NL2010779C2 - Vloerplaat, werkwijze voor de vervaardiging van een vloerplaat en werkwijze en gebruik van een dergelijke vloerplaat voor het vormen van een vloer in een bouwwerk zoals een gebouw. - Google Patents
Vloerplaat, werkwijze voor de vervaardiging van een vloerplaat en werkwijze en gebruik van een dergelijke vloerplaat voor het vormen van een vloer in een bouwwerk zoals een gebouw. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2010779C2 NL2010779C2 NL2010779A NL2010779A NL2010779C2 NL 2010779 C2 NL2010779 C2 NL 2010779C2 NL 2010779 A NL2010779 A NL 2010779A NL 2010779 A NL2010779 A NL 2010779A NL 2010779 C2 NL2010779 C2 NL 2010779C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- concrete
- cuttings
- plate
- reinforcement
- floor
- Prior art date
Links
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B5/00—Floors; Floor construction with regard to insulation; Connections specially adapted therefor
- E04B5/16—Load-carrying floor structures wholly or partly cast or similarly formed in situ
- E04B5/32—Floor structures wholly cast in situ with or without form units or reinforcements
- E04B5/36—Floor structures wholly cast in situ with or without form units or reinforcements with form units as part of the floor
- E04B5/38—Floor structures wholly cast in situ with or without form units or reinforcements with form units as part of the floor with slab-shaped form units acting simultaneously as reinforcement; Form slabs with reinforcements extending laterally outside the element
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B28—WORKING CEMENT, CLAY, OR STONE
- B28B—SHAPING CLAY OR OTHER CERAMIC COMPOSITIONS; SHAPING SLAG; SHAPING MIXTURES CONTAINING CEMENTITIOUS MATERIAL, e.g. PLASTER
- B28B19/00—Machines or methods for applying the material to surfaces to form a permanent layer thereon
- B28B19/003—Machines or methods for applying the material to surfaces to form a permanent layer thereon to insulating material
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B28—WORKING CEMENT, CLAY, OR STONE
- B28B—SHAPING CLAY OR OTHER CERAMIC COMPOSITIONS; SHAPING SLAG; SHAPING MIXTURES CONTAINING CEMENTITIOUS MATERIAL, e.g. PLASTER
- B28B23/00—Arrangements specially adapted for the production of shaped articles with elements wholly or partly embedded in the moulding material; Production of reinforced objects
- B28B23/0068—Embedding lost cores
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B28—WORKING CEMENT, CLAY, OR STONE
- B28B—SHAPING CLAY OR OTHER CERAMIC COMPOSITIONS; SHAPING SLAG; SHAPING MIXTURES CONTAINING CEMENTITIOUS MATERIAL, e.g. PLASTER
- B28B7/00—Moulds; Cores; Mandrels
- B28B7/0091—Transformable moulds allowing the change of shape of an initial moulded preform by preform deformation or the change of its size by moulding on the preform
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B5/00—Floors; Floor construction with regard to insulation; Connections specially adapted therefor
- E04B5/16—Load-carrying floor structures wholly or partly cast or similarly formed in situ
- E04B5/32—Floor structures wholly cast in situ with or without form units or reinforcements
- E04B5/326—Floor structures wholly cast in situ with or without form units or reinforcements with hollow filling elements
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B5/00—Floors; Floor construction with regard to insulation; Connections specially adapted therefor
- E04B5/48—Special adaptations of floors for incorporating ducts, e.g. for heating or ventilating
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Ceramic Engineering (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Electromagnetism (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Manufacturing & Machinery (AREA)
- Working Measures On Existing Buildindgs (AREA)
Description
Vloerplaat, werkwijze voor de vervaardiging van een vloerplaat en werkwijze en gebruik van een dergelijke vloerplaat voor het vormen van een vloer in een bouwwerk zoals een gebouw
TECHNISCH VAKGEBIED
[0001] De uitvinding heeft betrekking op een Werkwijze voor het vervaardigen van een betonnen vloerplaat. De uitvinding betreft tevens een betonnen vloerplaat. Verder heeft de vinding betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van een vloer in een bouwwerk, zoals een gebouw, en op een vloerplaat toegepast in een vloer van een bouwwerk, zoals een gebouw.
STAND VAN DE TECHNIEK
[0002] Het is bekend om vloeren te vormen gebruikmakend van vloerplaten, in het bijzonder versterkte vloerplaten. Een bekende vloerplaat heeft een betonnen plaat en een zich in de lengterichting van die langwerpige plaat uitstrekkend versterkingselement in de vorm van een stalen profiel. Dat versterking selement is ingericht om versterking te bieden in de lengterichting en bijvoorbeeld doorbuiging te voorkomen. Zeker bij langere vloerplaten, bijvoorbeeld langer dan 4 meter, wordt een dergelijk stalen profiel gebruikt voor versterking. De vloerplaat met stalen profiel is een voorbeeld van een tunnelvloerplaat of kokervloerplaat.
KORTE BESCHRIJVING VAN DE UITVINDING
[0003] Een dergelijk versterkingselement kan verbonden worden met de te versterken plaat. Dit is complex en kostbaar. Bovendien zijn de kosten voor een dergelijk geprofileerd stalen versterkingselement hoog. Het is een doel van de vinding om een vloerplaat en vervaardigingswerkwijze daarvoor te verschaffen tegen lagere kosten. Ook is het een probleem om de vloer aan de koker te bevestigen.
[0004] Ten minste één van de doelen wordt bereikt volgens de uitvinding door een betonnen versterkingselement toe te passen en op bijzondere wijze te koppelen aan de betonnen (basis-)plaat.
[0005] Volgens een uitvoeringsvorm van de vinding omvat de werkwijze het verschaffen van een langwerpige betonnen plaat. Het verschaffen van een dergelijke plaat is algemeen gekend. Een geschikte mal kan worden gebruikt. Diverse werkwijze voor vervaardiging van een betonnen plaat zijn bekend. De werkwijze kan verschillende stappen omvatten. De vinding is niet beperkt tot een bepaalde wijze van vormen van de betonnen plaat. In plaats van beton kan elk geschikt uithardbaar bouwmateriaal worden gebruikt.
[0006] In een uitvoeringsvorm zijn in de betonnen plaat stekken verankerd. Dit verankeren kan plaatsvinden bij het vormen van de betonnen plaat.
[0007] De stekken kunnen uit de plaat uitstekende pennen zijn. In een uitvoeringsvorm zijn ten minste twee rijen van dergelijke stekken gevorm aan een zijde van de betonnen plaat. De rijen kunnen zich in een lengterichting van de plaat, dat wil zeggen in de richting van de plaat welke versterkt zou moeten worden uitstrekken. De rijen stekken zijn in hoofdzaak parallel. Een deel van een stek is verankerd in de betonnen plaat en een deel van de stek steekt uit de betonnen plaat.
