NL2004010C2 - Koppeling voor het losmaakbaar koppelen van buizen. - Google Patents

Koppeling voor het losmaakbaar koppelen van buizen. Download PDF

Info

Publication number
NL2004010C2
NL2004010C2 NL2004010A NL2004010A NL2004010C2 NL 2004010 C2 NL2004010 C2 NL 2004010C2 NL 2004010 A NL2004010 A NL 2004010A NL 2004010 A NL2004010 A NL 2004010A NL 2004010 C2 NL2004010 C2 NL 2004010C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
cams
coupling
row
cam
tube
Prior art date
Application number
NL2004010A
Other languages
English (en)
Inventor
Leonardus Maria Poppelier
Erwin Ruben Schalkx
Original Assignee
Ihc Holland Ie Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Priority to NL2004010A priority Critical patent/NL2004010C2/nl
Application filed by Ihc Holland Ie Bv filed Critical Ihc Holland Ie Bv
Priority to US13/518,737 priority patent/US20120325335A1/en
Priority to CA 2785442 priority patent/CA2785442A1/en
Priority to PCT/NL2010/050845 priority patent/WO2011078661A1/en
Priority to SG2012046892A priority patent/SG181918A1/en
Priority to AU2010335103A priority patent/AU2010335103A1/en
Priority to EP10803651A priority patent/EP2516915A1/en
Priority to MX2012007374A priority patent/MX2012007374A/es
Priority to CN201080062259.9A priority patent/CN102812280B/zh
Priority to NZ60083410A priority patent/NZ600834A/en
Priority to KR20127019487A priority patent/KR20120137471A/ko
Priority to JP2012545880A priority patent/JP2013515924A/ja
Priority to RU2012130927/06A priority patent/RU2012130927A/ru
Application granted granted Critical
Publication of NL2004010C2 publication Critical patent/NL2004010C2/nl
Priority to ZA2012/04746A priority patent/ZA201204746B/en

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16LPIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16L37/00Couplings of the quick-acting type
    • F16L37/24Couplings of the quick-acting type in which the connection is made by inserting one member axially into the other and rotating it to a limited extent, e.g. with bayonet-action
    • F16L37/244Couplings of the quick-acting type in which the connection is made by inserting one member axially into the other and rotating it to a limited extent, e.g. with bayonet-action the coupling being co-axial with the pipe
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16LPIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16L37/00Couplings of the quick-acting type
    • F16L37/24Couplings of the quick-acting type in which the connection is made by inserting one member axially into the other and rotating it to a limited extent, e.g. with bayonet-action
    • F16L37/244Couplings of the quick-acting type in which the connection is made by inserting one member axially into the other and rotating it to a limited extent, e.g. with bayonet-action the coupling being co-axial with the pipe
    • F16L37/2445Couplings of the quick-acting type in which the connection is made by inserting one member axially into the other and rotating it to a limited extent, e.g. with bayonet-action the coupling being co-axial with the pipe in which a male cylindrical element is introduced into a female cylindrical element, each element containing several threads axially spaced and circumferentially discontinuous which engage with each other as a result of the rotation of one of the elements
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16LPIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16L21/00Joints with sleeve or socket
    • F16L21/08Joints with sleeve or socket with additional locking means
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10TTECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
    • Y10T137/00Fluid handling
    • Y10T137/598With repair, tapping, assembly, or disassembly means

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Quick-Acting Or Multi-Walled Pipe Joints (AREA)
  • Mechanical Operated Clutches (AREA)
  • Mutual Connection Of Rods And Tubes (AREA)

