NL1012255C2 - Zelfdovende en zelfreinigende kandelaar voor diverse kaarsdiameters. - Google Patents
Zelfdovende en zelfreinigende kandelaar voor diverse kaarsdiameters. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1012255C2 NL1012255C2 NL1012255A NL1012255A NL1012255C2 NL 1012255 C2 NL1012255 C2 NL 1012255C2 NL 1012255 A NL1012255 A NL 1012255A NL 1012255 A NL1012255 A NL 1012255A NL 1012255 C2 NL1012255 C2 NL 1012255C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- candlestick
- candle
- clamping surfaces
- clamping
- plates
- Prior art date
Links
- 238000004140 cleaning Methods 0.000 title description 4
- 238000007789 sealing Methods 0.000 claims description 7
- 238000002844 melting Methods 0.000 claims description 6
- 230000008018 melting Effects 0.000 claims description 6
- 238000013459 approach Methods 0.000 claims description 4
- 239000004519 grease Substances 0.000 claims 1
- QVGXLLKOCUKJST-UHFFFAOYSA-N atomic oxygen Chemical compound [O] QVGXLLKOCUKJST-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 4
- 229910052760 oxygen Inorganic materials 0.000 description 4
- 239000001301 oxygen Substances 0.000 description 4
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 2
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 2
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 2
- 238000006243 chemical reaction Methods 0.000 description 1
- 230000007423 decrease Effects 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 230000001771 impaired effect Effects 0.000 description 1
- 230000002028 premature Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F23—COMBUSTION APPARATUS; COMBUSTION PROCESSES
- F23Q—IGNITION; EXTINGUISHING-DEVICES
- F23Q25/00—Extinguishing-devices, e.g. for blowing-out or snuffing candle flames
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F21—LIGHTING
- F21V—FUNCTIONAL FEATURES OR DETAILS OF LIGHTING DEVICES OR SYSTEMS THEREOF; STRUCTURAL COMBINATIONS OF LIGHTING DEVICES WITH OTHER ARTICLES, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- F21V35/00—Candle holders
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Combustion & Propulsion (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Arrangement Of Elements, Cooling, Sealing, Or The Like Of Lighting Devices (AREA)
Description
Zelfdovende en zelfreinigende kandelaar voor diverse kaarsdiameters.
De uitvinding heeft betrekking op een kandelaar die kaarsen van verschillende diameter kan opnemen, waarbij het kaarsstompje 5 van de opgebrande kaars automatisch dooft en waarbij voor het plaatsen van een nieuwe kaars het voorgaande kaarsstompje niet eerst uit de kandelaar behoeft te worden verwijderd. Bij de kandelaar volgens de uitvinding wordt de kaars geklemd tussen tenminste twee klemvlakken die ook de vorm kunnen hebben van horizontale of 10 vertikale klemranden en die ten opzichte van elkaar in horizontale richting beweegbaar zijn. De klemvlakken kunnen voorzien zijn van korte uitsteeksels of randen die in het kaarsoppervlak dringen en schuiven van de kaars ten opzichte van het klemvlak voorkomen.
Het kenmerk van de uitvinding is daarbij dat er middelen aanwezig 15 zijn om de kaars te doven wanneer de smeltzone van de brandende kaars de klemvlakken nadert of bereikt.
Bij de uitvoeringen volgens de uitvinding worden de klemvlakken door een veer naar elkaar bewogen.
20 Gelijktijdig met het naar elkaar toe bewegen van de klemvlakken of klemranden wordt de opening naar de daaronder liggende kandelaarruimte geheel of grotendeels afgesloten door met de klemvlakken meebewegende sluitkleppen of sluitplaatjes die de vorm kunnen hebben van horizontaal beweegbare schuifjes.
25
De uitvinding wordt nader toegelicht aan de hand van de volgende figuren:
Figuur 1: Geeft een schets van de kandelaar volgens 30 de uitvinding met met horizontaal bewegende sluitplaatjes.
Figuur 2 : Geeft een uitvoering met sluitplaatjes die draaien om een horizontale as en met bovenliggende en onderliggende horizontale klemranden die zowel horizontaal als vertikaal bewegen.
