aan droge substantie heeft ongeveer gelijk aan het gehalte van de droge substantie van de vastere fractie bij het verlaten van de pers, wordt 20 transportband 14 weer in beweging gebracht, om de gedroogde, vastere fractie verder te voeren naar transportband 15, aldaar met een sproeibuis 12 te bevochtigen en weer opnieuw te drogen, overeenkomstig het eerder beschreven procédé van het vanaf transportband 13 naar transportband 14 transporteren en bij transportband 14 bevochtigen en 25 weer drogen. Op transportband 15 wordt werkwijzestap c) uit de conclusie dan voor de tweede maal uitgevoerd. Werkwijzestap c) kan aldus nog meerdere malen herhaald worden, één en ander afhankelijk van de hoeveelheid vloeistoffractie en de opnamecapaciteit van gedroogde vastere fractie.
30 Tot slot wordt, wanneer de laatste werkwijzestap c) is uitgevoerd, de gedroogde, vastere fractie vanaf transportband 15, of eventueel een verdere overeenkomstige transportband toegevoerd aan de laatste transportband, in dit geval transportband 16 om op eerder beschreven wijze over deze transportband 16 verdeeld te worden en 35 verder gedroogd te worden, bij voorkeur overeenkomstig de wijze van droging zoals bij transportband 13 en transportbanden 14 en 15 is uitgevoerd. Deze verdere droging op transportband 16 heeft tot doel de vastere fractie nog verder in te drogen, eventueel zelfs zover dat de 1009040 9 sponsachtige werking weer verloren gaat. Wanneer op transportband 16 voldoende droging heeft plaatsgevonden dan wordt het resulteren gedroogde product naar een opvanghouder 17 afgevoerd. Aldus is een gedroogd eindproduct te verkrijgen met een gehalte aan droge 5 substantie van gemakkelijk 80 a 90 gew.%, en zelfs hoger.
Het zal duidelijk zijn dat het voorgaande proces, dat als een discontinu, stapsgewijs proces is beschreven ook continu kan worden uitgevoerd. De transportbanden 13, 14, 15 en 16 zullen dan met een bepaalde constante snelheid transporteren, en de bevochtiging zal dan 10 plaatsvinden bij de telkens de toevoerzijde van transportbanden 14 en 15 en/of eventueel de afvoerzijde van transportbanden 13 en 14.
Het drogen kan eventueel in een in wezen gesloten ruimte gebeuren, zodat de voor het drogen gebruikte lucht door een luchtwasser van op zich bekend type geleid kan worden om deze te 15 ontdoen van bijvoorbeeld milieubelastende stoffen/bestanddelen die uit de mest zijn opgenomen.
Bij het discontinue, stapsgewijze proces kan het doorvoeren van de ene transportband naar de daaropvolgende transportband worden uitgevoerd met intervallen van bijvoorbeeld 4 tot 6 uur, zodat 20 uitgaande van vier boven elkaar geplaatste transportbanden de mest in ongeveer 24 uur is te drogen tot het gedroogde eindproduct.
