NL1000577C2 - Bandcassette met geminimaliseerde rimpelzones. - Google Patents
Bandcassette met geminimaliseerde rimpelzones. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1000577C2 NL1000577C2 NL1000577A NL1000577A NL1000577C2 NL 1000577 C2 NL1000577 C2 NL 1000577C2 NL 1000577 A NL1000577 A NL 1000577A NL 1000577 A NL1000577 A NL 1000577A NL 1000577 C2 NL1000577 C2 NL 1000577C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- tape
- wheel hub
- clamping piece
- starting
- hub
- Prior art date
Links
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B23/00—Record carriers not specific to the method of recording or reproducing; Accessories, e.g. containers, specially adapted for co-operation with the recording or reproducing apparatus ; Intermediate mediums; Apparatus or processes specially adapted for their manufacture
- G11B23/20—Record carriers not specific to the method of recording or reproducing; Accessories, e.g. containers, specially adapted for co-operation with the recording or reproducing apparatus ; Intermediate mediums; Apparatus or processes specially adapted for their manufacture with provision for splicing to provide permanent or temporary connections
- G11B23/26—Record carriers not specific to the method of recording or reproducing; Accessories, e.g. containers, specially adapted for co-operation with the recording or reproducing apparatus ; Intermediate mediums; Apparatus or processes specially adapted for their manufacture with provision for splicing to provide permanent or temporary connections of leaders for loading or threading, e.g. to form a temporary connection
Landscapes
- Magnetic Record Carriers (AREA)
Description
Bandcassette met geminimaliseerde rimpelzones
De onderhavige uitvinding betreft een bandcassette, waarin zich een eindige lengte audio- en/of video-opna-meband bevindt en meer in het bijzonder wielen, welke in de bandcassette worden gebruikt om tegenovergestelde einden van 5 de eindige lengte opnameband te verankeren.
Een bandcassette, waarin zich een eindige audio-en/of video-opnameband bevindt, in het bijzonder een eindige opnameband voor digitale audiosignalen, omvat een bij benadering doosvormig huis en een eerste en een tweede wiel, 10 waarbij de wielen roteerbaar en op afstand van elkaar in het huis zijn geplaatst. Van de eindige audioband zijn de tegenovergestelde einden elk aan één van de wielen bevestigd, waarbij een deel van de opnameband zich tussen de rond de wielen gewikkelde tegenovergestelde einden bevindt. De 15 wielen zijn gewoonlijk identiek geconstrueerd en bevatten elk een bij benadering cilindervormige naaf, waarvan de tegenovergestelde einden zijn voorzien van in radiale richting uitstekende wielflenzen.
Gewoonlijk wordt verbinding van elk einde van de 20 eindige opnameband met een hiermee samenhangend wiel bewerkstelligd door gebruik te maken van een stuk beginband. Van de beginband is op zijn beurt één einde onlosmaakbaar verbonden met de eindige opnameband door middel van een langgerekt bandlasonderdeel, dat in hoofdzaak een gelijke breedte 25 heeft als de opnameband en waarvan het andere einde vast is verbonden met de wielnaaf. Het bovenstaande zal hieronder refererend aan fig. 2 in detail worden beschreven.
Fig. 2 toont een doorsnedeaanzicht van een in hoofdzaak cilindervormige wielnaaf 1, waarbij de doorsnede 30 is genomen langs een lijn, die loodrecht staat op de longitudinale as van een dergelijke wielnaaf 1. De wielnaaf 1 is voorzien van een zodanig hierin gevormde longitudinale ankergroef la, dat deze zich in de lengterichting van de wielnaaf 1 uitstrekt en in radiale richting is teruggezet om 35 een in hoofdzaak langgerekt klemstuk 2 met een de vorm van 1000577.
2 de ankergroef la complementerende vorm op te nemen. Een bandmedium omvat een eindige lengte magnetische opnameband 5, waarvan tegenovergestelde einden door middel van een bandlasband 4 zijn verbonden met beginband 3. Een binnenste 5 einde van een beginband 3 aan elk uiteinde van de eindige magnetische opnameband 5 is opgenomen in de ankergroef la en is hier vastgezet door middel van het klemstuk 2, dat in een dergelijke ankergroef la is geklemd om op deze wijze bevestiging van de beginband 3 aan de naaf l te bewerkstelligen. 10 Wanneer het binnenste einde van de beginband 3 op de bovenbeschreven wijze is bevestigd aan de naaf 1, komt de beginband 3 uit een zeer smalle spleet tussen één longitudinale zijrand van het klemstuk 2 en één longitudinale rand van de op deze ene longitudinale zijrand van het klemstuk 2 15 aansluitende ankergroef 1 op uit de ankergroef la, voordat deze beginband 3 in één richting rond de naaf 1 is gewikkeld om op deze wijze een op het overeenkomende wiel gewikkelde bandrol te vormen. De beginband is derhalve op het punt, waar deze uit de zeer smalle spleet in de naaf l opkomt, 20 scherp gebogen en is in één richting rond de naaf l gewikkeld, waardoor een als met 3a aangeduide boiling ontstaat, die kan worden beschouwd als een verstoring van de lijn van het oppervlak, die aanwezig is op het buitenste omtrekopper-vlak van de naaf 1. Deze boiling 3a resulteert op zijn beurt 25 in een inspringing van het oppervlak aan de andere zijde van het punt, waar de beginband 3 uit de wielnaaf l opkomt, dan de zijde, waar zich de boiling bevindt.
Zoals goed bekend is bij vakmensen, beweegt anderzijds het bandmedium in de bandcassette tijdens bedrijf met 30 een relatief hoge snelheid van een eerste wiel naar een tweede wiel, nadat deze van een rond de naaf van het eerste wiel gewikkelde bandrol is getrokken, waarbij een bandrol met een toenemende diameter rond de naaf van het tweede wiel wordt gevormd. Voordat de bandcassette echter voor het eerst 35 wordt gebruikt voor het opnemen of het afspelen van informatie op of van de eindige magnetische opnameband 5, wordt het bandmedium gedurende een aanzienlijke tijdsduur strak rond één van de wielen gewikkeld ongebruikt bewaard onder 10 00 577 .
