NL1007259C2 - Doorvoerinrichting - Google Patents

Doorvoerinrichting Download PDF

Info

Publication number
NL1007259C2
NL1007259C2 NL1007259A NL1007259A NL1007259C2 NL 1007259 C2 NL1007259 C2 NL 1007259C2 NL 1007259 A NL1007259 A NL 1007259A NL 1007259 A NL1007259 A NL 1007259A NL 1007259 C2 NL1007259 C2 NL 1007259C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
feed
plate parts
tubular elements
plate
gas
Prior art date
Application number
NL1007259A
Other languages
English (en)
Inventor
Jan Baars
Reinier Van Denzel
Original Assignee
Filoform Bv
Depla Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Filoform Bv, Depla Bv filed Critical Filoform Bv
Priority to NL1007259A priority Critical patent/NL1007259C2/nl
Priority to BE9800738A priority patent/BE1011409A3/nl
Priority to DE1998147174 priority patent/DE19847174A1/de
Priority to BE9900217A priority patent/BE1011410A3/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1007259C2 publication Critical patent/NL1007259C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B29WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
    • B29CSHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
    • B29C51/00Shaping by thermoforming, i.e. shaping sheets or sheet like preforms after heating, e.g. shaping sheets in matched moulds or by deep-drawing; Apparatus therefor
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B29WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
    • B29CSHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
    • B29C51/00Shaping by thermoforming, i.e. shaping sheets or sheet like preforms after heating, e.g. shaping sheets in matched moulds or by deep-drawing; Apparatus therefor
    • B29C51/26Component parts, details or accessories; Auxiliary operations
    • B29C51/266Auxiliary operations after the thermoforming operation
    • B29C51/267Two sheets being thermoformed in separate mould parts and joined together while still in the mould
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16LPIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16L43/00Bends; Siphons
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16LPIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16L9/00Rigid pipes
    • F16L9/18Double-walled pipes; Multi-channel pipes or pipe assemblies
    • F16L9/19Multi-channel pipes or pipe assemblies
    • F16L9/20Pipe assemblies

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Rigid Pipes And Flexible Pipes (AREA)
  • Casting Or Compression Moulding Of Plastics Or The Like (AREA)
  • External Artificial Organs (AREA)

