NL9301215A - Werkwijze en inrichting voor het onder druk op relatief grote diepte inbrengen in de grond van een medium, zoals lucht, respectievelijk het onttrekken van een medium aan de grond. - Google Patents

Werkwijze en inrichting voor het onder druk op relatief grote diepte inbrengen in de grond van een medium, zoals lucht, respectievelijk het onttrekken van een medium aan de grond. Download PDF

Info

Publication number
NL9301215A
NL9301215A NL9301215A NL9301215A NL9301215A NL 9301215 A NL9301215 A NL 9301215A NL 9301215 A NL9301215 A NL 9301215A NL 9301215 A NL9301215 A NL 9301215A NL 9301215 A NL9301215 A NL 9301215A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
ground
medium
hose
characterized
tube
Prior art date
Application number
NL9301215A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Pieter De Smit
P A Postbus 85096
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Pieter De Smit, P A Postbus 85096 filed Critical Pieter De Smit
Priority to NL9301215 priority Critical
Priority to NL9301215A priority patent/NL9301215A/nl
Publication of NL9301215A publication Critical patent/NL9301215A/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01BSOIL WORKING IN AGRICULTURE OR FORESTRY; PARTS, DETAILS, OR ACCESSORIES OF AGRICULTURAL MACHINES OR IMPLEMENTS, IN GENERAL
    • A01B79/00Methods for working soil
    • A01B79/02Methods for working soil combined with other agricultural processing, e.g. fertilising, planting
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B09DISPOSAL OF SOLID WASTE; RECLAMATION OF CONTAMINATED SOIL
    • B09CRECLAMATION OF CONTAMINATED SOIL
    • B09C1/00Reclamation of contaminated soil
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B09DISPOSAL OF SOLID WASTE; RECLAMATION OF CONTAMINATED SOIL
    • B09CRECLAMATION OF CONTAMINATED SOIL
    • B09C1/00Reclamation of contaminated soil
    • B09C1/005Extraction of vapours or gases using vacuum or venting
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B09DISPOSAL OF SOLID WASTE; RECLAMATION OF CONTAMINATED SOIL
    • B09CRECLAMATION OF CONTAMINATED SOIL
    • B09C1/00Reclamation of contaminated soil
    • B09C1/10Reclamation of contaminated soil microbiologically, biologically or by using enzymes
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02DFOUNDATIONS; EXCAVATIONS; EMBANKMENTS; UNDERGROUND OR UNDERWATER STRUCTURES
    • E02D3/00Improving or preserving soil or rock, e.g. preserving permafrost soil
    • E02D3/12Consolidating by placing solidifying or pore-filling substances in the soil
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E21EARTH DRILLING; MINING
    • E21BEARTH DRILLING, e.g. DEEP DRILLING; OBTAINING OIL, GAS, WATER, SOLUBLE OR MELTABLE MATERIALS OR A SLURRY OF MINERALS FROM WELLS
    • E21B43/00Methods or apparatus for obtaining oil, gas, water, soluble or meltable materials or a slurry of minerals from wells
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E21EARTH DRILLING; MINING
    • E21BEARTH DRILLING, e.g. DEEP DRILLING; OBTAINING OIL, GAS, WATER, SOLUBLE OR MELTABLE MATERIALS OR A SLURRY OF MINERALS FROM WELLS
    • E21B7/00Special methods or apparatus for drilling
    • E21B7/20Driving or forcing casings or pipes into boreholes, e.g. sinking; Simultaneously drilling and casing boreholes
    • E21B7/205Driving or forcing casings or pipes into boreholes, e.g. sinking; Simultaneously drilling and casing boreholes without earth removal
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B09DISPOSAL OF SOLID WASTE; RECLAMATION OF CONTAMINATED SOIL
    • B09CRECLAMATION OF CONTAMINATED SOIL
    • B09C2101/00In situ

Description

Werkwijze en inrichting voor het onder druk op relatief grote diepte inbrengen in de grond van een medium, zoals lucht, respectievelijk het onttrekken van een medium aan de grond.