35
In figuur 1 a zijn 1, 2 en 3 drie vertikale klemvlakken waartussen de kaars 4 wordt geklemd. De klemvlakken 1 en 2 zijn hier vast 1012255 2 bevestigd aan de deksel 6a van het kandelaarhuis 6b.
Klemvlak 3 is in horizontale richting beweegbaar, waardoor de kaars kan worden vastgeklemd tussen de klemvlakken 1, 2 en 3. Klemvlak 3 is bevestigd aan sluitplaatje 5 dat is uitgevoerd als een schuif 5 waarmee de onderliggende kandelaarruimte 6 wordt gesloten wanneer het bewegende klemvlak 3 de meest linkse positie bereikt.
Omdat bij deze uitvoering klemvlak 3 de andere klemvlakken in horizontale richting kan passeren kan de schuif 5 de opening boven de kandelaarruimte 6 geheel afsluiten.
10 Bij deze uitvoering is het vertikale klemvlak 3 draaibaar om de horizontale as 7. De as 7 is bevestigd aan de schuif 5. Deksel 6a, bodem 12 en de zijkanten 20 van de kandelaarruimte 6 vrmen hier een geheel dat via de onderzijde uitgenomen kan worden. Een los deksel is uiteraard ook mogelijk.
15 De werking van de kandelaar is als volgt.
Vanaf het moment waarop de smeltzone van de kaars de bovenzijde van de vertikale klemvlakken bereikt, zal de reactiekracht Kr die de kaars uitoefent op het draaipunt van klemvlakken 3 naar beneden gaan verschuiven. Daardoor ontstaat er een koppel dat 20 klemvlak 3 linksom wil draaien. Het koppel is gelijk aan Kr = Kv ( de kracht die door de veren 11 wordt uitgeoefend op as 7) maal de afstand x. Naarmate de smeltzone verder daalt wordt de lengte x steeds groter waardoor op zeker moment het klemvlakk 3 gaat draaien, waarbij het kaarsstompje naar beneden wordt 25 uitgestoten en het schuifje 5 de kandelaarruimte 6 afsluit. Voor zover het uitgestoten kaarsstompje daarna blijft branden zal het kort daarop doven bij gebrek aan zuurstof omdat de kandelaarruimte 6 is gesloten.
Zodra het kaarsstompje naar beneden is uitgestoten draait het 30 klemvlak 3 weer terug naar de beginpositie onder invloed van de torsieveer 16.
Het is voor de goede werking van het doofmechanisme niet perse nodig dat er geen andere openingen naar de onderliggende ruimte 6 bestaan, mits de doorlaat van alle openingen die tesamen resteren 35 nadat de kaars is opgebrand en in de ruimte 6 valt maar klein genoeg is om de luchttoevoer in voldoende mate te verhinderen.
Een en ander betekent dat de kandelaar zelfdovend is en in hoge mate zelfreinigend doordat het kaarsstompje wordt uitgestoten.
1 Π 1 Oor r 3
Nadat het kaarsstompje is gevallen kan in het algemeen zonder meer een nieuwe kaars worden geplaatst. Daartoe wordt het beweegbare klemvlak tegen de veerkracht in rechtstreeks of met een daartoe aangebracht hulpmechanisme naar rechts bewogen. In figuur 5 1 bestaat dit hulpmechanisme uit hefboom 8 die draait om as 10 en die de vorkjes 9 beweegt die as 7 en daarmee het schuifje 5 met het daaraan bevestigde klemvlak 3 kan bewegen naar rechts. De beweegbare klemvlakken maken plaatsing van een ruime reeks van kaarsdiameters mogelijk.
10
Bij dit beschreven uitvoeringsvoorbeeld is alleen het rechtse klemvlak 3 horizontaal beweegbaar. Het is ook mogelijk om links een tweede schuif aan te brengen waaraan de, om een horizontale as draaibare, vertikale klemvlakken 1 en2, zijn bevestigd. Met meer dan een 15 sluitplaatje kan een inrichting worden gerealiseerd die de kaars steeds centreert in de kandelaar. Dit centreren kan met een bekend mechaniek of bijvoorbeeld met behulp van een afzonderlijke veer voor iedere schuif. Met meer dan een draaibaar klemvlak zal het kaarsstompje beter worden uitgeworpen.
