NL2009838C2 - Schild voor een cilinderslot. - Google Patents

Schild voor een cilinderslot. Download PDF

Info

Publication number
NL2009838C2
NL2009838C2 NL2009838A NL2009838A NL2009838C2 NL 2009838 C2 NL2009838 C2 NL 2009838C2 NL 2009838 A NL2009838 A NL 2009838A NL 2009838 A NL2009838 A NL 2009838A NL 2009838 C2 NL2009838 C2 NL 2009838C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
cylinder
receiving part
shield
cover element
cylinder receiving
Prior art date
Application number
NL2009838A
Other languages
English (en)
Inventor
Willem Jan Visser
Original Assignee
Axa Stenman Nederland B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Axa Stenman Nederland B V filed Critical Axa Stenman Nederland B V
Priority to NL2009838A priority Critical patent/NL2009838C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL2009838C2 publication Critical patent/NL2009838C2/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E05LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
    • E05BLOCKS; ACCESSORIES THEREFOR; HANDCUFFS
    • E05B15/00Other details of locks; Parts for engagement by bolts of fastening devices
    • E05B15/02Striking-plates; Keepers; Bolt staples; Escutcheons
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E05LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
    • E05BLOCKS; ACCESSORIES THEREFOR; HANDCUFFS
    • E05B15/00Other details of locks; Parts for engagement by bolts of fastening devices
    • E05B15/16Use of special materials for parts of locks
    • E05B15/1614Use of special materials for parts of locks of hard materials, to prevent drilling

Landscapes

  • Fluid-Damping Devices (AREA)