De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het onder druk en op relatief grote diepte inbrengen in de grond van een op zichzelf niet aan een vorm gebonden medium, respectievelijk het aan de grond onttrekken van een dergelijk medium. Hij wordt in het bijzonder gebruikt voor het afbreken van in de grond aanwezige verontreinigingen.

Een bekende methode hiervoor is de biologische methode: de verontreinigingen worden biologisch afgebroken met behulp van micro-organis-men. De als zodanig werkzame micro-organismen zijn in het algemeen alleen aktief, wanneer ter plaatse nutriënten voor de micro-organismen aanwezig zijn, en in bepaalde gevallen - bijvoorbeeld bij aërobe afbraak - ook lucht. In het bijzonder op grote diepte, dat wil zeggen op een diepte van meer dan 5 meter, bijvoorbeeld op een diepte van 30 meter of meer onder het aardoppervlak geeft dit problemen en bestaat er dan de behoefte om ter plaatse die nutriënten en/of lucht en/of de micro-organismen zelf in de grond te brengen. In het algemeen moeten voor het realiseren van de genoemde afbraak de omstandigheden qua aanwezige micro-organismen en nutriënten en/of zuurstof optimaal zijn. Dat inbrengen moet dan gebeuren door onder druk de betreffende media op een zodanig grote diepte in de grond te spuiten, dat ze op de gewenste diepte aktief zijn. Dat levert echter problemen op: men kan denken aan een voorziening, waarbij een schachtvormig gat in het aardoppervlak wordt gemaakt, waarin dan via een slang of buis het medium, respectievelijk de media, naar beneden wordt, respectievelijk worden geperst, zodat die via het onder-uiteinde van die slang of buis op de gewenste diepte in de grond kan, respectievelijk kunnen worden gebracht; om een goede toevoer en/of beluchting over een groot grondoppervlak te kunnen realiseren, zullen dergelijke voorzieningen dan op enige afstand van elkaar aanwezig moeten zijn. Op hoe grotere diepte een medium in de grond wordt gebracht, hoe groter het oppervlak is dat wordt bestreken, zij het dat naarmate de afstand tot het punt van inbreng groter is, het effect van een ingebracht medium sterk afneemt. Het inbrengen op grote diepte is dus van voordeel met het oog op het aantal voorzieningen, nodig voor de bewerking van een bepaald oppervlak.

Een methode om dergelijke slangen of buizen tot op de gewenste grote diepte de grond in te brengen, is echter niet voorhanden. Wanneer gewerkt zou worden met een tevoren geboord schachtvormig gat, zoals hiervoor aangeduid, zullen de wanden van een dergelijk relatief nauw gat, waarin de slang of buis dan moet worden ingebracht, na te zijn geboord, gemakkelijk geheel of gedeeltelijk inzakken, zodat het gat onbruikbaar wordt.

Verder zal het inbrengen van een slang in een dergelijk gat op grote moeilijkheden stuiten: de slang zal, alvorens tot beneden in het gat te zijn ingedaald, gemakkelijk onderweg ergens blijven steken. Wanneer om die moeilijkheden te overwinnen een gat zou worden gemaakt met een veel grotere diameter dan die van de slang of buis, is het echter niet mogelijk een in de slang geperst medium aan het uiteinde van de slang onder druk in de grond te spuiten: het zal door de ruimte tussen het buitenoppervlak van de slang en de gatwand naar boven ontsnappen. Ook wanneer een medium aan de grond moet worden onttrokken, zal deze methode door 'lek' langs de slang of buis, niet werken.

De uitvinding verschaft nu een werkwijze, waarmee op relatief eenvoudige wijze het hiervoor aangegeven doel toch kan worden bereikt.

