NL2012121C2 - Verenkelingsinrichting en werkwijze voor het automatisch verenkelen van producten. - Google Patents

Verenkelingsinrichting en werkwijze voor het automatisch verenkelen van producten. Download PDF

Info

Publication number
NL2012121C2
NL2012121C2 NL2012121A NL2012121A NL2012121C2 NL 2012121 C2 NL2012121 C2 NL 2012121C2 NL 2012121 A NL2012121 A NL 2012121A NL 2012121 A NL2012121 A NL 2012121A NL 2012121 C2 NL2012121 C2 NL 2012121C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
section
products
supply section
upper path
singling
Prior art date
Application number
NL2012121A
Other languages
English (en)
Inventor
Arend Pieter Oldenhuis
Original Assignee
Pommeq
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Pommeq filed Critical Pommeq
Priority to NL2012121A priority Critical patent/NL2012121C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL2012121C2 publication Critical patent/NL2012121C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G47/00Article or material-handling devices associated with conveyors; Methods employing such devices
    • B65G47/02Devices for feeding articles or materials to conveyors
    • B65G47/04Devices for feeding articles or materials to conveyors for feeding articles
    • B65G47/12Devices for feeding articles or materials to conveyors for feeding articles from disorderly-arranged article piles or from loose assemblages of articles
    • B65G47/14Devices for feeding articles or materials to conveyors for feeding articles from disorderly-arranged article piles or from loose assemblages of articles arranging or orientating the articles by mechanical or pneumatic means during feeding
    • B65G47/1407Devices for feeding articles or materials to conveyors for feeding articles from disorderly-arranged article piles or from loose assemblages of articles arranging or orientating the articles by mechanical or pneumatic means during feeding the articles being fed from a container, e.g. a bowl
    • B65G47/1442Devices for feeding articles or materials to conveyors for feeding articles from disorderly-arranged article piles or from loose assemblages of articles arranging or orientating the articles by mechanical or pneumatic means during feeding the articles being fed from a container, e.g. a bowl by means of movement of the bottom or a part of the wall of the container
    • B65G47/1471Movement in one direction, substantially outwards
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01CPLANTING; SOWING; FERTILISING
    • A01C9/00Potato planters
    • A01C9/02Potato planters with conveyor belts
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G2201/00Indexing codes relating to handling devices, e.g. conveyors, characterised by the type of product or load being conveyed or handled
    • B65G2201/02Articles
    • B65G2201/0202Agricultural and processed food products
    • B65G2201/0211Fruits and vegetables

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Structure Of Belt Conveyors (AREA)