Description

Titel: Doorvoerinrichting.
De uitvinding heeft betrekking op een doorvoerinrichting, voorzien van tenminste twee buisvormige elementen, welke buisvormige elementen gas- en vloeistofdicht ten opzichte van elkaar zijn gescheiden. Een 5 dergelijke inrichting is uit de praktijk bekend en wordt bijvoorbeeld geleverd door de firma Wavin, Nederland.
De bekende doorvoerinrichting omvat een plaatdeel met een aantal zich evenwijdig aan elkaar door het plaatdeel uitstrekkende buisvormige elementen, waarvan de 10 lengte-assen zich ongeveer haaks op het vlak van het plaatdeel uitstrekken. Daarbij strekt elk buisvormig element zich over een ten opzichte van de doorsnede daarvan relatief korte lengte aan beide zijden van het plaatdeel uit. Tijdens gebruik wordt een doorvoerbuis door het 15 betreffende buisvormige element gestoken, zodanig dat de vrije langsrand daarvan zich boven de langsrand van één van de einden van het betreffende buisvormige element uitstrekt, waarna op de buis en het betreffende buisvormige element een losse opzetring wordt gelijmd, zodanig dat de 20 buis daardoor met de doorvoerinrichting wordt verbonden, onder gas- en vloeistofdichte afdichting van de ruimte tussen de buis en de doorvoerinrichting.
Deze bekende inrichting heeft als nadeel dat voor koppeling van een doorvoerbuis met een buisvormig element, 25 voor de vorming van de doorvoerinrichting steeds een los, extra onderdeel noodzakelijk is, hetwelk bovendien verlijmd dient te worden met het buisvormige element. Een dergelijke inrichting is relatief kostbaar in productie en gebruik, terwijl bovendien een relatief grote kans bestaat dat 30 tijdens montage fouten optreden, waardoor bijvoorbeeld een verkeerde aansluiting wordt verkregen of de of elke betreffende aansluiting niet volledig gas- en vloeistofdicht zal zijn.
1 0 0 7 2 5 9 2
De onderhavige uitvinding beoogt een doorvoerinrichting van de in de aanhef beschreven soort, waarbij de genoemde nadelen zijn vermeden, met behoud van de voordelen daarvan. Daartoe wordt een doorvoerinrichting 5 volgens de uitvinding gekenmerkt door de maatregelen volgens conclusie 1.
Door bij een doorvoerinrichting volgens onderhavige uitvinding te voorzien in afdichtingsmiddelen nabij tenminste één van de open einden van de buisvormige 10 elementen kan, indien nodig, direct een koppeling worden verkregen tussen een doorvoerinrichting volgens onderhavige uitvinding en een verdere doorvoerinrichting of een geschikt, bij voorkeur standaard buiselement, zoals een kunststof pijp. In principe kan daarbij een vaste 15 verbinding worden verkregen door gebruik van verlijming of lassen doch het verdient de voorkeur dat de betreffende afdichtingsmiddelen zijn uitgevoerd als een althans gedeeltelijk kracht- of vormgesloten koppelmiddel, bijvoorbeeld een schuifmof of klemmof. Daarbij kan 20 bijvoorbeeld een kunststof of rubberen ring zijn voorzien voor de vorming van een gas- en vloeistofdichte verbinding. Bij gebruik van een doorvoerinrichting volgens onderhavige uitvinding wordt daardoor het voordeel verkregen dat geen extra onderdelen nodig zijn voor het verkrijgen van een 25 geschikte verbinding, terwijl toch een reeks buisvormige elementen wordt verkregen die onderling zijn verbonden, welke ineens kunnen worden aangebracht, bijvoorbeeld in een vloer en/of muur, welke buisvormige elementen onderling gas- en vloeistofdicht zijn verbonden, terwijl koppeling 30 met verdere doorvoerinrichtingen en/of buiselementen en dergelijke bijzonder eenvoudig en eenduidig mogelijk is.
In een voorkeursuitvoeringsvorm wordt een inrichting volgens de uitvinding gekenmerkt door de maatregelen volgens conclusie 3.
35 Een doorvoerinrichting in deze uitvoeringsvorm heeft het voordeel dat hiermee doorvoerkanalen kunnen worden 1007259 3 verkregen tussen bijvoorbeeld een verticaal en een horizontaal gelegen bouwelement zoals een muur en een vloer, waarbij de doorvoerinrichting een relatief klein inbouwvolume heeft terwijl de buisvormige elementen een 5 relatief lage doorvoerweerstand zullen hebben. Voorts heeft een dergelijke uitvoeringsvorm het voordeel dat deze een relatief kleine inbouwdikte heeft en bijvoorbeeld eenvoudig tussen een ondervloer en een dekvloer of in een vloer of wand kan worden gepositioneerd zonder dat daardoor veel 10 ruimteverlies optreedt. In een dergelijke toepassing is een doorvoerinrichting volgens onderhavige uitvinding bijvoorbeeld ook bijzonder geschikt voor gebruik voor de vorming van gebogen en meanderende vloeistofkanalen zoals kanalen voor een vloer- of wandverwarming.
15 In nadere uitwerking wordt een doorvoerinrichting volgens onderhavige uitvinding gekenmerkt door de maatregelen volgens conclusie 5.
Het eerste plaatdeel, dat vast is verbonden met de buisvormige elementen en zich bij voorkeur ongeveer haaks 20 op de lengte-as van de betreffende buisvormige elementen nabij het betreffende eerste plaatdeel uitstrekt, biedt het voordeel dat daarmee de doorvoerinrichting eenvoudig in of op een bouwelement zoals een vloer of een muur kan worden vastgezet, waardoor een eenduidige en vaste positionering 25 van de buisvormige elementen wordt verkregen. Met behulp van het ten minste ene tweede plaatdeel kan de doorvoerinrichting nabij de tegenover gelegen einden van de buisvormige elementen in of tegen een verder bouwelement worden vastgezet, waarbij de bevestigingsmiddelen de 30 mogelijkheid bieden dat de afstand en/of positie van het eerste plaatdeel ten opzichte van het tenminste ene tweede plaatdeel naar behoefte kan worden ingesteld. Hierdoor wordt een relatief eenvoudige bevestigingswijze van de doorvoerinrichting verkregen, welke bovendien een grote 35 inbouwvrijheid toelaat.
