NL2011291C2 - Bus voor het opnemen van een vrij einde van een kantgrendelsluiting. - Google Patents

Bus voor het opnemen van een vrij einde van een kantgrendelsluiting. Download PDF

Info

Publication number
NL2011291C2
NL2011291C2 NL2011291A NL2011291A NL2011291C2 NL 2011291 C2 NL2011291 C2 NL 2011291C2 NL 2011291 A NL2011291 A NL 2011291A NL 2011291 A NL2011291 A NL 2011291A NL 2011291 C2 NL2011291 C2 NL 2011291C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
sleeve
basic body
floor
groove
collar
Prior art date
Application number
NL2011291A
Other languages
English (en)
Other versions
NL2011291A (nl
Inventor
Zoltan Bencsik
Original Assignee
Gretsch Unitas Gmbh Baubeschläge
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Gretsch Unitas Gmbh Baubeschläge filed Critical Gretsch Unitas Gmbh Baubeschläge
Publication of NL2011291A publication Critical patent/NL2011291A/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL2011291C2 publication Critical patent/NL2011291C2/nl

Links

Classifications

    • E—FIXED CONSTRUCTIONS
    • E05—LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
    • E05C—BOLTS OR FASTENING DEVICES FOR WINGS, SPECIALLY FOR DOORS OR WINDOWS
    • E05C9/00—Arrangements of simultaneously actuated bolts or other securing devices at well-separated positions on the same wing
    • E05C9/18—Details of fastening means or of fixed retaining means for the ends of bars
    • E05C9/1808—Keepers
    • F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16B—DEVICES FOR FASTENING OR SECURING CONSTRUCTIONAL ELEMENTS OR MACHINE PARTS TOGETHER, e.g. NAILS, BOLTS, CIRCLIPS, CLAMPS, CLIPS OR WEDGES; JOINTS OR JOINTING
    • F16B13/00—Dowels or other devices fastened in walls or the like by inserting them in holes made therein for that purpose
    • F16B13/04—Dowels or other devices fastened in walls or the like by inserting them in holes made therein for that purpose with parts gripping in the hole or behind the reverse side of the wall after inserting from the front
    • F16B13/08—Dowels or other devices fastened in walls or the like by inserting them in holes made therein for that purpose with parts gripping in the hole or behind the reverse side of the wall after inserting from the front with separate or non-separate gripping parts moved into their final position in relation to the body of the device without further manual operation
    • F16B13/0825—Dowels or other devices fastened in walls or the like by inserting them in holes made therein for that purpose with parts gripping in the hole or behind the reverse side of the wall after inserting from the front with separate or non-separate gripping parts moved into their final position in relation to the body of the device without further manual operation with a locking element, e.g. sleeve, ring or key co-operating with a cammed or eccentrical surface of the dowel body
    • E—FIXED CONSTRUCTIONS
    • E05—LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
    • E05B—LOCKS; ACCESSORIES THEREFOR; HANDCUFFS
    • E05B15/00—Other details of locks; Parts for engagement by bolts of fastening devices
    • E05B15/02—Striking-plates; Keepers; Bolt staples; Escutcheons
    • E05B15/0205—Striking-plates, keepers, staples
    • E05B15/024—Striking-plates, keepers, staples adjustable
    • E05B15/0245—Movable elements held by friction, cooperating teeth, or the like

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Dowels (AREA)

