NL2011085C2 - Bagagehouder voor een fiets. - Google Patents

Bagagehouder voor een fiets. Download PDF

Info

Publication number
NL2011085C2
NL2011085C2 NL2011085A NL2011085A NL2011085C2 NL 2011085 C2 NL2011085 C2 NL 2011085C2 NL 2011085 A NL2011085 A NL 2011085A NL 2011085 A NL2011085 A NL 2011085A NL 2011085 C2 NL2011085 C2 NL 2011085C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
luggage holder
luggage
holder
bottom section
section
Prior art date
Application number
NL2011085A
Other languages
English (en)
Inventor
Jolene Bianca Karelse
Fortunatus Johannes Haas
Albert Jan Nieuwenhuis
Popke Binne Veer
Michael Joseph Hugo Krechting
Original Assignee
Gmg Holding B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Gmg Holding B V filed Critical Gmg Holding B V
Priority to NL2011085A priority Critical patent/NL2011085C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL2011085C2 publication Critical patent/NL2011085C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B62LAND VEHICLES FOR TRAVELLING OTHERWISE THAN ON RAILS
    • B62JCYCLE SADDLES OR SEATS; AUXILIARY DEVICES OR ACCESSORIES SPECIALLY ADAPTED TO CYCLES AND NOT OTHERWISE PROVIDED FOR, e.g. ARTICLE CARRIERS OR CYCLE PROTECTORS
    • B62J9/00Containers specially adapted for cycles, e.g. panniers or saddle bags
    • B62J9/20Containers specially adapted for cycles, e.g. panniers or saddle bags attached to the cycle as accessories
    • B62J9/21Containers specially adapted for cycles, e.g. panniers or saddle bags attached to the cycle as accessories above or alongside the front wheel, e.g. on the handlebars
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B62LAND VEHICLES FOR TRAVELLING OTHERWISE THAN ON RAILS
    • B62JCYCLE SADDLES OR SEATS; AUXILIARY DEVICES OR ACCESSORIES SPECIALLY ADAPTED TO CYCLES AND NOT OTHERWISE PROVIDED FOR, e.g. ARTICLE CARRIERS OR CYCLE PROTECTORS
    • B62J9/00Containers specially adapted for cycles, e.g. panniers or saddle bags
    • B62J9/20Containers specially adapted for cycles, e.g. panniers or saddle bags attached to the cycle as accessories
    • B62J9/27Containers specially adapted for cycles, e.g. panniers or saddle bags attached to the cycle as accessories characterised by mounting arrangements, e.g. quick release arrangements

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Purses, Travelling Bags, Baskets, Or Suitcases (AREA)