20
In figuur 1b zijn drie klemvlakken 1, 2 en 3 ieder bevestigd aan een van de drie schuifplaatjes 1s, 2s en 3s die draaien om vertikale assen 1t, 2t en 3t. Deze schuifplaatjes sluiten de opening boven de 25 kandelaarruimte 6 af, op een kleine opening na in het centrum, wanneer zij naar elkaar toe bewegen.
De bewegingen van de schuifplaatjes kunnen hier aan elkaar gekoppeld worden via de koppelstangen 10 a en b waardoor de klemvlakken gelijktijdig naar elkaar bewegen. Deze koppelstangen zijn 30 in de figuur gestippeld aangegeven.
In het getekende geval zijn de vertikale klemvlakken aan de onderzijde bevestigd aan horizontale klemranden die de uiteinden vormen van de sluitplaatjes 1s, 2s en 3s. Aan de bovenzijde van de vertikale klemvlakken kunnen ook horizontale (niet 35 getekende) plaatjes worden bevestigd die meebewegen met de getekende onderste sluitplaatjes, maar die in gesloten stand van de onderste sluitplaatjes de luchttoevoer naar de bovenzijde van de onderste sluitplaatjes NIET afsluiten. Deze 1 . 1ς 4 bovenste plaatjes zijn dan alleen aangebracht om esthetische redenen om de onderste sluitplaatjes in de gesloten stand, op een ruime centrale opening na, voor het oog af te dekken.
5 De werking is als volgt. Pas wanneer de smeltzone de onderkant van de vertikale klemvlakken 1, 2 en 3 nadert zullen, als gevolg van de veerkracht, de sluitplaatjes naar elkaar toe gaan bewegen. Deze veerkracht kan bijvoorbeeld geleverd worden door (niet getekende) torsieveren rond de vertikale assen 1t, 2t en 3t. Daarbij wordt het lOgedeelte van het kaarsstompje dat zich boven de horizontale klemranden bevindt tussen de vertikale en horizontale klemranden samengeknepen. Enige tijd daarna zal het kaarsstompje naar beneden vallen omdat het kaarsvet dat in aanraking is met de klemvlakken is gesmolten. Het kaarsstompje valt daardoor in de 15 kandelaarruimte 6 en dooft omdat de sluitplaatjes deze ruimte in voldoende mate afsluiten. Van belang is daarbij dat de vertikale klemvlakken, die door de kaarsvlam worden verhit, hun warmte goed kunnen doorgeven aan de horizontale klemranden zodat al het betreffende kaarsvet kan smelten en de kaars niet blijft kleven aan de 20 sluitplaatjes en de klemvlakken. Een schuin naar beneden aflopend klemvlak kan het afvloeien van het gesmolten kaarsvet daarbij bevorderen.
In het geval dat de sluitplaatjes bij het sluiten geen centrale opening vrijlaten zal de pit van de kaars worden vastgeklemd. Het 25 kaarsstompje zal ook dan doven maar nu door gebrek aan toevoer van kaarsvet en zal aan de klemvlakken blijven hangen. Bij het openen van de sluitplaatjes en bij het plaatsen van een nieuwe kaars zal het vervolgens in de kandelaarruimte vallen.
30 in de figuur 1b sluiten de onderste sluitplaatjes de kandelaarruimte af. Het is ook mogelijk om, in het geval met bovenste en benedenste sluitplaatjes, alleen de bovenste schuifplaatjes de kandelaarruimte te laten afsluiten. In dit geval bestaat echter de kans dat de bovenkant van de kaars in elkaar geknepen wordt en vervolgens de 35 zuurstoftoevoer wordt afgesloten voordat het kaarsstompje voldoende is opgebrand. Dit betekent dat het samengeknepen kaarsstompje dooft en tussen de klemranden blijft zitten, zodat de zelfreinigende werking is verstoord. Om het vroegtijdige 1012255 5 samenknijpen zo veel mogelijk te verhinderen is het bij deze uitvoering gewenst om warmegeleiding van de bovenste klemranden en de vertikale klemvlakken naar de onderste klemranden met bekende warmteisolerende middelen zo veel mogelijk te voorkomen.