Description

Titel: Verenkelingsinrichting en werkwijze voor het automatisch verenkelen van producten.
De uitvinding heeft betrekking op een verenkelingsinrichting voor het verenkelen en op verenkelde wijze afgeven van aan de verenkelingsinrichting door storten toegevoerde producten met onderling soortgelijke ruwe afmetingen en vormen, zoals aardappelen. De uitvinding heeft voorts betrekking op een werkwijze voor het automatisch verenkelen en op verenkelde wijze afgeven van dergelijke producten.
Volgens de uitvinding kunnen genoemde producten bijvoorbeeld, doch niet uitsluitend, landbouwproducten zijn, zoals aardappelen of andere knollen. Genoemde producten kunnen echter ook in diverse aspecten andersoortig zijn, en zowel van biologische als van niet-biologische aard zijn. Kortheidshalve worden in relatie tot de uitvinding hierna merendeels aardappelen genomen als voorbeeld van genoemde producten. In het geval van fabrieksmatig vervaardigde producten, bijvoorbeeld, kunnen de bij de uitvinding te verenkelen producten onderling in meer of mindere mate gelijkend, of zelfs identiek zijn qua afmetingen en vormen. In het geval van producten als bijvoorbeeld aardappelen zijn de bij de uitvinding te verenkelen producten in het algemeen echter onderling in mindere mate gelijkend qua afmetingen en vormen. Aangenomen wordt echter dat in dergelijke gevallen van in mindere mate gehjkendheid, de producten, zoals aardappelen, voordat ze voor gebruik van de uitvinding gestort worden zonodig in bepaalde mate zijn voorgesorteerd teneinde onderling soortgelijke ruwe afmetingen en vormen van laatstgenoemde producten te verkrijgen.
Bij gebruik van de uitvinding worden de producten gestort, wat betekent dat de producten in een tamelijk ongeorganiseerde toestand terecht komen. Onder de bij de uitvinding gebruikte term “verenkelen” wordt hier verstaan het in een meer regelmatige toestand onderling herschikken van de gestorte producten. Onder de bij de uitvinding gebruikte uitdrukking “op verenkelde wijze afgeven” wordt hier verstaan het op regelmatig wijze afgeven van de producten, zoals het regelmatig één voor één afgeven van in hoofdzaak in een enkele rij achter elkaar met gelijke snelheid voortbewegende producten.
Het verenkelen van gestorte producten kan diverse doelen hebben. Het verenkelen van aardappelen, bijvoorbeeld, kan dienen als voorbereiding op het poten van de verenkelde aardappelen door middel van een aardappelpootmachine. Maar ook kan het verenkelen van aardappelen bijvoorbeeld dienen als voorbereiding op het inspecteren en/of het sorteren en/of het met behandelstoffen (bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelen) behandelen van de verenkelde aardappelen.
Uit de praktijk zijn verenkelingsinrichtingen bekend die relatief complex en relatief groot zijn. Complexe inrichtingen zijn duur in aanschaf en onderhoud. Grote inrichtingen zijn moeihjk toepasbaar op voertuigen, zoals bijvoorbeeld landbouwvoertuigen die zijn ingericht om aardappelen te poten.
Het is een doel van de uitvinding om een oplossing te verschaffen voor het met eenvoudige en compacte middelen automatisch en op betrouwbare wijze verenkelen en op verenkelde wijze afgeven van producten met onderling soortgelijke ruwe afmetingen en vormen, zoals aardappelen.
Voor dat doel verschaft de uitvinding een verenkelingsinrichting voor het verenkelen en op verenkelde wijze afgeven van aan de verenkelingsinrichting door storten toegevoerde producten met onderling soortgelijke ruwe afmetingen en vormen, zoals aardappelen, omvattende: - een houder voor het daarin storten van genoemde producten; - een eindloze transportbandconstructie voor het op zijn bovenste traject in een transportrichting transporteren van in de houder gestorte producten, waarbij genoemd bovenste traject zijondersteuningsmiddelen omvat die een barrière vormen tegen het aan weerslangszijden van genoemd bovenste traject afvallen van de producten, welk bovenste traject een in de houder gesitueerde toevoersectie omvat, in welke toevoersectie in de houder gestorte producten aan genoemd bovenste traject van de transportbandconstructie worden toegevoerd, waarbij genoemd bovenste traject in de transportrichting overgaat van de toevoersectie naar een verenkelingssectie, waarbij genoemde door de zijondersteuningsmiddelen gevormde barrière in de verenkelingssectie kleiner is dan in de toevoersectie, zodanig dat de per lengte-eenheid in de transportrichting genomen opnamecapaciteit voor het op genoemd bovenste traject opnemen van de producten in de verenkelingssectie kleiner is dan in de toevoersectie, waardoor een afvallend productendeel van aan de toevoersectie toegevoerde producten aan tenminste één van genoemde weerslangszijden van genoemd bovenste traject af valt, terwijl een resterend productendeel van aan de toevoersectie toegevoerde producten door de verenkelingssectie verder getransporteerd wordt; - terugtransporteermiddelen voor het terug naar de toevoersectie transporteren van genoemd afvallend productendeel; en - een afgiftelocatie voor het door de verenkelingssectie op verenkelde wijze afgeven van de producten van genoemd resterend productendeel.
