BE1023983B1 - INTEGRATED REVERSE SYSTEM WITH BELT COUPLING - Google Patents

INTEGRATED REVERSE SYSTEM WITH BELT COUPLING Download PDF

Info

Publication number
BE1023983B1
BE1023983B1 BE2016/5205A BE201605205A BE1023983B1 BE 1023983 B1 BE1023983 B1 BE 1023983B1 BE 2016/5205 A BE2016/5205 A BE 2016/5205A BE 201605205 A BE201605205 A BE 201605205A BE 1023983 B1 BE1023983 B1 BE 1023983B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
belt
drive
reversing
actuator
pulley
Prior art date
Application number
BE2016/5205A
Other languages
English (en)
Other versions
BE1023983A9 (nl
BE1023983B9 (nl
BE1023983A1 (nl
Inventor
Stijn Bailliu
Nico J.M. Wolfcarius
Ruben J. VANCOILLIE
Original Assignee
Cnh Industrial Belgium Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Cnh Industrial Belgium Nv filed Critical Cnh Industrial Belgium Nv
Priority to BE20165205A priority Critical patent/BE1023983A9/nl
Publication of BE1023983A1 publication Critical patent/BE1023983A1/nl
Publication of BE1023983B1 publication Critical patent/BE1023983B1/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1023983A9 publication Critical patent/BE1023983A9/nl
Publication of BE1023983B9 publication Critical patent/BE1023983B9/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01DHARVESTING; MOWING
    • A01D57/00Delivering mechanisms for harvesters or mowers
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01DHARVESTING; MOWING
    • A01D69/00Driving mechanisms or parts thereof for harvesters or mowers
    • A01D69/005Non electric hybrid systems, e.g. comprising mechanical and/or hydraulic and/or pneumatic drives
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01DHARVESTING; MOWING
    • A01D41/00Combines, i.e. harvesters or mowers combined with threshing devices
    • A01D41/06Combines with headers
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01DHARVESTING; MOWING
    • A01D41/00Combines, i.e. harvesters or mowers combined with threshing devices
    • A01D41/12Details of combines
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01DHARVESTING; MOWING
    • A01D41/00Combines, i.e. harvesters or mowers combined with threshing devices
    • A01D41/12Details of combines
    • A01D41/14Mowing tables
    • A01D41/142Header drives
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01DHARVESTING; MOWING
    • A01D69/00Driving mechanisms or parts thereof for harvesters or mowers
    • A01D69/06Gearings
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16HGEARING
    • F16H7/00Gearings for conveying rotary motion by endless flexible members
    • F16H7/08Means for varying tension of belts, ropes, or chains
    • F16H7/0827Means for varying tension of belts, ropes, or chains for disconnecting the drive
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16HGEARING
    • F16H7/00Gearings for conveying rotary motion by endless flexible members
    • F16H7/08Means for varying tension of belts, ropes, or chains
    • F16H2007/0863Finally actuated members, e.g. constructional details thereof
    • F16H2007/0865Pulleys
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16HGEARING
    • F16H7/00Gearings for conveying rotary motion by endless flexible members
    • F16H7/08Means for varying tension of belts, ropes, or chains
    • F16H2007/0889Path of movement of the finally actuated member
    • F16H2007/0891Linear path

Abstract

Een oogstmachine (10) heeft een maaibord- en toevoeraandrijfsysteem (70) dat een opstelling bevat met de hoofdriemaandrijving (82, 182) en een opstelling met een keerriemaandrijving (84, 184). De opstelling met de voorwaarts aandrijvende riemaandrijving (82, 182) bevat een hoofdaandrijfriem (86, 186) en een hoofdaandrijfriemspanner (106, 206) die bediend wordt door een actuator (104, 204). De opstelling met de keerriemaandrijving (84, 184) bevat een omkeermotor (100, 200) en een omkeeraandrijfriem (96, 196) die selectief gekoppeld wordt met het aandrijfsysteem (70) van het toevoersysteem door de werking van dezelfde actuator (104, 204).A harvesting machine (10) has a header and feed drive system (70) that includes an arrangement with the main belt drive (82, 182) and an arrangement with a turn belt drive (84, 184). The forward drive belt drive arrangement (82, 182) includes a main drive belt (86, 186) and a main drive belt tensioner (106, 206) operated by an actuator (104, 204). The timing belt drive arrangement (84, 184) includes a reverse motor (100, 200) and a reverse drive belt (96, 196) selectively coupled to the feed system drive system (70) through the operation of the same actuator (104, 204) .

