<Desc/Clms Page number 1>
DRAADVERSTERKING VOOR VROUWENKLEDIJ Domein van de uitvinding.
De uitvinding heeft betrekking op een draadversterking voor kledingstukken van vrouwen die de borsten moeten ondersteunen, zoals bustehouders, badpakken, sportpakken, eendelige pakken...
De draadversterking heeft gewoonlijk de vorm van een U-vormige beugel.
Aan een dergelijke draadversterking worden volgende eisen gesteld.
De draadversterking moet ten eerste, om een voldoende verstevigingseffect te hebben, een zekere stijfheid vertonen in het vlak van de beugel.
Ten tweede moet de draadversterking voldoende soepel zijn om de bewegingen van het lichaam van draagster niet te hinderen en gemakkelijk te kunnen volgen.
Ten derde moet een draadversterking comfortabel aanvoelen voor een draagster.
Stand van de techniek.
Volgens de stand van de techniek zijn reeds een aantal draadversterkingen bekend.
Een eerste draadversterking heeft een ronde dwarsdoorsnede. Om aan de eerste eis van voldoende versteviging te voldoen moet de diameter van het draad echter dermate groot zijn dat aan de tweede eis van soepelheid niet meer kan voldaan worden. Omgekeerd, probeert men de diameter te verkleinen om de vereiste soepelheid te bekomen, dan mist de draadversterking de nodige versteviging.
Om daaraan te verhelpen zijn er draadversterkingen met een wezenlijk rechthoekige of platte dwarsdoorsnede op de markt
<Desc/Clms Page number 2>
gekomen. Dergelijke draden brengen een voldoende versteviging in de richting van de lange as van de dwarsdoorsnede en zijn tegelijkertijd soepel in de richting van de korte as van de dwarsdoorsnede. Rechthoekige draden met dwarsdoorsnedes die hoeken van 90 vertonen zijn zeker te vermijden omwille van het oncomfort. Maar zelfs platte draden met hun afgeronde natuurwalskanten voelen niet altijd comfortabel aan.
Dit laatste nadeel is verholpen geworden door draadversterkingen met een elliptische of ovalen dwarsdoorsnede. Deze vertonen nergens scherpe of rechte hoeken en voldoen derhalve aan de derde eis van gevoelen van comfort. De versterking in de richting van de lange as is voldoende maar de soepelheid in de richting loodrecht hierop laat soms de wensen over.
Andere bestaande draadversterkingen vertonen een dwarsdoorsnede met aan een zijde steeds een bolle zijde omwille van de derde eis van comfortabel aanvoelen. De andere zijde is vlak of hol. De stijfheid in de richting van de lange as is hier echter onvoldoende. Een ander nadeel is dat dit profiel niet symmetrisch is en dat er derhalve twee verschillende beugels, een linkse en een rechtse, nodig zijn.
Samenvattinq van de uitvinding.
De uitvinding stelt zich tot doel de nadelen van de stand van de techniek te vermijden en te voorzien 1n een draadversterking die voldoende stevigheid heeft in het vlak van de beugel, een voldoende soepelheid vertoont en tevens voldoet aan de eisen van een comfortabel aanvoelen.
Volgens een eerste aspect van de uitvinding is er voorzien in een draadversterking voor kledingstukken van vrouwen die de borsten moeten ondersteunen. De draadversterking vertoont een langwerpige dwarsdoorsnede met een 1 ange as en een korte as loodrecht op de lange as. De lange as heeft een bepaalde lengte
<Desc/Clms Page number 3>
en de korte as heeft een middendikte die kleiner is dan de helft van de lengte van de lange as. De dwarsdoorsnede heeft een profiel dat op een I-vorm lijkt : Het linkeruiteinde volgens de lange as heeft een linkerdikte en het rechteruiteinde volgens de lange as heeft een rechterdikte. Zowel de linkerdikte als de rechterdikte zijn wezenlijk groter dan de middendikte.
De termen'lange as'en'korte as'duiden er niet noodzakelijk op dat de dwarsdoorsnede symmetrisch is ten opzichte van deze assen. Een profiel dat symmetrisch is ten opzichte van de lange as en de korte as is weliswaar te verkiezen omdat er dan slechts zen soort beugel moet worden gemaakt voor zowel de linkerborst als de rechterborst, maar een asymmetrisch profiel is echter eveneens mogelijk.
Een dergelijke draadversterking verliest nauwelijks aan stijfheid in de richting van de lange as ten opzichte van een draadversterking met een rechthoekige doorsnede met dezelfde lengte van de lange as. Een dergelijke draadversterking is zelfs stijver in de richting van de lange as dan een draadversterking met een rechthoekige dwarsdoorsnede met een zelfde oppervlakte.
