NL1010803C2 - Transportinrichting. - Google Patents

Transportinrichting. Download PDF

Info

Publication number
NL1010803C2
NL1010803C2 NL1010803A NL1010803A NL1010803C2 NL 1010803 C2 NL1010803 C2 NL 1010803C2 NL 1010803 A NL1010803 A NL 1010803A NL 1010803 A NL1010803 A NL 1010803A NL 1010803 C2 NL1010803 C2 NL 1010803C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
roller
channel
transport device
flexible member
transport
Prior art date
Application number
NL1010803A
Other languages
English (en)
Inventor
Otto Cornelis Johannes Peters
Harm Erik Pras
Harriette Louise Bos
Original Assignee
Inst Voor Agrotech Onderzoek
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Inst Voor Agrotech Onderzoek filed Critical Inst Voor Agrotech Onderzoek
Priority to NL1010803A priority Critical patent/NL1010803C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1010803C2 publication Critical patent/NL1010803C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65DCONTAINERS FOR STORAGE OR TRANSPORT OF ARTICLES OR MATERIALS, e.g. BAGS, BARRELS, BOTTLES, BOXES, CANS, CARTONS, CRATES, DRUMS, JARS, TANKS, HOPPERS, FORWARDING CONTAINERS; ACCESSORIES, CLOSURES, OR FITTINGS THEREFOR; PACKAGING ELEMENTS; PACKAGES
    • B65D90/00Component parts, details or accessories for large containers
    • B65D90/54Gates or closures
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G65/00Loading or unloading
    • B65G65/30Methods or devices for filling or emptying bunkers, hoppers, tanks, or like containers, of interest apart from their use in particular chemical or physical processes or their application in particular machines, e.g. not covered by a single other subclass
    • B65G65/34Emptying devices
    • B65G65/40Devices for emptying otherwise than from the top
    • B65G65/42Devices for emptying otherwise than from the top using belt or chain conveyors
    • DTEXTILES; PAPER
    • D01NATURAL OR MAN-MADE THREADS OR FIBRES; SPINNING
    • D01GPRELIMINARY TREATMENT OF FIBRES, e.g. FOR SPINNING
    • D01G23/00Feeding fibres to machines; Conveying fibres between machines
    • D01G23/02Hoppers; Delivery shoots

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Textile Engineering (AREA)
  • Structure Of Belt Conveyors (AREA)

