NL1034471C2 - Verbindingsstuk voor kabelbeschermingsbuizen. - Google Patents

Verbindingsstuk voor kabelbeschermingsbuizen. Download PDF

Info

Publication number
NL1034471C2
NL1034471C2 NL1034471A NL1034471A NL1034471C2 NL 1034471 C2 NL1034471 C2 NL 1034471C2 NL 1034471 A NL1034471 A NL 1034471A NL 1034471 A NL1034471 A NL 1034471A NL 1034471 C2 NL1034471 C2 NL 1034471C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
shell
sealing
connection piece
retaining ring
ring
Prior art date
Application number
NL1034471A
Other languages
English (en)
Inventor
Alwin Huisjes
Jeannette Mulder-Grootoonk
Richard Poppe
Bastiaan Vos
Original Assignee
Wavin Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Wavin Bv filed Critical Wavin Bv
Priority to NL1034471A priority Critical patent/NL1034471C2/nl
Priority to DK08165927.8T priority patent/DK2045504T3/da
Priority to AT08165927T priority patent/ATE521842T1/de
Priority to EP08165927A priority patent/EP2045504B1/en
Priority to ES08165927T priority patent/ES2370080T3/es
Priority to PL08165927T priority patent/PL2045504T3/pl
Application granted granted Critical
Publication of NL1034471C2 publication Critical patent/NL1034471C2/nl

Links

Classifications

    • HELECTRICITY
    • H02GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
    • H02GINSTALLATION OF ELECTRIC CABLES OR LINES, OR OF COMBINED OPTICAL AND ELECTRIC CABLES OR LINES
    • H02G3/00Installations of electric cables or lines or protective tubing therefor in or on buildings, equivalent structures or vehicles
    • H02G3/02Details
    • H02G3/06Joints for connecting lengths of protective tubing or channels, to each other or to casings, e.g. to distribution boxes; Ensuring electrical continuity in the joint
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16LPIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16L41/00Branching pipes; Joining pipes to walls
    • F16L41/02Branch units, e.g. made in one piece, welded, riveted
    • F16L41/023Y- pieces
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16LPIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16L47/00Connecting arrangements or other fittings specially adapted to be made of plastics or to be used with pipes made of plastics
    • F16L47/26Connecting arrangements or other fittings specially adapted to be made of plastics or to be used with pipes made of plastics for branching pipes; for joining pipes to walls; Adaptors therefor
    • F16L47/32Branch units, e.g. made in one piece, welded, riveted
    • GPHYSICS
    • G02OPTICS
    • G02BOPTICAL ELEMENTS, SYSTEMS OR APPARATUS
    • G02B6/00Light guides; Structural details of arrangements comprising light guides and other optical elements, e.g. couplings
    • G02B6/44Mechanical structures for providing tensile strength and external protection for fibres, e.g. optical transmission cables
    • G02B6/4439Auxiliary devices
    • G02B6/4459Ducts; Conduits; Hollow tubes for air blown fibres
    • HELECTRICITY
    • H02GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
    • H02GINSTALLATION OF ELECTRIC CABLES OR LINES, OR OF COMBINED OPTICAL AND ELECTRIC CABLES OR LINES
    • H02G15/00Cable fittings
    • H02G15/08Cable junctions
    • H02G15/10Cable junctions protected by boxes, e.g. by distribution, connection or junction boxes
    • H02G15/113Boxes split longitudinally in main cable direction

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Architecture (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • General Physics & Mathematics (AREA)
  • Optics & Photonics (AREA)
  • Laying Of Electric Cables Or Lines Outside (AREA)
  • Gasket Seals (AREA)
  • Protection Of Pipes Against Damage, Friction, And Corrosion (AREA)
  • Quick-Acting Or Multi-Walled Pipe Joints (AREA)