H 07 259 4
In een eerste voorkeursuitvoeringsvorm wordt een doorvoerinrichting volgens de uitvinding gekenmerkt door de maatregelen volgens conclusie 6.
In een dergelijke uitvoeringsvorm is een 5 doorvoerinrichting in het bijzonder geschikt voor het in of door een woning leiden van verschillende nutsaansluitingen en dergelijke, zoals bijvoorbeeld gas- en waterleidingen, electriciteits-, radio- en televisieleidingen en dergelijke. Een dergelijke doorvoerinrichting kan 10 bijvoorbeeld tijdens de bouw van een woning of nadien tussen de vloer van een meterkast of dergelijke en de gevel van de betreffende woning worden aangebracht, waardoor aansluitingen bijzonder eenvoudig kunnen worden aangebracht.
15 In een tweede voorkeursuitvoeringsvorm wordt een doorvoerinrichting volgens de uitvinding gekenmerkt door de maatregelen volgens conclusie 7.
In een dergelijke uitvoeringsvorm is een doorvoerinrichting volgens de uitvinding in het bijzonder 20 geschikt voor de vorming van gebogen, eventueel meanderende waterkanalen voor bijvoorbeeld een vloer- of wandverwarming en dergelijke.
In een bijzonder voordelige uitvoeringsvorm wordt een doorvoerinrichting volgens onderhavige uitvinding 25 gekenmerkt door de maatregelen volgens conclusie 8.
Gebruik van een multi-laag vacuumvormtechniek voor de vorming van een doorvoerinrichting volgens onderhavige uitvinding biedt het voordeel dat een dergelijke doorvoerinrichting bijzonder betrouwbaar en relatief 30 eenvoudig vervaardigd kan worden, tegen relatief geringe kosten, welke inrichting op bijzonder economische wijze kan worden toegepast.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een werkwijze voor de vervaardiging van een doorvoerinrichting, 35 gekenmerkt door de maatregelen volgens conclusie 9.
1007259 5
Bij een dergelijke werkwijze wordt in een matrijs met daarin opgenomen in hoofdzaak de gewenste contour van de doorvoerinrichting in de vorm van een reeks vormholten, tenminste een tweetal op elkaar gelegen kunststof platen 5 gepositioneerd, welke op geschikte wijze worden verhit, zodanig dat deze door vacuumvormen kunnen worden vervormd. Vervolgens wordt door het creëren van een drukverschil tussen enerzijds de eventuele ruimte tussen de plaatdelen en anderzijds de ruimte tussen elk der buitenste plaatdelen 10 en de daarbij gelegen tenminste ene vormholte ervoor zorggedragen dat de verwarmde plaatdelen in de vormholten tegen de wand daarvan worden gedrukt. Daarbij worden de plaatdelen door de matrijsdelen welke zich tussen en langs de vormholten uitstrekken zodanig op elkaar geperst, dat 15 deze onder invloed van de druk en/of verhoogde temperatuur onderling worden verbonden, in het bijzonder door gedeeltelijk samensmelten. Hierdoor worden op eenvoudige wijze gas- en vloeistofdicht van elkaar gescheiden buisvormige elementen verkregen, terwijl bovendien 20 eenvoudig kamers en dergelijke kunnen worden meegevormd voor de vorming van bijvoorbeeld de afdichtingsmiddelen, indien deze gewenst zijn.
Een dergelijke werkwijze heeft het voordeel boven bijvoorbeeld het uit een aantal buisvormige elementen 25 verlijmen of inschuimen samenstellen van een doorvoerinrichting volgens onderhavige uitvinding dat in een bijzonder beperkt aantal productiestappen ineens een doorvoerinrichting wordt verkregen, waardoor de werkwijze relatief goedkoop kan worden uitgevoerd. Bovendien wordt 30 hierdoor verzekerd dat elk der buisvormige elementen gas-en vloeistofdicht is.
Een doorvoerinrichting volgens onderhavige uitvinding kan eveneens worden vervaardigd door vacuumvormen van twee, bij voorkeur spiegelsymmetrische 35 plaatdelen, welke plaatdelen bij voorkeur elk een deel van elk der buisvormige elementen omvatten, welke plaatdelen 1007259 6 vervolgens op elkaar worden gelijmd of gelast, zodanig dat de gewenste gas- en vloeistofdichte buisvormige elementen worden verkregen. Een dergelijke werkwijze heeft echter ten opzichte van de werkwijze volgens conclusie 9 als nadeel 5 dat mogelijk fouten in de verlijming of lassen tussen de plaatdelen kunnen optreden, waardoor de gas- en vloeistofdichte afdichting tussen twee of meer buisvormige elementen verloren kan gaan. Bovendien kunnen de daarbij te gebruiken verlijmingsmiddelen ongezond zijn voor de 10 gebruiker. Verlijmen of lassen van vacuumgevormde plaatdelen kan echter relatief goedkoop zijn, terwijl bovendien de benodigde gereedschappen relatief voordelig kunnen zijn. Een werkwijze volgens conclusie 9 biedt het voordeel dat de vorming van de buisvormige elementen en de 15 gas- en vloeistofdichte verbinding tussen de platen in één bewerkingsgang wordt verkregen, hetgeen economisch voordelig is.
Nadere uitwerkingsvormen van een doorvoerinrichting en een werkwijze volgens onderhavige uitvinding zijn 20 gegeven in de volgconclusies.