Description

Transportinrichting
De onderhavige uitvinding betreft een transportinrichting, voorzien van een transportkanaal met een instroomopening en een uitstroomopening waarbij ten minste 5 een wand van het transportkanaal in de langsrichting van het kanaal beweegbaar is en een flexibel orgaan omvat zoals een band, welk flexibel orgaan wordt geleid vanaf een eerste rol naar een tweede rol, waarbij de tweede rol in hoofdzaak parallel geplaatst is aan de eerste rol waarbij, tenminste een gedeelte van het kanaal vanaf de instroomopening naar de uitstroomopening een afnemende doorsnede heeft een 10 transportinrichting, voorzien van een transportkanaal met een instroomopening en een uitstroomopening.
Een dergelijke inrichting is bekend uit de stand van de techniek. De bekende transportinrichtingen worden onder meer gebruikt voor het transporteren en geleiden van massastromen die worden gevormd door vaste, relatief kleine deeltjes. Hierbij kan 15 onder andere worden gedacht aan het transporteren van pellets, korrels en vezels, zoals glasvezels. De doorstroom van de productstromen door het transportkanaal zal doorgaans plaatsvinden onder invloed van de zwaartekracht en door de voortstuwkracht die door de verplaatsbare wand op de productstroom gezet wordt. De dwarsdoorsnede van het transportkanaal bepaalt daarbij de hoeveelheid product die het transportkanaal 20 per tijdseenheid zal verlaten. Een voorwaarde voor het instandhouden van een continue stroming door het transportkanaal, van een transportinrichting volgens de stand van de techniek is, dat de producten of goederen een relatief kleine onderlinge aanhechting vertonen. Wanneer de onderlinge aanhechting te groot wordt, kunnen in de transportstroom klitten, proppen of andere opstoppingen ontstaan die de doorstroming 25 van het transportkanaal nadelig zullen beïnvloeden.
In het geval dat te transporteren goederen een relatief grote onderlinge aanhechting hebben, kan het instandhouden van een continue stroming problemen opleveren. In de stand van de techniek zijn verdere oplossingen bekend om producten met een zeer hoge onderlinge aanhechting door een transportinrichting te bewegen. 30 Agrovezels bijvoorbeeld, kunnen met behulp van een plunjer door een transportkanaal gedwongen worden. Een nadeel van deze oplossing is, dat de producten aan de uitstroomopening van het kanaal pulsgewijs worden uitgestoten. Van een continue stroom producten is in dit geval geen sprake.
1010803 2
Het is het doel van de onderhavige uitvinding om te voorzien in een transportinrichting volgens de in de aanhef genoemde soort, waarbij ook in het geval van een stroom producten met een relatief hoge onderlinge aanhechting een continue doorstroming kan worden gewaarborgd.
5 Dat doel wordt in de onderhavige uitvinding bereikt doordat het afnemende gedeelte van het transportkanaal wordt gevolgd door een gedeelte met een toenemende dwarsdoorsnede.
Met behulp van de transportinrichting volgens de onderhavige uitvinding is het daardoor mogelijk om vanaf een instroomopening continu producten in het 10 transportkanaal in te brengen. Door het feit dat het transportkanaal tenminste over een gedeelte daarvan een afnemende doorsnede heeft, met andere woorden door het feit dat het transportkanaal tenminste over een gedeelte daarvan convergeert, kan de goederenstroom door het kanaal enigszins worden gecomprimeerd. Dat betekent dat eventueel aanwezige lucht in de goederenstroom tenminste gedeeltelijk uit de 15 goederenstroom kan worden verdrongen. Door het feit dat het gedeelte met een afhemende doorsnede wordt gevolgd door een gedeelte met een weer enigszins toenemende doorsnede, wordt bereikt dat de goederenstroom enigszins kan uitdijen. Daardoor wordt bewerkstelligd dat de beweegbare band een goede grip heeft op de stroming door het kanaal.
20 De uitvinding wordt verbeterd doordat dat het flexibele orgaan tussen de eerste rol en de tweede rol over een derde rol wordt geleid, die in hoofdzaak parallel geplaatst is aan de eerste en de tweede rol, waarbij de afstand van de draaiingsas van de derde rol tot aan het vlak dat wordt opgespannen door de draaiingsassen van de eerste en de tweede rol, instelbaar is.