Description

Bagagehouder voor een fiets
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een bagagehouder voor een fiets, welke bagagehouder een onderzijde bezit welke onderzijde is ingericht voor bevestiging aan een bagagedrager van een fiets.
Het gebruik van kratten voor het met een fiets vervoeren van bagage is de laatste jaren in populariteit toegenomen. Het krat is op een bagagedrager welke zich boven een wiel bevindt bevestigd, gebruikelijk een bagagedrager die zich boven het voorwiel bevindt. De eigenlijke bagage, zoals een schooltas of tas met boodschappen, wordt simpelweg in het krat geplaatst. Voor het bevestigen van het krat is de bodem van het krat bijvoorbeeld voorzien van gaten welke het mogelijk maken het krat middels een beugel, bouten en dergelijke semi-permanent aan de bagagedrager te bevestigen.
Een probleem is dat fietsen vaak in een fietsenrek worden gestald. In dat geval kan het krat het door de afmetingen ervan moeilijk maken om de fiets in het fietsenrek te plaatsen, of de fiets weer uit het fietsenrek te nemen. Voor een eenmaal gestalde fiets die is voorzien van een krat kan dit ook gelden voor een naast deze gestalde fiets in het fietsenrek te plaatsen of uit het fietsenrek te nemen andere fiets. Het probleem is nog groter wanneer die andere fiets ook is voorzien van een krat. Stallen kan ook buiten een fietsenrek een probleem zijn, zoals in een volle schuur.
De onderhavige uitvinding beoogt een bagagehouder te verschaffen die in een op een fiets gemonteerde toestand ervan ten minste een van de bovengenoemde problemen kan verminderen.
Hiertoe wordt een bagagehouder volgens de aanhef gekenmerkt doordat de bagagehouder een basis voor bevestiging van de bagagehouder aan een bagagedrager omvat, waarbij de bagagehouder verder - een eerste bagagehoudersectie omvat die een eerste bodemsectie omvat welke eerste bodemsectie draaibaar rond een eerste draaiingsas met de basis is verbonden, en - een tweede bagagehoudersectie die een tweede bodemsectie omvat welke tweede bodemsectie draaibaar rond een tweede draaiingsas met de basis is verbonden, welke tweede draaiingsas parallel loopt met de eerste draaiingsas, waarbij de bagagehouder - zich in een relatief open toestand eerste stand kan bevinden waarbij parallel met de eerste draaiingsas verlopende tegenoverliggende langsranden van de bagagehouder zich relatief ver uit elkaar bevinden, en - zich in een relatief gesloten tweede stand kan bevinden waarbij de tegenoverliggende langsranden zich relatief dicht bij elkaar bevinden; en de bagagehouder een veerorgaan bezit voor het in de eerste stand houden van de bagagehouder wanneer die zich in de eerste stand bevindt en in de tweede stand houden wanneer de bagagehouder zich in de tweede stand bevindt.
Door de bagagehouder volgens de uitvinding op een bagagedrager te monteren zodanig dat de draaiingsassen van de eerste bodemsectie en de tweede bodemsectie aan weerszijden en in hoofdzaak parallel lopen met het hoofdvlak van het frame van de fiets, kan de breedte van de bagagehouder worden verminderd in geval van de fiets wordt gestald. Het is, in tegenstelling tot een conventioneel krat, ook mogelijk om in geval van bijvoorbeeld tegenwind de bagagehouder ook tijdens het fietsen in de eerste stand te brengen indien de bagagehouder geen of weinig lading bevat. De bodem en wanddelen van de bagagehouder kunnen uit flexibel of stijf materiaal zijn gevormd, bijvoorbeeld doek, riet, hout, gevormde kunststof, een kunststof of metalen roosterwerk enz. Aldus is het mogelijk dat de bagagehouder in de eerste stand het uiterlijk heeft van een korf, een mand, kist enz. Door de bistabiele toestand verschaft door het veerorgaan blijft de bagagehouder wanneer de fiets waarop het is gemonteerd gestald is smal, waardoor de aanwezigheid van de bagagehouder minder hinderlijk is geworden. Daarnaast helpt het veerorgaan om rammelen van bagagehoudersecties in ten minste een van de eerste stand en de tweede stand, en bij voorkeur beide standen, tegen te gaan.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat de eerste bagagehoudersectie en de tweede bagagehoudersectie in wezen identiek zijn.
Dit verlaagt de productiekosten van de bagagehouder.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat de eerste bodemsectie een eerste nok omvat welke naar de tweede bodemsectie is gericht, en de tweede bodemsectie een tweede nok omvat die naar de eerste bodemsectie is gericht, waarbij ten minste een element gekozen uit de basis en de eerste bodemsectie als aanslag voor de tweede nok fungeert en ten minste een element gekozen uit de basis en de tweede bodemsectie als aanslag voor de eerste nok fungeert, voor het begrenzen van ten minste een stand gekozen uit de eerste stand en de tweede stand.