De uitvinding wordt tevens belichaamd in een werkwijze voor het automatisch verenkelen en op verenkelde wijze afgeven van producten met onderling soortgelijke ruwe afmetingen en vormen, zoals aardappelen, omvattende: - het storten van genoemde producten in een houder; - het toevoeren van de in de houder gestorte producten aan een in de houder gesitueerde toevoersectie van een bovenste traject van een eindloze transportbandconstructie, op welk bovenste traject de in de houder gestorte producten automatisch in een transportrichting worden getransporteerd, waarbij genoemd bovenste traject zijondersteuningsmiddelen omvat die een barrière vormen tegen het aan weerslangszijden van genoemd bovenste traject afvallen van de producten, waarbij genoemd bovenste traject in de transportrichting overgaat van de toevoersectie naar een verenkelingssectie, waarbij genoemde door de zijondersteuningsmiddelen gevormde barrière in de verenkelingssectie kleiner is dan in de toevoersectie, zodanig dat de per lengte-eenheid in de transportrichting genomen opnamecapaciteit voor het op genoemd bovenste traject opnemen van de producten in de verenkelingssectie kleiner is dan in de toevoersectie, waardoor een afvallend productendeel van de aan de toevoersectie toegevoerde producten automatisch aan tenminste één van genoemde weerslangszijden van genoemd bovenste traject af valt, terwijl een resterend productendeel van de aan de toevoersectie toegevoerde producten automatisch door de verenkelingssectie verder getransporteerd wordt; - het via terugtransporteermiddelen automatisch naar de toevoersectie terug transporteren van genoemd afvallend productendeel; en - het op een afgiftelocatie door de verenkelingssectie automatisch op verenkelde wijze afgeven van de producten van genoemd resterend productendeel.
De bij de uitvinding toegepaste eenvoudige middelen vormen tesamen een compact geheel omdat het geringe aantal onderdelen efficiënt benut wordt. Zo wordt de houder multifunctioneel gebruikt. Dat wil zeggen, de houder dient om de producten daarin te storten, om de daarin gestorte producten aan de transportbandconstructie toe te voeren, en om de van de transportbandconstructie af vallende producten weer op te nemen. Ook wordt de compactheid bevorderd doordat tenminste de toevoersectie van de transportbandconstructie in de houder is gesitueerd. Voorts heeft, volgens de uitvinding, de toevoersectie een grotere productenopnamecapaciteit dan de verenkelingssectie. Deze grotere opnamecapaciteit van de toevoersectie zorgt ervoor dat de toevoersectie goed gevuld is met de gestorte producten, als gevolg waarvan de door genoemd resterend productendeel ingenomen ruimte op de verenkelingssectie efficiënt benut wordt doordat de producten uit het resterend productendeel dicht bij elkaar op de verenkelingssectie komen te liggen.
In een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding wordt de eindloze transportbandconstructie tenminste deels gevormd door meerdere eindloze snaren, welke tenminste een deel van genoemd bovenste traject en tenminste een deel van genoemde zijondersteuningsmiddelen vormen. Een dergelijke toepassing van eindloze snaren bevordert de eenvoud en compactheid van de verenkelingsinrichting. Ook vertonen dergelijk snaren in het algemeen een wenselijk elastisch gedrag onder invloed van de daardoor ondersteunde producten die volgens de uitvinding op dynamische wijze steeds aan de snaren worden toegevoerd en weer daarvan worden afgevoerd. In vergelijking met de toepassing van een vlakke band, zijn onderling op zijdehngse afstand geplaatste snaren bovendien geschikter om producten met grillige vormvariaties, zoals bijvoorbeeld aardappelen, op te nemen en in verenkelde toestand verder te transporteren. Ook dienen onderling op zijdehngse afstand geplaatste snaren automatisch als zeef om ongewenste vervuilingen van de producten, zoals op de aardappelen aanwezige aarde, kwijt te raken.
Bij voorkeur kan genoemde toevoersectie van genoemd bovenste traject een goter aantal van genoemde eindloze snaren omvatten dan genoemde verenkelingssectie van genoemd bovenste traject, voor het realiseren dat genoemde door de zijondersteuningsmiddelen gevormde barrière in de verenkelingssectie kleiner is dan in de toevoersectie. Aldus wordt het verschil in productenopnamecapaciteit tussen de toevoersectie en de verenkelingssectie op eenvoudige wijze gerealiseerd.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding, welke verdere voorkeursuitvoeringsvorm kan worden toegepast bij alle hierboven genoemde voorkeursuitvoeringsvormen van de uitvinding, omvat de verenkelingsinrichting voorts instelmiddelen voor het aanpassen van genoemde opnamecapaciteit in de verenkelingssectie en/of van genoemde opnamecapaciteit in de toevoersectie. Aldus kan één en dezelfde verenkelingsinrichting, indien deze voor bepaalde afmetingen van een eerste partij producten ingesteld is, aangepast worden voor een tweede partij producten, waarvan de producten uit de tweede partij substantieel andere afmetingen hebben dan de product uit de eerste partij.