25 Door tussen de eerste rol en de tweede rol een derde rol te plaatsen, waarbij de afstand van de draaiingsas van de derde rol tot aan het vlak dat wordt opgespannen door de draaiingsassen van de eerste en de tweede rol instelbaar is, kan bovendien de minimale doorsnede van het transportkanaal worden ingesteld. Het is ook denkbaar dat de draaiingsas van de derde rol verplaatst kan worden in de langsrichting van het 30 transportkanaal. Daardoor kan onder andere worden bereikt dat de lengte van respectievelijk het convergerende en het divergerende gedeelte van het transportkanaal kan worden gevarieerd.
1010803 3
De transportinrichting volgens de onderhavige uitvinding wordt verder verbeterd doordat de derde rol een excentrisch geplaatste draaiingsas omvat.
Door gebruik te maken van een excentrisch geplaatste draaiingsas voor de derde rol wordt een enigszins "peristaltische" beweging bereikt. De transportbaan zal door het 5 convergeren van het transportkanaal bij de instroomopening, een goede grip hebben op het materiaal dat door het kanaal stroomt. Door de excentrische plaatsing van de derde rol zal de minimale doorsnede van het transportkanaal periodiek afnemen en weer toenemen. Deze "peristaltische" beweging bereikt enerzijds een goed contact tussen de goederenstroom en het oppervlak van de beweegbare wand, terwijl anderzijds een 10 goede doorstroming van het kanaal wordt bereikt.
Verder is het volgens de onderhavige uitvinding mogelijk dat het flexibele orgaan geleid wordt over een vierde rol die in de draaiingsrichting geplaatst is tussen de tweede rol en de eerste rol. Door deze maatregel wordt bereikt dat de spanning die op de band staat door de excentrisch geplaatste draaiingsas van de derde rol niet verandert 15 onder invloed van de draaiing van de derde rol. Eventuele lengteveranderingen tussen de eerste rol en de tweede rol worden opgevangen door de vierde rol.
Volgens de uitvinding is het mogelijk dat de draaiingsassen van ten minste één van de eerste, de tweede, de derde of de vierde rollen verplaatsbaar is gelagerd.
Volgens de onderhavige uitvinding is het verder mogelijk dat het flexibele 20 orgaan in de bewegingsrichting tussen de tweede rol en de eerste rol geleid wordt over een spanelement met behulp waarvan het flexibele orgaan onder een constante spanning gehouden kan worden.
Door de aanwezigheid van een spanelement kan de lengte van de band enigszins groter worden gekozen dan de omtreksafstand die wordt beschreven door 25 opeenvolgende rollen. Daardoor wordt als het ware een soort buffer gevormd. Eventuele lengteveranderingen die nodig zijn voor de band (bijvoorbeeld door de verplaatsing van de draaiingsas van de derde rol) kunnen door de voorraadband in deze buffer worden opgevangen.
Volgens de uitvinding is het verder mogelijk dat in het flexibele orgaan 30 verstevigingselementen, zoals ribben, zijn aangebracht.
Wanneer producten, zoals vezels, met behulp van de transportinrichting volgens de onderhavige uitvinding worden getransporteerd, kan een relatief hoge druk worden opgebouwd op het oppervlak van het flexibele orgaan. De in het materiaal van het 1010803 4 flexibele orgaan aangebrachte verstevigingselementen kunnen in het gebruik voorkomen dat het flexibele orgaan te ver doorbuigt.
Om te bewerkstelligen dat het flexibele orgaan een goede grip heeft op de materiaalstroom door het transportkanaal, kan het oppervlak van het flexibele orgaan 5 worden voorzien van uitsteeksels.
Volgens de uitvinding is het mogelijk dat de derde rol is uitgevoerd als transportrol met daaraan centrisch geplaatste lagemokken, welke nokken worden opgenomen in openingen, die excentrisch aangebracht zijn in een hulpschijf. De rollen kunnen als vrijlooprol worden uitgevoerd, terwijl de hulpschijf zal worden 10 aangedreven. Hierdoor wordt slippen van de banden over het oppervlak van de derde rollen voorkomen, terwijl het uitoefenen van een drukkracht op de goederenstroom met behulp van de rollen wel mogelijk blijft.
Volgens de uitvinding is het verder mogelijk dat de vierde rol een gelijke vorm en stand heeft als de derde rol.
15 In een voordelige uitvoeringsvorm volgens de onderhavige uitvinding wordt het transportkanaal aan twee kanten begrensd door een beweegbare wand van het soort dat hierboven al beschreven is. Daarbij is het mogelijk dat het transportkanaal wordt omsloten door wanden, waarbij ten minste twee tegenover liggende wanden zijn uitgevoerd als beweegbare wand en de overige wanden zijn uitgevoerd als stationaire 20 wand, waarbij de draaiingsassen van de rollen in de stationaire wanden gelagerd worden.