3 variërende omstandigheden van temperatuur en vochtigheid.
Een soortgelijke toestand kan optreden, wanneer een eenmalig voor informatie-opname of afspelen van informatie gebruikte bandcassette gedurende een aanzienlijke tijdsduur niet wordt 5 gebruikt, waarbij het bandmedium gedeeltelijk strak rond de naaf van het eerste wiel en gedeeltelijk rond de naaf van het tweede wiel is gewikkeld of waarbij de gehele lengte van de band rond de naaf van één van de wielen is gewikkeld.
Wanneer één van de wielen wordt beschouwd, waarbij 10 een rol bandmedium strak rond de naaf hiervan is gewikkeld, vertonen sommige wikkelingen van het om het wiel gewikkelde bandmedium nabij de naaf een zogenaamde "rimpelzone", hetgeen het verschijnsel is, waarbij de door de boiling 3a veroorzaakte inspringing in het oppervlak van de beginband 15 3, zoals hierboven is beschreven, een golvende markering achterlaat op de delen van de binnenste bandwikkelingen van de rol, die in radiale richting in lijn staan met de boiling 3a. Dit is in het bijzonder het geval, wanneer de strak rond de naaf gewikkelde bandrol gedurende een aanzienlijke tijds-20 duur bij hoge temperatuur en/of in een een hoge vochtigheidsgraad bevattende omgeving wordt bewaard. Zodra een bandmedium rimpelzones vertoont, heeft dit bandmedium, wanneer dit wordt beschouwd als een recht en vlak voorwerp, een eindgedeelte nabij de naaf, dat een opeenvolging van 25 golvende markeringen vertoont op bij benadering regelmatige intervallen, die overeenkomen met de lengte van elke band-wikkeling.
Hoewel de beginband 3, evenals de bandlasband 4 en het klemstuk 2, een vaste lengte heeft met een zekere spe-30 ling in overeenstemming met de voor een specifiek soort bandcassette vastgelegde standaard, is de beginband 3 in het algemeen voldoende lang om enkele malen rond de naaf te worden gewikkeld. Derhalve vertonen de beginband 3 en een aanzienlijke lengte van het binnenste einddeel van de eindi-35 ge magnetische opnameband 5 golvende markeringen.
De aanwezigheid van de rimpelzones, dat wil zeggen de aanwezigheid van de golvende markeringen, veroorzaakt aanzienlijke problemen in het geval, dat de eindige magneti- 1000577.
4 sche opnameband 5 van het soort is, dat bekend staat als digitale audioband (DAT) of als digitale compactcassetteband (DCC), en deze wordt gebruikt voor het opnemen of afspelen van digitale informatie. Dit is het geval, omdat de afstand 5 tussen kop en band fluctueert, wanneer deze delen van de eindige magnetische opnameband 5, waar golvende markeringen zijn ontstaan, langs een informatie opnemende en/of reproducerende kop bewegen, hetgeen resulteert in uitval van signaal en/of verhoging van de foutfrequentie. Wanneer dit 10 plaatsvindt, zou bijvoorbeeld het beluisteren van door muziek gevormde informatie, die op de magnetische band is opgenomen, onplezierig zijn.
Teneinde het optreden van de rimpelzones in het bandmedium te vermijden of te minimaliseren, zijn tot heden 15 verscheidene mogelijkheden voorgesteld. Het Japanse ter inzage gelegde gebruiksmodel met nr. 62-61079, dat op^15 april 1987 is gepubliceerd, beschrijft bijvoorbeeld een verbinding tussen de eindige magnetische opnameband en de reinigingsband, die aan elkaar zijn bevestigd door middel 20 van een bandlasband, die op zijn beurt tezamen met een direct hieronder gelegen wikkeling van de reinigingsband is aangebracht in een in de naaf gevormde longitudinale groef.
Het Japanse ter inzage gelegde gebruiksmodel met nr. 62-61082, dat op 15 april 1987 is gepubliceerd, be-25 schrijft het gebruik van een gecompliceerd vormgegeven klemstuk met een gekromd buitenoppervlak, dat in radiale richting binnenwaarts in de naaf is teruggezet om de dikte van de bandlasband hierin op te nemen, wanneer het klemstuk is opgenomen in de complementair vormgegeven ankergroef in 30 de naaf om één einde van een beginband of een reinigingsband in te klemmen, waarbij de bandlasband wordt gebruikt om de beginband of de reinigingsband met de eindige magnetische opnameband te verbinden. Volgens deze publikatie heeft de getoonde bandlasband een in hoofdzaak zelfde lengte als de 35 in een met de omtrek van de naaf overeenkomende richting gemeten breedte van het klemstuk.
Het Japanse ter inzage gelegde gebruiksmodel met nr. 1-140614, dat op 26 september 1989 is gepubliceerd, 1000577.
5 beschrijft een beginband en een eindige magnetische opna-meband, die op kop-staartwijze aan elkaar zijn bevestigd door middel van een hechtband met een met de omtrek van de naaf overeenkomende lengte. In deze publikatie wordt de 5 verbinding tussen de beginband en de naaf niet beschreven. Hierbij wordt gewezen op het feit, dat de volgens deze publikatie gebruikte hechtband te lang is om aan de standaard te voldoen.
Het Japanse ter inzage gelegde gebruiksmodel met 10 nr. 2-42276, dat op 23 maart 1990 is gepubliceerd, beschrijft het gebruik van een een aantal maal rond de naaf gewikkelde beginband, waarbij tenminste een tussenliggend deel van de beginband door middel van hechtmateriaal aan de voorgaande wikkeling van de beginband is gehecht.