Description

KOPPELING VOOR HET LOSMAAKBAAR KOPPELEN VAN BUIZEN
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een koppeling voor het losmaakbaar koppelen van buizen of delen daarvan.
5 Bij het aanbrengen van materiaal, zoals slib, zand, stenen, blokken en dergelijke op een waterbodem en/of bij het verwijderen van bodemmateriaal van een waterbodem, zoals bijvoorbeeld bij het baggeren daarvan, wordt aan een vaartuig, bijvoorbeeld een baggerschip, een samenstel van achter elkaar geplaatste buizen aangebracht via welke het materiaal van of naar de bodem te transporteren is. Het 10 vaartuig wordt hiertoe boven de locatie gevaren waarop het materiaal aangebracht moet worden of vanaf welke het materiaal verwijderd moet worden. Vervolgens worden een voor een de buizen achter elkaar geplaatst en met elkaar gekoppeld. Via het buissamenstel kan vervolgens het materiaaltransport tussen de waterbodem en het wateroppervlak geregeld worden. Een bekende oplossing is het stapelen van leidingen 15 die bijeengehouden worden met een staalkabel. Een bezwaar van de bekende buissamenstellen is dat de maximale gezamenlijke lengte van de buizen beperkt is. In de praktijk zijn lengtes tot maximaal ca. 500 meter realiseerbaar. Het samenstel moet bestand zijn tegen grote belastingen die voornamelijk gevormd worden door een combinatie van trek en buigmoment. In plaats van het stapelen van buizen is een 20 koppeling ontworpen die het mogelijk maakt snel en of automatisch de buizen te koppelen.
De buisdelen kunnen in elkaar geschoven worden waarbij de nokken van het ene buisdeel achter de nokken van het andere buisdeel gedraaid kunnen worden. Een dergelijke bajonetkoppeling is echter relatief zwak. Naarmate de axiale krachten op de 25 buisdelen hoger worden zullen de nokken van de koppeling zwaarder moeten worden uitgevoerd. Dit heeft tot gevolg dat de koppeling zwaar en omvangrijk wordt.
Het is het doel van de onderhavige uitvinding een verbeterde koppeling te verschaffen waarin ten minste een van de genoemde bezwaren is ondervangen of althans is verminderd.
30 Een verder doel van de uitvinding is het verschaffen van een lichte slanke koppeling die toch een relatief grote axiale kracht kan opvangen.
2
Het is nog een doel van de uitvinding om een koppeling te verschaffen waarmee relatief eenvoudig en/of snel buizen aan elkaar kunnen worden gekoppeld of van elkaar kunnen worden losgekoppeld.
Volgens een eerste aspect van de onderhavige uitvinding wordt ten minste 5 een van de doelen of andere uit de navolgende beschrijving volgende doelen bereikt in een koppeling voor het losmaakbaar koppelen van buisdelen, waarbij de koppeling omvat: - een eerste buisdeel dat aan de buitenomtrek twee of meer rijen nokken heeft - een tweede buisdeel dat aan de binnenomtrek twee of meer rijen nokken heeft; 10 waarbij de nokken van elk van de rijen van het eerste buisdeel en van het tweede buisdeel tussenruimtes hebben die zijn uitgevoerd om nokken van het ene buisdeel de nokken van het andere buisdeel te laten passeren voor het in axiale richting in- en uit elkaar schuiven van de buisdelen en waarbij de buisdelen in in elkaar geschoven toestand in tangentiële richting verdraaibaar zijn om de nokken van het eerste buisdeel 15 te laten aangrijpen op de nokken van het tweede buisdeel voor het in axiale richting fixeren van de buisdelen.
Door een geschikte grootte en plaatsing van de nokken (hierin ook wel tanden of uitsteeksels genoemd) kan tussen de nokken van het ene buisdeel (bijvoorbeeld een binnenmof) ruimte aanwezig zijn om de nokken van het andere buisdeel (bijvoorbeeld 20 een buitenmof) te laten passeren. Door het ene buisdeel vervolgens over een bepaalde lengte (bijvoorbeeld een noklengte) rechtsom of linksom te verdraaien en axiaal te verplaatsen, kan de tweede rij (en eventueel meer rijen) nokken tot ingrijpen gebracht worden.
In deze toestand waarin de nokken van het eerste buisdeel aangrijpen op de 25 nokken van het tweede buisdeel, bevinden de nokken van het ene buisdeel zich bij voorkeur allemaal (of althans een groot deel daarvan) tegenover de nokken van het andere. Bij twee rijen nokken is dan uiteindelijk de volle omtrek van de buisdelen via de daaraan voorzien nokken met elkaar in aangrijping. Dit maakt de koppeling in axiale richting zeer sterk zonder de noodzaak om de koppeling extra zwaar uit voeren. Op 30 deze wijze kan een lichte en slanke koppeling verkregen worden. Indien meer dan twee rijen toegepast worden, kunnen de buisdelen over meer dan de volledige omtrek aan elkaar gekoppeld zijn, hetgeen de constructie nog beter bestand tegen axiale krachten kan maken.
3
In een uitvoeringsvorm van de uitvinding zijn de nokken van opeenvolgende rijen in axiale richting in hoofdzaak in eikaars verlengde gerangschikt. Dit wil zeggen dat de nokken van alle opeenvolgende rijen (of althans een aantal daarvan) niet zijn versprongen. Indien de nokken tanden niet versprongen zijn, volstaat alleen een axiale 5 beweging om de twee of meer nokkenrijen in positie te brengen waarna een korte verdraaiing linksom of rechtsom de buisdelen in axiale richting kunnen fixeren en de koppeling tot stand wordt gebracht. In een verdere uitvoering zijn de buisdelen dan ook ingericht om in hoofdzaak alleen met een axiale onderlinge verplaatsing van de buisdelen de buisdelen geheel in- en uit elkaar te schuiven en/of om in hoofdzaak 10 alleen met een enkele onderlinge verdraaiing van de buisdelen over in hoofdzaak een noklengte de nokken van de verschillende rijen op elkaar aan te laten grijpen voor het koppelen van de buisdelen en deze nokken vrij van elkaar te houden voor het ontkoppelen van de buisdelen.
In andere uitvoeringen zijn de nokken van opeenvolgende rijen ten opzichte van 15 elkaar in tangentiële richting versprongen. In deze uitvoering moeten "tussenstappen" worden gemaakt (draaien en in axiale richting verder schuiven) om tot een maximale aangrijping van de nokken van het ene buisdeel op de nokken van het andere buisdeel te komen. Een bezwaar van deze uitvoeringen is dat ze over het algemeen minder gemakkelijk te koppelen zijn. Een voordeel is uiteraard dat ze ook minder gemakkelijk 20 te ontkoppelen zijn. Verder treeft een betere verdeling van de axiale krachten over de omtrek van de buisdelen op, hetgeen de constructieve sterkte van de koppeling ten goede kan komen.
In een verdere uitvoering zijn langs de omtrek van elk buisdeel een eerste rij nokken en, op een axiaal verschoven positie, een tweede rij nokken aangebracht, 25 waarbij elk van de rijen nokken is uitgevoerd om beurtelings in axiale richting doorlatende en een niet-doorlatende gebieden te vormen en waarbij de doorlatende en niet-doorlatende gebieden van de eerste rij op in omtreksrichting verschoven posities voorzien zijn ten opzichte van de posities van de gebieden van de tweede rij; en waarbij de nokken van het eerste en tweede buisdeel zodanig aan respectievelijk de 30 buitenomtrek en binnenomtrek van het bijbehorende buisdeel zijn aangebracht, dat de buisdelen in elkaar schuifbaar zijn.
Gebleken is dat de sterkte van de bekende bajonetkoppeling voor een deel beperkt wordt doordat er ter plaatse van de doorlatende gebieden geen doorleiding van 4 de op de buizen en daarmee ook op de koppeling uitgeoefende krachten kan plaatsvinden. In de bekende typen bajonetkoppelingen zijn deze doorlatende gebieden bovendien aanwezig langs het grootste deel van de koppelingslengte in omtreksrichting (hierin ook wel de koppelingsomtrek genoemd). Dit betekent dat er slecht een klein 5 deel van de totale omtrek van de koppeling voor doorleiding van krachten kan worden gebruikt en derhalve de belasting op dit deel groot wordt. De uitvinding voorziet in het vergroten van de koppelingslengte. Het resultaat is een koppeling tussen twee opeenvolgende buizen welke koppeling een goede doorleiding van de op de buizen optreden axiale krachten geeft doordat over ten minste de helft van de omtrek 10 koppeloppervlakken aanwezig zijn om de krachten op te vangen.