Door de aanwezigheid van twee tegenoverliggende wanden, kan het doorstromen van het kanaal en uitoefenen van invloed op de stroming door het kanaal nog beter worden bewerkstelligd.
25 De onderhavige uitvinding zal verder worden toegelicht aan de hand van een drietal figuren, waarin: figuur 1 een schematisch aanzicht is van een mogelijke uitvoeringsvorm van het transportkanaal volgens de uitvinding; figuur 2 schematisch een weergave is van het effect van het excentrisch plaatsen 30 van de draaiingsas van de derde rol; figuur 3 een dwarsdoorsnede-aanzicht is van de beweegbare wand volgens de onderhavige uitvinding, met daarin het spanorgaan; 1010803 5 figuur 4 een perspectivisch aanzicht is van een bijzondere uitvoering van de derde rol; en figuur 5 een schematisch aanzicht is van de transportinrichting volgens de onderhavige uitvinding die is bevestigd boven de opening in een extruder.
5 In figuur 1 is de transportinrichting 1 volgens de onderhavige uitvinding weergegeven. De transportinrichting 1 omvat een transportkanaal 2 dat wordt begrensd door een eerste stationaire wand 3, een tweede stationaire wand 4 (gestippeld weergegeven) en twee tegenoverliggende beweegbare wanden 5 en 6. De beweegbare wanden 5 en 6 omvatten een flexibel orgaan 50 respectievelijk 60 dat geleid wordt over 10 achtereenvolgens een eerste rol 51 resp. 61; een derde rol 53 resp. 63; een tweede rol 52 resp. 62; en een vierde rol 54 resp. 64.
De draairichting van de rollen 51-54 is in de afgebeelde figuur in de richting van de wijzers van de klok. De bewegingsrichting van de rollen 61-64 is tegenovergesteld aan de richting van de rollen 51-54. Uit figuur 1 blijkt dat de beweegbare wanden 5 en 15 6 samen met de stationaire wanden 3 en 4 gezamenlijk de buitenwanden opspannen van een transportkanaal. Aan de bovenzijde van het transportkanaal kunnen producten worden toegevoerd. Door het feit dat de beweegbare wanden 5 en 6 kunnen bewegen vanaf de instroomopening van het kanaal aan de bovenzijde van de figuur, weergegeven met de pijlen 10 en 11 naar de uitstroomopening aan de onderzijde van de 20 figuur, weergegeven met de pijl 12, wordt bewerkstelligd dat de wanden 5 en 6 de producten door het transportkanaal 2 kunnen meeslepen. Hierdoor zijn ook producten die onderling een relatief grote aanhechting hebben, met de transportinrichting volgens de onderhavige uitvinding te transporteren.
De transportinrichting volgens de onderhavige uitvinding is bijvoorbeeld 25 geschikt voor het transporteren van agrovezels, zoals bastvezels of andere vezels zoals kokos en sisal. Deze bastvezels omvatten bijvoorbeeld vlas, hennep, kenaf, jute. Ook is het indien dat gewenst is mogelijk om houtvezels te transporteren.
De agrovezels en dan in het bijzonder de bastvezels kenmerken zich doordat de vezels aan de buitenzijde daarvan voorzien kunnen zijn van fibrillen. Wanneer de 30 vezels op elkaar worden gedrukt werken deze fibrillen als weerhaken. Dat betekent dat de vezels gemakkelijk aan elkaar blijven klitten.
Een ander kenmerk van de agrovezels is dat deze plaatselijk gedeformeerd kunnen zijn. Verder is het zo dat de buigeigenschappen van de vezels door de 1010803 6 deformatie plaatselijk kunnen zijn veranderd. Dat betekent dat een beschadigde agrovezels bij voorkeur bij de beschadigingen zal ombuigen. Dat betekent dat de vezels in het gebruik in de langsrichting daarvan gekromd kunnen zijn.
Deze eigenschappen maken dat de vezels, zeker wanneer deze onder druk op 5 elkaar gedwongen worden, een zeer grote onderlinge aanhechting zullen hebben. Ondanks het feit dat de aanhechting van de vezels op elkaar zeer groot is, blijkt in de praktijk dat de vezels met behulp van de transportinrichting volgens de onderhavige uitvinding zijn te transporteren.
Eventuele proppen of klonten die in de productstroom ontstaan, leiden niet 10 noodzakelijkerwijs tot een verstopping aan het transportkanaal. De proppen of de klonten worden door de wanden 5, 6 samen met de stroom producten door het transportkanaal 2 gedwongen.
