BE1023502B1 - Inrichtingen en werkwijzen voor het scheiden en opsplitsen van ferro en non-ferro materiaal verkregen uit een versnipperaar - Google Patents

Inrichtingen en werkwijzen voor het scheiden en opsplitsen van ferro en non-ferro materiaal verkregen uit een versnipperaar Download PDF

Info

Publication number
BE1023502B1
BE1023502B1 BE2016/5200A BE201605200A BE1023502B1 BE 1023502 B1 BE1023502 B1 BE 1023502B1 BE 2016/5200 A BE2016/5200 A BE 2016/5200A BE 201605200 A BE201605200 A BE 201605200A BE 1023502 B1 BE1023502 B1 BE 1023502B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
ferrous
separating
materials
fractions
ferrous materials
Prior art date
Application number
BE2016/5200A
Other languages
English (en)
Inventor
Steven Millecamp
Original Assignee
Recuperatie- en Transportmaatschappij NV
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Recuperatie- en Transportmaatschappij NV filed Critical Recuperatie- en Transportmaatschappij NV
Priority to BE2016/5200A priority Critical patent/BE1023502B1/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1023502B1 publication Critical patent/BE1023502B1/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B07SEPARATING SOLIDS FROM SOLIDS; SORTING
    • B07BSEPARATING SOLIDS FROM SOLIDS BY SIEVING, SCREENING, SIFTING OR BY USING GAS CURRENTS; SEPARATING BY OTHER DRY METHODS APPLICABLE TO BULK MATERIAL, e.g. LOOSE ARTICLES FIT TO BE HANDLED LIKE BULK MATERIAL
    • B07B1/00Sieving, screening, sifting, or sorting solid materials using networks, gratings, grids, or the like
    • B07B1/12Apparatus having only parallel elements
    • B07B1/14Roller screens
    • B07B1/145Roller screens the material to be screened moving along the axis of the parallel elements
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B07SEPARATING SOLIDS FROM SOLIDS; SORTING
    • B07BSEPARATING SOLIDS FROM SOLIDS BY SIEVING, SCREENING, SIFTING OR BY USING GAS CURRENTS; SEPARATING BY OTHER DRY METHODS APPLICABLE TO BULK MATERIAL, e.g. LOOSE ARTICLES FIT TO BE HANDLED LIKE BULK MATERIAL
    • B07B1/00Sieving, screening, sifting, or sorting solid materials using networks, gratings, grids, or the like
    • B07B1/12Apparatus having only parallel elements
    • B07B1/14Roller screens
    • B07B1/15Roller screens using corrugated, grooved or ribbed rollers
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B03SEPARATION OF SOLID MATERIALS USING LIQUIDS OR USING PNEUMATIC TABLES OR JIGS; MAGNETIC OR ELECTROSTATIC SEPARATION OF SOLID MATERIALS FROM SOLID MATERIALS OR FLUIDS; SEPARATION BY HIGH-VOLTAGE ELECTRIC FIELDS
    • B03BSEPARATING SOLID MATERIALS USING LIQUIDS OR USING PNEUMATIC TABLES OR JIGS
    • B03B9/00General arrangement of separating plant, e.g. flow sheets
    • B03B9/06General arrangement of separating plant, e.g. flow sheets specially adapted for refuse
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02WCLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES RELATED TO WASTEWATER TREATMENT OR WASTE MANAGEMENT
    • Y02W30/00Technologies for solid waste management
    • Y02W30/50Reuse, recycling or recovery technologies
    • Y02W30/52Mechanical processing of waste for the recovery of materials, e.g. crushing, shredding, separation or disassembly

Landscapes

  • Combined Means For Separation Of Solids (AREA)

Abstract

De uitvinding betreft een inrichting voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen. Deze inrichting omvat een zeefinrichting die voorzien is van rotatieassen die in een hoek met het grondvlak geplaatst zijn. Hierbij worden niet-doorvallende fracties van de materialen zijdelings afgevoerd, waardoor de zeefinrichting zelfreinigend is. In een tweede aspect betreft de uitvinding een werkwijze voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen. In een derde aspect betreft de uitvinding een inrichting voor het opsplitsen van non- ferro materialen, omvattende een constructie omvattende verschillende verdiepingen en een rolbrug, die voorzien is van middelen voor het opvangen van de intermediair opgeslagen materialen uit intermediaire containers en voor het afleveren van de materialen in één of meerdere containers. In een laatste aspect betreft de uitvinding een werkwijze, waarbij fracties gestort worden op een lager gelegen rolbrug. De rolbrug verplaatst de fractie naar de hiervoor bestemde container.