Bij voorkeur kunnen, in het geval van de hierboven reeds genoemde voorkeursuitvoeringsvorm waarbij de eindloze transportbandconstructie tenminste deels gevormd wordt door meerdere eindloze snaren, welke tenminste een deel van genoemd bovenste traject en tenminste een deel van genoemde zijondersteuningsmiddelen vormen, genoemde instelmiddelen zijn ingericht voor het aanpassen van onderlinge posities tussen genoemde eindloze snaren. Aldus worden de instelmiddelen eenvoudig gerealiseerd.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding, welke verdere voorkeursuitvoeringsvorm kan worden toegepast bij alle hierboven genoemde voorkeursuitvoeringsvormen van de uitvinding, worden de terugtransporteermiddelen tenminste deels gevormd door triltransportmiddelen die zijn ingericht voor het bewerkstelligen van het terug naar de toevoersectie transporteren van genoemd afvallend productendeel. Dergelijke triltransportmiddelen zijn effectief qua transportfunctie, zijn eenvoudig en compact te realiseren en gaan opstoppingen van de producten tegen.
In plaats van of in aanvulling op genoemde triltransportmiddelen kunnen de terugtransporteermiddelen echter ook diverse andere transporteermiddelen omvatten, zoals diverse soorten transportbanden.
Bij voorkeur kan de houder voor het daarin storten van de producten ingericht zijn als genoemd triltransportmiddel. Hierdoor zijn de terugtransporteermiddelen en de houder onderling geïntegreerd, hetgeen de eenvoud en compactheid van de verenkelingsinrichting verder bevordert. Tevens bevordert het trilgedrag van de houder een gunstige productenvullingsgraad van de toevoersectie. De producten worden aldus immers al trillend aan de in de houder gesitueerde toevoersectie toegevoerd.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding, welke verdere voorkeursuitvoeringsvorm kan worden toegepast bij alle hierboven genoemde voorkeursuitvoeringsvormen van de uitvinding, is de verenkelingsinrichting voorzien aan een voertuig. In combinatie met een voertuig komen bovengenoemde voordelen van eenvoud, compactheid en betrouwbaarheid goed tot hun recht voor het in-situ uitvoeren van het verenkelen en op verenkelde wijze afgeven van producten ten behoeve van diverse in-situ uit te voeren taken. Het voertuig kan voorts bijvoorbeeld automatische pootmiddelen omvatten, waarbij het voertuig is ingericht voor het automatisch aan de pootmiddelen toevoeren van de door de verenkelingsinrichting op verenkelde wijze afgegeven producten. Bijvoorbeeld kan de verenkelingsinrichting volgens alle hierboven genoemde voorkeursuitvoeringsvormen van de uitvinding dus voorzien zijn aan een landbouwvoertuig dat is ingericht voor het automatisch poten van producten, zoals bijvoorbeeld een zogenoemde aardappelpootmachine.
Opgemerkt wordt dat bovengenoemde werkwijze volgens de uitvinding kan worden uitgevoerd onder gebruikmaking van alle mogehjke hierboven beschreven voorkeursuitvoeringsvormen van verenkelingsinrichtingen volgens de uitvinding.
In het volgende wordt de uitvinding nader toegelicht met verwijzing naar de schematische figuren in de bij gevoegde tekening.
Figuren 1 en 2 tonen in perspectief respectievelijk een voorbeeld van een uitvoeringsvorm van een houder en een voorbeeld van een uitvoeringsvorm van een eindloze transportbandconstructie van de in Figuren 3 t/m 6 getoonde uitvoeringsvorm van een verenkelingsinrichting volgens de uitvinding.
Figuren 3 t/m 6 tonen een voorbeeld van een uitvoeringsvorm van een verenkelingsinrichting volgens de uitvinding, respectievelijk in een perspectivisch aanzicht, in bovenaanzicht, in een aanzicht op een langszijde van de verenkelingsinrichting, en in een aanzicht op een kopse zijde van de verenkelingsinrichting.
De getoonde verenkelingsinrichting wordt aangeduid met referentienummer 1. De houder en de eindloze transportbandconstructie van de inrichting 1 worden respectievelijk aangeduid met de referentienummers 3 en 4.
De houder 3 is in hoofdzaak bakvormig en heeft een open bovenkant. De houder 3 is ingericht als triltransportmiddel (trilgoot) voor producten die zich in de houder bevinden. Met referentiecijfer 10 is schematisch een electrische trilmotor, of althans de behuizing van die trilmotor, aangeduid. De zich in hoofdzaak horizontaal uitstrekkende bodem van de houder 3 is voorzien van een opening 12. De transportbandconstructie 4 strekt zich hellend via deze opening 12 uit van onder de houder 3 tot boven de houder 3. De houder 3 en de transportbandconstructie 4 zijn opgehangen aan een (voor de eenvoud van presentatie niet getoonde) omgevingsconstructie, zoals een hoofdframe van de inrichting 1, waarbij de houder 3 en de transportbandconstructie 4 in bedrijfstoestand van de inrichting 1 in de getoonde onderlinge oriëntatie bhjven. In het getoonde voorbeeld trilt de transportbandconstructie 4 in bedrijfstoestand van de inrichting 1 echter niet mee met de trillingen van de als trilgoot ingerichte houder 3.
