NL2010503C2 - Gewashaak. - Google Patents

Gewashaak. Download PDF

Info

Publication number
NL2010503C2
NL2010503C2 NL2010503A NL2010503A NL2010503C2 NL 2010503 C2 NL2010503 C2 NL 2010503C2 NL 2010503 A NL2010503 A NL 2010503A NL 2010503 A NL2010503 A NL 2010503A NL 2010503 C2 NL2010503 C2 NL 2010503C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
hook
reel
crop
leg
rotation
Prior art date
Application number
NL2010503A
Other languages
English (en)
Inventor
Richardus Henricus Johannes Fierkens
Richardus Gerardus Theodora Fierkens
Arnoldus Theodorus Maria Telkamp
Gerardus Johannes Nicolaas Emile Vlieger
Original Assignee
Fico Holding B V
A T M Telkamp Beheer B V
R G T Fierkens Beheer B V
Devaero B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Fico Holding B V, A T M Telkamp Beheer B V, R G T Fierkens Beheer B V, Devaero B V filed Critical Fico Holding B V
Priority to NL2010503A priority Critical patent/NL2010503C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL2010503C2 publication Critical patent/NL2010503C2/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01GHORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
    • A01G9/00Cultivation in receptacles, forcing-frames or greenhouses; Edging for beds, lawn or the like
    • A01G9/12Supports for plants; Trellis for strawberries or the like
    • A01G9/126Wirespool supports

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Supports For Plants (AREA)