Een verder voordeel van de koppeling is dat zowel het koppelen als het ontkoppelen van de buizen relatief eenvoudig blijft. Koppelen vindt plaats door het in elkaar schuiven van de koppelingdelen en ontkoppelen vindt plaats door de koppelingdelen uit elkaar te schuiven. Er behoeven bovendien geen bewegende delen 15 in de koppeling aanwezig te zijn (alhoewel in bepaalde uitvoeringen ervoor gekozen kan worden de koppeling toch met bewegende delen uit te voeren, bijvoorbeeld voor het borgen van de koppeling). Een verder voordeel is dat de koppeling bediend kan worden door het verplaatsen (bijvoorbeeld in axiale richting en/of tangentiële richting) van de buizen waaraan de koppelingen voorzien zien. Verder kan de binnenzijde van 20 het buissamenstel relatief glad uitgevoerd worden, hetgeen de slijtage van de buizen vermindert, bijvoorbeeld als het een valbuis betreft waarlangs relatief hard materiaal zoals stenen, naar beneden gestort wordt.
In verdere uitvoeringen is een koppeling te realiseren door eerst een “grove” opsluiting te maken door de nokken van de ene nok de eerste rij (of een eerste set rijen) 25 te laten passeren waarin de doorlatende gebieden van de andere nok relatief groot zijn en derhalve de nokken van de ene nok deze gebieden relatief eenvoudig kunnen passeren. Daarna wordt een tweede rij (of set van rijen) gepasseerd waarin de doorlatende gebieden een nauwere maattolerantie hebben ten opzichte van de nokken.
Volgens een verdere uitvoering is de axiale afstand tussen de eerste en tweede rij 30 nokken van een koppeling groter dan de axiale dikte van de nokken om een draairuimte te verschaffen waarin de nokken ten opzichte van elkaar verdraaibaar zijn.
In een verdere uitvoering omvatten de nokken een aantal regelmatig over de omtrek van het buisvormige verbindingselement verdeelde nokken. Alhoewel 5 dergelijke nokken niet in alle uitvoeringen regelmatig over de omtrek verdeeld zijn, is het voordeel van deze uitvoering dat de nokken in relatief veel rotatiestanden ten opzichte van elkaar zodanig gerangschikt zijn dat ze door de doorlaatbare gebieden geschoven kunnen worden. Indien de nokken op onregelmatige wijze over de omtrek 5 verdeeld zijn, kan het soms nodig zijn om de buisdelen precies in één specifieke stand te opzichte van elkaar te draaien om het inschuiven van de nokken mogelijk te maken. Dit kan voordelig zijn indien de buisdelen in een specifieke stand ten opzichte van elkaar gekoppeld moeten worden.
In verdere uitvoeringsvormen komt de lengte in omtreksrichting van een een niet-10 doorlatend gebied vormende nok in hoofdzaak overeen met de lengte in omtreksrichting van een een doorlatend gebied vormende ruimte daartussen, zodat de nok wel het doorlatend gebied kan passeren, maar een zo groot mogelijk contactoppervlak voor het doorleiden van krachten behouden blijft wanneer de nokken over een noklengte verdraaid zijn. In andere uitvoeringen kan de genoemde lengte van 15 de nok een stuk kleiner zijn dan de genoemde ruimte, zodat de nok met meer gemak de ruimte kan passeren.
Volgens een uitvoeringsvorm omvat de koppeling een borgelement dat ten minste een uitsteeksel heeft dat in gekoppelde toestand tussen de nokken van opeenvolgende rijen te plaatsen is. Een dergelijk borgelement kan worden aangebracht 20 voor het blokkeren van de onderlinge draaibeweging van de buisdelen en daarmee voor het behouden van de toestand waarin de buisdelen ten opzichte van elkaar in axiale richting gefixeerd zijn. Dit voorkomt dat door onverhoopte verdraaiing van een verbindingselement de koppeling ontkoppeld zou kunnen worden. Meer specifiek, zijn in bepaalde uitvoeringen in gekoppelde toestand lege ruimtes aanwezig tussen de 25 nokken van de eerste rij van een eerste verbindingselement en de nokken van de tweede rij van een tegenoverliggend tweede verbindingselement. In een of meer van deze ruimtes is een dergelijk uitsteeksel te plaatsen, zodat de koppeling niet meer ontkoppeld kan worden. In het bijzonder omvat het borgelement een borgring dat om een van de moffen schuifbaar is. De borgring kan dan zijn voorzien van een of meer uitsteeksels 30 die zodanig uitgevoerd en gerangschikt zijn dat ze in een of meer corresponderende ruimtes te schuiven zijn.
In bepaalde uitvoeringen, bijvoorbeeld wanneer het buissamenstel gebruikt wordt voor het transporteren van materiaal van en naar een (zee-)bodem, zijn de buizen 6 en koppelingen vervaardigd van staal of ander materiaal om de optredende krachten op te kunnen vangen. In andere uitvoeringen kunnen de buizen zijn vervaardigd van composietmateriaal. De koppelingen zelf kunnen dan ook van composiet materiaal of van staal zijn vervaardigd. De nokken kunnen overigens aparte delen zijn die aan een 5 buis zijn bevestigd of kunnen als één stuk met de buis gevormd zijn.
Verdere voordelen, kenmerken en details van de onderhavige uitvinding zullen worden verduidelijkt aan de hand van de volgende beschrijving van enige uitvoeringsvormen daarvan. In de beschrijving wordt verwezen naar de bijgevoegde figuren, waarin tonen: 10 Fig. 1 een aanzicht van een vaartuig voorzien van een valpijp waarvan de individuele buizen door een uitvoeringsvorm van de uitvinding aan elkaar zijn gekoppeld;
Fig. 2 een aanzicht in perspectief van de eerste uitvoeringsvorm van een dergelijke koppeling; 15 Fig. 3 een dwarsdoorsnede van de uitvoeringsvorm van fig. 2;
Fig. 4 een langsdoorsnede langs lijn IV-IV van fig. 3;
Fig. 5 een langsdoorsnede langs lijn V-V van 3;
Fig. 6a-6e schematische weergaven van de eerste uitvoeringsvorm volgens de uitvinding, in verschillende stadia van de koppelingsactiviteit; en 20 Fig. 7 een aanzicht in perspectief van een uitvoeringsvorm van een borgelement volgens de uitvinding.
Zoals hierin beschreven heeft de uitvinding betrekking op het losmaakbaar koppelen van buizen of buisdelen (hierna kortweg de buisdelen genoemd). De term "buisdelen" dient hierbij ruim te worden opgevat. De buisdelen kunnen bijvoorbeeld 25 van een relatief onbuigzame soort zijn of zelfs stijf zijn uitgevoerd, zoals stalen buizen, maar er kunnen ook buigzame buizen worden toegepast. Onder de term "buigzame" buizen moet worden verstaan slangen, leidingen, pijpen, kanalen en dergelijke die in meer of mindere mate buigzaam zijn uitgevoerd.
Fig. 1 toont een vaartuig 2 dat op gebruikelijke wijze is opgebouwd uit een 30 langgerekte romp 3 waarop een installatie 4 is aangebracht. De installatie 4 is ingericht om een valbuissamenstel 6 vast te houden. Het valbuissamenstel 6 omvat een aantal achter elkaar gepositioneerde buizen 7, ook wel valbuizen genoemd, die met behulp van koppelingen 8 onderling met elkaar gekoppeld zijn. De onderste valbuis is voorzien 7 van een monding 5 (slechts schematisch weergegeven) via welke materiaal M op een bodem B gestort kan worden. Het materiaal M is afkomstig uit het ruim van het vaartuig 2 en is op bekende wijze via een vulopening aan de bovenzijde van het valbuissamenstel ingevoerd. Het materiaal M kan om diverse redenen op de bodem 5 worden aangebracht, bijvoorbeeld om een op de bodem geplaatste transportleiding te bedekken. In andere uitvoeringen kan het buissamenstel bijvoorbeeld gevormd worden door de zuigbuis van een sleephopperzuiger.
Ter vereenvoudiging van de tekening is slechts een beperkt aantal buizen 7 weergegeven. Het buissamenstel is geschikt voor diepzee toepassingen.
10 De koppelingen 8 waarmee de achter elkaar geplaatste buizen 7 met elkaar verbonden zijn, omvatten telkens een aan een eerste buis (bijvoorbeeld een bovenste buis 7) aangebracht eerste buisdeel 9 en een aan een tweede buis 7’ aangebracht tweede buisdeel 10. Andere uitvoeringen zijn uiteraard ook mogelijk, bijvoorbeeld uitvoeringen waarin er buizen zijn die alleen zijn voorzien van eerste buisdelen 9 en 15 andere buizen die alleen voorzien zijn van tweede buisdelen 10.
Verwijzend naar figuren 2 t/m 5 wordt een uitvoeringsvorm van de koppeling 8 in meer detail beschreven. Fig. 2 toont een eerste buisdeel 9 dat een in hoofdzaak cilindrische buitenmof 11 omvat. In de getoonde uitvoeringsvorm is de mof 11 enigszins verbreed ten opzichte van het uiteinde van de buis 7 teneinde het 20 tegenoverliggende en later nader te beschrijven buisdeel 10 in zich op te kunnen nemen. Aan de binnenzijde van de mof 11 zijn twee rijen nokken voorzien. Weergegeven is een eerste rij 18 die is opgebouwd uit gelijkelijk over de binnenomtrek van de mof 11 verdeelde nokken 13. Tevens is een tweede rij 19 nokken bestaande uit over de binnenomtrek van de mof 11 verdeelde nokken 15 weergegeven. Beide rijen 25 18, 19 zijn op een vooraf bepaalde axiale afstand (waarbij de axiale richting Pa in figuur .2 is weergegeven) ten opzichte van elkaar gepositioneerd.