15 Het Japanse ter inzage gelegde gebruiksmodel met nr. 2-80386, dat op 20 juni 1990 is gepubliceerd, beschrijft het gebruik van een in één of meer dan één wikkeling rond de naaf gewikkelde beginband, waarbij de elkaar overlappende wikkelingen van de beginband aan elkaar zijn bevestigd door 20 middel van ten minste één stuk dubbelzijdig hechtende band.
De Japanse ter inzage gelegde octrooipublikatie met nr. 3-269888, die op 2 december 1991 is gepubliceerd, beschrijft het gebruik van een klemstuk, waarvan de dikte een met de dikte van een beginband overeenkomende hoeveel-25 heid is verminderd, zodat een buitenste gekromd oppervlak van het klemstuk in radiale richting binnenwaarts is teruggezet ten opzichte van de buitenomtrek van de naaf, wanneer het klemstuk is opgenomen in de ankergroef van de naaf.
De Japanse ter inzage gelegde octrooipublikatie 30 met nr. 4-67378, die op 3 maart 1992 is gepubliceerd, beschrijft een verbinding tussen een beginband en een eindige magnetische opnameband door middel van een bandlasband. De hier gebruikte bandlasband heeft een zodanig gekozen lengte, dat de bandlasband zich boven het klemstuk bevindt en is 35 ingesloten door de breedte van het klemstuk, wanneer het bandmedium om de naaf is gewikkeld. Deze publikatie beschrijft tevens een klemstuk, waarvan de dikte een met de dikte van de beginband overeenkomende hoeveelheid is vermin- 1000577 6 derd, zodat een buitenste gekromd oppervlak van het klemstuk in radiale richting binnenwaarts is teruggezet ten opzichte van de buitenomtrek van de naaf, wanneer het klemstuk in de ankergroef is opgenomen, om ruimte te creëren voor de dikte 5 van de bandlasband.
De Japanse ter inzage gelegde octrooipublikatie met nr. 5-109234, die op 30 april 1993 is gepubliceerd, beschrijft het gebruik van een bandlasband met een zodanig met de omtrek van de gebruikte naaf samenhangende lengte, 10 dat tegenovergestelde einden van de bandlasband elkaar niet kunnen overlappen, wanneer het bandmedium rond de naaf is gewikkeld, maar nabij elkaar gelegen posities zullen innemen. Hier wordt echter gewezen op het feit, dat de volgens deze publikatie toegepaste bandlasband zodanig lang is, dat 15 deze niet aan de standaard voldoet.
Andere publikaties van specifiek belang zijn onder andere de Amerikaanse octrooischriften met nr. 3,856,228, nr. 4,136,843 en nr. 3,797,777, die alle betrekking hebben op bandwielen, maar niet het minimaliseren van de rimpelzo-20 nes, die in het bandmedium optreden, tot doel hebben.
Alle tot heden bekende benaderingen van het probleem van de rimpelzones zijn onvoldoende gebleken bij het minimaliseren hiervan. In het bijzonder wordt opgemerkt, dat wanneer een bandlasband met een kleinere lengte dan de 25 breedte van het klemstuk wordt toegepast, zoals is beschreven in de Japanse ter inzage gelegde octrooipublikatie met nr. 4-67378, nauwkeurige positionering van de bandlasband tijdens het wikkelen van het bandmedium rond een bandwiel vereist is om mogelijk te maken, dat de bandlasband wordt 30 ingesloten binnen de breedte van het klemstuk. Dit kan op eenvoudige wijze worden bewerkstelligd tijdens een laboratoriumexperiment, maar kan niet zonder problemen worden bewerkstelligd bij massaproduktie. Zodra de bandlasband zodanig is verplaatst, dat deze buiten de breedte van het klem-35 stuk ligt, is het waarschijnlijk, dat rimpelzones ontstaan.
De onderhavige uitvinding heeft derhalve in hoofdzaak als doel het verschaffen van een verbeterde bandcasset-te, waarin de wielnaaf zodanig is ontworpen, dat het ont 1000577.
7 staan van rimpelzones in de bandcassette wordt geminimaliseerd of nagenoeg wordt geëlimineerd.
Teneinde de bovenstaande en andere doelen en eigenschappen van de onderhavige uitvinding te bewerkstelli-5 gen is in overeenstemming met een eigenschap van de onderhavige uitvinding een bandcassette verschaft, welke omvat: een paar wielen, die elk een wielnaaf met zodanig in het buitenoppervlak langs de omtrek hiervan gevormde ankergroef bevatten, dat deze ankergroef zich in een lengterichting van het 10 wiel uitstrekt; een in hoofdzaak langgerekt klemstuk, dat in de ankergroef is opgenomen en een langs de omtrek van de wielnaaf gemeten vooraf bepaalde breedte heeft; een bandme-dium, dat een eindige lengte magnetische opnameband omvat met tegenovergestelde einden; en door mideel van een band-15 lasband met een vooraf bepaalde lengte, met elk van de tegenovergestelde einden van de eindige magnetische opnameband verbonden beginband, waarbij één einde van de beginband op afstand van de eindige magnetische opnameband is opgenomen in de wielnaaf en aan de wielnaaf is verankerd door 20 middel van het klemstuk, dat in de ankergroef is geklemd. De bandlasband is in radiale richting buiten en direct boven het klemstuk gepositioneerd en sluit de vooraf bepaalde breedte van het klemstuk in, wanneer het bandmedium rond de wielnaaf is gewikkeld.
25 In overeenstemming met de onderhavige uitvinding vult de dikte van de bandlasband de inspringing in het oppervlak op, welke inspringing is gevormd door de aanwezigheid van de boiling, die is gecreëerd, door de door de smalle spleet tussen één longitudinale zijrand van het 30 klemstuk en één longitudinale rand van de ankergroef in de wielnaaf in buitenwaartse richting opkomende beginband. Als gevolg hiervan wordt vorming van de als hierboven beschreven rimpelzones geminimaliseerd en wordt de kans op fouten derhalve met voordeel geminimaliseerd, waarbij de foutfre-35 quentie zou toenemen, wanneer de bandcassette onder de schadelijke omstandigheden als een hoge temperatuur en een hoge vochtigheidsgraad zou worden bewaard.