Description

GEWASHAAK
De uitvinding betreft een gewashaak, omvattend een aan een ophangdraad bevestigbaar haakdeel en een houder voor een hoeveelheid daarop gewikkeld touw voor het leiden van een gewas, waarbij de houder een roteerbaar met het haakdeel gekoppelde haspel omvat.
Een gewashaak wordt in het bijzonder toegepast bij het telen van tomaten in een kas of warenhuis. Hierbij wordt een aantal gewashaken opgehangen aan een ophangdraad of -kabel, die in de kas is gespannen boven een aantal in een rij geplaatste tomatenplanten.
Een jonge tomatenplant met een bepaalde lengte, bijvoorbeeld 1 m, wordt aan de top daarvan bevestigd aan een met de gewashaak verbonden touw-eind. Naarmate de plant groeit wordt de gewashaak langs de ophangdraad verschoven, als gevolg waarvan de top van de plant in een richting evenwijdig aan de ophangdraad wordt geleid. Hierbij kan de plant een grote lengte bereiken, resulterend in een hoge opbrengst, terwijl het vruchtdragende deel van de plant op een bepaalde hoogte wordt gehouden, om het oogsten van de vruchten te vergemakkelijken.
Uit het Nederlandse octrooi NL 1 004 233 Cl is een ophangsysteem voor klimmende planten, met name tomatenplanten bekend, waarbij een touw is gewikkeld om een ronde klos die in ruststand is geblokkeerd, en die door een daartoe aangebrachte trekbeugel kan worden gedeblokkeerd.
WO 2005/086988 Al heeft betrekking op een ophangmechanisme voor kasplanten, waarbij een touw is gewikkeld op een klos die door een kantelende beweging, dat wil zeggen een rotatie om een buiten de klos gelegen as kan worden afgewikkeld.
FR 2 743 258 Al heeft betrekking op een beweegbare mobiele ophanginrichting voor klimplaten, die is samengesteld uit een draadframe en een daarin opgehangen ronde haspel die roteerbaar is om een horizontale as.
FR 2 815 332 Al heeft betrekking op een ophanginrichting voor klimplaten, die is samengesteld uit een draadframe en een daarin opgehangen ronde haspel die roteerbaar is om een verticale as.
GB 994 096 A heeft betrekking op een inrichting voor het opbinden van een groeiende plant, waarbij een aan de plant bevestigd touw kan worden gewikkeld op een klos door middel van een in die klos opgenomen veermechanisme.
FR 04 0580 A heeft betrekking op een ophanginrichting voor klimplaten, die is een ronde haspel omvat die roteerbaar is om een horizontale as.
Uit EP 2404498 A is een tomatenhaak bekend die een houder en een daaraan bevestigde hoeveelheid touw omvat, waarbij een eerste deel van het touw om een wikkelkern van de houder is gewikkeld, en een tweede deel in een rol is gewikkeld naast de houder, welke rol bijvoorbeeld tussen de wikkelingen van het eerste deel is gestoken. Het tweede deel, het zogenaamde valtouw, is bedoeld om in één keer te worden afgewikkeld in een vrije val, waarbij een vooraf bepaalde lengte touw beschikbaar komt om een jonge plant aan te bevestigen. Het eerste deel wordt tijdens de groei van de plant stapsgewijze afgewikkeld.
Aan het werken met de bekende tomatenhaak is een aantal nadelen verbonden. Het afwikkelen van het deel van de hoeveelheid touw is een zware handeling, omdat de plant met vruchten tijdens het afwikkelen moet worden gedragen. Deze handeling wordt door een ervaren persoon ca. 1000 tot 1500 maal per uur verricht, hetgeen op den duur aanleiding kan geven tot gewrichts- en schouderklachten. Het verschuiven van de tomatenhaak langs een ophangdraad vereist de nodige behendigheid, omdat de ophangdraad is omklemd door een omgebogen deel aan het boveneind van de uit een stuk draadstaal vervaardigde tomatenhaak, en de tomatenhaak dus gelost moet worden van de ophangdraad. Een ander nadeel is de kans op beschadigingen van een tomatenplant doordat een tak met een tros met vruchten knikt of breekt, of los scheurt van de stengel, met verlies van opbrengst tot gevolg.
Het is een doel van de uitvinding een gewashaak te verschaffen met een houder met touw, waarvan het touw op gemakkelijke wijze kan worden afgewikkeld, op zodanige wijze dat bij gebruik van deze gewashaak de kans op gewrichts- en schouderklachten minimaal is.
Het is voorts een doel een gewashaak te verschaffen, bij gebruik waarvan de kans op beschadigingen aan het gewas of verlies aan opbrengst althans nagenoeg nihil is.