Het tweede buisdeel 10 omvat op soortgelijke wijze een in hoofdzaak cilindrische mof 12. De mof 12 is aan de buitenzijde voorzien van een tweetal rijen 30, 31 van nokken in de vorm van respectievelijk nokken 24 en nokken 23. De eerste rij 30 30 nokken 24 is, net zoals de eerste rij 18 van het eerste buisdeel 9, langs de omtrek van de mof 12 voorzien waarbij de rij zich in hoofdzaak dwars op de axiale richting uitstrekt.
De nokken 13,15 van het eerste buisdeel 9 en de nokken 23, 24 van het tweede buisdeel 10 strekken zich alle in hoofdzaak dwars ten opzichte van de axiale richting 8 uit. Tussen de nokken zijn respectievelijke doorlatende gebieden 26, 25 in respectievelijk de eerste rij 30 en tweede rij 31 van het buisdeel 10 en doorlaatbare gebieden 12, 14 in respectievelijk de eerste rij 18 en tweede rij 19 van het eerste buisdeel 9 gevormd. De respectievelijke nokken 24, 23 in de eerste en tweede rij 30, 31 5 en nokken 13, 15 in de eerste en tweede rij 18, 19 vormen zogenoemde niet-doorlaatbare gebieden. Een niet-doorlaatbaar gebied is een gebied waarin door de aanwezigheid van een nok geen ruimte is om de mof 11,12 naar binnen te schuiven. Het in axiale richting naar binnen schuiven van de ene mof in het andere, kan slechts plaatsvinden door de nokken van de eerste rij 30 van het tweede buisdeel 10 te 10 positioneren voor de doorlaatbare gebieden 12 tussen de nokken 13 van de eerste rij 18 van het eerste buisdeel 9. Dit is in meer detail in fïg. 6a-6e weergegeven.
Verder zijn de opeenvolgende rijen 18,19 en rijen 30,31 elk met een onderlinge afstand, bijvoorkeur een vaste afstand (a) ten opzichte van elkaar gerangschikt. Deze afstand (a) is groter dan de dikte (d) van de nokken, hetgeen ervoor zorgt dat er tussen 15 tijen 30 en 31 een verdraairuimte 40 en tussen opeenvolgende rijen 18,19 een verdraairuimte 41 gecreëerd is. Deze verdraairuimtes 40,41 strekken zich in omtreksrichting uit (dwars op de axiale richting) en bieden de mogelijkheid om daarin de nokken te verdraaien.
In gebruik wordt een van de nokken, in de weergegeven situatie het bovenste 20 buisdeel 9, van boven af neerwaarts (richting Pi) verplaatst zodat de nokken 13 van de eerste rij 18 van de mof 11 via de doorlaatbare openingen 26 tussen naburige nokken 24 van de eerste rij 30 van de mof 10 worden geschoven om terecht te komen in de eerste verdraairuimte 40. Deze situatie is in fïg. 6b weergegeven. In de in fïg. 6b weergegeven stand zijn de nokken 13 van de eerste rij van het bovenste buisdeel 9 en 25 daarmee eveneens de nokken 15 van de tweede rij 19 van nokken 15 zover doorgeschoven, dat deze tegen de corresponderende nokken van de tweede respectievelijk eerste rij 31, 30 rusten. Verder in axiale richting verplaatsen van de nok is derhalve niet mogelijk.
Vervolgens wordt het eerste buisdeel 9 enigszins verdraaid (richting Ri) tot de in 30 figuur 6C weergegeven stand. Het verdraaien van het eerste buisdeel 9 en daarmee ook van de nokken 13, 15 daarvan is mogelijk omdat de nokken 13 vrij roteerbaar zijn in de eerder genoemde verdraairuimte 40 tussen de eerste rij 30 en tweede rij 31. Wanneer de nokken eenmaal in de in fïg. 6c weergegeven stand terecht zijn gekomen, dat wil 9 zeggen wanneer de nokken 13 in de verdraairuimte 40 zodanig zijn verdraaid dat deze zich tegenover doorlaatbare gebieden 25 van de tweede rij 31 van het tweede buisdeel 10 bevinden, kan het eerste buisdeel 9 verder in axiale richting (P2) verschoven worden tot de in fïg. 6d weergegeven stand. Ook de tweede rij 19 van nokken 15 kan nu in de 5 verdraairuimte 40 verdraaid worden, bijvoorbeeld in dezelfde draairichting als eerder werd toegepast (maar een tegenovergestelde draairichting is ook mogelijk). De nokken 9, 10 worden nu zodanig ten opzichte van elkaar verdraaid (rotatierichting R2), totdat de nokken 13 van de eerste rij 18 van het eerste buisdeel 9 recht onder de corresponderende nokken 23 van de tweede rij 31 van het tweede buisdeel 10 liggen. 10 Deze situatie is in fïg. 6e weergegeven.
In de in figuur 6e weergegeven eindstand is elk van de contactvlakken 28 van een nok 13, 15, 23, 24 in contact gebracht met een tegenoverliggend contactoppervlak van een andere nok. Zoals in figuur 6e duidelijk is weergegeven, is de sommatie van de lengtes (1,1') van het gezamenlijk oppervlak waarover twee naburige nokken met hun 15 contactvlak 28 met elkaar contact maken, gelijk aan L. Deze gezamenlijke lengte L waarover de nokken met elkaar in contact staan bepaalt in grote mate de krachtdoorlaatbaarheid van de koppeling. In de weergegeven uitvoeringsvorm is de gezamenlijke lengte L nagenoeg gelijk aan de totale omtrek van de mof 11, 12, hetgeen betekent dat vrijwel de gehele koppelingsomtrek krachtdoorleidend gebruikt wordt. 20 Aangezien de buiskoppeling een krachtdoorleiding biedt over in hoofdzaak de gehele omtrek, is de specifieke krachtdoorleiding per nok beter dan bij gebruikelijke koppelingen en is de koppeling beter bestand tegen de verhoudingsgewijs zeer grote belastingen die op een dergelijke koppeling kunnen optreden.
Het ontkoppelen van de koppeling geschiedt door de hierboven beschreven 25 handelingen in omgekeerde volgorde uit te voeren. Hierbij zij opgemerkt dat aangezien het bij het koppelen niet uitmaakt in welke richting (Rj), d.w.z. linksom of rechtsom, een nok ten opzichte van de andere nok gedraaid wordt, dit bij het ontkoppelen eveneens niet het geval is. Bij het ontkoppelen kunnen de nokken derhalve ook in dezelfde richting worden gedraaid als bij het koppelen.
30 In figuur 7 is een uitvoeringsvorm weergegeven van een borgelement 45 waarmee de koppeling geborgd kan worden. Het borgelement 45 omvat hiertoe een ringvormig deel of element 46, waarvan de binnenomtrek zodanig is gekozen dat het rondom de buisvormige mof 12 te schuiven is. Aan een zijde is het ringvormige 10 element 46 voorzien van één of meer opstaande nokken 47. In de in figuur 7 weergegeven uitvoeringsvorm is een viertal nokken 47 voorzien, die elk zodanig zijn gedimensioneerd dat deze in de tussenruimtes 14 tussen de nokken van de eerste rij van het buisdeel geschoven kunnen worden. Om het inschuiven van de nokken 42 van het 5 borgelement 45 te vereenvoudigen, zijn de uiteinden daarvan bij voorkeur voorzien van afgeschuinde zoekranden 48. De breedte (b) van de nokken 47 dient kleiner of nagenoeg gelijk te zijn aan de breedte van de genoemde tussenruimtes 14. Bij voorkeur is de breedte (b) nagenoeg even groot als de genoemde tussenruimte zodat de buisdelen 9, 10 slechts in beperkte mate ten opzichte van elkaar kunnen schuiven wanneer de 10 nokken 47 van het borgelement in de tussenruimtes geschoven zijn. De hoogte (h) van de nokken 47 van het borgelement 45 kan variëren, maar dient ten minste zodanig groot te zijn, dat de nokken 23 van de tweede rij 31 van het tweede buisdeel 10 nokken 13 van de eerste rij 18 van het eerste buisdeel 9 niet of nauwelijks meer ten opzichte van elkaar verdraaid kunnen worden.
15 Wanneer het borgelement 45 in de in figuur 2 weergegeven situatie aangebracht wordt door dit opwaarts over het buisvormige element 12 te schuiven, moet het borgelement 45 nog op enige wijze worden vastgezet om te voorkomen dat dit onder invloed van de zwaartekracht naar beneden glijdt. Dit kan bijvoorbeeld door het ringvormige element 46 aan een onderrand van het buisvormige element 12 te 20 klemmen. In andere uitvoeringen, waarin het eerste buisdeel 9 zich onder het tweede buisdeel 10 bevindt, rust het borgelement 45 op het bovenste buisdeel en zal het borgelement 45 onder invloed van de zwaartekracht in de geborgde stand gehouden blijven. In een dergelijke situatie kan eventueel de bevestiging van het borgelement 45 aan de koppeling achterwege blijven.
25 De in figuur 7 weergegeven uitvoeringsvorm van het borgelement 45 is het aantal nokken gelijk aan het aantal tussenruimtes tussen de nokken van het betreffende buisdeel. Het aantal nokken 47 op het borgelement 45 kan echter ook kleiner zijn. In feite is het inschuiven van één enkele nok voldoende om de buisdelen 9, 10 onverdraaibaar of althans in onvoldoende mate draaibaar te laten zijn.
30 De onderhavige uitvinding is niet beperkt tot de hierin beschreven uitvoeringsvormen daarvan. De beschreven koppeling is op tal van gebieden buiten de beschreven maritieme voorbeelden toepasbaar. De gevraagde rechten worden veeleer 11 bepaald door de navolgende conclusies, binnen de strekking waarvan velerlei aanpassingen en modificaties denkbaar zijn.

