NL2011540C2 - Communicatie kabel en werkwijze voor het aanleggen van een netwerk voor communicatie. - Google Patents

Communicatie kabel en werkwijze voor het aanleggen van een netwerk voor communicatie. Download PDF

Info

Publication number
NL2011540C2
NL2011540C2 NL2011540A NL2011540A NL2011540C2 NL 2011540 C2 NL2011540 C2 NL 2011540C2 NL 2011540 A NL2011540 A NL 2011540A NL 2011540 A NL2011540 A NL 2011540A NL 2011540 C2 NL2011540 C2 NL 2011540C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
cable
communication cable
point
communication
units
Prior art date
Application number
NL2011540A
Other languages
English (en)
Inventor
Patrick Julien Nelly Clits
Martinus Josephus Adolf Henricus Smulders
Original Assignee
Gm Products B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Gm Products B V filed Critical Gm Products B V
Priority to NL2011540A priority Critical patent/NL2011540C2/nl
Priority to PCT/NL2014/050680 priority patent/WO2015050447A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2011540C2 publication Critical patent/NL2011540C2/nl

Links

Classifications

    • G—PHYSICS
    • G02—OPTICS
    • G02B—OPTICAL ELEMENTS, SYSTEMS OR APPARATUS
    • G02B6/00—Light guides; Structural details of arrangements comprising light guides and other optical elements, e.g. couplings
    • G02B6/46—Processes or apparatus adapted for installing or repairing optical fibres or optical cables
    • G02B6/50—Underground or underwater installation; Installation through tubing, conduits or ducts
    • G02B6/504—Installation in solid material, e.g. underground
    • G—PHYSICS
    • G02—OPTICS
    • G02B—OPTICAL ELEMENTS, SYSTEMS OR APPARATUS
    • G02B6/00—Light guides; Structural details of arrangements comprising light guides and other optical elements, e.g. couplings
    • G02B6/46—Processes or apparatus adapted for installing or repairing optical fibres or optical cables
    • G02B6/50—Underground or underwater installation; Installation through tubing, conduits or ducts
    • G02B6/52—Underground or underwater installation; Installation through tubing, conduits or ducts using fluid, e.g. air
    • G—PHYSICS
    • G02—OPTICS
    • G02B—OPTICAL ELEMENTS, SYSTEMS OR APPARATUS
    • G02B6/00—Light guides; Structural details of arrangements comprising light guides and other optical elements, e.g. couplings
    • G02B6/44—Mechanical structures for providing tensile strength and external protection for fibres, e.g. optical transmission cables
    • G02B6/4401—Optical cables
    • G02B6/441—Optical cables built up from sub-bundles
    • G—PHYSICS
    • G02—OPTICS
    • G02B—OPTICAL ELEMENTS, SYSTEMS OR APPARATUS
    • G02B6/00—Light guides; Structural details of arrangements comprising light guides and other optical elements, e.g. couplings
    • G02B6/44—Mechanical structures for providing tensile strength and external protection for fibres, e.g. optical transmission cables
    • G02B6/4439—Auxiliary devices
    • G02B6/4471—Terminating devices ; Cable clamps
    • G02B6/44715—Fan-out devices
    • G—PHYSICS
    • G02—OPTICS
    • G02B—OPTICAL ELEMENTS, SYSTEMS OR APPARATUS
    • G02B6/00—Light guides; Structural details of arrangements comprising light guides and other optical elements, e.g. couplings
    • G02B6/46—Processes or apparatus adapted for installing or repairing optical fibres or optical cables
    • G02B6/47—Installation in buildings
    • G02B6/475—Mechanical aspects of installing cables in ducts or the like for buildings

Landscapes

  • Physics & Mathematics (AREA)
  • General Physics & Mathematics (AREA)
  • Optics & Photonics (AREA)
  • Laying Of Electric Cables Or Lines Outside (AREA)
  • Light Guides In General And Applications Therefor (AREA)