Ter verduidelijking van de uitvinding zullen uitvoeringsvoorbeelden van een doorvoerinrichting en werkwijze worden beschreven en toegelicht aan de hand van de tekening. Daarin toont: 25 fig. 1 in zij-aanzicht een doorvoerinrichting volgens de uitvinding; fig. 2 een doorvoerinrichting volgens fig. 1 in zijaanzicht; fig. 3 in doorgesneden zij-aanzicht een aansluit- en 30 afdichtingsmiddel van een doorvoerinrichting volgens figuur 1 en 2, volgens de lijn III-III in fig. 2; fig. 4 een eerste alternatieve uitvoeringsvorm van een doorvoerinrichting volgens de uitvinding; fig. 5 een tweede alternatieve uitvoeringsvorm van 35 een doorvoerinrichting volgens de uitvinding; en 1 0 0 7 2 5 9 7 fig. 6 schematisch een inrichting voor het vervaardigen van een doorvoerinrichting volgens de uitvinding.
In de tekening hebben corresponderende delen 5 corresponderende verwijzingscijfers.
Een doorvoerinrichting 1 volgens de figuren 1-3 omvat een lijf 2 met een vijftal buisvormige elementen BA
BE. Elk buisvormig element 3 heeft aan een eerste einde 4 een uitvoeropening 7A-E en aan het tegenover gelegen tweede 10 einde 6 een invoeropening 5A-E. Overigens kan uiteraard elk gewenst aantal buisvormige elementen 3 zijn voorzien.
Tussen elke uitvoeropening 7 en invoeropening 5 is het betreffende doorvoerelement in hoofdzaak cirkelsegmentvormig met relatief korte rechte einden 8, 9, 15 waarbij tussen de rechte einden 8, 9 een bocht 10 met een hoek van 90° en een relatief ten opzichte van de doorsnede van de buisvormige elementen grote buigstraal is ingesloten. In de getoonde uitvoeringsvorm hebben de buisvormige elementen elk een cirkelvormige dwarsdoorsnede. 20 De buisvormige elementen 3A-E zijn naast elkaar in een vlak gelegen, waarbij de bochten 10 concentrisch zijn gepositioneerd. Tussen de buiselementen 3A-E zijn scheidingsranden 11 opgenomen. Langs de binnenbocht van het binnenste buiselement 3A en langs de buitenbocht van het 25 buitenste buisvormige element 3E zijn eindranden 12 aangebracht. De buisvormige elementen 3A-E zijn onderling gas- en vloeistofdicht gescheiden door de scheidingsranden 11 en eindranden 12, terwijl elk buisvormig element 3 positievast is binnen de doorvoerinrichting 1.
30 Nabij elke uitvoeropening 7 en invoeropening 5 is een afdichtingsmiddel 13 aangebracht, in meer detail weergegeven in figuur 3.
Elk afdichtmiddel 13 omvat een kamer 14 met een cirkelvormige binnendoorsnede die enigszins groter is dan 35 de binnendoorsnede van het er op aansluitende buisvormige element 3, welke kamer 14 aan de van het betreffende 1007259 8 buisvormige element 3 afgekeerde zijde aansluit op een rondlopende groef 15 met een eveneens cirkelvormige doorsnede, met een diameter die enigszins groter is dan de diameter van de kamer 14. Tussen de groef 15 en de nabij 5 gelegen uitvoeropening 7 of invoeropening 5 is een tweede kamer 16 aangebracht met een cirkelvormige doorsnede die enigszins kleiner is dan de doorsnede van de groef 15 doch groter dan de doorsnede van de kamer 14. De kamers 14 en 16 en de groef 15 hebben een gemeenschappelijke lengte-as. In 10 de groef 15 is een afdichtring 17 aangebracht waarvan de binnenzijde ongeveer gelijk ligt met de wand van de kamer 14. Een standaard buis 18, in figuur 3 weergegeven in onderbroken lijnen, kan via de uitvoeropening 7 of invoeropening 5 door de kamer 16 en de afdichtring 17 met 15 een vrij einde in de kamer 14 worden geschoven en daarin eventueel worden vastgezet, bijvoorbeeld door verlijmen, een schroefdraadverbinding, perspassing of dergelijke. De afdichtring 17 sluit daarbij gas- en vloeistofdicht aan op de buitenzijde van de buis 18. Het is evenwel ook mogelijk 20 dat de buis 18 reeds door klemming door de afdichtring 17 gas- en vloeistofdicht wordt vastgehouden in het einde 4 resp. 6. De afmetingen van de respectieve aansluitmiddelen 13 van de buisvormige elementen 3A-E zijn bij voorkeur zodanig gekozen dat buizen met standaard handelsafmetingen 25 daarin passend kunnen worden opgenomen.
Langs de uitvoeropeningen 7A-E is een eerste plaatdeel 19 meegevormd, dat zich evenwijdig aan het door de uitvoeropeningen 7 bepaalde vlak uitstrekt, zodanig dat de lengte-assen van de rechte einden 9 van de buisvormige 30 elementen 3 zich ongeveer haaks op het eerste plaatdeel 19 uitstrekken. Dit eerste plaatdeel 19 is bijvoorbeeld geschikt om in of tegen een gevel, wand of dergelijk bouwdeel te worden bevestigd, voor het verkrijgen van een vaste positionering van de uitvoeropeningen 7. Bovendien 35 kunnen langs buitenranden van het lijf 2 verdere plaatdelen 20A, 20B zijn voorzien, eveneens geschikt voor 1 0 0 7 259 9 positionering van de doorvoerinrichting 1 op of in een bouwdeel. In de langsranden 12 kunnen openingen 21 zijn aangebracht voor het vastzetten van de doorvoerinrichting 1.
5 Nabij de invoeropeningen 5 zijn in de eindranden 12 reeksen tegenover elkaar liggende uitsparingen 22 aangebracht, waarin tweede plaatdelen 23 kunnen worden vastgezet, zoals getoond in figuur 2. Door een geschikte keuze van een uitsparing 22 voor bevestiging van een tweede 10 plaatdeel 23 kunnen de tweede plaatdelen 23 zodanig worden aangebracht dat deze bijvoorbeeld kunnen aansluiten op een vloer of in een bekisting kunnen worden opgenomen, voor het vastzetten en positioneren van de invoeropeningen 5A-E.