Description

BUS VOOR HET OPNEMEN VAN EEN VRIJ EINDE VAN EEN KANTGRENDELSLUITING
Beschrijving
De uitvinding heeft betrekking op een bus voor het opnemen van een vrij einde van een kantgrendelsluiting van een raam, een deur of dergelijke, met een huls die in een opening in de vloer aangebracht kan worden en een basislichaam dat in de huls aangebracht kan worden.
Een kantgrendel sluiting is bijvoorbeeld bekend uit DE 87 11 496 UI. De sluiting dient ertoe om bijvoorbeeld de standvleugel van een tweevleugelige deur te vergrendelen, zodat slechts nog de gangvleugel geopend kan worden. Hiervoor wordt de aandrijfstang, die zich achter de stolprail bevindt, zodanig verschoven, dat het vrije einde van de aandrijfstang boven het vleugelframe uitsteekt en in de vloer, het plafond of een vast frame kan grijpen. Voor het opnemen van het vrije einde van de aandrijfstang is in de regel een bus voorzien, die in een overeenkomstige opnameopening in de vloer, in het plafond of in een vast frame is aangebracht. Gangbare bussen of vloeruit-sparingen zijn cilindrisch, kuipvormig of excentrisch uitgevoerd. Deze vloeruitsparin-gen worden door de installateur in de vloer aangebracht. Het probleem is om deze uitsparingen zo nauwkeurig te stellen dat de functie van de deur niet gestoord wordt en de onderste aandrijfstang betrouwbaar in de vloeruitsparing kan duiken.
Om dergelijke inbouwonnauwkeurigheden te verhinderen werden de vloeruit-sparingen vaak kegelvormig en centrisch of kegelvormig en excentrisch, trapeziumvormig of kuipvormig uitgevoerd. Een groot nadeel van deze constructies is dat de deurvleugel op grond van de kegelvormige vorm van de vloeruitsparing terwijl de aandrijfstang wordt ingetrokken, reeds met de waarde van de kegelschuinte in de openings-richting beweegt en derhalve bij een paniekbediening tot blokkades kan leiden.
Een dergelijke bus of vloeruitsparing is bekend uit DE 201 12 738 UI. De bus heeft een excentrisch toelopende opnameopening voor het vrije einde van de aandrijfstang, zodat de vleugel in zijn vergrendelde positie spelingsvrij vastgehouden kan worden. Voor het instellen van de draaipositie van de bus heeft deze op de vloer een sleuf, waarin een geschikt werktuig kan grijpen, zodat de bus in zijn opnameopening verdraaid kan worden. Deze sleuf wordt echter onderbroken door een boring, waarin de schroef voor het spreidmechanisme wordt aangebracht. Daarom kunnen slechts betrekkelijk hoge krachten via de sleuf worden overgedragen, wat onder bepaalde omstandigheden bij een onnauwkeurige boring en een vastgeklemd in de opnameboring zittende bus tot problemen kan leiden.
Uit DE 20 2006 008 691 UI is een bus voor een kantgrendelsluiting bekend, die een excentrisch aangebrachte opnameopening voor het vrije einde van de aandrijfstang omvat. De opnameopening heeft een vierkante doorsnede en er zijn vier instellingen mogelijk, waarbij het vrije einde van de aandrijfstang altijd slechts tegen één zijvlak van de opnameopening kan aanliggen. DE 20 2010 015 752 UI openbaart een bus, die bestaat uit een basislichaam, dat de aandrijfstang opneemt, en een oploopplaat, die verschoven kan worden. DE 10 2010 017 583 Al openbaart eveneens een tweedelige businrichting, waarbij de eigenlijke bus echter telescoopachtig uitschuifbaar is aangebracht in een basislichaam dat in de vloer is bevestigd, en daar verticaal bewogen kan worden.
Tot dusver worden bussen ofwel in overeenkomstige openingen in de vloer gelijmd ofwel door middel van deuvels vastgeschroefd. Instelbare bussen worden volgens de huidige stand van de techniek ingebouwd door middel van een adapterdeel, waarbij het adapterdeel wordt gelijmd of vastgeschroefd. De bus zelf wordt vastgeschroefd met het adapterdeel.
De nadelen van de tot dusver bekende oplossingen bestaan eruit dat bij alle instelbare oplossingen ofwel aanvullende werkstappen zoals lijmen of verdeuveling nodig zijn, of dat bij een vastgeschroefde bus de bevestigingsschroeven losraken. Oplossingen waarbij bussen door aanvullende componenten worden verankerd zijn duur en zijn ook blootgesteld aan het gevaar dat de componenten loslaten en losraken.