In de richting van de korte as, dit is loodrecht op de lange as, is de soepelheid aanzienlijk toegenomen ten opzichte van een gelijkaardige draadversterking met een rechthoekige doorsnede omwille van de kleinere middendikte.
Torsiebelastingen voelen eveneens minder weerstand omwille van deze kleinere middendikte.
De lengte van de lange as van de dwarsdoorsnede ligt gewoonlijk tussen 1. 5 en 4. 0 mm. De middendikte ligt gewoonlijk tussen 0. 25 en 1. 0 mm, bij voorbeeld tussen 0. 40 en 0. 60 mm.
<Desc/Clms Page number 4>
Zowel de verhouding middendikte op rechterdikte als de verhouding middendikte op linkerdikte liggen bij voorkeur tussen 0. 6 en 0. 8. De maximum grens is gesteld op 0. 8, anders is er geen voldoende verschil met een rechthoekig profiel. De minimum grens van 0. 6 wordt bepaald door redenen van een economische fabricagewerkwijze. Lagere grenzen zijn mogelijk, maar zijn duurder om te bekomen.
Bij voorkeur is de draadversterking afgerond zodanig dat de dwarsdoorsnede nergens scherpe hoeken vertoont en er een comfortabel aanvoelen ontstaat en een draagster geen hinder ondervindt. Een dergelijke afgeronde doorsnede wordt in wat volgt een'afgerond I-profiel'genoemd.
Gewoonlijk is de draadversterking in langsrichting plastisch vervormd tot een U-vorm gelegen in een vlak. De lange as van de dwarsdoorsnede ligt in het vlak van de U-vorm.
Volgens een tweede en ruimer aspect van de huidige uitvinding is er voorzien in een draadversterking voor kledingstukken van vrouwen die de borsten moeten ondersteunen. De draadversterking vertoont een langwerpige dwarsdoorsnede met een lange as en een korte as loodrecht op de lange as. De dwarsdoorsnede heeft een lengte D die gelijk is aan de lengte van de lange as en heeft een maximale dikte d loodrecht op de lange as. De verhouding van het weerstandsmoment tegen buiging om de korte as op het weerstandsmoment tegen buiging om de lange as zijnde wezenlijk groter dan 01/d.
Ter vergelijking heeft een draadversterking met een rechthoekige dwarsdoorsnede die een lange zijde heeft met een lengte D, en een korte zijde met een lengte d, volgende waarden : - weerstandsmoment tegen buiging om de korte as : 012 x d/6
<Desc/Clms Page number 5>
- weerstandsmoment tegen buiging om de lange as :
D, x d2/6 Zodanig dat de verhouding van het weerstandsmoment tegen buiging om de korte as op het weerstandsmoment tegen buiging om de lange as bij een rechthoekige dwarsdoorsnede juist gelijk is aan D,/d.
Volgens een derde en ruim aspect van de uitvinding is er voorzien in een draadversterking voor kledingstukken van vrouwen die de borsten moeten ondersteunen. De draadversterking vertoont een langwerpige dwarsdoorsnede met een lange as en een korte as loodrecht op de lange as. De draadversterking heeft in de richting van de lange as een eerste stijfheidsfactor Cl en in de richting van de korte as een tweede stijfheidsfactor C2.
De verhouding eerste stijfheidsfactor op tweede stijfheidsfactor Cl/C2 is wezenlijk groter dan 10, bij voorkeur groter dan 12, en liefst van al groter dan 15.
Volgens een vierde aspect van de uitvinding is er tenslotte voorzien in een kledingstuk voor vrouwen dat een draadversterking volgens de eerste aspecten van de uitvinding omvat.
Korte beschn. ivinq van de tekeningen.
De uitvinding zal nu nader uitgelegd worden met verwijzing naar de bijgaande tekeningen waarbij :
FIGUREN 1 en 2 schematisch tonen waar een draadverster- king volgens de uitvinding gewoonlijk ingebouwd wordt in een kledingstuk ;
FIGUUR 3 een dwarsdoorsnede toont van een draadverster- king volgens de uitvinding ;
FIGUREN 4,5, 6 en 7 dwarsdoorsnedes vertonen van draad- versterkingen volgens de stand van de techniek.
<Desc/Clms Page number 6>
Gedetailleerde beschriivinq van een voorkeursuitvoerinq.