Ook is het daarbij gewenst om dan aan de onderzijde van de onderste klemranden schuin naar beneden en naar buiten verlopende vlakken aan te brengen, om het naar beneden uitwerpen van het kaarsstompje te bevorderen.
Figuur 2 geeft een uitvoering met een buisvormig cylindrisch kandelaarhuis en twee sets klemranden. De bewegende bovenste en onderste sluitplaatjes 1c tot 4c en 1d tot 4d draaien om horizontale assen nabij de binnenste wand van het cylindervormig kandelaarhuis. De randen 1 a tot 4a en 1 b tot 4b van de sluitplaatjes vormen de klemranden. Door de draaibeweging bewegen de klemranden a en b zich naar elkaar op zodanige wijze dat de hartlijn van de ingeklemde kaars steeds samenvalt met de hartlijn van het cylindervormige kandelaarhuis. De beweging van de sluitplaatjes naar elkaar toe wordt bewerkstelligd door een omhoog gaande vertikale beweging van de horizontale assen waarom de sluitplaatjes draaien. Dit wordt mogelijk doordat de sluitplaatjes draaien om de horizontale sleuven in een vierhoekige binnencylinder 18 die in het cylindervormige kandelaarhuis op en neer kan bewegen en die omhoog beweegt onder invloed van de veer 16a. De sluitplaatjes vormen elk een hefboom die draait in een spieetvormige opening van de vierhoekige binnencylinder 18, waarbij het buitenste uiteinde van elke hefboom valt in de spieetvormige ruimten, die liggen tegen de binnenkant van het kandelaarhuis. .
Door deze constructieve uitvoering bewegen de 2 x 4 binnenliggende klemranden van de 2 x 4 sluitplaatjes zich gelijktijdig naar binnen en naar buiten.
Deze uitvoering maakt het in principe ook mogelijk om de klemranden uit elkaar te bewegen tegen de veerkracht in door het naar beneden bewegen van de vierhoekige binnencylinder 18 via bijvoorbeeld een daartoe aan te brengen beweegbaar bovenstuk van de kandelaar.
1n1ς 6
De vormgeving van de bovenste sluitplaatjes is zodanig dat deze ook met de klemranden in de binnenste stand de bovenkant van het kandelaarhuis niet afsluiten omdat deze plaatjes, in tegenstelling tot de onderste sluitplaatjes, geen afsluitende functie hebben maar naast het ondersteunen van de kaars met de binnenste horizontale klemranden meer een esthetische functie hebben, bestaande uit het voor het oog gedeeltelijk afschermen van de onderliggende binnenzijde van het kandelaarhuis.
De werking van deze kandelaar is als volgt.
In de getekende beginsituatie drukken de klemranden van de sluitplaatjes tegen de kaars. Daardoor wordt de kaars gecentreerd in het kandelaarhuis en vastgeklemd onder invloed van de veerkracht van de veer 16a. Zodra de smeltzone de onderste klemplaatjs nadert of bereikt bewegen de bovenste en de onderste klemplaatjes naar elkaar toe en wordt het resterende gedeelte van het kaarsstompje boven de onderste sluitplaatjes 1d-4d op een centrale opening na in elkaar gedrukt waarbij de zuurstoftoevoer naar dit gedeelte gewaarborgd is via de openingen in de bovenste sluitplaatjes 1c-4c. Enige tijd later wanneer al het kaarsvet rond de onderste sluitplaatjes is gesmolten zal de kaars naar beneden vallen in de kandelaarruimte en doven doordat de onderste sluitplaatjes voldoende toevoer van zuurstof verhinderen. Om te bereiken dat het resterende kaarsstompje naar beneden valt geldt ook hier dat de benedenste sluitplaatjes niet geheel sluiten zodat ook de pit van de kaars ruim vrij blijft.
Daarnaast is een goed warmtecontact tussen bovenste en onderste sluitplaatjes gewenst, reden waarom het aanbeveling kan verdienen om de beweging van de bovenste en onderste sluitplaatjes c en d te koppelen via scharnierende vertikale klemvlakken 1e-4e zoals in figuur 2a is aanggeven.