Description

Communicatie kabel en werkwijze voor het aanleggen van een netwerk voor communicatie
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een communicatie kabel. De uitvinding heeft voorts betrekking op een werkwijze voor het aanleggen van een netwerk voor communicatie voor een groep wooneenheden en/of bedrijfseenheden welke gebruik maakt van een dergelijke communicatie kabel. De uitvinding heeft in het bijzonder betrekking op optische communicatie en de hiervoor gebruikte optische communicatie kabels.
Binnen de context van de onderhavige uitvinding dient een communicatie kabel geïnterpreteerd te worden als een kabel welke bijvoorbeeld elektrische en/of optische signalen kan transporteren, waarbij de signalen worden gebruikt om gegevens over te dragen. Een bekend voorbeeld van een communicatie kabel is een kabel waarin één of meerdere glasvezels of geleiders van een ander soortig materiaal zijn opgenomen. De uitvinding is hiertoe echter niet beperkt.
Een huidige trend in communicatienetwerken is het vervangen van coaxiale kabels, of andersoortige elektrische kabels, door glasvezels. Een voorbeeld van een dergelijk netwerk is een Fiber-to-the-Home (FttH) netwerk waarbij een glasvezel tot in een wooneenheid en/of bedrijfseenheid wordt gebracht. Hierbij wordt de glasvezel doorgaans verbonden met een glasvezelmodem, waarop het in de wooneenheid en/of bedrijfseenheid aanwezige netwerk kan worden aangesloten.
De uitrol van FttH netwerken gaat gepaard met grote civiele werken. In dorpen en steden worden voetpaden open gegraven om glasvezelkabels, buizen en glasvezel lasmoffen in de grond aan te brengen. Deze kabels en moffen verbinden een kleine lokale centrale, een zogenaamd gebied aanwezigheidspunt ("Area Point-of-Presence") (AP), met elke wooneenheid in de directe omgeving van de AP. Hiermee zijn bepaalde civiele kosten gemoeid. Deze kosten worden beïnvloed door het type grond, maar ook door de snelheid waarmee de uitvoerders de materialen kunnen installeren en toepassen.
Hoe minder handelingen hiermee gemoeid zijn, hoe sneller de uitvoering kan gebeuren en dus hoe lager de uitvoeringskosten zullen zijn.
Op dit moment is de hierna beschreven werkwijze voor het aanleggen van een netwerk voor optische communicatie bekend.
Tijdens de ontwerpfase van een project wordt een stad/dorp opgedeeld in zones waarin een bepaald aantal wooneenheden en/of bedrijfseenheid aanwezig zijn.
Voorbeelden van wooneenheden zijn huizen, appartementen, flatgebouwen etc. Voor deze wooneenheden en/of bedrijfseenheden worden AP's van het geschikte formaat in de directe omgeving van de wooneenheden en/of bedrijfseenheden geplaatst. Deze AP's komen in verschillende formaten naar gelang het aantal aan te sluiten wooneenheden en/of bedrijfseenheden zoals 900/2300/3500 wooneenheden en/of bedrijfseenheden.
Vanaf de AP's worden geulen gegraven door elke straat en naar elke wooneenheid en/of bedrijfseenheid die op deze AP aangesloten zal worden. In deze geulen plaatst men 2-, 6-of 7-voudige multiduct 14/10mm kabelbuizen vanaf de AP tot aan een distributiepunt (DP). In deze buizen zal men naderhand 96-voudige glasvezelkabels (GVK's) aanbrengen (inblazen) om de AP met de DP te verbinden.
Vanaf de DP komen er 48 stuks tweevoudige direct begraafbare GVK's in de geul, welke elk naar een afzonderlijke wooneenheid en/of bedrijfseenheid worden geleidt. Elke wooneenheid en/of bedrijfseenheid wordt dus aangesloten op 1 GVK met 2 glasvezels. met deze 48 GVK's kan men dus 48 wooneenheden en/of bedrijfseenheden aansluiten. Per groep van 48 wooneenheden en/of bedrijfseenheden is er dus één DP nodig. In de DP worden de 96 glasvezels die van de AP komen verbonden met (gelast aan) de 48 tweevoudige GVK's die naar de wooneenheden en/of bedrijfseenheden lopen. Op deze manier wordt er dus een optisch pad gerealiseerd tussen de AP en de wooneenheden en/of bedrijfseenheden.
Het gedeelte van het traject tussen het openbare domein en de gevel van de woning wordt bijvoorbeeld met een tuinboring (raketboring) of een geultje uitgevoerd. Om de snelheid van uitvoering te bevorderen wordt er in de tuinboring vaak een (laagwaardig) plastic buisje voorzien waar nadien de tweevoudige GVK eenvoudig doorheen gestoken kan worden. Dit om de boorploegen (graafploegen) en de kabelploegen onafhankelijk van elkaar te kunnen laten werken. Het plastic buisje voorkomt dat de tuinboring invalt alvorens het kabeltje door de boring zit.