In figuur 1 is verder te zien dat de transportbanden 50 en 60 voorzien kunnen zijn van verstevigingsribben 55, 65. In figuur 1 zijn deze verstevigingsribben 55, 65 15 zichtbaar afgebeeld. Het is natuurlijk ook mogelijk dat de verstevigingsribben 55, 65 in het materiaal van de banden 50, 60 zijn ingebracht. In plaats van verstevigingsribben 55, 65 kunnen ook andere verstevigingselementen, bijvoorbeeld gaasvormige, in het materiaal van de banden 50, 60 worden aangebracht. Het is duidelijk dat de banden 50, 60 ook kunnen worden versterkt met behulp van verstevigingselementen die meelopen 20 in de langsrichting van de banden 50, 60. In dat geval moet een materiaal gekozen worden dat bestand tegen de vermoeiingsbelasting die door de rollen op de verstevigingsbanden wordt aangebracht. De verstevigingsribben 55 en 65 maken het mogelijk dat de vervorming van de banden 50, 60 beperkt blijft ook wanneer de drukkrachten van het te transporteren product op de banden 50 en 60 relatief groot 25 wordt.
Om het contact tussen de transportbanden 50, 60 en de te transporteren goederen te verbeteren, kan het oppervlak van de banden 50, 60 zijn voorzien van uitsteeksels, bijvoorbeeld in de vorm van noppen.
Er is in figuur 1 te zien dat de draaiingsassen van de verschillende rollen 51-54 30 en 61-64 verplaatsbaar zijn aangebracht in de stationaire wanden 3 en 4. Dit is onder meer weergegeven met behulp van de gleuf 31 in de stationaire wand 3. Deze gleuf is in de figuren relatief kort afgebeeld. De gleuf kan veel langer zijn om de rollen een grote bewegingsvrijheid te geven. Met name voor de rollen 53 en 63 is het van belang 1010803 7 dat deze verplaatsing niet alleen in de verticale richting maar ook in de horizontale richting kan plaatsvinden.
Door een verplaatsing in verticale richting van de draaiingsas van de rollen 53, 63 kan de lengteverhouding tussen het convergerende gedeelte van het kanaal 2, en het 5 divergerende gedeelte van het kanaal worden gewijzigd. Door een verplaatsing in de horizontale richting van de draaiingsas van de rollen 53, 63 kan de breedte van de minimale doorsnede van het transportkanaal 2 worden ingesteld. Door het verder of minder ver uit elkaar plaatsen van de respectievelijke eerste rollen 51, 61 is het mogelijk om de compressieverhouding die bewerkstelligd kan worden met de 10 inrichting 1 volgens de onderhavige uitvinding te veranderen. Afhankelijk van het te transporteren materiaal kan het gewenst zijn een grotere of minder grote compressie te hebben. Wanneer de rollen 51, 61 relatief ver uit elkaar geplaatst zijn, zal de te bereiken compressie hoger zijn dan wanneer de rollen 51, 61 relatief dicht bij elkaar geplaatst worden.
15 De bewegingsvrijheid van de lagering van de verschillende rollen 51-54 respectievelijk 61-64 kan bijvoorbeeld worden uitgevoerd met behulp van een schijf 32 waarin een gleuf 31 is aangebracht. Door het roteren van de schijf 32 en het verplaatsen van de as over de lengte van de gleuf 31, kan de lagering van de as op een gewenste positie worden ingesteld.
20 In figuur 2 is in detail een gedeelte van het transportkanaal 2 afgebeeld, dat wordt begrensd door de rollen 53 en 63. Zoals gezegd, zijn deze rollen 53 en 63 voorzien van een asymmetrische draaiingsas, respectievelijk 20 en 21. Door de excentrische plaatsing van deze draaiingsassen 20 en 21 wordt ter hoogte van de rollen 53 en 63 een "peristaltische" beweging bewerkstelligd in het transportkanaal 2. In 25 figuur 2 is achtereenvolgens (vanaf links) weergegeven: een stand waarin het kanaal 2 een maximale doorsnede heeft ter hoogte van de rollen 53 en 63; een stand waarin de doorsnede ter hoogte van de rollen 53 en 63 enigszins is afgenomen; een stand waarin de doorsnede ter hoogte van de rollen 53 en 63 een minimale waarde heeft; en ten slotte een stand waarin de doorsnede ter hoogte van de rollen 53 en 63 weer enigszins is 30 toegenomen. De in de achtereenvolgende figuren weergegeven pijl geeft de bewegingsrichting aan van in het kanaal geplaatste goederen.
In figuur 3 is de wand 5 volgens de onderhavige uitvinding afgebeeld, waarbij tussen de vierde rol 54 en de eerste rol 51 een spanelement 40 is aangebracht. Het 1010803 i 8 spanelement 40 omvat een geleidingsrol 41 en een aandrukrol 42. De draaiingsas van deze aandrukrol 42 kan bijvoorbeeld worden bevestigd met behulp van veren, zodat een kracht kan worden uitgeoefend door de aandrukrol 42 in de richting van de pijl 43. Door deze maatregel wordt bewerkstelligd dat de totale lengte van de band 50 langer is 5 dan de omtrek die wordt omspannen door achtereenvolgens de rollen 51, 53, 52 en 54. Door het spanelement 40 wordt als het ware een buffer bewerkstelligd. Eventuele lengteveranderingen in de band (bijvoorbeeld door verbuiging van de band 50 onder druk van het te verplaatsen materiaal) kunnen worden opgevangen door de aanwezige buffer.