Description

GEÏNTEGREERD OMKEERSYSTEEM MET RIEMKOPPELINGINTEGRATED REVERSE SYSTEM WITH BELT COUPLING
ACHTERGROND VAN DE UITVINDINGBACKGROUND OF THE INVENTION
Deze uitvinding heeft in het algemeen betrekking op oogstmachines zoals maaidorsers, en meer bepaald op de aandrijfsystemen die verbonden zijn met maaibord-en toevoermechanismen voor het toevoeren van oogstmateriaal aan de machine om het te verwerken, en nog specifieker op omkeeraandrijfsystemen die geactiveerd kunnen worden om oogstmateriaal achteruit te verwijderen wanneer er omstandigheden zijn waarin het te sterk wordt toegevoerd (overvoeding) of wanneer er verstopping optreedt, of om op een andere manier materiaal uit het toevoermechanisme terug te trekken.This invention relates generally to harvesting machines such as combine harvesters, and more particularly to the drive systems associated with header and feed mechanisms for feeding harvesting material to the machine for processing, and even more specifically to reversing drive systems that can be activated to harvest harvesting material. to remove backwards when there are circumstances where it is over-supplied (overfeeding) or when clogging occurs, or to withdraw material from the feed mechanism in another way.
Een oogstmachine wordt “maaidorser” (of pikdorser) (of "combine harvester" in het Engels) genoemd aangezien deze machine meerdere oogstfuncties, zoals plukken of snijden, dorsen, scheiden en reinigen in een enkele oogstmachine combineert. Een typische maaidorser bevat een maaibord dat het gewas van een veld verwijdert en een toevoersysteem dat het gewasmateriaal naar een dorsrotor transporteert. De dorsrotor draait in een geperforeerd huis dat de vorm kan hebben van verstelbare dorskorven en een dorsbewerking uitvoert op het gewas om het graan uit ander oogstmateriaal te verwijderen. Eens het graan gedorst is, valt het door perforaties in de dorskorven op een graanschaal. Vanaf de graanschaal wordt het graan gereinigd op zeven in een reinigingssysteem. Een reinigingsventilator blaast lucht door de zeven om kaf en andere deeltjes vuil naar de achterkant van de maaidorser af te voeren. Oogstmateriaal dat geen graan is, zoals stro uit het dorssysteem, gaat verder door een restantensysteem, dat een strohakselaar kan gebruiken om het niet-graan te verwerken en naar de achterkant van de maaidorser te richten. Het gereinigde graan wordt naar een graantank aan boord van de maaidorser getransporteerd. Wanneer de graantank vol raakt of om andere redenen moet worden leeggemaakt, wordt de maaidorser gepositioneerd in de buurt van een voertuig waarin het graan moet worden ontladen, zoals een oplegger, een zelflosser, een gewone vrachtwagen of dergelijke; en wordt een ontlaadsysteem op de maaidorser aangedreven om het graan vanuit de graantank naar het voertuig over te brengen.A harvesting machine is called "combine harvester" (or "picker") (or "combine harvester" in English) since this machine combines multiple harvesting functions, such as picking or cutting, threshing, separating and cleaning in a single harvesting machine. A typical combine harvester contains a header that removes the crop from a field and a feeding system that transports the crop material to a threshing rotor. The threshing rotor rotates in a perforated housing that can take the form of adjustable threshing baskets and performs a threshing operation on the crop to remove the grain from other harvesting material. Once the grain is thirsty, it falls on a grain dish through perforations in the concave. From the grain bowl the grain is cleaned at seven in a cleaning system. A cleaning fan blows air through the sieves to transport chaff and other particles of dirt to the rear of the combine. Harvest material that is not grain, such as straw from the threshing system, continues through a residual system that a straw chopper can use to process the non-grain and direct it to the rear of the combine. The cleaned grain is transported to a grain tank on board the combine. When the grain tank becomes full or needs to be emptied for other reasons, the combine is positioned near a vehicle in which the grain is to be unloaded, such as a semi-trailer, a self-unloader, a regular truck or the like; and a discharge system is driven on the combine to transfer the grain from the grain tank to the vehicle.
Meer bepaald kan een maaibord een snijbalk of een ander mechanisme bevatten om oogstmateriaal van het veld te snijden of te verwijderen, en een haspel, transporteurs vijzels en/of andere transporttoestellen die het afgesneden oogstmateriaal verzamelen en naar stroomafwaarts gelegen verwerkingssystemen in de machine richten. Het afsnijden van een breed zwad gewas en daarna het gewas verzamelen naar het midden toe van de machine vanaf de buitenranden en daarbij de gewasstroom concentreren wanneer het de eropvolgende verwerkingssystemen binnenkomt, is bekend. Zulke stroomafwaartse verwerkingssystemen kunnen een roterend dors- of scheidingssysteem bevatten met één of meer rotoren die zich axiaal (van voren naar achteren) of dwars (van de ene kant naar de andere kant) binnen het huis van de maaidorser kunnen uitstrekken en die gedeeltelijk of volledig omringd zijn door een geperforeerde dorskorf. Het oogstmateriaal wordt gedorst en gescheiden door het draaien van de rotor binnen de dorskorf. Grover oogstmateriaal dat geen graan is, zoals stengels en bladeren, wordt naar de achterkant van de maaidorser getransporteerd en weer op het veld ontladen. De gescheiden graankorrels worden, samen met een deel fijner materiaal dat geen graan is zoals kaf, stof, stro en andere oogstrestanten, ontladen via de dorskorven en vallen op een graanschaal waar ze naar het reinigingssysteem getransporteerd worden. Als alternatief kunnen het graan en fijner niet-graan ook rechtstreeks op het reinigingssysteem zelf vallen.More specifically, a header may include a cutter bar or other mechanism to cut or remove crop material from the field, and a reel, conveyors, augers, and / or other transport devices that collect the cut crop material and direct it to downstream processing systems in the machine. Cutting a wide swath of crop and then collecting the crop towards the center of the machine from the outer edges and thereby concentrating the crop flow when it enters the subsequent processing systems is known. Such downstream processing systems may include a rotary threshing or separation system with one or more rotors that can extend axially (from front to back) or transversely (from one side to the other) within the combine's housing and which partially or completely are surrounded by a perforated concave. The harvest material is threshed and separated by turning the rotor inside the concave. Coarser non-grain harvesting material, such as stems and leaves, is transported to the rear of the combine and unloaded onto the field. The separated cereal grains, along with a part of finer non-grain material such as chaff, dust, straw and other harvest residues, are discharged via the concave and fall onto a grain dish where they are transported to the cleaning system. Alternatively, the grain and finer non-grain may also fall directly onto the cleaning system itself.
Het reinigingssysteem scheidt vervolgens het graan van het niet-graan, en bevat gewoonlijk een ventilator die een luchtstroom opwaarts en naar achteren richt door verticaal aangebrachte zeven die heen en weer bewegen op een voorwaartse en achterwaartse manier. De luchtstroom tilt het lichtere niet-graan op en vervoert het naar het achterste uiteinde van de maaidorser om het op het veld te lossen. Schoon graan dat zwaarder is, en grotere stukken niet-graan, die niet weggeblazen worden door de luchtstroom, vallen op een oppervlak van een bovenste zeef (ook kortstrozeef genoemd) waar een deel of al het schone graan doorheen passeert naar een onderste zeef (ook bekend als reinigingszeef). Graan en niet-graan die op de bovenste en onderste zeven achterblijven, worden fysiek gescheiden door de heen-en-weergaande actie van de zeven wanneer het materiaal door de maaidorser naar achteren beweegt. Alle graan en/of niet-graan dat op het bovenvlak van de bovenste zeef achterblijft wordt aan de achterkant van de maaidorser gelost. Graan dat door de onderste zeef valt, belandt op een bodemschaal van het reinigingssysteem, waar het voorwaarts vervoerd wordt naar een schoongraanvijzel. De schoongraanvijzel transporteert het graan naar een graantank aan boord van de machine voor tijdelijke opslag.The cleaning system then separates the grain from the non-grain, and usually includes a fan that directs an air flow up and back through vertically arranged sieves that move back and forth in a forward and backward manner. The air stream lifts the lighter non-grain and transports it to the rear end of the combine to unload it in the field. Clean grain that is heavier, and larger pieces of non-grain that are not blown away by the air flow, fall on a surface of an upper sieve (also called short straw sieve) through which some or all of the clean grain passes through to a lower sieve (also known as a cleaning screen). Grain and non-grain remaining on the upper and lower sieves are physically separated by the reciprocating action of the sieves as the material moves backwards through the combine. All grain and / or non-grain that remains on the upper surface of the upper sieve is unloaded at the rear of the combine. Grain falling through the lower sieve ends up on a bottom tray of the cleaning system, where it is transported forward to a clean grain auger. The clean grain auger transports the grain to a grain tank on board the machine for temporary storage.
Tijdens de normale werking van een oogstmachine, levert de motor aan boord van de machine vermogen aan de verschillende systemen, met inbegrip van de gewastoevoersystemen, via mechanische verbindingen met het aandrijfmechanisme. Bijvoorbeeld door het gebruik van verschillende assen, riemaandrijvingen, kettingaandrijvingen en dergelijke, kunnen verscheidene vijzels, transporteurs of andere mechanismen van de maaibord- en toevoersystemen eendrachtig aangedreven worden. Onder sommige bedrijfsvoorwaarden kan oogstmateriaal klonters of bundels vormen, die een mogelijke verstopping vormen die een verdere werking kunnen beletten of zelfs de machine helemaal verstoppen. Om deze toestand te voorkomen of uit te sluiten, kan het oogstmateriaal achterwaarts t.o.v. de normale verplaatsingsrichting bewogen worden om materiaalklonters te verwijderen, te herpositioneren of te verspreiden. Het is onpraktisch en ongewenst om de draairichting van het volledige aandrijfsysteem om te keren en het gebruik van afzonderlijke motoren voor de omkeeraandrijving is dan ook bekend om de draairichting van beperktere groepen mechanismen om te keren. De hoofdaandrijving of de aandrijving voor de voorwaartse beweging (verder kortweg hoofdaandrijving genoemd) wordt onderbroken en de omkeeraandrijving wordt ingeschakeld. Het integreren van de motor van de omkeeraandrijving in het aandrijfmechanisme kan echter moeilijk, ingewikkeld en duur zijn. Een hydraulische motor met een geschikte koppeling voor het koppelen en ontkoppelen van het aandrijfmechanisme kan een aanzienlijk ruimte vereisen in de machine en de verschillende onderdelen daarvoor kunnen duur zijn. Geavanceerde systemen kunnen moeilijk en duur te herstellen en te onderhouden zijn.During the normal operation of a harvesting machine, the motor on board the machine supplies power to the various systems, including the crop supply systems, via mechanical connections to the drive mechanism. For example, by using different shafts, belt drives, chain drives, and the like, various jacks, conveyors, or other mechanisms of the header and feeder systems can be driven in unison. Under some operating conditions, harvesting material can form lumps or bundles, which can form a possible blockage that can prevent further operation or even completely clog the machine. To prevent or exclude this condition, the crop material can be moved backwards relative to the normal direction of movement to remove, reposition or distribute material clumps. It is impractical and undesirable to reverse the direction of rotation of the entire drive system and the use of separate motors for the reverse drive is therefore known to reverse the direction of rotation of more limited sets of mechanisms. The main drive or the drive for the forward movement (hereinafter referred to as the main drive for short) is interrupted and the reverse drive is switched on. However, integrating the reversing drive motor into the drive mechanism can be difficult, complicated and expensive. A hydraulic motor with a suitable coupling for coupling and uncoupling the drive mechanism may require a considerable space in the machine and the various parts therefor can be expensive. Advanced systems can be difficult and expensive to repair and maintain.
Wat nodig is ten opzichte van de stand van de techniek is een opstelling met een omkeeraandrijving die compact en eenvoudig is om mee te werken en te gebruiken, om, indien nodig, het primaire aandrijfsysteem selectief te ontkoppelen en het omkeersysteem te koppelen.What is needed with respect to the prior art is a reversing drive arrangement that is compact and easy to work with and use to selectively disconnect the primary drive system and to couple the reversing system if necessary.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDINGSUMMARY OF THE INVENTION