1000577.
δ
In het bijzonder maakt de keuze van de lengte van de bandlasband op een voldoende waarde om de breedte van het klemstuk in te sluiten, dat wil zeggen een grotere waarde dan de breedte van het klemstuk, mogelijk, dat de bandlas-5 band het klemstuk te allen tijde bedekt, zolang het bandme-dium rond de wielnaaf is gewikkeld, zelfs wanneer de bandlasband enigszins in een richting langs de omtrek van de wielnaaf is verplaatst ten opzichte van het klemstuk. Deze eigenschap maakt mogelijk, dat de bandcassette volgens de 10 onderhavige uitvinding in massaproduktie genomen kan worden.
De onderhavige uitvinding is bij alle bekende soorten bandcassette toepasbaar, zoals bijvoorbeeld die soorten, die een eindige lengte van voor opname van audio-signalen geschikte band bevatten, maar de onderhavige uit-15 vinding kan met bijzonder voordeel worden toegepast bij een voor audiosignalen geschikte bandcassette van het soort, waarbij het binnen de standaard mogelijk is, dat de bandlasband een in voldoende mate grotere lengte heeft dan de breedte van het klemstuk.
20 Wanneer een bandcassette wordt beschouwd, die geschikt is voor gebruik in een digitale informatie opnemende en/of reproducerende inrichting, zoals bijvoorbeeld een DCC- of DAT-apparaat, is de aanwezigheid van de rimpelzones in hoge mate problematisch, omdat hierdoor een verslech-25 tering van de SER (signaalfoutfrequentie) optreedt, hetgeen kan resulteren in reproduktie van slechts onplezierig te beluisteren informatie en de kwaliteit van de bandcassette zal derhalve verminderd zijn. Het blijkt, dat de onderhavige uitvinding hier van bijzonder nut is.
30 Zoals algemeen bekend is bij vakmensen, zijn de rimpelzones in het bijzonder van belang en is derhalve verslechtering van de SER aanzienlijk, wanneer het bandmedium een relatief kleine dikte heeft. Bij een bandcassette, volgens de onderhavige uitvinding, waarin de bandlasband in 35 radiale richting buiten en direct boven het klemstuk is gepositioneerd en de breedte hiervan, zal het ontstaan van de rimpelzones in een bandmedium met een kleinere dikte dan 1000577.
9 10 μτη, welke geschikt is voor langdurige opname of reproduk-tie, tevens met voordeel zijn geminimaliseerd.
Hoewel het gebruik van de bandlasband in de vorm van een bekende, een niet-magnetisch polymeer bevattende 5 film, die op één oppervlak hiervan met behulp van een hecht-middel is aangebracht, voldoende kan zijn voor het minimaliseren van de rimpelzones, wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van een bandlasband in de vorm van een een niet-magnetisch polymeer bevattende film, waarbij op één oppervlak hiervan 10 door middel van een willekeurige bekende vacuümafzettings-techniek een een metaal bevattende dunne film is aangebracht, en waarbij hierop tevens een een hechtmiddel bevattende laag is gevormd, om de rimpelzones verder te minimaliseren .
15 Als alternatief kan de beginband in een voorkeurs- uitvoeringsvorm de vorm hebben van een op één oppervlak hiervan aangebrachte, een niet-magnetisch polymeer bevattende film met een door middel van een willekeurige bekende vacuümafzettingstechniek hierop aangebrachte metaal bevat-20 tende dunne film, zoals het geval is bij de bandlasband, waarbij op het oppervlak hiervan een een metaal bevattende dunne film is gevormd.
Deze en andere doelen en eigenschappen van de onderhavige uitvinding zullen duidelijk worden gemaakt aan 25 de hand van de volgende beschrijving, welke is opgesteld in samenhang met een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding, waarbij wordt gerefereerd aan de bijgaande tekeningen, waarin gelijke onderdelen met dezelfde referentienummers zijn aangeduid, en waarin: 30 fig. 1 een schematisch dwarsdoorsnedeaanzicht van een in een bandwiel toegepaste naaf volgens de onderhavige uitvinding toont, waarbij een hieromheen gewikkeld bandmedi-um is weergegeven; fig. 2 een soortgelijk aanzicht toont als fig. 1 35 en een weergave is van een bandwiel volgens de bekende techniek; fig. 3a een grafiek van de foutfrequentie toont, die gedurende vijf minuten is gemeten bij een verhoogde 100057/ 10 temperatuur tijdens reproduktie van informatie van één van de twee opnamezijden van een eindige magnetische opnameband, die om het bandwiel volgens de onderhavige uitvinding is gewikkeld; 5 fig. 3b een grafiek van de foutfrequentie toont, die gedurende vijf minuten onder dezelfde omstandigheden tijdens reproduktie van informatie vanaf de andere van de twee opnamezijden van een eindige magnetische opnameband is gemeten 10 fig. 4a een grafiek van de foutfrequentie toont, die gedurende vijf minuten is gemeten bij een verhoogde temperatuur tijdens reproduktie van informatie vanaf één van de twee opnamezijden van een eindige magnetische opnameband; en 15 fig. 4b een grafiek van de foutfrequentie toont, die gedurende vijf minuten onder dezelfde omstandigheden tijdens reproduktie van informatie vanaf de andere van de twee opnamezijden van een eindige magnetische opnameband is gemeten.
