NL1011312C1 - Drijvende offshore-constructie, alsmede drijfelement. - Google Patents

Drijvende offshore-constructie, alsmede drijfelement. Download PDF

Info

Publication number
NL1011312C1
NL1011312C1 NL1011312A NL1011312A NL1011312C1 NL 1011312 C1 NL1011312 C1 NL 1011312C1 NL 1011312 A NL1011312 A NL 1011312A NL 1011312 A NL1011312 A NL 1011312A NL 1011312 C1 NL1011312 C1 NL 1011312C1
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
float
construction
riser
guide
floating
Prior art date
Application number
NL1011312A
Other languages
English (en)
Inventor
Hans Van Der Poel
Original Assignee
Hans Van Der Poel
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Priority to NL1011312A priority Critical patent/NL1011312C1/nl
Application filed by Hans Van Der Poel filed Critical Hans Van Der Poel
Priority to US09/913,620 priority patent/US6752213B1/en
Priority to DE60012003T priority patent/DE60012003T2/de
Priority to AT00905466T priority patent/ATE270638T1/de
Priority to DK00905466T priority patent/DK1169218T3/da
Priority to CNB008047618A priority patent/CN1139517C/zh
Priority to EP00905466A priority patent/EP1169218B1/en
Priority to CA002362875A priority patent/CA2362875C/en
Priority to PT00905466T priority patent/PT1169218E/pt
Priority to ES00905466T priority patent/ES2223459T3/es
Priority to JP2000599650A priority patent/JP4545319B2/ja
Priority to AU27000/00A priority patent/AU2700000A/en
Priority to PCT/NL2000/000096 priority patent/WO2000048899A1/en
Priority to KR1020017010415A priority patent/KR100634989B1/ko
Priority to BR0008303-8A priority patent/BR0008303A/pt
Application granted granted Critical
Publication of NL1011312C1 publication Critical patent/NL1011312C1/nl
Priority to NO20013980A priority patent/NO321327B1/no

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B63SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; RELATED EQUIPMENT
    • B63BSHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; EQUIPMENT FOR SHIPPING 
    • B63B35/00Vessels or similar floating structures specially adapted for specific purposes and not otherwise provided for
    • B63B35/44Floating buildings, stores, drilling platforms, or workshops, e.g. carrying water-oil separating devices
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B63SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; RELATED EQUIPMENT
    • B63BSHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; EQUIPMENT FOR SHIPPING 
    • B63B35/00Vessels or similar floating structures specially adapted for specific purposes and not otherwise provided for
    • B63B35/44Floating buildings, stores, drilling platforms, or workshops, e.g. carrying water-oil separating devices
    • B63B35/4413Floating drilling platforms, e.g. carrying water-oil separating devices
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B63SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; RELATED EQUIPMENT
    • B63BSHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; EQUIPMENT FOR SHIPPING 
    • B63B1/00Hydrodynamic or hydrostatic features of hulls or of hydrofoils
    • B63B1/02Hydrodynamic or hydrostatic features of hulls or of hydrofoils deriving lift mainly from water displacement
    • B63B1/10Hydrodynamic or hydrostatic features of hulls or of hydrofoils deriving lift mainly from water displacement with multiple hulls
    • B63B1/107Semi-submersibles; Small waterline area multiple hull vessels and the like, e.g. SWATH
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E21EARTH OR ROCK DRILLING; MINING
    • E21BEARTH OR ROCK DRILLING; OBTAINING OIL, GAS, WATER, SOLUBLE OR MELTABLE MATERIALS OR A SLURRY OF MINERALS FROM WELLS
    • E21B17/00Drilling rods or pipes; Flexible drill strings; Kellies; Drill collars; Sucker rods; Cables; Casings; Tubings
    • E21B17/01Risers
    • E21B17/012Risers with buoyancy elements

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Ocean & Marine Engineering (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Geology (AREA)
  • Mining & Mineral Resources (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Fluid Mechanics (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Architecture (AREA)
  • General Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental & Geological Engineering (AREA)
  • Geochemistry & Mineralogy (AREA)
  • Earth Drilling (AREA)
  • Artificial Fish Reefs (AREA)
  • Cleaning Or Clearing Of The Surface Of Open Water (AREA)
  • Other Liquid Machine Or Engine Such As Wave Power Use (AREA)
  • Physical Or Chemical Processes And Apparatus (AREA)
  • Laying Of Electric Cables Or Lines Outside (AREA)
  • Revetment (AREA)
  • Moulding By Coating Moulds (AREA)
  • Application Of Or Painting With Fluid Materials (AREA)