Deze uitvinding verschaft een omkeeraandrijfsysteem dat zodanig geïntegreerd is in het primaire aandrijfsysteem dat één enkele actuator de ene aandrijving ontkoppelt wanneer de andere wordt gekoppeld, om een omkeermotor in het systeem aandrijvend te koppelen of te ontkoppelen.This invention provides a reversing drive system that is integrated into the primary drive system such that a single actuator disengages one drive when the other is coupled to drive or disconnect a reversing motor in the system.
In één vorm is de uitvoering gericht op een oogstmachine die uitgerust is met een chassis, een maaibord een toevoerhuis en een motor, die allemaal gedragen worden door het chassis. Een maaibord- en toevoeraandrijfsysteem drijft de maaibord- en toevoerhuissystemen aan, en bevat een opstelling met een hoofdriemaandrijving waarvan de hoofdaandrijfriem aangebracht is rond een eerste riemschijf en een tweede riemschijf, en een hoofdaandrijfriemspanner die bediend wordt door een actuator om de hoofdaandrijfriem met de eerste riemschijf en met de tweede riemschijf te koppelen en te ontkoppelen. De opstelling met de hoofdriemaandrijving wordt aangedreven door de motor via de onderlinge verbinding met een aandrijflijn. Een opstelling met een keerriemaandrijving bevat een omkeermotor die selectief gekoppeld wordt aan het maaibord- en toevoeraandrijfsysteem. Een omkeermotorriemschijf wordt aangedreven door de omkeermotor, en is een omkeeraandrijfriem aangebracht rond de omkeermotorriemschijf, ofwel op de eerste of op de tweede riemschijf. Een riemspanner voor de keerriemaandrijving (verder kortweg keerriemspanner genoemd) koppelt en ontkoppelt de omkeeraandrijfriem met de omkeermotorriemschijf, en hetzij met de eerste riemschijf, hetzij met de tweede riemschijf. Een stangenmechanisme verbindt de hoofdaandrijfriemspanner de keerriemspanner zodat de werking van de actuator zowel op de hoofdaandrijfriemspanner als op keerriemspanner inwerkt.In one form, the embodiment is aimed at a harvesting machine that is equipped with a chassis, a header, a feed housing and a motor, all of which are supported by the chassis. A header and feed drive system drives the header and feed housing systems, and includes an arrangement with a main belt drive whose main drive belt is arranged around a first belt pulley and a second belt pulley, and a main drive belt tensioner operated by an actuator around the main drive belt with the first belt pulley and connect and disconnect with the second pulley. The arrangement with the main belt drive is driven by the motor via the interconnection with a drive line. A timing belt drive arrangement includes a reversing motor that is selectively coupled to the header and feed drive system. A reversing motor belt pulley is driven by the reversing motor, and a reversing drive belt is arranged around the reversing motor belt pulley, either on the first or on the second pulley. A belt tensioner for the timing belt drive (hereinafter referred to simply as the timing belt tensioner) couples and uncouples the reversing drive belt with the reversing motor belt pulley, and either with the first belt pulley or with the second belt pulley. A rod mechanism connects the main drive belt tensioner to the timing belt tensioner so that the operation of the actuator acts on both the main drive belt tensioner and the timing belt tensioner.
Deze uitvinding in een vorm ervan, verschaft op voordelige wijze een omkeeraandrijfsysteem dat geïntegreerd is met het primaire aandrijfsysteem om een actuator te gebruiken die gemeenschappelijk is met het primaire aandrijfsysteem om zo nodig het ene aandrijfsysteem te koppelen en het andere aandrijfsysteem te ontkoppelen.This invention in a form thereof advantageously provides a reversing drive system integrated with the primary drive system to use an actuator that is common to the primary drive system to couple one drive system and disconnect the other drive system if necessary.
Een ander voordeel van een vorm van het geïntegreerde omkeeraandrijfsysteem is dat het systeem compact is en een minimum aan ruimte vergt.Another advantage of a form of the integrated reversing drive system is that the system is compact and requires a minimum of space.
KORTE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGENBRIEF DESCRIPTION OF THE DRAWINGS
De bovenvermelde en andere kenmerken en voordelen van deze uitvinding in haar verschillende vormen en de manier om ze te bereiken, zullen duidelijker worden en de uitvinding zal beter begrepen kunnen worden door verwijzing naar de volgende beschrijving van uitvoeringsvormen van de uitvinding samen met de bijbehorende tekeningen, waarin:The above and other features and advantages of this invention in its various forms and the way to achieve them will become more apparent and the invention may be better understood by reference to the following description of embodiments of the invention together with the accompanying drawings, in which:
Figuur 1 een zijaanzicht is van een uitvoeringsvorm van een oogstmachine in de vorm van een maaidorser, die een geïntegreerd omkeersysteem bevat waarbij een riem wordt gekoppeld zoals hierin onthuld;Figure 1 is a side view of an embodiment of a harvesting machine in the form of a combine that includes an integrated reversing system in which a belt is coupled as disclosed herein;
Figuur 2 een zijaanzicht is van een maaibord- en toevoeraandrijfsysteem voor de maaidorser zoals weergegeven in Figuur 1;Figure 2 is a side view of a header and feed drive system for the combine as shown in Figure 1;
Figuur 3 een vergroot zijaanzicht is van een keerriemaandrijfsysteem in het maaibord- en toevoeraandrijfsysteem;Figure 3 is an enlarged side view of a turning belt drive system in the header and feed drive system;
Figuur 4 een perspectiefaanzicht is van een hoofdaandrijfriemspanner in het keerriemaandrijfsysteem;Figure 4 is a perspective view of a main drive belt tensioner in the timing belt drive system;
Figuur 5 een perspectiefaanzicht is van een keerriemspanner in het keerriemaandrijfsysteem;Figure 5 is a perspective view of a timing belt tensioner in the timing belt drive system;
Figuur 6 een ander perspectiefaanzicht is van een keerriemspanner, weergegeven vanuit een verschillende hoek dan die welke weergegeven is in Figuur 5;Figure 6 is another perspective view of a timing belt tensioner shown from a different angle than that shown in Figure 5;
Figuur 7 een aanzicht is van de dwarsdoorsnede van de keerriem spanner in één bedrijfstoestand;Figure 7 is a cross-sectional view of the turning belt tensioner in one operating condition;
Figuur 8 een aanzicht is van de dwarsdoorsnede van de keerriemspanner in een andere bedrijfstoestand, verschillend van die welke weergegeven is in Figuur 7;Figure 8 is a cross-sectional view of the timing belt tensioner in a different operating condition, different from that shown in Figure 7;
Figuur 9 een perspectiefaanzicht is van het keerriemaandrijfsysteem met verschillende riemschijven, assen en andere niet weergegeven onderdelen, om duidelijker de hoofdaandrijfriemspanner en de keerriemspanner in één bedrijfstoestand te illustreren;Figure 9 is a perspective view of the timing belt drive system with various pulleys, shafts, and other parts not shown, to more clearly illustrate the main drive belt tensioner and the timing belt tensioner in one operating condition;
Figuur 10 een perspectiefaanzicht is van het keerriemaandrijfsysteem dat vergelijkbaar is met dat wat weergegeven is in Figuur 9, maar dat de hoofdaandrijfriemspanner en de keerriemspanner illustreert in een andere bedrijfstoestand, verschillend van die welke weergegeven is in Figuur 9;Figure 10 is a perspective view of the timing belt drive system similar to that shown in Figure 9, but illustrating the main drive belt tensioner and the timing belt tensioner in a different operating state other than that shown in Figure 9;
Figuur 11 een zijaanzicht is van een andere uitvoeringsvorm van een keerriemaandrijfsysteem, maar ook nu met verschillende riemschijven, assen en andere niet weergegeven onderdelen, om duidelijker de hoofdaandrijfriemspanner en een keerriemspanner van de tweede uitvoeringsvorm in één bedrijfstoestand te illustreren; enFigure 11 is a side view of another embodiment of a timing belt drive system, but now also with different pulleys, shafts, and other parts not shown, to more clearly illustrate the main drive belt tensioner and a timing belt tensioner of the second embodiment in one operating condition; and
Figuur 12 een zijaanzicht is van het keerriemaandrijfsysteem zoals weergegeven in Figuur 11, maar die de hoofdaandrijfriemspanner en keerriemspanner van de tweede uitvoeringsvorm in een andere bedrijfstoestand illustreert, verschillend van die welke weergegeven is in Figuur 12.Figure 12 is a side view of the timing belt drive system as shown in Figure 11, but illustrating the main drive belt tensioner and timing belt tensioner of the second embodiment in a different operating condition, different from that shown in Figure 12.
Overeenkomstige verwijzingen (nummers en/of letters) geven door alle verschillende aanzichten heen overeenkomstige onderdelen aan. Het hier uiteengezette voorbeeld illustreert een uitvoeringsvorm van de uitvinding, in één vorm, en zulk voorbeeld mag niet geïnterpreteerd worden alsof het de reikwijdte van de uitvinding op enige wijze zou beperken.Corresponding references (numbers and / or letters) indicate corresponding parts throughout all the different views. The example set forth here illustrates an embodiment of the invention in one form, and such example should not be interpreted as limiting the scope of the invention in any way.
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE UITVINDINGDETAILED DESCRIPTION OF THE INVENTION
De termen "graan", "stro" en "niet-gedorste aren" worden over heel deze specificatie voornamelijk gebruikt voor het gemak, maar er dient verstaan te worden dat deze termen niet beperkend bedoeld zijn. Dus verwijst “graan” naar dat deel van het oogstmateriaal dat gedorst en gescheiden wordt van het weg te gooien deel van het oogstmateriaal, waarnaar verwezen wordt als "oogstmateriaal dat geen graan is", (in het Engels MOG = non-grain erop material, verder in het Nederlands soms afgekort tot niet-graan) of stro. Onvolledig gedorst oogstmateriaal wordt "niet-gedorste aren" genoemd. Ook de termen "voorwaarts", "achterwaarts", "links" en "rechts", wanneer ze gebruikt worden in verband met de oogstmachines en/of onderdelen ervan zijn gewoonlijk bepaald met verwijzing naar de voorwaartse rijrichting van de oogstmachine in werking, maar nogmaals, ze mogen niet geïnterpreteerd worden als beperkende termen. De termen “in de lengte”, “lengte-” en “dwars” zijn bepaald ten opzichte van de lengterichting van de oogstmachine en mogen evenmin als beperkend gezien worden.The terms "grain", "straw" and "non-threshed ears" are used throughout this specification primarily for convenience, but it is to be understood that these terms are not intended to be limiting. So "grain" refers to that part of the harvest material that is threshed and separated from the part of the harvest material to be discarded, referred to as "harvest material that is not grain", (in English MOG = non-grain on material, further in Dutch sometimes abbreviated to non-grain) or straw. Incomplete threshed harvest material is called "non-threshed ears". Also the terms "forward", "backward", "left" and "right" when used in connection with the harvesters and / or parts thereof are usually defined with reference to the forward direction of the harvesting machine in operation, but again , they may not be interpreted as limiting terms. The terms "lengthwise", "lengthwise" and "transverse" are determined with respect to the length direction of the harvesting machine and should not be seen as limiting.
Nu met verwijzing naar de tekeningen en meer bepaald naar Figuur 1, wordt een oogstmachine weergegeven in de vorm van een maaidorser 10, die over het algemeen een chassis 12, met contact makende middelen voorwielen 14 en achterwielen 16, een maaibord 18, een toevoerhuis 20, een operatorcabine 22, een dors- en scheidingssysteem 24, een reinigingssysteem 26, een graantank 28, en een ontlaadvijzel 30 bevat.Now with reference to the drawings and more particularly to Figure 1, a harvesting machine is shown in the form of a combine harvester 10, which generally has a chassis 12, contacting means front wheels 14 and rear wheels 16, a header 18, a feed housing 20 , an operator cabin 22, a threshing and separation system 24, a cleaning system 26, a grain tank 28, and a discharge auger 30.
Voorwielen 14 zijn grotere wielen van het flotatietype en achterwielen 16 zijn kleinere bestuurbare wielen. De aandrijfkracht wordt selectief aangebracht op de voorwielen 14 door een krachtbron in de vorm van een dieselmotor 32 en een transmissie (niet weergegeven). Hoewel maaidorser 10 weergegeven is met wielen, dient ook te worden begrepen dat maaidorser 10 rupsbanden kan bevatten, bv. volledige of halve rupsbanden. Er dient verder te worden begrepen dat maaidorser 10 louter bij wijze van voorbeeld gegeven is voor een oogstmachine waarvoor het geïntegreerde omkeersysteem kan worden gebruikt, en dat oogstmachines van andere types met inbegrip van andere types maaidorsers, fourageurs en dergelijke, het systeem voordelig kunnen gebruiken.Front wheels 14 are larger flotation-type wheels and rear wheels 16 are smaller steerable wheels. The driving force is selectively applied to the front wheels 14 by a power source in the form of a diesel engine 32 and a transmission (not shown). Although combine harvester 10 is shown with wheels, it is also to be understood that combine harvester 10 may contain caterpillars, e.g., full or half caterpillars. It is further to be understood that combine harvester 10 is given by way of example only for a harvesting machine for which the integrated reversing system can be used, and that harvesting machines of other types including other types of combine harvesters, foragers and the like can use the system advantageously.