Claims (26)

1. Koppeling voor het losmaakbaar koppelen van buisdelen, waarbij de koppeling 5 omvat: - een eerste buisdeel dat aan de buitenomtrek twee of meer rijen nokken heeft; - een tweede buisdeel dat aan de binnenomtrek twee of meer rijen nokken heeft; waarbij de nokken van elk van de rijen van het eerste buisdeel en van het tweede buisdeel tussenruimtes hebben die zijn uitgevoerd om nokken van het ene buisdeel de 10 nokken van het andere buisdeel te laten passeren voor het in axiale richting in- en uit elkaar schuiven van de buisdelen en waarbij de buisdelen in in elkaar geschoven toestand in tangentiële richting verdraaibaar zijn om de nokken van het eerste buisdeel te laten aangrijpen op de nokken van het tweede buisdeel voor het in axiale richting fixeren van de buisdelen. 15
2. Koppeling volgens conclusie 1, waarbij de nokken van opeenvolgende rijen in axiale richting in hoofdzaak in eikaars verlengde zijn gerangschikt.
3. Koppeling volgens conclusie 2, waarbij de buisdelen zijn ingericht om in 20 hoofdzaak alleen met een axiale onderlinge verplaatsing van de buisdelen de buisdelen geheel in- en uit elkaar te schuiven.
4. Koppeling volgens conclusie 2 of 3, waarbij de buisdelen zijn ingericht om alleen met een enkele onderlinge verdraaiing van de buisdelen over in hoofdzaak een 25 noklengte de nokken van de verschillende rijen op elkaar aan te laten grijpen voor het koppelen van de buisdelen en deze nokken vrij van elkaar te houden voor het ontkoppelen van de buisdelen.
5. Koppeling volgens conclusie 1, waarbij de nokken van opeenvolgende rijen ten 30 opzichte van elkaar in tangentiële richting zijn versprongen.
6. Koppeling volgens conclusie 5, waarbij de buisdelen zijn ingericht om met beurtelings in axiale richting schuiven en in tangentiële richting draaien van een of beide buisdelen, de buisdelen volledig in- of uit elkaar te schuiven.
7. Koppeling volgens conclusie 6, waarbij de buisdelen zijn ingericht om in geheel ingeschoven stand door met een enkele onderlinge verdraaiing van de buisdelen over in hoofdzaak een noklengte de versprongen nokken van de verschillende rijen op elkaar aan te laten grijpen voor het fixeren van de buisdelen.
8. Koppeling volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij alle nokken van een rij zich in tangentiële richting in eikaars verlengde uitstrekken.
9. Koppeling volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de buisdelen in hoofdzaak cilindrisch zijn. 15
10. Koppeling volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij in volledig ingeschoven en verdraaide stand alle nokken van het eerste buisdeel zich tegenover corresponderende nokken van het tweede buisdeel bevinden.
11. Koppeling volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de gezamenlijke koppelingslengte in omtreksrichting van de op elkaar aangrijpende nokken ten minste de helft bedraagt van de totale omtrekslengte van het eerste of tweede buisdeel, bij voorkeur ten minste even groot is als de omtrekslengte van een buisdeel, met nog meer voorkeur groter is dan de omtrekslengte van het betreffende 25 buisvormige verbindingselement.
12. Koppeling volgens een van de voorgaande conclusies, waarin de buisdelen zijn ingericht om in gekoppelde toestand de buisdelen met een krachtdoorleiding langs meer dan de helft van de buisdeelomtrek onderling te koppelen. 30
13. Koppeling volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij langs de omtrek van elk buisdeel een eerste rij nokken en, op een axiaal verschoven positie, een tweede rij nokken zijn aangebracht, waarbij elk van de rijen nokken is uitgevoerd om beurtelings in axiale richting doorlatende en een niet-doorlatende gebieden te vormen en waarbij de doorlatende en niet-doorlatende gebieden van de eerste rij op in omtreksrichting verschoven posities voorzien zijn ten opzichte van de posities van de gebieden van de tweede rij; en waarbij de nokken van het eerste en tweede buisdeel 5 zodanig aan respectievelijk de buitenomtrek en binnenomtrek van het bijbehorende buisdeel zijn aangebracht, dat de buisdelen in elkaar schuifbaar zijn.
14. Koppeling volgens conclusie 13, waarin de nokken zijn ingericht om vanuit de uitgeschoven toestand: 10. de nokken van de eerste rij nokken van de ene nok in axiale richting te schuiven door de doorlatende gebieden van de eerste rij van de andere nok; - de nokken ten opzichte van elkaar te verdraaien totdat de nokken van de eerste rij nokken van de ene nok tegenover de niet-doorlatende gebieden van de tweede rij van de andere nok gepositioneerd zijn; 15. de nokken van de eerste rij nokken van de ene nok in axiale richting te schuiven door de doorlatende gebieden van de tweede rij van de andere nok en tegelijkertijd de nokken van de tweede rij nokken van de ene nok in axiale richting te schuiven door de doorlatende gebieden van de eerste rij van de andere nok; - de nokken ten opzichte van elkaar te verdraaien totdat de nokken van de 20 eerste en tweede rij nokken van de ene nok tegenover corresponderende nokken van respectievelijk de eerste en tweede rij nokken van de andere nok gelegen zijn.
15. Koppeling volgens een van de conclusies 13-14, waarin de nokken zijn ingericht om vanuit de gekoppelde toestand: 25. de nokken ten opzichte van elkaar te verdraaien totdat de nokken van de eerste en tweede rij nokken van de ene nok tegenover de corresponderende doorlatende gebieden van de andere nok gelegen zijn; - de nokken van de eerste rij nokken van de ene nok in axiale richting terug te schuiven door de doorlatende gebieden van de tweede rij van de andere nok en de 30 nokken van de tweede rij nokken van de ene nok in axiale richting terug te schuiven door de doorlatende gebieden delen van de eerste rij van de andere nok; - de nokken ten opzichte van elkaar te verdraaien totdat de nokken van de eerste rij nokken van de ene nok tegenover de doorlatende delen van de tweede rij van de andere nok gepositioneerd zijn; - de nokken van de eerste rij nokken van de ene nok in axiale richting terug 5 te schuiven door de doorlatende gebieden delen van de eerste rij van de andere nok.
16. Koppeling volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de axiale afstand tussen opeenvolgende rijen nokken groter is dan de axiale dikte van de nokken om een draairuimte te verschaffen waarin de nokken ten opzichte van elkaar 10 verdraaibaar zijn.
17. Koppeling volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de nokken regelmatig over de buiten- of binnenomtrek van het betreffende eerste of tweede buisdeel verdeelde uitsteeksels omvatten.
18. Koppeling volgens conclusie 17, waarbij de nokken van de eerste en tweede rij om en om zijn geplaatst en zich gezamenlijk over hoofdzakelijk de gehele omtrek van het buisdeel uitstrekken.
19. Koppeling volgens een van de conclusies 13-18, waarbij de lengte in omtreksrichting van een een niet-doorlatend gebied vormende nok in hoofdzaak overeenkomt met of kleiner is dan de lengte in omtreksrichting van een een doorlatend gebied vormende ruimte daartussen.
20. Koppeling volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de nokken in hoofdzaak gelijke afmetingen hebben en/of in hoofdzaak gelijkvormig zijn.
21. Koppeling volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende een borgelement dat ten minste een uitsteeksel heeft dat in gekoppelde toestand tussen de 30 nokken van opeenvolgende rijen te plaatsen is.
22. Koppeling volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij een buisdeel vast is bevestigd aan een buis of onderdeel uitmaakt van een buis.
23. Samenstel van buizen voorzien van ten minste een koppeling volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de buizen in gekoppelde toestand een langgerekt buissamenstel vormen. 5
24. Samenstel van buizen voorzien van ten minste een koppeling volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de buizen in gekoppelde toestand een langgerekt buissamenstel vormen voor het verwijderen van materiaal van of het aanbrengen van materiaal. 10
25. Samenstel van buizen voorzien van ten minste een koppeling volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de buizen in gekoppelde toestand een langgerekt buissamenstel vormen voor het verwijderen van materiaal van of het aanbrengen van materiaal op een waterbodem. 15
26. Vaartuig voorzien van een of meer van samenstel volgens conclusie 23-25, omvattende een aantal achter elkaar gerangschikte en losmaakbaar gekoppelde buizen voor het hierlangs in de richting van de waterbodem sturen van het materiaal, waarbij naburige buizen zijn gekoppeld met een koppeling volgens een van de 20 conclusies 1-22.
NL2004010A 2009-12-23 2009-12-23 Koppeling voor het losmaakbaar koppelen van buizen. NL2004010C2 (nl)