Description

Titel: Drijvende offshore-constructie, alsmede drijfelement
De uitvinding heeft betrekking op een drijvende offshore-constructie, voorzien van een ophanginrichting voor het ophangen van een stijgbuisconstructie.
Een dergelijke offshore-constructie is bekend en 5 wordt gebruikt voor het buitengaats exploiteren en gereedmaken voor exploitatie van onderzeese bronnen van natuurlijke rijkdommen op plaatsen waar de zeebodem relatief diep onder het wateroppervlak is gelegen. Om een bron te kunnen bereiken wordt de drijvende offshore 10 constructie, dikwijls een boorschip of een semi-submersible, op het wateroppervlak boven de bron gepositioneerd. Vervolgens wordt vanaf de opdrijvende offshore-constructie een stijgbuis neergelaten die met een reeds op de zeebodem aangebrachte afsluiter wordt 15 gekoppeld. De stijgbuis vormt daarbij een afgeschermd kanaal waar doorheen bijvoorbeeld tijdens het gereedmaken van exploitatie van de bron boorgereedschappen kunnen worden neergelaten en tijdens de exploitatie natuurlijke rijkdommen vanaf de bron naar de offshore-constructie 20 kunnen worden getransporteerd zonder dat deze in aanraking komen met water.
De stijgbuisconstructie is gewoonlijk opgebouwd uit stijgbuissegmenten die tijdens het neerlaten worden gekoppeld en tijdens het ophalen weer worden losgenomen.
25 Gebruikelijkerwijs wordt daarbij de stijgbuisconstructie met behulp van een van de ophanginrichting deel uitmakende hefinrichting over de lengte van één buissegment respectievelijk neerwaarts of opwaarts verplaatst. Vanwege de relatief grote diepte van de zeebodem ten opzichte van 30 het wateroppervlak kan de offshore-constructie niet zoals bij een niet-drijvende offshore-constructie met poten op de zeebodem worden afgesteund, maar wordt deze met behulp van grondankers of dynamische positioneermiddelen drijvend boven de bron gepositioneerd. Om het mogelijk te maken dat 1011312 2 de offshore-constructie golfbewegingen van het wateroppervlak ten opzichte van de stijgbuisconstructie kan volgen, omvat de ophanginrichting gebruikelijkerwijs een klemkoppeling voor het opnemen van de stijgbuisconstructie 5 die met behulp van telescoperende cilinders en/of een als een langs katrollen verlopende kabels uitgevoerd spansysteem is verbonden met de offshore-constructie. De ophanginrichting brengt daarbij de door de neergelaten stijgbuisconstructie op de offshore-constructie 10 uitgeoefende neerwaartse kracht over. De offshore- constructie dient daarbij voldoende drijfvermogen te bezitten om de door de stijgbuis uitgeoefende neerwaartse kracht te kunnen compenseren.
Door uitputting van bronnen die zijn gelegen op 15 plaatsen waar de bodem relatief ondiep is, is het in toenemende mate van belang om ook bronnen te kunnen exploiteren en gereed te kunnen voor exploitatie die op plaatsen zijn gelegen waar de zeebodem relatief diep is. In het bijzonder bestaat momenteel de wens om bronnen te 20 kunnen exploiteren die gelegen zijn op plaatsen waar de zeebodem meer dan 1500 meter onder het wateroppervlak is gelegen.
Een probleem hierbij is dat de hiervoor benodigde langere stijgbuisconstructies een grotere neerwaartse 25 kracht op de offshore-constructie uitoefenen, waardoor de ophanginrichting zwaarder moet worden uitgevoerd en de offshore-constructie een groter drijfvermogen moet bezitten. In de praktijk leidt dit tot een aanzienlijke verhoging van de vervaardigingskosten en de operationele 30 kosten van de offshore-inrichting.
De uitvinding beoogt een offshore-constructie van de in de aanhef genoemde soort die bovengenoemde nadelen niet bezit. Daartoe omvat de offshore-constructie volgens de uitvinding een ophanginrichting met een zich tijdens 35 gebruik nabij het wateroppervlak uitstrekkende geleiding met een axiaal beweegbaar opgestelde drijver die is 1011312 3 voorzien van koppelmiddelen voor koppeling met de stijgbuisconstructie. Door het additionele drijfvermogen van de drijver wordt bereikt dat de door de stijgbuisconstructie via de ophanginrichting op de 5 drijvende offshore-constructie uitgeoefende neerwaartse kracht aanzienlijk kan worden verminderd, waardoor de ophanginrichting eenvoudiger kan worden uitgevoerd en het drijfvermogen van de offshore-constructie kleiner kan zijn. Door de axiaal beweegbare opstelling van de drijver kan 10 deze, wanneer deze is gekoppeld met een stijgbuisconstructie, langs de geleiding heen en weer bewegen zodat de drijvende offshore-constructie golfbewegingen van het wateroppervlak kan volgen. Voorts kunnen door de geleiding horizontale krachten worden 15 opgenomen tussen de offshore-constructie en de stijgbuisconstructie, dat wil zeggen krachten in hoofdzaak in of parallel aan het wateroppervlak, bijvoorbeeld ten gevolge van stroming of wind. Hierdoor kan een in verticale richting verstelbare verbinding tussen de stijgbuis of de 20 drijver en de offshore-constructie aanzienlijk eenvoudiger worden uitgevoerd, aangezien deze nu in hoofdzaak in verticale richting of in hoofdzaak dwars op het wateroppervlak belast zal worden.