Maaibord 18 is aangebracht op de voorkant van de maaidorser 10 en bevat een maaibalk 34 voor het afsnijden van gewassen van een veld tijdens het vooruit bewegen van de maaidorser 10. Een draaibare haspel 36 voert gewas toe aan het maaibord 18, en een dubbele vijzel 38 voert gehakt gewas lateraal naar binnen toe aan elke kant van het toevoerhuis 20. Toevoerhuis 20 transporteert het afgesneden gewas naar het dors- en scheidingssysteem 24, en is selectief verticaal beweegbaar met behulp van geschikte actuators, bv. hydraulische cilinders (niet weergegeven).Cutting Bar 18 is mounted on the front of the combine harvester 10 and includes a cutter bar 34 for cutting crops from a field while advancing the combine harvester 10. A rotating reel 36 supplies crop to the cutting board 18, and a double jack 38 chops crop laterally inwardly on each side of the feed housing 20. Feed housing 20 transports the cut crop to the threshing and separation system 24, and is selectively movable vertically with the aid of suitable actuators, e.g. hydraulic cylinders (not shown).
Het dors- en scheidingssysteem 24 bevat over het algemeen een rotor 40 die ten minste gedeeltelijk omsloten wordt door en draaibaar is binnen een overeenkomstige geperforeerde rotorkooi of dorskorf 42. De afgesneden gewassen worden gedorst en gescheiden door de rotatie van de rotor 40 binnen in dorskorf 42, en grotere elementen, zoals stengels, bladeren en dergelijke worden vanaf de achterkant van maaidorser 10 ontladen. Kleinere elementen van het oogstmateriaal, met inbegrip van graan en niet-graan, inclusief deeltjes die lichter zijn dan graan, zoals kaf, stof en stro, worden ontladen via de perforaties van dorskorf 42. Rotor 40 is weergegeven in een representatieve zin waarbij die rotor 40 meer dan één rotor 40 kan zijn en over het algemeen transversaal gericht kan zijn in de rijrichting van maaidorser 10. Zo ook kan dorskorf 42 meer dan één dorskorf 42 hebben.The threshing and separation system 24 generally includes a rotor 40 that is at least partially enclosed by and rotatable within a corresponding perforated rotor cage or concave 42. The cut crops are threshed and separated by the rotation of the rotor 40 within concave 42 and larger elements such as stems, leaves and the like are discharged from the rear of combine harvester 10. Smaller elements of the harvest material, including grain and non-grain, including particles lighter than grain, such as husks, dust and straw, are discharged through the perforations of concave 42. Rotor 40 is represented in a representative sense with that rotor 40 can be more than one rotor 40 and can generally be transversely oriented in the direction of travel of combine harvester 10. Similarly, concave 42 can have more than one concave 42.
Graan dat door dors- en scheidingssysteem 24 gescheiden werd, valt in een graanschaal 44 en wordt verder naar het reinigingssysteem 26 getransporteerd. Reinigingssysteem 26 kan een facultatieve voorreinigingszeef 46, een bovenste zeef 48 (ook kortstrozeef genoemd), een onderste zeef 50 (ook reinigingszeef genoemd), en een reinigingsventilator 52 bevatten. Graan op zeven 46, 48, en 50 is onderhevig aan een reinigingsactie door ventilator 52, die luchtstroom voorziet door de zeven om het kaf te verwijderen en andere lichtgewicht onzuiverheden, zoals stof, uit het graan te verwijderen door ervoor te zorgen dat dit materiaal in de lucht zweeft om het te ontladen via de strokap 54 van de maaidorser 10. De graanschaal 44 en de voorreinigingszeef 46 bewegen heen en weer in de lengterichting van de machine om het graan en fijner oogstmateriaal dat geen graan is naar het bovenvlak van de bovenste zeef 48 te transporteren. De bovenste zeef 48 en de onderste zeef 50 zijn verticaal ten opzichte van elkaar aangebracht, en bewegen ook heen en weer in de lengterichting van de machine om het graan over zeven 48, 50, waarbij gereinigd graan onder invloed van de zwaartekracht door de openingen van de zeven 48, 50 kan vallen.Grain separated by threshing and separation system 24 falls into a grain bowl 44 and is further transported to the cleaning system 26. Cleaning system 26 may include an optional pre-cleaning screen 46, an upper screen 48 (also called short-straw screen), a lower screen 50 (also called cleaning screen), and a cleaning fan 52. Grain on sieves 46, 48, and 50 is subject to a cleaning action by fan 52, which provides air flow through the sieves to remove the chaff and remove other lightweight impurities, such as dust, from the grain by ensuring that this material is in the air floats to discharge it through the combine harvester straw cap 54. The grain bowl 44 and the pre-cleaning screen 46 move back and forth in the longitudinal direction of the machine around the grain and finer harvesting material that is not grain to the upper surface of the upper screen 48 to be transported. The upper screen 48 and the lower screen 50 are arranged vertically with respect to each other, and also move back and forth in the longitudinal direction of the machine about the grain through sieves 48, 50, with cleaned grain under the influence of gravity through the openings of the seven can fall 48, 50.
Gereinigd graan valt op een schoongraanvijzel 56 die overdwars onder en aan de voorkant van de onderste zeef 50 is geplaatst. Schoongraanvijzel 56 ontvangt schoon graan vanaf elke zeef 48, 50 en vanaf een onderste schaal 62 van het reinigingssysteem 26. Schoongraanvijzel 56 transporteert het schone graan lateraal naar een over het algemeen verticaal aangebrachte graanelevator 60 om het aan de graantank 28 toe te voeren. Niet-gedorste aren vallen uit het graanreinigingssysteem 26 in een vijzeltrog voor niet-gedorste aren 58 en worden via een vijzel voor niet-gedorste aren 64 en de terugvoervijzel 66 naar het stroomopwaarts gelegen uiteinde van het graanreinigingssysteem 26 getransporteerd om een herhaalde reinigingsactie te ondergaan. Een paar graantankvijzels 68 op de bodem van de graantank 28 transporteert het schone graan zijdelings in de graantank 28 naar de losvijzel 30 om het uit de maaidorser 10 te lossen.Cleaned grain falls on a clean grain auger 56 which is placed transversely below and in front of the lower sieve 50. Clean grain auger 56 receives clean grain from each screen 48, 50 and from a lower bowl 62 of the cleaning system 26. Clean grain auger 56 laterally transports the clean grain to a generally elevated grain elevator 60 to feed it to the grain tank 28. Non-thinned ears fall out of the grain cleaning system 26 into a jack trough for non-thorn ears 58 and are transported via a jack for non-thorn ears 64 and the return auger 66 to the upstream end of the grain cleaning system 26 to undergo a repeated cleaning action. A pair of grain tank jacks 68 on the bottom of the grain tank 28 transport the clean grain laterally into the grain tank 28 to the unloading auger 30 to release it from the combine harvester 10.
Het niet-graan gaat verder door een restantenbehandelingssysteem en wordt ontladen via de strokap 54. Het restantenbehandelingssysteem kan een hakselaar, tegenmessen, een zwaddeur en een restantenstrooier bevatten, die hier niet weergegeven zijn, maar die wel begrepen worden door en vertrouwd zijn voor wie op de hoogte is van de stand van de techniek.The non-grain continues through a remnant handling system and is discharged through the straw cap 54. The remnant handling system may include a chopper, counter knives, a windrow door and a remnant spreader, which are not shown here, but which are understood and trusted by those on whom is aware of the state of the art.
Een maaibord- en toevoeraandrijfsysteem 70, schematisch geïllustreerd in Figuur 1, heeft een keerriemaandrijfsysteem 80 dat verder in detail geïllustreerd is in Figuur 2. Naast de onderdelen van het keerriemaandrijfsysteem 80 dat hierna verder in detail wordt beschreven, kunnen het maaibord- en toevoeraandrijfsysteem 70, bijvoorbeeld een maaibordriemschijf 72 bevatten die aangedreven wordt door een aandrijfriem 74 die stroomafwaarts in een aandrijflijnverbinding verbonden is met het keerriemaandrijfsysteem 80, en andere aandrijfriemen en aandrijvende verbindingen 76 stroomopwaarts in de aandrijflijnverbinding met het keerriemaandrijfsysteem 80. Er dient te worden begrepen dat het maaibord- en toevoeraandrijfsysteem 70 extra riemschijven en riemen, kettingwielen en kettingen en/of assen en dergelijke kan bevatten om de bovengenoemde en andere onderdelen in het maaibord 18 en het toevoerhuis 20 aan te drijven, met inbegrip van, bijvoorbeeld, de snijbalk 34, de haspel 36 en de vijzel 38.A header and feed drive system 70, schematically illustrated in Figure 1, has a turn belt drive system 80 which is further illustrated in detail in Figure 2. In addition to the components of the turn belt drive system 80 which is described in further detail below, the header and feed drive system 70 may for example, a header belt pulley 72 that is driven by a drive belt 74 connected downstream in a drive line connection to the drive belt drive system 80, and other drive belts and drive connections 76 upstream in the drive line connection to the drive belt drive system 80. It is to be understood that the header and feed drive system 70 may include additional pulleys and belts, sprockets and chains and / or shafts and the like to drive the above and other components in the header 18 and feed housing 20, including, for example, the cutter bar 34, the reel 36 and the auger 38 .
Het maaibord- en toevoeraandrijfsysteem 70 wordt aangedreven in de primaire functie ervan door de motor 32 via een aandrijflijn 78 die schematisch weergegeven is in Figuur 1 als een lijn vanaf de motor 32. Er dient te worden begrepen dat de aandrijflijn 78 een reeks assen, kettingwiel- en kettingwielaandrijvingen, andere riem- en riemschijfaandrijvingen en dergelijke kan bevatten die andere mechanismen aandrijven in de verschillende systemen van de maaidorser 10, naast het overbrengen van vermogen van de motor 32 naar het maaibord- en toevoeraandrijfsysteem 70. De primaire functie van het maaibord- en toevoeraandrijfsysteem 70 is het werken in de voorwaartse aandrijfrichting, dat wil zeggen de aandrijfrichting en de opstelling die gebruikt worden wanneer de maaidorser 10 in zijn oogstmodus is voor het verwijderen van een gewas van een veld en voor het verwerken van het oogstmateriaal.The header and feed drive system 70 is driven in its primary function by the motor 32 via a drive line 78 which is schematically shown in Figure 1 as a line from the engine 32. It is to be understood that the drive line 78 is a series of axles, sprocket and chainwheel drives, other belt and pulley drives, and the like may include other mechanisms driving the various combine harvester 10 systems, in addition to transferring power from the motor 32 to the header and feeder drive system 70. The primary function of the header and feed drive system 70 is operating in the forward drive direction, i.e. the drive direction and arrangement used when the combine harvester 10 is in its harvesting mode for removing a crop from a field and for processing the harvesting material.
Met verwijzing nu naar Figuur 2 en Figuur 3, bevat het keerriemaandrijfsysteem 80, dat een gedeelte vormt van het maaibord- en toevoeraandrijfsysteem 70, een opstelling met een hoofdriemaandrijving 82 en een opstelling met een keerriemaandrijving 84 die operationeel geïntegreerd is in de opstelling met een hoofdriemaandrijving 82. De opstelling met de hoofdriemaandrijving 82 wordt aangedreven door de motor 32 via aandrijflijn 78 en bevat een eindeloze hoofdaandrijfriem 86 die aangebracht is rond een eerste riemschijf 88 op een tussenas 90 en rond een tweede riemschijf 92 op een bovenste as van het toevoersysteem 94.Referring now to Figure 2 and Figure 3, the timing belt drive system 80, which is a part of the header and feed drive system 70, includes a main belt drive arrangement 82 and a timing belt drive arrangement 84 that is operatively integrated into the main belt drive arrangement 82. The main belt drive arrangement 82 is driven by the motor 32 via drive line 78 and includes an endless main drive belt 86 disposed around a first pulley 88 on an intermediate shaft 90 and around a second pulley 92 on an upper shaft of the feed system 94.
Tussenas 90 kan aandrijvend gekoppeld worden met bijvoorbeeld snij mechanismen en initiële gewasopraapmechanismen van het maaibord 18, en de bovenste as van het toevoersysteem 94 kan aandrijvend gekoppeld worden met, bijvoorbeeld, een kettingtransporteur of andere toevoermechanismen van toevoerhuis 20.Intermediate shaft 90 can be drive-coupled to, for example, cutting mechanisms and initial crop pick-up mechanisms of the header 18, and the upper shaft of the feed system 94 can be drive-coupled to, for example, a chain conveyor or other feed mechanisms of feed housing 20.
De opstelling met de keerriemaandrijving 84 bevat een eindeloze omkeeraandrijfriem 96 die aangebracht is rond een riemschijf 98 van een omkeermotor 100 en rond de bovengenoemde tweede riemschijf 92 op de bovenste as van het toevoersysteem 94.The arrangement with the timing belt drive 84 includes an endless reversing drive belt 96 arranged around a pulley 98 of a reversing motor 100 and around the aforementioned second pulley 92 on the upper axis of the feed system 94.