De gewashouder dient op eenvoudige en gemakkelijke wijze langs een ophangdraad verplaatsbaar te zijn, en dient voorts op eenvoudige wijze tegen lage kosten te kunnen worden vervaardigd.
Deze doelen worden bereikt, en andere voordelen worden behaald, met een gewashaak volgens conclusie 1.
Een gewashaak met een roteerbaar gekoppelde haspel biedt het voordeel, dat een door die gewashaak geleid gewas vanaf het moment dat dat gewas aan het touw is bevestigd, permanent door de gewashaak wordt gedragen. Het is niet nodig dat het gewicht van een gewas en daaraan hangende vruchten tijdens het afwikkelen van het touw wordt overgenomen door de persoon die het touw afwikkelt.
Een langwerpige haspel biedt het voordeel, dat deze in hoofdzaak in langsrichting tussen de ophangdraad en het te leiden gewas kan worden gericht, in welke richting het moment van de door het gewas op de haspel uitgeoefende kracht minimaal is, en bijgevolg de kans op een ongewenste rotatie van de haspel, en daarmee een ongewenste afwikkeling van touw, minimaal is. Bovendien biedt een langwerpige haspel het voordeel dat de snelheid waarmee een gewas tijdens het afwikkelen bij een rotatie over 180° daalt, in het begin en aan het eind van de afwikkeling minimaal is, hetgeen bevorderlijk is voor de beheersing van het afwikkelproces.
Een bijkomend voordeel van een langwerpige haspel is, dat deze relatief weinig licht wegneemt, dat anders aan de groei van het gewas ten goede zou komen.
In een uitvoeringsvorm van een gewashaak volgens de uitvinding is de haspel voorzien van een uitwendige as en verschaft het haakdeel ten minste twee met de as samenwerkende concentrische ronde openingen voor het daarin roteerbaar opnemen van die as.
In een volgende uitvoeringsvorm is de haspel roteerbaar, door daarop achtereenvolgens een eerste, relatief kleine kracht in rotatierichting uit te oefenen over een eerste rotatiehoek, en een tweede kracht, groter dan de eerste kracht, in rotatierichting uit te oefenen over een tweede rotatiehoek, waarbij de tweede rotatiehoek kleiner is dan de eerste rotatiehoek.
In deze uitvoeringsvorm kan een bepaalde lengte van het touw worden afgewikkeld, door de haspel onder uitoefening van een relatief kleine kracht over de eerste rotatiehoek te roteren, totdat de haspel stuikt, en er een grotere kracht moet worden uitgeoefend om vervolgens het touw onder uitoefening van de relatief kleine kracht verder af te wikkelen.
De som van de eerste en de tweede rotatiehoek bedraagt bijvoorbeeld 360°. Hierbij kan een haspel een volledige rotatie uitvoeren, voordat de haspel stuikt.
Bij voorkeur bedraagt de som van de eerste en de tweede rotatiehoek 180°. Hierbij kan een haspel een halve rotatie uitvoeren, voordat de haspel stuikt. De hoeveelheid touw die bij een halve rotatie wordt afgewikkeld bedraagt de helft van de hoeveelheid bij een volledige rotatie, zodat een gewas in het eerste geval nauwkeuriger kan worden geleid dan in het laatste geval.
De haspel is bijvoorbeeld voorzien van ten minste een, onder rotatie van de haspel over de eerste rotatiehoek tegen het haakdeel stuikende en onder rotatie van de haspel over de tweede rotatiehoek indrukbaar nokelement.
Het ten minste ene nokelement is bijvoorbeeld verschaft op een deel van de haspel buiten de uitwendige as, of op de uitwendige as.
In een praktisch voordelige uitvoeringsvorm is de haspel voorzien van borgmiddelen voor het losbaar borgen van een uiteinde van een op de haspel gewikkeld touw.
Een borgmiddel, bijvoorbeeld een van een inkeping voorziene tong, biedt voordelen bij het tijdelijk vastzetten van een in een rol gewikkeld of dwars op de langsrichting van een langwerpige houder gewikkeld valtouw.
Een praktisch voordelige uitvoeringsvorm van een gewashaak volgens de uitvinding, waarbij het haakdeel is gevormd door een centraal deel en een eindhaak, welke eindhaak is gevormd door een met het centrale deel verbonden eerste been en een door een eerste bocht met het eerste been verbonden tweede been dat een eerste scherpe hoek met het eerste been definieert, wordt gekenmerkt door een met het tweede been door een tweede bocht verbonden derde been en een door een derde bocht met het derde been verbonden vierde been dat een tweede scherpe hoek met het derde been definieert, waarbij de tweede hoek groter is dan de eerste hoek.