Aan de uitvinding ligt daarom de doelstelling ten grondslag om een inrichting te verschaffen, waarbij de bus eenvoudiger bevestigd kan worden, dat wil zeggen zonder aanvullende middelen zoals deuvels of een lijmverbinding verankerd kan worden in een opening in een object (dorpel, vloer, plafond, enzovoorts), dat bestaat uit een massief materiaal, zoals steen, keramiek, beton, metaal enzovoorts. Daarbij dienen de uit te voeren voorbereidende werkzaamheden van de verwerker zo gering mogelijk gehouden te worden.
Deze doelstelling wordt volgens de uitvinding met een sluiting van de in het begin genoemde soort bereikt, doordat de huls na het plaatsen in de opening in de vloer een effectieve binnendiameter heeft, die kleiner is dan de buitendiameter van het basislichaam.
De uitvinding omvat een tweedelige bus, omvattend een huls en een basislichaam, dat door middel van de huls in de vloer wordt vastgeklemd, om het zich nabij de vloer bevindende einde van een verticaal verschuifbare vergrendelingsstang van een kantvergrendelsluiting te kunnen opnemen. De huls wordt na eenmalig boren van het dragermateriaal in de boring gestoken. Bij het indrukken van de huls in het boorgat wordt deze qua diameter iets gereduceerd en genereert in het boorgat een klemwerking, die het gebruikelijke vastschroeven van de huls overbodig maakt. Derhalve kan worden afgezien van verdere bevestigingsmiddelen.
Volgens de uitvinding is de huls in axiale richting gesleufd. De huls is in wezen cilindervormig en is gevormd in de vorm van een circa 348° omvattend ringsegment. Het ontbrekende stuk ringsegment van circa 12°, dat zich over de complete lengteafme-ting van de huls uitstrekt, is voorzien, opdat de huls optimaal elastisch vervormd kan worden.
Bij een uitvoeringsvoorbeeld is voorzien dat de huls ten minste gebiedsgewijs een oneffen buitenoppervlak heeft. Het oneffen buitenoppervlak waarborgt een goede verankering van de huls in het boorgat.
Een verdere uitvoering van de uitvinding voorziet erin dat de huls ten minste gebiedsgewijs een buitenoppervlak heeft dat in omtrekrichting oneffen is. Aangezien de oneffenheden zich slechts in omtrekrichting uitstrekken, maar niet in lengterichting of axiale richting, kan de huls ongehinderd in het boorgat worden geplaatst. Hiervoor wordt bijvoorbeeld een rubberen hamer gebruikt.
Bij een voorkeursvariant is voorzien dat de huls ten minste gebiedsgewijs aan zijn buitenomtrek ribben of een vertanding heeft, waarbij de vertanding bijvoorbeeld een zaagvertanding is. De ribben zijn bij voorkeur scherpkantig en V-vormig. De zaag-vertanding verhindert dat de huls in de opnameboring draait, of wordt verdraaid.
Bij een bijzonder de voorkeur verdienende variant is voorzien dat de zaagvertanding twee gebieden omvat en dat één gebied een verdraaiing in de ene richting blokkeert en het andere gebied een verdraaiing in de andere richting blokkeert. Daardoor wordt gewaarborgd dat de huls noch in de ene noch in de andere richting verdraaid kan worden, respectievelijk dat ze draaikrachten kan ondersteunen.
Aangezien bij een gesleufde huls de vrije, de sleuf flankerende einden relatief flexibel zijn, bevindt de oneffenheid of vertanding zich in het gebied van de sleuf.
Om een optimale verankering van het basislichaam in de huls te bereiken, omvat het basislichaam aan zijn buitenomtrek ten minste één vooruitstekend gedeelte. Met dit vooruitstekende gedeelte wordt het basislichaam aan of in de huls vastgeklemd.
In een voorkeursuitvoeringsvorm omvat de huls aan zijn binnenomtrek een het vooruitstekende gedeelte opnemende, aan de invoerzijde voor het basislichaam uitmondende eerste groef. Zodra het vooruitstekende gedeelte ingrijpt in de groef, wordt het basislichaam naar de vast in de vloer verankerde huls geleid. Verloopt de eerste groef in axiale richting, dan is gewaarborgd dat het basislichaam ook loodrecht in de huls wordt aangebracht.