Vervolgens wordt de nieuwe kaars geplaatst door deze tegen de bovenste klemplaatjes naar beneden de drukken totdat de onderzijde van de kaars onder de onderste klemplaatjes uitsteekt. Een eventueel aan de onderste klemplaatjes hangend voorgaand kaarsstompje wordt daarbij naar beneden gestoten.
Zoals aan het einde van de figuurbeschrijving voor figuur 1 b al is 1012?sς 7 opgemerkt kunnen ook hier de bovenste sluitplaatjes dichtend worden uitgevoerd in plaats van de onderste. Het gestelde bij figuur 1b is dan van overeenkomstige toepassing
Bij alle hiervoor beschreven uitvoeringen verzamelen de gedoofde kaarsstompjes zich in de kandelaarruimte en kunnen daaruit van tijd tot tijd verwijderd worden via een wegneembare boven of onderzijde.
Het uit elkaar bewegen van de klemranden of klemvlakken kan plaatsvinden door het kandelaarhuis te laten bestaan uit een bovendeel en een onderste deel die vertikaal ten opzichte van elkaar kunnen worden bewogen of ten opzichte van elkaar kunnen worden verdraaid, waarbij met een bekend mechaniek de klemvlakken uit elkaar bewegen.
Bij de uitvoering volgens figuur 1 met twee symetrisch uit elkaar bewegende schuifplaatje kan de beweging van deze plaatjes bijvoorbeeld gekoppeld worden door schuin naar beneden en naar elkaar toelopende hefboomplaatjes, waarbij het onderste draaipunt door het onderste deel van het kandelaarhuis wordt ondersteund. Door nu het bovenste deel van de kandelaar, waarin de twee horizontaal bewegend schuifplaatjes 6 zijn ondergebracht, naar beneden te bewegen worden de schuifplaatjes door de in V stand staande hefboomplaatjes uit elkaar gedrukt.
Bij de uitvoering volgens figuur 1a kunnen de horizontaal draaiende plaatjes uit elkaar bewogen worden door draaiing van de aan het bovenste deel van de kandelaaar bevestigde draaipunten, waarbij de schuifplaatjes naar buiten worden bewogen door nokken aan de binnenzijde van de wand 6b die corresponderen met hefbomen die bevestigd zijn aan de sluitplaatjes nabij het daaipunt.
1012255
Claims (11)
1. Kandelaar waarbij de kaars wordt geklemd tussen tenminste twee klemvlakken die horizontaal ten opzichte van elkaar beweegbaar zijn, met het kenmerk, dat er middelen aanwezig zijn om de kaars te doven wanneer de smeltzone van de brandende kaars de klemvlakken nadert of bereikt.
2. Kandelaar volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de kaars wordt gedoofd doordat met met behulp van kleppen of sluitplaatjes de luchttoevoer en/of de toevoer van kaarsvet naar de kaarsvlam wordt verkleind of afgesloten.
3. Kandelaar volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat onder de klemvlakken een kandelaarruimte aanwezig is die aan de bovenkant een opening heeft.
4. Kandelaar volgens voorgaande conclusie, met het kenmerk, dat de opening van de kandelaarruimte wordt verkleind of gesloten wanneer de klemvlakken naar elkaar toe bewegen.
5. Kandelaar volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de klemvlakken met veerkracht of een constante kracht naar elkaar toe bewogen worden.
6. Kandelaar volgens voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de klemvlakken bevestigd zijn aan de sluitkleppen of sluitplaatjes die de opening van de kandelaar kunnen verkleinen of afsluiten.
7. Kandelaar volgens voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de bij voorkeur vertikale klemvlakken bevestigd zijn aan de sluitplaatjes via een scharnierende verbinding die draaiing om een horizontale as mogelijk maakt.
8. Kandelaar volgens voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de klemvlakken elkaar in horizontale richting kunnen passeren.
9. Kandelaar volgens een der voorgaande conclusies, met het 1012255 kenmerk, dat er tenminste twee sets klemvlakken of klemranden boven elkaar zijn.