De transportbandconstructie 4 omvat een aantal rollen, in het getoonde voorbeeld in de vorm van de draaischijven 41A, 42A, 43A, 44A, 41B, 42B, 43B en 44B. De transportbandconstructie 4 omvat voorts een om de rollen lopende bandconstructie, in het getoonde voorbeeld in de vorm van de eindloze snaren 41, 42, 43 en 44. De draaischijven 41A, 42A, 43A en 44A worden synchroon aangedreven in de zin dat de schijven 41A en 42A gefixeerd gemonteerd zijn op een aandrijfas 45 (zie Fig. 6) die voorzien is van een conisch gevormd tandwiel 46 dat ineengrijpt met een conisch gevormd tandwiel 47 dat voorzien is aan een aandrijfas 48 waarop de schijven 43A en 44A gefixeerd gemonteerd zijn, waarbij een van de aandrijfassen 45, 48 motorisch aangedreven is. In het getoonde voorbeeld staan de hartlijnen van de ineengrijpende aandrijfassen 45 en 48 onder een hoek ten opzichte van elkaar, en zijn dus niet onderling parallel. De draaischijven 41A en 41B liggen in het verlengde van hun schijfvlakken op afstand van elkaar en zijn met elkaar verbonden door de eindloze snaar 41, waarbij schijf 41A de eindloze snaar 41 aan drijft die op zijn beurt de schijf 41B aandrijft. Op soortgelijke wijze liggen de draaischijven 42A en 42B in het verlengde van hun schijfvlakken op afstand van elkaar en zijn ze met elkaar verbonden door de eindloze snaar 42, waarbij schijf 42A de eindloze snaar 42 aandrijft die op zijn beurt de schijf 42B aandrijft. Een verschil is echter dat de afstand tussen de draaischijven 42A en 42B groter is dan de afstand tussen de draaischijven 41A en 41B. In het getoonde voorbeeld komt de configuratie van de draaischijven 43A, 43B, 44A, 44B met de snaren 43 en 44 overeen met het ten opzichte van een verticaal middenlangsvlak van de houder 3 genomen spiegelbeeld van de configuratie van de draaischijven 41A, 41B, 42A, 42B met de snaren 41 en 42.
In bedrijfstoestand van de inrichting 1 wordt de transportbandconstructie 4 zodanig aangedreven dat het bovenste traject 5 van de constructie in de schuin naar boven gerichte transportrichting 7 beweegt. Vanzelfsprekend draaien de verschillende draaischijven van de transportbandconstructie 4 daarbij in de met pijlen 27 aangeduide draairichtingen. Genoemd bovenste traject 5 omvat een toevoersectie 8 en een verenkelingssectie 9. De toevoersectie 8 strekt zich in de transportrichting 7 uit vanaf de draaischijven 41A, 42A, 43A, 44A tot de draaischijven 41B, 43B. Daarbij is de toevoersectie 8 tenminste deels in de houder 3 gesitueerd. Ter plaatse van de draaischijven 41B, 43B gaat het bovenste traject 5 over in de verenkelingssectie 9, die zich vanaf de draaischijven 41B, 43B in de transportrichting 7 uitstrekt tot de draaischijven 42B, 44B.
De inrichting 1 wordt toegepast voor het automatisch verenkelen en op verenkelde wijze afgeven van producten met onderling soortgelijke ruwe afmetingen en vormen, zoals de schematisch getoonde aardappelen 2.
In bedrijf worden de aardappelen 2 van bovenaf in de houder 3 gestort, terwijl de houder 3 in trillend bedrijf is en terwijl de transportbandconstructie 4 zodanig aangedreven wordt dat het bovenste traject 5 in de transportrichting 7 beweegt. Genoemd storten van de aardappelen kan op diverse plaatsen in de houder 3 geschieden. Een geschikte plaats voor het storten is bijvoorbeeld de in Fig. 4 geziene linkerhelft van de houder 3. De door de electrische trilmotor 10 aan de als trilgoot fungerende houder 3 opgelegde trilling is zodanig dat in de houder 3 aanwezige aardappelen steeds naar genoemde linkerhelft van de houder 3 getransporteerd worden. Dus, ook als de aardappelen 2 op een andere plaats dan genoemde linkerhelft, in de houder gestort worden, worden ze automatisch naar die linkerhelft getransporteerd.
In genoemde linkerhelft van de houder 3 worden de aardappelen 2 automatisch aan de toevoersectie 8 van het bovenste traject 5 van de transportbandconstructie 4 toegevoerd, waarna de aardappelen 2 automatisch op het bovenste traject 5 in de transportrichting 7 worden getransporteerd. Tijdens dat transport vormen de snaren 41, 42, 43, 44 zijondersteuningsmiddelen voor de aardappelen 2 in de zin dat de snaren 41, 42, 43, 44 een barrière vormen tegen het zijdelings van het bovenste traject 5 afvallen van de aardappelen 2. Genoemde barrière is in de verenkelingssectie 9 kleiner dan in de toevoersectie 8. De toevoersectie 8 en de verenkelingssectie 9 hebben immers elk de snaren 42 en 44, maar de toevoersectie 8 heeft bovendien nog de snaren 41 en 43 die de verenkelingssectie 9 niet heeft. Hierdoor is de per lengte-eenheid in de transportrichting 7 genomen opnamecapaciteit voor het opnemen van de aardappelen 2 in de verenkelingssectie 9 kleiner dan in de toevoersectie 8. Het gevolg is dat in de nabijheid van de overgang van de toevoersectie 8 naar de verenkelingssectie 9 een gedeelte van de aardappelen 2 automatisch zijdelings van het bovenste traject 5 af valt, terwijl de op het bovenste traject 5 overblijvende verenkelde aardappelen 2 automatisch door de verenkelingssectie 9 verder getransporteerd worden. Deze verenkelde aardappelen 2 worden op de met referentienummer 11 aangeduide afgiftelocatie automatisch door de verenkelingssectie 9 afgegeven.
De zijdelings van het bovenste traject 5 af gevallen aardappelen 2 vallen terug in de houder 3 en worden door de als trilgoot fungerende houder 3 terug naar de hierboven genoemde linkerhelft, van de houder 3 getransporteerd, zoals aangeduid met de pijlen 17 in Figuren 3 en 4. In genoemde linkerhelft, worden deze aardappelen 2 vroeger of later weer automatisch aan de toevoersectie 8 toegevoerd.