20 Refererend aan fig. l wordt opgemerkt, dat de hier getoonde wielnaaf 1 een identieke structuur kan hebben als de in fig. 2 getoonde wielnaaf. Zoals het geval is bij de bekende techniek, welke is getoond in fig. 2 en refererend hieraan is beschreven, bevat het rond de wielnaaf 1 gewik-25 kelde bandmedium een eindige magnetische opnameband 5, waarvan de tegenovergestelde einden door middel van bandlas-band 4 zijn verbonden met een beginband 3. Een binnenste einde van de beginband 3 aan elk einde van de eindige magnetische opnameband 5 is opgenomen in de ankergroef la en op 30 de plaats vastgezet met behulp van het klemstuk 2, dat in de ankergroef la is geklemd om op deze wijze bevestiging van de beginband 3 aan de wielnaaf l te bewerkstelligen. De in de praktijk van de onderhavige uitvinding toegepaste beginband 3 heeft een zodanig gekozen lengte, dat de bandlasband 4 met 35 een lengte b, die groter is dan de breedte a van het klemstuk 2, zich boven het klemstuk 2 bevindt en de breedte hiervan insluit, wanneer het bandmedium strak om de wielnaaf 1 is gewikkeld.
100057/.
11
In overeenstemming met de gestandaardiseerde specificaties van de band van een digitale compactcassette (DCC) bedraagt de buitendiameter van de wielnaaf 1 20 mm, bedraagt de breedte van het klemstuk 2 9 mm in een richting 5 langs de omtrek van de wielnaaf 1, bedraagt de dikte van de bandlasband 4 10 μιη en bedraagt de lengte hiervan 16 mm, bedraagt de dikte van de beginband 3 15 μιη en bedraagt de dikte van de eindige magnetische opnameband 5 13 μπι. Onder deze omstandigheden heeft de in de praktijk van de onderha-10 vige uitvinding toegepaste beginband 3 een lengte, die is gekozen in overeenstemming met de volgende formule: buitendiameter van de naaf x 7t x 6 wikkelingen x de breedte van het klemstuk/2, waarbij π de verhouding weergeeft tussen de omtrek van de wielnaaf l en de buitendiameter hiervan.
15 Wanneer deze formule wordt toegepast op de gestan daardiseerde specificaties van de band van een digitale compactcassette volgt, dat de beginband 3 een lengte van 372 mm heeft. Wanneer de in de praktijk van de onderhavige uitvinding toegepaste wielnaaf l een buitendiameter van 20 20 mm heeft, waarbij het klemstuk 2 met een breedte van 9 mm wordt gebruikt om één einde van de beginband 3 met een dikte van 15 μιη hieraan te verankeren, en de bandlasband 4 met een dikte van 10 μιη en een lengte van 16 mm wordt gebruikt om de beginband 3 en de eindige magnetische opnameband 5 met een 25 dikte van 13 μπι te verbinden, kan de samenstelling op een positie worden gebracht, die in radiale richting buiten het klemstuk 2 ligt en de breedte hiervan insluit, wanneer de dusdanige beginband 3 met een lengte van 372 mm zes maal rond de wielnaaf 1 is gewikkeld.
30 Hieronder zal de onderhavige uitvinding nader worden beschreven aan de hand van voorbeelden.
Voorbeeld 1
Een in de handel verkrijgbare DCC-band met een breedte van 3,78 mm, een dikte van 12,5 μιη en een lengte van 35 134 mm is tezamen met de bandlasband op de wielnaaf gewik keld, welke bandlasband ten opzichte van het klemstuk in overeenstemming met de onderhavige uitvinding is gepositioneerd, zoals in fig. 1 is getoond. Het bandmedium werd rond 1000577? 12 de wielnaaf gewikkeld, waarbij hiertoe gebruik werd gemaakt van een in handel verkrijgbaar tapedeck, nadat de band was afgespeeld in de "AFSPEEL"-modus. Vervolgens werd de band-cassette gedurende zes uur in een omgeving met een tempera-5 tuur van 70°C en een relatieve vochtigheidsgraad van 20 % geplaatst en vervolgens werd de SER (signaalfoutfrequentie) gemeten door gebruik te maken van een in de handel verkrijg-.bare inrichting voor het meten van de foutfrequentie ("DEMS 2000", die vervaardigd is door Philips, Japan). Tijdens de 10 meting van de SER werden het op één eindgedeelte van de B-zijde van de DCC-band nabij de wielnaaf (aan welk eindgedeelte wordt gerefereerd als de "B-top") opgenomen signaal en het op een eindgedeelte van de A-zijde van de DCC-band nabij dezelfde wielnaaf (aan welk eindgedeelte wordt gerefe-15 reerd als de "A-einde") opgenomen signaal gedurende vijf minuten gereproduceerd.
Voorbeeld 2
Een soortgelijke meting van de SER van de signalen op de B-top en het A-einde van een DCC-band werd ten uitvoer 20 gebracht onder dezelfde omstandigheden als die, welke bij voorbeeld 1 zijn beschreven, waarbij gebruik werd gemaakt van een bandcassette, die soortgelijk was aan die, welke in voorbeeld l werd gebruikt. Alleen was de bandlasband vervaardigd van een niet-magnetische bandbasis van een een 25 polymeer bevattende film, waarop aluminium tot een dikte van bij benadering 500 angstrom was aangebracht.
Voorbeeld 3
Een soortgelijke meting van de SER van de signalen op de B-top en het A-einde van een DCC-band werd ten uitvoer 30 gebracht onder dezelfde omstandigheden als die, welke bij voorbeeld 1 zijn beschreven, waarbij gebruik werd gemaakt van een bandcassette, die soortgelijk was aan die, welke in voorbeeld 1 werd gebruikt. Alleen was de beginband vervaardigd van een niet-magnetische bandbasis van een een polymeer 35 bevattende film, waarop aluminium tot een dikte van bij benadering 500 angstrom was aangebracht.
100057;.