Een geïntegreerd riemspansysteem 102 is aangebracht voor en operationeel gekoppeld met de opstelling met de hoofdriemaandrijving 82 en met de opstelling met de keerriemaandrijving 84. Het geïntegreerde riemspansysteem 102 bevat een actuator 104, een hoofdaandrijfriemspanner 106, een keerriemspanner 108 en een stangenmechanisme 110 dat de actuator 104 en de riemspanners 106 en 108 verbindt met de opstelling met de hoofdriemaandrijving 82 en de opstelling met de keerriemaandrijving 84.An integrated belt tensioning system 102 is provided for and operatively coupled to the arrangement with the main belt drive 82 and to the arrangement with the turning belt drive 84. The integrated belt tensioning system 102 includes an actuator 104, a main driving belt tensioner 106, a turning belt tensioner 108 and a rod mechanism 110 which actuator 104 and connecting the belt tensioners 106 and 108 to the arrangement with the main belt drive 82 and the arrangement with the reverse belt drive 84.
Riemspanners 106 en 108 zijn bruikbaar om de spanning van de hoofdaandrijfriem 86 en de omkeeraandrijfriem 96 tegen de riemschijven waarover ze lopen te verhogen of te verlagen. Bijgevolg kunnen ze elk zo bewogen worden dat de spanning van de aandrijfriem voldoende toeneemt om de drijfkracht over te kunnen brengen tussen de riemschijven en, als alternatief, zo manier bewogen worden dat de spanning voldoende afneemt dat de drijfkracht tussen de riemschijven niet wordt overgebracht. Stangenmechanisme 110 verbindt de actuator 104 en de riemspanners 106, 108 met elkaar, zodat de riemspanners eendrachtig bediend worden, maar wel in tegenovergestelde zin. Wanneer één riemspanner wordt bewogen om de spanning van de aandrijfriem waarmee hij verbonden is te verhogen, wordt de andere riemspanner bewogen om de spanning van de bijbehorende aandrijfriem te doen afnemen. Bijgevolg kan door de werking van één enkele actuator 104, de opstelling met de hoofdriemaandrijving 82 ontkoppeld worden wanneer de opstelling met de keerriemaandrijving 84 wordt gekoppeld, of kan de opstelling met de keerriemaandrijving 84 ontkoppeld worden als de opstelling met de hoofdriemaandrijving 82 wordt gekoppeld.Belt tensioners 106 and 108 are useful for increasing or decreasing the tension of the main drive belt 86 and the reverse drive belt 96 against the pulleys they run on. Consequently, they can each be moved so that the tension of the drive belt increases sufficiently to allow the driving force to be transmitted between the pulleys and, alternatively, be moved so that the tension decreases sufficiently that the driving force between the pulleys is not transmitted. Rod mechanism 110 connects the actuator 104 and the belt tensioners 106, 108 to each other, so that the belt tensioners are operated uniformly, but in the opposite sense. When one belt tensioner is moved to increase the tension of the drive belt to which it is connected, the other belt tensioner is moved to decrease the tension of the associated drive belt. Consequently, through the operation of a single actuator 104, the arrangement with the main belt drive 82 can be disconnected when the arrangement is coupled with the timing belt drive 84, or the arrangement with the reverse belt drive 84 can be disconnected when the arrangement is coupled with the main belt drive 82.
De hoofdaandrijfriemspanner 106 en de keerriemspanner 108 zijn onder veerspanning staande voorzieningen die geconfigureerd zijn om een voorgeschreven kracht aan te brengen wanneer ze aangedreven worden door de werking van de actuator 104 en de onderlinge verbinding van het stangenmechanisme 110. Met verwijzing nu meer bepaald naar Figuur 4 bevat de hoofdaandrijfriemspanner 106 een niet-aangedreven riemschijf 112 die bewogen kan worden naar en weg van de buitenkant van de hoofdaandrijfriem 86. Niet-aangedreven riemschijf 112 wordt tegen een spanarm 114 gehouden door een draaibare verbinding 115, en de spanarm 114 is aan de maaidorser 10 bevestigd via een scharnierende bevestiging 116. De spanarm 114 bevat een scharnier 118 voor het verschuifbaar ontvangen van een spanstang 120 die zich uitstrekt door scharnier 118. Een pen 122 strekt zich zijdelings uit ten opzichte van de de spanstang 120 onder scharnier 118. Een veer 124 is aangebracht op de spanstang 120 tussen een bovenste aanslag 126 en het scharnier 118. Het bovenste uiteinde van de spanstang 120 is met een koppelingsarm 128 verbonden door een scharnierende verbinding 130. Een indicator of slagbegrenzer 132 beperkt de compressie van veer 124 als de koppelingsarm 128 zich naar beneden naar de spanarm 114 beweegt. Een riemgeleiding 134 is aangebracht naast, maar op een afstand van de niet-aangedreven riemschijf 112 geplaatst om de hoofdaandrijfriem 86 voldoende in de buurt van niet-aangedreven riemschijf 112 te houden wanneer de niet-aangedreven riemschijf 112 weg wordt bewogen zodat de hoofdaandrijfriem 86 weer door de niet-aangedreven riemschijf 112 zal worden meenemen wanneer de niet-aangedreven riemschijf 112 ernaar toe wordt bewogen.The main drive belt tensioner 106 and the reverse belt tensioner 108 are spring-loaded arrangements configured to apply a prescribed force when driven by the operation of the actuator 104 and the interconnection of the rod mechanism 110. With reference now more specifically to Figure 4 the main drive belt tensioner 106 includes a non-driven pulley 112 that can be moved to and away from the outside of the main drive belt 86. Non-driven pulley 112 is held against a tension arm 114 by a rotatable connection 115, and the tension arm 114 is on the combine harvester 10 attached via a hinged attachment 116. The tensioning arm 114 includes a hinge 118 for slidably receiving a tensioning rod 120 extending through hinge 118. A pin 122 extends laterally with respect to the tensioning rod 120 under hinge 118. A spring 124 is mounted on the tension rod 120 between an upper stop 1 26 and the hinge 118. The upper end of the tension rod 120 is connected to a coupling arm 128 by a hinged connection 130. An indicator or stroke limiter 132 limits the compression of spring 124 as the coupling arm 128 moves down to the tension arm 114. A belt guide 134 is provided adjacent to, but spaced from, the non-driven pulley 112 to keep the main drive belt 86 sufficiently close to non-driven pulley 112 when the non-driven pulley 112 is moved away so that the main drive belt 86 is again will be carried by the non-driven pulley 112 when the non-driven pulley 112 is moved towards it.
Bij het bewegen van de koppelingsarm 128, glijdt de spanstang 120 ten opzichte van scharnier 118, en drukt de veer 124 daarbij tussen het scharnier 118 en de bovenste aanslag 126 of doet de veer ontspannen. Scharnier 118 draait indien nodig in de spanarm 114, en de spanarm 114 scharniert rond de scharnierende bevestiging 116. Spanstang 120 scharniert rond de scharnierende verbinding 130 ten opzichte van de koppelingsarm 128. Bijgevolg wordt de opwaartse en neerwaartse beweging van koppelingsarm 128 zoals weergeven in Figuur 4 overgebracht op de spanarm 114 en zorgt er daarbij voor dat niet-aangedreven riemschijf 112 naar de hoofdaandrijfriem 86 toe of weg ervan beweegt om de spanning in de hoofdaandrijfriem 86 te verhogen of te verlagen.When the clutch arm 128 moves, the tension rod 120 slides relative to hinge 118, thereby pressing the spring 124 between the hinge 118 and the upper stop 126 or releasing the spring. Hinge 118 pivots in the tension arm 114 if necessary, and the tension arm 114 pivots around the pivotal mounting 116. Tension rod 120 pivots around the pivotal connection 130 relative to the clutch arm 128. Consequently, the upward and downward movement of clutch arm 128 is shown in Figure 4 transferred to the tensioning arm 114, thereby causing non-driven pulley 112 to move towards or away from the main drive belt 86 to increase or decrease the tension in the main drive belt 86.
Met verwijzing naar nu meer bepaald naar Figuren 5 & 6, bevat de keerriemspanner 108 een actuatorstang 136 met een indicator/slagbegrenzer 138 die een veer 139 (Figuren 7 & 8) bevat die aangebracht is op de actuatorstang 136. Actuatorstang 136 strekt zich uit door een scharnier 140 dat draaibaar gehouden wordt in de koppelingsarm 128. Een U-vormige beugel 142 omsluit actuatorstang 136 onder scharnier 140 en boven indicator/slagbegrenzer 138 en de veer 139. Een bovenste aanslag 144 is op de actuatorstang 136 aangebracht, boven de U-vormige beugel 142. Een bovenste uiteinde van de actuatorstang 136 wordt tegen een omkeerarm 146 gehouden door een scharnierende verbinding 148.With reference now to more specifically to Figures 5 & 6, the timing belt tensioner 108 includes an actuator rod 136 with an indicator / stroke limiter 138 that includes a spring 139 (Figures 7 & 8) mounted on the actuator rod 136. Actuator rod 136 extends through a hinge 140 rotatably held in the coupling arm 128. A U-shaped bracket 142 encloses actuator rod 136 below hinge 140 and above indicator / stroke limiter 138 and spring 139. An upper stop 144 is mounted on actuator rod 136, above U-shaped bracket 142. An upper end of the actuator rod 136 is held against a reversing arm 146 by a hinged connection 148.
Figuur 7 en Figuur 8 zijn aanzichten in dwarsdoorsnede van de keerriemspanner 108 en tonen de relatieve posities van en opstellingen voor de koppelingsarm 128, de omkeerarm 146 en de actuator 104, waarbij de opstelling met de keerriemaandrijving 84 ontkoppeld is (Figuur 7) en gekoppeld (Figuur 8). Bij het bewegen van de koppelingsarm 128 doet zich een glijbeweging voor tussen de actuatorstang 136 en het scharnier 140, en drukt daarbij de veer 139 samen of ontspant de veer in indicator/slagbegrenzer 138 tussen het scharnierpunt 140 en de beugel 142 tegen de bovenste aanslag 144. Het scharnier 140 draait indien nodig in de koppelingsarm 128, en de actuatorstang 136 scharniert rond de scharnierende verbinding 148 ten opzichte van de omkeerarm 146. Bijgevolg wordt de opwaartse en neerwaartse beweging van de koppelingsarm 128 overgebracht op de omkeerarm 146 en zorgt ervoor dat de omkeerarm 146 opwaarts en neerwaarts beweegt aangezien er aan het uiteinde ervan een scharnierende verbinding 148 is met de actuatorstang 136.Figure 7 and Figure 8 are cross-sectional views of the timing belt tensioner 108 and show the relative positions and arrangements for the clutch arm 128, the reversing arm 146, and the actuator 104, the arrangement with the timing belt drive 84 being disconnected (Figure 7) and coupled ( Figure 8). When the coupling arm 128 moves, a sliding movement occurs between the actuator rod 136 and the hinge 140, thereby compressing the spring 139 or releasing the spring in indicator / stroke limiter 138 between the hinge point 140 and the bracket 142 against the upper stop 144 The hinge 140 rotates in the clutch arm 128 if necessary, and the actuator rod 136 pivots about the hinged connection 148 relative to the reversing arm 146. Consequently, the upward and downward movement of the clutch arm 128 is transmitted to the reversing arm 146 and causes the reversing arm 146 moves up and down since there is a hinged connection 148 with the actuator rod 136 at its end.
Actuator 104 kan een lineaire actuator zijn, zoals een hydraulische of pneumatische cilinder; andere types actuators kunnen evenwel ook gebruikt worden. Actuator 104 is verbonden rond een scharnierende verbinding 150 met de structuur van maaidorser 10 en aan het tegenovergelegen uiteinde rond een scharnierende verbinding 152 met koppelingsarm 128, zoals getoond in Figuren 2 & 3. Bijgevolg veroorzaakt de zich uitstrekkende of intrekkende actuator 104 een beweging van de koppelingsarm 128, die resulteert in de opwaartse of neerwaartse bewegingen van riemspanners 106, 108 zoals hierboven beschreven.Actuator 104 can be a linear actuator, such as a hydraulic or pneumatic cylinder; however, other types of actuators can also be used. Actuator 104 is connected around a hinged connection 150 with the structure of combine harvester 10 and at the opposite end around a hinged connection 152 with coupling arm 128, as shown in Figures 2 & 3. Consequently, the extending or retracting actuator 104 causes a movement of the clutch arm 128, which results in the upward or downward movements of belt tensioners 106, 108 as described above.
Ook nu met verwijzing naar Figuren 2 en 3, en naar Figuren 9 en 10, houdt aan een tegenovergelegen uiteinde van de omkeerarm 146 van de scharnierende verbinding 148 ervan met de actuatorstang 136, een scharnierende verbinding 154 de omkeerarm vast terwijl hij omwenteling errond mogelijk maakt. De omkeermotor 100 wordt in de omkeerarm 146 gehouden tussen de scharnierende verbinding 148, 154. De omkeermotorriemschijf 98 wordt aandrijvend aangedreven door omkeermotor 100 en is gepositioneerd binnen de lus die gevormd wordt door de eindeloze omkeeraandrijfriem 96. Ten opzichte van de oriëntatie die weergegeven is op de tekeningen, zorgt de opwaartse beweging van omkeerarm 146 aan het uiteinde met de scharnierende verbinding 148 er bijgevolg voor dat het tegenovergelegen uiteinde van omkeerarm 146 linksom rond een scharnierende verbinding 154 scharniert. Als gevolg daarvan bewegen de omkeermotor 100 en de omkeermotorriemschijf 98 weg van tweede riemschijf 92, waardoor de spanning van de omkeeraandrijfriem 96 verhoogt. Omgekeerd veroorzaakt de neerwaartse beweging van de omkeerarm 146 aan het uiteinde met de scharnierende verbinding 148 het rechtsom scharnieren van het tegenovergelegen uiteinde van de omkeerarm 146 rond de scharnierende verbinding 154 scharniert. Als gevolg daarvan bewegen de omkeermotor 100 en de riemschijf 98 van de omkeermotor naar de tweede riemschijf 92, en verkleint daardoor de spanning op de omkeeraandrijfriem 96.Also with reference to Figures 2 and 3, and to Figures 9 and 10, at an opposite end of the reversing arm 146 of its pivotal connection 148 to the actuator rod 136, a pivoting connection 154 holds the reversing arm while allowing rotation around it . The reversing motor 100 is held in the reversing arm 146 between the hinged connection 148, 154. The reversing motor belt pulley 98 is driven by reversing motor 100 and is positioned within the loop formed by the endless reversing drive belt 96. Relative to the orientation shown at in the drawings, the upward movement of reversing arm 146 at the end with the hinged connection 148 therefore causes the opposite end of reversing arm 146 to pivot counterclockwise about a hinged connection 154. As a result, the reversing motor 100 and the reversing motor belt pulley 98 move away from second pulley 92, thereby increasing the tension of the reversing drive belt 96. Conversely, the downward movement of the reversing arm 146 at the end with the hinged connection 148 causes the opposite end of the reversing arm 146 to pivot around the hinged connection 154. As a result, the reversing motor 100 and the pulley 98 move from the reversing motor to the second pulley 92, thereby reducing the tension on the reversing drive belt 96.