Description

Inrichtingen en werkwijzen voor het scheiden en opsplitsen van ferro en non-ferro materiaal verkregen uit een versnipperaar
TECHNISCH DOMEIN
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting en werkwijze voor het scheiden van ferro en non-ferro materiaal. Daarnaast betreft de uitvinding een inrichting en werkwijze voor het opsplitsen van non-ferro materiaal in meerdere fracties.
STAND DER TECHNIEK
Bij de recycling van gedepollueerd post-consumer schroot (zoals autowrakken, wasmachines, e.d.) wordt gebruik gemaakt van een shredder (versnipperaar) die in eerste instantie de toegevoerde voorwerpen zal pletten en de geplette onderdelen vervolgens aan stukken zal scheuren tussen draaiende hamers (rotor) en een vast aambeeld. Inrichtingen voor het scheiden van shredder residuen zijn gekend in de stand der techniek. Zo beschrijft BE 2011/0245 een dergelijke inrichting. Een typische shredderinstallatie omvat een aanvoersysteem, de hamermolen, een luchtbehandelingssysteem om alle lichte verontreinigingen te verwijderen en een magneetsysteem om het ijzer (Ferro) te scheiden van de non-ferro (zware fractie). De zware fractie wordt meestal met een wervelstroomscheider gescheiden in een aluminium/magnesium fractie versus een wervelstroom ongevoelige zware fractie. Nog verschillende sorteerstappen zijn mogelijk op de verschillende fracties komende uit de shredderinstallatie om diverse deelfracties voor verdere recycling en hergebruik te creëren. Tot op heden wordt het opsplitsen van ferro en non-ferro materialen in verschillende fracties gedaan met behulp van afzonderlijk opgestelde componenten. Tussen de afzonderlijke componenten bevinden zich telkens transportsystemen, veelal transportbanden, die de materiaalstromen van de ene component naar de andere component transporteren. De gekende installaties hebben dan ook het grote nadeel dat ze zeer veel ruimte innemen. Ter illustratie: voor een standaard installatie met een verwerkingscapaciteit van 30 ton/uur, dient men ongeveer een oppervlakte van 1500 m2 te voorzien. US 5 101 977 beschrijft een afvalsorteersysteem voor stedelijk afval. De inrichting beschreven in dit document is voorzien van een sterzeef (een zogenoemde "disk screener"), die aangewend wordt om het afval te scheiden en inert materiaal te zeven. Door de opstelling van de assen en de schijven van de sterzeef, doorloopt het afval de volledige zeefinrichting en is het niet mogelijk om te grote of te lange stukken zijdelings af te voeren. Dit is een duidelijk nadeel van de beschreven inrichting, in het bijzonder voor de afvalverwerking van welvaartschroot dat dient versnipperd te worden voor verdere verwerking. De shredder levert immers ook te grote en te lange delen aan het sorteersysteem, waardoor dit systeem regelmatig verstopt en vastloopt.
Bovendien hebben de gekende installaties een grote stofemissie, dit voornamelijk bij onderling transport tussen de verschillende inrichtingen die deel uitmaken van de installatie. Vanzelfsprekend is dit nadelig voor de omgeving, het milieu en uiteindelijk de exploitant van de installatie. Om de stofemissie zoveel mogelijk te beperken, worden de gekende installaties in onderdruk geplaatst met behulp van een ontstoffingsinrichting. Deze installaties zijn ontoereikend om de stofemissie volledig te verhinderen. Bovendien zijn - t.g.v. de grote afstanden tussen de diverse componenten van de installatie - de initiële investeringskost en de exploitatiekost voor een dergelijke installatie aanzienlijk. Zo is de operationele omzet van een kleine installatie vaak groter dan van een grote installatie. Verder vereist een ontstoffingsinrichting voor de gekende installaties een groot netwerk van leidingen en afzuigpunten, wat eveneens een hoge kost met zich meebrengt.
Een ander probleem met de gekende installaties is dat relatief veel personeel, zoals sorteerders, nodig is om de installatie draaiende te houden. Verder zorgen grote brokstukken in de materiestroom nog steeds voor stilstand of blokkering. Hierdoor zijn de installaties niet efficiënt. Het is echter cruciaal dat de installaties zo efficiënt mogelijk werken om zo kosten te besparen, aangezien de verkoopprijs van het gerecycleerde materiaal relatief laag is. Verder draagt een hoge uniformiteit van het eindmateriaal bij aan een hogere verkoopsprijs.
Er is nood aan een verbeterde inrichting voor het scheiden en opsplitsen van ferro en non-ferro materialen, met een verbeterd zeefsysteem dat stilstand voorkomt. Verder is er nood aan een inrichting voor het verder scheiden van non-ferro materialen die efficiënter gebruik maakt van de aanwezige ruimte en minder fijn stof uitstoot in de omgeving.
De huidige uitvinding beoogt een oplossing te vinden voor tenminste enkele van bovenvermelde problemen.
Deze uitvinding heeft nu tot doel een compactere inrichting te verschaffen die zuiniger is, dit zowel wat betreft de nodige werkingsoppervlakte van de inrichting, wat betreft het nodige personeel om de inrichting aan te wenden en wat betreft de milieu-impact.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING
De uitvinding betreft een inrichting voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen volgens conclusie 1. Deze inrichting omvat een zeefinrichting die voorzien is van rotatieassen die in een hoek met het grondvlak geplaatst zijn. Hierbij worden niet-doorvallende fracties van de materialen zijdelings afgevoerd, waardoor de zeefinrichting zelfreinigend is.
In een tweede aspect betreft de uitvinding een werkwijze voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen volgens conclusie 8.
In een derde aspect betreft de uitvinding een inrichting voor het opsplitsen van non-ferro materialen volgens conclusie 10, omvattende een constructie omvattende verschillende verdiepingen en een rolbrug, die voorzien is van middelen voor het opvangen van de intermediair opgeslagen materialen uit intermediaire containers en voor het afleveren van de materialen in één of meerdere containers.
In een laatste aspect betreft de uitvinding een werkwijze volgens conclusie 15, waarbij fracties, die werden voorgesorteerd in intermediaire containers voor intermediaire opslag, gestort worden op een lager gelegen rolbrug. De rolbrug verplaatst de fractie naar de hiervoor bestemde container.
BESCHRIJVING VAN DE FIGUREN
Figuur 1 toont een mogelijke uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de onderhavige uitvinding voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen.
In Figuur 2 wordt een mogelijke uitvoeringsvorm van de inrichting weergegeven, waarbij een deel van de inkapseling van de inrichting is weggelaten om de interne onderdelen te belichten.
In Figuur 3 wordt een bovenaanzicht van een uitvoeringsvorm van de inrichting voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen getoond, waarbij gefocust wordt op de zeefinrichting.
In Figuur 4 wordt een zijaanzicht van een uitvoeringsvorm van de inrichting getoond, waarbij de verschillende hoeken waarin de zeefinrichting ten opzichte van het grondvlak kan gepositioneerd worden duidelijk geïllustreerd worden.
In Figuur 5 wordt een bovenaanzicht weergegeven van een uitvoeringsvorm van een inrichting volgens onderhavige uitvinding.
In Figuur 6 wordt een zijaanzicht van een uitvoeringsvorm van een inrichting volgens onderhavige uitvinding getoond, geschikt voor het scheiden en opsplitsen van non-ferro materialen.
Figuur 7 geeft een bovenaanzicht weer van de 1e verdieping en het gelijkvloers van een uitvoeringsvorm van een inrichting volgens onderhavige uitvinding.
Figuur 8 toont een zijaanzicht van een rolbrug voorzien van een schaalvormig, schuifbaar afsluitingsmiddel.
Figuur 9 toont een uitvoeringsvorm van een display van een inrichting volgens onderhavige uitvinding.
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING
De uitvinding betreft een inrichting voor het scheiden van non-ferro en ferro materialen. Daarnaast betreft de uitvinding een inrichting en werkwijze voor het opsplitsen van non-ferro materiaal in meerdere fracties.
Tenzij anders gedefinieerd hebben alle termen die gebruikt worden in de beschrijving van de uitvinding, ook technisch en wetenschappelijke termen, de betekenis zoals ze algemeen begrepen worden door de vakman in het technisch veld van de uitvinding. Voor een betere beoordeling van de beschrijving van de uitvinding, worden de volgende termen expliciet uitgelegd.
Met de termen "non-ferrometaal" of "non-ferro materiaal" wordt verwezen naar een metaal dat geen ijzer bevat of waarin de legeringen ijzer niet als hoofdbestanddeel hebben (bv. koper, lood, aluminium, zink, brons, witmetalen en messing). Non-ferrometalen worden onderverdeeld in pure metalen (zoals edelmetalen, zware metalen en lichte metalen) en non-ferrometaallegeringen (zoals gesmede en gegoten legeringen). Hierbij worden alle metalen die minder dan 50% ijzer (Fe) bevatten non-ferrometalen genoemd.
Met de term "ferrometaal" of "ferro materiaal" wordt verwezen naar materialen, doorgaans legeringen, waarbij ijzer (Fe) het voornaamste bestanddeel vormt. Op grond van hun magnetische eigenschappen worden kobalt, nikkel en gadolinium ook tot de ferrometalen gerekend. Alle overige metalen worden tot de non-ferrometalen gerekend. Ferrometalen worden op grote schaal toegepast in technische toepassingen en zijn dus van groot economisch belang. De economische waarde van de ferrometalen wordt bepaald door de kwanititeit, terwijl de economische waarde van de non-ferrometalen wordt bepaald door de kwaliteit, omdat deze metalen minder abundant zijn.
In de afvalverwerking is het onderscheid tussen de ferrometalen enerzijds en de non-ferrometalen anderzijds cruciaal. De economie van de verdere verwerking maakt een scheiding tussen de twee groepen al aantrekkelijk in een vroeg stadium van de recycling. Deze scheiding wordt gerealiseerd met behulp van magneten.
Met de term "GPRS systeem" wordt verwezen naar het 'General Packet Radio Service' systeem. Dit is een techniek die een uitbreiding vormt op het bestaande gsm netwerk. Met deze technologie kan op een efficiëntere, snellere en goedkopere manier mobiele data verzonden en ontvangen worden.