Zoals inleidend reeds beschreven, kan een verenkelingsinrichting volgens de uitvinding instelmiddelen omvatten voor het aanpassen van bovengenoemde opnamecapaciteit in de verenkelingssectie 9 en/of van bovengenoemde opnamecapaciteit in de toevoersectie 8. In het getoonde voorbeeld kan dit bijvoorbeeld gereahseerd zijn doordat de getoonde inrichting 1 instelmiddelen omvat die zijn ingericht voor het aanpassen van onderlinge zijdelingse posities tussen de getoonde snaren. Dergelijke instelmiddelen kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op instelbaarheid van de bovengenoemde hoek tussen de twee hartlijnen van de twee respectieve ineengrijpende aandrijfassen 45 en 48 van de schijven 41A, 42A, 43A, 44A, en van de soortgelijke hoek tussen de twee hartlijnen van de respectieve twee draaiassen van de respectieve schijven 41B, 43B, en van de soortgelijke hoek tussen de twee hartlijnen van de respectieve twee draaiassen van de respectieve schijven 42B, 44B. Door het groter of kleiner maken van genoemde hoeken kunnen genoemde opnamecapaciteiten groter of kleiner gemaakt worden, waardoor de inrichting 1 bijvoorbeeld ook kan worden ingesteld op de ruwe afmetingen en/of vormen van een partij gestorte aardappelen.
Op gemerkt wordt dat de bovengenoemde voorbeelden van uitvoeringsvormen de uitvinding niet beperken en dat binnen de reikwijdte van de bijgaande conclusies diverse alternatieven mogelijk zijn.
Zo liggen in het getoonde voorbeeld de aardappelen op de verenkelingssectie zeer dichtbij elkaar of tegen elkaar aan. Indien het gewenst is dat de producten in een verenkelingssectie op grotere afstand van elkaar hggen, waardoor ze met grotere tussenpozen op de afgiftelocatie worden afgegeven door de verenkelingsinrichting, kan de transportbandconstructie desgewenst meerdere op elkaar aansluitende secties omvatten die worden aangedreven om met onderling verschillende transportsnelheden te draaien. Indien de producten in transportrichting namelijk overgebracht worden van een met lagere transportsnelheid draaiende sectie naar een met hogere transportsnelheid draaiende sectie, zullen de producten door het snelheidsverschil op grotere afstand van elkaar komen te hggen. De aansluitingen van dergelijke op elkaar aansluitende secties kunnen op diverse plaatsen hggen. Bijvoorbeeld kan een dergelijke aansluiting reeds gerealiseerd worden ter plaatse van de overgang van de toevoersectie aan de verenkelingssectie, waarbij de verenkelingssectie dan ten opzichte van de toevoersectie separaat met een andere transportsnelheid wordt aangedreven. Maar ook kunnen een of meer dergelijke aansluitingen bijvoorbeeld gereahseerd worden door de verenkelingssectie op te splitsen in meerdere ten opzichte van elkaar separaat met andere transportsnelheden aangedreven verenkelingssecties.
Verder strekt in het getoonde voorbeeld de bodem van de houder zich in bedrijfstoestand in hoofdzaak horizontaal uit. In plaats daarvan kan de bodem van de houder zich echter in bedrijfstoestand ook in hoofdzaak tenminste deels hellend uitstrekken, bijvoorbeeld zodanig dat de producten als gevolg van, of mede als gevolg van, een dergelijke helling automatisch naar de toevoersectie getransporteerd worden.
Bij toepassing van meerdere eindloze snaren zijn vanzelfsprekend diverse aantallen van dergelijke snaren voor de toevoersectie en diverse aantallen van dergehjke snaren voor de verenkelingssectie mogehjk.
In plaats van of in combinatie met eindloze snaren kan de eindloze transportbandconstructie ook diverse soorten banden omvatten.
Voorts zijn in het getoonde voorbeeld de twee hartlijnen van de twee assen van de aan weerslangszijden tegenover elkaar gesitueerde draaischijven steeds onder een hoek ten opzichte van elkaar geplaatst. Dergelijke onder een hoek plaatsingen zijn echter niet strikt noodzakelijk.
In plaats daarvan of in aanvulhng daarop zijn diverse andere constructies mogelijk om te bereiken dat de door de zijondersteuningsmiddelen gevormde barrière in de verenkelingssectie kleiner is dan in de toevoersectie. Aan de hand van enige modificaties van het getoonde voorbeeld worden enige mogelijkheden voor dergelijke andere constructies kort toegelicht als volgt. In het getoonde voorbeeld kunnen de hartlijnen van de draaiassen van alle getoonde draaischijven 41A, 42A, 43A, 44A, 41B, 42B, 43B, 44B bijvoorbeeld horizontaal geplaatst zijn, waarbij bijvoorbeeld de assen 45 en 48 vervangen zijn door één horizontaal geplaatste aangedreven as waarop alle vier de draaischijven 41A, 42A, 43A, 44A gemonteerd zijn. In dat geval kunnen bijvoorbeeld de buitendiameters van de draaischijven 41A, 41B, 43A, 43B groter zijn dan de buitendiameters van de draaischijven 42A, 42B, 44A, 44B. Maar ook is het bijvoorbeeld mogelijk dat de getoonde draaischijven 41A, 43A op andere, separate assen geplaatst zijn dan de assen van de getoonde draaischijven 42A, 44A, waarbij de assen voor de getoonde draaischijven 4IA, 43A dan enigszins hoger geplaatst zijn dan de assen van de getoonde draaischijven 42A, 44A, en waarbij dienovereenkomstig ook de assen van de getoonde draaischijven 41B, 43B enigszins hoger geplaatst zijn.
Andere varianten of modificaties zijn echter ook mogelijk. Deze en soortgelijke alternatieven worden geacht binnen het kader te vallen van de uitvinding zoals gedefinieerd in de bijgevoegde conclusies.