10 Wanneer de derde en vierde rollen respectievelijk 53, 54 en 63, 64 zijn uitgevoerd zoals afgebeeld is in de figuren 1, 2 en 3, kan slijtage optreden op het grensvlak tussen de rollen en de respectieve banden 50, 60. Wanneer namelijk zowel de rollen 51, 52 en 61, 62 als de rollen 53, 54 en de rollen 63, 64 worden aangedreven zal er afhankelijk van de stand van de rollen 53, 54 en 63, 64 een snelheidsverschil 15 optreden tussen de band 50, 60 en het oppervlak van de bijbehorende rollen 53, 54 respectievelijk 63, 64. Een oplossing is om de rollen 53, 54 en 63, 64 uit te voeren als vrijlopende rollen. Het nadeel daarvan is dat er een zeer grote wrijvingskracht moet bestaan tussen de banden 50 respectievelijk 60 en de bijbehorende rollen 53 en 63 om een voldoende peristaltisch effect te bereiken. Wanneer de wrijving tussen de banden 20 50, 60 met de rollen 53, 63 niet voldoende zou zijn zou in het geval van niet aangedreven 53, 63 de band 50, 60 langs het oppervlak van de rol 53, 63 kunnen glijden. In dat geval is er geen peristaltisch effect.
Een oplossing waarin de derde rol in principe kan worden uitgevoerd als vrijlopende rol, maar waarbij toch een peristaltisch effect gewaarborgd is staat 25 afgebeeld in figuur 4. In figuur 4 is schematisch de derde rol 73 afgebeeld met een centrisch geplaatste lagerpen 74. Deze lagerpen wordt niet direct in een ondersteuning gelagerd, maar wordt bevestigd in een opening 75 die is aangebracht in een tussenschijf 76. De opening 75 is excentrisch aangebracht in de tussenschijf 76. Door nu de tussenschijf 76 aan te drijven wordt toch het peristaltische effect gewaarborgd, terwijl 30 de rol 73 als vrijlooprol in de uitsparing 75 van de tussenschijf 76 kan worden gelagerd.
In figuur 5 is het geval weergegeven dat de inrichting 1 volgens de onderhavige uitvinding is bevestigd boven de instroomopening 80 van een extruderlichaam 81. Het extruderlichaam is zeer schematisch weergegeven. Onder de instroomopening 80 van 1010803 i' 9 het extruderlichaam 81 zijn twee extruderschroeven 82 afgebeeld. Het is duidelijk dat ook een enkelschroefsextruder of enige andere extruder afgebeeld had kunnen worden. De opening 80 in het extruderlichaam 81 sluit aan de bovenzijde aan op het buitenoppervlak 85 van het extruderlichaam 81. Om het draaien van de banden 5 respectievelijk 50, 60 mogelijk te maken om de verschillende rollen, kan uitstroomopening van het kanaal 2, dus het oppervlak van de banden 50, 60 niet zeer dicht boven de opening 80 worden aangebracht. In het onderste gedeelte van het toestroomkanaal 2, ter hoogte van de rollen 52, 62 zal een aanzienlijke druk kunnen worden opgebouwd in het materiaal dat met behulp van de inrichting 1 in de richting 10 van het extruderlichaam 81 wordt bewogen. Dat betekent dat ter hoogte van de instroomopening 80 het materiaal naar de in de tekening weergegeven linker- en rechterzijde het bovenoppervlak 85 van het extruderlichaam 81 zou willen volgen. Om te waarborgen dat de productstroom door het kanaal 2 in hoofdzaak geleid wordt in de instroomopening 80, kan op het bovenoppervlak 82 van het extruderlichaam 81 aan 15 weerszijden van het instroomkanaal 2 een tegenhoudlichaam 83 zijn gemonteerd. Dit tegenhoudlichaam 83 kan van enig geschikt materiaal gemaakt worden en kan bijvoorbeeld met behulp van bevestigingsmiddelen 84 zijn bevestigd in het lichaam van de extruder 81. Deze bevestigingsmiddelen 84 kunnen bijvoorbeeld een bout betreffen die is aangebracht in een gat in het extruderlichaam 81.
20 Een mogelijke toepassing van de uitvinding volgens de onderhavige uitvinding is dat de banden 50, 60 van de transportinrichting 1 niet met een gelijke snelheid worden voortbewogen, maar dat er een snelheidsverschil is tussen de banden 50, 60. Hiermee is een fijnafstelling mogelijk van de inrichting 1.
In de onderhavige beschrijving is steeds sprake geweest van het 25 meebewegen van te transporteren goederen met behulp van de beweegbare wanden 5 en 6. Het is natuurlijk ook mogelijk dat de beweegbare banden 5 en 6 worden gebruikt voor het afremmen van te verplaatsen goederen. Hiermee kan worden bewerkstelligd dat een relatief grote massastroom, die wordt opgewekt onder invloed van de zwaartekracht, met behulp van de beweegbare wanden 5 en 6 wordt gereguleerd.
1010803 '