[0008] In een uitvoeringsvorm omvat de werkwijze verder het vormen van een zich in de lengterichting uitstrekkend versterkingselement voor het versterken van de betonnen plaat in die lengterichting. Dit versterkingselement biedt tegenkrachten tegen bijvoorbeeld doorbuiging van de plaat wanneer deze een aanzienlijke lengte overspant. Meerdere versterkingselementen en versterkingselementen van verschillende soorten kunnen worden toegepast.
[0009] Volgens een uitvoeringsvorm van de vinding wordt het versterkingselement aangebracht over de uitstekende stekken. Dit aanbrengen omvat het stromen beton en het uitharden van het aangebrachte beton. Hierdoor worden de uitstekende delen van de verankerde stekken in het versterkingselement opgenomen en vastgezet.
[0010] Volgens de vinding wordt in één stap van de werkwijze zowel het versterkingselement gevormd en verbonden met de betonnen basisplaat. Een aparte hechting is niet meer nodig.
[0011] Alhoewel aangrijping van één rij stekken mogelijk is, grijpt in een voorkeur hebbende uitvoeringsvorm het gevormde versterkingselement aan op ten minste een aantal stekken van twee rijen stekken. Hierdoor strekt het aangrijpoppervlak zich uit in de lengterichting van de te versterken basisplaat en wordt aangrijping op meerdere plekken verkregen. Ook vindt de aangrijping op twee, met een tussenafstand daartussen, op afstand van elkaar gelegen rijen stekken. De tussenafstand, in de breedterichting van de betonnen basisplaat, zal in verhouding staan met de lengte en breedte van de basisplaat, alsook de dikte van de basisplaat, welke bepalend zijn voor de benodigde versterking.
[0012] In een uitvoeringsvorm omvat het vormen van het versterkingselement verder het aanbrengen van een zich in de lengterichting uitstrekkend vulmateriaal tussen twee rijen stekken. Volgens de werkwijze wordt het beton voor het versterkingselement gestort over en hardt het beton uit rondom het vulmateriaal. Het vulmateriaal is een materiaal van lage dichtheid. Hierdoor wordt niet alleen een gewichtsbesparing verkregen, maar tevens een besparing van kostbaar beton. Geschikt vulmaterialen zijn algemeen bekend vulmaterialen uit de bouw, zoals polystyreen, karton, tubes van kunststof en/of kokers van papier, etc..
[0013] Volgens een uitvoeringsvorm wordt gevormde versterkingselement gevormd als een hol versterkingselement. De holte vormt een tunnel of koker. De holte kan worden gevormd door het vulmateriaal, waaromheen het beton wordt gestort. In een andere uitvoeringsvorm wordt de holte gevormd door het aanbrengen van een tijdelijke bekisting. Ook de holte leidt tot een besparing in materiaal en een verlaging van het eindgewicht. De afmetingen van de holte (en het gebruikte vulmateriaal) zijn afhankelijk van de benodigde versterking, welke afhankelijk is van de afmetingen van de betonnen plaat en de toepassing van die plaat in de uiteindelijke vloer.
[0014] In een voorbeeld wordt de langwerpige plaat gevormd en uitgehard vóór het vormen van het versterkingselement. De betonnen plaat wordt in een eerste stap gevormd. De stekken kunnen in die eerste stap of in een tussenstap in de plaat worden verankerd. In een aparte, latere stap wordt het versterkingselement gevormd.
[0015] In een werkwijze wordt de plaat gevormd op een eerste locatie, zoals in een fabriek, gevormd, terwijl het versterkingselement op een tweede locatie, zoals de werklocatie, gevormd. De werkwijze omvat het vervoer van de betonnen platen met verankerde stekken van de prefab fabriek naar de werklocatie.
[0016] In een andere uitvoeringsvorm wordt de tunnelvloerplaat volledig vervaardigd in de fabriek en vervoerd naar de werklocatie.
[0017] In een uitvoeringsvorm wordt de betonnen plaat gevormd door het storten en uitharden van beton in een mal en waarbij de stekken in de betonnen plaat worden geplaatst na het storten van het beton. Tijdens het uitharden zullen de geplaatste stekken verankerd worden.
[0018] In een uitvoeringsvorm omvat het vormen van het versterkingselement het aanbrengen van een bekisting. Het beton voor het versterkingselement wordt gestort en hardt uit in binnen de bekisting. De bekisting strekt zich bij voorkeur uit langs de rij stekken.
Daarmee wordt het beton voor het versterkingselement over de rijen stekken heen uitgestort en hardt het uit rondom de stekken.
[0019] In een uitvoeringsvorm worden ten minste twee paren van twee zich in een lengterichting van de plaat uitstrekkende rijen stekken in de betonnen plaat verankerd. Vervolgens worden ten minste twee zich in de lengterichting uitstrekkend versterkingselementen voor het versterken van de betonnen plaat in de lengterichting gevormd door het aanbrengen van stromend beton over twee paar van rijen van uitstekende stekken en het uitharden van het aangebrachte beton. Hiermee wordt een tweede versterkingselement gevormd op de betonnen plaat.
[0020] In een andere uitvoeringsvorm wordt een ander versterkingselement aanvullend op een versterkingselement volgens de vinding aangebracht.
[0021] De betonnen plaat kan worden verschaft door het in een mal storten van betonnen en het uitharden daarvan. In een uitvoeringsvorm worden de stekken verankerd door de stekken aan te brengen in het beton vóór het (volledig) uitharden van het beton van de betonnen plaat. Het uitharden van het beton van de betonnen plaat wordt tevens gebruikt voor het verankeren van de stekken.
[0022] In een uitvoeringsvorm kan het versterkingselement zelf verder worden versterkt. Daartoe omvat de werkwijze verder het verschaffen van een wapening met een vorm vergelijkbaar aan de vorm van versterkingselement. Die wapening wordt opgenomen in het te vormen versterkingselement door het beton over die wapening te storten en te laten uitharden.
[0023] In een uitvoeringsvorm wordt de wapening verbonden met de stekken. In een uitvoeringsvorm is de wapening van het versterkingselement integraal verbonden met de stekken.
[0024] De betonnen basisplaat kan worden verschaft met een eigen wapening. In een uitvoeringsvorm zijn de wapening van de betonnen plaat en de stekken niet met elkaar verbonden. De stekken zijn ‘los’ in het betonnen van de plaat geplaatst.
[0025] In een bijzondere uitvoeringsvorm zijn de stekken niet verbonden met de wapening van de betonnen basisplaat en gevormd als haarspelden. Een dergelijke haarspeld vormt de wapening van het versterkingselement. De haarspeld kan een stek zijn die van de ene rij stekken via het versterkingselement doorloopt tot een stek van een naastliggende rij. Een dergelijke stek of haarspeld is bij voorkeur, vergelijkbaar met het versterkingselement, U-vormig van profiel.
[0026] In een andere uitvoeringsvorm zijn de stekken echter uitstekende delen van de wapening van de betonnen basisplaat. De stekken zijn integraal deel van de wapening.