Aldus kan ten minste een stand gekozen uit de eerste stand en de tweede stand een gedefinieerde stand zijn, bij voorkeur ten minste de eerste stand. In geval de tweede stand is gedefinieerd, kan ook scheef gaan staan van de bagagehoudersecties ten opzichte van de basis worden vermeden.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat ten minste de eerste bodemsectie ten minste twee eerste nokken omvat, de eerste nokken en de tweede nok elk aan het distale uiteinde ervan een uitsparing bezitten, waarbij de uitsparing van de tweede nok niet in lijn ligt met de uitsparingen van de eerste nokken, een veerstaaf als het veerorgaan in de uitsparingen is gebracht, welke veerstaaf door door de nokken uitgeoefende tegenkrachten zich in een gespannen toestand bevindt, waarbij de spanning in de veerstaaf groter is in een stand van de bagagehoudersecties tussen de eerste en de tweede stand van de bagagehoudersecties in.
Aldus wordt bereikt dat door het naar de tweede stand bewegen van een bagagehoudersectie ook de andere bagagehoudersectie naar de tweede stand wordt bewogen. Hierdoor is de bagagehouder met één hand tussen de eerste en tweede stand beweegbaar. Daarbij is geen geleiding of scharnierend stangenstelsel tussen de bagagehoudersecties nodig, hetgeen kosten bespaart. Verder wordt bereikt dat de bagagehouder in de eerste stand in de eerste stand wordt gehouden en in de tweede stand in de tweede stand wordt gehouden. Aldus wordt rammelen tegengegaan.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat de basis de vorm heeft van een behuizing, waarbij de nokken zich in de behuizing bevinden.
Aldus is het klapmechanisme van de bagagehouder en volledig afgeschermd. Het voordeel hiervan is dat de kans wordt verkleind dat een vinger van de gebruiker of onderdelen van de bagage bekneld kunnen raken in het mechanisme. Ook een voordeel is dat de kans wordt verkleind dat het mechanisme, als gevolg van indringend vuil, in het functioneren ervan wordt belemmerd.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat de bagagehoudersecties zijn opgebouwd uit een buisframe.
De bodemsectie omvat daarbij een staafvormig of buisvormig bodemsectie-deel dat draaibaar aan de basis is bevestigd en met voordeel in de behuizing is opgenomen. Aldus kan zeer eenvoudig een ten opzichte van de basis draaibare bagagehoudersectie worden verschaft.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat zich tussen eerste bagagehoudersectie en tweede bagagehoudersectie doek uitstrekt en het doek in de eerste stand van de bagagehouder relatief vlak is en in de tweede stand van de bagagehouder relatief opgevouwen is .
Het doek kan textieldoek zijn, kunststof zeil of dergelijke. Het kan ook een elastisch doek zijn, zoals spandex.
Een gunstige uitvoeringsvorm wordt hierdoor gekenmerkt dat de bagagehouder een afdekorgaan bezit voor het in de eerste stand afdekken van de bagagehouder wanneer die zich in de eerste stand bevindt.
Aldus kan bagage tegen regen of dergelijke worden beschermd. Het afdekorgaan kan een los onderdeel zijn en heeft bijvoorbeeld de vorm van een hoes, bijvoorbeeld met elastische omtreksranden. De bagagehouder kan ook zijn voorzien van een afdekflap.
De onderhavige uitvinding zal thans worden toegelicht aan de hand van de tekening, waarin
Fig. la een voorzijde van een fiets toont met een bagagedrager voorzien van een bagagehouder volgens de uitvinding in een eerste open stand;
Fig. lb de voorzijde van de fiets van Fig. la toont waarbij de bagagehouder zich in een tweede relatief gesloten stand bevindt;
Fig. 2 een explosie-aanzicht van behuizing toont die een basis vormt van de bagagehouder van Fig. 1;
Fig. 3 een opengewerkt bovenaanzicht op een deel van de bagagehouder van Fig. 1 waarbij framedelen in de behuizing van Fig. 2 zijn opgenomen;
Fig. 4a-c een detail van de behuizing van Fig. 2 in een drietal standen van bagagehoudersecties tonen;
Fig. 5 a-c het inwendige van de behuizing in de drie standen van de bagagehouder van Fig. 4a-c tonen;
Fig. 6 een explosie-aanzicht van alternatieve behuizing toont die een basis vormt van de bagagehouder van Fig. 1;
Fig. 7 een perspectivisch aanzicht toont op een opengewerkt bovenaanzicht op een deel van de bagagehouder van Fig. 1 waarbij framedelen in de alternatieve behuizing van Fig. 6 zijn opgenomen; en