In een voordelige uitvoeringsvorm omvat de geleiding 25 een kanaal en omvat de drijver een van een drijfkamer voorziene, langwerpige huls die axiaal beweegbaar in het kanaal is opgenomen. Hierdoor wordt onder meer bereikt dat dwars op de bewegingsrichting een goede krachtsoverbrenging mogelijk is tussen de drijver en de offshore-constructie en 30 dat op eenvoudige wijze een bedrijfszekere geleiding kan worden gerealiseerd. In het bijzonder kan bij deze uitvoeringsvorm genoemde overbrenging van dwarskrachten zeer effectief worden gerealiseerd.
In een andere uitvoering is de drijfkamer geborgd 35 tegen axiale rotatie in de geleiding opgenomen. Hierdoor wordt bereikt dat de kans op geaccumuleerde torsie van de ^ ® :j 1 S i 2 4 stijgbuisconstructie ten gevolge van het door de offshore-constructie volgen van golfbewegingen van het wateroppervlak kan worden verminderd.
In weer een andere uitvoering heeft de offshore-5 constructie volgens de uitvinding het kenmerk dat de drijfkamer is voorzien van regelbare ballastmiddelen. Hierdoor wordt bereikt dat een opwaartse of neerwaartse beweging van de stijgbuisconstructie ten opzichte van de offshore-constructie kan worden ondersteund. Met name is 10 dit voordelig bij het opwaarts en neerwaarts bewegen van de stijgbuis ten opzichte van de offshore-constructie tijdens het samenstellen of ontmantelen van een uit stijgbuissegmenten opgebouwde stijgbuisconstructie.
In een verdere uitvoering heeft de offshore-15 constructie volgens de uitvinding het kenmerk dat het drijfelement een centrale boring omvat voor het daardoorheen geleiden van de stijgbuis. Hierdoor wordt onder meer bereikt dat de stijgbuisconstructie bij het neerlaten onder een vooraf bepaalde hoek neerwaarts kan worden gelaten. Bij 20 voorkeur omvat de centrale boring zijwanden die zich ten opzichte van de langsas van de geleiding in neerwaartse richting verwijden met een hoek van 1-6°, bij voorkeur circa 3°. Teneinde de kans op beschadiging van de stijgbuisconstructie door de zijwanden te verminderen, 25 kunnen de zijwanden zijn voorzien van een bescherming, bijvoorbeeld een rubberen bekleding.
In nog een andere uitvoering is de drijver loskoppelbaar met de geleiding verbonden. Hierdoor wordt bereikt dat de offshore-inrichting los kan worden gekoppeld 30 van de drijver met de stijgbuisconstructie. Met name kan hierdoor de stijgbuisconstructie met de drijver drijvend boven de bron achterblijven, terwijl de offshore-constructie met de geleiding als aparte eenheid kan worden verplaatst.
35 In nog een andere uitvoering is de offshore- constructie volgens de uitvinding voorzien van een tot i 1011312 5 boven het wateroppervlak in hoogte verstelbare geleiding. Hierdoor wordt bereikt dat de geleiding, wanneer geen stijgbuisconstructie aanwezig is, tot boven het wateroppervlak kan worden versteld, zodat tijdens het varen 5 een gunstigere stromingsweerstand kan worden verkregen. De uitvinding heeft eveneens betrekking op een drijver.
De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van een aantal uitvoeringsvoorbeelden die in een tekening zijn weergegeven. In de tekening toont: 10 fig. 1 een schematisch vooraanzicht van een eerste uitvoeringsvorm van eendrijvende offshore-constructie volgens de uitvinding; fig. 2a een schematisch vooraanzicht van de drijver van de offshore-constructie van fig. 1; 15 fig. 2b een schematisch bovenaanzicht van de drijver van fig. 2; fig. 3a,3b en 3c telkens een schematisch vooraanzicht van een tweede uitvoeringsvorm van een drijvende offshore-constructie volgens de uitvinding in 20 respectievelijk gebruiksstand, transportstand en losgekoppelde stand; fig. 4 een schematisch zijaanzicht van een derde uitvoeringsvorm van een drijvende offshore-constructie volgens de uitvinding; en 25 fig. 5 een schematische zijaanzicht van een vierde uitvoeringsvorm van een drijvende offshore-constructie volgens de uitvinding.
Opgemerkt wordt dat de figuren slechts schematische weergaven zijn van voorkeursuitvoeringsvormen van de 30 uitvinding. In de figuren zijn corresponderende of overeenkomstige onderdelen met dezelfde verwijzingscijfers aangegeven.
Figuur 1 toont een drijvende offshore-constructie 1 uitgevoerd als semi-submersible. De semi-submersible is 35 voorzien van een werkdek 2 dat met behulp van poten 3 met drijvers 4 is verbonden.. Met behulp van de drijvers 4 kan ,101 1312 6 de semi - submersible 1 vanuit een transportstand waarin de drijvers normaal gesproken althans gedeeltelijk boven het wateroppervlak 5 zijn gelegen worden afgezonken tot de in de figuur weergegeven semi-afgezonken werkstand waarin de 5 drijvers 4 onder het wateroppervlak 5 zijn gelegen. In de getoonde werkstand drijft de semi-submersible nog steeds op het wateroppervlak, maar zal deze golvingen van het wateroppervlak 5 minder snel volgen. In deze werkstand kan een stijgbuisconstructie 6 met behulp van de 10 ophanginrichting 7 vanaf het werkdek 2 naar de zeebodem worden neergelaten in de richting van de pijl 8.