Description

Korte aanduiding: Verbindingsstuk voor kabelbeschermingsbuizen.
De uitvinding heeft betrekking op een verbindingsstuk om twee of meer buiseinden van kabelbeschermingsbuizen te verbinden, welk verbindingsstuk ten minste twee door een 5 scheidingsvlak verdeelde schaaldelen omvat die met in het scheidingsvlak gelegen schaalranden tegen elkaar passen, waarbij een van de schaaldelen bij ten minste een van de schaalranden is voorzien van een afdichtribbe en het ertegenover gelegen schaaldeel bij de overeenkomstige schaalrand is voorzien van een groef, waarbij de afdichtribbe in de groef is opgenomen wanneer de schaaldelen tegen elkaar zijn geplaatst om de deelnaad af te dichten 10 die tussen de tegen elkaar gelegen schaalranden is gevormd, en waarbij het verbindingsstuk ten minste twee mofeinden heeft voor het aansluiten van de buiseinden.
Kabelbeschermingsbuizen worden veelal in de grond gelegd en gebruikt om bijvoorbeeld glasvezelkabels of andere communicatie- of elektrische kabels doorheen te voeren. Bij gebruik voor glasvezelkabels worden in die kabelbeschermingsbuizen veelal weer 15 meerdere buisjes van kleinere diameter opgenomen, vaak aangeduid als “miniducts”, waarin dan op hun beurt de glasvezelkabels zijn of kunnen worden ingebracht. Verbindingsstukken zoals die volgens de uitvinding worden veelal toegepast om bij reeds gelegde buizen met daarin kabels of miniducts, al of niet al voorzien van kabels, achteraf verbindingen te kunnen maken tussen twee of meer buiseinden zonder de miniducts of kabels te hoeven doorsnijden. 20 In het bijzonder worden dergelijke verbindingsstukken uitgevoerd om aftakkingen van een of meer van de miniducts of kabels aan te kunnen leggen. Daarbij wordt een stuk van de beschermingsbuis weggesneden waardoor de erin gelegen miniducts of kabels bloot komen te liggen. De gewenste miniduct(s) of kabels kunnen dan worden afgetakt waarna een verbindingsstuk wordt aangebracht met een mof voor de beide afgesneden einden van de 25 bestaande kabelbeschermingsbuis en een mof voor de kabelbeschermingsbuis van de aftakking. Om het verbindingsstuk achteraf aan te kunnen brengen zonder de miniducts of kabels te hoeven doorsnijden bestaat het verbindingsstuk uit schaaldelen die om de buiseinden tegen elkaar worden geplaatst.
Uit EP 499 885 A1 is een aftakkingsstuk met twee of meer mofeinden bekend. Het 30 bekende aftakkingsstuk bestaat uit twee kunststof schaalhelften. Een schaalhetft is aan de rand voorzien van een afdichtlip en de andere schaalhelft is aan de rand voorzien van een groef waar de afdichtlip van de andere schaalhelft in opgenomen wordt wanneer de schaalhelften tegen elkaar worden geplaatst. In de mofeinden is telkens een halve afdichtring aangebracht. De ringhelften van de afdichtring omgeven samen in gebruik de buis. Bij een 35 van de schaalhelften is de afdichtlip integraal met de halve afdichtringen gevormd. De 1034471 -2- afdichtlippen en de afdichtringhelften zijn vervaardigd uit een thermoplastisch elastomeer. De vervaardiging van de schaalhelften met de afdichtlippen en de afdichtringhelften vindt plaats door co-injectie spuitgieten.
Uit US 6,880,219 B2 is een aftakkingsstuk bekend dat uit twee schaalhelften bestaat.
5 Het aftakkingsstuk heeft twee mofeinden voor de buiseinden van de bestaande kabelbeschermingsbuis en een mofeinde voor de afgetakte kabelbeschermingsbuis. In een van de schaalhelften is aan de rand een vervormbare afdichtstrip aangebracht en in de andere schaalhelft is aan de rand een afdichtgroef aangebracht. Wanneer de schaaldelen tegen elkaar worden geplaatst wordt de afdichtstrip in de groef opgenomen waardoor aldaar 10 een waterdichte of ten minste modderdichte afdichting ontstaat. Het aftakkingsstuk is aan de buitenzijden van de mofeinden telkens voorzien van schroefdraad waar een wartelmoer bestaande uit twee met elkaar koppelbare wartelhelften op geschroefd wordt. In de ruimte tussen het binnenoppervlak van de wartelmoer en de kabelbeschermingsbuis wordt een vervormbare ring aangebracht die door het aandraaien van de wartelmoer op de buis wordt 15 geklemd door samenwerking met een in de wartelmoer aangebracht conisch vlak. De ring dicht waterdicht of ten minste modderdicht om de buis af.