In een eerste aspect betreft de uitvinding een inrichting voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen in meerdere fracties, omvattende - een transportsysteem geschikt voor het aanvoeren van de ferro en non-ferro materialen; - een zeefinrichting geschikt voor het scheiden van het via het transportsysteem aangevoerde materiaal in een stroom doorvallende fracties en een stroom niet-doorvallende; - een transportsysteem voorzien voor het opnemen van de doorvallende fractie van de zeefinrichting en het doorvoeren ervan; - een magneetsysteem geschikt voor het scheiden van de doorvallende fractie in een ferro en een non-ferro materiaalstroom, waarbij de zeefinrichting voorzien is van evenwijdige rotatieassen die in een hoek tussen 0° en 30°, bij voorkeur ongeveer 10° graden, ten opzichte van een grondvlak geplaatst zijn. Door de hoek waarin de genoemde rotatieassen van de zeefinrichting gepositioneerd zijn, worden de niet-doorvallende fracties, i. e. het materiaal dat niet door de zeefopeningen van de zeefinrichting valt, zijdelings afgevoerd, waar de fracties kunnen verzameld worden in een container of op een transportsysteem kunnen gestort worden.
Doordat de zeefinrichting de te grote fracties automatisch afleidt naar een transportsysteem of verzamelcontainer en deze fracties dus niet ophopen in/op de zeefinrichting, wordt stilstand of blokkering voorkomen. De positie van de rotatieassen zorgt er dus voor dat de zeefinrichting zelfreinigend is. Er is dus, in tegenstelling tot inrichtingen gekend uit de Stand der Techniek, geen manuele interactie nodig wanneer te grote materiaaldelen aangevoerd worden in het zeefsysteem, wat verder de personeelskost drukt. Doordat de scheiding volledig machinaal gebeurt (en er dus geen periodes van verminderde aandacht voorkomen die onvermijdelijk zijn tijdens manuele interactie), wordt een uniformer eindproduct verkregen, wat resulteert in een hogere verkoopsprijs. De afstand tussen de rotatieassen is bepalend voor de grootte van de deeltjes die terechtkomen in de doorvallende en niet-doorvallende fracties. In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van de inrichting is de zeefinrichting eenvoudig vervangbaar/inwisselbaar, waardoor de zeefgrootte specifiek voor een klant aangepast kan worden. Een vakman kan een zeefinrichting met de gewenste maasgrootte voorzien door de afstand tussen de rotatieassen en de diameters van de rotatieassen geschikt te kiezen (net zoals het aantal rotatieassen). Hierbij is de minimale afstand tussen de assen ongeveer 30 mm. De zeefinrichting is schuifbaar opgesteld, zoals geïllustreerd in Figuur 4, zodat verschillende types zeefinrichtingen van verschillende groottes eenvoudig kunnen gemonteerd worden.
In een mogelijke uitvoeringsvorm bevat de doorvallende fractie delen met afmetingen van ten hoogste 290 mm. De niet-doorvallende fractie van te grote (groter dan 290 mm) of te lange delen (langer dan 600 mm) kan via het transportsysteem terug verplaatst worden naar een shredder, waar de oversized delen opnieuw kunnen verkleind worden en zo opnieuw in het verwerkingsproces worden opgenomen. Op deze manier kan de inrichting tussen 40 en 100 ton/u ferro en non-ferro materialen scheiden, terwijl de inrichting slechts een beperkte grondoppervlakte van ongeveer 250 m2 bestrijkt.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van de inrichting is de hoek van de rotatieassen met het grondvlak variabel verstelbaar. De vakman kan door het instellen van deze hoek bepalen hoe snel het materiaal dat niet door de openingen tussen de rotatieassen van het zeefsysteem valt, uit de zeefinrichting wordt verwijderd. Als er vb. relatief veel lange delen aangeleverd worden op de zeefinrichting, kan het nodig zijn om de hoek bij te stellen, zodat deze lange delen sneller in het afvoersysteem voor lange delen terechtkomen, om zo een blokkering van de inrichting te voorkomen. De hoek van de rotatieassen is op 2 manieren verstelbaar: de rotatieassen kunnen niet enkel een hoek beschrijven ten opzichte van het grondvlak zoals hierboven beschreven, de hoek van de zeefinrichting kan tevens worden ingesteld zodat de rotatieassen evenwijdig blijven aan het grondvlak, maar elk van de rotatieassen op een verschillende hoogte van het grondvlak is gepositioneerd. Een combinatie van beide hoeken behoort tevens tot de mogelijkheden, zoals geïllustreerd in Fig. 4. In een voorkeursvorm is de inrichting voorzien van een beheersysteem/besturingssysteem dat de hoek automatisch afstelt.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm zijn de rotatieassen voorzien van schoepen. Deze schoepen zijn geschikt voor het efficiënt verplaatsen van materialen in de zeefinrichting en zorgen voor een snellere verwijdering van de niet-doorvallende fractie uit de zeefinrichting.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding omvat de zeefinrichting tussen 5 en 15, bij voorkeur 7 a 8, rotatieassen. Bij testen uitgevoerd door de uitvinders bleek dit aantal rotatieassen ideaal voor voldoende zeefvermogen (40-100 ton/u). De rotatiesnelheid van rotatieassen kan tevens aangepast worden (regelbaar tussen 0 en 2500 toeren per minuut, bij voorkeur tussen 0 en 1500 toeren per minuut), afhankelijk van de hoeveelheid en de eigenschappen van het inkomend materiaal. Bij voorkeur is de inrichting voorzien van een besturingssysteem geschikt voor het automatisch regelen van de rotatiesnelheid. Bij verdere voorkeur wordt het materiaal loodrecht op de rotatieassen van de zeefinrichting aangevoerd.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de onderhavige uitvinding is de zeefinrichting tussen 1m en 5m lang en tussen 1m en 5m breed. Bij voorkeur is de zeefinrichting ongeveer 2.5m lang en 2.5m breed. Op deze manier is de zeefinrichting relatief compact, maar kan de zeefinrichting toch een groot massadebiet, tussen 40 en 100 ton/u, verwerken.
Volgens een mogelijke uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding is de inrichting voorzien van een ontstoffingsinrichting, voorzien in het transportsysteem dat geschikt is voor de aanvoer van de materialen. De ontstoffingsinrichting is voorzien van middelen om lucht door het transportsysteem en/of door de spiralen te zuigen, waarbij een onderdruk gecreëerd wordt en de verspreiding van fijn stof wordt tegengewerkt. Het fijn stof kan via een cyclooninrichting naar trailers verplaatst worden, waar het fijn stof tijdelijk kan worden opgeslagen. Dergelijke ontstoffingsinrichting betekent een ruimtelijke besparing in vergelijking met de gekende inrichtingen, die gebruik maken van een omvangrijke separatietrommel of windzifter om het fijn stof te verwijderen van het aangeleverde materiaal. Bovendien kan het scheiden van de materialen middels de zeefinrichting en de ontstoffing van het materiaal op hetzelfde moment plaatsvinden.
Doordat minder fijn stof in de lucht terecht komt, zorgt dergelijke ontstoffingsinrichting voor een ontlasting van het milieu.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding omvat de inrichting een shredder voor het verkleinen van de aangeleverde ferro en non-ferro materialen. Als de inrichting een shredder omvat, kan de inrichting niet enkel een aangeleverde stroom van ferro en non-ferro materiaal verkleinen. De niet-doorvallende fracties kunnen tevens via transportsystemen terug afgeleid worden naar de shredder, waar de niet-doorvallende fractie opnieuw kan verkleind worden.
Het aantal rotatieassen, de afstand tussen (de schoepen van) de rotatieassen en de diameters van de rotatieassen bepalen de dimensies van de doorvallende fracties. Voor de verwerking van shredderschroot kunnen de rotatieassen van de zeefinrichting bijvoorbeeld gepositioneerd zijn op een afstand tussen ongeveer 30 mm en 500 mm, bij voorkeur tussen 280 mm en 390 mm, bij verdere voorkeur tussen 310 mm en 360 mm. Uit testen van de uitvinders bleek dat deze afstand tussen de rotatieassen uitermate geschikt is voor het zeven van de ferro en non-ferro materialen, waarbij een niet-doorvallende fractie ontstaat van deeltjes met een grootte groter dan 290 mm. Deeltjes kleiner dan 290 mm vallen door de zeefopeningen (i.e. tussen de rotatieassen) en vormen de doorvallende fractie.
In een voorkeurdragende vorm staat een doorvoersysteem loodrecht op de rotatieassen van de zeefinrichting. Ten gevolge van de positionering van het doorvoersysteem en de rotatieassen, staat de materiaalstroom loodrecht op de rotatieassen. Uit testen van de uitvinders bleek dat te lange delen sneller uit de zeefinrichting werden verwijderd door de schoepen op de rotatieassen als het materiaal loodrecht op de rotatieassen met schoepen wordt aangeleverd.
In een tweede aspect betreft de uitvinding een werkwijze voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen in meerdere fracties verkregen uit een versnipperaar, omvattende de stappen: - het aanleveren van ferro en non-ferro materialen - scheiden van de materialen in een stroom doorvallende en een niet-doorvallende fracties middels een zeefinrichting voorzien van rotatieassen; - het scheiden van de doorvallende fractie in een ferro en non-ferro materiaalstroom middels een magneetsysteem, met het kenmerk, dat de rotatieassen van de zeefinrichting in een verstelbare hoek tussen 0° en 30° ten opzichte van het grondvlak geplaatst zijn.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van de werkwijze worden de ferro en non-ferro materialen loodrecht op de rotatieassen aangeleverd, wat resulteert in een betere scheiding van de materialen en een betere zelfreiniging van de zeefinrichting.
In een derde aspect betreft de uitvinding een inrichting: - een constructie omvattende verschillende verdiepingen ten opzichte van een grondvlak; - een transportmiddel geschikt voor het brengen van de non-ferro materialen naar een hoger gelegen punt ten opzichte van een grondvlak; - een scheidingsmiddel, geschikt voor het scheiden van de non-ferro materialen afhankelijk van een grootte; - meerdere intermediaire containers, geschikt voor de intermediaire opslag van materialen; - opslagmiddelen, zoals containers, voorzien voor het opvangen van materialen, met het kenmerk, dat de inrichting een rolbrug omvat, die voorzien is van middelen voor het opvangen van materialen uit de intermediaire containers en voorzien is van middelen voor het afleveren van de materialen in één of meerdere containers;
Deze opstelling is uitermate geschikt voor het verwerken van de non-ferromateriaalstroom. Deze genoemde materiaalstroom ontstaat nadat de niet-doorvallende materiaalstroom door het magneetsysteem wordt gescheiden in een ferro-en een non-ferromateriaalstroom. Door het verplaatsen van de non-ferromaterialen naar een hoger gelegen punt, waardoor verdere processtappen in de hoogte uitgevoerd kunnen worden, wordt een aanzienlijke grondoppervlakte bespaard. Elke verdieping kan een specifieke behandeling van de materiaalstromen omvatten. De verschillende verdiepingen hebben elk een hoogte tussen 1 m en 5 m ten opzichte van het grondvlak. Bij voorkeur hebben de verdiepingen elk een hoogte van ongeveer 3 m. Bij voorkeur heeft de constructie een hoogte tussen 1 m en 50m, bij verdere voorkeur tussen 15 m en 30m, bij nog verdere voorkeur ongeveer 18 m. In een voorkeursvorm omvat het scheidingsmiddel een sorteertrommel.