De werkwijze volgens de uitvinding vertoont daartoe het kenmerk dat een langwerpig lichaam, tesamen met een slang of buis voor het transport van het medium, die aan zijn ene, onder-uiteinde samenwerkt met, of is voorzien van middelen om in gebruik het medium met kracht in de grond te brengen, respectievelijk daaraan te onttrekken, de grond wordt ingedreven, waarna aan het andere, boven-uiteinde van de slang of buis, onder druk het medium daarin wordt gebracht, respectievelijk daar een onderdruk wordt gerealiseerd.

In plaats van vooraf een schacht te maken, wordt dus een slang of buis samen met een langwerpig lichaam de aarde ingedreven. Van een ruimte waardoorheen het ingebrachte medium naar boven kan ontsnappen respectievelijk waardoor het aanbrengen van een onderdruk wordt gefrustreerd, is dan geen sprake meer.

Het betreffende langwerpige deel, bij voorkeur cilindervormig, maar het kan ook een andere dan een cirkelvormige doorsnede hebben, wordt dan de grond in 'gehamerd' en het moet dus tegen de betreffende, daarbij optredende krachten bestand zijn. Daartoe is het bij voorkeur een massieve staaf. Het 'hameren' kan op diverse manieren worden gerealiseerd, bijvoorbeeld pneumatisch of met behulp van een elektro-, een benzine- of een dieselmotor.

Wanneer de werkwijze volgens de uitvinding wordt gebruikt voor het biologisch afbreken van verontreinigingen in de grond door micro-orga-nismen, die om aktief te zijn nutriënten en/of lucht behoeven, zal dus door de slang of buis het vereiste medium, respectievelijk de media de grond in worden geperst. Vaak zullen, om de populatie van de micro-organismen op peil te brengen respectievelijk op peil te houden, tevens, althans gedurende enige tijd, ook de micro-organismen zelf worden meegevoerd.

Het in de grond drijven van het bedoelde langwerpige lichaam geeft op zichzelf ook weer problemen als gevolg van de lengte van het lichaam. Die worden in een voorkeursuitvoering van de werkwijze volgens de uitvinding opgelost door niet een langwerpig lichaam 'uit één stuk' te gebruiken, maar door te werken met in de lengterichting van het lichaam met elkaar samenwerkende, op elkaar aansluitende delen, die achtereenvolgens de grond ingedreven worden. In het bijzonder wanneer de bedoelde delen niet langer zijn dan circa manshoog, wordt het inbrengen van het lichaam aanzienlijk gemakkelijker.

De uitvinding omvat ook een inrichting en uitvoeringsvormen daarvan waarmee de werkwijze volgens de uitvinding kan worden gerealiseerd.

Die inrichting vertoont het kenmerk dat hij bestaat uit een bij voorkeur aan zijn uiteinde toegespitst langwerpig lichaam met daaraan, althans aan het uiteinde daarvan, een met zijn uiteinde vast verbonden slang of buis, uitmondend in een ruimte, van waaruit het medium daar rondomheen in de grond wordt gespoten, respectievelijk daarin een in de grond aanwezig medium wordt opgezogen.

De toespitsing aan het uiteinde van het lichaam, dat wil zeggen: het uiteinde waarmee het de grond in wordt gedreven, dient ertoe om het indrijfproces te vergemakkelijken.

Bij voorkeur is het lichaam een massieve staaf en loopt de slang of buis terzijde van, dus langs de staaf en mondt dan uit in een buis-deel, dat zich vanaf de onderkant van de staaf over een zekere hoogte uitstrekt buiten langs de staaf. Het onderste deel van het buisdeel vertoont perforaties, waardoorheen het medium de grond in spuit, respectievelijk uit de grond wordt opgezogen; het bovenste deel waardoorheen de beluchtingsslang naar beneden loopt, dient ter bescherming van de slang.

Een massieve staaf zal in het bijzonder goed bestand zijn tegen het 'hameren' waarmee het lichaam de grond wordt ingedreven.