Description

P99352NL00
Titel: Schild voor een cilinderslot
De uitvinding heeft betrekking op een schild voor een cilinderslot, bijvoorbeeld een deurschild.
Een dergelijk schild is op zichzelf bekend uit de stand der techniek, en kan bijvoorbeeld zijn gemonteerd op een paneel, bijvoorbeeld een deur of 5 raam, ten behoeve van het beschermen van een cilinderslot dat in het paneel is aangebracht.
Het bekende schild omvat een afdekelement, bijvoorbeeld een stalen afdekplaat, voorzien van een sleutel-insteekopening. Na montage kan een cilinder, van een genoemd cilinderslot, zich achter de sleutel-10 insteekopening bevinden, om door een geschikte (i.e. bij de cilinder passende) sleutel te worden bediend. Bij het bekende conventionele schild kan de cilinder volledig door een gat van het (binnen- en buitendeurjschild steken/schuiven. Axiale fixatie van de cilinder geschied dan door middel van een schroef in een kopse kant deur. Het is bekend om een enigszins flexibele 15 configuratie te leveren, om rekening te houden met verschillende mogelijke axiale posities van de cilinder van opzichte van het schild. Hierbij kan een losse veer worden gebruikt om bijvoorbeeld een cilinderafdekdeel in de richting van een binnenwaartse uitganspositie te trekken. Op deze manier kan bijvoorbeeld rekening worden gehouden met verschillende slotsystemen 20 en paneelafmetingen.
Een bekende braakpoging omvat kerntrekken, waarbij een inbreker een element via de sleutel-insteekopening in de kern van de cilinder schroeft, om de kern vervolgens met kracht te verwijderen. Om een dergelijke inbraakpoging tegen te gaan is het bekend, het schild te voorzien 25 van een stalen afdekkap, welke het uittrekken kan blokkeren.
Bekende schildsystemen, welke zowel breed inzetbaar zijn als een goede kerntrek-beveiliging kunnen leveren, zijn relatief complex, relatief 2 kostbaar, en vergen tijdrovende montagehandelingen. De onderhavige uitvinding beoogt deze nadelen van bekende systemen op te heffen, of althans aanzienlijk te verminderen.
In het bijzonder beoogt de uitvinding een verbeterd schild. Meer in 5 het bijzonder beoogt de uitvinding een schild, dat uittrekken van de cilinder -na montage- goed kan tegengaan, relatief gemakkelijk monteerbaar is, en relatief goedkoop kan worden uitgevoerd.
Volgens een aspect van de uitvinding wordt een schild hiertoe gekenmerkt door de maatregelen van conclusie 1.
10 Volgens een aspect van de uitvinding omvat een schild voor een cilinderslot: -een afdekelement, voorzien van een zich om een opening uitstrekkende blokkeerflens; -een positioneringsorgaan met een cilinder-ontvangstdeel voor 15 ontvangst van een kop van een cilinder om de cilinder ten opzichte van de opening van het afdekelement te positioneren, waarbij het cilinder-ontvangstdeel in verschillende axiale installatiestanden ten opzichte van de opening plaatsbaar is; -veermiddelen, uitgevoerd om het cilinder-ontvangstdeel van het 20 positioneringsorgaan in een axiale richting ten opzichte van het afdekelement af te veren; waarbij het positioneringsorgaan is voorzien van een blokkeerorgaan, ingericht om met de genoemde blokkeerflens samen te werken om een axiale stand van het cilinder-ontvangstdeel ten opzichte van 25 het afdekelement te begrenzen, waarbij de veermiddelen en het positioneringsorgaan uit één stuk zijn vervaardigd.
Op deze manier kan montage relatief eenvoudig en efficiënt worden uitgevoerd. In het bijzonder kan het positioneringsorgaan op een geschikte installatiepositie worden aangebracht, om een slotcilinder te ontvangen en 30 ten opzichte van het afdekelement te positioneren, waarbij de integrale 3 veermiddelen direct aanwezig zijn. Verlies of een onjuiste positionering de veermiddelen, tijdens montage, wordt zo vermeden. Op deze manier kan bovendien beschadiging van onderdelen van het schild, bijvoorbeeld het positioneringsorgaan en/of de veermiddelen, worden tegengegaan.
5 Daarnaast wordt bereikt dat een relatief eenvoudig deurschild kan worden verkregen, dat uit weinig onderdelen bestaat, relatief goedkoop kan worden uitgevoerd, en toch een gewenste cilinderbeveiliging kan leveren.
Opgemerkt wordt dat een genoemde axiale richting een richting is welke evenwijdig is aan een hartlijn van een na montage te beschermen 10 cilinder (ontvangen in het cilinder-ontvangstdeel), te weten doorgaans een richting normaal ten opzichte van een voorzijde en normaal ten opzichte van een achterzijde van het genoemde afdekelement.
Verder wordt opgemerkt dat het afdekelement, naast de genoemde opening welke na montage een sleutel toegang tot de cilinder biedt, 15 bijvoorbeeld zijn voorzien van een doorgang voor ontvangst van grendel- of schoot-bedieningsmiddelen, bijvoorbeeld deurklinkmiddelen of dergelijke, hetgeen de vakman duidelijk zal zijn. Voorts kan het afdekelement zijn voorzien van middelen om dat element aan bijvoorbeeld een paneel te fixeren, bijvoorbeeld in en/of een achterzijde van het afdekelement 20 aangebrachte schoefbussen voor ontvangst van bevestigingsmiddelen, bijvoorbeeld bevestigingsbouten.
Volgens een extra voordelige uitwerking van de uivinding is het positioneringsorgaan, omvattende het cilinder-ontvangstdeel en de veermiddelen, van kunststof is vervaardigd, bijvoorbeeld in hoofdzaak van 25 nylon of een andere geschikte kunststof. Op deze manier kan kunststof als een van de hoofdbestanddelen worden gebruikt voor het positioneren van een slotcilinder ten opzichte van het schild, althans het afdekelement. Het kunststof positioneringsorgaan kan bijvoorbeeld, volgens een nader uitwerking, nauw passend in een optionele uitsparing van een achterzijde 30 van het afdekelement aanbrengbaar zijn, bij voorkeur zodanig dat een 4 achterzijde van positioneringsorgaan en de achterzijde van het afdekelement in hetzelfde, doorgaans rechte, vlak liggen. Het kunststof onderdeel, te weten het positioneringsorgaan, kan op veschillende manieren worden vervaardigd, bijvoorbeeld door middel van kunststof spuitgieten, 5 hetgeen de vakman duidelijk zal zijn.
Een extra voordelige uitwerking van de uitvinding omvat voorts toepassing van integrale bladveren, bijvoorbeeld integrale kunststof bladveren. Met deze veren kan een stabiele, duurzame positionering worden bereikt.
10 Voorts biedt de uitvinding een paneel, bijvoorbeeld deur of raam, voorzien van een cilinderslot omvattende een door een sleutel bedienbare cilinder, waarbij het paneel is voorzien van een schild volgens de uitvinding ten behoeve van bescherming van de cilinder tegen uittrekpogingen. Aldus kunnen hierboven genoemde voordelen worden bereikt.