[0027] Verschillende soorten wapening kunnen worden toegepast voor zowel het versterkingselement als voor de basisplaat. Een voorgespannen wapening is mogelijk. Ook kan de basisplaat met toog worden gevormd.
[0028] In een uitvoeringsvorm worden de stalen stekken verschaft. In een uitvoeringsvorm zijn de stekken pennen. De werkwijze kan omvatten het buigen van de stekken en het plaatsen en verankeren van gebogen stekken in de betonnen basisplaat. Bij voorkeur kan een stek worden verschaft met een eerste deel met een doorsnede en een tweede deel met een grotere doorsnede, waarbij de eerste en tweede delen in de betonnen plaat zijn opgenomen. Bij voorkeur is het tweede deel dieper in de betonnen basisplaat opgenomen, waardoor een verankering van de stek gewaarborgd is.
[0029] Volgens een tweede aspect van de uitvinding wordt een versterkte betonnen vloerplaat verschaft. De betonnen vloerplaat omvat een langwerpige betonnen basisplaat die voorzien is van in de plaat verankerde en van de plaat uitstekende stekken. Bij voorkeur heeft de basisplaat ten minste twee, zich in een lengterichting van de plaat uitstrekkende, rijen van stekken. Verder omvat de versterkte betonnen vloerplaat een betonnen versterkingselement dat op de twee rijen stekken aangrijpt, en dat zich in de lengterichting van de plaat uitstrekt. Het versterkingselement verschaft zodoende een versterking van de plaat in die lengterichting, bijvoorbeeld versterking tegen doorzakken van de plaat.
[0030] In een uitvoeringsvorm zijn de stekken in het uitgeharde beton van het versterkingselement zijn opgenomen. Hierdoor wordt de uitharding van het beton van het versterkingselement gebruikt enerzijds om het element te vormen, en anderzijds om tegelijk voor de verbinding met de basisplaat te zorgen. Dit is een aanzienlijk vereenvoudiging voor de fabricage.
[0031] In een uitvoeringsvorm heeft de versterkte betonnen vloerplaat volgens de vinding een kokervorm. Het versterkingselement en de basisplaat samen hebben een holte die zich uitstrekt in de lengterichting. De holte leidt tot een gewichtsbesparing en lagere kosten voor het vormen van het versterkingselement. In een uitvoeringsvorm strekt de kokervorm zich uit tussen de rijen stekken.
[0032] De holte kan zijn gevuld met een vulmateriaal. Het vulmateriaal is opgenomen in de holte van de kokervorm en het versterkingselement is rond het vulmateriaal uitgehard, waarbij het vulmateriaal bij voorkeur geëxpandeerd polystyreen (PS), karton of papier is.
[0033] Het is verder voordelig dat het betonnen versterkingselement een U-vormige doorsnede heeft. Een dergelijke vorm staat toe dat het versterkingselement aangrijpt op twee rijen stekken, brengt de gewenste versterking en is gewichtsbesparend uitgevoerd.
[0034] In een uitvoeringsvorm worden de stekken gevormd door pennen, bij voorkeur stalen pennen. De pennen kunnen verschillende diameters hebben. De pennen kunnen een dunner en een dikker deel hebben. De pennen kunnen een ruw oppervlak hebben. In een uitvoeringsvorm zijn de stekken gebogen. Het deel met bocht is opgenomen in de betonnen basisplaat en leidt tot verankering van de stek.
[0035] In een uitvoeringsvorm heeft de betonnen basisplaat een wapening. In een uitvoeringsvorm is de wapening een voorgespannen wapening. In een uitvoeringsvorm zijn de stekken los van de wapening in de betonnen plaat verankerd zijn. In een andere uitvoeringsvorm zijn de stekken een integraal onderdeel van de wapening van de basisplaat.
[0036] In een verdere uitvoeringsvorm heeft het versterkingselement een wapening. In een uitvoeringsvorm zijn de stekken bij voorkeur los van de wapening in het versterkingselement. In een uitvoeringsvorm zijn de stekken en wapening van het versterkingselement een integraal deel. Een dergelijke stek wordt aangeduid als haarspeld.
[0037] In een uitvoeringsvorm heeft de vloerplaat een lengte van ten minste vijf, bij voorkeur ten minste zes meter. De plaat heeft bij voorkeur een uniforme dikte heeft over de lengte. In een uitvoeringsvorm is de plaat is van verbindingsmiddelen langs de lengterichting. De verbindingsmiddelen, bijvoorbeeld een opening, kan het verbinden aan een naastliggende breedplaat mogelijk maken.
[0038] Volgens nog een ander aspect heeft de vinding tevens betrekking op een werkwijze voor het vormen van een vloer in een bouwwerk, zoals een gebouw. De werkwijze omvat het toepassen van een vloerplaat die voorzien is van een op de in een basisplaat verankerde stekken aangrijpend versterkingselement. Dergelijke vloerplaten kunnen naast elkaar worden geplaatst. Daarmee kan een vloer in een bouwwerk zoals een gebouw worden gevormd. Deze werkwijze kan vooral worden toegepast in de bouw van gedeeltelijk prefab woningen.
[0039] Volgens een voorbeeld omvat naast elkaar plaatsen van een aantal vloerplaten het met het versterkingselement omhoog plaatsen van de vloerplaten. De werkwijze verder omvat het volstorten van op de vloerplaat en tussen de versterkingselement gevormde ruimte met beton.
[0040] Ook kunnen de naast elkaar aangebrachte vloerplaten met elkaar worden verbonden. Hiermee wordt de vloer gevormd zonder tussenruimte. Een uitlijning kan plaatsvinden voor het vormen van de vloer.
[0041] Als onderdeel van het vormen van de vloer kan een verder vulmateriaal in de tussenruimte tussen versterkingselementen worden opgenomen, hetgeen leidt tot een gewichtsbesparing van de te vormen betonnen vloer.
[0042] De werkwijze kan omvatten het op verschillende locaties vormen van onderdelen van de vloerplaten. De basisplaat met verankerde stekken kan op een eerste locatie, bijvoorbeeld in een fabriek, worden uitgevoerd, terwijl het versterkingselement op de werkplek wordt gevormd.
[0043] In een uitvoeringsvorm wordt de tunnelvloerplaat volledig vervaardigd in de fabriek. In een uitvoeringsvorm wordt het aanvullend vulmateriaal geplaatst op de tunnelvloerplaat op de werklocatie.
[0044] Volgens een laatste aspect heeft de vinding tevens betrekking op een bouwwerk, zoals een brug of een gebouw, omvattende een aantal staanders, zoals muren, en een aantal, tussen de staanders in een in hoofdzaak horizontale richting aangebrachte vloerplaten volgens één van de hierboven beschreven uitvoeringsvormen.
[0045] De vloer kan worden volgestort met beton. Hiermee wordt de uiteindelijke vloer of het wegdek of dek gevormd.
[0046] In de vloer kunnen tunnels voor bekabeling en leidingen worden gevormd. In de vloer kan een centrale stekkerdoos worden opgenomen.