Bij het de grond indrijven van de staaf, zal de aanwezigheid van dat buisvormige deel ervoor zorgen, dat een 'daarachter' volgend, niet door het buisdeel omvatte slang, tijdens het indrijven, niet zal worden platgedrukt tussen de staafwand en de daaraan grenzende grond.

De bevestiging van de slang in het buisdeel wordt bijvoorbeeld en bij voorkeur gerealiseerd via in hoofdzaak ringvormige inkepingen in de buiswand, zodat de slang daarmee als het ware in het buisvormige deel wordt vastgegrepen.

Ook is het mogelijk de slang binnen in het langwerpige lichaam te laten lopen, mits dan gewaarborgd is, dat het lichaam toch bestand is tegen de krachten die erop werken, wanneer het de grond ingedreven wordt. Dat betekent, dat het lichaam een relatief dikwandige pijp moet zijn. De slang of buis is dan zó in de pijp gesitueerd, dat aan het (onder)einde ervan het medium rondom in de grond kan worden gespoten, respectievelijk aan de grond kan worden onttrokken. Dit wordt bijvoorbeeld gerealiseerd door het onder-uiteinde van de pijp (de beluchtings-punt) te voorzien van perforaties door de wand, in hoofdzaak horizontaal /radiaal gericht. Daardoorheen wordt dan het medium uit de beluch-tingspunt naar buiten in de grond gebracht, respectievelijk uit de grond naar binnen gezogen.

Een uitvoeringsvorm van het langwerpige lichaam is die, waarbij het lichaam is samengesteld uit in de lengterichting achter elkaar gesitueerde, mechanisch met elkaar samenwerkende delen.

Zoals hiervoor al vermeld, is een dergelijke configuratie van het lichaam voordelig bij het indrijven ervan in de grond. De genoemde mechanische samenwerking kan op diverse manieren worden gerealiseerd, bijvoorbeeld met behulp van een pen-gat-koppeling aan de oppervlakken waarmee de staafdelen op elkaar aansluiten. Ook kan een koppeling tussen de delen tot stand worden gebracht met behulp van een schroefdraad.

De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van een uitvoeringsvoorbeeld en van de tekening.

Uitvoeringsvoorbeeld

In een uitvoeringsvoorbeeld van de werkwijze volgens de uitvinding, is het langwerpige lichaam een cilindrische, massief stalen staaf met een diameter van 14 mm, opgebouwd uit delen van 1,5 m lengte. De staafdelen werken samen via pen-gat verbindingen. De slang voor de toevoer van het medium is tegen de buitenwand van de staaf gesitueerd, met een buitendiameter van 6 mm en een binnendiameter van 4 mm.

De slang is aan zijn onderkant in een buisvormig deel (de beluch-tingsbuis) met een lengte van 5 meter bevestigd via insnoeringen in de wand van dat deel. Dat buisvormige deel is aan zijn ondereinde over een lengte van 50 cm geperforeerd.

De staaf werd tot op een diepte van 35 m de grond ingedreven en onder een druk van 20 Bar werd lucht in de slang gebracht. Aldus kon op circa 10 meter diepte een bodemlaag over een oppervlak met een straal van circa 20 m goed worden belucht. Voor een goede beluchting op 10 m diepte zullen dan dus op een te bewerken grondoppervlak, dergelijke inrichtingen op afstanden van circa 40 m van elkaar geplaatst dienen te worden. Bij een inbreng van het medium op bijvoorbeeld 15 m diepte, zou de onderlinge afstand circa 20 m hebben bedragen, en zouden dus per te bewerken oppervlak aanmerkelijk meer inrichtingen nodig zijn geweest.

De tekening

Figuur 1 toont in perspectief de inrichting volgens de uitvinding met een slang buiten-langs een staaf.

Figuur 2 toont zo'n inrichting met een slang binnenin een staaf.