15 Daarnaast biedt een aspect van de uitvinding een voordelig schild voor een cilinderslot dat wordt gekenmerkt door: -een afdekelement, voorzien van een zich om een opening uitstrekkende blokkeerflens; -een positioneringsorgaan met een cilinder-ontvangstdeel voor 20 ontvangst van een kop van een cilinder om de cilinder ten opzichte van de opening van het afdekelement te positioneren, waarbij het cilinder-ontvangstdeel in verschillende axiale installatiestanden ten opzichte van de opening plaatsbaar is; -veermiddelen, uitgevoerd om het cilinder-ontvangstdeel van het 25 positioneringsorgaan in een axiale richting ten opzichte van het afdekelement af te veren; waarbij het positioneringsorgaan is voorzien van een blokkeerorgaan, ingericht om met de genoemde blokkeerflens samen te werken om een axiale stand van het cilinder-ontvangstdeel ten opzichte van 30 het afdekelement te begrenzen, 5 waarbij het het cilinder-ontvangstdeel en/of de veermiddelen van kunststof zijn vervaardigd, waarbij de veermiddelen in het bijzonder een aantal bladveren omvatten.
Nadere voordelige uitwerkingen van de uitvinding zijn beschreven 5 in de volgconclusies. De uitvinding zal thans nader worden toegelicht aan de hand van een uitvoeringsvoorbeeld en de tekening. Daarin toont:
Figuur 1 een perspectief tekening, in vooraanzicht, van een niet-limitatief uitvoeringsvoorbeeld van de uitvinding;
Figuur 2 een perspectief tekening, in achteraanzicht, van het in 10 Fig. 1 weergegeven uitvoeringsvoorbeeld;
Figuur 3 een detail van het uitvoeringsvoorbeeld in uiteengenomen toestand;
Figuur 4 een achteraanzicht van een positioneringsorgaan van het in Figuren 1-3 getoonde voorbeeld 15 Figuur 5 een doorsnede-aanzicht over lijn V-V van Fig. 4;
Figuur 6 een langsdoorsnede van een deel van het in Figuren 1-5 getoonde voorbeeld, bij een eerste montagestand van het cilinder-ontvangstdeel;
Figuur 7 een dergelijke langsdoorsnede als Fig. 6, bij een tweede 20 stand van het cilinder-ontvangstdeel; en
Figuur 8 een opengewerkt zijaanzicht van een deel van een paneel, voorzien van het in Figuren 1-7 getoonde voorbeeld.
Gelijke of overeenkomstige maatregelen worden in deze aanvrage met gelijke of overeenkomstige verwijzingstekens aangeduid.
25 Figuren 1-7 tonen een voorbeeld van een schild 1. Figuur 8 toont het schild 1 na montage, op een deel van een paneel P, bijvoorbeeld een raam of deur, dat is voorzien van een cilinderslot, waarvan de cilinder met verwijzingsteken C is aangeduid. Een overig deel van het cilinderslot is niet getoond; voor de vakman zal duidelijk zijn hoe het, op zichzelf algemeen 30 bekende cilinderslot kan zijn uitgevoerd. In Fig. 8 is het paneel voorzien van 6 een optioneel bedieningsmiddel, bijvoorbeeld een deurklink K, bijvoorbeeld op een niet getoonde grendelmiddelen of schoot te bedienen (met welke grendelmiddelen of schoot het paneel aan een omgeving, bijvoorbeeld een niet weergegeven, het paneel omgevend kozijn of frame kan worden 5 gekoppeld).
Een binnenzijde van het paneel P is voorzien van een beslagdeel B, dat bijvoorbeeld een opening L kan bevatten voor toegang tot een kops deel van de cilinder C, ten behoeve van bediening door een bijpassende sleutel (niet weergegeven). Een van de binnenzijde afgekeerde paneelbuitenzijde is 10 voorzien van het genoemde schild. Het schild is ingericht om de cilinder C van het cilinderslot te beschermen, in het bijzonder tegen een uittrekpoging.
Zoals uit de tekeningen volgt is het schild in het bijzonder voorzien van een afdekelement 1, in het bijzonder een langwerpige massieve afdekplaat. Een achterzijde H van het element 1 kan bijvoorbeeld zijn 15 voorzien van bevestigingsmiddelen, bijvoorbeeld een aantal op afstand van elkaar opgestelde schoefbussen la voor ontvangst van bevestigingselementen, bijvoorbeeld bevestigingsbouten. Het voorbeeld omvat een reeks dergelijke bussen la, in het bijzonder drie, welke op afstand van elkaar, langs een hartlijn van het element 1, zijn opgesteld.
20 Een dikte van het afdekorgaan 1, gemeten evenwijdig aan een axiale richting X, kan bijvoorbeeld ten minste 8 mm bedragen, bijvoorbeeld ten minste 1 cm bedragen bijvoorbeeld indien dat orgaan massief 1 is uitgevoerd en van aluminium of Zamak (een legering omvattende aluminium en zink) is vervaardigd. Een respectieve axiale richting is met 25 pijl X in Figuren 5-8 aangeduid, en is in de voorbeelden lateraal ten opzichte van de hoofdvlakken van het afdekelement 1, i.e. normaal ten opzichte van zowel de voor- als achterzijde (montagezijde) van het afdekelement.
Het afdekelement 1 is voorzien van -voorafgaand aan assemblage-aan weerszijden toegankelijke opening of holte 2, welke opening 2 aan de 30 voorzijde van het afdekelement 1 vernauwd is door een blokkeerflens 3 (zie 7
Fig. 3). De opening 2 is voorzien om na montage toegang te bieden tot de genoemde cilinder C, in het bijzonder ten behoeve van cilinderbediening door middel van een sleutel.
De opening 2 bevindt zich in dit voorbeeld tussen twee genoemde 5 schroefbussen la in, en is in het bijzonder centraal langs de hartlijn van het afdekelement 1 gelegen. In het bijzonder is een door de blokkeerflens 3 omgeven voorste deel van de opening 2 slob gat vormig, maar dat is niet essentieel.
Verder is het schild voorzien in een positioneringsorgaan 8 met een 10 cilinder-ontvangstdeel 8a voor ontvangst van een deel van de cilinder C (in het bijzonder een kops cilinderdeel dat een sleutelinsteekopening heeft). Het orgaan 8 is ingericht om de cilinder C tijdens assemblage ten opzichte van de opening 2 van het afdekelement 1 te positioneren. De positionering is in het bijzonder zodanig, dat de roteerbare kern van de slotcilinder C zich in 15 hoofdzaak in axiale richting uitrekt ten opzichte van, en in hoofdzaak achter (gezien vanuit een omgeving bij een vooraanzicht, zie Fig. 1), de het door de blokkeerflens 3 omgeven deel van de opening 2.
Het cilinder-ontvangstdeel 8a omgeeft een holte 8x waarin een kops deel van de cilinder C, bij voorkeur met weinig speling, opneembaar is. 20 Volgens een nadere uitwerking kan cilinder-ontvangstdeel 8a zijn uitgevoerd om klemmend op de cilinder C aan te grijpen. Volgens een nadere uitwerking kan een zijwand 8f van het cilinder-ontvangstdeel 8a aan een binnenzijde zijn voorzien van een aantal uitsteeksels, bijvoorbeeld ribben 8y of dergelijke, om cilindergeleiding en/of klemming tijdens montage 25 te bewerkstellingen.
Het schild kan zijn voorzien van een roteerbaar aan een voorzijde van het cilinder-ontvangstdeel 8a opgestelde afdekschijf 16, voorzien van een spieetvormige sleuteldoorgang 16a. De afdekschijf 16 is in het bijzonder aangebracht op een zijde van het cilinder-ontvangstdeel 8a, om een opening 30 8e in een voorwand van dat deel 8a af te dekken, althans afgezien van een 8 spieetvormige sleuteldoorgang 16a. De afdekschijf is bij voorkeur van staal, in het bijzonder gehard staal, vervaardigd, om weerstand tegen inboren te kunnen bieden.