De in de figuren 1-3 getoonde uitvoeringsvorm van 15 een doorvoerinrichting volgens de uitvinding is bijvoorbeeld in het bijzonder geschikt voor het doorvoeren van allerhande aansluitleidingen, zoals voor gas, water, electra, telefoon en centrale antenne. Een doorvoerinrichting volgens de uitvinding kan tijdens of na 20 de bouw van een woning worden aangebracht tussen een buitengevel en de vloer van bijvoorbeeld een meterkast, zodanig dat de genoemde leidingen vanaf de buitenzijde van de woning in de meterkast kunnen worden gevoerd. Als gevolg van de standaard afdichtmiddelen 13 en aansluitopeningen 5, 25 7 kunnen eenvoudige, algemeen beschikbare buizen in de doorvoerinrichting worden gestoken voor verlenging daarvan, bijvoorbeeld tot in een bouwput, tot boven een vloer of naar een verdere verdieping. Bovendien kunnen daardoor verschillende doorvoerkoppelingen onderling worden 30 verbonden, bijvoorbeeld voor de vorming van meandervormige, of anderszins gebogen doorvoerkanalen. Als gevolg van de relatief grote buigstralen wordt het voordeel bereikt dat de leidingen eenvoudig door de buisvormige elementen kunnen worden gestoken, hetgeen gebruik vereenvoudigt. In deze 35 toepassing verdient het de voorkeur dat bijvoorbeeld met behulp van twee of meer componenten schuim binnen de 1007259 10 buisvormige elementen rond daardoor geleide leidingen een afdichting wordt gecreëerd, zodanig dat elk der buisvormige elementen is afgesloten.
Aan de buitenzijde van de doorvoerinrichting is op 5 enige afstand onder het eerste plaatdeel 19 rond het lijf 2 en over de buisvormige elementen 3 een schuimblok 24 aangebracht, bedoeld om althans gedeeltelijk te worden opgenomen in of aan te liggen tegen of in een of dergelijk bouwelement, als isolatie en afdichting. Bovendien kan 10 daardoor beschadiging van de inrichting 1 worden verhinderd.
Aangezien de buisvormige elementen 3 alle in één vlak zijn gelegen heeft een inrichting 1 volgens de uitvinding een relatief kleine inbouwbreedte in verhouding 15 tot de hoogte en diepte. Een doorvoerinrichting volgens de uitvinding kan, in de in figuur 1 getoonde uitvoeringvorm, bijvoorbeeld de volgende afmetingen hebben, welke afmetingen overigens geenszins als beperkend dienen te worden opgevat. Een inrichting volgens figuur 1 heeft 20 bijvoorbeeld een hoogte H en een diepte D van ongeveer 1250 mm en een breedte B van 80 mm, waarbij het eerste plaatdeel 19 en het schuimblok 24 een breedte B' kunnen hebben van ongeveer 150 mm. Hierdoor neemt een doorvoerinrichting 1 volgens de uitvinding relatief weinig ruimte 1, terwijl 25 toch alle gewenste leidingen eenvoudig in de woning kunnen worden geleid. Voor gebruik in bijvoorbeeld een verwarmingssysteem kunnen de buitenafmetingen bijvoorbeeld 250 x 250 x 15 mm zijn.
Een doorvoerinrichting volgens de figuren 1-3 kan 30 zijn gevormd uit twee in hoofdzaak plaatvormige helften 25A, 25B, welke spiegelsymmetrisch zijn ten opzichte van het vlak V in figuur 2. De beide helften 25A, 25B kunnen zijn vervaardigd door vacuüm vormen, waarna de plaatvormige delen op elkaar zijn gelijmd of anderszins verbonden, 35 zodanig dat tenminste de eindranden 12 en de
scheidingsranden 11 van de beide plaatdelen 25A, 25B
1007259 11 onderling zijn verbonden, zodanig dat daardoor een gas- en vloeistofdichte scheiding tussen de buisvormige elementen 3 onderling wordt verkregen en alle buisvormige elementen, afgezien van de uitvoeropening 7 resp. invoeropening 5, 5 naar de omgeving gas- en vloeistofdicht zijn.
In een voorkeursuitvoeringsvorm is een doorvoerinrichting 1 volgens de figuren 1-3 echter vervaardigd met behulp van een multiplaat vacuümvorm techniek, gebruikelijk aangeduid als twin- of multi-sheet 10 vacuümvorming. Een daarvoor geschikte inrichting is schematisch weergegeven in figuur 6.
De in figuur 6 getoonde inrichting 30 omvat een eerste matrijshelft 31 en een tweede matrijshelft 32, elk voorzien van een reeks matrijsholten 32A-E resp. 33A-E. In 15 de getoonde uitvoeringsvorm is de inrichting 30 weergegeven voor de vorming van een vijftal rechte kanalen met cirkelvormige doorsnede, waarvan de doorsnede wordt bepaald door de samenwerkende matrijsholten 32A - 33A tot en met 32E - 33E. Op elke matrijsholte 32A-32E resp. 33A-33E sluit 20 een aantal vacuümleidingen 34 resp. 35 aan, welke in verbinding staan met als pompmiddelen weergegeven vacuümmiddelen 36 resp. 37.
In figuur 6 is een tweetal plaatdelen 25A, 25B tussen de matrijshelften 31, 32 opgenomen, welke platen 25 25A, 25B uit thermisch vervormbare kunststof zijn vervaardigd. Tussen de plaatdelen 25A, 25B kan steeds ter hoogte van twee tegenover elkaar gelegen matrijsholten 32, 33 een luchtinvoerleiding 40 zijn aangebracht, welke in verbinding staat met pompmiddelen 41. Tijdens gebruik kan 30 via de luchtinvoerleidingen 40 lucht tussen de plaatdelen 25A, 25B worden gebracht, om nog nader te noemen redenen.
Overigens kan, wanneer de vacuumdruk voldoende hoog is, worden volstaan met lucht in voermiddelen die bijvoorbeeld in open verbinding staan met de omgeving.
35 Een inrichting 30 volgens figuur 6 kan als volgt worden gebruikt.
1007259 12