In figuur 1 is het langwerpige lichaam een staaf, bestaande uit delen, waarvan er twee zijn weergegeven IA, 1B. De lengte 6 van zo'n deel is bijvoorbeeld 1,5 m. Het staafdeel IA is het onderste. Daarmee dringt het lichaam in de grond. De staafde 1 en IA en 1B werken mechanisch samen bij 2, bijvoorbeeld via een pen-gat verbinding. De koppeling tussen twee staafdelen kan extra worden verstevigd met behulp van een hulsvormig deel, dat ter plaatse om de staafdelen wordt aangebracht: het koppelstuk 7. Het staafdeel IA is aan zijn uiteinde 3 toegespitst om het gemakkelijker de grond in te kunnen drijven.

Langs de buitenwand van de uit de staafdelen samengestelde staaf is een slang 4 bevestigd, waardoorheen het in de grond te brengen medium de grond wordt ingevoerd, respectievelijk het aan de grond te onttrekken medium wordt weggezogen. Deze slang 4 is met zijn uiteinde gefixeerd in het buisvormige deel 5, dat zich over een zekere lengte uitstrekt langs de staaf. Het onderste deel 14 ervan is over een hoogte 8 (bijvoorbeeld 50 cm) geperforeerd. De fixatie van de slang in het buisdeel geschiedt met behulp van de insnoeringen 9 in de wand van het onderste deel 14 van het buisvormige deel 5. In de wand van dat onder ste deel 14 van het buisvormige deel 5, dat aan zijn onderkant gesloten is, bevinden zich in hoofdzaak radiaal verlopende perforaties 10, waardoorheen het door de slang 4 onder druk toegevoerde medium de grond in spuit, respectievelijk een medium uit de grond wordt opgezogen.

Figuur 2 toont een alternatieve uitvoering van de inrichting volgens de uitvinding: het langwerpige lichaam 1 is hier een holle pijp met een relatief dikke wand 11. Bij een buitendiameter van de pijp van 17 mm, zal de wanddikte dan bij een slangdiameter van 6 mm, circa 8 mm bedragen. Door de holte van de pijp loopt de slang 4, die onderin uitmondt in een ruimte 12, de beluchtingspunt, die is voorzien van perforaties 13 in de wand, waardoorheen het onder druk ingebrachte medium naar buiten spuit, respectievelijk via een onderdruk in de slag een medium uit de grond wordt opggezogen. Verder zijn in fig.2 weergegeven: de lengte 6 van een pijpdeel; de plaats 2 van koppeling tussen twee pijpdelen; de 'manchet' 7 ter versteviging van de koppeling.

Claims (11)