Kledingstukken die de borsten van vrouwen moeten ondersteunen omvatten gewoonlijk twee beugelvormige draadversterkingen 10 en 12 die ongeveer een U-vorm hebben, zoals getoond op FIGUUR l. Deze U-vorm is meestal niet symmetrisch. De linkerbeugel 10 verschilt van de rechterbeugel 12 met als gevolg dat als de draadversterking geen symmetrische dwarsdoorsnede heeft er daadwerkelijk twee verschillende beugels moeten worden gemaakt. Is de dwarsdoorsnede wel symmetrisch dan volstaat het in de meeste gevallen de linkerbeugel 10 te draaien om een rechterbeugel te bekomen en omgekeerd.
De draadversterkingen 10 en 12 hebben een'afgerond I-profiel' 18 over de lengte van de draadversterking, behalve misschien op de uiteinden van de beugel waar een verbinding kan worden gemaakt met het kledingstuk of met eventueel een overbrugging die naar de andere beugel gaat.
FIGUREN 1 en 2 tonen de plaats waar de draadversterking zich gewoonlijk bevindt, namelijk tegen het lichaam onderaan de borsten. De lange as van het afgeronde I-profiel bevindt zich nagenoeg evenwijdig met het lichaam van draagster, zodanig dat in een richting loodrecht erop een verhoogde soepelheid wordt bekomen. Ook ten opzichte van torsies biedt een afgerond 1profiel weinig weerstand en is derhalve erg soepel.
Dit heeft als gevolg dat een afgerond I-profiel gemakkelijk alle bewegingen van draagster kan volgen. Dit heeft eveneens als gevolg dat er weinig kans is dat een beugel met een afgerond I-profiel als dwarsdoorsnede in het kledingstuk door zijn textielen omhulsel priemt na verloop van tijd.
FIGUUR 3 vertoont een vergrote dwarsdoorsnede 18 van een afgerond I-profiel van een draadversterking volgens de uitvinding.
<Desc/Clms Page number 7>
De lengte 01 van de grote as 19 is gelijk aan 2. 10 mm, de rechterdikte D, is gelijk aan 0. 61 mm, de linkerdikte Dais gelijk aan 0. 62 mm en de middendikte D langs de korte as 20 is gelijk aan 0. 45 mm. Het profiel kan in het midden een vlak gedeelte vertonen waar de dikte over een aantal tienden van een mm gelijk blijft aan de minimum dikte van 0. 45 mm.
De oppervlakte S van de dwarsdoorsnede is gelijk aan 1. 094 mm2.
Mogelijke afmetingen van andere dwarsdoorsnedes van draadversterkingen volgens de uitvinding zijn als volgt (waarbij wordt aangenomen dat D ;, = D/) :
EMI7.1
D, x D x D, = x 0. x 0.
2. x 0. x 0.
2. x 0. x 0.
2. x 0. x 0.
3. x 0. x 0.
Meer algemeen varieert de lengte D, van 1. mm tot 4. mm, de
2. 0linker- en rechterdiktes D, van 0. 40 tot 1. 30 mm en de middendikte D van 0. 25 tot 1. 0 mm.
Een draadversterking met afgerond. I-profiel kan uit verschillende soorten materialen worden gemaakt, bijvoorbeeld uit kunststof, een geschikt composietmateriaal, of uit staal.
Een stalen draadversterking met een afgerond I-profiel kan als volgt worden gemaakt : Een staaldraad met een koolstofgehalte van 0. 75 gewichtsprocent wordt getrokken tot een diameter liggend tussen 1. 15 en 1. 45 mm. Daarna wordt de nog steeds ronde staaldraad door een aantal walspassen gestuurd, waarvan de laatste walspassen profielwalsen zijn die aan het staaldraad het gewenste, afgeronde I-profiel geven.
<Desc/Clms Page number 8>
De breukkracht van de bekomen profieldraad Fm die is voorgesteld op FIGUUR 3, is gelijk aan 2 030 Newton en de treksterkte Rm is gelijk aan l 856 MPa (1 MPa = 1 MegaPascal = 1 Newtonjmm2).
Meer algemeen kan het koolstofgehalte van het staaldraad varieren tussen 0. 25 % en 0. 85 %.
Meer algemeen kan de treksterkte Rm varieren van 1300 MPa over 1500 MPa en 1700 MPa tot 1900 MPa en zelfs tot 2300 MPa, afhankelijk van de gebruikte fabricagewerkwijze en van de staalsamenstelling.
De aldus bekomen profieldraad kan dan nog bedekt worden met een metallieke deklaag zoals zink- of een zinklegering en/of bedekt worden met een deklaag uit kunststof zoals nylon, PET, PVC...