De opstelling maakt gebruik van de zwaartekracht om materiaalstromen te verplaatsen en te sorteren. Door het afgenomen aantal bewegende delen, bv. van de transportbanden nodig bij inrichtingen gekend uit de stand der Techniek, betekent dit een besparing in de logistieke en onderhoudskost. Door het gebruik van de zwaartekracht en doordat minder tussentijds transport noodzakelijk is (mede doordat alle materiaal onmiddellijk wordt gewogen in de containers), wordt minder energie verbruikt en dus minder CO2 geproduceerd.
In een verder voorkeurdragende uitvoeringsvorm, worden de (intermediaire) containers en/of de rolbrug voorzien van weegsystemen, gekoppeld aan het beheersysteem van de inrichting. Verdere details omtrent deze opstelling worden gegeven hieronder in de beschrijving van de inrichting voor het opsplitsen van non-ferro materialen in verschillende fracties.
In een voorkeurdragende vorm van de rolbrug en/of de intermediaire containers worden deze op de bodem voorzien van een schaalvormig afsluitsysteem, zoals geïllustreerd in Fig. 8, dat geschikt is om open te schuiven wanneer de rolbrug vol is en boven een (eind)container geplaatst is. Bij voorkeur wordt voor een dergelijk schaalvormig afsluitsysteem gekozen en niet voor een systeem met deuren, aangezien regelmatig problemen optreden bij het dichtgaan van dit laatste systeem. Achterblijvende stukken kunnen immers de deuren versperren, waardoor het deursysteem de bodem van de rolbrug niet voldoende afsluit. Het gebruik van een schaalvormig afsluitsysteem verzekert dat de rolbrug en/of de intermediaire opslagcontainers volledig afgesloten is.
De materiaalstroom van ferro materialen wordt in de praktijk verder gesorteerd door sorteerpersoneel. Deze handpickers verwijderen bv. het restafval dat aan de metalen is blijven hangen, versnipperde elektrische motoren en elektrische kabels van zwaar metaal.
De inrichting zoals hierboven beschreven omvat verschillende verdiepingen ten opzichte van een grondvlak. Deze inrichting is voorzien van middelen voor het verwerken van het materiaal in verschillende etages. Doordat optimaal gebruik wordt gemaakt van de hoogte, neemt de inrichting minder plaats in op het grondoppervlak en kunnen meerdere processtappen (voor het opsplitsen van de non-ferro materialen) uitgevoerd worden op een beperkte oppervlakte. De inrichting omvat een transportmiddel (22) dat geschikt is voor het brengen van de non-ferro materialen naar een hoger gelegen punt ten opzichte van het grondvlak. Doordat de materialen naar een hoger gelegen punt gebracht worden voordat het scheidingsproces wordt uitgevoerd, kan bovendien gebruik gemaakt worden van de zwaartekracht om de materialen te laten vallen van de ene verdieping naar de andere. Dit resulteert in een verminderde logistieke kost en een afgenomen onderhoudskost voor het gebruik van de inrichting. De inrichting omvat een scheidingsmiddel zoals een sorteertrommel, die geschikt is voor het scheiden van non-ferro materialen afhankelijk van een grootte. De inrichting omvat tevens meerdere intermediaire containers 25, geschikt voor de intermediaire opslag van materialen. De inrichting omvat een rolbrug, die voorzien is van middelen voor het opvangen van materialen uit de intermediaire containers en tevens voorzien is van middelen het afleveren van de materialen in één of meerdere containers. Bij voorkeur is de rolbrug voorzien in een verdieping tussen de verdieping met de intermediaire containers en de verdieping met de containers.
Volgens een uitvoeringsvorm van de inrichting voor het opsplitsen van non-ferro materialen is de inrichting voorzien van een beheerssysteem dat een GPRS ("General Packet Radio Service") systeem omvat. Door dit centrale beheersysteem beschikt het systeem permanent over alle data, wat nuttig kan zijn voor het opmaken van een massabalans.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding zijn de intermediaire containers, de rolbrug en/of de containers voorzien van sensoren en/of weegsystemen, die bij voorkeur gekoppeld zijn aan het GPRS systeem. Als een intermediaire container vol is, wordt de rolbrug onder de intermediaire container geplaatst, waarna de inhoud van de intermediaire container op de rolbrug gestort wordt. De rolbrug is geschikt om zich daarna te verplaatsen boven de gepaste container en beschikt over middelen om een deelfractie in een van de daarvoor bestemde containers (101-110) te storten. Na het sorteren wordt dus gebruik gemaakt van een rolbrug en niet van transportbanden om het afval in de juiste sorteercontainer te deponeren. De afwezigheid of drastische vermindering van transportbanden op het grondvlak om het afval in de daarvoor voorziene container te deponeren, resulteert in een aanzienlijke ruimtebesparing. De sensoren en/of weegsystemen voorzien in de intermediaire containers, rolbrug en/of containers zijn geschikt voor het wegen van het afval dat in de containers of op de rolbrug gestort wordt. Door het verzamelen en bijhouden van deze informatie, kan het beheersysteem inschatten wanneer een container vol is. Als een container vol is, stuurt het beheersysteem een signaal uit naar een transportmiddel (zoals een vorkheftruk of een vrachtwagen) dat de volle container kan ophalen. In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm kan dit transportmiddel tevens een weegsysteem omvatten en is het dus geschikt om de container online te wegen. Het beheersysteem is geschikt om ook deze data centraal te beheren. Deze informatie kan verder gebruikt worden voor het factureren van het gerecycleerd materiaal aan een klant.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm is de inrichting voorzien van een Neodymium magneet. Deze neodymium magneet is in staat om een aanzienlijk gedeelte van het roestvrij staal te scheiden van andere non-ferro materialen. Roestvrij staal kan immers licht-magnetisch worden als het versnipperd wordt in een shredder (afhankelijk van de samenstelling en bv. de nikkelwaarde van het roestvrij staal).
Volgens voorkeurdragende uitvoeringsvormen van de inrichting voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen en/of van de inrichting voor het opsplitsen van non-ferro materialen, zijn deze inrichtingen ingekapseld. Door deze inkapseling komt tijdens het gebruik van de inrichtingen minder fijn stof vrij, wat de inrichting milieuvriendelijker maakt.
In een volgend aspect betreft de uitvinding een werkwijze voor het scheiden en opsplitsen van non-ferro materialen in verschillende fracties. De werkwijze omvat verschillende stappen, waaronder - het aanleveren en het transporteren van non-ferro materiaal naar een hoger gelegen punt ten opzichte van een grondvlak; - het scheiden van het non-ferro materiaal in meerdere materiaalstromen van verschillende fracties - het afleveren van de fracties in containers, met het kenmerk, dat voor het afleveren een fractie in een reservoir van een rolbrug wordt gestort, waarbij de rolbrug de fractie verplaatst naar één of meerdere containers. Hierbij kunnen de materiaalstromen gescheiden worden middels een scheidingsmiddel, zoals een sorteertrommel.
In een mogelijke uitvoeringsvorm van de werkwijze worden de non-ferro materialen in meerdere materiaalstromen gescheiden, waarbij de verschillende materiaalstromen kunnen afhankelijk zijn van de wensen van een klant. Zo kunnen de non-ferro materialen bv. gesplitst worden in 3 materiaalstromen, waarbij een eerste fractie deeltjes omvat kleiner dan ongeveer 20mm, een tweede fractie deeltjes omvat tussen ongeveer 20mm en ongeveer 90mm en een derde fractie deeltjes omvat groter dan ongeveer 90mm. Hierbij kan de eerste fractie bv. gescheiden/gesorteerd worden in een non-ferro en een restfractie. De derde fractie kan opnieuw afgevoerd worden naar een shredder of opgeslagen worden in een container. De eerste en tweede fractie kunnen intermediair opgeslagen worden in intermediaire containers, optioneel na handsortering. Als een intermediaire container vol is, kan de fractie gestort worden op een rolbrug, die de fractie verplaatst naar een container. Als een container vol is, kan deze afgevoerd worden met een transportmiddel en vervangen worden door een lege reservecontainer.
Bij het beheren van de intermediaire containers en containers is het mogelijk dat meerdere intermediaire containers tegelijkertijd vol zijn en moeten afgevoerd worden. Zo ontstaat een wachtrij om de intermediaire containers te lossen, die beheerd wordt door het beheersysteem. Voor het storten van een fractie uit een intermediaire container in het reservoir van een lager gelegen rolbrug, wordt gebruik gemaakt van de zwaartekracht. De volle intermediaire containers worden geopend langs onder of worden gekanteld, zodat hun inhoud in het reservoir van de rolbrug gestort wordt. Het gebruik van de zwaartekracht om de verschillende fracties te verplaatsen zorgt voor een energiebesparing. Meer nog, door het gebruik van deze techniek nemen tevens de logistieke kosten en de onderhoudskosten af.
In een voorkeursvorm van de werkwijze van onderhavige uitvinding zijn de rolbrug, intermediaire containers en/of containers voorzien van sensoren die de opgeladen fracties wegen. Deze informatie wordt doorgestuurd naar het beheersysteem, dat zo bv. kan inschatten als het afval dat op de rolbrug is geladen, nog in de hiervoor bestemde container van het opgeladen afval kan gestort worden, of, als de container eerst dient vervangen te worden, omdat deze bijna vol is en het opgeladen afval een te groot volume/gewicht heeft. Door het wegen van de intermediaire containers, rolbrug en/of container kan een massabalans opgemaakt worden door het beheersysteem, waardoor het beheersysteem prioriteiten kan leggen, vb. als een intermediaire container van een bepaalde deelfractie vol is en de container van dezelfde deelfractie is ook vol, dan moet deze container eerst vervangen worden en krijgt deze taak dus prioriteit op het vervangen van andere containers.