Claims (12)

1. Transportinrichting (1), voorzien van een transportkanaal (2) met een instroomopening (10, 11) en een uitstroomopening (12) waarbij ten minste een wand 5 van het transportkanaal (2) in de langsrichting van het kanaal (2) beweegbaar is en een flexibel orgaan omvat zoals een band (50, 60), welk flexibel orgaan (50, 60) wordt geleid vanaf een eerste rol (51, 61) naar een tweede rol (52, 62), waarbij de tweede rol (52, 62) in hoofdzaak parallel geplaatst is aan de eerste rol (51, 61) waarbij, tenminste een gedeelte van het kanaal (2) vanaf de instroomopening (10, 11) naar de 10 uitstroomopening (12) een afnemende doorsnede heeft, met het kenmerk, dat het afnemende gedeelte van het transportkanaal (2) wordt gevolgd door een gedeelte met een toenemende dwarsdoorsnede.
2. Transportinrichting (1) volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het flexibele orgaan (50, 60) tussen de eerste rol (51, 61) en de tweede rol (52, 62) over een 15 derde rol (53, 63) wordt geleid, die in hoofdzaak parallel geplaatst is aan de eerste (51, 61) en de tweede rol, waarbij de afstand van de draaiingsas van de derde rol (53, 63) tot aan het vlak dat wordt opgespannen door de draaiingsassen van de eerste (51, 61) en de tweede rol (52, 62), instelbaar is.
3. Transportinrichting (1) volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de derde 20 rol (53, 63) een excentrisch geplaatste draaiingsas omvat.
4. Transportinrichting (1) volgens conclusie 2 of 3, met het kenmerk, dat het flexibele orgaan (50, 60) geleid wordt over een vierde rol (54, 64) die in de draaiingsrichting geplaatst is tussen de tweede rol (52, 62) en de eerste rol (51, 61).
5. Transportinrichting (1) volgens een van de voorgaande conclusies, met het 25 kenmerk, dat de draaiingsassen van ten minste één van de eerste (51, 61), de tweede (52, 62), de derde (53, 63) of de vierde (54, 64) rollen verplaatsbaar is gelagerd.
6. Transportinrichting (1) volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het flexibele orgaan (50, 60) in de bewegingsrichting tussen de tweede rol (52, 62) en de eerste rol (51, 61) geleid wordt over een spanelement (40) met behulp 30 waarvan het flexibele orgaan (50, 60) onder een constante spanning gehouden kan worden. 1010803 '
7. Transportinrichting (1) volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat in het flexibele orgaan (50, 60) verstevigingselementen (55, 65), zoals ribben, zijn aangebracht.
8. Transportinrichting (1) volgens een van de voorgaande conclusies, met het 5 kenmerk, dat op het oppervlak van het buigzame orgaan (50, 60) uitsteeksels zijn aangebracht.
9. Transportinrichting volgens een van de conclusies 2-8, met het kenmerk, dat de derde rol is uitgevoerd als transportrol (73) met daaraan centrisch geplaatste lagemokken (74), welke nokken worden opgenomen in openingen (75), die excentrisch 10 aangebracht zijn in een hulpschijf (76).
10. Transportinrichting volgens een van de conclusies 4-9, met het kenmerk, dat de vierde rol (54, 64) een gelijke vorm en stand heeft als de derde rol (53, 63).
11. Transportinrichting (1) volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat ten minste twee tegenoverliggende wanden van het transportkanaal (2) 15 zijn uitgevoerd als beweegbare wand.
12. Transportinrichting (1) volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat het transportkanaal (2) wordt omsloten door wanden, waarbij ten minste twee tegenover liggende wanden zijn uitgevoerd als beweegbare wand (5, 6) en de overige wanden (3, 4. zijn uitgevoerd als stationaire wand, waarbij de draaiingsassen van de rollen (51, 52, 20 53, 54, 61, 62, 63, 64) in de stationaire wanden gelagerd worden. 1010803 ;
NL1010803A 1998-12-14 1998-12-14 Transportinrichting. NL1010803C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1010803A NL1010803C2 (nl) 1998-12-14 1998-12-14 Transportinrichting.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1010803 1998-12-14
NL1010803A NL1010803C2 (nl) 1998-12-14 1998-12-14 Transportinrichting.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1010803C2 true NL1010803C2 (nl) 2000-06-19