Bij de constructie volgens US 6,880,219 B2 sluiten de afdichting om het buiseinde en de afdichting in het scheidingsvlak tussen de schaalhelften niet op elkaar aan. In het scheidingsvlak tussen de schaalhelften is tussen de kopse kant van de afdichtstrip en de 20 wartelmoer een gebied waar zich geen afdichtelement bevindt en waar water nog doorheen zou kunnen sijpelen. Bij het uit EP 499 885 A1 wordt dit probleem ondervangen doordat een helft van de afdichtring in het mofeinde en de afdichtlip uit één stuk zijn vervaardigd. Nadeel daarvan is echter dat de mofeinden van het uit EP 499 885 A1 bekende aftakkingsstuk slechts geschikt zijn om een buis met één specifieke diameter op te nemen, terwijl nu juist bij 25 in het bijzonder kabelbeschermingsbuizen in de praktijk zeer veel variatie in buisdiameter wordt aangetroffen. Als gevolg daarvan moet voor afzonderlijke buisdiameters een afzonderlijke afdichting vervaardigd worden waarvoor een dure afzonderlijke co-injectie matrijs nodig is.
De uitvinding beoogt een verbeterd verbindingsstuk te verschaffen.
30 Dit oogmerk wordt volgens de uitvinding bereikt met een aansluitstuk volgens de aanhef van conclusie 1, gekenmerkt doordat in de mofeinden een aanligvlak is aangebracht waar een afzonderlijke afdichtring met een buitenoppervlak ervan afdichtend tegenaan is gelegen, welke afdichtring in gebruik afdichtend op de buitenzijde van een aangesloten kabelbeschermingsbuis aangrijpt, waarbij de afdichtribbe een eindgedeelte heeft dat in het 35 aanligvlak van het mofeinde is gelegen zodat de afdichtring in gebruik met het buitenoppervlak ervan afdichtend tegen het eindgedeelte van de afdichtribbe ligt.
-3-
Door de constructie volgens de uitvinding sluiten de afdichting tussen de schaaldelen en de afdichting tussen de mofeinden en de buiseinden op elkaar aan. Daardoor wordt een volledige afdichting van de binnenzijde van het verbindingsstuk ten opzichte van de buitenzijde bereikt. Doordat de afdichtring een afzonderlijke element is, kan de 5 binnendiameter hiervan gekozen worden op basis van de buitendiameter van de buis. Kabelbeschermingsbuizen binnen een groot bereik aan buitendiameters zijn aldus door middel van het verbindingsstuk volgens de uitvinding te verbinden, waarbij voor de betreffende buitendiameter van het buiseinde slechts een geschikte afdichtring hoeft te worden gekozen. Hierdoor wordt een goed afdichtend universeel toepasbaar verbindingsstuk 10 verkregen dat goedkoper geproduceerd kan worden.
Voorkeursuitvoeringsvormen van de uitvinding zijn vastgelegd in de afhankelijke conclusies.
De uitvinding zal nader worden toegelicht in de navolgende beschrijving aan de hand van de tekening, waarin.
15 Fig. 1 een schaalhelft van een voorkeursuitvoeringsvorm van een verbindingsstuk volgens de uitvinding toont,
Fig. 2 in detail een zijaanzicht toont van het schaaldeel van Fig. 1 ter plaatse van een mofeinde,
Fig. 3 een aanzicht in perspectief toont van de mofeindehelft van Fig. 2, 20 Fig. 4 een vooraanzicht in perspectief toont van een mofeinde van de voorkeursuitvoeringsvorm van het verbindingsstuk volgens de uitvinding,
Fig. 5 en Fig. 6 opengewerkte aanzichten in perspectief tonen van het mofeinde van Fig. 2 met daarin een aangebrachte buiseinde,
Fig. 7 een perspectivische dwarsdoorsnede ter plaatse van de schaalrand toont van 25 twee schaaldelen van het verbindingsstuk volgens de uitvinding die op elkaar worden geplaatst,
Fig. 8 een dwarsdoorsnede dwars op de schaalrand toont met twee schaalranden tegen elkaar geplaatst,
Fig. 9 een dwarsdoorsnede ter plaatse van het aanligvlak in het mofeinde dwars op de 30 schaalrand toont met twee schaalranden tegen elkaar geplaatst,
Fig. 10a resp. Fig. 10b in een aanzicht in perspectief van achteren resp. van voren een mogelijke uitvoeringsvorm van een vasthoudring voor toepassing in een mofeinde toont,
Fig. 11a resp. Fig. 11b in een aanzicht in perspectief van achteren resp. van voren een andere mogelijke uitvoeringsvorm van een vasthoudring voor toepassing in een mofeinde 35 toont, en
Fig. 12a resp. Fig. 12b in een aanzicht in perspectief van achteren resp. van voren nog een mogelijke uitvoeringsvorm van een vasthoudring voor toepassing in een mofeinde toont.
-4- ln Fig. 1 is een bovenaanzicht getoond van een schaalhelft 1 van een aftakkingsstuk voor kabelbeschermingsbuizen. De schaalhelft 1 is door middel van spuitgieten uit kunststof 5 vervaardigd en vormt in samengevoegde toestand met een in hoofdzaak zelfde, zij het in spiegelbeeld gevormde schaalhelft (niet getoond) een huis. De schaalhelften 1 worden daartoe in een scheidingsvlak met de schaalranden 2 tegen elkaar geplaatst. De schaalhelft 1 is voorzien van drie halve mofeinden 13’, 14’ en 15’ die in samengevoegde toestand mofeinden 13, 14, 15 vormen (zie Fig. 4) voor het opnemen van drie buiseinden zoals in Fig. 10 5 en 6 is geïllustreerd en waar verderop op teruggekomen wordt.