Bijkomende riemgeleidingen of riemsteunen 156, 158 zijn verschaft voor de hoofdaandrijfriem 86 en de omkeeraandrijfriem 96 om de aandrijfriemen in de buurt van de riem schijven te houden wanneer de spanning wordt weggenomen. Transportbandgeleidingen of riemsteunen 156, 158 vergemakkelijken het goede vrijkomen van de aandrijfriemen van de riemschijven, en zorgen ervoor dat de niet-actieve aandrijfriemen geen contact maken met de riemschijven, maar voldoende in de buurt van de riemschijven blijven wanneer de spanning wordt weggenomen opdat de riemschijven de aandrijfriemen opnieuw zouden meenemen wanneer de spanning opnieuw op de aandrijfriemen wordt aangebracht.Additional belt guides or belt supports 156, 158 are provided for the main drive belt 86 and the reverse drive belt 96 to hold the drive belts in the vicinity of the belt disks when the tension is released. Conveyor belt guides or belt supports 156, 158 facilitate the proper release of the belt pulleys, and ensure that the inactive belt belts do not make contact with the pulleys, but remain sufficiently close to the pulleys when the tension is released so that the pulleys are removed would take the drive belts again when the tension is again applied to the drive belts.
Figuur 9 en Figuur 10 zijn vereenvoudigde afbeeldingen die de opstelling met een hoofdriemaandrijving 82 en de opstelling met een keerriemaandrijving 84 weergeven zonder verschillende riemschijven en andere bijbehorende uitrusting zodat de werking van een geïntegreerd riemspansysteem 102 duidelijker gezien kan worden. Figuur 9 illustreert de normaal werkende configuratie wanneer maaidorser 10 gewassen oogst. De opstelling met de hoofdriemaandrijving 82 is gekoppeld en de opstelling met de keerriemaandrijving 84 is ontkoppeld. Actuator 104 is uitgeschoven, wat ervoor gezorgd heeft dat de koppelingsarm 128 linksom werd gedraaid en de omkeerarm 146 rechtsom werd gedraaid. De hoofdaandrijfriemspanner 106 is dus tot tegen de hoofdaandrijfriem 86 bewogen, zodat de spanning die erin opgewekt wordt voldoende is om aan drijfkracht over te brengen tussen de eerste riemschijf 88 en een tweede riemschijf 92 doordat ze meegenomen worden door de hoofdaandrijfriem 86. Het rechtsom draaien van de omkeerarm 146 heeft ervoor gezorgd dat de omkeermotorriemschijf 98 en de omkeermotor 100 omlaag bewegen en zo een verslapping van de omkeeraandrijfriem 96 veroorzaken. De omkeeraandrijfriem 96 ligt dan werkeloos op de omkeermotorriemschijf 98 en op de tweede riemschijf 92. De omkeermotor 100 blijft inactief.Figure 9 and Figure 10 are simplified illustrations showing the arrangement with a main belt drive 82 and the arrangement with a reverse belt drive 84 without different pulleys and other associated equipment so that the operation of an integrated belt tensioning system 102 can be seen more clearly. Figure 9 illustrates the normally operating configuration when combine harvester 10 is harvesting crops. The arrangement with the main belt drive 82 is coupled and the arrangement with the timing belt drive 84 is disconnected. Actuator 104 is extended, which has ensured that the clutch arm 128 is turned counterclockwise and the reversing arm 146 is turned clockwise. The main drive belt tensioner 106 is thus moved against the main drive belt 86 so that the tension generated therein is sufficient to transmit driving force between the first pulley 88 and a second pulley 92 by being entrained by the main drive belt 86. Turning it clockwise the reversing arm 146 has caused the reversing motor belt pulley 98 and the reversing motor 100 to move downward and thus causing a reversing of the reversing drive belt 96. The reversing drive belt 96 then lies idle on the reversing motor belt pulley 98 and on the second pulley 92. The reversing motor 100 remains inactive.
Figuur 10 illustreert de toestand wanneer de opstelling met de keerriemaandrijving 84 is gekoppeld. Actuator 104 werd ingeschoven, wat ervoor zorgt dat de koppelingsarm 128 rechtsom is gedraaid en de omkeerarm 146 linksom is gedraaid. Bijgevolg is de hoofdaandrijfriemspanner 106 weg van de hoofdaandrijfriem 86 bewogen, wat voor verslapping zorgt zodat er geen drijfkracht overgebracht wordt tussen de eerste riemschijf 88 en de tweede riemschijf 92 doordat de aandrijfriem 86 er los op ligt. Het linksom draaien van omkeerarm 146 heeft ervoor gezorgd dat de omkeermotorriemschijf 98 en de omkeermotor 100 omhoog bewegen en zo voldoende spanning opwekken in de omkeeraandrijfriem 96 om drijfkracht van de omkeermotor 100 over te brengen. De omkeermotor 100 wordt bediend om de mechanismen van het toevoerhuis 20 tegengesteld aan de normale toevoerrichting te bewegen. Er dient te worden begrepen dat de omkeermotor 100 gewoonlijk in beide richtingen bediend kan worden, maar in de voorwaartse richting zal hij veel trager werken dan de normale snelheid die tot stand komt door de opstelling met een hoofdriemaandrijving 82. Bijgevolg kunnen de toevoermechanismen, om belemmeringen of klonten oogstmateriaal uit te stoten of te verwijderen indien nodig herhaalde malen voorwaarts en achterwaarts bewogen worden. Verder kan met actuator 104 in een tussenliggende of neutrale positie, waarin noch de hoofdaandrijfriem 86 noch de omkeeraandrijfriem 96 voldoende aangespannen zijn om riemschijven aandrijvend mee te nemen, waardoor de eerste riemschijf 88 en de tweede riemschijf 92 met de hand gedraaid kunnen worden.Figure 10 illustrates the state when the arrangement is coupled to the timing belt drive 84. Actuator 104 was retracted, causing the clutch arm 128 to rotate clockwise and the reversing arm 146 to rotate counterclockwise. Consequently, the main drive belt tensioner 106 is moved away from the main drive belt 86, causing slackening so that no driving force is transmitted between the first pulley 88 and the second pulley 92 because the drive belt 86 is loose on it. Turning the reversing arm 146 counterclockwise has caused the reversing motor belt pulley 98 and reversing motor 100 to move upwards and thus generating sufficient tension in the reversing drive belt 96 to transfer the driving force of the reversing motor 100. The reversing motor 100 is operated to move the mechanisms of the supply housing 20 opposite to the normal supply direction. It is to be understood that the reversing motor 100 can usually be operated in both directions, but in the forward direction it will operate much slower than the normal speed achieved by the arrangement with a main belt drive 82. Consequently, the feed mechanisms may be obstructed or lumps of crop material to be ejected or removed, if necessary, repeatedly moved forwards and backwards. Furthermore, with actuator 104 in an intermediate or neutral position, neither the main drive belt 86 nor the reverse drive belt 96 can be sufficiently tightened to drive pulleys with it, whereby the first pulley 88 and the second pulley 92 can be turned by hand.
De concepten van deze uitvinding kunnen op andere manieren bepaald worden. Figuren 11 en 12 illustreren een keerriemaandrijfsysteem 180 dat een opstelling bevat met een hoofdriemaandrijving 182 en een opstelling met een keerriemaandrijving 184, met respectievelijk een hoofdaandrijfriem 186 en een omkeeraandrijfriem 196. Een omkeermotorriemschijf 198 en een omkeermotor 200 zijn aangebracht voor de opstelling met de keerriemaandrijving 184. Een geïntegreerd riemspansysteem 202 bevat een actuator 204, een hoofdaandrijfriemspanner 206, een keerriemspanner 208 en een onderling verbindingsstangenmechanisme 210. De hoofdaandrijfriemspanner 206 is in wezen vergelijkbaar met de eerder hierin beschreven hoofdaandrijfriemspanner 106, en bevat een niet-aangedreven riemschijf 212 en een spanarm 214 die vergelijkbaar is met de niet-aangedreven riemschijf 112 en de eerder beschreven spanarm 114. Een spanstang 220 bevat een veer 224 en is op vergelijkbare wijze als spanrol 120 verbonden met de koppelingsarm 228, de veer 124 en de eerder beschreven koppelingsarm 128.The concepts of this invention can be determined in other ways. Figures 11 and 12 illustrate a timing belt drive system 180 including an arrangement with a main belt drive 182 and an arrangement with a timing belt drive 184, with a main drive belt 186 and a reverse drive belt 196, respectively. A reverse motor belt pulley 198 and a reverse motor 200 are provided for the arrangement with the timing belt drive 184 An integrated belt tensioning system 202 includes an actuator 204, a main drive belt tensioner 206, a timing belt tensioner 208 and an interconnection rod mechanism 210. The main drive belt tensioner 206 is essentially similar to the main drive belt tensioner 106 described hereinbefore, and includes a non-driven belt pulley 212 and a tensioning arm 214 which is similar to the non-driven pulley 112 and the tensioning arm 114 described above. A tensioning rod 220 comprises a spring 224 and is connected in a similar manner as tensioning roller 120 to the coupling arm 228, the spring 124 and the previously described coupling arm 128.
Keerriemaandrijfsysteem 180 verschilt van het keerriemaandrijfsysteem 80 in eerste instantie in die zin dat de keerriemspanner 208 vergelijkbaar is met de hoofdaandrijfriemspanners 106 en 206. Keerriemspanner 208 bevat een niet-aangedreven riemschijf 262 op een spanarm 264 die verbonden is met de machine op een scharnierend bevestiging 266. Een spanstang 270 bevat een veer 274. Spanstang 270 verbindt de koppelingsarm 228 met de spanarm 264 zoals de onderlinge verbinding van de spanstang 220 met koppelingsarm 228 en spanarm 214. In het keerriemaandrijfsysteem 180, zijn de omkeermotor 200 en de omkeermotorriemschijf 198 in wezen vast gepositioneerd ten opzichte van de omkeeraandrijfriem 196 en bewegen niet ten opzichte van de omkeeraandrijfriem 196. Het aanspannen of lossen van de omkeeraandrijfriem 196 wordt veroorzaakt door de beweging van de niet-aangedreven riemschijf 262 die bediend wordt door spanarm 264 door de werking van de actuator 204. Actuator 204 bedient de hoofdaandrijfriemspanner 206 en de keerriemspanner 208 gelijktijdig, zoals beschreven voor de vorige uitvoeringsvorm, door de onderlinge verbinding van het stangenmechanisme 210.Return belt drive system 180 differs from the return belt drive system 80 in the first instance in that the return belt tensioner 208 is similar to the main drive belt tensioners 106 and 206. Return belt tensioner 208 comprises a non-driven pulley 262 on a tensioning arm 264 connected to the machine on a hinged mounting 266 A tension rod 270 includes a spring 274. Tension rod 270 connects the clutch arm 228 with the tension arm 264 such as the interconnection of the tension rod 220 with clutch arm 228 and tension arm 214. In the reverse belt drive system 180, the reversing motor 200 and the reversing motor belt pulley 198 are essentially fixed positioned relative to the reversing drive belt 196 and not moving relative to the reversing drive belt 196. Tensioning or releasing the reversing drive belt 196 is caused by the movement of the non-driven pulley 262 which is operated by tension arm 264 by the operation of the actuator 204 Actuator 204 operates the main drive belt tensioner 206 and the timing belt tensioner 208 simultaneously, as described for the previous embodiment, through the interconnection of the rod mechanism 210.
Hoewel deze uitvinding werd beschreven met betrekking tot minstens één uitvoeringsvorm en één variatie ervan, kan ze verder gewijzigd worden binnen de reikwijdte van deze onthulling en de volgende conclusies. Deze octrooiaanvraag is dan ook bedoeld om alle variaties en gebruiken of aanpassingen van de uitvinding te omvatten door gebruik te maken van de algemene principes ervan zoals gedefinieerd in de conclusies. Verder is deze octrooiaanvraag bedoeld om afwijkingen van deze onthulling te dekken die mogelijk zijn binnen bekende of gebruikelijke praktijken volgens de stand van de techniek waarop deze uitvinding betrekking heeft en die binnen de grenzen van de bij gevoegde conclusies vallen.Although this invention has been described with respect to at least one embodiment and one variation thereof, it can be further modified within the scope of this disclosure and the following claims. This patent application is therefore intended to cover all variations and uses or modifications of the invention by using its general principles as defined in the claims. Furthermore, this patent application is intended to cover deviations from this disclosure that are possible within known or customary practices of the prior art to which this invention relates and which fall within the limits of the appended claims.