Volgens een nadere uitwerking (zie Fig. 5) kan het cilinder-5 ontvangstdeel 8a zijn voorzien van een genoemde voorwand 8d met sleutel-insteekopening 8e, een zich evenwijdig aan genoemde axiale richting X vanaf de voorwand uitstrekkende, cilinder-opneemholte 8x omgevende, zijwand 8f, en een achterzijde welke is voorzien van een cilinderkop-insteekopening 8h (zei Fig. 2).
10 Het positioneringsorgaan 8 is voorzien van een blokkeerorgaan 7, ingericht om met de genoemde blokkeerflens 3 samen te werken om een axiale stand van het cilinder-ontvangstdeel 8a ten opzichte van het afdekelement 1 te begrenzen. Het blokkeerorgaan 7 kan bijzonder een afzonderlijk onderdeel zijn, id est, het is niet uit-één stuk vervaardigd met 15 het positioneringsorgaan 8. Het blokkeerorgaan 7 en positioneringsorgaan 8 kunnen bijvoorbeeld met een klemkracht of klikverbinding op elkaar aangrijpen, maar dat is niet noodzakelijk.
Het blokkeerorgaan 7 is bijvoorbeeld een dop- of hulsvormig element. Bij voorkeur is het blokkeerorgaan 7 van relatief sterk, stijf, 20 materiaal vervaardigd, bijvoorbeeld staal en in het bijzonder gehard staal.
Het blokkeerorgaan 7 van het cilinder-ontvangstdeel kan zijn voorzien van een voorwand 7a met een sleutelinsteekopening 7b (zie Fig. 3), een zich evenwijdig aan de axiale richting X vanaf de voorwand uitstrekkende, cilinder-ontvangstdeel-opneemholte omgevende, zijwand 7c, 25 en zich op afstand van de voorwand 7a uitstrekkende, lateraal vanaf de zijwand 7c uitstrekkende blokkeerflens 7d, welke zich axiaal tegenover de blokkeerflens 3 van het afdekelement uitstrekt. Een breedte van de blokkeerflens 7d van het blokkeerorgaan, gemeten haaks ten opzichte van de axiale richting X, is bij voorkeur groter dan de breedte van een laterale 30 spleet tussen een buitenzijde van de zijwand 7c van dat orgaan en aan die 9 zijde een tegenoverliggende binnenrand van de blokkeerdens 3 van het afdekelement 1, bij voorkeur twee keer breder en meer in het bijzonder ten minste drie keer breder (zie Figuren 6-7). Opgemerkt wordt dat genoemde laterale spleet in dit voorbeeld door een zijwand 17c van een afdekkap 17 5 wordt doorlopen.
Zoals uit de tekening volgt kan het cilinder-ontvangstdeel 8a van het positioneringsorgaan 8 na montage bijvoorbeeld met weinig speling en substantieel in de door het blokkeerorgaan 7 omgeven holte zijn opgenomen. Een achterwand 8g van het cilinder-ontvangstdeel 8a kan na montage tegen 10 een achterzijde van de blokkeerflens 7d van het blokkeerorgaan 7 rusten (zie Fig. 6, 7).
In het voorbeeld is de sleutelinsteekopening 7b van het blokkeerorgaan 7 cirkelvormig, en kan een zijwand van de roteerbare afdekschijf 16 met weinig speling doorlaten. Volgens een nadere uitwerking 15 is een diameter van de sleutelinsteekopening 7b van het blokkeerorgaan 7 enigszins (bijvoorbeeld ten minste circa 1 mm) kleiner dan een diameter van een kern van de te beveiligen cilinder C
Afdekschijf 16 kan aan een achterzijde zijn voorzien van een omtreksflens 16b welke tegen een binnenzijde van een voorwand 7a van het 20 blokkeerorgaan 7 kan afsteunen.
In het voorbeeld zijn naar elkaar toegekeerde blokkeerzijden van de blokkeerflens 3 van het afdekelement 1 en de blokkeerflens 7d van het blokkeerorgaan (welke flenzen in dit voorbeeld beide slobvormig zijn) evenwijdig aan elkaar, en in het bijzonder -na assemblage- evenwijdig met 25 een bij voorkeur vlakke achterzijde H van het afdekelement 1.
De afstand Q (zie de pijl Q in Fig. 6) tussen de blokkeerflens 3 van het afdekelement 1 en het blokkeerorgaan 7 kan bijvoorbeeld ten minste 1 mm bedragen (bijvoorbeeld 2- 10 mm, in het bijzonder 2-8 mm), bij een uitgangspositie van het cilinder-ontvangstdeel 8a van het 10 positioneringsorgaan 8 (en afhankelijk van de dikte van het schild), opdat het schild breed toepasbaar is.
Optioneel kan een op een voorzijde van het blokkeerorgaan 7 geplaatste afdekkap 17 zijn voorzien, in het bijzonder een sierkap 17 welke 5 een esthetische functie heeft. Zoals uit Fig. 3 volgt kan een dergelijke kap 7 bijvoorbeeld zijn voorzien van een voorwand 17a met een sleutelinsteekopening 17b, een zich evenwijdig aan de axiale richting X vanaf de voorwand uitstrekkende, blokkeerorgaan-zijwand 7c omgevende zijwand 17c, en zich op afstand van de voorwand 17a uitstrekkende, lateraal 10 vanaf de zijwand 17c uitstrekkende rand 17d. Laatstgenoemde rand 17d kan tegen een binnenrand van de opening 2 kan aanlopen om verwijdering van de afdekkap 17 uit het afdekelement 1 tegen te gaan. Zoals uit de tekening volgt, is een wanddikte van de afdekkap 17 aanzienlijk kleiner dan een wanddikte van het blokkeerorgaan 7. De afdekkap kan voorts van een 15 ander materiaal zijn vervaardigd dan een materiaal waarvan het blokkeerorgaan 7 is vervaardigd.
Het cilinder-ontvangstdeel 8a is, in dit voorbeeld samen met de daarop geplaatste schijf 17, blokkeerorgaan 7 en kap 17, in verschillende axiale installatiestanden ten opzichte van de opening 2 plaatsbaar (zie 20 Figuren 6-7). Figuur 6 toont een eerste installatiestand, waarbij de door het cilinder-ontvangstdeel 8a omgeven holte 8x zich volledig binnen de holte 2 in het afdekelement 1 bevindt. Bij deze stand bevindt bevinden de blokkeerflens 3 van het afdekelement 1 en de flens 7d van het blokkeerorgaan 7 zich op een relatief grote afstand Q van elkaar. Bij de 25 eerste installatiestand kan een achterzijde van het cilinder-ontvangstdeel 8 zich bij in het bijzonder in het vlak van de achterzijde van het afdekelement 1 bevinden (zie tevens Fig. 8).
Figuur 6 toont een tweede installatiestand, waarbij de door het cilinder-ontvangstdeel 8a omgeven holte 8x langs de blokkeerflens 3 reikt, 30 zich deels buiten het afdekelement 1 bevindt. De getoonde tweede 11 installatiestand vormt een uiterste stand, waarbij de naar elkaar toegekeerde blokkeervlakken van de blokkeerflenzen 3, 7d tegen elkaar aanliggen.
Volgens een extra voordelige uitwerking is een dikte van de 5 blokkeerflens van het afdekelement 1, gemeten in een richting evenwijdig aan de axiale richting X, ten minste 0,2 mm, bijvoorbeeld een dikte in het bereik van 2-5 mm, bijvoorbeeld ten minste 3 of 3 mm. Dit is in het bijzonder voordelig wanneer het materiaal van die flens uit bijvoorbeeld aluminium bestaat, zodat daarmee een relatief krachtige flensblokkering 10 kan worden bereikt.
Veermiddelen 8c zijn voorzien, uitgevoerd om het cilinder-ontvangstdeel 8a van het positioneringsorgaan in een axiale richting X ten opzichte van het afdekelement 1 af te veren. Bij voorkeur zijn de veermiddelen 8c en het positioneringsorgaan 8 uit één stuk vervaardigd, 15 zoals in het onderhavige uitvoeringsvoorbeeld (zie in het bijzonder Figuren 4-5).
Volgens een nadere uitwerking kan het positioneringsorgaan, omvattende -in dit voorbeeld- het cilinder-ontvangstdeel 8a en de veermiddelen 8c, van kunststof zijn vervaardigd, bijvoorbeeld in hoofdzaak 20 (bijvoorbeeld geheel of deels) van nylon of een of meerandere geschikte kunststoffen.