Priority Applications (14)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2004010A NL2004010C2 (nl) 2009-12-23 2009-12-23 Koppeling voor het losmaakbaar koppelen van buizen.
CN201080062259.9A CN102812280B (zh) 2009-12-23 2010-12-14 用于可释放地联接管的联接件
PCT/NL2010/050845 WO2011078661A1 (en) 2009-12-23 2010-12-14 Coupling for the releasable coupling of pipes
SG2012046892A SG181918A1 (en) 2009-12-23 2010-12-14 Coupling for the releasable coupling of pipes
AU2010335103A AU2010335103A1 (en) 2009-12-23 2010-12-14 Coupling for the releasable coupling of pipes
EP10803651A EP2516915A1 (en) 2009-12-23 2010-12-14 Coupling for the releasable coupling of pipes
US13/518,737 US20120325335A1 (en) 2009-12-23 2010-12-14 Coupling for the releasable coupling of pipes
CA 2785442 CA2785442A1 (en) 2009-12-23 2010-12-14 Coupling for the releasable coupling of pipes
NZ60083410A NZ600834A (en) 2009-12-23 2010-12-14 Coupling for the releasable coupling of pipes
KR20127019487A KR20120137471A (ko) 2009-12-23 2010-12-14 파이프를 분리 가능하게 결합하기 위한 커플링
JP2012545880A JP2013515924A (ja) 2009-12-23 2010-12-14 パイプを取り外し可能に結合するためのカップリング
RU2012130927/06A RU2012130927A (ru) 2009-12-23 2010-12-14 Муфта для разъемного соединения труб
MX2012007374A MX2012007374A (es) 2009-12-23 2010-12-14 Acoplamiento para el acoplamiento desprendible de tubos.
ZA2012/04746A ZA201204746B (en) 2009-12-23 2012-06-26 Coupling for the releasable coupling of pipes