13
Voorbeeld 4
Een soortgelijke meting van de SER van de signalen op de B-top en het A-einde van een DCC-band werd ten uitvoer gebracht onder dezelfde omstandigheden als die, welke bij 5 voorbeeld 1 zijn beschreven, waarbij gebruik werd gemaakt van een bandcassette, die soortgelijk was aan die, welke in voorbeeld 1 werd gebruikt. Alleen bedroeg de dikte van de gebruikte DCC-band hier 9,5 μπι.
Vergelijking 1 10 Een soortgelijke meting van de SER van de signalen op de B-top en het A-einde van een DCC-band werd ten uitvoer gebracht onder dezelfde omstandigheden als die, welke bij voorbeeld 1 zijn beschreven, waarbij gebruik werd gemaakt van een bandcassette, waarbij de bandlasband als in fig. 2 15 is getoond, was gepositioneerd en verplaatst ten opzichte van het klemstuk.
Vergelijking 2
Een soortgelijke meting van de SER van de signalen op de B-top en het A-einde van een DCC-band werd ten uitvoer 20 gebracht onder dezelfde omstandigheden als die, welke bij voorbeeld 1 zijn beschreven, waarbij gebruik werd gemaakt van een bandcassette, waarvan de bandlasband een kleinere lengte had dan de breedte van het klemstuk.
De volgende tabel geeft de gemiddelde waarde van 25 de SER (de SER voor de B-top en het A-einde gesommeerd en gedeeld door 2), de gemiddelde CF (kritieke framenummer) en de gemiddelde C2HF (het C2 harde vlagnummer), die werden gemeten op momenten voor en nadat elke van de in voorbeelden 1 tot en met 4 en in vergelijkingen l en 2 beschreven band-30 cassettes aan de hierboven gespecificeerde omstandigheden werd blootgesteld. De in de tabel gebruikte termen "voor" en "na" duiden op de momenten voor en nadat elke van de in voorbeelden 1 tot en met 4 en in vergelijkingen 1 en 2 beschreven bandcassettes werd blootgesteld aan de hierboven 35 gespecificeerde omstandigheden.
In de tabel duidt de term "C2HF" op het optreden van fouten, die niet kunnen worden gecorrigeerd en die een oorzaak vormen van het foutief reproduceren van informatie, 100057/.
14 waardoor het beluisteren hiervan onplezierig wordt. De term "CF" duidt op het aantal frames, waarin corrigeerbare fouten zijn opgetreden, en duidt op een toegenomen aantal frames, dat fouten bevat, hetgeen kan leiden tot reproduktie van 5 informatie, waarvan het beluisteren onplezierig is, hoewel dit nog niet het geval is.
Tabel _B-top A-top _voor__na__voor__na_
__SBR CF C2HF SBR CF C2HF SBR CF C2HF SER CF C2HF
Vbl__0, 54 0__0__3,02 10__0__0,38 0__0__2,92 12__0 10 Vb2__0,37 0__0__1,71__5__0__0,41 1__0__1, 86__6__0
Vb3__0,27 0__0__2,71__7__0__0, 50 1__0__2,16 8 0
Vb4__0,18 1__0__3,35 13__0__0,27 0__0__3,05 18__0
Verg. 1 0,29 0__0__55,28 173__6__0,65 1__0__46,43 162__0
Verg. 2 0,61 0__0__29,88 145__4__0,39 1__0__32,91 158 0 15
Zoals in de bovenstaande tabel is getoond, leidt zodanige positionering van de bandlasband 4 met een grotere lengte dan de breedte van het klemstuk 2, waarbij deze bandlasband 4 in radiale richting buiten het klemstuk 2 ligt 20 en de breedte hiervan insluit, wanneer het bandmedium rond de wielnaaf 1 is gewikkeld in overeenstemming met de onderhavige uitvinding, tot de voordelen, dat de SER nauwelijks is beïnvloed, zoals blijkt uit de tabel bij voorbeelden 1 tot en met 3, zelfs nadat de bandcassette gedurende een 25 aanzienlijke tijdsduur aan de schadelijke omstandigheden van een hoge temperatuur en een hoge vochtigheidsgraad is onderworpen, dat de CF gering is en dat geen uitval van signaal (C2HF) optreedt, hetgeen van kritiek belang is voor de kwaliteit van de band. Hoewel de onderhavige uitvinding 30 voldoende functioneert, is het gebruik van de bandlasband, waarop een aluminium laag is aangebracht, zoals in voorbeeld 2, of het gebruik van de beginband, waarop een aluminium laag is afgezet, zoals in voorbeeld 3, nog doeltreffender om de rimpelzones te minimaliseren. Verder kan een gunstige 35 werking worden verkregen, zelfs als de onderhavige uitvinding wordt toegepast bij een magnetische opnameband met een 1000577.
15 relatief kleine dikte, die niet meer dan 10 μπι bedraagt bij gebruik als opnameband voor opname van informatie gedurende 120 minuten, zoals het geval is bij voorbeeld 4.
Wanneer de bandlasband ten opzichte van het klem-5 stuk 2 is verplaatst langs de omtrek van de wielnaaf 1, zoals in het geval van vergelijking 1, waarbij het bandmedi-um rond de wielnaaf is gewikkeld, of wanneer de bandlasband een kleinere lengte heeft dan de breedte van het klemstuk 2, zoals in het geval van vergelijking 2, waarbij de bandlas-10 band in radiale richting is uitgelijnd met het klemstuk 2, werd anderzijds ontdekt, dat aanzienlijke rimpelzones ontstonden, nadat de bandcassette gedurende een aanzienlijke tijdsduur onder de schadelijke omstandigheden van een hoge temperatuur en een hoge vochtigheidsgraad werd bewaard, 15 hetgeen resulteerde in een aanzienlijke toename van de SER, welke samengaat met een toename van de waarde van de C2HF, met als gevolg dat beluisteren van de informatie onplezierig is .