1. Werkwijze voor het onder druk en op relatief grote diepte inbrengen in de grond, respectievelijk onder een onderdruk aan de grond onttrekken van een op zichzelf niet aan een vorm gebonden medium, met het kenmerk dat een langwerpig lichaam, tesamen met een slang of buis voor het transport van het medium, die aan zijn uiteinde samenwerkt met, of is voorzien van middelen om in gebruik het medium met kracht in de grond te brengen, respectievelijk daaraan te onttrekken, de grond wordt ingedreven, waarna aan het andere, boven-uiteinde van de slang of buis, daarin onder druk het medium wordt gebracht, respectievelijk daar een onderdruk wordt aangebracht.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk dat het langwerpige lichaam pneumatisch of met behulp van een elektro-, een benzine- of een dieselmotor de grond wordt ingedreven .
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk dat hij wordt toegepast om verontreinigingen in de grond af te breken met behulp van micro-organismen, waarbij het medium dat de grond wordt ingebracht lucht is, waarmee indien gewenst tevens micro-organismen worden meegevoerd.
4. Werkwijze volgens een der conclusies 1, 2 of 3, met het kenmerk dat het langwerpige lichaam tot een diepte van enige tientallen meters in de grond gebracht wordt.
5. Werkwijze volgens een der conclusies 1 tot en met 4. met het kenmerk dat het langwerpige lichaam bestaat uit in de lengterichting met elkaar samenwerkende, op elkaar aansluitende staafdelen, die achtereenvolgens de grond ingedreven worden.
6. Inrichting voor het met behulp daarvan uitvoeren van de werkwijze volgens een der conclusies 1 tot en met 4, met het kenmerk dat die bestaat uit een bij voorkeur aan zijn uiteinde toegespitst langwerpig lichaam met daaraan, althans aan het uiteinde daarvan, een met zijn uiteinde vast verbonden slang of buis, waarbij de slang of buis uitmondt in een ruimte, vanwaaruit het medium rondom in de grond wordt gespoten, respectievelijk een in de grond aanwezig medium wordt opgezogen.
7. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk dat het langwerpige lichaam een massieve staaf is en dat de slang of buis loopt in de lengterichting buiten langs de staaf en dat hij uitmondt in en vast bevestigd is in een zich over een zekere lengte uitstrekkend, buiten aan de staaf bevestigd buisdeel, dat aan het ondereinde in zijn wand openingen heeft waardoorheen het medium in de grond spuit, respectievelijk vanuit de grond naar binnen wordt gezogen.
8. Inrichting volgens conclusie 7, met het kenmerk dat de slang of buis in het buisdeel is verankerd met behulp van in hoofdzaak in horizontale richting verlopende insnoeringen in de wand van het ondereinde van het buisdeel.
9. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk dat het langwerpige lichaam een dikwandige pijp is, die aan zijn uiteinde is voorzien van in hoofdzaak radiaal verlopende openingen door de wand en dat de slang of buis loopt door de pijp en uitmondt in dat van openingen voorziene deel van het langwerpige lichaam.
10. Inrichting volgens een der conclusies 6 tot en met 9, met het kenmerk dat het langwerpige lichaam is samengesteld uit in de lengterichting achter elkaar gesitueerde, mechanisch met elkaar samenwerkende delen.
11. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk dat de delen waaruit het langwerpige lichaam is opgebouwd, met elkaar samenwerken via pen-gat verbindingen.
NL9301215A 1993-07-12 1993-07-12 Werkwijze en inrichting voor het onder druk op relatief grote diepte inbrengen in de grond van een medium, zoals lucht, respectievelijk het onttrekken van een medium aan de grond. NL9301215A (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9301215 1993-07-12
NL9301215A NL9301215A (nl) 1993-07-12 1993-07-12 Werkwijze en inrichting voor het onder druk op relatief grote diepte inbrengen in de grond van een medium, zoals lucht, respectievelijk het onttrekken van een medium aan de grond.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9301215A NL9301215A (nl) 1993-07-12 1993-07-12 Werkwijze en inrichting voor het onder druk op relatief grote diepte inbrengen in de grond van een medium, zoals lucht, respectievelijk het onttrekken van een medium aan de grond.
BE9400650A BE1008351A7 (nl) 1993-07-12 1994-07-12 Werkwijze en inrichting voor het onder druk op relatief grote diepte inbrengen in de grond van een medium, zoals lucht, respectievelijk het onttrekken van een medium aan de grond.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL9301215A true NL9301215A (nl) 1995-02-01

Family

ID=19862644

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL9301215A NL9301215A (nl) 1993-07-12 1993-07-12 Werkwijze en inrichting voor het onder druk op relatief grote diepte inbrengen in de grond van een medium, zoals lucht, respectievelijk het onttrekken van een medium aan de grond.

Country Status (2)

Country Link
BE (1) BE1008351A7 (nl)
NL (1) NL9301215A (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL1038670C2 (nl) * 2011-03-14 2012-09-17 Waterslag B V Inrichting voor in-situ bodemsanering, werkwijze voor het vervaardigen daarvan en werkwijze voor in-situ bodemsanering.