Een voorbeeld van een netwerk aangelegd met bovenstaande werkwijze is weergegeven in figuur IA. Hierin is een AP 1 weergegeven welke is aangesloten op het gemeentelijke glasvezelnetwerk. Vanuit AP 1 loopt een geul 2 waarin een 7-voudige multiduct kabelbuis 3 is gelegd, zie figuur 1B. Hierbij omvat kabelbuis 3 een mantel 4 en een zevental behuizingen 5, in de vorm van buizen, waarin een 96-voudige GVK 6 is opgenomen (slechts 1 weergegeven).
Bij een aftakkingspunt 7 wordt één van de behuizingen 5 afgetakt en wordt de hierin aanwezige GVK door middel van een andere behuizing 8 geleidt naar een DP 9. Behuizing 8 is hierbij altijd in een geul 10 geplaatst.
Bij DP 9 wordt de 96-voudige GVK aan 48 tweevoudig direct begraafbare ("direct-buried") kabels 11 verbonden, bijvoorbeeld door middel van een lastechniek. Kabels 11 worden via een geul 12 naar wooneenheden 13 geleidt. Hierbij kan voor het overbruggen van het stuk tussen geul 12 en wooneenheid 13, welke stuk veelal een voortuin omvat, een raketboring gebruikt worden om het openbreken van dit stuk te voorkomen.
Een direct begraafbare kabel is een kabel welke ondergronds geplaatst kan worden zonder dat hierbij een separate buis nodig is. Deze kabels zijn derhalve voorzien van een mantel welke bestendig is tegen chemische invloeden uit de omgeving. Verder moet de kabel dermate stevig zijn dat de hierin aanwezige glasvezels niet beschadigen door de druk welke op de kabel wordt uitgeoefend.
Het streven, vanaf het begin van de FttH uitrol, is om de kosten per wooneenheid- en/of bedrijfseenheidaansluiting zo laag mogelijk te krijgen. Om deze kosten zo laag mogelijk te krijgen probeert men slim te bouwen in alle lagen van de uitrol. Dit begint bij het slim ontwerpen, via de efficiëntste materialen tot aan de snelste civiele realisatie.
In de bovenstaande bekende werkwijze worden twee verschillende aanlegprincipes toegepast, namelijk het blazen van een kabel door een kabelbuis tussen de AP en de DP en het begaven van een GVK tussen de DP en de wooneenheid en/of bedrijfseenheid. Dit heeft te maken met de beperkte snelheid waarop men geulen kan graven, welke snelheid doorgaans ligt tussen de 400 en 500 meter per dag. Hierbij wordt het opgemerkt dat de meeste gemeenten de eis stellen dat de geulen aan het einde van de dag weer dicht moeten worden gemaakt om hinder en gevaar te voorkomen. De afstand tussen een AP en een DP, doorgaans tussen de 800 en 1500 meter, is aanzienlijk groter dan de afstand tussen een DP en een wooneenheid en/of bedrijfseenheid, doorgaans tussen de 100 en 400 meter. Een geul tussen een DP en de wooneenheden en/of bedrijfseenheden kan dus op één dag gegraven worden terwijl dit niet kan voor de geul tussen AP en DP.
Indien een direct begraafbare kabel toegepast zou worden direct tussen de AP en de wooneenheden en/of bedrijfseenheden zou deze kabel elke dag moeten worden doorgeknipt omdat de geul dichtgemaakt moet worden. De volgende dag zou de kabel door middel van een lastechniek moeten worden verbonden met een volgend kabelstuk. Dit is technisch complex, zal de prestaties van de kabel aanzienlijk verminderen en is zeer kostbaar. Vanwege deze reden wordt gebruik gemaakt van een multiduct kabelbuis, welke aan het einde van een dag eenvoudig doorgesneden kan worden. De volgende dag wordt een koppelstuk aangebracht om een verbinding te maken met het volgende stuk multiduct kabelbuis. Pas aan het einde, als de gehele kabelbuis is gelegd wordt door middel van een blaas- of trektechniek de kwetsbare GVK gelegd. Dit zijn hoog vezelige GVK's omdat het tijdrovend en duur zou zijn om de vezels in paren van 2 vezels te blazen. Doordat de GVK is beschermd door de buis hoeft deze GVK niet direct begraafbaar te zijn.
Om de verdeling te maken naar de individuele wooneenheden en/of bedrijfseenheden is een DP nodig waar de hoog vezelige GVK uitgesplitst en verbonden wordt met de 48 stuks tweevezelige GVK die naar de wooneenheden en/of bedrijfseenheden gaan. Het realiseren van deze DP (plaatsen en lassen) neemt één werkdag met twee personen in beslag.
Het traject tussen DP en wooneenheid en/of bedrijfseenheid is graaftechnisch wel te realiseren op één dag omdat de afstanden hier korter zijn en binnen het uitvoerbare venster per dag liggen. Echter, tussen DP en de wooneenheden en/of bedrijfseenheden liggen 48 individuele trajecten die elk van een direct begraafbare GVK voorzien moeten worden. Hierbij wordt een volle kabelspoel in de nabijheid van de DP geplaatst en wordt het traject naar elke wooneenheid en/of bedrijfseenheid afzonderlijk gelopen waarbij men telkens een GVK mee trekt.
Door toepassing van de hierboven omschreven werkwijze dient men dus twee types kabel te gebruiken, te weten een blaasbare, hoog vezelige kabel tussen AP en DP en een direct begraafbare tweevoudige GVK voor de wooneenheid- en/of bedrijfseenheidaansluiting tussen de DP en de wooneenheid en/of bedrijfseenheid.