Fig. 8 a-c het inwendige van de behuizing in drie standen van de bagagehouder van Fig. 6 tonen.
Fig. la toont een voorzijde van een voorste deel van een fiets 100 met een bagagedrager 101 voorzien van een bagagehouder 110 volgens de uitvinding in een relatief open eerste stand, en Fig. lb toont de fiets 100 van Fig. 1 met de bagagehouder 110 in een relatief gesloten tweede stand.
De bagagehouder 110 omvat een basis 111, hier in de vorm van een behuizing 111. De bagagehouder 110 omvat een eerste bagagehoudersectie 121 en een tweede bagagehoudersectie 122, welke in wezen identiek zijn. De eerste en de tweede bagagehoudersectie 121, 122 bij deze uitvoeringsvorm omvatten respectievelijk een buisframe 131 respectievelijk 132 dat in de hier getoonde uitvoeringsvorm is voorzien van een vormvast kunststof wandelement 141 respectievelijk 142. De kunststof wandelementen 141, 142 zorgen bij de hier getoonde uitvoeringsvorm zowel voor zijwanden als bodemwanden.
Bij de hier getoonde uitvoeringsvorm zijn de bagagehoudersecties 121, 122 elk opgebouwd uit een buisframe 131, 132 waaraan de kunststof wandelementen 141, 142 zijn bevestigd. De buisframes 131, 132 definiëren twee tegenoverliggende langsranden 156, 157 op afstand van de behuizing 111. Deze langsranden 156, 157 bevinden zich in de relatief gesloten tweede stand tegen elkaar of dicht bij elkaar, en in de open eerste stand ver van elkaar. Zoals hierna zal worden uitgelegd bevinden zich buisframesecties in de behuizing 111. Tussen deze buisframesecties en de buisframesecties die de langsranden 156, 157 definiëren bevinden zich verdere buisframesecties teneinde de genoemde buisframsecties van een bagagehoudersectie met elkaar te verbinden. Tussen de genoemde verdere buisframesecties van de twee bagagehoudersecties 121, 122 kan doek 160 zijn verschaft waardoor de bagagehouder 110 in de open eerste stand in de gehele omtreksrichting zijwanden bezit. Het doek 160 kan van een of meer plooien 161 zijn voorzien welke ervoor zorgen dat bij het sluiten van de bagagehouder 110 beide doeken 160 binnen de bagagehouder 110 steken.
In de praktijk is de bagagehouder 110 via de behuizing 111 semi-permanent aan de bagagedrager 101 bevestigd, bijvoorbeeld middels beugels en moeren. De basis 111 kan echter ook een meerdelige basis zijn, zoals een tweedelige basis waarbij de twee basisdelen middels een snelkoppeling losneembaar verbonden kunnen worden. Een eerste basisdeel wordt dan (semi)permanent aan de bagagedrager 101 van de fiets 100 bevestigd. Het andere basisdeel maakt dan deel uit van de bagagehouder 110, en is in wezen de behuizing 111 zoals bij deze uitvoeringsvorm beschreven. In dat geval kan de bagagehouder 110 gemakkelijk van de fiets 100 worden losgenomen en vastgemaakt door de bagagehouder 110 met de behuizing 111 ervan aan het eerste basisdeel dat aan de fiets is bevestigd te koppelen of los te maken.
Fig. 2 toont een explosie-aanzicht van de behuizing 111 en laat zien dat de behuizing 111 is opgebouwd uit een onderste behuizingsdeel 201 en een bovenste behuizingsdeel 202. Er zijn in de behuizing 111 eerste doorgaande gaten 216 voorzien waarmee de behuizingsdelen 201, 202 voor assemblage van de bagagehouder 110 aan elkaar worden verbonden en tweede doorgaande gaten 217 welke gebruikt worden voor montage van de bagagehouder 110 aan de bagagedrager 101, of aan een eerste basisdeel dat aan de bagagedrager 101 is bevestigd.
De buisframes 131, 132 omvatten elk een buisframesectie 231 respectievelijk 232 welke buisframesecties draaibaar in doorgaande behuizingsuitsparingen 211, 212 van de behuizing 111 zijn opgenomen. De buisframesecties zijn niet draaibaar ten opzichte van de rest van de buisframes waarvan zij deel uitmaken.
De buisframesecties 231, 232 zijn bij voorkeur uit kunststof gevormd en bezitten nokken 261, 262 met inkepingen 271, 272 waarin een veerstaaf 280 wordt opgenomen. De rol daarvan zal hierna verder worden toegelicht.
In gemonteerde toestand van het bovenste behuizingsdeel 202 op het onderste behuizingsdeel 201 bevinden de buisframesecties 231, 232 zich in zich over de lengte van de behuizing 111 uitstrekkende behuizingsuitsparingen 211, 212 waarin van de langsranden 156, 157 afgelegen onderste buisframesecties 231, 232 draaibaar zijn opgenomen. De buisframesecties 231, 232 zijn met voordeel identiek. De buisframesecties 231, 232 zijn voorzien van nokken 261, 262. De draaiing tussen de relatief open eerste stand (Fig. la) en optioneel ook de relatief gesloten tweede stand (Fig. lb) kan begrensd worden doordat de behuizing 111 als aanslag voor de nokken 261, 262 kan fungeren.