Family

ID=19768308

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1010803A NL1010803C2 (nl) 1998-12-14 1998-12-14 Transportinrichting.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL1010803C2 (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN105151641A (zh) * 2015-09-09 2015-12-16 苏州艾隆科技股份有限公司 一种新型转运装置

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR954539A (nl) * 1946-10-10 1950-01-03
DE976511C (de) * 1953-12-05 1963-10-17 Texthold A G Fasergutspeiser fuer Spinnereivorbereitungsmaschinen od. dgl.
DE1190847B (de) * 1958-03-14 1965-04-08 Schubert & Salzer Maschinen Verfahren und Vorrichtung zum Speisen von Spinnereivorbereitungsmaschinen
DE2035994A1 (de) * 1969-07-21 1971-02-18 Service dExploitation Industnel Ie des Tabacs et des Allumettes, Paris Vorrichtung zur Schaffung eines regel maßigen Matenalstromes bei faserigem Material
EP0341450A1 (de) * 1988-05-11 1989-11-15 Maschinenfabrik Rieter Ag Vorrichtung zum Austragen einer Fasermatte aus einem Speiseschacht

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR954539A (nl) * 1946-10-10 1950-01-03
DE976511C (de) * 1953-12-05 1963-10-17 Texthold A G Fasergutspeiser fuer Spinnereivorbereitungsmaschinen od. dgl.
DE1190847B (de) * 1958-03-14 1965-04-08 Schubert & Salzer Maschinen Verfahren und Vorrichtung zum Speisen von Spinnereivorbereitungsmaschinen
DE2035994A1 (de) * 1969-07-21 1971-02-18 Service dExploitation Industnel Ie des Tabacs et des Allumettes, Paris Vorrichtung zur Schaffung eines regel maßigen Matenalstromes bei faserigem Material
EP0341450A1 (de) * 1988-05-11 1989-11-15 Maschinenfabrik Rieter Ag Vorrichtung zum Austragen einer Fasermatte aus einem Speiseschacht

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN105151641A (zh) * 2015-09-09 2015-12-16 苏州艾隆科技股份有限公司 一种新型转运装置

Similar Documents

Publication Publication Date Title
JP5537774B2 (ja) 低摩擦の直結駆動コンベヤベルト
US4231461A (en) Reservoirs for cigarettes
US7441645B2 (en) Accumulation table
US4221288A (en) Conveyor roller
AU2007265273B2 (en) Roller-belt conveyor with infeed pull-away
US8079458B2 (en) Device for spreading objects apart
JPH08324777A (ja) ローラ運搬装置
JPS6326041B2 (nl)
CN101208251A (zh) 角度可变的辊子皮带及传送装置
US6523669B1 (en) Article guide for an apparatus for controlling the flow of articles
US4372441A (en) Accumulating conveyor
US4301914A (en) Accumulating conveyor
JP3443565B2 (ja) 輸送装置
NL8200005A (nl) Steuninrichting voor een buisvormige transportband.
NL1010803C2 (nl) Transportinrichting.
US6062376A (en) Zero back-pressure conveyor system
NL9301483A (nl) Vouwinrichting voor het zigzagvouwen van een vel.
US5641056A (en) Conveyor system
US5823526A (en) Sheet delivery for a sheet-fed printing press
JP2609034B2 (ja) 印刷機の排紙装置もしくは給紙装置の給紙テーブルに設けられたシート搬送装置
JPH0779602B2 (ja) ドウの成形方法及びドウ延伸装置
US20060151302A1 (en) Metering discharge bed for belt-driven roller conveyor
JP2798362B2 (ja) ラウンドコンベヤベルトの搬送装置
NL9200586A (nl) Vulstuk.
AU2356299A (en) Method for a gap-free line-up of containers supplied successively from a pick-up section

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20070701