Het getoonde schaaldeel 1 heeft op de schaalrand 2 een afdichtingsribbe 3. Het andere schaaldeel 1’ heeft in de rand 2’ een groef 4’ waar de afdichtingsribbe 3 in wordt opgenomen wanneer de schaaldelen 1 en 1’ op elkaar worden geplaatst zoals in Fig. 7 is geïllustreerd. In Fig. 8 is een dwarsdoorsnede getoond waarbij de afdichtingsribbe 3 volledig in de groef 4’ is 15 opgenomen. De afdichtribbe 3 is bij voorkeur vervaardigd uit een thermoplastisch elastomeer (TPE) dat door middel van co-injectie spuitgieten aan de schaalrand 2 is aangebracht en daarmee vast is verbonden. Daartoe is in de schaalrand 2 een groef 4 aangebracht die tijdens de co-injectie wordt gevuld met het TPE waardoor de afdichtribbe 3 aan de schaalrand 2 wordt verankerd. De afdichtribbe 3 kan aan een of aan beide zijden ervan zijn voorzien van 20 welvingen die langsrillen 5 vormen. De langsriilen 5 zorgen voor een lijnafdichting tegen de zijwanden van de groef 4’.
De mofeinden 3-5 zijn aan de binnenzijde voorzien van een zich van buiten naar binnen toe vernauwend, bij voorkeur conisch aanligvlak 6 zoals in Fig. 3 duidelijk te zien is. Ter plaatse van de mofeinden heeft de afdichtribbe 3 een eindgedeelte 7 dat bij het conische vlak 25 6 aan de oppervlakte komt te liggen zoals in Fig. 2 en 3 duidelijk is getoond. Het eindgedeelte 7 van de ribbe 3 strekt zich over een bepaalde lengte evenwijdig aan het conische aanligvlak 6 uit en steekt ten opzichte van het aanligvlak 6 enigszins naar binnen uit. Bij voorkeur is het zijvlak 9 van het eindgedeelte 7 van de afdichtribbe 3 enigszins bol gevormd zoals Fig. 9 toont. De groef 4’ in het andere schaaldeel 1’ om de afdichtribbe 3 op te nemen komt 30 eveneens op het aanligvlak 6 in het mofeinde uit en loopt daar over een bepaalde lengte evenwijdig aan het aanligvlak 6 zodat het ten opzichte van het scheidingsvlak 8 tussen de schaaldelen 1 en 1' uitstekende deel van het eindgedeelte 7 van de afdichtribbe 3 daarin kan worden opgenomen.
In Fig. 5 en 6 is het mofeinde 13,14, 15 met een ingestoken buis getoond, waarbij het 35 schaaldeel 1’ omwille van de duidelijkheid is weggenomen. Te zien is dat in het mofeinde 13, 14,15 een afdichtring 10 is aangebracht. De afdichtring 10 is bij voorkeur van een elastomeer, bijvoorbeeld rubber, gemaakt en is met de radiaal buitenste zijde 11 ervan tegen -5- het conische aanligvlak 6 gelegen. Daarbij ligt de afdichtring 10 ook aan tegen het zijvlak 9 van de eindgedeeltes 7 van de afdichtribben 3 die enigszins uitsteken ten opzichte van het conische aanligvlak 6. Bij voorkeur heeft afdichtring 10 een bol buitenoppervlak, bij meer voorkeur is dat een bolsectie. Dat maakt het mogelijk een ingestoken buis met afdichtring 10 5 binnenin het mofeinde ten opzichte van de hartlijn van het mofeinde te kantelen en toch een goede afdichting te behouden. Het mofeinde 13, 14, 15 is aan de buitenzijde voorzien van een buitenschroefdraad 12. Om de buitenschroefdraad 12 kan een wartelmoer 23 geschroefd worden. De wartelmoer 23 bestaat uit twee met elkaar verbindbare wartelmoerhelften waarvan er in Fig. 5 en 6 omwille van de duidelijkheid slechts één is getoond en is 10 aangeduid met 23A. De wartelmoer 23 heeft aan de binnenzijde een zich naar buiten toe vernauwend conisch vlak 24. In gemonteerde toestand is binnen in de wartelmoer 23 een vasthoudring 25 aangebracht die met een radiaal buitenste vlak 16 tegen het conische vlak 24 van de wartelmoer 23 aanligt. De vasthoudring 25 ligt met een kopvlak tegen de afdichtring 10 aan. De vasthoudring 25 is vervaardigd van een flexibel materiaal zoals 15 bijvoorbeeld kunststof of metaal. Door de wartelmoer 23 aan te draaien wordt de vasthoudring 25 axiaal naar binnen gedrukt, waardoor die op zijn beurt de afdichtring 10 naar binnen drukt. Daardoor wordt de afdichtring 10 stevig tegen het conische aanlegvlak 6 gedrukt wat mede tot gevolg heeft dat de afdichtring 10 radiaal naar binnen wordt samengedrukt en om het ingestoken buiseinde 20 wordt geklemd. Verder wordt een 20 afdichting tussen de buitenzijde van de afdichtring 10 en het aanligvlak 6 bereikt. Zoals eerder gesteld ligt het buitenoppervlak van afdichtring 10 tegen het eindgedeelte 7 van afdichtribbe 3. De vasthoudring 25 wordt door het conische vlak 24 in de wartelmoer 23 ook radiaal naar binnen gedrukt waardoor de vasthoudring 25 stevig op de buitenzijde van het buiseinde 20 aangrijpt. Wanneer een trekkracht op het buiseinde 20 wordt uitgeoefend zal de 25 vasthoudring 25 door de samenwerking met het conische vlak 24 nog steviger op het buiseinde 20 aangrijpen.
De vasthoudring 25 heeft in de getoonde uitvoeringsvorm een schuin vlak 26 dat tegen het conische vlak 24 van de wartelmoer 23 aanligt. Bij een andere voorkeursuitvoeringsvorm zou de vasthoudring 25 ook een buitenoppervlak kunnen hebben dat een gedeelte van een 30 boloppervlak is. Dat biedt de mogelijkheid om de vasthoudring binnenin de wartelmoer 23 ten opzichte van de hartlijn van het mofeinde in enige mate te kantelen terwijl toch een goede aangrijping en werking door het conische vlak 24 van de wartelmoer 23 mogelijk is.