Via het beheersysteem kunnen heel wat instellingen (bv. de snelheden van de rolbrug) aangepast worden aan de specifieke eigenschappen van het aangeleverde afval (bvb. het massadebiet, het volumedebiet en de densiteit van het afval). Hierbij kan de inrichting ook "on hold" geplaatst worden, waarbij de rolbrug gefixeerd is en het lossen van afval niet is toegelaten. Het beheersysteem regelt verder ook de wachtrijen voor de verschillende intermediaire containers.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van de werkwijze wordt een deel van het roestvrij staal uit de tweede fractie afgezonderd middels een magneet. Dit roestvrij staal wordt immers licht-magnetisch tijdens het versnipperen door een shredder. Door het scheiden van het roestvrij staal uit de non-ferrostroom van materialen middels een magneetsysteem zijn minder handsorteerders nodig, wat verder de personeelskost drukt. Een beperkt aantal handpickers op de non-ferro lijn verwijdert zoveel mogelijk zwaar metaal uit aluminium, restafval uit de metaalfracties en roestvrij staal.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van de werkwijze worden de non-ferro materialen opgesplitst in 5 a 20 fracties, bij voorkeur in 9 a 10 fracties. De volledige uitvoering van de werkwijze voor het opsplitsen van non-ferromaterialen resulteert, na handsortering, in 9 recycleerbare fracties (zie Fig. 9), vb.: a) RVS: roestvrij staal b) Grove fractie: te grote onderdelen (>90mm; oversized) c) Fijne non-ferro fractie (0-20mm) d) Fijne reststof of metaalfractie (0-20mm) e) Middelgrote reststof of metaalfractie (20-90mm) f) Reserve g) Middelgrote non-ferro fractie (NF2; 20-90mm) h) Gerecycleerd koper, messing, rest fractie, inox (zuiver), draadjes i) ...
Hierbij zijn de gegeven afmetingen van de verschillende fracties louter illustratief. In de praktijk zijn deze o.a. afhankelijk van de afstand tussen de rotatieassen, die kan ingesteld/gekozen worden door een vakman.
Het beheersysteem van de inrichting bepaalt op regelmatige basis het gewicht van elke container. Zo wordt bepaald wanneer een volle container moet vervangen worden door een lege reservecontainer.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van de werkwijze is de rolbrug voor het verplaatsen van een fractie naar een container onderaan (aan de zijde van het grondvlak) voorzien van een schaalvormig afsluitingsmiddel (28), dat voorzien is van middelen om open en dicht te schuiven, zoals geïllustreerd in Fig. 8.
In voorkeurdragende uitvoeringsvormen van de inrichtingen voor het scheiden van ferro en non-ferro materiaal, en/of, voor het sorteren van non-ferro materiaal zijn de inrichtingen voorzien van middelen voor het uitvoeren van de hierboven beschreven werkwijzen.
In wat volgt, wordt de uitvinding beschreven a.d.h.v. niet-limiterende voorbeelden die de uitvinding illustreren, en die niet bedoeld zijn of geïnterpreteerd mogen worden om de omvang van de uitvinding te limiteren.
FIGUREN
Fig. 1 toont een uitvoeringsvorm van de inrichting (1) voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen. De inrichting omvat een transportsysteem (2) geschikt voor de aanvoer van ferro en non-ferro materialen. Een ontstoffingsinrichting (3) zorgt voor een onderdruk, waardoor fijn stof gefilterd en afgezogen wordt. De verkleinde materialen worden verder doorgevoerd naar een zeefinrichting (4), omvattende rotatieassen met schoepen en aangedreven door een aandrijfinrichting (5). In deze uitvoeringsvorm is de zeefinrichting geïntegreerd in de ontstoffingsinrichting, waardoor deze elementen minder volume innemen en het scheiden en ontstoffen tegelijk kan gebeuren in de ingekapselde inrichting. In deze uitvoeringsvorm is de aanvoerrichting van de verkleinde materialen loodrecht op de rotatieassen. Testen van de uitvinders hebben aangetoond dat deze aanvoerrichting het meest geschikt is voor het efficiënt functioneren van de zeefinrichting. Aan een zijkant en aan het distaal einde van de zeefinrichting zijn afvoersystemen (13, 15) voorzien voor een niet-doorvallende fractie van materiaaldelen die niet voldoende werden verkleind in de shredder. Deze niet-doorvallende fractie kan verzameld worden in een reservoir of container, dat tijdig leeggemaakt wordt, of, kan via een transportsysteem rechtstreeks naar een shredder afgevoerd worden (indien voorzien), waar de niet-doorvallende fractie verder verkleind kan worden. De inrichting omvat verder een inkapseling (6), waardoor het fijn stof zich niet vermengd met de buitenlucht. Op deze manier is de inrichting minder belastend voor het milieu. Het deel van de inkapseling (6) dat kan dichtgeklapt worden over de zeefinrichting (4), is geïllustreerd in niet-afdekkende, open toestand, om de zeefinrichting met rotatieassen te kunnen tonen. De inrichting omvat tevens een platform (10), waar personeel de werking van de inrichting kan controleren en vrijwaren. Dit personeel kan zich toegang verschaffen tot het platform via een toegang (9). De zeefinrichting (4) splitst de verkleinde materialen in een doorvallende fractie van kleine deeltjes en een niet-doorvallende fractie van te grote of te lange delen.
In Fig. 2 wordt een uitvoeringsvorm van de inrichting (1) weergegeven, waarbij de inkapseling is weggelaten om de interne elementen te kunnen weergeven. Deze inrichting is voorzien van een transportsysteem (2), zoals een transportband of trilgoot, geschikt voor de aanvoer van materialen in een materiestroom (aangeduid met een pijl). Tijdens het verkleinen van de materiedeeltjes, kan roestvrij staal licht-magnetisch worden. Dit is van belang, aangezien het mogelijk is om met krachtige neodymium magneten niet enkel ijzerhoudende materialen te scheiden uit de materiestroom, maar ook een gedeelte van het licht-magnetische roestvrij staal uit de materiestroom te verwijderen. Na het aanleveren van het materiaal kan een onderdruk (aangeduid met een pijl) worden voorzien via een ontstoffingsinrichting (3), dat het fijn stof uit de materiestroom verwijderd. Bij voorkeur wordt het stof verwijderd door de ontstoffingsinrichting tijdens het zeven van het materiaal in de zeefinrichting (4). Dit fijn stof kan via een cyclooninrichting naar trailers verplaatst worden, waar het fijn stof tijdelijk opgeslagen kan worden. Dergelijke ontstoffingsinrichting betekent een ruimtelijke besparing in vergelijking met de gekende inrichtingen, die gebruik maken van een omvangrijke separatietrommel of windzifter om het fijn stof te verwijderen van het aangeleverde materiaal.
Het aangeleverde materiaal, optioneel verkleind door de voorziene shredder, kan doorgevoerd worden naar een zeefinrichting (4), voorzien van rotatieassen en aangedreven door een aandrijfinrichting (5). De doorvoerrichting van de materiestroom is bij voorkeur loodrecht op de lengteas van de rotatieassen. In een voorkeursvorm omvat de zeefinrichting tussen 5 en 15 rotatieassen, bij verdere voorkeur 7 of 8 rotatieassen. Deze rotatieassen zijn onderling evenwijdig en staan in een hoek ten opzichte van het grondvlak van de inrichting. In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van de inrichting is de hoek verstelbaar tussen 0° en 30°. Uit testen uitgevoerd door de uitvinders bleek dat een hoek van 10° uiterst geschikt is voor het zijdelings afvoeren (richting het afvoersysteem of verzamelreservoir) van een niet-doorvallende fractie van materiedeeltjes die niet voldoende werden verkleind door de shredder of niet voldoende verkleind werden aangeleverd. Doordat de niet-doorvallende fractie automatisch wordt afgeleid naar een afvoersysteem of verzamelreservoir, is de zeefinrichting zelfreinigend. Hierdoor loopt de zeefinrichting niet vast bij te grote of te lange delen, wat de personeelskost drukt. De inrichting is hierdoor tevens efficiënter en er kan gemiddeld meer materiaal verwerkt worden, met een maximaal massadebiet tussen ongeveer 40 en ongeveer 100 ton per uur. Via het afvoersysteem kan de niet-doorvallende fractie afgeleid worden via een afvoergoot (13). Vierkante of kubusvormige delen kunnen tevens afgeleid worden via een afvoergoot (15). De onderlinge afstand tussen de rotatieassen bedraagt tussen 30mm en 500 mm, bij voorkeur tussen 280mm en 390 mm, bij verdere voorkeur tussen ongeveer 310mm en 360mm. Met deze onderlinge afstand van de assen is de zeefinrichting geschikt voor het laten doorvallen van deeltjes kleiner dan ongeveer 290mm. Een vakman kan de onderlinge afstand van de rotatieassen of het aantal assen wijzigen om grotere of kleinere deeltjes toe te laten in de doorvallende fractie.
De inrichting (1) is voorzien van een gescheiden transportsysteem (14), dat zich onder de zeefinrichting (4) bevindt en geschikt is voor het afvoeren van een doorvallende fractie van deeltjes die voldoende klein zijn om in de openingen tussen de rotatieassen (12) van de zeefinrichting te vallen. Dit transportsysteem (14) kan de doorvallende fractie aanleveren aan een magneetsysteem (11), dat de ferro en non-ferro materialen kan scheiden. Door het gebruik van een magneetsysteem zijn er minder handpickers nodig voor het scheiden van de materialen, wat verder de personeelskost drukt.
In Fig. 3 wordt een bovenaanzicht getoond van een uitvoeringsvorm van een inrichting voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen volgens onderhavige uitvinding, waarbij gefocust wordt op de zeefinrichting (4). De inrichting (1) omvat een aanvoersysteem (2) voor het aanvoeren van ferro en non-ferro materialen, een ontstoffingsinrichting (3) voor het afzuigen van het fijn stof via een onderdruk, en, een zeefinrichting (4) voorzien van rotatieassen met schoepen (12), geschikt voor het splitsen van de materiestroom in een doorvallende en een niet-doorvallende fractie. De inrichting omvat tevens afvoergoten (13,15) geschikt voor het afvoeren van de niet-doorvallende fractie en een afvoersysteem (14) voor de doorvallende fractie. De inrichting omvat tevens een gear box (16), die bepaalt hoe dicht men met de splitter bij de hoofdtrommel van het input transportsysteem kan komen. Deze gear box wordt gebruikt voor het omzetten van de motorsnelheid naar de rotatiesnelheid van de assen.
In Fig. 4 wordt zijaanzicht van een uitvoeringsvorm van een inrichting (1) volgens onderhavige uitvinding getoond. De inkapseling wordt in deze figuur niet weergegeven, om de interne onderdelen van de inrichting te kunnen belichten. De inrichting omvat een aanvoersysteem (2), een shredder, een ontstoffingsinrichting (3; de pijl geeft de onderdruk aan), een zeefinrichting (4) met rotatieassen (12), afvoersystemen (13) voor een niet-doorvallende fractie en een afvoersysteem (14) voor de doorvallende fractie. De rotatieassen (12) van de zeefinrichting (4) vormen een hoek ten opzichte van het grondvlak van de inrichting (1). Deze hoek is variabel verstelbaar middels een systeem (17). De hoek tussen de rotatieassen en het grondvlak bedraagt tussen 0° en 30°, bij voorkeur ongeveer 10°. Deze hoek is immers uiterst geschikt om de onvoldoende verkleinde delen zijdelings af te voeren naar het afvoersysteem. De hoek van het systeem is verstelbaar in 2 richtingen: enerzijds kunnen de rotatieassen een hoek maken ten opzichte van het grondvlak, anderzijds kan het systeem een hoek maken ten opzichte van het grondvlak, waarbij de rotatieassen evenwijdig zijn aan het grondvlak en op een verschillende hoogte ten opzichte van het grondvlak gepositioneerd zijn. Een combinatie van de hierboven beschreven hoeken behoort ook tot de mogelijkheden. Verder kan het systeem nog verschoven worden, zoals getoond met een pijl, wat belangrijk kan zijn als een zeefsysteem met een andere maasgrootte gemonteerd dient te worden.