Figuur 2 toont bij wijze van nader voorbeeld een schematisch dwarsdoorsnedeaanzicht van transportband 15. In figuur 2 is 21 het benedenpart van de transportband, is 20 het bovenpart van de 25 transportband en zijn 22 zijschotten, die tezamen met het bovenpart 20 en benedenpart 21 een ruimte insluiten, via welke lucht is toe te voeren die via perforaties in het bovenpart 20 door de daarop liggende mest 24 gevoerd wordt. In de tussen de zijschotten 22, het bovenpart 20 en het onderpart 21 begrensde ruimte is een V-vormige opvangbek 23, 30 die zich in langsrichting van de transportband uitstrekt aangebracht. Deze V-vormige opvangbak heeft tot doel eventueel door het bovenpart 20 sijpelend vocht op te vangen en te kunnen afvoeren.
Verder zijn in figuur 2 twee manieren weergegeven, via welke uit de vloeistoffractie afkomstige vloeistof in de op het bovenpart 20 35 liggende mest 24 is in te spuiten. Deze twee manieren kunnen naast elkaar maar ook in plaats van elkaar worden toegepast. De eerste wijze waarop de inspuiting in de mest 24 is te realiseren, is door het dicht boven het bovenpart 20, binnen de daarop te vormen laagdikte van mest 1009040 10 24 één of meer, zich bijvoorkeur in langsrichting van het bovenpart 20 uitstrekkende, drainagebuizen 25 aan te brengen. Deze drainagebuizen 25, waarvan er één is getoond, kunnen dan de uit de vloeistof fractie afkomstige vloeistof in de mestmassa 24 inspuiten en zullen, evenals 5 de sproeibuizen 11 en 12 zijn aangesloten op het voorraadvat 7. Een andere mogelijkheid om het in de mestlaag 24 inspuiten van uit de vloeistoffractie afkomstige vloeistof te kunnen realiseren, is het toepassen van één of meer in verticale richting op en neer beweegbare inspuitmondstukken 27, die eventueel allen kunnen zijn gemonteerd op 10 een gemeenschappelijke toevoerbuis 26, die zich dan bijvoorbeeld in langsrichting van de transportband 15 kan uitstrekken.
De transportband 15, in het bijzonder het bovenpart 20 daarvan kan eventueel in de vorm van een V-vormige trog (vergelijkbaar met de V-vormige gedaante van de opvangbak 23) zijn aangebracht. Dit kan in 15 verband met het toepassen van een zogenaamde drainagebuis 25, maar ook in verband met het toepassen van al dan niet in verticale richting op een neer beweegbare inspuitmondstukken 27 van voordeel zijn.
De werkwijze en inrichting volgens de uitvinding zijn toepasbaar bij/dicht bij de stal waarin de dieren gehouden worden. In het 20 algemeen zal de inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze met voorkeur worden geplaatst in een bijgebouw of van de stalruimte zelf afgescheiden ruimte.
1009040