De getoonde vasthoudring 25, waarvan in Fig. 10 t/m 12 in meer detail een aantal mogelijke varianten is getoond die zijn aangeduid met 25’, 25” en 25”’, heeft in 35 dwarsdoorsnede gezien een hoekige zigzagvorm. De zigzagvorm heeft zich tangentieel en axiaal uitstrekkende buitenste ringsegmenten 101. De radiaal naar buiten gekeerde zijden van de buitenste ringsegmenten 101 vormen tezamen een buitenste ringvlak. Verder heeft de -6- zigzagvorm zich tangentieel en axiaal uitstrekkende binnenste ringsegmenten 102. De radiaal naar binnen gekeerde zijden van de binnenste ringsegmenten 102 vormen tezamen een binnenste ringvlak. De buitenste ringsegmenten 101 zijn telkens met de binnenste . ringsegmenten 102 verbonden door zich in hoofdzaak in radiale richting uitstrekkende 5 verbindingsdelen 103.
Het buitenste ringvlak heeft een zich in gebruik in insteekrichting van het mofeinde achterste in hoofdzaak cilindrisch gedeelte, en een zich in gebruik in insteekrichting voorste conisch gedeelte. Het conische gedeelte van het buitenste ringvlak komt overeen met het schuine vlak 26 uit Fig. 6 en ligt in gebruik tegen het conische vlak 24 van de wartelmoer aan. 10 Het is ook mogelijk om het buitenste ringvlak geheel of gedeeltelijk uit te voeren als een deel van een boloppervlak, waardoor een ingestoken buiseinde enigszins onder een hoek ten opzichte van de hartlijn van het mofeinde kan lopen, terwijl toch een goede aanligging tegen het conische vlak 24 van de wartelmoer 23 wordt verkregen en een goede trekvastheid gewaarborgd kan worden.
15 Het binnenste ringvlak is voorzien van een of meer radiaal naar binnen gerichte tanden 105 om op de buitenzijde van een buiseinde aan te grijpen zodat een goede trekvastheid van het buiseinde in het mofeinde wordt verkregen.
De vasthoudring 25, 25’, 25", 25’” heeft een doorsnijding 104, waardoor de vasthoudring 25, 25’, 25", 25”’ vanaf de zijkant over een buiseinde aangebracht kan worden. 20 De doorsnijding verloopt bij voorkeur niet zuiver radiaal, maar in een richting tussen radiaal en tangentieel in. De doorsnijding strekt zich daardoor onder een schuine hoek, d.w.z. een niet-rechte hoek uit ten opzichte van de buitenste ringsegmenten 101 en binnenste ringsegmenten 102. De buitenste ringsegmenten 101 en binnenste ringsegmenten 102 zullen elkaar ter plaatse van de doorsnijding overlappen. Dit heeft als voordeel dat het kopse vlak 25 van de vasthoudring 25, 25’, 25”, 25’” dat in gebruik tegen de eveneens doorsneden afdichtring 10 aanligt zoveel mogelijk ondersteuning aan die afdichtring 10 geeft. Er wordt daardoor zoveel mogelijk voorkomen dat, wanneer de doorsnijding van de afdichtring 10 onverhoopt ter plaatse van de doorsnijding 104 van de vasthoudring 25, 25’, 25", 25’” komt te liggen, de afdichtring 10 aldaar zo weinig mogelijk in axiale richting wordt vervormd. Een 30 dergelijke vervorming van de afdichtring 10 zou namelijk nadelig voor de afdichting kunnen zijn. Bij voorkeur wordt de doorsnijding aangebracht ter plaatse van een verbindingsdeel 103 waardoor de buitenste en binnenste ringsegmenten 101 resp. 102 een zo groot mogelijk oppervlak verschaffen om aan te grijpen op de wartelmoer 23 resp. het buiseinde, wat een positieve invloed heeft op de trekvastheid van de koppeling.
35 De getoonde constructie van de vasthoudring 25, 25’, 25”, 25’” maakt het mogelijk dat een ruime diametertolerantie van de ingestoken buizen kan worden toegepast. De diameter van het buitenste ringvlak ligt in hoofdzaak vast en is aangepast aan de diameter van het -7- mofeinde. De diameter van het binnenste ringvlak van de vasthoudring 25, 25’, 25”, 25’” kan voldoende in radiale richting aangepast worden. Dit als gevolg van de zigzagvorm die een vervorming van de ring mogelijk maakt zodat deze zo goed mogelijk om een buiseinde past. Verder laat de doorsnijding 104 het overlappen van de buitenste ringsegmenten 101 en 5 binnenste ringsegmenten 102 toe waardoor de binnendiameter van de ring 25 verkleind kan worden, terwijl toch een goede ondersteuning voor de afdichtring 10 wordt verkregen.
In de praktijk verdient het de voorkeur om de verbindingsstukken bestaande uit schaaldelen 1,1’ in te richten met mofeinden 13,14,15 die één enkele diameter hebben. Voor verschillende buisdiameters kan dan een geschikte afdichtring en vasthoudring gekozen 10 worden om de betreffende buis trekvast en goed afdichtend in het mofeinde 13, 14,15 vast te houden. De getoonde flexibele zigzagvorm van de vasthoudring 25 is zeer geschikt om ook bij grotere diameterverschillen tussen het mofeinde 13, 14,15 en de buis een trekvaste koppeling te waarborgen. Overigens zijn dergelijke vasthoudringen waarvan in Fig. 10 t/m 12 enkele voorbeelden zijn gegeven, ook in andere toepassingen bruikbaar dan de hier 15 beschreven toepassing met een uit schaaldelen 1,1’ bestaand verbindingsstuk. Zo kunnen de vasthoudringen 25 bijvoorbeeld ook bij insteekmoffen toegepast worden.