De nokken 261, 262 zijn voorzien van een uitsparing 271 zoals een oog of een inkeping 271 aan het distale uiteinde van de nokken 261, 262. Hierin wordt een stalen veerstaaf 280 opgenomen (lengte 60 mm; dikte 1.5 mm). Deze is in een stand tussen de eerste stand en de tweede stand maximaal vervormd. Daardoor wordt een bistabiele situatie bereikt waarbij de bagagehouder 110 hetzij in de eerste stand wordt gedwongen, hetzij in de tweede stand. Het is gunstig als de stalen veerstaaf 280 in de eerste stand en/of de tweede stand nog enigszins vervormd is (dit is in Fig. 4 en 5 te zien). Hierdoor wordt rammelen tegengegaan en voelt de bagagehouder 110 solide aan.
Fig. 3 laat zien dat van een buisframesectie 231 (die identiek is met buisframesectie 232) de uiteinden ervan voor snelle montage zijn opgenomen in uiteinden van de rest van het buisframe 131 (en overeenkomstig de rest van buisframe 132 voor buisframesectie 232). De buisframesecties mogen niet ten opzichte van de rest van het betreffende buisframe roteren, aangezien anders de nokken 261, 262 hun functie niet kunnen vervullen. De buisframesecties 231, 232 worden bijvoorbeeld middels popnagels geborgd.
Fig. 4a-c tonen een drietal schematische doorsneden door de behuizing 111 in respectievelijk de relatief open eerste stand (Fig. 4a), een stand tussen de eerste en de tweede stand in (Fig. 4b), en in de relatief gesloten tweede stand (Fig. 4c).
Te zien is dat in Fig. 4a het bovenste behuizingsdeel 202 als aanslag voor de nokken 261, 262 fungeert, en in Fig. 4c het onderste behuizingsdeel 201. Voor de laatste situatie is dat minder belangrijk, aangezien de randen 156, 157 ook door tegen elkaar te komen een uiterste stand opleveren. Niettemin geniet het wel de voorkeur dat het onderste behuizingsdeel 201 als aanslag kan fungeren, aangezien aldus kan worden bereikt dat de bagagehouder 110 in de gesloten stand ervan mooier oogt (verdere buissecties loodrecht ten opzichte van de basis 111) .
In Fig. 4a-c is met onderbroken lijnen het distale uiteinde van een achter de nok 261 gelegen nok 262 getekend, met eveneens onderbroken aangegeven de gebogen veerstaaf 280. Te zien is dat die veerstaaf 280 in Fig. 4b sterker gebogen is. Er is sprake van een bistabiele situatie, waardoor de bagagehouder 110 door de veerstaaf 280 altijd open wordt gehouden of altijd gesloten.
Fig. 5a-c tonen een drietal bovenaanzichten op de behuizing 111 in respectievelijk de relatief open eerste stand (Fig. 5a), een stand tussen de eerste en de tweede stand in (Fig. 5b) , en in de relatief gesloten tweede stand (Fig. 5c), waarbij het bovenste behuizingsdeel is weggelaten. Fig. 5a-5c stemmen overeen met Fig. 4a-c, en laten ook zien dat de veerstaaf 280 in de tussengelegen stand sterker gebogen is. Ook is te zien dat de veerstaaf 280 die in onbelaste toestand recht is, ook in de beide andere standen gebogen is, en dus de nokken 261 tegen het betreffende behuizingsdeel aandrukken.
Fig. 6 toont een explosie-aanzicht van een alternatieve behuizing 111 die in hoofdzaak hetzelfde is als die van Fig. 2. Overeenkomstige onderdelen zijn met dezelfde verwijzingscijfers weergegeven. Het verschil zit hem in de buisframesecties 231, 232 met de nokken 261, 262 welke inkepingen 271, 272 bezitten waarin een veerstaaf 280 van verenstaal wordt opgenomen.
De veerstaaf 280 wordt op zijn plaats gehouden doordat de uitsparingen 271 eindwanden 671 hebben die als aanslag fungeren. De veerstaaf 280 heeft een diameter van 4 mm en is 86 mm lang. De hart op hart afstand van de draaiassen van de buisframesecties 231, 232 is 28 mm. De hoekverdraaiing van een as bedraagt 39 graden (tussen de uiterste open en dicht stand).
Fig. 7 stemt in hoofdzaak overeen met Fig. 3. Te zien is dat de veerstaaf 280 slechts 1 kromming vertoont, iets waarvan gedacht wordt dat dit een meer duurzaam en/of betrouwbaar bedrijf kan verschaffen in vergelijking met de uitvoeringsvorm van de figuren 2 tot 5.
Fig. 8a-c tonen een drietal bovenaanzichten op de behuizing 111 in respectievelijk de relatief open eerste stand (Fig. 8a), een stand tussen de eerste en de tweede stand in (Fig. 8b), en in de relatief gesloten tweede stand (Fig. 8c), waarbij het bovenste behuizingsdeel is weggelaten. Fig. 8a-8c stemmen overeen met Fig. 5a-5c, en laten ook zien dat de veerstaaf 280 in de tussengelegen stand (Fig. 8b) sterker gebogen is. Ook is te zien dat de veerstaaf 280 die uiterste standen (Fig. 8a, Fig. 8c) gebogen is, en dus de nokken 261 tegen het betreffende behuizingsdeel (201 of 202, afhankelijk van de stand) aandrukken.