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2004010 2009-12-23
NL2004010A NL2004010C2 (nl) 2009-12-23 2009-12-23 Koppeling voor het losmaakbaar koppelen van buizen.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2004010C2 true NL2004010C2 (nl) 2011-06-27

Family

ID=42079040

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2004010A NL2004010C2 (nl) 2009-12-23 2009-12-23 Koppeling voor het losmaakbaar koppelen van buizen.

Country Status (14)

Country Link
US (1) US20120325335A1 (nl)
EP (1) EP2516915A1 (nl)
JP (1) JP2013515924A (nl)
KR (1) KR20120137471A (nl)
CN (1) CN102812280B (nl)
AU (1) AU2010335103A1 (nl)
CA (1) CA2785442A1 (nl)
MX (1) MX2012007374A (nl)
NL (1) NL2004010C2 (nl)
NZ (1) NZ600834A (nl)
RU (1) RU2012130927A (nl)
SG (1) SG181918A1 (nl)
WO (1) WO2011078661A1 (nl)
ZA (1) ZA201204746B (nl)

Families Citing this family (30)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
AT512355B1 (de) * 2012-01-05 2013-10-15 E Hawle Armaturenwerke Gmbh Spindellagerung für eine absperrarmatur
AT512926B1 (de) * 2012-10-31 2013-12-15 Zizala Lichtsysteme Gmbh Kugelgelenk zur Lagerung einer Scheinwerferkomponente
IN2014DN11226A (nl) * 2012-11-21 2015-10-02 Nippon Steel & Sumitomo Metal Corp
CN202947249U (zh) * 2012-12-12 2013-05-22 广东松下环境系统有限公司 换气装置
JP2015086619A (ja) * 2013-10-31 2015-05-07 シントク工業株式会社 鋼管杭接続構造
NO337626B1 (no) * 2013-11-15 2016-05-09 Maritime Promeco As Stigerørkonnektorsammenstilling
JP6202102B2 (ja) * 2013-12-06 2017-09-27 新日鐵住金株式会社 鋼管杭の継手構造
CN106015238B (zh) * 2016-06-02 2019-01-22 北京航空航天大学 具有容错特性的旋转驱动对接机构
CN106044371A (zh) * 2016-07-28 2016-10-26 河南省通信电缆有限公司 收线盘及使用该收线盘的线缆分割机
USD832409S1 (en) * 2016-09-26 2018-10-30 Noritz Corporation Pipe adapter for water heater
US10995891B2 (en) 2016-10-14 2021-05-04 Transocean Sedco Forex Ventures Limited Connector assemblies for connecting tubulars and related methods
KR101932095B1 (ko) 2016-12-06 2018-12-24 주식회사 코아비스 차량용 연료탱크
FR3069612B1 (fr) * 2017-07-25 2019-09-06 Staubli Faverges Element de raccord pour connecter une conduite de fluide
USD909532S1 (en) * 2018-12-11 2021-02-02 Armaturenwerk Hoetensleben Gmbh Nozzle
USD897494S1 (en) * 2018-12-11 2020-09-29 Armaturenwerk Hoetensleben Gmbh Nozzle
CN109431421B (zh) * 2018-12-29 2021-10-12 佛山市顺德区美的洗涤电器制造有限公司 接头管和洗碗机
USD911489S1 (en) * 2019-03-05 2021-02-23 The Fountainhead Group, Inc. Liquid spray nozzle
USD883445S1 (en) * 2019-03-05 2020-05-05 The Fountainhead Group, Inc. Adapter for a liquid spray nozzle with a weed guard
USD900283S1 (en) * 2019-03-05 2020-10-27 The Fountainhead Group, Inc. Adapter for a liquid spray nozzle
USD936785S1 (en) * 2019-03-05 2021-11-23 The Fountainhead Group, Inc. Adapter for a liquid spray nozzle
USD883446S1 (en) * 2019-03-05 2020-05-05 The Fountainhead Group, Inc. Adapter for a liquid spray nozzle
USD886943S1 (en) * 2019-03-28 2020-06-09 Outdoor Trading LLC Nozzle
JP2020197279A (ja) * 2019-06-05 2020-12-10 住友理工ホーステックス株式会社 コネクタおよびコネクタの組付方法
CN110274121A (zh) * 2019-06-05 2019-09-24 北京市燃气集团有限责任公司 导流器
USD1012228S1 (en) * 2020-08-31 2024-01-23 X-Virus Llc Disinfectant misting fixture
USD1030670S1 (en) * 2021-06-17 2024-06-11 Telebrands Corp. Connector
CN113982521B (zh) * 2021-10-20 2023-11-28 四川宏华石油设备有限公司 引火筒与防喷器脱开结构及其使用方法
USD1032783S1 (en) * 2021-11-10 2024-06-25 Telebrands Corp. Nozzle
USD1043909S1 (en) * 2022-11-11 2024-09-24 Winston Products Llc Nozzle
USD1065441S1 (en) * 2023-07-03 2025-03-04 Ningbo Tycoon Import And Export Co., Ltd. Sprayer

Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3442536A (en) * 1968-05-09 1969-05-06 Rockwell Mfg Co Pipe joint having circumferentially spaced teeth coupling means
US3922009A (en) * 1974-07-05 1975-11-25 Byron Jackson Inc Coupling
US3948545A (en) * 1974-03-11 1976-04-06 Mcevoy Oilfield Equipment Co. Mechanically operated breech block
US4209191A (en) * 1978-06-16 1980-06-24 Armco Inc. Quick make-and-break large diameter coupling
EP0668211A1 (en) * 1994-02-10 1995-08-23 Roda Shipping Limited Fall pipe
US6106024A (en) * 1998-06-04 2000-08-22 Cooper Cameron Corporation Riser joint and apparatus for its assembly
US20050087985A1 (en) * 2003-10-22 2005-04-28 Mosing Donald E. Tubular connection with slotted threads

Family Cites Families (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4641861A (en) * 1984-06-01 1987-02-10 O.E.M. Technical Sales, Inc. Flexible joint for pipes
CN2113398U (zh) * 1992-03-17 1992-08-19 吴涤非 喷灌快速接头
NL2003026C2 (nl) * 2009-06-15 2010-12-16 Tideway B V Buisvormig element van een valpijp, uit dergelijke elementen opgebouwde valpijp, koppeling tussen twee dergelijke buisvormige elementen, en werkwijze voor het opbouwen van de valpijp.

Patent Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3442536A (en) * 1968-05-09 1969-05-06 Rockwell Mfg Co Pipe joint having circumferentially spaced teeth coupling means
US3948545A (en) * 1974-03-11 1976-04-06 Mcevoy Oilfield Equipment Co. Mechanically operated breech block
US3922009A (en) * 1974-07-05 1975-11-25 Byron Jackson Inc Coupling
US4209191A (en) * 1978-06-16 1980-06-24 Armco Inc. Quick make-and-break large diameter coupling
EP0668211A1 (en) * 1994-02-10 1995-08-23 Roda Shipping Limited Fall pipe
US6106024A (en) * 1998-06-04 2000-08-22 Cooper Cameron Corporation Riser joint and apparatus for its assembly
US20050087985A1 (en) * 2003-10-22 2005-04-28 Mosing Donald E. Tubular connection with slotted threads

Also Published As

Publication number Publication date
JP2013515924A (ja) 2013-05-09
CN102812280B (zh) 2014-10-29
MX2012007374A (es) 2012-11-29
WO2011078661A1 (en) 2011-06-30
CA2785442A1 (en) 2011-06-30
EP2516915A1 (en) 2012-10-31
AU2010335103A1 (en) 2012-07-26
KR20120137471A (ko) 2012-12-21
NZ600834A (en) 2014-01-31
SG181918A1 (en) 2012-08-30
US20120325335A1 (en) 2012-12-27
ZA201204746B (en) 2013-02-27
CN102812280A (zh) 2012-12-05
RU2012130927A (ru) 2014-01-27
AU2010335103A2 (en) 2012-07-26

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL2004010C2 (nl) Koppeling voor het losmaakbaar koppelen van buizen.
US10737918B2 (en) Chain guide and a chain winch comprising such a chain guide
US9133634B2 (en) Scaffolding system, as well as a coupling, a ledger and a standard
CN105814273A (zh) 立管连接器组件
CA2861026A1 (en) Drainage body surface unit
FR3045708A1 (fr) Connecteur pour assembler deux troncons de colonne montante avec bague de verrouillage interne et pions demontables
WO2018071882A1 (en) Connector assemblies for connecting tubulars and related methods
FR2778721A1 (fr) Bride de serrage notamment pour conduite petroliere
EP3390767A1 (fr) Connecteur pour assembler deux tronçons de colonne montante avec bague de verrouillage interne et pions demontables
EP0769317B1 (fr) Cartouche de filtrage à âme tubulaire rigide
WO1996001785A1 (fr) Installation raclable de connexion selective manuelle
BE1007880A6 (nl) Valpijp.
WO2008132446A2 (en) A connector
DK2690026T3 (en) Container
AU740144B2 (en) Foldable and stackable device for spooling flexible tubular pipes
EP2744737B1 (fr) Bobine de grand diametre pour conduite tubulaire flexible et procede de fabrication
US20220381011A1 (en) Adjustable Pit Extension Assembly Gusseted Ring
JP4625166B2 (ja) 管連結構造
US381871A (en) alexander
EP1795480B1 (fr) Touret rechargeable et démontable pour le dévidage d'au moins une couronne et procédé de montage d'un touret avec mise en place simultanée d'une ou de plusieurs couronnes
WO2013070075A1 (en) Device and method for attaching floating pipe sections, floating pipe section comprising such a device and a floating pipe system
FR2868762A1 (fr) Perfectionnement aux bobines de grand diametre adaptees pour la reception de tubes flexibles ou de tubes rigides roules notamment
PL216458B1 (pl) Składany, metalowy bęben do transportu lin, kabli lub przewodów

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20160101