Figuren 3a en 3b en figuren 4a en 4b tonen grafie-20 ken van de foutfrequenties, die optreden bij de als B-top en A-einde aangeduide delen van een band in de bandcassette als uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding en van een bandcassette volgens de bekende techniek, waarbij beide gedurende zes uur in een droge omgeving met een temperatuur 25 van 70°C werden geplaatst. In elk van deze figuren zijn de bij C2HF- en bij CF-waarden optredende framenummers rechtsboven in de figuur getoond. De metingen werden uitgevoerd door een eindgedeelte op de B-zijde van het bandmedium nabij de wielnaaf gedurende vijf minuten af te spelen en vervol-30 gens een eindgedeelte op de A-zijde van het bandmedium nabij de wielnaaf gedurende vijf minuten af te spelen, dat wil zeggen een totaal van tien minuten. Zoals in de figuren 4a en 4b is getoond, waarbij het hier een bandcassette volgens de bestaande techniek betreft, ontstaan aanzienlijke rimpel-35 zones, waarbij de SER een waarde heeft in het bereik tussen 40 en 50E-4, hetgeen samenhangt met het optreden van de CF bij rotatie van de wielnaaf en in het ergste geval treedt de C2HF op, hetgeen resulteert in het afspelen van informatie 10 0 0 5 7 7.3 16 die onplezierig te beluisteren is. In tegenstelling hiermee zijn de rimpelzones in de bandcassette als uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding verkleind, zoals blijkt uit de figuren 3a en 3b, waarbij de waarde van de SER ligt in het 5 bereik tussen l en 2E-4, hetgeen samengaat met een verlaging van de frequentie, waarmee de CF optreedt en waarin geen C2HF is opgetreden.
Hoewel de onderhavige uitvinding is beschreven in samenhang met voorkeursuitvoeringsvormen hiervan, waarbij is 10 gerefereerd aan de bijgaande tekeningen, moet hier worden opgemerkt, dat voor vakmensen verscheidene veranderingen en aanpassingen voor de hand zullen liggen. Hoewel in de beschrijving hierboven het gebruik van aluminium voor het vormen van een opgedampte metaal bevattende laag, kan bij-15 voorbeeld tevens gebruik worden gemaakt van Au, Ag of Pt in de plaats van aluminium.
Derhalve moeten dergelijke veranderingen en aanpassingen worden opgevat als deel van de onderhavige uitvinding, zoals deze is gedefinieerd in de bijgevoegde conclu-20 sies.
100C572.
Claims (6)
1. Bandcassette, welke omvat: een paar wielen, die elk een wielnaaf met zodanig in het buitenoppervlak langs de omtrek hiervan gevormde ankergroef bevatten, dat deze ankergroef zich in een lengte-5 richting van het wiel uitstrekt; een in hoofdzaak langgerekt klemstuk, dat in de ankergroef is opgenomen en een langs de omtrek van de wielnaaf gemeten vooraf bepaalde breedte heeft; een bandmedium, dat een eindige lengte magnetische 10 opnameband omvat met tegenovergestelde einden; en door middel van een bandlasband met een vooraf bepaalde lengte, met elk van de tegenovergestelde einden van de eindige magnetische opnameband verbonden beginband, waarbij één einde van de beginband op afstand van de eindige magnetische 15 opnameband is opgenomen in de wielnaaf en aan de wielnaaf is verankerd door middel van het klemstuk, dat in de ankergroef is geklemd; met het kenmerk, dat de bandlasband radiale richting buiten en direct boven het klemstuk is gepositioneerd 20 en de vooraf bepaalde breedte van het klemstuk insluit, wanneer het bandmedium zich in een rond de wielnaaf gewikkelde toestand bevindt.
2. Bandcassette volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de bandlasband is gevormd door een niet-magne- 25 tische band met een een metaal bevattende dunne film op een oppervlak hiervan.
3. Bandcassette volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de beginband is gevormd door een niet-magnetische band met een een metaal bevattende dunne film op een 30 oppervlak hiervan.
4. Bandcassette volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het bandmedium een dikte heeft van ten hoogste 10 μπι.
5. Bandcassette volgens conclusie 1, met het 35 kenmerk, dat de beginband een volgens de volgende formule gekozen lengte heeft: 1000577. BD x π x
6‘W x B/2, waarbij BD de buitendiameter van de wielnaaf, π de verhouding van de omtrek van de wielnaaf tot de buitendiameter hiervan, W het aantal wikkelingen van de beginband rond de 5 wielnaaf en B de breedte van het klemstuk aanduiden. 100057/.