De matrijshelften 31, 32 worden, onder tussenkomst van de platen 25A, 25B en eventueel de luchtinvoerleidingen 40 in een gesloten toestand bewogen, zodanig dat de platen 25 tussen de matrijshelften 31, 32 zijn geklemd, waarbij de 5 platen 25A, 25B met behulp van geschikte verwarmingsmiddelen zodanig zijn verhit dat deze kunnen worden vervormd. Vervolgens wordt met behulp van de vacuümmiddelen 36 en 37 in de matrijsholten 32, 33 een onderdruk gecreëerd, terwijl eventueel via de luchtinvoerleidingen 40 10 en de pompmiddelen 41 tussen de plaatdelen 25 ter hoogte van de matrijsholten 32, 33 een overdruk wordt gecreëerd. Hierdoor worden de plaatdelen 25A, 25B op geschikte wijze tegen de wanden van de respectieve matrijsholten 32A-E, 33A-E bewogen, zodanig dat buisvormige elementen worden 15 verkregen, waarin de luchtinvoerleidingen 40 vrij zijn gelegen. Tegelijkertijd worden de matrijshelften 31, 32 onder druk naar elkaar toe bewogen, zodanig dat de verhitte plaatdelen 25A, 25B stevig op elkaar worden gedrukt, waarbij als gevolg van samensmelting een hechte verbinding 20 wordt verkregen tussen de plaatdelen 25A, 25B onder vorming van gas- en vloeistofdichte scheidingsranden 11 resp. eindranden 12.
Door gebruik van deze twin-sheet vacuümvorm techniek wordt het voordeel bereikt dat op bijzonder eenvoudige, 25 relatief goedkope wijze een doorvoerinrichting 1 volgens de uitvinding wordt verkregen, waarbij bovendien wordt verzekerd dat steeds een gas- en vloeistofdichte scheiding tussen de buisvormige elementen 3 wordt verkregen. Na afkoeling is de doorvoerinrichting 1 nagenoeg direct 30 gereed. Bovendien heeft een dergelijke werkwijze het voordeel dat de afdichtingsmiddelen 13, althans de kamers 14, 16 en de groef 15 direct kunnen worden meegevormd, evenals eventueel het eerste en verdere plaatdelen.
In fig. 4 is een alternatieve uitvoeringsvorm van 35 een doorvoerinrichting 101 volgens de uitvinding getoond, waarbij een viertal buisvormige elementen 103 is i Ü ü 7 2 5 0 13 aangebracht. Bij deze uitvoeringsvorm heeft een drietal buisvormige elementen 103A-C een gebogen vorm, het vierde buisvormige element 103D een rechte vorm. Hiermee wordt het voordeel verkregen dat in verschillende richtingen 5 doorvoerkanalen worden verkregen voor bijvoorbeeld leidingen, vloeistoffen of gassen. Het zal overigens direct duidelijk zijn dat een doorvoerinrichting volgens de uitvinding kan zijn voorzien van elk gewenst aantal buisvormige elementen, welke bovendien elke gewenste 10 richting kunnen hebben en zowel recht als in een gewenste gebogen of andere willekeurige vorm. De buisvormige elementen kunnen zowel een cirkelvormige als andersvormige doorsnede hebben, waarbij de doorsnede bovendien binnen elk buisvormige element nog kan variëren in diameter en/of 15 vorm.
In fig. 5 is een tweede alternatieve uitvoeringsvorm van een doorvoerinrichting 201 volgens de uitvinding getoond, in perspectivisch aanzicht. Bij deze uitvoeringsvorm is de doorvoerinrichting voorzien van een 20 drietal buisvormige elementen 203A-C met elk een gebogen vorm, welke buisvormige elementen zijn gevormd uit gebogen buizen, bijvoorbeeld standaard in de handel verkrijgbare kunststof leidingen, of zijn samengesteld uit dergelijke buizen en koppelstukken zoals schuifmoffen 213, welke door 25 lijmen of lassen zijn samengevoegd. De buisvormige elementen 203 zijn elk op zichzelf gas- en vloeistofdicht en zijn ingeschuimd in een blok 124, zodanig dat de onderlinge positie van de buisvormige elementen is vastgelegd. In de getoonde uitvoeringsvorm zijn de 30 buisvormige elementen 203 naast elkaar gepositioneerd, dat wil zeggen dat de bochten 210 in evenwijdige vlakken zijn gelegen. Het is echter ook mogelijk een aantal van de vlakken waarin de buisvormige elementen 203A-C in hoofdzaak zijn gelegen onderling een hoek te laten insluiten, 35 waardoor doorvoerkanalen in verschillende richtingen worden verkregen. Bovendien kunnen de buigstralen van de 1007250 14 verschillende bochten 210 zodanig worden gekozen dat de buisvormige elementen 203A-C boven elkaar kunnen liggen, in hoofdzaak in een vlak. Hierdoor wordt wederom een relatief compacte inrichting 201 verkregen.
5 Een doorvoerinrichting 1, 101, 201 volgens de uitvinding kan worden gebruikt voor het doorleiden van aansluitleidingen, bijvoorbeeld vanaf hoofdleidingen tot in een woning, tussen woningen of binnen een woning, doch is ook bijzonder geschikt voor gebruik in bijvoorbeeld 10 vloeistofvoerende systemen zoals vloer- of wandverwarming. Met name het relatief kleine inbouwvolume, de positievastheid van de buisvormige elementen 3. 103, 203, de relatief eenvoudige vervaardigingstechniek en gebruik en relatief lage kostprijs maken een dergelijke inrichting 15 voor een dergelijke toepassing bij uitstek geschikt. Ook in luchtgeleidingssystemen kan een inrichting volgens de uitvinding geschikt worden toegepast.
De uitvinding is geenszins beperkt tot de in de tekening en de figuurbeschrijving gegeven uitvoerings-20 vormen. Vele variaties hierop zijn mogelijk binnen het raam van de uitvinding.
Zo kunnen meerdere lagen kunststof plaat worden toegepast, waarbij tussen steeds twee naast elkaar gelegen platen één of meer buisvormige elementen kunnen worden 25 gevormd door tussenkomst van ten minste een luchtaanvoer-buis in de matrijs, tussen de betreffende platen. Voorts kunnen andere aansluit- en afdichtingsmiddelen worden toegepast, bijvoorbeeld schroefdraad- of bajonetverbindingen, lijmverbindingen en dergelijke, 30 terwijl voorts de afdichtingsmiddelen aan ten minste een einde van een aantal buisvormige elementen kunnen worden weggelaten. Tijdens gebruik kunnen niet gebruikte kanalen tijdelijk of permanent worden afgedicht, bijvoorbeeld door dichtschuimen of met een stop of dergelijke.
35 Deze en vele vergelijkbare variaties worden geacht binnen het raam van de uitvinding te vallen.
1007259