De ophanginrichting 7 omvat een hijsinrichting van het gebruikelijke type die is opgenomen in de boortoren 9. Met behulp van de hefinrichting kunnen op op zichzelf 15 bekende wijze segmenten 10 van de stijgbuisconstructie vanaf het werkdek 2 worden aangevoerd om tot een stijgbuisconstructie 6 te worden gekoppeld op een manier die verderop nader zal worden beschreven. De ophanginrichting omvat een zich althans tijdens de werk-20 stand nabij het wateroppervlak gelegen en zich in hoofdzaak dwars daarop uitstrekkende geleiding 11. De geleiding 11 is in dit uitvoeringsvoorbeeld uitgevoerd als een kanaal met rechthoekige doorsnede. In de geleiding 11 is een drijver axiaal beweegbaar opgenomen, dat wil zeggen in hoofdzaak 25 dwars op het wateroppervlak 5 beweegbaar. De drijver 12 is voorzien van een koppelinrichting 13 voor koppeling met de stijgbuisconstructie 6.
De drijver 12 is met behulp van een in lengte verstelbare verbindingsinrichting 14 met de geleiding 11 30 verbonden, hier uitgevoerd als een telescoperende verbindingsinrichting.
Refererend aan fig. 2a en 2b is daarin de drijver 12 weergegeven. De drijver 12 omvat een huls 15 met rechthoekige doorsnede, welke huls 15 nabij de bovenzijde 35 16 en de onderzijde 17 tot een drijfkamer 18 is afgesloten.
Door de rechthoekige doorsnede van de huls 15 wordt bereikt i 1011312 7 dat de drijver 12 geborgd tegen axiale rotatie in de geleiding 11 is opgenomen. De drijver 12 is voorzien van een centrale boring 19 voor het daardoorheen geleiden van de segmenten 10 van de stijgbuisconstructie 6. Met behulp 5 van de koppelinrichting 13 kan de drijver 12 door middel van klemming op het bovenste segment 10 van de stijgbuisconstructie 6 worden vastgeklemd. Uiteraard kunnen ook andersoortige koppelmethoden worden toegepast. Door de koppelinrichting 13 cardanisch uit te voeren wordt bereikt 10 dat een vastgeklemde stijgbuisconstructie 6 ten opzichte van de drijver 12 enigszins kan verzwenken ten opzichte van de zwenkassen 20 en 21. Doordat de centrale boring in hoofdzaak dwars op het wateroppervlak 5 verloopt en is voorzien van zich onder een hoek van circa 3° ten opzichte 15 van de langsas van de boring in de richting van de pijl 8 verwijdende zijwanden wordt bereikt dat de opeenvolgende segmenten 10 van de stijgbuisconstructie 6 bij het neerlaten onder de juiste hoek neerwaarts worden geleid.
Op voordelige wijze kunnen bij deze uitvoeringsvorm 20 stijgbuissegmenten worden toegepast, zoals beschreven in de Nederlandse octrooiaanvrage 1008311, aangezien deze niet alleen een eigen drijfvermogen bezitten, maar ook nabij de buitenomtrek zijn afgeschermd, zodat een goede samenwerking mogelijk is met de zijwanden van de geleiding.
25 De drijfkamer 12 is voorzien van in de figuur schematisch weergegeven regelbare ballastmiddelen 22 waarmee de resulterende opwaartse kracht op de drijver 12 kan worden geregeld. Door de regelbare ballastmiddelen 22 uit te voeren als kleppen voor het toe- en afvoeren van 30 perslucht en water wordt bereikt dat deze op eenvoudige wijze kunnen worden gerealiseerd. Met behulp van de regelbare ballastmiddelen 22 kan een opwaartse en neerwaartse beweging van de drijver 12 binnen de geleiding 11 worden ondersteund. . Door de drijver 12 met behulp van 35 geleidingswielen 23 of ..soortgelijke geleidingsorganen in de 1011312 8 geleiding 11 op te nemen kan de axiale beweging van de drijver 12 binnen de geleiding 11 worden vergemakkelijkt.
In de in figuur 1 getoonde werkstand is de stijg-buisconstructie 6 met behulp van de koppelinrichting 13 met 5 de drijver 12 verbonden. De drijver 12 levert daarbij een opwaartse kracht die de neerwaartse kracht ten gevolge van de stijgbuisconstructie 6 in aanzienlijke mate kan compenseren. Hierdoor kan de ophanginrichting 7, in het bijzonder de telescoperende verbindingsinrichting 14 en de 10 hefinrichting alsmede de algehele constructie van de semi-submersible aanzienlijk lichter kan worden uitgevoerd en het drijfvermogen van de drijvers 4 aanzienlijk kleiner kan worden gekozen. De geleiding 11 neemt bovendien krachten in hoofdzaak in of parallel aan het wateroppervlak 5 op, 15 waardoor de telescoperende verbindingsinrichting in hoofdzaak dwars op het wateroppervlak 5 wordt belast en aanzienlijk eenvoudiger kan worden uitgevoerd. Met name het in gelijke mate laten in- en uitschuiven van aan overstaande zijden van de stijgbuis geplaatste 20 telescoopcylinders kan hierdoor in aanzienlijke mate worden vereenvoudigd. Opgemerkt wordt, dat verbinding van de stijgbuis met de offshore-constructie via een dergelijke geleiding reeds op zichzelf met voordeel kan worden toegepast, dat wil zeggen zonder drijver.
25 Refererend aan figuren 3a, 3b en 3c is daarin een tweede uitvoeringsvorm van de drijvende offshore-constructie 1 volgens de uitvinding getoond. De drijvende offshore-constructie 1 is ook hier uitgevoerd als semi-submersible. Figuur 3a toont de semi-submersible in de 30 werkstand, terwijl figuur 3b de semi-submersible toont in de transportstand. De geleidingsinrichting 11 is tot boven het wateroppervlak 5 in hoogte verstelbaar met de offshore-inrichting verbonden met behulp van telescoperende cilinders 24. Uiteraard kunnen eveneens andersoortige 35 verstelbare verbindingsmiddelen worden toegepast. In de transportstand kan de geleidingsinrichting 11 met de 1011312 9 drijver 12 tot boven het wateroppervlak worden opgeheven, zodat de stromingsweerstand tijdens transport kan worden verminderd en de kans op kenteren van de offshore-constructie 1 kan worden verkleind. Bij deze uitvoerings-5 vorm is voorts de drijver 12 met behulp van koppelmiddelen loskoppelbaar met de geleiding 11 verbonden, zodat vanuit de in figuur 3a getoonde werkstand de drijver 12 kan worden losgekoppeld en de drijvende offshore-constructie 1 in de werkstand kan worden gebracht en met opgeheven geleiding 11 10 onder achterlating van de drijver 11 kan worden verplaatst. Het zal duidelijk zijn dat de loskoppelbare verbinding tussen de drijver en de geleiding of de offshore-constructie ook bij andere uitvoeringsvarianten kan worden toegepast.