In Fig. 5 wordt een uitgebreid bovenaanzicht getoond van een inrichting (1) volgens de onderhavige uitvinding, geschikt voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen. Deze inrichting omvat een aanvoersysteem (2) van de ferro en non-ferro materialen, een shredder, een ontstoffingsinrichting (3), een zeefinrichting (4) en afvoergoten (13, 15) voor de niet-doorvallende fracties. Het materiaal afkomstig uit deze afvoergoten kan opgevangen worden in containers (18). De niet-doorvallende fractie kan daarna opnieuw aangeleverd worden aan de shredder voor verdere verkleining. De inrichting (1) omvat tevens een afvoersysteem (14) geschikt voor het afvoeren van de doorvallende fractie van materiedeeltjes die door de openingen tussen de rotatieassen van de zeefinrichting (4) kunnen vallen. De doorvallende fractie kan door de inrichting verder worden doorgevoerd naar een magneetsysteem (11), waar de ferro en non-ferro materialen gescheiden worden.
Na verdere sortering, eventueel door handpickers, kunnen de verschillende fracties afgeleverd worden in containers (101, 102, 103). De inrichting omvat tevens een transportmiddel (22) om non-ferro materialen naar boven te verplaatsen, bij voorkeur naar een bovenste verdieping van een inrichting voor het verwerken van non-ferro materiaal zoals beschreven hieronder. Het personeel kan zich toegang verschaffen tot het platform van de inrichting via een ingang (9).
In Fig. 6 wordt een zijaanzicht van een uitvoeringsvorm van een inrichting (20) volgens onderhavige uitvinding weergegeven, geschikt voor het scheiden en sorteren van non-ferro materiaal. Het non-ferro materiaal wordt via een transportmiddel (22) aangeleverd aan een constructie (21) voorzien van verschillende verdiepingen. De constructie is voorzien van een trap, zodat het personeel (handpickers, technici voor het oplossen van problemen) alle onderdelen van de inrichting kan inspecteren. Het aangeleverde materiaal kan bv. gestort worden in een scheidingsmiddel zoals een sorteertrommel (23), geschikt voor het opdelen van het aangeleverde materiaal in verschillende deelfracties, afhankelijk van de grootte van de deeltjes. In deze uitvoeringsvorm van de inrichting is de sorteertrommel voorzien op de bovenste verdieping, wat opnieuw een ruimtebesparing op het grondoppervlak tot gevolg heeft. De verschillende deelfracties kunnen, bij voorkeur na uitgebreide scheiding/sortering in de scheidingsinstallaties (24) en/of in de sorteercabine (19) met handpickers, tijdelijk opgeslagen worden in daarvoor bestemde intermediare containers (25). De intermediare containers (25) zijn bij voorkeur voorzien van sensoren en/of een weegsysteem, dat geschikt is voor het bepalen van de beladingstoestand van een intermediaire container. Als een intermediare container (25) vol is, kan deze leeggemaakt op een rolbrug (26), die opgehangen is in een verdieping van de constructie (21). De rolbrug is bij voorkeur tevens voorzien van een weegsysteem dat de beladingstoestand van de rolbrug kan bepalen. Het verplaatsen van de materiestromen tussen de sorteertrommel, de intermediaire containers, de rolbrug en de eindcontainers (101-104) steunt veelal op de zwaartekracht, waarbij geen extra energie moet toegevoegd worden om de materie te verplaatsen. Dit zorgt voor een energie-efficiënte inrichting, die tevens ruimtebesparend is. De verschillende onderdelen, nodig voor het scheiden en sorteren, zijn immers voorzien boven en onder elkaar in verschillende verdiepingen van een constructie (21), en dus niet naast elkaar op het grondvlak van de werksite. De geladen rolbrug (26) is geschikt om zich te verplaatsen en te positioneren boven één van de containers (101-110), waar het reservoir van de rolbrug onderaan opent en de gesorteerde fractie in de container (101110) valt. Ook de containers (101-110) omvatten bij voorkeur een weegsysteem en/of sensoren, die geschikt zijn voor het bepalen van de beladingstoestand van de containers. De inrichting omvat tevens een beheersysteem, geschikt voor de automatisatie van het gebruik van de rolbrug en het registreren van de beladingstoestand van de intermediaire containers, rolbrug en containers. Indien meerdere intermediaire containers op eenzelfde moment volledig beladen zijn, worden deze in het systeem in een wachtrij geplaatst, waarbij het beheersysteem de verwerking van de intermediaire containers zo efficiënt mogelijk laat verlopen. Het beheersysteem kan bv. bepalen om eerst een intermediare container (25) met een bepaalde deelfractie te ledigen op de rolbrug (26), omdat de eindcontainer (101) ook bijna vol is en in volle toestand kan weggesleept worden door een transportmiddel (27) zoals een vorkheftruk of een vrachtwagen. Dit transportmiddel kan tevens voorzien zijn van sensoren om het gewicht van een container te bepalen. Op deze manier is het tevens mogelijk om een factuur bij de afgevoerde volle container te voegen, afhankelijk van de vervoerde deelfractie en het gewicht in de container.
In een voorkeursvorm is de inrichting verder voorzien van een magneet, geschikt voor het scheiden roestvrij staal, dat licht-magnetisch kan worden tijdens de versnippering in de shredder .
Fig. 7 toont een bovenaanzicht op de 1e verdieping en het gelijkvloers van een uitvoeringsvorm van een inrichting voor het opsplitsen van non-ferro materialen volgens onderhavige uitvinding. De inrichting is voorzien van een rolbrug (26) die is geschikt voor het bewegen boven de verschillende eindcontainers (101-108). Om een lading van de rolbrug (26) in een eindcontainer te storten, kan het reservoir van de rolbrug geopend worden, waarbij de zwaartekracht wordt uitgespeeld en geen verdere energie moet toegevoegd worden om de deelfracties in de overeenkomstige container te storten. In deze uitvoeringsvorm zijn acht containers voorzien die elk geschikt zijn voor het bewaren van een deelfractie. Het aantal containers dat voorzien dient te worden, hangt uiteraard af van het aantal gesorteerde deelfracties. De containers zijn voorzien van sensoren en/of een weegsysteem, gekoppeld aan het beheersysteem van de inrichting. Het beheersysteem zorgt ervoor dat volle containers tijdig vervangen worden door een transportmiddel (27), zoals een vorkheftruk of een vrachtwagen.
In Fig. 8 wordt een doorsnede weergegeven van een rolbrug voorzien van een schuifbaar schaalvormig afsluitingsmiddel (28). In Fig. 8A sluit het afsluitingsmiddel het reservoir van de rolbrug af, in Fig. 8B is het afsluitingsmiddel opengeschoven, waarbij het materiaal dat in het reservoir werd opgeslagen naar beneden valt in een daarvoor voorziene container. Het schaalvormige afsluitingsmiddel verzekert dat het reservoir na ledigen opnieuw volledig is afgesloten en dat resterend materiaal het sluiten van het reservoir niet kan verhinderen. Dit is een probleem bij gekende afdichtingssystemen van rolbruggen, waarbij deuren het reservoir onvoldoende afsluiten als resterend materiaal het dichtgaan van de deuren belemmert.
Een display van het beheersysteem, zoals geïllustreerd in Fig. 9, omvat bij voorkeur subvelden die elk overeenkomen met een eindcontainer die een specifieke deelfractie omvat. De verschillende deelfracties omvatten vb. RVS (20-90mm), een fractie van oversized delen (>90mm), een fijne non-ferro fractie (0-20mm), een fijne rest-/ metaalfractie (0-20mm), een middelgrote rest-/ metaalfractie (R&M; 20-90mm), een middelgrote non-ferro fractie (20-90mm), gerecycleerd koper, messing, zuiver inox en een restfractie. De hierboven gebruikte afmetingen zijn illustratief en kunnen aangepast worden aan de noden van een klant. Het beheersysteem geeft tevens aan welke intermediaire containers (25) voor intermediaire opslag (bijna) vol zijn en dienen geledigd te worden op de rolbrug. Zo ontstaat een wachtrij van intermediaire containers die moeten geledigd worden, beheerd door het beheersysteem. De eindcontainers (101110) zijn voorzien van een weegsysteem en/of sensoren, die bepalen als de container bijna vol is. Het beheersysteem weet op elk moment hoeveel massa (deel)fractie aanwezig is in de intermediaire containers en containers, waardoor op elk moment een massabalans kan gemaakt worden en een efficiëntere planning kan opgemaakt worden. Als een eindcontainer vol is, kan het systeem een transportmiddel oproepen, dat de volle container kan wegvoeren en kan vervangen door een nieuwe lege container. Verder beheert het beheersysteem o.a. welke deelfractie in welke intermediaire container en/of container wordt bewaard en hoe snel de rolbrug mag/kan bewegen. Doordat het beheersysteem weet hoeveel kg deelfractie in een container is opgeslagen, kan het systeem automatisch een factuur genereren voor de opkoper van het gerecycleerde materiaal, wat een vermindering in de administratie en een verlaging van de personeelskost met zich meebrengt.
Hieronder wordt een overzicht van de nummering gebruikt in de figuren weergegeven: 1 Inrichting voor het verwerken van F en nF materialen 2 Aanvoersysteem materialen (zoals trilgoot of transportband) 3 Ontstoffingsinrichting 4 Zeefinrichting met 7a8 rotatieassen met schoepen 5 Aandrijfinrichting voor de zeefinrichting 6 Inkapseling van de inrichting 7 Zwenkbare band 8 Technieker 9 Toegang tot het platform (reiniging, onderhoud) 10 Platform van de inrichting 11 Magneetsysteem (voorzien onder het zeefsysteem, scheiden van de doorvallende fractie) 12 Schoepen van de rotatieassen van de zeefinrichting 13 Afvoergoot voor te lange delen/niet-doorvallende fractie 14 Afvoersysteem voor de doorvallende fractie 15 Afvoer voor te grote delen (vierkante/kubusvormige stukken) 16 Gear box (aandrijving aanvoersysteem (2)) 17 Systeem om de hoek van de zeefinrichting variabel in te stellen (2 rotatierichtingen en mogelijkheid tot schuiven) 18 Containers/opvangmiddelen voor te grote/te lange delen 19 Sorteercabine (bv. met handpicker) 20 Inrichting voor scheiden en opsplitsen van nF materialen 21 Constructie omvattende verschillende verdiepingen 22 Transportmiddel om nF materialen op bovenste verdieping aan te leveren 23 Scheidingsmiddel zoals een sorteertrommel 24 Non-ferro scheidings- en sorteerinstallaties (e.g. inoxscheider) 25 Intermediaire containers 26 Rolbrug 27 Transportmiddel (vorkheftruk, vrachtwagen) om volle containers weg te voeren 28 Schaalvormig afdichtingsmiddel 101-110 Containers in de constructie
Het is verondersteld dat de huidige uitvinding niet beperkt is tot de uitvoeringsvormen die hierboven beschreven zijn en dat enkele aanpassingen of veranderingen aan de beschreven voorbeelden kunnen toegevoegd worden zonder de toegevoegde conclusies te herwaarderen.