10. Kandelaar volgens conclusie 9 en 10, met het kenmerk, dat bij de horizontaal bewegende sluitplaatjes sommige of alle bovenste plaatjes bevestigd zijn aan het daaronder liggende en dat bij de draaiende sluitplaatjes sommige of alle bovenliggende sluitplaatjes gekoppeld zijn met het daaronderliggende via een vertikaal verbindingselement dat scharnierend verbonden is met de sluitplaatjes en dat als vertikaal klemvlak kan dienen.
10. Kandelaar volgens voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de sluitplaatjes horizontaal bewegen of schuiven of draaien om een horizontale as.
11. Kandelaar volgens een der voorgaande conclusies, met het kanmerk., dat de klemranden uit elkaar bewogen kunnen worden via een bekend mechaniek dat bediend wordt door een handel of door het bewegen van een deel van de kandelaar ten opzicht van het andere. 101 2255
Priority Applications (5)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1012255A NL1012255C2 (nl) | 1999-06-08 | 1999-06-08 | Zelfdovende en zelfreinigende kandelaar voor diverse kaarsdiameters. |
| PCT/NL2000/000385 WO2000075562A1 (en) | 1999-06-08 | 2000-06-06 | Self extinguishing and self cleaning candle holder |
| AU54315/00A AU5431500A (en) | 1999-06-08 | 2000-06-06 | Self extinguishing and self cleaning candle holder |
| EP00939189A EP1188020A1 (en) | 1999-06-08 | 2000-06-06 | Self extinguishing and self cleaning candle holder |
| US10/010,260 US6676403B2 (en) | 1999-06-08 | 2001-12-07 | Self extinguishing and self cleaning candle holder |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1012255A NL1012255C2 (nl) | 1999-06-08 | 1999-06-08 | Zelfdovende en zelfreinigende kandelaar voor diverse kaarsdiameters. |
| NL1012255 | 1999-06-08 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1012255C2 true NL1012255C2 (nl) | 2000-12-11 |
Family
ID=19769325
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1012255A NL1012255C2 (nl) | 1999-06-08 | 1999-06-08 | Zelfdovende en zelfreinigende kandelaar voor diverse kaarsdiameters. |
Country Status (5)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US6676403B2 (nl) |
| EP (1) | EP1188020A1 (nl) |
| AU (1) | AU5431500A (nl) |
| NL (1) | NL1012255C2 (nl) |
| WO (1) | WO2000075562A1 (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US6676403B2 (en) * | 1999-06-08 | 2004-01-13 | Theodorus Gerhardus Potma | Self extinguishing and self cleaning candle holder |
Families Citing this family (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL1019193C2 (nl) * | 2001-10-19 | 2003-04-23 | Theodorus Gerhardus Ir Potma | Verbeterde kandelaar met bewegende klemvlakken. |
| US20060292508A1 (en) * | 2005-06-24 | 2006-12-28 | Reisman S D | Self-extinguishing candle |
| US20070031769A1 (en) * | 2005-08-05 | 2007-02-08 | David Burton | Automatic candle snuffer |
| US20180003376A1 (en) * | 2016-06-29 | 2018-01-04 | Paralee Thiefault | Candle Seal |
Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE154106C (nl) * | ||||
| DE357029C (de) * | 1922-08-11 | Oswald Diesel H | Kerzenhalter, der sich jeder Kerzendicke selbsttaetig anpasst | |
| US4138211A (en) * | 1977-11-04 | 1979-02-06 | Minnesota Mining And Manufacturing Company | Thermomechanical candle snuffer |
| US4818214A (en) * | 1986-08-25 | 1989-04-04 | Sture Ronnback | Device for extinguishing the flame of a candle |
| EP0483925A1 (en) * | 1990-10-30 | 1992-05-06 | Karel Willems | A holder for candles |
| DE19548365A1 (de) * | 1995-12-24 | 1997-07-03 | Michael Hoellering | Löschvorrichtung für eine Kerzenflamme |
Family Cites Families (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US728427A (en) * | 1902-08-25 | 1903-05-19 | Richard V Todenwarth | Extinguisher for candles. |