15 Refererend aan.Jiguur 4 is daarin een derde uitvoe- ringsvariant van een drijvende offshore-constructie volgens de uitvinding getoond. In deze variant is de drijvende offshore-constructie uitgevoerd als boorschip. Het boor-schip omvat een scheepsromp 25 en aandrijfmiddelen 26. De 20 scheepsromp 25 is van het voor schepen gebruikelijke type en is voorzien van een zich in hoofdzaak dwars op de waterlijn 5 uitstrekkend geleidingskanaal 11 waarin de drijver 12 axiaal beweegbaar is opgenomen. De werking van de drijver 12 is bij deze uitvoeringsvariant in hoofdzaak 25 gelijk als reeds besproken in verband met de figuren 1 en 2a en b. Wanneer geen stijgbuisconstructie 6 met de drijver 12 is gekoppeld kan deze, ondersteund door de regelbare ballastmiddelen 22 met behulp van de telescoperende verbindingsmiddelen 14_tot boven de bodem 27 van de romp 25 30 wordt opgeheven, waarna het geleidingskanaal 11 nabij de bodem 27 met behulp van niet weergegeven afsluitmiddelen kan worden afgesloten teneinde de stromingsweerstand van de romp 25 tijdens het varen te verlagen.
Refererend aan figuur 5 is daarin een als werkschip 35 uitgevoerde drijvende offshore-constructie 1 getoond. Het werkschip omvat een van aandrijfmiddelen 26 voorziene 1011312 10 scheepsromp 28 en een werkdek 29, waarbij de scheepsromp 28 afzinkbaar is tot in een werkstand. Het werkdek 29 is met behulp van verbindingsmiddelen met instelbare tussenafstand met de scheepsromp 28 is verbonden, zodanig dat het werk-5 schip verstelbaar is tussen een transportstand waarin het werkdek 29 nabij de scheepsromp 28 is gelegen en een semi-afgezonken werkstand waarin het werkdek op afstand van de scheepsromp 28 boven de waterlijn 5 is gelegen en de scheepsromp 28 in hoofdzaak onder de waterlijn 5 is 10 gelegen. De scheepsromp 28 is voorzien van een centrale werkkolom 30 waarin een geleidingskanaal 31 is aangebracht. Het werkschip is in figuur 5 afgebeeld in de werkstand. Binnen het geleidingskanaal 31 is een drijver 12 axiaal beweegbaar opgesteld. Het geleidingskanaal 31 fungeert als 15 geleiding. De constructieve uitwerking en het werkingsprincipe van de drijver en de geleiding zijn in hoofdzaak zoals hiervoor in verband met de figuren 1, 2a en 2b reeds is uiteengezet. Voor een verdere bespreking van het werkschip wordt verwezen naar de momenteel behandeling 20 zijnde Nederlandse octrooiaanvrage 1010884 van aanvraagster.
Opgemerkt wordt dat de drijver en/of de geleider bij voorkeur wordt vervaardigd uit hoge sterkte staal, bijvoorbeeld staal met een vloeigrens van ten minste 800 25 N/mm2, meer bij voorkeur met een vloeigrens van tenminste 1100 N/mm2. Een dergelijke staalsoort is in de handel verkrijgbaar onder de naam Weldox 1100 va de firma SSAB te Oxelósund in Zweden.
Opgemerkt wordt voorts dat de uitvinding niet 30 beperkt is tot de hier besproken voorkeursuitvoeringsvormen. Zo kan de drijver eveneens op andersoortige wijze met de stijgbuisconstructie worden gekoppeld, bijvoorbeeld door middel van samenwerkende aanslagen. Voorts kan de drijver meerdere delen omvatten.
35 Bovendien kan de drijver worden uitgevoerd zonder boring voor het daar doorheen leiden van de stijgbuisconstructie, 1011312 11 bijvoorbeeld wanneer de stijgbuisconstructie langs de drijver wordt gevoerd. Daarnaast kunnen de zijwanden van een centrale boring onder een grotere hoek buitenwaarts verlopen. Met name is dit voordelig wanneer 5 stijgbuissegmenten worden toegepast waarvan de zijwanden zouden kunnen beschadigen wanneer zij tegen de zijwanden van de boring zouden worden gedrukt. Tevens kan de geleiding anders worden uitgevoerd dan als een geleidingskanaal, bijvoorbeeld als een open geleiding met 10 een aantal geleidingsrails of als een centrale geleidingsstang waaromheen de drijver wordt geleid. Daarnaast is het niet noodzakelijk de drijver aan de onderzijde gesloten uit te voeren, maar kan de onderzijde van de drijver eveneens open worden uitgevoerd. Bovendien 15 kunnen andersoortige in lengte instelbare verbindingen worden toegepast tussen de drijver en/of de geleiding en de offshore-constructie, zoals langs katrollen verlopende lierkabels of geleidingsbanen.
Voorts kan de doorsnede van de drijver en de 20 geleider ovaal driehoekig of polygonaal worden uitgevoerd om axiale rotatie in de geleiding tegen te gaan. Tevens kan genoemde doorsnede zelfs cirkelvormig zijn wanneer bijvoorbeeld wordt voorzien in een nok die samenwerkt met een geleiding om axiale rotatie tegen te gaan.
25 Dergelijke variaties zullen de vakman duidelijk zijn en worden geacht binnen het kader van de uitvinding te liggen zoals verwoord in de hierna volgende conclusies.
1011312