Als een dergelijke gewashaak wordt opgehangen aan een ophangdraad, wordt deze ophangdraad opgenomen tussen het eerste en tweede been van de eindhaak. Indien de hoek tussen het eerste en tweede been voldoende klein is, wordt de ophangdraad ingeklemd tussen het eerste en tweede been, waarmee de eindhaak geborgd is tegen verplaatsing langs de ophangdraad. Door de gewashaak te kantelen ten opzichte van de ophangdraad wordt deze laatste gelost, waarbij de gewashaak met de door het derde en vierde been gevormde derde hoek blijft rusten op de ophangdraad, die evenwel niet door het derde en vierde been wordt ingeklemd, zodat de gewashaak op eenvoudige wijze langs de ophangdraad kan worden verschoven.
Om te voorkomen dat de ophangdraad tijdens het ophangen van de gewashaak buiten het door het derde been, de derde bocht en het vierde been gevormde deel geraakt, is het vierde been bij voorkeur voorzien van een zich tot het eerste been uitstrekkend geleide-element voor het geleiden van het haakdeel tijdens het bevestigen aan de ophangdraad, op zodanige wijze dat de ophangdraad zowel tussen het eerste en tweede been als tussen het derde en vierde been wordt opgenomen.
Om het manipuleren met de gewashaak te vergemakkelijken omvat in een uitvoeringsvorm het centrale deel een voor aangrijping door een mensenhand gevormde boog.
In een praktisch voordelige uitvoeringsvorm zijn in een gewashaak volgens de uitvinding, waarbij op de haspel een hoeveelheid touw is gewikkeld, de haspel en het touw vervaardigd uit een zelfde kunststof materiaal, bijvoorbeeld uit polypropeen (PP).
Een gewashaak waarvan haspel en houder beide zijn vervaardigd uit een zelfde kunststof materiaal biedt het voordeel dat haspel en touw voor het afvoeren ervan na gebruik niet van elkaar gescheiden hoeven te worden, en tezamen als herbruikbaar materiaal aan een afvalinzamelaar kunnen worden aangeboden.
De uitvinding zal in het volgende worden toegelicht aan de hand van uitvoeringsvoorbeelden, onder verwijzing naar de tekeningen.
In de tekeningen tonen
Fig. 1 in perspectief een eerste uitvoeringsvorm van een gewashaak volgens de uitvinding, opgehangen aan een ophangdraad,
Fig. 2 in perspectief de in fig. 1 getoonde gewashaak, met een om de haspel gewikkeld touw,
Fig. 3 in perspectief vanuit een eerste gezichtspunt een tweede uitvoeringsvorm van een gewashaak volgens de uitvinding, opgehangen aan een ophangdraad, met een om de haspel gewikkeld touw en een dwars om de haspel gewikkeld valtouw,
Fig. 4 in perspectief vanuit het eerste gezichtspunt de in fig. 3 getoonde gewashaak, met een om de haspel gewikkeld touw en een afgewikkeld valtouw,
Fig. 5 in perspectief vanuit een tweede gezichtspunt de in fig. 3 getoonde gewashaak, met een om de haspel gewikkeld touw en een afgewikkeld valtouw,
Fig. 6 in perspectief het haakdeel van de in fig. 3 getoonde gewashaak,
Fig. 7 in perspectief de houder van de in fig. 3 getoonde gewashaak,
Fig. 8 een eerste detail van de in fig. 6 getoonde gewashaak,
Fig. 9 een tweede detail van de in fig. 6 getoonde gewashaak,
Fig. 10 in perspectief een detail van het haakdeel van de in fig. 3 getoonde gewashaak, in aangrijping met een mensenhand, en
Fig. 11 in perspectief het in fig. 10 getoonde detail van een haakdeel, omklemd door een mensenhand.
In de figuren zijn overeenkomstige onderdelen aangeduid met dezelfde verwijzingsgetallen.
Fig. 1 toont een gewashaak 1 met een uit draadstaal gevormde haakdeel 3 en een langwerpige kunststof haspel 4, opgehangen aan een ophangdraad 5. De haspel 4 is voorzien van een uitwendige as 6, die roteerbaar is opgenomen in twee aan het haakdeel 3 gevormde concentrische ringen 7, 8, en daarin geborgd is door een eindplaat 9. Het haakdeel 3 hangt aan de ophangdraad 5 door middel van een eindhaak 10.
In het centrale deel van het haakdeel 3 is een boog 11 gevormd, waaraan het haakdeel 3 kan worden vastgenomen. De haspel 4 is op een deel buiten de uitwendige as 6 voorzien van twee symmetrisch ten opzichte van de as 6 geplaatste verende nokken 12, die samenwerken met een recht stuk 13 van het haakdeel 4.