Claims (12)

  1. CONCLUSIES:CONCLUSIONS:
    1. Oogstmachine (10) voor gebruik in de landbouw die het volgende bevat: een maaibord- en toevoeraandrijfsysteem (70) voor het bedienen van een maaier (18) en een toevoerhuis (20), dat een opstelling met een hoofdriemaandrijving (82, 182) bevat die een hoofdaandrijfriem (86, 186) bevat die aangebracht is rond een eerste riemschijf (88) en een tweede riemschijf (92) en een hoofdaandrijfriemspanner (106, 206) die verbonden is met een actuator (104, 204) om de hoofdaandrijfriem (86, 186) te koppelen met de eerste riemschijf (88) en de tweede riemschijf (92): en een omkeermotor (100, 200) die een omkeermotorriemschijf (98, 198) bevat die selectief aandrijvend gekoppeld en ontkoppeld wordt van het maaibord- en toevoeraandrijfsysteem (70); gekenmerkt door: een omkeeraandrijfriem (96, 196) die aangebracht is rond de omkeermotorriemschijf (98, 198) en de tweede riemschijf (92); een keerriemspanner (108, 208) om de omkeeraandrijfriem (96, 196) te koppelen met de omkeermotorriemschijf (98, 198) en de tweede riemschijf (92); en een stangenmechanisme (110, 210) dat de hoofdaandrijfriemspanner (106, 206) verbindt waarbij de keerriemspanner (108, 208) en de actuator (104, 204) om zowel de hoofdaandrijfriemspanner (106, 206) als de keerriemspanner (108, 208) te bedienen met de actuator (104, 204).A harvesting machine (10) for use in agriculture comprising: a header and feed drive system (70) for operating a mower (18) and a feed housing (20), which has a main belt drive arrangement (82, 182) ) containing a main drive belt (86, 186) disposed around a first belt pulley (88) and a second belt pulley (92) and a main drive belt tensioner (106, 206) connected to an actuator (104, 204) around the main drive belt (86, 186) to be coupled to the first pulley (88) and the second pulley (92): and a reversing motor (100, 200) which includes a reversing motor belt pulley (98, 198) selectively drive coupled and disengaged from the header and supply drive system (70); characterized by: a reversing drive belt (96, 196) disposed around the reversing motor belt pulley (98, 198) and the second pulley (92); a reversing belt tensioner (108, 208) for engaging the reversing drive belt (96, 196) with the reversing motor belt pulley (98, 198) and the second pulley (92); and a rod mechanism (110, 210) connecting the main drive belt tensioner (106, 206) with the timing belt tensioner (108, 208) and the actuator (104, 204) about both the main drive belt tensioner (106, 206) and the timing belt tensioner (108, 208) to operate with the actuator (104, 204).
  2. 2. Oogstmachine volgens conclusie 1, gekenmerkt doordat het stangenmechanisme (110) een omkeerarm (146) bevat die draaibaar is rond een scharnierende verbinding (148); en de omkeermotor (100) gedragen wordt door de omkeerarm (146)Harvesting machine according to claim 1, characterized in that the rod mechanism (110) comprises a reversing arm (146) rotatable about a hinged connection (148); and the reversing motor (100) is supported by the reversing arm (146)
  3. 3. Oogstmachine volgens conclusie 1, gekenmerkt doordat de keerriemspanner (208) een niet-aangedreven riemschijf (262) bevat.Harvesting machine according to claim 1, characterized in that the turning belt tensioner (208) comprises a non-driven pulley (262).
  4. 4. Oogstmachine volgens eender welke van de vorige conclusies 1-3, gekenmerkt doordat de actuator (104, 204) een lineaire actuator is.Harvesting machine according to any of the preceding claims 1-3, characterized in that the actuator (104, 204) is a linear actuator.
  5. 5. Oogstmachine volgens conclusie 4, gekenmerkt doordat de actuator (104, 204) een hydraulische cilinder is.Harvesting machine according to claim 4, characterized in that the actuator (104, 204) is a hydraulic cylinder.
  6. 6. Oogstmachine volgens conclusie 1, gekenmerkt doordat de actuator (104) verbonden is met de omkeermotor (100) om de omkeermotor (100) te bewegen om de spanning op de omkeeraandrijfriem (96) te wijzigen.The harvesting machine of claim 1, characterized in that the actuator (104) is connected to the reversing motor (100) to move the reversing motor (100) to change the tension on the reversing drive belt (96).
  7. 7. Oogstmachine volgens conclusie 1, gekenmerkt doordat de omkeermotor (192) verbonden is in een vaste positie ten opzichte van de riem om de keerriemaandrijving (196).Harvesting machine according to claim 1, characterized in that the reversing motor (192) is connected in a fixed position with respect to the belt around the reversing belt drive (196).
  8. 8. Oogstmachine volgens conclusie 1, gekenmerkt doordat het stangenmechanisme (110) een koppelingsarm (128) bevat die verbonden is met de actuator (104), en een spanarm (114) en een omkeerarm (146) die allemaal verbonden zijn met de koppelingsarm (128) om gelijktijdig door de actuator (104) bewogen te worden.Harvesting machine according to claim 1, characterized in that the rod mechanism (110) comprises a coupling arm (128) connected to the actuator (104), and a tensioning arm (114) and a reversing arm (146), all of which are connected to the coupling arm ( 128) to be moved simultaneously by the actuator (104).
  9. 9. Oogstmachine volgens conclusie 8, gekenmerkt doordat de omkeerarm (146) een verbinding (148) bevat aan één uiteinde ervan met de koppelingsarm (128) en een verbinding (154) aan een tegenoverliggend uiteinde ervan waarrond de omkeerarm (146) draait, en waarbij de omkeermotor (100) gedragen wordt op de omkeerarm (146) tussen de uiteinden.A harvesting machine according to claim 8, characterized in that the reversing arm (146) comprises a connection (148) at one end thereof with the coupling arm (128) and a connection (154) at an opposite end thereof around which the reversing arm (146) rotates, and wherein the reversing motor (100) is supported on the reversing arm (146) between the ends.
  10. 10. Oogstmachine volgens conclusie 1, gekenmerkt doordat de hoofdaandrijfriemspanner (206) en de keerriemspanner (208) elk een niet-aangedreven riemschijf (212, 262) bevatten.The harvesting machine according to claim 1, characterized in that the main drive belt tensioner (206) and the return belt tensioner (208) each comprise a non-driven pulley (212, 262).
  11. 11. Oogstmachine volgens conclusie 1, gekenmerkt doordat het stangenmechanisme (210) een koppelingsarm (228) bevat die verbonden is met de actuator (204), en een eerste en een tweede spanarm (214, 264) die elk verbonden zijn met de koppelingsarm (228) om gelijktijdig door de actuator (204) bewogen te worden, waarbij de eerste en tweede spanarmen (214, 264) respectievelijk de eerste en de tweede niet-aangedreven riemschijf (212, 262) dragen.Harvesting machine according to claim 1, characterized in that the rod mechanism (210) comprises a coupling arm (228) connected to the actuator (204), and a first and a second tensioning arm (214, 264), each of which is connected to the coupling arm ( 228) to be moved simultaneously through the actuator (204), the first and second tensioning arms (214, 264) carrying the first and the second non-driven pulley (212, 262), respectively.
  12. 12. Oogstmachine volgens conclusie 1, gekenmerkt doordat de omkeermotor (100) aangebracht is om te bewegen naar en weg van de omkeeraandrijfriem (96).Harvesting machine according to claim 1, characterized in that the reversing motor (100) is arranged to move to and away from the reversing drive belt (96).
BE20165205A 2016-03-23 2016-03-23 INTEGRATED REVERSE SYSTEM WITH BELT COUPLING BE1023983A9 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20165205A BE1023983A9 (nl) 2016-03-23 2016-03-23 INTEGRATED REVERSE SYSTEM WITH BELT COUPLING