Volgens een nadere uitwerking zijn van het het cilinder-ontvangstdeel 8a afgekeerde einden van de veermiddelen aan het afdekelement 1 gekoppeld, in het bijzonder via integrale 25 verbindingsmiddelen of koppeldelen 8b. De koppeldelen 8b kunnen tijdens montage bijvoorbeeld in axiale richting X in de eerste uitsparingen 11 van het afdekelement 1 schuifbaar zijn om vervolgens met een klem- en/of klikkracht op het afdekelement 1 aan te grijpen.
In het voorbeeld is een achterzijde van het afdekelement 1 voorzien van 30 voorzien van een aantal zich nabij de opening 2 bevindende eerste 12 uitsparingen 11 (zie Fig. 3), waarbij het positioneringsorgaan 8 is voorzien van een aantal in de eerste uitsparingen 11 steekbare koppeldelen 8b, bij voorkeur zodanig dat de koppeldelen 8b volledig verzonken in het afdekelement 1 opneembaar zijn. De veermiddelen 8c kunnen dan op 5 zichzelf een veerkrachtige verbinding vormen tussen de koppeldelen 8b (en zo het afdekelement 1) enerzijds en het cilinder-ontvangstdeel 8a anderzijds. Zoals uit de tekening volgt, kunnen de koppeldelen 8b uit één stuk met de veermiddelen 8c, en een overig deel van het positioneringselement 8, zijn vervaardigd.
10 De veermiddelen 8c kunnen in het bijzonder bladveren omvatten, in het bijzonder met V-vormige dwarsdoorsneden bij een niet belaste uitgangsstand (zie Figuur 5), en bijvoorbeeld bij een eerste montagetoestand waarbij reeds een zekere voorspanning aanwezig kan zijn (zie Fig. 6).
De veermiddelen 8c kunnen zich na assemblage in hoofdzaak 15 binnen een door het afdekelement 1 begrensde binnenruimte, omvattende de opening 2, uitstrekken, en in het bijzonder vanaf een achterzijde H van het afdekelement 1 en bijvoorbeeld naar een achterzijde van het cilinder-ontvangstdeel 8a. Zoals uit Fig. 6-7 volgt, kunnen de veermiddelen 8c zich bijvoorbeeld bevinden in een of meer, zich tussen een buitenzijde van de 20 zijwand 7d van het blokkeerorgaan 7 en een tegenoverliggende binnenzijde van het afdekelement 1 uitstrekkende veerholtes lb, welke veerholtes een vervorming of zwenking van elk van de veermiddelen 8c -van de in Fig. 6 getoonde voorgespannen toestand naar de in Fig. 7 getoonde eindtoestand-toestaan.
25 De veermiddelen 8c kunnen zijn voorzien van eerste bladdelen 8c 1 die zich bijvoorbeeld bij de eerste montagestand (zie Fig. 6) in een eerste richting schuin uitstrekken ten opzichte van de achterzijde (en achterwand 8g) van het cilinder-ontvangstdeel 8a. Verder kunnen de veermiddelen tweede bladdelen 8c 1 omvatten welke zich in een aan de eerste richting 30 omgekeerde tweede richting schuin ten opzichte van de eerste bladdelen 8cl 13 uitstrekken, bij een uitgangsstand van het positioneringsorgaan 8. In het bijzonder kunnen de veermiddelen 8c zijn voorzien van ten minste een eerste veer omvattende twee tegen een inherente veerkracht in zwenkbaar aan elkaar verbonden bladdelen 8c 1, 8c2, welke eerste veer tegen een 5 inherente veerkracht in zwenkbaar aan het cilinder-ontvangstdeel 8a is verbonden. In het voorbeeld zijn vier dergelijke, van bladveerdelen voorziene veren 8c voorzien.
Zoals uit Fig. 4 volgt, kunnen voor elke veer een eerste zwenkas Z1 tussen genoemde bladdelen onderling en een tweede zwenkas Z2 tussen de 10 veer en de achterwand 8g van het cilinder-ontvangstdeel evenwijdig aan elkaar zijn, en zich bijvoorbeeld normaal uitstrekken ten opzichte van een genoemde axiale richting X.
Zoals uit Fig. 4 volgt, kan voorts voor elke veer een derde zwenkas Z3 tussen een buitenste bladdeel 8c2 en een genoemd koppeldeel 8b 15 aanwezig zijn. In het voorbeeld zijn de derde zwenkassen Z3 evenwijdig aan de eerste en tweede zwenkassen Zl, Z2 van het bijbehorende veerelement.
Volgens een nadere uitwerking, met een extra stabiele veerwerking, wordt voorzien in ten minste twee veren (in dit voorbeeld vier), elk met genoemde zwenkbaar aan elkaar vervonden bladdelen 8cl, 8c2. De 20 eerste zwenkassen Zl van de ten minste twee veren bevinden zich dan bij voorkeur in hetzelfde axiale eerste niveau (zie Fig. 5). De tweede zwenkassen Z2 van de veren kunnen zich voorts in hetzelfde axiale tweede niveau bevinden. Zoals uit de figuren volgt kunnen de genoemde axiale niveaus normaalvlakken van een genoemde axiale richting X. Daarnaast 25 volgt dat de derde zwenkassen Z van de veren kunnen zich voorts in hetzelfde axiale derde niveau kunnen bevinden. In het voorbeeld vallen het derde en eerste axiale niveau samen wanneer het positioneringsorgaan 8 zich in de in Fig. 6 getoonde eerste montage toestand bevindt.
14
In plaats van de getoonde vier veren kunnen de veermiddelen bijvoorbeeld slechts twee relatief brede, tegenover elkaar liggende (blad-)veren omvatten, of een ander aantal veren.
Verder is het voordelig indien van ten minste drie veren zijn 5 voorzien (zoals genoemd, is het voorbeeld voorzien van vier exemplaren), waarbij de veren zodanig zijn opgesteld dat virtuele rechte lijnen die met de respectieve eerste zwenkassen samenvallen, elkaar kruisen (zie Fig 4; duidelijk zal zijn dat de ingetekende lijnen Z1 bij verlening elkaar zullen kruisen). In het voorbeeld geldt hetzelfde voor de tweede zwenkassen Z2, en 10 ook voor de derde zwenkassen Z3.
De veermiddelen 8c zijn in het bijzonder symmetrisch opgesteld ten opzichte van het cilinder-ontvangstdeel 8a zijn opgesteld, in het bijzonder in tegen over elkaar geplaatste verenparen.
De veermiddelen 8c kunnen tevens op andere wijze zijn gevormd en 15 geconfigureerd.
Figuren 4-5 tonen het positioneringsorgaan in een ruststand, voor montage, waarbij de veermiddelen (in dit voorbeeld: bladveren) 8c zich in een niet-gespannen veerstand bevinden. In het voorbeeld strekken de eerste bladdelen 8c 1 zich dan in hoofdzaak haaks uit op de achterwand 8g van het 20 positioneringsorgaan 8, waarbij de tweede bladdelen 8c2 scherpe hoeken met de bijborende eerste bladdelen 8cl maken (zie Fig. 5).
Zoals uit Figuur 5 en 6 volgt, zijn de onderhavige veermiddelen 8c enigszins vervormd, althans gespannen, wanneer het positioneringsorgaan vanuit de ruststand in de eerste montagestand wordt gebracht (i.e.: de 25 veermiddelen 8c bevinden zich dan onder voorspanning). In het bijzonder zijn de eerste bladdelen 8cl -vanuit de in Fig. 5 getoonde ongespannen uitgangspositie- enigszins naar buiten toe gezwenkt, over de eerste zwenkassen Zl, en strekken zich enigszins schuin uit, in van elkaar afgekeerde richtingen, ten opzichte van de achterwand 8g van het 30 positioneringsorgaan 8. Ook de tweede bladdelen 8c2 zijn enigszins naar 15 buiten toe gezwenkt, over respectieve derde zwenkassen Z3. Bij deze toestand sluiten de tweede bladdelen 8c2 nog steeds scherpe hoeken met de bijborende eerste bladdelen 8c 1 in (zie Fig. 6). Verder volgt uit Fig. 6, dat de veermiddelen 8c zich, na montage, bij de eerset installatiestand, op afstand 5 bevinden van een tegenoverliggende binnenzijde van de blokkeerflens 3 van het afdekelement, in de respectieve ten minste ene veerholte lb.