Fig. 2 toont de gewashaak 1 van fig. 1 met een om de haspel 4 gewikkeld touw 14 en een afgewikkeld stuk touw 15. Het touw 15 kan worden afgewikkeld door daaraan te trekken in een richting dwars op de haspel 4, zodanig dat de haspel 4 een rotatie uitvoert. Bij een eerste rotatie van de haspel 4 over een eerste hoek stuikt een eerste nok 12 tegen een recht stuk 13 van het haakdeel 3. Bij verdere rotatie over een tweede hoek (kleiner dan de eerste hoek) wordt de nok 10 ingedrukt tegen het stuk 13, waarna de haspel 4 verder geroteerd kan worden over de eerste hoek, onder verdere afwikkeling van het touw. Aan het afgewikkelde stuk touw 15 kan een stengel van een gewas, bijvoorbeeld van een tomaat, worden vastgebonden. Doordat in rusttoestand het afgewikkelde stuk 15, de haspel 4 en het haakdeel 3 in hoofdzaak in eenzelfde richting zijn gericht, is de kracht die in deze toestand in rotatierichting wordt uitgeoefend, en daarmee de kracht die op de verende nokken 13 wordt uitgeoefend, relatief klein, en is haspel 4 geborgd tegen onbedoelde rotatie en daarmee gepaarde ongewenste afwikkeling van het touw 4.
Fig. 3 toont een gewashaak 2 met een uit draadstaal gevormd haakdeel 3 en een langwerpige kunststof haspel 4, opgehangen aan een ophangdraad 5. De haspel 4 is voorzien van een uitwendige as 16 met een open structuur. De as 16 is roteerbaar opgenomen in twee aan het haakdeel 3 gevormde concentrische ringen 7, 8, en is daarin geborgd door een paar verende nokken 17 op een flexibel neusstuk 18 (getoond in fig. 9). Het haakdeel 3 hangt door middel van een eindhaak 10 aan de ophangdraad 5. In het centrale deel van het haakdeel 3 is een boog 11 gevormd, waaraan de gewashaak 2 kan worden vastgenomen. De haspel 4 is op de uitwendige as 16 voorzien van twee symmetrisch ten opzichte van de as 16 geplaatste verende nokken 19 (getoond in fig. 9), die samenwerken met een recht stuk 23 (getoond in figuren 6 en 9) van het haakdeel 4. Op de haspel 4 is in langsrichting een afwikkelbaar touw 14 gewikkeld, en is in dwarsrichting een als valtouw bedoeld deel 20 van het touw gewikkeld, waarvan het eind 21 losbaar is geborgd in een wigvormige sleuf in een lip 22.
Fig. 4 toont de gewashaak 2 van fig. 3 in en toestand waarin het valtouw is afgewikkeld.
Fig. 5 toont de gewashaak van fig. 2 , gezien op de uitwendige as 16.
Fig. 6 toont het haakdeel 3 van de gewashaak 2, dat is gevormd uit één lengte draadstaal.
Fig. 7 toont de door spuitgieten uit kunststof, bijvoorbeeld polypropeen vervaardigde haspel 4 van de gewashaak 2.
Fig. 8 toont het detail VIII uit fig.5, met de ophangdraad 5 waaraan de gewashaak 2 aan een eindhaak 10 is opgehangen. De eindhaak 10 is gevormd door een met het centrale deel van het haakdeel 3 verbonden eerste been 24 en een door een eerste bocht 25 met het eerste been 24 verbonden tweede been 26 dat een eerste scherpe hoek met het eerste been 24 definieert, en een met het tweede been 26 door een tweede bocht 27 verbonden derde been 28 en een door een derde bocht 29 met het derde been 28 verbonden vierde been 30 dat een tweede scherpe hoek met het derde been 28 definieert, waarbij de tweede hoek groter is dan de eerste hoek. Het vierde been 30 is voorzien van een zich tot het eerste been 24 uitstrekkend geleide-element 31 voor het geleiden van het haakdeel 3 tijdens het bevestigen aan de ophangdraad 5, op zodanige wijze dat de ophangdraad 5 zowel tussen het eerste 24 en tweede been 26 als tussen het derde 28 en vierde been 30 wordt opgenomen.
Overigens zij opgemerkt dat de hier beschreven en getoonde eindhaak die is gevormd door een eerste en tweede been en door een derde en vierde been ook toepasbaar is in een gewashaak volgens de stand der techniek, waarbij de houder geen roteerbaar met het haakdeel gekoppelde haspel omvat.
Fig. 9 toont het detail IX uit fig. 5, met de uitwendige as 16, die in één spuitgietgang met de overige delen van de haspel 4 uit kunststof, bijvoorbeeld polypropyleen, is vervaardigd.
Fig. 10 toont het deel van een haakdeel 3 met de boog 11, in een toestand waarin de muis van een rechterhand 32 in de boog 11 is opgenomen.
Fig. 11 toont het deel van de haakdeel 3 van fig. 10 in een toestand waarin de hand 32 om de boog 11 en een aangrenzende bocht 33 is gesloten, zodat het haakdeel 3 en een daarmee gekoppelde haspel op eenvoudige en gecontroleerde wijze door een licht kantelende beweging van de ophangdraad kan worden gelost en daarlangs kan worden verplaatst.