[0047] De versterkte vloerplaten met versterkingselement kunnen sneller in een bouwwerk, zoals een brug of een gebouw, in opbouw worden geplaatst en kunnen zonder aanvullende ondersteuning worden geplaatst. Het volstorten van de betonnen vloer op de vloerplaten kan ook plaatsvinden zonder aanvullende ondersteuning, hetgeen tot een aanvullende aanzienlijke besparing leidt.
[0048] Verschillende aspecten van de uitvinding staan onder andere toe een vloer te vormen zonder of met minder onderslagen. Dergelijke onderslagen zijn bij oudere stand van de techniek oplossingen waarbij een vloer wordt gevormd nodig als hulpconstructie (steun) tijdens het storten van beton voor de vloer.
[0049] Alhoewel de uitvinding is beschreven aan de hand van de conclusies, tekeningen en bijbehorende beschrijvingen, is de vinding niet beperkt tot de expliciet in deze aanvrage genoemde maatregelen. Het zal duidelijk zijn dat de vakman aanzienlijk kan variëren binnen het concept van de vinding. Ook impliciete maatregelen zijn onderdeel van deze octrooiaanvrage. Het moge duidelijk zijn dat de verschillende aspecten en maatregelen genoemd in deze octrooiaanvrage gecombineerd kunnen worden en elk afzonderlijk in aanmerking kunnen komen voor een afgesplitste octrooiaanvrage.
KORTE BESCHRIJVING VAN DE FIGUREN
[0050] De uitvinding zal verder worden beschreven aan de hand van de figuren, waarin voorkeursuitvoeringsvormen worden getoond die niet bedoeld zijn om de uitvinding te beperken, waarin:.
Figuur 1 een aanzicht toont van een betonnen plaat met stekken;
Figuren 2-5 dwarsdoorsnede aanzichten tonen van stappen van een werkwijze voor het vervaardigen van een vloerplaat volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding; Figuur 6 drie uitvoeringsvormen toont in dwarsdoorsnede van vulmateriaal volgens uitvoeringsvormen van de uitvinding;
Figuur 7 een perspectivisch aanzicht toont van een uitvoeringsvorm van de vloerplaat; Figuren 8a-8c perspectivische en deels opengewerkte aanzichten tonen van het vormen van vloer in een gebouw volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding; en Figuur 9 een perspectivisch aanzicht van een andere uitvoeringsvorm van de uitvinding.
[0051] De tekeningen zijn slechts bedoeld voor illustratieve doeleinden, en dienen niet ter beperking van de beschermingsomvang die wordt gedefinieerd door de conclusies.
BESCHRIJVING VAN UITVOERINGSVORMEN
[0052] Figuur 1 toont een betonnen plaat 10. Een willekeurig bouwmateriaal, in het bijzonder een uithardbaar bouwmateriaal kan worden gebruikt als materiaal voor de plaat 10 in plaats van beton. De uitvinding is niet beperkt tot beton. Ook in de conclusies is beton niet bedoeld om te beperken tot alleen beton, maar omvat allerlei (uithardbare) bouwmaterialen.
[0053] De betonnen plaat 10 is langwerpig. Lengterichting 12 is langer dan breedterichting 11. De plaat 10 kan bijvoorbeeld meer dan 4 meter, bij voorkeur meer dan 5 meter, en in het bijzonder meer dan 6 meter lang zijn. Een lengte van 7,5 meter of meer is mogelijk met het versterkingselement volgens de uitvinding.
[0054] De betonnen plaat 10 is gevormd van een uithardbaar materiaal, zoals beton. De plaat kan in een geschikte maat of vorm worden gevormd. Diverse bekende betonvormingswijzen, onder andere gebruikmakend van mallen, kunnen worden toegepast om de betonnen plaat 10 te vormen, niet beperkt tot het gebruik van trilplaten en het afwerken door middel van polijsten. De mal heeft een vlakke zijde en vormt zodoende de zichtzijde van de betonnen plaat. Deze zal als plafond fungeren bij het vormen van een vloer van de vloerplaten.
[0055] De betonnen plaat 10 kan zijn voorzien van een wapening 15, slechts schematisch weergeven met stippellijnen in figuur 1. De wapening 15 wordt opgenomen in het betonnen voor het uitharden. De wapening 15 kan een geschikt rooster omvatten, maar kan ook een enkele wapening zijn. Het rooster kan een driedimensionale korf zijn. Het rooster kan staal bevatten. De wapening kan op voorspanning worden gebracht. De wapening kan geheel in de plaat 10 worden opgenomen of daarvan op bepaalde punten uitsteken. De vakman zal bekend zijn met verschillende mogelijke wijzen voor wapening van de betonnen plaat 10 en de vinding is niet beperkt tot wapening of een bepaalde wijze van wapening.
[0056] Van een in hoofdzaak vlakke zijde 16 steken stekken 18 - 20 uit. Stekken 18 - 20 omvatten in de getoonde uitvoeringsvorm pennen. De stekken steken uit van de plaat 10 en zijn zodanig aangebracht dat de stekken 18-20 onderdeel vormen van zich in hoofdzaak in de lengterichting 12 uitstrekkende rijen 24 - 26. In de getoonde uitvoeringsvorm zijn in totaal zes rijen stekken gevormd. De stekken kunnen gelijkmatig uitsteken van de plaat 10, maar een zeker onregelmatigheid, zoals getoond is mogelijk.
[0057] De stekken 18-20 zijn in een uitvoeringsvorm, zoals getoond, niet onderdeel van de wapening 15. In een uitvoeringsvorm worden de stekken voor het storten van het bouwmateriaal op de gewenste plaats aangebracht. In een andere uitvoeringsvorm worden de stekken na het over de wapening 15 storten van het uithardbare bouwmateriaal in het uithardende bouwmateriaal worden aangebracht. Voordat het materiaal al aan het uitharden is, kunnen de stekken binnen een kleine tolerantie in een rij worden geplaatst.
[0058] In een verdere uitvoeringsvorm wordt een hulpmiddel, zoals een grijper, gebruikt voor het op zijn plaats houden van de stekken in een rij zoals getoond in figuur 1.
[0059] In een andere uitvoeringsvorm zijn de stekken 18 - 20 en in het bijzonder de rijen stekken 24 - 26 onderdeel van de wapening 15.
[0060] De stekken 18-20 kunnen met verschillende of met regelmatige tussenafstand in een rij 24 - 26 in het beton zijn geplaatst. De stekken kunnen pennen met verschillende doorsnede zijn. In een uitvoeringsvorm kan een stek worden gevormd van een gesloten profiel zoals voorbeeld stek 28 in figuur 1.
[0061] Figuur 4 toont vergelijkbare stekken 51 die gekoppeld zijn (bijvoorbeeld verbonden of integraal onderdeel) van de schematisch met stippellijnen weergegeven wapening 50 van de betonnen plaat 30. In figuur 5 wordt een uitvoeringsvorm getoond waarbij de stekken vrij van de wapening 52 zijn.