Het is een doel van de onderhavige uitvinding om de noodzaak van een DP weg te nemen. Een verder doel van de uitvinding is om het aantal te gebruiken kabeltypen te reduceren. Een ander doel van de uitvinding is het aantal te lopen kilometers bij het aansluiten van de wooneenheden en/of bedrijfseenheden en de hiermee gemoeide kosten te verminderen. Tevens is een doel van de uitvinding om de vereiste technische kennis voor het aanleggen van het netwerk te verlagen en een snellere uitvoering van de civiele werken te kunnen realiseren.
Ten minste één van bovenstaande doelen is bereikt met de communicatie kabel volgens conclusie 1.
Volgens de onderhavige uitvinding omvat deze kabel een hoofdmantel en een veelvoud aan afzonderlijke secundaire kabels. De kabel is gekenmerkt doordat deze middelen omvat voor het open breken of scheuren van de hoofdmantel, waarbij elk van de secundaire kabels een direct begraafbare ("direct-buried") kabel is met één of meerdere geleiders voor communicatie signalen.
De kabel volgens de uitvinding biedt het voordeel dat deze enerzijds geblazen of getrokken kan worden vanaf de AP en dat deze anderzijds ook gebruikt kan worden voor de aansluiting op de wooneenheden en/of bedrijfseenheden. Dit is mogelijk omdat de hoofdmantel verwijderd kan worden, de secundaire kabels zijn immers van het direct begraafbare type. Na verwijdering van de hoofdmantel worden de individuele secundaire kabels toegankelijk, bij voorkeur zonder bijkomende handelingen om de bundel secundaire kabels te ontwarren, en kunnen deze aangesloten worden op de wooneenheden en/of bedrijfseenheden. Eventueel kan een SZ-slag zijn toegepast op de secundaire kabels voor het minimaliseren van axiale krachten in de communicatie kabel.
Met de kabel volgens de uitvinding is de bekende DP overbodig. In plaats hiervan is er sprake van een ander punt, aangeduid met uitbreekpunt, op welk punt bijvoorbeeld de multiduct buis ophoudt en vanaf welk punt de hoofdmantel van de kabel verwijderd kan worden voor het aansluiten van de secundaire kabels op de wooneenheden en/of bedrijfseenheden. Bij het gebruik van een dergelijke kabel kan het gebruik van verbindingstechnieken zoals lastechnieken aanzienlijk verminderd worden.
Een voordeel is tevens dat de geleider van de AP tot de wooneenheid en/of bedrijfseenheid ononderbroken is waardoor er geen signaalverlies ontstaat door het aan elkaar verbinden van de geleiders.
Een verder voordeel is dat de bron waaruit de geleiders komen de kabel zelf is in plaats van de DP. Hierdoor dient de gebruiker enkel de afstand af te leggen van de gelegde kabel naar de wooneenheid en/of bedrijfseenheid.
De communicatie kabel is bij voorkeur een optische communicatie kabel, waarbij de genoemde één of meerdere geleiders, geleiders voor optische signalen zijn. De één of meerdere geleiders zijn bijvoorbeeld een glasvezel.
De middelen voor het open breken of scheuren van de hoofdmantel kunnen een scheurdraad omvatten. Een scheurdraad is een op zich bekende techniek. Een dergelijke draad kan bijvoorbeeld vervaardigd zijn uit een op polyester gebaseerd garen of nylon.
De secundaire kabels kunnen elk zijn voorzien van een identificator met welke de afzonderlijke secundaire kabels van elkaar kunnen worden onderscheiden. Hierdoor is het duidelijk ter plaatse van de AP welke wooneenheid en/of bedrijfseenheid is verbonden met welke GVK. Voorbeelden van identificatoren zijn kleurcodes en/of cijfercodes.
Elke secundaire kabel kan een behuizing omvatten waarin de één of meerdere geleiders voor communicatie signalen zijn opgenomen. De behuizing kan bijvoorbeeld een buisje of andere inrichting zijn die geleiders voor communicatie signalen scheidt van de andere materialen in de secundaire kabel. Een voorbeeld van andere materialen zijn mechanische verstevigingmiddelen voor het verstevigen van de secundaire kabels in de lengterichting en/of dwarsrichting of scheurdraden. Dergelijke middelen kunnen bijvoorbeeld een glasvezelmat of Kevlar vezels omvatten.
De hoofdmantel is bij voorkeur geschikt om gedurende een periode van minimaal 15 jaar, en bij voorkeur 30 jaar, ondergronds in een buissysteem, zoals een multiduct buis, begraven te zijn zonder de in de kabel aanwezig secundaire kabels bloot te stellen aan chemische invloeden van buitenaf. Hiertoe kan de hoofdmantel vervaardigd zijn uit ten minste één materiaal gekozen uit de groep bestaande uit kunststoffen.