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3608317A (en) * 1969-08-06 1971-09-28 Richard E Landau Formation and backfill of cavities in soil by jetting
DE2637677A1 (de) * 1976-08-20 1978-02-23 Stump Bohr Gmbh Druck- oder zugelement in baukoerpern, insbesondere pfahl
EP0475227A2 (de) * 1990-09-05 1992-03-18 Lobbe Xenex GmbH Verfahren und Vorrichtung für die mikrobielle in situ-Entsorgung von kontaminiertem Erdreich
US5133625A (en) * 1990-02-22 1992-07-28 Nicholas Albergo Method and apparatus for subsurface bioremediation
EP0548766A2 (en) * 1991-12-20 1993-06-30 Hughes Aircraft Company System and method for soil decontamination using recoverable extraction and injection probes

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3608317A (en) * 1969-08-06 1971-09-28 Richard E Landau Formation and backfill of cavities in soil by jetting
DE2637677A1 (de) * 1976-08-20 1978-02-23 Stump Bohr Gmbh Druck- oder zugelement in baukoerpern, insbesondere pfahl
US5133625A (en) * 1990-02-22 1992-07-28 Nicholas Albergo Method and apparatus for subsurface bioremediation
EP0475227A2 (de) * 1990-09-05 1992-03-18 Lobbe Xenex GmbH Verfahren und Vorrichtung für die mikrobielle in situ-Entsorgung von kontaminiertem Erdreich
EP0548766A2 (en) * 1991-12-20 1993-06-30 Hughes Aircraft Company System and method for soil decontamination using recoverable extraction and injection probes

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL1038670C2 (nl) * 2011-03-14 2012-09-17 Waterslag B V Inrichting voor in-situ bodemsanering, werkwijze voor het vervaardigen daarvan en werkwijze voor in-situ bodemsanering.

Also Published As

Publication number Publication date
BE1008351A7 (nl) 1996-04-02

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5653288A (en) Contaminant remediation, biodegradation and volatilization methods and apparatuses
US3381763A (en) Removable ground-penetrating stake
AU674885B2 (en) Hypodermic needle with a protrusion
US20010043838A1 (en) Skate apparatus for injecting tubing down pipelines
CA1295897C (en) Flexible lance for steam generator secondary side sludge removal
US5205673A (en) Foundation slab support and lifting apparatus
US3992727A (en) Portable toilet
EP0437805B1 (de) Anordnung zum Austreiben leichtflüchtiger Verunreinigungen aus dem Grundwasser
FI86903B (fi) Anordning foer insaettning av en draeneringsveke i jorden.
US4225362A (en) Method for cleaning the interior of tubes
US5708220A (en) Liquid sampling device and method
CA2093016A1 (en) Modular oxidation chamber
EP1336720A3 (en) Method for forming a window in a tubular and apparatus for use in said method
WO1992013591A3 (en) Improved intramedullary catheter
BR9914693B1 (pt) processo de fabricação de um corpo de revolução oco, corpo de revolução oco destinado notadamente a conter um fluido sob pressão, tubo compósito constituìdo pelo corpo de revolução, e, dispositivo de execução do processo.
EP0431352A2 (de) Reagenzbevorratungssystem für ein medizinisches Analysegerät
DE69434797T2 (de) Vorrichtung und verfahren zur kontrollierten durchführung von druckmittelzylindern
US4726239A (en) Soil analyzer and penetrator
EP1026086A3 (en) Pump unit for a laminated bottle
EP0824932A3 (en) Arterial catheter and catheter/needle assembly with improved flow characteristics and method for its use
DE3711527A1 (de) Vorrichtung zum setzen von befestigungsmitteln
US4883589A (en) System for removing contaminants from ground water
GB1582269A (en) Pile handling tool and methods
FR2753906B1 (fr) Seringue de surete retractable, non reutilisable, et procede pour delivrer un fluide a un patient au moyen d'une aiguille de seringue hypodermique et retracter ensuite l'aiguille
US4137928A (en) Apparatus for cleaning the interior of tubes

Legal Events

Date Code Title Description
CNR Transfer of rights (patent application after its laying open for public inspection)

Free format text: B.V. AARDINGSBEDRIJF ZUID-HOLLAND A.B.Z.;BIOSOIL B.V.

BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
BN A decision not to publish the application has become irrevocable