[0062] Volgens een verdere, niet getoonde, uitvoeringsvorm kan de wapening 42 van het versterkingselement een integraal onderdeel zijn van de stekken 31,32. In figuur 5 zou dit een doorlopende wapening van stek 31 via het beton van versterkingselement 41 naar stek 32 zijn. De stekken 31,32 zijn dan via de wapening die in het versterkingselement wordt opgenomen, met elkaar verbonden. Een dergelijke stek wordt aangeduid als haarspeld. Een dergelijke haarspeld 29 is getoond in figuur 1.
[0063] In een andere uitvoeringsvorm zijn de stekken 31,32 aanzienlijk langer. De stekken 31,32 steken een aanzienlijk stuk uit van de bovenzijde 16 van de plaat 10. De stekken vormen zodoende een (deel van een) wapening in het versterkingselement 41.
[0064] Het fabriceren van een betonnen plaat 10 met rijen 24 - 26 van stekken is mogelijk tegen relatief lage kosten. Het fabriceren van betonnen platen is een algemeen geaccepteerde en bekende techniek.
[0065] Dergelijk betonnen platen kunnen in een fabriek fabrieksmatig worden geproduceerd. In een andere uitvoeringsvorm is het mogelijk dergelijke platen op een werklocatie, zoals op een plaats waar een gebouw wordt gebouwd, worden gefabriceerd.
[0066] Een betonnen plaat 10 vormt een onderdeel van een vloerplaat of tunnelvloerplaat volgens de uitvinding. De betonnen plaat 10 wordt daartoe (verder) versterkt in de lengterichting 12 door het op de betonnen plaat 10 aanbrengen van een versterkingselement. Volgens de uitvinding wordt het versterkingselement gevormd uit een uithardbaar bouwmateriaal, zoals beton en grijpt het versterkingselement aan op de stekken, in het bijzonder de rijen stekken die van zijde 16 uitsteken van de betonnen plaat 10.
[0067] In een bijzondere uitvoeringsvorm heeft de plaat 10 toog (is boogvormig), in het doordat de plaat in de lengterichting opwaarts bolt aan de zijde 16.
[0068] Figuur 2 toont een aantal stappen bij het vormen van de vloerplaat of tunnelvloerplaat. Een betonnen plaat 30 wordt in doorsnede getoond en heeft in de getoonde uitvoeringsvorm vier rijen 31-34 stekken. De getoonde stekken zijn haaks uitgevoerde pennen. Pen 36 heeft een uit het beton stekende stekdeel 36 en een in de betonnen plaat 30 verankerd deel 37 dat voorzien is van een haaks deel. Een dergelijk verankerd deel 37 is vast verbonden met de betonnen plaat 30 en kan een aanzienlijk aangrijpkracht weerstaan.
[0069] Tussen twee rijen 31,32 van stekken is een vulmateriaal 38 aangebracht. Vulmateriaal 38 kan een zich in de lengterichting 12 uitstrekkend blok polystyreen zijn. Andere vulmaterialen, zoals karton, een tube, zoals van plastic of papier, kunnen ook worden gebruikt. De uitvinding is niet beperkt tot een bepaald vulmateriaal, noch tot massieve vulmaterialen. In een andere uitvoeringsvorm wordt een tijdelijk vulmateriaal, dat na gebruik kan worden verwijderd, gebruikt. In een bijzonder uitvoeringsvorm is het vulmateriaal afbreekbaar, in het bijzonder bio-afbreekbaar.
[0070] Het vulmateriaal 38 strekt zich uit tussen de rijen 31,32 van stekken en is op een afstand van de stekken aangebracht. Bij voorkeur is het vulmateriaal in hoofdzaak symmetrisch tussen de rijen 31,32 aangebracht. De afmetingen van het vulmateriaal kunnen worden aangepast aan de afmetingen van de plaat 30.
[0071] Aan de vanaf het vulmateriaal 38 gezien andere zijde van de rijen 31,32 van stekken wordt een bekisting 40 (slechts schematisch getoond) aangebracht. De bekisting 40 is ingericht om daartussen het storten en uitharden van beton mogelijk te maken. De rijen 31,32 van stekken steken uit in de ruimte tussen bekisting 40 en vulmateriaal 38. De ruimte is in hoofdzaak U-vormig in dwarsdoorsnede en is koker- of tunnelvormig in de lengterichting 12 van de betonnen plaat 30.
[0072] Die ruimte is in figuur 4 volgestort met een bouwmateriaal, zoals beton (aangegeven met arcering). Beton hardt uit en vormt een U-vormig profiel dat een versterkingselement 41 vormt. Het versterkingselement zal aanvullende versterking bieden tegen doorbuigen van de plaat 10,30 in de lengterichting.
[0073] Het vulmateriaal 38 voorkomt dat een massief versterkingselement wordt gevormd. Het is een gewichts- en kostenbesparing. Het vulmateriaal kan in het eindproduct aanwezig zijn en blijven. In een uitvoeringsvorm kan een uiteinde, langs breedterichting 11, open zijn, waarbij het vulmateriaal toegankelijk blijft. In een andere uitvoeringsvorm strekt de bekisting zich ook uit rondom de uiteinden in de lengterichting 12, zodat ook langs die zijden bouwmateriaal wordt gestort en uithardt, waardoor het vulmateriaal wordt opgesloten.
[0074] Figuur 5 toont een verdere uitvoeringsvorm, waarbij in het versterkingselement 41 een verdere wapening 42 is opgenomen. De wapening wordt aangebracht vóór het uitharden en evt. voor het storten van het beton in de ruimte tussen bekisting 40.
[0075] In een uitvoeringsvorm is de wapening 42 verbonden met (gekoppeld aan of integraal onderdeel van) de stekken 31,32,51. De verankering van de stekken 31, 32, 51 in de betonplaat 30 vormt derhalve ook de wapening van het dan nog te vormen versterkingselement 41.
[0076] Alhoewel figuren 2-5 het vormen van het versterkingselement toont na het uitharden van de betonnen plaat 30, kan dit ook (gedeeltelijk) gelijktijdig plaatsvinden. Plaat 30 hoeft niet volledig uitgehard te zijn voordat het versterkingselement wordt gevormd.
[0077] Bekisting 40 is ingericht om te worden verwijderd na het uitharden van gestorte bouwmateriaal voor het versterkingselement 41. De bekisting 40 kan op bekende wijze, met behulp van klemmiddelen, worden vastgezet en worden losgemaakt.
[0078] Figuur 6 toont drie voorbeelden van verschillend gevormd vulmaterialen 61-63 in combinatie met verschillend geplaatste bekistingen 64-66. Een betonnen plaat 60 is voorzien van een aantal rijen stekken. Stekken rijen 59 en 58 worden aangegrepen door het te vormen versterkingselement.
[0079] Vulmaterialen 61 en 62 zijn trapeziumvormig in dwarsdoorsnede. Bekistingen 65 en 66 zijn trapeziumvormig. In het bijzonder bekisting 66 is voordelig omdat deze vormlossend is. Bekisting 65 leidt tot een zwaluwstaart-vormig versterkingselement. De verschillende vulmaterialen 61-63 en bekistingen 64-66 kunnen worden gecombineerd.