Applications Claiming Priority (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20165205A BE1023983A9 (nl) 2016-03-23 2016-03-23 INTEGRATED REVERSE SYSTEM WITH BELT COUPLING
BR102017005704-6A BR102017005704A2 (pt) 2016-03-23 2017-03-21 Agricultural harvest
US15/467,797 US10299436B2 (en) 2016-03-23 2017-03-23 Integrated reversing system with belt engagement
EP17162553.6A EP3228175B1 (en) 2016-03-23 2017-03-23 Integrated reversing system with belt engagement

Publications (4)

Publication Number Publication Date
BE1023983A1 BE1023983A1 (nl) 2017-10-02
BE1023983B1 true BE1023983B1 (nl) 2017-10-03
BE1023983A9 BE1023983A9 (nl) 2017-10-19
BE1023983B9 BE1023983B9 (nl) 2017-10-19

Family

ID=56134035

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE20165205A BE1023983A9 (nl) 2016-03-23 2016-03-23 INTEGRATED REVERSE SYSTEM WITH BELT COUPLING

Country Status (4)

Country Link
US (1) US10299436B2 (nl)
EP (1) EP3228175B1 (nl)
BE (1) BE1023983A9 (nl)
BR (1) BR102017005704A2 (nl)

Families Citing this family (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE102017122714A1 (de) * 2017-09-29 2019-04-04 Claas Selbstfahrende Erntemaschinen Gmbh Verbundriemen, Verwendung eines Verbundriemens sowie Riementrieb eines selbstfahrenden Mähdreschers
DE102017122706A1 (de) * 2017-09-29 2019-04-04 Claas Selbstfahrende Erntemaschinen Gmbh Verbundriemen, Verwendung eines Verbundriemens sowie Riementrieb eines selbstfahrenden Mähdreschers
DE102018113006A1 (de) * 2018-05-30 2019-12-05 Claas Selbstfahrende Erntemaschinen Gmbh Riemengetriebe sowie Verfahren zu dessen Betrieb

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2930246A (en) * 1958-12-12 1960-03-29 Deere & Co Belt drive transmission
FR2667123A1 (fr) * 1990-09-21 1992-03-27 Staub Tracteurs Motocult Transmission a courroies debrayable, a traitement dans les deux sens de rotation.
US5679083A (en) * 1996-01-17 1997-10-21 Jung Il Industrial Co., Ltd. Wheel driving device for loader
US5996324A (en) * 1998-01-22 1999-12-07 Case Corporation Hydraulic feeder reverser
US20050181900A1 (en) * 2002-05-31 2005-08-18 Jonckheere Marc R. Utility machinery and associated reversible feeder mechanisms

Family Cites Families (12)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3396590A (en) * 1966-02-02 1968-08-13 Holcombe M. Verdery Jr. Belt transmission device
US4046022A (en) * 1976-06-09 1977-09-06 Dayco Corporation Belt drive system
US4430847A (en) * 1982-07-23 1984-02-14 Allis-Chalmers Corporation Combine feed reverser
USRE32599E (en) * 1983-12-12 1988-02-16 New Holland Inc. Drive reversing mechanism
US4879868A (en) * 1988-05-23 1989-11-14 Deere & Company Reverser for harvesting apparatus
CA2110778A1 (en) 1993-12-06 1995-06-07 Kevin Charles Brosinsky Combine feeder reverser
GB2289201A (en) 1994-05-07 1995-11-15 Ford New Holland Nv Drive reversal for agricultural harvester
US5778644A (en) * 1996-08-09 1998-07-14 Deere & Company Crop harvesting platform having a reversible drive for the reel, cutterbar center-feed augers and conditioner rolls
US6644006B1 (en) * 2002-07-19 2003-11-11 New Holland North America, Inc. Remote reverse control for pick-up rotor
BE1020277A3 (nl) * 2011-10-17 2013-07-02 Cnh Belgium Nv Omkeermechanisme en transportmiddelen en daarmee uitgeruste agrarische balenpers.
CN105828598B (zh) * 2013-09-27 2019-04-02 株式会社久保田 作业机
DE102014004227A1 (de) 2014-03-25 2015-10-01 Claas Selbstfahrende Erntemaschinen Gmbh Schneidwerk für eine Erntemaschine

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2930246A (en) * 1958-12-12 1960-03-29 Deere & Co Belt drive transmission
FR2667123A1 (fr) * 1990-09-21 1992-03-27 Staub Tracteurs Motocult Transmission a courroies debrayable, a traitement dans les deux sens de rotation.
US5679083A (en) * 1996-01-17 1997-10-21 Jung Il Industrial Co., Ltd. Wheel driving device for loader
US5996324A (en) * 1998-01-22 1999-12-07 Case Corporation Hydraulic feeder reverser
US20050181900A1 (en) * 2002-05-31 2005-08-18 Jonckheere Marc R. Utility machinery and associated reversible feeder mechanisms

Also Published As

Publication number Publication date
BE1023983B9 (nl) 2017-10-19
EP3228175A1 (en) 2017-10-11
EP3228175B1 (en) 2018-12-12
US20170273243A1 (en) 2017-09-28
US10299436B2 (en) 2019-05-28
BE1023983A1 (nl) 2017-10-02
BE1023983A9 (nl) 2017-10-19
BR102017005704A2 (pt) 2017-09-26

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CO2018005444A2 (es) Method for cleaning the indoor and outdoor air conditioning unit
CL2019000585A1 (es) Combinación de un anticuerpo anti-cd20, inhibidor pi3 kinase-delta y anticuerdo anti-pd-1 o anti-pd-l1 para el tratamiento de cánceres hematológicos.
BR112019000823A2 (pt) sistema de veículo
BE1023983B9 (nl) INTEGRATED REVERSE SYSTEM WITH BELT COUPLING
CO2018008663A2 (es) Conjugados de anticuerpo y fármaco dirigidos contra gcc
AR109184A1 (es) Métodos y composiciones para la suspensión de apuntalantes mediante el uso de tejidos
AR104199A1 (es) Campana desplazable para la aplicación selectiva de por lo menos un agroquímico
FR3058908B1 (fr) AIR FILTER FOR MOTOR VEHICLE
BE1023632B1 (nl) Computer-implemented working method, system and computer program product to create, inspect and edit the internal structure of a PDF document
AR110445A1 (es) Producción mejorada de etanol libre de glicerol
AR107355A1 (es) Colorante
CO2016005763A1 (es) Composicion mineral atenuadora de la radiacion ultravioleta a, ultravioleta b y ultravioleta c, basado en oxido de cerio no nanoparticulado
FR3058359A1 (fr) MULTIFUNCTION HANDLE GUIDE
CL2016002698A1 (es) Metodo de desalinizacion de agua de mar; sistema
FR3055601B1 (fr) RAILWAY VEHICLE HAVING TWO PNEUMATIC CONNECTIONS AND METHOD OF CONNECTING TWO RAILWAY VEHICLES
AR105441A1 (es) WIND TUNNEL FOR HUMAN FREE FLIGHT
AR105310A1 (es) Método de tratamiento biotecnológico aplicado a residuos sólidos provenientes de la industria farmacéutica
AR105354A4 (es) SEALED ASSEMBLY IN OVOIDAL SECTION CONDUCT WITH SEALING SENSOR
AR105065A1 (es) AUTOMATIC ANTI-SPILL EMBUDE
AR104462A1 (es) Composición para tratamiento capilar y un método de preparación
AR104640A1 (es) Sistema para calzar con abrochamiento elástico las tapas de bandeja porta cables
AR104657A1 (es) CLEANING METHOD OF DIFFERENT POLYMER MATERIALS FOR THE FOOTWEAR INDUSTRY THROUGH ULTRASOUND
BR202016010407U2 (pt) CONSTRUCTIVE ARRANGEMENT APPLIED IN ICE BUCKET FOR BEVERAGE BARREL CONDITIONING
AR104617A4 (es) DETERGENT RELEASE DEVICE TO SPONGE LAVAPLATOS
AR104507A4 (es) MODULAR GARDEN

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20171003