Claims (20)

1. Werkwijze voor het drogen van mest, in het bijzonder van mest met een gehalte aan droge substantie van minder dan ongeveer 15 gew.%, 5 omvattende achtereenvolgens de volgende stappen: a) het scheiden van de mest in een vloeistof tractie en een vastere fractie met een hoger gehalte aan droge substantie dan dat van de mest voorafgaand aan de scheiding, b) het tot een gedroogde, vastere fractie drogen van de bij stap a) 10 verkregen vastere fractie, c) het met vloeistof uit de bij stap a) verkregen vloeistof fractie bevochtigen van de eerder verkregen gedroogde, vastere fractie en het vervolgens opnieuw drogen van deze bevochtigde, gedroogde, vastere fractie tot een gedroogde, vastere fractie.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij stap c) één maal of meerdere malen herhaald wordt.
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, waarbij na de laatste stap c) het gedroogde eindproduct van deze laatste stap c) in een stap d) aan een verdere droging wordt onderworpen.
4. Werkwijze volgens een of meer der voorgaande conclusies, waarbij het scheiden van stap a) wordt uitgevoerd door de mest aan een persproces te onderwerpen.
5. Werkwijze volgens conclusie 4, waarbij de in stap a) verkregen vastere fractie een gehalte aan droge substantie van ten minste 25 ongeveer 20 gew.% bevat, bij voorkeur van ten minste 25 a 30 gew.% bevat.
6. Werkwijze volgens een of meer der voorgaande conclusies, waarbij men het drogen in stap b) zodanig uitvoert dat een als een spons werkzame gedroogde, vastere fractie wordt verkregen.
7. Werkwijze volgens een of meer der voorgaande conclusies, waarbij men het drogen in stap c), althans tot aan de laatste stap c), zodanig uitvoert dat een als een spons werkzame gedroogde, vastere fractie wordt verkregen.
8. Werkwijze volgens een of meer der voorgaande conclusies, 35 waarbij men het drogen in stap b) en/of het drogen in stap c) en/of het drogen in stap d) uitvoert door lucht langs en/of over en/of door de te drogen mestmassa te leiden.
9. Werkwijze volgens conclusie 8, waarbij de langs en/of over 1009040 en/of door de te drogen mestmassa te leiden lucht een temperatuur van ten minste 10°C heeft of tot een temperatuur van ten minste 10°C is verwarmd.
10. Werkwijze volgens conclusie 8 of 9, waarbij de langs en/of 5 over en/of door de te drogen mestmassa te leiden lucht een relatieve vochtigheid van minder dan 80%, bij voorkeur minder dan 50% heeft.
11. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het bevochtigen in stap c) plaatsvindt door besproeiing van de eerder verkregen gedroogde, vastere fractie met vloeistof uit de 10 vloeistoffractie.
12. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het bevochtigen in een of meer van de stappen c) plaatsvindt door het in de eerder verkregen gedroogde, vastere fractie inspuiten van vloeistof uit de vloeistoffractie.
13. Inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens een of meer der voorgaande conclusies, omvattende: een scheidingsinrichting, zoals een pers of centrifuge, een drooginrichting, een sproeiinrichting aangebracht bij de drooginrichting, 20. een vloeistofafvoersysteem dat met zijn inlaat op de scheidingsrichting is aangesloten voor het ontvangen van afgescheiden vloeistoffractie en met zijn uitlaat op de sproeiinrichting is aangesloten, een mestafvoersysteem dat met zijn inlaat op de 25 scheidingsinrichting is aangesloten voor het ontvangen van afgescheiden vastere fractie en met zijn uitlaat op de drooginrichting voor het afgeven van afgescheiden vastere fractie.
14. Inrichting volgens conclusie 13, waarbij de drooginrichting 30 tenminste een transportband omvat, welke bij voorkeur luchtdoorlatend is.
15. Inrichting volgens conclusie 13 of 14, waarbij de drooginrichting een veelheid in transportrichting werkzaam op elkaar aansluitende transportbanden omvat, welke bij voorkeur luchtdoorlatend 35 zijn.
16. Inrichting volgens conclusie 15, waarbij de veelheid transportbanden boven elkaar is aangebracht, en waarbij de afvoerzijde van elke eerdere transportband steeds afvoert op de invoerzijde van de 1009040 daarop volgende transportband, bij voorkeur doordat de invoerzijde van die daarop volgende transportband uitsteekt ten opzichte van de afvoerzijde van die eerdere transportband, en waarbij die eerdere en die daarop volgende transportband zijn ingericht om telkens in 5 onderling tegenovergestelde richting te transporteren.
17. Inrichting volgens conclusie 16, waarbij de bovenste van de veelheid transportbanden in transportrichting bezien de eerste transportband is, waarbij de onderste van de veelheid transportbanden in transportrichting bezien de laatste transportband is, en waarbij de 10 uitlaat van het mestafvoersysteem uitmondt bij de invoerzijde van de bovenste transportband.
18. Inrichting volgens conclusie 17, waarbij de tussen de bovenste en onderste transportband gelegen, tussenliggende transportbanden zijn voorzien van een op de sproeiinrichting 15 aangesloten sproeimondstuk.
19. Inrichting volgens conclusie 18, waarbij het sproeimondstuk aan of bij de invoerzijde van de respectieve transportband is aangebracht of zich in langsrichting langs of over de respectieve transportband uitstrekt.
20. Inrichting volgens een of meer der conclusies 13-19, waarbij het vloeistofafvoersysteem een opslaghouder voor vloeistoffractie heeft. 1009040
NL1009040A 1998-04-29 1998-04-29 Werkwijze voor het drogen van mest en inrichting voor het uitvoeren daarvan. NL1009040C2 (nl)