Bij de eerste montagestand zal een achterzijde van het positioneringsorgaan doorgaans rusten tegen een montagezijde van een genoemd paneel P (zie Fig. 8).
10 Zoals uit Figuren 6-7 volgt, kunnen de veermiddelen 8c verder worden gespannen wanneer het cilinder-ontvangstdeel vervolgens naar een genoemde tweede stand wordt gebracht. Daarbij kunnen de bladveren over de derde zwenkassen Z3 verder naar buiten toe zwenken totdat de veren tegen een binnenzijde van het afdekelement 1 aanlopen (zie Fig. 7). Verder 15 kunnen de bladveren 7c verder vervormen en zwenken, ten opzichte van de achterwand 8g van cilinder-ontvangstdeel 8a, bijvoorbeeld naar de in Fig. 7 getoonde toestand waarbij de veren in aanraking komen met de binnenzijde van de blokkeerflens 3 van het afdekelement 1. Zoals uit Figuur 7 in het bijzonder volgt, kunnen de bladveren 8c zodanig zijn gedimensioneerd, dat 20 de bladdelen 8c 1, 8c2 van deze veren zich in hoofdzaak langs, en voor meer dan 25% in contact met, een tegenoverliggende binnenzijde van de respectieve veerholte lb aanliggen. Verder volgt, dat de eerste en tweede bladdelen 8cl, 8c2 bij een dergelijke toestand bijvoorbeeld een hoek van circa 90° of een stompe hoek kunnen insluiten, althans een aanzienlijk 25 grotere hoek dan een ingesloten hoek bij de in Fig. 6 getoonde eerste montagetoestand.
Zoals verder nog uit de tekening volgt, kan volgens een nadere uitwerking het genoemde positioneringsorgaan 8 zijn voorzien van een tussen ten minst twee van genoemde koppeldelen 8b uitstrekkende 30 verbindingswand of steundeel 8j.
16
Het positioneringsorgaan 8 kan bijvoorbeeld zijn voorzien van een verzonken in een tweede uitsparing (verdieping) 12 van een achterzijde van het afdekelement 1 opgenomen steundeel 8j, waarbij een achterzijde van het cilinder-ontvangstdeel 8a zich bij een uitgangspositie in het bijzonder in het 5 vlak van de achterzijde van het steundeel 8j van het positionerings-orgaan 8 bevindt (zie Fig. 2, 6, 7).
De steundelen 8j en tweede uitsparingen 12 kunnen bijvoorbeeld enigszins gekromd zijn, gezien in een achteraanzicht, waarbij convexe binnenranden van de uitsparingen naar de opening/holte 2 kunnen zijn 10 toegekeerd. Elk steundeel 8j kan in een van het cilinder-ontvangstdeel afgekeerde zijrand zijn voorzien van ten minste een inkeping of uitsparing 8k (zie Fig. 4), in het bijzonder op een centrale positie langs een middelloodvlak van het positioneringsorgaan 8. Op deze manier kan de “voetafdruk” van het positioneringsorgaan relatief klein worden gehouden, 15 zodat dat orgaan relatief dicht bij element-koppelmiddelen, zoals genoemde verbindingsbussen la, kan worden geplaatst. In het bijzonder kan deze plaatsing zodanig zijn, dat een dergelijke verbindingsbus la zich ten minste deels binnen een genoemde uitsparing 8k van het steundeel 8j bevindt.
Een laterale binnenzijde van de tweede uitsparing 12 van het 20 afdekelement en een tegenoverliggende, van het cilinder-ontvangstdeel afgekeerde zijrand van het steundeel 8j bijvoorbeeld kan zijn ingericht om met geen of weinig speling op elkaar aan te sluiten.
Bij voorkeur is het blokkeerorgaan 7 van een ander materiaal vervaardigd dan het positioneringsorgaan. Bij een kunststof 25 positioneringsorgaan kan bijvoorbeeld een afdekorgaan uit staal, in het bijzonder gehard staal, worden toegepast, of een afdekelement dat uit roestvast staal bestaat.
Verder is het voordelig wanneer het blokkeerorgaan 7 op zichzelf van staal of gehard staal is vervaardigd, opdat dat orgaan relatief slank en 30 toch voldoende stevig kan worden uitgevoerd 17
Aldus wordt een schild-samenstel geboden, dat uit relatief weinig onderdelen bestaat, een goede cilinder-bescherming kan bieden, en zeer eenvoudig monteerbaar is. Verder zijn de middelen om positionering te bewerkstellingen relatief compact, zodat een relatief grote vrijheid kan 5 worden geboden voor het in het afdekelement aanbrengen van de opening/holte 2 ten behoeve van sleutel-cilinderbreikbaarheid.
In het bijzonder kan een eenvoudige montage worden geboden, doordat diverse onderdelen 7, 8, 16, 17 geheel (deel-samenstel) in een schildholte 2 gestoken/gedrukt kunnen worden.
10 Verder kunnen genoemde veermiddelen diverse basisfucnties bieden. Een functie van de veermiddelen kan omvatten: het opvangen van een uitsteeklengte van de cilinder buiten een paneelppervlak. Een dergelijke uitsteeklengte kan variëren per paneel, bijvoorbeeld vanwege variatie in paneeldiktes en variatie in cilinderlengtes. De veemiddelen 15 kunnen het blokkeerorgaan 7 en cilinder tegen elkaar aandrukken, waardoor een sleutel volledig in de cilinder gestoken kan worden en vrij kan draaien. Een door de veermiddelen bewerkstelligde veerdruk kan zorgen voor een langdurig aandrukken, zodat het geheel tijdens gebruik rammelvrij/spelingsvrij is. Verder kunnen de veermiddelen een verbindende 20 factor zijn (i.e. houden het schildsamenstel bij elkaar), zodat geen losse onderdelen op het schild aanwezig zijn. Aldus wordt kwijtraken van onderdelen vorkomen, en kan een snelle montage worden bereikt.
Voor de vakman zal direct duidelijk zijn dat de uitvinding niet is beperkt tot het uitvoeringsvoorbeeld. Diverse wijzigingen zijn mogelijk 25 binnen het raam van de uitvinding, zoals is verwoord in de aangehechte conclusies.
Zoals genoemd is het voordelig indien de veermiddelen 8c en het positioneringsorgaan 8 uit één stuk zijn vervaardigd. Alternatief kunnen de veermiddelen en het positioneringsorgaan bijvoorbeeld aparte onderdelen 30 zijn (i.e. niet uit één stuk), waarbij toch diverse van genoemde voordelen 18 kunnen worden geboden, bijvoorbeeld een verbeterde positionering en een relatief gemakkelijke montage. In dat geval verdient het de voorkeur, indien ten minste het positioneringsorgaan, of ten minste de veermiddelen, of bij voorkeur zowel het positioneringsorgaan van kunststof zijn vervaardigd, 5 bijvoorbeeld van nylon of in hoofdzaak (bijvoorbeeld ten minste 50% in het bijzonder ten minste 90%, meer in het bijzonder ten minste 99% nylon).
Zoals genoemd is een geschikte kunststof nylon. Nylon is duurzaam en sterk, en kan goede veereigenschappen bieden, in het bijzonder bij bladvering. Duidelijk zal zijn dat ook een of meer andere kunststoffen 10 kunnen worden toegepast, bijvoorbeeld al dan niet vezelversterkte flexibele en veerkrachtige kunststof, een mengsel van geschikte kunststoffen, en dergelijke.
Daarnaast behoort tot de mogelijkheden dat een ander materiaal dan kunststof wordt toegepast. Zo kunnen de veermiddelen als zodanig 15 bijvoorbeeld van metaal of een legering zijn vervaardigd, bijvoorbeeld verenstaal. In een dergelijke uitvoering kan het positioneringsorgaan bijvoorbeeld van metaal of een legering zijn vervaardigd, of van kunststof of dergelijke.