Claims (10)

1. Doorvoerinrichting, voorzien van ten minste twee buisvormige elementen, welke buisvormige elementen aan twee tegenovergelegen einden zijn voorzien van een invoeropening respectievelijk uitvoeropening, onderling zijn verbonden en 5 gas- en vloeistofdicht ten opzichte van elkaar zijn gescheiden, waarbij nabij ten minste elke invoeropening of uitvoeropening, bij voorkeur elke invoeropening en elke uitvoeropening afdichtingsmiddelen zijn aangebracht voor gas- en vloeistofdichte samenwerking met een buiselement of 10 een verdere doorvoerinrichting.
2. Doorvoerinrichting volgens conclusie 1, waarbij ten minste één van de buisvormige elementen en bij voorkeur alle buisvormige elementen ten minste één bocht insluiten tussen de invoeropening en de uitvoeropening.
3. Doorvoerinrichting volgens conclusie 2, waarbij ten minste één en bij voorkeur alle buisvormige elementen een bocht van ongeveer 90° insluiten en in ongeveer één vlak evenwijdig aan elkaar zijn gelegen.
4. Doorvoerinrichting volgens één der voorgaande 20 conclusies, waarbij ten minste de invoeropeningen of de uitvoeropeningen ongeveer naast elkaar zijn gelegen, waarbij een plaatdeel zich rond de betreffende openingen uitstrekt, welk plaatdeel is ingericht voor bevestiging in of tegen een wand- of vloerdeel of dergelijke.
5. Doorvoerinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de invoeropeningen respectievelijk de uitvoeropeningen althans gedeeltelijk in ongeveer een vlak zijn gelegen, waarbij een eerste plaatdeel zich rond de uitvoeropeningen uitstrekt, welk plaatdeel is ingericht 30 voor bevestiging in of tegen een wand- of vloerdeel of dergelijke, waarbij nabij de invoeropeningen bevestigingsmiddelen zijn aangebracht voor bevestiging van 1007259 in of tegen bijvoorbeeld een vloer, gevel, bouwput of dergelijke.
6. Doorvoerinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij althans een aantal van de buiselementen 5 is ingericht voor het doorleiden van kabels, buizen en dergelijke.
7. Doorvoerinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij althans een aantal van de buiselementen is ingericht voor het doorleiden van een fluïdum, in het 10 bijzonder een vloeistof.
8. Doorvoerinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de inrichting in hoofdzaak is vervaardigd door multi-plaat vacuumvormen (multi-sheet vacuum forming) of dergelijke techniek, in het bijzonder 15 twin sheet vacuum forming.
9. Werkwijze voor het vervaardigen van een doorvoerinrichting, omvattende de stappen: op, althans nabij elkaar plaatsen van ten minste twee kunststof plaatdelen; 20. positioneren van de plaatdelen in een matrijs met ten minste één vormholte: verhitten van de plaatdelen; verlagen van de druk tussen ten minste één der plaatdelen en de aan de van het tenminste ene andere 25 plaatdeel afgekeerde zijde gelegen tenminste ene vormholte en/of verhogen van de druk tussen de plaatdelen ter hoogte van de ten minste ene vormholte, zodanig dat als gevolg van drukverschil en verwarming van de plaatdelen de plaatdelen tegen de wanden van de of elke vormholte worden gedrukt 30 terwijl ten minste langs de randen van de ten minste ene vormholten de plaatdelen zodanig op elkaar worden gedrukt dat deze onderling gas- en luchtdicht worden verbonden; en afkoelen van de plaatdelen; één en ander zodanig dat ter hoogte van de ten minste ene 35 vormholten ten minste één buisvormig kanaal wordt verkregen 1007259 dat aan twee tegenover gelegen einden open is en een gas-en vloeistofdichte wand heeft.
10. Werkwijze volgens conclusie 9, waarbij ter hoogte van de vormholten een gasinvoerleiding tussen de plaatdelen 5 wordt ingebracht voor het tussen de plaatdelen voeren van een drukgas, in het bijzonder lucht, en het ten minste mede daardoor in de vormholten drukken van de verwarmde plaatdelen. 7'07259
NL1007259A 1997-10-13 1997-10-13 Doorvoerinrichting NL1007259C2 (nl)