In gebruik wordt het getoonde aftakkingsstuk als volgt toegepast:
Van een reeds aanwezige kabelbeschermingsbuis waar reeds miniducts of kabels doorheen gevoerd zijn wordt een gedeelte weggehaald waardoor twee buiseinden ontstaan. 20 De miniducts of kabels komen daardoor bloot te liggen. Vervolgens kan een aftakking van een of meer van de miniducts of kabels worden gemaakt. De afgetakte miniducts of kabels zijn ook weer door een kabelbeschermingsbuis gevoerd dat met een buiseinde nabij het aftakkingspunt is gelegen.
Vervolgens wordt vanaf de zijkant om elk van de drie buiseinden 20 van de 25 kabelbeschermingsbuizen een afdichtring 10 gelegd. Daartoe is of wordt de afdichtring 10 op een plaats in axiale richting doorgesneden. Daarnaast wordt op elk buiseinde 20 op een vergelijkbare wijze vanaf de zijkant een vasthoudring 25 aangebracht, met een doorsnijding als boven beschreven.
De schaaldelen 1 en 1' worden vervolgens op de hierboven beschreven wijze met de 30 randen 2, 2’ tegen elkaar geplaatst om het gedeelte waar een buisgedeelte is weggehaald, zodat ze in samengevoegde toestand de in eerste instantie blootgelegde miniducts of kabels omgeven. Daarbij worden verder de drie mofeinden 13,14,15 om de drie buiseinden 20 aangebracht. De afdichtring 10 wordt in het mofeinde 13,14, 15 axiaal naar binnen geschoven totdat deze tegen het conische aanligvlak 6 aanligt. De schaaldelen 1 en 1’ 35 worden met elkaar gekoppeld door klikverbindingen die her en der op de schaalranden 2 zijn voorzien. In Fig. 5 en 6 is bijvoorbeeld een aan de schaalrand 2 aangebrachte verende lip 30 getoond met een haakdeel 31, dat in een opening in de rand 2’ van het tegenovergelegen -8- schaaldeel 1 ’ kan worden gestoken om achter een rand van die opening te haken. Een dergelijke opening is in Fig. 5 en 6 in hetzelfde schaaldeel 1 ook aangebracht en aangeduid met verwijzingscijfer 32. Verder kunnen er op de schaalrand 2 nog positioneernokken 33 en positioneeruitsparingen 34 zijn aangebracht, die kunnen samenwerken met dezelfde 5 bijbehorende positioneeruitsparingen resp. positioneernokken van het andere schaaldeel 1’.
Vervolgens wordt naast de vasthoudring 25 de wartelmoer 23 om het buiseinde 20 aangebracht door de wartelmoerhelften 23A naar elkaar toe te brengen en met elkaar te koppelen. In het getoonde geval heeft elke wartelmoerhelft 23A aan een tangentieel einde een grendelribbe 27 en aan het andere tangentiele einde een opnamegroef 28. Door de 10 grendelribbe 27 axiaal in de opnamegroef 28 van de andere wartelmoerhelft 23A te schuiven worden de wartelmoerhelften 23A losneembaar met elkaar gekoppeld en in rotatierichting ten opzichte van elkaar gefixeerd. Nadat de wartelmoer 23 is gevormd kan deze om de buitenzijde van het mofeinde 13,14,15 worden geschoven totdat de binnenschroefdraad van de wartelmoer 23 tegen de buitenschroefdraad 12 van het mofeinde 13, 14, 15 aankomt 15 waarna de wartelmoer 23 over de schroefdraad 12 wordt geschroefd waardoor de koppeling wordt vastgedraaid.
Opgemerkt wordt dat in de figuren slechts een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding is getoond en dat de uitvinding niet is beperkt tot deze voorkeursuitvoeringsvorm. Zo is bijvoorbeeld ook een verbindingsstuk met twee mofeinden of meer dan drie mofeinden 20 denkbaar binnen het kader van de uitvinding. Verder zijn in het getoonde voorbeeld de afdichtribben 3 allen op een schaaldeel 1 aangebracht terwijl alle groeven 4' op het andere complementaire schaaldeel 1' zijn aangebracht. Het is echter ook denkbaar om een deel van de randen 2 van het schaaldeel 1 te voorzien van afdichtribben en een deel met groeven en het complementaire schaaldeel 1 ’ eveneens. Verder is het mogelijk om de schaaldelen door 25 middel van scharniermiddelen, bijvoorbeeld een filmscharnier met elkaar te verbinden. Ook is het mogelijk voor rotatie-symmetrische verbindingsstukken, zoals rechte koppelingen of symmetrische aftakkingen (Y-stukken) dat beide vormdelen exact gelijk zijn en er dus slechts een matrijs nodig is voor de beide schaaldelen. In geval van co-injectie van de afdichtribbe 3 wordt dat dan op de helft van de schaaldelen gedaan. Het zal duidelijk zijn dat in dat geval de 30 groeven 4, 4’ ook gelijk zijn. Ook is dan de buitenschroefdraad 12 op het verbindingsstuk en binnenschroefdraad van de wartelmoer 23 dubbelgangig, wat weer als voordeel kan hebben dat die een grotere spoed hebben en dus snel gemonteerd kunnen worden.
1034471