Priority Applications (3)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1009040A NL1009040C2 (nl) 1998-04-29 1998-04-29 Werkwijze voor het drogen van mest en inrichting voor het uitvoeren daarvan.
PCT/NL1999/000257 WO1999056073A1 (en) 1998-04-29 1999-04-29 Method for drying manure and device for carrying out this method
AU35405/99A AU3540599A (en) 1998-04-29 1999-04-29 Method for drying manure and device for carrying out this method

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1009040 1998-04-29
NL1009040A NL1009040C2 (nl) 1998-04-29 1998-04-29 Werkwijze voor het drogen van mest en inrichting voor het uitvoeren daarvan.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1009040C2 true NL1009040C2 (nl) 1999-11-01

Family

ID=19767056

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1009040A NL1009040C2 (nl) 1998-04-29 1998-04-29 Werkwijze voor het drogen van mest en inrichting voor het uitvoeren daarvan.

Country Status (3)

Country Link
AU (1) AU3540599A (nl)
NL (1) NL1009040C2 (nl)
WO (1) WO1999056073A1 (nl)

Families Citing this family (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US7985345B2 (en) 2004-03-29 2011-07-26 Innoventor, Inc. Methods and systems for converting waste into complex hydrocarbons
US7105088B2 (en) * 2004-03-29 2006-09-12 Innoventor Engineering, Inc. Methods and systems for converting waste into energy
GB0621789D0 (en) * 2006-11-02 2006-12-13 Leudal Holding B V Manure dryer
DE102008028860A1 (de) * 2008-06-19 2009-12-24 Claas Selbstfahrende Erntemaschinen Gmbh Vorrichtung und Verfahren zur Energieträgergewinnung aus feuchter Biomasse

Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2306415A1 (fr) * 1975-04-01 1976-10-29 Kunz Ag Maschinen Apparatebau Procede de sechage de produits de fourrage agricoles et de matieres se presentant sous forme de boue
FR2530929A1 (fr) * 1982-07-30 1984-02-03 Beghin Say Sa Procede de deshydratation de vegetaux humides
EP0381965A2 (de) * 1989-02-07 1990-08-16 Bison-Werke Bähre & Greten GmbH & Co. KG Verfahren und Vorrichtung zur Herstellung von lignozellulosehaltigem Faserstoff für die Herstellung von Faserplatten nach dem Trockenverfahren
DE4121223A1 (de) * 1991-06-27 1993-01-07 Kruess Hartmut Verfahren zur aufbereitung von schlaemmen unterschiedlicher konsistenz und anlage zur durchfuehrung des verfahrens
WO1996012923A1 (de) * 1994-10-21 1996-05-02 Franz Duss Verfahren und vorrichtung zum entzug von wasser aus frischgras und zum nachtrocknen des vorbehandelten grases
DE19606238A1 (de) * 1996-02-20 1997-08-21 Dieffenbacher Gmbh Maschf Vorrichtung zur Reduzierung des Wassergehaltes von wasserhaltiger Braunkohle
WO1997049961A1 (nl) 1996-05-14 1997-12-31 Bruin Petrus Johannes Henricus Etagedroogsysteem voor het drogen van dierluke mest, bestaande uit ten minste een etage voorzien van een transportband en een orgaan voor het toevoeren van lucht en een orgaan voor het afvoeren van lucht, en werkwijze voor het drogen van dierkijke mest onder toepassing van een dergelijk etageroogsysteem