Claims (19)

  1. CONCLUSIES
    1. Inrichting voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen in meerdere fracties verkregen uit een versnipperaar, omvattende: - een transportsysteem geschikt voor het aanvoeren van ferro en non-ferro materialen; - een zeefinrichting geschikt voor het scheiden van het via het transportsysteem aangevoerde materiaal in een stroom doorvallende fracties en een stroom niet-doorvallende fracties; - een transportsysteem voorzien voor het opnemen van de doorvallende fractie van de zeefinrichting en het doorvoeren ervan; - een magneetsysteem geschikt voor het scheiden van de doorvallende fractie in een ferro en een non-ferro materiaalstroom, waarbij de zeefinrichting voorzien is van evenwijdige rotatieassen die in een hoek tussen 0° en 30° ten opzichte van een grondvlak geplaatst zijn, waarbij de rotatieassen van de zeefinrichting onder deze hoek geschikt zijn voor het zijdelings afvoeren van de niet-doorvallende fracties naar een transportsysteem en/of container en waarbij de hoek van de rotatieassen met het grondvlak variabel verstelbaar is.
  2. 2. Inrichting voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen volgens conclusies 1, met het kenmerk, dat de rotatieassen voorzien zijn van schoepen.
  3. 3. Inrichting voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen volgens conclusies 1 tot en met 2, met het kenmerk, dat de zeefinrichting tussen 5 en 15 rotatieassen omvat.
  4. 4. Inrichting voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen volgens conclusies 1 tot en met 3, met het kenmerk, dat de zeefinrichting tussen 1m en 5m lang is en tussen 1m en 5m breed is.
  5. 5. Inrichting voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen volgens conclusies 1 tot en met 4, met het kenmerk, dat de inrichting voorzien is van een ontstoffingsinrichting.
  6. 6. Inrichting voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen volgens conclusies 1 tot en met 5, met het kenmerk, dat de rotatieassen geplaatst zijn op een onderlinge afstand tussen ongeveer 30 en 500 mm.
  7. 7. Inrichting voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen volgens conclusies 1 tot en met 6, met het kenmerk, dat het transportsysteem voor het aanvoeren van ferro en non-ferro materialen loodrecht staat op de rotatieassen van de zeefinrichting.
  8. 8. Werkwijze voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen in meerdere fracties verkregen uit een versnipperaar, omvattende de stappen: - het aanleveren van ferro en non-ferro materialen; - het scheiden van de materialen in een stroom doorvallende en een niet-doorvallende fracties middels een zeefinrichting voorzien van rotatieassen; - het scheiden van de doorvallende fractie in een ferro en non-ferro materiaalstroom middels een magneetsysteem; met het kenmerk, dat de rotatieassen van de zeefinrichting in een verstelbare hoek tussen 0° en 30° ten opzichte van een grondvlak geplaatst zijn.
  9. 9. Werkwijze voor het scheiden van ferro en non-ferro materialen volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat de ferro en non-ferro materialen loodrecht op de rotatieassen worden aangeleverd.
  10. 10.Inrichting voor het opsplitsen van non-ferro materialen in verschillende fracties, omvattende: - Een constructie omvattende verschillende verdiepingen ten opzichte van een grondvlak; - een transportmiddel geschikt voor het brengen van de non-ferro materialen naar een hoger gelegen punt ten opzichte van het grondvlak; - een scheidingsmiddel, geschikt voor het scheiden van de non-ferro materialen afhankelijk van een grootte; - meerdere intermediaire containers, geschikt voor de intermediaire opslag van materialen; - opslagmiddelen, geschikt voor het opvangen van materiaal, met het kenmerk, dat de inrichting een rolbrug omvat, die voorzien is van middelen voor het opvangen van materialen uit de intermediaire containers en voorzien is van middelen voor het afleveren van de materialen in één of meerdere containers.
  11. 11. Inrichting voor het opsplitsen van non-ferro materialen volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de inrichting voorzien is van een beheersysteem omvattende een GPRS systeem.
  12. 12. Inrichting voor het opsplitsen van non-ferro materialen volgens conclusies 10 tot en met 11, met het kenmerk, dat de rolbrug, intermediaire containers en/of containers sensoren en/of weegsystemen omvatten.
  13. 13. Inrichting voor het opsplitsen van non-ferro materialen volgens conclusies 10 tot en met 12, met het kenmerk, dat de inrichting voorzien is van een Neodymium magneet.
  14. 14. Inrichtingen volgens conclusies 1 tot en met 7 en/of conclusies 10 tot en met 13, met het kenmerk dat de inrichtingen ingekapseld zijn.
  15. 15. Werkwijze voor het scheiden en opsplitsen van non-ferro materialen in meerdere fracties, omvattende de stappen van: - het aanleveren en het transporteren van non-ferro materiaal naar een hoger gelegen punt ten opzichte van een grondvlak; - het scheiden van het non-ferro materiaal in meerdere materiaalstromen van verschillende fracties; - het afleveren van de fracties in één of meerdere containers, met het kenmerk, dat voor het afleveren een fractie in een reservoir van een rolbrug wordt gestort, waarbij de rolbrug de fractie verplaatst naar één van de containers.
  16. 16. Werkwijze voor het scheiden en opsplitsen van non-ferro materialen in meerdere fracties volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat de rolbrug, de intermediaire containers en/of de containers voorzien zijn van sensoren die de opgeladen fracties wegen.
  17. 17. Werkwijze voor het scheiden en opsplitsen van non-ferro materialen in meerdere fracties volgens conclusies 15 tot en met 16, met het kenmerk, dat het roestvrij staal uit de tweede fractie afgezonderd wordt middels een magneet.
  18. 18. Werkwijze voor het scheiden en opsplitsen van non-ferro materialen in meerdere fracties volgens conclusies 15 tot en met 17, met het kenmerk, dat er tussen 5 en 20 verschillende fracties worden gesorteerd.
  19. 19. Werkwijze voor het scheiden en opsplitsen van non-ferro materialen in meerdere fracties volgens conclusies 15 tot en met 18, met het kenmerk, dat de rolbrug voor het verplaatsen van een fractie naar een container onderaan voorzien is van een schaalvormig afsluitingsmiddel, voorzien van middelen om open en dicht te schuiven.
BE2016/5200A 2016-03-21 2016-03-21 Inrichtingen en werkwijzen voor het scheiden en opsplitsen van ferro en non-ferro materiaal verkregen uit een versnipperaar BE1023502B1 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2016/5200A BE1023502B1 (nl) 2016-03-21 2016-03-21 Inrichtingen en werkwijzen voor het scheiden en opsplitsen van ferro en non-ferro materiaal verkregen uit een versnipperaar