Claims (10)

1. Verenkelingsinrichting voor het verenkelen en op verenkelde wijze afgeven van aan de verenkelingsinrichting (1) door storten toegevoerde producten (2) met onderling soortgehjke ruwe afmetingen en vormen, zoals aardappelen, omvattende: - een houder (3) voor het daarin storten van genoemde producten; - een eindloze transportbandconstructie (4) voor het op zijn bovenste traject (5) in een transportrichting (7) transporteren van in de houder gestorte producten, waarbij genoemd bovenste traject zijondersteuningsmiddelen (41, 42, 43, 44) omvat die een barrière vormen tegen het aan weerslangszijden van genoemd bovenste traject afvallen van de producten, welk bovenste traject een in de houder gesitueerde toevoersectie (8) omvat, in welke toevoersectie in de houder gestorte producten aan genoemd bovenste traject van de transportbandconstructie worden toegevoerd, waarbij genoemd bovenste traject in de transportrichting overgaat van de toevoersectie naar een verenkelingssectie (9), waarbij genoemde door de zijondersteuningsmiddelen gevormde barrière in de verenkelingssectie kleiner is dan in de toevoersectie, zodanig dat de per lengte-eenheid in de transportrichting genomen opnamecapaciteit voor het op genoemd bovenste traject opnemen van de producten in de verenkelingssectie kleiner is dan in de toevoersectie, waardoor een afvallend productendeel van aan de toevoersectie toegevoerde producten aan tenminste één van genoemde weerslangszijden van genoemd bovenste traject af valt, terwijl een resterend productendeel van aan de toevoersectie toegevoerde producten door de verenkelingssectie verder getransporteerd wordt; - terugtransporteermiddelen (3, 10) voor het terug (17) naar de toevoersectie (8) transporteren van genoemd afvallend productendeel; en - een afgiftelocatie (11) voor het door de verenkehngssectie (9) op verenkelde wijze afgeven van de producten (2) van genoemd resterend productendeel.
2. Verenkelingsinrichting volgens conclusie 1, waarbij de eindloze transportbandconstructie (4) tenminste deels gevormd wordt door meerdere eindloze snaren (41, 42, 43, 44), welke tenminste een deel van genoemd bovenste traject (5) en tenminste een deel van genoemde zijondersteuningsmiddelen vormen.
3. Verenkelingsinrichting volgens conclusie 2, waarbij genoemde toevoersectie (8) van genoemd bovenste traject (5) een goter aantal van genoemde eindloze snaren (41, 42, 43, 44) omvat dan genoemde verenkelingssectie (9) van genoemd bovenste traject, voor het realiseren dat genoemde door de zijondersteuningsmiddelen gevormde barrière in de verenkelingssectie kleiner is dan in de toevoersectie.
4. Verenkelingsinrichting volgens een der voorgaande conclusies, voorts omvattende instelmiddelen voor het aanpassen van genoemde opnamecapaciteit in de verenkelingssectie (9) en/of van genoemde opnamecapaciteit in de toevoersectie (8).
5. Verenkelingsinrichting volgens conclusie 4, waarbij de eindloze transportbandconstructie (4) tenminste deels gevormd wordt door meerdere eindloze snaren (41, 42, 43, 44), welke tenminste een deel van genoemd bovenste traject (5) en tenminste een deel van genoemde zijondersteuningsmiddelen vormen, en waarbij genoemde instelmiddelen zijn ingericht voor het aanpassen van onderlinge posities tussen genoemde eindloze snaren.
6. Verenkelingsinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de terugtransporteermiddelen tenminste deels gevormd worden door triltransportmiddelen (3, 10) die zijn ingericht voor het bewerkstelligen van het terug (17) naar de toevoersectie (8) transporteren van genoemd afvallend productendeel.
7. Verenkelingsinrichting volgens conclusie 6, waarbij de houder (3) voor het daarin storten van de producten (2) is ingericht als genoemd triltransportmiddel.
8. Voertuig voorzien van een verenkelingsinrichting (1) volgens een der voorgaande conclusies.
9. Voertuig volgens conclusie 8, voorts omvattende automatische pootmiddelen, en waarbij het voertuig is ingericht voor het automatisch aan de pootmiddelen toevoeren van de door de verenkelingsinrichting (1) op verenkelde wijze afgegeven producten (2).
10. Werkwijze voor het automatisch verenkelen en op verenkelde wijze afgeven van producten (2) met onderling soortgelijke ruwe afmetingen en vormen, zoals aardappelen, omvattende: - het storten van genoemde producten in een houder (3); - het toevoeren van de in de houder gestorte producten aan een in de houder gesitueerde toevoersectie (8) van een bovenste traject (5) van een eindloze transportbandconstructie (4), op welk bovenste traject de in de houder gestorte producten automatisch in een transportrichting (7) worden getransporteerd, waarbij genoemd bovenste traject zijondersteuningsmiddelen (41, 42, 43, 44) omvat die een barrière vormen tegen het aan weerslangszijden van genoemd bovenste traject afvallen van de producten, waarbij genoemd bovenste traject in de transportrichting overgaat van de toevoersectie naar een verenkelingssectie (9), waarbij genoemde door de zijondersteuningsmiddelen gevormde barrière in de verenkelingssectie kleiner is dan in de toevoersectie, zodanig dat de per lengte-eenheid in de transportrichting genomen opnamecapaciteit voor het op genoemd bovenste traject opnemen van de producten in de verenkelingssectie kleiner is dan in de toevoersectie, waardoor een afvallend productendeel van de aan de toevoersectie toegevoerde producten automatisch aan tenminste één van genoemde weerslangszijden van genoemd bovenste traject af valt, terwijl een resterend productendeel van de aan de toevoersectie toegevoerde producten automatisch door de verenkelingssectie verder getransporteerd wordt; - het via terugtransporteermiddelen (3, 10) automatisch naar de toevoersectie (8) terug (17) transporteren van genoemd afvallend productendeel; en - het op een afgiftelocatie (11) door de verenkelingssectie (9) automatisch op verenkelde wijze afgeven van de producten (2) van genoemd resterend productendeel.
NL2012121A 2014-01-22 2014-01-22 Verenkelingsinrichting en werkwijze voor het automatisch verenkelen van producten. NL2012121C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2012121A NL2012121C2 (nl) 2014-01-22 2014-01-22 Verenkelingsinrichting en werkwijze voor het automatisch verenkelen van producten.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2012121A NL2012121C2 (nl) 2014-01-22 2014-01-22 Verenkelingsinrichting en werkwijze voor het automatisch verenkelen van producten.
NL2012121 2014-01-22