Een de voorkeur verdienende verdere uitvoering van de uitvinding voorziet erin dat de huls aan zijn binnenomtrek een tweede, het vooruitstekende gedeelte dan opnemende groef omvat, wanneer het basislichaam volledig in de huls is aangebracht en het basislichaam is verdraaid ten opzichte van de inbrengrichting. Deze tweede groef maakt een geleide verdraaiing van het basislichaam in de huls mogelijk, zonder dat het basislichaam een ongewenste positieverandering inneemt. Bij voorkeur verloopt de tweede groef in omtrekrichting. Dit maakt bijvoorbeeld een nauwkeurige uitrichting van de vierkante opnameopening in het basislichaam voor een aandrijfstang met vierkante doorsnede mogelijk.
Om het basislichaam betrouwbaar in een eenmaal ingestelde draaipositie te houden, heeft de eerste groef een grotere diepte dan de tweede groef. Het asparallel invoeren van het basislichaam in de huls vindt relatief eenvoudig plaats, doordat de eerste groef een relatief grote diepte heeft. In de tweede groef wordt de noodzakelijke krachtsluiting tussen basislichaam en huls tot stand gebracht. Bovendien wordt de huls verder gespreid en daardoor nog betrouwbaarder in de vloer verankerd.
Een gedefinieerde inbouwdiepte voor de huls wordt gewaarborgd doordat de huls aan zijn naar de kantgrendelsluiting toegewende zijde een kraag omvat die over de buitenomtrek van de huls uitsteekt. Deze kraag ligt vlak op de bovenzijde van de vloer en heeft bijvoorbeeld een halve lensvormige doorsnede.
De bus volgens de uitvinding kan ook in vloeren met geheld oppervlak worden ingebracht. Hiervoor heeft de kraag een oplegvlak dat op de vloer komt te liggen, welk oplegvlak orthogonaal of geheld ten opzichte van de as van de huls ligt. De bus bevindt zich dan verder loodrecht in de vloer, zodat de eveneens loodrecht uitgerichte kant-grendelsluiting spanningsvrij in de bus ingebracht kan worden. De helling kan vast zijn ingesteld, bijvoorbeeld 6° of bij een andere huls 10°. Er kan ook een wigvormige ring onder gelegd worden, die ten opzichte van de huls verdraaid kan worden. Hierdoor kan de compensatiehoek traploos ingesteld worden.
Om het basislichaam gemakkelijk in de huls te kunnen inbouwen, is het in de huls aan te brengen einde van het basislichaam afgekant.
Het basislichaam centreert zich daardoor zelf en de huls wordt pas door de af-kantingsschuinte gespreid.
Een voorkeursvariant van de uitvinding voorziet erin dat het in de huls aangebrachte basislichaam in één vlak met de huls afsluit. Bij een andere variant omvat het basislichaam aan zijn naar de kantgrendelsluiting toegewende zijde een kraag, die op de huls ligt, wanneer het basislichaam is aangebracht in de huls. Deze kraag dekt en bedekt de huls derhalve volledig.
Voor het bevestigen van de bus volgens de uitvinding hoeft dus slechts één enkel boorgat gesteld te worden en zijn slechts de huls en het basislichaam nodig, waardoor een snelle montage is gewaarborgd.
Verdere voordelen, kenmerken en bijzonderheden van de uitvinding blijken uit de onderconclusies alsmede de beschrijving, waarin onder verwijzing naar de tekening een bijzonder de voorkeur verdienend uitvoeringsvoorbeeld in detail is beschreven. Daarbij kunnen de in de tekening weergegeven alsmede in de beschrijving en in de conclusies vermelde kenmerken telkens afzonderlijk op zichzelf of in willekeurige combinatie wezenlijk voor de uitvinding zijn.
In de tekening tonen:
Figuur 1 een explosietekening van een voorkeursuitvoeringsvorm van de bus;
Figuur 2 een zijaanzicht van een huls;
Figuur 3 een bovenaanzicht op de onderzijde van de huls in de richting van de pijl III volgens figuur 2;
Figuur 4 een bovenaanzicht op de bovenzijde van de huls in de richting van de pijl IV volgens figuur 2;
Figuur 5 een vergrote weergave van het segment V volgens figuur 3;