Verder kan elke secundaire kabel een mantel omvatten welke de secundaire kabel geschikt maakt om gedurende de levensduur ondergronds begraven te zijn zonder dat de één of meerdere geleiders voor communicatie signalen van de secundaire kabel bloot worden gesteld aan stoffen uit de grond en zonder dat de één of meerdere geleiders voor communicatie signalen schade ondervinden door de op de kabel uitgeoefende druk. Hiertoe kan elke mantel vervaardigd zijn uit ten minste één materiaal gekozen uit de groep bestaande uit kunststoffen.
De communicatie kabel kan zijn voorzien van een centraal treksterkte element, bijvoorbeeld vervaardigd uit fiber versterkt plastic, welke de kabel voldoende sterkte verschaft om over een afstand van minimaal 1000 meter door een buissysteem getrokken of geblazen te worden.
Volgens een tweede aspect verschaft de onderhavige uitvinding een werkwijze voor het aanleggen van een netwerk voor communicatie voor een groep wooneenheden en/of bedrijfseenheden. Deze werkwijze omvat het vanaf een gebied aanwezigheidspunt ("Area Point-of-Presence") leggen van een kabelbuis tot een uitbreekpunt. Tevens wordt of is een eindpunt bepaald voor de groep wooneenheden en/of bedrijfseenheden. Vervolgens wordt een communicatie kabel zoals hierboven beschreven gelegd vanaf het gebied aanwezigheidspunt door de kabelbuis tot het eindpunt. Hierna wordt de hoofdmantel van de communicatie kabel verwijderd over ten minste een deel van het stuk tussen het uitbreekpunt en het eindpunt door de middelen voor het open breken of scheuren van de hoofdmantel te gebruiken. Hierdoor kunnen de wooneenheden en/of bedrijfseenheden aan de blootgelegde secundaire kabels worden aangesloten.
In tegenstelling tot de bekende techniek gebruikt de onderhavige uitvinding bij voorkeur slechts één type kabel. Bovendien dient er minder gelopen te worden en kan de bekende DP achterwege gelaten worden.
Het geniet de voorkeur het eindpunt zodanig te kiezen dat een lengte van een secundaire kabel gerekend vanaf het gebied aanwezigheidspunt toereikend is om vanuit dit punt de vanaf het uitbreekpunt meest afgelegen wooneenheid en/of bedrijfseenheid te bereiken. Hierbij wordt rekening gehouden met de route die een dergelijke secundaire kabel zal afleggen, bijvoorbeeld de lengte van het stelsel geulen en kabelbuizen waarin de kabel ligt.
Het is mogelijk dat in een deel dat ligt tussen het uitbreekpunt en het eindpunt de mantel wordt opengebroken of gescheurd om vervolgens een deel van de wooneenheden en/of bedrijfseenheden aan te sluiten.
Het is tevens mogelijk het open breken of scheuren te starten bij het eindpunt van de communicatie kabel. Vervolgens kan de hoofdmantel in delen worden open gebroken of gescheurd, waarbij na elk open gebroken of open gescheurd deel een deel van de blootgelegde secundaire kabels wordt aangesloten op de bij het open gebroken of open gescheurd deel horende wooneenheden en/of bedrijfseenheden. De bij een deel horende wooneenheden en/of bedrijfseenheden zijn die wooneenheden en/of bedrijfseenheden die het dichtst bij dat deel gesitueerd zijn. Echter, het is ook mogelijk de hoofdmantel in hoofdzaak geheel te verwijderen tussen het eindpunt en het uitbreekpunt alvorens de wooneenheden en/of bedrijfseenheden aan te sluiten.
Doorgaans wordt een geul gegraven waarin de kabelbuis wordt begraven. Dit vindt bij voorkeur plaats voorafgaand aan het leggen van de kabelbuis en het door de kabelbuis trekken of blazen van de communicatie kabel.
Verder kan de werkwijze het graven omvatten van een geul tussen het uitbreekpunt en het eindpunt voor het hierin plaatsen van de communicatie kabel, welke geul bij voorkeur voorafgaand aan het leggen van de communicatie kabel wordt gegraven.
In het hiernavolgende zal de uitvinding in meer detail worden besproken onder verwijzing naar de bijgevoegde figuren, waarbij:
Figuren IA en 1B een bekende werkwijze voor het aanleggen van een glasvezelnetwerk en een dwarsdoorsnede van een hierin gebruikte multiduct buis tonen;
Figuur 2 een voorbeeld toont van een glasvezelnetwerk volgens de onderhavige uitvinding;
Figuur 3 een dwarsdoorsnede toont van een uitvoeringsvorm van een optische communicatie kabel volgens de onderhavige uitvinding; en
Figuur 4 een dwarsdoorsnede toont van een uitvoeringsvorm van een secundaire kabel van de kabel uit figuur 3.
Figuur 2 toont een voorbeeld van een glasvezelnetwerk volgens de onderhavige uitvinding. Bij de aanleg van dit netwerk blijft het eerste deel van de aanleg bijna ongewijzigd. Dit betreft de aanleg van multiducts 3. Deze worden gelegd vanaf AP 1 tot aan het punt waar normaliter de DP zou geplaatst worden. Dit punt wordt aangeduid met uitbreekpunt 14. Mogelijk worden multiducts van een ander formaat gebruikt, maar deze buizen hebben grotendeels dezelfde eigenschappen en hetzelfde doel.