Claims (19)

1. Verbindingsstuk om twee of meer buiseinden van kabelbeschermingsbuizen te verbinden, welk verbindingsstuk ten minste twee door een scheidingsvlak verdeelde 5 schaaldelen omvat die met in het scheidingsvlak gelegen schaalranden tegen elkaar passen, waarbij een van de schaaldelen bij ten minste een van de schaalranden is voorzien van een afdichtribbe en het ertegenover gelegen schaaldeel bij de overeenkomstige schaalrand is voorzien van een groef, waarbij de afdichtribbe in de groef is opgenomen wanneer de schaaldelen tegen elkaar zijn geplaatst om de deelnaad af te dichten die tussen de tegen 10 elkaar gelegen schaalranden is gevormd, en waarbij het verbindingsstuk ten minste twee mofeinden heeft voor het aansluiten van de buiseinden, met het kenmerk, dat in de mofeinden een aanligvlak is aangebracht waar een afzonderlijke afdichtring met een buitenoppervlak afdichtend tegenaan is gelegen, welke afdichtring in gebruik afdichtend op de buitenzijde van een aangesloten kabelbeschermingsbuis aangrijpt, waarbij de afdichtribbe 15 een eindgedeelte heeft dat in het aanligvlak van het mofeinde is gelegen zodat de afdichtring in gebruik met het buitenoppervlak ervan afdichtend tegen het eindgedeelte van de afdichtribbe ligt.
2. Verbindingsstuk volgens conclusie 1, waarbij de groef om de afdichtribbe op te nemen 20 uitkomt op het aanligvlak in het mofeinde en daar over een bepaalde lengte in axiale richting evenwijdig loopt aan het aanligvlak zodat het eindgedeelte van de afdichtribbe wordt gevormd door de aan de naar de binnenzijde van de mof gekeerde zijkant van de afdichtribbe.
3. Verbindingsstuk volgens conclusie 2, waarbij bij het eindgedeelte de zijkant van de 25 afdichtribbe ten opzichte van het aanligvlak radiaal naar binnen uitsteekt.
4. Verbindingsstuk volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het aanligvlak in het mofeinde een conisch vlak is dat zich in axiale richting van buiten naar binnen toe vernauwt. 30
5. Verbindingsstuk volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de afdichtring een bol buitenoppervlak heeft, bij voorkeur van een bolsectie.
6. Verbindingsstuk volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij een van de 35 schaaldelen is voorzien van de afdichtribben en waarbij het ertegen te plaatsen schaaldeel is voorzien van de groeven om de bijbehorende afdichtribben op te nemen. 1034471 -10-
7. Verbindingsstuk volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het verbindingsstuk een deelbare wartel omvat die om de buitenzijde van het mofeinde aanbrengbaar is wanneer de schaaldelen tegen elkaar geplaatst zijn om de schaaldelen, althans bij het mofeinde, bij elkaar te houden. 5
8. Verbindingsstuk volgens conclusie 7, waarbij het mofeinde aan de buitenomtrek is voorzien van een buitenschroefdraad en waarbij de wartel aan de binnenzijde ervan is voorzien van een binnenschroefdraad om samen te werken met de buitenschroefdraad.
9. Verbindingsstuk volgens conclusie 7 of 8, waarbij een vasthoudring is aangebracht in de wartel om de buis trekvast in het mofeinde vast te houden.
10. Verbindingsstuk volgens conclusie 9, waarbij de wartel aan de binnenzijde is voorzien van een conisch vlak dat in gebruik zodanig aangrijpt op een buitenzijde van de vasthoudring, 15 dat wanneer er een trekkracht op de buis wordt uitgeoefend, de vasthoudring sterker op de buis aangrijpt.
11. Verbindingsstuk volgens conclusie 9 of 10, waarbij de vasthoudring een zodanig buitenoppervlak heeft dat de vasthoudring binnenin de wartel ten opzichte van de hartlijn van 20 het mofeinde in enige mate kantelbaar is.
12. Verbindingsstuk volgens conclusie 11, waarbij het buitenoppervlak van de vasthoudring althans gedeeltelijk bol is.
13. Verbindingsstuk volgens een van de conclusies 9-12, waarbij de vasthoudring, in tangentiele richting gezien elkaar afwisselende, radiaal buitenste ringsegmenten en radiaal binnenste ringsegmenten omvat, die onderling zijn verbonden door zich in hoofdzaak radiaal uitstrekkende verbindingsdelen.
14. Verbindingsstuk volgens een van de conclusies 9-13, waarbij de vasthoudring een langsdoorsnijding heeft.
15. Verbindingsstuk volgens conclusie 14, waarbij de langsdoorsnijding zich in een richting tussen de radiale richting en de tangentiele richting uitstrekt. 35
16. Verbindingsstuk volgens conclusie 13 en conclusie 14 of 15, waarbij de doorsnijding ter plaatse van een verbindingsdeel is aangebracht. - 11 -
17. Verbindingsstuk volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de afdichtribben om de deelnaad tussen de schaaldelen af te dichten door middel van co-injectie aan de betreffende schaalrand zijn aangebracht. 5
18. Verbindingsstuk volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de afdichtribben aan een of aan beide zijden ervan zijn voorzien van langsrillen.
19. Vasthoudring voor een mofeinde, waarbij de vasthoudring is uitgevoerd zoals is 10 omschreven in een van de conclusies 9-16. 1034471
NL1034471A 2007-10-04 2007-10-04 Verbindingsstuk voor kabelbeschermingsbuizen. NL1034471C2 (nl)