Claims (26)

1. Schild voor een cilinderslot, omvattende: -een afdekelement (1), voorzien van een zich om een opening (2) uitstrekkende blokkeerflens (3); -een positioneringsorgaan (8) met een cilinder-ontvangstdeel(8a) voor 5 ontvangst van een kop van een cilinder om de cilinder ten opzichte van de opening (2) van het afdekelement (1) te positioneren, waarbij het cilinder-ontvangstdeel (8a) in verschillende axiale installatiestanden ten opzichte van de opening (2) plaatsbaar is; -veermiddelen (8c), uitgevoerd om het cilinder-ontvangstdeel (8a) van het 10 positioneringsorgaan in een axiale richting (X) ten opzichte van het afdekelement (1) af te veren; waarbij het positioneringsorgaan (8) is voorzien van een blokkeerorgaan (7), ingericht om met de genoemde blokkeerflens (3) samen te werken om een axiale stand van het cilinder-ontvangstdeel (8a) ten opzichte van het 15 afdekelement (1) te begrenzen, waarbij de veermiddelen (8c) en het positioneringsorgaan (8) uit één stuk zijn vervaardigd.
2. Schild volgens conclusie 1, waarbij het positioneringsorgaan, omvattende het cilinder-ontvangstdeel (8a) en de veermiddelen (8c), van kunststof is vervaardigd, bijvoorbeeld van nylon.
3. Schild volgens conclusie 1 of 2, waarbij de veermiddelen (8c) bladveren omvatten, in het bijzonder met V-vormige dwarsdoorsneden.
4. Schild volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de veermiddelen (8c) zich in hoofdzaak binnen een door het afdekelement (1) begrensde binnenruimte, omvattende de opening (2), uitstrekken, in het 25 bijzonder vanaf een achterzijde van het afdekelement (1) en bijvoorbeeld naar een achterzijde van het cilinder-ontvangstdeel (8a).
5. Schild volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het cilinder-ontvangstdeel (8a) is voorzien van een voorwand (8d) met een sleutel-insteekopening (8e), een zich evenwijdig aan een axiale richting (X) vanaf de voorwand uitstrekkende, cilinderkop-opneemholte omgevende, zijwand (8f), 5 en een achterzijde welke is voorzien van een cilinderkop-insteekopening (8h), waarbij de veermiddelen zijn voorzien van eerste bladdelen (8cl) die zich in een eerste richting uitstrekken ten opzichte van de achterzijde van het cilinder-ontvangstdeel (8a), en tweede bladdelen (8cl) welke zich in een aan de eerste richting omgekeerde tweede richting schuin ten opzichte van 10 de eerste bladdelen (8cl) uitstrekken.
6. Schild volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de veermiddelen (8c) zijn voorzien van ten minste een eerste veer omvattende twee tegen een inherente veerkracht in zwenkbaar aan elkaar verbonden bladdelen (8c 1, 8c2), welke eerste veer tegen een inherente veerkracht in 15 zwenkbaar aan het cilinder-ontvangstdeel (8a) is verbonden.
7. Schild volgens conclusie 6, waarbij voor elke veer een eerste zwenkas (Zl) tussen genoemde bladdelen onderling en een tweede zwenkas (Z2) tussen de veer en het cilinder-ontvangstdeel evenwijdig aan elkaar zijn, en zich normaal uitstrekken ten opzichte van een genoemde axiale richting 20 (X).
8. Schild volgens conclusie 7, omvattende ten minste twee veren, elk met genoemde zwenkbaar aan elkaar vervonden bladdelen (8cl, 8c2), waarbij de eerste zwenkassen (Zl) van de twee veren zich in hetzelfde axiale eerste niveau bevinden, waarbij de tweede zwenkassen ( Z2)van de twee 25 veren zich in hetzelfde axiale tweede niveau bevinden, met genoemde axiale niveaus normaalvlakken van een genoemde axiale richting (X).
9. Schild volgens conclusie 7 of 8, voorzien van ten minste drie veren, waarbij de veren zodanig zijn opgesteld dat virtuele rechte lijnen die met de drie respectieve eerste zwenkassen samenvallen, elkaar kruisen.
10. Schild volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de veermiddelen symmetrisch ten opzichte van het cilinder-ontvangstdeel (8a) zijn opgesteld, in het bijzonder in tegen over elkaar geplaatste verenparen.
11. Schild volgens een der voorgaande conclusies, waarbij een 5 achterzijde van het afdekelement (1) is voorzien van een aantal zich nabij de opening (2) bevindende eerste uitsparingen (11), waarbij het positioneringsorgaan (8) is voorzien van een aantal in de eerste uitsparingen (11) steekbare koppeldelen (8b), bij voorkeur zodanig dat de koppeldelen (8b) volledig verzonken in het afdekelement (1) opneembaar zijn, waarbij de 10 veermiddelen (8c) een veerkrachtige verbinding vormen tussen de koppeldelen (8b) en het cilinder-ontvangstdeel (8a).
12. Schild volgens conclusie 11, waarbij de koppeldelen (8b) tijdens montage in axiale richting in de eerste uitsparingen schuifbaar zijn
13. Schild volgens conclusie 11 of 12, waarbij de koppeldelen een klem-15 en/of klikkracht op het afdekelement (1) aangrijpen.
14. Schild volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het positioneringsorgaan (8) is voorzien van een verzonken in een tweede uitsparing (12) van een achterzijde van het afdekelement (1) opgenomen steundeel (8j), waarbij een achterzijde van het cilinder-ontvangstdeel (8a) 20 zich bij een uitgangspositie in het bijzonder in het vlak van de achterzijde van het steundeel (8j) van het positionerings-orgaan (8) bevindt.
15. Schild volgens conclusie 14, waarbij het steundeel in een van het cilinder-ontvangstdeel afgekeerde zijrand is voorzien van ten minste een inkeping of uitsparing (8k), in het bijzonder op een centrale positie langs een 25 middelloodvlak van het positioneringsorgaan (8).
16. Schild volgens een der conclusies 14-15, waarbij een laterale binnenzijde van de tweede uitsparing (12) van het afdekelement en een tegenoverliggende, van het cilinder-ontvangstdeel afgekeerde zijrand van het steundeel (8j) zijn ingericht om met geen of weinig speling op elkaar aan 30 te sluiten.
17. Schild volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het blokkeerorgaan (7) van een ander materiaal is vervaardigd dan het positioneringsorgaan.
18. Schild volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het 5 afdekorgaan uit staal, in het bijzonder gehard staal, bestaat.
19. Schild volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het afdekelement (1) uit aluminium bestaat.
20. Schild volgens een der voorgaande conclusies, waarbij een dikte van het afdekorgaan, gemeten evenwijdig aan de axiale richting (X), ten 10 minste 0,8 cm bedraagt.
21. Schild volgens een der voorgaande conclusies, waarbij een dikte van de blokkeerflens, gemeten in een richting evenwijdig aan de axiale richting (X), ten minste 0,2 mm bedraagt
22. Schild volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het 15 blokkeerorgaan (7) is voorzien van een voorwand (7a) met een sleutelinsteekopening (7b), een zich evenwijdig aan een axiale richting (X) vanaf de voorwand uitstrekkende, cilinder-ontvangstdeel-opneemholte omgevende, zijwand (7c), en zich op afstand van de voorwand (7a) uitstrekkende, lateraal vanaf de zijwand (7c) uitstrekkende blokkeerflens 20 (7d), welke zich axiaal tegenover de blokkeerflens (3) van het afdekelement uitstrekt.
23. Schild volgens conclusie 22, waarbij de afstand tussen de blokkeerflenzen van het afdekelement (1) en het blokkeerorgaan (7) ten minste 1 mm bedraagt, in het bijzonder ten minste 2 mm, bij een 25 uitgangspositie van het cilinder-ontvangstdeel (8a) van het positioneringsorgaan (8).
24. Schild volgens een der voorgaande conclusies, voorzien van een op een voorzijde van het blokkeerorgaan (7) geplaatste afdekkap (17).
25. Schild volgens een der voorgaande conclusies, voorzien van een roteerbaar aan een voorzijde van het cilinder-ontvangstdeel opgestelde afdekschijf (16), voorzien van een spieetvormige sleuteldoorgang.
26. Paneel, bijvoorbeeld deur of raam, voorzien van een cilinderslot 5 omvattende een door een sleutel bedienbare cilinder, waarbij het paneel is voorzien van een schild volgens een der voorgaande conclusies ten behoeve van bescherming van de cilinder tegen uittrekpogingen.
NL2009838A 2012-11-20 2012-11-20 Schild voor een cilinderslot. NL2009838C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2009838A NL2009838C2 (nl) 2012-11-20 2012-11-20 Schild voor een cilinderslot.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2009838 2012-11-20
NL2009838A NL2009838C2 (nl) 2012-11-20 2012-11-20 Schild voor een cilinderslot.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2009838C2 true NL2009838C2 (nl) 2014-05-21