Figuur 6 een zijaanzicht van de huls voor vlakke vloeren;
Figuur 7 een zijaanzicht van de huls voor licht gehelde vloeren; en
Figuur 8 een zijaanzicht van de huls voor sterk gehelde vloeren.
Figuur 1 toont een als geheel met 10 aangeduide bus, die in het boorgat 12 van een vloer 14 (figuur 6) kan worden aangebracht. De bus omvat een huls 16 en een basislichaam 18, waarbij in de gebruikspositie het basislichaam 18 in de huls 16 is aangebracht. De diameter van het boorgat 14 is daarbij zodanig gekozen, dat de huls 16 bij het aanbrengen in het boorgat 14 wordt samengedrukt. Hiervoor omvat de huls 16 een in asrichting verlopende, doorlopende sleuf 20. De aan de sleuf 20 grenzende vrije einden 22 en 24 kunnen dus iets naar elkaar toe worden bewogen. Aan de buitenomtrek heeft de huls 16 meerdere in lengterichting verlopende verbindingsstukken 26, die in doorsnede een vertanding 28, in het bijzonder een zaagvertanding 30 met een snijkant 32 vormen, wat uit figuur 3 te zien is. Daarbij wijst de snijkant 32 weg van de sleuf 20. De onderzijde van de huls 16 is aan de buitenzijde afgekant, waardoor het invoeren van de huls 16 in het boorgat 12 vergemakkelijkt wordt. Aan de bovenzijde is de huls 16 voorzien van een kraag 34, die radiaal over de buitenomtrek uitsteekt en het rad van het boorgat 12 afdekt, en met zijn een oplegvlak 36 vormende onderzijde op de bovenzijde van de vloer 14 ligt.
Het binnenomtrekvlak van de huls 16 is voorzien van in totaal drie eerste groeven 38, die in axiale richting of lengterichting verlopen en een eerste diepte hebben. Ze zijn telkens onder 90° ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de sleuf 20 verschoven, wat het best in figuur 4 te herkennen is. Bovendien zijn twee in omtrekrichting verlopende tweede groeven 40 voorzien, waarvan de diepte geringer is dan de diepte van de eerste groef 38. Tenslotte heeft de bovenzijde van de kraag 34 een instelmarke-ring 42.
Het basislichaam 18 heeft aan zijn bovenzijde eveneens een kraag 44, die zodanig is gedimensioneerd dat hij radiaal boven de kraag 34 van de huls 16 uitsteekt. In het basislichaam 18 bevindt zich excentrisch aangebracht een opneming 46 voor een aan-drijfstang van een kantgrendelsluiting met vierkante doorsnede. Deze opneming 46 heeft vier zijkanten 48, die verschillende afstanden tot de middenas hebben. Deze worden aangeduid met markeringen 50. Bovendien zijn aan het buitenomtrekvlak vooruitstekende gedeelten 52 in de vorm van stomphoekige kegels voorzien, die, telkens twee kegels boven elkaar, met 90° afstand rond de buitenomtrek zijn aangebracht. De afstand van de boven elkaar liggende kegels is zodanig gedimensioneerd, dat hij overeenkomt met de afstand van de beide groeven 40.
Bij het inschuiven van het basislichaam 18 in de huls grijpen de vooruitstekende gedeelten 52 in de eerste groeven 38. De dimensies van de vooruitstekende gedeelten 52 zijn zodanig gekozen, dat ze de huls 16 iets wijder maken. Er wordt dus een kracht-sluiting gegenereerd. Is het basislichaam 18 volledig in de huls 16 geschoven, dan vindt de uitrichting en instelling van de opneming 46 met betrekking tot de positie van de aandrijfstang plaats. Hiervoor wordt een geschikt werktuig gebruikt, bijvoorbeeld een vierkantsleutel. Daarbij grijpen de vooruitstekende gedeelten 52 in de tweede groeven 40 en verwijden de huls 16 verder, zodat de vertanding 28 in de wand van het boorgat 12 klauwt. De bus 10 is nu vorm- en krachtsluitend in het boorgat 12 verankerd.
De figuren 6-8 tonen drie varianten van de huls 16, waarbij de eerste, in figuur 6 weergegeven variant geschikt is voor vlakke vloeren 14, waarbij het onderste opleg-vlak 36 van de kraag 34 orthogonaal ten opzichte van de as van de huls 16 verloopt. In figuur 7 is het oplegvlak 36 onder een hoek van 6° geheld en in figuur 8 onder een hoek van 10°. Deze beide varianten zijn geschikt voor zwak en sterk gehelde vloeren 14.