Priority Applications (6)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1034471A NL1034471C2 (nl) 2007-10-04 2007-10-04 Verbindingsstuk voor kabelbeschermingsbuizen.
DK08165927.8T DK2045504T3 (da) 2007-10-04 2008-10-06 Forbinderdel til beskyttende kabelrør
AT08165927T ATE521842T1 (de) 2007-10-04 2008-10-06 Verbindungsstück für kabelschutzrohre
EP08165927A EP2045504B1 (en) 2007-10-04 2008-10-06 connecting piece for protective cable pipes
ES08165927T ES2370080T3 (es) 2007-10-04 2008-10-06 Pieza de conexión para conducto de protección de cable.
PL08165927T PL2045504T3 (pl) 2007-10-04 2008-10-06 Złączka dla rur ochronnych dla kabli

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1034471A NL1034471C2 (nl) 2007-10-04 2007-10-04 Verbindingsstuk voor kabelbeschermingsbuizen.
NL1034471 2007-10-04

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1034471C2 true NL1034471C2 (nl) 2009-04-07

Family

ID=39629140

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1034471A NL1034471C2 (nl) 2007-10-04 2007-10-04 Verbindingsstuk voor kabelbeschermingsbuizen.

Country Status (6)

Country Link
EP (1) EP2045504B1 (nl)
AT (1) ATE521842T1 (nl)
DK (1) DK2045504T3 (nl)
ES (1) ES2370080T3 (nl)
NL (1) NL1034471C2 (nl)
PL (1) PL2045504T3 (nl)

Families Citing this family (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP2348239A1 (en) 2010-01-22 2011-07-27 Wavin B.V. Pipe connector
NL2004694C2 (en) 2010-05-10 2011-11-14 Draka Comteq Bv An assembly comprising at least one duct and at least one distribution box, and a method of mounting a distribution box to a duct.
DE102012104920A1 (de) * 2011-06-09 2012-12-13 Egeplast Werner Strumann Gmbh & Co. Kg Einrichtung zur axialen Verbindung von Rohren
NL2020036B1 (nl) * 2017-12-07 2019-06-19 Leia B V Kabelmof en werkwijze voor het aan elkaar verbinden van een eerste kabeleinde en een tweede kabeleinde
CN112537542A (zh) * 2019-09-20 2021-03-23 浙江天衣机械有限公司 一种外螺纹保护器和内螺纹保护器
CN110932203B (zh) * 2019-12-25 2020-11-10 上海英泰塑胶股份有限公司 一种连续纤维预浸带增强电缆护套管
CN113140996A (zh) * 2021-04-30 2021-07-20 刘蒙蒙 一种电缆对接装置
CN114451963B (zh) * 2022-01-26 2023-11-28 重庆西山科技股份有限公司 防止负压流失的刨削刀具
CN116951184B (zh) * 2023-09-20 2023-12-26 成都中科翼能科技有限公司 一种燃气轮机的测试管线密封结构

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2758400A1 (fr) * 1997-01-15 1998-07-17 Telecommunications Sa Dispositif de raccordement de cables a fibres optiques
US20020191941A1 (en) * 2001-05-23 2002-12-19 Michel Milanowski Equipment box, in particular a splice box
US6573455B1 (en) * 1998-06-11 2003-06-03 Tyco Electronics Raychem N.V. Cable closure

Family Cites Families (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE4105266A1 (de) 1991-02-20 1992-08-27 Kirchner Fraenk Rohr Rohranschlussteil fuer wellrohre
US6619697B2 (en) 2000-12-27 2003-09-16 Nkf Kabel B.V. Y-branch splittable connector

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2758400A1 (fr) * 1997-01-15 1998-07-17 Telecommunications Sa Dispositif de raccordement de cables a fibres optiques
US6573455B1 (en) * 1998-06-11 2003-06-03 Tyco Electronics Raychem N.V. Cable closure
US20020191941A1 (en) * 2001-05-23 2002-12-19 Michel Milanowski Equipment box, in particular a splice box

Also Published As

Publication number Publication date
PL2045504T3 (pl) 2011-12-30
DK2045504T3 (da) 2011-11-28
ATE521842T1 (de) 2011-09-15
EP2045504A1 (en) 2009-04-08
EP2045504B1 (en) 2011-08-24
ES2370080T3 (es) 2011-12-12

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL1034471C2 (nl) Verbindingsstuk voor kabelbeschermingsbuizen.
RU2570352C2 (ru) Кабельная защитная труба для размещения кабелей
CN112385106B (zh) 线缆接头
US5799703A (en) Synthetic resin corrugated pipe having a concave-convex surface
US8632260B2 (en) Strain relief system
US7963487B2 (en) Plastic clamp
CA1220146A (en) Pipe fitting flange connector
US6247500B1 (en) Conduit systems
KR102291042B1 (ko) 수용 장치 및 케이블 하니스
FR2745356A1 (fr) Dispositif d'accouplement pour tuyaux
CN111244854B (zh) 一体化生产的电缆接头
HU222715B1 (hu) Csatlakozószerkezet csż- vagy tömlżdarabhoz
JP2022517242A (ja) クリーンルーム用途向けのコンパクトな保護用ケーブル導管ならびにそのための収容ユニットおよび支持チェーンを備えた装置
CN1275188A (zh) 连接装置
US5462312A (en) Tubing coupling enclosure
CN108075414A (zh) 用于缆线的铰接引导件
CN108374940A (zh) 管道联接件及联接方法
KR20190085116A (ko) 접혀 개방될 수 있는 물결모양의 튜브 및 와이어링 하네스
CZ9903160A3 (cs) Strukturní uspořádání a způsob pro spojování součástí
US7905746B2 (en) Adjustable connector for electrical cable
FR2590417A1 (fr) Agregat de tubes compose d'une pluralite de tubes en matiere plastique
GB2350656A (en) Apparatus for connecting a conduit with a corrugated outer surface to another element
NL8302993A (nl) Manchetvormige koppeling voor buisleidingen.
CN110392802B (zh) 复合管
CN222940255U (zh) 一种用于线缆的防水接头及电气模块

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20120501