Als het multiduct traject klaar is kan men geul(en) 12 voor de wooneenheidaansluitingen open leggen. Zodra deze trajecten open gegraven zijn kan de kabel ingeblazen worden. Dit inblazen gebeurt vanaf AP 1. Kabel 100 word ingeblazen totdat deze het einde van multiducts 3, uitbreekpunt 14, bereikt. Dit is echter niet het einddoel. Men blaast extra kabel 100 door tot deze in de nabijheid komt van de laatste wooneenheid van het bij kabel 100 horende domein, het zogenaamde eindpunt 15. In figuur 2 is het eindpunt weergegeven indien er slechts vier wooneenheden aangesloten dienen te worden. Het moge de vakman duidelijk zijn dat voor meer wooneenheden dit punt verder van uitbreekpunt 14 kan liggen.
Tijdens het doorblazen trekken werknemer(s) kabel 100 door geul 12 tussen uitbreekpunt 14 en eindpunt 15 tot aan de laatste wooneenheid 13, waarbij eventueel rekening wordt gehouden met reservelengte.
In kabel 100 zitten twee scheurdraden 102, zie figuur 3. Op het einde van kabel 100 worden scheurdraden 102 over een afstand van 10-15 cm vrij gemaakt door middel van een kabelmes. Zodra scheurdraden 102 vrij zijn, kunnen de werknemers kabel 100 open scheuren over de hele afstand tussen eindpunt 15 en uitbreekpunt 14 tijdens hun wandeling terug naar uitbreekpunt 14. Hierbij vormen de twee halve hoofdmantels zuiver en makkelijk te verwerken afval, omdat deze mantels veelal gebaseerd zijn op Polyethyleen (PE).
Secundaire kabel 110 is over de gehele lengte direct begraafbaar. Hierdoor is het risico voor beschadiging bij manipulatie minimaal. Verder vormen scheurdraden 102 een zekere en veilige manier om kabel 100 te openen. Het risico op beschadiging van secundaire kabels 110 is minimaal.
De (24 stuks) tweevoudige direct begraafbare GVK's 110 liggen nu in één keer beschikbaar in geul 12. De tweevoudige GVK's 110 kunnen nu in geul 12 terug getrokken worden om ingevoerd te worden in de tuinboringen of tuingeultjes om naar wooneenheden 13 te gaan. Waar een tweevoudige GVK 110 te lang is, wordt het overtollige weg geknipt of op reserve gelegd, eventueel in een opslaginrichting.
Figuur 3 toont een dwarsdoorsnede van een uitvoeringsvorm van een optische communicatie kabel 100 volgens de onderhavige uitvinding. Tevens toont figuur 4 een dwarsdoorsnede van een uitvoeringsvorm van een secundaire kabel 110.
De totale buitendiameter van optische communicatie kabel 100 hangt af van het aantal toegepaste secundaire kabels 110 en van hun diameter. De kabel diameter zal zo klein mogelijk gehouden worden. In het geval van 24 secundaire kabels 110 kan de totale constructie diameter ongeveer 15 tot 16 mm bedragen.
Kabel 100 omvat een mantel 101, een centraal treksterkte element 103 en twee tegenover elkaar geplaatste scheurdraden 102. Verder omvat kabel 100 meerdere secundaire kabels 110.
Secundaire kabel 110 omvat een behuizing 113, zoals een buisje, mantel of mof, waarin twee glasvezels 112 zijn geplaatst. Verder omvat secundaire kabel 110 een mantel 111 welke geschikt is om direct begraven te worden. Secundaire kabel 110 kan verder verstevigingmiddelen 114 omvatten voor het verhogen van de stijfheid van secundaire kabel 110.
Indien gewenst kan een kunststof wikkelspoel gebruikt worden om een deel van het overschot aan secundaire kabel 110 als reserve in de ondergrond op te slaan. Dit kan op het openbare domein blijven liggen of aan de voordeur van de wooneenheid. Hierdoor kan men wooneenheden aansluiten als zijnde wooneenheid gepasseerd ("home passed") en als wooneenheid aangesloten ("home connected"). De spoel is door middel van een detector makkelijk terug te vinden in de grond.
De wikkelspoel kan voorzien worden van een waterdichte bergplaats voor optische connectoren zodat deze connectoren op het einde van secundaire kabel 110 ter plaatse geïnstalleerd kunnen worden. Als men nu de connectoren onderling verbindt, realiseert men een "home passed" aansluiting waarvan de verbinding vanuit de AP doorgemeten kan worden. De wooneenheid kan op een latere datum aangesloten worden voor het realiseren van een glasvezelaansluiting.
Indien men in de tuinboring een buisje aanbrengt tot binnen in wooneenheid 13 en dit buisje is voorzien van een trekdraad, kan men secundaire kabel 110 ineens tot binnen in wooneenheid 13 trekken. Door de verstevigingmiddelen 114, bijvoorbeeld op basis van Kevlar, kan secundaire kabel 110 de hiermee gepaarde krachten weerstaan.
Het moge de vakman duidelijk zijn dat de uivinding niet beperkt is tot de getoonde uitvoeringsvormen maar dat verschillende wijzigingen mogelijk zijn zonder hierbij af te wijken van de beschermingsomvang welke wordt gedefinieerd door de hiernavolgende conclusies.