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2016/5200A BE1023502B1 (nl) 2016-03-21 2016-03-21 Inrichtingen en werkwijzen voor het scheiden en opsplitsen van ferro en non-ferro materiaal verkregen uit een versnipperaar

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1023502B1 true BE1023502B1 (nl) 2017-04-10

Family

ID=55802116

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE2016/5200A BE1023502B1 (nl) 2016-03-21 2016-03-21 Inrichtingen en werkwijzen voor het scheiden en opsplitsen van ferro en non-ferro materiaal verkregen uit een versnipperaar

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE1023502B1 (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO2023151836A1 (de) * 2022-02-11 2023-08-17 Doppstadt Beteiligungs Gmbh Vorrichtung zum trennen von aufgabegut

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
BE881831A (fr) * 1980-02-21 1980-08-21 Promotion Ind Off De Procede et appareil pour le classement d'objets
GB2239156A (en) * 1989-12-19 1991-06-26 Reekie Mfg Ltd Separating device for root crop harvesters
US5101977A (en) * 1990-08-23 1992-04-07 Roman Walter C Solid waste sorting system
FR2776212A1 (fr) * 1998-03-19 1999-09-24 Sovima Table de tri et de calibrage de fruits, notamment de prunes

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
BE881831A (fr) * 1980-02-21 1980-08-21 Promotion Ind Off De Procede et appareil pour le classement d'objets
GB2239156A (en) * 1989-12-19 1991-06-26 Reekie Mfg Ltd Separating device for root crop harvesters
US5101977A (en) * 1990-08-23 1992-04-07 Roman Walter C Solid waste sorting system
FR2776212A1 (fr) * 1998-03-19 1999-09-24 Sovima Table de tri et de calibrage de fruits, notamment de prunes

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO2023151836A1 (de) * 2022-02-11 2023-08-17 Doppstadt Beteiligungs Gmbh Vorrichtung zum trennen von aufgabegut

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5333797A (en) Commingled recyclables recovery and recycling process and related apparatuses
US5465847A (en) Refuse material recovery system
US7341156B2 (en) Systems and methods for sorting, collecting data pertaining to and certifying recyclables at a material recovery facility
US8127933B2 (en) Systems and methods for sorting recyclables at a material recovery facility
US5101977A (en) Solid waste sorting system
RU2189865C2 (ru) Способ первичной переработки смешанных отходов и перерабатывающая установка
JP3450102B2 (ja) 乾式ガラス製品破砕粒度別選別収集方法及び装置
CA2066964A1 (en) Commingled waste separation apparatus and methods
US4187775A (en) Method of and device for treating heterogeneous waste
CN110626814B (zh) 一种尾矿处理系统
US6199702B1 (en) Method and apparatus for collecting and removing recyclable containers from a redemption center for transport to a separating facility and separating the containers and their components
BE1023502B1 (nl) Inrichtingen en werkwijzen voor het scheiden en opsplitsen van ferro en non-ferro materiaal verkregen uit een versnipperaar
US3081954A (en) Method and apparatus for recovering reusable metallics from steel making slag and refuse
US5888027A (en) Method of collecting recyclable containers from a redemption center for separating at a separating facility
US7188730B2 (en) Separation system for single stream compressed recyclables
US5022982A (en) Rotary drum solid waste air classifier
US6290153B1 (en) Glass bottle decasing and recovery
JP3362945B2 (ja) 廃棄物処理装置
US5219064A (en) Method for preventing spillage from conveyors
US11833525B2 (en) Method and apparatus for separating feed material
BE1030119B1 (nl) Compacte installatie en werkwijze voor het verhogen van de kwaliteit van recuperatiematerialen
NL1023923C2 (nl) Mobiele ontijzeringseenheid met magneettrommel inclusief laadstation met voeder.
JP2001038298A (ja) 塵芥混合物を分別するための方法及び装置
CN217314540U (zh) 一种垃圾分选撬装式筛分装置
JPH06345203A (ja) リサイクル型塵芥中継基地の処理方法