Claims (21)

1. Bus (10) voor het opnemen van een vrij einde van een kantgrendelsluiting van een raam, een deur of dergelijke, met een in een opening (12) in de vloer (14) aan-brengbare huls (16) en een in de huls (16) aanbrengbaar basislichaam (18), waarbij de huls (16) na het aanbrengen in de opening (12) in de vloer (14) een effectieve binnendi-ameter heeft, die kleiner is dan de buitendiameter van het basislichaam (18).
2. Bus volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de huls (16) in axiale richting gesleufd (20) is.
3. Bus volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de huls (16) ten minste gebiedsgewijs een oneffen buitenoppervlak heeft.
4. Bus volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de huls (16) ten minste gebiedsgewijs een buitenoppervlak heeft, dat in omtrekrichting oneffen is.
5. Bus volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de huls (16) ten minste gebiedsgewijs aan zijn buitenomtrek ribben of een vertanding (28) omvat.
6. Bus volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat de vertanding (26) een zaag-vertanding (28) is.
7. Bus volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat de zaagvertanding (28) twee gebieden omvat en het ene gebied een verdraaiing in de ene richting blokkeert en het andere gebied een verdraaiing in de andere richting blokkeert.
8. Bus volgens conclusie 2 en één van de conclusies 3-7, met het kenmerk, dat de oneffenheid of vertanding (26) zich ten minste in het gebied van de sleuf (20) bevindt.
9. Bus volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het basislichaam (18) aan zijn buitenomtrek ten minste één vooruitstekend gedeelte (52) omvat.
10. Bus volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat de huls (16) aan zijn binnenomtrek een het vooruitstekende gedeelte (52) opnemende, aan de invoerzijde voor het basislichaam (18) uitmondende eerste groef (38) omvat.
11. Bus volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de eerste groef (38) in axiale richting verloopt.
12. Bus volgens één van de conclusies 9-11, met het kenmerk, dat de huls (16) aan zijn binnenomtrek een tweede groef (40) omvat, die het vooruitstekende gedeelte (52) dan opneemt, wanneer het basislichaam (18) volledig in de huls (16) is aangebracht en het basislichaam (18) is verdraaid ten opzichte van de aanbrengrichting.
13. Bus volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat de tweede groef (40) in om-trekrichting verloopt.
14. Bus volgens één van de conclusies 10 - 13, met het kenmerk, dat de eerste groef (38) een grotere diepte heeft dan de tweede groef (40).
15. Bus volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de huls (16) aan zijn naar de kantgrendelsluiting toegewende zijde een boven de buitenomtrek uitstekende kraag (34) omvat.
16. Bus volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat de kraag (34) een oplegvlak (36) omvat dat op de vloer (14) komt te liggen, welk oplegvlak orthogonaal of geheld ten opzichte van de as van de huls (16) ligt.
17. Bus volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het in de huls (16) aan te brengen einde van het basislichaam (18) is afgekant.
18. Bus volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het in de huls (16) aangebrachte basislichaam (18) in één vlak met de huls (16) afsluit.
19. Bus volgens één van de conclusies 1 - 17, met het kenmerk, dat het basislichaam (18) aan zijn naar de kantgrendelsluiting toegewende zijde een kraag (44) omvat, die op de huls (16) ligt, wanneer het basislichaam (18) in de huls (16) is aangebracht.
20. Bus volgens conclusie 19, met het kenmerk, dat de kraag (44) de huls (16) bedekt.
21. Bus volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat deze een vloer- of plafondbus is.
NL2011291A 2012-08-15 2013-08-12 Bus voor het opnemen van een vrij einde van een kantgrendelsluiting. NL2011291C2 (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
DE202012007950U DE202012007950U1 (de) 2012-08-15 2012-08-15 Buchse zur Aufnahme eines freien Endes einesKantriegelverschlusses
DE202012007950 2012-08-15