Claims (24)

1. Communicatie kabel, omvattende een hoofdmantel en een veelvoud aan afzonderlijke secundaire kabels, met het kenmerk, dat de communicatie kabel verder middelen omvat voor het open breken of scheuren van de hoofdmantel, waarbij elk van de secundaire kabels een direct begraafbare ("direct-buried") kabel is met één of meerdere geleiders voor communicatie signalen.
2. Communicatie kabel volgens conclusie 1, waarbij de communicatie kabel een optische communicatie kabel is en waarbij de genoemde één of meerdere geleiders, geleiders voor optische signalen zijn.
3. Communicatie kabel volgens conclusie 2, waarbij de één of meerdere geleiders een glasvezel zijn.
4. Communicatie kabel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de middelen voor het open breken of scheuren van de hoofdmantel een scheurdraad omvatten.
5. Communicatie kabel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de secundaire kabels elk zijn voorzien van een identificator met welke de afzonderlijke secundaire kabels van elkaar kunnen worden onderscheiden.
6. Communicatie kabel volgens conclusie 5, waarbij de identificator een kleurcode en/of cijfercode omvat.
7. Communicatie kabel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij elke secundaire kabel een behuizing omvat waarin de één of meerdere geleiders voor communicatie signalen is/zijn opgenomen.
8. Communicatie kabel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij elke secundaire kabel mechanische verstevigingmiddelen omvat voor het verstevigen van de secundaire kabels in de lengterichting en/of dwarsrichting.
9. Communicatie kabel volgens conclusie 8, waarbij de verstevigingmiddelen een glasvezelmat of Kevlar vezels omvatten.
10. Communicatie kabel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de hoofdmantel geschikt is om gedurende een periode van minimaal 15 jaar, en bij voorkeur 30 jaar, ondergronds in een buissysteem begraven te zijn zonder de in kabel aanwezige secundaire kabels bloot te stellen aan chemische invloeden van buiten af.
11. Communicatie kabel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de hoofdmantel vervaardigd is uit ten minste één materiaal gekozen uit de groep bestaande uit kunststoffen.
12. Communicatie kabel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij elke secundaire kabel een mantel omvat welke de secundaire kabel geschikt maakt om gedurende de levensduur ondergronds begraven te zijn op een diepte van minimaal 0,5 meter zonder dat de één of meerdere geleiders voor communicatie signalen van de secundaire kabel bloot worden gesteld aan stoffen uit de grond en zonder dat de één of meerdere geleiders voor communicatie signalen schade ondervinden door de op de kabel uitgeoefende druk.
13. Communicatie kabel volgens conclusie 12, waarbij elke mantel is vervaardigd uit ten minste één materiaal gekozen uit de groep bestaande uit kunststoffen.
14. Communicatie kabel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de kabel verder een centraal treksterkte element omvat.
15. Communicatie kabel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de kabel geschikt is om over een afstand van minimaal 1000 meter door een buissysteem getrokken of geblazen te worden.
16. Werkwijze voor het aanleggen van een netwerk voor communicatie voor een groep wooneenheden en/of bedrijfseenheden, omvattende: het vanaf een gebied aanwezigheidspunt ("Area Point-of-Presence") leggen van een buis tot een uitbreekpunt; het bepalen van een eindpunt voor de groep wooneenheden en/of bedrijfseenheden; het leggen van een communicatie kabel volgens een van de voorgaande conclusies vanaf het gebied aanwezigheidspunt door de buis tot het eindpunt; het verwijderen van de hoofdmantel van de communicatie kabel over ten minste een deel van het stuk tussen het uitbreekpunt en het eindpunt door de middelen voor het open breken of scheuren van de hoofdmantel te gebruiken; het aansluiten van de wooneenheden en/of bedrijfseenheden aan de blootgelegde secundaire kabels.
17. Werkwijze volgens conclusie 16, waarbij het eindpunt zodanig gekozen is dat een lengte van een secundaire kabel gerekend vanaf het gebied aanwezigheidspunt toereikend is om vanuit dit punt de vanaf het uitbreekpunt meest afgelegen wooneenheid en/of bedrijfseenheid te bereiken.
18. Werkwijze volgens conclusie 16 of 17, waarbij in een deel dat ligt tussen het uitbreekpunt en het eindpunt de mantel wordt opengebroken of gescheurd om vervolgens een deel van de wooneenheden en/of bedrijfseenheden aan te sluiten.
19. Werkwijze volgens conclusie 16 of 17, waarbij het open breken of scheuren wordt gestart bij het eindpunt van de communicatie kabel.
20. Werkwijze volgens conclusie 19, waarbij de hoofdmantel in delen wordt open gebroken of gescheurd, waarbij na elk open gebroken of open gescheurd deel een deel van de blootgelegde secundaire kabels wordt aangesloten aan de bij het open gebroken of open gescheurd deel horende wooneenheden en/of bedrijfseenheden.
21. Werkwijze volgens conclusie 19, waarbij de hoofdmantel in hoofdzaak geheel wordt verwijderd tussen het eindpunt en het uitbreekpunt alvorens de wooneenheden en/of bedrijfseenheden aan te sluiten.
22. Werkwijze volgens een van de conclusies 16-21, verder omvattende het graven van een geul waarin de buis wordt begraven.
23. Werkwijze volgens een van de conclusies 16-22, verder omvattende het graven van een geul tussen het uitbreekpunt en het eindpunt voor het hierin plaatsen van de communicatie kabel, welke geul bij voorkeur voorafgaand aan het leggen van de communicatie kabel wordt gegraven.
24. Werkwijze volgens een van de conclusies 16-23, waarbij het leggen van de communicatie kabel het door de buis trekken of blazen van de kabel omvat.
NL2011540A 2013-10-02 2013-10-02 Communicatie kabel en werkwijze voor het aanleggen van een netwerk voor communicatie. NL2011540C2 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2011540A NL2011540C2 (nl) 2013-10-02 2013-10-02 Communicatie kabel en werkwijze voor het aanleggen van een netwerk voor communicatie.
PCT/NL2014/050680 WO2015050447A1 (en) 2013-10-02 2014-10-02 Optical communication cable and method for installing a network for communication purposes