Claims (8)

1. Drijvende offshore-constructie, voorzien van een ophanginrichting voor het ophangen van een stijgbuis-constructie, waarbij de ophanginrichting een zich tijdens gebruik nabij het wateroppervlak uitstrekkende geleiding 5 omvat met een axiaal beweegbaar opgestelde drijver die is voorzien van koppelmiddelen voor koppeling met een stijgbuisconstructie.
2. Drijvende offshore-constructie volgens conclusie 1, waarbij de geleiding een kanaal omvat en waarbij de drijver 10 een van een drijfkamer voorziene huls omvat die axiaal beweegbaar in het kanaal is opgenomen.
3. Drijvende offshore-constructie volgens conclusie 1 of 2, waarbij de drijver geborgd tegen axiale rotatie in de geleiding is opgenomen.
4. Drijvende offshore-constructie volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de drijver is voorzien van een drijfkamer met regelbare ballastmiddelen.
5. Drijvende offshore-constructie volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de drijver een centrale 20 boring omvat voor het daardoorheen geleiden van een stijgbuisconstructie.
6. Drijvende offshore-constructie volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de drijver loskoppelbaar met de geleiding is verbonden.
7. Drijvende offshore-constructie volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de geleidingsinrichting tot boven het wateroppervlak in hoogte verstelbaar met de offshore-inrichting is verbonden.
8. Drijver kennelijk bestemd of geschikt voor opname in 30 de geleidingsinrichting van een offshore-constructie volgens een der voorgaande conclusies, omvattende een van een drijfkamer voorziene huls voorzien van koppelmiddelen voor koppeling met een stijgbuisconstructie en van een 1011312 centrale boring voor het daar doorheen geleiden van een stijgbuisconstructie. 1011312
NL1011312A 1999-02-16 1999-02-16 Drijvende offshore-constructie, alsmede drijfelement. NL1011312C1 (nl)

Priority Applications (16)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1011312A NL1011312C1 (nl) 1999-02-16 1999-02-16 Drijvende offshore-constructie, alsmede drijfelement.
JP2000599650A JP4545319B2 (ja) 1999-02-16 2000-02-16 浮遊式海洋構造物
AT00905466T ATE270638T1 (de) 1999-02-16 2000-02-16 Schwimmende offshore-konstruktion und schwimmkörper
DK00905466T DK1169218T3 (da) 1999-02-16 2000-02-16 Flydende offshorekonstruktion og flydeelement
CNB008047618A CN1139517C (zh) 1999-02-16 2000-02-16 浮动的海上结构及浮动元件
EP00905466A EP1169218B1 (en) 1999-02-16 2000-02-16 Floating offshore construction, and floating element
US09/913,620 US6752213B1 (en) 1999-02-16 2000-02-16 Floating offshore construction, and floating element
PT00905466T PT1169218E (pt) 1999-02-16 2000-02-16 Construcao flutuante offshore e elemento flutuante
ES00905466T ES2223459T3 (es) 1999-02-16 2000-02-16 Construccion maritima flotante y elemento flotador.
DE60012003T DE60012003T2 (de) 1999-02-16 2000-02-16 Schwimmende offshore-konstruktion und schwimmkörper
AU27000/00A AU2700000A (en) 1999-02-16 2000-02-16 Floating offshore construction, and floating element
PCT/NL2000/000096 WO2000048899A1 (en) 1999-02-16 2000-02-16 Floating offshore construction, and floating element
KR1020017010415A KR100634989B1 (ko) 1999-02-16 2000-02-16 부유 해상 구조물 및 부유 부재
BR0008303-8A BR0008303A (pt) 1999-02-16 2000-02-16 Construção flutuante ao largo da costa e flutuador
CA002362875A CA2362875C (en) 1999-02-16 2000-02-16 Floating offshore construction, and floating element
NO20013980A NO321327B1 (no) 1999-02-16 2001-08-16 Flytende offshorekonstruksjon, samt flyteenhet for samme