[0080] Duidelijk zal zijn dat de tussen afstand tussen twee versterkingselementen op een betonnen plaat 60 kan variëren. Er kan één versterkingselement, maar er kunnen ook twee, drie, vier, of vijf of meer versterkingselementen worden aangebracht op één betonnen plaat. Alhoewel telkens twee rijen stekken worden aangegrepen door het versterkingselement, is de uitvinding daar niet toe beperkt.
[0081] In een uitvoeringsvorm wordt geen vulmateriaal 38,61 gebruikt en wordt een massief versterkingselement gevormd.
[0082] Figuur 7 toont een vloerplaat of tunnelvloerplaat 80 omvattende een plaat 81 en een daarop gevormd, U-vormig versterkingselement 82. De tunnelvloerplaat 80 heeft een koker- of tunnelvorm, waarbij de holte van de tunnel gevuld is met vulmateriaal 83. Stekken 85,86 zijn onderdeel van een rij stekken die verankerd is in de betonnen plaat 81 en die worden gegrepen door het daarop gestorte en uitgeharde versterkingselement 82. De getoonde stekken 85,86 zijn pennen.
[0083] In het U-vormige versterkingselement 82 en in vulmateriaal 83 kunnen openingen 88,89 worden gevormd, bijvoorbeeld door boren. In een andere uitvoeringsvorm wordt aanvullend vulmateriaal gebruikt en geplaatst voordat het versterkingselement wordt gevormd door het storten en uitharden van beton. Dit aanvullende vulmateriaal wordt onder een niet-nul hoek ten opzichte van de lengterichting geplaatst. Door vervolgens het versterkingselement te vormen, worden op de plaats van het aanvullende vulmateriaal openingen 88, 89 gevormd. Openingen 88,89 vormen kanalen, bijvoorbeeld kanalen voor het aanbrengen van bekabeling of leidingen in de met de vloerplaten 80 te vormen vloeren in een gebouw.
[0084] Figuur 8a toont schematisch twee muren 100, 102 van een gebouw in opbouw. Muur 100 heeft een raam 101, muur 102 een raam 103. Verschillende wijze voor het aanbrengen van de vloerplaten kunnen worden toegepast. In een uitvoeringsvorm worden de vloerplaten op een muur gelegd.
[0085] De muren kunnen ook staanders zijn. In een andere uitvoeringsvorm worden de tunnelvloerplaten op muren of staanders geplaatst voor het vormen van de vloer of ondergrond van het gebouw of de brug, of van een bouwwerk in zijn algemeenheid.
[0086] In de getoonde uitvoeringsvorm is een aantal vloerplaten 110-112 zijn opgehangen tussen een (prefab) bouwmuur 102 en een niet getoonde daar tegenover gevormde bouwmuur. De vloerplaten hebben telkens één versterkingselement 114-116. Meer versterkingselementen op bredere platen zijn ook mogelijk.
[0087] De vloerplaten 110 - 112 kunnen met elkaar worden verbonden zoals schematisch getoond met verbindingselementen 118,119. De verbindingselementen kunnen zijn ingericht om de vloeren horizontaal uit te lijnen. Meerdere verbindingselementen kunnen langs de lengterichting worden aangebracht.
[0088] De openingen 120 - 123 worden voorzien van verbindende kokertunnels 124, 125 die verbindingen maken met openingen in andere vloerplaten. Een wapening 128 kan worden aangebracht en vervolgens kan meer beton worden gestort op de aangebracht vloerplaten om de uiteindelijke betonvloer 129 in het gebouw 99 te vormen. Openingen 122,123 zijn nog zichtbaar in figuur 8c.
[0089] In een uitvoeringsvorm wordt ook een vulmateriaal toegepast in verticale richting, waardoor na het vormen van de betonvloer een toegang tot de tunnels in de betonvloer 129 gevormd is.
[0090] In een uitvoeringsvorm wordt tussen de omhoog stekende versterkingselement 114 - 116 nog een blok polystyreen aangebracht dat bij het storten van de vloer volgens figuur 8c volledig omhuld wordt door beton. Dit aanvullende blok PS leidt tot een verdere gewichtsbesparing.
[0091] De hoogte 91 en breedte 92 van het U-vormige profiel van het versterkingselement zijn in hoofdzaak bepalend voor de stijfheid van de tunnelvloerplaat 80 in de lengterichting.
[0092] Figuur 9 toont nog een andere uitvoeringsvorm. Een te vormen vloer 139 wordt gevormd door een aantal vloerplaten volgens de uitvinding, waarvan versterkte vloerplaten 140 en 141 zijn getoond. Vloerplaten 140 en 141 omvatten een betonnen basisplaat 145,146. Op de basisplaat, die eventueel een wapening kan hebben, zijn telkens twee versterkingselementen 150+151 en 152+153 gevormd die middels in de basisplaten 145,146 verankerde stekken (niet getoond) aangrijpen op de basisplaten. De versterkingselement 150-153 zijn U-vormige profielen in dwarsdoorsnede en strekken zich uit over (ten minste een gedeelte van) de lengterichting 148. De versterkingselement zijn naast elkaar aangebracht, parallel, in de breedterichting van de basisplaten 145,146. De versterkingselementen 150-153 zijn gevormd rondom een vulmateriaal 155-158 bijvoorbeeld PS.
[0093] In deze uitvoeringsvorm is het vulmateriaal U-vormig in dwarsdoorsnede en omhult een holte 160-163. De holte strekt zich uit in de lengterichting 148. De in de breedterichting 149 gevormde tunnel voor bekabeling zijn verbonden met de holten 160-163. Hierdoor wordt het mogelijk een vloer te vormen, vergelijkbaar met vloer 129 in figuur 8c, waarin kanalen zijn gevormd die achteraf bekabeling e.d. toestaat.
[0094] Volgens nog een verdere uitvoeringsvorm kan een centrale stekkerdoos opgenomen worden in de betonvloer 129. De centrale stekkerdoos is dan in het beton van de uiteindelijke vloer opgenomen.
[0095] Tussen de versterkingselement 150,151 en 152,153 is een verder vulmateriaal, zoals een PS blok 170 respectievelijk 171 aangebracht. Dit PS blok zal, bij het volstorten van de uiteindelijke betonvloer, vergelijk betonvloer 129, tot een verdere gewichtsbesparing leiden.
[0096] Ook PS blokken 170,171 zijn voorzien van een holte en hebben een U-vormig profiel in dwarsdoorsnede. Ook deze holten 172,173 kunnen in verbinding staan met de tunnels/kanalen voor de bekabeling.
[0097] Het zal duidelijk zijn dat de hierboven beschreven uitvoeringsvormen slechts beschreven zijn bij wijze van voorbeeld en niet in enige begrenzende betekenis, en dat verschillende wijzigingen en aanpassingen mogelijk zijn zonder buiten de omvang van de uitvinding te komen en dat de reikwijdte slechts bepaald wordt door de bijgevoegde conclusies.