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2012121C2 true NL2012121C2 (nl) 2015-07-23

Family

ID=50981798

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2012121A NL2012121C2 (nl) 2014-01-22 2014-01-22 Verenkelingsinrichting en werkwijze voor het automatisch verenkelen van producten.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL2012121C2 (nl)

Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL77564C (nl) *
US2813617A (en) * 1955-08-12 1957-11-19 Fmc Corp Article aligning machine
US3526344A (en) * 1967-09-14 1970-09-01 Nicolaas Petrus Koning Planter
US3695371A (en) * 1971-08-02 1972-10-03 Fmc Corp Apparatus for delivering singulated fruit, weighing and bagging it
US5314056A (en) * 1993-03-23 1994-05-24 Key Technology, Inc. High-speed vibratory alignment and singulation conveyor
FR2725704A1 (fr) * 1994-10-12 1996-04-19 Sita Machine et procede pour egrener des objets alimentes en vrac

Patent Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL77564C (nl) *
US2813617A (en) * 1955-08-12 1957-11-19 Fmc Corp Article aligning machine
US3526344A (en) * 1967-09-14 1970-09-01 Nicolaas Petrus Koning Planter
US3695371A (en) * 1971-08-02 1972-10-03 Fmc Corp Apparatus for delivering singulated fruit, weighing and bagging it
US5314056A (en) * 1993-03-23 1994-05-24 Key Technology, Inc. High-speed vibratory alignment and singulation conveyor
FR2725704A1 (fr) * 1994-10-12 1996-04-19 Sita Machine et procede pour egrener des objets alimentes en vrac

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US11890645B2 (en) Piler conveyor system
NL1033605C1 (nl) Inrichting voor het voor hergebruik gereed maken van gebruikte straatstenen.
JP2012532817A (ja) 品目分配兼分類システム
NL2004293C2 (nl) Schoksorteerinrichting.
US20040159527A1 (en) Conveyer assembly for a produce packaging system
KR20100046612A (ko) 치패 선별 및 계수 시스템
NL2012121C2 (nl) Verenkelingsinrichting en werkwijze voor het automatisch verenkelen van producten.
NL1027232C2 (nl) Samenstel en werkwijze voor het met substraat vullen van een houder.
US5341914A (en) Device for feeding corn
JP2011217629A5 (nl)
US20160031652A1 (en) Fruit and vegetable transport system for a harvesting machine and harvesting machine that includes said system
NL1034181C2 (nl) Inrichting voor het transporteren van ronde objecten.
US2818160A (en) Fruit spreading apparatus
US1458313A (en) Fruit-picker's ladder and conveyer
US460202A (en) Apparatus for handling cotton
US1581780A (en) Shaker for canned products
US4592434A (en) Machines for weighing and selecting market garden produce and the like
NL1032576C2 (nl) Inrichting voor het ten minste gedeeltelijk in verticale richting transporteren van voorwerpen.
US160895A (en) Improvement in harvesters
KR102059422B1 (ko) 구형농산물 선별기
NL2029906B1 (nl) Inrichting voor het plukken van champignons
NL8301221A (nl) Inrichting voor het scheiden van kluiten en dergelijke van gerooide knol- of bolgewassen.
US1026327A (en) Seed-grader.
US1316165A (en) Planoqrapii co
CN114054366B (zh) 一种滚子链输送料杯交换式大粒径农产品定量称重机

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20220201