Publications (2)

Publication Number Publication Date
NL2011291A NL2011291A (nl) 2014-02-18
NL2011291C2 true NL2011291C2 (nl) 2015-07-16

Family

ID=47019990

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2011291A NL2011291C2 (nl) 2012-08-15 2013-08-12 Bus voor het opnemen van een vrij einde van een kantgrendelsluiting.

Country Status (2)

Country Link
DE (2) DE202012007950U1 (nl)
NL (1) NL2011291C2 (nl)

Families Citing this family (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JP6399856B2 (ja) * 2014-08-20 2018-10-03 アトムリビンテック株式会社 フランス落し受具及びこの受具を備えたフランス落し
DE102017100447C5 (de) 2017-01-11 2022-10-27 Dorma-Glas Gmbh Buchsenanordnung für einen Lagerbolzen eines Türflügels

Family Cites Families (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR1282709A (fr) * 1960-12-16 1962-01-27 Gillet Roquigny Ets Gâche pour crémone à larder et à entailler
FR1340911A (fr) * 1962-09-11 1963-10-25 Massard Jean Ets Gâche pour fermeture à crémone du type lardé
US3385624A (en) * 1966-04-20 1968-05-28 Baclini David Eccentric adjusting device
DE8711496U1 (de) 1987-08-25 1987-10-08 Gretsch-Unitas Gmbh Baubeschlagfabrik, 7257 Ditzingen Verschluß für zweiflügelige Fenster, Türen od. dgl.
DE20112738U1 (de) 2001-08-08 2001-11-22 Bks Gmbh Verriegelungsmulde
EP1564353A3 (de) * 2004-02-05 2006-08-09 Planet GDZ AG Verriegelungsmulde
DE202006008691U1 (de) 2006-05-24 2006-10-05 Gretsch-Unitas GmbH Baubeschläge Kantriegelverschluss
DE102010017583B4 (de) 2010-06-25 2023-10-19 Dorma-Glas Gmbh Verriegelungsvorrichtung für einen Schiebeflügel
DE202010015752U1 (de) 2010-11-16 2011-02-10 Bks Gmbh Verschluss und Buchse für einen derartigen Verschluss

Also Published As

Publication number Publication date
DE102013214790A1 (de) 2014-02-20
DE202012007950U1 (de) 2012-09-19
NL2011291A (nl) 2014-02-18

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4662807A (en) Adjustable fastener for joining of two structural elements
US4486134A (en) Adjustable connector assembly
EP0264342B1 (de) Einstellbare Befestigungsvorrichtung zum Zusammenfügen von zwei Bauteilen
DE3819833A1 (de) Duebelbohrer
US7384223B2 (en) Anchoring drill bit, system and method of anchoring
NL2011291A (nl) Bus voor het opnemen van een vrij einde van een kantgrendelsluiting.
EP1936066A2 (de) Abstandshalter für die Befestigung eines Gegenstands an einer Wand mit Dämmschicht
DE3842683A1 (de) Bohrvorrichtung zum herstellen von hinterschneidungen in nicht durchgehenden zylindrischen vorbohrungen und befestigungseinrichtung eines gewindebauteils in einer hinterschneidung
DE102006060538A1 (de) Befestigungselement und Verfahren zur Befestigung von Dämmstoffplatten
US7524153B2 (en) Anchoring products and methods of such products
US7264427B1 (en) Drill bit apparatus
RU2694452C1 (ru) Крепежное изделие, а также регулировочный ключ и способ установки крепежного изделия
EP2639374B1 (de) Befestigung von Dämmplatten
US11598362B2 (en) Screw fasteners for use in building construction
US9605458B2 (en) Adjustable corner fitting with holding element
DE102005005810A1 (de) Dämmstoffhalter
AU2018202892A1 (en) Fastening method
DE102010045445A1 (de) Montagesystem für Isolierstoffplatten
EP3978194B1 (de) Montagewerkzeug zur montage einer dämmstoffplatte
WO1990004695A1 (en) An adjustable fastener
EP0158663A1 (en) FASTENING DEVICE FOR DOOR OR WINDOW FRAME.
DE102014103572A1 (de) Anker aus Metall
CN101120149B (zh) 用于固定于金属或塑料型材的根切的凹槽中的配件
KR102213620B1 (ko) 스마트 파스너 공구 세트 및 이를 이용한 스마트 파스너 시공 방법
US12234847B2 (en) Undercut anchor, setting tool for setting an undercut anchor and setting method for an undercut anchor

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20200901