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2011540A NL2011540C2 (nl) 2013-10-02 2013-10-02 Communicatie kabel en werkwijze voor het aanleggen van een netwerk voor communicatie.
NL2011540 2013-10-02

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2011540C2 true NL2011540C2 (nl) 2015-04-07

Family

ID=51845478

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2011540A NL2011540C2 (nl) 2013-10-02 2013-10-02 Communicatie kabel en werkwijze voor het aanleggen van een netwerk voor communicatie.

Country Status (2)

Country Link
NL (1) NL2011540C2 (nl)
WO (1) WO2015050447A1 (nl)

Family Cites Families (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPH07294786A (ja) * 1994-04-27 1995-11-10 Sumitomo Electric Ind Ltd チューブ型光ケーブルおよびその使用方法
JP3990489B2 (ja) * 1998-03-03 2007-10-10 日本電信電話株式会社 光ケーブル
JP2001042176A (ja) * 1999-07-28 2001-02-16 Fujikura Ltd 光ファイバケーブル
US7006739B2 (en) * 2003-12-15 2006-02-28 Corning Cable Systems Llc Pre-connectorized fiber optic distribution cable
WO2007021673A2 (en) * 2005-08-12 2007-02-22 Afl Telecommunications Llc Tapered cable for use in fiber to the premises applications

Also Published As

Publication number Publication date
WO2015050447A1 (en) 2015-04-09

Similar Documents

Publication Publication Date Title
EP2153261B1 (en) Fibre optic network installation
TWI245139B (en) Buried fiber optic system including a sub-distribution system and related methods
US8805140B2 (en) Method of connecting user devices to optical fibre units contained in an optical cable
CN101770057B (zh) 具有中跨接入位置的配线光缆组件
EP2338213B1 (en) Laying network cables in water supply pipes
CA2065090A1 (en) Fiber Optic Cable Having Spliceless Branch and Method of Making
US8218926B2 (en) Cable, and a use and method for constructing a cable network
BE1017773A3 (nl) Werkwijze voor het leggen van een xtth netwerk.
CN102841416A (zh) 挂壁式光分路器箱及其使用方法
EP3196893A1 (en) Object recognition method and device
EP2485077A1 (en) Optical telecommunication cable and method for installing an optical communication cable
EP1533879A1 (en) Cable system and method for laying cable
CN202102155U (zh) 挂壁式光分路器箱
WO2015050447A1 (en) Optical communication cable and method for installing a network for communication purposes
US9678297B2 (en) Conduit system for an optic waveguide and method for installing a conduit system for an optic waveguide
CN101887153A (zh) 预装配型光缆及其制造方法
BE1025349B1 (nl) Werkwijze voor het leggen van een laatste deel van een kabelnetwerk
CN220323596U (zh) 一种易掏接光缆
Wirawan et al. Effectiveness of Microducts as Alternative to Deploying Optical Cables to Support Smart Infrastructure
Hodžić et al. Techno-Economic Feasibility of Replacing Copper Cable with Fiber--A Practical Solution
Veeranna et al. Difficulties of Fiber Optic Setup and Maintenance in a Developing Nation
EP0770223A1 (en) Transmission line installation
NL1028898C1 (nl) Werkwijze en buissysteem voor het leggen van glasvezelverbindingen naar woningen.
Mayhew et al. Cost-reduced cable delivery for the 21st century
Griffioen et al. Protected Microducts, Overview and Current Trends