Claims (26)
1. Werkwijze voor het vervaardigen van een betonnen vloerplaat, omvattende: het verschaffen van een langwerpige betonnen plaat; het in de betonnen plaat verankeren van ten minste twee, zich in een lengterichting van de plaat uitstrekkende, rijen stekken, waarbij een deel van de stekken verankerd is in de betonnen plaat en een deel van de stekken uitsteekt van de betonnen plaat; en het vormen van een zich in de lengterichting uitstrekkend versterkingselement voor het versterken van de betonnen plaat in de lengterichting door het over de uitstekende stekken aanbrengen van stromend beton en het uitharden van het aangebrachte beton.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij het gevormde versterkingselement aangrijpt op ten minste een aantal stekken van de twee rijen stekken die verankerd zijn in de betonnen plaat.
3. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij het vormen verder omvat het aanbrengen van een zich in de lengterichting uitstrekkend vulmateriaal tussen twee rijen stekken en het over het vulmateriaal aanbrengen en uitharden van het beton voor het versterkingselement.
4. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij het gevormde versterkingselement een hol versterkingselement is.
5. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de langwerpige plaat wordt gevormd en uithard vóór het vormen van het versterkingselement.
6. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de betonnen plaat wordt gevormd door het storten en uitharden van beton in een vorm en waarbij de stekken in de betonnen plaat worden geplaatst na het storten van het beton.
7. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij het vormen van het versterkingselement omvat het aanbrengen van een bekisting die zich uitstrekt langs de rij stekken.
8. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij ten minste twee paren van twee zich in een lengterichting van de plaat uitstrekkende rijen stekken in de betonnen plaat verankerd worden, waarbij een deel van de stekken verankerd is in de betonnen plaat en een deel van de stekken uitsteekt van de betonnen plaat; en waarbij ten minste twee zich in de lengterichting uitstrekkend versterkingselementen voor het versterken van de betonnen plaat in de lengterichting worden gevormd door het aanbrengen van stromend beton over twee paar van rijen van uitstekende stekken en het uitharden van het aangebrachte beton.
9. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de betonnen plaat wordt verschaft door het in een mal storten van betonnen en het uitharden daarvan, waarbij bij voorkeur de stekken worden verankerd door de stekken te verschaffen of aan te brengen in het beton vóór het (volledig) uitharden van het beton van de betonnen plaat.
10. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij het vormen van het versterkingselement omvat het verschaffen van een wapening in een vorm van het versterkingselement en het opnemen van de wapening in het versterkingselement door het uitharden van het beton.
11. Werkwijze volgens conclusie 10, waarbij de wapening verbonden wordt met de stekken.
12. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de betonnen plaat wordt verschaft met een wapening en waarbij de werkwijze verder omvat het vrij van de wapening verankeren van de stekken in de betonnen plaat.
13. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de stekken worden verschaft en de stekken bij voorkeur van staal gevormd zijn, waarbij de stekken een pen omvatten, welke bij voorkeur pen gebogen is, waarbij de pen bij voorkeur een eerste deel met een doorsnede omvat en een tweede deel met een grotere doorsnede, waarbij de eerste en tweede delen in de betonnen plaat zijn opgenomen.
14. Versterkte betonnen vloerplaat omvattende een langwerpige betonnen plaat die voorzien is van in de plaat verankerde en van de plaat uitstekende stekken, waarbij de stekken ten minste twee, zich in een lengterichting van de plaat uitstrekkende, rijen vormen; en een betonnen versterkingselement dat op de twee rijen stekken aangrijpt, en dat zich in de lengterichting van de plaat uitstrekt, waarbij de stekken in het uitgeharde beton van het versterkingselement zijn opgenomen.
15. Vloerplaat volgens conclusie 14, waarbij de versterkte betonnen vloerplaat een kokervorm heeft, die zich bij voorkeur uitstrekt tussen de rijen stekken.
16. Vloerplaat volgens één van de conclusies 14 - 15, waarbij het betonnen versterkingselement een U-vormige doorsnede heeft.
17. Vloerplaat volgens één van de conclusies 14 - 16, waarbij een vulmateriaal is opgenomen in de holte van de kokervorm en het versterkingselement rond het vulmateriaal is uitgehard, waarbij het vulmateriaal bij voorkeur geëxpandeerd polystyreen (PS), karton of papier is.
18. Vloerplaat volgens één van de conclusies 14 - 17, waarbij het versterkingselement een wapening heeft en de stekken bij voorkeur los van de wapening in het versterkingselement aangrijpen op het versterkingselement.
19. Vloerplaat volgens één van de conclusies 14 - 18, waarbij de betonnen plaat een wapening heeft, en in het bijzonder een voorgespannen wapening, en de stekken bij voorkeur los van de wapening in de betonnen plaat verankerd zijn.
20. Vloerplaat volgens één van de conclusies 14 - 19, waarbij de stekken een integraal onderdeel zijn van de wapening van de betonnen (basis-)plaat.
21. Vloerplaat volgens één van de conclusies 14 - 20, waarbij de stekken gevormd zijn door pennen, bij voorkeur stalen pennen, bij voorkeur pennen met verschillende diameters, bij voorkeur pennen met een ruw oppervlak, of bij voorkeur gebogen pennen.
22. Vloerplaat volgens één van de conclusies 14 - 21, waarbij de lengte van de plaat ten minste vijf meter is, waarbij de plaat bij voorkeur een uniforme dikte heeft over de lengte, waarbij bij voorkeur de plaat voorzien is van verbindingsmiddelen langs de lengterichting.
23. Werkwijze voor het vormen van een vloer in een bouwwerk zoals een brug of een gebouw, omvattende het verschaffen van een vloerplaat volgens één van de conclusies 1-13 en het naast elkaar plaatsen van een aantal vloerplaten in het gebouw.
24. Werkwijze volgens conclusie 23, waarbij het naast elkaar plaatsen omvat het met het versterkingselement omhoog plaatsen van de vloerplaat en waarbij de werkwijze verder omvat het volstorten van op de vloerplaat en tussen de versterkingselement gevormde ruimte met beton.
25. Werkwijze volgens één van de conclusies 23 - 24, waarbij de naast elkaar aangebrachte vloerplaten met elkaar verbonden worden.