In geval van verzinken kan het verzinken zowel electrolytisch gebeuren, als via een vuurverzinkingsproc d .
FIGUUR 4 toont een bekende draadversterking volgens de stand van de techniek met een cirkelvormige dwarsdoorsnede 22. De diameter D, bedraagt 1. 48 mm.
FIGUUR 5 toont een bekende draadversterking volgens de stand van de techniek met een platte dwarsdoorsnede 23. De lengte D, bedraagt 1. 90 mm en de dikte D bedraagt 0. 58 mm.
FIGUUR 6 toont een andere bekende draadversterking volgens de stand van de techniek met een'boonvormige'dwarsdoorsnede 24 die een bolle zijde en een holle zijde heeft. De afmetingen D x D x D1 zijn 1. 70 x 0. 62 x 0. 55 (alles in mm).
Tenslotte toont FIGUUR 7 nog een andere bekende draadversterking volgens de stand van de techniek, nu met een ovalen dwarsdoorsnede. De afmetingen D, x D zijn 1. 8 x 0. 91 mm.
<Desc/Clms Page number 9>
In een test is een draadversterking volgens de uitvinding, n1. deze getoond in FIGUUR 3, vergeleken met de bekende draadversterkingen die respectievelijk in FIGUREN 4,5, 6 en 7 zijn getoond.
De stijfheid in de richting van de lange as 19, de stijfheid in de richting van de korte as 20 en het torsiemoment in de richting van het pijltje 21 op FIGUUR 3 zijn voor de vijf draadversterkingen gemeten.
De stijfheid is gemeten met een klassieke driepuntsbuigproef. De afstand tussen de twee oplegpunten bedroeg 20 mm. De druksnelheid was 10 mm/min. De kromtestraal van het drukpunt was 2. 5 mm. De kromtestraal van de oplegpunten bij het meten van de stijfheid in de richting van de lange as bedroeg 1 mm, terwijl bij het meten van de stijfheid van in de richting van de korte as de oplegpunten rechthoekig waren.
De torsieproef voor het bepalen van het torsiemoment is uitgevoerd op een draadmonster met een lengte van 30 mm. De torsiesnelheid bedroeg 1 toer/min. Het vermelde torsiemoment is het torsiemoment genomen bij een hoekverdraaiing van 100 .
De tabel hieronder toont de gevonden waarden :
<Desc/Clms Page number 10>
EMI10.1
m oc
EMI10.2
<tb>
<tb> ig <SEP> 4 <SEP> 5 <SEP> 6 <SEP> 7
<tb> 250. <SEP> 5 <SEP> 233.5 <SEP> 205.0 <SEP> 261.0
<tb> 250.5 <SEP> 33.4 <SEP> 29.6 <SEP> 170.6
<tb> 1 <SEP> 7 <SEP> 6. <SEP> 9 <SEP> 1.5
<tb> 642 <SEP> * <SEP> 260 <SEP> 227 <SEP> 501
<tb> 2512 <SEP> 1000 <SEP> 870 <SEP> 1922
<tb> c
<tb> Draadversterking <SEP> Uitvindi
<tb> volgens <SEP> Figuur <SEP> 3
<tb> stijfheidsfactor <SEP> C1 <SEP> 374. <SEP> 5
<tb> richting <SEP> lange <SEP> as
<tb> (N/mm)
<tb> stijfheidsfactor <SEP> C2
<tb> 24. <SEP> 8
<tb> richting <SEP> korte <SEP> as
<tb> (N/mm)
<tb> C1/C2 <SEP> 15.
<SEP> 1
<tb> torsiemoment <SEP> 185
<tb> (Nmm)
<tb> maximale <SEP> spanning <SEP> 712
<tb> (NPa)
<tb>
<Desc/Clms Page number 11>
In de richting van de lange as biedt het afgeronde I-profiel volgens de uitvinding de grootste weerstand tegen buiging. In de richting van de korte as biedt het afgeronde I-profiel de minste weerstand tegen buiging.
In de torsieproef trad bij het ronde draad met cirkelvormige dwarsdoorsnede (FIGUUR 4) delaminatie op (*). Dit betekent dat zonder deze delaminatie het torsiemoment en de maximale spanning nog hoger hadden kunnen liggen.
Het afgeronde I-profiel biedt het minste weerstand tegen torsie en vertoont tijdens torsiebelastingen inwendige spanningen die duidelijk lager liggen dan de inwendige spanningen bij de andere dwarsdoorsnedes.