Claims (13)

1. Gewashaak (1; 2), omvattend een aan een ophangdraad (5) bevestigbaar haakdeel (3) en een houder voor een hoeveelheid daarop gewikkeld touw (14) voor het leiden van een gewas, waarbij de houder een roteerbaar met het haakdeel (3) gekoppelde haspel (4) omvat, met het kenmerk, dat de haspel (4) langwerpig is, het touw (14) daarop in langsrichting is gewikkeld, en de haspel (4) om een centrale as (6; 16) dwars op de wikkelingen roteerbaar is.
2. Gewashaak (1; 2) volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de haspel (4) is voorzien van een uitwendige as (6; 16), en het haakdeel (3) ten minste twee met de as (6; 16. samenwerkende concentrische ronde openingen (7, 8) verschaft voor het daarin roteerbaar opnemen van die as (6; 16) .
3. Gewashaak (1; 2) volgens een der conclusies 1-2, met het kenmerk, dat de haspel (4) roteerbaar is door daarop achtereenvolgens een eerste, relatief kleine kracht in rotatierichting uit te oefenen over een eerste rotatiehoek, en een tweede kracht, groter dan de eerste kracht, in rotatierichting uit te oefenen over een tweede rotatiehoek, waarbij de tweede rotatiehoek kleiner is dan de eerste rotatiehoek.
4. Gewashaak volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de som van de eerste rotatiehoek en de tweede rotatiehoek 360° bedraagt.
5. Gewashaak (1; 2) volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de som van de eerste en de tweede rotatiehoek 180° bedraagt.
6. Gewashaak (1/ 2) volgens een der conclusies 3-5, met het kenmerk, dat de haspel (4) is voorzien van ten minste een, onder rotatie van de haspel (4) over de eerste rotatiehoek tegen het haakdeel (3) stuikende en onder rotatie van de haspel (4) over de tweede rotatiehoek indrukbaar nokelement (12; 19).
7. Gewashaak (1) volgens conclusies 2 en 6, met het kenmerk, dat het ten minste ene nokelement (12) is verschaft op een deel van de haspel (4) buiten de uitwendige as (6).
8. Gewashaak (2) volgens conclusies 2 en 6, met het kenmerk, dat het ten minste ene nokelement (19) is verschaft op de uitwendige as (16).
9. Gewashaak (1; 2) volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de haspel (4) is voorzien van borgmiddelen (22) voor het losbaar borgen van een uiteinde (21) van een op de haspel (4) gewikkeld touw (14).
10. Gewashaak (1; 2) volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het haakdeel (3) is gevormd door een centraal deel en een eindhaak (10), welke eindhaak (10) is gevormd door een met het centrale deel verbonden eerste been (24) en een door een eerste bocht (25) met het eerste been (24) verbonden tweede been (26) dat een eerste scherpe hoek met het eerste been (24) definieert, gekenmerkt door een met het tweede been (26) door een tweede bocht (27) verbonden derde been (28) en een door een derde bocht (29) met het derde been (28) verbonden vierde been (30) dat een tweede scherpe hoek met het derde been (28) definieert, waarbij de tweede hoek groter is dan de eerste hoek.
11. Gewashaak (1; 2) volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat het vierde been (30) is voorzien van een zich tot het eerste been (24) uitstrekkend geleide-element (31) voor het geleiden van het haakdeel (3) tijdens het bevestigen aan de ophangdraad (5), op zodanige wijze dat de ophangdraad (5) zowel tussen het eerste (24) en tweede been (26) als tussen het derde (28) en vierde been (30) wordt opgenomen.
12. Gewashaak (1; 2) volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het centrale deel van het haakdeel (3) een voor aangrijping door een mensenhand (32) gevormde boog (11) omvat.
13. Gewashaak (1/ 2) volgens een der voorgaande conclusies, waarbij op de haspel (4) een hoeveelheid touw (14) is gewikkeld, met het kenmerk, dat de haspel (4) en het touw (14) zijn vervaardigd uit een zelfde kunststof materiaal.
NL2010503A 2013-03-21 2013-03-21 Gewashaak. NL2010503C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2010503A NL2010503C2 (nl) 2013-03-21 2013-03-21 Gewashaak.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2010503 2013-03-21
NL2010503A NL2010503C2 (nl) 2013-03-21 2013-03-21 Gewashaak.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2010503C2 true NL2010503C2 (nl) 2014-09-24