26. Bouwwerk zoals een brug of een gebouw omvattende een aantal staanders, zoals muren en een aantal, tussen de staanders in een in hoofdzaak horizontale richting aangebrachte vloerplaten volgens één van de conclusies 16 - 22.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2010779A NL2010779C2 (nl) | 2013-05-08 | 2013-05-08 | Vloerplaat, werkwijze voor de vervaardiging van een vloerplaat en werkwijze en gebruik van een dergelijke vloerplaat voor het vormen van een vloer in een bouwwerk zoals een gebouw. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2010779 | 2013-05-08 | ||
| NL2010779A NL2010779C2 (nl) | 2013-05-08 | 2013-05-08 | Vloerplaat, werkwijze voor de vervaardiging van een vloerplaat en werkwijze en gebruik van een dergelijke vloerplaat voor het vormen van een vloer in een bouwwerk zoals een gebouw. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2010779C2 true NL2010779C2 (nl) | 2014-11-13 |
Family
ID=48747689
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2010779A NL2010779C2 (nl) | 2013-05-08 | 2013-05-08 | Vloerplaat, werkwijze voor de vervaardiging van een vloerplaat en werkwijze en gebruik van een dergelijke vloerplaat voor het vormen van een vloer in een bouwwerk zoals een gebouw. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2010779C2 (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR3051810A1 (fr) * | 2016-05-27 | 2017-12-01 | Kp1 | Predalle a moyens de reperage de chemins de gaines et procede de fabrication associe |
Citations (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE3031276A1 (de) * | 1980-08-19 | 1982-03-04 | Koch Gmbh Bau + Beton Kg, 7800 Freiburg | Fertigteilhohldeckenelement und verfahren zu seiner herstellung |
| FR2577257A1 (fr) * | 1985-02-13 | 1986-08-14 | Goulet Jean Yves | Plancher isolant |
| US5095674A (en) * | 1988-02-22 | 1992-03-17 | Huettemann Erik W | Concrete building panel with intermeshed interior insulating slab and method of preparing the same |
| WO1995022669A1 (de) * | 1994-02-17 | 1995-08-24 | Avi Alpenländische Veredelungs-Industrie Gesellschaft Mbh | Bewehrungskörper für eine rippendecke aus gussbeton |
| EP1350898A1 (en) * | 2000-05-16 | 2003-10-08 | Jaime Enrique Jimenez Sanchez | Process for fabricating in situ a light alveolar plate, plate thus obtained and its application to the construction of houses |
| US20040088940A1 (en) * | 2002-11-07 | 2004-05-13 | Michael Lejeune | Insulated concrete cast panels with voids in billits |
| KR100717766B1 (ko) * | 2006-02-06 | 2007-05-11 | (주)바로건설기술 | 슬래브용 중공관 유닛 및 이를 포함한 슬래브 |
| EP2325409A1 (en) * | 2009-11-23 | 2011-05-25 | Area Prefabbricati S.P.A. | Method for making a floor with flat intrados prefabricated elements and the floor obtained thereby |
-
2013
- 2013-05-08 NL NL2010779A patent/NL2010779C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE3031276A1 (de) * | 1980-08-19 | 1982-03-04 | Koch Gmbh Bau + Beton Kg, 7800 Freiburg | Fertigteilhohldeckenelement und verfahren zu seiner herstellung |
| FR2577257A1 (fr) * | 1985-02-13 | 1986-08-14 | Goulet Jean Yves | Plancher isolant |
| US5095674A (en) * | 1988-02-22 | 1992-03-17 | Huettemann Erik W | Concrete building panel with intermeshed interior insulating slab and method of preparing the same |
| WO1995022669A1 (de) * | 1994-02-17 | 1995-08-24 | Avi Alpenländische Veredelungs-Industrie Gesellschaft Mbh | Bewehrungskörper für eine rippendecke aus gussbeton |
| EP1350898A1 (en) * | 2000-05-16 | 2003-10-08 | Jaime Enrique Jimenez Sanchez | Process for fabricating in situ a light alveolar plate, plate thus obtained and its application to the construction of houses |
| US20040088940A1 (en) * | 2002-11-07 | 2004-05-13 | Michael Lejeune | Insulated concrete cast panels with voids in billits |
| KR100717766B1 (ko) * | 2006-02-06 | 2007-05-11 | (주)바로건설기술 | 슬래브용 중공관 유닛 및 이를 포함한 슬래브 |
| EP2325409A1 (en) * | 2009-11-23 | 2011-05-25 | Area Prefabbricati S.P.A. | Method for making a floor with flat intrados prefabricated elements and the floor obtained thereby |
Cited By (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR3051810A1 (fr) * | 2016-05-27 | 2017-12-01 | Kp1 | Predalle a moyens de reperage de chemins de gaines et procede de fabrication associe |
| EP3249128A3 (fr) * | 2016-05-27 | 2018-02-28 | Kp1 | Prédalle à moyens de repérage de chemins de gaines et procédé de fabrication associé |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US8312683B2 (en) | Method for constructing precast sandwich panels | |
| NL1039249C2 (nl) | Brug. | |
| JP5806676B2 (ja) | フロア及びルーフのフレーム構造を補強及び軽量化するための方法及び装置 | |
| JP7462031B2 (ja) | コンクリート床版、コンクリート床版要素、ならびにコンクリート床版及びコンクリート床版要素を製造する方法 | |
| KR101175525B1 (ko) | Pc 슬래브의 제조 방법과 시공 방법 및 구조 | |
| JP5596876B1 (ja) | プレキャスト床版の製造装置及びプレキャスト床版の製造方法 | |
| KR101223753B1 (ko) | 강합성 교량의 터널형 상부슬래브 압출가설용 압출가설 장치 및 그 시공 방법 | |
| KR20130141275A (ko) | 강합성 교량의 전단포켓형 상부슬래브 시공을 위한 압출가설 장치 | |
| NL2010779C2 (nl) | Vloerplaat, werkwijze voor de vervaardiging van een vloerplaat en werkwijze en gebruik van een dergelijke vloerplaat voor het vormen van een vloer in een bouwwerk zoals een gebouw. | |
| EP2657423B1 (en) | A concrete slab | |
| NL2032648B1 (nl) | Werkwijze voor het vervaardigen van een bouwmodule door middel van 3D-betonprinten | |
| KR101370930B1 (ko) | 구조물용 휨부재 및 이의 제조방법 | |
| CN112160479A (zh) | 一种肋板骨架混凝土现浇板 | |
| NL2000628C1 (nl) | Bassin, elementen en werkwijze voor het vervaardigen van een dergelijk bassin. | |
| KR100856848B1 (ko) | 프리스트레스트 콘크리트 도로포장 구조 및 그 시공 방법 | |
| NL2007399C2 (en) | Floor element for floor construction in a building. | |
| EP2405079A1 (en) | Detachable formwork set with a multi-layered wall blank | |
| CN102888812B (zh) | 一种木与混凝土组合式箱梁 | |
| KR20190031539A (ko) | 개선된 거푸집 어셈블리 | |
| KR101057409B1 (ko) | 중공형 프리스트레스트 콘크리트 빔 및 그 다단계 제작방법 | |
| WO2009067723A2 (en) | A building mould | |
| BE1026841B1 (nl) | Prefab latei samenstel | |
| NL2001404C2 (nl) | Bouwwerkwijze en breedplaatelement voor toepassing daarbij. | |
| CZ2021235A3 (cs) | Stavební tvárnice, zejména bednicí stavební tvárnice, způsob její výroby | |
| US8935894B1 (en) | Concrete step |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20160601 |