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| JP13561994 | 1994-06-17 | ||
| JP6135619A JPH087521A (ja) | 1994-06-17 | 1994-06-17 | テープカセット |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1000577A1 NL1000577A1 (nl) | 1995-12-18 |
| NL1000577C2 true NL1000577C2 (nl) | 1997-08-21 |
Family
ID=15156047
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1000577A NL1000577C2 (nl) | 1994-06-17 | 1995-06-15 | Bandcassette met geminimaliseerde rimpelzones. |
Country Status (3)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US5701225A (nl) |
| JP (1) | JPH087521A (nl) |
| NL (1) | NL1000577C2 (nl) |
Families Citing this family (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPH11203816A (ja) * | 1998-01-14 | 1999-07-30 | Mitsumi Electric Co Ltd | フロッピーディスクカートリッジ |
| US6332689B1 (en) * | 1999-12-14 | 2001-12-25 | Fujitsu Limited | Optical apparatus which uses a virtually imaged phased array to produce chromatic dispersion |
| US6296361B1 (en) * | 1999-12-14 | 2001-10-02 | Fujitsu Limited | Optical apparatus which uses a virtually imaged phased array to produced chromatic dispersion |
| US6343866B1 (en) * | 2000-05-23 | 2002-02-05 | Fujitsu Limited | Optical apparatus which uses a virtually imaged phased array to produce chromatic dispersion |
| US20050103429A1 (en) * | 2001-09-19 | 2005-05-19 | Markus Eikmeier | Adhesive tape for automatic replacement of rolls |
| US7300016B2 (en) * | 2003-10-08 | 2007-11-27 | Imation Corp. | Tape reel assembly with stiff winding surface for a tape drive system |
Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4012011A (en) * | 1974-10-21 | 1977-03-15 | Olympus Optical Co., Ltd. | Tape cassette |
| EP0018584A1 (de) * | 1979-05-02 | 1980-11-12 | BASF Aktiengesellschaft | Bandaufzeichnungsträger mit Vorspann, insbesondere Magnetband und Bandrolle |
Family Cites Families (17)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3856228A (en) * | 1970-04-08 | 1974-12-24 | Matsushita Electric Industrial Co Ltd | Tape reel |
| US3797777A (en) * | 1970-04-08 | 1974-03-19 | Matsushita Electric Industrial Co Ltd | Tape reel and tape reel storing magazine |
| JPS5545593Y2 (nl) * | 1975-04-14 | 1980-10-25 | ||
| US4136843A (en) * | 1977-03-17 | 1979-01-30 | Film Cassette Inc. | Tape cassette having reel locking means therein |
| US4889296A (en) * | 1985-07-12 | 1989-12-26 | Fuji Photo Film Co., Ltd. | Apparatus for grounding cassette |
| JPS6261082A (ja) * | 1985-09-11 | 1987-03-17 | Ricoh Co Ltd | 複写機 |
| JPS6261079A (ja) * | 1985-09-11 | 1987-03-17 | Ricoh Co Ltd | 変倍複写機における複写動作制御方法 |
| JPH0454623Y2 (nl) * | 1985-11-25 | 1992-12-22 | ||
| JPH0432697Y2 (nl) * | 1985-12-05 | 1992-08-06 | ||
| JP2512035B2 (ja) * | 1987-11-26 | 1996-07-03 | 松下電器産業株式会社 | マグネットロ―ルの製造方法 |
| US4827793A (en) * | 1988-06-01 | 1989-05-09 | Dana Corporation | Forward/center control shifting apparatus for a vehicle transmission |
| JPH0280386A (ja) * | 1988-09-13 | 1990-03-20 | Teikoku Chem Ind Corp Ltd | 養液栽培用微量要素 |
| US5002238A (en) * | 1990-01-19 | 1991-03-26 | Inhofer Harold G | Level wind cable guide |
| JPH03269888A (ja) * | 1990-03-19 | 1991-12-02 | Matsushita Electric Ind Co Ltd | テープリール |
| ATE170659T1 (de) * | 1990-05-11 | 1998-09-15 | L C V Associates | Vollstaendig aus einer form gegossene wiederverwertbare bildbandkassette |
| JPH0467378A (ja) * | 1990-07-02 | 1992-03-03 | Matsushita Electric Ind Co Ltd | カセットテープ |
| JPH05109234A (ja) * | 1991-10-15 | 1993-04-30 | Sony Corp | カセツトテープ |
-
1994
- 1994-06-17 JP JP6135619A patent/JPH087521A/ja active Pending
-
1995
- 1995-06-06 US US08/467,823 patent/US5701225A/en not_active Expired - Fee Related
- 1995-06-15 NL NL1000577A patent/NL1000577C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4012011A (en) * | 1974-10-21 | 1977-03-15 | Olympus Optical Co., Ltd. | Tape cassette |
| EP0018584A1 (de) * | 1979-05-02 | 1980-11-12 | BASF Aktiengesellschaft | Bandaufzeichnungsträger mit Vorspann, insbesondere Magnetband und Bandrolle |
Non-Patent Citations (1)
| Title |
|---|
| WINARSKI ET AL.: "Mechanical design of the cartridge and transport for the IBM 3480 Magnetic Tape Subsytem", IBM JOURNAL OF RESEARCH AND DEVELOPMENT, vol. 30, no. 6, November 1986 (1986-11-01), NEW YORK US, pages 635 - 644, XP002031645 * |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| NL1000577A1 (nl) | 1995-12-18 |
| US5701225A (en) | 1997-12-23 |
| JPH087521A (ja) | 1996-01-12 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL1000577C2 (nl) | Bandcassette met geminimaliseerde rimpelzones. | |
| KR970002200B1 (ko) | 카세트 리일 | |
| JPH0454623Y2 (nl) | ||
| US6945489B2 (en) | Splicing tape for attaching a leader tape to data tape | |
| US4564157A (en) | Magnetic recording tape cassette | |
| US5647551A (en) | Tape cassette having reduced drop-out error by selected sizing of gaps between a clamper and an engagement cavity in the hub | |
| JPH05109234A (ja) | カセツトテープ | |
| US6216970B1 (en) | Method for reducing mechanical distortion on magnetic tape | |
| US6338448B1 (en) | Magnetic tape splicing for reducing tape pack distortion | |
| JP2698532B2 (ja) | 小型テープカセット | |
| US7059555B2 (en) | Tape reel assembly with radially symmetric deforming tape winding surface | |
| US6332584B1 (en) | Magnetic tape splicing for reducing tape pack distortion | |
| JPS62208452A (ja) | 磁気記録再生装置 | |
| JPH08310735A (ja) | テープ巻取り構造 | |
| JPH0467378A (ja) | カセットテープ | |
| JP2923098B2 (ja) | テープカセット | |
| JPH05128803A (ja) | テープカセツト | |
| JPH0142816Y2 (nl) | ||
| JPH02152053A (ja) | 磁気記録再生装置 | |
| JPS6366707A (ja) | 複合型磁気ヘツド | |
| JPH06150613A (ja) | テープカセット用ハブ | |
| JPH0544954Y2 (nl) | ||
| JPH04123309A (ja) | 磁気テープ | |
| Shields | Considerations in the Playback of Archival Analog Magnetic Recordings with Wide Recorded Tracks | |
| JPS629574Y2 (nl) |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| AD1A | A request for search or an international type search has been filed | ||
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20080101 |