Claims (8)

1. Bagagehouder (110) voor een fiets (100), welke bagagehouder (110) een onderzijde bezit welke onderzijde is ingericht voor bevestiging aan een bagagedrager (101) van een fiets (100), met het kenmerk, dat de bagagehouder (110) een basis (111) voor bevestiging van de bagagehouder (110) aan een bagagedrager (101) omvat, waarbij de bagagehouder (110) verder - een eerste bagagehoudersectie (121) omvat die een eerste bodemsectie omvat welke eerste bodemsectie draaibaar rond een eerste draaiingsas met de basis (111) is verbonden, en - een tweede bagagehoudersectie (122) die een tweede bodemsectie omvat welke tweede bodemsectie draaibaar rond een tweede draaiingsas met de basis (111) is verbonden, welke tweede draaiingsas parallel loopt met de eerste draaiingsas, waarbij de bagagehouder (110) - zich in een relatief open toestand eerste stand kan bevinden waarbij parallel met de eerste draaiingsas verlopende tegenoverliggende langsranden (156, 157) van de bagagehouder (110) zich relatief ver uit elkaar bevinden, en - zich in een relatief gesloten tweede stand kan bevinden waarbij de tegenoverliggende langsranden (156, 157) zich relatief dicht bij elkaar bevinden; en de bagagehouder (110) een veerorgaan (280) bezit voor het in de eerste stand houden van de bagagehouder (110) wanneer die zich in de eerste stand bevindt en in de tweede stand houden wanneer de bagagehouder (110) zich in de tweede stand bevindt.
2. Bagagehouder volgens conclusie 1, waarbij de eerste bagagehoudersectie (121) en de tweede bagagehoudersectie (122) in wezen identiek zijn.
3. Bagagehouder volgens conclusie 1 of 2, waarbij de eerste bodemsectie een eerste nok omvat welke naar de tweede bodemsectie is gericht, en de tweede bodemsectie een tweede nok omvat die naar de eerste bodemsectie is gericht, waarbij ten minste een element gekozen uit de basis (111) en de eerste bodemsectie als aanslag voor de tweede nok fungeert en ten minste een element gekozen uit de basis (111) en de tweede bodemsectie als aanslag voor de eerste nok fungeert, voor het begrenzen van ten minste een stand gekozen uit de eerste stand en de tweede stand.
4. Bagagehouder volgens conclusie 3, waarbij ten minste de eerste bodemsectie ten minste twee eerste nokken (261, 262) omvat, de eerste nokken (261, 262) en de tweede nok elk aan het distale uiteinde ervan een uitsparing (271) bezitten, waarbij de uitsparing (271) van de tweede nok niet in lijn ligt met de uitsparingen van de eerste nokken (261, 262), een veerstaaf (280) als het veerorgaan (280) (280) in de uitsparingen is gebracht, welke veerstaaf (280) door door de nokken (261, 262) uitgeoefende tegenkrachten zich in een gespannen toestand bevindt, waarbij de spanning in de veerstaaf (280) groter is in een stand van de bagagehoudersecties (121) tussen de eerste en de tweede stand van de bagagehoudersecties (121) in.
5. Bagagehouder volgens een van de conclusies 3 of 4, waarbij de basis (111) de vorm heeft van een behuizing (111), waarbij de nokken (261, 262) zich in de behuizing (111) bevinden.
6. Bagagehouder volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de bagagehoudersecties (121) zijn opgebouwd uit een buisframe.
7. Bagagehouder volgens een der voorgaande conclusies, waarbij zich tussen eerste bagagehoudersectie (121) en tweede bagagehoudersectie (122) doek (160) uitstrekt en het doek (160) in de eerste stand van de bagagehouder (110) relatief vlak is en in de tweede stand van de bagagehouder (110) relatief opgevouwen is.
8. Bagagehouder volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de bagagehouder (110) een afdekorgaan bezit voor het in de eerste stand afdekken van de bagagehouder (110) wanneer die zich in de eerste stand bevindt.
NL2011085A 2013-07-02 2013-07-02 Bagagehouder voor een fiets. NL2011085C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2011085A NL2011085C2 (nl) 2013-07-02 2013-07-02 Bagagehouder voor een fiets.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2011085 2013-07-02
NL2011085A NL2011085C2 (nl) 2013-07-02 2013-07-02 Bagagehouder voor een fiets.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2011085C2 true NL2011085C2 (nl) 2015-01-05