Priority Applications (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1007259A NL1007259C2 (nl) 1997-10-13 1997-10-13 Doorvoerinrichting
BE9800738A BE1011409A3 (nl) 1997-10-13 1998-10-13 Doorvoerinrichting.
DE1998147174 DE19847174A1 (de) 1997-10-13 1998-10-14 Durchführvorrichtung
BE9900217A BE1011410A3 (nl) 1997-10-13 1999-03-26 Werkwijze voor de vervaardiging van een doorvoerinrichting.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1007259 1997-10-13
NL1007259A NL1007259C2 (nl) 1997-10-13 1997-10-13 Doorvoerinrichting

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1007259C2 true NL1007259C2 (nl) 1999-04-14

Family

ID=19765827

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1007259A NL1007259C2 (nl) 1997-10-13 1997-10-13 Doorvoerinrichting

Country Status (3)

Country Link
BE (2) BE1011409A3 (nl)
DE (1) DE19847174A1 (nl)
NL (1) NL1007259C2 (nl)

Families Citing this family (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE102006001417A1 (de) * 2006-01-10 2007-07-12 Endress + Hauser Flowtec Ag Vorrichtung zur Umlenkung eines in einer Rohrleitung strömenden Mediums
CN102155477A (zh) * 2011-04-28 2011-08-17 唐力南 调整弯管流速分布的整流器
RU2578504C1 (ru) * 2014-09-03 2016-03-27 Федеральное государственное унитарное предприятие "Научно-производственное предприятие "Прогресс" (ФГУП "НПП "Прогресс") Резинокордная кассетная компенсаторная вставка

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB1194009A (en) * 1966-09-17 1970-06-10 Valentino Adani Method of Installation of Central Heating Systems in Houses
US3767740A (en) * 1964-10-14 1973-10-23 Dunlop Ltd Method for forming table tennis balls
GB2198202A (en) * 1986-11-26 1988-06-08 British Gas Plc Plural duct
GB2239068A (en) * 1989-12-06 1991-06-19 Powered Showers Plc Multiple pipe elbow connector device
US5580104A (en) * 1995-05-03 1996-12-03 Newport News Shipbuilding & Dry Dock Company High capacity bulkhead stuffing insert

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3767740A (en) * 1964-10-14 1973-10-23 Dunlop Ltd Method for forming table tennis balls
GB1194009A (en) * 1966-09-17 1970-06-10 Valentino Adani Method of Installation of Central Heating Systems in Houses
GB2198202A (en) * 1986-11-26 1988-06-08 British Gas Plc Plural duct
GB2239068A (en) * 1989-12-06 1991-06-19 Powered Showers Plc Multiple pipe elbow connector device
US5580104A (en) * 1995-05-03 1996-12-03 Newport News Shipbuilding & Dry Dock Company High capacity bulkhead stuffing insert

Also Published As

Publication number Publication date
BE1011409A3 (nl) 1999-08-03
DE19847174A1 (de) 1999-04-15
BE1011410A3 (nl) 1999-08-03

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5072972A (en) Coupling device
US8196480B1 (en) Modular sample conditioning system
CA1315644C (en) Expandable manifold for water delivery system
US5823508A (en) One piece quick connect
JP2002538397A (ja) 微小流体コネクタ
CN102869927A (zh) 太阳能收集器
US20230235965A1 (en) Tubular membrane heat exchanger
ZA200605403B (en) Filtration element and method of constructing a filtration assembly
AU2022268566B2 (en) System for connecting rigid pipes and for connecting flexible pipes, and also fittings for such a system
BE1011409A3 (nl) Doorvoerinrichting.
RU2529293C2 (ru) Соединительный узел
GR3014896T3 (en) Electrical conductor arrangements for pipe system.
GB2078361A (en) Heat exchangers and heat exchanger headers
EP0919758B1 (en) System of elements for the formation of modular pipelines consisting of extruded pipe sections
EP0542785A1 (en) ADJUSTABLE PLATE AND FASTENING DEVICE.
CN110035964A (zh) 用于松散物料的输送设备的模块以及用于松散物料的输送设备
CN112543849A (zh) 用于管道构造的终端部件
JPH10325693A (ja) 自動車の熱交換器
US5366008A (en) Method of manufacturing header condensers
US6012514A (en) Tube-in tube heat exchanger
CA2486231A1 (en) Disposable clamp locator for air conditioning hose assemblies
CN111059389A (zh) 一种便于安装的非金属软接头
EP0062880A1 (en) Axial flow valve
KR102301988B1 (ko) 높이 조절이 가능한 찬넬용 배관 클램프 유닛
WO2007066135A2 (en) Fluid distributor

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20050501