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1011312A NL1011312C1 (nl) 1999-02-16 1999-02-16 Drijvende offshore-constructie, alsmede drijfelement.
NL1011312 1999-02-16

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1011312C1 true NL1011312C1 (nl) 2000-08-17

Family

ID=19768668

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1011312A NL1011312C1 (nl) 1999-02-16 1999-02-16 Drijvende offshore-constructie, alsmede drijfelement.

Country Status (16)

Country Link
US (1) US6752213B1 (nl)
EP (1) EP1169218B1 (nl)
JP (1) JP4545319B2 (nl)
KR (1) KR100634989B1 (nl)
CN (1) CN1139517C (nl)
AT (1) ATE270638T1 (nl)
AU (1) AU2700000A (nl)
BR (1) BR0008303A (nl)
CA (1) CA2362875C (nl)
DE (1) DE60012003T2 (nl)
DK (1) DK1169218T3 (nl)
ES (1) ES2223459T3 (nl)
NL (1) NL1011312C1 (nl)
NO (1) NO321327B1 (nl)
PT (1) PT1169218E (nl)
WO (1) WO2000048899A1 (nl)

Families Citing this family (24)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US6244347B1 (en) 1999-07-29 2001-06-12 Dril-Quip, Inc. Subsea well drilling and/or completion apparatus
EP1379753B1 (en) * 2001-04-11 2009-05-20 Technip France Compliant buoyancy can guide
GB0117016D0 (en) * 2001-07-12 2001-09-05 K & B Beattie Ltd Riser system
NO315807B3 (no) * 2002-02-08 2008-12-15 Blafro Tools As Fremgangsmate og anordning ved arbeidsrorkopling
GB0509993D0 (en) * 2005-05-17 2005-06-22 Bamford Antony S Load sharing riser tensioning system
JP4947456B2 (ja) * 2005-12-09 2012-06-06 清水建設株式会社 浮体構造
WO2008134650A2 (en) * 2007-04-27 2008-11-06 Alcoa Inc. Method and apparatus for connecting drilling riser strings and compositions thereof
US8919449B2 (en) * 2008-06-03 2014-12-30 Shell Oil Company Offshore drilling and production systems and methods
FR2934635B1 (fr) * 2008-07-29 2010-08-13 Technip France Installation de conduite montante flexible de transport d'hydrocarbures pour grande profondeur
US8162062B1 (en) * 2008-08-28 2012-04-24 Stingray Offshore Solutions, LLC Offshore well intervention lift frame and method
DK2186993T3 (da) * 2008-11-17 2019-08-19 Saipem Spa Fartøj til drift på undervandsbrønde og arbejdsmetode for nævnte fartøj
US8322438B2 (en) * 2009-04-28 2012-12-04 Vetco Gray Inc. Riser buoyancy adjustable thrust column
US8191636B2 (en) * 2009-07-13 2012-06-05 Coles Robert A Method and apparatus for motion compensation during active intervention operations
US20110011320A1 (en) * 2009-07-15 2011-01-20 My Technologies, L.L.C. Riser technology
US20110091284A1 (en) * 2009-10-19 2011-04-21 My Technologies, L.L.C. Rigid Hull Gas-Can Buoys Variable Buoyancy
US20110209651A1 (en) * 2010-03-01 2011-09-01 My Technologies, L.L.C. Riser for Coil Tubing/Wire Line Injection
NO336206B1 (no) * 2011-02-01 2015-06-15 Sevan Marine Asa Produksjonsenhet med slakt hengende stigerør og med tilpasset skrog og moonpool
KR101323798B1 (ko) 2012-05-18 2013-11-08 삼성중공업 주식회사 부유식 해상 구조물
KR101399596B1 (ko) * 2012-07-06 2014-05-27 삼성중공업 주식회사 복합식 해상구조물 및 그의 운용방법
KR101641033B1 (ko) * 2012-10-16 2016-07-19 바르트실라 네덜란드 비.브이. 해양 선박의 선체에서 개구부를 폐쇄하는 폐쇄 커버, 및 호이스팅 챔버의 하부 부분으로의 접근을 용이하게 하는 방법
KR101741523B1 (ko) * 2015-03-06 2017-05-30 삼성중공업 주식회사 해양플랫폼
US10358191B2 (en) * 2015-07-13 2019-07-23 Ensco International Incorporated Floating structure
CN114033894A (zh) * 2021-10-25 2022-02-11 深圳海油工程水下技术有限公司 动态立管末端月池限位机构及动态立管末端下放方法
KR102520555B1 (ko) * 2022-10-27 2023-04-12 주식회사 에이스이앤티 해상 풍력발전용 하이브리드형 부유체 및 이를 이용한 해상 풍력발전 장치의 운송 방법