Family

ID=48142902

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2010503A NL2010503C2 (nl) 2013-03-21 2013-03-21 Gewashaak.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL2010503C2 (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US20230413740A1 (en) * 2020-11-17 2023-12-28 Gp Tecnic Sl Device for plant staking

Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB994096A (en) * 1962-05-17 1965-06-02 Martinus Hubertus Nieuwkoop A device for tying-up plants
NL1004233C1 (nl) * 1996-10-09 1997-01-24 Antonius Christianus Franciscu Tomatenplant-ophangsysteem.
FR2743258A1 (fr) * 1996-01-09 1997-07-11 Filpack Dispositif de tuteurage mobile, pour plantes grimpantes, au moyen d'un tuteur souple
FR2815332A1 (fr) * 2000-10-13 2002-04-19 Agro Systemes Devidoir suspendu, notamment pour cultures
WO2005086988A1 (en) * 2004-03-11 2005-09-22 George Gurov Suspension mechanism for greenhouse plants
FR2870670A1 (fr) * 2004-06-01 2005-12-02 Gilles Bruno Debat Dispositif de devidage d'un tuteur souple pour une plante grimpante
EP2404498A2 (en) * 2010-07-08 2012-01-11 Jan Alfons E. Sebrechts Improved tomato hook and method and device for the manufacture thereof

Patent Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB994096A (en) * 1962-05-17 1965-06-02 Martinus Hubertus Nieuwkoop A device for tying-up plants
FR2743258A1 (fr) * 1996-01-09 1997-07-11 Filpack Dispositif de tuteurage mobile, pour plantes grimpantes, au moyen d'un tuteur souple
NL1004233C1 (nl) * 1996-10-09 1997-01-24 Antonius Christianus Franciscu Tomatenplant-ophangsysteem.
FR2815332A1 (fr) * 2000-10-13 2002-04-19 Agro Systemes Devidoir suspendu, notamment pour cultures
WO2005086988A1 (en) * 2004-03-11 2005-09-22 George Gurov Suspension mechanism for greenhouse plants
FR2870670A1 (fr) * 2004-06-01 2005-12-02 Gilles Bruno Debat Dispositif de devidage d'un tuteur souple pour une plante grimpante
EP2404498A2 (en) * 2010-07-08 2012-01-11 Jan Alfons E. Sebrechts Improved tomato hook and method and device for the manufacture thereof

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US20230413740A1 (en) * 2020-11-17 2023-12-28 Gp Tecnic Sl Device for plant staking

Similar Documents

Publication Publication Date Title
RU2620000C2 (ru) Разматывающийся крючок для подвязки растений
BE1012525A3 (nl) Inrichting voor het geleiden van planten.
NL2010503C2 (nl) Gewashaak.
JP4361957B2 (ja) トマト栽培誘引装置およびトマトの栽培方法
US20130125457A1 (en) Crop hooks and methods of using same
US4254579A (en) Device for supporting and training plants
EP0001703A1 (en) A device for, and method of supporting and training plants
NL2013111B1 (nl) Gewashaak.
JP4293306B2 (ja) 誘引紐用結束具
NL1038128C2 (nl) Gewashaspel voor groenteteelt.
JP3116875U (ja) 誘引紐吊り具
NL2013440B1 (nl) Inrichting voor het in hoofdzaak in verticale richting laten groeien van klimgewassen, alsmede kweeksysteem voorzien van een dergelijke inrichting.
EP2404498B1 (en) Improved tomato hook and method and device for the manufacture thereof
KR20150063643A (ko) 유인줄 길이 조절장치
NL8702028A (nl) Ophanginrichting voor planten, in het bijzonder tomatenplanten.
CN217445996U (zh) 设施蔬菜的吊蔓装置
NL1027408C1 (nl) Inrichting en werkwijze voor het vieren van een draad.
NL1004233C1 (nl) Tomatenplant-ophangsysteem.
NL1040415C2 (nl) Verbeterde tweede touwopslag van een gewashaspel.
EP0570035B1 (en) A combination of a wire reel and an attachment to be provided on the wire reel
JP2000324955A (ja) つる巻付け紐支持具
KR101239644B1 (ko) 과채류 유인장치
CN102783381A (zh) 一种秧苗挂钩
US2474933A (en) Animal snare
US9955679B1 (en) Line holder spool

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20200401