Family

ID=48050211

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2009838A NL2009838C2 (nl) 2012-11-20 2012-11-20 Schild voor een cilinderslot.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL2009838C2 (nl)

Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE7601941U1 (de) * 1976-01-24 1976-05-13 Fa. Franz Karl Melchert, 5628 Heiligenhaus Beschlag fuer tueren oder dergleichen
EP0268517A1 (fr) * 1986-11-07 1988-05-25 Vachette Dispositif de protection d'un cylindre profilé pour serrure de porte et serrure équipée d'un tel dispositif
DE8912521U1 (nl) * 1989-10-21 1989-11-30 Hans Scheitter, Inh. Max Scheitter Erben, Nachfolger Gmbh &Co, 8908 Krumbach, De
DE9406986U1 (de) * 1994-02-23 1994-07-07 Jado Design Armatur Und Beschl Sicherheitsschildanordnung
NL1011233C1 (nl) * 1999-02-05 2000-08-08 Petrus Johannus Marie Stroeken Beveiliging voor profielcilinder in deurschild.
DE202007014927U1 (de) * 2007-10-24 2009-02-26 Basi Gmbh Beschlagschild für eine Tür

Patent Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE7601941U1 (de) * 1976-01-24 1976-05-13 Fa. Franz Karl Melchert, 5628 Heiligenhaus Beschlag fuer tueren oder dergleichen
EP0268517A1 (fr) * 1986-11-07 1988-05-25 Vachette Dispositif de protection d'un cylindre profilé pour serrure de porte et serrure équipée d'un tel dispositif
DE8912521U1 (nl) * 1989-10-21 1989-11-30 Hans Scheitter, Inh. Max Scheitter Erben, Nachfolger Gmbh &Co, 8908 Krumbach, De
DE9406986U1 (de) * 1994-02-23 1994-07-07 Jado Design Armatur Und Beschl Sicherheitsschildanordnung
NL1011233C1 (nl) * 1999-02-05 2000-08-08 Petrus Johannus Marie Stroeken Beveiliging voor profielcilinder in deurschild.
DE202007014927U1 (de) * 2007-10-24 2009-02-26 Basi Gmbh Beschlagschild für eine Tür

Similar Documents

Publication Publication Date Title
JP2989093B2 (ja) 光ファイバーのプラグコネクタのスリーブ部分
US6705038B2 (en) Mounting assembly for a weapon accessory
US6854607B2 (en) Adjustable tool support and display device
EP1111171B1 (fr) Système de sécurité d'un ouvrant de véhicule automobile équipé de commutateurs sans actionnement mécanique
FR2773400A1 (fr) Systeme de conduit metallique apte a recevoir un cable a fibre optique
US20080158810A1 (en) Hard disk drive drawer
US20150059529A1 (en) Safety hammer for breaking glass, method for assembly of a safety hammer, safety tool holder, system for holding a safety tool and kit of parts
US7111360B1 (en) Door catch
KR20000070002A (ko) 로킹 슬라이드 래치
JP2660440B2 (ja) 光コネクタ組立体
JP6178423B2 (ja) 接触式のドアスイッチ、特にスイッチギアキャビネット用接触式ドアスイッチ
NL2009838C2 (nl) Schild voor een cilinderslot.
US20190121045A1 (en) Dual direction fiber optic cassette system and fiber optic cassette with removable standalone adaptor plate
US20220379985A1 (en) Frame lock
US7797837B2 (en) Carpenter knife with locking means
US11059432B2 (en) Three-axis shackle assembly for mounted object
US6397648B1 (en) U-lock keyway protector
FR2830732A1 (fr) Presentoir anti vol, notamment pour lunettes
US20070033971A1 (en) Electrical panel locking assembly
EP3032930B1 (en) Bracket and mounting device thereof
US20080204979A1 (en) Enclosure Assembly
FR2540052A1 (fr) Dispositif de fixation et de verrouillage d'un support de miroir sur un organe reglable d'un retroviseur de vehicule
WO2010022514A1 (en) Security cover for a cylinder lock
EP3639697B1 (en) Lateral spacer assembly for drawers
EP0628681B1 (fr) Dispositif à réaliser par assemblage entre un ensemble serrure et sa came de commande

Legal Events

Date Code Title Description
HC Change of name(s) of proprietor(s)

Owner name: ALLEGION NETHERLANDS B.V.; NL

Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), CHANGE OF OWNER(S) NAME

Effective date: 20210129