Patent Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2306415A1 (fr) * 1975-04-01 1976-10-29 Kunz Ag Maschinen Apparatebau Procede de sechage de produits de fourrage agricoles et de matieres se presentant sous forme de boue
FR2530929A1 (fr) * 1982-07-30 1984-02-03 Beghin Say Sa Procede de deshydratation de vegetaux humides
EP0381965A2 (de) * 1989-02-07 1990-08-16 Bison-Werke Bähre & Greten GmbH & Co. KG Verfahren und Vorrichtung zur Herstellung von lignozellulosehaltigem Faserstoff für die Herstellung von Faserplatten nach dem Trockenverfahren
DE4121223A1 (de) * 1991-06-27 1993-01-07 Kruess Hartmut Verfahren zur aufbereitung von schlaemmen unterschiedlicher konsistenz und anlage zur durchfuehrung des verfahrens
WO1996012923A1 (de) * 1994-10-21 1996-05-02 Franz Duss Verfahren und vorrichtung zum entzug von wasser aus frischgras und zum nachtrocknen des vorbehandelten grases
DE19606238A1 (de) * 1996-02-20 1997-08-21 Dieffenbacher Gmbh Maschf Vorrichtung zur Reduzierung des Wassergehaltes von wasserhaltiger Braunkohle
WO1997049961A1 (nl) 1996-05-14 1997-12-31 Bruin Petrus Johannes Henricus Etagedroogsysteem voor het drogen van dierluke mest, bestaande uit ten minste een etage voorzien van een transportband en een orgaan voor het toevoeren van lucht en een orgaan voor het afvoeren van lucht, en werkwijze voor het drogen van dierkijke mest onder toepassing van een dergelijk etageroogsysteem

Also Published As

Publication number Publication date
WO1999056073A1 (en) 1999-11-04
AU3540599A (en) 1999-11-16

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US20030042193A1 (en) Horizontal solids recycler
NL1009040C2 (nl) Werkwijze voor het drogen van mest en inrichting voor het uitvoeren daarvan.
US20060130357A1 (en) Continuous horizontal grain drying system
US3357437A (en) Treatment of tobacco
KR101800627B1 (ko) 김부각 제조장치
KR100459814B1 (ko) 습식 마늘박피장치
US8956539B2 (en) System and method for drying biosolids and enhancing the value of dried biosolids
NL9400025A (nl) Droogtunnel voor pluimveemest.
EP2218997A1 (de) Vorrichtung und Verfahren zum Trocknen von stückigem Gut, insbesondere von Holzspänen
CN206354403U (zh) 一种提升鱼饵饲料诱食性的烘焙系统
EP2399093B1 (de) Trockner zum behandeln von gartenabfall
EP1150572A1 (en) Apparatus for manufacturing co-extruded food products and method for manufacturing a co-extruded food product
SE500661C2 (sv) Förfarande och anordning för framställning av växtnäringspelletar ur avloppsreningsslam
US4297091A (en) Alfalfa pelletizing apparatus
NL2007012C2 (nl) Verwerkingssysteem voor een ten minste gedeeltelijk vloeibare organische fractie zoals onbehandeld excrement of digestaat alsmede werkwijze voor het verwerken van een dergelijke organische fractie.
EP2614327A1 (de) Verfahren und vorrichtung zur trocknung von pflanzlichem material
RU2495555C1 (ru) Устройство для получения семян шишек хвойных культур и их предпосевной обработки
NL1010772C2 (nl) Werkwijze en inrichting voor het verwerken van vloeibare mest.
DE102019208971B4 (de) Trockensystem
RU2049378C1 (ru) Технологическая линия для обработки птичьего помета
EP4563923A1 (en) Method and apparatus for drying wet particulate material
NL2024825B1 (nl) Pelleteerinrichting en werkwijze voor het tot een aantal hompen vormen van een materiaal, zoals mest, en een aantal hompen verkrijgbaar met de werkwijze
RU2142214C1 (ru) Механизированная технологическая линия для инкрустирования и дражирования семян
DE2606647A1 (de) Kontinuierlich arbeitender kontakttrockner
DE2401809C3 (de) Verfahren zum Entwässern von zerkleinertem, feuchtigkeit- und zuckerhaltigem Gut, insbesondere Viehfuttergranulat, und Vorrichtung zur Durchführung des Verfahrens

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20041101