| US785896A (en) * | 1904-07-05 | 1905-03-28 | Hugo Kuehnert | Candle holder and extinguisher. |
| US1331709A (en) * | 1919-08-30 | 1920-02-24 | Harmata Ilko | Candelabrum |
| US1517115A (en) * | 1924-01-16 | 1924-11-25 | Handler Oscar | Candle snuffer |
| US2004515A (en) * | 1932-12-14 | 1935-06-11 | Beghetti Peter | Time release apparatus |
| US2163137A (en) * | 1936-11-18 | 1939-06-20 | Ager-Wick Emil | Adjustable candlestick |
| JPH10162643A (ja) * | 1996-11-29 | 1998-06-19 | Yoshizo Katsuhata | バネを利用してローソク本体に固定し、ローソク炎を 自動消火する器具。 |
| NL1012255C2 (nl) * | 1999-06-08 | 2000-12-11 | Potma Beheer B V T | Zelfdovende en zelfreinigende kandelaar voor diverse kaarsdiameters. |
-
1999
- 1999-06-08 NL NL1012255A patent/NL1012255C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2000
- 2000-06-06 WO PCT/NL2000/000385 patent/WO2000075562A1/en not_active Ceased
- 2000-06-06 EP EP00939189A patent/EP1188020A1/en not_active Withdrawn
- 2000-06-06 AU AU54315/00A patent/AU5431500A/en not_active Abandoned
-
2001
- 2001-12-07 US US10/010,260 patent/US6676403B2/en not_active Expired - Fee Related
Patent Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE154106C (nl) * | ||||
| DE357029C (de) * | 1922-08-11 | Oswald Diesel H | Kerzenhalter, der sich jeder Kerzendicke selbsttaetig anpasst | |
| US4138211A (en) * | 1977-11-04 | 1979-02-06 | Minnesota Mining And Manufacturing Company | Thermomechanical candle snuffer |
| US4818214A (en) * | 1986-08-25 | 1989-04-04 | Sture Ronnback | Device for extinguishing the flame of a candle |
| EP0483925A1 (en) * | 1990-10-30 | 1992-05-06 | Karel Willems | A holder for candles |
| DE19548365A1 (de) * | 1995-12-24 | 1997-07-03 | Michael Hoellering | Löschvorrichtung für eine Kerzenflamme |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US6676403B2 (en) * | 1999-06-08 | 2004-01-13 | Theodorus Gerhardus Potma | Self extinguishing and self cleaning candle holder |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| WO2000075562A1 (en) | 2000-12-14 |
| EP1188020A1 (en) | 2002-03-20 |
| AU5431500A (en) | 2000-12-28 |
| US6676403B2 (en) | 2004-01-13 |
| US20020085376A1 (en) | 2002-07-04 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL1012255C2 (nl) | Zelfdovende en zelfreinigende kandelaar voor diverse kaarsdiameters. | |
| US5193994A (en) | Candle with a floating wick support | |
| US20030134242A1 (en) | System and method to automatically extinguish a candle | |
| CA2751704C (en) | Waste-disposal device | |
| CA2769770A1 (en) | Waste disposal device | |
| US20250367483A1 (en) | Stovetop fire suppression system and method | |
| US2903709A (en) | Quick acting incinerator sanitary closet | |
| CN1997428A (zh) | 自动的炉灶顶部灭火模块 | |
| US9440101B2 (en) | Flame dispersant canister mounting system for under-microwave location | |
| US6494708B1 (en) | Safety device for candles | |
| WO2009014487A1 (en) | Alcohol stove and method for igniting an alcohol stove | |
| DE2104485C3 (de) | Müllverbrennungsofen | |
| US2376585A (en) | Waffle iron | |
| US1834989A (en) | Automatic closure for containers | |
| NL1019193C2 (nl) | Verbeterde kandelaar met bewegende klemvlakken. | |
| NL1012942C2 (nl) | Stortzuil. | |
| US1715956A (en) | Water heater | |
| JP2023524966A (ja) | 携帯用直火焼き器 | |
| BE1003509A6 (nl) | Verbrandingsinrichting. | |
| US439560A (en) | reinhold | |
| DE4010596C2 (nl) | ||
| JPH0223985Y2 (nl) | ||
| US547006A (en) | lamp stove | |
| US1120160A (en) | Hanger for arc-lamps. | |
| US828238A (en) | Candle-socket. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20070101 |