Family

ID=52629775

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2011085A NL2011085C2 (nl) 2013-07-02 2013-07-02 Bagagehouder voor een fiets.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL2011085C2 (nl)

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US7156409B2 (en) Collapsible bicycle
US20160229474A1 (en) Bicycle mountable storage container
EP2684785B1 (en) Connection device for a pannier
TWI643776B (zh) 附寵物用提袋之推車
NL2011085C2 (nl) Bagagehouder voor een fiets.
US10850787B2 (en) System for fixing an accessory to a motorcycle or bicycle
US10946918B2 (en) Body cladding for a motor vehicle, and motor vehicle
US20100327034A1 (en) Arrangement for holding bags on a bicycle
EP2048069A1 (fr) Sac de protection et de rangement de léquipement d'un motard
US9663171B2 (en) Article carrier for bicycle
BE1023381B1 (nl) Inrichting voor het bevestigen van een draagbaar voorwerp aan een voertuig
CN101024405B (zh) 机动二轮车用车载包
US9321497B2 (en) Article storage structure for motorcycle
IT202100002147A1 (it) Contenitore portaoggetti per veicolo a sella cavalcabile
EP2383173A1 (en) Rollable and removable protection system for bicycles
RU2025386C1 (ru) Складной велосипед-тележка
CA2559638C (en) Child transport vehicle
FR2840568A1 (fr) Dossier avec aumoniere
JP4206257B2 (ja) 軽車両用風防及び自転車
EP2931560B1 (fr) Tablette centrale et système de montage à liberation automatique de la tablette
JPH0318310Y2 (nl)
IT201900015195A1 (it) Borse estensibili
US20170113749A1 (en) Bike Grocery Bag Porter
JP3072276U (ja) 自転車用フタ付き前カゴ
JPS5830781Y2 (ja) 自転車用荷台

Legal Events

Date Code Title Description
PD Change of ownership

Owner name: THULE SWEDEN AB; SE

Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), ASSIGNMENT; FORMER OWNER NAME: GMG HOLDING B.V.

Effective date: 20170111

MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20190801