Family Cites Families (10)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3017934A (en) * 1955-09-30 1962-01-23 Shell Oil Co Casing support
US3354951A (en) 1964-02-24 1967-11-28 Offshore Co Marine drilling apparatus
US3858401A (en) * 1973-11-30 1975-01-07 Regan Offshore Int Flotation means for subsea well riser
US3952526A (en) * 1975-02-03 1976-04-27 Regan Offshore International, Inc. Flexible supportive joint for sub-sea riser flotation means
US3955621A (en) * 1975-02-14 1976-05-11 Houston Engineers, Inc. Riser assembly
US4557332A (en) * 1984-04-09 1985-12-10 Shell Offshore Inc. Drilling riser locking apparatus and method
US4913238A (en) * 1989-04-18 1990-04-03 Exxon Production Research Company Floating/tensioned production system with caisson
JPH04146890A (ja) * 1990-10-09 1992-05-20 Nkk Corp 原油処理貯蔵船におけるフレキシブルライザ
JP2678695B2 (ja) * 1991-08-08 1997-11-17 三井造船株式会社 ライザー管の設置・揚収用の可動作業床
NO310986B1 (no) * 1999-09-09 2001-09-24 Moss Maritime As Anordning for overhaling av hydrokarbonbronner til havs

Also Published As

Publication number Publication date
ATE270638T1 (de) 2004-07-15
DK1169218T3 (da) 2004-11-22
DE60012003T2 (de) 2005-07-28
NO20013980L (no) 2001-10-15
DE60012003D1 (de) 2004-08-12
KR100634989B1 (ko) 2006-10-17
CA2362875C (en) 2009-07-14
JP4545319B2 (ja) 2010-09-15
BR0008303A (pt) 2002-01-22
US6752213B1 (en) 2004-06-22
CA2362875A1 (en) 2000-08-24
KR20010108227A (ko) 2001-12-07
CN1139517C (zh) 2004-02-25
NO20013980D0 (no) 2001-08-16
AU2700000A (en) 2000-09-04
WO2000048899A1 (en) 2000-08-24
EP1169218A1 (en) 2002-01-09
CN1343171A (zh) 2002-04-03
JP2002537171A (ja) 2002-11-05
NO321327B1 (no) 2006-04-24
EP1169218B1 (en) 2004-07-07
PT1169218E (pt) 2004-11-30
ES2223459T3 (es) 2005-03-01

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL1011312C1 (nl) Drijvende offshore-constructie, alsmede drijfelement.
US7367750B2 (en) Riser installation vessel and method of using the same
NL1010884C2 (nl) Werkschip.
US8087464B2 (en) System for installation and replacement of a subsea module and method applied thereby
US7537416B2 (en) Riser support system for use with an offshore platform
EP3018087A1 (en) Hoisting device
US20080237173A1 (en) Arm assembly and methods of passing a pipe from a first vessel to a second vessel using the arm assembly
EP0979923A1 (fr) Installation d'exploitation d'un gisement en mer et procédé d'implantation d'une colonne montante
US3704596A (en) Column stabilized stinger transition segment and pipeline supporting apparatus
US6210075B1 (en) Spar system
CN102452461B (zh) 用于增强的平台设计的补充张紧的系统和相关方法
US9796458B2 (en) Offshore drilling vessel
US4365912A (en) Tension leg platform assembly
WO2006006852A1 (en) Method and device for connecting a riser to a target structure
US8960304B2 (en) Underwater hydrocarbon transport apparatus
US6672804B1 (en) Device and method for maintaining and guiding a riser, and method for transferring a riser onto a floating support
MX2007002166A (es) Aparato y metodo para anclar una nave flotante.
CN104024561A (zh) 用于将钢丝绳从浮船调整到水下油井中的方法和系统
CN214397139U (zh) 用于执行诸如修井活动、井维护、将物体安装在海底钻井孔上的海底钻井孔相关活动的船
KR20020021683A (ko) 다수의 구획을 구비하는 중앙 공동을 포함하는 부유 지지물
NL1005995C2 (nl) Werkwijze voor het boren in de aardbodem en het daarbij te gebruiken vaartuig.
CN220130293U (zh) 一种具有升降补偿功能的双船体水上钻探平台
WO2010002268A1 (en) Lifting device for a floating installation
TH14581A3 (th) วิธีการรื้อถอนโครงสร้างส่วนฐาน (substructure) ของแท่นขุดเจาะและผลิตปิโตรเลียมนอกชายฝั่งแบบยึดติดพื้นทะเล (fixed offshore platform) และอุปกรณ์ของสิ่งนั้น
BRPI0502113B1 (pt) Estrutura auxiliar de içamento e transporte e método pendular de instalação de equipamentos submarinos utilizando dita estrutura

Legal Events

Date Code Title Description
VD2 Discontinued due to expiration of the term of protection

Effective date: 20050216